All language subtitles for Lawrence Of Arabia (1962)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Waarschuwing gevaar.

Hij was een heel bijzondere man. -Heb je hem goed gekend?

Ik kende hem.

Nil nisi bonum.

Maar had hij hier nu echt een plekje verdiend?

Kunt u iets over Lawrence zeggen? -Nog meer woorden?

De opstand in de woestijn besliste de campagne in het Midden-Oosten.

Ik bedoel iets over kolonel Lawrence zelf.

Nee, ik heb hem niet echt goed gekend.

Mr Bentley, u heeft hem goed gekend. -Het was een eer hem te kennen...

en om z'n faam te verspreiden.

Hij was een dichter, een geleerde en een machtig strijder.

En hij was de ergste exhibitionist sinds er circus bestaat.

Wie bent u? -Ik heet Jackson Bentley.

Ik hoorde wat u zei, en spreek u met klem tegen. Hij was een groot man.

Heeft u hem gekend? -Ik heb hem ooit ontmoet in Damascus.

Ik kende hem niet goed. Hij was lid van m'n staf in Caïro.

Michael George Hartley, dit is een onaangenaam, donker kamertje.

Dat klopt. -We voelen ons er niet fijn.

Het is beter dan een onaangename, donkere loopgraaf.

En jij bent een beste man. -Dat klopt.

Daar komt William Potter met m'n krant.

Alsjeblieft. -Dank je wel.

Wil je een sigaret van korporaal Hartley?

Staat het erin? -Natuurlijk. Met vette koppen.

Maar het staat vast niet in de Times.

Bedoeïenen vallen Turks bolwerk aan.

En op ons hoofdkwartier weten ze nergens van, of het laat ze koud.

Laat me je een vuurtje geven.

Mr Lawrence? Een bericht.

Dat gaat nog eens mis. Het is maar vlees en bloed.

Je bent een filosoof, Hartley. -En jij bent gestoord.

Het doet nog pijn ook. -Reken maar.

Wat is de truc dan? -De truc: is de pijn te verdragen.

Als Gibbon naar me vraagt, ben ik een babbeltje maken met de generaal.

Hij is gestoord.

Ja? -Je had nu...

Hou je altijd je pet op in de mess? -Altijd.

Je hebt dienst. Waar ga je naartoe? -Hier praat je niet over zaken.

Ik ga met de generaal praten. -Ik vraag het je als secretaris.

We willen hier niemand die op hun post horen te zijn. Waar ga je heen?

Toe, Lawrence. -Neem me niet kwalijk.

Je bent een clown. -Niet iedereen kan een dompteur zijn.

Sorry.

Het is een complot. Ik wil niet dat een arrogante, lompe luitenant...

z'n superieur ongestraft te kijk zet.

Hij lijkt me geen groot verlies voor ons.

Het gaat om het principe, Dryden.

Dat is zeker waar. Hier in Caïro is hij nutteloos.

Hij kan naar Arabië gaan. Dat kent hij.

Uit de boeken. Ik heb kolonel Brighton al gestuurd, een soldaat.

Als Brighton om wapens vraagt, krijgt hij die. Wat wil je nog meer?

Dat luitenant Lawrence geen enkel militair advies zal geven.

Ik mag hopen van niet.

Maar het Arabisch Bureau wil een eigen man ter plekke, om...

Waarvoor? -Om zelf poolshoogte te nemen.

Volgens mij en m'n staf is elke actie tegen de bedoeïenen tijdverspilling.

Het zijn maar schaapherders. -Ze hebben Medina aangevallen.

De Turken hebben ze in de pan gehakt. -Dat weten we niet.

Ze hebben de stad niet veroverd. Het is een bijzaak.

Volgens mij zijn al onze operaties een bijzaak.

De echte oorlog is die tegen de Duitsers, aan het westelijk front.

Dat bedoeïenenlegertje is gewoon een bijzaak van een bijzaak.

Grote dingen beginnen klein.

Wat wil het Arabisch Bureau in Arabië?

Denken ze dat het zich na de oorlog onder ons gezag schaart?

Het Bureau wil op dit moment alleen maar de oorlog winnen.

Ik weet zelf wel wat m'n taak is.

Lawrence, sir. -Laat hem binnen.

Goedemorgen, sir. -Salueer.

Voor insubordinatie arresteer ik je.

Zo ben ik nu eenmaal. Het lijkt onbeleefd, maar dat is het niet echt.

Het zijn óf slechte manieren, óf je bent niet goed snik.

Ik weet dat ook nooit. -Hou je mond.

Het Arabisch Bureau denkt je nodig te hebben.

Ik snap niet waarom. Je blijkt al te falen in je huidige taken.

Ik kan niet fluiten, maar ik kan een staat maken van een kleine stad.

Themistokles, een Grieks filosoof. -Ik weet dat je erudiet bent.

Dat staat in je dossier.

Je bent het soort wezen waar ik een hekel aan heb.

Maar ik kan me vergissen. Je mag hem zes weken hebben, Dryden.

Wie weet maakt het een man van hem. Kom binnen.

Wat is er? -Het konvooi is morgen in Port Saïd.

Is dat zeker?

Er is geen geschut bij. -Maar dat moet er zijn.

Dit is een soort expeditie. Hij moet naar Yanbu, een gids zoeken...

dan naar de Arabieren, en daarna terug. Dat lukt niet in zes weken.

Vooruit dan, twee maanden. -Drie.

Goed dan, drie. En mag ik dan nu aan het werk, Mr Dryden?

Dank u, sir.

Ik ben u dankbaar voor deze... -Hou je mond, en verdwijn.

Hoe kan ik oorlog voeren zonder geschut?

Hoe kreeg je dat voor elkaar? -Vraag me liever waarom ik het deed.

Omdat ik de juiste man ben. -Dat vraag ik me af.

Wat is trouwens m'n opdracht? -Prins Feisal vinden.

Goed. En daarna?

Zoek uit wat hij van plan is, op de lange termijn.

De rest hoort Brighton te doen.

Ik bedoel z'n plannen in Arabië in hun totaliteit.

Die is nieuw.

Waar zijn ze nu? -Binnen 500 km van Medina.

Het zijn Hasjemieten. Ze kunnen per dag 100 km in de woestijn afleggen.

Bedankt, dit wordt leuk.

De enigen die plezier beleven aan de woestijn zijn bedoeïenen en goden.

Jij bent geen van beiden. Voor gewone stervelingen is het een hel.

Nee, Dryden. Het wordt leuk.

Het is bekend dat jij rare dingen leuk vindt.

Je kunt hier drinken.

Eén beker.

Drink jij niks? -Nee.

Ik drink alleen als jij het doet. -Ik ben een bedoeïen.

Ben je echt een Brits officier?

Uit Caïro?

Ben je niet uit Caïro komen rijden?

Het is 1500 km. Ik ben per schip gekomen.

En daarvoor? Uit Engeland?

Echt waar? -Uit Oxfordshire.

Is daar woestijn?

Nee, het is een vet land, met vette mensen.

Jij bent niet vet.

Ik ben anders.

Hier, dit is voor jou.

Ik breng je eerst naar Feisal. Geef het daarna.

Pak aan.

Bedoeïenenvoedsel.

Lekken. -Wil je nog meer?

Bedoeïenen. -Waar?

Tot aan het kamp van Feisal bezitten de Harith het gebied.

Ik ben niet van die stam. -Je bent 'n Hazimi van de Beni Salem.

Klem je rechtervoet in de beugel vast met je linker.

Als je klaar bent, geef je hem een tikje en je roept 'hut hut hut'.

Vandaag is het nog moeilijk, maar morgen zal het goed gaan.

Volgens mij zijn we morgen bij de Masturah-bron.

Vanaf daar is het nog één dag tot aan het kamp van Feisal.

Lekker? -Ja, hoor.

Deze bron is van de Harith. Ze zijn een smerig volk.

Turken?

Bedoeïenen.

Wie is dat?

Hij is dood. -Inderdaad.

Waarvoor?

Dit is mijn bron. -Ik heb eruit gedronken.

Dat was je gegund.

Hij was m'n vriend. -Dat daar?

Is dit pistool van jou? -Nee, van hem.

Van hem? -Van mij.

Dan zal ik het gebruiken.

Je vriend was een Hazimi van de Beni Salem.

Dat weet ik.

Ik ben Ali ibn el Kharish. -Ik heb van je gehoord.

Vertel eens...

Wat deed die Hazimi hier? -Hij zou me naar Feisal brengen.

Je komt uit Caïro. -Inderdaad.

Ik ben in Caïro naar school geweest.

Ik kan lezen en schrijven.

M'n meester Feisal heeft al een Engelsman.

Wat is je naam? -Die noem ik alleen aan m'n vrienden.

En geen van m'n vrienden is een moordenaar.

Je bent boos, Engelsman.

Hij was niks. De bron is alles.

De Hazimi mogen niet uit onze bronnen drinken. Dat wist hij.

Salam.

Sherif Ali.

Zolang de Arabische stammen elkaar bevechten, blijven ze een klein volk.

Een dom volk.

Hebzuchtig, barbaars en wreed, net als jij.

Kom mee. Ik breng je naar Feisal.

Ik hoefje gezelschap niet. -Wadi Safra is nog een dag reizen.

Je zult het nooit vinden, en dan sterf je.

Ik zal het wel vinden, hiermee.

Een goed legerkompas.

Stel dat ik het meeneem? -Dan ben je een dief.

Ken je geen angst, Engelsman? -M'n angst is mijn zaak.

Dat is waar.

God zij met je, Engelsman.

Jij daar.

Ik wachtte al op je. Feisal had me verteld dat je kwam.

Hoe wist hij dat? -Hij weet alles wat hier gebeurt.

Geen escorte? -M'n gids is vermoord bij de bron.

Turken? -Nee, een Arabier.

Die verdomde wilden.

Dit is Wadi Safra, hè? -Ja, ze zijn daarginds.

Hoe heet je en wie heeft je gestuurd? -Lawrence, voor het Arabisch Bureau.

Wat moetje voor hen doen? -Dat is nogal vaag.

Ik moet de situatie beoordelen.

Dat zal niet moeilijk zijn. Die is beroerd.

Hun moraal, als ze die al hadden...

is door de Turken bij Medina geveld met houwitsers.

Elke nacht sneuvelt er een stel. Ik zal je dit vertellen.

Wie je ook bent, je bent een Brits officier en dit is een bevel.

Als we in het kamp zijn, mag je niks zeggen.

Begrijp je me? -Ja. Ik begrijp u.

Je neemt poolshoogte en gaat terug naar...

Mijn god, niet weer.

Ik had het hem nog zo gezegd.

Trek naar het zuiden, je ligt nog binnen hun bereik.

Ze begrijpen niet wat moderne wapens kunnen doen.

Vecht terug.

Schiet terug.

Wie ben u? -Luitenant Lawrence.

Hij is van het Arabisch Bureau. U moet naar het zuiden trekken.

Ik moet 80 km zuidwaarts gaan. U had gelijk, ik had het mis.

Nu moeten we de gewonden verzorgen.

Dat kunnen we in Yanbu doen. -Als ze daar kunnen komen.

Ze moeten proberen Yanbu te bereiken. Luitenant...

Lawrence. -U moet weten...

dat m'n volk niet gewend is aan explosieven en machines.

Eerst de kanonnen, en nu dit.

Een sigaret? -Het spijt me.

Een sigaret, excellentie? -Hoepel toch op.

Alstublieft, eentje maar, voor ons allebei?

Hou je vast, Jenkins.

Je hebt geen bediende. -Die heb ik niet nodig.

We kunnen alles: een vuurtje stoken, koken, kleren wassen.

Ongetwijfeld, maar ik kan het me niet veroorloven.

Reciteer zoveel uit de koran als doenlijk is.

God weet dat sommigen van jullie ziek zijn...

terwijl anderen de aarde afreizen, op zoek naar de gaven van God.

Anderen strijden voor Zijn zaak.

Reciteer daarom zoveel als doenlijk is.

En houd je aan de gebeden.

Dat zal het rijkelijkst worden beloond.

Zoek de vergeving van God.

Want voorwaar, God is vergevensgezind en genadig.

Getroot, Ali. -Sherif Ali.

Luitenant Lawrence, u hebt sherif Ali al eens ontmoet, geloof ik.

En nu over 'de helderheid', Selim.

'In het heldere middaglicht, en in het duister van de nacht...

heeft uw God u niet verlaten, noch is Hij ontstemd geweest.

De toekomst zal beter voor u zijn dan het verleden.

Aan het eind zal uw Heer gul voor u zijn, en u zult voldaan zijn'.

En?

Wat is er, kolonel?

Ik wil een besluit horen. -U wilt dat ik naar Yanbu ga.

Hier is het ook niet alles. We kunnen u hier niet bevoorraden.

U kunt ons bevoorraden via Akaba.

Als u het inneemt, en dat kan niet. -U kunt dat wel.

U bedoelt de marine?

De Turken hebben zware kanonnen in Akaba staan.

Begrijpt u wat dat betekent? -Ik kan het me voorstellen.

Vergeet het, de marine heeft wel andere dingen te doen.

Het Suezkanaal verdedigen.

De essentiële sector aan dit front is het kanaal. Dat snapt u toch wel.

Het kanaal is van belang voor de Britten, niet voor ons.

Dat mag u niet zeggen. De Britten delen de Arabische belangen.

Misschien.

U bent ondankbaar. Ga naar Yanbu en u krijgt uw spullen.

Wapens, advies, training, alles. Een modern geweer voor elke man.

Ik wil kanonnen, artillerie.

Kanonnen zoals die van de Turken in Medina.

Geef ons kanonnen en vergeet de training.

Training is harder nodig dan kanonnen.

Leren jullie de bedoeïenen vechten? -Tegen een modern leger.

Wat vindt u van Yanbu, luitenant?

Het ligt erg ver van Damascus.

U komt echt wel in Damascus, wees maar niet bang.

Bent u in Damascus geweest? -Jawel.

Het is een mooie stad, hè? -Heel mooi.

Genoeg. Met dromen komt u niet in Damascus, met discipline wel.

Groot-Brittannië is een klein land, veel kleiner dan het uwe.

De bevolking is relatief klein.

Het is klein, maar groots. En waarom?

Het heeft kanonnen. -Nee, discipline.

Dankzij hun marine kunnen ze toeslaan waar ze willen. Dat maakt hen groot.

Zo is het genoeg. Lawrence is niet uw militair adviseur.

Ik wil z'n mening graag horen. -Wiens bevelen volg je op?

Die van Feisal, in Feisals tent.

Oude dwaas. Wat wil je van hem? Ze zijn twee handen op één buik.

Volgens mij is het waar wat er in uw boek staat.

De woestijn is een oceaan, waarin geen enkele riem spat.

Op die oceaan slaan de bedoeïenen toe waar ze willen.

Zo hebben ze het altijd gedaan. U bent er beroemd om.

Zo moet u nu ook vechten. -Ik weet het niet.

U vergist zich.

Ga naar Yanbu, en jullie worden een zielig eenheidje in het Britse leger.

Je bent een verrader, Lawrence. -Nee, kolonel.

Hij is jong, en jongemannen zijn vol vuur.

Ze moeten hun zegje kunnen doen.

Maar wijzere mensen moeten beslissen. U heeft gelijk.

Laten we snel vertrekken. Vannacht verliest u weer 50 man.

U zegt het ongenuanceerd.

Maar u spreekt de waarheid.

U krijgt m'n antwoord morgen te horen. Nu is het laat.

Brighton wil m'n mannen onder Europees bevel brengen, nietwaar?

Daar komt het op neer.

En ik moet instemmen, omdat de Turken Europese kanonnen hebben.

Maar ik doe het niet graag, dat zweer ik u.

De Engelsen hunkeren naar verlaten gebieden.

Ik hoor dat ze hunkeren naar Arabië. -U moet weigeren.

U bent een Brit. Bent u niet loyaal aan Engeland?

Aan Engeland, en aan andere dingen.

Aan Engeland en Arabië? Is dat mogelijk?

U bent weer zo'n woestijngekke Engelsman. Doughty, Stanhope...

Gordon van Khartoum. Arabieren houden niet van de woestijn.

We houden van water en groene bomen. Er is niks in de woestijn.

En niemand heeft behoefte aan niks.

Of denkt u soms dat we een soort speeltje zijn...

omdat we een klein volk zijn, een dom volk...

hebzuchtig, barbaars en wreed. Weet u, luitenant.

Cordoba had al straatlantaarns toen Londen nog een dorp was.

Jullie waren groots.

Negen eeuwen geleden. -Tijd om weer groots te worden.

En dus begon m'n vader de oorlog tegen de Turken.

M'n vader, niet de Engelsen.

M'n vader is oud.

En ik...

verlang naar de verdwenen tuinen van Cordoba.

Maar eerst moet er worden gevochten.

Om weer groot te worden, hebben we de Engelsen nodig, of...

Of?

Iets waar niemand voor kan zorgen.

We hebben een wonder nodig.

Akaba.

Akaba, vanaf het land.

Je bent gek. Akaba is via land alleen door de Nefoedwoestijn te bereiken.

Dat klopt. -Je kunt de Nefoed niet oversteken.

Ik steek hem over, als jij dat wilt. -Jij? Een kompas volstaat dan niet.

De Nefoed is de hel op aarde. -Ik kan alleen voor mezelf instaan.

Vijftig man? 'Vijftig? Tegen Akaba?

Als er 50 man uit de Nefoed komen, zullen anderen zich aansluiten.

Ik hoorde dat daar Howeitat leven. -Dat zijn bandieten.

Maar het zijn goede krijgers. -Goede...

Jawel, maar er zijn kanonnen in Akaba.

Ze staan gericht op de zee en kunnen niet worden gekeerd.

Aan de landzijde zijn er geen kanonnen in Akaba.

Om een goede reden. Akaba is vanaf het land niet te benaderen.

De Turken verwachten dat allerminst.

Akaba ligt daarginds.

Het is slechts een kwestie van gaan.

Je bent gestoord.

Waar ga je naartoe, luitenant?

Met vijftig van m'n mannen. -We gaan een wonder verrichten.

Godslastering is een slecht begin van zo'n onderneming.

Wie heeft u erover verteld? -Ali. Waarom deed u dat niet?

Trekt u zich terug op Yanbu? -Ja, ik moet wel.

Maar deze mannen kunt u meenemen.

Had Ali het me niet mogen vertellen?

Sherif Ali moet loyaal zijn aan u.

Maar u hebt kolonel Brighton niks verteld.

Nu u het weet, kunnen we zeggen dat we in naam van Feisal optrekken.

Dat mag u gerust zeggen.

Maar in wiens naam rijdt u eigenlijk?

Ik heb ze gepakt. Ze hadden ons gevolgd. Ze waren hier.

Waarom zijn jullie hier?

Om lord Lawrence te dienen. -Dat is waar, dat willen ze echt.

Jullie zijn ons gevolgd, terwijl je daar moest blijven.

Onze kameel dwaalde af. -Ze leidde ons naar lord Lawrence.

Het is de wil van Allah. -Godslastering.

Dit zijn geen knechten. Dit zijn verschoppelingen, zonder ouders.

Pas maar op. Ze zijn ongeschikt.

Ze klinken heel geschikt. Jullie kunnen voor de bagage zorgen.

Dit zijn geen knechten, maar aanbidders.

Een shilling per week. -Dat is redelijk.

Voor allebei. -Dat is te veel.

Ze zullen geluk brengen. Allah is de barmhartige welgezind.

Daar is de spoorweg.

En dat is de woestijn.

We hebben alleen het water dat we bij ons hebben.

Voor de kamelen is er helemaal geen water.

Als de kamelen doodgaan, sterven wij ook.

Na twintig dagen zullen ze doodgaan.

Dan hebben we geen tijd te verliezen.

Ik was aan het denken. -Je zakte weg.

Ja. Het zal niet nog eens gebeuren.

Wees gewaarschuwd, je zakte weg.

Het zal niet nog eens gebeuren.

Dit is verspilling van het water.

Van nu af aan reizen we 's nachts, en rusten we als het te warm is.

Een paar uur per dag.

Waarom gaan we niet meteen verder? -Nu gaan we rusten.

Drie uur. -Prima.

Ik zal jullie wekken.

Gaan we hier rusten? -Dat kan niet meer tot er water is.

Aan de andere kant daarvan.

Hoeveel is er daarvan? -Dat weet ik niet.

Maar we moeten eroverheen zijn voor de zonsopgang van morgen.

Dit is het aambeeld van de zon.

Is het ons gelukt?

Maar het aambeeld ligt nu achter ons. -Godzijdank.

Juist, bedank Hem maar.

Als je wist hoe je Hem hebt getergd. -Dat weet ik.

Het is ons gelukt. -Met Gods wil.

Wanneer zijn we bij de bronnen? -Rond het middaguur, als God het wil.

Dan is het ons gelukt. -Bedank Hem, Lawrence.

Van Gasim.

Wat is er met hem gebeurd? -God mag het weten.

Waarom stop je niet? -Waarom? Vanmiddag is hij dood.

We moeten terug. -Om samen met Gasim te sterven?

Over een uur komt de zon op.

Begrijp het dan toch. We kunnen niet terug.

Ik wel. Neem de jongens mee.

Als je teruggaat, wordt het je dood. Gasim heb je al gedood.

Ga opzij.

Dit moest. Het staat geschreven. -Niets staat geschreven.

Ga dan maar. Waarom heb je ons hier gebracht, in al je hoogmoed?

Engelse godslasteraar.

Akaba? Was het Akaba?

Je zult Akaba niet bereiken.

Ga maar terug, godslasteraar. Maar je zult Akaba nooit zien.

Ik kom in Akaba. Dat staat hier geschreven.

Engelsman.

Lawrence. Daud.

Daud.

Farraj.

Niets staat geschreven.

Al Lawrence.

Ga dit wassen, Farraj.

Al Lawrence.

Voor sommigen staat niets geschreven tot ze het zelf schrijven.

Niet Al Lawrence, gewoon Lawrence.

Al Lawrence is beter. -Dat is waar.

Is je vader ook gewoon 'meneer' Lawrence?

M'n vader is sir Thomas Chapman.

Is dat een lord? -Een soort lord.

En als hij sterft, word jij ook lord.

Je hebt dus een oudere broer.

Ik begrijp het niet. De naam van je vader is Chapman.

Hij is niet met m'n moeder getrouwd. -Ik snap het.

Het spijt me.

Je bent dus vrij om je eigen naam te kiezen.

Ja, dat zal wel zo zijn.

Al Lawrence is de beste.

Goed, dan ga ik akkoord met Al Lawrence.

Dit is het gewaad van een sherif van de Beni Wejh.

Heel mooi.

Een hele eer. -De eer is aan ons. Salam, sherif.

Mag ik? -Natuurlijk.

Hij, voor wie niks geschreven staat, kan zich een clan toeschrijven.

Dit is geschikt om te rijden. Probeer het maar.

Wat ben je aan het doen, Engelsman? -Dat zie je.

Ben je alleen? -Bijna.

Hoor je bij die honden die uit m'n bron drinken?

Ik ben Auda Abu Tayi.

Ik ken nog een man die zo heet. -Wie bedoel je?

Die Auda zou geen hulp nodig hebben om z'n bronnen te bewaken.

Hij moet een grote held zijn. -Dat is hij ook.

Hij zou geen water weigeren aan mannen die uit de Nefoed komen.

Dat moet een ander zijn.

Daar is m'n hulp.

Zoon, wat is dit voor kleding? -Harith.

Welke stijl van de Harith? -Een sherif van de Beni Wejh.

En is hij een Harith? -Nee, hij is Engels.

Ze stelen ons water, zoon.

Vertel hun dat we eraan komen. Vooruit.

Maak dat leeg. -Niet doen.

Auda van de Howeitat spreekt. -Ali van de Harith antwoordt.

Harith. Ali.

Steeltje vader nog steeds?

Nee.

Ziet Auda me soms als een van z'n eigen bastaarden?

Nee, ik zie geen gelijkenis.

Helaas lijk je op je vader.

Dat streelt me. -Je voelt je snel gevleid.

Ik heb je vader goed gekend.

Heb je die van jou gekend?

We zijn met veel meer man. Stel dat we jullie neerschieten?

Dan heb je een bloedvete met de Howeitat. Willen jullie dat soms?

Dat wil onze staf in Caïro, noch de sultan zelf.

Roep je man tot de orde.

Dit siert de onwaardige. Ik ben net begonnen met z'n lessen.

Wat leer je hem vandaag? Over de gastvrijheid van de Howeitat?

Geen geintjes, Engelsman.

Wie is hij? -Een vriend van prins Feisal.

Je verlangt dus gastvrijheid van me?

Is hij soms je spreekbuis? -We willen graag uw gastvrijheid.

Dan schenk ik je die, als je hem wilt aannemen.

Ik ben in m'n armzalige zomerkamp. Sommigen vinden het er prachtig.

Morgen laat ik de Turken jullie misschien kopen.

Maar kom eerst bij me eten.

Kom bij Auda eten, Engelsman. Eet met een Howeitat, Harith.

Ik nodig jullie uit om bij mij te komen eten in Wadi Rumm.

Je wilt iets tegen Akaba ondernemen...

wat hoop je erbij te winnen?

We doen het voor Feisal van Mekka. De Harith werken niet uit winstbejag.

Als een man het in z'n aard heeft om dienaar te zijn...

dan zijn er slechtere meesters dan Feisal te vinden. Ik kan niet dienen.

Je staat de Turken toe in Akaba te blijven.

Omdat ik dat prettig vind.

We doen dit niet voor Feisal.

Voor de Engelsen dan? -Voor de Arabieren.

De Arabieren?

De Howeitat, Ageyil en de Beni Sahkr ken ik wel. Ik ken zelfs de Harith.

Maar de Arabieren? Wat voor stam is dat?

Het is een stam van slaven. Ze dienen de Turken.

Ze betekenen niets voor me. Mijn stam is de Howeitat.

Die alleen voor gewin werken. -Voor Auda's genoegen.

En Auda wil graag de Turken dienen.

Ben ik een dienaar? -Het is de knecht die geld aanneemt.

Ik ben Auda Abu Tayi. Ik ben geen dienaar.

Dient Auda Abu Tayi iemand?

Ik heb 23 grote wonden, die ik heb opgelopen in de strijd.

Ik heb eigenhandig 75 man gedood in de strijd.

Ik drijf m'n vijanden uiteen, ik pik hun kuddes in.

De Turken betalen me een schat aan goud. Toch ben ik arm.

Omdat ik zoals een rivier ben voor m'n volk.

Noem je dat dienen?

En nu lijkt het of Auda oud is en geen zin meer heeft om te vechten.

Wees blij dat je dat in mijn tent zegt, oude tulp.

Maar dit is een tulp die de Turken niet kunnen kopen.

Waarom zouden ze dat ook willen?

Ik zal vertellen wat ze me betalen.

Vertel mij dan maar of dat een knechtenloon is.

Ze betalen me elke maand...

honderd gouden gienjes.

Honderdvijftig, Auda.

Wie heeft je dat verteld? -Ik heb grote oren.

Met een lange tong ertussen. -Het is hoe dan ook een schijntje.

Een schijntje, dat ze uit een grote kist vissen.

In Akaba.

In Akaba? -Waar anders?

Jullie zeuren zoals vrouwen.

We zijn dom geweest. Auda gaat niet mee naar Akaba.

Niet voor geld, noch voor Feisal, noch om de Turken te verjagen.

Hij gaat mee omdat het een genoegen voor hem is.

Je moeder paarde met een schorpioen.

Laat God u leiden.

Akaba.

God zij met u.

God zij met u.

God zij met u.

Ja, Akaba.

Morgen nemen we het in.

Denk je dat dat lukt? -Als het waar is van die kanonnen.

Hij doodt iemand, hij sterft.

Dit is het einde van Akaba.

Een van ons heeft een man van Auda vermoord.

Diefstal, een vete, het maakt niet uit.

Ali. -Het is een oude wond.

Ik ben hier niet gekomen voor een stammenoorlog.

Zo is de wet, Lawrence. -Die zegt dat de man moet sterven.

Als hij sterft, zijn de Howeitat dan tevreden?

Sherif Ali, als de mannen van Auda die van jou niets doen...

zijn de Harith dan tevreden?

Dan zal ik de wet uitvoeren.

Ik heb geen stam.

En niemand is beledigd.

Gasim.

Heb jij het gedaan?

Wat is er met de Engelsman? -Hij had die man gered uit de Nefoed.

Het stond dus geschreven. Je had hem beter daar kunnen laten.

Het was een zuivere executie. En het was noodzakelijk.

Je schonk een leven, en je nam het. Je schrijft nog steeds zelf.

Auda Abu Tayi.

Het wonder is volbracht. Guirlandes voor de veroveraar.

Een eerbetoon aan de prins, bloemen voor de man.

Dat ben ik allemaal niet. -Wat dan wel?

Dank je.

Wat hou ik toch veel van dit land. Wat nu?

Er is geen goud in Akaba.

Ik heb het gevonden, Auda.

Wat jammer.

Ali, breng een bericht naar Yanbu. Feisal moet voor schepen zorgen...

en het Arabische leger naar Akaba brengen.

En jij?

Ik ga het de generaals in Caïro vertellen.

Ik steek de Sinaï over. Kom mee.

De Sinaï? -Ja.

Met die twee? -Die redden het wel, met mij erbij.

Luister, Ali.

Als jouw bedoeïenen dit in Caïro vertellen, worden ze uitgelachen.

Ik snap het al. In Caïro trek je de malle kleren uit.

Je vertelt ze in je uniform hoe raar we zijn, en hoe primitief.

En dan zullen ze je geloven. -Je bent een onwetende man.

Papier.

Er is geen goud in Akaba.

Geen goud.

Geen grote kist.

Is Auda hierheen gekomen voor goud? -Voor m'n genoegen, zoals je al zei.

Maar goud is eerzaam.

En Lawrence heeft goud beloofd. Hij heeft gelogen.

Luister, Auda.

'De Engelse Kroon...

belooft een betaling...

van vijfduizend gouden gienjes...

aan Auda Abu Tayi.'

Was getekend, namens zijne koninklijke hoogheid...

door mij.

Over tien dagen...

ben ik terug met het goud.

Met goud, met kanonnen, met alles.

Tien dagen. Steekje de Sinaï over?

Waarom niet? Mozes heeft dat ook gedaan.

Neem je die kinderen mee? -Mozes heeft dat ook gedaan.

Mozes was een profeet en een beschermeling van God.

Hij heeft gezegd dat er hier goud was. Hij heeft gelogen.

Hij is niet perfect.

Kunnen we niet even rusten? -Pas als de boodschap is afgegeven.

Hebben jullie weleens in bedden geslapen, Farraj en Daud?

Met lakens?

Morgen lig je tussen zachte lakens in het mooiste hotel. Dat beloof ik.

Dan zal het ook zo zijn.

Kijk.

Een rookkolom.

Nee, stof.

M'n kompas.

Het geeft niets.

Als je westwaarts gaat, stuit je op het kanaal. Op naar het westen.

Kom op.

Lawrence.

Farraj.

Niet doen, Farraj.

Niet doen.

Waarom loop je, Lawrence?

Waarom?

Lawrence.

Waarom? Er is ruimte genoeg voor twee. Dit heeft geen zin.

Kijk, Lawrence.

Waarschuwing.

Alles is goed met me, Farraj.

Wie zijn jullie?

Wie zijn jullie?

Daud. -We zijn er.

Neemt u hem mee naar binnen?

Kom hier.

Jullie daar.

Waar denk je datj e naartoe gaat? -We hebben dorst.

Bent u niet Mr Lawrence?

Gaat u naar de officiersmess?

U kunt hem niet mee naar binnen nemen.

Waar lijkt hij op, volgens jullie?

Ga weg, effendi.

Ga weg. Jullie moeten hier weg.

We willen twee grote glazen limonade.

Deze bar is voor Britse officieren. -We zijn niet kieskeurig.

Ben je gek geworden? -Nee, vreemd genoeg niet.

Ga weg, wil je? -Haal die jongen hier weg.

Deze verwijderen we in ieder geval.

Haal die bruinjoekel hier weg. -Weg met hem.

Wat is hier aan hand?

Het is Lawrence. -Limonade met ijs.

Geef maar een verklaring.

We hebben Akaba ingenomen. -Wie heeft dat gedaan?

Onze partij in deze oorlog. De bruinjoekels.

Wij. Hij vindt je limonade lekker.

Zijn de Turken vertrokken? -Nee, maar ze hebben geen laarzen.

We hebben het hele garnizoen krijgsgevangen gemaakt.

We hebben er ook een paar gedood. Te veel. Dat moet beter.

Er zijn veel doden gevallen.

Ik zweer dat het allemaal waar is.

Dat is niet mogelijk. -Toch wel. Ik heb het zelf gedaan.

Je moet met generaal Allenby gaan praten. Die voert nu het bevel.

Dat is een stap in de goede richting.

Eerst wil ik een kamer, met een bed met lakens.

Voor hem.

Je wilt zelf toch ook wel een bed? -Ik ga eerst naar Allenby.

Zal hij me ontvangen? -Ik denk het wel.

Zorg er maar voor.

Ik moet me scheren. -En je moet een broek aan.

Ongedisciplineerd.

Niet stipt.

Slordig.

Verscheidene talen.

Verstand van muziek...

en literatuur.

Verstand van...

Verstand van...

Je bent een interessante man, dat staat vast.

Wie gaf je bevel Akaba in te nemen? -Niemand.

Sir. Waarom deed je het dan?

Akaba is belangrijk. Het is de Turkse toegang tot het kanaal.

Niet meer. Ze gaan via Beersjeva. -Ja, maar wij zijn naar Gaza gegaan.

Dus toen lag Akaba rechts achter u. -Dat is waar.

En het zal nog verder rechts achter u liggen, als u naar Jeruzalem gaat.

Ga ik dan naar Jeruzalem? -Ja.

Goed, Akaba ligt dus rechts achter me.

Het bedreigde El Arisj en Gaza.

Was er nog iets? -Akaba is met Medina verbonden.

Moeten we ze uit Medina wegjagen? -Nee, laat ze daar maar blijven.

Je hebt zonder bevel gehandeld. -We horen toch initiatief te tonen?

Het was enorm gevaarlijk. -Dat weet ik.

Echt waar?

Ik promoveer je tot majoor. -Dat lijkt me geen goed idee.

Dat vroeg ik je niet. Je moet teruggaan en je werk voortzetten.

Dat wil ik niet, maar bedankt.

Waarom niet? -Ik...

Eens even denken.

Ik heb twee mensen gedood. Twee Arabieren.

Een van hen was een jongen. Dat was...

gisteren. Ik leidde hem het drijfzand in. De ander was een man.

Dat was...

voor Akaba.

Ik moest hem executeren. Er was iets wat me tegenstond.

Natuurlijk. -Nee, iets anders.

Laat het een waarschuwing zijn.

Nee, het was iets anders.

Wat dan? -Ik genoot ervan.

Onzin. Het zijn je zenuwen. Je bent moe.

Is dat pak voor het amateurtoneel? -Inderdaad.

Laat dat ding om je hoofd eens zien.

Ze dragen fascinerende kleren. Hoe zou dit mij staan?

Compleet belachelijk. -Hou jij het maar.

Ik wil alleen maar zeggen dat ik er niet geschikt voor ben.

Heus? Wat vind jij ervan, Dryden?

Vóór z'n actie zou ik het onmogelijk hebben genoemd.

Brighton? -Ik weet wat hij denkt.

Hij verdient een lintje. Z'n drijfveren doen er niet toe.

Het was een briljant staaltje krijgskunde.

Mr Perkins.

Laten we iets drinken, heren.

Hebt u hierover gehoord, Mr Perkins?

Wat vindt u ervan? -Fantastisch. Goed gedaan.

Bedankt, Mr Perkins.

Vooruit, daar gaan we.

U bent behoorlijk slim. -Nee, maar ik heb oog voor klasse.

Dat mag toch wel?

Als ik naar Jeruzalem wil, moet ik groeperen en niet verspreiden.

Bravo. -Weet u iets beters?

U vecht zoals De Saxe. -We zullen het uitstekend doen.

Rustig, heren. Wil je ons iets inschenken?

Ik ben hier op uitnodiging van majoor Lawrence.

Tracy.

Zullen we naar buiten gaan?

Houdt u het Turkse woestijnleger gevangen?

Met duizend Arabieren?

Die staan voor duizend messen, dag en nacht inzetbaar.

Die staan voor duizend kamelen, met evenveel explosieven en geweren.

We kunnen Arabië oversteken voordat de Turken reageren.

Ik verwoest hun spoorwegen, keer op keer.

Binnen 13 weken is Arabië een chaos. -Gaat u dan terug?

Ja, natuurlijk ga ik terug.

De Turk zal het ook door hebben.

Hij zal geen vier divisies tegen een paar bandieten blijven inzetten.

Arabië hoort bij z'n rijk. Als hij zich terugtrekt, is hij het kwijt.

Wie zal het dan doen? -Niemand.

Arabië is nu voor de Arabieren.

Dat heb ik ze tenminste verteld. Dat geloven ze.

Daar vechten ze voor. -Dat zal best.

Ze zijn alleen bang dat wij straks de plaats van de Turken innemen.

Ik heb hun verteld dat we niks van plan zijn in Arabië. Is dat zo?

Ik ben gelukkig geen politicus.

Hebben we plannen in Arabië, Dryden?

Een lastige vraag.

Ik wil weten of ik hun in uw naam kan vertellen...

dat we geen plannen hebben in Arabië.

Natuurlijk.

Tweeduizend handwapens is te weinig. Ik heb er vijfduizend nodig.

Geld. Het moeten munten zijn. Ze willen geen papier.

Instructeurs voor de mitrailleurs. Meer geld.

Hoeveel meer? -25.000 nu, en later nog veel meer.

Dat kan geregeld worden. -Een paar pantserwagens.

Goed. -Veldgeschut.

Goed.

Ik geef u alles, omdat ik weet dat u het zult gebruiken. Proficiat.

Bedankt voor uw gastvrijheid.

Gefeliciteerd.

Wilt u ze echt geschut geven?

Dat zullen we niet zo gemakkelijk terugkrijgen.

Met geschut maken we ze onafhankelijk.

Dus kan ik ze dat niet geven. Gelukkig moet ik bevelen opvolgen.

Dat geldt niet voor die stakker. Hij wil het onmogelijke.

Hopelijk doen wij dat niet.

Pauze.

Van wie zijn al die koffers? -Van prins Feisal.

Dat ben je toch niet zelf, hè? Maar je kent hem wel?

Hij is m'n meester. Ik ben z'n dienaar.

Kun je lezen?

De Chicago Courier is m'n krant, maar m'n werk verschijnt in heel de VS.

Dat had ik al uit uw brief begrepen.

Zeg het eens. -Waar kan ik majoor Lawrence vinden?

Bent u daarvoor hier gekomen? -Niet helemaal.

Majoor Lawrence bevindt zich bij m'n leger.

Waar kan ik uw leger vinden? -Dat weet ik niet.

Vorige week waren ze bij El Ghira.

Er wacht u een lange reis. Kunt u kameelrijden?

Ik heb het nooit geprobeerd. -Neem een ezel.

Vermijd Mellaha, daar zijn de Turken. -Nu al? Ze rukken snel op.

Inderdaad, maar niet zo snel als wij, zoals u zult zien.

Ik ga naar Caïro...

zoals u weet. Ik heb daar ander soort werk te doen.

U kreeg geen geschut, heb ik gehoord. -Dat is waar.

Belemmert dat u? -Het beperkt ons tot kleine daden.

Dat was ook de bedoeling.

Kent u generaal Allenby? -Pas op voor hem. Hij is een gladde.

Wat bedoelt u? -Een slimme man.

Een gladde, heel aardig.

Ik zal voor hem oppassen. U bent heel aardig, Mr Bentley.

De Amerikanen waren ooit een koloniaal volk.

We voelen mee met elk volk dat voor z'n vrijheid vecht.

Heel fijn.

En u wilt graag uw verhaal kwijt, en ik wil het graag vertellen.

Nu spreekt u klare taal, of niet soms?

Ik geef u een gids en een brief mee. Voor ik hier vertrek...

en dat is zo meteen, zal ik u wat feiten en cijfers noemen.

U weet natuurlijk dat we de Turkse spoorwegen vernielen.

En Lawrence heeft de leiding, hè? -M'n leger bestaat uit stammen.

Die worden geleid door stamhoofden.

Ze hebben Lawrence toch heel hoog zitten?

Jazeker, en terecht.

In dit land...

is een man die overwinningen brengt, boven elke andere verheven.

Ik kan u een cijfer uit m'n blote hoofd noemen...

omdat ik het niet kan verdringen.

Sinds het begin van deze campagne verloren we...

37 gewonden...

en 156 doden.

Het onevenredig groot aantal doden valt u zeker op.

Ja, vier keer zo veel.

Dat komt omdat we de ernstig gewonden zelf doden.

We laten geen gewonden achter voor de Turken.

Ze zien ons niet als soldaten, maar als rebellen.

Die vallen niet onder de Geneefse conventie, en worden ruw behandeld.

Hoe ruw? -Erger dan u zich kunt voorstellen.

Ik snap het.

Wij verzorgen de krijgsgevangenen volgens de conventie.

Ik wil graag dat u daar aantekening van maakt.

Komt dat door majoor Lawrence? -Waarom denkt u dat?

Ik hoorde in Caïro dat hij niet tegen bloedvergieten kan.

Inderdaad. Voor hem is genade een passie.

Voor mij zijn het vooral goede manieren.

U mag zeggen welk motief het betrouwbaarst is.

Wilt u nu... -Natuurlijk.

Dank u wel.

Kunt u die brief voor me regelen? -Ik zal al m'n beloftes nakomen...

als u me eerlijk vertelt waarom m'n volk en Lawrence u zo interesseren.

Het is heel simpel. Ik zoek een held. -U lijkt me geen romantisch type.

Nee, maar een paar machtige mannen in de VS vinden dat het tijd wordt...

dat Amerika zich mengt in de strijd tegen Duitsland, en Turkije.

Ik zoek materiaal dat ons volk bewijst dat deze oorlog...

Best leuk is? -Ik wil het avontuurlijke tonen.

U zoekt iemand die uw land de oorlog in kan trekken.

Ja. -U moet Lawrence hebben.

Stop.

Hou op.

Vooruit, jongens.

Ik heb nog nooit iemand met een zwaard gedood zien worden.

Waarom neem je geen foto? -Had ik dat maar gedaan.

Hoe gaat het met je?

Zit ik hierin? -Heb je een foto van hem genomen?

Je raast in hoog tempo door je negen levens heen.

Je houdt er fijn gezelschap op na.

Hij is nogal ouderwets. Hij denkt dat zo'n ding z'n kracht steelt.

Hij vindt je een soort dief. -Mag ik een foto van jou nemen?

Ga je gang. -Ga maar lopen.

Majoor Lawrence.

Helemaal perfect.

Dat geplunder moet ophouden. -Het hoort erbij.

Het is diefstal. En zo creëer je dieven.

Zeg dat maar niet tegen Auda. Het is hun loon.

Krijgen Engelse soldaten dan geen loon?

Die smeren 'm niet met hun geld. -Dat mogen ze niet.

Weer een stel dat je niet terugziet. -Ze zullen terugkomen.

Ze komen terug, zegt hij. Is dat zo? -Niet dit jaar.

Hoeveel man heb je nog over? Tweehonderd?

Minder. -Nou dan.

Ze komen terug, zeg ik.

Ben je ernstig gewond? -Ik ben helemaal niet gewond.

Weetje het niet? Ze kunnen me alleen doden met een gouden kogel.

De kleine burger ons parlement.

Het is voor kinderen. Ik ben weer gaan Ieren.

Wat leer je hier dan uit? -Politiek.

Komt er democratie in dit land? Krijgen jullie een parlement?

Dat zal ik je vertellen als we een land hebben.

Was dat een goed antwoord? -Je zei niks. Dat is politiek.

Je bent een snelle leerling. -Ik heb een goede leraar.

Hoe is het met je? -Goed.

Voor ik terugkeer naar de welvaart, waar ik me op verheug...

wil ik je twee openhartige vragen stellen.

Ik ben benieuwd naar zo'n vraag uit jouw mond.

Wat hopen deze mensen te winnen bij deze oorlog?

Ze hopen hun vrijheid te winnen. Vrijheid.

Ze hopen hun vrijheid te winnen.

Ze zijn met velen. -Ze zullen die krijgen.

Ik zal hun die geven. En de tweede vraag?

Ik wou vragen...

wat jou persoonlijk zo aantrekt in de woestijn?

Hij is schoon.

Dat is een zeer verhelderend antwoord.

Mag ik een afscheidsfoto nemen?

Ik heb Math Budad er twee lampen voor gegeven. Voor eén klok.

Een eerlijke ruil. -Ruil? Ik heb ze afgezet.

Rotzooi.

Ik moet iets eervols zien te vinden.

Het jaar is bijna om, Brighton.

Ik moet iets eervols zien te vinden.

Nu mag je de trein opblazen. -Wat ben je nu van plan?

Nu ga ik weg. Zij zullen m'n speeltjes dragen.

En zij zullen dat ook doen.

Lawrence gaat vechten in de winter. Maar jij gaat naar huis met je buit.

Als Lawrence zijn buit binnen heeft, gaat hij ook naar huis.

En jij zult hetzelfde doen. -Niks ervan, Auda.

Dan ben je een dwaas. -Maar ik ben geen deserteur.

Dank God dat hij je een dom gezicht gaf toen hij je dom maakte.

Je bent een onbeschofte schurk.

Ik ga, voor ik mezelf bezoedel met het bloed van een dwaas.

Alsof je tegen een muur praat.

Wat ga je nu doen? Wat kun je doen?

Ik ga naar het noorden. Dat wil Allenby toch?

Hij wil tot achter Deraa komen. -Dan breng ik het leger daarheen.

Allenby moet opschieten, anders zijn we in Deraa voor hij in Jeruzalem is.

Een trein, Farraj.

Verstop je.

Ontsteking.

Pak maar een andere.

Er is genoeg tijd. Haal een andere.

Wat is er gebeurd? -Een ontsteking.

Hij kan niet rijden. Kijk maar.

Je weet wat er gebeurt als ze hem levend pakken.

Daud zal boos op je zijn.

Doe hem m'n groeten.

Wat ga je nu doen?

Ik ga naar het noorden. -Met twintig man?

Wat zou je me dan aanraden?

Wat raad je me aan?

Hij heeft tien keer zo weinig man. -Hij heeft eigenlijk gelogen.

Ja en nee. Hij liegt niet over wat hij heeft gedaan.

Er is dus een noordelijk Arabisch leger.

Nee, daarover heeft hij gelogen. -Weet je ook waarom?

Het is zijn leger. -Het is het leger van prins Feisal.

Zou hij lid van hun volk zijn geworden?

Hij zou het wel doen als het mogelijk was, denk ik.

Dit is mijn type land niet. -Ik vroeg het zomaar.

Het gaat erom dat ik het geloofde, en dat de Turken het geloven.

Ze bieden 20.000 pond voor hem.

Grote goden.

Hij heeft niet lang meer te leven. -Hij is een dapper man.

Hij trekt noordwaarts met 50 man. Hij heeft lef genoeg.

Ik vraag me af of ze net zoveel voor mij zouden bieden.

En volgend jaar? Komen ze nog terug? -Het zou me niks verbazen.

Ze zien hem als een soort profeet. -Zij, of hijzelf?

Mag ik nu spreken?

Nog één fout, en je staat er alleen voor.

Ik tel mezelf niet mee. -Ik tel de anderen niet mee.

Ze zeggen dat ze van je houden. Wees dus zuinig op ze.

Laat ze iets doen wat haalbaar is. Maar jij wil dat ze over waterlopen.

Precies.

Wat weet jij ervan? Als het aan jou lag, waren we in Yanbu, dus nergens.

Wat ik hun vraag, is mogelijk. Zij weten dat, jij niet.

Denk je dat ik zomaar iemand ben?

Wie wil met mij over water lopen?

Wie gaat er mee naar Deraa? -Daar ligt een garnizoen.

Vechten we met 20 tegen 2000 man? -Desnoods ga ik alleen.

Ik heb de Britten beloofd dat we daar zijn, als zij in Jeruzalem zijn.

Of misschien ben je hier voor de Engelse generaals.

Wie zegt dat? -Het is een gerucht.

Dat is geen argument. -Een discussie.

Ik breng de opstand vandaag naar Deraa, terwijl jullie discussiëren.

Kun je voor een Arabier doorgaan?

Ja, als een van jullie me z'n vuile kleren leent.

Dit is waanzin.

Wat zoek je? -Iets om mezelf aan te kondigen.

Heb geduld met hem, God.

Zie je hoe ze naar je kijken? -Ik ben onzichtbaar.

Doorlopen. -Halt.

Jij daar, en jij ook.

Jij.

Jij.

Je hebt blauwe ogen.

Nogmaals, je hebt blauwe ogen. -Ja, effendi.

Ben je een Tsjerkes? -Ja, effendi.

Hoe oud ben je? -27 jaar, effendi.

Tenminste, dat dacht ik. -Je lijkt ouder.

Je hebt veel ervaring.

Een interessant gezicht.

Ik word omringd door vee.

Een boeiend gezicht en de buik van een zeug zijn voor hen één.

Ik ben nu drieënhalf jaar in Deraa.

Als ze me op de maan stationeerden, zou ik niet eenzamer zijn.

Je hebt geen idee waar ik het over heb.

Of wel? Nee.

Dat zou al te mooi zijn.

Hoe kom je daaraan?

Die is al oud. -Nee, die is recent.

Je bent een deserteur.

Jawel, je bent een deserteur.

Maar uit welk leger?

Het doet er ook niet toe. Een man kan niet altijd een uniform dragen.

Je huid is erg dun.

Sla hem.

Kijk naar mij.

Ga slapen.

Ga slapen.

Eet.

Eet.

Je hebt een lichaam, net als ieder ander.

Goed zo. En ga hierna slapen.

Beter?

Veel beter. Je had gelijk. -Ga rusten. Ben je hardleers?

Ik heb veel geleerd.

Ik ga.

Waarom?

Mijn god. -Waarom?

Ik heb een eindpunt bereikt. -En het eind van de opstand?

Ik ben niet de opstand, niet eens een Arabier.

Je kunt zijn wat je wil, zei je ooit. -Sorry. Ik dacht dat het waar was.

Je hebt het bewezen. -Kijk, Ali.

Dit ben ik. Welke kleur is dit?

Dat kan ik niet veranderen. -Een man kan doen wat hij wil.

Jawel, maar hij kan niet alles willen.

Dit is het materiaal dat bepaalt wat hij wil.

Je mag best weten dat ik hun alles zou hebben verteld.

Wie ik ben, waar jij was. Ik heb het geprobeerd.

Dat zou elke man hebben gedaan. -En ik ben zo'n gewone man.

Ik ga Allenby om een post vragen die elke man aan kan.

Allenby is in Jeruzalem. -Ik zal in korte etappes reizen.

Jij?

Ja, heel langzaam.

Luister, Ali. Ik zie een manier om gewoon te zijn...

en gelukkig.

Mag ik deze meenemen? -Hij is niet schoon.

Nee, maar hij is warm.

Deze mannen heb je hierheen gevoerd. Laten ze je koud?

Jij mag ze leiden. Ze zijn van jou. Vertrouw op je eigen volk.

Laat mij teruggaan naar het mijne.

Vergeet die formulieren niet.

Mag ik erbij komen? -Het is ons een eer.

Fijn om weer terug te zijn. -We hoorden van uw komst.

Wat gebeurt er daar? -Waar? In Arabië, bedoelt u.

Weinig. Verkeerde tijd van het jaar. En hier?

We hebben een squashbaan aangelegd. -Heel goed.

Ik moet daarnaartoe.

Dit is geleend. Het mijne is gejat.

Verdomde bruinjoekels.

Vermoedelijk.

Goed hoor, dat van die squashbaan.

Hij legt het er wel dik bovenop.

Goedemorgen. Fijn om weer terug te zijn.

Ik geloof er niks van. -Echt waar.

U mag meteen doorlopen.

Lawrence.

Of moet ik majoor Lawrence zeggen?

Ik ga nu, generaal. Majoor Lawrence zal rapport willen uitbrengen...

over m'n volk, en hun zwakte...

en de noodzaak om ze binnen de Britse invloedssfeer te houden.

En de Franse, vergeet dat niet. -Zo'n verdrag bestaat niet.

U hebt heel moedig gelogen, maar niet overtuigend.

Ik weet dat zo'n verdrag bestaat.

Hij liegt beter dan u. Maar hij is dan ook bijna een Arabier.

Weet je het echt niet?

Wat is dit dan?

M'n verzoek om uit Arabië te worden overgeplaatst.

Waarom? Ken je het verdrag van Sykes-Picot echt niet?

Nee, maar ik kan ernaar raden. -Laat maar. Vertel het hem.

Mr Sykes is een Engels ambtenaar.

Monsieur Picot is een Frans ambtenaar.

Ze hebben afgesproken dat na de oorlog...

Frankrijk en Engeland het Turkse rijk zullen delen, inclusief Arabië.

Ze hebben een overeenkomst getekend, geen verdrag.

Een overeenkomst met hetzelfde resultaat.

Dieven kennen nog eer, politici niet.

Bespaar me je verontwaardiging. Je moet het toch hebben vermoed.

Jij hebt halve leugens verteld.

Een man die liegt, zoals ik, verbergt slechts de waarheid.

Een man die halve leugens vertelt, is die uit het oog verloren.

De waarheid is, dat ik een gewone man ben.

U had het me moeten vertellen.

En ik wil een gewoon baantje. Daarom neem ik ontslag.

Het is iets persoonlijks. -Iets persoonlijks?

Je bent een officier te velde.

En je bent nog belangrijk ook. Ben je soms gek?

Nee, en ik wil het ook niet worden. Ook dat is een reden.

De 16e van de volgende maand begint het grote offensief op Damascus.

En jij bent daarbij, begrepen? Je speelt er een grote rol in.

Ik wil geen rol spelen bij uw grote offensief.

En je Arabische vrienden? -Die heb ik niet, en die wil ik niet.

Wat wil je dan wel?

Nogmaals, ik wil gewoon dat beetje menselijkheid waar ik recht op heb.

Niets, het spijt me dat ik u onderbrak.

Dat geeft niet. Bedankt, Mr Dryden.

Waarom gaan we niet...

Er is bloed op je rug.

Wil je dat er een dokter komt?

Vertel eens wat er is gebeurd.

Wat gebeurt er daarbinnen allemaal? -Niets.

Heus, helemaal niets. -Heeft hij moeilijkheden?

Die hebben we allemaal. Het leven is er vol van.

Vertel me of hij in de nesten zit. Ik heb belang bij die man.

Ik heb een held van hem gemaakt. Straks kan hij worden wat hij wil.

Maar nu wil hij iemand anders zijn.

Mag ik er even langs, alstublieft?

Loop maar weer weg, Dryden. Dat doe je altijd.

Daarbinnen vindt een botsing tussen twee karakters plaats.

De een is natuurlijk half gestoord, en de ander kent geen scrupules.

Iedereen zal je naam kennen, terwijl Allenby zal worden vergeten.

Je bent een heel bijzondere man.

Laat me met rust. -Dat is zwak van je.

Ik weet dat ik niet gewoon ben. Vooruit dan, ik ben bijzonder.

Nou en?

Maar weinig mensen zijn voorbestemd. Je mag daar niet voor wegvluchten.

Spreekt u uit ervaring?

U raadt dus maar wat.

Stel dat u het mis hebt. -Waarom? Ik heb immers gelijk.

Goed dan. Het is goed, zei ik.

De zestiende? -Je krijgt een smak geld.

Geschut? -Dat kan niet.

De besten van hen komen niet voor het geld. Ze komen voor Damascus.

En dat zal ik ze geven. -Meer wil ik ook niet.

U wilt alleen de Turken stoppen. Maar ik wil ze Damascus geven.

We zullen er eerder dan u zijn. En dan zullen we het houden.

Laat dat verdrag maar verbranden. -Dat lijkt me redelijk.

Redelijk? Wat heeft dat ermee te maken?

Het gaat gebeuren. Ik heb wel veel geld nodig.

Alles wat er is. -Zo veel hoef ik niet.

De besten van hen komen niet voor geld. Ze komen voor mij.

Geen foto's. -Dit is voor Lawrence bedoeld.

Hij vindt het niet erg om gefotografeerd te worden.

Er is maar één Lawrence.

Heb je Lawrence al ontmoet sinds z'n terugkeer?

Hij is veranderd, hè? Hij is een andere man geworden.

Wat heeft die Turkse generaal hem aangedaan in Deraa?

Hij was daarna nog steeds dezelfde man. Dezelfde, maar vernederd.

En de Engelse generaal in Jeruzalem? -Vraag het Lawrence.

Wat antwoordde hij? -Hij moest lachen.

Ik moest de Harith hier verzamelen. Hij bood me geld aan.

Heb je het aangenomen? -Nee, maar velen deden dat wel.

Wat stelt dit voor? -Dit zijn m'n lijfwachten.

Er staat een prijs op hun hoofd. -Ook op het mijne.

Het zijn moordenaars. De sjeiks zullen hen ophangen.

Het zijn mijn mannen.

Die dingen weten niks van de Arabische opstand.

Zeg, Ghitan van Aleppo. -Sherif?

Waar gaan we naartoe? -Damascus.

Ja, maar waarvoor? -Voor Lawrence, sherif.

Je hebt die dingen gekocht. -Dat geldt voor de helft hier.

Het zijn geen gewone mannen. -Ik wil geen gewone mannen.

Damascus.

De Cavalerie is door Mazril en Deraa getrokken.

Dat was trouwens heel goed. Nu is het uw beurt.

Als de vijand ordelijk terugtrekt, kan hij niet verder dan Mallud zijn.

Dan is hij voor morgen 09.00 uur binnen schootsafstand.

Uitstekend. Philip.

Dit zijn de laatste hulptroepen. Er kan woensdag steun in Mallud zijn.

Dat volstaat. Het gaat om de kanonnen. Zijn er nog vragen?

Waar bestaat dat Arabische leger op de rechterflank uit?

Ongeregelde Cavalerie, 2000 man. -Waar zijn ze nu?

Dat weetje pas als je bij ze bent. -Ga dan naar ze toe.

Geef ze de volle laag, Charley.

God helpe hen die onder dat vuur liggen.

Dat zijn de Turken. -God helpe hen.

Hij is niet meer te stoppen. -Eigenwijs?

Erger nog. Hij is niet meer te stoppen.

Ik denk dat hij eerder in Damascus is dan wij. Tenzij...

Er is een Turkse colonne voor hem, bij Mazril.

Wat hebben de Turken daar liggen? -Een brigade.

Ik vraag me af waar ze nu zijn.

Geen gevangenen.

Damascus, Lawrence.

Lawrence, dit niet.

Ga eromheen. Het gaat om Damascus.

Geen gevangenen.

Lawrence... -Dit was het dorp van Talaal.

Talaal.

Geen gevangenen.

God.

Genoeg. Laat ze ophouden.

Majoor Lawrence.

God allemachtig.

Jezus zou huilen.

Verbaast dit u, Mr Bentley?

U weet toch dat de Arabieren een barbaars en wreed volk zijn.

Wie anders dan zij?

Ellendeling.

Ik zal je ellendige foto nemen...

voor die ellendige kranten.

Deze zijn vannacht in Damascus geplukt.

Breng ze naar ehenî A“. Zeg hem eraan te denken.

Is Allenby in Damascus? -Bijna.

Vertel dat aan sherif Ali.

Ze zijn nog niet rijp.

Groet de generaal.

Presenteer het geweer.

Voorwaarts.

Lawrence zit erachter. De hele stad hangt vol met Arabische vlaggen.

Wanneer? -Ze zijn hier een dag en een nacht.

Ze hebben de stad bezet.

Hij heeft z'n eigen hoofdkwartier ingericht in het stadhuis.

En wat nog meer?

De telefooncentrale, het postkantoor, de energiecentrale, alles.

Ze noemen zich de Arabische Raad en ze bezetten het stadhuis.

Dit is jouw pakkie-Harry.

Wat moeten we eraan doen? -Ze zo snel mogelijk daar wegjagen.

Wat vind jij ervan, Dryden?

Niet doen, tenzij u opstand wilt. -Wat dan wel?

Wanneer is Feisal in Damascus? -Over twee dagen.

Daar vroeg je om. Langer kan ik hem niet weghouden.

Is dat niet genoeg? -Ruimschoots, lijkt me.

We kunnen niet niks doen. -Dat is vaak wel het beste.

Haal iets te drinken. En laat de troepen op hun plaats blijven.

Geldt dat ook voor de technici? -Vooral voor de technische pelotons.

En ook voor de hospikken? -Ik vrees van wel.

Ook de hospikken.

We zijn geen Harith, noch Howeitat, noch van een andere stam...

maar Arabieren van de Arabische Raad onder prins Feisal.

Hij heeft me beledigd.

Ali zei dat de Howeitat zorg dragen voor de telefoons...

en dat ze niet werken, en dat is waar.

Ze werken niet omdat ze geen stroom krijgen.

De Harith zijn verantwoordelijk voor de stroom.

Als je nu antwoordt, komt er een bloedbad.

En jij praat over bloedvergieten?

Ik vraag Auda Abu Tayi om excuus.

Nederig, Harith?

Inderdaad, nederig. -Dit is een nieuw trucje.

Waarom is er geen stroom? -Ik ben bij de centrale geweest.

Er zijn drie grote machines.

Hij bedoelt generatoren.

Eén ervan brandt. Ze zijn immens groot, maar machteloos.

Dat geldt voor alle machines.

Laat ze branden. Waar zijn telefoons nou voor nodig?

Die zijn onmisbaar. -Haal er Britse technici bij.

Als je dat doet, aanvaard je ook Brits gezag.

Er is brand in de Jinsibi-wijk.

Dat geeft niet. -Hij zal uitbreiden.

Zet de brandweer dan in. -Er staat geen druk op het water.

Dan moetje het dragen. -Dat doen Ruala's niet.

Waar zijn ze anders goed voor?

Vanmiddag luister ik naar verzoeken.

Vanmiddag.

Dit lijkt me wel iets, na de oorlog. -We moeten iets doen.

Het is een sport voor oude mannen. -Bent u dat?

Het is een zware verantwoordelijkheid.

Neem me niet kwalijk.

Misschien zijn de peertjes kapot.

Nee, het is de stroom.

Ze gaan weg. -Dat was dan dat.

Het zijn fraaie bedelaars.

Laat toch zitten. Kom met me mee.

Waarnaartoe? -Terug.

Ik kan in je hart kijken.

Wat is het?

IS het dit?

Dit is niks, kan ik je zeggen.

Het bloed? De woestijn heeft meer bloed opgenomen dan je weet.

Ik hoop dat ik de woestijn nooit meer terugzie. God is m'n getuige.

Je gaat mee. Voor jou bestaat er niks anders.

En jij, Ali? -Ik blijf hier, om politiek te Ieren.

Een laag beroep. -Ik ben er door jou aan gaan denken.

Je hebt ons Damascus gegeven. -Daar ben ik voor gekomen.

En daarna...

zou het iets zijn. -Ja, veel.

Is hij je vriend? Je houdt van hem. -Nee, ik ben bang voor hem.

Hoezeer moet hij, die zichzelf haat, zichzelf dan niet vrezen?

Haal je hand weg, Howeitat.

Je bent nog niet echt een politicus. -Nog niet.

Dit zijn nieuwe kunstjes, en ik ben een oude hond.

En dank Allah daarvoor.

Luister goed. Arabier zijn is lastiger dan je denkt, Harith.

Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. -Het valt onder de Arabische Raad.

Het lijkt me dat ik het bevel moet overnemen.

U moet gewoon uw bevelen opvolgen. -Dat doe ik niet.

Beheers uzelf. Ga naar het stadhuis en luister wat zij te zeggen hebben.

We zijn naar de ziekenhuizen gegaan. -U vergat het militair hospitaal.

Het heeft 600 bedden. Er lagen 2000 Turkse gewonden in.

Die vallen allemaal onder die mooie Arabische Raad van u.

Hoe is het daar dan?

Dit is een schande.

Een schande.

Een schande.

Smerige bruinjoekel.

M'n vriend Lawrence, als ik hem zo mag noemen.

M'n vriend Lawrence.

Hoeveel mensen hebben het recht hem zo te noemen? Wat een eer.

Hij verlangt naar z'n vaderland.

Hij smacht naar de gotische cottages van Surrey, meen ik.

In gedachten vangt hij al forel...

en doet hij al die andere dingen die Britse heren doen.

U beschrijft mij, niet kolonel Lawrence.

Je bent bevorderd tot kolonel. -Waarvoor?

Accepteer de eer, wees een beetje aardig.

Je krijgt een eigen kajuit op het schip naar huis.

Dank u.

Goede reis, dan maar.

Voor een strijder valt hier verder niks te doen.

We onderhandelen, dat is oudemannenwerk.

De deugden van oorlog zijn de deugden van jonge mannen:

moed en hoop voor de toekomst.

En de oude mannen sluiten daarna vrede.

De zonde van vrede is de zonde van oude mannen: wantrouwen.

Het kan niet anders.

Wat ik je verschuldigd ben, is niet te meten.

Twee centrales geef ik op. Maar de pompinrichting houd ik.

Als u die houdt, is er geen water. -Technische hulp is welkom.

Dan moet u uw vlaggen neerhalen. -Nee, en ik zal ze laten verdedigen.

Heeft u dan manschappen? -Hieruit ontstaan nare incidenten.

En uw regering wil vast niet als agressor de onderhandelingen in gaan.

Nee maar.

U bent toch Lawrence?

Mag ik u de hand schudden?

Dan kan ik dat aan anderen vertellen.

Hebben we elkaar niet eerder ontmoet? -Ik dacht het niet.

Dat zou ik me wel herinneren.

Het is bekend dat de Raad in mijn naam de macht greep.

Die macht is een illusie. -Illusies kunnen heel machtig zijn.

Vooral als ze deze vorm aannemen.

De wereld juicht nu Damascus is bevrijd door het Arabische leger.

Met aan het hoofd een Britse officier.

Maar Lawrence is een zwaard dat aan twee kanten snijdt.

We zijn even blij dat we van hem af zijn, niet?

Ik dacht dat ik een harde man was. -U bent maar een generaal.

Ik moet een koning zijn.

Wilt u me excuseren?

Nou?

We krijgen dus een Brits Waterbedrijf met een Arabische vlag op het dak.

Was dat alle moeite waard? -Geen idee, ik ben een soldaat.

Dat zegt u inderdaad voortdurend.

U bent zeker de hoofdarchitect van dit compromis?

Wat vindt u ervan? -Ik, hoogheid?

Al met al was ik liever in Tunbridge Wells gebleven.

Fijn naar huis, sir.

Naar huis.

Ondertiteling vertaal door: Juliet Roering

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.