Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Voorjaar 1954 Londen
Goede avond, Mr Cussen.
Wil je nu wel met me uit eten gaan?
Dit is 'n poel des verderfs. - Net iets voor jou dus.
Dit zijn gewoon veredelde bordelen.
En wie ben jij? - De veredelde bordeelhoudster.
David Blakely, Ruth Ellis.
Aangenaam.
Die Desmond. Ik had niet verwacht dat zo'n hoerenkast jouw stijl was.
Heb je klachten? - Ik wil een pianist.
Wat is er mis met een grammofoon?
We moeten beide hebben. Mensen horen ook graag een pianist.
Dat kan echt wel uit, Morrie.
Je kent me. Het leuke aan geld hebben, is het feit dat je vrekkig kunt zijn.
Komt er een pianist? - Ik wil het wel proberen.
En we moeten luciferboekjes hebben met onze naam erop.
Dat is reclame. En het kost niks.
Kijk maar 's.
De Clue Club, de Embassy, alle tenten delen ze uit.
We trekken nu een ander slag volk.
Het zijn klanten. Die rijke lui houden wel van ordinair.
Dat is mijn tent dus niet.
Die zijn flink bezig, hè?
Ik blijf hier niet hangen, hoor.
Ik wil iets voor mezelf beginnen. - Je moet de baas te vriend houden.
Ga je gang, bestel die luciferboekjes maar.
Straks komt het plafond nog naar beneden.
Stil, stelletje viezeriken. - Ze zijn aan 't werk.
Andria komt zo thuis. Dit mag hij niet horen.
Dat moet wel als hij hier opgroeit. - Hij groeit hier niet op.
Die rijkelui dumpen hun blagen op Eton.
Met de complimenten van die meneer aan de bar.
Dat arrogante vriendje van jou.
Kom erbij zitten, Mr Blakely.
De drank in dit soort tenten is meestal aangelengd.
Aangelengd of gejat. Proost.
Wat ga je doen? - Ik moet naar m'n klanten.
Zijn die wimpers van jou echt?
Iedereen zegt dat het meisjeswimpers zijn.
Ik vind dat ze je erg mooi staan.
Waar woon je? - Boven de zaak.
Mag ik je vanavond naar huis brengen?
Ik hou van jou.
Dat doet iedereen. Waarom zou jij anders zijn?
Ik wil dat jij ook van mij houdt.
Ik wou dat je niet in zo'n tent werkte.
U praatte veel, Mr Blakely.
Heeft Desmond nog nooit in dit bed met jou gevreeën?
En daarmee is hij vast de enige man in Londen.
Je kent geen schaamte, hè?
Anderen hebben genoeg voor iedereen.
Kent u Mvr Ellis'? - Ja, die woont hierboven.
Wilt u hier even tekenen?
Lieve miss Ellis, wanneer bent u vrij?
Je moet je bril opzetten. - Dan zien mannen me niet staan.
Dat snap ik niet. Je mist zo veel. - Ik ben ijdel.
Ruth, je moet zakken. Nee, een stukje omhoog.
Prima, David. Iets zakken.
Lach eens naar het vogeltje. Even lachen.
Heel mooi.
Kom op, Carole. Het is heerlijk. - Nee, ik heb geen honger.
Heb je het koud?
Heb ik 'n rode neus? - In de auto is 't lekker warm.
Wie is dat?
M'n moeder wil dat ik met zo'n soort meisje trouw.
Vind je dit echt interessant? - Ik drink liever.
Die picknick was heerlijk. Heb je de hele avond in de keuken gestaan?
Je bent een prachtige meid, Ruth.
Ik zou dolgraag een keer met je naar bed gaan.
Laat David het maar niet merken. - Slaat ie me dan?
Nee, mij.
Zal ik blijven wachten, mevrouw?
Het is strafbaar om je voor te doen als taxichauffeur.
Niet als de meter niet loopt.
Ik vind de Zephyr toch mooier.
Ik wil 24 rode anjers laten bezorgen bij Mr David Blakely...
assistent-cateringmanager van het Hyde Park Hotel.
Mr Blakely, gefeliciteerd met uw aanstaande huwelijk.
Stuur s.v.p. meteen m'n huissleutel terug.
Hou die verrekte bloemen maar.
M'n sleutel. En doe zachtjes. Andria slaapt.
Wat moet ik nou met een gescheiden animeermeisje met twee kinderen?
Als 't je niet beval, rot je maar op.
Je vind nooit meer zo iemand als ik. - Een man is 'n man.
De sleutel.
Ik hou 'm.
Dan bel ik de politie. - Van mijn part bel je het leger.
Zal ik ze in een vaas zetten? - Ze kostten een vermogen.
Van wie wist je dat ik verloofd was? - Van Desmond.
Ik dacht dat het je koud liet. - Je had het moeten vertellen.
Ik was bang dat je me er dan uit zou gooien.
Daarvoor ben ik te gek op je.
Kom, Des. Voetjes van de vloer.
Wat ga je morgen doen? - Naar m'n zus.
Zal ik je brengen? - Wil je dat doen?
Met genoegen. Ik bel je wel.
Nog een. - De bar is gesloten.
Kom op, ik ben niet zomaar een klant.
Hier die drank en schrijf het maar op. - Nee, en we schrijven niet meer op.
Luister, maatje. Deze dame zei dat de bar gesloten is.
Gaat het, heren? - Niet al uw klanten hebben manieren.
Het zal niet meer gebeuren, Roy. - Drink wat met ons.
Wil je dat ik ontslagen word? - Ik wou alleen wat drinken.
Neem dit maar. Ik ga.
Zet 'm op een stoel voordat hij omvalt.
Hij blijft niet nog een keer bij me slapen.
Zie je er zo beroerd uit omdat je wat te vieren hebt?
Mag ik nu naar boven?
Eventjes dan.
Ga je dan met me mee? - Ik kom er zo aan.
Dat ziet er goed uit.
Ik maak morgen de kassa wel op.
Heb jij m'n bril gezien?
Doe niet zo lullig. Je neemt 'm te serieus.
Ik neem niemand serieus. Ze zijn amper bij hun moeder van de borst.
Hoe kun jij de hele avond drinken zonder zat te worden?
Ik ben beroeps.
Ik wil slapen, dus ga jij maar naar je moeder.
Ik ga morgen wel. - Ga nu maar.
Ik kan niet slapen zonder jou.
Ze waren op zoek naar vis.
Hebben ze die gevonden'? - Ik moet een lunchpakketje meebrengen.
Je moet ophouden met herrie schoppen.
Dat vinden de klanten niet leuk.
En ik ook niet.
Ik ben vaste klant.
Ik heb niets tegen vrolijkheid, maar bij jou slaat die meestal om.
Het is de Ritz niet. Dit is gewoon een kroegje voor sukkels.
In de Ritz kun je niet op de pof drinken.
Je trekt te veel met Cussen op.
We zijn vrienden. - Hij zit achter je aan.
Nou en?
Niet dat hij iets durft. Hij loopt je achterna als een hondje.
Je weet wat ze zeggen over stille wateren.
Z'n wateren zijn niet stil, maar bevroren.
Laat me met rust, Mvr Ellis. Ga slapen.
Het is al laat en morgen heeft u weer een drukke dag voor de boeg.
Dat kan ik van jou niet zeggen.
Ik wil m'n lunchgeld.
In m'n tas.
Heb je al gegeten? - Ik wou pap.
Dat heb ik niet. - Weet ik.
Daarom had je er zeker zin in?
Geef dit aan David.
Ik heb het al gekamd. - Dit jaar, ja.
Ik ben geen baby. - Dat ben je wel.
Is het wel goed voor Andy om in een hoerenkast te wonen?
Daar hoeft hij niets van te merken.
Je bent 'n slechte moeder.
Hij en Georgina krijgen een goed tehuis.
Een moeder hoort haar kind niet af te staan.
George is haar vader.
Waarom neemt hij Andy niet? - Die is niet van hem.
Wat is jouw leven ingewikkeld. - Ga dan weg.
Ik ga naar Frankrijk.
Waarom? - Voor Le Mans.
Wat is dat? - Een 24-uurs race voor Sportwagens.
Je wordt nooit zo goed als de rest. - Daar weet je niks van.
Je traint te weinig en drinkt te veel.
Wanneer is die race?
Binnenkort.
Als je verloofde je niet achter de broek zit, hou je het nog geen 5 minuten vol.
Laat haar erbuiten.
Iemand had haar moeten waarschuwen. - Mij ook, voor jou.
Als je er zo over denkt, donder dan maar op.
Ik stuur je wel 'n kaartje uit Frankrijk. - Dat is te dichtbij.
Als ik terugkom, ben ik beroemd.
Hij is dolgelukkig.
Andy ook. Kijk maar.
Ik ook.
Echt waar? - Dankzij jou schijnt de zon nu, Des.
Wil je een banaan?
Gelijk heb je. Eigenlijk zijn 't vieze dingen.
Eentje voor het album.
Kijk 's naar de camera.
Wat doe je als hij ouder wordt? - Ik stuur 'm naar kostschool.
Dat is wel het beste als je in die club blijft werken.
Ik zie me daar niet weggaan.
Kun je zo'n school betalen? - Nu niet.
Als je krap bij kas zit, help ik je wel.
Vrolijke kiekjes. Hij is verlegen, maar ik niet.
Je bent hier goed in.
Dat heb ik geleerd bij de fotoclub. Toen moesten we iets meer tonen.
Toen kwam ik erachter dat alle mannen gek zijn.
Ze hadden er nooit 'n rolletje in.
Jij wel?
Nu jij. - Ik ben hier niet goed in.
Mag ik nog wat muntjes?
Knuffelbaar.
Meende je wat je zei? - Wat?
Dat je Andy's kostschool wilt betalen.
Ik betaal je terug. - Zit daar maar niet over in.
Je schiet goed.
Kan Andy wel van huis? - Ik geloof dat hij heel graag wil.
Dan moeten we dat regelen. Als we 'n goede school vinden...
kan hij in september beginnen.
Mag ik 's?
Tegen je schouder.
Trek dat naar je toe. Schiet maar.
58 sportwagens verschijnen aan de start van de 24 uur van Le Mans.
Dit jaar gaat het vooral tussen de Ferrari's en de Jaguars.
Onder de toeschouwers zien we de playboy Rubirosa...
en de mooie Zsa Zsa Gabor.
Het wordt avond. De Ferrari's doen het goed.
De Jaguars hebben problemen. Stirling Moss ligt eruit.
In de regen behouden Gonzalez en Trintignant de leiding.
Dan raken de Britten in een slip. Thompson en Moore liggen eruit.
Het einde nadert. De Jaguar doet een laatste wanhoopspoging.
Maar de Ferrari wint, slechts 105 seconden voor de Britse auto.
Jammer dat de Britten het weer net niet haalden.
Interessant was dat vier generaties van één familie het feest bijwoonden.
Verder waren er weinig volwassenen.
Caroline's moeder was er, Miss Oliver Sixenburg...
haar grootmoeder, Mvr Hague en haar overgrootmoeder.
Nu een andere.
Ik vond het interessant om te horen dat de jonge meisjes van...
Dat woord ken ik niet.
Dat is Frans, geloof ik. Les Ambassadrices.
Wat betekent dat?
Dat is een dure meisjesschool in Zwitserland.
Daar gaan jongedames naartoe.
Ze leren er koken, naaien en scheiden.
Heb jij dat ook gedaan?
Mag ik nu stoppen? - Ja, je leest heel goed.
Beeldschoon of belabberd? - Belabberd.
Je weet dat je niet mag liegen tegen je moeder.
Ik moet ervandoor.
Komt hij ook? - Wie?
Naar bed.
Hij bouwt 'n raceauto, de Emperor. - Wat bescheiden.
Wie is 'hij'?
Ik wil een race-bril. Geen speelgoedbril. Mag ik die voor Kerstmis?
Ik dacht dat hij in Frankrijk zat. - Ik ook.
Maar met David weet je het nooit.
Hoe is jouw rumba? - Goed.
Ben je hier weleens geweest?
Zullen we het hier eens proberen?
Brutaal, hoor. Wou je een weekendje rollebollen?
Ik plaag je maar. Je bent soms zo verlegen.
Bedoel je dat ik saai ben?
Jij kalmeert me. - Je lijkt me altijd wel kalm.
Ik ben nog nooit boos op je geweest. Daar bof je mee.
Als ik boos was op m'n ex-man, werd 't altijd vechten.
Sloeg hij je? - Soms was ik daar wel blij om.
Als ik tegen hem bleef uitvaren, werd ik gek van m'n eigen stem.
Hij vroeg erom. - Arme George.
Hij is blij dat het voorbij is. Het raakt 'm harder dan mij.
Hij heeft jullie dochter. - Niet voor altijd.
Hij zuipt nog meer dan vroeger.
Dat ie nog tandarts is. Hij slaatje tanden eerder uit je bek.
Als ik samen met jou ben, praat ik alleen maar tegen mezelf.
Snoer me toch 's de mond.
Fijn dat je er bent. - Wil je wat drinken?
Ik zie je nog wel.
Wil je dansen?
Mag ik 'n fles champagne?
Je danst als een aap.
Ben je al lang terug? - Al weken.
Je hebt me al die tijd gemeden. Waarom verpest je het nu?
Ik mis je, denk ik.
Laat je moeder het niet horen.
Je danste net met haar. Ontroerend, hoor.
Ze moet maar 's op de koffie komen.
Dat ging gemakkelijk.
Wat vieren we? - M'n echtscheiding.
Is de echtscheiding erdoor?
Was het maar waar.
Wie hebben we daar? Wat moet je hier? Eruit.
Een betere kinderoppas is er niet.
Van je kinderjuf geleerd?
Ze mag wel voor mij werken. - Ze heeft haar handen vol aan mij.
Je bent al aan de whisky.
Die hoort bij de gulle toelage van je baas.
Hij moet betaald worden. We werken niet om de luie adel te onderhouden.
Je overdrijft m'n sociale status. - Die kan me gestolen worden.
Je hebt hier niets te zoeken als ik er niet ben. wegwezen.
Andy was wel blij me te zien.
Ik ga 'm later leren rijden. - Dan ben je er al lang niet meer.
Doe niet zo raar. - Ik kan niet zonder je, Ruth.
Zeg dat maar tegen je verloofde. - Die heb ik niet meer.
Harteloos zwijn.
Ik hou van je. - Wat 'n rare manier om dat te tonen.
Dit is nieuw voor me.
Wat ga je eraan doen? - Ik ben platzak.
Heb je je erfenis verbrast?
Die gaat op aan de Emperor. Ant krijgt tien pond per week.
Ik dacht dat je rijke stiefpa dat regelde.
Die wil er geen geld instoppen. - Geef 'm ongelijk.
Je hebt verloren in Frankrijk. - Dat weet je best.
Vind je jezelf 'n goede coureur? - Je hebt me gezien.
Ik heb je nog nooit zien winnen.
Vind je dat ik moet stoppen?
Je hoeft er niet helemaal mee te stoppen. Doe het gewoon als hobby.
Ik geef alleen om auto's.
De Emperor is een prototype voor een auto van zo'n 1000 pond per stuk.
Raak je in paniek?
Dat gevoel ken ik.
Ik wil bij jou komen wonen. - Doe niet zo gek.
Je mag niet weglopen omdat je ouders willen dat je op eigen benen staat.
Laat je stiefpa zien dat je het meent, dan komt hij vanzelf over de brug.
Je kunt hier niet wonen. Dan gaat Morrie huur vragen.
Dan word je toch weer hoer bij hem?
Noem me geen hoer.
Ik verafschuw wat je hiervoor deed.
Neem twee aspirientjes, dan zien we morgen verder.
Ik ga naar bed. Ik heb een bedrijf te leiden.
Ik wil met je trouwen. - Hoezo? Ben je zwanger?
Anders heb ik geen rust.
Ik heb nog nooit rust gehad.
Ik denk voortdurend aan je.
We horen bij elkaar.
Dit is niet eerlijk. - Ik wil geen ruzie met je maken.
Wacht hier maar even. - Waarom?
Ik kijk even of m'n moeder daar is.
Zou haar auto niet buiten staan als ze er zat te pimpelen?
Soms gaan ze lopend.
Ik blijf hier niet zitten terwijl jij je kont zit te warmen.
Je zou je gedeisd houden.
Ik moet het m'n moeder zo tactvol mogelijk vertellen.
Nu ruiken we hetzelfde.
Ga maar. Ik praat wel met de knollen.
Wil je het huis zien of ben je nog boos?
Laat me het huis maar zien.
Wil je binnen kijken?
Je moeder zou van d'r stokje gaan als ze wist dat ik hier was geweest.
Wil je de tuin zien?
Wat vind je ervan?
Ik had meer iets verwacht à la Versailles.
Vond je moeder 't geurtje lekker?
Jij wilde hier naartoe.
Breng me naar Londen.
Probeer het gewoon. - Rijden, David.
Andy wil dat jullie komen.
Hier zijn we.
Die moet even wat rechter.
Dat staat je goed. - M'n naam staat in al m'n kleren.
Ik heb alles nodig.
Dit is m'n nieuwe schooluniform.
Dit is m'n koffer.
Ik moet wat drinken.
Willen jullie ook? - Ik ga weer eens.
Zorg dat hij alles netjes opbergt, Desmond.
Wanneer ga je? - Morgen.
Deze kan niet mee. Ze rukken z'n benen eraf.
Deden ze dat ook bij jou? - Hij plaagt je maar, Andy.
Nieuwe pen?
Met een gouden punt.
Mooi. Een cadeautje? - Van oom Desmond.
Hang je uniform maar op.
Grote jongen. - Wat zie je er goed uit.
M'n naam staat in al m'n kleren.
Nog steeds bezig met de Emperor? - Ja, veel mensen zien 't niet zitten.
Findlater is 'n goede mecanicien.
Wanneer kun je ermee racen? - Misschien in het voorjaar.
Het is het waard als je wint.
Mag ik komen kijken als je wint? - Nee, dan zit je op school.
Je hebt hem al drie weken niet betaald.
Dat weet ik. - Je behandelt 'm als een klaploper.
Wat is er?
Carole zeurt weer om Ruth en om jouw loon.
Ik ben 't helemaal met haar eens.
Ik denk dat ze met me wil trouwen.
Wat een leuk feest, Carole. Proficiat, Anthony.
Lieveling, jij mag het eerste stukje.
Eet ze slecht? - Ze eet als een paard.
Mijn zoon zegt dat paarden heel veel eten.
Leert ie dat op school? - Een hele zorg minder.
Hij vindt 't er heerlijk. Het is het echt waard.
Ze baalt alleen dat Desmond Eton niet kan betalen.
Onbeschoft stuk vreten. Hoe durf je Andy's schoolgeld te noemen?
Wat laag om mij af te vallen tegenover dat chagrijn.
Zo chique ben je niet als je ligt te wippen met 'n...
Ze zingt als 'n verkouden kraai. - Dat valt wel mee.
Ik wou dat ze me ontsloeg, dan kon ik wrok koesteren.
Dat deed je altijd al. Ze wordt zelf ontslagen als ze niet oppast.
Ze maakt zichzelf belachelijk met haar liefje.
Wie is dat grietje? - Het is niet z'n zus.
Die ouwe maakt zich pas belachelijk. Ze gebruikt 'm gewoon.
Aanbad iemand mij maar zo. - Ik verafschuw ze.
Jij verafschuwt iedereen.
Jouw Yank geeft niet veel uit. - Hij is blut.
Klets niet. Yanks zonder geld bestaan niet.
We gooien maar weer onze tieten in het strijdperk.
Vertel op, Wilf. - Ik was gewetensbezwaarde.
Je hebt je oorlogsmedailles niet op. - Die kregen we niet voor ons werk.
Munitie? - Onderhoud.
Heb je gezien hoe deze plaat eruitziet?
Die plaat heb je van mij. Allemaal krassen.
Ik heb 'm grijs gedraaid. - Alle klanten zitten er zeker aan'?
Wat moet ik er verdomme dan mee doen?
In een bankkluis stoppen?
Het is het enige wat je me ooit hebt gegeven, verwend joch.
Het spijt me.
Geef 'm iets te drinken. Heb je even?
Zeg niet dat het je spijt.
Het komt door de drank.
En door jou.
Elke man die jij in je klauwen krijgt, eindigt zo.
Die tandarts ging pas slaan toen hij met jou getrouwd was.
Je vind het vast leuk.
Ik vind het heerlijk. Door jou ben ik m'n baan kwijt.
Ik ga slapen.
Niet in mijn bed. Donder op en kom niet meer terug.
Dat zeg je altijd.
Jullie allemaal.
En of jullie 't leuk vinden of niet, ik blijf altijd.
Ik ben zo klaar.
Waarom hou je je echte haarkleur niet?
Nee, ik ben nu blondine.
Heb je valse wimpers? - Die zijn mooier dan de echte.
Beweeg je niet.
Vraag je je nu af of m'n gebit echt is?
Dat weet ik wel. Je hebt een tandenborstel.
Dat is voor de vorm.
Mag ik je snor eraf scheren?
Ga je met 'm naar bed?
Je bent walgelijk.
Het is koud. Ik wil naar huis.
We nemen 'n hotel. Zonder jou slaap ik niet.
Is Desmond thuis? - Nee.
Dan kunnen we naar zijn huis gaan. - Dat is gemeen.
Weet ik, maar mag ik met je mee?
Waar is z'n slaapkamer?
Bij jou voel ik me net 'n vluchteling.
Wil hij met je trouwen? - Ik geloof van wel.
Heeft hij je al gevraagd? - Dat doet hij niet.
Waarom niet?
Hij is bang dat ik 'm afwijs.
Pak het dekbed.
Kom maar.
Komt er nog wat van?
We zijn weer thuis.
Wat deed je daar? - Niets.
Je zocht zeker je kerstcadeautjes. Heb je honger?
En jij, Des? - Ik wil een borrel.
Je wilt zeker gin? - Doe mij maar cognac.
Ben je moe? - Ja, van al dat winkelen.
Wil je een sigaar? - Graag.
Groot of klein? - Een grote.
Je bent bij Blakely geweest.
Hij kwam Andy's cadeau brengen.
Hij heeft me geslagen. Hij was stomdronken.
Ik moest met 'm het huis uit.
Zie je 'm vaak sinds je hier woont?
Ga je met 'm naar bed?
Waar?
In hotels. - En hier als ik niet thuis ben?
En hij slaatje?
Als hij te veel heeft gedronken, weet hij niet wat hij doet.
Dat is geen excuus.
Je bent zo goed voor mij en Andy. - Dat wil ik niet horen.
Ik had hier nooit moeten komen. - Ik heb het je aangeboden.
Ik vertrek sowieso. - Waarheen?
Zo kom ik nog 's bij het Leger des Heils terecht.
Je ziet er vreselijk uit. - Jij ook.
Dit is m'n kaartje.
Ik ben de beste vriend van Mvr Ellis.
Als er problemen zijn, ziekte of zo, neem dan contact met mij op.
U kunt me thuis en op kantoor bellen.
Als u iets nodig heeft, dan weet u waar ik ben.
Ik laat u nu alleen.
Tot ziens, Ruth.
Ik kom vast wel langs om te kijken hoe het met jullie is.
Ben je nog lang met die machine bezig?
M'n moeder is niet gewend om zelf te wassen.
Moet je niet werken? - Ik wou je zien.
Als je zo doorgaat, word je nog ontslagen, net als ik.
We kunnen naar de film of we kunnen uit eten.
Kan 't niet allebei? - Heb je geld?
Niet veel.
Wat is er? Mis je Andy? - Een beetje.
Hij is wel wat jong om 't huis uit te gaan.
Ik ben zwanger.
Zal ik 't laten weghalen?
Waarom niet? Een keertje meer of minder maakt niet uit.
Doe niet zo grof.
Wat is er toch aan de hand?
Hier heb ik tenminste geen gezeur. - Juich niet te vroeg.
Ik krijg nog vijf weken loon van je. - Dat krijg je heus wel.
Nog auto's verkocht? - Twee.
Dit rotding was al klaar geweest als we er fulltime aan zouden werken.
Het schiet al op. - Maar niet genoeg.
Ik wil ermee racen. Oulton Park, 2 april.
Dan is ie nog niet klaar. - Dat moet wel.
Waarom ben je zo in paniek?
Is het dat rotmens weer?
Ze is zwanger.
Ik wil geen ruzie met jou en Carole. - Door haar heb je met iedereen ruzie.
Het kan van Cussen zijn. Gebruik je verstand.
Je trapt toch niet in zo'n oude truc.
Ze heeft 't moeilijk. - Wie niet?
Je verlaagt je tot haar niveau omdat ze het jouwe niet haalt.
Ze heeft alleen al haar uiterlijk. - Ze ziet er goed uit.
Wat moet ik doen?
Je wil straks met de Emperor racen. Denk daar maar aan, niet aan haar.
Of je zit je hier te bezatten...
of je zit bij je kinderjuf onder de rokken.
Je waant je veilig tussen deze snobs, bij wie je niet stuk kunt.
Ze verkeren in de waan dat je nog enig fatsoen in je lijf hebt.
Jij laffe, achterbakse, huichelachtige slapjanus.
Als je niks met me te maken wilt hebben, zeg het dan gewoon eerlijk.
Dan zou ik me niet zo voor je schamen.
Neem me niet kwalijk. - Wilt u haar verwijderen?
Als jij 't moeilijk hebt, draait alles om jou. Om van te kotsen.
Je stinkt naar hypocrisie en angst. Ik weet niet wat smeriger ruikt.
Je aanbidt haar. Voor deze scène rij je hier speciaal naartoe.
Straks naai je haar jurken en verf je d'r haar.
Nou mag je haar weer terugrijden.
Hoe ben je hier gekomen? - Ik ben je geur gevolgd.
Ben je met de auto?
Zo dronken? - Wat maakt het uit?
In dit weer ziet niemand iets.
Hier kom ik niet voor.
Je weet best waarvoor je komt. Niet weglopen.
Wou je me weer slaan?
Je vraagt erom. - En ik krijg het ook.
Ik blijf hopen dat je verandert. Maar nee.
Ik kan het niet helpen.
Een geluksamulet.
Je draagt de jouwe nog.
Om me te beschermen tegen duivels en vampiers.
Ik wil je gezicht zien. - Ik wil niet gezien worden.
Gelukkig is alles in orde.
Ik was vergeten dat hij thuis zou komen.
Ik was zo bezig met Georgina. - Hoe is het met haar?
Ze is beeldschoon. Ik wilde gewoon niet bij haar weg.
Je liegt.
Het hoofd van Andy's school heeft je hospita gebeld over de feestdagen.
Zij heeft mij gebeld, want voor zover zij wist...
was jij met je man naar de autoraces.
Het spijt me.
Waarom laat hij je niet met rust?
Hij geeft geen moer om een ander.
Neem nou Andy.
Die zou alleen thuis zijn. Denkt Blakely daar niet aan?
Zo'n kind de hele avond alleen?
Dit is gewoon smerig.
Hij behandelt jou als 'n hoer. Je zoon moet zich maar redden.
Dat klopt niet.
Toen David me meevroeg, ging ik gewoon.
De rest deed er niet toe.
Waaronder je zoon. - Dat was ik vergeten.
Ik wil je niet zien knielen voor iemand die jou als vuil behandelt.
Heeft hij je weer geslagen? - Geen idee.
Je weet toch wel wanneer iemand je verrot slaat?
Je bent lijkwit.
Waar slaapt Andria?
Ik heb een kampeerbed geleend van de hospita.
Het is net of m'n hersens op springen staan.
Gaat het weer?
Ik bloed nog steeds. Verder ben ik kerngezond.
Wat doe je hier?
Je probeert me al 'n week te bellen.
Dus je vrienden hebben wel gezegd dat ik had gebeld.
Je hebt niet teruggebeld.
Ik had 't druk.
Wat rot van de baby. - Was je niet bezorgd over mij?
Daar wou ik niet aan denken.
Was het een jongen of een meisje? - Daar wil ik niet over praten.
Pas als m'n kalmeringsmiddelen werken.
Waarom gebruik je die? - Om me te kalmeren.
Het Bristol Team heeft me gevraagd voor Le Mans.
Is dat goed? - Ik zit nu gebeiteld als coureur.
Dit is de teamfoto.
Ik heb 'm ook aan m'n moeder gegeven.
Ze keken thuis flink op hun neus. Ze moeten me nu serieus nemen.
Je moet mee naar Frankrijk. Na de race kunnen we op vakantie.
Je bent nog nooit het land uit geweest.
Wat doe je nu met de Emperor? - Dat doet er niet meer toe.
Die verkopen we wel als schroot. Laten we het gaan vieren.
Hoe is 't op school? - Leuk.
Hier heb je een paasei. Je mag 'm pas zondag opeten.
Wil je morgenmiddag naar de kermis? - Ja, hoe laat?
Half vier.
Ik kom je ophalen.
Nog steeds in gesprek? - De hoorn ligt ernaast.
Maakt u zich geen zorgen. - Hij zei dat hij zou komen.
Past u even op Andria? Ik ga David zoeken.
Er is vast niets aan de hand met uw man.
Er kan van alles gebeurd zijn. - Hij heeft je laten zitten.
Dat is alles.
Als je me niet wilt brengen, zeg dat dan. Dan neem ik een taxi.
Nu ga je te ver.
Ik mag 'm kapotslaan. Ik heb 'm voor de helft betaald.
Ga naar huis. - Niet zonder jou.
Maak jezelf niet zo belachelijk.
Ik weet dat je daar bent.
Laat de au pair haar broekje weer voor je zakken?
Ik wil haar niet oppakken. - Heeft u de auto beschadigd?
Ik heb 'm voor de helft betaald.
Kom nou, Ruth. Denk aan Andy.
Het gaat juist om Andy. Ze zouden naar de kermis gaan.
Wie is Andy? Haar vriend?
Haar zoontje. Ik breng haar thuis.
Wou je 'm kopen, Blondie? - Misschien wel.
Ik ondersteun je wel.
Hooguit tien minuten.
Rustig maar. Hij rijdt uitstekend.
Uw chauffeur, mevrouw.
Het is de au pair. Ik had gelijk.
Ruth, ik neem je mee naar huis. Andy is al lang genoeg alleen.
Heeft hij al gegeten?
Die gore David Blakely zou met 'm naar de kermis gaan.
Is Andy bij jou of bij mij? - Hij kijkt televisie bij mij.
Hoe ben ik hier terecht gekomen?
Ik heb je hier afgezet.
Wat is er gebeurd?
Er was een feest aan de gang. - Waar was jij?
Een eindje verder op straat. Ik stond gewoon op straat.
Er was een hoop lawaai.
Door het open raam hoorde ik gegiechel.
Ze kwam me zo bekend voor. - Ruth, het is al na middernacht.
Ik liep steeds weg, maar ik kwam steeds weer terug.
Ik weet dat het de au pair is.
Hij deed het gordijn op haar kamer dicht.
Denk je dat Blakely bij haar is?
Hij is weer bezig.
Je wilt 'm toch weer terug.
Dat weet ik.
Ik word gek van die herrie. - Ga spelen, Andy.
Waar? - Maakt niet uit.
Maak 'm niet zo overstuur. - Dat is niks nieuws voor hem.
Wat David heeft gedaan, is erg genoeg.
Ben ik opeens net zo erg als Blakely? - Welnee.
Dat ben ik wel, Ruth.
Ik ben erger dan jullie samen als ik mezelf laat gaan.
Dan zou je me hoger aanslaan.
Als ik je had geslagen...
had je misschien gedacht dat het kind van mij was.
Dat had gekund.
Ik ga Andy halen.
Kan ik hier 'n cheque verzilveren? Voor tien pond.
Aan de kant, Clive.
Waarschuwt u de politie?
Geachte Mvr Cook.
De afgelopen dagen waren vast een schok voor u.
U moet me geloven als ik zeg...
hoezeer het me spijt dat ik u dit leed heb aangedaan.
U zult wel allerlei verhalen te horen krijgen over David en mij.
Vergeef hem dat hij tegen u heeft gelogen met betrekking tot mij.
We hebben vele gelukkige uurtjes doorgebracht.
Op donderdag 7 april kwam David thuis om kwart over zeven 's avonds.
Hij gaf me z'n nieuwste foto, een paar dagen eerder gemaakt.
Hij zei dat u er ook een had gekregen.
Vrijdagochtend vertrok hij om 10 uur. Hij zou om 8 uur terug zijn.
Hij kwam niet opdagen.
De schuld van Davids dood en de mijne, ligt bij de Findlaters.
Dit begrijpt u vast niet.
Maar voordat ik word opgehangen, zult u snappen wat ik bedoel.
M'n excuses voor m'n handschrift. De pen schokt.
Ik hoop dat u David vergeeft dat hij met mij samenwoonde.
We hielden zeer veel van elkaar.
Helaas had David niet genoeg aan één vrouw in z'n leven.
Ik heb het David vergeven.
Ik wou dat ik het hem had kunnen vergeven toen hij nog leefde.
Nogmaals, 't spijt me dat ik u zo veel verdriet en ellende heb bezorgd.
Ik zal tot m'n dood van uw zoon houden.
U kunt tevreden zijn dat zijn dood is gewroken. Vaarwel.
Ruth werd op 13 juli 1955 opgehangen in de Holloway-gevangenis
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.