Afrikaans
Akan
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Danish
Esperanto
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Dit verhaal gaat over Ludwig...
een man die ik te kort heb meegemaakt.
Ik vertel het verhaal omdat dat het enige is wat ik kan doen...
zeker na hoe het is afgelopen.
Ludwig liet iets belangrijkers na dan de feiten.
Hij was een man die onlosmakelijk met de oorlog verbonden was.
Daar kon hij niks aan doen.
Het was nou eenmaal zo.
Het eerste wat mensen mis hebben over zijn verhaal...
is hoe het begon.
Want het begon namelijk niet met deze oorlog.
Maar opgroeiend als kind, in de grensstreek, met 2 verschillende nationaliteiten.
En dat is moeilijk, zeker in oorlogstijd.
Ik weet het zeker. Ze vindt je leuk. - Ach, ik weet het niet.
Durf je niet?
Nee...
De oorlog is voorbij.
Je vader is een sterke man.
Stomme oorlog.
Denk je aan de oorlog? - Ach, daar hoef jij niet over in te zitten.
Binnenkort is de oorlog voorbij en Duitsland zal winnen, lieve Jutta.
Kameraden, we hebben veel mensen verloren.
Onze voorraden zijn bijna op.
Vandaag is onze laatste kans. Onze laatste kans om ze te verslaan.
Oberleutnant Mengelberg. Goed u weer te zien.
Ik ben deze oorlog beu. Al dat bloed en die modder.
Oberleutnant, De Vliegende Hollander. Je verlof heeft je goed gedaan.
Jazeker. Jullie zijn tijdens m'n afwezigheid ook niet veel beter geworden.
Ik ben alle dode kameraden beu. Ik wil gewoon naar huis.
Doe waar je goed in bent. Haal koffie voordat de Oberleutnant komt.
Ik wil m'n gewone leven terug.
En ja, niet iedereen zal vandaag terugkeren...
maar dat is de prijs van de overwinning.
Op je gezondheid. Ik snap niet hoe jij je troepen onder controle houdt.
Oorlog voeren is iets anders dan een kapperszaak in Dresden runnen.
Stomme Hollander. Vergeet je plek niet.
Ja, je bent een Duitse kaaskop. En nu aan de slag.
Jawel.
Voor vrede en vaderland.
Vooruit, kameraden. - Vooruit.
Goedemorgen, Oberleutnant. - Goedemorgen.
Goed jullie weer te zien. Gezond en opgewekt.
Met slechte mensen gaat het altijd goed.
Wat doe jij nou? Ben je nieuw hier?
Ja, Herr Oberleutnant. Schutter Stephan Arend.
Was die voor mij? - Ja, Herr Oberleutnant.
Goed, haal maar koffie voor me.
Zoek dekking.
Ludwig, Ludwig...
Ludwig... Ludwig, leef je nog?
Opstaan. Kom op, ga naar je mannen.
Ze komen overal vandaan.
Vuur. Zoek dekking en schiet.
Hierheen. - Meer munitie, snel.
Andreas.
We hebben zwaardere wapens nodig. - Ga ik regelen.
Vraag onmiddellijk om versterking. Naar de loopgraaf.
Ze hebben een eindeloze voorraad kanonnenvoer.
Geen idee hoe ze aan al die mensen komen.
Hauptmann, ik heb veel mannen verloren.
Obersturmführer Schoonma uit Nederland is op bezoek.
Hij is hier vanwege de actuele situatie.
Heil Hitler.
Herr Hauptmann, mag ik Nederlands spreken?
Ga uw gang.
Oberleutnant Mengelberg.
Uw vaderlandsliefde is legendarisch te noemen.
Een voorbeeld voor de ganse Wehrmacht.
Wat zeg ik, het groot Duitse rijk.
Het is een eer u te ontmoeten.
Bedankt, Obersturmführer.
Pardon, ik moet wat zaken doornemen met m'n Oberleutnant.
Natuurlijk. Heil Hitler.
Kom eens, Ludwig.
Een Duitser om in Nederland trots op te zijn.
Wat zei hij?
Ludwig, sinds de laatste aanvallen hebben we veel mensen gevangen genomen.
Veel partizanen.
Ik heb het bevel gekregen dat jij ze gaat executeren.
Wat? Dat kan toch niet?
Ludwig, je bent te lang weggeweest om het te begrijpen.
Wij zijn de SS toch niet?
Aanval na aanval verliezen we mensen. Onze mensen.
De opperbevelhebbers hebben besloten tot de executie van alle partizanen.
Karl Heinz, luister nou, zo zijn wij niet.
Ludwig, haal je mensen en voer dit bevel uit.
Ingerukt.
Papa, ik heb een aandenken voor je zodat je aan ons denkt als je weer weg moet.
We houden zoveel van je.
Hou vol, mijn zoon. Wij Duitsers mogen niet opgeven.
Dat hebben we al een keer eerder gedaan, in 1918.
Hauptmann Wegman, we zijn zover.
Sturmführer? Aan u de eer.
De mannen met wie ik heb gevochten, zijn allemaal voor niets gestorven.
Omdat laffe leiders te moe waren om verder te strijden.
Aanleggen.
In het zicht van de overwinning. Deze keer geven we niet op, zoon.
Wat het vaderland van mij verwacht, verwacht ik van mezelf.
Vuur.
Wegman kreeg de opdracht om alle partizanen dood te schieten.
Dat komt van boven.
Waarschijnlijk om de partizanen angst aan te jagen.
Dus zo diep zijn we inmiddels gezonken. Voor mij telt maar één ding...
dat de oorlog zo snel mogelijk voorbij is en ik terug kan naar m'n gezin.
Dat is het enige wat telt.
We gaan allemaal snel naar huis. - Wie zegt dat?
De Führer. - De Führer.
Zodra de nieuwe wapens er zijn, duurt het nog twee, hooguit drie weken...
en dan kunnen we naar huis. - Geloof jij het?
We zullen het wel moeten geloven.
Het wonderwapen van onze Führer. Daar weet ik niets van.
Maar hier in de loopgraaf zijn jullie mijn wonderwapen.
Dus daar drinken we op.
Op de overwinning, proost. - Op ons.
Jan.
Sarah en Levi van Praag uit Beilen dit zijn de laatste die ik heb doorgekregen.
De rest is allemaal opgepakt.
Jan Wesseling.
Welkom op onze boerderij.
Dit is mijn vrouw Fenna.
Aangenaam.
Mijn zoon Hendrik.
Aangenaam.
En mijn dochter Maartje.
Maartje.
Ik ga er weer van door.
Gewoon gedeisd houden.
Maartje, haal wat brood en spek uit de keuken.
Dat zullen die twee wel lusten voordat ze zich bij die andere twee begeven.
Denk je dat vader dit een goede schuilplaats had gevonden?
Rustig, ik ben het.
Zelda, Mindel...
dit zijn meneer en mevrouw Levi en Sarah van Praag.
Ze komen hier bij jullie tijdelijk in wonen totdat de oorlog voorbij is.
Waar komt u vandaan?
Uit Zwolle, jongedame.
En jullie als ik vragen mag?
Utrecht.
Het verzet heeft ons via via hier gekregen.
En uw man?
Mijn vader is dood.
Hij is doodgeschoten door de Duitsers.
Dankzij hem zijn we er nu nog.
Welkom in jullie nieuwe huis.
Inclusief... huisgenoten.
Zelda, zou jij de regels willen uitleggen?
Fijne nacht iedereen.
Eindelijk, de post.
Wat wil je nog meer?
Voor jou heb ik ook een brief.
'Mijn zoon. Het doet me veel verdriet om je te moeten meedelen...
dat afgelopen nacht tijdens een bombardement...
jouw Lena en Jutta zijn omgekomen.'
'Ik had je dit het liefst persoonlijk willen vertellen...
maar de omstandigheden dwingen mij ertoe...
je dit droevige nieuws schriftelijk te moeten melden.
Wees sterk, mijn zoon.'
Het is m'n vrouw. - Ik weet het.
En m'n dochter.
Naar je positie.
Alarm.
Blijf in positie.
Zoek dekking.
Ludwig, we moeten hier weg. - Ga door.
Meer druk naar voren.
Pas op, achter je. - Kom, we moeten door.
Pak aan.
Staakt het vuren.
Nee, ik neem contact op. Ik laat het weten als ik hem gevonden heb.
Oberleutnant Mengelberg, waar is hij? - Daar.
Hartelijk dank.
Andreas. - Herr Oberleutnant.
Je hebt me weer gered.
Je moet beter op jezelf passen.
En?
We worden van het front gehaald om uit te rusten.
Waar?
We gaan naar Nederland. Oké? Zorg goed voor jezelf.
Tot kijk. Hou je taai.
Als dat maar geen slecht voorteken is voor ons verblijf.
Geen zorgen, ik zal me gedragen. - Ik hoop 't.
Oberleutnant Mengelberg? - Hier.
Bedankt.
Onze nieuwe bevelen. Kom, we gaan naar onze mannen.
Ik ben blij dat u er bent. - Altijd tot uw beschikking, Herr Hauptmann.
Hoe was het aan het Oostfront?
De Russen boden sterke tegenstand. We waren omsingeld.
We waren in de minderheid, maar we hielden stand tot de laatste man.
Ik heb veel mannen verloren. Kijk, een souvenirtje van het Oostfront.
Goed. En nu ben ik hier. - Prima, Oberleutnant.
Ik ga zo onze situatie uitleggen. O, daar is de koffie.
Bedankt. Ga uw gang.
Echte zwarte koffie. - De resterende voorraad.
We gaan zo naar de commandopost en dan laat ik u de situatie zien op de kaart.
Dat is goed. - Prima. Als u mij wilt volgen?
We verplaatsen ons van hier naar hier.
Ga even weg, ik moet wat laten zien. - Jawel, Herr Hauptmann.
Kijk even mee?
Dit is de situatie. Richt een verdedigingspost in bij de brug.
De Führer wil dat de doorgang naar Duitsland wordt geblokkeerd.
Hier staat een boerderij. Ga erheen met uw compagnie en richt de verdediging in.
De vijand komt waarschijnlijk uit het zuiden en wil deze brug innemen.
Geen probleem. We gaan erheen. - Heel goed.
Obersturmführer, wat een toeval. - Heil Hitler.
Herr Hauptmann? Telefoon uit Berlijn, het is dringend.
Pardon, heren. Dit is belangrijk. - Jawel, Herr Hauptmann.
Het Oostfront overleefd zie ik?
Ik heb met veel bewondering gezien hoe jullie daar hebben gevochten.
En straks gaat het hier beginnen, de Eindstrijd.
Ik kan niet wachten.
Eindstrijd?
Die is ver weg hoor.
Twijfelt u aan de sterkte van het grote Duitse Rijk, Oberluitenant?
Natuurlijk niet.
Ik ben realistisch, maar mijn doel?
Dat is standhouden.
Deze uitspraak verbaast mij enigszins.
Uw reputatie is van een man...
met een enorm geloof in de kracht van het nationaal...
socialistisch ideaal en de kracht van de Wehrmacht.
Mijn trouw staat hier niet ter discussie.
Obersturmführer.
Kom.
Noem mij gewoon Martin.
We kennen elkaar immers al van het Oostfront.
Goed, Martin.
Over het Oostfront gesproken.
Ik heb met veel genoegen gezien hoe je dat Slavische ongedierte hebt afgemaakt.
Als het aan mij zou liggen zouden hier veel meer mensen tegen...
de muur aan worden gezet.
Tot gauw.
Ludwig.
Schaakmat.
Ja, Mindel, je moet wel meer gaan oefenen want zo win je nooit natuurlijk.
Ja, ja. - Mama?
Hendrik speelt vals.
Waarom wij? Alleen omdat we Joods zijn?
Wat hebben we gedaan?
De verkeerde man kwaad gemaakt?
Althans daar lijkt het tenminste op.
Maar bent u dan niet bang?
Bang?
Zolang m'n dochter bij me is.
En jullie, hebben jullie geen kinderen?
Nee, het is ons helaas niet gegund.
Ik heb wel twee neefjes, kinderen van mijn broer.
En, waar is uw broer en zijn kinderen dan?
Drie jaar geleden zijn ze opgepakt door de Duitsers.
Wat we hebben gehoord is dat ze per trein zijn afgevoerd naar...
een kamp in Duitsland.
Maar als het allemaal voorbij is...
dan hopen we ze toch weer in onze armen te kunnen sluiten.
Ik... ik moet gaan.
Ik kom morgenochtend terug om ontbijt te brengen.
Pa, Duitsers.
Hendrik, ga zo gauw mogelijk naar de onderduikers...
en zeg ze dat ze zich dood- en doodstil moeten houden.
Andreas, kom eens?
Zorg voor de mannen. - Doe ik.
Ik ga naar de boer. - Wees voorzichtig.
Wij wachten hier.
Wat kan ik voor u doen?
Oberleutnant Mengelberg. - Jan Wesseling.
Kan ik u onder vier ogen spreken?
De Duitsers zijn hier.
Wat er ook gebeurt, houd je koest...
en kom onder geen enkel beding buiten.
De deur moet dicht blijven en die kachel moet uit.
Mama, ik ben bang.
Oberluitenant Mengelberg.
Fenna Wesseling. - Aangenaam.
Gaat u zitten.
Dank u.
Kan ik u iets te drinken aanbieden?
Als u koffie heeft, graag.
Meneer Mengelberg, wat kan ik voor u betekenen?
We wachten even totdat uw vrouw terugkomt.
Dank u wel.
Gaat u zitten.
Het is mij bevolen deze boerderij te gebruiken als een voorpost.
U bedoelt bezetten?
En hij heeft u ook enig idee hoe lang dat gaat duren?
Ik zal u niet in de weg lopen hier op de boerderij.
Liggen. - Oberleutenant Mengelberg.
We hebben hem buiten betrapt. - Het is mijn zoon.
Rustig maar. Er is niets aan de hand. Op de plaats rust.
Bedankt, Holger en Friedrich.
Wat deed je daar zo laat buiten?
Je was toch zeker niet bezig met een boswandeling?
Ik ga 's avonds laat nog vaak op pad om klein wild te zoeken.
Onze voedselvoorraad raakt op, begrijpt u?
Stropen? In het donker?
Klinkklare onzin.
Wat is er aan de hand?
Ik weet het niet. Er klopt iets niet op die boerderij.
Wat is er dan? - Die boer, ik weet het niet.
Laten we onze ogen en oren goed openhouden.
Begrepen.
Here dank u voor deze spijzen. Amen.
Amen.
Eet smakelijk.
En nu, Jan?
Ze hebben al 24 uur niks gegeten.
Die Duitsers lopen hier op het erf en wij kunnen geen kant op.
Wat als ze uit het onderduikershol komen? - Dat doen ze niet. Ze zijn niet gek.
Als het straks begint te schemeren, gaat Hendrik ze wel eten brengen.
Ben je nou helemaal besodemieterd?
Het leven van onze zoon in de waagschaal stellen?
De oorlog loopt op z'n eind en meneer haalt nog meer onderduikers in huis.
Ma, genoeg.
Laat Pa zijn verhaal doen.
Met ruzie komen we nergens.
Nou, ik heb een idee, maar, Maartje, ik heb jou daar ook bij nodig.
Ja, Jan Wesseling. Ik weet allemaal niet hoe het gaat...
maar die lui uit het verzet bekommeren zich maar om die lui in het bos...
maar dit heeft lang genoeg geduurd.
Maar wat moeten we dan? Moeten we ze laten verhongeren?
We hebben geen keus, Fenna. Alleen samen redden we ons hieruit.
We moeten ons hier doorheen slaan...
en van dat onderlinge gekibbel, daar wordt niemand beter van.
De geallieerden staan op het punt om ons te bevrijden.
Alleen samen gaan we het redden. We zijn Wesselings, vergeet dat niet.
Zeg dat het goed komt, Jan.
Fenna, vrouw, het komt goed.
Het is je geraden.
Oké, Pa, vertel. Wat moet ik doen?
Wat is er gebeurd, kan ik je helpen? Laat mij eens kijken.
Ik versta u niet.
Maartje.
Kom maar.
Jij helpen.
Kom maar, Maartje.
Misschien moeten we toch een kijkje gaan nemen.
Voor hetzelfde geld is die boerenfamilie opgepakt.
Dan waren ze hier toch al lang geweest.
Dat is Hendrik.
Ik heb eten bij me.
Ik ben zo snel mogelijk gekomen.
Hoe is het daarbuiten?
Duitsers overal.
Ze bewaken niet alleen de boerderij, maar de hele omgeving.
Ik moet zo snel mogelijk terug.
Pa heeft wel aangegeven dat jullie voorzichtig moeten zijn met het eten.
Ik weet natuurlijk niet wanneer ik weer terug ben.
Alsjeblieft, wat wilt u hebben? Geld?
We kunnen... - Zwijg.
Schiet dan. Dit is toch wat jullie willen?
Schiet dan.
Alsjeblieft voor ons allemaal.
Schiet dan. En dan is het eindelijk voorbij.
Hier.
Schieten jullie maar.
Waarom schiet je niet?
Schiet.
Lafaard.
Jij. Je hebt me in een lastig parket gebracht jongetje.
We gaan straks terug naar de boerderij en ik ga ervoor zorgen dat het goedkomt.
Loop voor mij uit.
Vooruit.
Onderduikers, en een gezin? Je neemt wel een risico, hè?
Dat ik dat mag horen uit de mond van een Duitser.
U komt hier met uw tanks en geweren het land binnen banjeren.
Over durf gesproken.
Kom laten we eerst wat drinken.
Deze situatie daar kunnen we niet nuchter tegenaan kijken.
Deze oorlog kent veel te veel slachtoffers.
Ik heb alles verloren.
Mijn vrouw, mijn dochter.
Nee... het is goed geweest.
Duitsland gaat de oorlog verliezen.
En mijn mannen willen nog maar één ding, dat is naar huis.
Ook zij hebben een gezin.
En als straks de geallieerden komen, dan kunnen we ons alleen nog maar overgeven.
Ik hoef mijn mannen niets te zeggen.
Ik stuur ze wel.
Maar jullie, jullie moeten mij vertrouwen.
Wat heb je van thuis ontvangen? - Een mooie brief. Hier, kijk maar.
Allemachtig. - Dat is anders ook een mooie meid.
Geloof me, ik zal haar eens laten zien hoe je met Duitse soldaten omgaat.
Waar gaat dat heen, boertje? - Ik ga eten.
Zonder toestemming, boertje?
Oberleutnant Mengelberg zei... - Oberleutnant wie?
Oberleutnant Mengelberg zei dat het mocht. - Becker, vraag dat eens na.
Je hebt een mooie zus. Weet je dat, boertje?
Ik spreek niet zo goed Duits. - Jouw Duits is goed genoeg.
Kun je een goed woordje voor me doen?
Jij hebt er baat bij. We hebben chocolade en koffie.
Becker? - Herr Oberleutnant, ik wil melden dat...
Geen tegenspraak. - Jawel, Oberleutnant.
Hendrik kan gaan en staan waar hij wil. Heb je dat begrepen?
Ja, Herr Oberleutnant.
Pardon, kan ik iets voor je doen?
Terug naar Duitsland gaan.
Klote Duitsers.
Stop, wacht.
Maartje? Maartje, kom. Ik heb je binnen nodig.
Ik doe haar niks, hoor.
Kom maar binnen.
Kan ik je spreken?
Ga je gang.
Kan dat onder vier ogen?
De Duitsers zijn op de boerderij.
Die maken zich klaar voor een verdediging.
Dit moeten de geallieerden weten.
Er is nog iets...
Hier wordt geen deal gemaakt, die Duitser kan vertrekken voor mijn part.
Denk je dat ik in die zielige verhalen trap? - Dat bepaal ik wel.
Laten we op z'n minst horen wat die vent te melden heeft.
Ik weet het goed gemaakt.
Evert en ik gaan wel met die Duitser praten.
Ik ben benieuwd wat die mof te vertellen heeft.
Hendrik, ik ga even een frisse neus halen.
Als jij hier klaar bent kom je ook naar buiten.
Ik kom zo.
Mama, wat ga je doen?
Onszelf redden.
Wat kom je doen?
Ga terug naar de schuilplaats.
Wil je dood?
Waarom?
Wat heb je daar?
Het sjaaltje van m'n dochter.
Tijdens m'n laatste verlof...
van mijn dochter gekregen.
Mooi.
M'n gezin is omgekomen tijdens een bombardement.
Ik heb niets meer.
Helemaal niets.
Ik herken het.
Hoezo, we hebben toch genoeg te eten? Moet ik nog wat broden meegeven?
Is dat een motor?
Hendrik, haal die spullen van tafel. En, Fenna, maak maar vast koffie.
En allemaal naar binnen.
Waar is Oberleutnant Mengelberg? - Hij maakt z'n dagelijkse ronde.
Ben je alleen?
Ho ho, niet zo snel jij.
Als ik hier met jullie word gezien, dan word ik geëxecuteerd.
Dat zou je niet misstaan. Als Nederlander vechten voor Hitler.
Landverrader.
Ik ben Evert, dit is Roelfs Jan.
Wat heb je te melden?
Ik heb een voorstel.
Ik wil de boerderij overdragen aan de geallieerden.
Ik wil verder bloedvergieten voorkomen.
Hou toch eens op met je toneelstukje.
Je weet gewoon dat je gaat verliezen.
Geef mij is één reden om die moffenkop van jou niet kapot te schieten hier.
Schiet mij maar door mijn kop.
Je brengt de familie Wesseling in gevaar.
Ik wil maar één ding.
Dat mijn mannen de oorlog overleven.
Hoe ga je dat doen dan?
Ik ga mijn mannen wegsturen van de boerderij.
En dan? Wat ga jij doen?
Ik geef mij over.
Toe maar. Wat verwacht je dan van ons?
Dat jullie gaan praten met de geallieerden.
En mijn plannen kenbaar maken.
Goed.
Ik weet genoeg.
Loop de kant maar op waar je vandaan kwam.
Oberleutnant Mengelberg is er. - Oberleutnant, de SS is er.
Waar? - Binnen.
Dank je.
Mengelberg.
Heil Hiltler, Obersturmfuhrer.
Heil Hitler.
Hoe is het?
Goed.
Ik ben heel blij om jou weer te zien.
Vliegende Hollander.
Waar was ik?
Oh ja...
Ik was aan het vertellen dat ik zojuist een onderduikershol in de buurt heb opgerold.
Weer een paar Joden minder straks.
Oh ja, natuurlijk.
Ik heb deze familie ook verteld dat ik hier ben om te foerageren.
En na inventarisatie is ons oog op de paarden hier gevallen.
Ik kom ze confisqueren voor het Duitse Rijk.
Op een lege maag, wordt niet goed gevochten.
Heb je de juiste papieren bij je?
Papieren?
Gaan we formeel doen?
Bij de Wehrmacht worden dit soort zaken ordentelijk behandeld.
Ordentelijk?
Durf jij aan te komen met ordentelijk?
Jouw mannen zijn gedemotiveerd.
Ik mag je geen bevel geven, maar ik wil dat je van deze boerderij vertrekt.
En zorg voor de juiste papieren.
Obersturmfuhrer.
Goed.
Jij krijgt je papieren.
Vliegende Hollander.
Wat er nog van over is.
Jij zou je dood moeten schamen.
Heil Hitler.
Heren wat gaan we doen? - Breng ons snel bij de leiding.
We hebben hulp nodig.
Als u een moment heeft, ik ga zien wat ik voor u kan doen.
Ik hoop maar dat Roelfs Jan niet wordt aangehouden met de Joodse vrouw.
Hij wil zonodig de dappere held uithangen.
Er zijn onderduikers en een boerengezin die op dit moment heel veel gevaar lopen.
We hebben geen moment te verliezen.
Leg mij dat dan maar uit, kom eens mee.
Ik weet toch hoe je in elkaar steekt?
Dat zie ik ook aan onze zoon...
al dat gedoe met dat verzet en die onderduikers in huis halen.
Jij ziet enkel de romantiek ervan in.
En ik? Ik zit hier thuis mij op te vreten van de zenuwen.
Ik heb zijn verhaal aangehoord en ik ben bereid jullie te helpen.
Fantastisch. - Maar nog even geduld.
Amherst staat op het punt te beginnen.
Dan heb ik voor jullie reddingsoperatie wel een geschikt team.
Welkom, Koninklijke Hoogheid.
Attentie.
Op de plaats rust.
Welkom, allemaal.
De Fransen zijn hier voor Operatie Amherst, de Belgen voor Operatie Larkswood.
Ik heb Nederlandse gidsen die ons naar de onderduikers kunnen brengen.
Zorg dat je klaar bent voor vertrek.
Red je ons hieruit?
Mijn dochter verdient een vrij leven.
Waar is Mindel?
Die ligt te slapen. - Nee. Niet.
Van Praag zei dat ze naar buiten is gegaan om jou te zoeken.
Ze is daar niet.
Halt. Laat je papieren zien, en wel meteen.
Waar is Mindel? - Rustig.
Neem haar mee.
Ik ga haar zoeken.
Wat hebben we hier voor een mooie, maagdelijke vrouw?
Laat haar los.
Kijk eens wat ik gevonden heb?
Waar slaat dit op? Ben je gek geworden?
Bent u een verrader? Ik ga u aangeven.
Hier blijven. Blijf hier, zeg ik je.
Is hij dood?
Breng ze terug.
Het is goed, Mindel.
Vertel. Wat is er gebeurd?
Ludwig heeft één van zijn eigen mannen vermoord.
Wat zegt je nu?
Volgens mij heeft hij ze gewoon niet op een rijtje.
Dat maakt niet uit.
Ze landen hier over drie dagen. - Landen?
Ja, en dat plannetje van hem om z'n mannen te laten gaan?
Dat gaat hem nooit lukken. - Als er invasie komt moet Ludwig dit weten.
Je houdt je koppie, Hendrikje, je gaat gewoon naar die boerderij toe.
Je vertelt die Duitser helemaal niks, is dat duidelijk?
Hendrik zegt niks.
Toch?
En nou wegwezen.
De was die droogt hier zo slecht. Het is nog helemaal vochtig.
Ja, buiten hangen is nu ook geen optie.
Waar ben je mee bezig, mam?
Dat weet je toch, onszelf redden.
Ik weet best wat voor spel je aan het spelen bent.
Wie zegt dat hij te vertrouwen is?
Wat als hij er achter komt.
Mindel.
Ben je echt verliefd op hem?
Het gaat nu beginnen, maat.
Heb je nog nieuws over de radio gehoord?
Nee. Enkel dat we ons als strijdkrachten dienen te melden bij hun commandopost.
Zijn de mannen daar klaar voor? - Ja.
Zou de bevrijding begonnen zijn?
Maar nog wel ver weg.
Maar ja, dat is wel een goed teken.
Ja.
Snel, snel.
Zodra we deze armbanden dragen, dan zijn wij strijders van de binnenlandse strijdkrachten.
Als je opgepakt wordt, geldt het krijgsrecht.
Draag ze, want zonder die dingen word je geëxecuteerd als spion.
Alles moet weg. Laat niets achter, alles moet weg.
Ludwig?
Goed u te zien. Ik kom net van het front.
De vijand zet druk op onze verdediging. U moet 'm tegenhouden.
Krijg ik versterking?
Hoe zit het met tanks en gevechtsvliegtuigen?
U weet dat ik die niet heb.
Is er nog een strategie? Hoe moeten we standhouden?
Ik stuur u de reserve bataljons.
Daar moet u het mee doen, meer heb ik niet.
Tot uw orders, Herr Hauptman. - Goed. Veel succes.
Ik ga m'n best doen. - Bedankt, Oberleutnant.
Geen beweging. Wie zijn jullie?
We zijn jullie vrienden, we vechten ook tegen de Duitsers.
Bent u van het verzet? - Ja, het Nederlandse verzet.
Wie bent u?
Er was een zwaar gevecht. Twee mannen zijn meegenomen door de Duitsers.
De Duitsers hebben de overmacht.
Kunnen jullie ons helpen onze kameraden te bevrijden?
Hij zat in een gevecht met de Duitsers.
Ze hebben een paar van z'n mannen gevangen genomen...
en hij vraagt nu aan ons of we willen helpen ze te bevrijden.
We hebben opdracht ons te melden bij het verzamelpunt.
Ik weet niet of dit verstandig is.
We gaan hem helpen.
Goed, we gaan helpen jullie vrienden te bevrijden.
Uitstekend. Volg mij. Voorwaarts.
Ludwig.
Martin.
Volhouden.
Je moet volhouden.
Mannen, ik heb slecht nieuws voor jullie.
Mij is bevolen om tot de laatste man stand te houden.
Helaas zijn er geen gevechtsvliegtuigen of tanks.
Maar dat gaan we niet doen.
Kom op, in de aanval.
Kom op, jongens, schiet op. Pak die officier.
Pak dan, pak dan die granaat. Ze schieten ons hier helemaal kapot, man.
Wij trekken ons terug. - Herr Oberleutnant.
Ik duld geen tegenspraak.
Hier blijven is zelfmoord.
Er is geen eindoverwinning. Het is een verloren zaak.
Het vaderland heeft jullie nog nodig.
Mannen, jullie hebben twee uur om je spullen in te pakken.
Jullie krijgen allemaal een verlofpas.
Dus, mannen, aan de slag.
Ludwig, dit kun je niet maken. - Dat geldt ook voor jou, Andreas.
Ze zijn gemotiveerd. We redden het wel. - Nee, Andreas.
Je weet wat er gebeurt als ze je pakken? Dan kom je voor de krijgsraad.
Ga.
Goed, Oberleutnant.
Ze gaan op de vlucht. Kom op, jongens, schieten.
Goede reis. - Ik zal u missen, Herr Oberleutnant.
Dank u wel.
Zorg dat ze je niet te pakken krijgen.
Gaat het?
Ja, het gaat goed.
Kom, we gaan naar huis.
Nieuwe kleren.
'Omdat laffe leiders te moe waren om verder te strijden...
In het zicht van de overwinning.'
Verraders.
Zo, wie heeft hier de leiding?
Luitenant De Vries. - Menning, Roelfs Jan Menning.
Luitenant, Roelfs Jan weet de weg naar de schuilplaats.
Mooi, wijs ons maar de weg naar de onderduikers.
Waar gaan wij naartoe?
Bent u op vakantie?
Nee. Waar gaat u heen? - Naar de boerderij.
Dat zou ik niet doen. - Waarom niet?
De Fransen zijn er al. Jullie zijn met te weinig.
Doorrijden.
Wat is er aan de hand?
Naar de boerderij. Nu. Rijden.
Ibrahim, doe je werk.
Roelfs Jan, blij je te zien.
Ludwig is nog daar.
Kom.
De Duiters komen eraan, die SS'er is er ook bij.
Naar binnen, nu.
Die verlof passen zijn vervalst.
Verrader.
Naar de boerderij, nu meteen.
Klootzak.
Pa, de Duitsers komen. Het is die SS'er. Ze komen eraan.
Haal mijn uniform en een fles drank.
Jan, hou vol. Ik ga ze tegenhouden.
Schoonma.
Op de eindoverwinning, m'n beste.
Op de overwinning.
Op de overwinning.
Ah, m'n beste.
Hier met die fles, ben je helemaal gek geworden? Dat is m'n goeie jenever.
Enge Schoonma.
Dat is dus De Vliegende Hollander.
Kus mijn schoenen.
Nu.
Zal ik ze even goed poetsen? Kom maar hier, schatjes.
Niet doen, dat is de Oberleutnant.
Kop houden.
Dit flik jij mij nooit meer.
Pak hem.
Breng hem weg. Schiet op.
Wat zie je er goed uit, Mengelberg.
Er was eens een kip...
die had niet zoveel te doen.
Ze legde nog een ei...
en 's zondags ook wel twee.
En nog praatjes ook.
Vliegende Hollander.
Verrader.
Zo, mannen. Hier is een speciale maaltijd.
Ze zitten hier beneden.
Hé, het is gelukt. Ze zijn hier om jullie te bevrijden.
Eindelijk, het is voorbij.
Eindelijk.
Zou deze scherp genoeg zijn?
Doet mij niets, Schoonma. Niets.
Wat doe je nou? Ben je gek geworden? Dat hebben de Duitsers meteen door.
Kijk, de valse verlof passen van Mengelberg. Dat kunnen we uitbuiten.
Meekomen. Snel. - Dan gaan we winnen.
Hospik.
Ibrahim...
Vuile lafaard...
De volgende keer is die raak.
Andreas?
Andreas, waarom?
Ik ben er toch altijd voor je geweest? - Altijd. Altijd m'n trouwe vriend.
En de eindoverwinning, die komt niet meer.
Nee, die komt niet meer.
Geen wonderwapen.
Jij bent m'n wonderwapen. Dat ben je altijd geweest.
Andreas.
Laat vallen dat wapen, smerig stuk vreten.
Zelda?
Niemand zit te wachten op mensen zoals jij.
Mengelberg.
Mengelberg.
Ludwig.
Zelda.
Kom op, Zelda, dit hadden we afgesproken.
Zelda?
In een oorlog maak je soms verkeerde keuzes.
Zo dacht mijn moeder hiermee onze toekomst veilig te stellen.
Maar ik heb in de oorlog geleerd wat het kwaad was.
En ik heb geleerd dat zelfs in je donkerste dagen...
er altijd lichtpuntjes zullen schijnen...
van hoop en liefde, en dat waar dan ook ter wereld er machten zullen opstaan...
die mensen zullen vervolgen op basis van afkomst, geloof, ideeën en ras.
Maar dat ondanks dat, er altijd mensen zullen zijn die niet zullen toekijken...
en hier wat aan zullen doen.
Zelfs als dat hun het leven kost.
Mijn vader en ook Ludwig zullen mij altijd herinneren...
dat je nooit mensen mag isoleren...
en dat je altijd het goede in elk mens moet zien.
Zij hebben mij geïnspireerd om dokter te worden en om mensen te helpen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.