Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Maigret en de gek van Sainte Clothilde
Ik was uit Parijs vertrokken om 21.30 uur.
Ik ging naar m'n vrouw in Straatsburg, omdat haar nichtje moest bevallen.
Het was net of ik op vakantie ging.
Het was warm die nacht en ik kon niet slapen.
Een ongelukkige val.
En de man was verdwenen.
De situatie was bespottelijk. Ik zat zonder papieren, zonder geld...
en vooral zonder m'n pijp. Zo begon het allemaal, in Sainte Clothilde.
Het rook er naar de spoorweg, naar aarde en naar stallen.
Dubbel verstuikt, vervelend. Zo'n flinke man als u is vast geen watje.
En anders jammer. Ik heb geen begrip voor zeurpieten. Wilt u de foto's zien?
Boeiend, hoor. Niet alleen die van u. Alle foto's.
Even boeiend als onze eerste reis naar de maan.
Zeg dokter, waarom staan er agenten op de gang?
U komt hier plotseling aan, zonder legitimatie.
Dat maken we nooit mee, vandaar.
De man die me heeft gebracht, heb ik niet bedankt.
Ik geef zelf niet om bedankjes.
Wanneer moet het verband verwisseld?
Later, als de spierontsteking gezakt is.
Dat was het. Bedankt.
- Mag hij iets eten? - Dat moet hij. Wat is er vandaag?
Kalkoen met gestoofde kool en appelmoes.
Wat het eten betreft, kan geen enkele kliniek zich met ons meten.
U bent van alle gemakken voorzien. Eet smakelijk.
Gek. Uw baas schijnt het leuk te vinden om onaardig te doen.
- Een droge grappenmaker? - Hij maakt geen grapjes.
Natuurlijk hou ik wel van baby's. Hoogstens een paar dagen.
Als ik je nodig heb, bel ik wel. Zo ver is het nu ook weer niet.
Nu loop ik je tenminste niet in de weg.
Nee, het is niet ernstig verstuikt.
Kus.
Commissaris Leduc.
Naam, voornaam, adres, functie, de hele rataplan.
Dat kan ik alleen vertellen, niet aantonen.
In de haast ben ik m'n papieren vergeten.
Wie bent u, meneer?
Jules Maigret, commissaris van de recherche in Parijs.
- Houdt u me voor de gek? - Absoluut niet. Het is best komisch.
Ik heb me weleens afgevraagd hoe het is om verdachte te zijn. Onprettig.
Uw gezicht komt me bekend voor. Er stond een foto van u in de krant.
- U bent echt commissaris Maigret. - Dat probeer ik u te vertellen.
Het spijt me. Maar u bent zomaar brutaalweg uit de trein gesprongen.
- En op een slecht moment. - Hoezo dat?
Er is paniek. De mensen durven niet naar buiten.
- Hier in Sainte Clothilde? - De paniek is terecht.
Poging tot moord op een jonge vrouw. Niet verkracht, maar wel aangerand.
De dader heeft haar kous om haar hals geknoopt.
Hij had eerst geprobeerd haar met z'n blote handen te wurgen.
Ze lag met haar gezicht op de grond.
Een maniak.
- Wat zei het slachtoffer? - Ze heeft niets gezien, ze was panisch.
Hij viel haar van achteren aan. Ze viel flauw.
Helaas voor hem, had zij geluk en werd hij gestoord.
Die poging tot moord heeft plaats- gevonden vlak voordat u hier kwam.
Vandaar onze argwaan en voorzorgen.
Hoeveel mensen wonen hier?
6235 verdachten, kleine kinderen niet meegerekend.
Plus mezelf, en nog iemand.
Ik wilde iemand pakken die van de trein sprong.
Wie weet opzettelijk op die plek.
- Dat staat hier misschien los van. - Best mogelijk.
Als je van toevalligheden houdt.
- Goedendag, burgemeester. - Goed dat je er bent.
- Wat voor man is die commissaris? - Rustig, imposant. Stille wateren...
- Typisch iets voor een agent. - De befaamde Maigret uit Parijs.
- Maigret? - Dat zeg ik.
- Blijft hij hier lang? - Een paar dagen, volgens de dokter.
Wat vindt u van die geschiedenis?
Dit doet ons stadje, ons allen, geen goed.
E�n zwerver verstoort onze keurige gemeente.
- En hij bederft uw verkiezing. - Daar heb ik lak aan. Ik heb het druk.
Met ons bedrijf. Houthandel, transport, herbebossing en meubelfabricage.
Bellanger is hier een bekende naam. De politiek is maar luxe.
- Maar toch wel handig. - Dat ontken ik niet, ja.
Zo'n ellendige maniak op doorreis moet hier geen rotzooi schoppen.
En als hij hier woont?
Bedoelt u soms dat hij hier een gezin heeft?
Vrienden, liefdes, een beroep. Straks heeft hij u weleens de hand geschud.
Ik heb liever dat 't een vreemde is.
Er valt volgens mij niets te kiezen.
Aardig, maar ik hoef geen advocaat. Ik word niet meer verdacht.
Ik wilde van uw verblijf profiteren.
Kunt u ons helpen met de zaak die ons zo in beslag neemt?
- Bedoelt u die aanranding? - Het is niet de eerste keer.
- Hoezo? - Zeven jaar geleden...
is er een moord gepleegd. Ik woonde hier toen pas.
Ik heb dit soort gevallen vaker meegemaakt.
De dader is altijd een eenling, gedreven door waanbeelden...
- of een seksuele obsessie. - Gelukkig verkracht deze dader niet.
- Maar hij moordt wel. - Misschien hebt u hem gezien.
- 'Zien' is een groot woord. - Dat begrijp ik.
Maar het moet u opgevallen zijn of hij bijvoorbeeld groot of klein was.
Groot wil ik niet zeggen. Hij had een stevig postuur.
Hij was goed gekleed, meen ik. Maar het was donker.
Toch sluit dat al een aantal mensen uit.
Denkt u aan iemand uit hogere kringen of een gegoed milieu?
Waarom niet? Krankzinnigheid heb je in alle sociale klassen.
Er bestaan rijke gekken, en arme.
Ik laat u met rust. We spreken elkaar hier vast nog wel over.
Goedenacht, commissaris.
Wat moet ik zeggen? Ik ben uitgestapt zonder na te denken.
Geloof je me niet? Dat is nieuw.
Nee, ik wandel niet in m'n slaap.
Lachenal komt m'n spullen brengen.
Blijf jij maar bij je nicht. Ik bel je nog. Kus.
- Hebt u geen pyjama aan? - Nee, ik hou niet van ziekenhuizen.
Een prinses in tranen en de aarde huilt. Ik mag Margarette wel.
- Is de dokter geweest? - De politie, de gemeente, justitie...
en de hele medische staf. Je bent m'n pijp toch niet vergeten?
Nee, dat meen je niet.
- Ik ben uw hoed vergeten. - Dat geeft niet.
Je hebt zelfs aan lucifers gedacht. Ga toch zitten.
U bent in een wespennest terecht- gekomen. Twee moorden in zo'n gat.
Anderhalf.
Mag ik even?
Goed geslapen?
Geen koorts. Des te beter, want koorts kan hardnekkig zijn.
Dan kom je er niet zomaar van af. Dat hebben sommige vrouwen.
Laat die voet maar eens zien.
Ik loop achter.
Ik kom zo bij je.
Ligt u niet meer in bed?
- Weet je het nog niet? Ik ga. - Naar Straatsburg?
Dat mag nog niet. Maar op 't plein is een hotel waar je prima kunt eten.
Leduc had gelijk. Het is stil op straat.
- Hebt u twee kamers vrij? - Aan het plein of aan de tuinkant?
Aan het plein.
Wat is er? Nog nooit een manke commissaris gezien?
Wen er maar aan.
- Chic merk. Krankzinnig, veel te duur. - Dat zijn aftrekbare kosten.
Weinig hangers. In Amerika is dat anders, daar krijg je er zat. Goed, h�?
- Moet je die allemaal gebruiken? - Daarom bloeit hun handel zo.
Als ik vrouwen zie die naar huis gaan, winkelen of afspraken hebben...
moet ik aan de moordenaar denken. Hij slaat vast nog een keer toe.
Een van deze vrouwen zou z'n volgende slachtoffer kunnen zijn.
- We moeten hier achteraan gaan. - Dat is uw vak. Wanneer beginnen we?
Jij haalt uit Nancy en Straatsburg alle dossiers over die eerste zaak.
En spoor het laatste slachtoffer op. Ik wil haar spreken.
Leg maar uit dat ik momenteel niet kan lopen.
Hij had z'n handen om m'n keel.
Commissaris, hij kneep zo hard dat m'n botten bijna braken.
Of ik nu echt flauw ben gevallen of niet, toen ik bijkwam, was hij weg.
Hij had m'n kous uitgetrokken en om m'n hals geknoopt.
Waarom heeft hij me daar niet mee gewurgd?
Waarom weet ik niet maar ik moest huilen.
- Hebt u z'n gezicht helemaal niet gezien? - Nee, alleen z'n handen.
- Wat voor handen? - Slanke handen, geen arbeidershanden.
Bent u meteen naar huis gegaan?
Ik was blij dat m'n tas niet weg was, het enige cadeau van m'n vader.
Alles lag op straat. Het viel niet mee om alles weer op te snorren.
- Ik ben een paar dingetjes kwijt. - U bent wel moedig.
Niet zo moedig dat ik ze daar ga zoeken.
Maar het had erger gekund. Dat besef ik heus wel.
En verder?
- Niets. Of ik weet het niet meer. - Dank u wel, mevrouw Jouanet.
Inspecteur Lachenal loopt met u mee. Wacht u buiten nog even.
Ik heb van alles ontdekt. Mevrouw Jouanet heeft een wasserij.
Als klant heeft ze ook commissaris Leduc en advocaat Duhour.
Kijk je daarvan op? In zo'n stadje gaat iedereen naar dezelfde zaken.
Vriend en vijand komt elkaar tegen, vaak zelfs.
De moordenaar ook. Uw eten wordt boven gebracht, ik slaap in Nancy.
Wat is er?
- Z'n vrouw is niet mee. - Des te beter, ik ben dat gezeur zat.
Hoe houdt hij het uit?
Wat zien jullie er bang uit.
- Wie is er hier bang? - Niemand, tot nader order.
Hallo, kom binnen.
Wie woont er in het oude huis tegenover de kerk?
Meester Duhour, de advocaat.
Weinig werk, maar veel resultaat.
Krijgt hij vaak bezoek?
Het is geen man van de wereld. Hij ziet altijd dezelfde mensen.
Weet u hoe ze ze hier noemen? Het azencarr�. Ze zijn met z'n vieren.
- Net als de zeven dwergen. - Commissaris Leduc...
burgemeester Bellanger en dokter Rivaud.
Lichamelijke hygi�ne, vooral bij vrouwen.
En de charmante vrouw die de deur opendeed?
Janine, de secretaresse van Duhour en de schoonzus van de dokter.
'Schoon' is ze vast, maar 'zuster' dat weet ik nog zo net niet.
Wat houdt dat azencarr� precies in? Is het een club?
Het ligt veel simpeler.
Ze kunnen het goed vinden, kennen elkaar, zijn geslaagd.
Logisch dat ze regelmatig een glaasje drinken.
En bovendien bepalen ze dan stiekem ons lot.
Hier een vergunning, daar een verbod. Een weg gaat open, een school sluit.
En ze stemmen natuurlijk altijd voor elkaars belangen.
- En? - Deze is befaamd.
Als kind wou ik niet naar buiten als het regende.
Dan zei ik dat ik koorts had en nam m'n moeder m'n temperatuur op.
Ik wreef de thermometer op aan m'n pyjama.
Soms wreef ik te hard en liep de temperatuur op naar veertig graden.
Nu wil ik naar buiten en zit ik aan m'n stoel gekluisterd.
Dat zal u leren. Boontje komt om z'n loontje, en u bent er nog niet.
Het eerste slachtoffer: hetzelfde ritueel. Kous om de hals, gezicht op de grond.
Met blote handen gewurgd. Ze werkte hier op school.
- Is die school ver weg? - Wel als je met ��n been loopt.
Wat deed dat arme meisje voor werk?
Ze stond al anderhalf jaar in de kantine.
Ze zag er net zo jong uit als sommige leerlingen.
De kinderen waren dol op haar.
Als ze iets uithaalden, hield ze haar mond.
Het is nu zeven jaar terug. Sommigen kennen haar nog wel.
Ze heette Agn�s. Mooi, h�?
Als je zo heet, heb je je zaakjes met God wel op orde.
Dat hoop ik voor haar.
Ze werkte toch eerst in de kliniek bij dokter Rivaud?
Waarom is ze daar weggegaan?
Geen idee. Ze praatte nooit over vroeger.
Het leek wel of ze een loodzwaar geheim met zich mee torste.
- Hallo, meneer de commissaris. - Dag, dokter.
Hoe is het ermee? Volgens de zuster nog niet zo best.
Ik denk dat uw maniak me te veel bezighoudt.
- Als u weg bent, gaat dat wel over. - Zo snel ben ik niet weg.
Dat gaat niet met m'n been. En ik heb officieel om deze zaak gevraagd.
Ik ga commissaris Leduc helpen.
Ik heb de dader misschien gezien, in een rijdende trein.
U wilt een vreemde zoeken in een stad waar u niemand kent.
Niets bijzonders, dat doe ik al dertig jaar.
U hebt geen idee wat ik allemaal heb geleerd.
En er is altijd wel iemand die je kent. Dat geldt ook voor moordenaars.
Ongeacht hun milieu, hun afkomst, en of ze hier wonen of niet.
Ook een moordenaar heeft een naam en een gezicht.
Voor een vriend, of voor een winkelier.
Of hij heeft een dokter nodig, nu u er bent.
We kunnen onze onderzoeken best samenvoegen.
Waarom is het verleden van het eerste slachtoffer amper onderzocht?
Oplossingen stammen vaker uit het verleden dan uit het heden.
Wij moeten ze vinden, als ze er zijn.
- Of ze desnoods bedenken. - Dan wens ik u veel plezier.
Ik hoop dat plezier met u te delen.
Uiteraard.
Wat is er aan de hand?
- Heb je de duivel gezien? - In zekere zin wel.
Wat komt zij hier doen?
- Ik wil de Parijse commissaris spreken. - Daar, achter u.
Stoor ik, commissaris?
- Wilt u naar me luisteren? - Absoluut.
Ik weet wie de gek van Sainte Clothilde is.
- Mag ik vragen wie u bent? - Ik ben Florence Rivaud...
- de vrouw van de arts die u behandelt. - Ja, uitstekend.
Op dat gebied valt hem niets te verwijten.
Hij is kundig, alert, geduldig, scherpzinnig en volhardend.
Geen enkele ziekte maakt hem bang, geen enkel obstakel trouwens.
Hij heeft de kliniek met moeite opgezet en verdient z'n succes.
U hebt ongetwijfeld horen praten over m'n zuster Janine...
in principe de schoonzuster van m'n man...
maar in feite net zo goed z'n vrouw als ik.
Doet er niet toe.
Ze werkt bij advocaat Duhour die u vast ook hebt gezien.
Een vriend van m'n man. Ze kennen elkaar uit Vichy, een nare tijd.
Wat werd er toen gemoord. Het was een bloedbad.
- E�n keer vooral. - Hoezo dat?
Rituelen zijn niet altijd gelijk.
Maar dit ritueel dook op, verdween en dook toen weer op.
Bedoelt u: net als in Vichy? - Ze kennen elkaar allemaal uit Vichy.
Ik heb gezorgd dat ze weer bij elkaar kwamen in Sainte Clothilde.
- Hoe zit 't met de moordenaar? - De halve stad is tegen ons.
Ze hebben niet altijd ongelijk.
Ik kan er ook over meepraten.
U weet hoe anonieme brieven zijn. Ze zijn altijd min of meer ondertekend.
Er zijn hier kliekjes en complotten. Men beloert elkaar en is jaloers.
De haat is hier een trouwe vriendin, altijd paraat.
Ze zijn tot moord in staat om anderen bang te maken.
- Wie zijn 'ze'? - Een waslijst die steeds langer wordt.
Ik pas op, ik kan het volgende slachtoffer zijn. Helpt u mij.
Rustig maar. Ik kom de zaak ophelderen.
Die is toch helder? Zo doorzichtig als wat.
Wat weet u precies over de moordenaar?
- Ik weet... - Ben je daar, Florence?
Pardon, ik wist dat m'n zuster hier was. Ik ben op weg naar huis.
- Kom je mee? - Ja, je hebt gelijk.
Tot later. Tot ziens, commissaris.
- Tativa, ben jij het? - Wie zou het anders moeten zijn?
Hoe laat wil je eten?
- Dat kan me niet schelen. - Ik heb asperges voor je gehaald.
Daar hield moeder niet van.
Je moeder is er niet meer.
Ik mis haar.
Dat weet ik.
Ze is beter af waar ze nu is.
Het is niet eerlijk.
Hou maar op met je pleidooi, knul.
- Vooral voor de doden. - Hou je mond.
Ik zeg al niks meer.
En nu een scheutje limonade.
Fijngestampt ijs.
Deksel erop.
Schudden.
- Draagt u die muts nooit? - Alleen om klanten te imponeren.
Ik heb ooit een slappe hoed gekocht.
Heel detective-achtig. Om indruk te maken, maar dat is me nooit gelukt.
En nu inschenken.
- Gaan we weer over op de calvados? - Ja, dat moet.
Waarom bent u nog op de been?
- Ik loop. Makkelijker gezegd dan gedaan. - Ze zeiden 'lopen', niet 'klimmen'.
- Heb je mensen gesproken? - Van de school en de spoorwegen.
Ik heb een gokje gewaagd met mevrouw Rivaud. In m'n hoofd, althans.
En ik had de onaangename indruk dat ik niet kon winnen.
Net of het doorgestoken kaart was.
- Wat denk jij? - Dat u goed zult slapen.
Welterusten.
Komt u binnen, gaat u zitten. Wilt u koffie, een plakje cake?
Nee, dank u. Ik eet 's morgens nooit iets.
Ik kom namens advocaat Duhour. Hij wil u vandaag spreken, als dat kan.
Helaas, u ziet het, ik ben nog steeds gehandicapt.
Hij komt naar u toe, hij woont aan de overkant.
Dat weet ik. Hij is welkom.
Wat vond u van m'n zuster Florence?
Ik vond haar opgewonden, een beetje overspannen zelfs.
Ze wordt regelmatig behandeld voor haar zenuwen.
- M'n zwager is dokter, maar... - Gelukkig bent u er voor haar.
En voor hem.
In zo'n stadje als dit blijft niets geheim.
Uw zuster is bang.
- Bent u ook bang? - Nee, waarvoor?
- Voor die maniak. - Daar geloof ik niet in.
- Waarin dan wel? - Een wraakactie.
- In wraakacties dus. - Wraakzucht is hier wijd verbreid.
Ik ging net weg.
Stel je dit stadje eens voor als een groot wandkleed.
Met duizenden personages.
Een van hen verbergt zich, en wordt niet verdacht. Wat doen je dan?
Kijken of er langs de rand van het tapijt een draadje uitsteekt.
En zo ja: eraan trekken.
Wie? De advocaat, de burgemeester, de postbode?
- De spoorwegchef, de hotelbaas? - Door dat draadje vinden we ze wel.
Of het nu de sleutelboer is, of de prefect.
Hebt u dat draadje al?
Dat zou Florence Rivaud kunnen zijn.
Ze wilde met me praten, maar haar mooie zus rukte haar bij me weg.
- Pas op, ze sloeg wartaal uit. - Ja, maar daar zit een code in.
Die moet je zien te ontcijferen. Bel haar maar.
En zeg dat ik nog niet kan lopen.
Ik verwacht haar vandaag, op een tijdstip dat haar schikt.
Wees streng.
Ik heb de indruk dat iemand ons op een dwaalspoor wil brengen.
Leduc is gepasseerd, de recherche van Nancy ook.
Iedereen vindt het geruststellend dat de dader ziek is.
Dat is vaak handig om andere motieven te verhullen.
- Meneer is van de recherche, Tativa. - Dat weet ik.
Dat was Tativa, de tante van advocaat Duhour. Z'n beschermengel.
- Moet je rechten studeren voor dit werk? - Bij voorkeur wel.
En moet je doorleren om te mogen schieten?
Bij voorkeur wel. We schieten niet vaak.
- Is advocaat Duhour er niet? - Dat weet u best.
Mooi, want ik wilde u spreken.
- Doet de geduchte Tativa de was? - Uiteraard.
Uw baas staat op de klantenlijst van wasserij Jouanet.
- U kent dat zaakje wel. - Ja, dat ken ik.
Dat was vast in augustus, dan heeft Tativa vakantie.
- Is dat belangrijk? - Schone was? Jazeker.
Als we u hadden kunnen houden, was dat ideaal voor ons geweest.
- Met dit been kan ik niet veel doen. - Wanneer gaat u weg?
Zodra ik redelijk op m'n voet kan staan. Hoezo?
Er is straks een raadsvergadering. We praten uiteraard over de moorden.
Iedereen weet dat de beste politieman hier is. Ze willen uw plannen weten.
Ik begrijp hun angst, maar Leduc komt solide op me over.
- Kent u hem allang? - Ja, sinds de oorlog.
Uit Vichy?
Eerst wel.
Waren dokter Rivaud en de burgemeester daar toen ook?
Rivaud heeft er per toeval z'n vrouw ontmoet.
Ze stamt uit de familie Beaulieu-Dubosc.
Ik ben ze gevolgd en heb me hier gevestigd.
Bellanger ook. Hij werd burgemeester.
En tot slot heeft Leduc zich als het ware bij ons gevoegd.
Een fraaie geschiedenis.
Het viel niet mee, maar vriendschap stelt bij ons echt iets voor.
Het lijkt wel een soort religie.
Niet overdrijven, maar daar zit wat in.
Inspecteur Lachenal, van de recherche in Parijs.
- Ik wil meneer Bellanger spreken. - Ik ben z'n vrouw, Suzanne.
Hij is net weg. Ik geef door dat u bent geweest.
Als burgemeester heeft hij het druk met de politiek. En met z'n bedrijf.
U komt er wel achter.
- Wat wou die speurneus? - Jou spreken.
- Waarom? - Voor het onderzoek, zei hij.
Ik bemoei me er niet mee. Wat heb ik daarmee te maken?
Het komt door je reputatie van casanova.
Het gaat tenslotte om vrouwen, van wie jij er een goed kende.
- Maak je soms een grapje? - Ik wel, zij niet.
Maigret moet ophoepelen. We hebben genoeg aan Leduc.
- Ga je weg? - Naar Rivaud. En dan de vergadering.
- We gaan ons met Maigret bezighouden. - Samen lukt jullie dat wel.
Misschien.
Het lukt uiteindelijk best met lopen. U zou een goeie simulant zijn.
Soms vind ik het best leuk om de rollen om te draaien.
Uw samenwerkingsvoorstel vind ik uiteraard vleiend.
Maar wij hebben niet zo'n budget als jullie.
En in dit soort stadjes gelden andere methodes.
Er heerst hier een traditie van zwijgen.
Een strategie van geheimpjes en dingen stilhouden.
Bospaadjes zijn lastiger te begaan dan snelwegen. Neemt u dat maar aan.
- En dan die van Vichy, neem ik aan. - Hoezo Vichy?
Ik heb gehoord dat bij een bepaalde moordzaak daar...
een soortgelijk ritueel heeft plaatsgevonden.
Ik begrijp best waar u op doelt.
Er waren veel van dat soort zaken. Politiek, antisemitisch, anti-nazistisch.
Het wemelde van de maniakken.
Nee, gewoon een pijnscheut. En dan nog, niet de hele tijd.
Nee, ik neem rust.
Nee, echt niet. Dat hoeft niet.
Ik ben er uiterlijk zondagmorgen.
Het lieve kind is nog niet eens geboren.
Precies.
Kus. Ja, precies. Tot later.
Het is veel minder dik. Voor uw herstel...
moet u meer lopen en wat meer bewegen. Begrijpt u wel?
U moet op uw hiel staan, maar niet te veel. Als u snel weg wilt, moet u wel.
U bent het zat om me op te zoeken.
Een zieke die vertrekt, gaat gezond naar huis.
- Op uitzonderingen na. - Ik reken nooit op de dood.
Alleen op onberekenbare.
Ik heb gelezen dat er twee jaar terug een oude pati�nte van u is overleden.
Het leek op euthanasie.
Het onderzoek is gesloten. Nonsens. Ze was 89 en ze had kanker.
Men zoekt altijd een zondebok. Ander- mans lot herinnert aan het eigen lot.
Ze zien er niet uit als moordenaars of gekken, maar...
Ze zijn ongrijpbaar. Ik heb mevrouw Bellanger gezien. Niet inschikkelijk.
Ik heb Duhour, Rivaud en Leduc gezien.
- Waar waren zij die nacht? - Heb ik niet gevraagd.
- Wie weet zat een van hen in de trein. - Maar waarom?
Waar kwam hij vandaan? Waarom sprong hij eruit?
- Hebben ze iets te verbergen? - Meer dan jij en ik.
Mevrouw Rivaud is niet geweest. Weet je iets?
Ik heb aangebeld maar er kwam niemand.
Je moet haar opsporen.
- Waar is Leduc? - Op de plaats delict.
- Wat zoeken ze? - Aanwijzingen.
Onzin. Wat laat zo'n onvoorspelbare gek voor aanwijzingen achter?
- Vingerafdrukken, voetsporen? - Vliegen kan hij niet.
Gaat u 6235 mensen naar hun maat vragen?
We vinden hem wel eerder. Welke schoenmaat hebt u, burgemeester?
- Geen idee, 43. - Kijk aan. Als de afdruk maat 44 is...
is er alweer ��n iemand minder en zijn het er nog maar 6234.
Excuseert u mij.
Ik kom zo snel mogelijk naar je toe.
- Gecondoleerd, dokter. - Dank u. U bent weer op de been.
- Is de politiearts onderweg? - Hij komt zo.
- Kan ik u even spreken? - Als u wilt. Loopt u maar mee.
Verdriet, pijn? Zulke woorden vind ik overdreven.
Laten we zeggen: oprechte spijt.
We hadden allebei last van haar gekte. Het ging niet meer.
U kent de situatie met haar zuster.
- Gelooft u in toeval? - Hoe bedoelt u?
Een maniak die wordt gezocht moet uitgerekend uw vrouw hebben...
als ze met mij wil komen praten. Gelooft u dat?
Geen idee, maar wat betekent dat?
Stel dat de vorige aanvallen alleen maar dienden...
om te maskeren, om de moord op uw vrouw voor te bereiden.
- De eerste keer was zeven jaar terug. - Hier, ja. Maar u vergeet Vichy.
Dat staat er los van, dat vind ik vergezocht.
- Maar stel dat. En wat dan? - Waarom is uw vrouw vermoord?
Ze had ontdekt wie de maniak is...
of ze wist iets over een heel andere zaak uit het verleden.
- Heeft ze daar nooit iets over verteld? - Totaal niet.
Ook niet aan haar zuster?
Niet dat ik weet.
Stoor ik? Commissaris Leduc wil u spreken.
Laat hem maar binnen.
- Is de politiearts weer vertrokken? - Vannacht.
Ook nu geen sporen van verkrachting.
Het ritueel: gezicht op de grond, nek gebroken, kous om haar hals.
Net als drie dagen terug.
Net als zeven jaar terug.
Net als in Vichy.
Vichy staat er los van. Het is hier een drama geworden.
En nu begint het opnieuw.
Was u destijds werkzaam bij de politie in Vichy?
- Ja. Een moeilijke tijd. - Daar twijfel ik niet aan, commissaris.
Het zijn de zenuwen maar.
Het gaat wel over.
Ik wist niet dat het me zo zou aangrijpen.
De dood van je zus is niet niks.
- Vooral niet op die manier. - Ik voel me voor 't eerst echt schuldig.
- Waarover dan? - Niet over haar dood.
Maar over haar verspilde leven.
Verspilde levens kennen we allemaal, zonder dat we er iets aan kunnen doen.
Ga nou maar naar huis.
Ik heb me hier nooit thuis gevoeld, Tativa.
Ik sta op Duhour te wachten. Hij moet iets tekenen.
Hij zit in z'n schuilkamer, op zolder. Als ik jou was, zou ik niet wachten.
Wat doet hij daar?
Opruimen.
Wat dan?
Z'n geheugen.
Hij is er weer. Fikkie, zoals jij hem noemt.
Laat Luciani uitzoeken wat die vier tijdens de bezetting hebben gedaan.
Vooral in Vichy.
Wat verwacht u precies van mij?
Als belangrijk man in Sainte Clothilde zult u vast mogelijkheden hebben...
om na te gaan of er onder uw burgers...
mensen zijn die af en toe, van tijd tot tijd een uitglijer maken.
Ook onder uw vrienden.
- Is dat een officieel verzoek? - Dat lijkt me wel.
- Dan schrikt iedereen. - Alleen de dader.
- Wie gaat dat doen? - Ik kan versterking vragen uit Nancy.
Dan is er overal politie. We hebben uw inspecteur al.
En twee commissarissen, ja.
Een omelet met cantharellen en een glas rode wijn, niet te vol graag.
- Wat heeft de burgemeester gezegd? - Ik was het meest aan het woord.
Ik probeer ze te voeren nu Florence Rivaud dood is.
Ze zitten in hun rats en hebben het steeds minder over een gek.
Alleen dat gedoe met die kous doet denken aan een maniak.
Maar de kenmerken zijn steeds hetzelfde: kous om de hals, gewurgd.
Gebroken nek, niet verkracht. Dat is gestoord.
De eerste keer wel, en die gemiste poging.
Dat kun je nadoen als je wilt verhullen waarom je iemand vermoordt.
Iemand als Florence Rivaud.
Ze zou wartaal uitslaan, of misschien wel g�nante waarheden doorvertellen.
Ik heb Luciani gebeld.
Het azencarr� zat in Vichy van eind 1940 tot 1944.
Geschokt?
Het is heel onschuldig. Je begint er met ��n en dan koop je meer.
Uiteindelijk heb je een hele verzameling.
- Door de hoeveelheid wordt 't abstract. - Ik kwam dit dossier brengen.
Ik heb er nooit iemand mee willen provoceren.
Iemand die treintjes verzamelt, hoeft ook geen locomotief te besturen.
Ben je geschrokken?
Ze is even groot als jij, even slank als jij, maar ze zegt niets.
Ik kan uren met haar praten, net als met m'n moeder.
Soms zet ik haar naast me neer, of ik leg haar neer.
En dan praat ik. Ze zegt niets terug.
Maar ze luistert wel naar me.
Hallo, ik wil commissaris Maigret graag spreken.
Duhour zit op zolder. Daar moet u eens gaan kijken.
U weet niet wat u ziet. Ik ga, ik wil voor donker thuis zijn.
Inspecteur Lachenal loopt met u mee. Ik ga zelf naar advocaat Duhour.
Dat heb ik liever. Goedenavond.
- Wilt u advocaat Duhour spreken? - Ik wil hem iets vragen.
Vragen?
Worden advocaten nu ondervraagd? Dat is de omgekeerde wereld.
- Bent u de zuster van mevrouw Duhour? - Ja, haar oudere zuster.
Bent u na haar dood in Sainte Clothilde komen wonen?
Hij kan niet alleen leven. Dan komt hij om van de honger en loopt hij in lompen.
- Dat had m'n zuster niet gewild. - Hij is dus uw kind.
- Was uw zuster net zo meegaand als u? - Dat was haar goed recht.
Zij heeft hem zo gemaakt.
Ik zorg dat hij zo blijft. En iedereen blijft van hem af.
Rustig maar, ik oordeel nooit van tevoren.
Toen ik in Vichy was, waren Leduc, Bellanger en Duhour er ook.
En dokter Rivaud. Daar is ons avontuur begonnen.
Florence liet de zaak eigenlijk op z'n beloop.
We bewonderden Jacques allebei. We deelden hem.
- Schokt u dat? - Nee, niet echt.
Denkt u niet dat de dader een vrouw kan zijn?
- Er zijn geen vrouwelijke seksmaniakken. - Wie weet.
En die maniak doodde vrouwen niet alleen, hij deed ze ook veel pijn.
Ze lijken allemaal op elkaar.
Bij zo'n collectie doet je fantasie het werk.
En als je ooit geen fantasie meer hebt...
Is dat het eind van de collectie. Wat komt ervoor in de plaats?
Dan ontdek je gewoon dat er meer is in het leven.
- Werk, vriendschap. - Werk, familie, vaderland.
- Is dat niet wat al te idyllisch? - Nee, je moet het echt willen.
U vindt me vast de ideale schuldige, makkelijk met de vinger na te wijzen.
Nee, daar is een bekentenis voor nodig. Of bewijs.
Waar kwam u die avond vandaan toen u van de trein sprong?
Hoe wist u dat?
Uit Nancy. Ik ga er eens per maand heen met een prostituee.
- Ik heb seks nodig. - Dat heb ik begrepen.
Waarom sprong u van de trein?
Hij rijdt daar langzaam. Ik was dicht bij huis.
Niemand mag zien dat ik uit Nancy kom.
Zo ben ik niet, ik kan dat niet.
Geweld, de dood. Dat jaagt me onvoorstelbaar veel angst aan.
Totaal verlaten.
Het lijkt wel de avondklok tijdens de bezetting.
Zo lang geleden is dat niet.
Hallo, Luciani. Ja.
De kous om de nek van Florence Rivaud, was niet van haar.
Paste die kous haar niet? Interessant.
Weet je het zeker?
Goed. Hoor eens, bedankt. We spreken elkaar nog.
Zijden kousen waren zeldzaam in de oorlog.
Vrouwen tekenden een streep achter op hun benen, bij wijze van 'naad'.
- Lukt het wel? - Zoals altijd.
Soms denk ik: waarom heb ik dit vak gekozen?
Alleen maar narigheid. En roem, ho maar.
- Goed zo? Is dit niet overdreven? - Nee, overdreven is het nooit.
- Is dat jouw definitie van mode? - Van de vrouw in het algemeen.
- Vrouwenhater. - Nou zeg.
Eerst casanova, nu een vrouwenhater.
Soms gaat dat samen. Misschien wel bij onze maniak.
Ben je niet goed wijs? Hou toch je mond.
- Heb je die das om? - Het is een donkere.
- Heb je geen zwarte? - Die heb ik verbrand na moeders dood.
Wat een rotzooi, dat hechtdraad. We moeten weg.
- Was 't maar in besloten kring geweest. - Net als dieven.
Wat is dat? Gooi eens op.
Ik bewonder altijd je rust en je koelbloedigheid.
Denk je dat ik die nu niet kan verliezen? Gaan we?
Misschien loopt de moordenaar er wel tussen.
Soms heb je geluk.
Kijk maar goed of je een gek tussen de normale mensen ziet.
- Dat leer je niet op de politieschool. - Je meent het.
Stel dat de dader, de gek, zoals jij hem noemt...
wordt gemanipuleerd door een groep die misbruik maakt van z'n gekte?
Net een geheim uit een macaber feuilleton.
Zou Florence Rivaud altijd zo zijn geweest? Een beetje verward?
Goed. Ik bel je terug.
Vichy is bevestigd.
Ze waren er alle vier vanaf 1940. Het waren collaborateurs.
Ze deden vuile zaakjes. Plunderen, mensen verraden.
Vier jaar later waren ze veilig. En in 1945 kwam het viertal hier.
En meteen een moord.
De maniak paste binnen de logica van de groep.
Waarom niet manipuleren, imiteren misschien?
De kous die niet van Florence Rivaud was, is wellicht expres neergelegd.
De dader had 'm misschien bij zich. Wat is daar krankzinnig aan?
Waar is de schuldige? Waar komt hij vandaan?
- Uit Vichy misschien. - Wie van de vier?
Wil jij namens ons naar het kerkhof gaan?
Ik kan niet lopen, inspecteur.
Ruim zeven pond, een jongetje. Feliciteer z'n moeder, ik bel nog wel.
Ze keken ervan op, maar ze komen alle vier.
Ruim zeven pond, mooi.
Ik laat u alleen, u weet waar ik ben.
Binnen.
Hallo, commissaris.
- Bent u alleen, burgemeester? - De anderen komen zo. Gaat u zitten.
- Een glaasje cognac misschien? - Nee, dank u.
Hallo, commissaris.
- Wil je iets drinken? - Ga u gang, u bent buiten diensttijd.
Het spijt me, maar een darmafsluiting is geen pretje voor een chirurg.
Voor de pati�nt vast ook niet.
Duhour is natuurlijk weer te laat.
We beginnen vast, we praten hem wel bij.
Waarom hebt u ons gevraagd om te komen?
Om u allen om uw mening te vragen.
- Over een idee. - Waarover?
De schuldige.
Degene die de hele stad angst aanjaagt.
Weet u wie 't is?
Ik heb alle puzzelstukjes, maar ik ben nog niet klaar.
Duhour komt niet.
Ik weet waar hij zich verstopt: thuis, op zolder.
Hij weet dat hij overal de schuld van krijgt.
Omdat hij er niet is, mag u de schuld niet op hem schuiven.
U begrijpt me best.
Het Vichy-verhaal laten we even rusten.
Laten we het hebben over de tweede moord...
vlak nadat jullie hier kwamen wonen, in Sainte Clothilde.
Het verhaal van een man die de vrouw van z'n leven verloor: z'n moeder.
Hij wreekt zich na haar dood. Met een andere moord.
- Duhour? U maakt een grapje. - Ziet u me lachen?
En dan nu de poging tot moord op die arme wasvrouw...
vlak voor ik hier kwam.
Waarom zij? Liep ze net toevallig voorbij?
Het toeval had daar niets mee te maken. Maar wel een plan.
Een uitgewerkt plan met maar ��n doel: de mythe van een maniak cre�ren.
De gek van Sainte Clothilde.
Jullie nemen hem al jaren in bescherming omdat hij jullie vriend is.
Een advocaat is handig...
om van de schulden af te komen die jullie na de bevrijding hadden.
Zo zijn jullie op de derde moord gekomen. Die op uw vrouw, dokter.
Uw priv�-leven is daar debet aan.
Uw vrouw werd uitgesloten, vernederd en bespot.
Ze raakte zo ontredderd dat ze het niet meer kon verdragen.
Helaas bent u niet gespecialiseerd in depressies.
U kon niets uitrichten tegen haar geraaskal...
haar behoefte om uit wraak alles te verraden.
Ze moest uit de weg worden geruimd.
Het bestaan van een maniak was een uitgelezen kans.
Nog een misdaad op zijn conto. Voor u, dokter, de perfecte misdaad.
Van wie was dat idee?
- Blijft u hier soms slapen? - Wel als hij niet naar beneden komt.
Hij is niet meer boven.
Beseft u wat u zegt?
Er is geen sprake van ��n moordenaar, een notabele of een zwerver.
- Waarom zouden we zoiets doen? - Om uw ambities veilig te stellen.
De heerschappij over de stad en de streek. En wat dat oplevert aan winst...
bekendheid en totale macht, ook de macht om te doden...
om uw compromitterende streken te verhullen. Ik heb daar wel idee�n over.
De eerste moorden heeft Duhour gepleegd: Vichy en het schoolmeisje.
De mislukte poging was van u, burgemeester. Moorden kunt u niet.
- We zijn dus een bende misdadigers. - Dat is nog zacht uitgedrukt.
- De aanklacht wordt veel zwaarder. - Dat is krankzinnig.
Nog krankzinniger dan een geesteszieke moordenaar.
Collectieve gekte, zoals de geschiedenis ons vertelt.
Maar dan op kleinere schaal.
Wie zal dat geloven? We kunnen ons verdedigen.
- Voordat u elkaar verscheurt zeker. - Zo is het welletjes. Ik ben het zat.
Wat doen zij daar? Ze luisteren naar me.
Ga zitten en bedaar.
- Worden we gearresteerd? - Zo ligt het wel ongeveer.
M'n collega uit Parijs, commissaris Leroy, komt u dat meedelen.
En de rechter-commissaris en de procureur uit Nancy zijn onderweg.
U krijgt het zwaar. Ik weet niet of u voor het verleden zult boeten...
maar het heden weegt genoeg om u allemaal mee te sleuren.
Leder van u moet z'n daden op zich nemen.
Wie heeft de poging tot moord gedaan, wie de moord op Florence Rivaud.
Voor ��n keertje moet uw geweten aan het werk.
Wat u betreft, dokter... Ik moet er niet aan denken...
dat u zelf uw vrouw uit de weg hebt geruimd.
En toch...
U blijft daar.
- Duhour is ontsnapt. - Waar moet hij heen?
- Wordt hij gezocht? - Overal.
Ze zullen hem wel vinden. Levend of dood.
- Goed, dan ga ik nu terug. - Dat wou ik je net vragen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.