Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Dag, lieverd. - Hoi.
Goed geslapen?
Je ziet er nog slaperig uit.
Hier is je brood. Wil je koffie met melk? - Graag.
Hoi.
Goeiemorgen.
Eén schepje maar, oké?
Drummond beschrijft in dit gedicht niet zomaar een wereld.
Niet de wereld van vandaag, maar een wereld in oorlog.
Een wereld vol dictators, zonder vrijheid. Een wereld vol met dood.
De ik-persoon zegt als volgt: 'Mijn herinneringen vloeien...'
'Ik heb maar twee handen, ik ben machteloos.'
'Voor ik opsta, zal de hemel dood zijn en geplunderd.'
'Dat wil zeggen, ik zal alleen zijn.'
Mensen, het is lastig om te leven in een wereld...
waar de zon die je ziet duister is.
De zon is donkerder dan de nacht en geeft warmte noch licht.
Het lijkt dus meer op een ijstijd dan op de opwarming van de aarde.
Stel je dat eens voor. Wij wonen in een tropisch land...
maar stel je een tropisch land voor waar de zon duister is.
Pierre...
Begrijp jij die chaotische, donkere wereld waarin we leven?
Het is belangrijk naar het gedicht te kijken...
en die wanhopige stem te horen.
De rusteloosheid...
die wordt overgedragen met woorden.
We gaan verder vanaf de solo.
Vanaf de solo en dan overnieuw. - Goed.
Vanaf: 'Als je niet naar me luistert, stort de wereld in'.
Hé, waar is de stuff?
Man, trek niet zo'n gezicht.
We repeteren, schat. - Oké.
Hé...
Je bent een lul.
Ik ga, doei.
Nee. - Wat?
We repeteren. - Mag je dan niet zoenen?
Nee!
Val dood.
Val zelf dood. Klootzak!
Krijg de pest.
Donder op, takkewijf.
Shit.
Geef maar.
Pierre?
Hoi. - Waar is mama?
Zie je wel?
Ik heb honger.
Zal ik een ei voor je bakken?
Weet je hoe dat moet? - Ja.
Goed.
Smaakt het?
Best lekker.
Mag ik proeven?
Hou je bord bij.
Mama.
Ik ben er weer.
Waar was je? - Och, lieverd.
Wat was je lang weg.
Ik ben laat. - Heel laat.
Gaan jullie me nu in de gaten houden?
Wat geeft 't dat ik wat later ben? - Waar was je?
Ik moest nog iets doen. Gaan we eten maken?
Mam, wat doen die lui daar buiten? - Kom maar.
Pierre, ga maar. Ze willen je spreken.
Ik maak 't eten klaar, oké?
Ik ruik gebakken eieren. - Ik heb een ei gebakken.
Laat me 's proeven.
Goeienavond, Pierre. - Goeienavond.
Ben jij Pierre Almeida? - Ja.
De zoon van mevrouw Aracy? Hoe gaat het?
Ik ben inspecteur Sakuraya.
Vraag Selma om Lavinia naar school te brengen.
En waar is Joselito?
Nee, jij moet dit vandaag oplossen.
Goed, goed. Dag.
Een kus. Dag.
Sorry dat u moest wachten.
Mevrouw Aracy Costa Almeida? - Ja.
Pierre Almeida? - Ja.
Heeft je moeder 't verteld?
Natuurlijk. - Nee.
Hoezo? - Ze heeft niets gezegd.
Goed dan.
Iemand beweert dat jij misschien niet de zoon bent van mevrouw Aracy.
Dat is toch absurd.
Belachelijk.
Zal ik het geboortebewijs gaan halen? - Niet nodig, mevrouw.
Ik heb getuigen.
Wie beweert dat? - Idioot.
Dat kan ik niet zeggen. Het is vertrouwelijk.
We gaan uw DNA testen.
Vandaag? - Ja.
Nee toch. - U wist dat 't vandaag was.
Nee, ik wist 't niet. - Dat wist u wel.
Ik heb 't nog niet met m'n zoon besproken. Hij heeft een lage bloeddruk.
Ik heb last van hoge bloeddruk.
Geef ons wat tijd. Ik wil een nieuwe afspraak.
Nee, dat kan niet Het moet vandaag.
Maakt u zich geen zorgen. Het komt allemaal goed.
Zevende etage, kamer 116. Wees gerust, de uitslag komt snel.
Goedemiddag. - Dag.
Pierre? Mevrouw Aracy? - Ja.
Ga zitten. Begin ik met jou?
Ik ben Lorenzo, de verpleegkundige.
Ik ga materiaal afnemen voor de aangevraagde test.
Kan dit niet op een andere manier?
Ik denk 't niet, mevrouw.
Leg je elleboog hier neer.
Ik doe je deze band om. Maak maar een vuist.
Heb je ooit bloed laten afnemen? - Nee.
Dat is 't probleem, dit is de eerste keer.
Daarom ben ik zo bezorgd.
Het is een simpele procedure.
Nee, nee. - Wacht.
Hou je arm stil, anders doe ik je misschien pijn.
Wil je nu je vuist dichtknijpen? Goed zo.
Heel goed.
Bijna klaar.
Nog een beetje.
Houd nog even vol. - Gaat het?
Hoe gaat het? - Hij is duizelig.
Dat is normaal. Diep ademhalen, dan voel je je beter.
Kun je opstaan?
Laat hem eerst even doorademen.
Hoe voel je je?
Dank je wel. Neem een slok water.
Wil je ook sap, mam?
Ja, alsjeblieft.
Pierre? Ik wil een douche nemen.
Ik ben bijna klaar.
Luister... - Moet je ook...
Ik leg alles nog één keer uit.
Het gas... - Over het fornuis...
Als je weggaat, sluit je 't gas af.
Sluit de gaskraan. - En dat trucje?
De ovenknop werkt niet. - Oké.
Heel makkelijk. Je bent niet dom.
Kijk, dit is belangrijk.
Hier is kip. - Oké.
Voor twee dagen. - Wanneer?
Op dinsdag en donderdag kip, maandag en woensdag vlees.
Andere dagen zijn vrij. De rijst staat ook klaar.
Wat zit er in deze vriezer? - In deze zit gehakt.
In de blauwe Tupperware, toch?
En ook soep, in de ronde Tupperware.
Dat zei ik toch al.
Het geld. - Ja.
Hier is het geld.
Ja. - Dat is het.
Als het op is? Vraag ik Vania om meer?
Vraag maar aan Vania om het te regelen.
Vania. Jij doet de was, toch? - Ja, goed.
Vania komt op woensdag om de was te doen.
Vergeet hun uniformen niet. - Ik weet 't.
Ze hebben maar weinig shirts. - Maak je niet druk.
Daar zijn ze.
Alles komt goed, lieverd. Lach eens naar je moeder.
Mama komt terug om voor je te koken.
Wees niet ongerust. Maak je geen zorgen.
Mama komt terug om te koken. Blijf hier bij tante Vania.
Kom, mama.
God zegen je.
Kom mama, we gaan.
Ja, we gaan.
Ga, Vania. Bid voor me.
Bid voor me. - Sterkte.
Elke dag. - Kom.
Ik kom eraan.
Deze kant op, Aracy.
Uw handen.
Is dat echt nodig? Geboeid voor de ogen van haar gezin?
Mama!
Waar kijken jullie naar?
Alstublieft, dat is toch niet nodig.
Wat staan jullie nou te kijken?
Verdacht van wat, verdomme?
Donder op, het is een leugen.
Sodemieter op, allemaal.
Sodemieter zelf op. - Flikker!
Aracy! - Sodemieter op.
Mam! - Lieverd, ga naar binnen.
Pierre! - Mama!
Mijn zoon! Pierre!
Pierre!
Schandalig. - Het gaat je niets aan.
Het is een schande.
Eet wat, jongen. Neem iets, Pierre.
Je bent al de hele dag op dit bureau.
Je moet wat eten. Geef je lijf een beetje suiker.
Eet toch wat, joh.
Ik zal open tegen je zijn.
Je bent al zeventien jaar, ik vind dat je het verdient.
Ik ben geadopteerd, dat weet ik. Mijn moeder heeft het verteld.
Nee, Pierre. Je bent gestolen. Dat is heel wat anders.
Adoptie is als de moeder 't kind niet wil en aan een ander geeft.
Jij bent gestolen van de kraamafdeling.
Je bent een wonder.
Ze zoeken je al zeventien jaar.
Reken maar uit: zeventien maal 365.
Meer dan vijfduizend dagen.
Vijfduizend kaarsjes en vijfduizend gebeden.
Je moeder heeft zoveel gebeden dat de heiligen 't beu waren...
en je hebben overgedragen.
Hier is een foto van hen.
Dit is je vader, hij heet Mateus.
Ik heb al familie. - Luister, Pierre.
Deze mensen hebben eindeloos naar je gezocht.
Dat is je moeder.
Ze heet Gloria.
En je hebt ook een broer, man.
Joaquim, roepnaam Joca.
Pierre...
Wil je weten hoe je echt heet?
Ik heb al een naam.
Hé, blondje!
Stop met huilen.
Niet huilen.
Kom mee. Kom, kom.
Daar is hij.
Pierre, een paar woorden. Alsjeblieft.
Pierre? - Ga aan de kant.
Felipe, Felipe. - Een verklaring, alsjeblieft.
Felipe!
Alstublieft, ga aan de kant.
Felipe! Wat vind je van het gedrag van je moeder?
Uit de weg. - Voelde het thuis nooit vreemd aan?
Een paar woorden, alsjeblieft.
Ik heet Pierre, verdomme!
MONSTER
Pierre?
Sueli. - Ik ben hun tante Yara.
Ik ben hulpverlener.
Wat doet u hier? - Ik ben Sueli, psycholoog.
En mama?
Ze is op het bureau. Ik zorg voor jullie.
Wanneer komt ze terug? - Ik weet het niet.
Ze moet vragen beantwoorden. - Wat heeft ze gedaan?
Luister...
Er is een echtpaar dat beweert dat ze de biologische ouders van je broer zijn.
Maar... - Hij is uit een andere moeder geboren.
Dat snap ik, maar...
Het is niet zeker. Daarom willen ze haar spreken.
Zolang blijf ik hier...
Dus... - Het spijt me.
Ik ben een nicht van de vader, maar ze noemen me tante.
Oké, en ik ben Sueli, van de sociale bijstand.
Hoe gaat het daar? Niet best, hè?
Ze weten het nog niet.
Ze moeten met Aracy praten. - Welke kant gaat het op?
Dat hangt ervan af. - Ze komt niet terug, hè?
Ik denk het niet.
Ze heeft alles aan mij overgelaten, allerlei instructies.
Gaan ze 's ochtends of 's middags naar school?
Ik woon in Campinas.
Ik kan maar twee weken blijven. - Geen probleem, ik blijf hier.
Daarna moet ik naar huis. - Ja.
Verdorie.
Gaat het? - Ja, alles oké.
Is dit de vader van de kinderen?
Ja, maar hij is overleden.
Ik weet niet waar ze 't bewaren.
Ik wil nog met de kinderen praten voor ze gaan slapen.
Goedenavond, mevrouw. - Hallo.
Goedenavond, hoe maakt u het?
Voor hoeveel personen?
Met hoeveel zijn we?
Wij zijn met vier. Hun tante komt ook, dus zeven.
Zeven.
Is deze tafel goed?
Ik heb liever die daarginds. - Goed.
Dan zet ik deze tafel erbij. - Ik zal u even helpen.
Zeven, toch?
Vier, zes, zeven.
Ik zet de stoelen erbij.
Zo is het toch goed?
Perfect.
Wat mooi hier.
Allemachtig, wat een pijnlijke toestand.
Wat wilt u drinken? - Water.
Water? - Frisdrank.
Een martini, alstublieft. - Voor mij ook.
Wilt u onze sangria proberen?
Doet u maar. - Voor mij ook.
Water.
Nee, hè... - Pap, ik moet even opnemen.
Nee, Joca. - Heel kort.
We hadden een afspraak. - Even snel.
Niet netjes.
Maar ik heb het toch geprobeerd? Hoe kan ze nu...?
Kan ik snel even met haar praten?
Wil ze niet praten?
Belachelijk.
Bruna, laat me met haar praten. Heel even maar.
Wil ze niet? Dan zeg ik 't jou.
Die ene keer dat ik haar aansprak, wilde ze niet met me gezien worden.
Ze schaamde zich. Snap je?
Daarna wou ik haar opnieuw spreken, maar ze wilde niet met me praten.
Begrijp je? Dus ik denk...
Ze ging naar jou omdat ze met mij wil praten...
en nu verwijt ze me iets dat ik niet heb gedaan.
Snap je?
Ongelofelijk dat ze achter mijn rug om dingen zegt die ik niet heb gedaan.
Ze is niet alleen te laf om met me te praten...
maar nu vertelt ze ook nog leugens over me.
Begrijp je?
Ze wil niet? Goed, ik wil ook niet meer.
Als ze op z'n minst eens met me had gepraat...
dan hadden we elkaar begrepen.
Maar ze wil niet. Mij best. Geen probleem.
Goed.
Dag.
Ik wil graag een toost uitbrengen.
Daar is Joca.
Kom eens.
Dit is je broer.
Hallo.
Jacqueline.
Tante Lucy.
Yara.
Yara. Tante Yara.
Gaat het?
In welke schooljaar zit je?
Het tweede jaar van de middelbare school, hè?
In mijn tijd heette dat vwo.
Het is nu anders.
Alles verandert.
Alles in 't leven verandert, nietwaar?
Wat wil je later doen? Wat wil je worden?
Hij houdt van muziek.
Hij heeft een band.
Ik had ook een band.
Ik had een band. - Hij speelde banjo in een band.
Banjo in een band.
De banjo is goed. - Gitaar of drums is oké, maar banjo?
Joca.
Het was cool.
Je hebt nagellak op.
Ja.
Hoort dat bij de band?
Ja.
Omdat het 'rock' is? - Ja.
Zie je, het is 'rock'.
Ik wil een toost uitbrengen.
Een toost op Felipe.
Mateus...
Pierre.
Pierre.
Een toost op Pierre.
Proost. Proost Joca.
Het is hier warm.
Ben je ook fan van een club?
Voetbal?
Hij houdt niet zo erg van voetbal.
Geen enkele club?
De Corinthians.
Geen topclub, maar...
Ik hou ook niet van voetbal.
Het maakt ook niet uit. - Jawel.
Welnee. - Spelen in de 1e divisie maakt wel uit.
Ik... kom zo terug.
Hij gaat naar het toilet. - Zal ik meegaan?
Gaat het?
Hij lijkt op m'n pa.
Die jongen lijkt op m'n pa.
Hij lijkt op m'n pa.
Idioot, hè?
Felipe?
Felipe? - Wat wil je?
Hier ben je.
Wat doe je?
Wat doe je?
Wat denk je? - Weet ik veel.
Je kunt van alles doen op 't toilet.
Ben je kwaad?
Zeg eens...
Kom je bij ons wonen?
Never nooit niet.
Dat wil jij toch ook niet?
Never nooit niet.
Wat doe je daar toch, man?
Felipe. - Wat wil je?
Mijn moeder wacht al jaren en jij sluit jezelf op?
Kom nou.
Doe open.
Die nachtmerrie is voorbij. - Wat?
Die nachtmerrie is voorbij. - Inderdaad.
Ik kan het niet geloven.
Nee, het is moeilijk voor te stellen.
Doet u dit al lang?
Wat?
Maatschappelijk werk.
Al een hele tijd. Hoeveel jaren zal het zijn?
Al bijna twintig jaar, denk ik.
Klaar? - Ja.
De laatste was goed, hè? - Was goed.
Goeie afsluiter.
Ik laat de versterker hier voor volgende week.
Is goed.
Ik ga gelijk. Ik heb nog iets te doen.
Tot later.
Zie je.
Wil je een biertje, of zo?
Doe maar.
Er is ook eten, als je wilt.
Bedankt.
Ga je?
Alles komt goed, oké? Relax.
Links.
Terug naar je plaats. Kimono's recht.
Naar voren en groeten.
Benen gesloten.
Mag ik even water drinken?
De volgende twee.
Sorry dat ik uw les stoor. Pierre wordt bij de directie geroepen.
Pierre.
Wat is er? - Ik ben ook gestolen.
De uitslag van Jacqueline's DNA-test is bekend.
Hallo. Ja, ze is hier.
De politie is onderweg met de biologische vader.
Ik kan nu niet praten. Dag.
Hoe laat is het Mateus?
Ze komen dadelijk. Rustig maar.
Zo is het goed.
Ik neem hem wel.
Hallo.
Laat ze maar binnen. Bedankt.
Ze zijn er.
Ik ga naar de ingang, oké? - Goed.
Marli?
Hallo.
Ze zijn er, Marli.
Hoe gaat het? Sorry dat we laat zijn. We zaten in een file.
Dat geeft niet.
Deze kant uit.
Hoi.
Welkom.
Hallo, hoe is het? - Dat is Marli, Yara.
Hoe gaat het?
Kijk, Marli.
De grote jongen. - Dit is Felipe.
Kom verder. Hierheen, mensen. - Pardon.
Hallo, hoe gaat het?
Gaat ie? - Best.
Ga lekker zitten.
Ook een whisky, Yara? - Graag.
Wil jij sap? - Mooi, dat schilderij.
Ik werk in de kunst. - Echt?
Ik schilder ook. - Wat geweldig.
Alles is zo mooi in dit huis.
Wil je de rest zien? Kom mee kijken.
Dit is de tafel waar we ontbijten en lunchen.
Wat prachtig. - De eetkamer.
Kom maar hier.
Lelies passen mooi bij deze kamer. - Ik ben dol op lelies.
Hier is de keuken.
Marli, kun je opdienen als het klaar is? - Is goed.
Voor hen sap en een whisky.
Gaan we naar boven? Dan kun je de slaapkamers zien.
Joca, kom. Laat je kamer zien.
We gaan naar boven.
Dan zien jullie de slaapkamers.
Deze kant op. Kom, Yara.
Bent u dat?
Ja, dat is een portret van mij.
Super.
Hier is de kamer van Joca.
Het is een suite.
Met een klimmuur?
Ja.
Super, zeg.
We gaan naar jouw kamer, Pierre. Kom kijken.
Wat een grote kamer.
Ik heb er zo min mogelijk in gezet zodat je het zelf kunt inrichten.
Is dat goed? - Jazeker.
Hij maakt het vast mooi.
Zullen we gaan eten?
Goed idee. - Het is nu wel klaar.
Ik kom ook direct vanuit school.
Ik heb wel trek.
Roep je me als jullie gaan eten?
Hallo. Hoe gaat het?
Ik ben Yara. - Wij zijn Christina's biologische ouders.
Hallo, lieverd. Alles goed?
Christina...
Hallo, schoonheid. Ze lijkt sprekend op jou.
Ja, hè? - Alles goed, Pierre?
Gaat het?
Kom liefje, dan gaan we.
Waar is de bagage? - Willen jullie iets drinken?
Als we nu gaan, vermijden we de files.
Kom liefje, we gaan.
We gaan, lieverd.
Koffie is snel klaar.
Maar het verkeer...
Was het moeilijk te vinden? - Een beetje.
Zullen we gaan, lieverd?
Kom mee met papa.
We gaan...
We gaan naar Disneyland.
Heb je het haar al verteld? - Ja?
Ja, ze vond het leuk. - We gaan naar Magic Kingdom.
Daar is het Kasteel van de Prinsessen.
Hou je van prinsessen?
De prinsessen doen hun haar en trekken mooie jurken aan voor het feestmaal.
Kom lieverd, we gaan.
We doen je een mooie jurk aan...
Christina!
Ik wil niet. - Ik weet het, schat.
U maakt haar bang.
Voor Jacqueline is het een enorme schok.
Voor u betekent het geluk.
Ik ben blij voor u, maar heb een beetje geduld.
Ga even rustig zitten.
Maar...
Het komt goed.
Het komt allemaal goed.
Pierre, je komt toch langs?
U komt toch ook, mevrouw?
Tot ziens, bedankt.
Ga je mee hamburgers eten?
Hou je daarvan? Cheeseburger, coca-cola?
Gaan we naar McDonald's?
Ik ken een plek met de lekkerste hamburgers. Je zult er van smullen.
Bedankt, Sueli. Tot ziens.
Oké? Dan gaan we.
Sigaret? - Ik rook niet.
Neem er een. Dat zal je goed doen.
Nee, het gaat wel.
Ik weet wat.
Pak aan.
Zo... Nu jij.
Laat je gaan.
Verdomme!
Kom, zet maar neer.
Dan kunnen we alles uitpakken.
Kijk, hier is een grote kast.
Met een heleboel hangers en laden.
Zet maar neer, Joca.
Dank je, jongen.
Wil je dat rode tasje van oma pakken? - Ja, ik ren al.
Laat maar, ik pak het zelf wel.
Pierre, dit heeft oma je gestuurd.
Vind je het mooi?
Cool.
We gaan je spullen even organiseren.
Hoe wil je het doen?
Hemden en T-shirts apart?
Ik krijg deze niet open.
Dat komt later wel.
Nee, we pakken nu meteen uit.
De schoenen op het schoenenrek.
Wat is dit?
Een bermuda.
We sorteren T-shirts, bermuda's.
Ik doe het later wel. - Nee, laat mij nou.
We doen het zo.
Is dit een T-shirt?
Sommige zijn gekreukeld. Ik zal ze strijken.
Dit is ook een T-shirt. - Het kan wel wachten.
Nee, we pakken nu uit. Dan kun je daarna relaxen.
Zijn dit allemaal T-shirts? Nog een T-shirt.
Deze ook.
Nog een T-shirt. - Wacht even.
Een jurk. Die is per ongeluk meegekomen.
Van een vriendin.
Vergeet niet hem terug te geven. - Laat nou.
We kunnen het even...
Ik doe het op mijn manier.
Ik wil alleen maar helpen.
Ik wil nu echt graag uitrusten.
Goed. Als je het liever zo laat.
Straks kun je het...
Ik ga even douchen.
Goed. Als je hulp nodig hebt, roep me dan.
Is er een handdoek? - In de badkamer ligt er een klaar.
Mag ik je een sandwich brengen en wat sap?
Hou je daarvan?
Ik ga douchen.
Goed.
Mag ik...
Weet je het zeker, Pierre? Heel zeker?
Pierre?
Pierre, mag ik een sandwich brengen?
Ik wil even douchen.
Mag ik je sap brengen?
Pierre?
Schat, neem een foto met Felipe.
Neem maar een selfie.
Pak je mobieltje, Gloria. We gaan een foto nemen.
Doen we. - Met iedereen.
We maken een selfie.
Joca, pak je mobiel en maak een selfie met je broer.
Dora, vind je ook niet dat hij lijkt op...
Hij heeft de familietrekken.
Maken we een selfie met iedereen?
Dat doen we. - Kom op.
Een selfie met Felipe.
Wacht. - Felipe!
Met een pijl naar Felipe.
Klaar.
Kijk hoe Marli zich uitslooft.
Zo verwent hem.
We gaan zo dadelijk hier eten. Goed?
Sorry, maar vandaag is iedereen zo zenuwachtig en blij.
Wat voor soort muziek speel je?
Van welke muziek hou je?
Welke genre ligt je?
Speel op z'n minst één lied voor ons.
Haal de gitaar.
Felipe, lipe, lipe... is weer thuis.
Felipe, lipe, lipe... is weer thuis.
Kom terug, Felipe! Kom terug!
Gitaar, gitaar!
Felipe, lipe, lipe!
Felipe, zing een lied voor ons.
Zing, Felipe. - Vooruit.
Je hebt een band, man.
Hij heeft een band.
Iedereen wil je zien zingen.
Ze willen je leren kennen.
Kom op... - Laat hem toch.
Is het label van deze fles correct?
Is de tekst op het label genoeg...
om exact te weten welke stof er in de fles zit?
Nee, want dezelfde moleculeformule kan op verschillende stoffen wijzen.
In dit geval op minstens twee stoffen.
Het kan een alcohol zijn.
Alcohol eindigt op OL, toch? Ethanol.
En behalve alcohol kan het een ether zijn.
Het is een ether als het zuurstofatoom zich tussen koolstofatomen bevindt.
Dat noemen we methoxymethaan.
Bedenk dus dat dezelfde moleculeformule meerdere structuurformules kan hebben.
Kijk gewoon naar de twee stoffen in het platte vlak...
en je ziet de verschillen.
Ruimtelijk voorstellen hoeft niet.
De plaatjes op het bord volstaan om alcohol en ether te herkennen.
Felipe?
Wat is er?
Mag ik je welterusten zeggen?
Kom binnen.
Wat doe je?
Ik zoek m'n schoenen.
Waarom?
Felipe, het is al laat. Ga je nu nog uit?
Nou?
Waarom neem je die rugzak mee?
Ik ga m'n moeder bezoeken.
Wat ga je doen?
Felipe.
Ik ga m'n moeder bezoeken.
We moeten even praten.
Ga zitten, alsjeblieft.
Ik respecteer je gevoelens.
Maar geef me wat meer tijd.
Geef ons wat meer tijd.
Het is heel zwaar voor me als je nu weggaat.
Het spijt me. - Felipe...
Felipe, alsjeblieft. M'n zoon...
Felipe, alsjeblieft.
Ik laat je niet weggaan.
Hallo, Tadeu?
Kijk.
Die is mooi. Ik zou hem zo zelf dragen.
Laat eens zien.
Deze is geruit.
Dat staat je heel goed.
Kijk me eens aan.
Laat dat haar nou.
Die jeans is mijn maat.
Deze drie.
Laat maar.
Wat een felle kleur, jongen.
Ik vind het mooi.
Voor je rockgroep?
Nee, gewoon voor overdag.
Voor de band kan het wel.
Geef maar.
Neem iets dat meer...
Gun hem die ene.
Meer wat?
Nog een shirt erbij?
Deze zijn cool.
Wil je schoenen? Goed. - Welke maat?
42, maar ik heb al net zoiets.
Pardon.
Kijk, deze.
Heeft u deze in maat 42?
Ik zal even kijken. - Graag.
Hij zei dat hij niet van polo's houdt, maar hij heeft een mooie zwarte uitgekozen.
Heb je de polo al geprobeerd?
Hij is een beetje groot.
Hier is nog een andere. - Ja.
Deze heeft wat details, maar misschien is de maat goed.
Kijk of deze beter past.
Geef me die jeans, dan verstop ik hem.
Als de maat goed is, ruilen we ze om.
Als hij die overhemden probeert, kopen we ook een pak.
Een blazer. - Blazer?
We kopen twee overhemden en een blazer. Dat staat chic.
Stap voor stap.
Laat maar zien als je klaar bent.
We zijn heel benieuwd.
Heel benieuwd.
Wat vinden jullie?
Ik vind de kleur mooi.
Hoe is de achterkant?
Ik denk dat ik deze neem.
Felipe...
Het is goed, vriend.
Trek dat uit en doe aan wat we uitgekozen hebben.
Ik wil deze. - Mateus.
Ik wil deze jurk. - Lieverd...
Lieverd, ik weet dat je ons wilt uitdagen. Dat begrijp ik.
Dit kopen we voor carnaval.
Naar binnen en kleed je om. - Kalm aan, Mateus.
Trek uit dat ding, joh.
Nu meteen! - Ik wil deze jurk.
Mateus, beheers je. Laat je niet zo gaan.
Felipe...
Ik wil deze jurk. Ik neem hem.
Doe die jurk uit, of ik breek je nek.
Kom, we gaan overhemden passen.
Kijk eens.
Ik sla je vol op je smoel. Je doet nu die jurk uit.
Kalm, Mateus.
Goed, probeer deze hemden.
Ga nou, want straks...
Praat met haar, voor ze...
Wat heb je? - Nee, niks.
Staar je naar Julia?
Ik ga naar de kantine.
Ik ga mee.
Ga met haar praten. - Echt?
Ga nou, man.
Ze is alleen, dit is je kans. Nu of nooit.
Ik meen het.
Echt waar, man.
Hoi. - Hallo.
Alles goed? - Ja.
Ik ga naar m'n vriendinnen, oké?
Waarom ga je weg? - Ik wil niet dat ze ons samen zien.
Maar waarom niet?
Ze lachen me uit.
Hoi.
Hoi. - Alles goed?
Gaat wel.
Ik ga weer terug naar m'n vrienden.
Waarom?
Omdat ik niet wil dat ze ons samen zien.
Waarom niet?
Dan lachen ze me uit.
Alex?
Wat? - Kom eens.
Wat is er?
Gaat Joca met iemand?
Joca?
Weet ik niet. Waarom?
Ik denk eigenlijk dat hij met Julia Verdiglione gaat.
En jij, ga jij met iemand?
Nee.
En jij?
Dat was matig.
Mijn beurt? - Ja.
Let goed op.
Je moet rechtuit gooien.
Nee, nee.
Kom terug.
Kom op, Pierre. Gooi rechtuit.
Pierre, nog eens. Opnieuw.
Gooi rechtuit.
Gooi rechtuit, joh.
Ik kan niet bowlen.
Je houdt niet van voetbal, kunt niet bowlen, en je wilt geen mannenkleren.
Ik heb je die jurk gekocht.
Felipe. - Wat nog meer?
Felipe... - Wat nog meer?
Is bowlen een verplichting?
Wat wil je nog meer?
Mateus, alsjeblieft.
Wat wil je nog meer, joh?
Ik moet bowlen en voetbal leuk vinden, en me kleden als een man.
Ik moet zijn wat ik niet ben.
Een klein beetje liefde maar.
Stop.
Je draagt die jurk, gaat mee verkleed als vrouw...
Gaan we door?
Doorgaan met wat? Alles doen wat hij wil?
Hoe ver moeten we gaan om je te behouden? Wat wil je nog meer?
We kunnen je niets weigeren.
Dan raken we je misschien kwijt. - Stop, Mateus.
We verliezen je keer op keer, op allerlei manieren.
Hoe vaak is genoeg?
Accepteer me zoals ik ben, meer vraag ik niet.
Dat accepteer ik...
Ik houd van deze kleren en niet van bowlen of voetbal.
Ik snap niet hoe ik met je moet leven, hoe ik van je kan houden, voor je kan zorgen.
Dat is niet waar, Mateus.
Alsjeblieft. - Genoeg.
Ik doe voortdurend dingen om je niet weer te verliezen.
Ik slik alles om je niet weer te verliezen.
Ik heb ook mijn grenzen.
Genoeg, Mateus.
Wat nog meer? Gaat hij op hoge hakken naar oma?
Wat is er mis met hoge hakken?
Reageer er niet op. - Blijf van me af.
Luister, alsjeblieft. - Hou op!
Je duwt je moeder.
Dat doe je nooit weer. - Blijf van me af, verdomme.
Je mag je moeder geen duw geven. - Blijf van me af.
Laat me los.
Laat los, verdomme! Dacht je soms dat ik hier wil zijn?
Alsjeblieft. - Laat los, Gloria.
Dacht je dat ik tot twee keer toe gestolen wilde worden?
Eerst gestolen uit de kraamafdeling en daarna door jullie.
Jullie hebben m'n leven gestolen.
Zoon...
Noem me geen 'zoon' meer.
Waarom niet? - Je bent m'n moeder niet.
Wat is er?
Mag ik binnenkomen?
Wat doe je?
Ik zoek op het internet naar m'n zus.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.