Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Hé Jessica, mag ik het Jackson-dossier? Ik moet er vanavond naar kijken.
Oké, bedankt. Ik zie je morgen.
Wat doe je hier? -We moeten praten.
Je kunt niet zomaar langskomen. -Ik heb je gebeld, maar je neemt nooit op.
Wat is er?
Het gaat om Nicholas. -Is er iets gebeurd?
Ja.
Nou? Vertel het dan.
Ik werd vanmiddag door de school gebeld. Of ik bij de rector kon komen.
Toen hoorde ik dat Nicholas al bijna een maand niet op school is geweest.
Wat? -Hij doet al wekenlang elke ochtend alsof.
Wat zeg je nu? -Ik leg het je uit.
Hij komt bijna een maand niet op school en jij hebt niks gemerkt?
Hij ging weg met z'n tas en alles wat hij nodig had.
Hij ging alleen niet naar school.
En de school dan?
Ze zeggen dat ze e-mails hebben gestuurd, maar ik heb niks ontvangen.
Waar hing hij dan de hele dag uit? -Ik heb geen idee.
Hij geeft bijna nooit meer antwoord op m'n vragen.
Beth, sorry. Kate is hier om over Nicholas te praten.
Hij komt al bijna 'n maand niet op school. -Er is nog meer, Peter.
Het gaat niet goed met hem.
Je moet met hem praten. Ik weet me geen raad meer.
Hij heeft je nodig. Je kunt hem niet in de steek laten.
Ik laat hem niet in de steek. Waarom zeg je zoiets?
Gisteren...
...vroeg ik hem om z'n bord naar de keuken te brengen of zo.
Hij keek me aan...
...met...
...met zoveel haat.
Ik dacht dat hij...
Wat?
Hij maakt me bang, oké?
Oké, ik zal...
Ik zal hem morgen opzoeken. Ik kom eind van de dag langs.
Bedankt.
Gezien hun duurzaamheidsbeleid...
...past het bij onze groene strategie om dit bedrijf over te nemen.
Ze doen het goed qua milieuvriendelijkheid en governance...
...en zowel hun reputatie als de onze zou baat hebben bij een fusie.
Prima, ik weet genoeg. Ik zal Jeffrey vragen om dingen in gang te zetten.
Perfect. -Bedankt.
Na jullie.
Jullie horen het zodra het rond is. -Bedankt.
Bedankt.
Wat doe je hier? -Kom ik gelegen? Stoor ik je?
Hoe gaat het? -Goed.
Ik kom langs...
...omdat ik met je wilde praten. Heb je even?
Ja hoor.
Je moeder zegt dat je niet naar school gaat. Wat is er aan de hand?
Niks.
Ik weet dat je het moeilijk hebt en dat je boos op me bent.
Maar we kunnen nog wel met elkaar praten.
Waarom ga je niet meer naar school? -Ik weet het niet.
Je weet het niet?
Je kunt niet opeens niet meer naar school gaan.
Heb je problemen?
Waarom zucht je?
Zo maar. -Er moet toch een reden zijn.
Vertel.
Ik wil er niet over praten.
Ik kan je niet helpen als je me niets vertelt.
Wat heb je al die dagen gedaan? Waar hing je uit?
Ik wandel.
Je wandelt? In je eentje?
Ja.
Waarom, Nicholas?
Vind je dat acceptabel? Je hebt binnenkort examens.
Ze overwegen je van school te sturen.
Je moeder is ten einde raad, weet je dat?
Moet ze je naar een kostschool sturen? -Nee.
Doe dan iets. Je mag niet zo verslappen. -Ik kan het allemaal niet aan.
Hoezo? Is er iets op school gebeurd? -Nee.
Of buiten school?
Kom op, we kunnen met elkaar praten.
Dat is het niet.
Het is...
Ik weet niet hoe ik het moet zeggen.
Zeg het in je eigen woorden.
Het is het leven.
Ik word er depressief van.
Wat is er mis met het leven? -Ik weet het niet.
Ik wil dat er iets verandert, maar ik weet niet wat.
Daarom zeg ik soms tegen mezelf dat ik misschien...
Vertel het me.
Ik wil bij jou wonen.
Bij mij? -Mam en ik...
...kunnen niet met elkaar overweg. Ze verdraagt me niet meer.
En als ik hier ben...
...krijg ik te veel sombere gedachten.
En ik wil bij m'n broertje wonen.
Op een kostschool word ik gek. -Welnee.
Jawel, ik zeg het je.
Het is alsof m'n hoofd ontploft.
Kom hier.
Soms heb ik het gevoel dat ik gek word, pap.
Wat praat je nou? -Ik zeg het je.
Ik weet niet wat er met me gebeurt.
Maak je geen zorgen, lieverd. We lossen het wel op.
Geloof me.
Hoi, met Kate. Spreek een boodschap in.
Hoi, met mij. Ik heb net met hem gepraat.
Wil je me terugbellen? Bedankt.
Waarom reageer je zo?
Hoe reageer ik? -Hij kan de achterkamer nemen.
En school dan?
We vinden wel iets. Hij moet ergens halverwege het jaar terechtkunnen.
Ja, vast wel.
Je kent hem pas twee jaar.
Ik weet dat je een negatieve indruk van hem hebt na alles wat er is gebeurd.
Maar hij is niet altijd zo geweest. Toen hij jonger was, was hij zo...
Toen ik hem vandaag zag, had hij...
...een soort sneetjes.
Sneetjes? -Littekens. Op z'n arm.
Ik vond het zo erg.
Hij is m'n jongetje.
Het is waar. Je hebt gelijk.
Ik voel me schuldig.
Ik kan niet doen alsof ik niet verantwoordelijk ben.
Ik ben weggegaan.
Het is niet jouw schuld dat hij zich rot voelt.
Hij zit in een moeilijke fase.
Ik geloof niet dat ik een keuze heb.
Ik kan hem niet opgeven.
Oké, ik begrijp het.
Maak je geen zorgen. Ik begrijp het.
Je moet met een dokter praten over die littekens.
Ik weet het.
Ben je klaar? -Ja.
Wil je niet... -Nee, bedankt.
Dus... -Ja.
En denk erom, je kunt altijd...
Weet ik. Bedankt, mam. -Wanneer je maar wilt.
Maar denk niet dat het door... -Ik weet het.
Ik weet wat je bedoelt. Maak je geen zorgen.
Oké.
Bel me.
O, wacht.
Dat vergeet ik bijna. -Wat?
Bananenbrood.
Bedankt, mam.
Ik hou van je.
Hé, heb je alles wat je nodig hebt? -Ja.
De handdoek gevonden die Beth heeft klaargelegd?
Mooi. Oké, ik laat je met rust.
Ik ga naar bed.
Ik ben heel blij dat je er bent. Ik heb je gemist.
Vindt Beth het echt oké dat ik hier kom wonen?
Natuurlijk. We zijn allebei blij dat je hier bent.
Dit is ook jouw huis.
Oké? Kom, ga naar bed. Het is al laat.
Welterusten.
Welterusten, pap.
Dr. Collins, met Peter Miller. Sorry dat ik u op uw mobiel bel.
Ik wil met u praten over m'n zoon Nicholas.
Ik denk dat hij naar een therapeut moet. Misschien kent u een goeie.
Als u me wilt terugbellen. Bedankt.
Stoor ik? -Nee, kom binnen.
Vertel op.
Klopt het dat je binnenkort naar Washington gaat?
Het nieuws verspreidt zich snel. -Doet hij mee aan de voorverkiezingen?
Wat biedt hij je precies aan? Om lid van het campagneteam te worden?
Hij heeft niets specifieks gezegd, maar...
Oké, ik stoor je niet langer.
Maar laat het me horen zodra je meer weet. -Natuurlijk.
Thuis alles goed? -Wat?
Prima.
Bedankt, Andrew.
Hier is het.
Hallo, ik stoor heel eventjes om Nicholas voor te stellen.
Hij is hier nieuw vandaag. Ik weet dat jullie hem hartelijk zullen verwelkomen.
Hallo, Nicholas. Ik ben Mr Yama, geschiedenisleraar.
Welkom. Neem plaats en kom na de les bij me, dan praat ik je bij.
Mooi, dan ga ik weer.
Wat ik dus zei, maak hier een aantekening van:
de verdeling van de macht tussen de nationale en staatsoverheden.
In 1776, ten tijde van de onafhankelijkheidsverklaring...
...gedroegen de onafhankelijk geworden staten zich als ruziënde broers en zussen.
Ieder wilde soevereiniteit. Weet iemand wat dat is?
Absolute macht.
Is dat de originele tekening?
Hé, man. Hoe gaat het? -Goed, met jou?
Ach, je weet wel. Je komt voor de baas?
Je boft. Hij heeft een goed humeur.
Woon je nog in New York? -Ja.
Hoe is het met je vader? Heeft hij een probleempje met z'n gezondheid?
O dat? Niet echt. Alles is in orde.
Mooi. We hebben hem al een tijd niet gezien.
Doe hem de groeten van me. -Prima.
Tot kijk.
We zijn klaar voor u.
Deze kant op.
Dank u. -Peter, hoe gaat het?
Fijn dat je er bent. Dit zijn twee van onze medewerkers.
Nicholas, met mij. Ik wilde even vragen hoe het vandaag ging.
Bel me. Ik hou van je.
Nicholas, ben je klaar?
Het is tijd om te gaan.
Ik heb koffie voor je gezet. Je hebt nog tijd om het op te drinken.
Nicholas, je komt te laat.
Ik heb je al zeker tien keer geroepen. We kunnen dit niet elke ochtend doen.
Waarom geef je geen antwoord? -Dat doe ik wel.
Het is tijd. Je moet gaan. -Ik weet het.
Ben je niet wakker geworden van Theo? -Nee.
Dan bof je echt. Net als je vader. Die slaapt ook overal doorheen.
Ze kunnen beter zeggen dat iemand slaapt als een man in plaats van een baby.
Waar is hij?
Hij is al weg. Hij had een heel vroege bespreking.
Hier is je koffie. Je hebt nog vijf minuten.
Wat is er? -Niks.
Heb je pijn?
Dat is het niet.
Ben je ongelukkig?
Waarom ben je ongelukkig? -Weet ik niet.
Dat weet je niet.
Gebeurt dit vaak?
Dat je zo maar moet huilen? -Ik huil niet.
Hoe dan ook, ik moet gaan.
Mag ik je iets vragen?
Ja, natuurlijk.
Wist je dat m'n vader getrouwd was toen je hem ontmoette?
Nou?
Ja.
Maar hij vertelde me meteen dat... -Wat?
Misschien kun je hier beter met hem over praten.
Toen hij wegging, kwam dat hard aan bij m'n moeder.
Ze had er veel verdriet van.
Ze zei aldoor vreselijke dingen over hem.
En al die tijd aanbad ik hem nog steeds.
Het voelde alsof ik in tweeën was gehakt.
Ik begrijp het.
Het is geen makkelijke situatie.
En dat hield je niet tegen.
Sorry?
Je wist dat hij getrouwd was en een zoon had en dat hield je niet tegen.
Wat wil je dat ik zeg, Nicholas?
Niks. Waarom stel ik zo'n stomme vraag?
Het is geen stomme vraag. -Ik moet gaan. Tot later.
Tot later.
Hé, Nicholas. Met mij.
Ik wilde je alleen een knuffel geven. Ik hoop dat alles goed is met je.
Ik hoopte dat we elkaar kunnen ontmoeten.
Om samen iets te doen.
Bel me terug. Ik mis je.
Als we kunnen laten zien dat ze nooit de eerste zet hadden moeten doen...
...is het misschien mogelijk. Het draait om het machtsevenwicht.
Ja? -Neem me niet kwalijk.
Is dit wat u zocht?
Prima. Heb je dit in de archieven gevonden?
Geweldig gedaan.
Wenst u verder nog iets? -Heel erg bedankt.
Dit zal heel nuttig blijken.
Wie is dat? -Wie?
De nieuwe stagiair. Een Fransman. Heel slim.
Hoezo? -Zo maar.
Oké, ik zie je morgen.
Peter, met mij.
Luister, ik wil je niet lastigvallen...
...maar ik heb niets meer van Nicholas gehoord.
Ik spreek aldoor berichten in en hij belt me niet terug.
Dus...
Kunnen we praten?
Bedankt.
Mooi jasje. -Dank u.
Ga je gang.
Dus alles gaat goed op je nieuwe school?
Het gaat.
Je zegt dat je niet veel gemeen hebt met leeftijdgenoten.
Nee. -Hoe komt dat?
Ze zijn gewoon stom. Ze willen alleen feesten en lol maken.
Dat interesseert me allemaal niet.
Wat interesseert je dan?
Wat is er? -Niks.
Hoe dan ook. Het gaat al beter.
Bevalt je leeftijd je niet?
Dat is niet wat ik...
Hallo. -Dag, meneer.
Daar is ze. Dank u wel.
Sorry dat ik te laat ben. -Geeft niet.
Ik weet hoe druk je bent. Vooral nu, hoor ik.
Spannend.
Wat wil je drinken? -Ik weet het niet. Wat wil jij?
Spuitwater, graag.
Ik neem een martini.
In dat geval twee martini's. -Komt eraan.
En, hoe gaat het? -Het gaat goed.
Hij is begonnen op z'n nieuwe school en het bevalt hem daar.
Wat fijn. -Ik moest eerst wel wat druk uitoefenen.
Maar hij voelt zich wel beter. Het gaat de goede kant op.
Heeft hij verteld wat er op z'n vorige school is gebeurd?
Nee, hij zegt niet veel.
Ik begrijp niet wat hem zo somber maakt.
Hij is een tiener. Ooit een stralend gelukkige tiener gezien?
Het is meer dan dat.
Hij is anders dan anderen.
Waarom denk je dat?
Volgens mij is hij teleurgesteld in de liefde.
Misschien. Hij is zo romantisch.
Van wie zou hij dat hebben?
Kijk eens aan.
Dank u wel. -Heerlijk, dank u.
Proost.
En wat vindt...
Beth? -Ja, hoe gaat zij ermee om?
Zeg het me gerust.
Oké?
In het begin was ze een beetje... -Kil, stel ik me zo voor.
Nee, niet echt. Een beetje uit haar doen.
Vanwege de baby. En ze was al erg moe.
En ze krijgt opeens een tiener in huis. -Dat begrijp ik wel.
Maar al met al gaat het goed.
Maak hij het haar niet te moeilijk?
Nee, hij gedraagt zich goed. Hij doet z'n best.
Hij vindt het fijn om bij z'n broertje te wonen.
Mooi.
Ja, wat dat betreft, komt het wel goed.
Kate, wat is er?
Niks. Sorry.
Ik wilde je niet verdrietig maken.
Ik weet het.
Ik voel me een complete mislukkeling.
Wat zeg je nou? Je bent helemaal geen mislukkeling.
Sorry.
Ik had alleen nooit gedacht dat hij bij me weg zou gaan.
Hij ook al.
Dat hij bij jou zou gaan wonen. -Ik ook niet. Hij vroeg het aan mij.
Maar het probleem is bij mij begonnen. -Welnee.
Jawel. Hij wil niet meer bij mij wonen. Hij neem niet eens op als ik bel.
Kom op. Je moet het gewoon wat tijd geven.
Het spijt me heel erg. -Het geeft niet.
Een paar dagen geleden...
...vond ik deze foto van hem.
Dat is van onze reis naar Corsica, weet je nog?
Als ik naar die foto kijk...
...ben ik er kapot van.
We hadden dat bootje gehuurd, weet je nog?
Ja, natuurlijk.
Die zomer heb je hem leren zwemmen.
Z'n gezicht...
...is zo open.
Als een zonnestraaltje.
Mijn kleine zonnestraaltje.
Als je erover nadenkt...
...was er toen zoveel vreugde in ons gezin.
Ik weet niet wat er gebeurd is.
Ik hield zoveel van hem.
En van jou.
Ik hield zoveel van je, Peter.
Als je eens wist hoeveel ik van je hield.
Kom, wees niet zo verdrietig.
Je bent een geweldige moeder.
Het is niet jouw schuld dat hij een moeilijke fase doormaakt.
Voor je het weet, is alles weer normaal.
Ja, heus. Geloof me, Kate.
Alles komt goed.
Denk je?
Gelukt? -Ja. Eindelijk.
Hij neemt er de tijd voor. -Ja, ik viel bijna zelf in slaap.
Dank je wel. Wat lief.
Goeie dag gehad?
Ja, niks bijzonders.
Ik ben bij de kinderarts geweest.
Verder hebben we alleen thuis gezeten.
En jij?
Wat is er? -Hoezo?
Waarom kijk je zo zelfvoldaan?
Wat is dat?
Is dit jouw manier om sorry te zeggen? -Het is om je te bedanken.
Waarvoor? -Dat weet je heel goed.
Ze zijn heel mooi.
Ik besef heel goed...
Ik ben je gewoon dankbaar voor hoe je hiermee omgaat.
Zoals ik zei: Hiermee zeg je sorry. -Ik bof dat ik jou hier heb.
Ja, omdat jij hier nauwelijks bent. Je bent constant op je werk.
Niet constant.
Pap, kan ik je even spreken? -Ja, natuurlijk.
Ik stoor jullie, hè? -Nee, zeg het maar.
Het is niet dringend. Ik wilde je alleen om advies vragen.
Kom je straks even bij me?
Goed. -Fijn.
Bedankt.
Hij ziet er beter uit, toch? Hij zei dat hij een 10 voor wiskunde had gehaald.
Echt? -Ja, ik was heel blij.
Hij krijgt weer wat zelfvertrouwen. En hij is uitgenodigd voor een feestje.
Leuk. -Het is zorgelijk dat hij aldoor alleen is.
Hoe dan ook, het ging goed. -Wat?
Bij de kinderarts. Met Theo.
O ja, wat zei ze? -Wat jij ook zei.
Dat het een fase is. Hij zal snel doorslapen.
Maar zolang die fase duurt, ga ik koken voor ik hier in slaap val op de bank.
Nee, laat maar. Ik ga wel.
Hé, Theo. Kom hier.
Rustig maar.
Nou?
Ik weet het niet. -Het staat je goed.
Heel aardig van je, maar... -Wat?
Passen colberts wel bij mijn leeftijd? -Ben je gek? Iedereen draagt ze nu.
Echt waar? -Ja, het staat je echt goed.
Het is Frans.
Trek dit aan op dat feestje. Is dat volgende zaterdag?
Ik weet niet of ik wel ga. -Doe dat nou. Je moet mensen ontmoeten.
Ik kan niet dansen.
Dus dat is het probleem.
Wat is er?
We zijn thuis.
Hij slaapt. -O, sorry.
Waar waren jullie? -Leer hem dansen.
Ze is de beste danseres die ik ken. -Leuk hoor.
Kijk naar jezelf voor je met mij spot. -Danst hij niet goed?
Laat ik zeggen dat hij z'n eigen stijl heeft.
Een heel unieke stijl.
Ik zag je vader voor het eerst op een bruiloft.
Hij deed z'n beroemde heupdans.
Ken je z'n heupdans niet? -Nee.
Leer hem dansen. Hij heeft een feestje.
Let op.
Wat doe je?
O, kom op. -Daar gaat ie.
Kom op. -Nee, nee.
Kom op nou.
Is dit echt een goed idee?
Laat je het niet zien?
Ik ben bang dat Theo wakker wordt. -Kom op, pap.
Goed dan.
Eigen risico. Je hebt erom gevraagd.
Het is dat gezicht.
Zie je waarom ik op slag verliefd was? -Logisch.
Ik ben onweerstaanbaar.
Als hij begint, houdt iedereen op. Hij moet alle aandacht opeisen.
Hoe doe je dat?
Ik heb geen idee.
Kom, ik laat het zien.
Dit is zo... -Zo gaat het. Klaar?
Vingers, knie.
Mijn god, nee. -Goed zo. Zo moet het op je feestje.
Mijn god, niet nog een.
Nu zijn het er twee.
Je maakt de blits.
Kijk eens even. Dat is mijn zoon.
Oké, ik doe mee.
Het lag onder z'n matras.
Sorry. Je kunt het beter weten.
Denk je dat hij nog steeds...
Ik begrijp het niet.
Het lijkt goed te gaan.
Hij gaat naar school, hij lacht, hij is opgeknapt.
Waarom doet hij dit dan?
Het simpelste is om er met hem over te praten.
Misschien met z'n therapeut.
Oké.
Ga je naar buiten? -Ja, een beetje in de zon lopen.
Maak je geen zorgen. Hij is nog steeds een beetje labiel.
Maar hij weet dat je er voor hem bent. Het komt vast wel goed.
Denk je?
Waar heb je gezeten? -Hoezo?
Is er een probleem? -Ja.
Waarom verberg je een mes onder je matras?
Er lag een mes onder je matras. Wat deed het daar?
Niks. -Hoezo 'niks'?
Gewoon, voor het geval dat.
Voor het geval wat?
Ik weet het niet. Voor als er wordt ingebroken of...
Laat je arm zien.
Wat? -Laat je arm zien.
Laat me met rust.
Waarom doe je dit?
Ik wil niet dat je je zelf pijn doet. Begrepen?
Ik doe mezelf geen pijn. -Kijk die littekens. Je doet jezelf pijn.
Het is het tegengestelde. -Hoe bedoel je?
Niks. -Nee, leg het me uit.
Leg het me uit, Nicholas.
Het verlost me.
Waarvan?
Waar verlost het je van?
Als ik pijn heb...
...is het een manier...
...om de pijn te kanaliseren.
Maar welke pijn? Een manier om welke pijn te kanaliseren?
Ik wil dat je dit niet meer doet. Ik verbied het je, is dat duidelijk?
Is dat duidelijk? -Ja.
Er zijn dingen die je gewoon niet doet.
Heeft Beth het gevonden? -Maakt niet uit.
Waarom doorzoekt ze m'n spullen? -Ze maakte je bed op...
...omdat je het zelf niet doet.
Je hebt een mes gepakt om... -Nee, het was om mezelf te verdedigen.
Jezelf verdedigen waartegen? Dit slaat nergens op.
Jij hebt een geweer. -Wat?
In het washok, achter de wasmachine. -Dat was een geschenk.
Wie heeft je een geweer gegeven? -M'n vader. Lang geleden.
Het is een jachtgeweer, het is niet om me mee te verdedigen.
Waarom gaf hij je een jachtgeweer?
Misschien om samen iets te gaan doen.
Ik heb het nooit gebruikt. Ik heb een hekel aan jagen.
Waarom bewaar je het dan? -Hier hadden we het niet over.
Ik begrijp niet waarom je zoiets doet.
Ik weet het.
Wat is er gebeurd op je oude school?
Misschien is dit het moment om me het te vertellen.
Er moet iets zijn gebeurd, anders...
Als je niet met mij wilt praten, praat dan met je therapeut.
Alsjeblieft, dit is belangrijk.
Rustig maar.
Ik haal wat ontsmettingsmiddel. -Nee, het zijn maar schrammetjes.
As jij jezelf pijn doet...
...is het alsof je het met mij doet.
En toen jij mam verdriet deed, deed je mij verdriet.
Hallo, allemaal. Ga zitten.
Fijn dat jullie er allemaal zijn.
We hebben vandaag de allerbesten onder ons.
Steve, haal jij koffie voor me?
We hebben veel te bespreken.
Laten we de tot nu toe besproken thema's nog eens doornemen.
Het eerste thema op de agenda is gezondheidszorg.
Papa, zijn hier walvissen?
Walvissen? -Ja.
Ik geloof het niet.
En dolfijnen? -Ja, die zie je hier soms.
Heb je er een gezien?
Papa, snel. -Wat is er?
M'n hoed.
Bedankt. Fijne dag.
Je bent vroeg.
Hallo, pap. -Hallo, kom binnen.
Wil je iets drinken? -Ja, waarom niet.
Mooi.
IJs? -Nee.
Geen ijs.
En, waaraan dank ik de eer van dit spontane bezoek?
Ik was in Washington en wilde kijken hoe het met je ging.
Luister niet naar de geruchten. Ik heb alleen lichte klachten.
Ik ben nooit fitter geweest. -Mooi.
Maria heeft een bescheiden lunch voor ons klaargemaakt.
Eend. Hoe klinkt dat? -Lekker.
Proost.
Welkom.
Het probleem is dat mensen tegenwoordig overal bang voor zijn.
Stelletje laffe huilebalken.
Niemand wil nog risico nemen. Daarom is de rol van het Westen uitgespeeld.
Ik zeg het al jaren en de feiten beginnen het te bevestigen.
Als je energie, moed en ondernemingslust zoekt...
...het spijt me dat ik het zeg, maar dan moet je naar Azië.
De komende decennia wordt het geen Washington, maar China, Beijing.
Nee dank je, Maria. Het was heerlijk.
Graag gedaan.
Nee, dank je.
En...
Vertel eens. Ik dacht dat je deze stad haatte. Wat doe je in deze contreien?
Ik ben bij Brian Hammer geweest.
Hij stelt zich verkiesbaar. -Weet ik.
Hij wil dat ik hem help met z'n campagne.
Wil hij je bij z'n team hebben? -Ja.
Ik weet nog niet of ik ja zeg.
Waarom niet?
Het neemt te veel van m'n tijd in beslag. -Nou en?
Dus het is gecompliceerd.
Wat is er gecompliceerd? -Het komt slecht uit.
Nicholas maakt een moeilijke periode door. Hij is 17.
Hij woont nu bij mij en het gaat beter, maar hij is nog wat labiel.
Ik wil niet weg zijn als hij...
Wat is er?
Kwam je me vertellen wat een goede vader je bent?
Duidelijk wel. Je komt me 't onweerlegbare bewijs tonen dat je moreel superieur bent.
Je kwam laten zien dat jij wel je ambities kunt opgeven voor je zoon.
In tegenstelling tot mij. -Helemaal niet.
Je doet het nog steeds, hè?
Mij de schuld geven van wat er 40 jaar geleden is gebeurd?
Probeer je me nog steeds te laten zien wat voor voorbeeldige vader je bent?
Wat wil je? Applaus? Bravo.
Grappig dat je dat zegt.
Ik moest laatst wel denken aan die tijd toen ik zo oud was als Nicholas.
M'n moeder was ziek.
Ik zocht haar elke dag na school op in het ziekenhuis...
...en jij kwam nooit langs.
Je was aldoor op reis. -Ik was aan het werk.
Maar de week voor ze stierf, kwam ik Tom tegen...
...en die zei dat jullie de avond tevoren uit eten waren geweest.
Ik wist niet eens dat je in de stad was. Had je haar niet kunnen opzoeken?
Luister, ik kan best de rol spelen van het monster...
...dat onderdoet voor jouw perfectie.
Ja, je hebt veel geleden.
En je vader was niet aardig tegen jou en je moeder. Oké.
Nou en?
Zou je niet eens volwassen worden? Want dit is meelijwekkend.
Een man van 50 die z'n tienertijd niet kan loslaten.
Als je mijn advies wil, Peter...
...zet je er dan in godsnaam overheen.
Zet je er verdomme overheen. Alsjeblieft.
Neem me niet kwalijk.
Hallo, Harry?
Die bespreking is om vier uur.
Ja, niet om half vijf.
Alles oké?
Ja.
Geen zin om uit te gaan? -Integendeel.
Eet je ontbijtspul? -Ja.
Geen zin om iets leukers te doen? Het is zaterdagavond.
Naar de film gaan? Vrienden ontmoeten? -Ik heb geen vrienden.
Waarom zeg je dat? -Omdat het zo is.
Je trok altijd vaak op met Michael.
Hoe is het met dat feestje? -Oké, pap. Kun je nu ophouden?
Mag ik? -Ja.
Ik heb deze zo lang niet gegeten.
Klaar?
Goed zo.
Ik ben nog niet klaar.
Vreselijk. Ze zijn plakkerig. Klaar?
Heb je 'm? -Nee.
Hebben jullie m'n oorbellen gezien? Ik had ze net in m'n hand.
In de badkamer gekeken? -Ja, ik heb overal gekeken.
Ik begrijp er niks van. Ik word zeker gek.
Heb jij ze niet gezien? -Wat?
Die oorbellen die ik van je vader heb gekregen. Ik had ze net in m'n hand.
Ik raak aldoor dingen kwijt.
Je hebt een andere jurk aan.
Deze staat je goed. -Dank je. Lief dat je dat zegt.
Nee, echt waar. Je ziet er heel mooi uit.
Waar gaan jullie heen? -Gewoon. Uit eten met vrienden.
Ken je Frank? -Nee.
Ik zei 'gewoon', maar het is best bijzonder.
Het is ons eerste uitje sinds Theo's geboorte.
Als je een leven wilt hebben, neem dan geen kinderen.
Geintje.
Slecht nieuws. Sarah komt niet.
Wat? -Ze belde net.
Op het laatste moment? -Ja, ze heeft koorts.
Wie is Sarah? -De oppas.
Zal ik Jenny bellen? -Die is bezet.
Mijn god. Precies nu we een keertje uit kunnen.
Zal ik Frank bellen en het afzeggen?
Zal ik op hem passen? -Jij?
Kun je dat wel? -Ja, als het helpt.
Dat is heel aardig van je, maar het is beter...
Zeker weten? -Ja, we kunnen het beter afzeggen.
Oké, mij best.
Wat is er?
Waarom kijk je zo? -Ik snap niet dat je z'n aanbod afslaat.
Echt niet? -Nee, hij kan best op z'n broertje passen.
Ik weet 't niet. Hij is nog een baby en... -En wat?
Je ziet alles altijd zo somber in.
Beter somber inzien dan het helemaal niet zien.
Wat bedoel je? -Niks.
Vertel me wat ik niet zie.
Denk je echt dat hij niet op z'n broertje kan passen?
Je weet dat hij gedeprimeerd en labiel is.
Ik laat m'n zoontje niet achter bij een... -Bij een wat?
Vooruit, zeg het dan.
Hij is raar. En ontken het niet.
Z'n blik is verontrustend.
Wanneer zie je in dat hij geestelijk niet in orde is?
Nicholas. Wat doe je... Sorry, we waren...
We waren teleurgesteld. Het heeft niets met jou te maken.
Ze lagen in de gang.
Nicholas, alsjeblieft...
Nicholas, wat... Is alles goed met je?
Papa zei dat je je goed voelde op je nieuwe school. Is dat niet zo?
Hij zei dat het je beviel bij hem thuis.
Ik hoopte dat...
Maar eigenlijk is er geen plek voor me.
Ze vinden me vooral storend.
En hij zet me zo onder druk. -Je vader?
Hij beseft het niet, maar hij blijft maar praten over schoolwerk.
Alsof er niet meer is in het leven.
Hij is gewoon bezorgd om je. -Hij geeft geen moer om me.
Om wie ik echt ben. Hij wil alleen dat ik net zo succesvol ben als hij.
Maar ik wil helemaal geen rechten studeren of advocaat worden.
Het interesseert me niet.
Je droomde ervan om schrijver te worden.
Schrijf je nog steeds?
Ik zal hem altijd teleurstellen.
Wat zeg je nou?
Je vader wil wat het beste voor je is.
Hij houdt van je. Hij gelooft in je.
Jullie zijn gewoon heel verschillend.
En hij staat onder grote druk met dat gedoe rond de voorverkiezingen.
En dat is belangrijk voor hem. Die droom koestert hij al jaren.
Maar...
Er is meer aan de hand.
Het gaat niet goed met me, mam.
Je vader zei dat het uit was met een meisje.
Dat heb ik hem verteld.
Hij begreep niet wat er mis was en wilde een rationale verklaring. Je kent hem.
Dus ik vertelde hem wat hij wilde horen...
...maar ik ben nooit uit geweest met dat meisje.
Ik zit niet zo in elkaar als andere mensen.
Soms voelt het of ik niet ben gemaakt voor dit leven.
Ik kan het niet aan.
En toch probeer ik het elke dag uit alle macht.
Maar ik kan het allemaal niet aan.
Omdat ik pijn heb.
Constant.
En ik ben moe.
Ik ben het moe om pijn te hebben.
Ik ben bij je.
Ik ben bij je en ik ga nergens heen.
Ik zal je hierdoorheen helpen. Dat beloof ik je.
Niet huilen, m'n zonnestraaltje.
Rustig maar.
Rustig maar.
Wat?
Vandaag? Was hij het echt?
Kom je even? Ik wil met je praten.
Wat is er? -Ga zitten.
We moeten praten. -Waarover?
Over school.
Wat is er aan de hand?
Niks bijzonders. Hoezo? -Niks bijzonders?
Nee. -Vandaag had je toch een oefentoets?
Hoe ging die? -Goed, geloof ik.
Mooi.
Beth was namelijk vandaag in het park en zag je daar.
Je was in ieder geval niet op school.
Dus voor de laatste keer: wat is er aan de hand?
Sla je weer lessen over? -Nee.
Waarom was je dan niet op school?
Waarom vertelt ze je dit? -Maakt niet uit.
Jawel, ze zet ons tegen elkaar op.
Nee, het probleem is dat je tegen me liegt.
Waarom was je vandaag niet op school?
Ik luister.
Ik voelde me niet goed.
Ik kon het niet opbrengen.
Ik voel te veel druk door die toets. Het spijt me.
Het spijt je.
Ik heb de school gebeld. Weet je wat ze zeiden?
Dat je nooit meer bent geweest.
Je was er de eerste dag, vorige maand, en bent nooit meer teruggekomen.
Nooit meer. Niet één keer.
Ik zou ze hebben gemaild dat je terug bent naar je oude school.
Zeg je niks?
Ben je nu een eersteklas hacker geworden?
Je loog tegen me dat je tienen haalde en voor feestjes werd uitgenodigd.
Wat heb je al die dagen gedaan? Wandelen?
Is dat het?
Wij helpen je om overeind te krabbelen en wat doe jij?
Je doet weer precies hetzelfde. Je liegt tegen iedereen.
Leg het me uit.
Wat is er aan de hand?
Gebruik je drugs?
Leg het dan uit.
Ik weet niet meer wat ik met je aan moet. Ik zeg het je eerlijk.
Ik heb geprobeerd naar je te luisteren en om er voor je te zijn.
Ik heb geprobeerd je kracht en zelfvertrouwen te geven. Tevergeefs.
Denk je echt dat je zo kunt leven? Doen waar je zin in hebt, spijbelen?
Nooit verantwoordelijkheid nemen, weigeren volwassen te worden?
Wat ga je doen met je leven? Wat moet er zo van je worden?
Je hebt natuurlijk geen antwoord.
Staar niet zo naar me.
Probeer je me te intimideren?
Dat lukt je niet, dat zeg ik je meteen. Niet bij mij.
Oké. Ik zal je zeggen wat er gaat gebeuren.
Vanaf morgen, of je het leuk vindt of niet...
...ga je terug naar school. Duidelijk? -Nee.
Ik ga niet terug naar school.
Wat wil je nou, Nicholas? Ik had een zieke moeder op jouw leeftijd.
Ik zag m'n vader niet, had geldproblemen. Maar ik vocht door.
De meeste dagen was het niet makkelijk. Wat is er nou zo erg aan jouw leven...
...dat je niet naar school kunt gaan? Geef antwoord.
Ik kan het niet aan. -Wat niet?
Ik kan het leven niet aan. En het is jouw schuld.
Pardon?
Het is jouw schuld. -Wat heb ik verkeerd gedaan?
Ik walg van je. -Wat zeg je?
Je steekt preken af over het leven en werken...
...en je liet ons in de steek als een hoop stront.
Je denkt dat jij altijd het juiste doet, maar je bent gewoon een klootzak.
Neem dat terug, Nicholas. Onmiddellijk.
Klootzak. -Ik?
Ben ik een klootzak? Heb ik niet altijd alles voor je gedaan?
Ik ben jaren bij je moeder gebleven voor jou, dus waarom zeg je dit?
Omdat ik verliefd werd op een andere vrouw? Zijn dat jouw zaken?
Ik heb het recht om een nieuw leven te beginnen. Het is mijn leven.
Het spijt me, Nicholas. Ik weet niet wat er gebeurde.
Ik zoek de afdeling psychiatrie. -Aan het eind links.
Hoelang ben je hier al?
Een half uur. Ze zeiden dat ze zo zouden komen.
Wat is er gebeurd?
Ik was er niet. Ik was op m'n werk.
Het was...
Het was Beth die hem heeft gevonden, in de badkamer.
We hadden geluk. De ambulance was er heel snel.
Het spijt me.
Het spijt me heel erg. Ik wilde hem zo graag helpen...
...en uiteindelijk...
Dokter. -Hallo, goedemiddag.
Ik ben dr. Leiner. Ik zorg voor uw zoon.
Waar is Nicholas? -Hij rust uit.
Hij is buiten gevaar, dat verzeker ik u.
Hij is snel geholpen en de snee was niet al te diep, dus die moet goed genezen.
Weet u dat echt zeker? -Ja, geloof me.
We moeten wel wat beslissingen nemen.
Ik heb net met hem gepraat. -Wat zei hij?
Het frustreert hem dat hij hier is bijgekomen. Dat is heel normaal.
Heeft hij iets gezegd over wat hem hiertoe...
We zijn hier heel bekend mee.
We kunnen Nicholas het beste even onder observatie houden.
U bedoelt... -We hebben hier een plek vrij.
U zei dat hij buiten gevaar was.
We willen dat hij zich bewust wordt van wat hij heeft gedaan.
Hij neigt ertoe het te bagatelliseren. Dat lijkt me gevaarlijk.
We willen niet dat hij het weer doet.
Hoelang moet hij hier blijven?
We moeten hem kunnen observeren en behandelen.
Daarna komt hij hier regelmatig bij de psychiater...
...zodat we hem kunnen beoordelen. -Ik wil m'n zoon zien.
Momentje.
Sorry, ik moet naar boven.
De maatschappelijk werker helpt u verder met de opname.
U kunt bij haar terecht met alle andere vragen.
Maak u geen zorgen. Hij is in heel goede handen.
En deze? -Dat is een sterrenbeeld.
Zie je die sterren? -Is dat zeldzaam?
Behoorlijk zeldzaam. -En die?
Dat is Saturnus.
Met ringen eromheen.
Peter.
Mama wordt ongeduldig.
Ga je mee terug? -Wacht, papa.
Hij is lek. -Wat moeten we nu?
We moeten zwemmen. -Dat kan ik niet. Ik ben pas zesenhalf.
Goed moment om het te leren.
Je kunt het.
Kom op.
Ik ben bij je.
Kom op, mannetje.
Kom op.
Dus wat heb je besloten?
Moet het gesprek naar maandagochtend? Hoe laat ga je naar Washington?
Volgende week maandag? Nee, dat gaat niet.
Ik moet in New York blijven.
Dus ik moet Washington afzeggen?
Ja.
Bedankt.
Peter, met mij. Kun je praten?
Ja, alles in orde?
Ik ben net gebeld door dr. Harris.
Ik wilde het met je bespreken.
Is er een probleem?
Hij denkt dat het beter is als we Nicholas een paar dagen niet opzoeken.
Ja.
Nicholas lijkt moeite te hebben om de behandeling te accepteren.
Ze hebben lange gesprekken gehad...
...om te proberen te begrijpen waarom hij...
Zo te horen heeft hij veel over de scheiding gepraat.
Over je nieuwe leven en alle spanningen tussen jou en mij.
Dr. Harris denkt dat het beter is als we ze een paar dagen de tijd geven.
Zodat iedereen een idee krijgt hoe het verder moet.
En de druk eraf gaat.
Hij kan ons niet bij Nicholas weghouden.
Hij vraagt het alleen, hij eist het niet.
We hebben maandag nog.
Dan hebben we een afspraak om te horen hoe het ervoor staat.
Ik weet het niet. Intussen...
Ik weet hoe moeilijk dit voor je is.
Dat is het voor mij ook, maar misschien moeten we ze vertrouwen.
Denk je niet?
Peter?
Ben je klaar?
Hoe laat gaat je vlucht? -Over vijf minuten komt m'n taxi.
Ik draag je koffer naar beneden. -Nee, dat hoeft niet.
Luister...
Sorry voor gisteravond.
Ik had te veel gedronken.
Ik snap niet waarom we zo moeten ruziën. -Ik weet het.
Het is mijn schuld. Sorry.
En...
En je kunt niet meekomen?
Sorry, Beth. Dat gaat niet.
Ik kan niet naar de Cape gaan terwijl hij daar zit.
Voor twee dagen maar.
Je ziet er vreselijk uit en je kunt niks voor hem doen.
Ik kan het niet.
Wanneer mag hij daar weg?
Weet ik niet. Maandag hoor ik meer. -En dan?
Ik hoop dat ik een beter vader word voor Theo.
Hou op. Je bent een heel goede vader.
Ik moet een rol spelen waar ik een intense hekel aan heb.
De afgelopen weken...
...betrap ik mezelf er steeds op dat ik dingen zeg die m'n vader tegen mij zei.
Dingen waardoor ik hem echt haatte.
En nu is het mijn beurt.
Dat geeft me het gevoel dat ik net als hij ben geworden.
Wat voor dingen?
'Wat ga je met je leven doen?'
'Toen ik zo oud was als jij nu deed ik zus en deed ik zo.'
'Wat moeten we met je aan?'
Als je wist hoe erg ik me schaam...
Sorry.
Maar we moeten gaan.
Zeg me voor je gaat alsjeblieft dat je me vergeeft voor gisteren.
Ik wil heel graag dat we niet meer zo ruziën.
Ik ook.
De afgelopen weken waren zo... -Ik weet het.
Nee, je weet het niet, want je was hier niet. Je was aldoor op je werk.
En ik ben hier alleen. -Dat ben je niet.
Jawel, en ik ben gewoon zo...
Ik ben zo moe.
Theo is ook je zoon. Hij heeft je ook nodig.
Laten we niet opnieuw beginnen, oké?
Oké.
Ik bel je als we daar zijn.
Kom hier, mannetje.
Geef me een knuffel.
Ik zie je een week niet. Ik zal je missen.
Je gaat voor het eerst naar zee. Je zult zien hoe groot en mooi hij is.
Doe de groeten aan oma, oké?
Sorry dat ik niet kan meekomen.
Ik moet echt hier blijven, begrijp je?
Vertel me er alles over, oké?
Vertel het me, mannetje.
Mam.
Ik heb jullie zo gemist.
Alsof ik jullie maanden niet heb gezien. -We zijn er nu.
Ik laat je vijf minuten alleen met je ouders, zoals je wilde.
Ik ga intussen de dokter halen, oké?
Hé, hoe gaat het?
Schatje.
Het is vreselijk. Haal me hier weg. -Wat is er mis?
Dit was de ergste week van m'n leven. Het is een hel.
Laat me niet in de hel. -We praten erover met de dokter.
Het is een klootzak. Hij begrijpt niks.
Hij stopt me vol pillen en denkt dat ik ziek ben.
Hij wil me hier weken houden. Dat trek ik niet.
Ik voel me hier slechter dan thuis. Ik heb jullie nodig.
Neem me mee naar huis. Ik smeek het jullie.
Rustig. We zullen praten met de dokter.
Ja, we zijn hier bij je.
Ik ben zo blij jullie te zien.
Hallo. Goedemiddag.
Dokter.
Laten we allemaal gaan zitten.
Kom bij mij zitten, Nicholas.
Ik heb Michael, die voor Nicholas heeft gezorgd, gevraagd om erbij te komen.
Oké. -Mooi.
Ik denk dat Nicholas u heeft gezegd dat hij weg wil uit het ziekenhuis.
Dat zei hij ook tegen mij. De laatste dagen waren moeilijk voor hem.
Zeker. Hoe komt dat?
We zien dat vaak in de eerste week. -Ik wil hier weg.
Ik begrijp heel goed dat je naar huis wilt...
...maar ik kan dat niet aanraden.
Zie je? -Waarom niet?
Nicholas heeft een acute depressie.
Het is veiliger als hij in het ziekenhuis blijft.
Ik ben beter. Ik wil naar huis.
Ik weet dat je dat gelooft, maar in mijn ervaring...
Zie je? Hij weet alles beter. -Rustig.
Ik ben rustig, maar die idioot begrijpt niks.
Alsjeblieft, schat.
Nicholas, alsjeblieft. Ga zitten.
Wat stelt u voor? -We hebben wat meer tijd nodig.
Suïcidale impulsen zijn moeilijk te herkennen.
Zelfs voor de patiënt, maar we mogen niet doen alsof ze er niet zijn.
Tweede pogingen komen heel vaak voor.
Ik denk dat Nicholas z'n contact met de realiteit nog steeds verstoord is...
...waardoor hij aldoor angstig is. Dat kunnen we behandelen.
We moeten hem eerst stabiel krijgen...
...en dan kunnen we bekijken wanneer hij naar huis kan.
En wanneer zou dat zijn? -Mam...
Ik vraag het alleen.
Je hebt nu de zorg nodig van de dokters, de therapeuten, de projectleider.
Denkt u dat pottenbakken gaat helpen? -Het draagt bij aan het proces.
Gelul. -Misschien is het beter voor je.
Beter voor me? Hoe kan ik beter worden tussen mensen die veel zieker zijn dan ik?
Ik heb er veel over nagedacht. Over m'n leven.
Al die uren dat ik niks doe.
Ik begrijp dingen. Dingen die ik niet meer zal doen.
M'n verblijf hier was als een elektrische schok.
Ik ben klaar om het normale leven op te pakken.
Ik kan weer naar school. Ik voel het.
Maar jullie moeten me vertrouwen. En jullie moeten me hier weghalen...
...anders ga ik eronderdoor.
Ik meen het. Ik verdraag dit niet.
Pap...
...je kent me.
Dat weet ik. Je hebt me altijd gekend.
Maar hier kennen ze me niet.
Ik smeek je, pap. Laat me niet in de steek.
Ach, lieverd.
Wat is de procedure om hem mee te nemen?
Als minderjarige valt hij onder uw verantwoordelijkheid. Het is aan u.
Maar luister heel goed naar wat ik u zeg.
Uw zoon is niet in een toestand om hier weg te gaan.
Als u uw handtekening zet, kan hij naar huis...
...maar als arts zeg ik dat u een groot risico neemt.
Welk risico?
Een risico dat ik nooit zou nemen met m'n eigen zoon.
U kunt me niet dwingen te blijven. -Formeel gezien wel.
Maar dan moet ik naar de rechter en dat doe ik liever niet.
Ik help je ouders liever de juiste beslissing te nemen.
Ik weet dat het niet makkelijk is, zeker niet in aanwezigheid van uw zoon.
Maar Nicholas heeft zorg nodig en dat is niet uw rol als ouders.
Dat is werk voor een psychiater. -Pap, ik ben niet ziek.
Als we samen de juiste beslissing nemen...
...kan Nicholas eerder en in betere gezondheid naar huis.
Een normaal leven leiden.
Mam, ik wil naar huis. -Ik weet het, lieverd.
Laat me niet hier. Ik smeek het je.
Jullie moeten me een tweede kans geven. Het was een schreeuw om hulp.
En het spijt me oprecht.
Jullie moeten alleen m'n pijn begrijpen, maar ik zal het nooit meer doen.
Je ouders hebben je argumenten gehoord.
Ik moet u nu vragen een besluit te nemen. -Nu?
Ja, Nicholas moet begrijpen dat u achter het medische team staat.
Voel u niet schuldig.
Dit gaat niet om hoeveel u van uw zoon houdt. Hij heeft bescherming nodig.
In dit soort situaties is liefde niet genoeg.
Liefde zal niet genoeg zijn.
Pap, mam...
Nicholas, Michael gaat met je lunchen in de cafetaria.
Maar eerst moeten je ouders een besluit nemen waar je bij bent.
Dat helpt jou om je behandeling te accepteren.
Mam, ik wil naar huis.
Pap, neem me mee naar huis. Ik smeek het je.
Pap, neem me mee naar huis.
Pap...
Het spijt me, Nicholas.
Je kunt me dit niet aandoen. Niet jij. -Rustig.
Wat heb ik jou aangedaan? Blijf van me af.
Papa, mama.
Gaat het?
Ik hoop dat we hier goed aan doen.
Hij zei dat het een hulpkreet was. We moeten hem vertrouwen.
Als het de komende dagen niet beter gaat, kunnen we hem altijd terugbrengen.
Hij is hier bij ons beter af.
Oké. -Ik ben zo klaar.
Oké.
Hoe zie je het voor je...
...in de toekomst?
Het lijkt me te optimistisch om te denken dat hij naar school kan. Het is al mei.
Misschien moet hij gewoon op krachten komen.
En het volgende schooljaar met frisse moed beginnen.
Wat moet hij de hele dag doen? We kunnen hem niet alleen laten.
Misschien kan hij weer bij jou komen wonen.
Als hij dat wil.
Ik kan hem overdag meenemen naar kantoor, als stagiair.
Denk je dat hij daar zin in heeft?
Ik weet het niet. Hij zal wat nieuwe dingen leren en ik ben bij hem.
Ja, maar heb je het niet te druk?
Ik sla Brians aanbod af.
Serieus? -Ja.
Politiek interesseert me geen zak.
Ik wil me concentreren op het belangrijkste en dat is om hier te zijn.
Voor Nicholas.
Kijk eens aan.
Dank je wel. -Heel lief.
En jij dan?
Ik heb koffie gedronken. Om wakker te worden. Suiker?
Pap?
Dank je wel.
Dank je, lieverd.
Hoe voel je je?
Ik ben zo blij dat ik hier ben. -Wij ook.
We moeten de medicijnen hebben.
Ik dacht dat je misschien een film zou willen kijken.
Waarom niet.
Maar ik neem eerst even een douche.
De badkamers waren daar zo vies.
Ik droom er al de hele week van om een douche te nemen.
Wat is er?
Waarom lach je? -Niks.
Ik stink zeker. -Nee.
Fijn om jullie samen te zien.
Dat is lang geleden.
Sinds we met z'n drieën samen waren.
Dat klopt.
Net als de goede oude tijd.
Oké, ik ga douchen.
Ik wacht op je.
Ik wou alleen zeggen...
...dat ik echt spijt heb van alles.
Ik weet dat jullie het niet verdienen.
Ik vraag jullie om me te vergeven.
En ik wilde jullie zeggen dat ik van jullie hou.
We houden ook van jou.
Toe, ga maar. We wachten op je.
Wat zeg je daarvan? -Inderdaad.
Ga vandaag mee naar de film.
Daar zou je Nicholas zo blij mee maken.
Ik weet het niet.
Welke film wilde je zien?
Weet je nog dat we 's middags naar de film gingen?
Dan zeiden we dat we een afspraak hadden en zagen we elkaar in de bios.
Heerlijk vond ik dat. Het was net spijbelen.
Het is allemaal zo lang geleden, hè?
Kom op.
Ga met ons mee.
Kom vandaag met ons mee.
Wil je dat niet?
Wat is dat?
Mijn god, Nicholas.
Nicholas, lieverd. Hou je ogen open.
Peter, bel iemand.
Nicholas, kijk naar mama.
Alsjeblieft. Hou je ogen open, lieverd.
Goed zo. Vertrouw op jezelf. Haal adem.
Als een kikkertje. Kom naar mij.
Oké, ik laat je los. Je kunt het. Kom naar mij.
Ga door. Goed zo.
Papa, ik zwem.
Ja, je zwemt.
Het is je gelukt.
Ik zwem. -Goed zo, jongen.
Ik ben zo trots op je. Je zwemt. Is dat niet geweldig?
Nog een eindje? Kom op.
Goed zo. Het hele eind.
Alles goed? -Ja.
Ik ga Theo in bad stoppen.
Zal ik het doen? -Nee, ik doe het wel.
Vind je het leuk dat ze komen? -Ja, jij ook?
Kijk wat ik heb gevonden.
Die heb je lang niet gedragen.
Ik weet het.
Oké, ik zie je zo.
Kan ik de rest aan jou overlaten? -Ja hoor.
Theo?
Tijd voor je badje. Ben je klaar?
Hé, ben je er al? -Sorry, ik ben een beetje vroeg.
Ben je alleen?
Ze komt zo. Ze moest eerst naar haar moeder.
Kom binnen.
Hoe gaat het? -Prima, met jou?
Goed, ben je vandaag teruggekomen? -Ja, ik begon New York al te missen.
Alles goed in Toronto? -Ja, geweldige stad.
Iets drinken? -Nee, ik wacht op de anderen.
Oké, ga zitten.
Ik ga bij Lena wonen. Heeft mam je dat verteld?
Echt waar? -Ja.
We zitten toch elke avond bij haar of bij mij.
Gefeliciteerd. Dat is goed nieuws.
Ik wil haar graag voorstellen. -Ik verheug me erop.
Na al je verhalen over haar. -Je zult het zien. Ze is geweldig.
Ik ben stapel op haar.
Mooi.
Is Theo er? -Ja, hij gaat net in bad.
We hebben een cadeautje voor hem.
Maar Lena wilde het hem geven. -Leuk.
Ik heb ook iets voor jou. -Voor mij?
Het is meer iets wat ik je wilde vertellen.
Waarom kijk je zo? Ik word heus geen vader.
Dat kwam niet bij me op.
Nee, het is meer...
...iets over mij.
Ik wilde dat jij het als eerste hoorde.
Vertel.
Je weet dat er naast m'n studie nog iets was wat ik graag deed.
Schrijven.
Ik ben er de laatste tijd mee bezig geweest.
Vooral sinds ik in Toronto woon. Daar lijkt alles me makkelijker af te gaan.
Kortom...
Hier is het. -Wat is dit?
M'n eerste roman.
Heb jij dit geschreven?
Geheim gehouden. Uit bijgeloof.
Nu is hij er echt.
Ik wilde jou het eerste exemplaar geven.
'De dood kan wachten'.
Fantastisch.
Wanneer komt hij uit? -Over twee maanden.
Maak maar open. Hij is aan jou opgedragen.
Voor mijn vader, als dank voor alles.
Het gaat over dingen die je al weet.
Al die moeilijke jaren voor jou en mama.
Het is tenminste goed afgelopen.
Ik wilde dat jij het als eerste had...
...want zonder jou, was het me niet... -Ik ben zo trots op je.
M'n grote jongen.
Ik ben zo trots op je.
Lees het eerst. Straks vind je het niks. -Ik ken je.
Het is vast prachtig.
En ik meen het.
Ik wil je zeggen dat ik zo trots op je ben.
Je gaat toch niet huilen, hè? -Nee, sorry.
Ik hoop dat het een succes wordt. -Vast en zeker.
Mag ik Theo een knuffel gaan geven? Ik heb hem ook gemist.
Hij zal blij zijn je te zien. Hij praat altijd over z'n grote broer.
Peter?
Wat doe je?
Wat is er?
Dacht je aan Nicholas?
Ik had hem meer aandacht moeten schenken.
Nee, je hebt er alles aan gedaan wat je kon.
Ik probeerde me voor te stellen...
Hij was zo getalenteerd.
En hij was zo intelligent.
En gevoelig.
En...
Hij had zulke mooie dingen kunnen doen.
En ik had moeten...
Ik had echt kunnen...
Het is allemaal mijn schuld.
Niet waar. Kom op.
Kom hier.
Rustig nou. Ik weet hoe moeilijk het is.
Ik weet het, maar het leven gaat verder, Peter.
Je hebt Theo. En je hebt mij.
En we hebben je nodig.
Al is het moeilijk en pijnlijk, het leven gaat verder, Peter.
Nee, het gaat niet verder. Het mag niet verdergaan.
Jawel, het gaat verder.
Denk aan je kleine zoontje. Denk aan Theo.
Hij wordt bijna vier.
Denk aan hem, dan komt alles goed.
voor Gabriel
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.