Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
De graaf wilde dat ik boodschappen ging doen.
- Zo laat nog? - Hij had zin in gekonfijte vruchten.
- Misschien verwachtte hij iemand? - Dan had hij het me wel gezegd.
Ik ben al 46 jaar in z'n dienst. Ik ben hem overal gevolgd.
In den vreemde, toen hij ambassadeur was.
En daarna, toen hij zich terugtrok, vlak voor de Indo-Chinese oorlog...
was er ook voor mij een kamer. Die heb ik genomen.
Toen hoorde ik geluiden. Deuren die dichtsloegen, een stoel die omviel.
Ik zag een reusachtige schaduw langskomen in de gang.
En toen hoorde ik vier schoten. Vier.
Graaf?
Vertelt u mij eens iets over dat silhouet achter glas, Mlle Larrieu.
Deed dat u, erop terugkijkend, denken aan iemand?
Een vriend of een kennis van graaf de Sainte-Hilaire...
of de graaf de Sainte-Hilaire zelf?
Nee, aan niemand. Aan wie zou dat moeten zijn?
Ze zijn klaar.
- Wie, de rechter? - De Breton.
Zeg hem dat ik morgen langskom. En zeg de dokter dat ik zal bellen.
- Hij is onherkenbaar. - Deze foto haalt de voorpagina niet.
- Wie bent u? - Waar is het gebeurd?
In z'n studeerkamer.
- Bent u rechercheur? - Inspecteur Battesti.
- Niks hogers? - In de keuken.
- Waar is de keuken? - Die deur door.
Roland Cormi�re, kabinetsattach�, ministerie van BZ.
- Commissaris Maigret, recherche. - De beroemde Eiffeltoren.
Zo u wilt.
Als ze een beroep op u doen...
is dat omdat het hier gaat om een nogal bijzondere figuur.
Saint-Hilaire was een gedistingeerd en gewaardeerd diplomaat.
Die combinatie komt niet vaak voor.
Jacotte, of liever, Jacqueline Larrieu...
heeft ons meteen gebeld. Ze zei...
Ik weet het. Dat ze ons niet direct heeft gebeld, snap ik.
Maar dat ze er geen arts bij heeft gehaald niet.
Maar het leed geen twijfel dat hij dood was.
Ik ben niet van plan me met het onderzoek te bemoeien.
Ik ben hier alleen maar om na te gaan...
of iets ons in verlegenheid zou kunnen brengen.
Zoals wat?
We gaan ervan uit dat de graaf geen staatsgeheimen kende.
Maar voorzichtigheid en discretie zijn geboden.
Ligt het lijk nog in de studeerkamer?
Ja. We wachten op de ambulance.
De drukproeven van z'n boek. Hij was ze aan het corrigeren.
- Wat voor soort boek? - Z'n memoires. Het derde deel.
In de eerste twee delen werd, dat wil ik benadrukken, niemand gekwetst.
Saint-Hilaire was zeer discreet.
Hij zou z'n vrienden nooit verraden voor een leuke zinsnede.
Ongebruikelijk.
Meestal zijn schrijvers moordenaars. Op papier dan.
Saint-Hilaire niet.
Het zou dus dwaas zijn de doodsoorzaak in die boeken te zoeken.
Wat doet u?
Ik kijk wat rond.
Ik moet zeker weten dat hier geen ongepaste papieren rondslingeren.
- Aha, daar zijn ze. - Daar zijn wat?
- De beroemde brieven. - Wat voor brieven?
Een briefwisseling van tientallen jaren...
die beslist niets te maken heeft met de moord op de graaf.
- U bent wel heel stellig, Monsieur... - Cormi�re.
U kent, naar ik aanneem, de prinses van Wissemberg?
- Ze zijn ondertekend met 'Isy'. - Dat staat voor Isabelle.
Isabelle van Wissemberg was lange tijd de mooiste prinses in de Gotha.
Ze inspireerde Foujita tot z'n portretten van kattenvrouwen.
En als Ravel haar niet had ontmoet, had hij z'n walsen niet gecomponeerd.
Te harer ere.
De prinses en de graaf waren decennia lang erg op elkaar gesteld.
Ze waren niet getrouwd, maar wel een legende.
Hoe oud is ze nu?
In het wetboek van de society heeft een vrouw geen leeftijd.
Ik hou me meer bezig met het wetboek van strafrecht.
Ja, natuurlijk. Ik zou zeggen 78 of 79.
- En Saint-Hilaire? - 82.
'Mijn lieve vriend, vanmorgen kwam de eerwaarde Pujol op bezoek.
We hebben veel over je gepraat.
Het is een grote troost dat de banden die ons binden...
dusdanig zijn dat geen mens ze kan verbreken.'
- Is ze erg katholiek? - Heel erg.
Dat was de graaf ook.
En iemands brieven zijn heilig.
Niet als ze de waarheid aan het licht brengen.
U zult er niets aan hebben.
De prinses, vlak voor haar huwelijk met prins Hubert.
- Betoverend, niet? - Dat is nog zwak uitgedrukt.
- Noemt de graaf haar in z'n memoires? - Met geen woord.
Hoewel hij dat best had kunnen doen. Ze waren geen geliefden.
Tussen hen was niets anders dan vriendschap. Mooie, pure vriendschap.
Open en bloot voor iedereen. Nou ja, iedereen die meetelt.
Dat is misschien jammer.
Hallo, baas. Slecht, maar het gaat wel.
Ja, ze staat hier bij me. Ik zal het haar zeggen.
- De commissaris wil u spreken. - Nog eens? Erg vriendelijk van hem.
- Wat wil hij nu weer? - U wat vragen stellen, neem ik aan.
En als ik nu geen antwoorden heb?
Wat moet ik daarmee doen?
Ik zou graag zien dat u op die vellen papier...
de namen noteert van z'n nog levende familieleden.
Z'n naaste en meest vertrouwde verwanten.
Eentje volstaat.
- Begin met de familie. - Een neef.
- Een Saint-Hilaire? - Nee. Alain Mazeron.
De zoon van de zus van de graaf. Een man met weinig zielenadel.
Had u hem ook niet moeten bellen?
Hadden ze ruzie of zo?
Helemaal niet. Maar hij hoort het gauw genoeg.
- Mag u hem niet zo? - Het gaat me niet aan.
- Wat gaat u niet aan? - Familiezaken.
Maar ga door.
Wie nog meer?
De dochters van Mr Mazeron.
- Ze wonen bij hun moeder. - Zijn ze gescheiden?
Lieve hemel, nee. Ze wonen alleen apart.
- Meer Saint-Hilaires zijn er niet? - Nee.
- Kunt u hun adressen opschrijven? - Ja, ze wonen in dezelfde buurt.
En de vrienden en kennissen?
Notaris Aubonnet. Ze lunchten af en toe samen buiten de deur.
En met dr. Josserand bridgede hij soms, maar steeds minder vaak.
Josserand liet hem aldoor winnen en dat beviel hem niet.
En een... Nou ja, vriendinnen?
- Die lijst is langer. - De graaf hield van vrouwen?
- Zoals alle mannen met smaak. - En de prinses van Wissemberg?
Isy. Dat was een platonische liefde. Onmetelijk groot en wederzijds.
Van het soort dat weinig mensen kennen.
Echte liefde, voorbeeldige liefde. Dat is wat anders.
Laat u mij maar. Dat is tenslotte m'n werk.
Volgens mij moet ik u de sleutel geven, zolang u hier bent.
- Het rapport van de politiearts. - Mooi zo. En?
- Normaal. E�n interessant detail. - Wat dan?
Er was een eerste kogel, die hem doodde.
Daarna volgden drie andere kogels, mogelijk post mortem.
U hebt de schoten gehoord. Probeer het u te herinneren.
Klonk er ��n schot, daarna even niets en vervolgens de drie andere?
Ofwel: ��n, twee, drie, vier, achter elkaar?
Hoe weet ik dat nou? Het is al mooi dat ik ze kon tellen.
- We hebben geen hulzen gevonden. - En wat maak jij daar uit op?
Dat het geen beroeps was, maar een amateur.
Waar denk je aan, Jacotte?
Dat vroeg de graaf me ook vaak. Vreemd.
- En wat antwoordde u dan? - Daar wist ik nooit antwoord op.
- Wanneer komt dat andere boek? - 'Geluk in de misdaad'?
Pas over twee weken.
Ik moet me even excuseren, Mr Condroyer.
Dit is onze 'hel', commissaris.
Alle werken die u hier ziet, mogen niet openlijk worden getoond.
Verboden door wereldreligies en wereldlijke instanties.
Alles wat de goede zeden aantast.
Alsof er geen ergere dingen zijn.
- Zouden deze ooit worden vrijgegeven? - Ongetwijfeld.
- Misschien is dat beter. - Kortom, het paradijs.
Het verbaasde me dat u vannacht niet in het huis van uw oom was.
Jacotte belde pas vanmorgen. Ik wachtte op uw telefoontje.
Ik kom wel weer langs als m'n 'Geluk' er is.
Goed, Mr Condroyer. Tot ziens.
- Wanneer zag u hem voor het laatst? - Eergisteren.
- Kwam hij normaal op u over? - Ja, hij was zelfs vrolijk.
- Had hij geen vijanden? - Ja, z'n likeurtjes.
Maar geen mensen die belang konden hebben bij z'n dood.
- Beschikte hij over een fortuin? - Hij had wat geld belegd.
Geen fortuin. Hij leefde van z'n pensioen.
- Kwam hij u hier opzoeken? - Af en toe.
Hij kwam binnen, ging zitten en snoof de lucht van oud leer op.
Ook de 'hel' schrikte hem niet af.
Dit soort lectuur had hij niet nodig.
Hij hield van de verlokkingen van het vlees.
Mijn oom de Saint-Hilaire verleidde alle vrouwen. Echt alle.
Maar hij heeft maar van ��n vrouw gehouden. De prinses. Van gehoord?
De 'legende'? Wel wat, ja.
Ik heb wat brieven gelezen. Wat denkt u ervan?
Tot nu toe was het duidelijk. Een heftige jeugdliefde.
En daarna een resolute breuk waarmee iedereen akkoord ging.
Ze moest kiezen tussen de prins van Wissemberg en de graaf.
Met een bezwaard gemoed voldeed ze aan de wens van de familie.
Uit welvoeglijkheid.
Mijn oom bleef alleen achter met z'n liefde.
Ik las een brief van haar die ongeveer zo eindigde:
'Ik mocht van papa drie dagen nadenken. Ik heb toen veel gehuild.'
Geweldig. Wat een trouw.
- Een eeuwige platonische liefde. - Zo was hij.
U zei daarnet: 'Tot nu toe was het duidelijk'.
Wat is er gebeurd? Heeft het met de dood van uw oom te maken?
Ik denk het niet, maar de prins is vier dagen geleden omgekomen.
Hij is in Normandi� van z'n paard gevallen en wordt vandaag begraven.
Vreemd. De prinses heeft binnen een week haar twee mannen verloren.
Haar echtgenoot en haar eeuwige verloofde.
Ja, het is wel vreemd.
Weet de prinses al dat de graaf dood is?
Ik weet zeker dat Jacotte haar heeft gebeld.
De prinses had twee mannen in haar leven...
en hij twee vrouwen in het zijne.
- En dat waren? - De huishoudster en de prinses.
Ze kunnen goed met elkaar opschieten.
Jacotte vertelt over ooms leven en de prinses over het hare.
Jacotte lijkt, afgezien van uw oom, niet dol op mensen.
Ze gaf alleen om hem. Als het aan haar lag, kreeg hij nooit bezoek.
Acht u haar in staat hem te vermoorden?
Hem vermoorden?
- Nee, onmogelijk. - U aarzelde even. Waarom?
- Vanwege haar jaloezie. - Hoezo, jaloezie?
Ze is niet altijd een oude vrouw geweest.
U bedoelt toch niet dat uw oom en z'n huishoudster...
Ja, waarschijnlijk wel.
Een man als hij...
Hebt u de foto's van de jonge Jacotte gezien?
Ik vrees dat ik nog niets heb gezien in deze zaak.
'Ik heb een lang gesprek gehad met Hubert.
Ik ben eerlijk geweest en hij weet nu dat ik van je hou...
maar dat er te veel beletsels waren en ik me heb geschikt in m'n lot.
Ik zal Hubert altijd dankbaar zijn voor z'n begrip voor onze liefde.
Onze liefde... Echte liefde.'
Geneer u vooral niet.
- Hoe oud was de prins van Wissemberg? - 80. En hij reed nog paard.
Dat had hij beter niet kunnen doen.
- Ben jij er morgen? - Ik of Battesti.
Ik wil dat er iemand hier is om op Jacotte te letten.
Dan hoeven we niks te verzegelen. Tot morgen dan maar.
'M'n knappe vriend, gisteren nog zag ik je in Longchamp, in jacquet...
en je weet hoe graag ik je zo zie.
Je had een knappe roodharige bij je. Is dat haar van nature rood?
Ik vertrek binnenkort naar Monaco.'
- Zal ik uw jas aannemen? - Erg vriendelijk van u.
- Ik stoor Mr Aubonnet toch niet? - Helemaal niet.
- Is hij er niet? - Jawel. Hij staat voor u.
Neem me niet kwalijk. Ik ben gewend aan oude bromberen...
of vervelende jongelui.
Ik kan ook heel vervelend zijn. Maar niet onder kantooruren.
Zegt u het maar. Het gaat vast om de nalatenschap van Mr de Saint-Hilaire.
Ik neem aan dat u een beroepsgeheim hebt.
Ik kan u dus m'n geheimen vertellen. En ze dan loslaten.
- U kende hem heel goed. - Hij stond me zeer na, ja.
Ik was nog jong toen ik hem leerde kennen.
M'n vader behartigde de zaken van de familie.
Ik ben hem opgevolgd en dat beviel Armand meteen al.
Vrouwen bevielen hem beter dan oude bromberen.
Om die te ergeren, nam hij me altijd mee naar caf�s.
Daar vind je de meeste bromberen, zei hij.
Ik zou liegen als ik zei dat ik niet graag gezien werd met een man als Armand.
Denise, beloofde hij me, wij gaan naar Veneti�.
- Kent u Veneti�, commissaris? - Nee.
Ik ook niet.
- Was hij vermogend? - Een beetje.
Hij had wat onroerend goed, deed wat in verzekeringen. Risicoloos.
Alles wat de gemiddelde burger doet.
- Zijn er veel erfgenamen? - Nee.
Allereerst z'n neef, Alain Mazeron.
Dan z'n huishoudster, Jacqueline Larrieu, Jacotte.
Zij krijgt een lijfrente. Terecht.
Meubels, snuisterijen, schilderijen en persoonlijke voorwerpen...
heeft hij nagelaten aan een oude vriendin.
- Isabelle van Wissemberg. - U bent op de hoogte, merk ik.
De prinses.
Hij had met haar naar Veneti� moeten gaan.
- Kent u haar? - Nauwelijks.
Maar goed genoeg om haar te benijden om wie ze is.
Zo'n vrouw kom je alleen maar tegen in je dromen of in romans.
In feite ken ik vooral haar man.
Houdt u zich toevallig ook bezig met zijn nalatenschap?
Dat is een heel ander verhaal.
- Er is hier wel sprake van toeval. - En dat zegt een politieman?
Toeval is onze vijand. Het komt helaas vaak voor.
Maar, zoals onze ouders zeiden, het toeval dient vaak als uitvlucht.
Behartigt u toevallig ook de zaken van Mr Mazeron?
Welke zaken? Z'n antiquariaat? Z'n zeldzame edities?
Die zijn zeldzaam omdat niemand er naar vraagt.
Hopelijk storen de etensgeuren u niet.
Deze in elk geval niet. Het ruikt goed. Mag ik even kijken?
Ga uw gang.
- Nog 10 � 15 minuten, schat ik. - Kunt u ook al koken?
Konijn met champignons kan ik wel maken.
Verwacht u iemand?
De graaf hield erg van konijn met champignons.
- Daar hou ik ook erg van. - Als u er zin in hebt...
Ik ga m'n handen wassen.
- Ze was gedwee, lsy van Wissemberg. - Absoluut.
Maar prins Hubert had geaccepteerd dat hun huwelijk platonisch was.
En zij moest beloven de graaf nooit meer te zullen zien.
- Dan moet je graag lijden. - Liefde zonder lijden bestaat niet.
Dat moet u zo langzamerhand toch weten.
Wist de prins dat ze al die tijd doorgingen...
met elkaar dagelijks te schrijven?
De prins had respect voor de graaf.
En hij vertrouwde hem en de prinses blindelings.
- Hij twijfelde nooit aan hun kuisheid. - U ook niet?
Absoluut niet.
Ik kende ze allebei goed. Ze leken op elkaar.
Maar in 1915 kwam er een kink in de kabel.
Julien, de broer van de prins, sneuvelde in de Argonne.
Zolang hij nog leefde, maakte de prins zich geen zorgen...
over eventueel nageslacht.
De naam Wissemberg mocht niet verdwijnen, hoe dan ook.
De prinses deed haar plicht.
- Godzijdank was het een jongen. - Waarom godzijdank?
Zo hoefde ze het niet nog eens mee te maken.
- En daarna bleven ze schrijven? - Net als eerst.
En in dat wereldje was geen vijandigheid, geen jaloezie?
Nee, waarom? Zelfs ik...
Had u redenen om jaloers te zijn?
Niet op de prinses.
Maar in de vele standplaatsen die de graaf en ik hebben gehad...
in Indo-China, het Midden-Oosten en Belgi�...
had ik beslist redenen om jaloers te zijn.
Misschien was ik dat ook wel en schepte er zelfs genoegen in.
Ik hield veel van de graaf de Saint-Hilaire. Heel veel.
Wat vond het kind, Philippe, van die geschiedenis toen hij groter was?
Hij heeft altijd elk contact met de graaf gemeden.
Voor hem waren de Saint-Hilaires maar kleine adel.
M'n pa was stapelgek op dat paard, L�a de Faverolles.
De moeder van het paard dat z'n dodelijke val veroorzaakte.
- Commissaris, grootmoeder verwacht u. - Bedankt, Eric.
Excuseert u mij. Ik loop met u mee.
'Goedemorgen, lsy.' Zo noemde hij me altijd.
'Ik groet je, zoals elke dag...
omdat er een nieuwe dag aanbreekt voor mij...
en m'n kleine, monotone circus.'
Z'n kleine circus... Hij had zo z'n stijl en uitdrukkingen.
'Jacotte is nerveus. Ik moet haar vanavond genot verschaffen.'
Verbaast u dat? Het is heel natuurlijk.
- Nee, maar het is wel wat cru. - Vindt u? Merkwaardig.
- Was u niet jaloers? - Op zoiets? Nee.
Ik was wel bang dat hij een vrouw zou ontmoeten die mij kon vervangen.
- En dat is nooit gebeurd? - Nooit.
De dood van uw man moet de situatie hebben veranderd.
We hadden afgesproken dat ik na de rouwtijd z'n vrouw zou worden.
Vaarwel, prinses.
Hoe reageerde de familie van Wissemberg op dat plan?
Wel goed. Uitzonderingen daargelaten.
Maar ik ben democrate. Met uitzonderingen houd ik geen rekening.
Ze kunnen gevaarlijk zijn.
Hebt u nog nieuws wat betreft z'n bezoeker?
Of z'n bezoekster.
Nee, we weten alleen dat er ��n schot viel...
dat dodelijk bleek.
- Daarna volgden nog drie schoten. - Waarom? Hij was toch al dood?
Misschien uit ontreddering of uit pure razernij.
Het zijn vaak de bedeesde types die zo gewelddadig worden.
Uit behoefte aan wraak voor lang verdrongen haatgevoelens.
Maar wat die theorie weerlegt, is dat de moordenaar de patronen opraapte.
Arme Armand.
Ik laat u nu met rust. Als u naar Parijs komt, hoop ik u weer te zien.
Ik ga vandaag al.
Voor de opening van het testament door Denise Aubonnet.
- Hebt u haar ontmoet? - Zeker.
Voor haar had ik bang kunnen zijn.
En ik wil Jacotte opzoeken.
Mme Aubonnet vertelde dat u een van de erfgenamen bent.
Armand wilde dat ik z'n meubels en wat priv�zaken kreeg.
Zo kon ik, als hij eerder ging dan ik, me een beetje z'n vrouw voelen.
Een huwelijk beneden haar stand. Dat vindt ieder beschaafd mens.
Carat d'Outreland. Een moedig dier.
U schijnt zich behoorlijk te ergeren. Een beetje overdreven.
Ik ben kwaad. En niet zonder reden. Niemand is koppiger dan m'n moeder.
- Heracles ll. - U bent vooral boos op Saint-Hilaire.
Hij maakte misbruik van de situatie.
- Zocht u hem af en toe op? - Ik ben er ��n keer geweest.
Om hem een brief van moeder te brengen. Jacotte was die dag ziek.
M'n moeder gebruikte iedereen als boodschappenjongen.
En u, hebt u een vermoeden?
Ik zal niet zeggen een vermoeden, maar wel een vaag idee.
Verklaar u nader.
Ik heb zoveel over Jacotte gehoord. Ze verafgoodde Saint-Hilaire.
Het zijn vaak de vroomsten die hun goden afzweren.
Commissaris.
- Ik moet u iets zeggen. - Wat dan?
Wat u ook over Saint-Hilaire hoort, er was geen charmanter...
en oprechter man dan hij.
- Zag u hem vaak? - Ik ging er ��n keer per maand langs.
We praatten over alles en niets. Hij was als een echte oom voor me.
- Hij sprak over z'n huwelijk met oma. - Terwijl haar man nog leefde?
Het lijkt misplaatst, maar je hebt zo je dromen.
Al is het je leven lang.
Ook de laatste keer had hij het erover, maar op veel ernstiger toon.
Hij keek me aan en zei: 'Hoe dan ook, men zal het me beletten'.
'Men'? Welke men?
Hij was zoals iedereen. Ongerust om niks. Op z'n hoede bij een kou.
Doodsbenauwd bij de minste pijn.
Een typische zeventiger.
- Kwam hij vaak bij u? - Ja. Als pati�nt dan.
Als bridgepartner liet hij het de laatste tijd wat afweten.
Hij was lichtgeraakt, dacht dat ik hem liet winnen.
E�n van z'n weinige gebreken. Hij haalde zich van alles in het hoofd.
We kenden elkaar uit Indo-China. Mooie muziek hadden ze daar.
Hij had toen al allerlei kwaaltjes.
En al z'n avontuurtjes baarden hem ook zorgen.
Niet zozeer vanwege boze echtgenoten, maar vanwege de ziektekiemen.
Graag.
Tja, vier kogels in z'n lijf. Toch een boze echtgenoot.
- U neigt het oor naar een wraakactie? - Ik neig nooit.
Pas dan maar op dat u niet omvalt.
Ik mocht hem. Hij nam de tijd om naar je te luisteren, was eerlijk.
Een zeldzame vogel met een groot hart, Armand.
- U bent van de politie. - Zie ik er zo uit?
- Nee, maar wij doorzien alles. - En wie zijn 'wij'?
BZ. Ik kom de brieven van de prinses van Wissemberg ophalen.
- Ik zal u helpen. - Wat doet u nu?
Dit zijn bewijsstukken. Die worden pas na het onderzoek vrijgegeven.
- Drijft u de spot met me? - Helaas niet.
Mag ik even?
Ik stuit bij hem op onbegrip, terwijl hij weet wie ik ben.
- Wat naar. Waar gaat het over? - De brieven.
We hadden het er al over. Wij willen ze kunnen raadplegen.
- Vond hij dat goed? - Nee.
- Was hij brutaal? - Nee, wel resoluut.
Ja, dat ken ik wel van hem.
Ik meld dit aan m'n superieuren en die nemen dan contact op.
Hoewel, misschien niet voor iedereen.
Haal Battesti. Ik kan niet weg voor hij er is en heb nog niet ontbeten.
- Dat kan geen kwaad van tijd tot tijd. - Pardon? Schiet op.
Vervelen zal ik me niet met al die waakhonden. Vindt u me zo verdacht?
Misschien een beetje meer dan de anderen, omdat u hier was.
De deur die op slot zat, de schaduw achter het glas...
uw gang naar de studeerkamer, de moordenaar die de tuin in vluchtte.
Dat had u allemaal uit uw duim kunnen zuigen.
U dicht me wel veel fantasie toe.
Maar ook veel andere dingen.
- De prinses heeft veel respect voor u. - Dat is wederzijds.
- Hij had het wel voor elkaar. - Maar geen geluk.
- Denkt u dat alleen God geluk toekent? - Stoort het u dat ik dat denk?
Als dat het oordeel niet vertekent en niet leidt tot slechte daden niet.
En waar denkt u daarbij aan?
Aan de Bartholome�snacht, de Inquisitie, de heksen van Salem...
- Daar zorgde die God van u voor. - Ze hadden het verdiend.
Was de dood van de graaf ook verdiend?
God kan zich vergissen.
U hebt overal antwoord op.
Op de linker Seine-oever, Rue de la Pompe 32.
- Rue de la Pompe 32. - Wat moet u met haar?
Ze is uw vrouw en kent u goed. Te goed, misschien.
Ze zal niet veel gunstigs zeggen. Ze zal me verdacht afschilderen.
Rustig maar. Dit is nog routineonderzoek.
Zo wil ik u vragen wat u van Philippe van Wissemberg vindt.
- Mijn vrouw kent hem beter. - Doe toch maar een poging.
Raszuiver.
Een soort luxe editie in kalfsleer. Een grote familie.
Dat zou de theoretische omschrijving zijn.
Maar in feite is het een burgerman.
Z'n enige boek is het kasboek. Een vrouwenjager. Praktiserend.
- Wat betreft de vrouwen of de kerk? - Allebei.
Was hij echt kwaad op uw oom?
Hij vond hem al onbeduidend als 'vriend' van z'n moeder...
maar als toekomstige echtgenoot... Dat zou een schande zijn.
Gewoon niet acceptabel.
Ik heb hem al drie jaar niet gezien. Hij verlaat nooit z'n linkeroever.
Ze zitten allemaal al sinds generaties op de linkeroever.
Het antiquariaat, de Saint-Hilaire en de prinses.
En de biechtvader in Sainte-Clothilde.
Bent u daarom uitgeweken naar Passy?
Vast wel. Onbewust.
En om andere, veel eenvoudiger redenen.
U hebt twee dochters met hem?
Verwekt tussen de veldslagen door. Ze zijn 13 en 16.
Ze hebben allebei aanleg voor wiskunde.
Voor de exacte wetenschappen. Niet voor literatuur.
Logisch, door oude boeken waait geen frisse wind.
Door het hoofd van Mazeron ook niet.
- Levert dit werk wat op? - Reumatische klachten.
- Geeft Mr Mazeron u een toelage? - In het begin wel.
Daarna met tussenpozen en toen niets meer.
Maar hij verkoopt weinig.
- Hij heeft ge�rfd van de graaf. - Wat een goed nieuws.
Neem het niet te luchtig op. Het gaat hier wel om moord.
En u verdenkt m'n man?
Ik verdenk iedereen en niemand.
Zelfs mij?
Ook u bent er niet boven verheven.
- De prinses is bij Jacotte. - Wat spoken die twee samen uit?
Christiani vroeg me een broodje en een biertje voor u te halen.
Dat is nog eens een goed idee.
Wat hebben ze met de brieven gedaan? Verbrand?
Nee, er zitten zulke mooie brieven tussen.
En bovendien mag niemand ergens aan komen van Mr Maigret.
Dat ze nu als bewijsstukken dienen. Wat was ik toch onbezonnen.
Heb nergens spijt van.
In de liefde is men altijd onbezonnen.
Voor de tafel weet ik al een mooie plek. Voor de stoelen niet.
Voor de rest kun je nemen wat je wilt.
O, en het grote tapijt.
En het pronktafeltje. Mag ik?
En het bed? Daar heeft hij vast vaak over gedroomd.
Ik ook.
- Heeft de politiearts niet gebeld? - Nee, maar ik heb z'n nummer.
Hij heeft het druk met de moord op die Egyptenaren. Vier tegelijk.
Vanwege de Engelsen in het Suezkanaal?
We gaan niet de geschiedenis van Egypte ophalen, die is me te lang.
Wat me in ons eigen verhaal verbaast, zijn de hulzen.
Waarom heeft de moordenaar die opgeraapt?
Dat zou een inbreker nooit doen.
Hij wilde voorkomen dat het wapen ge�dentificeerd werd.
- Misschien was het van Saint-Hilaire. - Dat wou ik horen.
Vooral van deze hield hij veel.
Lissabon, 1919. De toren van Bel�m.
Weet je wat ze daar zeggen van de zee? Dat die van stro is.
Als een vuur. Als de liefde.
Neem me niet kwalijk.
Jacotte, bezat de graaf een wapen?
- Een automatisch pistool? - Heel plat. En zwart.
Wist daar nog iemand van?
Ik zag de graaf en Mr Mazeron er eens mee spelen, alsof ze jongens waren.
- Ik zei nog dat het gevaarlijk was. - Zoals je dat tegen kinderen zegt.
Kom eens even kijken.
- Doorzoek de tuin. En grondig. - En m'n planten dan?
Ach Jacotte, planten kun je vervangen.
Maar ik zie Armand nog geen pistool in z'n tuin begraven.
Als u me toestaat, commissaris, mijn dank dat ik mocht komen.
- Er moeten overal afdrukken zitten. - Die hadden we al eerder genomen.
- Waren het er veel? - Die van Jacotte en van de graaf.
Bedankt voor alles, Jacotte. En hou me vooral op de hoogte.
Je zou nooit zeggen dat ze al die beproevingen heeft doorstaan.
Ze heeft haar diepste gevoelens altijd goed weten te verbergen.
Bij haar moet je ernaar raden.
Maar toch, wat een beheersing.
Een kwestie van opvoeding.
Blijf jij vanavond hier?
- Kookt ze voor je? - Durf ik niet te vragen.
Af en toe een maaltijd overslaan, doet een mens goed.
- Is uw baas weg? - Die wil z'n maal thuis niet missen.
Ik snap het al. U hebt honger.
Als we nog dieper graven, stuiten we op water.
Ik zie het duister in.
Hoe duisterder het is, hoe helderder men ziet. Dat heet nyctalopie.
Die mensen gaan m'n petje te boven. Hun rituelen, hun gedragingen.
Laat ze naar het bureau komen. Daar kunnen ze de situatie niet aan.
- Ja, planten kun je vervangen. - Dat hoort u mij niet zeggen.
Lieve Jacotte.
Commissaris Maigret.
Bruno Desnoyers.
Graaf de Saint-Hilaire was, naar ik hoor, een trouwe parochiaan.
Ik maak me geen zorgen. Hij is in de hemel.
En de dader? Eeuwig branden in de hel is nog te goed voor hem.
Vergeet Gods genade niet, eerwaarde.
Gods genade is geen gewaarborgd recht.
U gaat degene die ons Armand ontnam voor de rechter slepen.
De rest is aan God.
- Waar is het allemaal gebeurd? - Hier. Hij werkte aan z'n boek.
Kunnen we de datum voor de religieuze ceremonie vastleggen?
Zodra de gerechtelijk geneeskundige het lichaam vrijgeeft.
Lieve Jacotte, bel me als er nieuws is. Ik moet gaan.
Een ouderavond.
De kinderen boycotten de missen in het Latijn.
Tja, voor hen is het nuttiger om Frans te leren.
Ook wij hebben onze onlusten, onze rebellen en onze overspannenen.
- Hebt u het over Jacotte? - Onder andere.
Moge God u zegenen.
Ik geloof niet in een inbreker. Die zou Jacotte niet gespaard hebben.
- En de hulzen niet hebben opgeraapt. - Bovendien was er niets gestolen.
- Wat concludeer je daaruit? - Dat het een bekende was.
- Of familie. - Daarom dring ik er zo op aan...
om ze naar het bureau te laten komen en ze daar te verhoren.
Ja, sorry hoor, maar ik snap niet waarom u ze spaart.
- Vind je me te voorzichtig? - Een beetje wel, ja.
Dat zou best kunnen. Dat komt door m'n jeugd.
Wij benaderden de kinderen van het kasteel niet.
Dat was een andere wereld.
- Een fascinerende? - Ach nee. Wel een gesloten wereld.
Daarom blijf ik maar denken dat ik ze niet moet schofferen.
Het moet op een spel lijken. Zodat ze zich blootgeven.
Dat kost wel wat tijd, maar met Gods genade, om de pastoor te citeren...
Hij noemde ook de eeuwigheid. Nou, dit duurt zo een eeuwigheid.
Is de baas er?
- Hij zoekt een tent voor het ontbijt. - Hij moddert maar wat aan.
Zo gaat het vaak met hem. Hij ploetert voort.
En net als je denkt dat hij het onderspit delft, eureka.
- Bent u er, Mme Jacotte? - Ja, hier.
- Hier zal hij niet blij mee zijn. - Hoezo?
De wet verbiedt dat er iets wordt aangeraakt, lopende een onderzoek.
De wet, dat is iets voor u, niet voor mij. Ik doe wat ik wil.
Waarom laat ik dan iemand hier?
Om me te bewaken. Voor het geval ik wil vluchten.
- Dat zou toch kunnen? - Waarheen?
Sainte-Clothilde? Dat is geen pension.
Hebt u al aan uw toekomst gedacht, Jacotte?
Op mijn leeftijd betekent de toekomst niet veel meer.
- U zou voor Mazeron kunnen werken. - O nee, niet voor die man.
Dat is een doetje, een hypocriet.
- En nog berekenend ook. - Dat is nogal wat.
Nogal wat. Hij...
Met z'n boekjes, z'n harpijen van dochters en hun gekke moeder.
Mr Mazeron is beslist geen heilige...
- maar de Saint-Hilaires ook niet. - Hij is geen Saint-Hilaire.
- Toch wel een beetje? - Hij draagt de naam niet.
U wilt gewoon graag dat we hem verdenken.
Er moet toch iemand zijn die de graaf heeft vermoord?
Klaarblijkelijk wel.
- Wat zoekt u in de tuin? - Het moordwapen.
En de gebruikte hulzen.
Hij had die avond echt geen tijd om die te begraven.
Niks. Misschien over de muur gegooid. Moeten de andere tuinen ook?
- Ga Mazeron halen. - In z'n winkel?
Ja, waar anders? Kan hij een luchtje scheppen.
'M'n lieve vriend, ik meende je gisteren te zien op de promenade...
toen ik uit de Chambre d'Amour kwam. Maar je was het niet.
Het was de zon die me verblindde. Zonder jou schijnt ze niet.
En de koekjes van Boust�gui smaken ook niet meer zonder jou.
Maar dat wist je natuurlijk al.'
Ja, in die la borg hij ze op.
Hij wilde me ooit adopteren.
Na m'n trouwen bekoelde hij. En dat ik dochters kreeg, beviel hem niet.
U bent wel z'n universeel erfgenaam. Dat komt u vast goed uit.
- Helpt Jacotte u mee? - Ze geeft antwoord op m'n vragen.
Ondervraag me dan.
Ik heb m'n oom vermoord, omdat ik geld wou zien.
- Rustig maar, zo ver zijn we nog niet. - Hoe ver dan wel?
Het kan ook een ander zijn geweest. De notaris, een andere vriendin.
Daar ontbrak het hem niet aan. En wie vrouw zegt, zegt man. De Wissembergs.
Die legendarische liefde. De Tristan en Isolde onder de aristocraten.
En waarom niet de zoon van Wissemberg? De knappe Philippe.
Vond hij het leuk dat z'n moeder, de prinses...
wilde hertrouwen met een charmante, maar verlepte Saint-Hilaire?
Met ook nog eens een bescheiden titel?
Als ik u goed begrijp, insinueert u...
dat hij, om dat huwelijk te voorkomen, een misdaad pleegde.
Dat is nogal wat, Mr Mazeron.
- Hoe moet ik me verdedigen? - Maar ik val u niet aan.
Ik zoek de waarheid.
- Waar was u de nacht van de moord? - Ik was m'n vrouw geld gaan brengen.
Dat was u haar allang schuldig.
En nu ging u het haar opeens, zomaar, die avond brengen?
Uw vrouw heeft u volgens haar zeggen al drie jaar niet meer gezien.
Ik ben omgekeerd en naar een caf� gegaan. Daar hebben ze me gezien.
Ik was treurig, in de war. Ik had een akelig voorgevoel.
Ik heb drie bier gedronken en de tosti teruggestuurd. Ik ben gezien.
- Welk caf� was dat? - De Terminus Mozart.
Ik moet naar de prinses. Weet u waar haar huis hier is?
Hier vlakbij, maar ik ben er nooit uitgenodigd.
Ik kan u er wel heen brengen.
Jullie hebben het voordeel...
dat jullie naar mensen toe kunnen gaan zonder te zijn uitgenodigd.
Philippe en z'n kinderen zijn er.
De oudste, Eric, en de vier jongere. M'n schoondochter is een leghen.
Maar wat was ik aan het vertellen?
O ja, Armand en ik woonden op een paar honderd meter van elkaar.
Maar we hebben elkaar nooit meer ontmoet of gesproken.
Ik zag hem vaak langskomen, zo elegant...
met die tred van hem die me zo aanstond.
Hij liet nooit merken dat hij zich bewust van me was.
Maar ik was er bijna zeker van dat hij expres langsliep.
Ik voelde soms z'n blik op me rusten.
Ik zou uw zoon graag spreken voor hij vertrekt. Kan dat?
Ik haal hem voor u.
'Op de hoek van de Rue de Varenne en de Rue Vaneau is een koets gestopt.
Het is even na middernacht. Ik kan niet slapen.
Die koets zal mij niet naar jou brengen.
Net als de koets staat ook de tijd stil.
We zijn nog steeds twintig en het leven ligt voor ons.'
M'n moeder zei dat u me wilde spreken. Waar gaat het over?
U keurde een eventueel huwelijk van uw moeder met de Saint-Hilaire af.
Toen m'n vader was gestorven, was ik niet in staat dat onder ogen te zien.
En omdat het lot vaak grillig is, sterft ook haar toekomstige man.
Het lot? Een misdadiger of een gek.
Neemt u plaats.
Mag ik u vragen wat u de avond van 11 februari hebt gedaan?
Wat bedoelt u?
Dit is een formaliteit. Ik moet het vragen.
Kan dit onder ons blijven?
Misschien. Het is niet aan mij om dat te beslissen, maar aan de rechter.
Ik heb het kasteel van Wissemberg aan het begin van de middag verlaten.
Voor ik terugging naar Normandi� was ik twintig uur in Parijs.
Ik heb in de Cercle Royal gegeten met wat vrienden. Ik zal ze u noemen.
En daarna?
- Ben ik een luchtje gaan scheppen. - Tot middernacht?
U zult het vreemd vinden, aangezien ik rouwde, maar het is een traditie.
Als ik in Parijs ben, breng ik een paar uur door met een mooie vrouw.
En omdat ik het vrijblijvend wil houden, ga ik...
- Naar een hotel. - Een twee-sterrenhotel.
Het Smart Hotel.
Olivier, Mathilde, Eric, Philippine, Garance, we gaan zo.
Kunt u die mooie vrouw beschrijven?
Lange benen met heel smalle enkels. Dat viel me op.
Ze droeg rode schoenen met heel hoge hakken.
Bij nader inzien was ze niet zo groot.
Bedankt, Mr van Wissemberg.
Ik ga de wagen gereedmaken.
We gaan terug naar het kasteel. Ik blijf tot uw beschikking staan.
Soms stellen je kinderen je teleur.
- Bent u getrouwd, commissaris? - Ja, en kinderloos.
- Dan bent u gevrijwaard. - Van wat? O, teleurstelling.
Hebt u nog even? Ik wil u wat laten zien.
Een ogenblikje.
Waarom laat ik u een lege kamer zien? Nou, hij wordt gemeubileerd.
Z'n bureau wil ik daar neerzetten.
Z'n bibliotheekmeubels hier.
Tegen de muur boekenplanken met z'n geliefde boeken over zeeslagen...
en Engelse schilders. Geen romans. We hadden onze eigen roman.
En de grote fauteuil kan daar mooi staan.
En de leunstoel uit z'n slaapkamer hier.
Daar rustte hij 's avonds vaak uit, denkend aan mij.
Wilt u z'n universum hier reconstrueren?
U moet wel denken dat ik gek ben.
Ik heb net m'n man verloren en praat met u over een ander...
die pas vermoord is. En ik maak toekomstplannen.
En het pronktafeltje?
Dat weet ik niet.
U hebt nog alle tijd.
En alles vindt ten slotte z'n plek. Zelfs herinneringen.
Dat was een vreemde vraag van u. Moeilijk te beantwoorden.
De Kerk heeft niet altijd aan de kant van het leven hier op aarde gestaan.
Uit naam van het eeuwige leven heeft ze haar getrouwen vaak genegeerd.
En die getrouwen interesseren mij nu juist.
En terecht.
Maar mannen zijn tot alles in staat, vindt u ook niet?
Het gaat hier om een vrouw.
Kan Jacotte de graaf in religieuze vervoering hebben gedood?
Je kunt doden uit liefde, uit haat, uit wraakzucht.
Waarom dan niet uit godsvrucht?
Dat lijkt u niet te choqueren.
Die lieve Jacotte is een van de schaapjes die ik in het oog houdt.
Ik hou niet van dweperij.
De katholieke kerk is geen sekte, maar een open huis.
Ten dienste van iedereen en niet van de gekte van sommigen.
- Om op Jacotte terug te komen... - U laat uw kluif nooit los.
Wat voor soort verhouding had ze met de graaf?
Hij was haar God, de re�ncarnatie van de Heer.
- Misschien stelde God haar teleur. - Door met haar te slapen?
Als je tenminste op de geruchten kunt afgaan.
Nee, ik heb het van haar.
En u weet het ook. Ze komt wekelijks bij u biechten.
Mr Maigret, weet u wat het biechtgeheim is?
Ja. Maar ik zou uw diepste gedachten willen weten. Of zijn die ook geheim?
Naar mijn idee is Jacotte tot zoiets niet in staat.
Maar ik vergis me ook wel eens.
Dat brengt ons nader tot elkaar, eerwaarde.
Ik dank u voor uw eerlijkheid.
Vergeet niet dat Jacotte, zelfs als ze het heeft gedaan, onschuldig is.
Misschien in de ogen van God. Maar in de ogen van ons mensen...
U zou aan het Hof van Assisen op uw plaats zijn.
Bent u Dany?
Niet iedereen blijft me bij. Ik vraag hun naam ook niet.
Ik geef ze voor de lol soms wel bijnamen.
Dit is een echte Edouard, dat een F�licien.
Maar hem herinner ik me wel. Geen gewone klant. Uit de hoogte,
Hij had ook Charles-Henri kunnen heten. Niet veeleisend, beleefd.
Misschien zelfs te beleefd.
- Hij maakte steeds een knijpbeweging. - Ja, dat heb ik gezien.
Alsof hij me bij de keel wou grijpen. Ik heb Jack the Ripper gelezen.
- Die zou hij goed kunnen spelen. - Hij is geen acteur.
Acteren is z'n vak niet. Bleef hij lang?
Ja, een uur of twee. En toen betaalde hij zonder morren.
Zulke klanten zie ik graag. Boksers houden zich ook zo gedeisd.
Maar die vallen na afloop in slaap.
Heeft hij iets geflikt, die Philippe van Machinberg?
Zelfs mensen die uit de hoogte doen, kunnen de weg kwijtraken.
Moet ik getuigen? Daar heb ik de pest aan.
We komen er samen wel uit.
Hou je jas maar aan. Je gaat naar Terminus Mozart...
om te verifi�ren of Mazeron die tosti echt heeft teruggestuurd die nacht.
- Hoe is het verder gegaan? - Ze ging naar de mis om te bidden.
- Waar heb je geslapen? - Ik heb niet geslapen.
Je slapeloosheid.
Ze zijn heel mooi. Tegenwoordig schrijven mensen zo niet meer.
Behalve in boeken.
- De tijd moet hebben stilgestaan. - Ze hebben het vast moeilijk gehad.
Hij wilde het een paar keer opgeven.
Lees maar. Als dat geen liefde is... Goed, dan ga ik maar.
'M'n grote vriend, ik voel je wanhoop...
je melancholie. Maar beproevingen bestaan om de hoop te versterken.
Zo moet je het zien.
De liefde is de enige kracht die we delen en tevens de meest geduchte.
Mijn huwelijk, de geboorte van Philippe...
het moest ons allemaal sterker maken.
Gelukkig hoef ik niet bang te zijn dat je iets zult doen...
wat je geluk op aarde en in de hemel in de weg zou kunnen staan.'
Iets wat je geluk in de weg zou kunnen staan...
op aarde en in de hemel.
'Ondanks alle onrust en verdriet om de dood van m'n man dit:
Wees niet fatalistisch.
Misschien zal dit trieste ongeluk ons eerder herenigen dan we dachten.'
- Moeurs? - Ja. Gaat het?
Ja. Luister, we zijn allebei domkoppen.
Je hebt de paraffinetest niet gedaan.
Niet nodig. Het was moord, geen zelfmoord.
- Kun je die alsnog doen? - Vanavond.
- Nee, nu meteen. - Nu? Ook goed.
- En bel me terug op lNV.45.19. - Staat genoteerd.
'Ook bij mij beginnen de bloemen der ouderdom op m'n handen uit te botten.
Maar omdat we altijd samen waren, zullen we nooit ouder worden.'
- Is dat niet te zwaar? - Wat denkt u?
Schiet uw werk een beetje op?
Bent u bijna klaar met de brieven?
- Voelt u zich niet indiscreet? - Een beetje.
Wat zal ik ermee doen? Verbranden?
Ik zou het niet doen.
Dat is Christiani. Ik ga wel.
Hij heeft gisteren z'n das vergeten.
Moeurs zou bellen, maar ik ga erheen.
- Is er nieuws? - Niet echt. Wel een vaag idee.
Ik ben tegen zessen terug.
Zal ik u even helpen?
En daarna m'n hele huis vies maken?
Eet de inspecteur hier?
Eet u hier?
Nee, in een restaurant. Zorg dat je om half negen terug bent.
- Wat heeft dr. Moeurs u verteld? - Een paar heel interessante dingen.
Vaststaande feiten?
Ik had ze over het hoofd gezien.
- Je kunt niet overal aan denken. - Jawel, Monsieur.
Goed, tot straks.
- Een goed wijntje. - Hij had smaak. Ook wat wijn betreft.
Jacotte, ik wil u wat laten zien.
- Hebt u Jacotte gezien? - Nee.
Naar Sainte-Clothilde. Snel.
- Alleen vanmorgen, bij de mis. - En hoe gedroeg ze zich?
Hoe ze zich gedroeg? Waarom wilt u dat weten?
Zij heeft het toch niet gedaan?
Dat weet ik nog niet, maar ze is verdwenen. Helemaal overstuur.
Misschien is ze bij de prinses. Als ze troost zocht...
is ze daar misschien.
Bedankt. Daar had ik aan moeten denken.
Rue de Varenne.
- We hadden kunnen lopen. - Schiet nou maar op.
- Wat voor indruk maakte ze? - Ze leek verward, onthutst.
- Anders dan anders. - Namen ze de auto?
De limousine. Met chauffeur.
- Lang geleden? - Meer dan een half uur.
- Geen idee waar ze heen gingen? - Jacotte kan alleen naar huis.
- Naar huis? O, het huis van de graaf. - Ja, daar woont ze.
- Heb je de sleutels? - Battesti is er.
Druk op de bel.
- Wie heeft je binnengelaten? - Jacotte.
- Is ze er? Is ze alleen? - Ja. Waarom?
Wacht in de studeerkamer. Ik heb even tijd nodig.
- Laten we even praten. - Wilt u iets drinken?
Ik heb nu geen trek in witte wijn. Gaat u zitten.
Ik had het niet mis toen ik dacht dat u dat verhaal had verzonnen.
Waarom zou de moordenaar u sparen en de patroonhulzen oprapen?
Dat doet een beroeps niet, alleen een amateur.
Dat beperkt het aantal verdachten aanzienlijk.
Hoe vlucht je weg uit een ommuurde tuin zonder een takje te breken?
Dat hebben m'n mannen geprobeerd, maar het lukte ze niet.
Het enige wat hij kon doen, was in het huis blijven.
Misschien is hij weggegaan toen u het lijk ontdekte.
Maar dan had u het moeten horen.
Waar hebt u het pistool verborgen?
Buiten. In een vuilnisbak.
- Voordat u die avond kwam. - De hulzen ook?
De hulzen ook.
Baarden de vingerafdrukken u zorgen? Wist u niet dat u die eraf kon vegen?
Ik ben geen beroeps. En ik was radeloos.
Ik wou om hulp roepen, het uitschreeuwen. Dat wou ik.
- Waarom schoot u vier keer? - Ik schoot drie keer.
U bekent dus dat u op de graaf de Saint-Hilaire hebt geschoten.
Maar waarom?
U was niet ge�nteresseerd, niet jaloers. Waarom dan?
Ik hield van hem.
U hebt hem vermoord uit liefde?
Tamelijk banaal, niet? Dat komt vast vaak voor.
- Hebt u dit aan de prinses verteld? - Haar heb ik wat anders verteld.
Ik hoef maar naar haar toe te gaan om dat te controleren.
Ik lag in bed en sliep. Ik werd wakker van het schot.
Ik had meteen het voorgevoel van iets vreselijks.
Ik rende naar z'n kamer, dacht dat hij lag te slapen.
Maar hij lag in de studeerkamer op de grond, onder het bloed.
Ik dacht dat ik flauw zou vallen, maar opeens werd ik woedend.
U raapte het wapen op en schoot drie keer om hem de genadeslag te geven.
Nee, hij was al dood. Hij ademde niet meer.
Ik raapte het wapen weer op. En ik verzamelde de hulzen.
Toen heb ik Cormi�res gebeld op de Quai d'Orsay.
En terwijl ik op hem wachtte, heb ik gebeden.
Dus de graaf de Saint-Hilaire had zelfmoord gepleegd.
Zijn we het daarover eens?
Maar waarom wilde u het voordoen als moord?
Om z'n ziel te redden.
Z'n ziel te redden?
Anders waren hem de sacramenten geweigerd. En dus de eeuwige rust.
Hij had strenge religieuze principes.
Door wat hij deed, kon hij in de ban worden gedaan.
Dus een burgerlijke begrafenis en een algemeen graf.
Hij moet ernstige redenen hebben gehad om dit te doen.
Die redenen ken ik.
Maar ik had nooit gedacht dat die tot zo'n besluit zouden leiden.
Hoewel, sinds de dood van prins Hubert wees alles in die richting.
Wat hem beangstigde, was z'n fysieke aftakeling.
Z'n lichaam liet het afweten en dan was er ook nog z'n ziekte.
Voor zover ik weet, was hij kerngezond.
Maar niet hier.
Stelt u zich de confrontatie voor met de vrouw van z'n leven...
die in zijn ogen niets was veranderd.
Ik had zo graag gezien dat ze allebei gelukkig waren.
Maar zo kon hij tenminste rusten in vrede.
Op de begraafplaats van de vromen, beschermd door de Heer.
Daarom heb ik dat alles ge�nsceneerd. En ik heb er geen spijt van
Als jullie klaar zijn met mahjong spelen...
wil ik dat jullie Jacotte Larrieu naar het bureau begeleiden.
Ja, het is niet anders.
Dus zij heeft hem vermoord?
Het was geen moord.
We gaan het volgende doen.
U komt naar mijn kantoor om een nieuwe verklaring af te leggen.
De rechter legt u een voorlopige hechtenis op van drie � vier dagen.
Wat u zo graag wilde, de uitvaart van de graaf voorbereiden...
zal helaas niet lukken.
Ik zal er hoe dan ook bij zijn.
Daarna komen we terug op de echte oorzaak van z'n dood.
Ga nu wat spulletjes inpakken.
Ik zal de prinses persoonlijk op de hoogte brengen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.