Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
WAT VOORAFGING
God is groot. -Wat doe je, Safiyah?
We hebben hulp nodig. -Wat stel je voor?
Een mediator. -Iemand die we kennen.
We kennen geen mediator. -De imam. Een redelijk man.
Hallo. Ik ben William.
William lijkt me heel aardig. -Ja, heel aardig.
Als jij echt een opvang wilt gaan runnen, laat ik een camera installeren.
Er komt geen bewakingscamera in mijn kerk.
Kan ik al iets lezen van je nieuwe boek? -Nee, het is nog niet af.
Ik heb niets geschreven. -Maak eens iets af.
Theologie niet afgemaakt, Bedrijfskunde ook niet.
Zelfs niet de afwas, als flatgenoot.
Ik wil m'n studie theologie afmaken. Ik heb hulp nodig.
Ik ga Augusts spullen opruimen.
Overledenen moet je loslaten. Als August contact wil, voel je het wel.
Als we ons openstellen, komen ze soms door.
Ik zie haar voor me.
Het was koud.
Dat is heel gezond voor je gedachten.
Hiervóór had ik wel betere gedachten.
Heb je...
Heb je nog altijd visioenen?
Ja.
Heb je August gezien?
Nee, maar ik voel hem wel vaak.
Misschien zou ik hem gewoon... moeten laten waar hij is.
August?
'Al wie gelooft en is gedoopt zal gered worden.' - Marcus 16:16
Hallo. Hoe ver zijn jullie? -Ik denk dat we bijna klaar zijn.
Heel goed. Ik kom zo bij jullie terug, oké?
Hallo.
Oké. Ik bel straks nog. Dag.
Je ziet er blij uit. -Klopt, ik ben ook blij.
Ik zal niet vragen of ik iets mag lezen. -Mooi. Ik moet ervandoor. Tot later.
Oké.
Had jij geen afspraak met een klant? -Nee, die neemt Mikkel over.
Ik doe de volgende weer, dat beloof ik. Oké?
Ga nu.
En het onderwerp van je scriptie?
Schuld en vergeving, volgens Kierkegaard.
En Luther, en Augustinus.
Je strooit veel te makkelijk met namen van grote denkers.
Je blijft oppervlakkig in je probleemstelling...
en verschuilt je achter grote theologische clichés.
CLICHÉ
NIET UITGEWERKT
Oké.
Wat is je stelling?
De mens is schuldig.
En het protestantse idee van de vergeving van zonden...
kunnen wij mensen niet vatten.
We voelen ons schuldig, ook al heeft God ons vergeven.
Daar ontkomen we niet aan. We worstelen, we doen ons best.
Ik denk dat contact met je medestudenten je veel zou helpen.
Maar ik wil alleen met u praten.
En met je vader? -Nee.
Geen woord over m'n vader, of ik priester wil worden of waarom ik hier zit.
Oké. Ik heb één reden om je te helpen. -En die is?
De paar pagina's waar ik geen commentaar op heb.
Zoiets goeds heb ik lang niet gelezen. -Bedankt.
Maar Christian, je moet 75 pagina's inleveren...
op basis van 3000 pagina's aan bibliografie.
Je hebt anderhalve maand.
Het is niet onmogelijk, maar je krijgt het druk.
Je moet continu gefocust blijven.
Wat wil je ons vertellen? Wat is absoluut noodzakelijk om te zeggen?
Bel me als je wanhopig wordt, want dat zul je worden.
SCHULD EN VERGEVING DOOR CHRISTIAN KROGH
Johannes.
Johannes. Je moet komen. -Wat is er dan?
Lange en William. Het was maar een kus.
Rustig. -Hij werd woest.
We kijken wel.
In een kerk? Dat is niet christelijk.
Jazeker wel. -Wat gebeurt hier?
Wat denk je dat God hiervan zegt? -Rustig.
Lange. -Vuile flikker dat je bent.
Beheers je. -Laten zij zich beheersen.
Ga nu alsjeblieft weg. -Ga zitten.
Sorry, Lange. Sorry.
Hier krijgt u spijt van. -Lange.
Alles goed met je? Ja?
Ja, prima. -Echt?
Peter.
Gestoorde eikel, hè?
Misschien is het ook geen goed idee, wat wij doen.
Wat bedoel je?
Het zou goed voelen als we trouwden. -Kom op, zeg.
Zo ben ik.
Dan zullen we naar de burgerlijke stand moeten.
Ik ga niet in het stadhuis trouwen.
Ik ben christen.
En jij bent niet gedoopt en niet gelovig.
Elisabeth vroeg of je ook meekwam.
Maar ik zei dat het nog te vroeg was. -O ja?
Dat we niet echt een stel zijn. -Nee.
Vind je dat jammer? -Nee, nee. Dat is oké.
Zover zijn we nog niet, vind ik. Wat denk jij dat we zijn? Waar we staan?
We hebben twaalf keer bij jou geslapen en negen keer bij mij.
Hou je dat bij? -Ik heb een goed geheugen.
Hoe zie jij het dan? Zie je ons als een stel?
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Dat ik iets heb met hun zoons psychiater?
Misschien precies dat.
Alstublieft. -Dank je.
We zijn hier vanwege onenigheid over Safiyah.
Laten we haar welzijn centraal stellen.
Oké.
Als moslim ziet Walid het als z'n plicht om z'n kind op te voeden met de islam.
Als plicht?
Amira, ik accepteer dat jij geen praktiserend moslim meer bent. Prima.
Maar ik wil Safiyah als moslima opvoeden.
Safiyah mag zo niet opgevoed worden. Laat haar toch een zevenjarig kind zijn.
Natuurlijk mag ze dat zijn, maar ze is wel een moslimkind.
Jij ging als kind naar de moskee zonder dat je moslima werd.
Jij groeide op met zussen en nichten die gewoon bedienden van je broers waren.
Zo mag Safiyah niet worden. -Natuurlijk wil ik dat ook niet.
Waarom haal je dat erbij? Dit gaat om spiritualiteit.
Dat thema staat geheel los van de islam.
Dat gaat om gezinscultuur en normen. -Precies.
Oké. Beloof je me dat ze zelf mag weten of ze een hoofddoek wil dragen?
Of dat ze een opleiding wil volgen, of een vrijdenkend mens wil zijn?
Nee, ik wil dat ze onderdrukt wordt.
Wat is dat voor vraag? Uiteraard. Wil jij dat ze op haar 14e...
Jullie hebben een verschillende kijk op de islam.
Beide zijn deel van de moslimcultuur, net als Safiyah.
Ja. Maar in tegenstelling tot Walid, en ongetwijfeld ook tot u...
vind ik niet dat ouders religieuze keuzes voor hun kinderen moeten maken.
Kinderen moeten die keus zelf maken.
Elk kind is een optelsom van ouderlijke keuzes.
Amira, stel dat Safiyah zegt dat ze een hoofddoek wil dragen?
Dat gaat niet gebeuren.
Wat bedoel je? Leg eens uit. -Dat gebeurt niet.
Verwacht je het niet, of wil je het verbieden?
Zou je je eigen kind onderdrukken als ze die kant op wil?
Het zal niet gebeuren.
Moet ze naar feesten waar mensen zo dronken zijn...
dat niemand ziet dat m'n dochter stikt? -We stoppen hiermee.
Ik stap naar de rechter en laat het aan de overheid over.
Bedankt voor uw tijd. -Tot ziens.
Hoe kon je hem slaan? -Noem het maar zelfverdediging.
Hoe zit het met naastenliefde en de andere wang toekeren?
Hij zat er al maanden en vroeg er gewoon om.
Anders had een ander het gedaan.
Wie komt daar handjeklap spelen?
Wat leuk.
Hallo.
Mooie Emilie. -Hallo.
Kom je hier wonen? -Nee, ik ruim Augusts spullen wat op.
Dit zijn wat dingen die jullie misschien willen.
Er is een dooplepel waarvan ik niet wist wat ik ermee moest.
Ja, en dan nog wat spullen uit de tijd dat hij legerkapelaan was en zo.
Kijk er maar naar als jullie tijd hebben.
Dank je.
Dank je.
Hoe ben je hier gekomen met al die spullen, kinderwagen en baby?
Daniel heeft me gebracht. -Waarom kwam hij niet mee?
Daniel? -Ja.
Dat zal Emilies vriend zijn.
We zijn er nog niet over uit. -Christian zegt van wel.
Dus je hebt een vriend? -Ja.
Dat kun je wel zeggen, ja. -Tsja, dat...
Het is een collega uit het ziekenhuis. Hij is wat ouder dan ik.
Een psychiater. -Psychiater?
Volgende keer komt hij bij ons eten, oké?
Toch, Johannes? -Ja.
Hij is hier meer dan welkom. -Eigenlijk...
Hij was Augusts psychiater.
Schat, we gaan eten.
Ja. En we moeten ook nog...
Zal ik helpen alles op tafel te zetten? -We eten lasagne en...
Kun je die even aangeven? Dan brengen we die naar je moeder.
Ben jij uit plicht of uit roeping priester geworden?
Ach, ik denk dat ik gewoon goed kon leren.
Ik deed zoveel in die tijd. Tekenen, schilderen, lesgeven...
O ja? Je zou een goede leraar zijn.
Ja, of een middelmatige.
M'n vader verachtte middelmatigheid.
Dat doen we toch allemaal?
Dus ben ik priester geworden.
In deze familie betekent dat: je kinderen dopen, confirmeren en trouwen.
En we begraven onze doden.
Meestal.
Ja.
Zeg...
Ik heb er m'n roeping van gemaakt.
Het spijt me oprecht als ik jouw roeping in de weg heb gestaan.
Dat is oké.
Het is me wat.
Kom, wil je ook wat frisse lucht? -Ja, graag.
Bedankt voor de dooplepel.
Augusts doop was echt een heel aparte gebeurtenis.
Hij had een soort melkallergie.
Toen Johannes hem vroeg of hij de duivel afzwoer...
heeft hij alles ondergekotst.
In het doopvont? -Overal zo'n beetje.
Ik voelde gewoon hoe de mensen in de kerkbanken dachten:
'O nee, de zoon van de priester is van de duivel bezeten.'
Hij past goed bij je, denk ik. Daniel.
Ik voelde hoe lastig het voor je was om het ons te vertellen.
Het is Daniel.
Hij haalt me wat eerder af.
Oké. Een mooie kans om hem aan ons voor te stellen.
Hij kotste alles onder. Echt alles. Het doopvont...
Zo, hier is hij dan.
Dit is Daniel.
Dat je ouder bent dan ik en dat je Augusts therapeut was, weten ze al.
Elisabeth. -Daniel.
Welkom. -Dank u.
Hallo. -Hallo.
Hallo. -Kom, ik geef je een hug.
Ik ben Amira, de vriendin van Christian. -Ik ben Daniel.
Goed je te zien. -Dank je. Insgelijks.
Johannes. -Hallo. Daniel.
Wil je misschien een glas wijn? -Jawel. Ik moet wel rijden, maar...
Kom, we krijgen niet elke dag een psychiater op bezoek.
Misschien omdat je altijd verkondigt dat je een probleem hebt met psychiatrie.
Dank je, schat. 'Probleem' is sterk uitgedrukt.
Het verbaast me wel dat ze mensen zo snel veroordelen tot een diagnose.
Een diagnose is geen vonnis.
Misschien komt het doordat wij als priesters, als we met mensen praten...
hen accepteren voor wie en wat ze zijn. We zoeken niet naar fouten.
Nee. Maar iemand moet dat doen, zodat we mensen kunnen behandelen.
Zie je dat voor je, Christian?
Als Grundtvig nu leefde, kreeg hij meteen een diagnose.
Hij zou antidepressiva krijgen. En een uitkering.
Dat weet ik niet, Johannes. -Nee?
Ik pleit ervoor om geestesziekten net zo serieus te nemen als fysieke ziekten.
Mooi gezegd. Daar drink ik op. -Proost.
Dus je denkt dat je de ziel kunt meten en wegen?
De ziel is jouw domein. Ik werk met de psyche en hersenprocessen.
Maar als Grundtvig mijn patiënt was geweest...
dan had ik gezegd: '20 mg Cipramil, en schrijf elke dag een hymne.'
Dat waren saaiere hymnen geworden. -Misschien wel.
Proost.
Ik wil je iets laten zien.
Ja, natuurlijk. -Ik ga je wat laten zien. Kom mee.
Het loopt gesmeerd.
Fantastisch schilderij, Johannes.
Ter gelegenheid van het 900-jarige bestaan van de kerk.
Wat zie jij erin? -Ik zie een hoop dramatische verhalen.
Verhalen? -Ja.
Ik zie een beeld van de menselijke ziel.
Wie we zijn. Ten goede en ten kwade.
Ver verheven boven het normale.
Hoe zou mijn diagnose luiden?
Vraag je mij dat? -Ja.
Ik moet je langer observeren als je wilt dat ik een diagnose stel.
Vind je het niet raar om samen te zijn met de vrouw van wijlen een patiënt?
Jazeker, maar daar ben ik me heel bewust van.
En wat zijn je plannen voor de toekomst? Met Emilie en Anton?
Wat bedoel je? -Heb je zelf kinderen?
Nee. -Nee?
Dus Anton wordt jouw kind, jouw zoon?
Je kunt niet zeggen... -Wat dan wel?
Welke rol ga je voor m'n kleinkind spelen?
Jouw familie zal hem leren kennen. En zij willen ook kleinkinderen.
Johannes, ik ben heel erg dol op Emilie. Oké?
En ik hoop inderdaad dat we daar gaan uitkomen.
Johannes? Anton kan vannacht toch bij ons logeren?
Ja, natuurlijk.
En Daniel, jij gaat de stad in.
Sorry, wat is hier gaande?
Praat niet zo tegen Daniel. -Daar kan hij wel tegen.
Emilie vond het heel spannend om haar nieuwe vriend voor te stellen.
Verdraag je het niet dat ze met een ander is dan August?
Moet ze de rest van haar leven blijven rouwen?
Of mag je hem gewoon niet?
dank voor het zuchtje wind
als u ons zachtjes op de wang kust
Hoopte je dat ze een goede christen zou vinden?
Nee, vast niet.
Stel dat hij een goede man voor haar is en een goede stiefvader voor Anton.
Ziet niemand het rare ervan in dat zij met Augusts psychiater is...
die 20 jaar ouder is?
Waar ben je bang voor? -Om Anton te verliezen.
Ik mag hem nog maar sinds kort zien.
Als hij...
Als hij zorgt dat Emilie...
Als zij me Anton weer afneemt, zou ik dat niet aankunnen.
Ik zou het niet aankunnen. -Dat doet ze toch niet, Johannes.
Dat zou ze nooit doen.
Hij gedraagt zich echt heel vreemd.
Elke keer dat ik thuiskom, gaat hij net weg. En...
Ik heb geen idee wat er gaande is. Het is net alsof hij zich terugtrekt.
En wat doe jij?
Ik trek me nog verder terug.
Willen jullie wat drinken?
Ja. Ja, dat willen we zeker.
Het gaat mij om de schuld die mensen niet kunnen wegpoetsen met berouw.
Dat worden hun zonden. Dat is de last die ze dragen.
Kierkegaard, 'De ziekte tot de dood':
De mens is geest. Wat is geest? Geest is het zelf.
In de staat van onschuld is de mens niet zozeer geest, maar ziel.
Ekstra Bladet belt aldoor.
Laat mij maar met ze praten. Ze willen me erin luizen.
Hoe luidt onze verklaring? -Gewoon, zoals het ging.
Een vervelend incident. Hij is verward en viel Svend aan.
Pure zelfverdediging. Dat krijg je met ongelukkige mensen.
Horen die ongelukkige mensen hier wel?
Ja, natuurlijk.
Ze stinken en maken lawaai en doen vreemde dingen.
Dat is waarom we ze moeten helpen.
Denk je niet dat het project mislukt is...
als naastenliefde verdedigd moet worden met geweld?
Hallo. -Daar is mama.
Hallo, schat.
We moeten even met je juf praten, lieverd.
Tot zo, oké? Oké.
Gaat u zitten.
Wilt u wat water?
Ja, graag. -Ik ook graag.
Fijn dat u zo snel kon komen. -Uiteraard.
Zoals ik al zei, heeft Safiyah haar klasgenootje Alma geslagen.
Normaal zijn ze bevriend en spelen ze samen.
Maar dit was wel heftig. Alma werd bang voor haar.
Kunt u ons vertellen wat er gebeurd is?
Ze kregen ruzie en Safiyah had een heel kort lontje.
Ze stompte haar en sloeg haar in het gezicht.
In het gezicht?
Ja. Ze wordt vaker boos. U weet dat er incidenten waren, maar dit was heftig.
Dus het leek me goed om hier samen over te praten.
Ik vroeg me af...
Is er iets in haar leven gebeurd waar ze het moeilijk mee heeft?
We vinden het momenteel lastig om elkaar te bereiken.
Amira is naar de rechter gestapt.
Oké. -Ja.
Het viel niet mee haar tot bedaren te brengen.
Ze bleef maar zeggen dat ze nergens naartoe kon.
Als ze naar de ene plek toe ging, deed ze iemand verdriet...
en op de andere plek deed ze de ander verdriet.
Momentje. Ik wil even naar haar toe.
We hadden veel afspraken. -Safiyah?
Safiyah?
Safiyah?
Walid, kom even.
Safiyah.
Wat is er? -Ik kan haar niet vinden.
Je kunt haar niet vinden?
Safiyah.
Safiyah.
Safiyah.
Safiyah.
Safiyah.
Safiyah.
Schat?
Safiyah?
Schat, wat doe je hier?
Is alles goed?
Safiyah? -Ze is hier.
Je liet ons zo schrikken. Kom.
Kom. Kom eens hier.
Wat doen we?
Ik weet het niet.
Ik geloof niet in God, Walid.
Bij mij wordt ze niet tot moslim opgevoed.
Je was altijd al een slechte moslima. Ik bedoel...
De islam gaat over onderwerping. Jij onderwerpt je nergens aan.
Maar nu...
Je hebt me aangeklaagd. Besef je dat?
Je wilt dat ik de voogdij opgeef. Dat gaat nooit gebeuren.
Dat zul je nog wel merken.
Als je zo praat... -Hou op. Zo bedoel ik het niet.
Jij ziet spoken.
Als Safiyah meegaat naar de moskee, doe je alsof ik haar een boerka opdring.
Kan ze dan tenminste zelf kiezen? -Hou op over dat zelf kiezen.
Ze is een kind. Wij moeten haar opvoeden.
Op dit moment maken we haar kapot. Daar moeten we mee ophouden. Nu.
Je hebt gelijk.
We komen er wel uit. Maar we moeten samen praten.
Kunnen we dat? -Ja.
Maar die rechtszaak moet je stoppen.
Amira, ik ben haar vader.
En jij bent haar moeder. Dat is ons uitgangspunt.
Svends grote moment.
William. Kleine William.
Je komt al een poos naar deze kerk.
Allereerst voor een dak boven je hoofd, net als vele anderen hier.
En voor de koffie, natuurlijk.
Maar de laatste tijd is er meer in jou gaande.
Je hebt een nieuwe, gewichtiger reden om hier te zijn.
Je hebt vrienden gevonden, kameraadschap, en liefde.
En nu heb je besloten om je dieper te verbinden met deze gemeenschap...
en met die liefde.
William André Lund Andersen...
ik doop je in de naam van de Vader...
de Zoon...
en de Heilige Geest.
Amen.
Je mag opstaan.
Moge vrede met je zijn.
Dank u.
Ja, eet maar op.
Goed zo. Wat een goede jongen.
Wat is dat?
Hallo.
Johannes.
Hallo.
Hallo. -Kijk dan.
Nu komt hij naar mij. Bij mij.
Tot later. -Ja, tot later.
Zie je wie dat is? Dat is Svend.
Zie je dat? Mooi, hè?
Mooi, hè?
Ze glimlachen en hij zegt: 'Dit is mijn vlees.'
O, wat is dat?
Nee, Svend. -Geeft toch niet.
Maar goed dat de bisschop er niet is. -Ja.
Wat een leuk joch.
Hij gaat steeds meer op August lijken.
Johannes?
In deze familie dopen we onze kinderen.
Laat de kinderen tot mij komen.
En belet het ze niet, want hun behoort het hemelrijk.
Het is mijn kleinkind.
Hij is ook mijn jongen.
En Emilie dan?
En August dan?
Ontvang het heilige symbool van het kruis op je gezicht en je borst...
als teken dat je nu bij onze gekruisigde heer Jezus Christus hoort.
Wat is zijn naam?
Anton Krogh Bertelsen.
Anton Krogh Bertelsen.
Verwerp je de duivel en al zijn werken en wegen?
Ja.
Geloof je in de almachtige God, schepper van hemel en aarde?
Ja.
En wil je gedoopt worden in dit geloof?
Ja.
Anton Krogh Bertelsen...
ik doop je in de naam van de Vader...
de Zoon...
en de Heilige Geest.
Moge vrede met je zijn.
Amen.
Hallo? -Hallo. Ik zit hier.
Hallo.
Waar is hij? -Hij was moe.
Hij slaapt buiten in de kinderwagen.
Emilie.
Wel thuis.
Dank je.
Dominee?
Dominee?
Hallo?
Dominee?
Over tien minuten komen ze koffie brengen.
Krijgen we ook warm eten?
Momentje.
Nee toch.
Nee, niets aanraken hier.
Precies. Ja.
Ik ben nog bij Kierkegaard. Over Luther schrijf ik in hoofdstuk 2.
Ja, het knechtschap van de wil. Precies.
Ik ben hem aan het openen.
Ja.
Ja.
Ja, maar de Lutheraanse mens heeft geen vrije wil.
Dat is goed. Dan zien we elkaar donderdag. Heel fijn. Ja. Tot kijk.
Kamilla Persson?
Scriptiebegeleider?
Neuk jij met Kamilla Persson?
Ze is een 50-jarige professor theologie. -Neuk je met haar?
Schrijf je een scriptie voor theologie? -Ja.
Ga je priester worden? -Nee.
Waarom ben je dan een scriptie aan het schrijven?
Ben je al begonnen aan het boek dat jouw excuus is om hier niet te zijn?
Nee.
Amira.
Amira.
Ik kon het niet allemaal tegelijkertijd doen.
Klanten ontvangen, workshops geven over zelf je innerlijke antwoord vinden.
Je intuïtie vertrouwen. Terwijl ik dat zelf niet eens doe.
En jij verkoopt m'n lezingen en cursussen.
Ja, natuurlijk doe ik dat. We runnen hier een bedrijf.
Wat dacht je dan?
Ik werk me kapot zodat jij kunt schrijven wat je moet schrijven.
Ik heb m'n kind verwaarloosd. Twintig medewerkers rekenen op je.
Ja, sorry.
Sorry? -Denk niet dat ik dat niet erg vind.
Maar ik moet dit doen voor mezelf. En voor August.
Ik kom er maar niet achter wat voor jou belangrijk is.
Nee.
Bel Kamilla Persson en zeg haar dat je die scriptie toch niet wilt schrijven.
Dat kan ik niet.
Ik vind dat je nu moet gaan.
Amira?
Ga me niet aanraken.
Hoe had je gereageerd als ik je over m'n twijfels had verteld?
Dat is nu juist het probleem.
Dat je het geheimhield.
Ik wil dat je begrijpt dat jij degene bent die dit besluit heeft genomen.
Het is jouw besluit.
Hallo.
Ik ben weer theologie gaan studeren.
Oké.
Ik ga naar het zomerhuis om m'n scriptie te schrijven.
Ga je weer monnik worden? -Nee.
De vorige keer dat je zo langskwam, had je gesjoemeld met je scriptie.
Een positieve ontwikkeling, dus. -Ja.
En Amira? -Dat weet ik niet.
Ik weet dat ik dit moet doen.
Kom eens even mee.
Nee maar. Je hebt flink opgeruimd. -Ja.
Dit is voor jou.
Een Fatima-handje? -Dat droeg hij toen hij overleed.
Dit hier is z'n dagboek.
Het leek me dat jij dat maar moest krijgen.
Ik geloof dat hij het in Jeruzalem heeft geschreven.
Ik denk aldoor aan hem.
Hadden we die trip maar niet gemaakt. Had ik die joint maar niet gerookt.
Had ik als broer maar beter op hem gepast.
Het was jouw schuld niet, Christian.
Nee.
Dank je.
Jij ook bedankt.
Vandalisme in de kerk?
Een dakloze kreeg een aanval van razernij. Ik heb de politie erbij gehaald.
Hoe reageerde Johannes op de plaatsing van de camera?
Dat weet hij nog niet.
Er staat nog iets op de video dat ik je graag wil laten zien.
Ik zoek het even op.
Johannes die z'n kleinzoon doopt, samen met de kerkdienaar.
Vertaling: BTI Studios
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.