Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Begin niet met een flashback.
Waarom niet? -Ten eerste is het verontrustend.
ZEVEN JAAR EERDER
De tijd tikt door. -Van 1944 tot 1953.
Dat heb ik geschreven.
Het grootste deel van je boek speelt in 1953.
Daar voelen de lezers zich vast het meest op hun gemak.
Hoe weet je iets over mijn lezers?
Alan. -Ik heb 200.000 boeken verkocht.
En ik heb jou geholpen.
Ik zeg alleen maar...
dat we al weten dat Atticus Pund in 1944 in een nazikamp zat...
omdat je dat in de eerste twee boeken zei.
Hij begrijpt het kwaad, omdat hij het heeft meegemaakt.
Ja, en dat snap ik...
maar laten zien dat hij kou lijdt, honger heeft en zich ellendig voelt...
voegt niets toe.
Al die gruwelen zijn niet de reden dat mensen je boeken kopen.
Waarom kopen mensen mijn boeken, Susan? -Ze willen weten wie het heeft gedaan.
Ja, dat is precies mijn punt.
Zeven maanden, 90.000 woorden, om erachter te komen dat het de butler is?
Alan, je hoeft je niet te schamen.
Je boeken zijn briljant vermaak.
En alle serieuze zaken, zaken met betekenis...
alles wat te maken heeft met de menselijke conditie...
is allemaal irrelevant?
Je boek gaat over een serveerster...
die vermoord wordt nadat ze een stel rozen krijgt.
Ik zie niet in hoe een hoofdstuk in Auschwitz helpt.
Misschien moet jij dan geen eindredacteur zijn.
Hij was veruit onze meest succesvolle schrijver.
Maar hij was de enige met wie het niet klikte.
We zijn natuurlijk kapot van zijn dood. -Maar je hebt zijn nieuwe boek.
Ja. We werken eraan.
Als we het boek en de oude boeken hebben, is er geen probleem met onze deal.
Wat belangrijker is, is dat jij iets beslist.
Ik begrijp het. -Dat weet ik nog zo net niet.
De pers cirkelt al rond.
We moeten een verklaring afleggen zonder suggestie van innerlijk conflict.
Er is geen conflict. -Wat als ik geen CEO wil zijn?
We zouden teleurgesteld zijn.
Maar ik kan wel aanblijven als eindredacteur.
Dan moeten we een CEO werven.
Dat moet je bespreken met hem of haar.
Juist.
We willen het binnenkort aankondigen en hebben alle vertrouwen in je.
Maar we moeten wel snel een beslissing van je horen.
Natuurlijk.
'Zolang we het boek en de oude boeken hebben.'
Ja. Ik heb het gehoord.
Heb je iets gevonden in Suffolk?
Nee, dat zei ik al. Alles was weg.
Notitieboekjes, eerste versies, kopieën. Alles.
Door wie? -Ik denk door de moordenaar.
Wat?
Hebben ze hem vermoord voor z'n boek? -Ik weet het. Het is niet logisch.
Dat huis van hem, wanneer zag je het voor het laatst?
Ik ben al vijf of zes maanden niet in Suffolk geweest.
Hij heeft de naam veranderd. Het heette Ridgeway Hall toen hij het kocht.
The Adventure of the Abbey Grange, een Sherlock Holmes-verhaal.
Sir Eustace Brackenhall, omgekomen bij een inbraak.
Maar het was een nep-inbraak. -Grappig, eigenlijk.
Alan was geen fan van Conan Doyle.
Hij vond Agatha Christie leuker. -Hij stal van haar.
Hij leende.
Zoals Robin Hood geld van de rijken leende.
Ik vind dat verdwenen hoofdstuk wel.
Ik zoek uit wie hem vermoord heeft. -Weet je zeker dat het moord was?
Je moet toch toegeven dat het onwaarschijnlijk is.
Een moordschrijver vermoord.
Vertel me over het etentje dat je met hem had toen hij je het manuscript gaf.
Donderdagavond. Je was in Frankfurt.
Ja. Wat is er gebeurd? -We gingen naar La Maison.
Dat restaurant waar je 1000 pond lidgeld betaalt...
voor het voorrecht om daar te mogen eten. Zijn keuze, niet de mijne.
En hij gaf je het manuscript in het restaurant?
Daarom heb ik betaald. Het was een feest.
Of dat had het moeten zijn.
Ad fundum. -Op jou.
Dinges. -Goed, meneer.
Je ziet er geweldig uit, als ik dat mag zeggen.
Twee glazen champagne en een fles Gevrey-Chambertin.
Dat was mijn fout.
Hield hij niet van Gevrey-Chambertin? -Hij was er dol op.
Tweehonderd pond per fles. -Sorry.
Wat was de fout? -Ik heb hem dronken laten worden.
Hij kon net zo gemeen tegen mij zijn.
We hadden het over de titel van het boek.
Dat was het enige wat ik kende.
Ik vond het meteen goed.
The Magpie Murders. Heel sterk. Dat zie ik voor me op de bestsellerlijst.
Magpie Murders.
Nee, sorry? -Niet The Magpie Murders.
Magpie Murders. Dat is de titel.
Maak je niet druk. Er is geen 'the'. Dat weet ik.
Magpie Murders dus.
Je weet hoe prikkelbaar hij kon zijn na een drankje.
Het had heel vervelend kunnen worden, maar toen gebeurde er iets raars.
Zoiets verwacht je niet in zo'n restaurant.
Het klonk alsof er een bom was afgegaan.
Idioot.
Ik veranderde van onderwerp.
Het ging daarna allemaal prima.
Alan ging naar z'n flat in Londen in een taxi.
En de volgende dag, vrijdag, schreef hij je een brief.
Hij verontschuldigde zich voor zijn gedrag
en op zaterdag ging hij terug naar Suffolk.
Dus wat Alan betreft, had hij je een compleet manuscript gegeven.
Hij zei verder niks.
Ik moet terug naar Suffolk. -Je kunt met mij mee, als je wilt.
Als we naar de begrafenis gaan.
Klootzak. Nodigde me niet eens uit.
Pardon. Wie wordt hier begraven?
Sir Magnus Pye. Morgen, denk ik.
Ik neem aan dat Mary Blakiston hier ook is begraven.
Daar ligt ze.
Kende je haar?
Iedereen kende haar. En ze kende iedereen.
Wat was ze een bemoeial.
Nu niet meer.
Dood, de grote gelijkmaker. Hè, Pund?
Ja. Dat is absoluut waar.
Hij was de lord van het landgoed, de grondbezitter.
Zij was de huishoudster.
Je vraagt je af wat voor band ze hadden.
Die band is heel duidelijk.
Het verband tussen hoe ze stierven interesseert me.
Ik houd niet van kerkhoven. Blij dat ik hier weg kan.
Niet iedereen heeft die keuze.
Wat kan ik voor je doen? -Ben jij Robert Blakiston?
Waarom wil je dat weten? -Ik ben Atticus Pund.
Pund? De beroemde detective?
Je had toch geen interesse in Saxby-op-Avon?
Dat was voor de moord op Sir Magnus Pye.
Denk je dat ik dat ook heb gedaan?
Mr Pund. Wat doet u hier?
Hij is hier wegens de moord op Sir Magnus. -Heb je 'm binnengevraagd?
Ik ben aan het werk. -Harry let wel op de pompen.
'Kom binnen, Mr Pund.'
Harry ging terug naar de pompen...
terwijl Robert Pund naar het appartement boven de garage leidde.'
Sorry, Ik hoorde je niet binnenkomen. -Verontschuldig je niet.
Lees jij maar verder. Vertel me wie het gedaan heeft.
Ik heb de vorige geraden.
Atticus Pund Abroad? -Het was de non.
Ja. Met een kandelaar in de kloostergang.
Wat denk jij tot dusver?
Ik ben nog maar op bladzijde 50, maar op dit moment...
is Joy Sanderling mijn hoofdverdachte.
Waarom? -Zij is het minst waarschijnlijk.
Werkt het niet altijd zo?
Waarom zou ik met je praten?
Je negeerde ons verzoek om hulp.
Je woede is begrijpelijk, Robert.
Beschuldigd worden van de dood van je moeder...
moet vervelend voor je zijn geweest. -'Vervelend'?
Zo zou je het kunnen omschrijven. Waarom hielp je me niet?
Zoals ik al zei, ik geloofde niet dat ik iets kon doen.
Het gerucht gaat dat de dorpsroddels als het tij zijn.
Je kunt ze niet keren.
Maar nu Sir Magnus vermoord is...
Precies. Dat geeft me een reden om hier te zijn.
Eerst heb ik wat vragen voor je.
Geef je antwoord? -Over Sir Magnus?
Over je moeder en Sir Magnus en hun relatie.
Robert?
Ik vertel je alles wat je wilt weten. Ik heb niets te verbergen.
Bedankt. Om mee te beginnen...
Waren je moeder en Sir Magnus hecht? -Meer dan close.
Ze aanbad hem. Hij was niet alleen haar baas.
Hij was aristocraat. Lord van het landgoed.
We woonden op een boerderij...
maar toen m'n pa wegging, verhuisden we naar het Lodge House in Pye Hall.
We waren bijna zijn bezit.
'We'? -M'n moeder en ik en...
mijn broertje, Sam. -O, ja. Jullie waren met z'n drieën.
Bella. Hier, meisje.
Bella, je bent te snel. Rustig aan.
Hebbes.
Meelopen, Bella.
Sam stierf.
Bij een ongeluk.
Het spijt me.
Ik praat er liever niet over.
Het gebeurde toen ik klein was. Dat heeft hier niks mee te maken.
Zoals je wilt.
'Zoals je wilt,' antwoordde Atticus Pund.
Hallo? -Ik ben het.
Wat is er met je sleutel gebeurd? -Handen vol.
Met je tanden.
Heb je al gegeten? -Een pakje Jaffa-koekjes.
Als vieruurtje? -Als lunch.
Onverantwoordelijk.
Hoe was Suffolk?
Plat.
Het landschap?
De ervaring.
Geen teken van het ontbrekende hoofdstuk. Iedereen haatte Alan.
En toen ik dat huis zag, werd ik jaloers.
Heb je zijn advocaat gesproken?
Ja. Waarom vraag je dat?
Als je papieren wilde verstoppen...
laat je ze achter bij je advocaat.
Dat dacht ik ook, maar ze waren er niet.
Denk je nog steeds dat ze gestolen zijn? -Absoluut.
Zijn notitieboekje was ook al weg en zijn computer was gewist.
Het gaat sudderen.
Zijn er verdachten? -Ze zijn allemaal verdachten.
Hij scheidde van z'n vrouw, maakte ruzie met de buurman...
wilde z'n vriend onterven en dan hebben we z'n zus Claire nog.
Ja? -Kan ik je even spreken?
Wist je dat hij een personage op jou baseerde?
Nee. Welk personage zou dat zijn?
Miss Pye. -Ja?
Kunnen we even praten?
Ik zag dat ze het manuscript had gelezen. Ze loog tegen me.
Haar broer vermoorden en het boek stelen zodat het nooit uitkomt?
Dat lijkt me wat extreem.
Ja, mee eens.
Dit is lekker.
Dit is Kotsifali.
Van Kreta.
Hoe was Alan in Woodbridge toen jullie er lesgaven?
Ik zei het toch. Hij was niet erg aardig, maar ik kende hem amper.
Je was op z'n bruiloft. -Melissa nodigde me uit, hij niet.
Grappig dat jij en Alan en Melissa en Katie...
elkaar al kenden lang voordat ik er was.
Jij hield er ook wat aan over. Je kreeg acht bestsellers.
En jou.
Sir Magnus was bijna als een vader voor me.
Hij zorgde voor mijn scholing en hielp me een baan in de garage te krijgen.
Hij bezorgde je dit appartement ook. Het hoort bij het werk.
Je had een goede band met Sir Magnus, maar niet met je moeder?
Ze liet me nooit met rust.
Dat was het probleem. Ze zat me altijd op de huid.
Ze leek niet te begrijpen dat ik zelf een leven had.
Waarom bedreigde je haar? -Dat deed ik niet.
Maar jullie maakten ruzie. -Het was niets.
We waren in de pub en ik was net klaar met werken.
Toen begon ze weer tegen me aan te zeuren.
Je zou je moeten schamen. -Ik drink wat, mam.
Je laat me geen moment met rust, verdomme.
Zo praat je niet tegen mij. -Ik ben geen kind meer.
Nee? Weet je wat je bent?
De grootste teleurstelling van m'n leven.
Laat een ander het dan doen.
Als je niemand kunt vinden, val dan dood neer, dan heb je rust.
Mary Blakiston was een vreselijke vrouw.
Daar. Ik heb het gezegd. Sorry, Robert, maar het is waar.
Behandelde ze je slecht?
Ja. -Toen je naar mijn kantoor kwam...
zei je dat ze tegen je huwelijk met haar zoon was...
maar je wilde niet zeggen waarom.
Het is heel persoonlijk, Mr Pund.
Niets is persoonlijker dan moord, Miss Sanderling.
Het lag er dik bovenop. De kleur van mijn huid.
Sorry. -Dat hoeft niet.
In een plek als Saxby-on-Avon denken de mensen anders.
Je went eraan. -Waarom moet je eraan wennen?
Waarom moeten mensen zo dom zijn?
Zou je willen vertellen hoe die vooroordelen merkbaar waren?
Was ze altijd vijandig tegen je? -Nee. Helemaal niet.
Ze was altijd aardig voor me.
Maar dat veranderde toen we het haar vertelden.
We gaan in juli trouwen.
Nee.
Pardon?
Je gaat niet met m'n zoon trouwen. -Mam.
Ik denk aan toekomstige generaties.
Ze mogen niet besmeurd zijn. Dat pik ik niet.
U maakt een grap.
Dat meent u niet. -Geen sprake van.
Ik waarschuw je, Robert. Dit huwelijk gaat niet door.
Ik schrok van hoe ze het zei.
Maar ik zal u iets vertellen.
Robert heeft z'n moeder niet vermoord.
Ik was de hele ochtend bij hem toen ze stierf.
Maar als hij nu zou zeggen dat hij het heeft gedaan...
dat hij haar heeft geduwd, zou ik hem niks kwalijk nemen.
Ik zou hem vergeven.
Omdat ik weet hoe hij zich voelde.
Wat een vreselijke vrouw. -Wie? Mary Blakiston.
Ze zou boffen met een schoondochter als Joy Sanderling.
O, god.
Gaat het? -Het is niets.
Het is gewoon hoofdpijn.
De pub is open. Je hebt een glas water nodig.
Nee, volledig hersteld.
Bedankt.
Je had het moeten zeggen. -Wat?
Dat weet je best.
Over Sam. Het meer.
Waarom? Dat heeft er niks mee te maken.
Drie doden in Pye Hall.
Drie doden met 12 jaar ertussen.
Je had het moeten zeggen.
Je weet hoe het hier is. Hij komt er toch wel achter.
Vertel eens over dat hotel.
Heb je het gekocht?
M'n neef Yannis wel.
Ik dacht dat hij helemaal blut was.
Hij heeft het geld geleend.
Wie was er zo gek om hem dat te lenen?
Dat is niet eerlijk.
Het spijt me.
Heeft het een naam?
Het heet Polydorus.
Polynorus was de koning van Thebe.
De zoon van Cadmus.
Mooi. -Op tien minuten van Agios Nikolaos.
Het heeft zeven kamers, een restaurant met terras en een bar.
Het is winstgevend. -Waarom verkopen ze?
De eigenaar is 92.
Ik heb gezegd dat ik na dit schooljaar vertrek.
Jij hebt al besloten. -Dat zei ik in de auto al.
Nee. Je zei dat je erover nadacht.
Ik heb erover nagedacht en besloten.
En je wilt dat ik met je meega.
Ja.
Ik denk niet dat ik dat kan.
Het is gewoon mijn wereld niet.
Ik weet niets van hotels.
Bedden, lakens, gasten, jij ook niet.
We leren het wel. -We gaan bankroet.
Dat weten we pas als we het proberen.
Je meent het echt, hè?
We hebben nu al zes jaar wat.
Ik hou van je. En ik denk dat jij van mij houdt.
Maar we moeten veranderen.
Ik heb een rotbaan.
Jouw werk vreet aan je en maakt je boos. -Ik hou van m'n werk.
Misschien is dat ons probleem.
Ik wist niet dat we een probleem hadden. -De timing is perfect.
Charles vertrekt. De overname. Je wilt geen CEO zijn.
Ik weet niet wat ik wil. -Ja. Ik wel.
Ik wil samen met je zijn, maar dan echt.
Ik wil m'n leven met je delen.
Maar op Kreta?
Ik ga naar huis.
Met of zonder mij. Bedoel je dat?
Waarom moet het leven zo verdomd moeilijk zijn?
Dat slaat nergens op.
Daarom hou ik zo van boeken.
In boeken doen personages alles voor je en komt het allemaal goed.
Elizabeth en Darcy.
Jane en Mr Rochester.
Zelfs moordmysteries.
Vooral in moordmysteries.
De laatste onthulling. Alles netjes afgehandeld.
Dat heeft iets heel geruststellends.
Tenzij je het laatste hoofdstuk mist.
Ja, dat werkt een beetje tegen.
Je kunt vast niet zeggen...
Ik heb het drie keer gelezen.
Van het begin tot bijna het einde en het is hopeloos.
Het zou kunnen helpen om alles in de juiste volgorde te zien.
Ja?
De dood van Mary Blakiston, haar begrafenis en dan de inbraak.
Ja. Ik had een idee over de inbraak.
O, ja?
Het was helemaal geen inbraak, of wel? Dat zei je zelf toen je het zilver vond.
Dat is waar.
Hoe wist je dat het daar lag? -Dat wist ik niet.
Maar zelfs als een misdaad onoplosbaar lijkt...
moet je het duidelijke niet over het hoofd zien.
ANTIEK
Kan ik u helpen?
Mr Whiteley?
Hoe weet u hoe ik heet?
De naam staat op uw winkel. -O, ja. Dat ben ik.
Zoekt u iets? -Ik liep toevallig langs.
Ik zag de zilveren broche in de etalage.
Ja, mooi stuk. Behoorlijk oud. -Romeins, denk ik.
Middeleeuws, zou ik zeggen.
Mag ik het zien? -U bent helaas te laat.
We hebben het vanmorgen verkocht. Een klant had het gezien en belde.
Had u het dan niet uit de etalage moeten halen?
Dat was ik vergeten.
Kunt u me vertellen hoe u eraan komt?
Het spijt me. Dat is vertrouwelijk.
De meeste van mijn klanten eisen discretie.
Ze verkopen de familiecollectie.
Dan nog is er een man vermoord. -Het komt van een markt.
Pardon? -Dit is mijn vrouw, Gemma.
Een vlooienmarkt in Campsea Ashe.
Dingen die er maar even zijn.
We hebben geen idee wie de verkoper was.
Sorry. We kunnen u helaas niet helpen.
Maakt niet uit. Bedankt.
Wie was dat? -Wie denk je dat het was?
Atticus Pund. -Hier?
Ze zeiden dat er een detective was in het dorp.
Ik wist niet dat hij het was.
Je had het nog niet in de etalage moeten leggen.
Wat moeten we doen? -Ik weet het niet.
Ik geloof er geen woord van.
Jammer dat de vrouw op dat moment aankwam.
Ze weten dat het gestolen is. Stom van ze om het tentoon te stellen.
Ik zal je dit zeggen...
onderschat nooit de domheid van criminelen.
Ik heb er een hoofdstuk aan gewijd.
'Crimineel Dom'. -Precies.
Had de inbraak iets te maken met de dood van Sir Magnus?
Mijn vraag is of er daadwerkelijk een inbraak is geweest.
Wat wilt u van Brent? Hij is maar de tuinman.
Hij was hier tijdens de overval en beide sterfgevallen.
Altijd is Brent daar.
Eerst Mary Blakiston, toen de inbraak...
en nu Sir Magnus.
Hier werken is niet goed voor mijn bloeddruk.
We bespreken ze in die volgorde.
U was hier op de dag dat Mary Blakiston stierf.
Ja. ik wist dat er iets mis was...
toen de telefoon bleef overgaan en niemand opnam.
Ik keek door het raam naar binnen en daar lag ze op de grond.
Ik belde een dokter, maar ze was dood.
Overal bloed. -Konden jullie het met elkaar vinden?
Niet echt. Ze praatte nooit met me.
Ze voelde zich te goed voor me, omdat ze zo klef was met Sir Magnus.
Zeg je dat ze een relatie hadden?
Zij niet. Ze was een ouwe tang.
Hij zal geen interesse in haar hebben gehad.
Maar hij keek graag naar de vrouwtjes en er waren veel anderen.
Dienstmeisjes, een van de koks en dan Miss Darnley.
Zij vertrok hier met een kleine Pye in haar buik.
Wie was Miss Darnley? -De gouvernante.
Zij zorgde voor Frederick.
En Sir Magnus dus voor haar.
Was je hier de avond van de inbraak?
Nee, ik woon in het dorp.
Meestal vertrek ik rond acht uur en ik wist er niets van...
tot Sir Magnus terugkwam van z'n vakantie.
Hij kwam erachter en liet het mij goed weten weten.
Wat bedoel je daarmee? -Hij gaf mij de schuld.
Ook al had het niets met mij te maken.
Jij moet op het huis passen als ik er niet ben.
Ik kan hier niet constant zijn. -Ze zijn via de achterdeur binnengekomen.
Er is een kapot raam. -Heb je niks gezien?
Nee.
Je bent volkomen nutteloos. Ik heb genoeg van je.
Ik wil je hier weg hebben.
Heeft hij je ontslagen?
Hij praatte vaak zo. Geen idee wat hij bedoelde.
Dat kon je niet uitzoeken...
want diezelfde avond werd Sir Magnus vermoord.
Wat stel je voor?
Dat ik het heb gedaan?
Dat ik hem onthoofdde om niet ontslagen te worden?
Je was niet hier op de avond van z'n dood.
Ik zei het toch. Ik vertrok om 20.00 uur.
En Sir Magnus werd om negen uur vermoord.
Ja. Wat jammer, hè?
Als ik was gebleven, had ik u misschien kunnen helpen.
Maar ik heb niets gezien. Dus dat kan ik niet.
Miss Darnley.
Ik heb een interessante vraag.
Zij is de gouvernante die zwanger werd van Sir Magnus Pye.
Ze zit niet in het boek...
dus waarom geeft Alan Conway haar een naam?
Misschien zit ze in het laatste hoofdstuk.
Waarom zeg je het niet gewoon?
Pardon?
Wie heeft het gedaan? Je zit in het verhaal, jij moet het weten.
Het gaat je niet om de dood van Sir Magnus Pye...
maar om de dood van Alan Conway.
Is daar geen verband tussen?
Laat me je wat advies geven.
Maar wil je me alsjeblieft geen Miss Ryeland meer noemen?
Het is zo jaren 50.
Het gaat niet om wat Mr Conway schreef.
Je moet begrijpen waarom hij het schreef.
Hoe doe ik dat?
Op het moment dat hij het manuscript leverde...
dat al dan niet compleet was, hoe was hij er toen mentaal aan toe?
Ik weet het niet.
Hij was in een restaurant met Charles. Hij was dronken.
Dan moet je daar beginnen.
Bedankt.
Hoi. Hallo. Kunt u me helpen?
Ik ben Susan Ryeland.
Een vriendin van iemand die hier lid was.
Ja?
Ik wil graag een van de obers spreken...
die hier donderdag werkte.
Hij liet een paar borden vallen.
Ja, dat was ik.
Ze waren onderbezet, dus ik moest op het laatste moment komen.
Daarom was ik te laat.
Ik kwam uit de keuken. Ik zag hem meteen.
Alan Conway. Klootzak.
Ik wist niet dat hij lid was. Ik stond daar maar.
Ik hield wat borden vast.
Ik besefte niet hoe heet ze waren tot ze op waren.
Idioot.
Waarom mocht je hem niet?
Je zegt dat je zijn redacteur bent. -Dat klopt.
Clover Books. -Ja.
Dan hoor jij er ook bij.
Pardon? Waarbij? -Dat weet je wel.
Ik heb geen flauw idee waar je het over hebt.
Magpie Murders.
Ja, dat is zijn nieuwe boek. -Ik weet het.
Ik las erover toen het werd aangekondigd. Dat was mijn titel.
Dat was mijn idee.
Hoe goed kende je Alan Conway? -Ik heb hem één keer ontmoet.
Ik ben schrijver. Ik heb vier romans geschreven. Ook detectives.
Alleen heb ik geen miljoenen verdiend.
ik ben niet uitgegeven.
Het is niet makkelijk.
Het is lastig als iemand je ideeën steelt.
Waar heb je hem ontmoet? -Ik heb een cursus in Wiltshire gedaan.
Het kostte me 200 pond. Ik dacht dat het het waard was.
Wat een geldverspilling. Alan Conway was de gastdocent.
'Het platteland verwoest door de sprinkhanen van de moderne politiek...
en oude haat.
Dus de arme hond heeft niets, mompelt hij...
onwetend dat de hond eigenlijk...
hijzelf is.
Ik snap het niet. Waar gaat het over?
Over een keizerrijk. Over de aristocratie. Over hoe beleefdheid verdwijnt.
Ik had geen idee wat hij bedoelde.
Ik sprak hem aan in de koffiepauze.
En je vertelde hem je idee. -Helemaal goed.
Hij leek vriendelijk. We raakten aan de praat.
Ik noemde m'n titel: Magpie Murders.
Het zou gebaseerd zijn op het oude kinderliedje.
'Eén voor verdriet, twee voor geluk', enzovoorts.
In een dorp waar een edelman wordt gedood.
Hoe dan? -Onthoofd.
Wat zag ik toen het werd aangekondigd?
Het negende deel van de Atticus Pund Adventures.
Dezelfde titel. Dezelfde plot. Alles hetzelfde.
Hoeveel had Alan ervan gelezen?
Het eerste hoofdstuk, maar de rest heb ik verteld.
Wat deed je toen je de aankondiging zag?
Wat kon ik doen? Naar Suffolk gaan en het met hem uitvechten? Nee.
Hij was een grote schrijver. Ik was niemand. Wie had me geloofd?
Ik schreef iemand bij Clover Books en stuurde ze wat hoofdstukken.
Ze reageerden niet eens.
Jij bent eindredacteur. Kijk toch eens. Ik kan het je mailen.
Ja. Ja, natuurlijk. Ik zal je m'n e-mailadres geven.
Kun je me één ding vertellen?
Wie heeft in jouw versie de moord gepleegd?
Verpest ik het niet als ik dat zeg?
Ik werk altijd achterstevoren.
Dan kan ik me op de stijl richten.
Goed dan. Het was de echtgenote.
Lady Frances. -Lady Penelope.
Ja. Ze had een affaire met haar tenniscoach.
Hij kwam erachter. Hij wilde haar eruit gooien.
Heb je dat tegen Alan gezegd?
Ik heb hem alles verteld. Hij maakte talloze aantekeningen.
Ik dacht dat hij wilde helpen, de schoft.
Bedankt, Lee.
Ik zal je boek lezen, maar ik kan niets beloven.
Lees het gewoon. -Ja.
Nog één ding. Weet je nog wie je bij Clover Books hebt aangeschreven?
Natuurlijk, al heb ik nooit meer iets van haar gehoord.
Ze heette Jemima.
We zijn er.
Bedankt.
Hé, Susan. -Hoi, Alice.
Ragnar Jonasson belde je drie keer over jouw opmerkingen.
Je moet je zus Katie terugbellen...
en Steven kan niet naar Waterstones komen.
Waar is Jemima? -Heb je het niet gehoord? Ze is weg.
Hoe bedoel je, weg? -Ze heeft ontslag genomen.
Weet je waarom? -Niet echt. Ze vond het hier niet leuk.
Het was het geld. Ze keek rond.
Heb jij haar nummer?
Gaat dit over dat verdwenen hoofdstuk? -Deels, ja.
Charles heeft het, hij probeerde haar ook te bellen.
Juist.
Je heeft nooit iets gezien van ene Lee Jaffrey, of wel?
Die naam zegt me niks. -De titel misschien wel.
Magpie Murders?
Dat is wel heel toevallig. -Als je in toeval gelooft.
Je zus weer. -Zet de voicemail aan.
Dit is Susan Ryeland. Spreek een bericht in.
Pardon. Ik zoek Max Ryeland. Hij is mijn vader.
Hij is aan het rusten. Maar hij is nog erg ziek.
Mag ik hem zien? -Ja, natuurlijk.
Is hij binnen?
Pap.
Hoe voel je je?
Susan?
Nee, papa. Susan is er niet.
Ik ben het, Katie.
Ik wil Susan zien.
Ik wil Susan zien.
Charles, ik moet je spreken.
Wist je dat Alan plagiaat pleegde van een andere schrijver?
Wat? -Hij was niet echt een schrijver.
Hij stal het idee van een ober die in dat restaurant werkte...
waar je hem mee uit eten nam. -Hoe weet je dat?
Ik heb hem gesproken.
Mijn god. Je laat het niet los, hè? -Charles, dit is ernstig.
Ze leerden elkaar kennen bij een cursus. -Hoe heet hij?
Lee Jaffrey. -Is zijn boek goed?
Ik heb de eerste pagina's gelezen.
En het einde, dat erg warrig is en niet helpt...
dus nee, het is vreselijk.
Maar de plot heeft veel overeenkomsten.
Hij wist waar Alan woonde.
Hoe weet je dat? -Hij heeft het me verteld.
Wat kon ik doen?
Naar Suffolk gaan en het met hem uitvechten? Nee.
Hij was een grote schrijver. -Idioot.
Ik was niemand. Wie had me geloofd?
Hij wist dat Alan in Suffolk woonde.
Het is een besloten club, dus ze hadden zijn adres.
Denk je dat hij... -Heb je Jemima gesproken?
Nee. Ik heb een bericht ingesproken. En ik kreeg vanochtend een e-mail van haar.
'Ik weet niet hoeveel pagina's het waren maar ik heb er geen gemist.
Ik controleerde altijd het aantal pagina's op het apparaat.'
Een fout maken is niets voor haar. Ze was betrouwbaar.
Waarom ging ze weg? -Ze heeft een andere baan.
En je liet haar gewoon gaan? -Ik kon haar niet tegenhouden.
Geloof jij dat van die pagina's? -We moeten wel.
Ja. -Morgen? Negen uur?
Alans begrafenis. Ik dacht dat we er samen heen reden.
Ja. Tot dan. -Goed.
GEMIST GESPREK
Met Andreas. Ik ben er nu niet.
Laat een bericht achter na de toon. Bedankt.
Hallo. Met mij.
Ik ben hier alleen en ik voel me ellendig.
Hadden we maar wat constructiever kunnen praten.
Neem geen...
Neem geen beslissingen over Kreta.
Stap niet...
Stap niet in een vliegtuig.
Ik heb alleen wat meer tijd nodig.
En weet je, misschien...
kan het dan lukken.
Ik ben vanavond thuis, dus waarom kom je niet langs?
Hoi.
Het spijt me. -Pa heeft een beroerte gehad.
Juist.
Hij ligt in het Ipswich ziekenhuis. Ik heb de artsen gesproken.
Hij is erg zwak.
Ze denken dat als hij er nog een krijgt, hij het misschien niet redt.
Het spijt me heel erg.
Hij wil je zien.
Waarom?
Waarom denk je?
Nee. Het spijt me, Katie. Ik heb al gezegd dat ik hem niet wil zien.
Ja, maar het lijkt me een goed idee.
Hij is weggelopen. Van jou, mij en mam. We waren kinderen.
Ik heb hem al 30 jaar niet gezien. Waarom zou ik hem nu willen zien?
Ter afsluiting.
Dat ben ik hem niet verschuldigd. -Niet voor hem, voor jezelf.
Denk je dat ik het nodig heb?
Het spijt me, Katie. Ik wil hem niet zien.
Dat wil ik niet. Sorry.
Ontrouw.
Het valt me op dat bij moordzaken...
het opmerkelijk is hoe vaak ontrouw een rol speelt.
Er zijn maar weinig redenen waarom een persoon...
iemand wil doden, op zich verraden voelen na.
De vernietiging van goed vertrouwen kan dodelijk zijn.
Ik ben niet geïnteresseerd in het moordonderzoek.
Je wilt weten wie Magnus Pye heeft vermoord.
Jij zegt niets, dus ik ga naar bed.
Wees voorzichtig, Miss Ryeland.
Verraad doet pijn.
Ik heb er genoeg van. Echt waar.
Verman jezelf, vrouw. -Nooit.
In godsnaam.
Hoe kon je? Ik walg van je. -Ik heb niets gedaan.
Je zet me voor schut.
Iedereen weet van jou en je smerige zaakjes.
Je bent net een bronstige geit.
Was ik maar nooit met je getrouwd.
Dat zei je niet toen je het huis, de grond en de titel zag.
O, nee. Lady Pye. Je kreeg er geen genoeg van.
Op een dag ga je te ver.
Ik zweer dat ik je op een dag neersteek. Al knopen ze me daarna op.
Ondertiteling Vertaald door: Alexander Eckhardt
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.