All language subtitles for 17 - Maigret et la vente à la bougie

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

39,5.

Je sliep, hè?

Ik kom morgenavond thuis, als de koorts gezakt is.

Ik ben ook nog niet klaar met Fred.

Ze zijn het ergst als ze tot inkeer komen.

Nee, een bouillon. Dat is alles.

Daarna ben ik in slaap gevallen. Ik werd wakker van de koorts.

Tuurlijk. In zo'n gat gebeurt toch niks?

Iedereen slaapt.

Ik bel je morgen weer.

- Hoorde ik schreeuwen? - Beneden.

Ik sliep net. Ik dacht dat ik droomde.

- Hebben jullie dat gehoord? - Was jij dat niet, Fred?

Waarom zou ik schreeuwen?

Wat was dat voor geschreeuw?

- Wat doet jij hier? - Ik was m'n tas vergeten.

En Borchain?

Meneer Borchain?

- We moeten de politie bellen. - Die is er al.

Waar?

Iemand is van buitenaf gekomen.

Wie zei dat?

Mooi. Ga terug naar jullie kamers en probeer weer te slapen.

Ik ga de formaliteiten regelen.

Hier.

Ik heb geen oog dicht gedaan. Borchain heeft nog het diepst geslapen.

Geef mij wat warm water met een beetje rum.

Maar niet zo sterk als gisteren.

De ruit is kapot, maar de luiken zijn heel.

Zoek tussen de spullen van de dode. Er is vast iets weg.

Blaft de hond niet, als er 's nachts iemand binnenkomt?

Natuurlijk wel, behalve als het een bekende is.

- Hij is al tien jaar doof. - Aan één oor, maar hij ruikt alles.

Ik heb juist niet zo'n goede neus, maar ik hoor alles.

Jou wordt niets gevraagd.

Thérèse, waar blijven m'n boterhammen?

Als de smeerlap van buiten is gekomen, blaft hij niet.

Al was er een jachtmeute binnen.

Betaal liever 's aan Juliette. Jij ook Groult.

- Mogen we eerst even afeten? - Ja.

- Gevaarlijke hond, hoor. - Hij kent de dokter al tien jaar.

Die arme Borchain was op slag dood. Ik vraag een sectie aan.

- Zal ik meteen naar u kijken? - Momentje.

Laat het mes onderzoeken en kom terug met afdrukken, Claudel.

Als het uit de keuken is, staat ieders afdruk erop.

Daarom blijft iedereen.

Fred, je vrouw, Thérèse...

de ouwe Nicolas, Groult, Canut...

en meneer Gentil.

Niemand gaat de deur uit.

Ik ben bij de douane en heb dienst. En ik woon hier niet.

Kom u 's avonds en 's ochtends melden.

- Anders halen deze heren u. - Wij zijn van buiten.

- We komen voor de veiling van het huis. - Die wordt uitgesteld.

- Tot wanneer? - Weet ik het.

Kan ik nu meteen naar u kijken? Ik ben al laat.

Twee man posten voor de deur en niemand mag eruit.

- Het regent. - Roesten ze soms?

- Is er een vrijwilliger? - Ik ben astmatisch.

Dat is vervelend.

Dokter, is het niet zo dat regenwater prima is voor de luchtwegen?

- Klopt helemaal. - Beschouw het als een kuur.

- Hebt u alles gehoord, mevrouw Juliette? - Ja.

Ik ben zo ver, dokter.

- Ik moet inslaan. - Laat vandaag bezorgen.

Borchain was de rijkste boer uit de omgeving.

Ademen.

Hij wou het hele dorp kopen. Hij droomde van het huis van Wijwatertje.

Wijwatertje?

Moedertje Roussel zat altijd in de kerk.

Waarom willen ze allemaal dat huis?

Vanwege de schat.

Welke schat?

De Amerikanen zouden bij haar een schat verborgen hebben...

aan het eind van de oorlog. Nu zij dood is, azen ze daar op.

- En bestaat die schat echt? - Tja...

Ze verzon het vast om de waarde van haar huis te vergroten.

- Wie erft er? - De staat.

Ze heeft kind noch kraai.

- Het geld gaat naar de gemeente. - Waarom deed ze het dan?

Ze was niet meer goed bij haar hoofd en een beetje zonderling.

Goed, 's ochtends en 's avonds tien druppels.

- En morgen krijgt u zetpillen. - O nee.

- En Thérèse? - Het is een lieve knappe meid.

- Ik heb 'r één keer beluisterd. - Wat is haar droom?

Ze wil hier weg, maar heeft geen geld. Dus werkt ze voor Fred.

- Maar Fred... - Die ken ik. Voor hem ben ik hier.

- Heeft hij weer iets stoms uitgehaald? - Hij niet.

Zijn Parijse vrienden.

- En z'n vrouw? - Juliette?

Juliette heeft menigeen het hoofd op hol gebracht.

Ze viel voor een van de Amerikaanse onderduikers bij Wijwatertje.

Een kolonel. Maar ze zijn met z'n allen op een mijn gelopen.

Zij zette het familiehotel voort en trouwde Fred, die met het verleden zou breken.

Maar de Amerikaan is ze nooit vergeten.

Binnen.

- Kan ik u even spreken? - Tot straks.

Neem uw temperatuur op en bel als hij hoger is.

En probeer in bed te blijven.

- Ga zitten. - Borchain is z'n portefeuille kwijt.

- Is dat alles? - Ja.

Hij zat vol geld, want hij kwam om te kopen.

Waarom logeert iedereen hier?

Omdat ze te ver weg wonen. Een veiling wacht niet.

Ze willen 'm niet graag missen.

- Vanwege de schat. - U weet het dus al.

Informeer in het dorp wat ze gisteren hebben gedaan...

en wie ze hebben gezien. Trek alle alibi's van rond middernacht na.

- En het lijk? - Dat hou ik nog even.

Zeg tegen de wacht dat niemand zonder mijn toestemming de deur uitgaat.

Mag ik Montmartre 2232?

Mevrouw Maigret?

Alles gaat goed. Ja, de dokter is geweest.

Nee, ik rook niet.

Ik weet niet eens waar hij is.

Nee, ik ga de deur niet uit. Niemand gaat de deur uit.

Thérèse.

Het is 9 uur, schiet 's een beetje op.

En maak niet zo'n herrie.

- Juliette, laat haar met rust. - Ik wou dat jij haar ook met rust liet.

Wat bedoel je daar mee?

Ik weet wat ik zeg.

Ik ga Maigret opzoeken. Niet ruziën, we hebben zo al genoeg rottigheid.

Zo, gaan we de politie omkopen?

Kom binnen, Fred.

Neem niet te veel rum. Je wordt er niet fitter van.

Wilt u niet liever een beetje pineau?

Dat zou onverstandig zijn.

- Ik vertel niemand dat u een smeris bent. - Commissaris.

- Borchain heeft me een streek geleverd. - Voor hem is het het ergst.

Ik heb geen onbesproken verleden. Het is of ik er weer in verval.

Geld blijft trekken, arme Fred.

Ik heb niets meer met de penoze sinds ik met Juliette ben.

Ik wil je best geloven. Tip mij dan over die Polen.

Ik ben geen verklikker.

Daar doe ik niet aan mee.

Laat me dan slapen en doe de luiken dicht.

Het is Kieslowski met de bende van Les Ternes.

En verder?

Nee, ik zou mezelf verachten, als ik doorging.

Vertel dan 's wat over Juliette.

- Wat wilt u dat ik vertel? - Hoe je haar hebt ontmoet.

- Ik ben hier in '46 gekomen, met het verzet. - Fred, alsjeblieft.

- Net daarna, met de Amerikanen. - Na het vertrek van de Amerikanen.

Je dook onder omdat je in de oorlog zwarthandelaar was.

Dat wordt erg overdreven, commissaris. Ik zorgde dat ik kon rondkomen.

- Juliette treurde om d'r kolonel. - Hij was op een mijn gelopen.

En jij liep tegen Juliette aan?

Zo kun je het samenvatten. Maar het doet de gevoelens te kort.

- Ik dacht dat dat voor mij was. - Wilt u ook?

Er staat een glas in het toilet.

Die kolonel zou toch naar Florida zijn gegaan.

Met haar.

Ze is nooit verder geweest dan La Rochelle.

Daarachter krijg je de zee en daarachter Florida.

Zal ik u wat zeggen, commissaris?

Juliette herinnert zich die Amerikaan al lang niet meer.

- En de schat? - Welke schat?

Die van Wijwatertje.

Dat is allemaal onzin.

Dat getikte mens had het over een koffer. Niemand weet er iets van.

Maar iedereen twijfelt.

Werd je niet door het geld aangelokt?

Ik zei dat ik gestopt was.

Een alcoholist die niet meer drinkt, verstopt de fles.

Een boef die geen overval meer pleegt, heeft z'n blaffer verstopt.

Geluk is niet meer dan ongeluk dat sluimert.

Roep iedereen om 12 uur beneden bijeen. We houden een reconstructie.

Heeft dat wel zin?

Wat denk je van de kapotte ruit bij Borchain?

Amateurwerk.

De ruit is van binnenuit gebroken. Anders lag er puin bij het raam.

Amateurs.

Dat denk ik ook, Fred.

Roep alle amateurs m/v om 12 uur bijeen.

Ik zat in elk geval hier.

Daar. U zat alleen tegenover ons.

Nee. Ik zou een douanier nooit m'n rug toekeren.

U was ladderzat.

Maar ik heb een prima geheugen.

Ik zat hier en Groult links van me.

We zaten tegenover u en daar stonden al uw lege flessen.

- En Borchain zat hier, naast u. - Kalm. En het zijn ónze lege flessen.

De flessen stonden hier. U was stomdronken.

Dat zei ik. Die twee zaten tegenover me. En Borchain zat aan het eind van de tafel.

Iedereen doet gewoon alles wat ie gisteren deed. Niks aan de hand.

Alles?

Heb jij niks in je keuken te doen?

Ik weet zeker dat ik hier niet zat.

Naar ouwetjes wordt nooit geluisterd.

En hij?

- Hij slaapt. - We halen Borchain er toch niet bij?

Zaten jullie te kaarten?

- Om een frank per punt. - Twee toch?

- Wie gaf het eerst? - Canut.

Kan zijn, ja.

Ik weet het zeker, want hij begon bij mij.

- Nee, je geeft met de klok mee. - Precies. En hoe loopt jouw horloge?

Net als dat van u.

Ik zat hier.

Geven, Canut.

- Deze kaarten waren het niet. - Maakt niet uit.

- Ik pas. - Ik ook.

Ik neem schoppen.

En toen onderbrak ik het spel, nietwaar?

Ik vroeg aan Fred... Waar is Fred?

Hier ben ik.

Vertel 's, Fred. Wat vroeg ik je gisteren tijdens het eerste spel?

Hoe zo'n veiling met kaarsen ging.

Leg het uit.

- Moet ik het weer doen? - Doe het opnieuw.

Je neemt drie huishoudkaarsen.

Die steek je aan. Ze branden tegelijk.

Intussen gaat de veilingmeester opbieden.

Bij de eerste kaars die uitgaat, krijgt de laatste bieder het kavel.

En als ik blaas?

- Dat telt niet. - Zelfs tocht telt.

Als je wacht tot alle drie de kaarsen op zijn, heb je niks.

Hoe zou jij het dan doen?

Je steekt 's morgens één kaars aan en biedt tien minuten voor ie op is.

Helemaal niet.

- We zien het wel met het huis. Wie geeft? - U. We gaan zo om.

- U bent het er niet erg mee eens, hè? - Al die jongelui, leeghoofden.

Is het nou één of twee frank per punt?

Kan me niet schelen. Maar hierna stop ik.

Dan verlies ik dit hooguit.

- Wat zeiden jullie toen jullie dat zagen? - Niks.

Weten jullie dat zeker?

Nicolas vroeg: Hoeveel zit er in, zeker 300.000?

200.000

- En jij vroeg of Borchain hoog wou gaan. - Niet hoog, ver.

En Canut zei: Slaap goed met al dat geld, want het is hier niet veilig.

Dat zei ik niet.

Ik neem nu 's bij ruiten.

Ik pas.

Heeft niemand verteld hoe een veiling met kaarsen echt gaat?

Er worden drie kaarsen één voor één aangestoken als het kavel aan bod komt.

Als de laatste bijna op is, wordt er flink geboden.

Er wordt goed op de vlam gelet en tot het laatst gewacht met opbieden.

Wie het het beste aanvoelt, gaat ermee strijken.

En zoals altijd gaat degene met de meeste poen ermee aan de haal.

Zoals altijd.

Vanavond niet, hè. Er is politie. Later, als alles is geregeld.

Hou je vast. Ik heb een hand vol troefkaarten.

Troef, troef, en nog 's troef.

Hier met de poet. Jullie zijn bankroet.

Toen ben ik opgestaan en vroeg ik Thérèse aan de bar om een grog.

Ja, u zei: Ik heb koorts, ik ga naar bed.

Ik zei: Ik voel de koorts opkomen, ik ga naar bed.

Ik heb een grog genomen en ben naar boven gegaan.

Wat is er daarna gebeurd?

Kom, doe alsof ik er niet ben.

We hebben de kaarsen uitgeblazen en zijn doorgegaan. Moest ik geven?

U hebt één kaars aangelaten en zei dat het potje uit was als die uitging.

Klopt, ik herinner het me als de dag van gisteren.

- Het was gisteren. - En verder?

We speelden door.

- Hoeveel rondjes? - Een stuk of tien.

- Borchain paste en ging naar bed. - Haal 'm dan weg.

- Doe dat dan. - Waarom ik?

Omdat het u gevraagd wordt. Hij roept echt niet meer.

- Zijn jullie met z'n drieën doorgegaan? - Ja, het was nog vroeg.

- Hoe laat? - Net 11 uur.

We vroegen Gentil als vierde.

Ga uw gang.

Ik zei nog: Maar ik speel niet om geld.

Dan speel je niet echt.

Ik moest meteen geven.

En we hebben doorgespeeld.

- Ik was vierde man. - Hoeveel rondjes tot de kaars uitging?

- Eerst drie. - Ik dacht vier.

- Drie. Gentil ging weg, hij was moe. - En zonder geld is geen spelen.

- Hoe laat? - Kwart over 11, later niet.

Juliette en ik zijn naar onze kamer gegaan toen Gentil wegging.

Doe dat dan.

- Je hebt iets tegen Thérèse gezegd. - Ja: Thérèse, ruim straks op en sluit af.

Roep 'r maar als jullie uitgespeeld zijn.

Jij was er niet meer bij.

Speelde u met drie man door?

- Hoeveel rondjes? - Vijf of zes. Nicolas won.

En hoe. Ik gaf jullie een pak slaag.

Hij ging pissen en zei: Ik maak jullie nog verder af.

En hoe.

Lopen, Nicolas.

Nu heb ik geen aandrang, maar gisteren...

- Hij is zeker tien minuten weggebleven. - Logisch na al die drank.

- En toen u terugkwam? - Toen ging de kaars uit.

- Net toen hij ging zitten. - En toen gingen we naar bed, hè?

- We riepen Thérèse en gingen naar boven. - Hoe laat?

Rond middernacht.

- We hebben u toch niet wakker gemaakt? - Nee, ik sliep niet.

Nou, ga uw gang.

Thérèse, we gaan naar boven.

En, Thérèse, wat heb jij gisteren gedaan?

En daarna?

Wat een regen, hè.

- Gisteren of vandaag? - Allebei.

En?

Zeg het niet tegen Fred, dan word ik ontslagen.

Ik zei dat ik m'n tas vergeten had.

Zijn jullie meteen daarginds heengegaan?

Doe dat dan.

Geneer u niet.

- We hebben bevel tot huiszoeking. - Van wie?

- Maigret. - Ik ga naar 'm toe.

Dat zei hij al.

Ik heb toch niks te verbergen.

Wat zoekt u? Als ik 'm gemold had, zou ik niks op m'n kamer verbergen.

Als u 's wist hoeveel stommiteiten moordenaars kunnen uithalen.

Ga zitten.

Want ik word verdacht?

Mag ik uw persoonsbewijs?

U krijgt het straks terug.

Vertel 's waarom u geïnteresseerd bent in dat huis.

Het gaat me niet om dat huis, maar om de grond die aan mijn weiland grenst.

Ik woon 20 km verder. Dan kan het vee er op stal blijven en grazen. Ik win tijd.

- En tijd is geld. - Inderdaad.

- Hoeveel vee hebt u? - Het is voor tien beesten.

Is dat niet een beetje duur voor tien beesten?

Hangt ervan af. Ik was niet zo ver gegaan.

Hoe ver?

80.000, verder niet.

Kon u met Borchain opschieten?

Prima. Nou ja, onze families spraken al jaren niet meer met elkaar.

Hij wilde alles opkopen, maar goed...

Hij had ook grond die grensde aan het erf van Wijwatertje.

Als hij gekocht had, had ik mijn grond aan hem moeten verkopen.

Wie zou 'm hebben willen vermoorden?

Ik weet het niet.

Ik niet, in elk geval.

Canut?

Canut net zomin. Hij is familie.

Hij heeft een klein geschil met 'm gehad.

Borchain had twee boten gekocht. Hij was een soort concurrent. Maar om 'm...

- Hebt u die 80.000 frank op zak? - Ja. Op een veiling betaal je contant.

- Hoeveel had Borchain? - Ik weet het niet. Meer.

- Twee-, driehonderdduizend. - Dus u zou verliezen?

Dat weet je met hem nooit.

Hij kon ineens gierig zijn en de kaars kan op het juiste moment uitgaan.

O ja, dat is waar.

De kaars.

Kan ik gaan?

Kom binnen, douanier.

Mag ik uw persoonsbewijs?

Vertel 's over Thérèse.

Thérèse is alles voor mij.

Ik hou van haar. Volgens mij is het echte liefde.

Ik wacht tot de avond om 'r op te zoeken. Niet tegen Fred zeggen, die is...

- Erg jaloers? - Hij past op 'r alsof het zijn dochter is.

Als ik zeg dat ik haar als vrouw wil, doet hij alles om me weg te krijgen.

Een douanier verdient niet best.

Alleen door een wonder lukt het me om Thérèse hier weg te krijgen.

Borchain was er toch?

Borchain had me nooit iets gegeven. We spraken elkaar nauwelijks.

We hadden 'm bijna gepakt voor illegale mestimport uit Nederland.

Dan ga je hem niet om geld vragen.

Ik had het niet over 'vragen'.

- Denkt u dat ik zoiets had kunnen doen? - Ik denk niks.

Interesseert het huis van Wijwatertje u niet?

Absoluut niet. Ik heb een dienstwoning en ik heb geen geld.

Wie had het op Borchain gemunt kunnen hebben?

Ik weet het niet.

Vast iemand van buiten.

De reconstructie toonde aan dat ieder van ons door de anderen gezien zou zijn.

Dat is waar.

Hoe lang hebt u in de regen gewacht op het teken van Thérèse?

Een uurtje.

Was u nat?

Ik heb staan schuilen.

Heeft iemand u gezien of hebt u iemand gezien?

Met dat weer?

Vergeet niet hier langs te komen voor en na het werk.

Ik ben geen moordenaar.

Dat zei Landru ook.

Ik heb een passie voor oude stenen...

maar ik wou het huis als loods voor m'n boten.

Op 20 km van zee, dat lijkt me ideaal.

Ik zou er m'n boten kunnen schilderen.

Aan de kust is er niets meer te koop.

- En je vindt niet overal een schat. - Dat is onzin.

- Dat weet ik niet. - Dat zeg ik u.

Wijwatertje was getikt.

Hoe ver was u gegaan voor die loods?

Tot 80.000, meer niet. Ik zit op hoge lasten en visserij is...

Nogal wisselvallig.

Ja, precies, onzeker.

Wie mocht Borchain niet, volgens u?

Iedereen.

Zelfs Nicolas stond in de schuld bij 'm.

- Voor hoeveel? - 20.000.

Iedereen kreeg geld van 'm, maar hij zuipt...

en herinnert zich nooit iets.

Ik kan u zelfs de geboortedata van alle inwoners van Pont du Grau vertellen.

Laat maar.

Waarom hebt u geen persoonsbewijs?

Ik weet niet meer waar ik het kwijt ben geraakt. Maar ik ben nu 75...

en kan u verzekeren dat ik het echt ben.

38,5.

Mijn grootmoeder zei: Onder 39 is geen koorts, maar verhoging.

Ziet u dat het boven nog werkt?

Wie zou u verdenken?

Dat is mijn zaak niet.

Ik herinner me wel...

dat de Groults, de Canuts, en de Borchains in 1933 al...

bij de eerste communie van de kinderen van Borchain op de vuist gingen.

Het waren net de families Montague en Copu...

- Capulet. - Dat wou ik zeggen.

Weet u waarom? Om een stukje grond bij de rivier dat soms onder water staat.

Je kan er niets mee beginnen. Ik kan u er met m'n ogen dicht heenbrengen.

Laat maar.

- En wat zou dat? - Niks.

Ik wil alleen zeggen dat het geen vrienden zijn.

- Ik geen geheugen? Hou op. - Was u Borchain geld schuldig?

Geen rooie cent. Alles wat ik drink, betaal ik meteen.

Wat trekt u zo in dat huis?

Ik ben 50 jaar lang notaris geweest.

Ik heb een neus voor goede zaken.

In ons beroep ben je nooit helemaal met pensioen.

Als ik koop, verkoop ik weer. Daar leef ik van.

Bij ons is het vaak al op de vijftiende eind van de maand.

- Ik beklaag u. - Dank u.

Denkt u dat het Groult is?

Het is Fred. Hij was vroeger een schurk en heeft Juliette zeven jaar geplukt.

- Hij wou er met het meisje vandoor gaan. - En?

Om er met Thérèse vandoor te gaan, heb je geld nodig.

En Borchain had geld.

Dat had hij hier.

Ik zei nog: Hou niet zo veel geld op zak. Dat is onvoorzichtig.

Een wijze raad.

Is het waar dat u verliefd was op een Amerikaan?

Wie heeft u dat verteld?

Hij wou me meenemen naar Florida.

En toen was er die mijn. Ze zijn allemaal omgekomen.

Ik ben 'm nooit echt vergeten.

En toen kwam Fred.

Fred kwam hier onderduiken.

Het was net een magere schichtige kat.

Altijd op z'n qui-vive.

Maar ik ging wat voor 'm voelen.

Dankzij hem kon ik het vergeten.

- Hebt u 'm over de schat verteld? - Er is nooit een schat geweest.

- Hebt u 'm dat verteld? - Natuurlijk.

Wijwatertje heeft dat verzonnen. Ze was getikt.

Daar ben ik niet zo zeker van.

- Hoe komt u daar zo bij? - Dat is een gevoel.

- Ze had me de plek verteld. - Waar?

In de kelder, naast een bron die op een wijwaterschelp lijkt.

Er ontbreken twee stenen in de muur. Het is een nis.

- Bent u erheen gegaan? - Nee.

Hij bestaat niet. Ze was niet goed snik.

En Thérèse?

- Hoe bedoelt u? - Ziet Fred niet iets in haar?

Niet echt.

Het arme kind heeft geen rooie cent.

Moet zij Fred het hoofd op hol maken? Hij is altijd op geld uit.

Ja, dat is waar.

Het arme kind.

- Kan ik even kijken? - Ga uw gang.

- Waar is hij? - Wij zijn Borchains' dochters.

Wilt u uw vader zien? Komt u mee.

- Nee. - Ze is erg emotioneel.

- We hielden erg van 'm, dus... - Wat wilt u dan?

- Z'n spullen ophalen. - Om de herinneringen.

- Wat heeft hij aan? - Z'n pyjama. Hij sliep.

- Heeft hij z'n zwarte jasje ook mee? - Met al die zakken?

- Juist, ja. - En hij had een koffer bij zich.

- En z'n horloge en het zilveren zakmes? - En het kristallen flesje?

Ik begrijp dat u verdrietig bent en ik leef met u mee.

Fred, verzamel de spullen van Borchain en breng ze hier.

Ik ga niet in z'n pyjama zoeken.

Dat hoeft ook niet.

Thérèse, mag ik koffie? Niet zo sterk.

- Ga je gang. - Nee, jij.

- Toch vreemd dat dat hier is gebeurd, hè? - Wat bedoelt ze?

Ze bedoelt dat haar vader met schurken omging.

Hier zijn z'n bezittingen.

- Hier is het zakmes. - Het horloge.

Het staat stil.

- En het kristallen flesje? - Waar is de portefeuille?

- Weg. - Hoezo weg?

- Misschien is hij daarom vermoord. - Vast niet. Voor 300.000 frank?

- Dan geef je 'm een klap op z'n kop. - Ik zal het tegen de moordenaar zeggen.

- Er is gestolen. - We doen aangifte.

- Het is ons geld. - Er zaten foto's in.

- Van ons, toen we klein waren. - Jullie waren vast heel schattig.

- Klaar, dames? - Hier wel, maar u hoort nog van ons.

Ga maar thuis uw tranen drogen.

Nee, alles moet hier blijven.

U bent nog niet klaar met ons.

- U hoort nog van ons. - Arme papa.

Ik hou u op de hoogte van het onderzoek. Ik ga niet naar buiten.

Een klant aan de pomp.

Half vol, als gewoonlijk, René?

Zal ik het in de keuken neerzetten?

Is het waar wat ze zeggen? Is Borchain vermoord?

Z'n dochters zijn nu rijk. Die kunnen eindelijk gaan trouwen.

Hoe bedoelt u?

- Er gaan geruchten. - Vertel.

Ze zouden opdracht tot de moord hebben gegeven.

De moordenaar mocht de portefeuille houden als betaling.

En wat is het motief?

De erfenis.

Ben je niet goed snik?

- Dat is een ernstige beschuldiging. - Vooral in het bijzijn van de commissaris.

Het spijt me, commissaris. Dat kon ik niet weten.

Goed, ik ga.

Juliette, betaal 'm. Hou vier frank af voor de benzine.

Parijs voor u. Zal ik 'm boven zetten?

- Is hij echt commissaris? - Zo echt als het maar kan.

Nee, fijn dat je belt.

38,2. Het wordt al minder.

Nee, een kleine complicatie met Fred.

Het is niks, dorpsruzietjes.

Heeft Janvier gebeld?

Ik bel 'm wel terug.

Zeg de Pardons maar af, dat lijkt me beter.

Nee, morgenavond op z'n laatst.

Stil, het is de aflossing.

- Ik ben er niet rouwig om. - Het trekt maar niet op.

Geen zinnig mens gaat de deur uit.

Vier marc, Fred. Ze zijn doorweekt.

- Het is of je hier in de tropen bent. - Zonder de zon.

Jij zegt het.

- Is er nog blanquette? - Die is op.

- Ik heb nog een portie over. - Van wie dan?

- Ik hoef niet. - Wat eet jij dan?

- Laat 'r. Ze wil afslanken. - Ik breng uw bord wel.

Prima. Thérèse verstaat haar vak.

Nog nieuws?

Ja. De zegels van het huis dat wordt geveild, zijn verbroken.

Vlak voor de misdaad had de notaris ze gecontroleerd.

- Is er iets weg? - Voor zover bekend nog niet.

Vergeet de kelder niet. Verdenk je iemand?

Iedereen. Niemand laat iets los in dit gat, alleen geroddel.

- En de dochters van Borchain? - Die hebben elkaar als alibi.

Ze speelden tarok.

Heb je gemerkt dat het halve dorp kaart, als er iemand wordt vermoord?

Dat is waar. Vreemd.

- Wat zeggen ze? - Weet ik niet.

Verhoor de drie zusters apart.

En zoek verder in het huis van Wijwatertje. Je weet nooit.

- Denkt u aan die schat? - Geloof jij erin?

Net zo min als in het beest van Gévaudan. Het geeft stof tot praten, meer niet.

Kom, ik ga.

Tot morgenochtend.

We gaan.

Ik hoop dat het niet te warm is voor meneer.

Denk je dat ik zo weg kan gaan? Ik heb wachtdienst.

Er is toch geen kamer meer, hè? Alles is vol.

- Misschien kun je iets regelen? - Er wordt hier niets geregeld.

Nu iedereen naar bed gaat, voel ik de temperatuur stijgen.

Stop.

- Er was iemand. - Juliette?

- Nee, de commissaris. - Verdomme. Heeft hij ons gezien?

- Of hij moet slaapwandelen. - Ga jij eerst en ga slapen.

Welterusten.

Kon je niet in slaap komen, Fred?

Het is niet wat u denkt.

- Wat denk ik dan? - Dat ik haar pak.

- Anders is het wel heel goed nagespeeld. - Ik doe het niet vulgair.

Je hebt gelijk.

In de wijnkelder, tegen een vat, en de broek naar beneden. Klasse.

- Kan ik je iets inschenken? - Hetzelfde als u, zonder melk.

Een rum.

Ik hou best van Juliette, maar ons leven is fantasieloos.

Niet klagen. Je hebt een goed onderduikadres...

en een verstandige vrouw, die je verleden laat rusten.

- Het verleden is voorbij. - Mooie blom om mee te vrijen.

- Ik respecteer haar. - Dat is wel het minste.

- Laat het onder ons blijven. - Daar valt over te praten.

Ik kom voor inlichtingen.

Jazeker.

Ik doe hier niets kwaads. Er gebeurt nooit iets in dit gat.

Weet u wat dat mij betekent voor iemand als ik?

- Wat nou weer? - Is het voor mij of voor jou?

- Voor u. Ik ben met pensioen. - De Pool is anders niet met pensioen.

Zou je in zo'n extreme situatie niet met me praten?

Dan vergeten we Thérèse meteen. Vertel 's over die bende van Les Ternes.

Je hebt Stan, z'n broer, Riboti, de advocaat...

en Jacquet, de overvaller.

De anderen ben ik vergeten.

Hou je bek.

Wat gebeurt er?

Weg daarmee, die schoten komen van buiten.

Wat staan jullie hier nog? Ga achter die moordenaar aan.

Ja toch?

Zeg Fred, ik geef hier de bevelen.

Neem me niet kwalijk, commissaris.

- Wat doen jullie? - We zijn beschoten.

- Ze schieten ons af. - Dat was hagel.

De moordenaar smeert 'm en wij zitten opgesloten.

Die is gek. Op zo'n afstand raak je niet.

- Op welke afstand? - Gewoon, met een geweer.

- Wat heb ik nu weer gezegd? - Te veel of te weinig.

- Ik weet niks meer dan u. Ik sliep. - Waarom praat u dan over afstand?

Ik ken de knal van hagel en er staat politie voor de deur.

Dan moet je wel van ver schieten. Ben ik duidelijk?

Heel duidelijk.

Dat komt uit Borchains' kamer.

We gaan er allemaal aan.

- Niemand te zien. - Hoezo niemand?

- Behalve Borchain natuurlijk. - En die schreeuw dan?

- Waar is Nicolas? - Op z'n kamer, denk ik.

Hij hoort altijd alles.

- En? - Fred, bel de dokter.

Wat is er?

- Nicolas is dood. - Is hij dood?

- Hoe komt dat? - Vraag het aan hem.

Niet door een geweerschot. Alleen de ruit is stuk door de hagel.

Mag ik dokter Breton, het is heel dringend.

Twee doden in twee nachten. Bijgelovig?

- U maakt me bang. - Ik ga weg.

- Niks daarvan. - Dan gaan we eraan.

- Misschien. - Maar het komt van buiten.

Ze heeft gelijk. Zou u niet buiten zoeken?

Ik mag niet naar buiten. Ik heb griep.

Dokter Breton? Met Fred.

Nog meer rampspoed.

De ouwe Nicolas. Nee, niet met een mes, met een geweer.

U hoort het hele verhaal wel.

De dokter is over een halfuur hier.

Waarom holde iedereen naar de kamer van Borchain?

- Daar kwam die schreeuw vandaan. - Mis, het was Nicolas.

- Je zou toch zweren... - Je moet nooit zweren.

Fred, ga naar Nicolas' kamer, sluit de deur en geef een schreeuw.

Dat heb ik nog nooit gedaan bij een dooie.

Een keer moet de eerste keer zijn.

Het leven is soms zwaar.

Niet te geloven.

- Snapt u het? - Nicolas is de pijp uit. En verder?

Vreemde akoestiek hier in huis, niet?

Hoe bedoelt u?

Ik kon 'm nauwelijks zien, maar het doet je wat.

Die schreeuw van Borchain gisteravond...

kwam misschien van boven, uit de kamer van Nicolas.

Wat wilt u daarmee zeggen?

Dat jullie alibi's niks meer voorstellen.

Borchain kan vóór die schreeuw dood zijn geweest.

Dat kan niet.

Dat kan wel. We beginnen van voren af aan.

Ik snap er niks meer van.

Hindert niet, ik snap het wel.

Een ding zit me dwars.

Ik ben nieuwsgierig, maar dat is een beroepsdeformatie.

Drie man speelden toen Gentil wegging.

Dat mag toch?

Ik zie niks genoteerd van dat spelletje.

- Dat is normaal. - Hoezo?

Gentil speelde niet om geld. Daarna betaalden we per spel.

- En de punt brak af bij Nicolas. - Is er niemand opgestaan?

Ga zitten.

- Niemand? - Wacht 's.

Borchain moest naar de WC. Nicolas.

- Nicolas ging pissen. - Dat vertelde hij.

- We vonden wel dat het lang duurde, hè? - Ja.

Hij had veel op.

- Hij bleef wel vijf minuten weg. - Tien minuten.

Konden jullie de WC-deur zien?

We hebben er niet op zitten letten.

- Deed hij normaal toen hij terugkwam? - Misschien was hij wat stiller.

- Trilde hij? - Nee. Hij wou naar bed.

- Hij was niet helemaal dezelfde. - Nee.

En de kaars ging uit.

Dat kwam hem misschien goed uit.

Hartaanval. Hij is verkrampt. Hij was doodsbang.

- Door die schoten. - Maar schotwonden heeft hij niet.

We vragen een sectie. Kijken of hij iets heeft geslikt.

- En? - Niks.

Overlijdensverklaring, sectie, de hele rataplan.

- Waaraan is hij gestorven? - Uit angst. Bijna een perfecte misdaad.

- En hoe is het met u? - Niet slecht. Ik heb net boven de 38.

- We hebben niks gezien. - Ogen open, hè?

Allebei. Nou, tot morgen.

Ga maar naar bed. Niemand heeft hier nog iets te zoeken.

Er ontstaat een soort psychose.

Kunt u me een precieze omschrijving van een psychose geven?

Ik ga naar boven.

Ik ga ook naar bed.

Je kunt gaan slapen, Thérèse.

Wat is er?

- Ik moet u iets vertellen. - Ik luister.

Ik moet u eigenlijk iets laten zien.

Die is zeker van Borchain?

Leeg.

Niet best voor je.

Ik heb 'm echt bij toeval in de kelder gevonden.

Wat heeft ze in de kelder gevonden?

Ik heb u ook iets te zeggen.

Een glaasje rum om het geheugen op te frissen?

Graag.

Ik heb de zegels verbroken.

Is dat alles?

- Ik ben de koffer gaan halen. - Welke koffer?

De schat.

- En hebt u 'm gevonden? - Natuurlijk.

Wie had het u verteld?

Wijwatertje. Ze beschouwde me als haar dochter.

Ze zei tegen me: Als ik er niet meer ben, is de schat voor jou.

Waarom bent u 'm niet eerder gaan ophalen?

Omdat ie daar veiliger was dan hier.

Er zijn hier een paar mensen aan wie ik m'n portefeuille niet zou toevertrouwen.

- Wilt u weten waaruit die schat bestaat? - Graag.

Het zal een teleurstelling zijn voor degenen die elkaar afmaken voor dat huis.

Uit platen.

Platen?

Jazz.

- Graine Miller. - Glenn Miller.

Ook goed. En er zijn er meer.

Met zulke trompetten.

- Borchain is voor niets gestorven. - Waarom zegt u dat?

Omdat hij het meeste geld had.

Hij had het huis gekregen, de schat en de platen.

Maar wie wou 'm vermoorden?

Ik weet het niet.

Zij misschien.

- Ik heb alleen de portefeuille verzwegen. - Wat deed je in de kelder?

- Schoonmaken. - Fred schoonmaken zeker. Daarmee.

Al laat je je broek zakken, hij neemt je niet mee naar Amerika.

- Hij is gewoon aardig tegen me. - Je douanier soms niet?

Ben je onnozel of ben je een sloerie?

Vlieg elkaar niet in de haren.

Dames, wat zijn dat voor manieren?

Er zijn hier twee doden.

- Ik wil je niet meer zien. - Fred is de baas.

Stil.

We hebben het zo toch goed met z'n drietjes?

Ze is gek.

Kalmeer. Ga naar je kamer, het is over.

Ze zijn een beetje gespannen, commissaris. Het zal het onweer zijn.

Die muziek zou toch heel zoet moeten stemmen, nietwaar?

Dat is de vraag. Ik ga naar bed, het klimaat mat me af.

Wij ook. Kom, lieve, we gaan weer naar bed.

Geen tijd voor oude hersenschimmen.

- Ik wil die snol hier niet meer zien. - Niet meteen schelden.

Zet de muziek liever af.

Commissaris, ik moet u iets vertellen.

Op de avond dat de misdaad werd gepleegd, heb ik de kaars uitgeblazen.

Ze hebben niet gewacht tot hij uitging, voor ze naar bed gingen.

- De veiling is tot morgen uitgesteld. - Klopt, heb ík gevraagd.

- Koffie, een boterham? - Koffie.

- Kunt u de rekening opmaken? - U bent m'n gast.

Dat kan niet.

Dat zou omkoperij zijn.

- Gaat u weg? - Mijn trein gaat om 13 uur 15.

En die misdaad dan?

O, om 12 uur is alles al lang en breed bekend.

Het regent alweer. Wat een rotweer.

Wat doen we met Borchain en Nicolas? Iedereen weet het straks.

Die twee kamers raak ik niet meer kwijt.

Het is een verloren seizoen.

Voor hen vooral.

- Heeft Nicolas familie? - Niemand.

Alleen zo werd hij oud, zei hij.

Dat is helemaal waar.

Want zodra hij zich in gezelschap bevindt...

- Goed geslapen, heren? - Als een roos.

Ik moest aan die arme Nicolas denken.

Rustig.

Leg daar maar neer.

Ik kom zo bij jullie.

Ga zitten, Claudel.

- Thérèse, koffie voor de inspecteur. - Met melk.

Heb je alles?

- We hebben alleen het hotel niet doorzocht. - Ga je gang. Wapens zul je niet vinden.

- Nietwaar, Maigret? - Wel messen.

Moet ik de worst soms met een soeplepel snijden?

Wat een weer. Ik ben drijfnat.

Thérèse, koffie, graag.

- Nicolas is dood. - Hij heeft een hartaanval gehad.

Arme kerel.

Ik mocht die Nicolas wel.

- En voelt Maigret zich wat beter? - Uitstekend zelfs.

Hij heeft bijna geen verhoging meer.

- Wat moeten al die wapens hier? - Die zijn allemaal uit Pont du Grau.

Ik zoek het wapen waarmee op het hotel is geschoten.

- En hebt u het gevonden? - Ja.

- Dat wapen dat apart ligt? - Ja.

U weet natuurlijk van wie het is?

Er staat douane op het etiket.

Ik was buiten mezelf. Ik deed het uit liefde.

Dat had ik even niet door.

Ik wou Thérèse beschermen en voorkomen dat zij werd verdacht.

Waarvan?

- Van diefstal. - Of van moord.

Het is een fijne meid. Integer en trouw.

- Dat zie je meteen. - Ze verdient een beter bestaan.

Waarom schoot u op het raam van de eerste verdieping?

Dat was per ongeluk.

- Nicolas is er wel door gestorven. - Nee?

Indirect, ja.

Ik wou angst aanjagen, er met Thérèse vandoor gaan.

Daar is geld voor nodig. En dat heb je niet.

Wist je dat Thérèse de portefeuille van Borchain had gevonden?

Ze moet veel doen en ze heeft 'm vast gevonden toen ze druk bezig was.

Druk bezig, dat is een goeie formulering.

- Doe wat we van plan waren. - Oké.

Neem ze maar mee.

Is Gentil je echte naam?

Marcel, hou jij je niet een beetje van de domme?

Hoezo?

Je weet toch dat jouw lieve Thérèse en haar lieve baas samen rotzooien?

Schoot je op hem?

Niet echt. Ik wou 'm alleen bang maken. Ik wou dat ze ermee ophielden.

Je hebt mij laten schrikken en het werd Nicolas z'n dood.

Ga maar ontbijten.

We regelen dat straks wel.

Wat doen we nu?

Ik wil warme melk.

We hebben een detail opgelost: de dood van Nicolas.

Nu de rest oplossen. We hebben tot 12 uur de tijd.

Ik kan m'n vrouw niet langer alleen het werk laten doen op de boerderij.

- Ik ga, commissaris. - Geen sprake van.

Hoe lang gaat die grap duren? Ik heb m'n werk.

Als ik geen vis verkoop, heb ik niks te eten.

Er is veel concurrentie.

Als ik niet op de markt sta, gaan ze naar een ander.

- Wanneer is er markt? - Nu.

Pech. Onvoorziene omstandigheden.

Daar trap ik niet in. Moeten we soms wachten tot u geen griep meer heeft?

Ik heb geen griep meer. Ik heb alleen wat verhoging.

En de veiling? Uitstel lokt nieuwsgierigen.

Er komen misschien anderen op af die rijker zijn dan wij.

- Borchains? - Heb het niet over de doden.

Ga zitten.

Het huis zal u nu minder interesseren.

- Hoezo? - Vanwege de schat, natuurlijk.

- Wat is er met die schat? - Die bestaat niet meer.

- Wat weet u daarvan? - Hij is gevonden.

Juliette, laat ze wat van de schat horen.

Wat heb je gedaan? Je luist me er toch niet in?

Als ze me heeft bedonderd, maak ik 'r af.

Muzikaal, Canut? Is dit 80.000 frank waard?

- Dit is een grap? - Een goeie. Van een Amerikaanse kolonel.

In de koffer waar dit gat vol van was, zaten 50 van zulke platen.

- Wist jij dat? - Nee.

Jij liegt toch niet tegen eerzame mensen? Toch niet tegen mij, hè?

Ik heb nooit in die goudschat geloofd.

Ik wil het huis om het land en de schuren.

Als de prijs door die muziek zakt, prima.

En wil neeflief nog die boten in z'n tuin kwijt?

Ik wou niet te veel bieden en geloofde ook niet in die schat.

- Waar was die koffer verborgen? - In de kelder, onder de kolen.

Dan is er meer. Mij maakt het niks uit. Ik heb er nooit in geloofd.

Wat doen we nu?

Een potje kaarten.

- Fred, de kaarten. - Alweer?

- Om 8 uur 's morgens? - Je kent de justitie.

Verhoren, reconstrueren, herhalen.

Eindeloos verhoren en reconstrueren.

Een nieuw element en je begint van voren af aan.

Ik neem de plaats van Nicolas in.

Wie geeft?

Ik geef.

Nicolas gaf toch nadat Borchain was weggegaan?

Een verrader!

Hoeveel keer is er gegeven voor Nicolas naar de WC ging?

We nemen de oude puntentelling. Die is blijven staan na de misdaad.

Hoeveel keer?

- Twee, drie keer. - Dat is tien, twaalf minuten, dus?

Hoogstens.

Hebben jullie niemand langs zien komen?

Iemand, die naar de kamer van Borchain ging?

Fred? Z'n kamer is er tegenover.

Dat geldt ook voor Juliette, trouwens.

En Thérèse? Ze is vederlicht, die hoor je niet.

Hebben jullie Thérèse niet langs zien komen?

En meneer Gentil?

Gentil was toch niet ver weg?

- Hebben jullie niemand langs zien komen? - Ik heb niks gemerkt.

- En u? - Ik kan het u niet zeggen.

Als ik kaart, kijk ik nooit op.

Prima. We gaan verder.

Ik ben Nicolas.

Ik moet ineens heel nodig.

Neemt u niet?

- Gesloten. - Klopt, de sleutel hangt aan de spijker.

Naast de elektriciteitsleiding.

Geen sleutel.

Wie is hier geweest na de moord?

Juliette en ik hebben een eigen WC. Dat is onze enige luxe.

Ik ga op het plaatsje.

Wij gaan in de gang, op de eerste, naast onze kamer.

Net als ik.

Ik neem niet. Ik pas.

Ik pas.

Ik ook.

- Maar Nicolas ging daar naar de WC? - Absoluut.

- Had hij de sleutel per ongeluk in z'n zak? - Waarschijnlijk.

- Hij doet soms vreemd. - Kun je 'm niet aanrekenen. Hij is oud.

Wie rekent 'm iets aan, behalve Gentil?

Alleen kun je beneden niet naar de WC.

Dat is niet zo'n probleem. Gewoon de sleutel uit z'n zak halen.

Juist.

Niet ik. Ik heb al geroepen.

Jij niet, niemand.

Dat is de sleutel.

Incident gesloten.

Weten jullie waar ik die sleutel heb gevonden?

In Borchain z'n zak.

- De zak van z'n pyjamajas. - Van Borchain?

- Wat betekent dat? - Dat Borchain verstrooid was.

Hij stak de sleutel in z'n zak.

En Nicolas?

Nicolas. Dat is het probleem.

Er zijn drie mogelijkheden: Of hij haalde de sleutel uit Borchain z'n zak...

en stopte 'm er daarna weer in.

- Of? - Of hij is onder de deur door gekropen.

Wat hebben jullie precies gezien?

- Weet jij het nog? - We hebben niet alles gezien.

Maar wel dat Nicolas naar de WC ging?

Hebben jullie Borchain niet zien gaan?

- Ja, dat klopt. - Misschien wel.

Voor of na Nicolas? Denk goed na.

- Ervoor. - Zeker?

Heel zeker.

Wat Nicolas aangaat, is er sprake van een groepshallucinatie.

Of er is een derde mogelijkheid:

Hij is gewoon boven naar de WC gegaan en daarna gaan slapen.

En dan is er geen sprake van groepshallucinatie...

maar van liegen in familieverband.

Alles is op z'n plaats voor het misdrijf.

Borchain slaapt eindelijk.

De kaars midden op tafel gaat bijna uit.

Het is doodstil in het hotel.

Thérèse wacht op een teken om het licht uit te doen en de deur te sluiten.

De hond is in diepe slaap.

En zoals z'n baas zegt: Hij blaft niet als hij iemand kent.

Op dat moment staan de Montagues op.

Samen.

Een haalt op z'n tenen een mes uit de keuken.

Door de deur kun je Borchain horen snurken.

Borchain ligt op z'n rug. Beide neven lopen naar het bed.

Een houdt het slachtoffer vast, de ander steekt het mes in z'n borst.

Een keer, heel krachtig. Namens de familie.

Namens de familie wordt het geld verdeeld, wordt de ruit ingeslagen...

en moet leven wijken...

om begeerte, afgunst en jaloezie te kunnen botvieren.

De dode blijft achter.

En iedereen gaat zwijgend naar bed.

Nadat Thérèse gewaarschuwd is, zoals afgesproken.

Men is voldaan omdat het huis niet aan een Borchain wordt verkocht.

Juliette gaat de schat ophalen, waar Borchain die avond voor is gestorven.

De ironie wil...

dat zij bij thuiskomst de kaars uitblaast, die iedereen vergeten was.

Nu alleen Nicolas nog overtuigen dat iedereen tegelijk ging slapen.

Nicolas die half dronken en half kinds was.

God hebbe zijn ziel.

Ik mis één antwoord op al m'n vragen:

Wie heeft Borchain een uur later die schreeuw laten geven?

Groult?

Of Canut?

Ik heb geen schreeuw gegeven.

Hou 'm stevig beet.

De handboeien, vlug.

Hij heeft het gedaan.

- Ik sloeg de ruit in. - Jij stak 'm dood.

Claudel, neem hun verklaring op.

Pech, Canut had goede kaarten.

Vertelt u me eens, commissaris:

Wie zijn de Montagues?

Een familie met problemen.

- Romeo en Julia, zegt dat jullie niks? - Ja. Wie is die Romeo?

Laat maar zitten, Fred.

Jij zult het gebruik van je geweer moeten verdedigen.

- Gooi het op crime passionnel. - Hoezo?

Ik ga boven de kamers doen.

En al die rottigheid om een huis, commissaris.

Beter arm en gelukkig, dan rijk en op het kerkhof.

Ik ben liever rijk en gelukkig.

Ik weet niet of dat samengaat, beste Fred.

Denk aan je jeugd.

Wat je carrière betreft...

je hebt me nodig bij het proces tegen de bende van Les Ternes.

Het zou me wel uitkomen als u ontdekt dat ik er niet bij hoor.

Zou je me niet nog een paar namen geven?

- U gaat me toch niet chanteren? - Wie zegt dat?

Goed, ik ga even bellen.

We praten even en ik ga naar het station.

Zet wat muziek op, dat prikkelt het geheugen.

Brave hond.

Mevrouw Maigret? Alles gaat goed.

Ja, ze hebben hier een uitstekende dokter.

Ik neem de trein van 13 uur 15 naar Nantes.

Nee, ik zit niet in een nachtclub. Niet om 9 uur 's morgens.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.