Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Een kindje met zulke rode lipjes...
zulk zwart haar...
en een huidje, glanzend als appelbloesem...
als sneeuw...
We noemen haar...
Sneeuwwitje.
Sneeuwwitje. Wat is ze mooi, h� Jo?
Zo mooi.
Wat moet ik doen?
Laat me alsjeblieft niet alleen.
We moeten gaan.
Ze zal sterven als ze geen melk krijgt.
We moeten gaan.
Het dorp.
Het moet hier zijn.
Maar waar is 't?
Het is me niet gelukt, Jo.
Niet gelukt.
Jij hebt me bevrijd.
En voor wat, hoort wat.
Wie ben jij? - Wat wil je, als dank voor mijn vrijheid?
Zeg maar wat je nodig hebt.
Melk. M'n kindje heeft melk nodig.
Melk.
Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt...
Waar k�m je eigenlijk vandaan?
Ben je wel echt?
De melk ziet er echt uit.
Kalm aan, Sneeuwwitje. Niet zo snel drinken.
Je hebt het leven van m'n kindje gered.
Kijk nou toch. Je hebt haar leven gered.
Wat kan ik nog meer voor je doen?
Ik wil m'n vrouw terug.
Mijn koningin.
Ik kan de doden niet tot leven wekken.
Maar ik kan je wel een koningin geven.
Maar dan heb je er ook een koninkrijk bij nodig.
Tuurlijk. Wie kan er geen koninkrijk gebruiken?
Dat zijn er dan drie. - Drie wat?
Nee, ik ben geen koning. Dit is niet mijn koninkrijk.
Ik moet u tegenspreken.
Ons koninkrijk stelt niet al te veel voor, en we zijn niet bepaald schatrijk...
maar een ding weten we zeker, majesteit.
Dit is �w koninkrijk.
Maar ik weet van niks.
Misschien bent u gevallen.
En bent u vergeten dat u koning bent.
Ik herinner me geen val. - Logisch.
Dat komt door die val, majesteit.
Wat is dat? - Geen idee. Een feestje of zo.
Mensen. - Niks voor ons.
We moeten de kabouters vinden. - Wij doen nu al hun werk.
Werk? Jij voert geen fluit uit.
Hou op, jullie.
Hoe lang zijn ze weg? We krijgen al weken geen post.
En geen melk. - Als er maar niks met ze is.
Laten we 'n tornado maken. - Of 'n flinke orkaan.
Of een... - We kunnen...
We moeten ze zoeken. - Ik wil niet zoeken.
Wat doen we? - Maandag zoekt in Ruster's Crest.
Dinsdag in Dogwood Gale, Woensdag en Donderdag de westkant.
Vrijdag, kijk in alle holle bomen.
Zaterdag, jij zoekt bij de klif.
Ik ga daarheen. - Naar de stad?
Iemand moet 't doen, dus ik ga wel.
Succes, jongens.
Prinses Sneeuwwitje. Moet je nou toch zien.
Wat willen we nog meer?
En we hebben elkaar ook nog.
Ons kan niks meer gebeuren.
Een wens is een wens, en ik moet 'm laten uitkomen.
U wenste 'n koningin, dus u krijgt uw koningin.
Druk, druk, druk.
Wat doe jij hier? - Ik ben bevrijd, zusje. Ik ben terug.
Je hebt 'n pact met de duisternis. Wegwezen.
Drie wensen moet ik vervullen.
Leuk, hoor. Ik heb ook 'n wens. - Koningin worden?
Zou jij geen koningin willen worden? - Ik?
Murphy, wakker worden.
We moeten hier weg.
Ik lach me gek.
H�, een vriendje.
Ik deed niks. Ik wou alleen...
Ik zocht alleen...
Ik was verdwaald en toen zag ik uw prachtige tuintje.
En ik heb een beetje honger.
Dus 't was erg aanlokkelijk en ik ben maar klein...
dus ik kon makkelijk door 't gat in het hek.
Ik wou alleen iets eten. Ik zweer...
Zie je niet dat ik zweren genoeg heb?
Weer 'n vriendje.
Je kunt niet genoeg vriendjes hebben, voor als je eenzaam bent.
Met de hand op 't hart staat altijd leuk.
Kijk 's naar jezelf.
Nee, ik kan 't niet aanzien.
Weg ermee, engerd. - Vertrouw me.
Moet ik jou vertrouwen?
Ben je helemaal gek?
Waarom kwel je me zo? - Dat doe ik niet.
Ik haat je. - Weet ik.
Kom nou maar.
Je bent altijd zo wreed.
Je wilt me erin luizen, h�? - Echt niet.
Maar je wilt er iets voor terug, h�?
Wat zit erachter? - Niks. Ik moet 'n wens vervullen.
Zie 't maar als cadeautje. - Ben ik dit?
Dat ben jij.
Kijk mij nou. - Kijk jou nou.
Hoe kan ik je hier ooit voor bedanken?
Dat hoeft niet. Geniet er maar van.
Kijk mij nou toch.
Wat een schatje. - Wat een dotje. Die ogen...
Mag ik 'r even? - Nee, 't spijt me.
Mag ik?
Heren, we praten straks verder.
Rustig maar, Sneeuwwitje.
Ruik je de rozen? Zijn ze niet schitterend?
Jij weet niet meer dat ons huis bedekt was met rozen.
Je moeder hield zo van rozen.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
wie is de mooiste van 't land? - Gooi 'm kapot.
Vooruit, gooi 'm kapot.
Je moet wel. Het is de enige manier.
Hij valt niet vrijwillig voor 'n andere vrouw.
Vooruit.
Vooruit. - Dwing me niet.
Zie je hem al?
Nee, nergens te zien.
We hadden 'm nooit moeten laten gaan. - In z'n eentje.
Het is afgelopen, finito, over en uit.
Het is zo raar. - Wat?
Het weer. - Wat is er met 't weer?
Dat hebben wij niet gedaan.
Zie je nou wel. Afgelopen.
Raap maar op. Dat stukje moet jij bewaren.
Neem dit maar.
Welkom terug.
Wat is er? - Luister.
Ze huilt. Ik moet naar haar toe. - Nu meteen?
Zestien jaar later
Dat is onbeleefd. Er komt een prins op bezoek in ons koninkrijk.
Moet daar alles voor wijken? - Niet alles.
Sneeuwwitje.
Prinses.
Sneeuwwitje, zo is 't wel genoeg.
Je maakt je belachelijk.
Zwaaien met je armen en gekke bekken trekken.
Mag ik verder lopen?
Meisjes van me.
Weten jullie wel hoeveel ik van jullie hou?
Hector, terug naar 't paleis.
Vooruit.
Kunnen we niet sneller?
Waar is de prins?
Die wordt naar z'n vertrekken gebracht.
Gaat 't wel, papa? - Met mij? Ja, hoor. Uitstekend.
Kan niet beter.
Kom mee naar de tuin. - Alweer?
De rozen bloeien nu, en de appelbomen.
Ik heb nu geen zin.
Koninklijke Hoogheid.
Alfred, zoon van Bernhard koning van Ursulia...
en beschermheer van de Orde van de Beren.
Om u te dienen, hoogheid.
Wat enig. Welkom in ons koninkrijk.
Ik denk wel 's dat jij mijn enige vriend bent.
Een feest? Voor prins Dinges?
Moet z'n vader horen dat wij z'n zoon links hebben laten liggen?
Wat doen jullie zoal aan amusement?
Prins Alfred? - Hoogheid?
Wat wilt u voor vermaak op uw feest? - Mijn feest?
Natuurlijk, ter ere van u.
Hoogheid, doet u geen moeite. - Bravo.
Onzin. Wickets? Bowling?
Vindt u dat ook leuk? - Geen idee, nog nooit gedaan.
Let u niet op haar.
Zij weet niet hoe ze zich moet vermaken.
Haar vader ook niet. Die is ook al zo oud.
Veel ouder dan ik, moet u weten.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
wie is de mooiste van 't land?
Dat ben jij, dat ben jij.
Jij bent de mooiste van 't land.
Dat zeg je maar.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van 't land?
Dat ben jij. Jij bent de mooiste van 't land.
Wie is de mooiste van 't land?
Jij bent de mooiste van 't land.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van 't land?
Jij bent de mooiste van 't land.
Wat is er? - Het is al laat.
Ik ben moe.
Merkwaardig. Je ziet er nog net zo uit als toen ik je voor 't eerst zag.
Wat ben je toch mooi.
Wat doe je?
Ik mis je.
Het is al zo lang geleden.
Ik heb 't veel te druk gehad. Voel jij je erg alleen?
Wacht. Au. - Au?
Laat me los. Ben je gek geworden?
Wat zat er in m'n oog?
Ik zie niks.
Hier, kijk dan. - Dat is niks. Een stofje.
Nee, 't is iets anders. Een scherfje...
van een spiegel.
Kijk niet zo.
Er is iets met je. Je ziet er anders uit.
M'n oog prikt niet meer. Wat raar.
Wat is dit?
Hou me vast.
Hou me vast, mijn liefste.
Zeg dat ik een ereplaats in je hart heb, voor altijd.
Niks ervan. Dat heb je niet.
De ereplaats is voor m'n gasten.
J�j bent de baas over mijn hart.
Ik schenk 't je op een gouden presenteerblad, als je wilt.
Ik stop dat spiegelscherfje niet terug in je oog.
Want bij nader inzien...
kan 't me eigenlijk niks meer schelen...
dat je me ziet zoals ik werkelijk ben.
Ik weet niet hoe lang dat al zo is...
maar dat doet er ook niet toe.
Mijn kroon pak je me niet meer af.
Ik hoef je hart niet op een gouden presenteerblad.
Ik wil niet langer...
een plekje in je hart.
Jij bent de mooiste van 't land.
Ze ruiken zo lekker dat 't bijna pijn doet.
Wanneer heb ik voor 't laatst een roos geroken?
Het is net alsof ik mezelf jarenlang kwijt ben geweest.
Sneeuwwitje, de rozen zijn prachtig.
Net zo mooi als je moeders rozen.
Ach, liefje toch.
Ik heb je in de steek gelaten.
Ik ben geen goeie vader geweest.
Zoals ik je moeder had beloofd.
Had je haar iets beloofd? - Jazeker, 't beste van 't beste.
Dat had ik jou ook beloofd.
Kon ik de klok maar terugdraaien, voor ons allebei.
En dan?
Ach, dat zou zich vanzelf wel wijzen. We zouden...
We zouden w�t?
Wat zouden we dan doen?
Het is alsof m'n ogen net pas open zijn gegaan.
Als ik jou nu zie...
Ik moet blind geweest zijn om 't niet te zien.
Je bent zo groot. - Dat wil ik niet.
Dat zeg je maar. - Nee, echt.
Ik pluk 'n roos voor je.
Toe maar.
Ruim de tafel af.
We gaan spelletjes doen.
Zal ik voordoen hoe 't moet? - Graag.
Aan 't eind staan kegels en daar rol je de bal naartoe.
Nee, prinses.
Meer op deze manier.
Het is hier koud.
Jij was zo slim om 'n cape om te doen.
Een glas warme punch zou er wel in gaan.
Neem me niet kwalijk.
Stuntel die je bent.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
wie is de mooiste van 't land?
Niet jij, niet jij, niet jij.
Ik ben de mooiste. - Dat kind?
Ik ben de mooiste. - Dat kan niet.
Is dit een grap? - Ik ben de mooiste van 't land.
Ik ben de mooiste.
Na al die jaren?
Ik ben de mooiste van 't land.
Geestig, hoor.
Heb je 't niet koud? - Nee, hoor.
Hier, neem maar.
Prinses, wat ben je toch mooi.
Nee, de koningin is mooi. Ik ben... - Ongelooflijk mooi.
Wat zegt dat nou helemaal, 'mooi'?
Ik haat 't woord 'mooi'.
Heeft je uiterlijk ermee te maken of je aardig bent...
of zorgzaam en goed voor anderen?
Of aardig, of hartelijk? Nee.
Of liefdevol, of hulpvaardig, of eerlijk, of wijs?
Wacht. - Waarom? Ik ken jou niet.
Jawel.
Luister maar naar je hart.
Ik ken jou ook.
Ik hoef ook maar te luisteren.
Ik ben de mooiste van 't land.
Majesteit, mijn geliefde koningin.
Mijn hart klopt voor u.
Ik ben uw dienaar en beschermer.
Ik ben de uwe. Doe met me wat u wilt.
Ik doe alles voor u.
Alles?
Alles.
Prinses. - Ben jij dat, Hector?
Uw ouders willen u spreken.
Nu meteen? - Ja, prinses.
Ze willen u alleen spreken.
Ik wacht hier op je.
Waar gaan we heen?
Naar de konijnenvallen. - En m'n ouders dan?
De koningin wil konijn bij 't ontbijt.
Je weet dat ik de konijntjes altijd bevrijd uit de val.
Ik ga wel alleen. - Dat kan niet.
De koningin wil dat ik u breng.
Ik ben niet bang in 't donker.
Dat weet ik.
Dat zou u wel moeten zijn.
O, nee. De grote boze beer.
En ik ben zo hulpeloos en teer.
Waar is Sneeuwwitje?
Niet hier.
Ze ging naar u toe.
Maar ik ben speciaal voor jou naar de tuin gekomen.
Dus dan staan we quitte.
Wat wil je van haar? - Wat wilt u van mij?
Drie keer raden.
Domkop. Als je slim bent, kom je onmiddellijk terug.
Goed dan, zelf weten.
Ren dan maar weg, sukkel.
Ren zo hard als je kunt.
Ren voor je leven.
Dag, prinsje.
Beer in de Orde van de Beren. Je mag haar knuffelbeer zijn.
Is de liefde niet prachtig?
Waarom?
De koningin heeft 't bevolen, maar ik kan 't niet.
Ik kan 't niet.
Ze wil uw hart.
Vlucht weg, mooi meisje.
Je moet hier weg, Sneeuwwitje.
Snel.
Geliefde.
Goed gedaan, Hector.
Je hebt je werk uitstekend gedaan.
Goedemorgen.
Eens even kijken.
Waar is de stoofpot?
Ach, natuurlijk. Daar.
Prins Alfred? Waar is iedereen?
Uwe majesteit.
Als ze ervandoor zijn, waarom dan niet op zijn paard?
Wat bedoelt u, majesteit?
Waar zijn Sneeuwwitje en de prins?
Wat heb jij, kerel? Je kijkt alsof je 'n geest hebt gezien.
Nee, majesteit. Gelukkig niet.
Nee, hier ook niet.
Roep de wacht.
Ontbijt nou eerst even. Je kunt de energie wel gebruiken.
Energie?
Waarom heb ik energie nodig?
Toe maar.
Het gaat niet.
De tortelduifjes zijn er heus niet vandoor.
Ze fladderen hier vast nog ergens rond.
Je hebt alle tijd.
Ik moet haar vinden.
Geef mij niet de schuld als je flauwvalt van de honger.
Waar kom jij ineens vandaan?
Is hier iemand?
Is hier iemand?
H�, houd de dief.
Dat is mijn paard.
Elspeth, ik ben hier.
Wat zei je, manlief?
Wat heb jij? Ben je gek geworden?
Dat meen je niet. - Hoe kan je zo hard zijn?
Ik laat me hier niet beledigen. - Wat doe je?
Ik zoek liever het gezelschap op van mijn vrienden...
en mijn bewonderaars.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
wie is de mooiste van 't land?
Ik ben de mooiste van 't land.
Ik ben de mooiste... - Je liegt. Jij bent dood.
Een lijk in 't bos.
Voer voor de wolven.
Ik heb zelf je hart opgegeten.
Hou je kop, je bent dood. - Ik ben de mooiste van 't land.
Hoor je wat ik zeg? Je bent dood.
Dood.
Dood.
Wat krijgen we nou?
Doorpompen. Dit wordt 'n goeie.
Mooi, daar ben je. De theepot. - Heb ik niet.
Hoe bedoel je?
O, dat was humor. Erg leuk. Geef 'm nou maar.
Een kabouter heeft m'n paard.
Ik kon niet naar huis.
Zonder thee maken we geen storm.
Er zijn geen kabouters.
Het huis vervuilt. - De ketel staat op.
Geen paard? Dan moeten we naar huis lopen.
Huilebalk. - Het is niet te geloven.
De boel loopt steeds verder in de soep.
Ik heb trek. Wanneer gaan we eten? - We hebben al gegeten.
Ga haar zoeken.
Laat zien.
Het was een lelijke dikkerd, met 'n kop vol wratten.
En een lange zwarte baard.
En hij stonk naar bedorven kaas.
Rot op met je kabouter. Je rook je eigen stank.
Niks ervan.
Wat mooi.
Dat is veel te strak.
Ik krijg geen lucht.
Het ouwe liedje. Als je iets gedaan wilt krijgen, moet je 't zelf doen.
Alles gaat fout, sinds Zondag weg is.
Hoe zag ie er ook alweer uit?
Ik mis hem.
Wie is dat? - Wat nou weer?
Snel, verstoppen.
Wie is dat?
Rustig maar, ik ben 't. - Hoe kan dat nou?
Zondag?
Zondag. - Help even.
Je bent 't echt. - In elk geval voor de helft.
Wie is dat? - Een prinses, en een vriendin.
Ook van de kabouters. - Waar zijn ze?
Wat is er met ze gebeurd? - Ze moet naar binnen.
Ze brengt ellende. Het is afgelopen.
Het einde. Ik zeg 't jullie. Finito.
Hij verandert nooit.
Is water halen te veel gevraagd?
Eerlijk gezegd wel, ja.
Doe me alsjeblieft geen pijn. - Je bent hier veilig, prinses.
Wij zijn zo ongevaarlijk als... - De dagen van de week.
Sterker nog: We z�jn de dagen van de week.
Maandag met z'n mooie toet.
Dinsdag die alles zo sierlijk doet.
Ik ben Dinsdag, dat is Woensdag.
Woensdag is een mopperkont. - Niet waar.
Donderdag is net 'n jonge hond. - Donderdag.
Ik ben Vrijdag. - Vrijdag is zorgzaam en goed.
En zaterdag... - Is nijver en vol goede moed.
Maar de liefste, geboren op sabbatdag, heeft voor iedereen een gulle lach.
Zondag, om je te dienen, Sneeuwwitje.
Ik weet jouw naam al jaren. En ik kon je nooit vertellen hoe ik heette.
Ik ben op zondag geboren. - Weet ik.
Zullen we, jongens?
We zijn eindelijk weer helemaal compleet.
Naast elkaar, jongens.
We maken een regenboog.
Spiegeltje, spiegeltje in mijn hand, wie is de mooiste...
Ik ben de mooiste van 't land.
Maak je geen zorgen.
Laat 't maar aan ons over.
Jullie kunnen niks doen. Ze moet mij hebben.
Je hebt 's gezegd dat ik je enige vriend was.
Vrienden helpen elkaar. Sluit me niet buiten.
Dat doe ik niet.
Dat doe je wel.
Ik kan er niks aan doen.
Ik weet wat jij hebt meegemaakt. Ik ken je verdriet.
Het is al net als bij ons.
Mensen zien alleen de buitenkant.
Ons zien ze alleen maar als kleine mannetjes.
Ze willen niet verder kijken.
Waarom zouden ze zo doen?
Uit angst misschien.
Ik denk dat ze jaloers zijn.
En daarom moeten wij elkaar zien zoals we zijn.
Kunnen jullie echt overal een regenboog heen sturen?
En dan aan de andere kant uitkomen, hoe ver dat ook is?
Stel dat ik 'n kleur had, bijvoorbeeld geel...
Ik ben geel. Ze steelt m'n paard en m'n kleur.
Ik heb je paard niet gestolen. Kan ik meedoen in de regenboog?
Waarom?
Mijn vader is nog in het paleis.
En de prins ook, en de kabouters.
Ik moet ze bij de koningin vandaan halen.
Ongelooflijk. - Zeg dat wel.
Geweldig. - En dapper.
Het is stom. En wij zijn stom om je in huis te nemen.
De koningin weet waar we wonen. Ze was hier om haar te vermoorden.
Wat zal ze doen als ze hoort dat zij nog leeft?
En als ze hoort dat wij haar helpen?
Kop dicht. - Daar denkt niemand aan.
Het is maar: 'Hoe gaat 't, liefje?' 'Kan ik iets voor je doen, liefje?'
'Zal ik je... ' - En nou hou jij je kop.
Geef me een reden. - Ik heb er wel vijf voor je.
En ik tien. - Hou op, jullie.
Hij heeft gelijk. Het is ego�stisch van me.
Welnee. - Ik ben...
Dapper. - We gaan naar 't paleis.
Zonder mij.
Hou 'm tegen.
Grijp 'm.
Laat 'm nou gaan.
Wat moet dat?
Blijf van me af.
Wat doe je?
Ze mogen je niet dwingen. Je moet zelf weten wat je doet.
Mooi, en weet je wat ik dan doe?
Dan doe ik dit.
Jullie moeten zelf weten of je dood wilt.
Je ziet de schoorsteen nog.
Moeten er varens overheen? - Zo is 't goed.
Ik denk 't ook. We maken vandaag toch geen wind.
Nog een en dan is 't goed. - Een grote?
Vol bladeren.
Ik wou eerst m'n vest aan, maar dit is beter voor naar 't paleis.
Heel mooi, Maandag. Maar wel erg rood.
Rood slaat dood. - Klaar? Dan gaan we.
Maak je geen zorgen.
Woensdag, ik hoop dat jij vandaag een beter humeur hebt.
Waarom ben jij hier nog?
Waag 't niet om aardig tegen me te doen.
Voorzichtig. - Jullie ook. Ze is meedogenloos.
Wij ook. - Straks zie je je vader en de prins.
Doe voor niemand open. - Ga nu naar binnen.
Ok�, maar zullen jullie... - Tuurlijk.
Echt? - Echt. En nu naar binnen.
Een appel.
De erfzonde.
Dit is een hele mooie, vind je niet?
Onweerstaanbaar.
Net als die snotaap.
Ja, net als die snotaap.
Zo wit als sneeuw.
Zo rood als bloed.
Zo wit als sneeuw, zo rood als bloed.
Zo wit als sneeuw, zo rood als bloed.
Precies zoals haar moeder 't wilde.
Dat vertelde jij toch?
Timing. En wie kan 'm beter gaan brengen...
dan 't evenbeeld...
van haar moeder.
De sneeuwwitte helft, zonder gif, uiteraard.
Maar de rode helft...
Een hapje met dat mooie bloedrode mondje...
Een eerlijke kans, toch?
Nee, niet doen. Nee, Josephine.
Wat koddig. Die kleine mannekes willen mij te slim af zijn.
Waar zijn we? - Geen idee.
Zijn we hier eerder geweest?
In dit tempo kunnen we nooit overal zoeken.
Het gaat sneller als we apart gaan.
Jij gaat die kant op.
Pete de Postbode.
Zondag zei al dat je hier was.
Wat is er? Is ze dat?
Lieve help.
Dan moeten we...
Zondag, waar zitten jullie?
Help, ik heb haar gezien. Ze moet 't geweest zijn.
Waar zitten jullie nou?
Hoe kan dat nou? Geen deurknop.
Waar zitten jullie? We moeten hier weg.
Opschieten.
Kom nou toch. Help, geef antwoord. - Ik kom er aan.
Maandag?
Dinsdag?
Woensdag?
Heb jij ze gezien?
Jij weer.
Maandag, ben je hier?
Kom maar tevoorschijn.
Waar is Maandag?
We hebben z'n hoed.
Regenboog. - Maar we zijn niet compleet.
Dinsdag, hou z'n hoed omhoog.
Nog een keer.
Schrik niet, popje. De mannetjes waren ongerust.
Ik heb ze beloofd dat ik even bij je zou gaan kijken.
Ik mag niemand binnenlaten.
Dat doe je ook niet. Ik heb mezelf binnengelaten.
Ze wilden teruggaan omdat er geen eten in huis is.
Maar toen zei ik: Ben je gek. Ik breng haar wel 'n appel.
De mooiste die ik heb.
Dan houdt ze 't wel even uit tot 't avondeten.
Dus daar ben ik dan.
Ik ken hem. Ik weet wie dat is.
Ze zeiden al dat je aardig was.
En nu ben je zo aardig om 'm met mij te delen.
Ik ken die geur. Die doet me denken aan...
Ja, engeltje? - Aan iets...
Thuis? - wat m'n vader...
Gezelligheid? - vertelde.
Aan liefde?
Goed zo, meisje.
Proef maar, mooi meisje.
En je zult nooit meer moe zijn of honger hebben.
Nooit meer? - Ik zweer 't je.
Ik ben vaak zo moe.
En je voelt je vaak ook zo alleen.
Hoe weet u dat?
Ik begrijp jou.
En ik geef om je.
Vanaf nu ben je nooit meer alleen, liefje.
Neem maar 'n hapje.
Krijg je geen lucht, popje?
Je bent met stomheid geslagen, h�?
Wat moeten we doen? - Ik heb z'n hoed.
Kom, we brengen 'm naar binnen.
Wakker worden, wakker worden.
Wat heeft ze met je gedaan? - We zijn te laat.
Sneeuwwitje.
Beeldschoon meisje, ik hoop dat je nu rust hebt.
Ook in je mooie hartje.
We hebben 't geprobeerd, prinses.
Bedankt, Sneeuwwitje.
Als we 't gekund hadden...
hadden we 't gedaan.
Dat geldt voor ons allemaal.
Maak je geen zorgen. Ik zie je vanzelf in m'n dromen.
Spiegeltje, spiegeltje in mijn hand...
wie is n� de mooiste van 't land?
Dat ben ik. Ik ben de mooiste van 't land.
Ja, hoor, natuurlijk ben jij dat.
Maar niet voor lang meer, arm, dood vrouwtje.
Doe open. Wat gebeurt hier?
Daar ben je, broertje. Godzijdank, mijn broer.
Kijk, 't werkt niet. Zorg dat 't werkt.
Ik wil mezelf terug. Ik wil weer mooi zijn.
O, Elspeth. Met 't leven dat ik je gaf, was iedereen dolblij geweest. Maar...
Ze was geen bedreiging voor je. Dat heb je er zelf van gemaakt.
Jaloezie is als gloeiende kolen uit de hel.
Ik wil mezelf terug. Alsjeblieft.
Waarom? Je was niet tevreden. - Wel waar.
Geef me m'n schoonheid terug en ik zal nooit meer zeuren.
Geef me m'n schoonheid terug.
Ik kan niets voor je doen.
Geef 't me nou.
Kom terug.
Jongens.
Jongens, ze is wakker.
Waar kom jij vandaan? Ik waarschuw je.
Stop. Ga weg.
Laat me met rust.
Ik krijg je wel. Ik versteen je weer.
En ik breek je in duizend stukken. Ik vernietig je.
Ik gooi je in de kokende olie.
Tot ziens, lieve Zondag.
Bedankt voor alles.
Tot ziens, Sneeuwwitje. - Vaarwel, prinses.
Veel geluk, Sneeuwwitje.
Het is voorbij. Het is afgelopen.
Bijna.
Vaarwel, Sneeuwwitje.
Nu is 't afgelopen.
Echt. - Afschuwelijk.
Toch is 't zo.
Voorbij. Finito.
Goed, �p naar Doornroosje, jongens.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.