Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ik ben bang dat het moeilijk
zal zijn om de superioriteit van de Westerse beschaving te bewijzen
aan een Afghaanse dorpeling die televisie met mij meekijkt.
Ik ben bang om ooit onverwacht te worden uitgenodigd
bij vrienden van vrienden
en een eetmaal te krijgen van vette, kruipende wormen
of gegrilde vliegende sprinkhanen
of gebakken slang in eigen vocht.
De pijn maakt me wakker.
Het is bijna tijd voor mijn medicatie.
Het is dag.
Opnieuw een dag.
Het lijkt koud buiten. Koud en grijs.
Toen ik klein was, dacht ik dat het altijd koud was.
Wij woonden in het noorden, op het platteland.
Er woonde niemand anders, kilometers in de omtrek.
Omdat ik alleen was, zocht ik een vrijetijdsbesteding.
Ik ging het bos onderzoeken.
Ik zocht naar interessante dieren en planten.
En insecten.
Ik was gefascineerd door insecten.
Mama verbood me ze mee naar huis te brengen.
Ze vond dat ze vuil en walgelijk waren.
Eric, ben jij dat? Het eten is bijna klaar.
Ja, mama. Ik kom.
Alhoewel ze mijn verzameling insecten verafschuwde,
moedigde zij toch mijn interesse voor wetenschap aan
en ik mocht er een hoekje van mijn kamer voor gebruiken.
Mijn labo.
Dat was mijn toevluchtsoord.
Daar spendeerde ik uren aan het experimenteren
en bestuderen van mijn exemplaren.
Eric, kom hier. Kom hier.
Ik kom, mama.
Zonder te weten waarom, verborg ik de bokaal onder mijn bed.
Ik wilde waarschijnlijk niet dat mijn moeder hem vond.
Na het eten haastte ik mij naar mijn kamer.
Maar hij was weg.
Ik keek overal, maar mijn exemplaar was onvindbaar.
Uiteindelijk gaf ik het op.
Het heeft lang geduurd om het te vergeten.
Al jaren hoorde ik geregeld hetzelfde geluid.
Iets kruipend en kriebelig.
Daar, aan het uiteinde van mijn bed.
Dat bed, ik nam het met me mee naar de universiteit.
Ik vond een klein appartement, enkel voor mij, kort bij de campus.
Ik wilde geen kamergenoot
die me zou storen.
Al wat ik nodig had,
was een rustige plaats om te werken.
Na al die jaren van opsluiting maakte ik moeilijk contact met mensen,
in het bijzonder met meisjes.
Kijk naar die sufferd. - H� jij. Wat is jouw probleem?
Wil je mijn foto. Dan kun je langer kijken.
Ze waren mooi en verleidelijk.
Maar het was onmogelijk om met hen contact te maken.
Excuseer me.
Daarom was ik verrast toen Laura in mijn leven kwam.
Ik wil je niet storen, maar heb jij geen biologieles bij Scherman?
Ja, ik...
Ik heb je daar al gezien. Je bent altijd zo ernstig.
Altijd met je neus in je boeken en alles noteren.
Ik heb de laatste les gemist. Mag ik jouw notities niet lenen?
Ja, natuurlijk. Hier zijn ze.
Bedankt, dat is heel vriendelijk. Ik geef ze spoedig terug.
Trouwens, ik heet Laura.
Eric. Ik ben Eric.
Nogmaals bedankt, Eric. Ik ben weg.
Hallo, Laura? Het is Eric. Nee, niet te snel.
Laura? Het is Eric. Van de biologieles.
Nee.
Wat doe ik toch allemaal?
Hallo? - Laura? Het is Eric.
Eric van de biologieles. - Dag, Eric.
Je nota's zijn perfect in orde. Wil je ze nu al terug?
Ik wilde eigenlijk... Wil je naar de bioscoop of...
Naar de bioscoop? Goed, leuk.
Echt? Ben je zeker? - Natuurlijk ben ik zeker.
Wanneer begint de film?
Snap je het nu? - Wat?
Dat je van mij bent, alleen van mij.
Jack, ja. - Zo is het.
Je bent helemaal van mij. - Jack, wat doe je?
Ja. - Nee.
Laat me doen.
Ik keek niet echt naar de film.
Daar zitten, dichtbij Laura
was genoeg om me gelukkig te maken.
Ik vond het een mooie film. Erg ontroerend en romantisch.
Zo moest het in het echte leven ook zijn. Laten we iets gaan drinken.
Dat is lekker.
Wodka geeft mij altijd zo'n raar gevoel.
Zij was het die mij een raar gevoel gaf.
Toen ze dichter kwam om me te kussen dacht ik dat ik stierf.
Ik denk dat ik nog ��n neem. Jij? - Ja, natuurlijk.
Ik was geen caf�s of alcohol gewend.
Maar ik wilde niet dat Laura dacht dat ik een sufferd was.
Zie nu. Ik vind het leuk dat je glimlacht.
Ik hou van die kuiltjes in je wangen.
Ik had de indruk in een droom te zitten waar ik geen vat op had,
een droom, waarvan ik wilde dat hij mijn leven lang bleef duren.
Het is leuk, hier bij jou.
Laat eens kijken.
Toen ze vroeg of ze mee mocht gaan... - Wat bevindt zich hier?
...hoorde ik mezelf antwoorden, 'Ja'.
Wat een schattig bedje.
Maar het is ��ntje voor de cowboys.
Wil je cowboy en indiaantje spelen?
Ik weet dat het belachelijk is, maar
ik had geen geld om een nieuw te kopen.
Ik zei nooit dat het belachelijk was. Ik plaag je maar wat.
Je bent zo ernstig. Kom eens hier.
Toon me dat je zo ernstig bent als je lijkt.
Doe je alsof je verlegen bent? Wil je een zetje?
Laura?
Laura, word wakker. Je bent gewond.
Maar... - Je hebt een snee in je arm.
Goedemorgen.
Krijg ik geen ochtendkus?
Niet bewegen, ik kom terug. Ik breng een verband mee.
Maak je geen zorgen. Alles komt goed.
De wond zag er diep en vreselijk uit.
Ik begreep niet hoe ze zo kalm kon blijven.
Ik zal opletten.
Als het pijn doet of het spant te erg,
zeg het dan, h�.
Ziezo.
Dat zal voorlopig wel volstaan.
Als je jezelf aankleedt, doe ik je naar het campushospitaal.
Maar ik heb geen dokter nodig, ik heb jou nodig.
Een kusje en alles komt goed.
Kom nou, ik bijt niet, hoor.
Zie je, dat was toch niet zo erg.
Goed, als je zeker bent dat je geen dokter wilt,
kunnen we naar de les.
Maar het is hier zo goed met jou.
Ik heb echt geen zin om te gaan.
Die dag ben ik heel laat op mijn les aangekomen.
Toen ik die avond thuiskwam
was ik uitgeput.
Goedenavond.
Ik ben blij dat je er bent. Het eten is klaar.
Ik dacht dat je na een lange dag hard werk, wel een lekkere maaltijd zou lusten.
Dat ziet er goed uit.
Ze gedroeg zich erg bizar, maar
wilde ik echt dat het zou veranderen?
Nee, eindelijk had ik een vriendin.
Ze was zeer bevallig
en leek mij echt leuk te vinden.
Voor een tijdje was het fantastisch.
Echt fantastisch.
Maar na enkele dagen, kwam er een verandering.
Laura, ik moet dit hoofdstuk afwerken. Ik heb morgen examen van biologie.
Wat? Wat heb ik verkeerd gezegd?
Ik zou graag willen weten
wat het belangrijkste is voor jou, ik of je stomme boeken.
De dingen werden erger.
En nog erger en nog erger. Ze was gestopt met de school.
Alsof ze geen vrienden of interesses had, buiten mij.
Ze verliet het appartement enkel om naar de kruidenier te gaan. Voedsel.
Het leek erop dat haar enige reden van bestaan was
om rijkelijke en calorierijke maaltijden te bereiden.
Fysisch veranderde zij ook.
Je bent van mij. - Ze werd sterker.
Je bent helemaal van mij. - Mannelijker.
Jij bent mijn slet, h�?
Je bent voor altijd van mij.
Je bent van mij.
Op een dag, toen ik van de campus kwam
zag ik dat ze haar lange, prachtige haar had afgeknipt.
Laura?
Toen wist ik dat het einde nabij was.
Hier, ik heb je een oppepper gemaakt.
Bedankt, maar ik heb geen dorst.
Ik heb het speciaal voor jou gemaakt. Kom hier en drink het op. Nu dadelijk.
Het is al goed. Maak je niet boos.
Eindelijk wakker?
Rustig.
Maak je geen zorgen.
Het duurt niet lang.
Waarom blijven ze zolang weg?
De pijn wordt erger,
en die warmte, het is hier veel te warm.
Ik wil alleen maar mijn medicijn.
Ik wil alleen maar
slapen.
Ik weet dat niets meer zal worden zoals vroeger.
Dat dit alles voorbij is
voor altijd.
Maar ik zou zo graag willen dat ze nog van me houdt.
Of dat zij minstens doet alsof.
Ik ben bang om te sterven door marteling,
of kanker of door een verkeersongeluk.
Wat is dan de goede manier? Ik weet het niet goed.
Tijdens het liefdesspel?
Dan zal ik wel iemand moeten vinden want dit jaar...
Als het goed is, wil ik opnieuw beginnen.
Als het onbeduidend is, kan ik het zo be�indigen. Ik weiger.
De dood, dat schandaal. Ik wil het niet formeel doen.
Ik wil het niet gelukkig doen.
Dat er na dit alles, na zo weinig,
niets is, niets zonder niets. Dat kan ik niet.
Ik weiger.
Ik ben bang dat ik geen politiek geweten heb.
Misschien verberg ik de waarheid voor mezelf en ben ik rechts? Of erger?
Ik merk dat ik tegenwoordig uitvluchten zoek om me niet te moeten engageren.
Dat ik meer ontvankelijk ben voor de conservatieve argumentatie.
Dat alles niet teveel verandert, dat de jeugd ons niet stoort,
dat we moeten profiteren van wat we hebben bijeengespaard.
Ik word centrumlinks.
Ik ben bang voor middelmatigheid.
Ik ben liever een nul, dan middelmatig.
Onopgemerkt zijn is geen levenslot.
Maar ik wil ook niet puur zijn. Puurheid bedreigt mij.
Er zal een Messias komen die ons wit wast, witter dan wit.
Tot op de zonde, tot op het bot.
We kijken beter niet achter de schermen van de grote schoonmaak.
Help.
Vandaag hebben we een nieuwe leerling.
Stel je voor aan je kameraadjes.
Ayakawa Sumako. Ik wil een goede studente zijn.
Waar woon je, Sumako-san? - In het oude huis aan de waterval.
Het oude huis, achter het kerkhof? - Ja, ik woon bij mijn moeder.
Vroeger woonde ik in het buitenland. In Londen...
'Hajime Hajime, waar ben jij, hier is een vreemdeling...'
Kinderen.
Je zult met samurai Hajime te doen krijgen. - Zwijg, jullie.
Wie is samurai Hajime? - Dat is een oud verhaal, Sumako-san.
De samurai is al meer dan 100 jaar dood. Hij is begraven op ons kerkhof.
Je ziet hem vanavond wel. Hij hakt vreemdelingen in mootjes.
Genoeg. Sumako, je mag gaan zitten.
Michio, jij bent zo slim. Weet jij waarom Hajime ge�xecuteerd is?
Nee, je weet het niet. Domoor.
Iemand anders?
Dat wordt dan onze les voor vandaag. Open jullie boeken op pagina 100.
Sumako, wil jij de legende lezen, naast de afbeelding? -Ja.
Samurai Hajime van de Satsuma-clan
werd veroordeeld tot seppuku, een zelfmoordritueel, omdat hij een Brit
beroofde op de weg naar Tokaido, en hem in mootjes hakte,
in het jaar 1865, het Edo-tijdperk.
We wachten op jou, nieuweling.
Wij zijn nakomelingen van samurai Hajime.
Hajime, weet je nog?
Jullie zijn echt belachelijk. - Ja? Werkelijk?
Durf je met ons spotten? Dat doe je beter niet, Sumako.
Zo behandelen we hier vreemdelingen. - Stop. Heb medelijden.
Vooruit, mijn lievelingen. Ga haar wat kriebelen. - Nee.
Nee.
Zo werkt het niet, Sumako-chan.
Je mag niet wakker worden terwijl je er middenin zit.
Je moet je droom tot het einde beleven.
Je moet slapen, Sumako-chan.
Slapen.
Slapen.
Is hier iemand?
Is hier iemand?
Die idioten willen me angst aanjagen.
Jullie zijn stommelingen.
Jullie moeten je niet verbergen. Ik heb jullie gezien.
Het graf van samurai Hajime.
Verlaat je ons nu al?
De samurai komt dadelijk.
Blijkbaar hou je niet zo van ons gezelschap.
Blijf nog even, je zult niet worden teleurgesteld.
En de samurai zal graag... - Stop ermee.
Wind je niet zo op, Sumako.
Jij lijkt gespannen. - Je geloofde toch niet in geesten.
Tomoko? Michio?
Je zult sterven.
Nee, stop.
Sumako.
Sumako.
Michio.
De hersenen van Sumako.
Ben jij het, Sumako-chan?
Sumako?
Sumako?
Is je eerste schooldag meegevallen?
En, Sumako-chan, ben je ditmaal tot het einde gegaan?
Zo werkt het niet, Sumako.
Je moet je droom be�indigen als je wilt genezen.
Genezen.
Genezen.
Genezen.
Ik ben bang dat ik meehelp aan de verwoesting van de planeet,
en de moed niet heb om er iets aan te doen.
Ik weet niet wat ik moet doen.
Ik ben bang omdat ik niets doe en ik doe niets omdat ik bang ben.
Ik moet absoluut iets doen.
Kleine angsten vullen mijn hoofd,
ze vergezellen me, omsingelen me als botte palen,
die me doen ineenkrimpen. Bestaan? Ja, maar waar?
Binnen of buiten, boven of onder?
Ik ben bang voor de man.
De man lijkt een wolf voor de mens, maar de wolf is geen man voor de wolf.
Een wolf eet geen andere wolf.
Maar de man, dat is het gevaarlijk dier.
Roeit dieren uit, snoeit bloemen. Verwoest zijn gelijkaardigen.
Iedereen is akkoord met moord, slim en dom, zuiver en onzuiver,
vrijwillig of niet, met een glas of een bevel,
in zijn hoofd, en ga maar, man.
En de vrouwen doen mee, op elk niveau. De vrouw is de toekomst van de man.
Op je smoel, klootzak.
Ik heb het recht, zegt ze. Ik bescherm mezelf, ik anticipeer.
Ik kwam per toeval terecht
in de streek waar ik de meeste zomers had doorgebracht, in mijn jeugd.
De grote vlakte.
E�n van die zomers was wel erg vreemd.
Alles was begonnen met de verdwijning van mijn oom.
Die nacht ging hij stropen
maar zijn boot werd teruggevonden aan de oever.
Hij was leeg.
Elke avond ging mijn tante voor hem bidden.
Ik ging met haar mee.
Als ze huilde, ging ik naar buiten om met mijn vriend te spelen.
Meestal, op hetzelfde uur,
kwamen de eenden van het moeras.
Door hun gedrag konden we raden wat de volgende dagen zou gebeuren.
Mijn vriend, die niet echt familie had,
en zijn tijd doorbracht in de velden,
kende veel geheimen van de dieren.
Op een avond, passeerde de laatste eend met een gebroken vleugel.
Volgens mijn vriend, was een wild dier, dat rondsloop in het gebied, verantwoordelijk.
En misschien zouden we het ooit ook ontmoeten.
Die avond hield ik mijn ogen stevig dicht
om de enge dromen weg te houden.
De volgende ochtend viste de politie een verminkt hoofd op.
Een lugubere misdaad.
Wie kon zoiets afschuwelijks doen?
Mijn vriend wist het.
Er bestaan wilde dieren die uit de wolken neerdalen
en ��n van hen zou zich wel verschuilen in het moeras.
Die avond, bij mijn tante,
zei niemand een woord.
En op een namiddag verdween mijn vriend ook.
Het hele dorp zocht naar hem.
De mist werd heviger.
En ik verdwaalde,
als in een droom.
Zijn fiets werd teruggevonden.
Die ontdekking bracht me geen rust.
En de nacht viel.
Wat ik dacht gezien te hebben, was dat mijn vriend?
Of was het dat monster?
Of waren ze allebei hetzelfde wezen?
Uiteindelijk deed men een beroep op de hoofdjager van de stad.
Voor die man, die elke mysterieuze jungle van Afrika kende,
maakte het niet uit of het een wild dier of een moordenaar was.
Drie dagen en nachten bleef hij in de toren van de kerk.
Toen hij naar beneden kwam,
hing er een wilde geur rond hem.
Hij vroeg om hem de vetste gans van het dorp te brengen
en hij begon zijn val uit te zetten.
Vrouwen en kinderen werden uit het gebied gehouden.
Niemand mocht enig geluid maken.
Sinds die dag is er niemand meer verdwenen,
hoewel mijn oom nooit is teruggekeerd,
hoewel mijn vriend nooit is gevonden.
Nu brengen de oude vrouwen offers in de kerk, aan de krokodil,
maar ze laten uitschijnen dat het voor de heiligen is.
Een tijd later werd ik wakker gemaakt in het holst van de nacht.
Het was mijn vriend. Daar was ik zeker van.
Ik was zeker dat ik mij niet vergiste.
We zagen mekaar nooit meer.
De dag dat ik de plaats bezocht waar de krokodil nog steeds hangt,
herinnerde ik mij dat verhaal.
Ik durfde niet wachten tot de duisternis viel.
Het was alsof ik bang was om mijn vriend terug te zien.
Wie weet welke andere geheimen hij nog kon verbergen.
Misschien was hij ook wel uit de wolken neergedaald.
Ik ben bang om diegenen die anders zijn te gemakkelijk te misprijzen.
Omdat ik niet accepteer wie ik ben, is dat een probleem.
Omdat degenen die op me lijken, me deprimeren,
en dat geeft me een slecht zelfbeeld.
Ik ben bang dat ik een echte bourgeoise ben.
Dat kan ik niet aanvaarden. Hoe ben ik daar bij gekomen?
Rijken irriteren me, armen stoten me af, de middenklasse stoort me. Help.
Help me. Vlug, een klooster, iets origineels, vrede.
Maar echte vrede, geen namaak.
Geen rotan meubelen, geen scientologisten uit Hollywood,
voordrachten in het Tibetaans. Nee.
Ik ben bang voor een indigestie.
We eten allemaal schaamteloos als varkens. Ja.
Zoals varkens.
Kinderen. De korstjes zijn voor jullie.
Ik ben bang dat ik bloos van plezier als ik boodschappen doe.
Soms is het goed, om een chocolademousse te eten.
Het is wel industrieel gemaakt, maar wel lekker, h�.
En zij die de middelen niet hebben? Kijk, zij verkiest snel verteerbaar voedsel.
Kom, Simone, we kopen biologische voeding.
Zie je niet dat het bedrog is?
Ik ben bang dat ik nooit, zelfs niet ��nmalig, iets nuttigs zal doen in mijn leven.
Bijvoorbeeld, een racist duidelijk maken,
��n enkele racist, dat het laf, dom en gemeen is om racist te zijn.
Ik heb het enkele keren geprobeerd, met veel moeite.
Het is moeilijk om mezelf onder controle te houden,
om een democraat te blijven die de verschillen respecteert,
maar die houdt aan de basiswaarden.
Dan kijkt een ander me aan, beschaamd,
maar ik voel dat het mij ontglipt.
Ik kan enkel mensen overtuigen die al akkoord waren.
Help. Cicero, Louise Michel, Montesquieu, Martin Luther King, Benetton.
Ik ben bang om aangenaam te zijn.
Het is afschuwelijk om aangenaam te zijn.
Hoe was uw leven?
Aangenaam.
Vertaling en bewerking: kbeton.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.