All language subtitles for The.Road.2009.720p.BrRip.264.YIFY

af Afrikaans
ak Akan
am Amharic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranรฎ)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es-419 Spanish (Latin American) Download
su Sundanese
sv Swedish
tg Tajik
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Resync :Arno

The Road (2009)

Wat is er aan de hand?

Waarom ga je in bad? - Ik ga niet in bad.

Waar ben je?

Papa!

Het is in orde. Het is maar een aardbeving.

Ik ben hier.

Hier bij je. Ok๏ฟฝ?

De klok stopte om 17 over ๏ฟฝ๏ฟฝn.

Er was ๏ฟฝ๏ฟฝn grote lichtflits...

en een aantal zware schokken.

Volgens mij is het Oktober.

Maar dat weet ik niet zeker.

Ik hou al jaren geen kalender bij.

Iedere dag is grijzer dan de dag ervoor.

Het wordt steeds kouder, en de wereld sterft langzaam af.

Geen enkel dier heeft het overleefd, en alle gewassen zijn verdwenen.

En binnenkort zullen alle bomen vallen.

De wegen worden bevolkt door vluchtelingen met karretjes, en bendes met wapens.

Op zoek naar brandstof en voedsel.

Binnen een jaar stonden de heuvelruggen in brand, en regende het troosteloos.

AANSCHOUW DE VALLEl DES DOODS.

Er is sprake van kannibalisme. Dat is de grootste angst.

Ik maak me het meeste zorgen om voedsel. Altijd maar voedsel.

Voedsel, de kou, en onze schoenen.

Soms vertel ik hem oude verhalen over moed en gerechtigheid.

Hoe moeilijk het ook te herinneren is.

Ik weet alleen dat het kind mijn waarborg is.

En als hij het woord van God niet is, heeft God nooit gesproken.

Als je neer kon strijken op de toorts van het Vrijheidsbeeld.

Als je net zo'n tong had als een kameleon, zou je het eten van je bord kunnen pakken...

zonder je handen te gebruiken. Wat zou je moeder daarvan vinden?

Als je een nek als een kraanvogel zou hebben, moet je een eind omhoog om te krabben.

En als je arendsogen zou hebben, zou je konijnen kunnen zien.

Laten we gaan kijken.

Misschien ligt er hier wel iets. Ma๏ฟฝs of zo.

Nee. Ze hadden geen voedsel meer.

Misschien ligt er kruidzaad op de hooizolder.

Dat betwijfel ik.

Het is niet wat je denkt. Ze hebben zelfmoord gepleegd.

Waarom? - Dat weet je wel.

Er zijn er nog twee over. Een voor jou, en een voor mij.

Stop 'm in je mond, en richt naar boven.

Zoals ik voorgedaan heb.

Zo. - Nee!

En dan haal je de trekker over. Begrepen?

Is dat goed? - Ja.

Honger?

Dank je. Ik heb dorst.

Dorst? Wil je wat water?

Je ziet er mooi uit.

We hoeven dit niet te doen. Ik wil dit niet doen.

Ik vind van wel. - Nee, ik wil het niet.

Wat is dit nou voor een leven?

Je moet persen.

Kom op.

Persen!

Sta op! Snel!

We moeten weg. Blijf laag!

Kijk eens naar hen daar.

Waar zit je verstand?

Let op die auto's daar. Ren naast hen.

Niet naar hun kijken. Kijk naar mij.

Als je roept ben je dood. Waar kom je vandaan?

Maakt dat iets uit? Waar kom jij vandaan?

Hebben jullie munitie voor die geweren?

Niet daarheen kijken zei ik!

Wat eten jullie? - Wat we kunnen vinden.

Wat je kunt vinden? - Ja.

Je schiet toch niet.

Je hebt hooguit twee kogels, en misschien wel ๏ฟฝ๏ฟฝn.

En ze zullen het schot horen. - Misschien wel, maar jij niet.

De kogel doorboort je schedel en hersenen voordat jij iets gehoord hebt.

Om te kunnen horen heb je de frontale kwab, en dingen met namen zoals colliculus...

en het temporale bot nodig. Maar die zijn dan aan flarden geschoten.

Ben je een dokter? - Ik ben niets.

We hebben een gewonde. Het kan je iets opleveren.

Als je hem nog een keer aankijkt, schiet ik je dood.

Hij ziet er hongerig uit. Waarom komen jullie niet mee naar de auto?

Dan krijg je iets te eten. Je hoeft niet zo moeilijk te doen.

Jullie hebben geen voedsel.

Kom mee. - Ik ga nergens heen.

Denk je dat ik je niet vermoord?

Dan heb je het bij het verkeerde eind. - Weet je wat ik denk?

Ik denk dat je bang bent. Je hebt nog nooit iemand vermoord.

Geweerschoten! Schiet!

Weg hier! Kom op!

Achter de boomgrens! Kom op!

Jullie twee die kant op. Sneller.

Gaat het? Ik ben bij je.

Kom, we gaan.

Ik probeer me voor te doen als een normale moordenaar op doortocht.

Maar mijn hart gaat als een gek tekeer.

Als het de jongen betreft, heb ik maar ๏ฟฝ๏ฟฝn vraag:

Kun je het?

Als de tijd daar is?

Gaat het?

Ik laat je niets overkomen. Ik zorg voor je.

En ik vermoord iedereen die jou aanraakt.

Want dat is mijn taak.

Stop met huilen. We moeten gaan.

We moeten onze kar zien te vinden.

Kom op.

Hou het pistool vast.

Dat is alles nog.

Ik had het veel eerder moeten doen. Toen we nog meer kogels hadden.

Ik snap niet waarom ik naar jou heb geluisterd.

Ze krijgen ons te pakken, en zullen ons vermoorden.

Ze zullen mij en je zoon verkrachten, en daarna vermoorden en opeten.

Wat er ook voor nodig is... - Hou op!

Ik doe alles.

Zoals?

Ik snap niet waarom ik het aan je heb voorgelegd.

Ik had gewoon een kogel door mijn hoofd moeten schieten, en jou met niks achter moeten laten.

Dat had ik moeten doen. - Zeg dat niet.

Je hebt gelijk. Er valt niets meer te zeggen.

Mijn hart is eruit gerukt op de avond dat hij geboren is.

We moeten wel. We zullen dit overleven.

We geven niet op.

Ik wil het niet overleven. Snap je dat niet?

Ik wil niet...

Waarom laat je me hem niet meenemen?

Niet aankomen.

Als jij er niet zou zijn geweest, zou ik hem mee hebben genomen.

Hoor je zelf wel wat je zegt?

Je klinkt...

gestoord.

Andere gezinnen doen het ook.

Kom, we gaan in bad.

Luister...

We moeten praten.

Die man van daarstraks...

er zijn maar weinig goede mensen over.

Je moet oppassen voor de slechteriken.

Blijf het vuur bij je dragen.

Welk vuur?

Het vuur dat je in je hebt.

Staan wij nog aan de goede kant? - Jazeker.

Natuurlijk.

En zal dat ook zo blijven, wat er ook gebeurt?

Dat zal altijd zo blijven.

Wat is dat?

Iets lekkers voor jou.

Toe maar.

Heerlijk.

Neem ook wat. - Nee, drink maar op.

Ik wil dat jij ook wat drinkt.

Er zit prik in.

Dit is voor jou.

Kom!

Ik kom eraan.

Ik heb honger. - Ik weet het, ik ook.

Gaan we nog steeds naar het zuiden? - Natuurlijk.

Misschien is daar wel voedsel. - Alles hangt af of we de kust bereiken.

Ik wou dat ik bij mama was.

Dan zou je dus dood willen zijn. - Ja.

Dat moet je niet zeggen. Dat is slecht.

Ik kan er niets aan doen. - Je moet niet meer aan haar denken.

Wij beiden.

Hoe doen we dat?

Je hebt het goed gedaan.

Neem dan op z'n minst afscheid van hem.

Nee. - Nee?

Waarom niet? - Omdat ik dat niet kan.

Waarom kun je niet tot morgen blijven?

Omdat dat niet gaat.

Nog ๏ฟฝ๏ฟฝn nacht met mij. - Ik moet gaan.

Waarom? Waarom moet je gaan?

Waarom moet je gaan?

Wat zeggen we tegen hem?

Wat moeten we hem vertellen?

Ga naar het zuiden. - Nee.

Hou hem warm en ga naar het zuiden.

Nog een winter overleef ik niet.

Waarom help je me niet?

Je kunt buiten niets zien. - Ik hoef ook niets te zien.

Ik smeek je... - Niet doen.

Alsjeblieft... - Nee, niet doen.

Ze was weg.

En de kou die ze achterliet was haar laatste geschenk.

Ze stierf ergens in de duisternis.

Een ander verhaal is er niet.

Kijk, kleuren.

Wil je zwemmen?

Ik heb je.

Kom op.

Papa!

Dat zit niet voor niets op slot.

Er gebeurt niets.

Het is ok๏ฟฝ.

Mijn God!

Help! Alstublieft!

Weg hier!

Niet weggaan! Wacht!

Ze brengen ons naar het Rookhuis.

Vooruit!

Nee!

Slechteriken.

Wie heeft het raam opengelaten?

Ik. Tegen de stank. - Welke stank?

Ruik je dat al niet meer? - Wie wil er wat drinken?

Ik ga me boven omkleden.

Het zijn de slechteriken.

Hou dit vast. - Nee.

Hou het vast! Niet bang zijn.

Als ze je te pakken krijgen, moet je het net als iedereen doen.

Je moet dapper zijn.

Je weet hoe dat moet. - Ik kom zo naar boven.

Wat doe je?

Het spijt me zo.

Zie ik je ooit nog?

Wanneer zie ik je weer?

Wat is er aan de hand?

Waar denk je dat je naar toe gaat?

Hou hem vast. - Ik heb hem.

Wakker worden.

We moeten hier weg.

We moeten nu gaan.

Kom op.

De laatste.

Wij zouden toch nooit iemand opeten?

Nee, natuurlijk niet.

Hoe hongerig we ook zijn?

Zelfs als we sterven van de honger?

Dat doen we nu.

Want wij horen bij de goeien. - Ja.

En hebben het vuur van binnen.

Ja.

Deze kant op.

Wat is dit voor een plek?

Het huis waar ik ben opgegroeid.

Dat ben ik.

Daar stond onze kerstboom toen ik klein was.

En hier hingen onze sokken.

Volgens mij kunnen we dit beter niet doen.

Wil je buiten wachten?

Wacht!

Wacht!

Wacht! Kom!

Ik doe je niets.

Wat doe je?

Wat doe je? - Wat?

Er was een jongetje. - Wat voor jongetje?

Ik zag een jongetje! - Wat doe je?

Ik zag een jongetje!

Er is geen jongetje. - Wel. Net zoals ik.

Kom. - Nee!

Hou daarmee op!

Je liet me schrikken. - Nee!

Ik moet hem spreken.

Wat doe je?

Ik moet dat gewoon.

Waarom? - Daarom!

Hij is daar. - Ik begrijp het.

Het komt wel goed.

Hij stelt zich voor hoe het aan de kust zou zijn.

En dat daar andere kinderen zijn.

Hij vroeg wat er met mijn vrienden gebeurd is.

Ik vertelde dat ze dood waren, en dat ik ze mis.

En als ik niets anders heb...

dan probeer ik de dromen van een fantasierijk kind te dromen.

Gaan we nu dood?

Wat denk je dat er gebeurt?

Dat we zomaar doodgaan?

Dat duurt een tijdje om te verhongeren.

Iedere dag is een leugen.

Maar dat ik langzaam dood ga, dat is geen leugen.

Ik probeer hem voor te bereiden op de dag dat ik er niet meer ben.

Niets dat we nog niet eerder hebben gezien.

Papa.

Papa.

Wat is er?

Kijk.

Echt mager.

Je bent niet mager.

Kom op dan gaan we hier weg.

Jouw moeder speelde goed.

Dat weet ik niet meer.

Dat was daarvoor.

Het is goed. - Alsjeblieft, papa.

Alsjeblieft.

Het is goed.

Kom naar beneden.

Kom naar beneden. - Wat heb je gevonden?

Alles.

Ik heb alles gevonden.

Wat is dit allemaal?

Eten.

Hier. Lees het etiket.

Peren... - Ja, peren.

Wat wil je voor ontbijt?

Wat? - Niets.

Niets. - Mogen we dit allemaal meenemen?

Ja, dat willen ze.

Moeten we hen niet bedanken? - Ja, ga je gang.

Zo?

Bedankt voor de soep.

En de Cheeto's. - Cheeto's.

En al dat spul.

Mensen.

Dat is goed. - Jouw beurt.

Bedankt mensen.

Vind je dat lekker?

We hebben het goed gedaan, of niet, papa?

Ja.

Ga slapen.

Wat?

Raak mijn spullen niet aan.

Dit wordt lekker. - Wat?

Doe je ogen dicht. Hoe voelt dat?

Shampoo. - Shampoo.

Is dat goed? - Ja.

Hoe zie ik eruit?

Wat denk je er van?

Mag ik hier wat van?

Waarom? - Dat vind je niet lekker.

Daardoor ga jij je raar voelen.

Is alles goed?

Jij denkt dat ik van een andere wereld kom.

Zo iets.

Wat was dat?

Dat klonk als een hond.

Het is geen hond.

Wel waar. Het is een hond.

Als het een hond is, dan is er iemand bij hem.

Wie dan?

Dat weet ik niet. Ik wacht er niet op om daar achter te komen.

Ik wil hier niet weg. - Het is hier niet veilig meer.

Maar... - We gaan weg.

Wat gaan we met al die spullen doen? - We moeten meenemen wat we kunnen.

Jij denkt altijd dat er slechte dingen gaan gebeuren.

Maar dit hier hebben we ook gevonden.

Ik zie hem.

Ik heb niets voor jullie. Je kunt kijken als je dat wil.

Ik heb niets. - We zijn geen dieven.

Ik zei dat we geen dieven zijn, - Wat zijn jullie dan?

Net als jij.

Waarom volgen jullie mij dan? - Dat doen we niet.

We kunnen hem eten geven. - Hij krijgt niets.

Hij is bang. - Dat is iedereen.

Alsjeblieft, papa.

Goed.

Eentje maar.

Hier, neem maar.

En een lepel? - Die krijgt hij niet.

Je... Trekken.

Je moet het opeten. Het is lekker.

Hij heeft honger. - Dat zie ik.

Ik weet wat je mij gaat vragen, en het antwoord is 'nee'.

Wat is de vraag dan?

Hij kan niet bij ons blijven.

Wil je bij ons blijven eten?

Wat moet ik dan doen? - Niets.

Kan je goed lopen? - Ja.

Help hem. - Doe jij dat maar.

Dat kan ik niet. - Ik kan lopen.

Ik kan lopen.

Hoe oud ben jij? - 90.

90, aan mijn reet. Vertel je dat, zodat de mensen je geen pijn doen dan?

Werkt het? - Nee.

Hoe heet je? - Ely.

Wat is daar mis mee? - Hou zijn hand niet vast.

Die kleine jongen, is die van jou?

Jouw zoon? - Op wie lijkt hij?

Dat weet ik niet. Ik zie niet zo goed.

Is dat zo? - Ja.

Kun je mij zien? - Ik merk dat er iemand is.

Zoals een mooie kleine jongen.

Tijd om te gaan slapen voor jou. - Nee.

Ja. - Welterusten.

Welterusten. - Ga slapen.

Welterusten.

Dat kun je toch wel zien? - Ja.

Toen ik die jongen zag...

dacht ik dat ik dood was. Dat hij een engel was.

Ik heb ooit ook eens een jongen gehad. Van mijzelf.

Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog een kind zou zien.

Nooit gedacht dat dit mij zou overkomen.

Hij is een engel.

Voor mij is hij een God.

Ik hoop dat dat niet waar is.

Zo op weg te zijn met de laatste God...

dat is alleen maar een gevaarlijke situatie.

Wat is er met jouw zoon gebeurd?

Daar kan ik niet over praten.

Niet met jou tenminste.

Ik wist dat dit er aankwam. Dit, of zoiets net als dit.

Er waren waarschuwingen.

Sommigen mensen dachten dat het bedrog was. Ik heb er altijd in geloofd.

Heb je geprobeerd er klaar voor te zijn? - Wat zou jij doen?

Zelfs als je wist wat je moest doen, zou je niet weten wat je moest doen.

Maar stel...

als jij de laatste man in leven zou zijn?

Hoe zou je dat weten, als jij de laatste man in leven was?

Ik denk dat je dat niet weet, maar dat je dat gewoon bent.

Misschien zou God het weten? - Wat zou hij weten?

Wat zou God nou weten?

Als er daarboven een God was, had hij ons nu zijn rug toegedraaid.

Degene die de menselijkheid gemaakt heeft, zal dat hier niet vinden.

Nee, meneer. Dus pas op...

Pas op.

Wens jij ooit dat je dood zou gaan?

Nee, het is dom om weelde te vragen in tijden als dit.

Hij gaat dood en het kan jou niets schelen. - Ik geef er wel om.

Als we misschien zonder eten zitten, heb je er meer tijd voor om over na te denken.

Jij zegt altijd, 'pas op voor slechte mannen.'

Die oude man was geen slechte man. Dat kan je niet eens meer zien.

Zo zit het wel verstopt.

Weet je waar we zijn? - 160 kilometer van de kust af.

Zoals de kraai vliegt. - Zoals de kraai vliegt?

Dat betekent, we gaan in een rechte weg. Zoveel als we kunnen.

Er zijn hier geen kraaien, toch? Alleen in boeken.

Ja, alleen in boeken. - Denk je dat er ergens kraaien kunnen zijn?

Dat is onwaarschijnlijk. - Vliegen die naar Mars, of zoiets?

Weet je wat? Laten we teruggaan.

Wat is dat?

Kom op.

Schiet op.

Kom op. Rennen.

Wacht even. Stop.

Hier in.

Het is goed.

Het is goed.

Het is nu voorbij.

Ik had een nare droom.

Hou op.

Ik vertel hem, 'als je over nare dingen droomt, betekent dit dat je nog steeds vecht.

Dan leef je nog steeds'.

Als je over goede dingen droomt, dan moet jij je pas zorgen gaan maken.

Hier? - Nee. We zijn dichterbij dan je denkt.

Hier zij wij, en dit is allemaal zee.

Dit?

Is het blauw? - De zee?

Dat weet ik niet. Dat was wel altijd zo.

Wacht.

Het spijt me, hij is niet blauw.

Het komt wel goed. We gaan gewoon naar het zuiden.

Wat is er aan de andere kant?

Niets.

Er moet iets zijn.

Misschien is er een vader en een kleine jongen die ook op het strand zitten.

Is alles goed? - Ik voel me niet zo lekker.

Je bent helemaal warm.

Sorry. - Het is goed. Je hebt niets verkeerd gedaan.

Mag ik je iets vragen?

Natuurlijk.

Wat zou jij doen als ik dood ga?

Als jij dood zou gaan, dan zou ik ook dood willen gaan.

Zodat je dan bij mij kan zijn?

Zodat ik dan bij jou kan zijn.

Wat doe je? - Ik ga naar die boot toe.

Wat ga je daar doen? - Kijken wat ik voor ons kan vinden.

Hier, en kijk goed uit.

Blijf warm.

Wat is er gebeurd? - Het spijt mij.

Ze hebben alles meegenomen. Ons eten.

Mijn schoenen.

Verdomme.

Het is in orde. - Het spijt mij.

Dat was niet mijn bedoeling. Ik ben in slaap gevallen.

We krijgen het wel terug.

Ga bij de kar weg en leg dat mes neer.

Ik leg verdomme niets neer.

Verdomme. - Vermoord die man alsjeblieft niet.

Alsjeblieft.

Goed.

Ik heb gedaan wat je zei. Luister naar de jongen.

Hoe lang volg je ons al? Hoe lang?

Ik volg jullie helemaal niet. Ik zag de kar staan, en nam 'm mee.

Ik heb de jongen niet aangeraakt.

Trek je kleren uit. Trek ze uit!

Alles wat je aanhebt. - Dit wil je niet doen.

Goed dan. Doe rustig.

Ik maak je af waar je bijstaat.

Ik wil geen moeilijkheden.

Alsjeblieft.

Je hoeft dit niet te doen.

De schoenen ook. Gooi ze in de kar.

Gooi ze in de kar!

Vooruit!

Je doet mij dit niet aan, man.

Je vond het niet erg het ons aan te doen. - Ik smeek je, alsjeblieft.

Luister naar de jongen, man.

Ik zal verhongeren.

Jij hebt hetzelfde gedaan.

Ik zal daar doodgaan.

Ik ga dood daar man. - Ik laat je achter...

net zoals je ons achtergelaten hebt.

Help de kar te trekken!

Wat denk je dat er gebeurd was als we hem niet gepakt hadden?

Dat moet je leren. - Dat wil ik niet.

Ik ben hier niet eeuwig.

Vroeg of laat moet je voor jezelf zorgen.

Help me met die kar!

Stop met huilen.

Hij is weg.

Niet waar.

Wat wil je dat ik doe? - Hem helpen.

Gewoon helpen.

Hij had alleen honger.

Anders gaat hij dood. - Dood gaat hij toch wel.

Hij was zo bang. - Ik ben bang.

Begrijp je dat? Ik ben bang.

Jij hoeft je nergens zorgen over te maken.

Wat zei je?

Dat ik dat wel ben!

Ik ben wel diegene!

Goed, help me met duwen.

Hallo?

Hallo?

Papa?

Wat heb je daar?

Wat is het? - Een kever.

Bukken!

Papa!

Klootzak!

Nee! Papa!

Vuile klootzak!

Wie is er nog meer? - Gore klootzak!

Waarom volg je ons?

Ik volg niemand.

Jij volgt ons.

Zo ja.

Wacht.

We moeten 'm achterlaten.

Ik trek het niet meer.

Als ik God zou zijn...

had ik de wereld hetzelfde gemaakt.

Precies hetzelfde.

En zou ik jou ook hebben.

Ik heb jou.

Gaat het?

Maak het niet te aangenaam.

Je moet verder gaan.

Je weet niet wat je aan het eind van de weg tegenkomt.

Het komt wel goed met je. Dat moet gewoon.

Dit zat er aan te komen.

Blijf richting zuiden lopen.

Doe alles zoals we tot nu toe gedaan hebben.

Hou het pistool altijd bij je.

Laat het door niemand afpakken.

Je moet de goede mensen zien te vinden. Maar je kunt geen risico's nemen.

Hoor je me?

Maar ik wil bij jou zijn.

Ik ook bij jou.

Maar dat kan niet. Je moet me laten gaan.

Nee.

Neem me mee. Alsjeblieft.

Ik dacht dat ik dat zou kunnen.

Alsjeblieft, papa? - Ik kan het niet.

Wat moet ik doen? - Hou mijn hand vast.

Je zei dat je me nooit zou verlaten.

Ik weet het.

Het spijt me.

Mijn jongen.

Je hebt mijn hele hart.

Altijd al gehad.

Papa?

Nee.

Papa?

Papa!

Waar is die man die bij je was?

Was dat je vader?

Ja. Hij was mijn papa.

Misschien moet je met mij meegaan.

Hoor jij bij de goeie?

Jazeker. Waarom berg je dat pistool niet op?

Ik mag het door niemand laten afpakken. Wat er ook gebeurt.

Ik hoef je pistool niet. Ik wil alleen niet dat je op me richt.

Je hebt twee keuzes.

Je kunt hier bij je vader blijven, of je komt met mij mee.

Als je hier blijft, moet je van de weg afblijven.

Hoe weet ik dat je bij de goeie hoort? - Die gok moet je nemen.

Heb je kinderen?

Die hebben we.

Een jongetje?

Een jongetje en een meisje.

Hoe oud is hij? - Van jouw leeftijd, iets ouder misschien.

En je hebt ze niet opgegeten? - Nee.

Dus jullie eten geen mensen. - Nee, die eten we niet.

Heb je het vuur in je?

Wat? - Of je het vuur in je hebt.

Je bent een beetje uitgeput, of niet? - Wel of niet?

Ja, ik draag het vuur.

En ik mag met jullie mee? - Ja, dat mag.

Ik zal elke dag met je praten.

En ik zal je nooit vergeten.

Wat er ook gebeurt.

Wat er ook gebeurt, papa.

Ik ben blij je te zien.

We hebben je gevolgd, wist je dat?

We zagen jou en je vader.

Ik ben zo gelukkig.

We hebben ons zorgen gemaakt om jou. Dat hoeft nu niet meer.

Klinkt dat goed?

Ok๏ฟฝ.

Simply ReleaseS Toppers Jesprulin en Suurtje

Synchronisatie BRRip.H264.AAC-IceBane: Pid0ck Resync : Arno

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.