Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tatar
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Op 26 december 2004 sloeg een verschrikkelijke tsunami over de oostkust van Azi๏ฟฝ.
Levens van vele families veranderden voor altijd.
Dit is het waar gebeurde verhaal van zo'n familie.
Niet weer...
Is het alarm wel geactiveerd?
Ja, als laatste gedaan.
Nee, ik ben als laatste weggegaan...
en heb het alarm niet geactiveerd.
Nee, schat. Ik was de laatste. Hij is geactiveerd. Echt waar.
Zeker? - Ja.
Nee, ik was de laatste. Ik ben nog naar binnen gegaan.
Het alarm is dus niet geactiveerd.
Dan liggen er bij thuiskomst vast enkele hippies in ons bed.
Net als toen je nog studeerde?
Alles is goed. Het is maar turbulentie.
Schakel uw elektronische apparaten uit.
Wat doe je? Je moet zitten. We gaan landen.
Lucas praat niet met me.
Ga hier maar zitten.
Maar ik heb niets gedaan. - Ga nou maar zitten.
Riem vast.
Gaat u zitten, mevrouw?
Wat? - Doe eens wat liever tegen je broer.
Hij is gewoon bang. - Hij is bang voor alles.
Van wie zou hij dat hebben?
Pak je spullen.
Bent u al eerder in Khao Lak geweest? - Nee, dit is de eerste keer.
Dit is het gunstigste seizoen. Een erg rustige omgeving.
Zeer geschikt voor gezinnen.
Alles is nieuw. We zijn pas een week open.
Jullie zullen genieten.
We hebben de derde verdieping geboekt. Met zeezicht.
Ik weet het. Excuseer ons. Er is een fout gemaakt.
Maar ik denk dat dit beter bevalt.
Waar komt u vandaan? - Japan.
U lijkt niet Japans.
Ik werk voor een groot bedrijf. We verhuizen veel.
En u? Werkt u? - Ik ben dokter.
Ik heb momenteel geen praktijk. Ik zorg voor de kinderen.
U heeft dus promotie gemaakt?
Leuk, toch? - Mam?
Mag ik er ๏ฟฝ๏ฟฝn? - Lucas, als je dorst hebt...
drink je maar water. - Precies.
Jongens, kom eens. - Kom.
Is het niet mooi? - Kunnen we daar zwemmen?
Ja, dat kan.
Tien, negen, acht, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, ๏ฟฝ๏ฟฝn...
Hoe kan hij omhoog gaan?
Hij gaat een andere kant op.
Kijk, hij haalt ze in. - Maar hij gaat verkeerd.
Hou op. - Opstaan.
Het is kerst!
Ik ga naar de cadeautjes. - Nee.
Wacht. E๏ฟฝn tegelijk.
Wat is het? - Een telescoop?
Een telescoop. Je ziet de hemel daardoor anders.
Die sterren kun je aan het plafond plakken. Ze geven dan licht.
Kijk, een sjaal. Prachtig.
Bedankt, schat. - Graag gedaan.
Wat is dat? Een bal?
Ik kan niet slapen.
Komt vast door de jetlag.
Zullen we naar de sterren kijken?
Morgen, misschien.
Sluit je ogen en denk aan iets leuks.
Mam, doe je mee? - Straks, schat. Speel maar met Lucas.
Niet te geloven. Je bent hopeloos.
Verberg dat ding nou maar gewoon.
Ik keek even hoeveel het huis in Japan waard is.
Ik heb bericht ontvangen dat Yoenios contract verlenging heeft gekregen.
Dan doen we beiden hetzelfde werk. En dat betekent maar ๏ฟฝ๏ฟฝn ding.
Ze kunnen je niet zomaar ontslaan. Dat is te duur. Maak je geen zorgen.
Dat doe ik wel. Ik kan deze baan niet verliezen.
Pap, kom met ons spelen.
Ik kan ook weer gaan werken.
Misschien is het tijd. - In Japan?
Nee. - Je wilt naar huis?
Geen gek idee, toch?
We denken er nog over. Ik ga met de jongens spelen.
Vang, pap.
Pak hem, Lucas. Kom op.
Blijf bij de jongens! - Lucas!
Pap!
Lucas!
Lucas! - Mam!
Help me!
Haal me eruit!
Blijf daar!
Hou vol!
Zwem naar mij toe. Doe voorzichtig.
Grijp dat matras!
Ik wil naar huis! - Pak mijn hand!
Lucas, onder water!
Mam. Pap!
Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien!
Ik ben bij je.
We moeten hier weg.
Kijk, die boom. Daar.
Die is perfect.
Voorzichtig, Lucas.
Niet bewegen.
Blijf stil.
Ik was altijd dapper, maar nu ben ik bang, mam.
Kom bij me.
Ik ben ook bang.
Is het al voorbij?
Ik weet het niet.
Wat? - Je bloedt, mam.
Het is goed. - Ik kan je zo niet aanzien.
Ga jij maar voor.
Zie je die boom? Die grote.
Kunnen we daarin?
Laten we gaan.
Papa!
Wacht. Hoorde je dat?
Mam, we kunnen niets doen. - Wacht.
We zijn er bijna. We moeten veilig zijn.
Nee, we moeten die jongen helpen.
We gaan dood als er nog een golf komt.
We moeten in die boom klimmen. Kom.
Waar ben je? - Mam, kijk naar je. We hebben hulp nodig!
Het risico is te groot, mam.
Kom. - Luister.
Wat als het Simon of Thomas was? Wat als zij hulp nodig hadden?
Je zou toch ook willen dat zij geholpen werden? - Simon en Thomas zijn dood!
Zelfs als dit het laatste is wat we doen...
Waar ben je?
Papa!
Kijk, mam. Daar. Ik zie hem.
Ben je ongedeerd?
Hoe heet je? Ik ben Lucas en jij?
Dani๏ฟฝl. - Ok๏ฟฝ, Dani๏ฟฝl...
Het komt wel goed. We halen je hieruit.
Til hem op. Het is al goed.
Zo. Gaat het goed?
Het al goed. Geen zorgen.
Blijf hier. Ik ben zo terug.
Mam, ik kom naar benden. Momentje.
Nee, het lukt wel. - Nee, ik kom eraan.
Het lukt wel, Lucas! Blijf daar gewoon.
Bedankt.
Hoorde je dat?
Kijk, mam. Ze komen ons halen.
H๏ฟฝ! Deze kant op!
Klim naar beneden, Lucas.
Mam, ik ben hier.
Dank u wel.
Dank u wel.
Zo erg bedankt!
Ik kon ze niet meer zien, mijn jongens.
Mijn jongens.
Laat ze me niet wegnemen zonder jou. - Geen zorgen, mam.
Ik laat je niet alleen. Beloofd.
Waar is Dani๏ฟฝl? - Ik weet het niet.
Help me. Iemand!
Bedankt!
Het is erg koud hier. - Het is niet koud, mam.
Mam, wat is er?
Ik heb antibiotica nodig. Kijk in die kast.
Ik kan de etiketten niet lezen. Alles is in het Thai.
Er staat ook Engels op. Kijk op de zijkant.
Kijk goed, Luke.
Gelukkig.
Zie je die jongen? Ik ben alles wat hij nog heeft.
Ik ben ook dokter. Ik bloed hevig. Stop het, alstublieft.
Ik heb antibiotica nodig.
Gaat het? - Ik ben mijn man en twee kinderen verloren.
Als er iets met mij gebeurt...
Welke kleur heeft het? - Wat?
Mijn been.
Is het nog rood? - Ja, het is rood.
Wat betekent dat? - Dat is goed.
Zolang het maar niet zwart wordt.
Je moet iets eten. Eet op.
Wat bazig. - Van wie zou ik dat hebben?
Hallo. Wat is uw naam?
Mijn naam is Maria. Dit is mijn zoon Lucas. Hoe heet u?
Geef haar eens een stukje mandarijn. Ze zal wel honger hebben.
Voorzichtig.
Ga op uw zij liggen. U stikt anders.
Ze heeft hulp nodig. Draai haar hoofd, Lucas.
Mam, gaat het? Mam, wat doe je?
Stop ermee, mam. Genoeg!
Stop, mam.
Stop, mam!
Lucas, deze plaats. Het is zo druk.
Je moet iets doen.
Help wat mensen. Daar ben je goed in.
Wat kan ik dan doen? - Wat dan ook.
Red jij je wel dan? - Kom op, Lucas. Ik ga hier niet weg.
Beloofd. - Goed dan.
Is dat uw gezien? - Acda, Jozef, Morten.
Zoekt u uw gezin? - Heb je ze gezien? Benstrum.
Rustig. Ik zal u helpen.
Ik probeer u te helpen.
Acda Benstrum?
Bent u Jozef Benstrum? Morten Benstrum?
Morten Benstrum? - Pardon.
Ik ben op zoek naar mijn zoon. - Peter Berry.
Hij zal zich afvragen waar ik ben.
Annemarie? Ik zoek mijn dochter, Annemarie de Bruin.
Wat was uw naam? - Annemarie de Bruin? Iemand?
Benstrum? Iemand?
Morten Benstrum? - Ja.
Morten Benstrum uit Zweden?
Ik heb je vader gezien. Je vader is hier.
Ik haal hem hierheen, goed?
Nee, blijf hier. Ik haal hem wel.
Nee, blijf hier. Het is een eind en jij moet rusten.
Benstrum!
Waar is mijn moeder? Mam?
Nee, wat doen jullie? Dit is mijn moeders bed.
Het is al goed. Rustig jongen.
Mijn moeder lag hier. Zij heeft haar dossier.
Kom met mij mee. Ik zal je helpen.
Hoe heet je? - Lucas Bennet.
Waar verbleef je? - Orchid Beach Resort in Khao Lak.
Wie waren er nog meer mee?
Lucas? - Mijn vader en mijn twee kleine broertjes.
Weet je wat er met hen is gebeurd?
Kunnen we iemand bellen? - Mijn opa?
Hoe heet hij? - Brian.
Maar ik weet zijn nummer niet meer.
Lucas?
Maria? Lucas!
Gaat het? - Ik kom zo boven.
Doe geen moeite. Ze brengen ons naar de bergen.
Blijf maar liggen. Ze komen zo. - Ik weet het.
Wil je zeggen dat ik terug ben? - Ja, moment.
Jongens, jullie vader is terug.
Er vlogen net een boel helikopters over.
Echt? - Mam en Lucas?
Kom maar even beneden, Thomas.
En ik dan? - Kijk maar of er nog helikopters zijn.
Goed. - Grote jongen.
Je bent er bijna, jongen. Lukt het?
Ik heb ze nog niet gevonden.
Heb je veel dode mensen gezien? - Wat er gebeurd is, is ernstig.
Maar mama en Lucas niet, toch? - Nee, die heb ik niet gezien.
Mijn voeten zijn verbrand op het dak. Het was heet en iedereen vertrok.
Kunnen wij al weg?
Je moet iets voor mij doen, Thomas.
Iedereen gaat naar de bergen, naar een veilige plaats.
Ik kan niet mee. - Je kunt ons niet weer alleen laten.
Ik moet ze zoeken. Jij moet voor Simon zorgen.
Nee. Blijf bij ons.
Ik heb nog nooit voor iemand gezorgd. Ik ben bang.
Ik ben ook bang.
Weet je wat ik het engst vond? - Toen het water kwam?
Nee, daarna. Toen ik boven kwam.
Ik was helemaal alleen. Dat was het engst.
En toen zag ik jullie die boom vasthouden...
en was ik niet meer bang omdat ik niet meer alleen was. Snap je?
Maar wat als mama en Lucas ook alleen zijn?
Hoe bang zullen zij wel niet zijn. - We zoeken ze samen...
Thomas, je moet voor Simon zorgen.
En ik blijf naar ze zoeken. Goed?
Ik weet dat je me begrijpt.
Opschieten. Er kan nog een golf komen.
Opschieten. Snel.
Hallo? Ja, ik hoor je. Dat weet niemand.
Gaat het? Bent u iemand kwijt? - Wij zijn ok๏ฟฝ. We willen gewoon weg.
Ik bel je terug, goed?
Ik probeer naar huis te bellen, mag ik uw telefoon lenen?
Kijk eens rond. Iedereen heeft iets nodig.
De batterij is bijna leeg. We hebben de telefoon zelf nodig.
Ik wil iemand spreken die de leiding heeft, die meer weet.
Ik zie jullie morgen, goed? - Ga je niet mee?
Nee, ik kan niet mee. Thomas blijft bij je.
Gedraag jullie. Blijf samen met deze groep.
Ik kom zo snel mogelijk terug, goed?
Gedraag jullie!
Ik hou van jullie.
Let u op mijn jongens? - Kom mee. Het is zinloos.
Ik m03t bl1jv3n zoeken.
Ik hou van jullie. Ik zie jullie morgen, beloofd.
Ik hou van jullie.
Maria?
Lucas?
Nee.
Gaat ie wel?
Stap in. We brengen u naar een veilige plaats.
Mijn vrouw wilde met kerst niet naar Thailand gaan.
Vanwege mijn been.
Ik stond erop. Mijn kleine meid Gina...
Ze is pas twee jaar.
Ik werd wakker van het lawaai. Ik was alleen.
Op het terras zag ik de zee aankomen.
Binnen vijf seconden was ik bij de trap, maar het water was er al.
Het waren niet meer dan vijf seconden.
Op bed vond ik een bericht van mijn vrouw. Ze waren naar het strand.
U verbleef toch in de Orchid? - Ja.
Mijn gezin was bij het zwembad toen de zee kwam.
Mijn zoon Thomas was in een hoge boom geklommen.
Het duurde even voor hij naar beneden kwam. Hij was doodsbang.
Toen vond ik Simon. Hij hield zich vast aan een palmboom.
Hij is pas vijf.
Ik heb ze naar de bergen gestuurd.
Zo kan ik blijven zoeken naar mijn vrouw en oudste zoon.
De moeilijkste beslissing ooit.
Heeft u al naar huis gebeld? - Ik kan geen telefoon vinden.
Ik spaar de batterij, in geval mijn familie belt. Hier.
Bedankt. Ik zal snel zijn.
Ja? - Brian?
Ja, Henry. Ik weet het al. Hoe gaat het daar?
Heb je al iets gehoord? - Nee, niemand heeft gebeld.
Is iedereen ongedeerd?
Maria en Lucas zijn er niet. - Wat bedoel je daarmee?
Het water nam iedereen mee. Ik heb Thomas en Simon gevonden, maar...
Ik weet niet wat ik moet doen of waar ik moet zoeken.
Henry, kalmeer.
Ik moet ophangen. Meer mensen hebben de telefoon nodig.
Ik bel je later.
Het spijt me. Bedankt.
Wat moet ik doen? - Zo kunt u niet ophangen.
Doe het nou maar.
Ik bel hem terug.
Ja? Henry? - Nog eens met mij...
Ik stop niet met zoeken totdat ik ze vind.
Ik weet niet wat ik kan doen, het is nu nacht, maar...
ik doorzoek elk ziekenhuis en elke opvangplaats.
Ik zal ze vinden, beloofd. Ik bel je dan.
Bedankt.
Mag ik met u mee?
Ik ben bang. - Ogen sluiten en aan iets leuks denken.
Mag ik bij jou zitten?
Hoe oud bent u? - Bijna 74. En jij?
Zeven en een half.
Haal die mieren weg.
Is hij in orde? - Ja, hij slaapt.
Hij heeft last van beten, maar dat komt wel goed.
Je kijkt graag naar de sterren, h๏ฟฝ? - Ja, ik ken bijna alle sterrenstelsels...
maar de hemel is hier anders.
Sommige sterren zijn al lang geleden uitgedoofd.
Wist je dat? - Ze zijn dood, toch?
Ja, maar hun heldere licht reist nog door de ruimte.
We zien ze nog steeds.
Welke zijn dood en welke niet? - Dat is niet te zien.
Het is een prachtig mysterie, toch?
Lucas Bennet, kun je met mij meekomen?
Ga hier maar zitten.
Jij bent Lucas Bennet, toch?
Ja - En je moeder heet Maria Bennet?
Herken je iets van deze spullen? Kijk maar goed.
Neem je tijd.
Zie je iets bekends? - Ik weet het niet.
Je weet het niet?
Herken je iets? - Ik denk het niet.
Niet?
Lucas? Kom je mee?
Mam.
Waar was je? - Waar ik was?
Waar was jij? Je zou nergens heengaan!
Je was er niet. Ik dacht dat je dood was.
Het spijt me. - Dat weet ik.
Het spijt ons heel erg.
Iemand heeft haar gegevens veranderd tijdens de operatie.
Hoe gaat het met haar?
Ze is aan haar borstkas geopereerd, maar...
ze heeft veel bloed verloren.
Ze is te zwak om haar been te opereren.
Als ze hersteld is, wordt ze weer geopereerd.
Maar het komt wel goed, toch?
Niets. Wat nu? - Naar het Turapar ziekenhuis.
Waar zijn mijn kinderen? - Ze brengen ze weg.
Ik mocht niet mee. Het spijt me. - Waarheen?
Ik weet het niet.
Ik moet plassen. - Je moet wachten, Simon.
Mam? Word wakker.
Raad eens wie ik buiten zag? - Mijn been. Hoe gaat het met mijn been?
Nog steeds rood.
Alstublieft. Mijn moeder. Haar wond ziet er slecht uit.
We doen ons best. We opereren haar zo snel mogelijk.
We zitten vol. Stap uit. Nee, nog vijf minuten. Alstublieft.
Ik wil u niet vertragen. Mijn dochter heet Gina.
Kelly, mijn vrouw, is Amerikaans.
Wilt u op de lijst kijken? - Natuurlijk.
Onze dochter is misschien in Soritani. We zijn hier al geweest.
We zijn bij elk ziekenhuis geweest, behalve deze.
Vijf minuten, alstublieft. - Ik ben zo terug.
Lucas? Zit er nog iets in het blikje?
Geen zorgen. Ik haal iets op.
Pap?
Ik moet plassen. - Kun je het ophouden?
Simon, wat doe je?
Kom in de bus!
Schiet op. Ze laten ons achter. Wat doe je?
Geen geluk. Het spijt me.
Bedankt voor het wachten. - We gaan.
Pap!
Het is Lucas!
Lucas? - Lucas?
Simon? Thomas?
Ik hou zo veel van jullie.
Zijn jullie in orde?
Lucas?
Pap? - Lucas?
Het spijt me zo.
Laten we gaan. We hoeven niet te wachten.
Mam is hier. - Wat?
Ze is erg zwak. Ze kraamt onzin uit.
Ze opereren haar zo snel mogelijk. Het is ernstig.
Mam? Kijk eens wie er zijn.
Lieverd.
Mam.
Is iedereen ongedeerd? - We zijn allemaal in orde.
Niemand gestorven? - Nee.
Kan dit even af? Het lukt wel.
Jullie zijn teruggekomen. - Ja.
Jullie zijn terug.
Nu kan ik rusten. In vrede rusten.
Maria, wat? Wat bedoel je, schat?
Ik ben stervende. - Nee.
Het komt wel goed. - Zorg voor de kinderen.
Daarom ben ik hier niet.
Het komt wel goed. Ze gaan goed voor je zorgen.
Ik beloof je dat alles goed komt.
Ik ben bang. - Het komt goed.
Het komt wel goed.
We gaan opereren. We nemen haar mee.
Ik hou van je. Het komt goed. Ik hou zielsveel van je.
We wachten op je.
Het spijt me als ik je teleurgesteld heb.
Lucas, bedankt dat je zo goed voor mam hebt gezorgd.
We zorgden voor elkaar.
Pap. - Ja?
Ik heb iets niet aan mam verteld. Ze moet het weten.
Ik heb ook een gezin. Ik heb mijn krachten gespaard.
Ik wil ze weer zien. Nog een laatste keer.
Moet dat? - Dan voel je geen pijn.
Ik ben bang om te slapen. - U bent in goede handen.
Sluit uw ogen en denk aan iets leuks.
Mam is in orde, Lucas. We gaan naar huis.
Mr. Bennet? Ik ben van Zrich verzekeringen om te helpen. Geen zorgen meer.
Uw vrouw krijgt de beste behandeling in Singapore.
U wordt naar het vliegtuig begeleid. Ik zie u daar. Veilige vlucht.
Waar gaan we heen? - Singapore. Daar zijn we veilig.
Gaat u zitten. We stijgen zo op.
Kan ik..? - Ja, snel.
Hoe gaat het? - Ik ben hier, bij jou.
Mam, raad eens. Ik heb Dani๏ฟฝl weer gezien.
Hij was zo blij.
Hij lag in iemand zijn armen. Vast zijn vader.
Ik hou van je. Lucas, ik hou zielsveel van je.
Bedankt!
Je moet terug naar je stoel.
Riemen vast.
Ik wil het niet. - Niet? Dat moet in een vliegtuig.
WE ZIJN NAAR HET STRAND
Het is goed.
Deze film is gebaseerd op het ware verhaal van Maria, Quique, Lucas, Tom๏ฟฝs en Sim๏ฟฝn.
Vertaald door Gooey
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.