All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 50 - Maigret chez le docteur.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

We gaan, kinderen.

Kom je, Olga?

Olga? Wat heb je, Olga?

Mama, mama.

MAIGRET EN MIJNHEER MAANDAG

Komt u voor de dokter? Kom binnen.

Goedemiddag.

- Ik wilde... - Ik kan u nu niet ontvangen.

- Maar... - Dat heb ik u eerder al gezegd.

Ik moet met u praten.

Mlle mag wel voorgaan.

Mlle weet dat ze eerst een afspraak moet maken. Komt u maar.

- Wat kan ik voor u doen? - Het spijt me dat ik u stoor.

Ik kom met u over Olga praten. Commissaris Maigret.

Komt u me een verhoor afnemen?

Nee, ik wil u alleen maar een paar vragen stellen.

Ik vrees dat ik u niet kan helpen. Ik begrijp er niets van.

Dat verbaast me niets. Het was een raadselachtige dood.

Roggekorrels hebben haar maag geperforeerd.

- Roggekorrels? - De puntige delen ervan.

Had ze die ingeslikt? Hoe kan dat nou?

Dat wil ik ook graag weten.

- Zoiets prop je niet per ongeluk in je keel. - Niet echt, nee.

Denkt u dat ze die vrijwillig heeft ingeslikt?

- Wat denkt u ervan? - Dat zou afgrijselijk zijn.

- Op die manier... - Had ze reden om zelfmoord te plegen?

Ze had het hier goed en u zag haar dagelijks.

Nee, ze hield zich vooral met de kinderen bezig.

Of ze is vergiftigd.

En dan kwamen die korrels niet per ongeluk in haar eten terecht.

Wilt u zeggen...

- U kunt de dokter niet zomaar storen. - Ogenblikje.

- Wat is er? - Deze man wil niet gaan.

- Wat wil hij? - Het is een journalist.

Een journalist. Nieuws verspreidt zich hier snel.

- Hebt u in Nantes gestudeerd? - Inderdaad.

- Komt u uit die streek? - M'n grootouders.

Hoewel m'n vader richting Parijs was vertrokken, ging ik terug.

- Een familietraditie. - Zeker.

- Charles Baron. Uw opa dus. - Kent u hem?

Hij is een vermaard professor.

- Was uw vader ook arts? - Ja, ik heb nu zijn pati�nten.

Ik verspil uw tijd. Terug naar Olga.

- Ja. U had het dus over... - Moord.

- Dat is een groot woord. - Maar daar komt het op neer.

U bent wel erg stellig.

Hebt u een betere verklaring?

Ik weet het niet.

Wie zou haar nu kwaad willen doen?

- Dat mag u mij vertellen. - Ik?

U weet misschien iets wat me op weg kan helpen.

Ik zou niet weten wat.

Ze kwam uit Bretagne.

M'n vrouw was tevreden over haar en de kinderen ook.

- Werkte ze elke dag? - Behalve op zondag.

- At ze met jullie mee? - Ze at in de keuken.

- Wat deed ze naast haar werk? - Dat weet ik niet.

Misschien weet uw vrouw dat.

M'n vrouw? Hoezo?

Zij stond haar nader, lijkt me.

Haar dood is al schokkend genoeg voor m'n vrouw en kinderen.

Ik zal al het mogelijke doen om hen te sparen.

En u kunt gewoon praktijk houden.

Ik moet wel het huis laten doorzoeken.

- Wat hoopt u dan te vinden? - Roggekorrels.

Ja, natuurlijk.

Maar allereerst wil ik degene ondervragen die hier kookt.

- U denkt toch niet... - Ik denk niet, ik zoek.

Eug�nie is onze kokkin. Dat was ze al ten tijde van m'n ouders.

Weet u dit alles door de autopsie?

- Ja. Hoezo? Verwachtte u iets anders? - Nee.

Wat moet ik u zeggen over die kleine?

Het is heel triest, maar zo is het leven.

- Het lijkt erop dat ze vergiftigd is. - Niet door mijn kookkunst.

- O nee? - U weet hoe ze zijn op die leeftijd.

Ze willen slank blijven, dus eten ze niet.

Maar wel daarna van alles knabbelen.

Dom, als je van de beste keuken van de stad kunt genieten.

- Ze had nooit honger als we gingen eten. - Echt een kind.

In andere opzichten niet, hoor.

- Wat bedoelt u daarmee? - Dat lijkt me duidelijk.

- En u? - Ik? Hoezo?

Ik hoor niet bij het huishouden.

- Waar woont u? - Nergens. Op straat.

Hij is Mr Maandag.

- Of donderdag, vrijdag, zaterdag. - Het is woensdag.

Het is niet z'n gewone dag. Dit is de dag van de notaris. Toch?

Ik wil graag Olga's kamer zien.

Op zolder. De tweede kamer rechts.

Ik loop niet mee, ik moet op m'n taart letten.

- Wat doet u hier? - Olga's kamer zoeken.

- U mag niet in haar kamer. - U wel?

Ik ben personeel.

En ik onderzoek haar dood. Commissaris Maigret.

- Wat deed u in haar kamer? - Niks.

- Martin. - Ik moet gaan.

- Wat zocht u daar? - Niks.

Mag ik zien wat u in uw hand hebt?

Ze wachten beneden op u.

- Tot ziens, Mlle Simpson. - Tot ziens, dokter.

Wat zou ik hier te verbergen hebben?

Wat heb ik ermee te maken? Wat denkt u te vinden?

Wat haar heeft vermoord.

Vermoord, ja. Willens en wetens.

Kijk me niet zo aan. Alsof je een spook ziet.

Weet u niemand die er belang bij had om haar te laten verdwijnen?

- Wat doet u hier voor werk? - Hij is m'n zoon. Martin.

Uw zoon?

Hij is hier het manusje-van-alles. Toch?

Blijf daar niet zo onbeweeglijk staan. Ga iets doen.

- En wat deed Olga? - Op de kinderen passen.

- At ze bij u in de keuken? - Bij ons beiden.

En kon u goed met haar opschieten?

Dat wil zeggen, er werd niet veel gepraat.

Je wist nooit wat er in haar omging.

- Zo is het toch? - Zeker.

- En wat denkt u ervan? - Net wat m'n moeder zegt.

Ze was echt een schatje.

Met dat Bretonse snoetje.

Want dit is Olga toch?

- Jong nog. Heel jong. - Achttien.

Ik weet het. Maar ze lijkt jonger.

Vertel me eens waarom u zich dit kiekje heeft toege�igend...

...als het u zo onverschillig liet als u deed blijken?

- Het is voor u. - Wat doe jij hier? O ja.

Doorzoek het hele huis.

Maar op bescheiden wijze.

Jij gaat met mij mee.

Hou die zoon, Martin, goed in de gaten.

- Maak je niet druk, schat. - Wat gebeurt er?

- Ik doe onderzoek. - Routineonderzoek. Mr Maigret.

Ga maar op jullie kamer spelen tot we gaan eten.

Die arme kinderen zijn erg aangeslagen.

Als ze het al beseffen.

Het gaat hier vermoedelijk...

Nee, dat niet. Wie moet dat straks allemaal opruimen?

Ik laat het huis doorzoeken.

Het spijt me, schat.

Wat gebeurt hier?

Weet u wat ze zoeken? Een roggemolen of zoiets.

Alsof ik zoiets in m'n keuken heb.

Olga's dood werd veroorzaakt door roggekorrels in haar maag.

Ik snap dat je dit niet leuk vindt, maar het moet, Eug�nie.

Wat doet u nu weer? En wie moet het straks allemaal schoonmaken?

- Zo'n ongeluk mag zich niet herhalen. - Het was geen ongeluk.

Ik ga met de kinderen picknicken in hun kamer.

- Ik wil u wat vragen stellen. - Ik heb haast.

Catechismusles.

Ik weet zeker dat de heren straks alles weer opruimen.

Waar kan ik Mr Maandag vinden?

Op z'n bank bij de kerk.

Mag ik gaan zitten?

U hebt geen volmacht nodig. Iedereen mag hier gaan zitten.

Wat doet u?

Niks.

Is dat alles?

Ik wacht tot de tijd verstrijkt.

Doet u dat allang?

Alles is relatief.

Meerdere jaren?

De bank en ik vieren binnenkort ons tienjarige huwelijk.

En uw leeftijd, weet u die nog?

Ach, die...

Ik wil u niet naar uw papieren vragen.

Iets van 42.

En op een dag belandde u op straat.

Het was een weloverwogen stap die ik zette.

- Wat deed u afgelopen maandag? - Wat ik altijd doe.

- En dat is? - De mensen een goed geweten geven.

Door ze om een aalmoes te vragen?

Je moet ze de kans geven het paradijs te verdienen.

- En Olga? - Wat is er met Olga?

Kende u haar goed?

Een jong meisje.

Nog geen vrouw.

Ze had nog niet door dat ze mannen gek kon maken.

Echte mannen, althans.

Zinspeelt u op iemand?

Waar ziet u me voor aan? Ik heb zo m'n eer, al ben ik dakloos.

En Alice, de vrouw van de dokter?

Grote klasse.

Ze begrijpt de mannelijke zwakheden zonder dat te laten merken.

En de dokter?

Wat vindt u van de dokter?

Tijd voor m'n si�sta.

En die is heilig.

Vrouwen inspireren u meer dan mannen, zo te horen.

Hij ging een hok in de kas in.

Daar bleef hij twee uur.

Wat heeft hij daar uitgespookt?

Heb je geen flauw idee?

Laat ze maar even wachten.

De ouders van die kleine zijn net aangekomen.

- Jij bent toch Bretons, Dantec? - Ja, commissaris.

Vraag de ouders waar ze zoal heen ging als ze uitging en zo.

Ik laat het aan jou over.

- Blijft u er niet bij? - Ik heb een afspraak met de rechter.

Jullie zijn alle drie Bretons, dus dat gaat wel lukken.

- Moet ik ze vertellen van de autopsie? - Niet alles.

Wel van die roggekorrels, maar de rest niet.

Daar komen ze snel genoeg achter.

Laat ze maar binnenkomen.

Binnen.

- Goedemorgen, edelachtbare. - Ben je daar eindelijk? Ga zitten.

Komt u dan ook uit Plurien?

Kent u Roger Dantec?

Roger? De postbode?

- Dat is m'n vader. - Roger? Ja, die kennen we.

Heeft hij zo'n grote zoon?

Wat zal hij trots op u zijn. U hebt het gemaakt.

Olga zei ook dat ze ons trots op haar zou maken.

Maar dat is anders gelopen.

- Daar ging ons vertrouwen. - In wie? Uw dochter?

- Nee, in de dokter. - Acht u hem schuldig?

- Dat wil ik niet zeggen. - Maar vergiftigd worden bij een arts...

We hadden haar aan hem toevertrouwd.

Ze moest nog achttien worden.

Achten ze mij verantwoordelijk?

Ze vinden dat u over haar had moeten waken.

Dat begrijp ik wel.

Ze hadden ook kunnen zeggen dat u de vader bent.

- Wat zegt u nu? - Wist u het niet?

Nee.

Hoewel, ik vroeg het me af. Zoiets valt op het gezicht te lezen.

- Kunt u dat aan een gezicht zien? - Ik ben arts.

Hebt u er met haar over gepraat?

- Ik? Waarom ik? - Omdat u arts bent.

Ja, natuurlijk. Maar nee.

Beseft u dat ze minderjarig was?

Weet u niet wie haar zwanger had kunnen maken?

Ik weet dat u niet vaak met haar in contact kwam.

Hoe eerder we de schuldige vinden, hoe beter dat voor u is.

- Hebt u hier met uw vrouw over gepraat? - Dat zeker niet.

Dat komt vast door m'n beroepsgeheim.

Ik zou graag eens met haar praten.

Als ze even tijd voor me heeft.

Ik heb liever dat u haar erbuiten laat. Ze is nogal kwetsbaar.

U vergeet dat er een jong meisje is vermoord.

Goed, als het niet anders kan... Ik zal haar halen.

Ze zei wel dat ze binnenkort een verrassing voor ons had.

Niet dat ik daar in trapte. Ze was duidelijk zwanger.

Maar als ze verloofd was, had ik het geweten.

Alice komt eraan.

Is gebleken hoeveel maanden ze zwanger was?

Dat soort informatie mag ik u niet verstrekken.

Die is geheim.

- Hoezo? Is dat belangrijk? - Ik vroeg het me gewoon af.

Kom even hier, Alice.

Uw man vond het maar niks dat ik u wilde ondervragen.

Maar ik wilde het met u over Olga hebben.

Wat wilt u weten?

Had ze bijvoorbeeld vrienden?

Ik geloof het niet.

Ging ze nooit uit?

Ze ging met de kinderen wandelen en naar de kerk.

O ja, en soms ging ze naar het patronaat.

De pastoor organiseert activiteiten voor jongeren.

Had ze het nooit over een vriendje?

Hoe komt u erbij? Het is nog een kind. Toch, schat?

Leek ze gelukkig?

- Het beviel haar hier wel. Toch? - Dat weet jij beter dan ik.

Was ze de laatste tijd anders dan voorheen?

Nee. Ik weet niet waar u op doelt.

Het was een heel gewoon meisje zonder verleden.

Goed, u hebt de antwoorden die u wilde.

En ik heb pati�nten die op me wachten.

Ja, dit gedoe is heel vervelend voor je werk.

Ik had u graag willen helpen...

- ...maar wie zou haar kwaad willen doen? - Toch heeft iemand dat gedaan.

- Ik wist dat ze ellende zou veroorzaken. - Wist u dat ze zwanger was?

Zwanger?

Dat verbaast me niets. Zoals ze zich gedroeg...

U bedoelt?

Ze droeg van die strakke broeken die nu in de mode zijn.

Wie had die man kunnen zijn?

Ik hoefde gelukkig niet op haar te passen.

- U hebt vast wel een idee. - Ik weet hier niks van.

Ik heb er niks mee te maken.

U hebt alles al doorzocht. Is dat niet genoeg?

Laat u me dan nooit met rust?

Neem me niet kwalijk. Ik weet niet wat me opeens beving.

Dit gedoe maakt me van streek.

Kom binnen. Vanmorgen was u niet zo bedeesd.

Toen leek het of u deze kamer goed kende.

- Wat doet dat hier? - Dit? Hoezo?

- Dat is niet van haar. - Wat weet u daarvan?

- Dat is een jurk om in uit te gaan. - Of om in te gaan dansen.

- Platen? - Zo te zien wel.

- Ze heeft geen platenspeler. - Misschien draait ze ze elders.

Onmogelijk.

Op die leeftijd ga je uit en ontmoet je jongens.

- Zij niet. - Je krijgt vriendjes...

- ...en wordt verliefd. - Nee. Zo was zij niet.

- Hoe oud bent u? - 38.

Niet zo snel weglopen.

Ik wil dat u me even in de tuin rondleidt.

U schijnt een schitterende kas te hebben.

Die wil ik graag zien.

Na u, u kent de weg beter dan ik.

Prachtig, hoor.

- En die kast daar? - De gereedschapskast.

- Laat maar zien. - Hij zit op slot.

U hebt de sleutel toch wel?

Doe niet zo onnozel. Uw moeder heeft er vast ook een.

Er ligt niks in wat van belang is.

Dan kunt u hem rustig openmaken. Ik wil de inhoud graag zien.

Ga uw gang.

Kijk nou eens.

Een vreemde hobby.

Sommigen verzamelen postzegels, u foto's van misdadigers.

Waar doet dit u van dromen? De smaak van de macht?

Niet aan komen.

Of de lust om te doden?

Maar ��n kogel.

Voor wie bestemd?

Voor mezelf. Om te spelen.

- Te spelen? - Russische roulette.

Dan hebt u tot nu toe altijd gewonnen.

- En de andere kogels? - Die zijn er niet.

Ik doe maar alsof.

Dus u neemt niet het risico om te schieten?

Kende Olga deze plek?

En uw moeder?

Vast niet.

Haar ouders weten nergens iets van.

Niets over vrienden of een relatie.

Wat doe jij 's avonds of in het weekend? Ga je uit?

- Ik weet niet. Niets. - Ga je niet dansen bijvoorbeeld?

Je moet naar plekken gaan waar wordt gedanst.

- Daar ben ik niet dol op. - Toch ga je het doen.

Omdat Olga daar volgens mij wel dol op was.

Ga informeren bij het patronaat.

Daar ging ze op zondagmiddag heen. Ondervraag de pastoor.

Die zal haar geen dansles hebben gegeven.

Hoe dan ook, ga erheen.

- Mag ik u wat te drinken aanbieden? - Waarom?

- Voor het genoegen. - Dat zou me verbazen.

- Waarom? Bent u bang? - Ik ben nergens meer bang voor.

Maar ik heb geen zin in kletspraatjes.

- Kletspraatjes? - Ze hebben het over een gifmenger.

Bedoelen ze de dokter?

Binnen is het warmer.

En God kletst niet, tenminste niet tegen mij.

Wat denkt u van de dokter?

- U kunt het ook niet laten. - Wat?

De mensen uit te horen.

- Wist u dat Olga zwanger was? - Zo ja, dan had ik niks gezegd.

Als sommige dingen wel gezegd waren, was dit niet gebeurd.

'Zwijgen is geen noodzaak', Voltaire.

Maar toen ik uit Duitsland kwam, had ik beter m'n mond kunnen houden.

- Uit Duitsland? - Verplichte arbeidsdienst.

Ik had daar een liefje.

Zij verwachtte ook een kleine.

Dat heb ik aan m'n vrouw verteld. Ik had beter m'n tong kunnen afsnijden.

Wat is er van die Duitse geworden?

- Het kan best zijn... - Dat ze op u wacht.

U bent de pastoor niet.

Hier moet je ontboezemingen doen. Paap of smeris, ��n pot nat.

En maar schuldig verklaren.

Makkelijk, hoor. Niemand is zonder zonden.

Dat is juist mijn probleem.

'Wij worden allen schuldig geboren. God is onbillijk', Pascal.

Geldt dat ook voor u?

U laat ook nooit los.

Gaat u maar voor. Laatst bij de dokter ging ik voor.

- Nee, na u. - Wie is er aan de beurt?

- Mademoiselle. - Dank u.

Zegt u het maar.

Een tompouce, graag...

...een roomsoes...

...en een baba met rum.

Het is niet voor mij, maar voor m'n moeder.

- Verder nog iets? - Een amandelkoek.

- Het is zijn schuld niet. - Dat van die taartjes?

Ik heb het over de dokter.

- Dat was het? - Ja, dank u.

Wat bedoelt u?

Alsof er nog niet genoeg mensen hem lastig vallen.

Je hoeft me niet zo aan te kijken.

Zo makkelijk kom je niet van me af, verwaande trut.

Je man gaat toch van je af, gekkin.

- Ga weg, oude heks. - Ze is nog lelijk ook.

- Zegt u het maar. - Twee Florentijnse koeken.

Alsjeblieft, voor jullie. Florentijnse koeken uit m'n jeugd.

Wat aardig van u. Bedank de commissaris eens.

- Dat had u niet hoeven doen. - Ach... Kan ik u helpen?

Heeft uw man het verteld van Olga?

- Hier doen praatjes snel de ronde. - Heeft hij zelf niks gezegd?

Dat was niet nodig door de dorpsroddel.

Ze heeft u nooit in vertrouwen genomen?

- Dat heeft ze vast niet gedurfd. - Had ze dat wel moeten doen?

Natuurlijk. Dan hadden wij ons over haar ontfermd.

Wat wil dat precies zeggen?

We hadden het kind kunnen adopteren of iets anders kunnen regelen.

Adopteren? U bent wel ruimdenkend.

Alles is beter dan twee levens verwoesten.

Ik heb haar foto gezien. Ze was nogal leuk om te zien.

Ja, ze had dat frisse van jonge boerenmeisjes.

- In staat om mannen te verleiden? - Kennelijk.

En dat choqueerde u niet?

Dat is het probleem niet.

U hebt zich nooit afgevraagd wie haar zwanger kan hebben gemaakt?

Daarover speculeren zou van een slechte smaak getuigen, commissaris.

Wat spoken ze uit? Kom eens hier, duveltjes.

Natuurlijk wordt er gedanst.

Soms neemt een van hen een platenspeler mee.

Sommige ouders nemen me dat kwalijk.

Maar die zien overal kwaad in. Dat valt niet mee.

- En Olga? - Een onschuldig meisje.

Zoals ze zijn op die leeftijd. Het zijn de volwassenen die ze bederven.

Maar u vroeg of Olga danste. Ja, daar was ze dol op.

Ze kon ook goed dansen.

Had ze ook galante ridders?

Veel jongens wilden met haar dansen. Ze was ook heel opgewekt.

- Had ze een speciaal vriendje? - Nooit iets van gemerkt.

- Kwam ze biechten? - Ja, regelmatig.

Bij u?

Wat beeldt u zich in?

U denkt toch niet dat ik voor u het biechtgeheim verraad?

Wist u dat ze zwanger was?

U wilt dus niets zeggen?

Ik heb u alles verteld wat ik kon vertellen.

Tot ziens dan maar, eerwaarde.

Morgen komen hier wat jongeren bij elkaar.

Misschien zijn er een paar bij die u meer kunnen vertellen.

- Nou en? Het was jouw schuld. - Mijn schuld? Wat krijgen we nou?

- Zo praat je nooit tegen me. - Nu wel, dus.

Ik breng het wel naar de keuken.

- Wat voor lekkers maakt u klaar? - Ratatouille.

Mmm... ratatouille.

Hij heeft maar geluk, die zoon van u, met zo'n moeder.

Ik weet niet zeker of hij dat zo ziet.

- Hebt u maar ��n kind? - Ja.

- Hij is toch 38? - Ja, 38 alweer.

Vreemd dat je je kind niet groot ziet worden.

Ik zou hem geen kind meer noemen.

Mijn zoon heeft z'n zwakke kanten, zoals iedereen.

Maar er zit geen kwaad bij.

Je moet hem alleen met rust laten. Hij is een onschuldige en een dromer.

Neem dat van me aan.

- Hij lijkt van tuinieren te houden. - Ja, hij heeft groene vingers.

De grond bewerken is z'n passie.

- Wie is de vader? - Dat heb ik al gezegd. Ik weet het niet.

Nee, de vader van uw zoon.

Die heeft hij niet.

Die is vertrokken toen ik zwanger was.

Ongetwijfeld van de schrik.

Misschien is Olga ook zoiets overkomen.

Mensen gunnen elkaar het licht in de ogen niet.

Ze willen altijd je leven verknoeien.

Beschuldigt u uw moeder van Olga's ellende?

Dat heb ik nooit gezegd.

Denkt u dat u haar gelukkig had kunnen maken?

Acht u me daartoe niet in staat?

U vindt me zeker maar een onbenul?

Tot ziens, Mme Leblanc.

Commissaris?

Er is voor u gebeld. Of u op het bureau wilt komen.

Bent u al wat opgeschoten?

Het zou beter gaan als mensen niets verzwegen. U bijvoorbeeld.

Ik heb u verteld wat ik weet.

En iedereen heeft het er inmiddels over.

Genoeg gepraat.

- Ik word telefonisch beledigd. - Ook per brief?

Dat vind ik persoonlijk niet erg, al houd ik straks geen pati�nt meer over.

Het gaat om m'n vrouw. Al die lasterpraatjes...

Zij wil een volmaakt gezin hebben.

Ze houdt graag de schijn op.

Alleen de waarheid kan de mensen de mond snoeren.

Ik moet gaan. Tot ziens.

De rechter vroeg me u in voorlopige hechtenis te nemen.

Ik wil u er op wijzen dat ik dat niet heb gedaan.

De rechter zoekt u. Hij begint nerveus te worden.

En Olga's vader is er ook.

- Wat komt hij doen? - Het gaat over de dokter.

- Wat willen ze toch allemaal van hem? - Hij wou niks zeggen voor u er was.

Gaat u zitten.

U wilde me spreken?

Ik wilde u niet storen.

- Maar ik wil een aanklacht indienen. - Een aanklacht indienen?

Ja. Ze is tenslotte vergiftigd.

En ze was zwanger. De schoft die dat heeft geflikt...

Een aanklacht tegen wie? Mr X?

Wie bedoelt u? In mijn ogen is de dokter verantwoordelijk.

Een aanklacht indienen is een ernstige zaak.

Weet u zeker dat u dat wilt doen?

- Hij is dokter, dus dat is beroerd. - Dat kun je wel zeggen.

Maar niets doen is geen optie.

Als u er goed over na hebt gedacht...

- ...zal Dantec u een verklaring afnemen. - Ik wou u ook wat vragen.

Het lichaam.

Kan ik dat mee naar huis nemen?

Dan is ze thuis. Dat is beter voor haar.

- Gaat u niet? - Waarheen?

Biechten.

Nee, u weet zeker dat u in uw recht staat.

Denkt u dat?

Of u bent het type van de hovaardige zondaar.

- Zoals die ander. - Die ander?

En maar praten en vergeten. De dokter.

Denkt u dat hij schuldig is?

Vindt u dat vervelend?

Omdat hij dokter is?

Ik heb eerst in Nantes gestudeerd, waar ook dokter Baron heeft gestudeerd.

- Na twee jaar ben ik gestopt. - Dat had u niet moeten doen.

M'n vader stierf. Ik had geen keus.

- Geen zin in koffie? - Nee.

Nu zeggen ze daar dat de dokter haar heeft verkracht.

Eerwaarde, ik wil u niet lastig vallen.

- U hebt vast ook dingen op uw geweten. - Hoezo? Geldt dat dan ook voor Baron?

Bent u er klaar voor?

Om te biechten.

In elk geval niet nu meteen.

Ik onderzoek de moord op Olga, het kindermeisje van de Barons.

Ja, ik had u al herkend.

Maar dat u de duistere kanten van anderen onderzoekt, sluit u niet uit.

Dat pretendeer ik ook niet.

En Mme Baron? Gaat zij ook te biecht?

- Moet ik daarop antwoorden? - Uw vraag is al een antwoord.

Zij wenst geen rekenschap af te leggen. Maar haar kinderen stuurt ze wel.

Dat is afgesproken toen ze met de dokter trouwde.

- Ze is niet een van de onzen. - Hoe bedoelt u dat?

- U bent toch katholiek? - Ja.

Maar door m'n vak ben ik veel illusies kwijtgeraakt.

Beschouwt u godsdienst als een illusie?

Op dat gebied verkondig ik m'n mening liever niet.

Wat doet u dan in deze kerk? Wat verwacht u van mij?

Ik wilde u wat vragen stellen.

Wat een pastoor, zeg.

U kijkt of u de duivel hebt gezien. Of, erger nog, God zelf.

Hij wou mij ook bekeren, maar heeft het snel opgegeven.

Wat weet hij nou van het kwaad, daar tussen z'n beelden.

- Maar u vergist zich ook. - O ja?

Om iets helder te zien, moet je afstand nemen. Anders niets.

Daarom wou ik in de buurt blijven.

En, wat ziet u?

Wie de man wil begrijpen, zoekt de vrouw.

Dan moet u naar Duitsland terug.

En wat dan nog?

Ik hield veel van haar.

Soms denk ik dat m'n vrouw gelijk had. Ze zei altijd dat mannen laf zijn.

- Hij is er niet, dus dring niet aan. - Ik zag hem naar binnen gaan.

Maak maar een afspraak.

Het is dringend.

U hebt het recht niet me tegen te houden.

- Kan ik u helpen? - U komt precies gelegen.

Wat kan ik voor u doen?

Niets van wat ze zeggen, klopt. Ik kan alles uitleggen.

Niet hier.

- Zal ik bij u langskomen? - Bij mij?

- Op het bureau kan ik u niet ontvangen. - Dat begrijp ik.

Over een uur dan maar?

Dat is te vroeg. Ik moet m'n moeder waarschuwen.

- Tegen theetijd dan? - Dat is goed.

Als het Mlle Simpson is, ik kan haar niet ontvangen.

Vreselijk, ik heb geen moment rust meer.

- Op wie doelt u? - De pati�nten.

- Die hebt u toch steeds minder? - Dat is zo.

- Krijgt u nog telefoontjes? - Niet echt.

- Wordt u achtervolgd? - Ja. Hoewel... nee.

Ik moet u zeggen dat Olga's ouders een aanklacht tegen u hebben ingediend.

Een aanklacht?

Ik zou hetzelfde doen. Als je je kind verliest...

Eerst werd u verdacht, nu bent u aangeklaagd.

- Wat moet ik nu? - Zeggen wat u weet.

Anders eindigt dit in de rechtbank en wordt niemand van uw gezin gespaard.

Goed. U hebt gelijk.

Geef me vijf minuten voor m'n laatste consult.

Wat wilt u van me?

Wist u dat Olga's ouders de dokter hebben aangeklaagd?

Wat vindt u daarvan? Of kan het u niet schelen?

- Het draait altijd om hem. - Wat wilt u daarmee zeggen?

- Hij speelt weer de mooiste rol. - Hij wordt beschuldigd van moord.

Dat bedoel ik niet.

Kent u de dokter al vanaf uw kindertijd?

- We zijn even oud. - En altijd samen hier gewoond?

Olga moest niets van de dokter hebben.

U klinkt nogal zeker van uw zaak.

Het is allemaal mijn schuld.

Ik zou m'n vrouw erbuiten willen houden.

- Maar dat zal wel niet gaan. - Waarbuiten?

Het kost me moeite het te zeggen.

- Ik ben met haar naar bed geweest. - Met Olga?

Ja. Op een zondag, toen we alleen thuis waren.

Ik weet niet wat me bezielde.

U was dus de vader?

Dat weet ik niet. Het is vijf maanden geleden gebeurd.

- En na die vijf maanden? - Nooit meer.

- Nooit meer? - Nee.

Het was of er niets was gebeurd.

Komt u maar.

Monsieur heeft wat vragen over Olga. Kom even hier.

- Kende je haar? - Niet erg goed.

- En jij? - Ik zag haar weleens.

Maar veel weet ik niet van haar.

Wat wilt u weten?

- Kende jij haar goed? - Zeker. Ze was m'n verloofde.

- Ben jij dan... - Dan wat?

...degene die haar zwanger heeft gemaakt?

Dat soort beschuldigingen wens ik hier niet te horen.

Ja, ik ben de vader.

Dan moet ik je vragen om mee te gaan. Haal je spullen.

Ze heeft u nooit iets gezegd?

U wist niet wat ze van plan was om te doen?

Ik vroeg me wel af of ze zwanger was.

Ik dacht dat ze erover zou beginnen. Maar dat heeft ze nooit gedaan.

Ik heb haar niet gedwongen. Ze wou zelf.

Ik had geen slechte bedoelingen.

Ik had moeten beseffen dat, al wou ze graag, het niet goed was voor haar.

Op je 18e zit je vol dromen.

Dan verwacht je andere dingen in het leven.

Ook als ik de vader niet ben, ben ik verantwoordelijk.

Ik heb haar die weg gewezen.

Bedoelt u dat ze nog maagd was?

Daarvan had ze niks gezegd. Ik besefte het pas toen het te laat was.

Sinds een maand voelde ik wel dat het niet zo goed ging.

Ik wist niet wat ik moest doen.

Ik heb me schofterig gedragen.

Ik deed of ik niks merkte.

Ik wilde het liever niet weten.

Wat gaat u doen?

- Gaat u het m'n vrouw vertellen? - Dat lijkt me niet nodig.

Ze heeft vast al weleens overwogen of u de vader kon zijn.

U hebt de smaak te pakken gekregen. Zo krijg je de dingen op een rijtje.

Zo, ik ga nu naar de dokter.

- Maar het is uw dag niet. - Ik wil me solidair tonen.

Mengt u zich nu in andermans zaken?

In vredestijd nooit, maar nu is het oorlog.

- Dat zal de dokter fijn vinden. - Ik zal eerlijk zijn.

Kan ik weer eens lekker bikken.

Ik moet er ook heen. Ik ga mee.

- En mijn reputatie dan? - En de mijne?

Wat staan jullie me aan te gapen?

Jullie zijn allemaal jaloers.

Op wie? Op u?

Op degene die Olga misschien zwanger heeft gemaakt?

U bent hier nooit weg geweest?

En Armand?

Die is na school medicijnen gaan studeren.

- En daarna? - Werkte hij in een militair hospitaal.

- En u? - Ik bleef hier om te helpen.

- Wie te helpen? - Ik moest het huis draaiende houden.

De oude Baron was dood.

Moeder regelde dat ik mocht blijven.

- Armand stelde een contract op. - Ik snap het.

Commissaris, kunt u me zeggen waar u heen wilt?

M'n man raakt met de dag meer van slag. Wat zoekt u precies?

De waarheid.

Door bekentenissen af te dwingen?

Dat is niet m'n gewoonte.

Niet iedereen is als u en denkt in z'n recht te staan.

Sommigen willen de hele wereld op hun schouders torsen.

En voelen zich schuldiger dan ze zijn.

De joods-christelijke geest, snapt u?

Heel goed.

En met al uw indringende vragen...

- Die heb ik u niet gesteld. - Nee, dat zou tijdverspilling zijn.

- Ik geloof niet in je ziel blootleggen. - Gaat u daarom nooit biechten?

Ik ben protestants. Ik hoef alleen aan mezelf rekenschap af te leggen.

- Ik heb hem gevonden. - Wie?

De verloofde van Olga, de verantwoordelijke.

Hij zit op het bureau. U kunt hem ondervragen.

- Hij wacht op u. - Laat hem nog maar even wachten.

En de rechter wil u spreken over die aanklacht.

Goed.

- Gaat u niet naar hem toe? - Als de tijd daar is.

De aanklacht moet ingetrokken worden. Het komt door die vrouw.

De vrouw van de dokter?

- Zij dwingt hem ertoe. - Dwingt hem waartoe?

- Hebt u de kinderen gezien? - Ja.

- Vreselijk toch? - Ik begrijp niet wat u bedoelt.

Nou ja, nu zijn er geen problemen meer.

Over welke problemen hebt u het?

Snapt u het dan niet?

- Het is nu al zes jaar. - Zes jaar?

Dat er geen kinderen meer zijn gekomen.

- Heeft hij het u niet verteld? - Moest dat dan?

Ik ben zwanger.

En wie is de gelukkige vader?

- Raad eens. - Ik geef het op.

Vooruit, waag eens een poging. Het is makkelijk.

Rustig aan.

- Woont u hier al lang? - Sinds m'n vader met pensioen is.

Hij wou niet terug naar Schotland en moeder wou naar haar geboorteland.

Een bijzondere man, m'n vader. Hebt u hem niet gekend?

Die eer heb ik niet gehad.

Kolonel in het leger in India.

De enige man van wie ik heb gehouden. Dat wil zeggen, tot ik hem ontmoette.

De dokter.

Huil nou niet.

Ik laat u alleen.

Rustig maar.

- Hij wacht op u. - Wie?

De verloofde van Olga.

En de rechter.

Hij snapt niet waarom u de dokter niet arresteert.

Ik heb gezegd dat er een ander spoor is.

Goed gedaan. Stuur hem maar.

Commissaris?

Ben jij de verloofde van Olga?

- Wisten haar ouders dat? - Niet echt.

Waarom niet?

Het was niet officieel. We waren het van plan.

Van plan. Net als iedereen in deze zaak.

Hoorde het kind ook bij dat plan?

Ik was van plan...

Ik bedoel: ik zou er voor gezorgd hebben.

Echt waar, ik zweer het.

Dus jij verklaart dat je de vader bent?

Dat maakt jou verdachte nummer ��n.

- Dat begrijp ik. - Dus moet ik je in bewaring stellen.

Heb je me verder niets te zeggen?

Ga iemand halen.

De ezel. Zet hem vast en laat niemand met hem praten. Ik spreek hem later.

- Hij geeft wel toe dat hij de vader is. - Daarvoor mag hij dan even zweten.

Wat ik het leukste vond aan karamels kopen, was ze zien tellen.

Wij kopen er steeds 100. Expres.

En Olga? Vond zij ze ook lekker?

- Zij hield meer van taartjes. - Taartjes?

- Ja. Maar pas sinds kort. - Sinds wanneer?

Weet ik niet. Eerst zei ze dat ze er dik van werd.

Maar later deed ze vervelend. Ze wou ze allemaal alleen opeten.

Vooral soezen met chocola. Vind ik ook het lekkerst.

Ze beweert dus dat ze zwanger is?

Nou, bij haar laatste consult, een paar dagen geleden, was ze dat niet.

Ze kreeg de uitslag van een onderzoek...

...die dan heel anders zou zijn geweest. Ik vermoed zelfs dat ze nog maagd is.

Ze weet gewoon niet meer wat ze moet verzinnen.

U denkt toch niet dat ik haar zwanger heb gemaakt?

Hebt u een kopje koffie voor me?

Dat is heel aardig van u.

Bent u binnenkort klaar met uw onderzoek?

Ik heb de verloofde van Olga gevonden. Degene die haar zwanger maakte.

Dus degene die haar heeft vergiftigd?

Hij of iemand die jaloers op hem was.

En wie is die verloofde?

Een jongen die ze kende van het patronaat.

Van het dansen daar.

- Ik wist wel dat het een slet was. - Zo is het genoeg.

Lekkere koffie maakt u.

Ik heb hem zelf gearresteerd.

- Hoe is het met hem? - Hij is radeloos. Hij heeft gehuild.

- Hij vroeg me niet te spreken? - Nee. Hij zegt niets.

Arme knul.

Ga naar de banketbakker bij de kerk en koop alle soezen met chocola.

- Alle soezen? - Ja, en laat Moers ze analyseren.

Alle soezen.

- Ik heb haar niet vermoord. - Pardon?

Ik heb haar niet vermoord.

Maar je blijft erbij dat je de vader van het kind bent?

Iedereen in deze zaak liegt.

Alleen doe jij het voor de goede zaak. Maar het is zinloos.

Je kunt veroordeeld worden wegens het verleiden van een minderjarige.

Dat wist ik niet.

Ik ben ervan overtuigd dat je echt van haar hield.

Maar als je haar eer wilt redden, kun je beter de waarheid spreken.

Daar heeft ze recht op, denk je niet?

Waarom heeft ze me niets verteld?

Dan was ik met haar getrouwd en had ik voor het kind gezorgd. Echt waar.

- Had je een seksuele relatie met haar? - Nee, dat wou ze niet.

Ze zei dat ik te jong was en niet in staat haar een goede toekomst te bieden.

Ze wilde per se een eethuisje beginnen. Dat was haar droom.

Maar zoiets kon ik niet betalen.

Ze heeft je niet verteld met wie ze een relatie had gehad?

Nee, en ik moet er aldoor aan denken.

Maar op het laatst maakte ze een compleet verloren indruk.

Ze snapte niet, zei ze, dat mensen hun beloften niet hielden.

Aan haar eethuisje dacht ze niet meer.

Ik stak de draak met haar. Ik heb er niets van begrepen.

Je kunt naar huis gaan.

Maar als ik die schoft te pakken krijg die haar heeft gebruikt...

- En, ga je hem arresteren? - Wie?

- De verloofde. - Die is weer naar huis.

- Naar huis? - En die taartjes?

- Er zat niks in. - Zei Moers dat?

Ja. Het bleek wel dat er geen echte chocola in zat.

Blijf de bakkerij in de gaten houden en let op wie er roomsoezen kopen.

- Dus niet de verloofde. En de rechter? - Wat nou?

- Nu moet u de dokter wel arresteren. - Begin jij nou ook al?

Dat ruikt goed.

Op maandag warm ik de kliekjes op.

Rundvlees met wortels smaakt een dag later nog beter.

- Als u met ons in de keuken wilt eten. - Graag, zelfs.

Goedemiddag, samen.

Ik tref u altijd op mijn stoel aan.

- Hallo, kinderen. - Hallo, Mr Maandag.

Wat zei papa nou? Naar jullie kamer.

M'n man denkt dat de bakkersvrouw u taartjes geeft die niet vers zijn.

Taartjes van zondag, snapt u? Het spijt me.

Ze zijn niet alleen niet vers, maar ook nog vergiftigd.

Roggekorrels in soezen. Hoe kon u dat raden?

Ik was er helemaal niet zeker van, maar het is net bevestigd.

- En dat wil zeggen? - Dat Olga's dood een ongeluk was.

Het was bedoeld voor de kinderen.

Weet je zeker dat Mlle Simpson met lege handen uit de bakkerij vertrok?

Denkt u dat het de clochard was?

Ik denk vooral dat de kinderen gevaar lopen.

- Waar zijn ze? - Op school, denk ik.

Ga ze halen als de school uitgaat en breng ze naar huis.

Gaat u de clochard arresteren?

Waarom wil jij toch aldoor mensen arresteren?

- Ik ben er klaar voor. - Waarvoor?

- Om u te volgen. - Om wat te doen?

Om mij te arresteren.

Ik had u nooit in vertrouwen moeten nemen.

Wie heeft dat gedaan?

- Iemand wilde met me afrekenen. - Martin?

Iedereen wijst naar mij. Wel erg makkelijk.

Te makkelijk, want ik zie niet in wat uw belang hierin zou zijn.

Ik ook niet.

Dan zijn we het eens.

Gaat u me niet arresteren?

Vergiftigd? Door Mr Maandag?

Nee, door iemand die hem heeft gebruikt.

Hoe is dat nou mogelijk?

Toch is er iemand.

- U wekt jaloezie op, dokter. - Hoezo?

- Bijvoorbeeld bij Martin. - Martin?

- Maar we zijn samen grootgebracht. - Als broers?

Niet echt, maar we waren kameraden.

En bent u dat tegenwoordig ook nog?

- Nu ligt de situatie anders. - Inderdaad.

Misschien had Martin ook een oogje op Olga?

En het zou me niet verbazen als iemand ook een oogje op u heeft.

- Ik weet niet waar u heen wilt. - Naar Mlle Simpson.

Ze loopt wel erg met u weg.

- Misschien een beetje. - Een beetje?

Ze denkt dat ze zwanger van u is.

Ik weet niet waarom. Ze is er zeker van dat ik me voor haar interesseer.

Ze is alleen, dus beeldt ze zich van alles in.

Ze schrijft u liefdesbrieven.

Misschien is dat ook mijn schuld.

Misschien heb ik iets gedaan wat ze verkeerd heeft uitgelegd.

Ze heeft gedacht...

Ik wil niet dat m'n vrouw dat weet.

U verbergt wel veel voor haar.

Ik wil haar alleen maar beschermen.

- Ik wil haar graag spreken. - Wat gaat u haar zeggen?

Niets wat ze niet mag horen.

Ze is de kinderen van school halen.

Tot zo meteen.

Knap hoor, een clochard aanvallen.

- Ik nam de verantwoordelijkheid. - Als wat?

- Ze rekende op mij als beschermer. - Nou, dat is goed gelukt.

Ik wou haar meenemen. Zij ging akkoord.

Wilde u een eethuisje kopen?

Dat zou iets van ons samen worden. Dat idee beviel haar wel.

U hebt uw hele leven hier gewerkt.

- Wordt u per week betaald? - Hoezo?

U krijgt kost en inwoning en vast ook een loon.

Moeder doet de geldzaken.

Uw moeder beheert dus het geld.

En zij geeft u wat zakgeld.

Moeilijk om dan het geld voor een eethuisje bij elkaar te krijgen.

Logisch dat Olga ongeduldig werd.

Wat weet u daarvan?

- Ze verwachtte een kind van u. - Dat weet ik.

Wilde u dat uw moeder vertellen?

Of wilde u wachten tot zij het zelf in de gaten kreeg?

Vrouwen zien zoiets.

U rekende erop dat mama de zaken zou regelen. Zoals altijd.

Eigenlijk had u niet eens zin om hier weg te gaan.

Dat zijn uw woorden.

Het wordt tijd dat u de waarheid onder ogen ziet.

Haast je. Je moet een dringende boodschap doen.

Wat doet hij nou? Wat hebt u tegen hem gezegd?

We hadden een onderonsje.

Ik weet niet waarom, maar sinds u er bent, is hij anders tegen mij.

Sinds hij hoorde dat Olga dood was?

- U gaat mij toch niet beschuldigen... - U belet uw zoon om te leven.

En om te vertrekken, wat hij allang had moeten doen.

En zeg me niet dat u hem wilt beschermen.

Hebt u de inspecteur opgedragen me te bewaken?

Nee, niet u, maar de kinderen.

- Zijn dat de nieuwe verdachten? - Of de nieuwe slachtoffers.

Omdat Olga zwanger was, zijn de kinderen gezond en wel.

Door haar behoefte aan zoetigheid...

...wierp ze zich op de taartjes van de kinderen.

Die poging van vandaag bewijst dat zij de beoogde slachtoffers waren.

Het spijt me heel erg.

Ik wil je nergens van beschuldigen en wat zij zegt, raakt me niet.

Waar heb je het over?

Zij denkt dat je bij mij blijft vanwege de kinderen.

Maar wie is die zij?

Dat weet je best.

Mlle Simpson.

Ze heeft me bedreigd.

- Dat heb je me niet verteld. - Jij vertelt mij ook nooit iets.

Hoogste tijd om eens samen te praten.

Die trek in ongewone dingen begint rond de 12e of 13e week.

Ze was drie maanden zwanger.

Ik neem het je niet kwalijk.

Alice, ik...

Ik verkoop ze niet, ik geef ze weg. Gewoon, om aardig te zijn.

- Op maandag, als ze niet vers meer zijn? - Dat is beter dan ze weggooien.

- Geeft u ze ook aan Mlle Simpson? - Nee, zij kan ze betalen.

- Ze is een goede klant hier. - Maar maandag kocht ze niets.

- Waarover wou ze u spreken? - Haar moeder.

Die is moeilijk, zoals veel oude mensen.

Soms krijgt ze kuren en wil ze bepaalde taartjes niet meer.

En dan brengt ze die terug. Zit het zo?

En dan geeft u ze aan de clochard.

- Aan niemand anders? - Nee.

De soezen met chocola zijn altijd voor Mr Maandag.

Ja, helemaal.

U hebt het goed begrepen, edelachtbare.

Ze denkt dat hij verliefd op haar is. En dat hij haar afwijst om de kinderen.

De bakkersvrouw nam de taartjes van Mlle Simpson terug.

In sommige daarvan had ze roggekorrels gestopt.

Een oude methode uit de koloniale landen.

Haar vader had in India gezeten. Hij heeft er vast over verteld.

Ze ontdekte dat de clochard taartjes meenam naar de dokter.

Ik heb een hekel aan soezen met chocola.

Een goede reden om ze terug te brengen.

- Die bakkersvrouw is een idioot. - U hebt wel de spot met haar gedreven.

U hebt gevoel voor humor.

Daar hou ik van.

Mijn vader had dat helemaal niet.

- Maar nu is alles verleden tijd. - O ja?

Geen aandrang meer om kinderen te vergiftigen?

Ik meen het serieus.

Dat weet hij nu. Daar wachtte hij op.

Ze hebben alles gedaan om hem bij me weg te houden.

- Wie zijn 'ze'? - Iedereen.

Z'n vrouw, z'n kinderen, de anderen.

Ze voelen wel dat er iets speelt.

Dus klampen ze zich vast, laten niet los.

Maar tegen liefde valt niets te beginnen.

Gelooft u me niet?

Denkt u dat ik lieg?

Laat maar. Dat is vast voor mij.

- De ambulance is gearriveerd. - Mooi. Wacht beneden.

- Zij hebben u gestuurd. - Nee, helemaal niet.

Want ik moet oppassen. Ze zijn slimmer dan ze lijken.

Kunt u een geheim bewaren?

Kom eens kijken.

Wat sta je daar te smoezen?

Maak dat je wegkomt.

Jullie spelen onder ��n hoedje.

U gaat me alles vertellen. Vanaf het begin.

Volgens de deskundige betreft het een geestesziekte.

Men noemt het erotomanie, heb ik me laten vertellen.

Ja, volkomen waar.

Tot ziens, edelachtbare.

Wat me het meest tegenstaat, is dat ik gebruikt ben.

Dat zal me leren om afstand te houden.

Ik begin er niet meer aan.

Eug�nie had het over stoofpot met uitjes. En ze rekent op u.

Nee, geen aardige gestes meer...

...in ruil voor een aalmoes. U ziet waar dat toe leidt.

Gaat u weg?

- Ik moet een trein halen. - Naar Duitsland.

Dat komt allemaal door u.

Wat komt door mij?

Dat ik weer in menselijke welwillendheid geloof.

Dus u laat uw bank in de steek?

Hij is voor u. U maakt er vast goed gebruik van.

Ik ga. Ik wil de trein niet missen.

Veel geluk.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.