All language subtitles for Louisa_ een woord van liefde (1)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic Download
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish Download
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz Download
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Arbeiders uit alle landen

die allemaal broeders zijn

Laat je niet tegen elkaar opzetten

Je denkt dat je voor het vaderland sterft

maar je sterft voor de industrie

Waar haal je dat vandaan ?

Herinner je je toen we in Hamburg waren ?

Het lied van de dokwerkers.

Waar gaat het over ? - Over de vrede.

Het zegt dat de Duitse arbeiders nooit tegen andere zullen oprukken.

Des te beter.

Kom eens kijken. - Wat?

Wat doe je daar, schatje ?

Je bent toch niet bang van ons ?

Kom terug.

Je bent wat vergeten.

Wat heeft dat kleine ding toch ?

Maak je geen zorgen. Ze komt wel terug.

Dat kleintje is van huis weggelopen.

Reden te meer om haar met rustte laten.

Weel ik niet. Zo zielig, alleen op de weg.

Jij hebt geen verstand van kinderen.

Neem me niet kwalijk, meneer de onderwijzer.

Iets trager. Wat heb ik je gezegd ?

Moetje nog ver, jongedame ?

Je ziet er moe uit, mijn duifje. Waar ga je naartoe ?

Weet ik niet. - Nou, dat treft. Wij ook niet.

Goed, dan gaan we samen.

Kom hier met die zak.

Zo.

Hier.

Als jullie me terugbrengen, spring ik door het raam.

Terugbrengen ? We weten niet eens waar je vandaan komt.

We willen het helemaal niet weten.

Ik ben Pierre, hij is Paul. Hoe heet jij ?

Mij zal ze vast wat vertellen. Luister maar.

Heb je honger ? - O ja.

Hier.

Kijk eens aan.

Weetje moeder waar je bent? - Ze is dood.

En je vader ? - Ook.

Daar zijn jullie. Eindelijk, eindelijk.

Maar waarom is Charles niet meegekomen ?

Die arme jongen. - De plicht, mijn beste.

Ja, maar op een dag als vandaag. - Wat wil je ?

Die dwaze oorlogsberichten lokken vergadering na vergadering uit.

Er heerst paniek. De staf heeft Charles dringend verzocht te komen.

Uiteindelijk is een kapitein ook maar een soldaat.

Maar wees gerust. De kolonel laat hem spoedig gaan.

Trouwens, ik zie onze lieve Louisa ook nergens.

Ja, maar ze komt. Ze maakt zich mooi. - Mooi is ze altijd.

Schatje, wat een stijl heb je.

Alstublieft juffrouw, het is niet fatsoenlijk.

Uw verloofde komt zo. U zult niet op tijd klaar zijn.

Tijd ? Er is tijd genoeg.

En ik wil weten hoe ik eruit zal zien.

Alstublieft maak u nu klaar.

Vind je het een mooie jurk ? - O ja, natuurlijk.

Als je trouwt, zal ik er zo een voor je laten maken.

Hij is veel te mooi voor mij.

Niets is te mooi voor de liefde.

Hou je van Julien ? - O ja, natuurlijk.

Waarom ? - Waarom ? Zomaar.

We hebben elkaar eens ontmoet, zomaar.

En het was zover zonder met elkaar te hebben gesproken.

Dat is het dus, liefde.

Mijn verloofde heeft me wel gesproken. Over alles.

Onze toekomst, onze kinderen, onze reizen. Eigenlijk over niets.

Jij en Julien, kussen jullie elkaar?

Ja, natuurlijk. Anders loont het niet de moeite om van elkaar te houden.

Ja, ja, natuurlijk.

Ziezo.

Dit is wat ik zoek.

Maar juffrouw, het lijkt wel een rouwkleed.

Dan past het bij mijn stemming.

Dit kostuum is werkelijk te donker.

Voor een verloving uiterst origineel.

Ik hou niet van banaliteiten, Louisa.

Vandaag heb ik toch het recht je Louisa te noemen. Niet?

En jij mij Charles. - Daar zal ik moeilijk aan wennen.

Waarom ? Bevalt het je niet, Charles ?

Wat doet een naam er toe ?

Je houdt niet van me. Is het niet?

Dat is van geen belang. Onze ouders hebben ons verloofd, we moeten trouwen.

Vroeger werden huwelijken zo gesloten.

Men was er niet minder gelukkig om.

Laten we het hopen.

Je bent heel mooi, Louisa.

Ik zal genoeg liefde hebben voor twee.

Je hand gloeit.

Ik denk vooral datje me begeert. - O ja, natuurlijk. Altijd.

Als ik een verkoopstertje was, zou je dan ook met me trouwen ?

Antwoord niet. Ik wil je geen leugen opleggen.

Tenslotte ben je hier straks thuis.

Vader schenkt ons het paviljoen. Het staat nog leeg, maar stel je gerust.

Het wordt van alle moderne comfort voorzien.

Laten we naar de paarden gaan.

Gladiator.

Zie je niet dat dat paard dorst heeft ? Ga drinken halen, vooruit.

Damas, een volbloed hengst.

Laat zich alleen door mij berijden.

Als jij hem kan temmen, kan ik het ook. - Probeer het.

De stalknecht heeft er zijn ribben bij gebroken.

Damas kiest zijn meester.

Hij maakt me niet bang.

Natuurlijk niet. Zo'n dapper soldaat.

Louisa.

Louisa, waar ben je ?

Louisa ?

Verberg je niet langer.

Louisa.

Wat doet die ballon hier? - Een ideetje van me.

Daar beleven de gasten meer plezier aan dan aan een operazangeres.

Vindt u hei niet origineel ? - Ik hou niet zo van originaliteit.

Kijk.

Kijk, een ballon.

Bravo.

Wat mooi. - Fantastisch, zeg.

Pas op. - Meer naar het midden toe.

Pas nou toch op.

Meer naar het midden toe.

Wat dwaas. Het is schandelijk een kind zo hoog mee te voeren.

Arm kleintje. Wat zou het zich bezeren als het viel.

U hoeft niks te vrezen. We vallen altijd heel zachtjes.

Op onze bips.

Daar hebben we hem voor.

Dag, meneer, u ziet dat we op tijd komen.

De wind heeft ons geholpen.

Is mijn vriend al aangekomen ? - Langs de wegen gaat het minder snel.

Hoe heet je ook alweer? - Pierre Valmont.

Mag ik je Pierre noemen ? - Ja, natuurlijk.

Beste vrienden, wij zijn bijeen voor een feest

dat naar ik hoop nog eens aanleiding zal geven tot een doopplechtigheid.

Maar nu bieden wij u een doop aan van een heel ander genre.

Pierre is hier om hen die dat wensen te vergasten op een luchtdoop.

Jij bent nog te klein.

Nou, wie van u ?

Geen liefhebbers ? Ik dacht dat er toch een paar kandidaten zouden zijn.

Nee, ik niet. - Pierre,

misschien kun jij m'n gasten warm maken. Jij moetje zaak aan de man brengen.

Nou...

Het is niet gevaarlijk, hoor.

Het is een unieke belevenis meegenomen te worden door de wind.

Je gaat hoog, hoog als een vogel.

En watje ziet, tart alle beschrijving.

Alles is... Alles is heel klein, de huizen, de mensen.

Alles wat beweegt, gaat heel traag.

Een paard dat rent, kinderen die spelen.

Mensen die haast hebben. Het is een ballet.

Maar we kunnen niet vertrekken voor de kar met het gas er is.

Je hebt wel een verfrissing verdiend. En dat kleintje lust wel een taartje.

Zullen wij ook wat gaan drinken ?

En jij, Charles, heb jij geen lust om een luchttochtje te maken,

als een ware vliegkampioen ? - In dat oude kreng ? Ik dank u.

Oud kreng ? Mijn ballon ? - Het is uw broodwinning.

Er zijn makkelijker manieren, maar ook minder aangename.

Dames en heren, luistert u even ? En u ook, juffertjes ?

Juffertjes.

Draai aan het rad van avontuur

en u kunt een vliegreis winnen naar de zevende hemel.

Voor vijf frank, vier frank, drie frank. Twee frank.

Vandaag gaat alles voor niks, nietwaar, meneer Dechamps ?

Ja, kom, stijg met mij naar de zevende hemel.

Wat is hij aardig. - Daarboven, mensen...

Vulgair wil je zeggen.

Je vader zou hem het drinken moeten beletten.

Mevrouw ?

Ik heet Isabelle. Ik heb nog geen taartjes gekregen.

Maar schatje, daar staan ze. Pak maar.

Waar maken we ons druk om ? Om een ruzietje ?

Je heb! een leuke papa.

Hartstochten die als wolken samenpakken.

Maar hij is mijn papa niet. Ik heb geen papa.

...en je wilt er nooit meer uil. Proost, allemaal.

Ach vrienden, neem me niet kwalijk dat ik een beetje raaskal.

Maar je moet er in het leven kunnen uitvliegen.

Dat kun je op twee manieren doen.

Of je vliegt met mij hoog in de lucht,

of je drinkt je zat.

Dat zijn toch geen manieren, meneer.

Op jullie gezondheid. - Het verwondert me

dat die fijngevoelige Dechamps ons een laag-bij-de-grondse man opdringt.

Laag ? Kom in mijn schuitje, dan zie je hoe hoog mijn zoldering reikt.

Vriendje, we zijn niet op de kermis. - En dat spijt je.

Lijkt me wel, ja. De mensen gaan naar de kermis om zich te amuseren.

Het lijkt me dat jullie samenkomen om elkaar aan te gapen.

Maar hij is brutaal. Hij is onbeleefd.

Hij beledigt ons. - Het is een anarchist.

Wat wil je ? Uit de hoogte kan meneer Pierre de mensen niet onderscheiden.

En ook geen grenzen. - Ook nog een internationalist.

Het is een primitieveling. - Precies watje zegt.

Laat hem zijn mond houden. - Vrienden, alstublieft

Laten we van dit feest geen volksopstootje maken.

Ik wil u amuseren, maar...

Laten we hem uitsturen, zijn vredesduif. Geef hem de vrijheid.

We gaan zijn ballonnetje oplaten. - Nee, Iaat dat nou.

Laat dat, jongens. - Kom, kom.

Nee, niet doen. Niet doen.

Niet doen. Nee, niet doen, niet doen.

Loslaten. Een, twee, drie.

Nee, nee.

Ik heb niks.

Pierre, mijn jongen, mijn broer, ben je gewond ? Heb je pijn ?

Kom, steun op mijn schouder.

Schoften, Schoften, Onze ballon. Kijk.

Kwijt. - Maar Pierre, jij bent dronken.

Het is zijn schuld. - Maar ook een beetje de mijne.

Het was ook fout van mij. Het spijt me. - We zijn onze broodwinning kwijt.

Dat zal ik u vergoeden. Maakt u zich geen zorgen.

U kunt een nieuwe ballon kopen. Dal regelen we morgen.

Morgen ben ik allang weg.

Ik heb mijn buik vol van die schoeljes. Kijk ze lachen.

Schoften, Schoften,

U ziet het zelf. Uw vriend is niet in staat vanavond te vertrekken.

Brengen jullie de nacht hier door. Wees nou redelijk.

Schop het verlovingsfeest van mijn dochter niet nog meer in de war.

Morgen heb ik tijd voor jullie.

Kom, vrienden, laten we naar binnen gaan. Armand.

Installeer de heren en het kind in het paviljoen.

Maar er staat niets. - Zet er dan iets.

Kom, vrienden, kom.

Louisa, kom mee naar binnen.

Louisa.

Doe het licht aan.

Ach, wat jammer.

Ga je vlug omkleden. Roep Paulette. - Nee, laat maar. Ik ben zo terug.

Ik ben het, Paulette.

Mag ik binnen ?

Voelt u zich niet wel, juffrouw ? - Het is niks.

Help me mijn jurk vastmaken.

Uw vader zal tevreden zijn. U ziet er beeldig uit.

Is er iets, juffrouw ?

Ik ben nog nooit zo bang geweest als vandaag.

Heeft iemand hen al iets te eten gebracht?

Ik denk het niet.

Weetje, Paulette, dat kleine meisje is gelukkiger dan ik.

Paulette. - Wat?

Nee, niks.

Louisa, wat doe je ?

Ik breng eten naar je gasten in het paviljoen.

Die ben je vergeten. - Dat moet jij toch niet doen, Louisa.

Volg haar.

Ze hebben jullie ballon vernietigd omdat ze bang voor jullie zijn.

Uit domheid ook en boosaardigheid, Ze hebben jullie vleugels gebroken.

Juffrouw, u zult kouvatten.

Maar geloof me, ik ben niet zoals zij. Ze doen me walgen.

Wacht hier op mij.

En als bij wonder verscheen achter de wolken de Poolster.

De angst om de richting kwijt te zijn,

die diep in het hart van deze man huisde,

was door die kleine fonkeling verzonken.

Zoals de kleine sloep op de onmetelijke zee.

En toen...

Ze slaapt.

Ik hoop dat het nog warm is.

De storm zal gaan liggen.

En dan zullen wij dit verlovingsfeest opnieuw beginnen.

Morgen, als de zon weer schijnt.

Ik kan niet langer bij ze blijven.

Door jullie wee! ik hoe ik verder wil leven.

Vertrek bij dageraad. Ik zal er zijn.

We moeten hier door het veld.

Straks zie je het huis.

Zijn er varkens ? - Nee, er woont niemand.

Ze gaan naar de gek toe. - Vooruit.

Het is bewoond. - Verleden jaar was er niemand.

Het is niet verpacht. - Ze zijn niet erg op bezoek gesteld.

En ik, Paul ?

Hallo ?

Is hier iemand ?

Pas op.

Paul, doe even een luik open.

Het ruikt hier muf.

Kijk eens naar die knopen.

Zeekaarten van de hele wereld.

Birma, Suriname.

Hier, Java. - Ja. En Schotland.

Hoor je de zee hierin ?

Ik hoor niks.

Wal doen jullie hier ? Wal betekent dit allemaal ?

Geen vrouwen hier. Eruit, jullie allemaal.

Nu is het genoeg. We zijn niet doof.

Weet u wel dat dit mijn huis is ? Ik ben hier thuis.

Zeg ons eerst maar hoe je heet. - Ivan. Ik heb twintig jaar gevaren.

Deserteur in negen landen. Wie is er hier beter?

Je hebt niet het recht om je overal te nestelen.

Rechten ? Die neem ik, mannetje.

Dan nemen wij hei recht om hier ie blijven.

Ik ga niet weg.

Dat vragen we je ook niet. - Dat mankeerde er nog maar aan.

Zeg, jij bent een knappe meid.

Is dat schaapje van jou ?

Nee, van ons.

Je heb! haar toch niet samen gefokt?

Was jij je nooit?

Ja ? En als ik alleen ben, durven ze niet te komen.

Voeten vegen.

Ik kom zeggen dat het genoeg geweest is.

Ik heb die gek hier al laten wonen. - Omdat je bang voor me was.

Maar jullie charlatans moeten maar ophoepelen. En een beetje vlug.

Meneer Spork,

bekijk mij eens goed.

Herkent u mij niet? - Hoe dan ? Ik ken jou niet.

Ik ben de dochter van uw landheer.

Van meneer Dechamps ?

Jij?

Het is waar.

Ik heb je verleden jaar gezien toen je hier was met je vader.

Je pet.

Hoe gaat het met hem ?

Goed.

Hij vindt het vast niet leuk dat jij hier samen bent met drie mannen.

Waar bemoeit hij zich mee ? De boer.

Haal de politie maar. Kan ik die ook op hun bakkes geven.

Drie jaar cel in Amerika, het legioen, bij de nonnen, zes maanden cachot.

Ivan.

Wil je dat wij vrienden worden ?

Ja, natuurlijk.

Schreeuw dan niet zo.

Wij zullen hier een tijdje blijven en bij u onze inkopen doen.

U kunt afrekenen met vader.

Zo hoor ik het graag.

AI wat hij kan is pikken.

Om over zijn strooptochten maar te zwijgen.

Als je betaalt, is het wat anders.

De schoften.

Trek het je niet aan. Je zult mijn konijntjes proeven.

En ook een hert. Als er te vinden is.

Eerlijk gezegd vind ik het vervelend dat jij een rijkeluiskind bent.

Het doet er niet toe. Ik vind jullie sympathiek.

We zullen zo gelukkig zijn als koningen met z'n vieren.

En wees gerust. Ik blijf in mijn kajuit.

Ik zal de geliefden niet storen.

Geliefden ? - Er zijn er toch twee ?

Maar het doet papa geen plezier dat z'n dochter er met jullie vandoor gaat.

Nu is het genoeg.

We hebben het er niet meer over. Of ik maak me kwaad, hoor.

Je moet niet zo lichtgeraakt zijn.

Ik kan je veel vertellen over vrouwen, maar als ik hier te veel ben, ga ik.

Zullen we elders gaan ? - Hij werkt op mijn zenuwen. Anarchist.

Laten we blijven.

Als je de leugens kende waarin ik moest leven...

Hij is tenminste zichzelf. - Maar wel getikt.

Vind jij het een lieve man ?

Hij babbelt te veel, maar hij is wel braaf.

Dat is goed.

Wen je eraan om elke nacht onder hetzelfde dak te slapen ?

Het wen! wel.

Ik ga voor de voorraad zorgen.

Ik ga met je mee.

Kom, jongen, je mag mijn jagerstas dragen.

Ik voel me beroerd in een huis.

Een zwerver is als een schildpad. Hij neemt zijn huis mee.

Als hij op een plaats moet blijven, voelt hij zich gevangen.

Heb je heimwee ?

Toen ik Pierre leerde kennen, was hij net als jij.

Ver van huis, ver van alles.

Ontworteld.

Hij zei:

Als je thuis bent, ook al ben je ongelukkig,

dan weetje toch wat morgen brengen zal.

O ja. Veel te goed zelfs.

Heb je je nooit aan iemand gehecht?

Een vrouw ? Een huis ?

Je familie ?

Ik ben in een woonwagen geboren.

Mijn ouders waren rondreizende komedianten.

Maar ik had geen talent.

Ik kan alleen mezelf zijn.

Pierre is een geboren verteller. Hij is onderwijzer.

Dat is zijn roeping.

Maar ze hebben hem ontslagen omdat hij aan politiek deed.

Hij had pamfletten op het stadhuis geplakt.

Toen heeft hij zijn huis, zijn boeken verkocht.

En van de opbrengst hebben we ons die ballon aangeschaft

We zijn in de wolken gaan wonen.

Louisa ?

Louisa ? - Pierre ?

Het heeft geen zin om een bloem aan te bieden

aan iemand die tussen de bloemen slaapt.

Ik sliep niet. Ik luisterde.

Naar het gezoem van een bij. het gefluit van een merel.

En een stem die mij riep.

Ben je gelukkig ?

Een roos. Mag ik die wel aannemen ?

Bloemen zijn onschuldig.

En degene die ze geeft ?

Die zegt het met bloemen.

Zie je wel dat er een angel in verscholen zal ?

Je smaakt zoet.

Je bent een geraffineerd vrouwenverleider.

Ik moet op mijn hoede voor jou zijn.

Alleen voor mij ?

Ik heb een klavertjevier gevonden.

Ik heb een klavertjevier gevonden. We mogen allemaal iets wensen.

Louisa, Paul, Pierre en Isabelle.

Je zit hier om hen alleen te laten. Je bent een lafbek.

Bemoei je er niet mee. Praat geen onzin. - Je denkt toch niet dat ik idioot ben ?

Je verlangt naar die vrouw. Denk je dat ze dat niet zien ?

Maar je wilt je bronstige vriend niet in de weg lopen.

Hou je waffel.

Niets of niemand kan mij ooit tegen Paul opzetten.

Het kan me geen barst schelen.

Het wordt oorlog. Je sneuvelt toch.

Jammer dat ik te oud word. Anders zou ik verdomme nog eens deserteren.

Niet schieten, niet schieten. Dood hem niet.

gaat het jou wat aan ? - Is het jouw hond ?

Het is een smerig beest, door zijn baas achtergelaten.

Hij heeft al tien kippen opgevreten. - Hij moet toch eten ?

Moet ik hem de kost geven ? Maak datje wegkomt.

Laat hem los. - Ik heb hem amper kunnen vangen.

Geef hem aan mij, of Louisa laatje door haar vader wegjagen.

Kijk, Louisa, kijk, ik heb een hond. Hij heet Max.

Het staat op zijn halsband.

Maar die hond is niet van jou. - Jawel, de boer heeft hem gegeven.

Ik weet niet of Paul en Pierre een hond willen houden.

Als jij het vraagt, willen ze beslist.

Maar weetje wel datje eerst je gezicht moet wassen ? En je handjes.

En schone kleren moet aandoen en je haar kammen.

Voordat je weggaat.

Zo. Hier.

Als ik later groot ben, wil ik ook zo mooi zijn als jij.

Zullen ze dan ook op mij verliefd zijn ?

Wie ? - Pierre en Paul.

Waar is Pierre naartoe ? - Naar het dorp, voor een verrassing.

Heb je hem nodig ?

Kan ik hem niet vervangen ? Ben je niet tevreden over mijn karweitjes ?

Toch wel. Je schommel was perfect.

En mijn waskoorden ? - Prima.

Zo goed zelfs datje me mag helpen met het opvouwen van de lakens.

Wat sta je ver van me af. - Even geduld. Ik kom zo.

Ja, dan ontglip je me weer.

Wat weet jij daarvan ?

We blijven altijd bij elkaar.

Niet doen, Paul.

Waarom ? Waarom heb je dit gedaan ?

Begrijp je dat dan niet? We hebben dat recht niet.

Waarom niet? Waarom wij niet? - Zwijg, zwijg.

Gefeliciteerd. We gaan het vieren.

Wat vieren ? - We zijn veertien dagen bij elkaar.

Ja?

Wat is er nu weer?

Ik kom kijken of je nog koppig bent.

Je wou niet meefeesten. Kom tenminste een borreltje drinken.

Nee, ik heb besloten om alleen te eten.

Wat hebben we je misdaan ? - Dat is mijn zaak.

Heb je Het Laatste Nieuws gelezen ? - Welk nieuws ?

Jaurès is vermoord. Catastrofe in het verschiet.

Je zou denken datje er plezier in hebt.

Ik lach me een bult als ik denk aan die smeerlappen

die hun hachje niet willen wagen om tegen de oorlog te vechten.

En dan... Er zijn te veel mannen. Ik moet ervan kotsen.

Je bent charmant.

Het was een mooi feest, hè ? - Ja ?

Wanneer doen we het nog eens ? - Iedere week.

Maar dan mag jij niet zo laat opblijven.

Ik ben niet moe. - Jij gaat nu lekker slapen, hè ?

Pierre ? - Ja ?

Kom eens. - Wat is er?

Louisa vindt Paul het knapste.

Maar jij bent het liefste. - Wil je weleens gauw gaan slapen ?

Ze heeft Paul gekust.

Ja?

Trek het je niet aan. Ik zorg ervoor dat ze jou ook kust.

Weetje zeker dat ze elkaar gekust hebben ?

Ik heb het gezien.

In de stal.

Heb je verdriet?

Paul is toch je vriend ? - Ja, ja.

Ja, ga nu maar lekker slapen.

Je mag niet spieden.

Ik spied niet. Ze hebben me gezien.

Wees niet droevig. Ze zal jou ook kussen. Je zult het zien.

Het is dwaas om terneergedrukt te zijn.

We trekken het ons niet aan.

De oorlog is voor de anderen, niet voor ons.

Iedereen is ermee gemoeid.

En dan te bedenken dat er zoveel doden zullen vallen om niets.

Waardoor wij...

Waardoor wij wat?

Dat weetje heel goed.

Ik bedoel, Paul en jij.

Isabelle. - Wat heeft ze je gezegd ?

Ze heeft jullie samen gezien. Ja.

Het is wel goed zo. - Nee, het is niet goed zo.

Het is slecht.

Slecht is alleen het einde van een droom.

Ik had gehoopt dat er een oplossing zou zijn.

Dat we eindelijk samen zouden leven.

Als alle mensen, in één huis, op één plaats.

Met z'n drieën, hier, voorgoed samen.

Dat het zwerversleven voorgoed voorbij zou zijn.

Een droom is nel een ballon. Hij vliegt weg.

Je mag niet weggaan.

Ik ga weg-

Ver weg van de oorlog.

Je bedoelt, ver weg van mij.

Jullie gaan geen van beiden.

Als er gevaar dreigt, als ze ons hier vinden,

vertrekken wij samen.

Paul blijft bij jou.

Tussen ons mag er niets meer bestaan.

Zelfs niet...

Zeker niet de herinnering aan een geliefde vrouw.

Ik kan het je nu wel zeggen.

Ik hou van jou sinds die avond datje ons eten bracht.

Naakt, in je doorweekte jurk.

Op dat moment zijn Paul en ik als gekken verliefd op je geworden.

Je begrijpt dat een van ons tweeën moet vertrekken nu.

Praat niet zo.

Ik heb me net zoveel aan de een als aan de ander gehecht.

Blijf bij elkaar.

Ik heb me aan jullie opgedrongen.

Als door mij jullie vriendschap teloor zou gaan, zou ik het besterven.

Jullie hebben me niet alleen meegenomen omdat je behoefte aan een vrouw had.

Maar je bent een vrouw.

De vrouw die we liefhebben.

Nee.

Nee.

Geen vrouw. Niet voor jullie.

Dan wil ik geen vrouw meer zijn.

Jij kent geen Engels, hè ? - Nee. Wat zou dat?

Er bestaat een gezegde dat ons past als een handschoen.

Two is company, three is a crowd.

Wat wil dat zeggen ? - Zoveel als:

Twee mensen zijn samen,

drie mensen zijn alleen.

Ik begrijp je niet.

Kun je liefhebben als je alleen bent? - Alleen ? En Louisa ?

We dachten dat ons avontuur voorbij was.

We staan voor het moeilijkste van al.

Een huwelijk mei z'n drieën. Begrijp je dat ? Een huwelijk.

Geen liefdesavontuurtje, maar een echte liefde.

Waar niemand bedriegt en wordt bedrogen.

Als Louisa met ons gelukkig wil zijn. - Ze houdt van ons allebei.

Ze heeft het ons zelf gezegd.

Wie weet. Misschien toch: Three is company.

Ja.

En nu zonder handen.

Knijp met je knietjes.

Zeg, Louisa, ik zou graag een broertje hebben.

Wat een idee.

Wat moet jij nu met een broertje ? - Spelen.

Waarom mogen de kinderen uit het dorp niet met me spelen ?

Omdat de mensen dom zijn. - Dan wil ik een broertje hebben.

Ja, maar een kindje komt zomaar niet.

Er moet eerst een papa zijn.

Dan lukt het wel. Papa's zijn er genoeg. We hebben er twee.

Je hebt gelijk, mijn liefje.

Waar komen kindjes vandaan ? - Die groeien in de buik.

Zit er eentje ? - Nee.

Alleen als mensen heel erg veel van elkaar houden, dan groeit er eentje.

Hou je dan van niemand ?

Toch wel. - Van wie ?

Van jou.

Ik hou ook van jou.

En van wie nog ? - Van Pierre.

Ik ook. - En van wie nog ?

Van Paul.

Je houdt van ze, hè ? - Ja.

Veel. - Ik ook.

En van wie nog ? - Dat is alles.

Van Max.

Gaan we zwemmen ? - Ja.

Lekker flesje.

Wat doen ze daar? - Ze zijn aan het zwemmen.

Zullen we zingen ? - Ja.

Ja, samen zingen, samen zingen.

Zullen we ? - Zullen we ?

Je bent jarig.

Kijk eens naar die kleine. - Wat? O ja.

Als ze ons nu niet gehoord heeft...

Lopen.

Isabelle.

Hé, Ivan. Zeg, wat heb je ?

Ga je weg ? - Nee, ik vertrek.

Ik heb niks tegen vrijerij. Integendeel. Maar wel tegen een bordeel.

Ik wens jullie nog veel geluk. De groeten.

Wat kan het ons deren ?

Hebben we hier zo'n angst voor gehad ?

En elkaar ontvlucht ?

Waarom heb jij je tussen ons beiden gedrongen ?

Dat recht had je niet.

Vergeef me, Pierre.

Als ieder van jullie op een ander ogenblik in mijn leven was verschenen,

zou ik jullie alle twee hebben bemind.

Zoveel vrouwen kennen twee liefdes.

Maar met z'n drieën is het moeilijker. Er is altijd een getuige bij.

Een toeschouwer die grinnikt om een leugen.

Ook al is die leugen slechts een adem of een hand.

Iemand die waakt.

Die waakt opdat elk woord een woord van liefde zal zijn.

Ik had nooit kunnen denken

ooit van een monster te kunnen houden met twee hoofden,

vier handen, vier ogen, twee monden.

En hoe kan zo'n monster zijn hart verliezen

aan maar één neusje en twee oortjes ?

Aan twee verrukkelijke voetjes.

En twee handen.

En maar één enkel... - Stil.

Luister.

Horen jullie niks ?

Duivels.

Pak ze. Kom, mensen, kom.

Honden.

Laatje zien. - Ja, laatje zien.

Kom naar buiten. - Laatje zien.

Kom naar buiten. Godverdomme.

Steek de kar in brand.

Rotzakken.

Het is oorlog. Luister maar.

Waar is Max ?

Max is er niet meer. - Waar is hij ?

Hij is dood. We hebben hem begraven.

Waar?

Waarom hebben ze dat gedaan ?

Laten we hier vandaan gaan.

Is dat oorlog ?

Louisa, Louisa, lieveling. Je bent teruggekomen.

Ik had de hoop al opgegeven. Je hebt me...

Maar nee, ik wil je geen verwijten maken.

Je bent terug.

Ik ben dankbaar dat u mijn dochter heeft teruggebracht.

Ook u zal ik geen vragen stellen. Ik had mijn meisje verloren, maar nu,

nu heb ik haar terug.

Ik ben zo bang geweest, juffrouw, maar nu...

Ik kan wel huilen, zo gelukkig ben ik.

Zeg dat we met zijn vijven ontbijten en maak de kamer van mijn dochter in orde.

Is Armand weg ? - Hij is soldaat.

Uw kamer is klaar, juffrouw.

Met bloemen waar u van houdt.

Papa.

Ik wil je vragen of we in het paviljoen kunnen logeren.

Nee, jullie kunnen over de gastenkamers beschikken.

Geen gastenkamers, papa. Je begrijpt ons niet.

Ik ben teruggekomen omdat het oorlog is.

Omdat ik niet wil dat Paul in dienst gaat.

Wij willen niet scheiden van elkaar.

Smakelijk.

Goed. Liever dan haar weer te verliezen, wens ik dat u met haar trouwt.

Wij willen niet trouwen, papa.

Wat we willen, is samen zijn. Samen leven.

Je vergeet Pierre.

Maar als jullie gewoon alleen maar vrienden zijn...

Papa.

Ik hou zoveel van Pierre als van Paul.

Zoveel als een vrouw van een man kan houden.

Kom naar mijn kamer.

Ik zou willen weten wie van ons beiden gek is geworden.

Kies.

Wie van die twee wil je hebben ?

Kies.

Of ik zal voor jou kiezen.

Ik kan niet en ik wil niet kiezen. Ik hou van allebei.

Hoer.

Ze hebben een hoer van je gemaakt.

Goed, wij zullen vertrekken. - Louisa.

Blijf.

Ga niet weg.

Geef ons een kans.

Je zult zien dat ik gelukkig ben.

Ga.

Louisa, Louisa.

Ik wee! niet of ik er goed aan doe.

Je mag zo niet blijven leven. Iedereen spreekt kwaad van je.

Ben je gekomen om me dat te vertellen ?

Of was je nieuwsgierig ? - O nee, juffrouw.

Je vader heeft de politie gewaarschuwd. Hij heeft Paul aangeklaagd.

Goed datje me dat bent komen vertellen, Paulette.

We mogen geen tijd verliezen. We moeten onmiddellijk weg.

Ik ben bang voor je. Je zult ongelukkig worden.

Ik ben gelukkig.

Je kunt niet van twee mannen houden zoals ik van Julien.

Je wee! niet wat liefde is.

Juist omdat ik liefheb, wil ik weer vertrekken.

Je zult gestraft worden. - Gestraft ? Omdat we gelukkig zijn ?

Mensen zijn bang van een ander geluk dan het hunne.

Maak je geen zorgen. Ik zal nergens spijt van hebben.

Ik zal voor je bidden.

Ik zal je nooit vergeten, Paulette.

Isabelle, Isabelle.

Gaan we weg ? - Ja.

Ik wil niet weg. - We gaan naar een ander land.

Nu ? - Ja, we moeten 's nachts reizen.

Je zult de zee zien.

De zee ? - Ja, maar je moetje sterk houden.

Het is heel ver.

Vluchten zij ook allemaal ? - Ja.

Waarvoor? - Voor de soldaten.

Is dat geen soldaat ? - Ja, maar die is gewond.

Zijn de mensen dan niet bang van hem ?

Zoek bedden of strozakken.

Neem Isabelle mee en zoek een plaats om te overnachten.

He lekkere meid, kom eens hier.

Ik wil je voelen.

Je hoeft niet bang te zijn.

Ik zal je niet naaien. Kijk.

Ik kan niet eens meer pissen. Ik kan niet eens meer pissen.

Gas, gas, gas.

Gifgas, gas, gas.

We gaan eraan, we gaan eraan.

Louisa.

Louisa.

Pas op, het gas... - Nee, het is overgewaaid.

Je bent veilig.

De soldaten ? - Die worden geholpen.

Pierre en Isabelle ? - Die zijn ook veilig.

Als ik sterf, moetje me... - Je zult niet sterven.

Nee, ik mag nog niet sterven. Nog niet.

We gaan naar Pierre en Isabelle.

Ben ik niet te zwaar? - Nee, je bent licht.

Ja, ik voel me zo licht, Paul. Ik voel me zo licht.

De zon is terug.

Ik zie hem. Ik zie de zon, Paul.

Maar ik heb het koud. Is het koud, Paul ?

Ja, het is koud.

Zullen jullie goed voor Isabelle zorgen ?

Ja.

Jullie...

moeten haar de zee laten zien.

Mama.

Mama.

Mama.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.