Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Slechts de tijd leert ons wat waarheid is en wat een legende.
Sommige waarheden overleven de tijd niet.
Maar de legende van het kind met de blauwe ogen is eeuwigdurend...
en wordt gefluisterd door de winden van de Grote Witte Bergen.
Wij, de Yagahl, jaagden op het machtigste beest.
De Mannak.
Maar onze wereld veranderde.
De Mannaks kwamen steeds later...
en soms kwamen ze helemaal niet.
Onze jagers werden ongerust.
En ons volk leed honger.
Slechts ��n van ons...
die wij Oude Moeder noemen, de laatste...
Alleen zij spreekt met de geesten der aarde...
en vroeg hun of de voorvaders ons konden redden.
Ze vroeg het vele malen...
tot haar vraag beantwoord werd en we een teken kregen.
Een teken van het begin van het einde.
We vonden haar in de bergen. Bij een dode vrouw.
De voorvaders hebben haar gestuurd.
Ze komt ons waarschuwen voor de vierpotige demonen...
die een eind aan ons bestaan zullen maken.
Ze komen naar onze vallei als wij...
op onze laatste jacht zijn.
Maar vrees niet.
Tijdens die jacht zal een krijger opstaan...
en zij zal zijn vrouw worden.
Ze leiden ons naar een nieuw leven...
en de Yagahl zullen nooit meer honger lijden.
Die nacht zag Oude Moeder niet het gezicht van de krijger...
maar ze wist wel dat het kind met de blauwe ogen een zegen was.
Voor ons volk was ze Evolet...
de belofte des levens.
Maar voor het jongetje D 'Leh was ze nog veel meer.
E�n Yagahl geloofde niet in de voorspelling van Oude Moeder.
De vader van de jongen.
De drager van de Witte Speer en de houder van de jachtfluit.
Ik waak over je zoon als was hij mijn kind.
Dat weet ik. Beloof me dat je niemand vertelt waarom ik ben vertrokken.
We kunnen niet wachten op de laatste jacht.
Nog een keer. - Goeie worp.
Ka'ren?
Ka'ren...
Nee. Jij niet.
Je vader heeft ons in de steek gelaten. Ga weg.
V ersla'm, Ka'ren.
Laat'm met rust. Ka'ren. Blijf van hem af, zei ik.
D'Leh? - Hij is de zoon van een lafaard.
Zeg dat nooit meer.
Niemand.
Je bent alleen, net als ik.
Wat is er met je volk gebeurd? - Ze zijn gedood...
door vierpotige demonen.
Je bent nooit meer alleen, Evolet.
Zie je dat licht? Dat daar?
Het beweegt niet, zoals de andere lichten.
Dat licht ben jij in mijn hart.
Het gaat nooit meer weg.
Gaat't nooit meer weg?
Nee, nooit.
Evolet, komen.
Ik wil niet dat je rondzwerft.
Vele manen keken Evolet en D 'Leh naar elkaar.
En de liefde in hun harten groeide.
Totdat eindelijk, na vele jaren...
de dag van de laatste jacht aanbrak.
D'Leh, hoe lang moeten we op de uitkijk staan?
Tot de Mannaks komen.
En wanneer komen ze?
Geen idee.
D'Leh, wanneer word ik een jager? - Hou eens op met al die vragen.
De grote jager Tic'Tic was vandaag bij Oude Moeder.
Ze denkt dat de voorspelling gaat uitkomen.
Hij mag deze keer geen Mannak doden.
Ze denkt dat Ka'ren de Witte Speer krijgt en Evolet zal opeisen.
Baku, kijk eens wat ik voor je heb.
Ka'ren is een goede jager.
We moeten weggaan, samen de Grote Bergen over.
En ons volk verlaten? Net als mijn vader?
Dat kan ik niet.
Ik heb hier vele manen aan gewerkt.
We kunnen alleen maar samen zijn als ik de Mannak dood.
Ze zijn er. Kijk.
Kijk eens hoeveel.
Vandaag...
zal niet ik het hart van de Mannak doorboren, maar ��n van jullie.
E�n van jullie krijgt de Witte Speer.
Moge de voorvaders van de Yagahl...
en de geesten van de Mannak de beste jager uitkiezen.
Ka'ren, jij krijgt de eerste worp.
Ka'ren, de Mannak is voor jou. Jij bent de leider.
D'Leh? Wat doe jij?
Ik jaag voor Evolet.
We jagen samen als ��n man.
Tic'Tic heeft de leider gevonden.
Niet zo hard.
D'Leh...
Ze ontkomen. Drijf ze terug.
Baku, ze komen eraan. Ze komen eraan.
Ze komen.
Daar komt de laatste. Een grote stier.
Nu...
D'Leh komt eraan. Ka'ren, gooien.
Hou'm vast. Pak't net.
Hij is te sterk. Laat los.
D'Leh, laat'm los.
M'n hand zit vast.
Kijk...
Dat is D'Leh.
Je hebt hem gedood. Alleen. Dat is nog nooit iemand gelukt.
Dapper.
D'Leh heeft de Mannak gedood. Hij liet niet los. In zijn eentje.
Waar wacht je op?
Wijze Geest, ik heb de Mannak gedood.
Ik eis de Witte Speer op...
en mijn vrouw...
Evolet.
Vanaf die dag was D 'Leh niet meer de zoon van een lafaard.
De Yagahl roemden hem...
omdat hij ze voor de laatste keer de zegen van de Mannak bezorgde.
Oude Moeder was blij dat Evolet gelukkig was...
maar diep van binnen vreesde ze...
dat hij die het beest had overwonnen...
niet dapper genoeg was voor wat nog komen moest.
Waarom viert Tic'Tic geen feest?
D'Leh? - Ik moet wat doen.
Wat is er?
Ik was niet dapper. Ik was niet ��n met de groep.
Onze voorvaders houden ons voor de gek.
Wat moet ik doen? Als ik de Witte Speer teruggeef, raak ik Evolet kwijt.
Is ze dan wel echt van jou?
Het past niet bij een Yagahl om de Witte Speer te winnen met een leugen.
Ik heb de Witte Speer weer aan Tic'Tic gegeven.
Waarom heb je dat gedaan?
Ik heb de Mannak niet gedood.
Jawel, je hield het net vast. - Nee, ik heb gelogen.
Ik wilde loslaten, net als de rest, maar mijn hand zat vast.
Daarna liep de Mannak in mijn speer.
Ik deed niets.
Evolet, weet je nog wat ik zei over ons licht?
Dat voel ik nog steeds.
Jij blijft voor altijd in mijn hart.
Dat gaat nooit meer weg.
En toch...
stond je me af.
Die nacht viel de witte regen over de vallei van de Yagahl.
En als een ijzige sluier bedekte de droefenis het hart van D 'Leh.
Met de witte regen kwamen ook de vierpotige demonen.
Blijf hier.
Baku...
Moha. Pas op.
Dood ze niet.
Neem ze gevangen.
Baku, verstop je. - Ja, moeder.
D'Leh. We kunnen ze niet helpen.
Bind haar op m'n paard.
Alsjeblieft.
Laat me los.
Laat me los.
Wat doe je? - Ik ga achter ze aan.
Over de Grote Bergen? Dat is onmogelijk.
Zij zijn ook over de bergen gekomen. - Misschien kunnen ze vliegen.
Ik zag geen vleugels. Jij wel? - Denk je dat je ze alleen kan verslaan?
Hij is niet alleen. Ik ga met hem mee.
Zonder de andere jagers komen we om.
Ik ga ook mee.
Nee, Baku. Jij blijft hier.
Maar jij gaat met ze mee, Ka'ren.
Blijf van me af.
Ze namen afscheid van de ouderen en kinderen van ons volk...
en de wijze geest zegende hen en hun speren.
Oude Moeder wist dat ze geen jagers meer zouden zijn...
maar krijgers.
Het wordt donker. We overnachten hier.
Nee, we komen dichterbij.
Ik kan niet zien in het donker. Jij wel?
We blijven hier. We gaan eten en slapen.
Waarom draag je de Witte Speer niet?
Ben je bang?
Zeg op.
Ka'ren, ga slapen.
Baku? Baku.
Wat doe je hier? Ga naar huis.
Ik wil helpen. Ik kan een waterzak dragen.
Ga naar huis.
Mijn moeder is gedood.
Hij is alleen.
We hebben alleen maar last van'm.
D'Leh, ik heb dorst.
Er zit nog vuur in deze stenen. - D'Leh.
Ze leeft nog. We moeten opschieten.
Waarom ademt Oude Moeder zo?
De witte regen is geen vriend van de jagers.
Hij heeft de sporen gewist van de gestolen broeders en zusters.
Het was nu aan de voorvaders van de Yagahl om de weg te wijzen.
Ze liepen dagen en nachten naar een ver land...
waar de Grote Bergen ophielden...
en waar het verhaal van het kind met de blauwe ogen begon.
Waar de vierpotige demonen het volk van Evolet uitgeroeid hadden.
We lopen nu al dagen en nog steeds geen spoor.
Misschien hebben ze toch vleugels. - Misschien.
Maar onze broeders en zusters niet.
Vergeet niet te kauwen.
Deze heks laat sporen achter.
Ze brengt ongeluk.
Je karakter bevalt me, maar ik moet je wel temmen.
Misschien is ze't alleen verloren.
Het is hier heet.
Baku, blijf in de buurt.
Wat was dat?
We moeten ze vanavond bevrijden. - Nee.
Dit is geen goede plek.
Het is hier gevaarlijk, dus ze houden de wacht.
Dat gaan wij ook doen. Ik begin, dan Ka'ren, dan jij.
D'Leh. Kom...
Ik begrijp je verdriet.
Maar je moet geduldig zijn.
Bij mijn meester...
werkt je toverkracht misschien.
Maar bij mij niet.
D'Leh...
Ik sta je nooit meer af.
Kom mee.
Kom...
D'Leh...
Rennen.
Deze kant op.
Hierheen.
Ka'ren.
Rennen. Rennen.
Tic'Tic...
D'Leh, Evolet. Hier.
D'Leh... - Ik lok ze weg.
Nee, niet weggaan. - Ik kom je weer halen, dat beloof ik.
O, Baku...
Dit had je nooit mogen doen.
Wie is hij?
Ik denk dat ie D'Leh bedoelt.
Nog ��n keer...
en ik vermoord jullie allebei.
Nooit, nooit meer weglopen.
D'Leh komt terug. Dat heeft ie me beloofd.
Ka'ren. Denk je dat ie nog leeft?
Dat doet er nu niet toe. - Hij probeerde ons te redden.
V ergeef me, Tic'Tic. Ik had moeten luisteren.
Ga niet dood. Ik kom je eten brengen.
Oude Moeder waakte over hen met al haar kracht...
en haar geest stond constant aan hun zijde.
Maar die nacht kon ze niet op tegen de aardse machten...
en de hemelwateren.
D 'Leh moest het alleen opnemen...
tegen het machtige beest dat over dit land regeert.
Eet me niet op als ik je bevrijd heb.
Ik dacht dat je dood was. - Zit niet over mij in.
Kijk daar.
Er was een aanval. Ik hoorde ze gillen.
Ze zijn nu hier.
Tic'Tic, achteruit.
D'Leh, terug.
Terug...
Je moet me herkennen. Ik heb je leven gered.
Jij praat met de Speertand?
Waar heb je onze taal geleerd?
Lust je geen Naku-eten?
Het is anders, maar wel lekker.
We komen van over de bergen. - Dat weten we.
Hoe weet je dat? En waar heb je onze taal geleerd?
Er kwam hier al eerder een man van over de bergen. Hij zocht nieuw land.
Onze wijze zei dat ik zijn taal moest leren. Jij...
Jij hebt zijn gezicht.
Wat is er met hem gebeurd?
Hij is meegenomen.
Waarheen?
Kom...
Toen je vader bij ons kwam, werd hij mijn vriend.
Maar de boze geesten namen hem mee, en nog velen van ons volk.
Ze brengen ze naar het nest van de grote vogels...
en vliegen weg over het zand.
Waar gaan ze naartoe?
Naar de berg van de goden.
Er is nog nooit iemand teruggekeerd.
Onze wijze zegt dat jij ons daarheen leidt.
Ik...
Ons is voorspeld...
dat er iemand komt...
die ons volk bevrijdt.
Hij die praat met de Speertand.
Uiteindelijk verbrandden de dappere Naku hun doden.
Ze stuurden boodschappers naar andere stammen...
om te vertellen dat hij die met de Speertand praat is gekomen.
Hun roep was een roep om oorlog.
Waarom denken ze dat ik kan helpen?
Ik moet je wat vertellen over je vader.
Toen je moeder stierf tijdens jouw geboorte...
moest je vader niet alleen voor jou zorgen...
maar voor ons hele volk. We leden honger.
Hij kon niet wachten tot de voorspelling uitkwam.
Je vader is niet gevlucht.
Hij vertrok om ons te redden.
Waarom liet je me dan denken dat mijn vader ons verraden had?
Omdat hij dat wilde.
Je vader droeg de Witte Speer.
Hij was bang dat anderen hem zouden volgen en het volk zouden verlaten.
En waarom vertel je me dat nu?
Een goede man trekt een cirkel om zich heen en zorgt voor hen die erin zitten.
Zijn vrouw, zijn kinderen.
Anderen trekken een grotere cirkel, voor hun broeders en zusters.
Maar sommigen...
hebben een hoog doel.
Zij trekken een cirkel groot genoeg voor vele mensen.
Jouw vader was zo'n man.
Jij mag zelf beslissen...
of je ook zo'n man bent.
Kawu, onze snelste loper.
Hij komt van het volk dat daar leeft.
Ze hebben er nog meer gestolen. Ze zijn op weg naar de grote vogels.
Dan moeten we ze voor zijn.
Heb jij geen vrouw?
De dag voordat jij kwam, ontnamen ze haar haar adem...
en roofden ze onze zoon.
Ik ben Baku.
Tudu...
Nee, ik ben Baku.
Hij vermoordt hem. Doe wat.
Laat hem gaan.
Om je heks te behagen, sla je mij?
Waag het eens.
Daar krijg je spijt van.
De woorden van de Naku reikten ver en overal kwamen krijgers vandaan.
De Tutt Tutt zijn net grote loopvogels, hun ogen gaan schuil achter bomen.
De Kula-stam. Ze zijn net zo klein als onze jongeren.
En uit de vallei zonder zon komen de bebloede koppen.
Maar de sterksten zijn de Hoda.
Hun leider spreekt voor alle krijgers.
Zeg dat als zij met ons meedoen, dat we ze dan kunnen verslaan.
Hij zegt dat je nog een jongen bent.
Ik ben ouder dan ik eruitzie.
Quina is een Hoda. Hoda lachen niet.
Ze liepen steeds harder en stopten niet om te eten of te rusten.
En elke dag kwamen er meer speren bij.
Naar de rivier. Snel.
Ze roepen 'Yahalah '. Wat betekent dat?
Dat zijn jouw woorden. 'We gaan ze verslaan. '
De grote vogels zijn er.
Evolet.
Baku, D'Leh is er.
Tudu, de man met de speer, die geeft het niet op. Hij met haar.
De jongen heeft gelijk.
D'Leh kan niet over het water vliegen.
Maar wie had gedacht dat ie zoveel speren zou vinden?
De rivier beweegt als een slang door het zand.
Het oog van de slang rust onder de zon...
en beweegt niet onder de maan.
Is er een kortere weg naar de kop van de slang?
We moeten over het zand. Maar niemand kan zo ver lopen.
De bergen en het zand, alles lijkt hetzelfde...
en we zullen verdwalen.
We komen allemaal om.
We vinden de kop van de slang.
We bevrijden ons volk.
We moeten rusten.
De man van de rivier had gelijk.
Ze liepen al dagen rondjes en waren de weg kwijt.
En het oog van de slang was nergens te vinden.
Vergeet de man die je volgt.
Niemand is ooit de zee van zand overgestoken.
Ze zullen allemaal sterven.
Tic'Tic. Ik heb het oog van de slang gevonden.
Zie je dat licht? Dat daar? Weet je nog wat het riviervolk zei?
Hij rust onder de zon en beweegt niet onder de maan.
Nakudu, vertel ze wat ik zei. Hij leidt ons naar de kop van de slang.
De laatste maan scheen boven de vallei van de Yagahl...
en de geesten hadden Oude Moeder verlaten.
Vele manen sprak of at ze niet...
omdat ze wist dat er nog ��n taak volbracht moest worden.
Wijze geest...
ik ben het. Katan.
De bergen van de goden.
En de kop van de slang.
Evolet. Je bent ongedeerd. - Niet praten.
Baku, hier.
Hoe kunnen mensen Vader Mannak dat aandoen?
Het zijn geen mensen zoals wij. - Wat zijn het dan?
Ze komen misschien van de sterren.
Of ze zijn het grote water overgevlogen toen hun land in zee zonk.
Ze moeten sneller werken.
Wat zal ik doen, almachtige?
Offer er ��n op.
De almachtige is niet tevreden.
Breng hem een offer.
Moha...
Ze zijn met veel meer dan wij.
Niemand kan ze verslaan.
Nee, D'Leh.
Zij die gedwongen worden hun werk te doen...
zijn met veel meer.
Denk je dat ze met ons meedoen?
Daar moet je achter zien te komen.
Hou't voor je.
D'Leh...
Tudu... - Niet bang zijn, ik breng je thuis.
Waar is Evolet?
De vrouwen slapen ergens anders. Maar ik heb 'r vandaag gezien.
Tic'Tic wacht ergens met heel veel speren.
Ze hebben Moha vandaag geofferd.
Het is mijn schuld dat je hier zit. Je moet het me vergeven.
De voorvaders kozen jou als leider...
en we blijven aan je zijde.
Vertel hem hoeveel speren we hebben. Vraag of ie mee vecht.
Hij zegt dat speren er niet toe doen. Goden kan je niet verslaan.
Hij heeft magische krachten. Hij praat met de Speertand.
Hij zegt dat de blinde man veel van de goden weet.
Hij is hun dienaar geweest. Ze houden hem hier verborgen.
Wijze man...
vertel ons meer over die goden.
Eerst waren er drie, nu is er nog ��n over.
Er moet een manier zijn om hem te verslaan.
E�n keer hoorde hij de god praten over die ene die hij vreest.
Ze hebben't over die ene met het teken...
dat's nachts aan de hemel staat.
Ze noemen het Uru-Anna. Het teken van de jager.
De helderste ster aan de hemel.
Hij vraagt of jij het teken van de jager draagt.
Zonder het teken kan je de goden niet verslaan.
Wacht. Die band om je arm...
Hoe kom je daaraan?
Van de man die zijn leven redde. - Waar is ie?
Zijn botten liggen begraven in het zand.
Waarom vraag je naar die man?
Hij was mijn vader.
Vraag'm waar Tic'Tic is.
We zijn ontdekt.
Mijn dagen zijn geteld.
Grote jager, zeg dat niet. We hebben je nodig.
Ze vechten niet met ons mee.
Ze hebben hun eigen voorspelling.
D'Leh...
een voorspelling heeft vele gezichten, vele manieren om uit te komen.
Jouw vader...
Jouw vader gaf me dit.
Nee, die is van jou. - Pak aan.
Wees net als je vader.
Wees net als je vader.
Wees net als je vader.
Kom hier.
Ik laat je vrij.
Maar eerst zal ik je bezitten.
Dat is een slavin van de almachtige. - Ze is van mij.
Dat is niet aan jou.
Geef hier.
Geef ons dat mes.
Haar littekens. Ze vormen...
het teken.
We hebben het teken gevonden.
Op de hand van een slavin.
Almachtige, ik durf niet te zeggen wat we gevonden hebben.
Vertel op.
Het teken van de jager.
Dat kan niet.
D'Leh...
Ik weet hoe't is om een vriend te verliezen.
Je vader was mijn vriend.
Ik herinner me hem nauwelijks.
Hij herinnerde zich jou wel.
Zijn hart bloedde toen hij sprak van een jongen achter de Grote Bergen.
Hij zou weer naar jou gaan.
Toen werd ie gepakt.
D'Leh, de mannen wachten.
Wij, het volk van de Yagahl...
jagen op het machtigste dier, de Mannak.
Hij is veel groter dan wij, en toch verslaan we hem.
Omdat we samen jagen, als ��n man.
Als de zon opkomt...
gaan we naar onze broeders en zusters op de berg van de goden...
om samen met hen te vechten, als ��n man.
Wat gebeurt er?
Baku, vandaag word je een jager.
Ik...
Neem't terug, almachtige.
Zwijg, verrader.
Hoe kunnen littekens het teken zijn?
Heb je ze gemeten?
Heel nauwkeurig, almachtige. Vele malen.
Wat weet de ruiter nog meer?
Een man uit de bergen...
volgt haar met vele krijgers.
Dan is de jager gekomen.
Kijk, Ka'ren. Kijk.
Dat is'm. - Die?
Baku, we hebben de leider gevonden.
Nu...
Quina, nog niet.
Nu...
Ze vallen niet aan. - De Mannaks zijn murw geslagen.
Ka'ren, kijk.
Iedereen naar de helling.
De slaven komen.
Zij houdt ze wel tegen.
Breng haar naar buiten en trek haar uit elkaar.
Stop...
Stop...
De man die deze vrouw volgt moet zich terugtrekken...
anders sterft ze.
Zoals deze verrader.
Ga terug naar de bergen, en je kan je vrouw meenemen.
Zeg dat ik zijn aanbod aanvaard.
Ik doe het.
Zeg het.
Maar ik neem al mijn mensen mee.
Alle Yagahl.
Zeg het.
Neem ze maar mee.
Wat gebeurt er met de anderen?
Die zijn van de god. Ze moeten zijn werk doen, voor altijd.
Dat doen ze niet.
Hij is geen god.
Help. Help. Ze bloedt.
Jij krijgt haar ook niet.
Je bent voor mij gekomen.
Nee, alsjeblieft...
Je bent voor mij gekomen.
Na die lange reis...
naar het eind van de wereld om de almachtige te verslaan...
en dan terug te moeten keren zonder Evolet...
Zo had Oude Moeder het niet voorspeld.
Maar toen zij hem voor altijd zou verlaten...
begon de legende van het kind met de blauwe ogen.
Evolet en D'Leh.
Evolet had ons volk de belofte des levens gebracht.
En met haar laatste ademtocht...
gaf Oude Moeder het haar terug.
Je vader wilde deze mee terugnemen.
Voedsel voor je volk.
Het volk van de Yagahl bedankt het volk van de Naku.
Dank je, broeder Nakudu.
Mijn hart is met jou, broeder D'Leh.
Dat was de laatste keer dat ze de Naku zagen.
Hun lange terugreis begon.
Ze zijn weer terug.
En zoals zij zich lieten leiden en behoeden door de voorvaders...
zo lieten de Yagahl zich leiden door Evolet en D 'Leh.
En toen de eerste maan weer over de vallei scheen...
bracht hij tevens de eerste vruchten.
Kijk eens hoe snel het groeit.
En zo gebeurde het dat de belofte des levens...
vervuld werd.
Sync: GDP Gedownload van www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.