All language subtitles for Fernandel the Dressmaker (Le couturier de ces dames) 1956 Dutch

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian Download
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian Download
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Fernandel the Dressmaker (Le couturier de ces dames) 1956

Heel mooi. -Het staat u erg charmant.

Mag ik hem voor 12.000 hebben? -Nee, dat gaat echt niet. 13.500.

Dat vind ik flauw. -Dat is niet flauw.

Betaalt u maar in drie keer.

Maar zeg dan tegen m'n man dat hij 18.000 heeft gekost.

Claudie, je kunt wel gaan.

En hoe gaan de zaken?

Het gaat wel. Maar ik ben blij dat ik eindelijk eigen baas ben.

Ik ben op m'n vijftiende begonnen als broekenmaakster.

Dat wist ik niet. -Ik ben blij om zelfstandige te zijn.

Uiteraard. En uw man kan u helpen. -Fernand? Die zou dat nooit kunnen.

Dat kind. En ik heb ook veel liever dat hij coupeur blijft.

Bij een kleermaker voor mannen, een hele geruststelling.

Hij is gek op de vrouwtjes, al speelt hij de brave echtgenoot.

Hij aanbidt u. -Hij aanbidt ze allemaal.

Maar u bent de enige echte. -Ik hoop het.

Het kostuum voor uw man zal u zeer bevallen.

Mijn coupeur heeft zichzelf overtroffen. -Laten we het hopen.

Monsieur Bodunet?

Ik moet het pak dinsdag hebben. -Onmogelijk. Donderdag op z'n vroegst.

Monsieur Apollini, we hadden een afspraak.

Probeer het tenminste, Fernand. -U ziet in welke staat het jasje is.

Alstublieft, monsieur Fernand. Probeert u het.

U kunt op me rekenen. Desnoods ga ik 's nachts door.

Dus dinsdag heb ik m'n pak? -Dinsdag, mevrouw.

Dank u. -Geen dank.

U heeft me geprikt. -Niet zo kleinzerig.

Is de achterkant zo goed?

Uitstekend. -Nietwaar? En de voorkant.

lets meer ruimte daar... -Zou dit hier bedekken.

Bedekken? -Hij heeft het over je buikje.

En hier bolt het ietsje op. En daar ook.

Wat een scherp oog. U helpt me echt. -Schiet eens op, ik heb haast.

En iemand die zich zo goed kleedt, mag kritiek uiten. Mag ik even?

Hij staat u prachtig. Dankzij u vallen de foutjes niet op.

Welke foutjes? -Niets ernstigs. Alleen de kenner ziet het.

En wat ziet de kenner? -Ik zou de boel hier wat innemen...

en hier zou ik het wat ruimte geven. -Denkt u? Misschien heeft u wel gelijk.

H�l�ne, ik heb haast. -Niet zo zelfzuchtig, Edouard.

Ja, niet zo zelfzuchtig, Edouard.

Uw heupen komen vanzelf tot hun recht. -Dit is niet je specialiteit.

Voor mannen heb ik misschien talent, maar met vrouwen ben ik geniaal.

Heeft u de afronding bekeken? -Ik was hier toch bezig?

Het is ook altijd wat met jou. Maar wat vindt u van de afronding?

U mag trots zijn op zo'n afronding.

H�l�ne, kom nou eens hierheen. -Ik kom er aan. Wat heeft hij toch?

Nee maar, wat heeft hij toch?

Is dit normaal? -Ik kan niet tegen slecht werk.

Laat de vrouw van de klant met rust. Ik wil hier geen seksuele escapades.

Uw fysiologische observaties doen me niets.

Doe niet zo vervelend. -Ik zag het heus wel.

Mijn excuses, mevrouw. -Niet nodig. M'n man stelt zich aan.

Juist. Ik zet hier geen voet meer binnen. -Je bent belachelijk.

Monsieur Bodunet, alstublieft...

Neemt u hem niet kwalijk.

En meneer de kleermaker voor vrouwen, tevreden?

Dat was een klant van 15 jaar. -Ik dacht dat hij ouder was.

Ik krijg vaker klachten over hoe je met hun vrouwen omgaat.

Dan komen ze maar alleen. -Vind je jezelf onweerstaanbaar?

Een coupeur kijkt altijd of het past.

De volgende keer kunt u het elders proberen.

Je bent niet de enige coupeur. -En u niet de enige baas.

Na vijf jaar is het genoeg. Uw spelden, centimeter, schaar, krijt...

Ik ga wel ergens anders heen. -Loop naar de maan.

Ik ben weg. Elders kan het alleen maar beter zijn. Dag, jongen.

De ondankbaarheid. -Wat zal z'n vrouw ervan zeggen?

Gaan jullie al weg? -Het is 19.30 uur.

Op welke klok? -Op uw klok.

Die loopt voor. -Goed, mevrouw.

Nee, ga maar.

Wat voert hij uit? -Wie?

Stel geen domme vragen. Het is trouwens al 19.40 uur.

Hup, jullie hadden al weg moeten zijn.

Waar blijft hij nou toch?

Dag, lieverdjes. -Hallo.

Hoe gaat het? -Het gaat.

U bent te laat, u krijgt op uw kop. -Dat is zwak uitgedrukt.

Hoe is haar humeur? -De bazin? Zeer verhit.

Inderdaad. Tot morgen.

Die krijgt er vast van langs.

Het is acht uur. -Dat kan niet.

Wat zeiden m'n werksters tegen je? -Dat ik knap was. Ik geloofde het.

Ik meen het. Wat zeiden ze? -Dat je in een lieve bui was.

En dat geloofde ik niet.

Heerlijk, thuis. Heb je een fijne dag gehad?

Ik wil weten waarom je te laat bent. Een uur en 12 minuten te laat.

Ik kom uit de Midi, maar jij overdrijft het.

Kijk. -Alweer een storing bij de metro?

Het openbaar vervoer in de regio Parijs laat veel te wensen over.

Vraag ze om 'kaartjes met vertraging'.

Dat is een goed idee. Ongelovige vrouw.

Sloddervos... Nu geen aperitief, we gaan eten.

Niet roken, we gaan aan tafel.

Ik zie je de hele dag niet en meneer gaat z'n krantje lezen.

'Als je niet wil dat je vrouw je...' -Heel geestig, hoor.

Het eten is klaar.

Aan tafel.

Was het druk vandaag? -Madame Reboul heeft iets gekocht.

De mooie madame Reboul? -Hoezo de 'mooie' madame Reboul?

Zo noemen ze haar. -Wie is ze? Zo mooi is ze niet.

Ik snap het al. Ze doet je misschien denken aan je ex. Aan die Fanny.

Schei nou toch uit. Dat is 25 jaar geleden.

Ze zat tussen Suzanne en Charlotte in. De dochter van de apotheker, 'Zizi'.

Knap, hoor. Je kent vast alle departementen uit je hoofd.

Verander niet van onderwerp.

E�n naam heeft alle andere uitgewist. De jouwe: Adrienne.

Leg me dit dan maar eens uit.

Wat? -Dit.

Wat is dat? -Dat weet je best.

Ik vond deze vuiligheid bij het opruimen. -Die schetsen maak ik tussendoor.

Tussendoor? En je hebt het lef om ze te vernoemen naar je oude ma�tresses.

Daar gaat ie weer. -Ik kan toch lezen.

Fanchette... Ang�le... Marthe...

Zo heten die jurken. -Ik ben niet gek, h�.

Simone... Colette... Sylvie... Marie-Laure... Marie-Anne...

Ja, mevrouw? -Zij niet. Echt niet.

Dit doe ik met die rotwijven van je, met die smerige snollen van je.

Potverdorie, dat waren prachtige schetsen.

Moet je jezelf nu zien, en waarom? Voor niets. Je zit er compleet naast.

Je bedriegt me, vuillak. Sardanapale. -Adrienne...

Raak me niet aan. -Nee...

Sardanapale. Nu overdrijft ze toch.

Meneer zal weer hier moeten slapen. -Ik vrees van wel.

Ik breng mevrouw het eten. -Breng m'n pyjama en pantoffels mee.

Hier.

Ik had dit al wel verwacht. Ik zal uw wekker meenemen.

M'n wekker? Die kan me gestolen worden. Ik heb hem niet meer nodig.

Goedemorgen, mevrouw.

Heeft u goed geslapen? -Nee, ik had een nachtmerrie.

Ik bedroog meneer. -Noemt u dat een nachtmerrie?

Helaas wel. Degene op wie ik verliefd was, leek sprekend op meneer.

Dat meent u niet? -Ik ken meneer echt wel.

Ik verliet m'n man om er met meneer vandoor te gaan.

Als dat geen nachtmerrie meer is...

Meneer had vast ook een nare droom. -Net goed.

Heeft hij niets gezegd toen hij wegging? -Hij slaapt nog.

Slaapt hij nog? Het is kwart voor negen. Hij komt te laat.

Ik heb hem z'n koffie gebracht, maar hij draaide zich kermend om.

Hij mompelde dat hij ziek was. -Ziek? Had dat meteen gezegd.

Geef m'n kamerjas, snel.

Ziek, h�? Ook dat nog.

Wat heb je? Nou? Ben je ziek? -Heel ziek.

Waar heb je pijn? -Overal. M'n hart, m'n buik, m'n hoofd...

Maak warme kruidenthee. -Het water staat al op.

En de thermometer.

Wanneer begon het? -Midden in de nacht.

Waarom heb je me niet geroepen? -Je lag te slapen. En je was boos.

Domkop dat je bent.

Vreemd, volgens mij heb je geen koorts. -O nee?

Ik ril. Ik begin te rillen.

M'n hoofd, m'n arme hoofd. Ik moet naar m'n werk.

Daar komt niets van in, jij blijft in bed.

En als het niet beter gaat, bel ik de dokter.

Ik bel je baas even.

Geef hem maar aan mij. -Jij moet uitrusten.

Hallo, spreek ik met monsieur Apollini?

Geef hem aan mij, ik moet hem van alles doorgeven.

Dag, met madame Vignard. -Kan me niet schelen.

Pardon? lets beleefder mag ook wel. Laat me spreken.

U mag na al die jaren wel wat medelijden tonen.

En nu geef je hem aan mij.

Ik geef hem u. Maak het niet te vermoeiend.

Niet te lang, hoor.

Rustig nou maar. Ik weet dat u zonder mij verloren bent.

Ik verga echt van de pijn... En ik lig te rillen van de koorts.

Kan me geen bal schelen.

Eindelijk een vriendelijk woord. Ja, ik zal goed voor mezelf zorgen.

Hoor m'n hart tekeergaan.

Ik zal uw excuses aan mevrouw overbrengen.

Onze vrouwen zijn volledig toegewijd als we ziek zijn. Tot spoedig.

Hij is aan je gehecht, maar wat een ego�st.

Dat heb je met werkgevers.

U moet het warm opdrinken. Er zit suiker in. En meet uw temperatuur op.

Haal mevrouw even. Ik leg zo uit waarom.

Hoe voel je je, lieverd? -M'n oren suizen.

En ik heb het opeens erg heet.

Je handen zijn koel. -Dat wil niets zeggen.

Geef de thermometer eens.

Hoe hoog? -Veel te hoog.

Ik wist het wel, ik heb minstens 38.

Meneer heeft 40 graden koorts. Bel de dokter.

Schatje. Mijn schatje.

Het is heel erg. -Ga maar liggen.

Moet ik nog meer drinken? -Even aanstippen. Dat moet.

Toe nou, je had het beloofd. -Laat mij maar.

Het is goed voor je.

Nog meer kruidenthee? -Nee meneer, uw gorgeldrankje.

Doorgeslikt. Wat nog meer? -Wacht even, je pillen. Hier.

Is het zo niet genoeg? -Nee, nog niet. Die is mooi.

Dat is koud. -Even lief zijn.

Je hebt er niets van gevoeld. -O nee?

Was dat het? -Nog eventjes.

'Hij zegt: Zullen we klaverjassen?'

Let goed op jezelf.

Laat je me alleen? -Ik moet even iets doen.

Snel terugkomen.

Ik ben even weg, zorg goed voor hem. -U kunt op me rekenen.

Dat is waanzin.

Gaat het wat beter met hem? -letsje.

Wat zegt de dokter? -Die snapt niets van die rare koorts.

Ik moet naar de groothandel. Ik zal me haasten.

Meneer is uit bed. Dat is gekkenwerk.

M'n koorts heeft pieken en dalen. Ik profiteer van het dal.

U gaat toch niet naar buiten? -Ik ga naar de winkel.

Mevrouw verbiedt het. -Ze hoeft het niet te weten.

Jij zegt niks, omdat je van me houdt. En dat is wederzijds.

Je hebt me zowat geboren zien worden...

en als je lief bent, zie je me misschien ook doodgaan.

Over een kwartier lig ik er weer in. Ave, Marianne.

Het blijft een kind.

Dag, personeel. -Madame Adrienne had het over 40.

45. Maar als ik jou zie, voel ik me 30.

U krijgt straks nog meer pijn. -Nee, ik krijg een fikse uitbrander.

Maar ik moest jullie jeugdige snoetjes zien...

en die schitterende stoffen aanraken die jullie zo elegant bewerken.

Dag, mevrouw. Kan ik u helpen?

Is mevrouw er niet? -Die doet inkopen.

Maar ik ben er, meneer Adrienne. Hoe kan ik u van dienst zijn?

Ik zoek iets gekleeds, voor een huwelijk.

Bent u de bruid? -Lang geleden wel.

Bruidsmeisje? -Die tijd is voorbij.

Getuige? -Nee, een vriendin.

Een goede vriendin? Ik weet genoeg. Kleedt u maar uit.

Niet hier. In het kleedhokje.

Een kleermaker kun je vertrouwen. U hoeft niets te verbergen.

Haar naam? -Madame Dornette.

Voornaam? -Lise. Weduwe met twee kinderen.

Pak je spelden. Het opschrijfboekje.

Mag ik binnenkomen? -Ja, hoor.

Een prachtige klant, een prachtig vak. Ontroerend tot en met.

We gaan de maat opmeten. Noteren.

Schouders 42.

Borstomvang...

90. Uitstekend.

Taille... 52.

Heupen...

91. Uit de kunst.

Lengte... 37.

Kruis... Neemt u me niet kwalijk. Macht der gewoonte.

'Dat waren uw maten, godin van de Mont Ida.'

'Precies dezelfde rondingen als Lollobrigida.'

Echt waar?

In m'n dromen koopt ze haar kleren bij mij.

Wat doet u? -Ik breng vorm aan.

Maar ik wilde iets kant en klaars. -Juist. Ik maak het kant en klaar.

Het staat u beeldschoon, madame Dornette.

Kent u m'n naam? -En nog veel meer. Eens zien.

U bent weduwe, voornaam Lise, drie kinderen.

Nee, twee. -Drie.

De derde krijgt u binnenkort van een donkerharige meneer.

Nu moet u ophouden, hoor.

Het is mevrouw. -Laat haar binnenkomen.

Wat doe jij hier? -Ik ben aan het werk.

Dag, Adrienne. -Mevrouw? Met wie heb ik de eer?

Herken je me niet? -Nee, en zeker niet in die uitdossing.

Dat is madame Dornette. -Bemoei je er niet mee. Naar bed.

Wat bent u hard.

Een halfuur geleden had hij 40 graden en tyfeuze koortsen.

Maar als ik u zo zie, heeft hij een delirium.

Hij wilde iets voor me maken voor een bruiloft.

Voor zotten zeker? Dit soort vermommingen laat u maar elders doen.

Ik doe niet aan carnavalskostuums.

Als jullie dit nog een keer laten gebeuren...

kunnen jullie direct jullie spullen pakken.

En nu wij. O nee, opstaan. Aan de slag, huichelaar.

Ik kan niet meer op m'n benen staan. -Hypocriete jezu�et.

Mijn winkel is geen ontmoetingsplek.

Hallo? Met wie spreek ik? Meester Plaisant, de notaris? Voor jou.

Hallo? Fernand Vignard, dat ben ik.

Moet ik direct bij u langskomen? -Rue Boissy d'Anglas 14.

Vraag hem waar het over gaat.

Waar gaat het over, notaris? Hallo? Dat snap ik niet.

Over de erfenis van madame... -Bolita Botska.

Bolita Botska? Maar wat heb ik met de dood van die mevrouw te maken?

Pardon? Een vliegtuigongeluk.

Die dingen zijn ook nog niet helemaal betrouwbaar...

Goed, notaris. Ik kom langs op uw kantoor.

Wie is die vrouw? -Geen idee. Het is vast een vergissing.

Ik heb de naam Bolita nooit gehoord. -Ik weet het weer.

Ik ken die vrouw van drie jaar geleden uit een nachtclub.

Een nachtclub? Zonder mij?

Het was het jaar dat jij bij je zieke moeder was.

Ik was die avond op stap met kleine Bob.

We kwamen haar tegen in de Raton Laveur.

Ze was de zus van een klant, een rare Zuid-Amerikaanse...

Je hebt me over Bob verteld, maar niet over Bolita.

Echt niet? Wat ben ik toch verstrooid. -Ga door.

Ik herinner me vaag... Ja, zo was het. Tegen drie�n, we hadden wat op...

hebben we een cheque getekend voor haar.

Van hoeveel? -Niet veel. Ze had 100.000 francs nodig.

100.000 francs? Wie van jullie twee heeft de cheque ondertekend?

Ik dacht Bob, en Bob dacht ik.

De dag erop zag ik dat ik hem had ondertekend.

Ik ben naar de bank gegaan, maar het was al te laat.

Ze had het geld net opgehaald. -Wat een pech.

Ik snap dat je het raar zult vinden.

Helemaal niet. Even resumerend:

Een vrouw die je nauwelijks kent... Je geeft haar 100.000 francs.

Ze gaat dood, je hebt niet met haar geslapen, en je staat in haar testament.

Moet ik dat raar vinden? Welnee.

Ik vind het best vreemd, maar als we het eens zijn...

Ik zou stikjaloers moeten zijn.

Vuillak. M'n moeder is stervende en jij hoereert.

Je smijt met geld terwijl ik me rot werk. En dat moet ik normaal vinden?

'Dit is mijn testament.

Ik laat m'n nertsmantel na aan madame Louise Pichet, werkster bij Georges V...

die mij de liefde voor bont heeft bijgebracht.'

'Ik geef m'n Cadillac aan de garage- bediende Mohammed Ben Ahmed...

omdat hij me opbeurde toen ik liefdesverdriet had door te zeggen:

Schone Fatma, ga mee naar m'n hut.'

Uw vriendin was me er eentje. -Niet m'n vriendin. Ik kende haar alleen.

'De 510 aandelen die ik heb in Bolita Couture aan de rue Pierre Charon...

gaan naar monsieur Fernand Vignard...

waarvan ik alleen een telefoonnummer heb.

Dit vanwege een gezellige nacht die ik met deze lieve en gulle man heb gehad.'

Dat zal toch niet. -De aandelen zijn niet geheel voor u.

U heeft twee partners: de heren Picrafos en Zwertas.

Maar u heeft het grootste belang.

Dit loopt erg in de gaten, ik ben wel getrouwd.

Uw vrouw zal er blij mee zijn. -Denkt u dat?

Ze kan maar beter niet van deze erfenis weten. Ze was dol op Bolita.

De herinnering aan haar dood doet haar vreselijk veel pijn.

Mijn cli�nte zegt niets over madame Vignard. Ik heb alleen met u te maken.

Ik hou de erfenis van die arme Bolita verborgen voor die arme Adrienne.

Hoe zal ik dat eens aanpakken? Dat is een ander verhaal.

Wat een leuke asbak. -Niets bijzonders.

Zeg dat nou niet. Ik spaar asbakken. -U meent het?

Ik heb er meer dan 300.

Dit is een zeer zeldzaam model.

En dan die inscriptie: 'vrede voor mijn as'. Erg subtiel.

Ik raak helemaal van slag. -U mag hem best hebben, hoor.

Dat meent u toch niet? Wilt u hem afstaan? U maakt me gelukkig.

Dank u, notaris. Dank u. -Geen dank, hoor.

Daar zit de droefheid in persoon.

Ben je in de rouw? -Niet zo flauw.

Bezit je nu een haci�nda? Heb je suikerriet of kokosnoten ge�rfd?

Kijk maar.

Wat is dat? -Een asbak.

Het souveniertje van Bolita. -Is dat alles?

'Vrede voor mijn as.' Hoe delicaat.

Verfijnder kan haast niet. Zelfs na haar dood houdt ze je voor de gek.

Dat is niet leuk. -Het is om te huilen.

Arme man. Een asbak van 400 francs waar jij 100.000 voor hebt betaald.

Zo'n charmant aandenken... -En nu ligt ze vredig aan diggelen.

Nu je geen multimiljonair wordt...

kun je morgen wel weer gaan werken.

Dat ging heel goed.

neem zelf uw stem op

Dag, lieverd, ik heb het razend druk. Alles gaat goed.

Heel veel liefs. En tot vanavond.

Dat heeft toch geen klasse?

Monsieur de Treignac, hoe komt u daarbij? U lijkt wel een modeplaatje.

Ik wil jou niet meer zien. -Ik wil u om een dienst vragen.

Niets daarvan. Ik heb een nieuwe coupeur.

Nee, dan ga ik wel ergens anders heen.

Monsieur de Treignac is niet zo blij. -Bemoei je er niet mee. Eruit.

Nee, dit is niet stijlvol.

Fernand... -Dag, graaf.

Werk je hier nog wel? Apollini zei dat je weg was.

Heeft hij dat gezegd? Ik kom af en toe nog langs. We zijn nog goede vrienden.

Daar ben ik blij om. -Ik ook.

U komt als geroepen. Kijk. Wat vindt u ervan?

Wat ik ervan zeg?

Je hebt vervangers die niet slecht vervangen...

maar sommigen zijn nu eenmaal onvervangbaar.

Het is mooi werk, maar we doen het nog eens over.

Jongeman... -Momentje, ik kom zo bij u.

Heeft u onze nieuwe stoffen al gezien?

Puur Schots, Aberdeen, 100% . Een Treignac moet dat als eerste dragen.

Erg mooi. Met wat voor broek? -Everzwijnenhals.

Kunt u het snel klaar hebben? -Dat moet zeker lukken.

En ik zoek ook een nieuw kostuum.

Ik heb een idee voor de revers. Sensa... tioneel.

Heel graag. -De graaf van Parijs wacht ook op iets.

Nee, nee. Doe me dat niet aan...

Ik kan ook geen nee tegen u zeggen. Dank u. Kleedt u zich maar om.

Heel erg fijn.

Je was weg uit m'n bedrijf, maar niet uit mijn hart.

U bent onvervangbaar. -Kom terug en je krijgt opslag.

Nee. Ik wil best af en toe langskomen maar op ��n voorwaarde:

Als mijn vrouw belt of langskomt, zegt u dat ik nog gewoon bij u in dienst ben.

Goed. En als ze komt en jij bent er niet?

Dan verzint u vast wel een leugentje.

En als madame Vignard belt? -Daar heb ik aan gedacht.

Dit is een plaat die ik heb opgenomen. U houdt de telefoon erbij.

De platenspeler krijgt u van mij. -Goed.

Maar dan maak jij de kostuums. -Dat beloof ik.

Je krijgt me nog door een sleutelgat. -Zeker als u dat 50 lire oplevert.

Mandolines.

Nicole neemt het even van me over.

Wilt u de collectie zien? -Ik wil van alles zien.

Mevrouw is er nog niet. -Dat hoeft van mij ook niet.

Mademoiselle? Nee, die andere.

Vraagje? -Gaat u gang.

Hoeveel mannequins, verkoopsters en specialisten werken hier?

Dat gaat u niets aan.

Als u weet wie ik ben, zult u mijn nieuwsgierigheid begrijpen.

Hij heeft een aktetas, inspecteert alles en stelt talloze vragen.

Goeie god, een belastinginspecteur. -Wat doen we?

Ga hem halen en zeg dat hij alle boeken mag inzien.

Zet port en cakejes klaar, Jean-Claude.

170.000 francs is veel te duur. En het is me te tuttig.

Deze jurk is toch zeker schitterend? -Hij is erbarmelijk. Ik vind het echt niks.

Niemand heeft u gevraagd om te komen. -Zeker wel.

Meneer de inspecteur, wilt u me volgen? De kasboeken liggen ter inzage.

Dat mag ik hopen.

Meisjes. -Wat is er aan de hand?

Kascontrole.

Komt u verder. Mijn partner monsieur Zwertas. En ik ben monsieur Picrafos.

Onze boekhouding. -Rapporten, balans.

Kijkt u gerust. Het is kristalhelder. -Was het maar loepzuiver.

Een cakeje... En een glaasje port.

Het is niet erg druk bij u. -Dit is een beetje een slappe tijd.

En er zit weinig leven in uw modellen. -Ja, maar dat is niet echt uw vakgebied.

Als ik dit zo zie, maakt u veel verlies.

We gaan gebukt onder de belastingen. Dus het is ook een beetje uw schuld.

We staan op het punt om de zaak te verhuren.

We krijgen 20 miljoen als we er een garage van maken.

Bolita een garage?

We wachten alleen nog op een handtekening van onze derde vennoot.

En denkt u dat u die krijgt? -Ja, het schijnt een uilskuiken te zijn.

En hartstikke maf. U raadt nooit wat hij verzamelt.

Asbakken? Ja, h�? Asbakken, dat geloof je toch niet.

Hoe weet u dat nou? -Het is geen belastinginspecteur.

Fernand Vignard. Ik ben de lachende derde.

Ik kom als geroepen. Dus u wilt Bolita verkopen om auto's te plaatsen.

Er is geen andere uitweg. -Hopeloos.

Hij beledigt me, Jean-Claude. -Ik heb het over die slechte oplossing.

Twintig miljoen en dat noemt u slecht?

De wil van een overledene is voor mij volstrekt heilig.

Vol eerbied zweer ik tegenover God en de mensen, neemt u me niet kwalijk...

om het werk van de overledene voort te zetten.

U zult ons ru�neren. -En uzelf.

Nee, ik ga hier een groot modehuis van maken.

Waarmee? -Met m'n grijze substantie. Wacht even...

Roep het personeel samen en wijs me de weg.

Wat een drama. -Hij is gek.

Een ogenblik, mevrouw. Ik roep hem. Fernand, het is je vrouw.

Dag, lieverd. Ik heb het razend druk. Alles gaat goed. Ik voel me prima...

Luister, Fernand. Luister nou heel even. -Tot vanavond.

Maak je vooral geen zorgen. -Kletsmajoor...

Er wordt om u gevraagd. -Ik kom.

Ze willen een garage van deze prachtplek maken.

De stank van benzine in plaats van die schitterende stoffen.

Jullie houden toch van jullie vak?

Zie je je als naaister al benzine tanken?

Of zien jullie je als mannequin de olie verversen?

En gaan de verkoopsters banden oppompen?

Daarom wil ik het werk van de oprichtster voortzetten...

en voorkomen dat jullie je broodwinning verliezen.

Dat is heel mooi, maar we zijn al drie maanden niet betaald.

Genoeg. Ik weet het, maar jullie zullen allemaal volledig worden uitbetaald.

Alleen niet meteen. -Mooipraters genoeg.

Wie zei dat? Nee, La Rochefoucauld.

Ik stel het volgende voor.

Ik wil met een nieuwe collectie heel Parijs op z'n kop zetten.

Maar omdat we geen geld hebben, gaan we een gemeenschappelijke pot maken.

Allen voor mij, en ik voor allen.

En als we het van de grond hebben, krijgen jullie je achterstallig loon...

en bovendien krijgt iedereen een deel van de winst.

Wat doet je vader? -Hij werkt in de bouw.

En jouw vader? -M'n oom is stoffeerder.

Uitstekend. Noteren, Picra... fos.

Papa is journalist. -Hij gaat ons de hemel in schrijven.

M'n vader is weg, maar m'n neef doet in stoffen.

Dat is schitterend. Noteren, adjudant.

En wat doet jouw vader? -Ik ben alleen. En m'n vriend is bankier.

Gelukkig. Luitenant, noteer het adres van die toekomstige vennoot.

Mijn vader is violist. -Hij speelt gitaar.

We zetten ze allebei in. En nu zeg ik: Bedankt.

Als ik jullie trotse gezichtjes zie...

dan weet ik dat jullie ervoor zullen zorgen dat dit huis herleeft...

en een reputatie zonder weerga zal genieten.

Kom mee, kolonel. U ook, kapitein.

Hij is gewoon hartstikke gek.

Kwart voor twee, ik moet gaan. -Drink je koffie op. Je bent veranderd.

Ben ik veranderd? -Meteen paniek als je iets te laat komt.

Ik ben de rust zelve. -Heus niet. 's Nachts spring je uit bed.

Je zegt van alles. Geen touw aan vast te knopen.

Mooi zo. Normaal gesproken versta je precies wat ik zeg.

Je bazelt over kleding, je goochelt met miljoenen, je raaskalt.

Zo ken ik je helemaal niet. -Geef me maar een kus. Tot vanavond.

Fernand, moet je horen. -Ik krijg nog op m'n lazer van m'n baas.

Je zult nooit meer op je lazer krijgen van hem.

Luister goed. Ik ga je een enorm plezier doen.

Je neemt ontslag en je komt bij mij werken.

Is dat een grap? Een valstrik? Of een beproeving?

Nee, ik heb er goed over nagedacht. Je bent te oud om je uit te sloven.

Hoezo te oud? Hier werken in het bijzijn van je personeel en je klanten?

Dat is vragen om moeilijkheden.

Wat lach je nou? -Luister nou eens even, lieverd.

Ik was vreselijk jaloers. Voor mij was je nog altijd 30.

Een prachtige, gevaarlijke jongeman...

Maar door die asbak weet ik nu wel beter.

Fraai is dat. Denk je dat ik niet meer in de smaak kan vallen?

Natuurlijk wel. Je kunt er nog best mee door.

Maar je mag wat afbouwen en je hoort bij mij.

Tussen al die vrouwen die zich aan- en uitkleden?

Dan blijf ik nog liever een bescheiden coupeur.

We hebben het er nog over, vader. Ik moet weg.

Ik zet je wel af. -Niet nodig.

Kom nou maar, ventje. -Noem me niet zo.

verbouwing

Dat wordt wel wat, zeg.

Is er wel geld voor een verbouwing?

Geen idee, maar uw voorstel beviel hem allerminst.

Hij haat garages. -Mag ik misschien z'n adres?

Niemand weet waar hij woont. Er is een hotel waar hij zich alleen omkleedt.

Hij woont dus ergens anders. -Maar waar?

Merkwaardig. De notaris moet z'n telefoonnummer toch hebben.

Dat moet geheim blijven.

En de notaris neemt z'n beroepsgeheim serieus.

Dan doen we het anders.

Het schiet niet echt op, h�? -Maar ik heb wel alles vooruit betaald.

Het schiet lekker op. En je dochter doet het uitstekend. Ze krijgt promotie.

Wanneer denk je het af te ronden? -Over een week of twee.

Je nichtje is erg pienter. Ik heb haar beloofd dat ze hoofdverkoopster wordt.

Wil het een beetje vlotten?

Mag ik die ontwerpen even zien? -Als uw ogen het maar aankunnen.

Wat zegt u ervan? -Perfect.

U maakt een grapje. -Het is zo lelijk, laat ze het maar maken.

Het is waanzin. -Dit wordt z'n ondergang.

Wat een prachtige oorbellen, Gabrielle. Neem een snoepje.

De mannequins zijn er. -Hier, Lulu. Ik kom.

Wat is hij aardig. -En gewoon.

En dat voor zo'n don juan. -Praat nou niet zo lelijk over hem.

Dag, dames. Jullie ouders hebben mooi werk geleverd.

Achter elkaar aan. Jullie vertellen mij allemaal je naam. Ik speel een rijke klant.

Daar gaat ie.

Gladys.

Eliane. -Charmant.

Pervenche.

Miss Moedervlek, van Juan-les-Pins. -Dat is ver weg.

Sonia Raspoutine. -Een beroemde naam.

Ik zit al vier jaar in het vak. -Vandaar. De volgende.

Lisette. -Anita.

Ik kom voor de presentatie.

Kijk goed naar mij. En dit geldt voor iedereen.

Je moet schrijden... Schuiven...

Je aanbieden... Je afwenden...

Dat is de baas. -Ach zo.

Terugkomen... Wachten...

En ten slotte afgaan terwijl het gemis voelbaar is.

Begrepen? -Ik ben Sophie. Ik ben aan de late kant.

Van Milo? Zoals de Venus? Dat is uw zus waarschijnlijk.

U neemt een loopje met me. -Ja, loop even.

Omdraaien. Dat is dik in orde. -Per wanneer is het?

Nu, gisteren, morgen. We hebben al te veel tijd verloren.

Nog eventjes. Je zult doodop zijn. -Ik ben het wel gewend.

Is alles over een week klaar? -Jazeker.

Over een week toont Farden z'n eerste collectie.

Dat is een anagram van mijn voornaam.

En wat is uw echte naam? -Dat is geheim.

Schrijden maar.

Ongelooflijk sexy. -Hij wordt prachtig, ja.

Ik had het over je lijf. -Je hoeft je niet uit te sloven.

Couturiers zijn geen mannen. Jullie zijn allemaal hetzelfde in dit vak.

Allemaal? Ik ook?

U bent heel galant en zo, maar wij weten best dat u niet van vrouwen houdt.

Je hebt ook alles door. -U geeft het toe.

Dus je wil wel met me uit? -Prima.

Ik neem je vanavond mee uit eten en dan breng ik je naar huis. Goed?

Jullie zijn altijd goede vrienden, jullie... couturiers.

Heb je iets uit het personeel gekregen? -Niets.

Ze liggen aan z'n voeten. En wij tellen niet meer mee.

Hij heeft geen geld, maar ze werken wel.

Bij ons zou het personeel met stakingen hebben gedreigd.

Wind je nou niet zo op.

Waarom die muzikanten, waarom krijgen de mannequins spraakles...

en waarom laat hij die pakken maken? -Doe nou eens rustig.

Hij kan beter een dwangbuis maken.

En wat betekent die idiote slogan 'Deze bom zal me beroemd maken'?

Dat is een beeld, een verrassing. -Ik hoop het, maar ik vertrouw het niet.

Een ogenblik. Het is voor u. -Neemt u me niet kwalijk.

Ben jij dat, Fernand? Wat? Ben je vanavond wat later thuis?

Er moet een kostuum naar de maharadja.

Ben je bezorger geworden? -Nee, maar hij wil het even passen.

Ik baal ook dat ik helemaal naar Versailles moet.

Eet en ga daarna lekker slapen, liefste.

Gelukt. Nu Apollini nog.

Ga je mee uit eten? -Nee, ik ga met monsieur Farden uit.

Welja. -Je hebt sjans met de baas.

Hij is net als andere couturiers. Hij heeft het me zelf verteld.

Fernand, je vrouw.

Luister, Fernand. Luister nou. Voordat je naar Versailles gaat...

Ik omhels je met heel m'n hart...

Wat is er, mevrouw? -M'n jas, m'n tas, m'n handschoenen.

Komt er nog wat van.

Nee maar, madame Vignard. -Dag, monsieur Apollini.

Ik was in de buurt en ik moest u gewoon even gedag zeggen.

Wat een leuke verrassing, maar uw man is er niet.

Dat weet ik. Hij brengt een kostuum weg.

Klopt. Naar de maharadja van Gazlor in Versailles.

Tegen mij had hij het over Ali Khan in Saint-Cloud.

Maar natuurlijk. Naar Ali Khan in Saint-Cloud.

Het was voor een avondfeest. -Ja, in de Op�ra.

Nee, op de Turkse ambassade.

De Turkse ambassade... Waar ben ik met m'n hoofd? Hij heeft u alles verteld.

Leugenaar. -Ja... Pardon?

Leugenaar. Judas.

Bedrieger. -O ja? Dan bent u de bedrogene.

Vuillak. Ik wist het wel. Ik voelde het gewoon.

Op de liefde. -Toe maar.

De begeerte dan. -leder voor zich dus.

Wat doet u nu? -Het is ongevaarlijk. Vrees maar niet.

Bent u van uw geloof aan het vallen? -Ik vrees van wel.

Wilt u nog wat fruit en kaas? -Ja.

Is zo'n maharadja erg donker? -Normaal gesproken wel.

Maar die van meneer heeft vast blonde haren, blauwe ogen en een roze huid.

Als ik dat had geweten... -Dan was je niet gekomen?

Dan had ik minder champagne gedronken.

Half twaalf. Dat gaat te ver.

Ik wil nooit meer met u uit. U bent te jong voor mij.

Wat is er, schatje?

Zoek je je knoop? -Nee, m'n pantoffels.

Goedenavond, lieverd. -Nee, niet goedenavond. Goedendag.

Het is twee uur. -Twee uur? Wat vliegt de tijd toch.

Je was vast ongerust. -Een beetje wel.

De maharadja van... -Gazlor.

Ja, die. Ze hebben van die namen... -Je breekt er je tong over.

Hij stond erop dat ik hem vergezelde naar de Op�ra. Die hoge heren ook.

Zie je me al in m'n gewone pak op zo'n gala? Zie je het voor je?

Helemaal. -Maar ik ben niet gegaan.

Ik heb geweigerd met gevaar voor eigen leven. Hij werd razend.

Hij trok de mouw van z'n kostuum en spuugde me in m'n gezicht.

En weet je wat hij daarna deed? -Nee, maar jij vast wel.

Hij barstte in tranen uit en smeekte me om de schade direct te repareren.

En dat heb je met bloedend hart gedaan. -Jij snapt het.

En terwijl je bezig was kuste zijn vrouw je vol op de mond om je te troosten.

Nu slaat je verbeelding op hol.

Het verklaart wel de lippenstift op je gezicht.

Dat onhandige wicht. Je hele zakdoek zit onder.

Waar komt die zakdoek vandaan? -Niet boos worden, dat doe ik ook niet.

Kom even. Je hebt niets gegeten. -Ik heb geen honger.

Je moet toch iets eten. -Ik heb echt geen honger.

Ga daar maar even zitten. Armen naast je lichaam. Ontspan.

Laat het maar los. Zit je lekker?

Doe open. -Nee, ik walg van je.

Ik kan alles uitleggen. -Nee, ik walg van je.

Adrienne. Drijf me niet tot wanhoop.

Ik heb al een week lang niets van hem vernomen.

In Parijs verdwijnen elke dag wel vijftig echtgenoten.

Die plegen niet allemaal zelfmoord. Hij is wellicht niet voor iedereen spoorloos.

In zeventien jaar huwelijk heeft hij nooit ergens anders geslapen.

De laatste keer dat u hem zag was alles koek en ei?

Ja... Ik heb hem een klap gegeven. Het stelde echt niet veel voor.

Dan is hij misschien ook zo weer terug.

Dit heeft hij achtergelaten, commissaris. Vooral die zin: 'Ik ben 't beu. Het beste.'

Misschien heeft u hem ertoe gebracht.

Ik ben hem altijd volstrekt trouw geweest.

Veel vrouwen bekopen hun trouw met allerlei sc�nes, verwijten en heibel.

Uw man had er misschien genoeg van.

Vind hem alstublieft terug en ik zweer dat ik hem alles vergeef.

Het programma, mevrouw. Het programma.

Het is net als in het theater. Wat enig.

Farden presenteert 'De dag van de Parisienne'.

Collectie in 24 delen van Farden, productie Farden.

Mise-en-sc�ne Farden, ontwerpen Farden.

Hallo, Picrafos. -Dag, baron.

U heeft leuke mannequins. -Het is de doppertjeslijn.

Extra fijn? Dat zijn de duurste. Daar is m'n vrouw.

Je hoeft me echt niet te vergezellen. -Ik kies graag een jurk met je uit.

Dag, ik ben van de F�mina. Kent u me nog?

Maar natuurlijk. U schreef vorig jaar dat mijn creaties foeilelijk waren.

Dat was een typefout. Er had moeten staan lelijk.

Dat klinkt al niet veel beter. Wat wilt u?

Ik wil iets uit eerste hand. Van welk huis komt monsieur Farden?

Van Charenton.

Hoe vindt u mijn pak? -Schitterend.

Ik heb het zelf gemaakt. -Alles wat u maakt, is prachtig.

En onverwacht. Kijk eens naar het programma.

U heeft het duidelijk niet aan ons oordeel willen onderwerpen.

Heel fijn dat ons huis een soort cabaret wordt.

Als u de cha-cha-cha danst, zal de recette enorm zijn.

Ik weet best dat je wil dat ik faal.

Ik? -Ja, jij. Picrafos. Jij en je vriendje.

Ik verbied u... -Stil, jij.

Voor mij is dit een grote dag. Hier wacht ik al jaren op.

Desnoods ga ik op m'n handen staan, zal ik buikdansen...

desnoods kleed ik me helemaal uit, maar mijn handtekening krijgt u nooit.

Het zit vol. Zal ik het beginteken geven? -Prima, ik kom.

Nooit.

Het beginteken. We zijn niet in de Folies-Berg�re.

Farden, uw couturier van de toekomst, buigt voor u en kust uw handen.

Ach dames, de dichter heeft gelijk als hij u met bloemen vergelijkt.

Want zo is het.

Daar is geen twijfel over mogelijk als ik u zo'n prachtig boeket zie vormen.

Een boeket heeft een vaas nodig...

zoals een schilderij een kader en een juweel een juwelenkistje.

Dat juwelenkistje, dat kader, en die vaas met zeer waardevolle bloemen...

dat is voor u toch de jurk, de Parijse jurk, de enige ter wereld...

de mooiste en meest spirituele. Ik heb hem in een nieuwe vorm gegoten.

Jammer als Christian Dior er wakker van ligt.

'De dag van de Parisienne.'

Mevrouw haalt haar auto op in de garage en daar heb ik dit van gemaakt.

Farden-blauw.

Een werkpak waarin dus rustig gewerkt mag worden.

Een leus van Farden.

De vlekken zijn handbeschilderd door een talentje van zesenhalf.

Mannen zien niet graag vrouwen achter het stuur.

Zelfs de charmantste heren beledigen u dan.

Deze lijn zal die onbeschofte mannen de mond snoeren.

Morgen geeft u gas en misschien botst u tegen een knorrige vent.

Hij zal u de huid vol schelden, maar wel 'meneer' tegen u zeggen.

En de Engelse sleutel zit achterin.

Rij voorzichtig, dames. Een ongeluk zit in een klein hoekje.

Gebeurt het toch, dan is er deze jurk: De fractuur.

Wat een wansmaak.

De imitatie-bandage is van organdie.

Vind je het leuk? -Helemaal niet.

Ga je uit? -Ik ga naar m'n moeder.

Wil je dan eau de cologne, sigaren en de prix Goncourt-winnaar meenemen?

Dat onthoud ik nooit. -Leg een knoop in je zakdoek.

Ik heb geen zakdoek. -Moment.

Je maakt m'n jurk kapot. -Integendeel.

Eau de cologne.

De sigaren.

De prix Goncourt-winnaar.

De jurk met geheugensteuntjes.

U wenst? -Is madame Vignard er ook?

Ik ga bij alle Vignards langs. U bent de zeventiende.

Kent u een zekere Fernand Vignard?

Dat is m'n man. Waar is hij? Weet u iets over hem?

Het ligt erg gevoelig.

Hij is dood. -Welnee.

Zwaargewond? -Ook niet. Maar hij is gek geworden.

Hij ziet zich als vernieuwer in de mode. -Dat is een tic van hem.

In welke inrichting is hij opgenomen? -Hij is directeur van een modehuis.

Directeur? Dat is hem niet. -Farden is z'n artiestennaam.

Dat zegt me niets. U bent aan het verkeerde adres.

M'n man was coupeur op de Place Vend�me.

Bij Apollini. Daar zat Farden ook.

Veertiger, drukke gebaren, veelprater met zuiders accent.

Typische trekken. Hij heeft tanden, veel tanden.

Dat is hem... -Komt u mee, ik heb een taxi klaarstaan.

Hij zit midden in een crisis... of midden in z'n collectie.

Ik ga met u mee. Een ogenblik. Wat een toestand.

Mag ik ondertussen even bellen?

Moet je nou horen. De pers is lovend en de klanten zijn enthousiast.

Dit kost ons straks twintig miljoen.

Bornhem. -Geef maar.

Hallo, Bornhem? Het is een ramp.

Nee, niet voor hem, voor ons.

Wat? Z'n vrouw? Je hebt haar gevonden en brengt haar nu hierheen?

Dokter, ik voel me helemaal niet goed.

Wat is er? -Ik ben de draad kwijt.

Kijk eens naar m'n hoed. -Je weet van wanten.

Ik haal alles door de war. M'n riem zit om m'n nek, m'n ketting om m'n middel...

en ik heb overal stipjes.

Zal ik u onderzoeken? -Moet ik me uitkleden?

Niet nodig.

Haal adem en zeg 33.

33.000 voor het maakloon, dames.

Hou maar op. En reken ook niet op een verlaging.

De bronchi�n. Draai je even om.

Zeg maar 333. -333...

Ga uit van 333.000 met alle accessoires erbij.

Dat is de prijs van deze jurk die ik 'harkloppingen' heb genoemd.

Ze is charmant. -Zet me niet voor schut.

Hij heeft al drie mannequins gehad.

'Breuk.'

Zelfs als ze rouwt, is de vrouw mooi.

Voor wie op zoek is naar gemoedsrust zijn tranen op de hoed een must.

Een spreekwoord van Farden.

Dit is compleet gekkenwerk. -U zult het zien. Maar gedraagt u zich.

Een slang liet ze van de verboden vrucht eten, maar dit is een boa.

Laat me erdoor. -Geen trammelant.

Dat zal me goed staan.

Ik doe een beroep op uw goedertierenheid.

Uw goedheid wordt slechts overtroffen door uw elegantie.

Wanneer heeft u die handtekening? -Vanavond. Komt voor elkaar.

Maar dan mag ik overal gaan en staan. -Uiteraard, maar met enige diplomatie.

Wees gerust. Ik heb Fernand altijd met zachte hand aangepakt.

Niet tijdens de modeshow, meisje.

U mag hier niet komen, mevrouw. -Ik ben de zus van monsieur Picrafos.

Sophie, jij bent.

Hoor je dat? Je Fernand zal blij zijn. -Hij verdient het.

Pardon, is dat leuke meisje de dochter van monsieur Farden?

Hij moest u eens horen. Dat is z'n vriendinnetje.

Z'n vriendinnetje? Haar Fernand.

En dan nu tot slot: 'De Parisienne bij nacht'.

'Slapeloze nachten'.

Speelt u maar. Ik presenteer 'Charmes'.

En op dat moment kreukt de minnaar gehaast haar witte, kanten jurk.

Maar niet alleen zij zal die nacht gekreukt uit de strijd komen.

Kom onmiddellijk mee naar huis. -Je bent gek. Ze is gek.

Ik gek? Dat zullen we nog wel zien.

Hier ziet u de kleingeestige burgervrouw die zich niet bij Farden laat kleden.

Ik ben dol op sketches.

Pak aan.

Dat krijgt u ervan als u uw vrouw niet door Farden laat kleden.

Wat moet dat gekke mens hier? -Wat zegt ze?

Voorzichtig met m'n neglig�.

Wat gebeurt er allemaal? -Uw zus, meneer.

Blijf van me af.

U zag ten slotte de blinde jaloezie tegenover de schoonheid...

schitterend gepareerd door wie? Door Farden.

Wat uw grote couturier ook maar wil zeggen...

is dat elke kleingeestige burgervrouw elegant, begeerlijk en sexy kan worden...

als haar neglig� maar van Farden is.

Meneer, wilt u dit even vasthouden terwijl ik me ondertussen uitkleed.

Zou u de ritssluiting willen openmaken? -Heel graag.

Wat maak je me nou? -Ze zou geen schandaal veroorzaken.

Ken je haar dan? -Ja, natuurlijk. Het is m'n...

Met het neglig� van de Parisienne sluiten we af.

Doe de luiken dicht en breng de bruid naar bed.

Niks 'Fernand'. Het is voorbij. -Hij zal zelf bedrogen worden.

Bedrogen. Bedrogen, zeg ik u. -Kleedt u zich aan ga naar huis.

U hoeft me niet te commanderen. -Uw kleren.

En ik dacht dat hij dood was... Fernand...

Gefeliciteerd. Door uw ongehoorde gedrag kunnen we het nu echt schudden.

Monsieur Bornhem gaat op zoek naar een ander gebouw.

Garages genoeg, maar u heeft maar ��n man.

U mag hem hebben. Straks wordt hij net als u.

Die kant op. -Laat me met rust.

Dit is van een klant. Erg leuk gedaan daarnet.

Baron Edmond d'Escroville.

'U bent prachtig. Ik geef u mijn hart en mijn Cadillac, die beneden staat.'

Ik zal je krijgen.

Zeg dat het niet je vrouw was. -Ik weet haar naam niet eens meer.

Waarom moest je dan naar huis komen? -Het was vooropgezet door Picrafos.

Je bent m'n beste mannequin en jij gaat weg voor zoiets onbeduidends?

Farden kan dat wel hebben, maar Fernand niet.

Straks staat ze hier elke dag. -Adrienne komt hier niet meer binnen.

Weet je nu haar naam wel?

Hij schiet me opeens te binnen... -Ik geloof er niets van.

Wat moet ik doen om je te overtuigen? -Heel simpel. Trouw met me.

Dat kan. Maar voordat je trouwt, verloof je je. Alles op z'n tijd.

Kleed je mooi aan en dan vieren we vanavond onze verloving.

Ik ben gevallen voor uw levenslust, uw vuur, uw levendigheid en karakter.

Dus ik zie er slecht uit? -Integendeel. En dan uw ondergoed...

Dat ondergoed. Onweerstaanbaar.

Haal uw hand weg, baron, of ik prik. -Heel vermakelijk.

Dat doet pijn. -Net goed.

Mannequins zijn niet allemaal snollen. Er zijn ook eerlijke meisjes, hoor.

Dit is bewonderenswaardig. Ik ben dolblij.

Ik heb die ene witte raaf gevonden. -Handen thuis.

Neem me niet kwalijk.

Ik haat vertoningen in het openbaar.

Lomperik. -Bent u boos? Gaat u weg?

Ik ga bellen. -Alweer?

Je denkt toch niet aan die vrouw? -Ik denk aan jou.

Ik maak je niet erg vrolijk. Het lijkt wel een afscheid.

Ik neem afscheid van m'n jeugd.

We kopen toch zeker een huisje even buiten Parijs?

Met gordijnen, een wasmachine en een elektrische molen.

Kippen, hanen, konijnen, pissebedden, bloemen en een sierput op het gazon.

Hoe wist je dat? -Ik ken de vrouwen.

Wat zal mama blij zijn. Ze is graag buiten.

Je moeder? -Ze zal zich over je ontfermen.

Waar ga je heen? -Ik moet even bellen.

Alweer? -Zaken. Haar moeder...

Nog steeds bezet. -Dat kan niet. Belt u de klachtendienst.

Hallo? Afdeling klachten?

Wilt u me verbinden met Galvani 63-14? Het is altijd bezet of er is geen gehoor.

Probeer het tenminste. Het is m'n eigen huis. M'n vrouw moet er zijn.

Nog steeds geen gehoor. -Mooi, dan heb ik u voor mij alleen.

U bent ook nog een ego�st? -Welnee, schat. Ik sta in vuur en vlam.

Ik weet het, ik ken uw bijbedoelingen.

Vraag de rekening dan en neem me mee dansen.

Eindelijk geeft u toe. -Niet doen, wat had ik nou gezegd?

Mag ik de rekening?

Dan probeer ik het ondertussen nog een keer.

Bezet. Bezet, bezet, bezet.

Waar blijft ze nou?

Wat voert hij allemaal uit?

Ik krijg wat van die twee met hun Galvani.

Wilt u dansen? -Nee, ik ben niet alleen.

Wat is daar voor nodig?

Nog een whisky.

En voor mevrouw? -Tien muntjes.

Nog steeds bezet.

Galvani... 63-14.

Nog altijd bezet.

Jij? -Ja, ik.

Wat doe jij hier zo laat? -En jij?

Ik vermaak me. -Ik ook.

Dan vermaken we ons allebei. -De wereld is klein.

Neem me niet kwalijk, ik ben niet alleen. -Ik ook niet.

Farden, m'n beste. M'n complimenten voor die prachtcollectie.

Baron Edmond D'Escroville. Excuus dat ik een van uw mannequins verleid.

Een wel heel bijzonder geval.

Ik ken haar. Dat is die griet die me geslagen heeft.

Hou je in. Zie je nou wel dat ik niet gelogen heb? Ze is met een ander.

Kus me. Kus me snel. Schiet op. -Dat wilde u toch niet in het openbaar?

Geef me uw lippen. -Niet slaan, h�.

Natuurlijk niet. Ik ben mannequin, ik dol maar wat.

Vooruit, baron. U bent toch geen mietje? -Daar moet de baron om lachen.

Het is een echte snol, h�. -Een snol?

Daarom heb ik haar toen ook laten vallen.

Je bent de mooiste.

Je bevalt me.

Ik hou alleen van jou.

Je bent de knapste.

We trouwen.

Wat een openbaring. -En er is nog meer.

Bel naar H�tel Ritz voor een kamer. We komen eraan.

Een taxi. Bel naar Georges V voor een appartement...

voor Farden, couturier van deze dames.

Ik haal thuis m'n koffer op. En dan blijf ik voor altijd bij u.

Ik haal thuis m'n koffer op en dan blijven we bij elkaar.

Kom mee. Ober?

Hou maar.

Dat ik me zorgen heb gemaakt om die clown...

Waar is m'n grijze kostuum? -Ik ben je dienstmeid niet.

Waar is de deinstmeid? -In haar bed, het is drie uur.

Dat is mijn tandenborstel.

Mijn tandpasta.

Van mij.

Mijn foto komt niet in een obscuur hotel. -Ik ga naar een zeer chique hotel.

Kan me niet schelen waar je met je liefjes zit.

Dat klokje is van mij. Die gaf je me toen we 12 jaar getrouwd waren.

Dat klopt. Hier.

De doodsklok luidt.

Wil je de kruik soms ook? -Nee, nee. Je hebt een gevoelige buik.

Jij hebt vaak koude voeten. Ik denk aan haar.

Ik ga die lieverd echt niet vragen om een warm kruikje voor me te maken.

Een vrouw kan verplegen en liefhebben. -Daar heb ik weinig van gemerkt.

Omdat jij ziek werd, was er weinig gelegenheid om lief te hebben. Helaas.

Toeter eens, Joseph. -Dat mag niet.

Kan me niet schelen.

Hier, je step-in. -Nee.

Je baron wordt ongeduldig.

Je mannequin ook.

Ja ja, we komen. -We komen eraan.

Neem je je flanellen nachthemd niet mee?

En je lange onderbroek? Straks speelt je jicht weer op.

Niet iedereen heeft last van cellulitis.

Vergeet je oordopjes niet. -Ik was niet van plan om rustig te slapen.

De pilletjes voor je lever. En norit voor de spijsvertering.

Anders had je er gekleurd opgestaan. -Wie gelukkig is, wordt niet ziek.

Een traagwerkende maag kan altijd.

Een tip. Als je niet wil snurken, zoals bij mij...

kun je het beste op je buik gaan liggen, niet op je rug.

Gezien de charmes van je vervangster, zal ik geen tijd hebben om te snurken.

Dat slot ook...

Ik zal je helpen.

Niet nodig. Ik heb cellulitis, maar ook spieren.

Dat is me bekend. Ga erop zitten. Samen. Ziezo.

Loopjongen? Bel naar H�tel Ritz en zeg dat ze de koffer ophalen.

Ik moet gaan. -Je moet eerst iets toegeven.

Dat je bedrogen wordt. Dat is zo. -Nee.

Verwaande kwast. -Nee, psycholoog.

Je hebt de hele nacht gebeld om te kijken of ik er was. Jij, ja.

En daardoor bleef de lijn bezet...

en kwam ik er niet door om te kijken of jij thuis was.

Ik moet echt gaan. -Ik wil dat je het zegt.

Waarom heb je me nooit zo gekust? -Hoe?

Zoals die onnozele hals. Die opa... Die achterlijke... Die...

We moeten ze wel waarschuwen. -Je hebt gelijk. Laat mij maar even.

Baron?

Die baron van je is een fraaie. Hij wacht niet eens op je.

En zij?

Ze zal wel verdrietig naar huis zijn gegaan. Het arme schaap.

Dat is een hypothese van Farden.

En deze jurk heet Bolita.

De directrice vergist zich.

Ik heb dit nieuwe model 'sorry, liefste' genoemd.

Fernandel the Dressmaker (Le couturier de ces dames) 1956

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.