Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
SCHRIJFCENTRUM SHERSTON 2015
'Lord Quincey, heerst over butlers...
en bediendes die alleen in zijn rijke fantasie bestaan.
Het huis is een omhulsel, een lege provisiekast...
het platteland verwoest door een sprinkhanenplaag van moderne politiek...
en oude haat.
"En dus heeft die arme hond niks," mompelt hij...
niet bewust dat hij de hond is.'
Bedankt.
Opmerkingen?
Wees niet verlegen. Ik heb commentaar gegeven op jullie werk.
Je mag commentaar geven op het mijne.
Ja. Jij bent?
Lee Jaffrey.
Ja. Natuurlijk. Toe maar.
Ik vond het goed.
Het was interessant en gewoon erg interessant.
Ja.
Ik snap het niet.
Wat valt er te snappen?
Waar gaat het over?
Over heerschappij.
Over de aristocratie. Over de instorting van beschaving.
Ja. Dat is geweldig.
Maar zijn er moorden?
Nee. Het is geen moordmysterie.
Geen whodunit. Het gaat over iets wat ertoe doet.
Wat maakt dat uit? Mag je er niet van genieten?
Vraag je me dat echt?
Dus je schrijft geen Atticus Pünd meer. -Atticus Pünd.
Als dat is wat je verwacht, dan verdoe je je tijd...
en die van mij.
Het was maar een vraag.
Hoe heet jij ook alweer?
Brent.
Brent.
Ik zal je niet vergeten.
Brent, de tuinman van Pye Hall...
woonde in een smerig huisje dat hij van zijn moeder had geërfd.
Ze was al lang dood.
En nu woonde hij alleen.
De volgende ochtend duwde hij zijn vuile was uit de weg...
en de padvindersbladen die hij graag las...
en tilde hij 'n plank op om naar zijn gestolen eigendom te kijken.
Dit was natuurlijk onderdeel van de buit...
van Sir Magnus Pye die bij het meer gevonden was.
En die gestolen was door inbrekers.
Brent had natuurlijk geen idee van de werkelijke waarde...
maar hij wist tenslotte niet veel van bijna alles.
EINDE
Jij bent vroeg op.
Heb je goed geslapen?
Nee, niet echt.
Koffie?
Bedankt.
Ga je nu al weg?
Ik moet terug naar Londen.
Susan, ben je nog boos op mij? Gaat dit om mij en Alan Conway?
O, nee. Nee.
Nee, dat is het niet.
Het is iets anders.
Andreas.
Vertel.
Waar moet ik beginnen?
Iemand stuurde me een e-mail.
Vraag me niet wie. Het was anoniem.
Hij kwam gisteravond binnen van 'n account dat ik niet ken.
Over Andreas? -Ja.
Wat stond erin?
Hij werd ergens van beschuldigd.
Laat eens zien. -Nee.
Nee. Ik moet hem gewoon zien.
We zoeken het uit.
En luister.
Dat van gisteravond doet er niet toe.
Echt. Het maakt niet uit.
Ik moet gaan.
Blijf je niet ontbijten? -Nee, bedankt.
Ga je naar het ziekenhuis? -Later deze ochtend. Ja.
VAN JAMES TAYLOR
Hoi.
Dat was snel.
Ik was op weg naar Londen. -Kom binnen.
Wat vond je van mijn speech na de begrafenis?
Heb je het gehoord? -Grotendeels.
Was ik niet te gemeen?
Een beetje.
Ze haten me. Noemen me een golddigger. Een gay golddigger nog wel.
Je bent te streng voor ze. -Nou en?
Ik hoef ze nooit meer te zien.
Ik had niet verwacht jou weer te zien. Koffie?
Nee, dank je.
Je zei dat je iets voor mij had.
Zoek je dat hoofdstuk nog?
Heb je het gevonden?
Helaas, ik heb overal gezocht.
Deze plek is zo'n puinhoop.
Je weet niet hoe graag ik hier weg wil.
James...
Sorry. We hebben Alans werkkamer doorzocht...
waar hij alles bewaarde, maar op mijn laatste dag hier...
vlak voor hij stierf, lag er hier een exemplaar.
Weet je waar het is? -Nee. Maar iemand kan het gepakt hebben.
Zijn zus kwam die dag langs. Ik zag haar toen ik vertrok.
Waarom zou zij het hebben? -Ze is boos op hem. Zij typte alles...
maar ze hadden ruzie.
Juist.
Ik dacht dat het zou helpen.
Nee. Bedankt. Nee, dank je.
Nu ik hier ben, mag ik je iets...
Ja, hoor. -...vragen?
Heb je deze man ooit ontmoet?
Ik herken hem niet. Nee.
Is hij hier nooit geweest?
Ik denk het niet.
Hoe heet hij?
Andreas Patakis.
Hij gaf les op dezelfde school als Alan. Voor Alan schrijver werd.
Wacht even, die naam zegt me wel iets.
Andreas Patakis. Hij is Grieks. Alan heeft me over hem verteld.
Hij wilde geld.
Hoe weet je dat?
Wat is er?
Het irriteert je duidelijk.
Iemand die ik heb gekend.
Andreas Patakis.
Een leraar Grieks.
Hij komt hierheen.
Hoe kwam hij aan je e-mail? -Goede vraag.
Wat wil hij?
Wat denk je dat hij wil? Het is wat iedereen wil.
Wat jij wilt. Geld.
Ik wil je geld niet.
Hij kende me van vroeger en wil hier komen...
en doen alsof ik een bank ben.
Wat ga je doen?
Laat hem maar komen.
En als hij dan hier is, zeg ik dat hij op moet rotten.
Als Alan hem geen geld ging lenen...
waarom wilde hij 'm dan ontvangen? -Dat vond hij leuk.
Hem helemaal hierheen laten rijden en dan nee zeggen.
Kwam hij naar Abbey Grange?
Ik heb geen idee.
Is hij een vriend van je?
Ja.
Het spijt me.
Ik kan het niet geloven.
Andreas was erbij. -Hij heeft tegen je gelogen.
Hij zei dat hij zaterdag rond lunchtijd zou komen...
maar dat hij 's avonds wat had.
Een bezoek bij Alan Conway?
Nee, dat zei hij niet.
Hoe laat kom je morgen? -Rond lunchtijd.
's Avonds moet ik weg. -Waarheen?
Een repetitie voor het toneelstuk. -Je was laat thuis. Waar was je?
Dat zei ik je, het toneelstuk.
Zo gaat dat bij een moordonderzoek.
Je had je moeten voorbereiden.
Iedereen liegt.
Niet Andreas.
Hoe beter je iemand kent, hoe groter de kans dat hij je bedriegt.
Alleen in jouw wereld. Niet die van mij. -Zijn ze zo verschillend?
Het slaat nergens op.
Waarom zou Andreas Alan Conway vermoorden?
Hij wilde geld lenen voor zijn hotel. En toen Alan weigerde...
heeft hij het van zijn neef geleend.
Heeft hij je dat verteld? -Leningen worden zo vaak afgewezen.
Dat betekent niet dat ze de bank gaan opblazen.
Goed. Waarom zou hij hem doden?
Waarom doodt iemand een persoon?
Goede vraag. Heb je het antwoord?
Ik kan vier redenen bedenken.
Angst, jaloezie, woede en verlangen.
Er moeten er meer zijn.
In mijn ervaring, komen de extremen van menselijk gedrag...
altijd neer op die vier dingen.
Angst, afgunst...
Woede, verlangen.
Andreas zou niet zomaar iemand vermoorden.
Zo is hij niet.
Hij moest zijn hotel op Kreta financieren.
Hij vroeg Alan niet uit verlangen, maar uit wanhoop.
Om als Griek afgewezen te worden, vernederd...
Kun je uitstappen?
Wil je dat ik wegga?
Ik gaf slechts enkele mogelijkheden door. -Ja. Ik wil ze niet horen.
Ja?
Herken je me niet meer?
Ja.
Kan ik je nog eens spreken?
De vorige keer, vroeg ik over Magpie Murders, over het manuscript.
Je zei dat je het niet gezien had. -Dat klopt.
Nou, het spijt me, Claire.
Ik geloof je gewoon niet.
Er was 'n exemplaar in het huis van je broer toen je hem bezocht.
Dat was daarna weg.
Wie heeft je dat verteld? -Maakt niet uit.
Was het James? -Ik ben onderweg naar Londen.
Ik wil alleen weten of je 't gelezen hebt.
Je wist dat je erin stond. De vorige keer...
zei ik dat je een personage in het boek was.
De oude vrijster.
Ja. Het verbaasde je niets.
Omdat je het al gelezen had.
Ik had een stukje gelezen. -Jij pakte het manuscript.
Ja.
Heb je dat nog?
Nee, ik heb het verbrand.
Ik wist niet wat ik deed. Ik zou het niet teruggeven.
Ik wilde het hier niet hebben. Ik wilde er vanaf, dus deed ik dat.
Heb je het laatste hoofdstuk niet gelezen? -Ik heb zes pagina's gelezen.
Dat was genoeg.
Je hebt geen idee hoe het was.
Ja, ik ben alleen.
Ja, ik heb geen geld. Dat is geen reden om mij belachelijk te maken.
Om van mij een groteske loser te maken.
Claire, Clarissa. De zielige zus.
Iedereen die dat las, wist dat ik dat was.
Daar had hij het recht niet toe.
Ja. Mee eens.
Hij vernederde mij al voor hij Magpie Murders schreef.
Ik was zijn secretaresse, zijn hulpje.
Ik werkte voor tien pond per uur...
terwijl hij pronkte over hoeveel geld hij had...
hoe beroemd hij was geworden, terwijl ik hier vastzat.
Zelfs toen ik hem wilde helpen...
en hem voorstelde aan inspecteur Locke...
voor zijn onderzoek, gebruikte hij dat tegen mij.
Hij werd ook een personage.
Miss Ryeland.
Mag ik vragen wat u hier doet?
Herr Pünd.
Hij schreef hem er zonder toestemming in...
en hij klaagt er nu nog over.
Alan was nooit dankbaar.
Hij was nooit aardig.
Ik ben blij dat hij dood is.
Echt waar.
Daar ben je, Pünd. Ik heb je overal gezocht.
James, mag ik je iets vragen?
Ja?
Iemand van het leven beroven is de grootste misdaad die er is.
Vind jij dat ook? -De meeste mensen vinden dat. Ja.
Hoe zit het met je eigen leven?
Is het gelijkwaardig?
Wat een rare vraag.
Waarom vraag je dat?
Zomaar. Ik zat aan mijn boek te denken.
Daar is nu geen tijd voor. Stap in.
Inspecteur Chubb zoekt u.
Juist.
Over de duivel gesproken. Ga maar. -Meneer.
Fijn dat je er bent, Pünd.
Ik was bezig met die zilveren broche.
Heb je iets gevonden?
Inderdaad.
Verbazend wat je vindt in zo'n rustig dorpje.
Kom, volg mij.
Ik heb 't Mr Pünd al verteld.
Ik heb 'm in goed vertrouwen gekocht. Een lokale markt.
En nu is ie weg.
Voor hoeveel heb je 'm verkocht? -Weet ik niet meer. Gemma?
Drie pond. -Aan wie?
Hij gaf geen naam.
Je zei dat hij het gereserveerd had.
Dave. Meer zei hij niet.
Weet u dat er onlangs een inbraak was in Pye Hall?
Ik hoorde iets.
En niet lang daarna stierf Sir Magnus Pye.
Je suggereert toch niet...
We weten wie je bent, Mr Whitelaw.
Mr Pünd dacht je te herkennen en je was makkelijk te vinden.
Jack Whitelaw, lid van de zogenaamde Mansion Gang.
Ze deden inbraken in Kensington en Chelsea.
Wilde je je hier verstoppen? -Dat doen we niet.
We zijn opnieuw begonnen. -Met wat? Gestolen goederen ontvangen?
Ons leven.
We wisten niet dat het gestolen was. -Omdat je het niet vroeg.
Waar is het?
Ik wist niet dat het iets te maken had met Sir Magnus.
Het is niets waard. Een paar shilling. Een halve kroon.
Niet veel meer.
Jullie laten ons ook nooit met rust.
Krijgen wij geen tweede kans?
Wie heeft het je verkocht?
Hij zei dat het waardeloos was. Hij gaf me een pond.
Dat is het punt niet, Mr Brent.
Waar is de rest?
Meer is er niet.
En dit.
Jij hebt dit van Sir Magnus gestolen. -Nee. Dat is niet waar.
Hoe kom je er dan aan?
Ik heb ze gevonden.
Waar?
Het was hier.
Wat? Ze lagen gewoon op de grond?
Ze lagen in het gras.
Ik vond ze tijdens het maaien. -Op welke dag?
De dag na de inbraak.
Je wist wat er uit Pye Hall was gestolen?
Ja.
Dit maakte deel uit van de collectie...
Romeinse oudheden van je werkgever.
De dieven verloren het tijdens hun vlucht.
Waarom gaf je het niet aan hem terug?
Waarom zou ik? Hij heeft me ontslagen.
Hij gaf mij de schuld, ook al was het mijn schuld niet.
Ze waren toch verzekerd. Het waren er maar twee.
Weet je dat zeker? Hou je niets achter?
Dat was alles. -Toch had je het...
aan de politie moeten geven. Vooral omdat...
je werkgever plotseling stierf.
Bewijs achterhouden.
Diefstal.
Genoeg om je voor de rechter te slepen.
Ik heb ze gevonden. Ze waren bijna niets waard.
Ze waren echt veel meer waard.
Het ziet er somber uit, niet?
Inderdaad, James.
Dit is waar Sam Blakiston al die jaren geleden stierf...
en waar alle problemen...
die we onderzoeken begonnen.
Wat er toen gebeurde is nu relevant?
Verleden en heden. Het een voedt het ander. Ze zijn onafscheidelijk.
Mary Blakiston liep hier elke dag langs op weg naar haar werk.
Ik weet niet hoe ze het deed.
Mary Blakistons portierswoning waar zij en haar zoons woonden.
Inspecteur, ik wil u twee dingen vragen.
Ten eerste, dat duikers dit meer ingaan om te zien...
wat ze ontdekken.
Wat verwacht je te vinden? Nog een lijk?
Ik hoop het niet.
Ik wil ook toegang tot de portierswoning.
We hadden er eerder moeten komen. -Dat is vast zo geregeld.
Ik heb een sleutel. -Nou dan.
Ga maar vast.
Ik zal met het meer beginnen.
Het huis is leeg.
Wat verwacht je te vinden?
De doden laten altijd iets achter.
Herinneringen.
Nee, James. Meer dan dat.
Ga je niet met ons mee, Mr Brent?
Ik ging nooit naar binnen toen het gezin hier woonde...
en dat doe ik nu ook niet.
Doe de deur op slot als je klaar bent.
We gaan in juli trouwen.
Nee.
Pardon?
Je trouwt niet met mijn zoon.
Mam.
Ik denk aan toekomstige generaties.
Ze moeten schoon blijven. Ik sta het niet toe.
Dat meent u niet.
Geen sprake van. Oké.
Ik waarschuw je, Robert.
Dit huwelijk gaat niet door.
Kom op, Bella.
Mama.
Dit huis.
Help me, alsjeblieft. Mama.
Voel jij het ook?
Een kinderkamer.
Maar van welk kind?
Geef hier, Sam.
Geef hier, Sam.
Het is van mij.
Wat vind je ervan?
Mary Blakistons naaikamer.
Een kamer met uitzicht.
Bella. Kom hier, meid.
Kijk, James.
Bella.
Dat was de hond van de kinderen.
Wat doet die halsband hier?
Dat is inderdaad de vraag.
Dit is interessant.
Ik had dit echt nodig. Ik kreeg de kriebels van dat huis.
De portierswoning. Ja.
Het had veel herinneringen. Maar dit. Dit is van groot belang.
Mary Blakiston had een dagboek.
Het is meer dan een dagboek.
Dit is een verslag van bijna iedereen die in Saxby-on-Avon woont.
Kijk hier, James.
Ze ontdekte de waarheid over Jack Whiteley.
Denk je dat ze hem chanteerde? -Dat is inderdaad de vraag.
Misschien heeft hij haar van de trap geduwd.
En niet haar zoon.
Hij zou alles hebben gedaan om zijn geheim te verbergen.
Het hele dorp staat erin, het kan iedereen zijn.
Er zijn er voor wie kennis geld en macht betekent.
Er zijn anderen die ervan genieten omdat het hen plezier geeft.
Het gevoel van controle.
Was Mary Blakiston meer zo?
Ik bestudeer dit vanavond.
Kijk hier eens, James.
Zegt dit niet veel over de moord op Sir Magnus?
Waar zie je precies?
Het is niet wat er staat.
Maar hoe het is geschreven.
Daar is de oplossing te vinden.
ANTIEK
Mary Blakiston?
Een bemoeial.
Ik had geen interesse in haar. -Maar zij had wel interesse in jou.
Had ze dat? Dat heeft ze me nooit verteld.
Geen woord.
De laatste keer dat ik hier was...
zei je dat je je broer nooit geschreven had over...
de ontwikkeling van Dingle Dell.
Dat klopt.
Maar Mary Blakiston zegt wat anders in haar dagboek.
Is dat zo?
Ze heeft je gezien.
Je fietste naar het huis en bezorgde een brief.
Je dacht dat er niemand was.
Je broer en zijn vrouw waren op vakantie...
de week voor hij vermoord werd.
Ze heeft het mis of ze liegt.
Nu is ze dood. Ze kan zelf niet antwoorden.
Precies.
Toch beweert ze dat ze je 'n brief zag bezorgen.
En er werd een dreigbrief ontvangen.
Hij was getypt met een Brown Optima Elite-typemachine.
Dit is een typemachine van hetzelfde merk.
Wat als ik het was? Het is een vrij land.
Ik heb geen wet overtreden. -Je hebt gedreigd.
Ik gebruikte sterke taal.
Dat is soms nodig als je ergens in gelooft.
Het doet er nu niet meer toe.
Dingle Dell is gered.
Die ontwikkeling gaat niet door.
We hebben gewonnen.
Ja.
Ik vrees dat het bij haar karakter hoorde.
Ze had veel interesse in de lokale bevolking.
Dat is mild gezegd.
Het is mijn taak om dingen mild te zeggen, Mr Fraser.
Goed punt.
Had ze nauwe banden met de kerk? -Mary heeft ons veel geholpen.
Bloemstukken.
Oogstfestival.
Is het mogelijk dat ze hier informatie heeft verkregen?
Absoluut niet.
Ik verzeker je dat ik altijd discreet ben over het leven van mijn parochianen.
Ik zou hun vertrouwen nooit verraden.
Dat bedoelde ik niet.
Was de begrafenis goed bezocht?
Ja. Ja.
Mary had veel vrienden in het dorp.
U weet dat ze ruzie had met haar zoon...
de dag ervoor?
Het was ongelukkige timing.
Mensen zeggen vaak dingen waar ze spijt van hebben...
maar ik ken Robert al zijn hele leven en het was vast niet kwaad bedoeld.
Hij was er ook?
Inderdaad.
Hij was erg van streek.
Mary Blakiston maakte Saxby-on-Avon een betere plek voor iedereen...
of ze nu hielp in de kerk, geld inzamelde voor de politie...
of bezoekers ontving in Pye Hall.
Haar zelfgemaakte taarten waren altijd de ster van het dorpsfeest...
en haar bloemstukken waren 'n goede reden om naar de zondagsdienst te gaan.
Hoewel we hier vandaag rouwen om haar vertrek...
moeten we ons ook herinneren wat ze achterlaat.
Nee. Nee.
Robert leed er echt onder.
Hij sprak niet eens met zijn vader.
Hij verliet het kerkhof meteen na de dienst.
Zijn vader was er ook?
Matthew Blakiston. Ja.
We hielden contact nadat hij het dorp verliet...
en ik vertelde hem wat er gebeurd was.
Dominee Osborne.
Zou ik een kopie van de preek kunnen krijgen?
Vergeef me dat ik u een persoonlijke vraag stel.
Wat kunt u me vertellen over ene Charles Dartford?
Charles. Wat wil je weten?
Hij is een vriend van me.
Een financieel adviseur.
U was bij hem in Londen op de avond dat uw man overleed.
Ja.
Is hij een goede vriend van u?
Insinueert u iets, Mr Pünd?
Mary Blakiston heeft bepaalde dingen over u gezegd, Lady Pye.
Ze had een dagboek.
Dat verbaast me niets.
Ze zag zichzelf graag als de spin in het hart van 't web...
haar gif spuwend. -Wanneer sprak u haar voor het laatst?
We spraken elkaar elke dag. Ik belde haar de ochtend dat ze stierf, ze nam niet op.
Ik dacht dat er iets mis was.
Ik heb haar nog twee keer gebeld, maar ze was al dood.
Heeft ze u nooit over Charles Dartford verteld?
Nee.
Of uw man?
Ik snap wat je bedoelt. Maar, nee.
Ze heeft me nooit bedreigd.
En zoals ik al zei, was ze in de ban van Magnus.
Ze zou hem nooit boos hebben gemaakt.
Ik kan gerust zeggen dat mijn geheimpje veilig was bij haar.
En nu zeker.
Gaat het? -Ja.
Goed gedaan.
Niet te geloven.
Dit is de rest van Sir Magnus' spullen.
Dat klopt, inspecteur.
Ik snap het niet.
Waarom zou je het stelen om het in het meer te gooien?
Omdat het geen inbrekers waren.
Wacht, hoe wist je dat dit hier was?
Dat was simpel.
Brent vond het beeldje en de broche op het grasveld.
Daarover liegen zou hem niet helpen. Dus de vraag is: Hoe komen ze daar?
Ze zijn verloren. -Precies.
Als het echte inbrekers waren...
hadden ze het zilver meegenomen via de oprit.
En als ze te voet waren?
Dan waren ze nog zo vertrokken.
De voorwerpen zijn gevonden tussen het huis en het meer.
Dus de inbraak... -Er was geen inbraak.
Wie er ook inbrak enkele dagen voor de moord op Sir Magnus...
deed dat om een andere reden.
Wat voor reden?
Binnenkort wordt alles duidelijk, inspecteur.
Het maakt me gek. Als jij iets weet, waarom zeg je het dan niet?
Iets weten is niet genoeg. Wanneer ik alles weet zal ik het zeggen.
Weet je wie Sir Magnus heeft vermoord? -Ik denk het wel.
En Mary Blakiston?
Dat is veel simpeler.
Zeg het maar.
Mary Blakiston is vermoord door Frances Pye.
Lady Frances. Dat meen je niet?
Ik meen het.
Dat heeft ze ons zelf verteld.
Waarom? Ik denk omdat Mary van haar affaire wist.
Nee. Dat is helemaal niet de reden.
Wat dan?
Denk na.
Herinner. Analyseer.
Dan zul je het weten.
Dit is Andreas.
Ik ben er niet.
Laat een bericht achter na de toon.
Andreas, ik ben het.
Ik moet dingend met je praten.
Ik heb berichten ingesproken. Bel me snel terug.
Andreas. -Susan? Wat is...
Ik probeerde je te bereiken. Waarom bel je me niet terug?
Ik heb mijn telefoon niet. -Ik heb je gebeld, ge-sms't.
We moeten praten. -Niet nu. Ik geef les.
Wat is er aan de hand?
Behoorlijk veel.
We beginnen met Kreta.
Heb je een besluit genomen? -Hoe kom je aan het geld?
Voor het hotel? Dat weet je. -Van je neef Yannis.
Van wie? -De bank. Weet ik veel. Maakt het uit?
Je hoefde niets te betalen? Ieder de helft?
Zoveel geld heb ik niet. -Ik ben niet zeker van wat ik weet.
Ik begrijp het niet.
Wat is er?
Dit.
Hoe kom je hieraan? -Iemand heeft het me gestuurd.
Wie maakte 'm?
Geen idee. Ik neem aan wie het gestuurd heeft.
Wat denk je dat je ziet?
Is dat niet duidelijk?
Niet per se.
Zeg jij het maar.
Wat wil je weten?
We beginnen met zaterdag. Je bent naar Suffolk gereden.
Naar zijn huis. -Ja.
Hoe wist je eigenlijk waar hij woonde?
Van je computer.
Heb je die gehackt? -Nee. Je liet hem open.
Je zei dat je het toneelstuk moest repeteren.
Je neef Yannis heeft geen geld. Je bent naar Suffolk gereden.
Je vroeg Alan om 'n lening en toen hij je afwees...
nam je hem mee... -Stop. Stop.
Rustig aan.
Luister.
Polydorus, het hotel...
is een kans om mijn leven te veranderen.
Je weet dat ik niet graag lesgeef. Het voelt als tijdsverspilling.
Ik ben gebleven om één reden.
En dat ben jij. -Zeg dat nou niet.
Maar het is waar. Ik wil naar huis.
Ik wil dat je meegaat. We zullen daar gelukkig zijn. Je zag de foto's.
Een stukje hemel... -Je hebt tegen me gelogen.
Je vroeg Alan om het geld.
Ik had niet moeten liegen, ik had geen keus. Ik had 150.000 euro nodig.
Waar zou ik zoveel geld kunnen krijgen?
Maar, Alan?
Ik kende hem al voor jou. Vergeet dat niet.
We gaven les aan dezelfde school en we waren vrienden.
Je sliep met zijn vrouw.
Dat heb je mij ook niet verteld. -Wat is er?
Ik datete haar voor Alan en voor ik jou ontmoette.
Waarom zei je dat niet? -Waarom zou ik?
Heb je mij over al je mannen verteld?
Ik was getrouwd en gescheiden. Je bent niet de eerste vrouw.
Dat doet er nu niet toe. Vertel me over Alan.
Waarom ik hem vermoord heb?
Vertel me gewoon alles.
Goed.
Ja. Hij was de rijkste man die ik kende.
Hij had miljoenen, zoals je vaak zei.
Ik had niet achter je rug om moeten gaan. Het spijt me.
Ik wist wat er zou gebeuren als je erachter kwam. Je haatte Alan.
Je haatte hem altijd al en zou boos zijn. -Ik ben boos.
Voor mij was het alleen maar geld.
Een middel tot een doel. -Maar je hebt het niet.
En daarom heb ik hem van de toren geduwd?
Het is een reden. -Maar niet de reden.
Er is geen reden.
Ik deed niet waar je me van beschuldigt.
Wie zei dat ik het geld niet kreeg?
James Taylor, zijn partner. -James weet niets. Hij was er niet.
Ik reed er die zaterdag heen, op de dag dat hij stierf.
Het was de eerste keer dat ik zijn huis zag.
Ik wilde alleen maar naar binnen, eruit en terug naar jou.
Dat is lang geleden, Andreas.
Je ziet er goed uit.
En jij ook.
Geweldig huis.
Geef je nog steeds les?
Ja.
Een privéschool in Londen.
Wil je wat drinken? -Nee. Ik moet vanavond weer terug.
Wat brengt jou naar Suffolk? Niet voor herinneringen.
Deels.
Zou je me kunnen helpen?
Een gesigneerd exemplaar? -Nee. Nee.
Hoewel ik ze heb gelezen.
Ik vind ze goed. -Wat een geluk.
Net als 18 miljoen anderen.
Je had het altijd over schrijven toen we op school zaten.
Maar nooit moordmysteries.
Dat was Melissa's idee. -Hoe gaat het met haar?
Geen idee. Wat wil je mij vragen?
Je wilt dat ik je help.
Ik ga terug naar Kreta.
Een neef van me wil een hotel kopen. Met mij.
Het is een goede locatie, dicht bij Agios Nikolaos...
wat een populaire toeristenbestemming is.
Zeven slaapkamers. Een terras met een restaurant.
Een bar... -Pardon.
Waarom vertel je me dit?
Zou je misschien een partner willen zijn?
Het spijt me. Ik kan geen hotel runnen.
Nee, een financiële partner.
Je bedoelt geld.
Hoeveel?
Honderdvijftigduizend euro.
Dat is zo'n 130.000 pond.
Ja. Ik ken de wisselkoers.
Het is een goede investering.
De economie herstelt zich en Kreta is enorm toeristisch.
Hou maar op.
Je verspilt je tijd.
Het is niet persoonlijk. Ik heb je tien jaar niet gezien...
en ik vind het nogal vreemd dat je jezelf hier uitnodigt...
en denkt dat ik interesse heb in een project...
waar ik niets van weet op een plek waar ik nog nooit geweest ben...
en nooit zal komen.
Het is niet zo'n groot bedrag. -Voor jou of voor mij?
Ik dacht dat je het zou overwegen. -Ik ben bang dat je het mis had.
Dan zal ik je niet langer ophouden. Bedankt.
Kun je Susan niet vertellen dat ik hier was?
Susan?
Ryeland. -Ken je haar?
We zijn al een tijdje samen.
Ik wil haar graag meenemen.
Toen veranderde alles.
Opeens was hij aardig. -'Aardig'?
Zo zou ik Alan Conway niet omschrijven.
Hij was veranderd.
Susan is mijn redacteur.
Natuurlijk. -Ze levert geweldig werk.
Ze weet niet dat je hier bent? -Ze zou me vermoorden.
Zeker weten.
Je had me dat moeten vertellen, want...
ik ben klaar met Atticus Pünd.
Dat heeft ze me nooit verteld. -Ze weet het niet.
Magpie Murders is de laatste.
Ik wil haar graag bedanken.
Ik vraag niet om een cadeau, Alan.
Dat weet ik. Zoals je al zei, financieel partner in een hotel.
Het zou een manier zijn om onze relatie voort te zetten.
Wil je echt niets drinken?
Nou, misschien een kleintje.
Ik zal je eerst rondleiden.
Susan is hier nog nooit geweest. Ik weet niet waarom.
Hij belde zijn advocaat Sajid Khan.
Hij wilde een simpel contract.
De hele som, 150.000 euro.
Hij was echt heel aardig.
Het uitzicht hier is prachtig.
Op een heldere dag kun je Norfolk zien.
Ik kom hier als ik klaar ben. Ik kan me hier ontspannen.
Verdomme. Het spijt me.
Het is Sajid.
Je kunt volgende week gaan. Dan is alles klaar.
Hij heeft toegang tot het geld.
Dat is geweldig.
Ik ben sprakeloos.
Ik wil je eerste gast zijn.
En ik verwacht geen rekening.
Dus je hebt het geld?
Zijn advocaat belde me na zijn dood.
Ik beheerde bepaalde fondsen voor Mr Conway.
Hij wilde u dit per se geven.
Wat attent van hem.
De schuld komt op naam van het landgoed.
Ik zal de terugbetalingen regelen en...
de rente.
Bedankt.
Dus je hebt hem niet vermoord.
Ik omhelsde hem.
Misschien was ik te emotioneel, maar ik ben Grieks.
Ik wilde hem bedanken.
En dat is wat je hier ziet.
Wat doe je?
Ik stuur het naar mezelf.
Een foto zegt meer dan duizend woorden.
Het spijt me.
Is dat zo?
Je weet dat hij je het geld gaf omdat het controle over mij gaf.
Dat is misschien waar.
Maar maakt dat nog wat uit?
Andreas, je loog tegen me.
Jij zag wat ik zag.
Wat moest ik dan denken?
Maar je kent me.
We zijn al zes jaar samen. We zijn vrienden, een koppel.
Je kent me beter dan wie dan ook en je denkt dat ik het gedaan had?
Dat ik iemand kan vermoorden door ze te duwen.
Ik had het mis.
Nee.
Ik dacht dat ik met jou naar Kreta ging en dat we eindelijk gelukkig zouden zijn.
Maar ik had het mis.
Het spijt me.
Ondertiteling Vertaald door: Wilhelmus Siers
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.