Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
DE ZEEMEERMINPRINSES
Vijfenveertig graden bakboord.
Vijfenveertig graden bakboord.
Wat gebeurt er?
Mijn aapje.
Aapje, kom terug.
Aapje. Waar ga je naartoe?
Wacht...
Ik red je wel.
Hijs het grote zeil.
Hijs het grote zeil.
Mensen.
Kom terug.
Ze zitten in de problemen.
Ik heb je.
Mijn aapje.
Daar ben je.
Ik kom eraan.
Ik zie je. Geef me je hand.
Sophie, nee.
Sophie...
Papa.
Zeemeermin, wil je haar redden?
Natuurlijk wil ik dat.
Ben je de eerste wet van de zee vergeten?
We mogen ons nooit met mensen bemoeien.
Maar het is maar een klein meisje. Kijk naar haar.
Ze is zo schattig.
Ik waarschuw je. Men moet nooit proberen het lot te tarten.
Maar wanneer het lot fout zit, moeten we het veranderen.
Zeemeermin, wacht.
Sophie, het spijt me zo erg.
Kapitein?
Is ze gevonden? -Nee, nog niet.
Blijf zoeken.
Maar de koning zegt dat we direct moeten uitvaren.
Ik weet het.
Papa...
Waar ben ik?
Ik moet doen wat mijn hart me nu ingeeft. Ik moet haar redden.
Zeemeermin...
Maar wat wil je dan doen? -Ik wil haar naar huis brengen.
Als je de zee verlaat, zul je de magische bescherming verliezen.
Ben je niet bang dat de mensen je iets aandoen?
Ik probeer alleen een kind te redden.
Niet alleen proberen mensen ons te doden...
ze zijn niet eens gestopt met vechten.
Maar als ze alleen op het strand wordt achtergelaten...
is dat echt heel gevaarlijk. -Ja, dat is ook zo.
Je kunt haar leven redden, maar niet haar hart.
Redden is makkelijk. Gered worden is moeilijk.
Ik weet misschien niet hoe ik 'n hart kan redden...
maar ik weet wel dat ik dit meisje moet redden.
Anders zou ik me schuldig voelen.
Als je niet naar me luistert, zul je spijt krijgen.
Papa...
Hoi, ik ben Anny. Hoe heet jij?
Ik heet Sophie. Ik wil naar papa.
En waar is jouw papa? -Ik weet het niet.
Op een boot ergens daar. -Oké, laten we daar naartoe gaan.
Dit is geweldig. -Ja, hè?
Dames en heren, deze winkel bakt het beste brood van de stad.
Kom binnen om te proeven.
Ik heb zo'n honger. -Ik ook.
Signorina, wil je misschien iets eten?
Wat we maar willen?
Ja, natuurlijk. Alles.
En toetjes ook? -Uiteraard.
Koekjes. Mijn lievelings.
Ga weg, jongen.
Alsjeblieft. -Dank u wel.
Dit ziet er heerlijk uit.
Aapje. Wil jij een koekje?
Wat ben je schattig. Oké, alsjeblieft.
Wil je meer?
Hoe heet je?
Ik noem jou Spotty, goed?
Ik ga wel voor jou zorgen hoor. Oké?
Rustig maar.
Ahoi, kleine meid. Dat is mijn aapje. Geef 'm terug.
Nee, dit aapje is van mij.
Dit gekke aapje drinkt en vecht al met ons sinds we jong waren.
Dus is hij van ons.
Hou je mond. Geef 'm terug. -Nee, hij is van mij.
Geef 'm terug. Hij is van mij. Laat los.
Hou op. Waarom pesten jullie dit kind? -U begrijpt het verkeerd.
Wij pesten nooit. Alleen volwassenen.
Spotty is van mij. -Spotty?
Dus je hebt een nieuwe naam?
Hé kleine man, ben je nu Sophie's aapje?
Zie je, het aapje hoort niet bij jullie.
Laat los. -Hij is van ons.
Geef 'm aan mij.
Verdorie. Als ik die aap niet krijg, krijgen jullie hem ook niet.
Hij is echt heel boos. Rennen.
Ga ze achterna.
Klanten, wacht. Jullie hebben nog niet betaald.
Rennen. -Ik wil m'n geld. Niet rennen.
Zitten jullie ook achter ze aan? -Ja.
Krijgen jullie ook geld van ze? -Geld? Ze zijn me een aap schuldig.
Een aap schuldig?
O, nee... -Dit gaat ons lukken.
Hé grote jongen, ben je niet topfit?
Die muur was niet sterk.
Hé, stoppen jullie.
Je staat op me. Ga eraf.
Baas, gaat het een beetje? -Erachteraan.
Aapje, kom terug.
We moeten echt doorrennen.
Kijk daar eens. -Goed gezien, Sophie.
Geweldig, nu hebben ze ook nog een koets gestolen.
Baas, wat moeten we nu doen?
Vooruit, laten we die paarden pakken. -Als piraten?
Stop. -Wie zijn jullie?
Eens kijken hoe je nu nog wegkomt. Dave, nu.
Ga eraf.
Doe voorzichtig.
Wacht, zijn dat niet de beruchte piraten Tom en Dave?
Laten we ze oppakken.
Stoppen jullie. Blijf staan.
Het is de Koninklijke Marine. Ze zitten achter ons aan. Schiet op.
Wegwezen hier.
Stoppen, zeg ik jullie.
Zo te zien zijn ze gepakt. Laten we gaan kijken.
Sophie?
Blijf staan daar. -Ze is de dochter van onze kapitein.
Ken jij hem?
Hij is een officier op mijn vaders schip.
Gelukkig dat ik je gevonden heb.
Ik denk dat u de boeven moet bedanken.
De kapitein moet weer snel uitvaren. Jullie moeten gauw aan boord.
Kapitein...
Het is Sophie. Ze is...
Papa?
Pap, ik heb je gemist.
Godzijdank, Sophie. Ben je gewond?
Het gaat prima. Zij heeft me teruggebracht.
Bedankt dat u Sophie heeft gered. Mag ik weten hoe u heet?
Ik heet Anny. Maar als u de kapitein bent en haar vader...
hoe kon u dit laten gebeuren? Ze had wel gewond kunnen zijn.
Of zelfs dood.
Anny, je hebt gelijk. Dit is allemaal mijn schuld.
Maar waarom heeft u niet geprobeerd haar te redden?
Er kwam een grote golf. En tegen de tijd dat ik bij haar was, was ze weg.
Maar waar heb je haar gevonden?
Nou...
Oké, laten we het daar niet over hebben.
Anny, ik wil je een heel leuk plekje laten zien.
Sorry, niet nu. Ik moet gaan.
Baas, wat ben je aan het doen? -Hou je kop.
Ik probeer te ontsnappen uit deze plek.
Ontsnappen?
In het piratenboek staal een gezegde: Rennen is altijd de beste optie.
Juist. Je zei ook dat falen de moeder van al het succes is.
Het zal. Schiet op en help me.
Je beseft toch wel dat dit m'n enige gereedschap was...
om hieruit te komen.
Lief aapje, geef dat mes eens aan zielige oude Tom?
Dan geef ik je wel iets lekkers.
Hier.
Ik heb een idee. Hé, gek aapje...
O nee, mijn maatje aapje. Zou je mij een plezier willen doen?
Wil je mij de sleutel geven om deze cel te openen?
Ik geef je een hele tros bananen.
Twee trossen bananen?
Drie?
Oké, deal.
Maak je niet druk. Zodra we hieruit zijn, krijg je vijf trossen bananen.
Waarom neem je deze niet als aanbetaling?
Anny, moet je daar kijken.
Mijn vrienden.
Kijk eens hoe ze springen.
Ze zien er zo blij uit. Komen ze voor jou?
Ze omsingelen de boot.
Dat zijn veel vissen.
Ik denk dat ik wel weet wat ze willen.
Moet je zien hoeveel er komen.
Hijs het grote zeil.
Anny, kijk daar. Ik heb nog nooit zo'n grote vis gezien.
Dat is een walvis.
Het lijkt erop, dat hij ze hierheen leidt.
Mijn vrienden denken dat ik in de problemen zit.
Kapitein, de vissen omsingelen ons. We kunnen geen kant op.
Wat zijn het er veel.
Ga terug. Ik ben veilig.
Laad de kanonnen. -Kanonnen gereed.
Schiet op de vissen.
Kapitein...
Doe ze alstublieft geen kwaad.
Hen kwaad doen?
Lieve Anny, die vissen proberen ons te vermorzelen.
Breng Sophie terug naar haar hut. Het is gevaarlijk hier.
Spring alsjeblieft niet. Laat me niet alleen.
Wat ben je aan het doen? -Ik zal zorgen dat ze weggaan.
Laat me even naar beneden gaan. -Nee, dat wordt veel te gevaarlijk.
Anny, ga niet weg. -Vertrouw me, kapitein.
Wat staan jullie nou te kijken? Schiet op, haal haar eraf.
Meneer Walvis, stop alstublieft.
Goed zo, ja.
Brave jongen.
Hallo, allemaal.
Ik weet dat jullie bezorgd zijn, maar ik kan goed voor mezelf zorgen.
Jullie kunnen allemaal naar huis gaan.
Tot ziens.
Kapitein, de vissen gaan weg.
Is zij de legendarische zeemeermin? -Dat moet haast wel.
Ik heb over haar gehoord, maar ik heb haar nog nooit in 't echt gezien.
Kapitein, er ligt een eiland precies voor ons.
Prima, gooi het anker uit en sla de voorraden in.
Gooi het anker uit en sla de voorraden in.
Papa, gaan we naar dat eiland toe?
Natuurlijk.
Ik ga met Sophie naar het eiland.
Vergeet niet op de twee gevangenen te letten in hun cel.
We gaan naar dat eiland toe dat daar ligt. Ga je met ons mee?
Dit is onze kans.
Ik ben zo blij dat je mee bent gegaan. -Ja, ik ook.
Wat is het hier mooi.
Laten we ze volgen.
Kom op.
Dit is leuk.
Wat een mooie vlinders.
Kom mee.
Van rennen word ik blij.
Vandaag was de mooiste dag ooit.
Dit speelgoedaapje ziet er levensecht uit.
Dat is het aapje.
Pak dat beest. Nu.
Hop, spring, neer.
Ik denk dat jij de meermin bent, bekend van de vele legendes.
Maar ik voel dat je de mens niet vertrouwt.
Zoals Poseidon al zei: Mensen zijn eigenlijk niet zo aardig tegen ons.
Bedoelt u dat alle mensen goed zijn? -Niet allemaal.
Je hebt twee soorten mensen. De goede en de slechte uiteraard.
Die piraten bijvoorbeeld, zijn de slechteriken.
En wij van de marine, wij zijn de goede mensen.
Wij vechten voor het goede.
Waarom zijn de piraten de slechteriken?
Waarom? Omdat ze zo veel slechte dingen hebben gedaan.
En kunt u ze niet veranderen?
Dat is heel moeilijk.
Heren, haal dat aapje naar beneden. Onmiddellijk.
Jullie twee, naar boven.
Pak hem.
Zo, en waar wil je nu naartoe, aapje?
Heren, grijp hem.
Anny, papa...
Moet je kijken. Ik heb een hele mooie vlinder gevangen.
Vind je 'm mooi?
Hij is prachtig.
Ik neem 'm mee naar huis. -Dit is de vlinder z'n thuis.
Als je 'm meeneemt, worden zijn vader en moeder erg ongerust.
Als ik weg ben, is mijn vader ook ongerust.
Dan weet ik wat ik moet doen.
Je bent een slimme meid.
Ga maar naar huis.
Dag, klein vlindertje.
Moet je al die prachtige kleuren zien.
Hoe zit het met die matrozen?
Briljant. Buitengewoon briljant. Prima wat je met ze hebt gedaan.
Jij wilt nu zeker je bananen?
Ik zal ze zeker geven.
Maak je geen zorgen. Ik zal doen wat ik heb gezegd.
Ik ga naar het eiland en pak ze voor je.
Kom mee.
Baas, we verlaten dit schip. Maar waarom gaan we naar 't eiland?
Heb je enig idee wat die zeemeermin voor ons kan betekenen, slome?
Ja, nee. Wat kan ze dan? -Ze is de dochter van de zee.
Als we haar vangen, dan kan ze ons helpen...
alle schatten van de zee te vinden, mijn beste vriend.
En dit is een mooie gelegenheid omdat ze nu alleen is met de kapitein.
Deze keer zullen we schat- en schatrijk worden.
Onmogelijk. -Wat?
Hoe zijn die twee ontsnapt? -Wie?
Die twee piraten. Ze komen onze kant op.
En uw bemanning dan? -Ik heb ze niet gezien.
Maar ik weet zeker dat ze in de nesten zitten.
Ik wil dat je Sophie meeneemt. Ik zal ze opwachten.
Kapitein? Zij zijn voorbereid. Waarom maken we geen beter plan?
Geen zorgen. Het zijn maar gewoon piraten.
Sophie, kom mee.
Waar gaan we heen?
Volg mij maar.
Wat hebben jullie met mijn bemanning gedaan?
Denk je echt dat ik ook maar één vinger heb uitgestoken?
Een klein aapje heeft je volledige bemanning opgesloten.
Boeventuig.
Kom op en breng ons de mooie zeemeermin en geef je over.
Nooit.
O, leuk. Mag ik helpen?
Zo, kapitein. En nu? -Je bent een schurk.
Vertel op. Waar is de zeemeermin?
Doe met mij wat je wilt, maar doe hen geen pijn.
Dat bepaal jij niet. We zullen haar zelf wel vinden.
Vooruit, we gaan.
Trekken, Anny.
Hé baas, wat is dat geluid? Hoor jij iets?
Dat was leuk.
Papa...
Sophie, ben je gewond? -Ik niet.
Maar je zou die piraten moeten zien.
Waar gaat u heen? -Ik wil de bemanning redden.
U bent gewond. U kunt niet gaan.
Geen zorgen. Ik regel het wel.
We zijn ze kwijt.
Verdorie, ze zijn vast terug naar het schip. We moeten erheen.
Schiet op. -Ik peddel zo snel als ik kan.
Vreemd. Waar zouden ze zijn? Ik kan niemand ontdekken.
Is daar iemand? -Doe open.
Hé, kleintje.
Jij hebt de sleutel.
Oké Spotty, geef alsjeblieft de sleutel.
Dan krijg je van mij een tros bananen. Wat vind je daarvan?
Vijf trossen?
Mag ik je aapje even lenen?
Jouw aapje kan de bemanning redden.
Het komt goed, hoor.
Hier. -Je bent zo'n lief meisje.
Spotty? Kijk eens wat ik voor je heb? Wil je het hebben?
Als ik dit aan jou geef, geef je mij dan de sleutel?
Zeemeermin...
Heb je je vriendjes gemist?
Erachteraan.
Niet weglopen. Stop.
Gaat het, baas?
Ze is daarboven. Snel, pak haar.
Je kunt toch nergens heen. -Blijf uit m'n buurt. Ga weg.
Net goed.
Heren? Zeemeerminprinses...
En wat gaan jullie nu doen? -Kom maar op.
Ja, kom maar op.
Rennen. -Erachteraan.
Wees gerust. Ik zorg wel voor dat aapje van jullie.
Vandaag heeft onze zeemeermin- prinses iedereen gered.
Hoewel ze geen echt mens is...
heeft ze meer moed en wijsheid dan iemand zich kan voorstellen.
Uwe Hoogheid, ik en de bemanning van dit schip, de Zilveren Narwal...
zijn u dankbaar.
Laat de moed niet zakken. Er is altijd een uitweg.
Welke uitweg? We komen hier nooit meer weg.
Ons aapje is ook al gevangen genomen door de bemanning.
Ik heb m'n moeder een goed leven beloofd in de stad.
M'n moeder zit haar hele leven al op het platteland.
En om voor mijn broers te kunnen zorgen, werkt ze dag en nacht.
Nooit één dag vrij.
Ik vind dat zo erg voor haar.
De laatste keer dat ik mijn zoon zag, heb ik hem iets beloofd.
Dat ik dit jaar iets zou meenemen. Een kerstcadeau.
Soms...
wil ik gewoon weer een normaal leven.
Wie houden we voor de gek?
Vanaf de dag dat we piraten werden, wisten we dat er geen weg terug was...
omdat iedereen ons als de vijand beschouwt. Het is gewoon zo.
Ja, dat klopt.
Ik kan alleen tegen m'n zoon zeggen, dat zijn vader een zeekapitein is.
Wat ga je doen als hij ooit hoort dat je een piraat bent?
Ik heb geen idee. -Baas?
Als we de kans krijgen, stoppen we dan met piraat zijn?
Geen piraat zijn? Maar wat moeten we dan doen?
Dat is waar. Behalve piraat zijn, is er niks anders dat we kunnen.
Korn binnen.
Kapitein? -Ja, Uwe Hoogheid?
Wat kan ik voor u doen? -Ik heb een verzoekje.
Ik heb uw hulp nodig. -Zeg het maar.
Als het niet te veel gevraagd is...
dan zou ik graag willen dat u die twee piraten vrijliet.
Wat zegt u nou? U wilt dat ik ze laat gaan?
Ik stond net heel dicht bij hun cel en ik hoorde ze praten.
Ze klonken heel berouwvol. -U bent gewoon te naïef.
Niemand die aan piraterij doet is een goed mens.
Eigenlijk denk ik dat ze liever een normaal leven willen leiden.
Als 't zo is, hadden ze kunnen kiezen om te verdienen als eerlijke burgers.
Waarom piraat worden? Dat slaat helemaal nergens op.
Maar kapitein... -Ik wil hier nooit meer iets over horen.
Ik heb al veel met piraten te maken gehad en niemand kent ze beter dan ik.
Kapitein, slecht nieuws. We zijn op een rots gelopen.
Neem meteen de schade op, Mr Allison.
Jullie daar, meekomen.
Niet bang zijn. Ik ben bij je.
Opschieten. Vooruit. Haal meer hout.
Het schip maakt water. Kom helpen. Schiet op.
Hou vol, mannen.
Kapitein, het schip maakt veel water.
Geef direct bevel om de vracht overboord te gooien.
Mannen, gooi de vracht overboord. Snel.
Baas, wat moeten we nu doen?
Als we niet snel wegkomen, zullen we alle twee verdrinken.
Laat ons eruit.
Baas, laten we samen bidden.
Misschien kunnen we 'n schietgebedje doen om te ontsnappen.
Alstublieft, laat ons eruit.
Ik geloof liever in mezelf.
Heren, kijk uit.
Kapitein, het schip zinkt snel. We moeten het schip verlaten.
Alstublieft, kapitein.
Verlaat het schip.
Verlaat het schip.
Als je nu ontsnapt, zul je nooit vergeven worden.
Ik heb geen tijd voor spelletjes.
U zult moeten wachten op een volgende keer.
Wat gebeurt er?
Papa...
Baas, je leeft nog.
Mijn Sophie...
Probeer maar niet te ontsnappen. -Uw schip is al lang gezonken.
U kunt ons niet meer opsluiten. -Dat doet er niet toe.
Genoeg nu. Hou op met deze onzin.
We zitten vast op dit eiland.
Jullie komen eerder van honger en dorst om...
dan dat jullie zijn uitgevochten.
Deze idioten zijn piraten.
Ik kom nog liever om van honger en dorst...
dan ze te laten ontsnappen. -Echt?
Ik ben niet geïnteresseerd om met u samen dood te gaan.
Hoogheid van de zee, u moet ons toch kunnen helpen om hier weg te komen?
Hier weg te komen?
We moeten samenwerken en een vlot bouwen.
Een nieuw vlot?
Ik met die piraten samenwerken? Dat is onmogelijk.
Ik wil wel. Zolang ik hier maar wegkom.
M'n voet... -Baas, doet het pijn?
Of het pijn doet? Wat denk je zelf?
Dit is prachtig.
Wie is daar?
Ik ben het maar, baas.
Waarom gooi je een steen naar me? -Dat was ik niet.
Wie is dat?
Hoe durf je? Kom tevoorschijn.
Baas... Wat is dat?
Ik waarschuw je. En je kunt maar beter niet boos worden voor ik 't word.
Snel, rennen.
Wacht...
Hallo, daar. Sorry dat we je storen.
We komen in vrede. We doen je geen kwaad. We zijn zo weer weg.
Wij, wij...
Anny, daar ben je.
We hebben de tijd. Laten we het vlot afmaken.
Anny, kijk. -Ik kom eraan.
Moet je dit allemaal zien.
Dat is veel hout.
Wat zijn jullie aan het doen?
Mel al dit hout kunnen we een hoop tijd besparen om 'n vlot te bouwen.
Stop, allebei.
Dit is het huis van de reus.
Kapitein? -Haal Sophie hier meteen weg.
Kom mee.
Ik wil dat jij je hier verstopt. Nergens heen gaan, hè?
Stop, kijk eens wat ik heb?
Niel doen, dat is gevaarlijk.
Je bent toch niet gewond?
Gaat het? Wacht heel even.
Luister, alsjeblieft. We wilden je tuin niet stuk maken.
Geloof me, alsjeblieft.
Zeemeermin, u bent briljant. U bent hem de baas geworden.
Rustig aan. Kalm maar.
Baas, moet je kijken.
Zet dat maar uit je hoofd. -We zullen iedereen redden.
Geen zorgen, ik krijg je er wel uit.
Klim naar boven.
Wacht eens even.
Kom op.
Stop. Niet meer vechten.
Baas, wat nu?
O nee... Anny.
Word wakker.
Waarom heb je je kostbare leven gegeven om mij te redden?
Ik ben maar een slecht mens.
In het verleden leek ik veel op u, maar nu...
Ik ben gewoon een slecht mens.
Ik zweer, dat als u blijft leven ik nooit meer slechte dingen zal doen.
Ik ook. Ik zweer dat ik goed zal zijn.
Je bent wakker. Ik ben zo blij.
Grote jongen, gaat het wel met je?
Met mij wel. Maar u bent gewond en toch bent u bezorgd om me.
Heb ik iemand een belofte horen maken?
Ja, dat was ik. -En ik ook.
Wij hebben gezworen, dat als u blijft leven...
wij goede mensen zullen worden. Geen piraterij meer voor ons.
Maar je zei toch dat behalve piraterij je verder helemaal niets kon?
Juist, dat ja.
Ze kunnen bij mijn bemanning komen.
Daar ben je.
Kapitein...
Eindelijk hebben we u gevonden.
Jullie zijn allemaal nog in leven. -We zijn gered door een vrachtschip.
Maar we konden niet weg zonder u. Dus kwamen we u hier zoeken.
Kapitein, kijk uit.
Rustig maar, Mr Allison. Ze zijn veranderd.
Ze horen nu bij de bemanning. -Kunnen piraten dan veranderen?
Ja, natuurlijk.
En alle eer gaat naar deze mooie dame van de zee.
Dank u, kapitein. U had gelijk. Er zijn goede mensen op de wereld.
Poseidon heeft geprobeerd me tegen te houden.
En ik moet toegeven dat ik een klein beetje bang voor jullie was.
Maar ik wist dat ik Sophie moest helpen.
Nu weet ik dat veel mensen goed zijn en slechte mensen kunnen veranderen.
Zelfs al zijn het piraten.
We zien u graag, zeemeermin.
Dag, tot ziens.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.