All language subtitles for El.Agente.Topo.2020.720p.WEB-DL.H.264.DD5.1-TWA

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

man op leeftijd gezocht

gepensioneerd, tussen de 80 en 90 jaar

onafhankelijk, discreet, met kennis van technologie

Ik kocht een krant en zag een advertentie:

We zoeken mensen, mannen tussen de 80 en 90 jaar oud.

Ik dacht: Ben ik nou gek? Dat is toch vreemd.

Tussen de 80 en 90 jaar oud?

Als je ergens gaat solliciteren en je vertelt hoe oud je bent...

kun je het meteen vergeten. Het is een enorm nadeel.

Niemand wil oudere mensen aannemen.

Ondanks het feit dat ik er nog jong uitzie...

Ik zie er jong uit en zo voel ik me ook. -Hoe goed bent u met technologie?

Ik zit op het internet via een wifi-verbinding.

Maar ik gebruik het niet, omdat ik het simpelweg niet nodig vind.

Het werkt niet. O, nu wel.

Het werkt niet. -Laat me eens kijken.

Ik druk op de knop en ik heb je volledig in beeld, maar er gebeurt niets.

Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien...

elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien.

Je hebt vijftien foto's van me genomen.

In de baan die we aanbieden, zijn we op zoek...

naar iemand die intelligent is.

Een mol. -Kunt u dat even toelichten?

Een spion. -Juist, een spion.

Zonder dat iemand weet dat je een spion bent.

Je houdt een oogje in het zeil, je observeert wat er gebeurt.

Zou je er moreel gezien problemen mee hebben...

om oudere mensen te bespioneren? -Nee, helemaal niet.

Nee, absoluut niet. -Ik zou het zelfs wel interessant vinden.

Zou uw vrouw er bezwaar tegen hebben...

als u drie maanden lang de bewoners van een rusthuis zou observeren?

Mijn vrouw heeft me drie prachtige kinderen gegeven...

die allemaal getrouwd zijn en die nu zelf kinderen hebben.

Maar ze maken zich altijd zorgen over mij.

Zouden zij het een probleem vinden als u drie maanden in een rusthuis ging wonen?

Als ik deze baan krijg, zou dat geen enkel probleem zijn.

Want ik bepaal zelf wat ik doe.

De persoon die je gaat bespioneren, noemen we het doelwit.

Je hebt een missie. We geven je een naam en we laten je ook een foto zien.

Ik vertel je wie je in de gaten moet houden.

Ik ben ingehuurd door een dochter.

Jij moet daarbinnen al het werk doen en ik breng verslag uit aan de dochter.

Zij denkt dat haar moeder mishandeld, beroofd en geslagen wordt. Begrijp je?

Dus jij moet mijn ogen en mijn oren zijn. Alle informatie is waardevol.

Als je ziet dat de toiletten vies zijn, of als er geen wc-papier is.

Als de mensen rondlopen met vieze luiers.

Als de verplegers de mensen slaan of God weet wat. Ik wil alles weten.

Jij moet me verzekeren dat je deze persoon in de gaten zult houden.

Je moet heel voorzichtig zijn. -Ja, logisch.

Niemand mag iets in de gaten hebben, want als ze je ontmaskeren, houdt het op.

Dit is het doelwit. Haar naam is Sonia Perez.

Probeer het gezicht van deze mevrouw op te slaan in je geheugen.

Dat omaatje? -Ja, dat omaatje.

Dit zijn de enige foto's die je te zien zal krijgen.

Wat je hier ziet, is de voorgevel van bejaardentehuis San Francisco.

Gelegen in de wijk El Monte.

Oké, nu ga je me bellen op FaceTime. -Oké.

Ik kan je hier zien.

Bel me maar. Je moet me niet alleen zien. Straks zit ik niet meer naast de camera.

Je moet me eerst bellen. -Oké.

Hallo, Rómulo. Ik kan je zien. -Maar je hebt me niet gebeld.

Beantwoord de oproep maar. Druk op de knop.

Die groene? -Ja, neem maar op.

Nee, hou maar omhoog. Zie je jezelf?

Zie je mij? -Jazeker.

Zie je me op het scherm? En daar zie je jezelf.

Luister, jij gaat me hier bellen...

en dan zeg je dat je een spoedbestelling hebt.

Dat is het codewoord, een spoedbestelling.

Dat betekent dat je belangrijke informatie hebt.

QSL, QAP. We treffen elkaar bij de QTH.

Begrijp je me? -Absoluut niet.

Stuur me een spraakbericht via WhatsApp.

Hoe gaan we dit doen als je niet naast me zit?

Daarom zeg ik steeds dat je je moet concentreren.

Ik ga Actebral voor je kopen. Voor je geheugen.

Hoe heet dat? -Actebral.

Wat is dit? -Een pen.

Als je met een vergrootglas kijkt naar dat puntje bovenop...

Zie je het? -Ja.

Dat is de camera, de microcamera.

Ik ben je nu aan het filmen.

Ik ga hem omdraaien en nu zet ik hem uit.

Dit is een spionagebril.

Hij gaat aan op dezelfde manier als de pen.

Voelde je hem trillen? -Ja.

Voelde je het in je hand? -Ja.

Dat betekent dat je op dit moment aan het filmen bent.

Wie ben je aan het filmen? Niet te snel. Niet zo, maar zo. Langzaam.

Zo, ja. Dat is goed.

Maar je moet niet kijken als een spion. Probeer wat meer...

Maar jullie weten dat ik een spion ben. -Niemand mag het weten.

Meneer, neemt u me mee? Neem me mee.

Alstublieft? -Maar ik heb geen sleutel.

Ik heb m'n handen vol. -Kom eens, meisje.

Kom eens, want die meneer heeft zijn handen vol.

Jij, jij, jij.

Zij?

Er hangt een camera boven ons. En daar hangt nog een apparaat.

Daarmee kunnen ze onze gesprekken afluisteren.

Ja, ze kunnen alles horen, maar hun oren zijn bedekt.

Ik dacht dat ze een film wilden maken, niet dat ze ons wilden bespioneren.

Ja, ze zijn een film aan het opnemen. Ik weet niet wat dat gaat worden.

Oké, Sergio en Dalal. Op de 20e of de 21e...

brengen we hem samen weg. Jij als zijn dochter en ik.

Het is belangrijk dat je onthoudt...

dat ik je favoriete peetzoon ben. Oké?

Hebben jullie nog vragen? -Waar ik me zorgen over maak...

Een paar maanden geleden zijn we onze moeder verloren.

Nu mama er niet meer is, zal het moeilijk zijn om hem drie maanden niet te zien.

Kunnen we mijn vader bezoeken? Hoe lang in het weekend?

Hoe lang mag mijn vader naar buiten?

Als de directie het toestaat en u zelf de verantwoordelijkheid neemt wel.

Maar ik mag de regels van het tehuis niet overtreden.

Als alle oudjes naar buiten gaan, kun je je wel voorstellen wat er gebeurt.

Velen van hen zullen verdwalen.

En krijgt hij problemen met de wet als iemand ontdekt...

dat hij daar is om te spioneren en te filmen.

Jullie gaan daar zonder toestemming filmen, maar dat kan niet zomaar.

Vanuit wettelijk oogpunt...

hebben mijn cliënte en ik een vertrouwelijkheidsovereenkomst gesloten.

Ze mag de informatie die ik haar geef niet misbruiken.

Zij wil alleen maar weten hoe het met haar moeder gaat.

Dalal, als je je zorgen maakt over de film...

we zijn al een tijdje in het tehuis aan het filmen.

En ze weten dat we de nadruk willen leggen op nieuwe bewoners.

In dit geval dus jouw vader. -Alles duidelijk?

Zij weten niet dat hij een spion is. -Om mijn dochter gerust te stellen...

Je weet dat ik wel naar buiten ga.

We wonen vlak naast het winkelcentrum, wat ik inmiddels op m'n duimpje ken.

Zelfs met m'n ogen dicht weet ik elke winkel te vinden.

Dat wordt na verloop van tijd ook saai.

Ik ga stukjes wandelen, een beetje zon op m'n hoofd...

kijken naar de mooie bomen en de vogels, maar ook dat wordt saai.

En als ik dan weer naar huis ga, voel ik me soms een beetje wanhopig.

En ik voel dat dit mentaal heel bevrijdend voor me is.

Mentaal vermoeiend, maar ook bevrijdend.

Ik begin me weer wat meer de persoon te voelen die ik ooit was.

Ik denk niet meer de hele tijd aan je moeder.

Thuis herinnert alles me aan je moeder.

Als ik nu thuiskom, ben ik doodop. Ik ga naar binnen en wil alleen nog maar slapen.

Mijn hoofd begint weer wat helderder te worden...

en ik ben hier blij mee.

Ik wil dat jij ook blij bent, maar ook gerust.

Oké?

Hoe gaat het? -Goed, en met u?

Goed, dank u. -Met mij goed, en met u?

Heel goed, dank je. -Pardon.

Hoe gaat het met u? -Goed, leuk je te zien.

Zoals ik al zei, is hier het terras.

Het is prachtig. -Hier kunt u in de zomer buiten zitten.

Of u kunt hier de middag doorbrengen met uw kinderen.

Overal zitten relingen. Misschien denkt u: Die heb ik niet nodig.

Maar soms hebben we ze wel nodig.

Dus vergeet niet dat er altijd relingen zijn om u aan vast te houden, oké?

We hebben gedeelde kamers, zoals deze. Met twee bedden en een eigen badkamer.

We hebben ook eenpersoonskamers.

Met een eenpersoonsbed en een eigen badkamer.

Mettertijd leren we het gebouw steeds beter kennen.

Zorg dat je altijd voorzichtig rijdt, alsjeblieft.

Wees voorzichtig. -Ik hou ook van jou.

Wees voorzichtig. -Ik hou van je.

En geef brood aan hen die niets hebben. Amen.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.

Ik hoorde dat het morgen 40 graden wordt. -Heerlijk.

Die nieuwe man is er. -Hij is een echte heer.

Ja, hij ziet er... -Hij ziet er nog helder uit.

Heb je die nieuwe man al ontmoet? -Nee.

Ik vind hem aardig, want hij is een echte heer.

Iedereen die hem heeft gesproken, vindt hem aardig.

Echt? Heb jij hem al gesproken? -Ja.

Dit is mijn toetje. Jij mag het hebben. -Dank je, maar ik heb er zelf een.

Waarom vragen we niet of hij hier komt zitten?

Er is genoeg ruimte voor twee. -Hij moet hier nog wennen.

Ja, hij moet nog wennen. Maar sommige mensen wennen nooit en dan gaan ze weg.

Misschien is hij graag alleen. -Dat ligt eraan.

Het maakt me verdrietig als mensen hierheen gebracht worden...

terwijl ze thuis nog goed kunnen functioneren.

Maar toch komen ze hierheen. -Misschien voelt hij zich thuis eenzaam.

Goedemiddag.

Hoe gaat het met u?

Begint u al te wennen?

Begint u al te wennen hier?

Dat kan ik nog niet zeggen, want het is pas m'n tweede dag.

Komt u uit Santiago? -Ja, Santiago, de hoofdstad.

Juist. Hebt u daar familie? -Ja.

Uw vrouw? -Ik ben weduwnaar.

Hebt u kinderen? -Ja, ik heb een familie.

Hoeveel kinderen hebt u? -Drie kinderen, vijf kleinkinderen.

Wauw, dat is veel. -Ja, voor mij alleen.

Wat nog meer? -Hij is weduwnaar, zegt hij.

Deze meneer is weduwnaar.

Sinds kort. Vier maanden pas.

Hallo? -Sergio?

Ja? -Sorry.

Zeg het eens. -Ik wil even weten wat je QTH is.

Dat laat ik je morgen weten, ik heb het nog niet bestudeerd.

Je moet wel studeren. -Oké.

Dan kan ik je vragen naar de code. -Oké.

Morgen ga ik je van alles vertellen.

Ja, alsjeblieft. Schrijf alles in ieder geval in je schrift.

QSL... Luister even, QSL, QAP.

Dan kun je mij antwoord geven met dezelfde code.

Die van de foto, oké? -Ja.

Mooi zo. -Was dat het? Dag.

Even wachten nog. Er komt zo iemand bij u.

Doe je armen omhoog en zwaai ze naar rechts.

Naar rechts, naar rechts. Wat is rechts?

Goed zo. En nu naar links. Naar rechts. Naar links.

Naar beneden. Omhoog. Omlaag, omhoog, omlaag.

Eén, twee, drie... Zonder ze te laten zakken.

Vier, vijf.

Rómulo, dit is mijn verslag van woensdag.

Ik ben in de grote zaal op zoek gegaan naar het doelwit.

Ik had een stuk of vier kandidaten, maar al die dames lijken op elkaar.

Hoe heet zij? -Dat weet ik niet meer.

Hoe heet dat omaatje naast u?

Zij heet Clothilde.

Zij? -Ja, zij.

Ik heb nog steeds niemand gevonden met de naam Sonia.

Later heb ik gesproken met mevrouw Petronila.

Zij heeft me enkele van haar gedichten voorgedragen.

ik proost op het leven als er begrip is en liefde

voelt niemand pijn en raakt niemand gekwetst

een goed leven brengt ons een goede oude dag

werk en integriteit bezorgen een mens veel vreugde

en zo eindigt het leven onder de beste omstandigheden

Prachtig. U hebt een uitstekend geheugen, mevrouw. Gefeliciteerd.

Zij zegt dat er wel goed voor haar wordt gezorgd, maar dat dingen soms zoekraken.

Een paar dagen geleden droeg ik een blauw shirt.

Ik had er mijn initialen in geschreven: P.A.

Met een zwarte pen. Hier.

En de vrouw die hem heeft gestolen, heeft er met een rode en een blauwe pen...

in het groot haar eigen initialen in gezet.

Ik ben een keer geld kwijtgeraakt...

maar dat is iemand van buitenaf geweest, een bezoeker, of zo. Niet het personeel.

Eén keer maar? -Ja, één keer.

Na het eten heb ik gesproken met mevrouw Juana.

Zij is bij het verlaten van haar kamer uitgegleden en gevallen.

Het gevolg is dat haar hele lichaam zeer doet en dat haar been paars is.

Ik vraag me af of dit nalatigheid is of niet.

Dat brein van mij verraadt me. -Laat eens los. Laat maar los.

Het brein kan een mens echt verraden, vind je niet?

Ik leefde een tijdje in een andere wereld. Ik wist niet waar of wie ik was.

's Middags heb ik gesproken met mevrouw Rubira...

over haar persoonlijke leven en over haar verblijf in het tehuis.

Ik heb drie kinderen, twee meisjes en een jongen.

Net als ik. -Echt?

Ik heb ook twee meisjes en een jongen. De jongen is de middelste.

De mijne is het kleintje. Maar hij is niet zo klein meer, hij heeft z'n eigen gezin.

Juist. We hadden een zeer goede band met elkaar.

Maar hij is getrouwd en toen ik ziek werd en hij voor me ging zorgen...

zei die vrouw: Maak je niet zo druk om je moeder, met haar is alles goed.

Later hoorde ik dat ze had gezegd: Hij zorgt beter voor z'n moeder dan voor mij.

Ze was jaloers op zijn moeder. -Dat gebeurt heel vaak.

Voordat ik oud werd, deed ik alles voor m'n kleinkinderen en m'n kinderen.

Maar toen ik ziek begon te worden, toen de oude vrouw geen nut meer had...

stopten ze me in een tehuis. -Maar nu gaat het hartstikke goed met u.

En ik weet zeker dat uw kinderen u snel zullen komen opzoeken.

Hopelijk kan God u horen. -Dat hoop ik ook.

Oké, ik zie u later. -Ja, tot ziens.

Wil je ook wat? Lust je dat niet?

Je moet daar zijn. -Ik heb al.

Ik moet gaan.

Rond een uur of zes vragen Zoila en Marta of de grote deur open mag.

De deur viel dicht. -Niet, jij deed hem dicht.

Breng me naar huis, meneer. Eigenaar van het gebouw.

Doe nou open, alstublieft.

Meneertje, doe nou open.

Alstublieft.

Maar hoe kom ik hier weg? -Ik weet het niet.

Hé, breng me naar het huis van m'n moeder.

Ze houden Marta voor de gek door te zeggen dat haar moeder haar opbelt...

maar het zijn de verzorgers.

Dat doen ze zodat ze rustig blijft, omdat ze nooit bezoek krijgt.

Martita, ik heb je moeder aan de lijn. Praat maar met haar.

Wat ben je toch een geluksvogel.

Mama, ik mis je zo. Je komt me nooit opzoeken.

Maar ik ben hier. Je moet me komen halen.

Ik meer dan jij. Ik voel me zo wanhopig.

Ik ben wanhopig, omdat je me nooit komt opzoeken.

Rómulo, vandaag telde ik veertig vrouwen en vier mannen, inclusief ikzelf.

Ik heb het doelwit gevonden. Ze woont in kamer 17.

Pardon, mevrouw.

Hoe gaat het met u? -Goed.

Hoe smaakte de lunch? -Prima.

Behandelen ze u hier goed? -Ja.

Ik ben vergeten uw naam te vragen. -Sonia.

Ik ben een paar dagen geleden aangekomen en ik wil graag mensen leren kennen.

Ik vraag de mensen hoe ze heten, zodat ik weet hoe ik ze moet noemen.

Maar u ziet er goed uit, u bent een mooie dame.

Ik kom u elke dag opzoeken. Tot ziens.

Hallo Sergio, ik heb je bericht gehoord...

en aangezien je al weet wie het doelwit is, moet je niet zoveel vragen stellen.

Doe rustig aan, je hebt haar al gevonden. Ga niet steeds naar haar kamer.

Ik wil niet dat die dame iets in de gaten krijgt of dat ze je ergens van beschuldigt.

Dus wees alsjeblieft voorzichtig.

Pardon. Goedemiddag, mevrouw Sonia. -Goedemiddag.

Hoe gaat het met u? Goed? Wat fijn.

Het is vandaag een stuk minder warm dan gisteren, hè?

Toch?

Rómulo, 's middags heb ik het doelwit goed in de gaten gehouden.

Tegen etenstijd heeft ze samen met de fysiotherapeut een stukje gelopen...

als onderdeel van haar therapie.

Kent u meneer Sergio? Zal ik u aan hem voorstellen?

Nee. -Niet? Dat is ook goed.

Toen de arts haar vroeg of ze me wilde leren kennen, zei ze op boze toon nee.

Ze keek me aan alsof ik een boeman was. Ik besef dat ze geen sociale vrouw is.

Als niemand tegen haar praat, kan ze de hele dag zwijgen.

Dat was het verslag van vandaag.

Laten we bidden. Wees gegroet Maria, vol van genade...

de Heer is met U. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.

Heilige Maria, Moeder van God...

bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Mooie dromen en slaap zacht.

Nu moet ik weer terug naar huis.

Ik praat met hem.

Ik praat altijd met hem. -Wat fijn.

Ik zie hem gewoon als een mens. -Juist.

Je kan met hem praten, je kan alles zeggen. -Praat hij ook terug?

Nee, hij praat niet terug, maar ik zie hem...

en ik vertel hem over mezelf, over wat er in mijn leven gebeurt.

Mevrouw, meneer, kan dit open?

Hoe gaat dit open? -Misschien hier?

Er is geen sleutel. -Die ligt binnen.

Hé, mevrouw? Meneer? Wat moet ik hiermee doen?

Nee.

De kamer is erg schoon.

De douche staat aan en het water is warm.

Kijk nou, het water blijft maar stromen.

Daar is het.

In de badkamer staat een po met urine erin.

Er liggen kleren in de douche. Het stinkt hier naar urine.

Heel vies.

Rómulo, kijk. Ik ben nu in de kamer...

van de dames die volledig bedlegerig zijn.

Ze spreken niet en een van hen is buiten bewustzijn.

De andere dame praat ook niet, ze trekt alleen rare gezichten.

Ze stopt haar vingers in haar mond.

Ik vind het heel moeilijk om deze dames te zien.

Dit is geen leven. Dit is afschuwelijk.

Dit is mijn kamer. -Wat mooi.

Hoe gaat het met u? -Hebt u me niet gemist?

Ik moest twee dagen in bed blijven. Ze brachten alles naar m'n bed.

Gelukkig ben ik snel hersteld. -Dus ze hebben goed voor u gezorgd?

Ja, zeker weten. U gaat toch nog niet weg?

Er is geen reden voor u om te vertrekken of om gedeprimeerd te raken.

Nee, helemaal niet. -Want anders moet u op zoek naar geluk.

Precies. Dat sowieso. -Positief blijven.

Het is mij overkomen, daarom zeg ik het. -Ik ben wel gelukkig. Ja.

En als ik gedeprimeerd raak, pak ik m'n spullen en ga ik.

Nee, onder geen beding. Daarom zeg ik dat. Je moet zorgen dat je positief blijft.

Geen zorgen, ik word niet depressief. Ik ben erg tevreden.

U zit hier goed. En voelt u zich goed? -Ja.

Zorgen ze goed voor u? -Ik zit hier al meer dan 25 jaar.

Dus er wordt goed voor u gezorgd? -Luister, ik ben zelfstandig.

Dankzij God en de heilige maagd Maria....

kan ik ondanks mijn leeftijd godzijdank nog steeds zelf dingen doen.

Ik ga alleen naar het ziekenhuis en ik doe alles alleen.

Ik doe alles zelf, al m'n boodschappen. -Dat is mooi.

Jazeker. Ik ga zelf naar de bank, maar met de huidige situatie...

Ik zie zoveel vreselijke dingen op het nieuws...

dat ik nu bang ben om alleen naar buiten te gaan.

Daarom dacht ik aan u, de enige andere zelfstandige persoon die alleen weg kan.

U kunt me vergezellen naar de overkant om m'n pensioen op te halen.

Dat zou ik met veel plezier doen, maar ik moet wel om toestemming vragen.

Zeker. -Ik kan niet zomaar weg.

Nee, ik zal straks met de directrice gaan praten.

Hebt u daar met hem over gesproken? -Ja, we hebben het samen besproken...

maar ik weet niet of u toestemming zal geven.

Ik zal het met meneer Sergio bespreken en dat laat ik u weten of hij het wil. Oké?

Ik vind hem leuk, snapt u? -Vindt u hem leuk?

Heeft u hem dat verteld? -Nee.

Natuurlijk niet. -Ik vind hem leuk, omdat hij een heer is.

Hij ziet er goed uit, hij is een goede gesprekspartner.

Iemand met inhoud? -Jazeker.

En ik heb zo het gevoel dat hij mij ook leuk vindt.

Zou het niet fantastisch zijn als we hier een bruiloft hadden?

Natuurlijk, Bertita. We hebben een mooie kapel en een priester.

Dat zou de eerste keer zijn in de ruim 25 jaar dat ik hier ben.

Dat zou toch wel heel bijzonder zijn. En het is nog nooit eerder gebeurd.

Dus je denkt nu al aan trouwen? Dan is het wel heel serieus.

Ja, waarom niet? Als ik hem leuk vind?

Ik ben al m'n hele leven heel kieskeurig.

Maar je hebt wel een vriendje gehad. -Ja, maar een beetje kussen betekent niets.

Zo is dat. -En ik was heel koppig.

Ik zou God mijn maagdelijkheid geven...

via de persoon met wie ik zou trouwen.

Is mijn haar al droog? -Ja, mejuffrouw.

gefeliciteerd met het jubileum

Rómulo, dit is het verslag van vandaag, 5 oktober.

Na de lunch, om twee uur, gingen we met z'n allen in de grote zaal het jubileum vieren.

Het was geweldig. Eerst kregen we een vegetarische cocktail...

met geroosterde kip, salade, een toetje en sap.

Daarna werd ik gekroond tot koning van het tehuis.

Wat vind je van onze koning, Mirta? -Heel goed. Klasse.

En jij, Raquelita? -Heel goed.

Je bent een hartenbreker, mijn koning. Dus we hoeven geen andere te kiezen?

Iemand kijkt me aan en wil duidelijk iets zeggen. We gaan het vragen.

En Bertita, wat vind jij van onze koning? -Wat denkt u zelf?

Ik ben verliefd op hem.

Volgens mij komt er een bruiloft.

Ik kroon jou tot koning.

Ik stel u voor aan uw koning, meneer Sergio.

Het is me een waar genoegen, meneer.

Ik hoop dat we heel gelukkig zullen worden. -Precies, gelukkig.

Luister eens, ik heb gehoord wat je allemaal zei over het carnaval...

en dat je tot koning bent gekroond.

En ik ben hartstikke blij voor je, maar er is iets wat je me nog niet hebt gestuurd.

Namelijk de situaties waarom ik heb gevraagd.

Situaties met inhoud, met details, die nuttig zijn.

Dat is wat ik nodig heb voor mijn cliënte.

Hallo, hallo. Hoe gaat het? -Goed, en met u?

Ook heel goed, godzijdank. -Wat fijn.

Dat is het belangrijkste. -Ja, ik ben heel blij voor u.

Ik ga vroeg naar bed. -Dat is goed voor u.

Ja, wat moet ik anders doen in m'n eentje?

Vandaag heb ik het doelwit gevolgd en ik zag dat ze moeite had met opstaan.

De verplegers moeten in de buurt blijven om haar te helpen.

Pas op, die mevrouw.

Ga maar zitten.

Heel goed.

Mijn kleine kippetje.

In de grote zaal kon ik even met haar praten.

Ze zei alleen het hoognodige. Ik denk dat ze niet graag met mannen praat.

Hou je handen thuis. -Waarom word je boos als ik je aanraak?

Niemand mag me aanraken. -En wie heeft je gekocht?

Ik heb je zelf gekocht met mijn eigen geld.

Geen ruzie maken. -We moeten vrienden zijn.

Inderdaad. Doe maar rustig.

Rustig aan, mevrouwtje. Oké?

Als mijn moeder komt, ben ik hier weg.

Hij houdt van me. Heel veel. Een beetje. Helemaal niet.

Hij houdt van me. Heel veel.

Een beetje. Helemaal niet.

Hij houdt van me.

Heel veel.

Dat is heel goed. -Ondanks mijn ruim 85 jaar.

Ja, inderdaad. Dat is geweldig.

Kat in het bakkie. -Zeker weten.

Hallo, hoe gaat het? Goed? -Je liep langs me, maar je zei niets.

Ik was afgeleid. Ik wilde even met u praten, mevrouw...

Mevrouw... -Mejuffrouw.

Mejuffrouw Berta. -Inderdaad. Zegt u het eens.

Ik ga niet met u mee om uw pensioen op te halen.

Niet? -Nee.

Eerlijk gezegd wil ik niet naar buiten. Vroeger deed ik het elke dag, in Santiago.

Maar ik wil de straat niet op...

om samen met u uw geld op te halen.

Het was gewoon een manier om elkaar beter te leren kennen.

Maar als je je niet voor me openstelt... -Maar we hebben elkaar al leren kennen.

Ja, maar... -Ik heb zelfs uw kamer al gezien.

En wat vond u ervan? -Mooi, en een mooi uitzicht op het plein.

U woont in een vijfsterrenkamer. -Ja.

En wat vindt u van mij? -Pardon?

Wat vindt u van mij? -U bent erg aardig.

Ik haal van alles en nog wat in m'n hoofd. Laten we eerlijk zijn tegen elkaar.

Als u geen interesse hebt... -Het gaat niet om u.

Ik heb interesse in niemand. Ik ben nog aan het rouwen, mevrouw.

Mijn vrouw zit nog steeds hier en hier.

Ik ben nog aan het rouwen om mijn vrouw. Ik wil met niemand uitgaan.

Weet je wat het is? Het probleem is dat ik tegen mezelf zei:

Deze meneer is hartelijk en beleefd.

En in mijn hoofd dacht ik: Hij kan me gezelschap houden.

Maar als dat niet kan, vind ik het ook prima om alleen te zijn.

Ik ga nu ook overal alleen naartoe. -Bedankt, mevrouw.

Zolang God wil dat ik gezond ben, ben ik liever alleen dan in slecht gezelschap.

In het leven dat God voor me heeft uitgestippeld.

Als er een struikelblok op m'n pad komt...

duw ik dat blok aan de kant...

en ga ik verder met m'n leventje.

Is dit Sergio? -Ja.

Even voor de duidelijkheid. Je hebt me een aantal video's gestuurd...

maar je geeft me helemaal niets.

Iemand in het tehuis heeft namelijk een inbraak gemeld.

Een diefstal zelfs. Dus dat moet je onderzoeken.

Oké. -Alstublieft.

Ik verwacht het verslag om acht uur. Oké? -Prima.

Mooi zo. -Oké, tot ziens.

Ze spelen graag spelletjes. -Ja, natuurlijk.

Maar ik niet. Als ik nee zeg, is het nee.

Waar is het geld? Niet hier? Hier ook niet?

Hier dan? Of hier? Helemaal niets? -Niets.

Maar nu heb ik je.

Niets? -Je hebt m'n snoepjes gepikt.

Je hebt snelle vingers. Neem er maar een. -Ik eet deze wel op.

Oké. -Deze.

Mama, ik hou ook van jou.

Ik probeer geld af te troggelen van een meneer, om...

Ja, maar ik heb niets, nog geen vijf cent.

Wacht eventjes.

Heeft zij nog een moeder? Heeft zij een moeder?

Geef me het geld. -Welk geld?

Het geld dat ik je laatst heb gegeven. -Nee, iedereen kan geld verliezen.

Bel de politie.

dit is niet van Elsita dit is van Petita

Rómulo, vanaf woensdag volg ik Marta, want ik vind haar verdacht.

Mijn spullen. Hé, die zijn van mij.

Eén, twee, en kijk...

Deze ook.

En deze ook nog.

Ik heb Marta's kamer doorzocht...

en vond verschillende zaken die aan anderen toebehoorden.

Marta kan heel snel dingen grijpen en ze vervolgens laten verdwijnen.

Maar het is moeilijk om boos te worden op haar.

Ik heb geen van de verplegers ooit iets zien stelen.

Tot zover de bestelling van vandaag.

Je hebt me een foto gestuurd van een zilveren ketting.

Een halsketting. -Ja, een halsketting met een steen.

Ik had je al geschreven dat de cliënte zei...

dat die aan het doelwit toebehoort.

Jij had het over een ketting met een medaillon.

Met een steen. -Dit is een ketting met een hangertje.

Een steen. -Dat weet ik niet.

Ik heb de foto gezien en het is een steen. -Dan is het een steen.

Dus nu hebben we Marta gesnapt.

Een muisje dat stiekem de kamers insluipt. Ze is gewoon een dief.

Meneer Sergio, hebt u mijn spullen gezien?

Ik had een schooltas vol met boeken.

Waar dan? -Hier ergens.

Ik heb hem niet gezien. -Niet?

Ik had een schooltas met m'n boeken en alles.

Mijn moeder zegt altijd: Let goed op je spullen.

Dat heb ik gedaan. Ik heb er goed op gelet.

En waar zijn ze nu dan? -Dat weet ik niet.

Dan heb je er niet goed op gelet. -Nee.

Misschien heb je ze buiten laten liggen. -Misschien wel.

Wat zonde. Zulke dingen zijn erg duur.

Toen ik hier net was, had ik het genoegen om als eerste met u te praten.

En daarna hebben we elkaar nog vier of vijf keer gesproken.

En u... -Praatte ik onzin?

Misschien kraamde ik wel onzin uit. -Nee hoor, helemaal niet.

Het was allemaal heel coherent.

Maar soms heeft u wat probleempjes met uw geheugen.

Maar u kraamde geen onzin uit, hoor.

En ik moet u eerlijk bekennen dat ik me niet herinner...

dat ik eerder op deze manier met u heb gesproken.

Ziet u? Elke keer dat ik u heb gesproken...

heb ik u gevraagd of uw kinderen u zijn komen opzoeken.

En u weet nooit of ze zijn geweest of niet.

Dan zegt u: Om eerlijk te zijn, weet ik het niet meer.

Ik denk dat ze wel om u geven.

En aangezien u wel vijf keer met mij hebt gepraat en u zich dat niet herinnert...

is het heel goed mogelijk dat uw kinderen zijn gekomen en dat u dat niet meer weet.

Goedemiddag, meisjes. Hoe gaat het? -Goedemiddag. Prima, en met u?

Heel goed, schat. -U ziet er goed uit.

U hebt bezoek.

Deze bezoeker kennen we al.

Peetvader. -Meneer.

Hoe is het met Marta? -Niet zo goed.

Niet goed? Wat is er gebeurd?

Wat is er aan de hand, Marta? -Ik ben mijn jas kwijt.

Ze is haar jas kwijt. -Ik ben hem gisteren kwijtgeraakt.

Hoe dan? Waar? Wanneer? Waarom? -Ik heb hem op tafel laten liggen, toch?

Blijkbaar wel. -En toen ben ik weggegaan.

Daarna was hij weg.

Ze liep maar rond met die jas en ik zei: Berg hem nou op.

Dat heeft ze niet gedaan en nu is hij weg. -Wat voor kleur had de jas?

Beige. Beige met gele haartjes.

Ik heb een gesprek gehad met de cliënte...

Mag ik je iets vragen? -Zeg het eens.

Je cliënte maakt zich kennelijk veel zorgen over haar moeder.

Ze zegt dat ze bezorgd is en dat ik mijn werk goed moet doen.

Maar ik heb haar nog nooit gezien. Ze heeft haar moeder nog nooit bezocht.

Dus hoe bezorgd is ze dan eigenlijk?

Zij moet heel veel werken, dus jullie hebben elkaar nooit getroffen.

Ze heeft me gevraagd of jij haar medicatie in de gaten wilt houden.

Ze zou een pil moeten krijgen die Ketiadianina heet.

Ketia... Keta wat?

Die namen zijn moeilijk, daarom moet je ze opschrijven.

Juist.

Rómulo, vandaag heb ik het doelwit goed in de gaten gehouden.

Ik was om zes uur bij haar en ze hebben haar de Ketiapina niet gegeven.

Ik denk dat die mevrouw van hiernaast... hoe heet ze ook alweer?

Sonia? -Ja, ze moet haar medicijnen nog krijgen.

Ik heb het een verpleegster gevraagd en die zei...

dat het doelwit geen medicatie krijgt op dat tijdstip.

Nee, ze krijgt geen medicatie om zes uur. -Niet?

Nee, niet om zes uur. -Ik dacht dat het zes uur was.

Nee, hoor. -Je moet voorzichtig zijn.

Als het zes uur is en ze krijgt haar medicijnen niet...

zeg je gewoon tegen mij: Ze heeft haar medicijnen niet gekregen.

Maar je moet niet zeggen: Hé, waarom heeft ze haar medicijnen niet gekregen?

Dan zegt zij: Het zijn jouw zaken niet of ze haar medicijnen wel of niet krijgt.

Je moet voorzichtig zijn. Je moet niet in discussie gaan.

Wie heeft jou verteld dat ik in discussie ben gegaan met die verpleegster?

Niemand, maar jij zei... -Neem je dat gewoon aan?

De verpleegster zei alleen dat ze op dat tijdstip geen medicijnen krijgt.

Dat is alles. -Oké.

Ik denk dat jij haar hebt gevraagd waarom ze haar medicijnen niet heeft gekregen.

Je moet geen dingen aannemen die je niet hebt gehoord.

Weet je wat iemand me heeft verteld? -Nou?

Dat je gisternacht bent verdwaald. -'s Nachts? Welnee.

En dat je de straat op bent gegaan. Echt waar.

En dat de politie je heeft meegenomen.

Ja? -Is dat waar?

Ja? En wat is er gebeurd? -Ik was verdwaald.

Was je verdwaald? Jeetje, oké.

Ik ga dit even opeten, anders is het zonde. -Je hebt een beetje gemorst.

Lager, lager. Ja, daar.

Dat moet je wel even afvegen. Heb je een zakdoekje?

Je moet even rechtop gaan zitten. -Ik hoef niet meer.

Tot ziens. Ik zie je later. -Ja, maar veeg dat nou even af.

Waar zit het? -Hier. Laat mij maar.

Klaar? -Klaar. En daar. Alsjeblieft.

Martita toch. -Ik weet niet meer waarom ik ben ontsnapt.

De politie heeft me gearresteerd, ze vroegen me mijn naam...

mijn vermogen, van alles en nog wat.

Ben je naar de politie gegaan om je moeder te zoeken?

Ik weet niet waarom ik erheen ben gegaan.

We moeten de politie bellen...

en vragen waarom ze me hebben gearresteerd.

Misschien heb je iets uitgespookt? -Nee, ik ben geen dief.

Ik heb geen spullen gestolen.

Helemaal niets? -Nee.

Hallo? Mama? Waarom ben je me niet komen halen?

Maar als ik me slecht heb gedragen, hadden jullie me moeten komen opzoeken.

Om vragen te stellen.

Dat is het moeilijkste van alles.

Natuurlijk.

Stel je eens voor.

Ik denk niet dat u me mist.

Want als u me miste, was u me wel komen halen, hoe dan ook.

Ik vind uw gedichten erg mooi. Weet u waarom?

Omdat ze zo mooi rijmen. -Inderdaad.

Er zijn gedichten die ik niet mooi vind, omdat ze niet rijmen.

Ik hou van gedichten die rijmen.

Als het niet rijmt, vind ik het niet mooi. -Dan is het niet de moeite waard.

Dit is voor de jeugdigen en voor moeders.

Voor mij dus. Als het voor de jeugdigen is, is het voor mij.

Nee, het is niet voor u. Leeft uw moeder nog?

Nee, zowel mijn moeder als mijn vader leven niet meer.

Dit is voor ons allebei:

als je moeder nog leeft, dank dan de Heer, die veel van je houdt

niet iedere sterveling kent zo'n groot geluk of heilig genoegen

maar als ze ten hemel is gegaan, is het graf van de moeder een heilig oord

er bestaat in je hart geen heiliger plek

als je ziel wordt doorboord door een wrede doorn

laat je verdrietige tranen dan daar de vrije loop

Dat was erg mooi.

Ja, want niemand anders kan poëzie aan ons voordragen.

Vooral mijn man niet.

Met vier kinderen moest mijn geluk wachten tot ik oud was.

Maar nu ben ik oud en ik ben nog steeds niet echt gelukkig.

Ik heb ze alle vier grootgebracht en ze zijn stuk voor stuk ondankbaar.

Het zijn geen types die elke zondag komen.

Maar ik neem ze niets kwalijk, want ieder doet wat hij wil.

Ze hebben hun eigen verplichtingen en verantwoordelijkheden.

Ze zijn al getrouwd, ze hebben zelf een gezin.

Ze hebben geen tijd om aan hun moeder te denken.

Daarom neem ik hen niets kwalijk. Als ze niet komen, dan komen ze maar niet.

Het leven is blijkbaar toch wreed.

Dag mevrouw Rubi. -Hallo.

Hoe gaat het met u?

Ik voel me niet zo goed. Ik ben duizelig. -Waarom? Hebt u medicijnen gekregen?

Ja, waarschijnlijk omdat ik me de laatste tijd niet zo goed voel.

Voelt u zich nu dan ook niet goed? -Nee.

Ik ben duizelig. -Heeft de zuster u al gezien?

Nee, want dit is me nooit eerder overkomen. Het is zo vreemd, wat er nu gebeurt.

Als u wilt, kunnen we naar haar toe gaan. Dan kan ze u vertellen wat u heeft.

Nee, ze moet hierheen komen, want als ik daarheen loop, kan ik vallen.

Maar ik kan u helpen.

Ik ben nu heel erg bang.

U bent gewoon geschrokken.

Ik weet niet waar ik ben.

U bent hier thuis, in het San Francisco rusthuis.

Als u wilt huilen, huil dan maar gewoon. -Ja?

Natuurlijk. Dat zal u opluchten.

Maakt u zich maar geen zorgen om mij. Huil maar gewoon.

Dat is een manier om je emoties te uiten. Huil maar.

Dan voelt u zich vast beter. Huil maar. Het zal u wat kalmeren.

Rómulo, ik ben naar Maria van de receptie gegaan...

en ik heb haar gevraagd om het gastenboek.

Zo ontdekte ik dat mijn vriendin Rubira het hele jaar nog geen bezoek heeft gehad.

Zou jij, indien mogelijk, je contacten kunnen aanwenden...

om foto's te verkrijgen van haar familie, dan kan ik haar die laten zien.

Dat zou ze beslist fijn vinden. Ik maak me zorgen over haar mentale gezondheid.

wel gefeliciteerd

wel gefeliciteerd

gefeliciteerd, lieve papa

wel gefeliciteerd

Je moet blij zijn, papa.

Ja, en kijk eens wat een schoonheid. Hallo, hoe gaat het met jou?

Hoe is het met je?

Hallo. Hoe gaat het? -Heel goed.

Van harte gefeliciteerd. -Dank je, lieverd.

Dag, pa. -Hallo, zoon.

Van harte gefeliciteerd. -Dank je wel.

We hebben je niet gebeld, omdat we wilden langskomen.

fijne verjaardag

Verrassing.

Van harte. -Dank u wel.

Alle oudjes hier zijn dol op u. -Dank u wel.

Van harte gefeliciteerd en bedankt voor uw aangename gezelschap.

Ik hou van je. -Ik hou ook van jou.

Een hele fijne dag gewenst.

Meneer Sergio, aangezien het uw verjaardag is, hebben we een cadeautje voor u.

Maar dit is meer dan genoeg. -Er is nog veel meer. We beginnen net.

Voor uw verjaardag zijn hier Freddy Torrealba en Patricio Osorio. Applaus.

telkens als ik je kus, wil ik meer

telkens als ik je zie, word ik gek

telkens dat ik naar je kijk, telkens

is het of ik het universum ontdek

ik hou van jou, ik hou van jou

jij vult mijn hele hart

ik hou van jou, ik hou van jou

zoals de aarde houdt van de zon

Wie is dit?

Dat is Carmen, mijn dochter. -Nee.

Claudia. -Nee.

Een andere kleindochter. -Carmen Rubi? Ana Maria?

Juist.

Hier is nog een foto. -Dit is Carmen Rubi.

Klopt. En deze? -Claudia.

Wat een geheugen, mevrouw Rubira. Gefeliciteerd.

Wat zijn ze mooi. -Ja, mijn dochters waren erg mooi.

Uw kleindochters ook.

U was vast ook heel mooi toen u jong was.

Dat denk ik niet, hoor. -Jawel, u had er ook iets mee te maken.

Wat vindt u hiervan? -Geweldig.

Heel mooi. Ik ben u zo dankbaar. -Graag gedaan, hoor.

Zorg er goed voor. -Ja.

In uw handen. -Hartelijk dank.

Ik heb nooit iets ergs gedaan.

God weet het. Hij ziet me en weet dat ik niets verkeerd heb gedaan.

Ze hebben me voor de zekerheid meegenomen.

Sorry, ik kon je niets sturen, want ik lag ziek in bed. Het spijt me.

Ik stuur je straks het verslag van gisteren.

Gisteren kon ik niets doen, want ik lag ziek in bed.

Vandaag breng ik weer verslag uit.

Mijn leven is zo...

Want mijn man...

Het spijt me, ik ben ook maar een mens.

Ik ben een mens. Ik respecteer jou en jij moet mij ook respecteren.

Dat is goed, maar zoals ik al zei...

ik stuur je zo het verslag van gisteren. Zo kun je niet tegen me praten.

Want...

Prima, man. Ik stuur het je nu.

De ambulance is er. Bereid alles voor en neem de telefoon mee.

Komt hij nu? -Ja.

Wees voorzichtig.

Hoe lang moet ze in het ziekenhuis blijven tot ze stabiel is?

Soms blijven ze in het ziekenhuis.

Misschien moet ze er een paar dagen blijven.

Dat ligt eraan of het een beroerte is of niet.

mijn handen moeten je aanbidden

ik zou je graag zien

om lief te hebben zoals jij liefhebt

te voelen

zoals jij voelt

de wereld te zien

door jouw ogen

Een bewonderenswaardige geest, zoals ik altijd zeg.

Met haar gedichten was ze de eerste die bezoekers welkom heette met poëzie.

En zoals we met iedereen doen, hebben we ook haar gevraagd voordat ze stierf...

wat ze zou willen als ze naar de hemel gaat.

Terwijl we vol verdriet afscheid nemen...

brengen we ook vol blijdschap dit eerbetoon aan onze geliefde Petita.

als je moeder nog leeft, dank dan de Heer, die veel van je houdt

niet iedere sterveling kent zo'n groot geluk of heilig genoegen

als je moeder nog leeft, is dat heel fijn

ooit hield ze je in haar armen en ze leed en was verblijd

's nachts waakte ze over je en overdag werkte ze

een lied op haar lippen suste je in slaap

en bij het ontwaken, waren het haar lippen die je kusten

maar als ze ten hemel is gegaan

en je haar niet langer gelukkig kan maken op aarde

leg dan je herinneringen in een boeket op de koude aarde die haar bedekt

het graf van een moeder is zo heilig

dat er in het hart geen heiliger oord bestaat

als je ziel wordt doorboord door een wrede doorn

laat je tranen dan daar de vrije loop

Zullen we gaan?

We kunnen een taxi nemen. Oké?

Rómulo, ik weet dat je hebt gevraagd om harde feiten en niet om mijn mening.

Maar ik ga mijn mening toch geven. De bewoners voelen zich hier eenzaam.

Ze worden niet bezocht en sommigen van hen zijn compleet in de steek gelaten.

De eenzaamheid is het ergste aan deze plek.

Er is geen misdaad om te melden aan uw cliënte.

Haar moeder is absoluut in goede handen.

Het doelwit heeft speciale zorg nodig en ik weet niet of de cliënte dat kan bieden.

Ik begrijp het doel niet van dit onderzoek.

De cliënte zou het zelf moeten doen.

Het is haar moeder en haar verantwoordelijkheid.

Daarom kan ze niet met zichzelf leven of haar moeder bezoeken.

En als laatste: Wanneer mag ik weg?

Laat het me snel weten. Ik wil naar huis. Sergio.

Hallo, Sergio. Ik vind je onderzoek zeer helder.

Je hebt je werk goed gedaan. Wat betreft je vertrek, hou nog even vol.

We moeten het op de juiste manier afronden. Ik weet dat je moe bent en gestrest...

maar geef me een dag of twee om je daar op de juiste manier weg te krijgen.

Waarom ga je weg?

Omdat...

Als het aan mij lag, dan zou ik graag nog wat langer blijven.

Maar zoals ik al zei, ik heb ook kinderen en kleinkinderen.

Ik heb een kleinzoon van één jaar oud die mijn hart doet smelten.

Daarom wil ik graag weg. Ik wil niet, maar ik moet wel.

Ontzettend bedankt voor alles. -Ik beloof dat ik jullie kom opzoeken.

Jullie zijn mijn vriendinnen. -Bedankt.

Jullie zijn heel aardig voor me geweest.

Dus ik hou hier een mooie herinnering aan over.

's Nachts zul je altijd bij me zijn.

Ik hou ook van jou, al vanaf het moment dat ik je zag.

Ik ook van jou, dank je wel. -En ik kom je echt opzoeken.

Zo'n goede vriend. En ik heb nooit vrienden.

Nu wel. -Nu heb ik er een.

Ik zei toch dat ik sentimenteel was. Maak me nou niet aan het huilen.

Het komt wel goed. Voor alles is een oplossing.

Misschien komt mijn moeder wel.

Peetvader. Eindelijk mag je naar huis.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.