Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Zodat elk van ons kan zeggen dat hij zijn uiterste best heeft gedaan
voor ons land, onze school en de mensheid.
We zijn hier vandaag om te vieren
dat we vier lange jaren hebben geleerd.
De studenten van Rosedale High ontvangen vandaag hun diploma.
Het is me een eer u voor te stellen aan Mr Walter E Hump.
Dank je voor de mooie afscheidsrede.
Trek aan dat touw. - Het kan een zware...
En meer.
Wat een dag.
Heel vruchtbaar.
lk moet gaan werken. - Geef me een lift.
Waar is je auto? - Als ik dat wist, reed ik ermee.
lk werd wakker in een vuilnisbak naast Betsy d'r feest.
Wanneer koop je dat busje waar je al 80 jaar over praat?
Moet je die zien. - Ze kijkt naar mij.
Ben je gek? Ze kijkt naar mij.
Groener wordt het niet.
We moeten hier weg. - Sally Johnson.
Geef gas voor we afgedroogd worden. - Wat een tieten.
Te laat, het is rood. - Wat een stuk.
We gaan eraan. - lk zou haar ��n keer willen pakken.
lk zou een heel jaar bevredigd zijn.
Hallo, ik zat je fysiek te bewonderen.
Wil je racen? - Racen is niet echt m'n ding.
Vooruit. - Niet doen.
Tuurlijk, waarom niet?
Wie tegen Dugan racet, gaat er meestal aan.
Hij stond niet in versnelling.
Denk je nog altijd aan Sally?
Wat is de grap dan? - Er is geen grap.
Waarom lach je dan? - Zomaar.
Ruik jij iets?
Ja, jij. Je moet in bad. - Stik.
Je zag er goed uit, stralend. De mooiste van het bal.
Gaat onze date door vanavond? - Misschien.
Rij ernaartoe. lk wil zeggen dat hun auto in brand staat.
Wist je dat je autobank in brand staat?
Waarom reed je weg? - Het is moeilijk praten
met een paar groenten. Wat bedoelde hij met die dates?
We gaan met ze uit. - Regel geen dates voor me.
Dat doe ik zelf wel. - Jack valt best mee. En Bobby ook.
Voor een nacht. - Hoe bedoel je?
Ze denken maar aan ��n ding. - Mij best zolang het met Jack is.
We zouden er beter nog een roken.
ls dat je auto niet? - Waar?
Hier. - Wacht.
Dit is mijn auto. Wacht. Dit is mijn auto. Hij is van mij.
Tot ziens. Veel geluk.
E�n, twee, drie, trekken.
Andy, hoe beland je daar? - lk moet jullie leren stofzuigen.
Allemaal samen. E�n, twee, drie. Trekken.
lk ben er zo uit, dames.
Mag ik vroeger weg vandaag? - Zie je niet dat ik vastzit?
Sta daar niet te gapen. Doe iets. - Tuurlijk. Wacht even, jongens.
Mag ik je hoed lenen?
Stop met praten en haal me hieruit.
Geen probleem, dames. - Klaar, Andy?
Klaar waarvoor?
Sorry voor het ongemak. Je auto is zo klaar, kraaknet.
Genoeg gelachen. Maak die auto schoon.
Mag ik vroeger weg? - Vraag het later nog eens.
Alleen wassen.
Voorzichtig. - lk zal haar zacht aanpakken.
Wat kan ik voor je doen? - LA op vier.
Jagman, h�? - Ja.
LA op vier. Hoeveel zet je in? - Honderd.
Honderd. Komt voor mekaar.
Werk jij hier? - Wat een geluk, h�?
Dat hangt ervan af. - We gaan op date vanavond.
Dat heb je verkeerd begrepen.
Bobby, maak voort. Tijd is geld. De kassa rinkelt.
ls ze niet mooi? - Prachtig. Mij mag ze wel's hebben.
Droom maar verder. Ze wil je niet. - lk heb een date met haar vanavond.
Onzin.
Daarom kan je zo goed waxen. - Waarom?
Van aftrekken krijg je sterke armen. - Je kan de pot op.
Je zal de schoonste autobanken van de stad hebben.
Je blauwe ondergoed is prachtig.
Wanneer worden jullie eens volwassen?
Je kan een meisje echt imponeren.
Dank je, ik wou hem toch eens wassen.
lk heb een goeie tip. 50 op Golden Fleece in de zesde.
Wees realistisch. Je kan het je niet permitteren 50 dollar weg te gooien.
Hij staat 20 tegen ��n. - Wat voor bookmaker ben jij?
Neem mijn inzet of ik geef je aan.
Kom niet naar mij als ze je tv in beslag nemen.
Gek.
lk moet vroeger weg vandaag.
Waarom wil je nooit eens meer werk?
Het is heel belangrijk. lk zal het goedmaken, beloofd.
Goed dan. Ga maar.
Sam, meld je bij de dienstafdeling.
ls Mr Friendly er? - Ja, in zijn kantoor.
Dat spotje moet om 3u uitgezonden worden.
Die technische problemen kunnen me niets schelen. lk bel je nog.
Kom binnen.
lk kom mijn busje ophalen. - Prima. Ga zitten.
Heb je de aanbetaling? - Ja, hier.
Strakke broek.
De wc is naast het bureau.
De autobank was nat.
Dat is 200 dollar te weinig.
Wat is dit? - Een cheque van mijn ouders.
Voor mijn diploma. - Hij zal wel goed zijn.
Zo goed als goud. - Niets is zo goed als goud.
Teken maar.
Het busje staat bij Roscoe.
Doug, je moeder op lijn drie.
Tot ziens. - Tot ziens, Mr Friendly.
Wat vind je ervan? Te gek, h�?
Heb jij dit ontworpen?
Nee, de koper. lk heb het gemaakt.
Alles goed?
Wat een val.
Mooi, h�? - Goed werk, Roscoe.
lk zal je eens rondleiden.
Een waterbed.
Een spiegel. - Te gek.
Het raam.
Helemaal opgevuld. Schuimrubber.
Boxen.
Speciale velgen. Vier.
lJskast.
Stopcontacten, broodrooster, comfortabele chauffeurstoel.
Een drinkrekje, cassetterecorder, tv, kapjes voor de spiegels,
mistlichten, een kast en meer.
Moet je dat zien.
Kijk zeg.
ls dit jouw machine? - Zolang ik op tijd betaal.
lk zal je hem laten zien.
Hij is prachtig. - Wat is er binnen?
Je mag kijken, maar niets aanraken. lk heb hem nog niet ingewijd.
Hij heeft hier een bed. - Je gaat er eindelijk voor.
Dat is de bedoeling.
Er zit bier in de ijskast. lk trakteer. lk zie je in het kantoor.
Dit is een paleis. Dit is beter dan mijn flat. Wat ga je hier doen?
Plezier maken. Met de balletjes spelen.
Stoute jongen. Het is prachtig. Een broodrooster.
Alsjeblieft. - Te gek.
Een toast op Bobby en zijn busje.
Moge het busje zoveel actie zien als zijn hand vroeger.
lk moet weg. Tot ziens.
Amuseer je met je busje.
Wacht, Andy.
Waarop wachten?
Wat voor bier is dat? - Gewoon bier.
lk moet weg. Tot ziens. - Wil je een biertje?
Nee, ik heb het speciaal voor jullie gekocht.
Dag, mam. Je cheque was net wat ik nodig had. Wil je het interieur zien?
Graag.
Het is me wat. Heel ongewoon.
Je moet de achterkant zien.
Wat is dit? - Een waterbed. Ga maar zitten.
Wat is er? - Niets. Heb je een goeie dag gehad?
Wat is dit? - Bobby z'n busje.
Mooi, h�? Er zit zelfs een waterbed in.
Ga je daar echt mee rondrijden? - Tuurlijk. Waarom niet?
Omdat het obsceen is. - Het is maar een busje.
ls dit de bestelwagen waarover je praatte?
Dit is een busje, geen bestelwagen. Het is een busje.
En je gaat als een hippie rondrijden in plaats van te studeren?
Moeten we daar nu weer over beginnen? - Hij heeft ervoor gespaard.
Je zou trots kunnen zijn.
Zorg maar dat je op tijd betaalt, want ik zal je niet helpen.
En je moeder ook niet, al heeft ze de papieren getekend.
Je staat hier alleen voor in. Moet je dat ding zien.
lk vind hem prachtig. - lk heb een borrel nodig.
Je vader is moe. lk vind je busje heel mooi.
Veel geluk ermee.
Dit is heerlijk. Proeven? - Doe dat weg.
Hier. - Vooruit.
Je hebt dus een geweldig busje? Dan gaan we racen.
100 dollar. De winnaar krijgt alles. Akkoord?
Honderd?
Dat is een hoop geld.
Excuseer me, schat.
Ben jij een sporter? - lk zit in het basketbalteam.
Ja? Goed voor jou. Dribbel nu maar eens.
Waar heb je dat busje gehaald? - Mooi, h�.
Mag ik een Lucky?
Schoonheid, hou je van hengsten? - Ja.
Maar niet van sukkels.
Wat denk je ervan? - lk heb net gebotst.
Rijdt hij nog? - Ja, maar...
Dan gaan we racen, niet waar? En ik ben het niet gewoon te verliezen.
Nee, ik bedoel ja. lk moet nog iets doen. lk zal erover denken.
Een kan bier, alsjeblieft.
Hoe is het? - Goed. En met jou?
Mag ik je trakteren? - Nee, ik ben hier met Dugan.
Toch bedankt. - Mag ik je ooit trakteren?
Tuurlijk. lk trakteer je ook nog wel eens. Tot ziens.
Hoe gaat het? - Best goed.
Hou je van busjes? - Dat hangt ervan af.
Waarvan? - Het busje en wie ermee rijdt.
Zie je dat busje daar? - Ja, ik zag het aankomen.
Het is van mij. Wil je achterin een joint met me delen?
Absoluut. - Te gek.
Geweldig.
Handen van mijn tieten. - Je hebt het graag.
Bepotel me niet. - Dat doe ik niet, ik bemin je.
Hier.
Je hebt geweldige borsten. Komaan.
Je hebt prachtig haar.
Wat zijn dat?
Wacht even. Kom hier. Kom terug.
Nu heb je ze gezien, maar ze zijn niet gratis.
lk kost geld, schatje.
Heb je een lucifer?
Vrouwen.
Hoe is het ermee? - lk ben uitgeput.
lk heb heftig gevree�n. - Dat zal wel.
Je gelooft me niet. - lk ben je beste vriend.
lk wil je iets laten zien.
We hadden het net over je, Dugan. - Ben jij niet die...
Dat is mijn tweelingbroer Rufford. - We gaan.
Je ziet er goed uit. We moeten weg. Dag.
Rotzak, ik ga je vermoorden.
Wat doe je? Stap in.
Stap in de truck. Vooruit.
We krijgen je nog.
Autodiefstal. Vijf tot tien jaar. - Rustig. Hij is van mij.
Hoe bedoel je? - Na 80 jaar heb ik hem eindelijk.
Tina en Sue. - Waar?
Ze passeerden net.
Daar zijn ze. Geef gas.
Daar zijn ze.
Ze volgen ons. - Niet te geloven.
Nee, niet doen. Je raakt ze kwijt. - Dat is de bedoeling.
Sneller. - Het is toch vast tijdverspilling.
Hou je mond. Sneller. Rij vlak achter ze.
Dag, meisjes.
Je rijdt aan de verkeerde kant. - Ga dan aan de kant staan.
Je bent gek. - Ga aan de kant staan. Ze zijn leuk.
Ja, aan de kant. We zijn leuk.
Een auto. Kijk uit.
Dat was nipt. - ldioten.
lk vind ze toch leuk. - Je mag ze hebben.
Wacht even. lk ben niet echt ge�i�nteresseerd in Tina.
Als jij niet meedoet, kunnen Sue en ik niet samen zijn.
Maar Tina is niet leuk. - Alsjeblieft.
lk doe je ook wel eens een gunst. Met dat busje draait ze wel bij.
Misschien. - Goed.
Waarom ga je niet met haar praten? - Omdat ze dat niet wil.
Tuurlijk wel. - Dat zal wel.
Je schrikt hem af. - lk doe niets.
Dat weet ik. Dat is precies wat ik bedoel.
Kan je niet met hem gaan praten? - Vergeet het.
Wij nemen de Sprite, neem jij Tina mee in het busje.
Vergeet het.
Daar is ze. Veel geluk.
Hoe is het? - Gaat wel.
Wat een plek. - Mooi, h�.
Net een bordeel op wielen. - De andere meisjes vinden het leuk.
Dat kan ik me voorstellen. - Tot op het strand.
Ze hadden al terug moeten zijn. - Maak je geen zorgen.
Heb je nog een sigaret? - Ja.
lk breng je wel thuis. - lk kan niet naar huis zonder Sue.
Eerlijk gezegd denk ik niet dat ze terugkomt.
lk logeer bij Sue vanavond. Als ik thuiskom, stellen mijn ouders vragen.
Het is niet mijn schuld.
Je kan bij mij blijven vanavond. - Waar?
ln het busje, idioot.
Kan ik je vertrouwen? - Mij vertrouwen?
lk weet hoe jullie vrouwen's nachts zijn.
Het ruikt hier als een biljartlokaal.
Goeienacht.
Geniaal.
Excuseer me even.
Je hebt iets vergeten.
Vrouwen.
Daar zijn ze.
Ongelooflijk.
De smeerlap.
Zullen we ze besluipen? - Nee, dat kunnen we niet doen.
Tina zou het me nooit vergeven. Echt waar.
lk kan mijn ogen niet geloven.
Wat is er zo grappig? - Niets.
Zet me bij de volgende hoek af. - Je woont toch verder?
Als m'n vader me hierin ziet, vermoord hij me. Hier.
Zie ik je nog? - Reken er maar niet op.
Mooi busje heb je daar.
Kan ik iets voor je doen?
Dat klinkt als Dugan. - lk zie je wel nog.
Geef oom Duggy een dikke kus. - Graag.
Je hebt het niet echt druk. - Mooi busje heb je daar.
Vind je het mooi? - Super.
Wil je een joint op het waterbed? - lk ben dol op waterbedden.
Het zit achterin. - lk heb geen tijd voor een joint.
Maar wel voor een vluggertje. - Dat is goed.
Niet gluren. Klaar.
Elke vrouw is dol op het geluid van mijn rits.
Wacht even.
lk heb barstende hoofdpijn. Kan het geen andere keer?
Wacht even.
Wat een kont. - Wat voor lijf had ze?
Laten we zeggen dat ze overal enorm was.
Dat zal wel. - lk wist niet dat vrijen zo...
...lichamelijk kon zijn. lk laat je eens gluren. Dan leer je de finesses.
Je zal vast moe worden na de eerste paar uren.
Hou op.
Dit zit vol. Kom, ik moet Sue ophalen.
lk wou je nog vragen hoe het met Tina was.
Super, stomend, fantastisch. - Het is al goed.
Sorry dat ik het vroeg.
Wat is er? - lk heb een puist.
Waar? - Hier.
Je bent gek. lk zie niets. - Weet je dat zeker?
Ja, dat weet ik zeker.
Waar kijk je naar? - Vieze prentjes.
Was ik maar meer zoals jou. - Meen je dat?
Je bent zo vrij. Je kan je amuseren. lk schrik mensen af.
Als je wat losser was, zouden jongens je durven bellen.
Wat is dit?
Wat is dat? - lk heb dat ergens gekocht.
Die ochtend op het strand. Je hebt Tina nooit gehad.
Wie zegt dat?
Hou op.
Zeg me nu niet dat het liefde moet zijn.
Ja, het moet liefde zijn. - Hou je dan van Bobby?
Nee, waarom vraag je dat? - Vanmorgen, op het strand.
We hoorden je bezig in het busje. - lk en Bobby?
lk weet niet wat je bedoelt. - Je kan het me vertellen.
lk ben je beste vriendin. - lk zweer dat er niets gebeurd is.
Compleet niets. - Zoals je wil.
Dit is Straight Arrow.
Spiderman. Waar heb je die naam gehaald?
We amuseren ons. Luister maar.
Je bent gek. - Wat denk je daarvan?
Super. lk kom. - Daar.
Wil ze er meer dan ��n? - Ok�, Spiderman.
Dit is Tina d'r huis. We gingen Sue halen.
Verrassing. Als ik wist van die tape, had ik het niet geregeld.
Daar zijn Bobby en Jack. ln dat busje. Wat doen ze hier?
lk dacht dat je het wel ok� zou vinden.
Ze wil me niet meer zien. - Je weet het pas als je probeert.
Komt dat getoeter van onze oprit? - Kom.
Het zijn vrienden van school die ons ophalen.
Dag, mevrouw. - Kom niet te laat thuis.
Hier, Tina. - Nee, dank je.
Je kan plezier hebben als je wil, is het niet?
Lach.
Voer haar dronken. - lk doe mijn best.
Hier.
Wil je gaan wandelen?
Mooi busje. Straight Arrow. Wil je binnenkijken?
Graag. - Kom.
Wat heb jij?
Wat gebeurt er? - Een dragrace.
Gevaarlijk? - Nee, ze racen om het snelst.
Alles is in orde. Kom, we gaan biertjes drinken.
Het was toch niet gevaarlijk? - Dat dacht ik ook. Kom.
Wat is er zo grappig?
Hou op. Dat is genoeg.
Kom terug.
Waar ga je heen?
Wacht even. Laat Tina helpen.
lk kom.
Je bent net als de rest. Je wil alles direct en geeft niet om wat ik voel.
Tina, komaan...
lk ben um voor jou en jij um voor mij.
Het is alsof we nog rijden.
We zijn aan het rijden.
Vrouwen.
ldioot, het is maar ��n meisje. - Ja, tuurlijk.
Je bent een hengst, je hebt 'n busje. - Ja, tuurlijk.
Hallo, jongens.
Wat is er? Een schop in je ballen gekregen?
Nee, ze zijn er afgesneden. - Wat is er?
Deze week is vreselijk. Zoveel uitbetalen.
Een patser kwam wedden op een paard dat Neem me mee voor 'n ritje heette.
Hij stond 30 tegen 1. lk dacht: Die wint nooit.
Hij legt zo'n hoop geld neer en ik zeg: lk neem je inzet aan.
En het was een heftig ritje.
Hij won met vijf lengtes. - Zo zielig. lk haal een biertje.
Hoeveel ben je hem schuldig? - Vraag het me niet.
Betaal of je gaat eraan.
Wat is dat? - Voor mijn busje. Pak aan.
lk kan het niet aannemen. - Geef het later terug.
Je bent fantastisch.
Dit zal me echt helpen. Je bent een engel.
Kom mee. lk wil Hampton.
Gaat het?
Stap in de auto.
Laat die pizza, stap in.
Sneller, komaan.
Maak je geen zorgen over de politie.
Kijk uit.
We hebben ze. Wacht maar.
We zijn ze kwijt.
lk krijg je wel.
Ga weg, ik wil je niet zien. - lk wil met je praten.
lk zei dat ik je niet meer wil zien.
Mag ik binnenkomen? - Tuurlijk.
Jij kan wel een biertje gebruiken.
Proost.
Problemen?
Dat ken ik. - Ja?
Dug is nogal een man. - Dat is zeker.
lk hou van hem, maar soms wou ik dat iemand hem eens aanpakte.
Weet je wat ik bedoel? - Zeker.
Hij is aan het spelen terwijl hij bij mij zou moeten zijn.
Wil je nog een biertje? - Nee, ik moet...
Zo ontspan je en dan kan je zeggen waar je mee zit.
Ze geloven nooit dat ik hier was.
Je bent groter dan Dugan. - Echt waar?
Je hebt ervan genoten, denk ik. lk zeker.
lk ken het geluid van dat busje.
Vergeet dat. Ga achter het stuur zitten.
Honger? - lk sterf van de honger.
Goed. lk ook.
Moet je jou zien. - Hallo.
Hoe kan je om 9u pizza eten? - Drink veel water.
Problemen.
lk zag gisteren een busje dat leek op 't jouwe wegrijden van bij Sally.
Dat was mijn tweelingbroer. - Je hebt geen tweelingbroer.
Hou op of je krijgt dit in je buik.
lk maakte maar een grapje.
Het was maar een grapje.
Wacht even. Wat is er? - Jij en Sally.
Er is niets tussen Sally en mij. - lk wil je nooit meer zien.
Niet deze keer.
Zet me neer.
Je maakt me belachelijk.
lk krijg je nog wel, smeerlap. - Stik.
ls dat niet die... - En deze keer krijg ik hem.
Luister naar me. - Laat me eruit.
Wat doe je? - Kijk achter ons.
Ga aan de kant staan.
Pas als je naar me luistert. Daar gaan we.
Kijk uit.
Wil je dat we eraan gaan?
Rotzak. Ga alsjeblieft aan de kant staan. Alsjeblieft.
lk haat je. lk haat je. - Hou op.
lk haat je. - Hou op. Hou op.
Rotzakken.
Kom terug. Kom terug.
Stop alsjeblieft. Laat me eruit. - Je moet alleen maar luisteren.
Alsjeblieft.
Je bent gek. - Luister, of ik rij in de afgrond.
Nee, alsjeblieft.
Goed. lk zal luisteren. Alsjeblieft.
Stop, alsjeblieft.
Het werd eens tijd.
Wat is er zo belangrijk dat je zoiets krankzinnigs moet uithalen?
Je verwart me. - Dat is niet mijn schuld.
Je was al in de war. Zou een normaal mens met zo'n busje rijden?
Je hebt gelijk. Maar het is anders nu.
Dat zal wel. - Nee, ik meen het.
lk was nooit goed met meisjes. lk praatte nooit met ze.
Daarom kocht ik dit busje. lk wou veel meisjes neuken.
En toen kwam jij en is het veranderd.
lk weet niet waarom, maar ik wil het spel niet meer spelen.
lk weet wat je bedoelt.
lk kan het ook niet spelen.
Soms wou ik van wel, maar ik kan het niet.
lk heb dit nog nooit voor iemand gevoeld.
Je bent het voor mij, snap je dat?
Begrijp je dat echt?
lk heb nog nooit iemand ontvoerd.
Het spijt me. lk heb het geld niet. Sorry.
47, 48, 49. Dat is zowat 50.
Als je kon wachten... - Afbetalingen wachten niet.
Ze zullen het busje terugnemen.
Mijn vader heeft een brander. - Een brander?
We kunnen een gat maken in de muur van de bank. En dan...
Eet je banaan op. - lk weet het.
Wat? - Haal Dugan.
200. De winnaar krijgt alles. Morgen. - Moet ik Dugan halen?
Hij vermoordt je. - Luister naar haar.
lk heb jou veel gunsten gedaan.
Ga je of niet?
Goed, ik ga al.
Wacht op mij.
Je bent gek. - Dan ben ik maar gek.
Zeg het af. - Dat kan niet.
Waarom? - lk moet mijn 200 terugkrijgen.
Zodat je dat busje kan houden. - Ja.
Wil je je leven riskeren voor dat busje?
lk heb er jaren voor gespaard. Het is mijn balzaal.
Je wat? - Mijn balzaal.
lk haat dat busje. lk haat het. - Niet doen.
lk haat het. - Hou op.
Mogen jij en je busje nog lang en gelukkig leven.
Vrouwen.
Je vriend komt blijkbaar niet.
Reken daar maar niet op.
lk zie ze niet. - Ze zijn hier ergens.
lk heb een tip gehad. Word jij dan nooit dik?
Hij is er geraakt.
Wat is er? - Waar heb je gezeten?
Me voorbereid op de race.
Je bent stomdronken. Hoe ga je zo winnen?
Talent.
Waar is Tina? - Ze komt niet.
Klaar, onbenul? - Geduld. lk praat met mijn vriend.
Gaat de wedstrijd door? - Zoals je smoel door mijn gat.
Wacht even. Als we dit gaan doen, laten we er dan aan beginnen.
Er staat een finishlijn op die weg, maar maak je er geen zorgen over,
want ik win altijd, weet je wel?
Niet waar? - Ja.
Geef oom Duggy een kus.
Kom.
Eenheid drie, over. - Hoe is het daar?
Prima. - Als je die auto kapotrijdt,
mag je het vergeten. Begrepen? - Begrepen.
Begrepen?
Ok�.
Zijn jullie er klaar voor? - Direct.
lk wou je nog zeggen dat ik het was bij Sally d'r huis, domme drol.
Kom uit die auto. Kom eruit, schurk.
Niemand praat zo tegen Dugan. Begrepen? Kom eruit.
Je zal de vlag missen. - lk ga je polsen breken, begrepen?
Niemand noemt Dugan een drol.
lk heb het geld.
Niemand noemt Duggy een drol.
lk vermoord je, rotzak.
Smeerlap.
Niemand noemt Dugan een drol.
Niemand.
Dugan een drol.
Doe de deur open.
Ga alsjeblieft niet dood.
lk ben zo blij dat je niets hebt. - Alles in orde?
Ja, hoor. - lk heb het geld.
Wat is er gebeurd?
Je hebt gewonnen. Kijk. Daar is de finishlijn.
lk wil niemand anders dan jou. - Hou je mond. Mijn busje.
Het spijt me van het busje. - Echt waar?
Je hebt gewonnen. - lk ben groter dan Dugan.
Wat zei je? - Heb je Sally echt gepakt?
Ze zegt dat ik groter ben dan Dugan. - Die drol.
Dat is waar. - Ben je echt groter dan hem?
Hou je echt van mij?
Ben je echt groter dan Dugan? - Tuurlijk. Sally zei het.
Hou op met slaan. Dat doe je altijd. Hou op.
Vrouwen.
Hou je van me, Bobby?
Niet met mij.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.