All language subtitles for Father Little Dividend 1951 - copia

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian Download
br Breton
bg Bulgarian Download
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish Download
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian Download
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian Download
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

venaling: Hoek & Sonépouse Ondeniteling BV

Ellie, schiet op. Nog vijfminuten. -Ik kom zo.

Ik Wil het even over het afgelopen jaar hebben.

Vrouwen denken dat mannen het zo makkelijk hebben. Fout.

De man is een gevoelig wezen.

Als je lief tegen hem bent en hem vleit, gaat ie jaren mee.

Maar als iemand z'n rust verstoort..

Mannen, jullie weten wel wat ik bedoel.

Jarenlang beul je je al voor je gezin.

En dan, op een geweldige dag, denk je dat je het gemaakt hebt.

De zaken gaan goed, de kinderen zijn getrouwd of ze studeren, of allebei.

En je hebt er echt zin in.

ln alles wat je altijd al wilde doen, maar waar je nooit tijd voor had.

Je gaat Vissen, of op Wild jagen. Of je beklimt de Mount Everest.

Je hebt het gemaakt. Je voelt je Don Juan en Columbus in één.

En juist op dat moment begint het gedonder.

Het begon precies een jaar geleden.

Ik kwam aan met de trein, die zoals altijd te laat was.

Vanwege het mooie weer besloot ik naar huis te lopen.

Het was zo'n warme meidag, als alles tot leven lijkt te komen.

Ik voelde me buitengewoon goed.

Wat was ik toch een bofkont, met m'n huis, m'n drie grote kinderen...

en m'n prachtige vrouw.

Dag pap. -Dag jongens, dag Delilah.

Ellie, ik ben thuis.

Ik kom eraan.

Ellie zag er stralend uit. Ze zweefde gewoon.

Wat ben je laat, Stanley. -Ik ben komen lopen.

Ik mag m'n eigen vrouw toch wel zoenen?

Je kunt je niet omkleden. We moeten meteen weg.

We gaat eten bij Kay en Buckley. Ze hebben goed nieuws, zeiden ze.

Buckley heeft vast z'n tasontwerp aan een Winkelketen verkocht.

Volgens mij was het iets veel belangrijkers.

Dat ontwerp levert 'n smak geld op. Wat kan er belangrijker zijn?

O, niks. Neem jij m'n jas mee? Welterusten, Tommy en Ben.

Kay wou jullie ook vragen, maar Buckley’s ouders komen al.

Kookt Kay zelf? Vergeet je maagzout dan niet.

Toe nou, jongens. -Wat een grapjurk.

Delilah wou naar de film. Zet jij haar even af'?

Laat de afwas maar staan, Delilah, anders kom je te laat.

Tommy, niet te laat naar bed. En als ze bellen voor het tapijt...

Wat mankeert jou in vredesnaam? -De lente.

Dat zal dan we!.

We zitten in een sleur. Een fijne sleur, maar toch.

Je bent een mooie vrouw, Ellie. Wat zeg ik, een prachtvrouw.

Alleen zie ik je nooit. Als ik niet werk, moet ik van jou klusjes doen.

Het spijt me. -Nee, dat is niet jouw schuld.

We moeten echt eens weg van huis. Lekker op vakantie.

En waarom niet? Niks houdt ons tegen.

Net als toen we pas getrouwd waren.

Voor Kay geboren werd. Alleen hebben we nu geld.

Lekker naar Europa. -Eerst Kay’s nieuws afwachten.

Of wat dacht je van Honolulu? -We zien we!.

Het strand van Waikiki. Het maanverlichte Waikiki.

Bloemen, ukeleles, romantiek...

Ik bel morgen het reisbureau wel even voor informatie.

Daar stond ze dan. Kay, m'n oogappel.

Niet te geloven dat ze getrouwd was. Voor mij bleef ze m'n kleine meisje.

Voel je je goed? -Hoezo? Kijk dan toch.

Je hebt er nog nooit zo stralend uitgezien.

ls ie een beetje lief voor je?

Mis je me? -Hou op, schei uit.

Ik was die avond in 'n beste stemming. Zelfs m'n schoonzoon mocht ik wel.

Ideaal was hij niet, maar het wende.

Vader Banks, hoe is het met u? Mag ik uw hoed aannemen?

Hou op met dat 'vader Banks.‘ Zeg maar gewoon Stanley.

Goed, Stan. -Nee, niet Stan. Stanley.

Zullen we zondag golfen? -Prima.

Wat heerlijk om je weer te Zien.

Hoe is het, ouwe reus? -Nou, dat houdt niet over.

Je ziet er goed uit. Dag Dora.

Wat heeft hij? -Hij kan niet tegen de lente.

O, ik kan er juist prima tegen.

Hebben ze jou ook verteld dat ze belangrijk nieuws hebben?

Ik ben zo benieuwd. -Hier zijn de cocktails.

Vertel het nou. We zijn er allemaal.

Ik weet het al. Leuk hè, Buckley? -Ik vind van wel, ja.

Heb je het hen al verteld? -Nee, ik heb het geraden.

Je hebt het getekend, hè. -Toch niet dat contract?

Gaat het daar over? -Dat levert veel geld op, hoor.

Ik dacht dat je zwanger was. -Ik hoopte zo dat je zwanger was.

Dat klopt ook. We krijgen 'n kind.

Een kind? Buckley, dat is fantastisch. Hartelijk gefeliciteerd.

Wat een opwinding. ledereen feliciteerde Kay.

Wat vind ik dat geweldig.

Buckley probeerde bescheiden te kijken, maar zag er vooral dom uit.

Ik wou blij zijn, maar ergens zat een addertje onder het gras.

Ik wist alleen niet precies waar.

Dit is het beste nieuws sinds tijden.

Vind je ook niet, opa?

Opa. Daar had je dat addertje.

Opa.

Eerst pikt ie m'n dochter in, dan maakt ie een opa van me.

Ik wou maar dat ze haar oude huisarts bezocht.

Maar deze zal ook wel goed zijn.

Hemeltje, in november al. En ik moet nog zoveel doen.

Waarom roep je ze? -Ze moeten 't weten. Wakker worden.

Tommy, Ben, horen jullie me?

Is er iets? -Wat is er aan de hand?

Ik heb geweldig nieuws. Kay krijgt een kindje.

Nu? -Nee, in november.

Arme Buckley. -Welnee, hij was juist apetrots.

We feliciteerden hem, en hij zag er snoezig verlegen uit.

Ja toch, Stanley? -Enorm snoezig.

Mannen. Jullie zijn allemaal hetzelfde. Welterusten jongens.

Hou het nog even stil, oké?

Mag ik Mrs Dixon van u? -Het is veel te laat om te bellen.

Vraag of ze me vanavond nog terug wil bellen. Ik heb groot nieuws.

Dit moet ze meteen weten.

Ik kan zaterdag een kraamfeestje geven.

Moet je dit nou meteen van de daken schreeuwen? Het zijn onze zaken niet.

Het lijkt wel alsof je niet blij bent. -Ben ik ook niet.

Waarom niet, in hemelsnaam? -Dat zal ik je precies vertellen.

Ten eerste hebben ze geen ruimte. Hun flatje is veel te klein.

Ten tweede hebben ze geen geld. Kinderen kosten een vermogen.

Hij heeft dat contract nog niet binnen, maar dat leek hem niet te deren.

Hij stond daar maar snoezig te zijn. En dat moet dan vader worden.

Als hij maar niet denkt dat ik betaal. Die bruiloft was al duur genoeg.

En ze hadden moeten wachten.

Nog zeven of acht jaar. Kay is zelf nog een kind.

Ze studeert af, trouwt met de eerste de beste en hup.

Nou moet je eens goed luisteren.

Ik ging van school om te trouwen. En weet je nog wanneer dat was?

Op 4 september. -Nou en?

En wanneer werd Kay gehoren? -Op 21 juni.

Terwijl m'n klasgenoten hun diploma kregen, kreeg ik een kind.

Ik weet wel dat ze geen geld hebben en dat hun woning te klein is.

Maar dat is toch niet belangrijk?

Het belangrijkste is dat we een kleinkind krijgen.

Het is alsof je 'n dividend krijgt. -Een dividend?

Ja, het komt zomaar naar je toe.

Dat kind is niet jouw verantwoordelijkheid.

Je hoeft er alleen maar van te houden.

Ruth? Ik heb geweldig nieuws. Ik word oma.

Ja, leuk hè? Ik vind het zo spannend. Kay heeft het ons vanavond verteld.

Ellie leek het niet erg te Vinden. Maar als ik aan opa’s dacht...

Ik was een dynamische kerel, met een avontuurlijk leven in het verschiet.

En nu werd ik opa.

Ik dacht aan de opa’s die ik kende. Dat waren echte ouwe mannen.

Tandeloze ouwe Codger.

Die klant die voortdurend mensen onterfde.

Die fossielen in de club, die nauwelijks meer leken te leven.

Daar hoorde ik toch niet bij? Mijn leven was nog maar net begonnen.

Alleen was ik niet bepaald in topconditie.

De volgende dag ging ik naar de sportschool.

Die avond voelde ik me fantastisch.

Maar de volgende ochtend was ik een wrak.

Buckley komt je halen om te golfen.

Wat is er? Wat heb je? -Niks.

lk help je wel. -Niet doen.

Waar doet het pijn? -Overal.

Wat is er gebeurd? Ik bel de dokter. -Nee, dat wil ik niet.

Misschien is het je blindedarm. -Die heb ik niet. Dat weet je toch?

Ik haal Buckley we!. -Die hoef ik er al helemaal niet bij.

Misschien kan hij je helpen. -Hij heeft al genoeg gedaan.

Ik wil een warm bad met bitterzout. -Ik ben zo terug.

De week daarop gaf Ellie het kraamfeestje.

Een pure vorm van roof, als je het mij vraagt.

Kay, deze heb je nog niet geopend. -Bewaar de kaartjes, Delilah.

Fijn dat je thuis ben. Kay heeft zo veel pakjes gehad. ledereen nam wat mee.

Ze moeten wel. -Wat klinkt dat goedkoop.

Ga naar binnen. -Dat is niks voor een man.

Papa, waar ga je heen? Kom naar m'n cadeaus kijken.

Dat komt later wel. -Ik moet jou zo even ernstig spreken.

Kom nou mee, het is zo leuk allemaal.

Prachtig hoor. Ik ga maar weer. -Nee, je moet even met Buckley praten.

Buckley zag er nogal groggyuit.

Ik besloot hem in z'n sop gaar te laten koken.

En, wat was er nou?

Ik wou je wat zeggen voor Buckley’s ouders komen.

Je weet dat dit huis veel te leeg wordt als Ben in de herfst gaat studeren.

Ik kreeg ineens een geweldig idee.

Laten we Kay en Buckley vragen bij ons in te trekken.

Ben je gek geworden? -Het is juist heel eenvoudig.

Kay’s oude kamer kan hun woonkamer worden.

Met een deur naar Bens kamer. Dat wordt hun slaapkamer.

Als Tommy dan naar de logeerkamer gaat...

maken we een deur vanuit de badkamer. Dat wordt de babykamer.

En wij slapen daarnaast. Dus als de baby huilt...

Ja ja. Het antwoord is nee.

Volgens de aannemer is het niet duur. Het is zo'n goeie oplossing.

En als Kay en Bradley een avond weg willen, of een weekje met vakantie...

dan kunnen wij op de baby passen. -Luister nou.

Je wilt je met die baby bemoeien. Maar daar komt niks van in.

De flesjes 's nachts, de buikkrampjes, de kinderziektes...

Dat wil ik niet meer. Niet met het kind van 'n ander.

Maar het zou juist leuk zijn.

Ga die baby maar opzoeken in hun flatje. Hier komt ie niet binnen.

Hun flat is te klein. -Dan kopen ze 'n huis.

Dat kunnen ze niet betalen. -Hadden ze eerder moeten bedenken.

Hoe kun je zo hard zijn voor zo'n onschuldig klein baby'tje?

Mama, papa, de Dunstans zijn er. Vangen jullie ze even op?

Natuurlijk.

Kom mee, Stanley.

We dachten al, waar blijven ze? -Hier zijn we, Ellie.

En hoe is het met opa Banks?

Wat scheelt eraan? -Spierpijn. Ik heb getraind.

Dat heb ik niet nodig. Ik blijf fit door de lui te begraven die wel trainen.

Die baby doet Herbert zo veel goed. Hij heeft weer een doel.

Ga Zitten, ik haal wat te drinken. -Nee, ga jij maar even Zitten, Ellie.

Neem me niet kwalijk. Ik moet jullie wat laten zien.

Kom eens even. Ik heb iets voorjullie.

Stan, zet deze even weg, wil je? We hebben ruimte nodig.

Wat is dat? -Een blauwdruk.

Geef die stoel eens. Een blauwdruk voor de toekomst en jullie geluk.

Stan, hou die kant eens vast. En jij de andere kant.

Kijk eens aan, kinderen.

Wat is dat? «Jullie nieuwe huis.

Hoezo? -Dat zal ik uitleggen.

Ik keek onlangs naar ons huis, en ineens had ik het.

De hele westvleugel kan jullie huis worden.

Ik heb meteen m'n architect gebeld. Moet je kijken.

Jullie eigen studeerkamer, woonkamer, eetkamer, keuken, bijkeuken...

kinderkamer, kamer voor het kindermeisje, en ouderlijke slaapkamer.

Altes heel gerieflijk.

Ellie had het moeilijk. Daar ging de baby.

De woonkamer is acht bij zeven. Ruim hè?

En jullie hebben meteen twee kant-en-klare oppassen.

En, wat vinden jullie ervan? -Het is prachtig.

Aardig van je, pa. -Ik ga thee inschenken.

Dit is natuurlijk maar een schets. Zo krijg je alvast een indruk.

Jullie kunnen zelfs de ingang naar hier verplaatsen.

Wat is er? -Dit is jouw schuld.

Je had me moeten laten vragen of ze hier wilden wonen.

Over onze kinderen was je nooit zo enthousiast.

Je snapt het niet. Kay heeft me juist nu nodig.

Ik wou inkopen doen, kleertjes naaien en de babykamer inrichten.

Als je het zo belangrijk vindt, vraag ze dan hier.

Te laat. Nu zien we ze nooit meer. -Doe toch niet zo gek.

Je hebt Doris Dunstan gehoord. De baby doet Herbert zo veel goed.

Herbert. Ze zullen ons kleinkind gewoon inpikken.

Ellie, je stelt je aan. -Hou je mond.

Het was zo lief aangeboden. We zijn jullie eeuwig dankbaar, heus.

Maar zo is het beter. We willen jullie niet tot last zijn.

Jammer van al die moeite. We hadden het eerder moeten zeggen.

Hebben jullie het al gekocht? -We hebben 'n aanbetaling gedaan.

Hebben jullie een huis gekocht? -Kunnen jullie je dat permitteren?

De bank heeft ons een hypotheek verstrekt.

Een hypotheek? -Nou en? Die had ik vroeger ook.

Waar ligt jullie nieuwe huis? -In een nieuwbouwwijk.

Het is niet te groot, met een tuin. Onze flat hebben we al verkocht.

Is het gemeubileerd? -Nee, we wilden zelf wat kopen.

Niks daarvan, dat doe ik wel voor je. Waar heb je anders een moeder voor?

Daar ging Ellie weer.

De weken daarna haalde ik Ellie op bij het nieuwe huis. Ze had het druk.

En, hoe voel je je? -Geweldig.

Kom even binnen kijken.

Niks ervan. Blijf buiten. -Het gaat alweer.

Wat was er? -Die verflucht.

Die hangt er nog steeds. Zorg dat ze buiten blijft tot Buckley komt.

Kom even Zitten.

Wat erg. Mama werkt zo hard. -Dat Vindt ze juist heerlijk.

Waar gaan we Zitten? -Daar.

Vind je het huis mooi? -Prachtig.

De familie Harsh is alleen verhuisd omdat het te klein werd.

Die zijn ze vast vergeten. Ik zal 'm opsturen.

Papa, hoe vond jij het toen jullie je eerste kind kregen?

Veranderde je relatie met mama?

Hoe voelde jij je toen? -Prima.

Nee, echt. -Ach, dat ging best.

Ik voelde me eerst wat gepasseerd.

Je moeder had ineens alleen nog maar oog voor jou.

Je had vast een hekel aan me. -Nee, zo erg was het niet.

De eerste nacht dat je thuis sliep was het zwaarst.

We gaven je een flesje en stopten je onder de wol.

Daarna zijn we wel tien keer naar je gaan kijken.

Als je stil was vreesden we 't ergste, en als je huilde ook.

Die nacht lag ik wakker en piekerde.

Je moeder en ik waren zo gelukkig. Zo vrij als vogeltjes.

En nou zaten we vast aan een schreeuwend hoopje mens.

Voelen alle vaders zich zo? -Dat weet ik niet.

Die ochtend werd je heel vroeg wakker. Je blèrde alles bij elkaar.

Je moeder ging je flesje warmen, en ik probeerde je te troosten.

lk stak m'n vinger uit, en die greep je vast.

Heel stevig vast.

Vanaf toen had je me in je macht. -Ik hoop dat Buckley dat ook zo voelt.

Wees lief voor hem. Geef hem het gevoel dat hij erbij hoort.

Daar heb je hem.

Hoe gaat het, schat?

Hallo, hoe gaat het? -Prima.

Wat heeft u vandaag weer bereikt? -Dat zie je morgen wel. Wegwezen.

Moeten we niet helpen? -Nee, papa en ik stuiten wel af.

Stan, kom eens kijken. Vind je dit geen mooie kleur?

Die komt hier, daar en in de gang. En dan de gordijnen.

Dit was echt een koopje. Moet je Zien.

Die komen voor alle ramen. En deze in de slaapkamer.

Altes mooi binnen hun budget. Ik vind dit zo leuk.

Er mankeert maar één ding aan.

Ik heb niks aan de kinderkamer gedaan. Vreselijk.

Wat is er? -Herbert richt deze kamer in.

Hij mag het doen omdat ze niet in zijn huis wilden trekken.

Hij koopt het Wiegje, het hadje, en de ladenkast.

En alles waarschijnlijk zwaar verguld.

Wat gaan wij voor de baby kopen? -Stan toch.

Ik wou heus wel iets voor ze kopen.

Ik heb vandaag juist iets heel geschikts gezien.

Je zet het hier neer, en dan houdt het de lucht schoon. Mooi maar duur.

Hoe heet zoiets? -Geen idee. Het is zo breed...

Waar heb je dat gezien? -In de stad.

En hier zit de knop. Zo blijft de lucht schoon en op de juiste temperatuur.

Geen vuil, geen roet, geen pollen.

Tommy zou er ook een moeten hebben, tegen het snurken.

Prachtig hoor. Maar dan moet je dit eens Zien.

Je zet 'm aan, en laat hem hier staan. En dan trek je de deur achter je dicht.

Als de baby huilt of anders ademhaalt hoor je dat door 't hele huis.

Heel fraai. -En dit is z'n bad annex commode.

Precies de juiste maat. -En wat is dat?

M'n oude Harvard—vlag. Daar gaat hij ook studeren.

Ik heb hem al ingeschreven voor de jaargang van 1973.

Ik kom zelf van Dartmouth. -Ook wel goed.

Moet je deze badstandaard Zien. -Dartmouth College ook wel goed?

Ook wel goed?

We wonnen van jullie met football in 1947, 1948 en 1949.

En volgend jaar...

We winnen al vijfjaar met ijshockey.

En ons bobsleeteam is het beste van de hele wereld.

Ellie heeft koffie gezet. -Wat een goeie...

Dat was ontzettend grappig. Vertel er nog eens een.

Hou op. -Niet zo bescheiden.

Vind je de babykamer niet snoezig geworden?

Aan de meeste dingen heb je nog jaren wat.

Op de planken kan nu z'n speelgoed staan, en later z'n tennisrackets.

Ellie had gelijk. Ze hadden de baby ingepikt.

Wat een mooie plaat, hè? Heb ik van moeder Dunstan gekregen.

lk draaide altijd klassieke muziek toen ik zwanger was.

Daarom fluit Buckley zo mooi.

Heb je hem ooit horen fluiten? -Nee.

Vraag hem er dan eens naar. -Dat zal ik zeker doen.

Hoe gaan jullie je kind noemen? -Daar zijn we nog niet uit.

We hebben alle hoeken erop nageplozen.

Maar nu hebben we een paar namen. -Ga toch Zitten.

We vonden Andrew wel mooi. -Wie is Andrew?

Andrew Jackson, Andrew Nordell... -We vinden het 'n mooie naam.

En Jonathan vinden we ook mooi. -Noem hem dan gewoon John.

Of we noemen hem Michael. -Mooie naam.

Nee, ik zat ooit op school met een stinkende Michael.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle Michaels stinken.

Weet je wat ik mooi Vind? Een naam uit Little Women:

Lawrence. Dat was zo'n schatje.

Timothy is een goeie naam. Vind je dat mooi, Kay?

Ellie, ze hebben dit al uitvoerig besproken.

Hou op. Ze hebben al prachtige namen uitgezocht.

Jonathan, Michael, Andrew. Prachtig. -Het moet bij de achternaam passen.

Andrew Dunstan klinkt nergens naar. -Ze hebben ons advies nodig.

Ik vind dit maar niks. Kies liever een naam die in de familie zit.

De eerste kleinzoon wordt altijd naar opa van vaders kant vernoemd.

Nee, dat bedoel ik niet. Ik dacht aan m'n overgrootvader Malcolm.

Of aan oom Wilburt. -Wat vinden jullie dan van Stanley?

Stanley Dunstan, prachtig toch? -Daar hebben we over gedacht...

Niks daarvan. Eén Stanley in de familie is meer dan genoeg.

Precies. Wat dacht je van Cornelius?

Of Gregory, Dexter of David.

In mijn familie zitten ook mooie namen. Milo en Tennington.

Tennington. Ja, dat is pas een leuke naam.

Maar als het nou 'n meisje wordt? Hoe moet ze dan heten?

Wees maar niet bang, het wordt geen meisje.

Ik ben niet bang. Ik hoop juist op een meisje.

Waar ga je heen? -Ik ga even afwassen.

Niks daarvan. -Mama, laat me nou.

Kay, je doet te veel. -Nee hoor, ze moet juist meer doen.

Wil je een werkster? -Ze moet wel rusten als ze moe is.

Ik wou dat ze niet naar die jonge dokter ging.

Onze huisarts is ook prima. -Mijn dokter voldoet Uitstekend.

Hij zei dat ik niet moest luisteren...

Beseffen jullie dan niet dat dit ons kind is?

Jullie denken... Als ik jullie zo hoor...

Ik wil het op mijn manier doen.

Nu we haar zo van streek hebben gemaakt, kunnen we wel naar huis.

Ze is alleen moe. -Waar zijn je spullen? Ik pak ze wel.

We gaan er vandoor, mop. -Kom binnen, papa.

Ik neem deze wel mee.

Wat was dat erg. Ik deed zo lelijk. Ze vergeven me nooit.

We hadden nog wel erger verdiend.

Jij níet. Jij bemoeit je er niet mee, maar de anderen...

Vader en moeder Dunstan, en mama.

Ik doe te veel of te weinig, mam wil een meisje, zij een jongen.

Dat valt dus altijd tegen.

Zorg dat je een tweeling krijgt. Een jongen en een meisje.

Jij bent de enige die verstandig blijft.

Nee hoor. Maar ik beloof je dat dit niet meer voorkomt.

We zullen nooit meer zo tegen je samenspannen.

Ontspan je maar. Vanaf nu gaat alles op jouw manier.

Zorg jij ervoor dat ze geen ruzie krijgen met dr. Nordell?

De Dunstans willen met hem praten.

Jij houdt ze toch wel tegen, hè?

Natuurlijk. Het is jouw dokter, en jij vertrouwt hem.

Dat mag niemand verstoren. -Dank je wel, papa.

Zij kunnen er ook niks aan doen.

Maar ze begrijpen niks van de moderne aanpak.

Volgens dr. Nordell is de geboorte iets heel natuurlijks.

lets prachtigs waar je geen moment van wilt missen door een verdoving.

Hij Vindt dat de vrouw ailes bewust moet meemaken.

En hij Vindt dat vrouw en kind niet gescheiden moeten worden.

Je moet de baby meteen meenemen naar je kamer, en hem daar houden.

Hij slaapt bij je op de ziekenzaal.

Dat is wel revolutionair. -Nee, bij de wilden gaat het altijd zo.

ln Polynesi' worden de moeders nooit van de baby’s gescheiden.

Ze dragen hun kind twee jaar lang op hun rug. Dat is goed voor 't kind.

Dr. Nordell Vindt dat alle vrouwen het zo moeten doen.

Je draagt je kind de hele dag op je rug.

Als het honger heeft, zwaai je het naar voren om het te voeden.

Zo voelt de baby zich echt veilig en geborgen.

Weet je zeker dat die dokter...

Begin jij nou ook al? -Natuurlijk niet.

Dr. Nordell is geweldig. Hij is ontzettend goed.

Hij is verschrikkelijk goed. -Dat neem ik meteen aan.

Dank je wel. -Ga jij nou maar lekker slapen.

Welterusten, papa.

Dr. Nordell komt zo. Gaat u Zitten.

Ik vind dit maar niks.

De Dunstans en wij zouden ons er toch niet meer mee bemoeien?

Ik laat Kay niet jaren met een draagzak zeulen.

Dat bedoelde hij vast niet zo. -Dat wil ik nou juist weten.

Fijn dat u er bent. Nu heb ik de hele familie gezien.

Mr en Mrs Dunstan Sr zijn ook al geweest.

Ze waren bang dat Kay te veel deed. Ik heb gezegd dat ze gezond is.

U heeft een geweldige dochter.

Neem me niet kwalijk. Gaat u Zitten, Mrs Banks.

Wat kan ik voor u doen? -Mijn vrouw maakt zich ook zorgen.

U weet wel hoe moeders kunnen zijn.

Ik vond het maar het beste als ze even met u praatte.

Heel verstandig.

Waar maakt u zich zorgen over? -Nou, ik...

Over het hete gebeuren. Ja toch? Over de natuurlijke bevalling en zo.

Ik probeer haar gerust te stellen.

Angst voor pijn levert vaak pijn op.

Maar als ze het hete geheuren begrijpt en in mij gelooft...

en als ze weet dat ik altijd voor haar klaarsta...

en me vertrouwt, dan is er al veel gewonnen.

En daarna mag het kind op haar kamer stapen.

Ik wil dat vrouwen zelf voor hun kinderen zorgen, en ze zelf voeden...

in plaats van ze aan een kindermeisje te geven.

Het zal zwaar zijn voor uw dochter. Het is een dagtaak.

Maar zowel het kind als de moeder zullen rijkelijk beloond worden.

Zie je nou wel? Je hebt je voor niks zo druk gemaakt.

Bedankt dat u tijd voor haar had. -Ik heb er belang bij.

Als u achter me staat, gaat het allemaal veel eenvoudiger.

Dank u wel, dokter. -U kunt op onze steun rekenen.

Kom, Ellie. De dokter heeft het druk.

De maanden daarna ging alles goed. Zo goed dat het wel fout moest gaan.

Ellie, de telefoon gaat.

Buckley, het is verdorie kwart voor drie.

Sorry, dat had ik niet in de gaten.

ls Kay bij jullie? -Nee, natuurlijk niet.

Waarom zou ze...

Ik neem beneden op. Blijf even hangen.

Waarom vroeg je of ze hier was?

Als ze bij jullie was, kon ik haar komen ophalen.

Wanneer is ze vertrokken? -Weet ik niet.

Ik ben even weg geweest. Ik kom net binnen.

Hadden jullie ruzie?

Hadden jullie ruzie? -Een verschil van mening.

Als het mis is, maak ik mezelf koud.

Dat doe ik wel voor je.

Heeft ze een tas meegenomen?

En haar hoedendoos, paraplu, toilettas, tandenborstel...

Als ze die heeft gepakt, wil ze zich in elk geval niet van kant maken.

Heb je nog andere mensen gebeld?

Nou, doe dat dan. Ja, ik kom eraan.

Al wat gehoord? -Nee.

Heb je haar vriendinnen gebeld? -Ja, en alle hotels.

Ik ben het zat. Ik bel de politie. -Wacht even, eerst nadenken.

Heeft ze de auto mee? Gaat er een bus om deze tijd?

Heeft ze een lift gekregen? -Vast níet.

Dan was het 'n taxi. Wat is 't nummer? -Fairview 61098.

Maar zij vertelden me dat ze alleen met de politie praten.

Dat was de huisregel, zeiden ze. Veel vrouwen lopen bij hun man weg.

Had ze veel geld bij Zich? -Vast níet.

Ik geef haar geld, maar het verdwijnt steeds.

Heeft ze je eerder verlaten? -Hoezo?

Toe nou, ik ben ook getrouwd. Heeft ze wel 's eerder zoiets gedaan?

Ze heeft me wel een paar keer buiten gezet.

Is dit het taxibedrijf?

Ik weet dat dit tegen de regels is, maar kuntu me helpen?

Bent u gebeid vanaf 324 Adams Street?

Nogmaals, dat mag ik niet zeggen.

Ik ben haar man niet, maar haar vader.

En ze is... Ze is in verwachting, ziet u.

U weet hoe ze dan zijn. Soms gaat het dan...

Kunt u me alstublieft helpen?

Ze heeft gebeld. -Waar heeft u haar heen gereden?

Heel hartelijk bedankt. We zijn u zeer erkentelijk.

Waar is ze heengegaan? -Naar huis.

Hoe bedoel je? Dit is haar huis. -Sorry, ik bedoel mijn huis.

Ik wacht hier wel.

Wil je dat ze naar huis komt? Nou, dan moet je haar komen halen.

De eerste wet van het huwelijk: Geen enkele vrouw gaat uit zichzelf terug.

Waar ging die ruzie eigenlijk over?

Dat zeg ik liever niet. -Goed hoor.

Je dochter is een vreselijke driftkop. -Dat spijt me.

Vanavond gedroeg ze zich als een verwend kind.

Ze moet volwassen worden, en niet om elk wissewasje naar pappie rennen.

Moet ik soms verhuizen of zo?

Had je geen sleutel? Waarom heb je niet aangebeld?

Ik wou jullie niet wakker maken.

Van de dokter moet ik veel frisse lucht hebben.

Dat is dan goed gelukt. Kom maar mee.

Ik moet je eerst iets vertellen.

Ik ben bij Buckley weg. Het is definitief.

Vertel jij het mama?

En zeg dat ze zich niet druk maakt. Dat heeft toch geen zin.

Het is definitief voorbij.

Ik praat er liever niet over.

Goed, jij bepaalt wat er gebeurt.

Kom maar mee. Dan maak ik je kamer klaar.

Waarom moest het zo eindigen? Het begon allemaal zo goed.

Ik voelde me prima, en iedereen was zo lief voor me.

Het duurt gewoon te lang. Er lijkt geen eind aan te komen.

Nu ben ik lelijk en onhandig.

Schatje, zeg dat nou niet. Je bent nu juist mooier dan ooit.

Ik weet wel hoe ik er uitzie. Ik ben gewoontjes en stom.

Ik kan heel veel dingen niet meer.

En nu ik hem zo nodig heb, verlies ik hem. Hij houdt niet meer van me.

Hij houdt zielsveel van je. Hij maakt zich vreselijk zorgen.

Hij zei dat hij er een eind aan zou maken als jou iets overkwam.

Hoe bedoel je? Heeft hij je gebeld?

Hij is op dit moment híer.

Hij heeft je vast ailes verteld. -Alleen dat jullie kibbelden.

Kibbelden?

Geweldig.

Weet je waar het echt om ging?

Er is iemand anders. Hij heeft nu iemand anders.

Hij gaat elke avond weg, zogenaamd om over te werken.

Maar hij liegt. Als ik z'n kantoor bel, is hij er niet.

Hij houdt van iemand anders.

Niet doen. Niet huilen, alsjeblieft.

We praten morgen verder. Eerst moet je stapen.

Ik stuur hem wel weg.

Ze heeft hier liggen stapen. Ze is niet in de stemming om met je te praten.

Heeft ze verteld waarom we ruzie hadden?

Je moet één ding weten.

Er is niks van waar. Ik werk echt elke avond over.

We krijgen tenslotte een kind.

En ik wil hem ailes geven...

Ze zegt dat ik niet opnam als ze helde.

Dan was ik vast even weg om koffie te halen. Maar ze gelooft me gewoon niet.

Het is stom om nu ruzie met haar te maken. Ze is zichzelf niet.

Ik ben ook mezelf niet.

Ik wou zelfs iemand Kay taten bellen om haar te zeggen...

Toen dacht ik: Als ze me niet gelooft...

als ze niet gelooft dat ik me afbeul voor ons gezin...

dan maakt het ook niet meer uit. Dan is het afgelopen.

We hebben het er morgen wel over. Eerst gaan we stapen.

Ik heb verder niks te bepraten.

Mag ik een taxi bellen? -Ik breng je zo wel thuis.

Ik neem liever een taxi. -Je doet maar.

Hij belt een taxi.

Hij heeft zeker ailes ontkend? -Hij heeft me zijn versie verteld.

Je gelooft hem toch niet, hè?

Ik weet alleen dat hij van je houdt. -Niet waar.

Hij houdt niet van me. Ik laat hem volkomen koud.

Was ik maar nooit met hem getrouwd. -Had dat maar eerder bedacht.

Je moet echt stapen. Kom nou maar mee.

Sorry dat ik stoor, maar de telefoon doet het niet.

Dat is idioot.

Hallo, centrale?

Breng hem maar thuis. Ik zorg wel voor mezelf.

Je mag geen zware dingen tillen. Laat mij maar.

We hebben jouw hulp niet nodig. -Nee, inderdaad. Ik doe het wel.

Kan ze niet beneden stapen? -Er staat een bank in de woonkamer.

Je mag geen trappen lopen. En ze moet acht glazen water drinken.

Herinner haar daaraan.

En ze moet beweging hebben. Ze moet drie uur topen per dag.

's Ochtends en 's avonds een uur.

En ze moet om half 10 stapen.

Heb je je kalktabletten? -Vergeten.

Ik haal ze wel. Ik geef ze aan je vader mee.

Liefste, je schoenen. Die mag je niet zelf uittrekken.

Buckley, wat gebeurt er toch met ons?

Weet je dat niet? We krijgen een kindje.

Stanley, tijd om op te staan.

Wakker worden, slaapkop.

Naarmate de tijd verstreek, nam de spanning toe.

Buckley gedroeg zich alsof Kay een tijdbom was.

Dat is een boekje.

Wat is er, Kay?

Ik heb verzaakt. Ik had de heletijd een harten in m'n hand.

Waar zit ik toch met m'n gedachten?

Het werd november, en we wachtten ademloos af.

Ging de telefoon nou? -Nee.

Ik ga even een luchtje scheppen.

Als je gaat, geef dit dan aan Kay. -Ik zei toch niks?

Ik kon Ellie niks wijsmaken.

Maar Kay we!, hoopte ik.

Wat een mooie heldere avond, hè? Ik moest dit brengen van mama.

Maak maar open. Trek je van ons niks aan.

Geef je jas maar. -Dat doe ik zelf wel.

Laat me je dan in elk geval helpen.

Fijn dat je er bent. Ze is zo somber.

Is er iets mis? -Ze is zenuwachtig.

Kun jij niet met haar praten? -Wat prachtig.

Wat is het? -Een bedmanteltje. Wat mooi.

Je zult in het ziekenhuis de show stelen.

Ik ga het meteen inpakken.

Nu je vader er is, ga ik even sigaretten halen.

Je hebt toch wel even de tijd? -Ja hoor.

Ik ben zo terug.

Niet bevallen terwijl ik weg ben.

Je ziet er goed uit. -Het gaat prima.

Alleen is Buckley zo nerveus. Kan jij niet eens met hem praten?

Waarom is hij zo nerveus? -Ach, hij is gewoon bang...

dat er iets misgaat.

Dat is nergens voor nodig.

Ik kan hem niet zeggen dat het een makkie voor je wordt.

Misschien wordt het dat niet.

Maar als het eenmaal zover is...

beschikken jullie moeders over onvermoede krachten.

Dat hoop ik dan maar. Dat hoop ik echt.

En als er iets misgaat, is de medische wetenschap zo ver dat jullie veilig zijn.

Maar er gaat niks mis. Dat weet je toch wel?

Ja, dat weet ik.

Ik wou maar dat het voorbij was.

Dat gebeurt snel genoeg.

En als de baby er eenmaal is, weegt dat op tegen alle narigheid.

Het is net alsof je me weer voor het eerst meeneemt naar de tandarts.

Elke avond tagen onze kleren voor het grijpen.

We waren net brandweerlieden die paraat stonden.

Het kan nu elk moment gebeuren, hè? -Ja, binnen twee of drie weken.

Nog twee of drie weken? Zolang hou ik dit niet vol.

Ik heb Kay net naar het ziekenhuis gebracht.

Nee, ik weet verder nog niks.

We komen eraan.

Zo kun je niet weg. Misschien duurt het wel heel lang.

Heb je je scheerapparaat?

Ja, dan kun je je overal scheren. En neem een schoon overhemd mee.

Wil je Tommy wakker maken? En stuur Ben een telegram.

Ik moet ook aan alles denken. Straks is de baby er al. Schiet nou op.

Waar bleef je nou? -Ik moest me nog aankleden.

Ik rij wel. En schiet op, anders is de baby al gehoren.

Als jij rijdt, komen we er nooit.

Niet zo snel. We zijn in de bebouwde kom.

lets langzamer alsjeblieft.

ln hemelsnaam... -Ik had voorrang.

Blijf naar de weg kijken. -Je das zit scheef.

Ellie, een tankwagen.

Zet 'm aan de kant en laat mij rijden. -Pas nou op.

Dat gaat niet. Er komt een trein aan. -Je maakt me zenuwachtig.

Besef je wel dat je alle verkeersregels hebt overtreden?

Rechts inhalen, door rood rijden, te hard rijden...

Dit is een noodgeval.

Nog nooit had ik zo naar 'n verkeersagent uitgekeken.

Zet jij de auto even weg?

Wat is er gebeurd? -Helemaal niks. Het was vals alarm.

Het spijt me heel erg. -Welnee, dat geeft niks.

Welterusten, schat.

Is die grijze auto daar van u? -Ja.

Is er iets mis? -Inderdaad, mevrouw.

Hij staat geparkeerd voor een brandkraan.

Na een week kon ik het niet meer aan. Ik nam een slaappil.

Hallo? We komen eraan.

De baby is er al. Een jongetje, en hij is een half uur oud.

Prima. Volgens de dokter is Kay prima in orde.

Dat is geweldig. Fantastisch.

Zeg haar maar dat we van haar houden.

Help me onthouden dat ik je morgen iets moet zeggen.

Wat moet je me zeggen? Wat dan?

Kom op, zeg het nou. Is er iets met Kay?

Het is een jongetje.

Wat heerlijk. Een jongetje.

Was ik nou gek, of waren zij het?

Hij leek zo oud als Methusalem. Alleen de bolhoed ontbrak nog.

Dag jochie, tot gauw.

Wat huilt hij. -Een snoesje. Op wie lijkt hij?

Hij lijkt op Kay. -Nee hoor, het is een echte Dunstan.

Hoe heet het? -Hoe heet hij, bedoel je.

Ze willen hem Herbert noemen, geloof ik.

Geweldig hè? Ik hoop dat je 't niet erg vindt, als opa van moederszijde.

Helemaal niet. Het lijkt me een echte Herbert.

Toen Kay hem mee naar huis nam, zag hij er al wat beter uit.

Prachtig. -Kijk toch, is het geen plaatje?

Wanneer taten jullie hem dopen? -Over 'n half jaar.

Pap, jij moet ook met hem op de foto. -Net als wij allemaal.

Nee, dank je. -Toe nou, pap. Ik wil het zo graag.

Hij mag hier gaan Zitten. Vind je dat goed, jochie?

Hij lacht naar je. Zo moet het erop komen.

Alsjeblieft. -Nee, geef hem nou niet aan mij.

Lach eens naar je opa.

Zie je, dat werkt dus niet. -Draai hem eens om.

Draai hem maar om. Zo, ja.

Zie je, dat gaat dus...

Neem hem nou maar, alsjeblieft.

Stanley, wat deed je nou? -Hoe bedoel je? Ik deed niks.

Hij zal wel moe zijn. We gaan maar.

Dit heb ik voor je laten maken.

Een fotodagboek van de baby. Moet je nou toch Zien.

Wacht maar tot je deze Ziet. En deze, kijk dan.

Prachtig hè? Hij verandert elke dag. -Vind ik niet.

Kom mee, schat. -Hier, om aan je collega’s te showen.

Dag Stanley. Zorg maar goed voor onze gwote knut.

Wat dacht je van een gwote borrel?

Kom maar, hij is nu rustig. -Dat heeft geen zin.

Het lag niet aan jou. Hij werd bang van al die vreemde mensen.

Toe nou.

Kom binnen.

Zie je nou? Niks aan de hand. Hij is niet bang meer.

Lach maar eens naar deze aardige meneer. Dan is ie een brave jongen.

Kijk eens wie er op bezoek is? Wie is dat dan?

Is dat je opa? Ja hè?

Schatje, wat ben je toch dwars.

Wat is er gebeurd? -Niks. Hij keek alleen naar me.

Wat gek, hij is zo lief. De dokter vond hem juist zo rustig.

Ja hoor. -Hij lachte wel heel lief naar Herbert.

Laten we nou maar gaan.

We komen zeggen dat het ons spijt dat we zo onbeleefd waren.

Zeg maar dat je het hem vergeeft.

Lach maar tegen opa, en vertel hem dat...

Rustig maar, schatje. Die vreemde meneer is verdwenen.

Volgens mij is het je strikje. Doe eens af.

Nee, dat doe ik niet. Ik vind dat strikje mooi.

En dat allemaal omdat meneer 'm niet mooi vindt.

Doe normaal. Zo'n onschuldig klein baby’tje kan er ook niks aan doen.

Hij is geen onschuldig baby'tje, maar een mens met aparte voorkeuren.

Dat respecteer ik, maar ik heb zelf ook zo m'n voorkeuren.

Vanaf dat moment ontliep ik hem.

Het was leven en laten leven, tot een half jaar daarna.

Woont hier de familie Banks? -Ja, maar...

Dag Mr Banks.

Tot morgen.

Mijn grootste vrees was bewaarheid. Ook m'n huis was niet meer veilig.

Je hebt bezoek. Vind je het erg? -Nee hoor, ik vind het juist enig.

Hij is echt heel zoet. Jullie hadden gewoon 'n siechte start.

En ik dacht: Als ik hem nou alleen laat met jullie...

Ik ben er zelf niet. Ik ga naar Boston.

Buckley heeft een gesprek met een supermarkt-tycoon.

Hij vroeg of ik meeging, en mama bood aan om zolang op de baby te passen.

Ik weet zeker dat je hem lief gaat Vinden.

Hij was wat gespannen, en... Daar is de taxi.

Als hij lelijk tegen je doet, mag je hem een pak voor z'n broek geven.

Ben jij dat, Stanley?

Er is zoiets leuks gebeurd. Waar bleef je nou?

Kay heeft het me al verteld.

Kom snel kijken.

Het is nog 'n beetje een troep.

Waar is ie? Ik wil niet op hem trappen. -In je bureaula.

Wat is dat nou? M'n goeie sjaal.

Wat doe jij met die sjaal?

Wat gebeurt hier allemaal?

Stanley, wat doe je? -Hij eet m'n sjaal op.

Geeft niet, die is schoon. Daar zal hij niks van krijgen.

Waarom zit ie tussen de overhemden? -Die heb ik zolang daar gelegd.

Schatje toch. Wat heerlijk om weer een baby vast te houden.

Je bent een engeltje. -Kijk die hemden nou.

Je krijgt een mooie grote kamer.

Waar slaapt hij? -In Tommy’s kamer.

En Tommy slaapt in Bens kamer. Zo kan ik hem horen huilen.

Het is best eng, zo'n vreemd huis en zonder z'n ouders. Maar hij is zoet.

Ik ga niet naar de Dixons, maar jij wel. Ruth verheugt zich op je komst.

Ik ga niet. Nee, niks ervan.

Het zijn jouw vrienden. -Belachelijk. En ik heb geen eten.

Alleen een kliekje van gisteren.

En Delilah? -Die maakt Kay’s kamer klaar.

Wie slaapt daar dan? -Jij.

Daar kan je hem niet horen huilen. Kay wilde niet dat je gestoord werd.

Alles is klaar.

Delilah, wil je deze steriliseren? -Dat weet ik heus nog wel.

Leuk hè, zo'n baby'tje? -Geweldig. Prachtig. Enorm.

Ik keek altijd uit naar de zondag. Geen wekker, geen trein, geen werk.

Alleen maar lekker uitstapen.

Dit moet je echt Zien. Hij is zo snoezig.

Hoe laat is het? -Zes uur.

Ga maar weer lekker slapen. Zeg eens dag.

Zondagmiddag wou ik golfen. Van Ellie moest ik tijd met de baby doorbrengen.

Drie kwartier later viel hij eindelijk in slaap.

Hier is jullie bal.

Het waren aardige jongens. Ik had het naar m'n zin.

Het was een leuk potje. Zou ik Ellie erover vertellen?

Ze zou het vast maar raar van me Vinden.

Wat moet u met mijn...

Het spijt me.

Misschien had Ellie hem wel opgehaald.

Ik ben met het Vliegtuig gekomen. Ik miste de baby zo.

Waar is hij trouwens? -Hij is met je vader mee.

Naar de politie, en Vlug.

Hallo, is daar iemand?

Agent, heeft iemand een baby afgeleverd? Ik ben hem kwijt.

Is het uw kind? -Nee, dat van m'n dochter.

Waar bent u hem verloren? -In het park.

Hij lag in z'n kinderwagen. Ik was maar 'n tel weg.

Een tel? -Misschien vijfminuten.

Ik ging kijken bij het voetballen. -En u vergat uw kleinzoon.

Ja, dat is zo. -Nou, prachtig hoor.

Je vergeet je eigen kleinkind. Ben je soms niet goed Wijs?

Zo mag u niet praten. Heeft u me wel gehoord?

Er wordt een kindje vermist.

Doe uw plicht. Doe een tv-oproep. Geef z'n signalement door.

Hij is zes maanden oud, en hij draagt zo'n Wit... nou ja, zo'n babypakje.

Hij droeg een petje, geloof ik.

Wat voor kleur ogen heeft hij? -Bruin, blauw, weet ik veel.

Weet u wel zeker dat het een jongetje is?

lk verwijt het mezelf ook.

M'n dochter wacht op hem. Ik word gek.

Ik wil alles doen. Ik loof een beloning uit. Help me toch.

We hebben uw baby gevonden. -Godzijdank.

Maar u was wel een half uur weg.

Zit hij binnen? -Ja. Maar wacht eens even.

Ik bel uw dochter om 't te controleren. -Doe dat alstublieft níet.

Ik durf het m'n dochter niet te vertellen.

Ik wil alles doen, maar geef me het kind. Ik ga er meteen mee naar huis.

Ik zal het voorstellen aan de anderen.

Ze vinden hem nogal leuk. Als u hem verwaarloost, zult u het bezuren.

Jongens, ze komen hem halen.

Ik was bang voor wat er zou gebeuren. Als hij nu ging huilen, hing ik.

Ik deed een schietgebedje. Laat hem deze keer niet gaan huilen.

Kom jongen, we gaan naar huis.

Kom maar.

Zo is ie 'n brave jongen.

Vanaf toen kon hij me om z'n vinger Winden.

Eindelijk werd hij dan gedoopt.

Z'n grootouders, ouders en peetouders waren er allemaal bij.

Ik vond het zielig voor hem dat we hem de naam Herbert gingen geven.

Laat de kinderen tot Mij komen, want voor hen is het Koninkrijk Gods.

Toen Kay het nieuws vertelde, was ik fel tegen geweest.

Ik was woedend op allebei.

Door mij opa te maken, maakten ze een eind aan m'n prettige leven.

Nu kon ik me het leven zonder hem niet voorstellen.

Nu en voor altijd. -Amen.

Het grote moment was aangebroken. De spanning steeg.

Hoe zou hij reageren als de dominee hem pakte? Zou hij gaan huilen?

Nee hoor. Hij vond het onbekende gezicht van de dominee interessant.

Geef dit kind z'n naam.

Stanley Banks, ik doop u...

in de naam van de Vader, de Zoon...

en de Heilige Geest.

We ontvangen dit kind in de gemeente van Christus, en geven hem...

Stanley Banks, m'n kleinzoon.

M'n eerste kleinkind.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.