All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 37 - Maigret et le marchand de vin.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

- Nee, niet zo. - Choqueert dat je? Het is iets nieuws.

U doet me pijn. Hou alstublieft op.

Maar ik heb nog zin. Wacht, laat me m'n gang gaan.

Daar is het kantoor voor, meneer.

Meneer? Hier hoeven we niet beleefd te doen, kleine sprinkhaan.

Ik kan alleen 'jij' zeggen als we in bed liggen. Anders bent u M Ren�.

We zijn nog niet helemaal aangekleed.

Goed dan.

Ik heb helaas geen tijd meer. Wacht jij nog maar even.

- Wat vind je eigenlijk van me? - Wat wilt u dat ik vind?

Hou je van me? Geef maar toe dat je niet van me houdt.

Wat verstaat u onder houden van? Als ik me goed voel, sta ik daar niet bij stil.

- En wat vinden je collegaatjes van me? - Niets. U kent ze toch beter dan ik.

- Snel opstaan als je met me mee wilt. - Wacht maar niet. Ik pak de metro wel.

Je komt nog te laat.

- Ik ben geen klein meisje meer. - En ik kan het weten.

Heb je een ander?

Een romantische jongen met wie je afspreekt op een bankje?

Waar gaan we volgende week naartoe? Naar Istanboel?

- Je gaat niet eens met hem naar bed. - Dat gaat u niets aan. Toch?

Jij gaat met mij mee.

Je weet wat je moet doen.

Dag, Blanche.

Commissaris Maigret.

Nog steeds even actief?

En discreet?

Dat was nog voor jouw tijd, maar Mme Blanche was destijds beroemd.

Haar hakafdrukken moeten nog in het asfalt van Rue Gaudot de Mauroy staan.

Dat ziet er chic uit. Zo te zien gaan de zaken goed.

Is dit hotel van u, of bent u de bedrijfsleidster?

- Het is van mij. - Geweldig.

- Legt u me eens uit hoe het gebeurd is. - Hier is helemaal niets gebeurd.

- Wie zijn er nu? - Niet zo veel mensen. Hoezo?

Jij blijft hier, Lorenzi. Niemand mag de deur uit.

- En Ren� Chabut? - Wie?

Degene die buiten op het trottoir ligt.

Hij was een groot wijnhandelaar. De Vin des Moines, zegt u dat niets?

Hij kwam hier vandaan.

Waarom denkt u dat? Dat is toch niet aan iemand te zien, zeker niet bij hem.

Neem haar mee naar het bureau. Dan praat ze misschien wat meer.

Moet Lambert dan de ingang bewaken?

- Ik heb nooit problemen met de politie. - Nu dan toch wel.

- Neem haar mee. - Komt u, Madame?

Laat maar. Als u me met rust laat, zal ik u vertellen wat ik weet.

Chabut, als hij zo heet, was een van m'n vaste klanten.

Ik ken alleen de voornaam van m'n klanten.

U hebt net door het kijkgaatje gekeken toen hij vertrok.

U hebt hem dus zien vallen. Maar hebt u gezien wie op hem geschoten heeft?

Nee, dat was te ver weg en het was grijs. Ik zal alleen de contouren.

- Lang? - Eerder klein.

Met wellicht een regenjas aan. Het kan een man of vrouw geweest zijn.

- Kwam Chabut vaak bij u? - Ongeveer een maal per week.

- Altijd dezelfde vrouw? - Niet altijd.

- En het meisje dat nu bij hem was? - Dat was de Sprinkhaan.

Zo noemde hij haar. Ik weet echt niet hoe ze werkelijk heet.

Ze zijn samen aangekomen, zoals gewoonlijk.

- En waar is die sprinkhaan nu? - Ze was eerder vertrokken dan hij.

Laat me hun kamer eens zien.

Ziet u wel dat er niemand is.

- Er zijn toch nog andere kamers? - Maar die zijn leeg.

Dat zullen we eens zien.

Niemand in Istanboel.

Niemand in Londen.

En niemand in Rome. We reizen heel Europa door, maar we komen er wel.

- En daar? - Lege kamers. Daar komt nooit iemand.

Wat bent u koppig.

- Wie is dat? - Ze wacht op haar klant.

Maar die komt niet meer met al die drukte hier.

- Is hij van de politie? - Commissaris Maigret.

- Houdt u zich zelf met de zaak bezig? - Zoals u ziet.

Hij is dus dood?

Wie bent u?

Anne-Marie Boutin. Ik ben de secretaresse van M Chabut.

Ze zei dat hij alleen gewond was.

- Ik mocht niet weg van haar. - Dan was ze uw collega tegengekomen.

Ik wilde haar erbuiten laten. Dit is slecht voor onze naam.

En hebt u niets gezien?

Nee, niets. Ik heb alleen de schoten gehoord.

Toen zei Mme Blanche dat er iemand gewond was.

- Gaat u nu weer terug naar uw werk? - Ik denk het wel. Ik zal wel moeten.

Dan zie ik u daar weer.

- Hield u van hem? - Wat bedoelt u daarmee?

- Was u al lang z'n minnares? - Wat zegt u? Was ik z'n minnares?

Ik... Nee, hoor.

Hij gaf het aan als hij zin in me had. Hij had het niet over liefde.

Maar ik zag hem niet als een minnaar.

Maar hij was toch inderdaad wel m'n minnaar.

Die arme Ren�. Zat hij alleen in de auto? Was het geen auto-ongeluk?

Hij is vermoord.

Waar is het gebeurd?

O, was het bij Mme Blanche? Met wie was hij daar?

Zegt u het maar gewoon. Ren� vertelde me altijd alles.

We waren allang geen minnaars meer, zelf geen man en vrouw meer.

- Hij was daar met z'n secretaresse. - Dan hebt u de Sprinkhaan dus gezien.

Ja, het is woensdag. Dat is haar dag.

Hij wilde graag alle vrouwen kunnen krijgen en ze overheersen.

Soms wat te veel.

U weet dus van z'n avontuurtjes. Weet u ook wie hem vermoord kan hebben?

Wie dan ook. Er bestaat nog steeds zoiets als jaloezie.

- Heeft hij nooit dreigbrieven ontvangen? - Nee.

Ik ken de vrouwen die hij meeneemt naar Mme Blanche, en hun man.

Die zijn niet gewelddadig.

- Hebt u altijd toegestemd? - In het begin deed hij het stiekem.

Pas na jaren ontdekte ik dat hij met m'n vriendinnen sliep.

Ik betrapte hem. Toen hebben we lang gepraat. Sindsdien zijn we vrienden.

Zo zat het dus tussen ons, commissaris:

Oude vrienden die onder ��n dak leefden.

- Was hij jaloers op u? - Hij liet me vrij, maar wilde niks weten.

Hartelijk dank, Mme Chabut.

Wilt u een lijst maken van al uw vriendinnen en z'n minnaressen?

Had uw man familie in Parijs?

Z'n vader heeft een uitspanninkje aan de Marne, Le Petit Sancerre.

Ik weet het niet zo goed, maar we waren zo aan elkaar gewend.

- Wanneer kan ik hem hierheen halen? - Morgen.

Wat een rare weduwe.

- Gelooft u haar verhaal? - Ja.

- Geen enkele vrouw huilt tenminste. - De meid wel. Met haar sliep hij ook.

- Hij was een soort maniak, h�. - Ja en nee.

Sommige mannen hebben dat nodig ter geruststelling. Dat zei z'n vrouw ook.

Goedenavond, commissaris.

Is er al wat bekend van Ballistiek?

Een 6.35. Een wapen voor een vrouw of een amateur, voor korte afstand.

- Is er vanuit het hotel geschoten? - Nee, de hulzen lagen 5 meter van 't lijk.

Dat was het voor vanavond. Jullie mogen gaan slapen, kinders.

Lambert, haal je me morgen om acht uur op?

Mme Maigret? Ik ben over een half uur thuis, hoogstens een uur.

Doe er een beetje gember bij.

- Moet ik bij de grote baas komen? - Ja, voor u weggaat.

- Zit Lachenal nog hiernaast? - Ja, met Jolivet.

- Zit die niet bij Narcotica? - Stiernet interesseert hen ook.

Dat kan ons allemaal geen moer schelen, Stiernet.

- Je neemt geen wapen mee naar oma. - Het was een speelgoedding.

- Je wist best dat ze geld in huis had. - Ik wist toch niet hoeveel.

Hoe vaak heb je haar om geld gevraagd? Drie keer, zes, tien?

Ze wist heel goed waarvoor ik kwam. Ze was tenslotte m'n oma.

Precies, je oma.

Ze stopte je altijd wat toe.

- Hoeveel was dat? - Weet ik niet. Ik ben moe.

- Ik ook. Hoeveel nou? - Vijf franc.

Wat kan je daar nou mee? Alsof ik een kleuter ben. Vijf franc voor snoep.

- Ik heb geen werk. Wat moet ik ermee? - Snoep kopen, zoals je al zei.

- Weet je waar ze haar geld bewaarde? - Niet echt.

Ze wantrouwde alles en iedereen. De bank, zelf mij.

Hoe zou dat nou komen?

Ik wilde geen geld van haar stelen, alleen een paar tientjes lenen.

- Mag ik nu gaan slapen? - Je hebt geluk. Je mag even pauzeren.

Breng hem naar z'n cel.

Het was geen verkeersongeluk. Ze hebben uw zoon vermoord.

Hij was gezakt voor z'n eindexamen. Toen is hij wijnhandelaar geworden.

Hij ging van deur tot deur.

Hij heeft het niet altijd makkelijk gehad. Hij heeft hard gewerkt.

Toen hij trouwde, hadden ze net genoeg om samen van te leven.

- Hield hij van z'n vrouw? - Natuurlijk hield hij van haar.

Hij is uiteindelijk eigen baas geworden.

Kleine handelaren werden tot faillissement gedreven door zijn succes.

Dat was zijn schuld niet, maar ze nemen het hem natuurlijk wel kwalijk.

Bedoelt u dat ze hem er zelfs om zouden vermoorden?

- Heeft hij geleden? - Ik denk het niet. Hij was op slag dood.

- Waarmee kan ik u van dienst zijn? - Recherche.

- Is de secretaris van M Chabut er? - Helemaal achterin.

Dit ziet er niet echt geweldig uit. Liepen de zaken echt wel goed?

Zo gaat dat bij de echte rijken. Die lopen niet met hun rijkdom te koop.

Dit is inspecteur Lambert. Ik had een ander kantoor verwacht.

We hebben ook modernere kantoren. Hebt u ze niet gezien, op de kade?

Daar zijn kopieermachines en gaat alles elektronisch.

Ze doen daar zaken met de 150.000 verkooppunten.

- En wat doet u hier? - Dit is het oude wijnhuis.

Hier ruikt het nog naar wijn en dat stelt de handelaren uit de provincie gerust.

Maar waar is het kantoor van uw baas?

Hier werkte hij het liefst.

- Wie had er verder nog de leiding? - Niemand.

M Noblet was z'n financieel adviseur, maar hij vertrouwde verder niemand.

Bent u erheen geweest? Hebt u haar gezien?

- Wie bedoelt u? - Z'n vrouw.

- O, die ja. Kent u haar? - Ik heb daar gewerkt toen hij griep had.

Het is een mooie en intelligente vrouw, die goed weet wat ze wil.

Hij zei vaak: Dat moet ik aan Jeanne vragen.

Dat was wel irritant, vooral in bed.

- Bent u jaloers? - Ik? Hebt u die meisjes daar gezien?

- Zijn ze voor de sier of werken ze echt? - Allebei.

Ons werk bestond eruit M Chabut tevreden te stellen.

Weet u waarom hij u had uitgekozen als priv�secretaresse?

Dat weet ik niet. Ik ben niet de knapste, maar hij vond me wel grappig.

Een jaar geleden zocht hij een beginneling.

Hij vroeg of ik ongetrouwd was en toen heeft hij me in dienst genomen.

- Ging hij u al snel het hof maken? - Dat heeft hij niet gedaan.

De volgende dag riep hij me bij zich en begon me te strelen. Dat hoorde erbij.

- Waren de anderen niet jaloers? - Ach, ze kwamen allemaal hier.

- Hier? - Ja, of ergens anders.

Dat ging hem zo natuurlijk af, dat je hem dat moeilijk kwalijk kon nemen.

Hij deed zich voor als grote baas, maar eigenlijk was hij een beetje na�ef.

Er is er maar eentje met slaande deuren vertrokken.

- Wie werkte voor u op dit kantoor? - Aline, een brunette.

- Was ze niet jaloers toen u kwam? - Ze dacht dat hij mij ook zou vervangen.

- Bleef ze wel contact met hem houden? - Ik denk van wel.

Ze werkte vaak over. We weten wel wat dat betekent.

Zou ze zo boos zijn dat ze wraak zou willen nemen?

Nee, ze heeft ook andere mannen. Ze kent geen hartstocht.

Hebt u een minnaar?

Ik had genoeg aan hem.

- Was Chabut niet jaloers? - Op wie dan? Op ons?

- En de andere mannen? - Die hier werken?

Jacques Riolle is de boekhouder. Nou ja, kassier.

Hij doet alleen de kleine kas. Hij heeft maar weinig verantwoordelijkheden.

- Is hij getrouwd? - Nee, vrijgezel.

- Is hij verliefd op een van jullie? - Dat is dan niet te zien.

Hij lijkt wel een verstokte vrijgezel. Hij heeft allerlei maniertjes.

Bij de expeditieafdeling zitten er een paar, maar die ken ik niet echt.

De oudste, met die snor, is M Lepr�tre. Hij was eigen baas, maar ging failliet.

Als u de baas had gekend, had u dat wel begrepen.

- Zult u hem missen? - Dat geef ik wel toe.

- Gaf hij u cadeautjes? - Ik kreeg nooit geld.

Maar hij zag een keer een sjaal in een winkel liggen.

Die wilde hij me toen geven, zomaar. Het was niet eens Kerstmis.

Daar boven zit M Noblet.

Dank u wel, en tot ziens.

Ik hield me niet met z'n priv�leven bezig.

Wel met z'n inkomsten, z'n aandelen en de financi�n van het bedrijf.

U was dus z'n rechterhand.

- Werkte u al lang voor hem? - Ver voor deze kantoren er waren.

En gaat u hem vervangen?

Dat is een moeilijke vraag. Ik leid de verkooppunten en de depots.

Ik heb 40 mensen onder me werken, en een twintigtal vertegenwoordigers.

Het bedrijf is geen NV. M Chabut was de eigenaar.

Er is geen testament. Het bedrijf gaat naar z'n vrouw, Jeanne Chabut.

- Hebt u een goed contact met haar? - Ik ken haar niet echt.

- Hoeveel vrouwen werken er voor u? - Pardon?

- Hoeveel vrouwen hebt u in dienst? - Dat weet ik niet.

M Noblet, ik veronderstel toch...

- dat u wilt dat we de dader aanhouden. - Uiteraard.

Wilt u er dan voor zorgen...

dat we naam, adres en leeftijd krijgen van iedereen die hier werkt.

U hebt me nog niet verteld wat u van Mme Chabut vindt.

Het is een intelligente vrouw. Verder niets.

Bij dergelijke vrouwen voel ik me ongemakkelijk.

Ze bekijken je zoals je een diamant beoordeelt...

- om te zien of hij de investering waard is. - Ik begrijp het.

- Hoeveel karaats bent u, volgens haar? - Ze denkt vast dat ik namaak ben.

- Heb jij iemand zien vertrekken? - Nee, ik kom net aan.

- Is de Sprinkhaan niet teruggekomen? - Ja, ik heb haar bij de typistes gezien.

- Ben je nog iets wijzer geworden? - Nee, niets.

- Ze zijn een beetje koket, wel prettig. - Maar we zijn hier niet voor de lol, hoor.

De kassier werkt er pas 5 maanden. Daarvoor werkte hij in een leerzaak.

- En die andere? - Lepr�tre? Niet erg spraakzaam.

Hij werkt hier al 13 jaar. Chabut vertrouwde niemand.

- Heeft Chabut hem te gronde gericht? - Kan. Of hij was geen goede zakenman.

Bij zulke mannen heeft iedereen wel een reden om hem te vermoorden.

Vreemde mensen hier.

Niemand heeft de waarheid gesproken.

Ze lijken allemaal iets te verbergen, behalve de Sprinkhaan. Maar dan nog...

- Wat vind jij van haar? - Sympathiek, direct.

Ik heb de indruk dat ik al gevolgd word sinds we in het magazijn waren. Jij niet?

Een bewonderaarster? Ze houden daar van grote mannen met gezag.

Dat zal het zijn. Kom, we gaan.

Je moet meekomen, Stiernet.

Sta op.

Ik heb lekker geslapen. Minder koud dan op het station.

Ga daar maar zitten.

- Koffie? - Graag.

Dit heeft Mme Chabut laten brengen voor de commissaris.

Misschien is hij er nog net.

Dan gaan we maar weer verder, Stiernet.

Ik heb goed nieuws. Je oma is niet vermoord met jouw kaliber. Je speeltje.

- Hoe zit het met die schaar van je? - Een echt junkenwapen.

- Ik knip er m'n nagels mee. - En val oude vrouwtjes aan.

- Ik heb geen schaar gebruikt. - De pook dan?

Met hoeveel man hebben jullie het gedaan?

Met hoeveel? Hoezo? Waarom denkt u...

Je komt een hand te kort om een pistool, schaar en pook vast te houden.

Ik hoor je ineens niet meer.

Heb jij de lijst?

- Heb je ook een kopie? - Die heeft Lorenzi.

Hij gaat na waar iedereen was toen Chabut werd vermoord.

Jij gaat terug naar het bureau om hem te helpen.

Doe een beetje tactvol.

Kijk nou toch.

- Wat een verrassing. - Ach ja, het leven gaat door.

Blijf daar niet staan.

- Vertel het eens. - Ik ken er een stuk of twee, drie.

- Wie dan? - Aubin, de bankier. Hij is heel discreet.

Komt hij vaak?

Twee, drie maal per maand, altijd met dezelfde vrouw.

- Zijn ze Chabut ooit tegengekomen? - Welnee, ik zorg dat dat niet gebeurt.

Misschien heeft hij hem op straat gezien of z'n auto herkend.

- En kwam z'n vrouw hier ook? - Ja, met M Ren�.

Wie nog meer?

Antoinette Legendre, de vrouw van die industrieel. Een keer of vier, vijf.

- Altijd met Chabut? - Ja.

Haar man ken ik niet, maar wie weet gebruikt hij een andere naam.

Dat doet de minister ook. Hij noemt zich M Louis, maar iedereen herkent hem.

En hebt u z'n vrouw al eens gezien samen met M Chabut?

Met hem en met andere mannen. Die vrouw moet de hele wereld verleiden.

Wie kwamen er ook op woensdag, net als Chabut?

Niemand heeft een vaste dag. Ze bellen vlak van tevoren even op.

Maar iemand wist toch dat hij er was en heeft hem buiten opgewacht.

Dat is interessant.

Had M Noblet misschien toevallig een afspraak met Mme Chabut?

Hij wist niet eens dat ze er was. En zij ook niet.

Hij komt hier ��n maal per maand met een fotomodel.

- Komt Jeanne Chabut hier vaak? - Nee, dat niet.

Grappig, u lijkt zo precies op een onderwijzeres, met die bril.

Dat stelt uw klanten, of leerlingen, vast op hun gemak.

- Ga uw gang. - Dank u. Waar moet dit naartoe?

- Ik stoor u toch niet? - Het is vreemd om u daar te zien zitten.

- Het lijkt wel of u een brief wilt dicteren. - Ik had zin om weer langs te komen.

- Hebt u iets nieuws ontdekt? - Ja en nee.

Ik heb een paar vragen voor u. E�n is vooral belangrijk.

Wie wisten er woensdag dat u samen naar Mme Blanche zou gaan?

Als Ren� een minnares had, wilde hij dat iedereen daarvan op de hoogte was.

- Dus u vertrok altijd samen? - Ja, en iedereen herkende z'n auto.

- Dus M Noblet wist er ook van? - Ongetwijfeld.

- Is hij bevriend met M en Mme Chabut? - Noblet is met niemand bevriend.

Als ze elkaar tegenkwamen, deden ze kil. Ze vertrouwde hem niet.

- Waarom? - Omdat hij z'n plaats wilde innemen?

En vice versa: Zij kon hem er ook uit werken.

Wat was eigenlijk precies uw taak?

Dat hing ervan af. Op sommige dagen zag de baas me niet staan.

Maar soms trok hij m'n rok omhoog en bedreven we de liefde op het bureau.

Ik werd betaald om klaar te staan.

Had u daar genoeg aan?

Hebt u M Noblet weleens bij Mme Blanche gezien?

Kunt u zich voorstellen dat hij daar komt?

- M Noblet kan u helaas niet ontvangen. - Zeg 'm dat commissaris Maigret er is.

Ik had u wel herkend, maar ik weet niet waar M Noblet is.

Ga hem zoeken en zeg dat ik hem op het bureau wil ondervragen, om 18 uur.

- Wie heeft je op het idee gebracht? - Ik wilde haar niet vermoorden.

Je hebt ten eerste je speelgoedpistool op haar gericht.

Je krijgt echt niks, hoor.

Geef antwoord.

- Mag ik roken? - Mag hij roken?

Hij zegt nee. Je hebt je wapen op haar gericht.

Maar dat deed haar niks. Ze zag dat het een speelgoedpistool was.

Toen ging ze haar schaar halen.

We zijn eruit. Je bent haar gevolgd en hebt haar in de rug geschoten.

- Ik heb in de lucht geschoten. - Maar je hebt dus geschoten.

We zijn al wat verder. Die knul is best redelijk.

- Is hij hier al lang? - Drie kwartier.

Dat moet genoeg zijn.

M Noblet. Het spijt me dat u moest wachten. Ik wist niet dat u er al was.

We gaan zo. Dat is korter.

Zo kunt u ook eens achter de coulissen kijken hier.

U hebt me laatst niet alles verteld.

- Ik begrijp niet wat u bedoelt. - Jawel, dat weet u heel goed.

- Uw afspraken bij Mme Blanche. - Dat heeft niets met m'n werk te maken.

Wilt u een broodje? U hebt vast niet gegeten en het kan even duren.

Ik heb geen trek, dank u.

Dan hervatten we ons gesprek in onthouding, als daarvan al sprake is.

Wat is uw relatie tot Jeanne Chabut?

Zoals ik al zei: zuiver beroepsmatig. We ontmoetten elkaar trouwens zelden.

Maar dan wel in het bordeel. Dat is toch vreemd.

Dat was haar idee. Ze wilde naar een discrete gelegenheid.

Dat is wel logisch.

Bij haar thuis, terwijl haar man net in z'n kist ligt, dat is niet erg kies.

U begrijpt er niets van. Het was een zakelijke afspraak, niet om...

- Het was puur zakelijk. - Legt u dat eens uit.

We moesten een financi�le overeenkomst bereiken.

We mochten elkaar niet echt graag en waren bezorgd om de toekomst.

- U moest elkaar nodig leren kennen. - Precies.

Maar er is nooit iets onguurs of seksueels tussen ons geweest.

Het was een diplomatieke toenadering.

Zolang Chabut leefde, was er geen machtsstrijd.

Nu hij dood is, kan zoiets gevaarlijk zijn.

Is die afspraak naar tevredenheid van beide partijen verlopen?

We hebben een verbond gesloten.

Maar de vraag is van wanneer die overeenkomst dateert.

Na de moord op Chabut, of ver daarvoor?

Wat bedoelt u daarmee?

Portret van de Wijnverkoper.

- Hij heeft hem wel goed getroffen. - De moordenaar ook.

- Zwart staat u goed. - Een compliment of een dreigement?

Een troost.

Fijn dat u naar de uitvaart bent gekomen.

M'n man herkende zich er niet in. Ik vind hem erg mooi.

- En een beetje minder aanwezig. - En minder smakeloos.

Hij zou goed staan in de nieuwe kantoren: Portret van de Stichter.

Het was druk bij de begrafenis. Kende u iedereen?

De mannen wel. De vrouwen kende ik niet allemaal.

Heb jij de lijst? We kunnen niet iedereen plaatsen.

Lucette Poupard. Dat is de derde vrouw van mr Poupard.

- Mme Boitel, of liever haar man. - Dat is een groot couturier.

Die arme Simone fungeert als moeder voor al z'n vriendjes.

En Noblet?

Hij zag er bedroefd uit. Of eerder alsof hij zich ongemakkelijk voelde.

Maar bij hem weet je het nooit. Hij heeft een ondoorgrondelijk gezicht.

Hij is koudbloedig.

Dat lijkt me geen compliment.

Mag ik?

Hoe gaat het tussen u en Noblet?

- Het liep nooit glad, maar nu is het erger. - U ontmoet elkaar op vreemde plekken.

- Waarom denkt u dat ik met hem was? - Ik heb hem gezien en hij gaf het toe.

Allemaal heel netjes. U was daar om een financi�le regeling te treffen.

Maar afgezien daarvan:

Volgens Noblet heeft hij geen enkele interesse voor u.

Die man heeft wel lef.

Ik heb twee of drie keer met hem afgesproken bij Mme Blanche.

Hij had niet zo vaak plezier. Hij mag me wel dankbaar zijn voor alle moeite.

- Om hem tot uw minnaar te maken? - Terwijl ik bepaald niet van hem houd.

- Waarom doet u dat dan? - Omdat ik bang voor hem ben.

Op die manier bestrijd ik m'n angst.

Hij heeft veel geld verdiend voor m'n man en zich onmisbaar gemaakt.

Maar Ren� kon tegen hem op.

- U niet? - Nu misschien wel.

In bed ben ik de dominante. Ik wil graag dat dat zo blijft. In het bedrijf, dan.

- Ik begrijp dat u het wilt gaan leiden. - Ja, met behulp van hem, in het begin.

Niet alleen mannen houden van macht. Ik lijk eigenlijk veel op Ren�.

Dat valt wellicht fout bij Noblet. U weet wat uw man is overkomen.

- Verdenkt u Noblet? - Waarom niet?

Nee, hij had hem niet vermoord.

Hij had hem te gronde gericht, geld verduisterd, hem geru�neerd.

Maar hij is niet tot moord in staat.

Alleen misschien niet.

- Waar gaan we nu heen? - Naar de loodsen in Bercy.

- Ik ga wel lopen. Ik zie je daar. - Dan had ik ook niet hoeven wachten.

Juffrouw, wilt u even meekomen?

Daar, bij die tonnen. Ziet u wel?

- Die clochard? - Volgens mij is hij dat niet.

- Kent u hem? - Ik heb hem nooit gezien.

- Weet u dat zeker? - Ja, echt waar.

Dames, wilt u even snel hier komen?

Kent u die man daar?

- Nee, ik niet. Jij wel, Louise? - Ik ken hem niet.

- Waarom zegt u niets? - Je ziet het gezicht niet goed.

Ik herken hem op deze afstand niet.

Rij daarheen. Als je een man in een regenjas ziet, houd je hem tegen.

Ik neem de andere kant.

- Wie achtervolgen we nou? - Een spook.

Daar heb je die man. Stop eens. Dat is de man met de regenjas.

Waar is hij nou?

- Hij stond daar. Ik heb hem zelf gezien. - Ik zag niemand.

Hij keek me zelfs aan.

Ik droom zeker.

Ga toch weg met die paraplu.

Wie was dat? Ik schrijf het even op.

U hebt bezoek: Jean Luc Caucasson. Hij wilde u persoonlijk spreken.

De kunstuitgever. Hij staat op Blanches lijst.

- Heb je inlichtingen over hem gewonnen? - Dat heb ik aan Lambert gevraagd.

Alstublieft, net nieuw.

- Kent u Mme Blanche? - Ja, ik ben weleens bij haar geweest.

- Met wie? - Jeanne. Jeanne Chabut.

Haar man is er vaste klant. Ze wilde er zelf eens kijken.

- Bent u haar minnaar? - Een tijd geleden wel.

Waarom bent u naar me toe gekomen?

Ik wilde u vragen of u misschien brieven hebt gevonden.

Meg, m'n vrouw, schrijft alles op wat in haar opkomt.

Ze heeft vrij lang een verhouding met Ren� gehad.

Begrijp ik het nu goed?

Uw vrouw had een verhouding met Chabut en u met Mme Chabut.

- En hebt u ook brieven geschreven? - Drie � vier.

- Aan Jeanne? - Nee, aan Ren�.

Om u te beklagen over z'n avontuurtje met Meg.

Nee. Als kunstuitgever heb je een zeer speciale klantenkring.

De kostprijs van een boek is heel hoog.

Een uitgave vertegenwoordigt een hoog bedrag.

Daarom hebben we kunstbeschermers nodig. Liefde voor kunst wordt schaars.

Ik leef helemaal met u mee. Was Chabut een van uw beschermers?

Hij was rijk. Ik dacht dat hij me wel kon helpen.

Hebt u hem dat geschreven?

- En hij was de minnaar van uw vrouw. - Dat heeft er niets mee te maken.

Gaat u alstublieft zitten, M Caucasson, Ik word duizelig van u.

Ik wist dat u het niet zou begrijpen. Je stuit altijd op die burgerlijke moraal.

Als het had gemoeten, had ik me tot een bankier gericht.

Stond er iets in die brieven waar u nu spijt van hebt?

Het zou verkeerd opgevat kunnen worden.

Door mensen die niet tot uw milieu behoren en minder ruimdenkend zijn.

Die denken wellicht aan chantage. Dat is het toch? En heeft hij betaald?

Nee, hij heeft me afgewezen. Dat had ik van hem niet verwacht.

- Was hij hard? - En neerbuigend, zeker in het openbaar.

Ik zeg het in alle eerlijkheid.

Hebt u hem daarna nog gezien?

Twee maal. Meg en ik werden nog steeds uitgenodigd.

Bent u er dan heen gegaan? U vergeeft uw schuldenaren wel.

Hebt u die brieven nou gevonden?

Bent u in het bezit van een automatisch pistool, een 6.35?

Er ligt al jaren een wapen in m'n la, ik weet niet welk kaliber.

- Ik weet niet eens hoe het werkt. - Zo heeft ieder z'n vak.

Het gaat om de zaak Chabut, heren.

- Is Paul al klaar? - Nee, maar het is wat lastig.

Wat moet dat worden als hij tegenover een hoofd van de maffia staat?

- Hoe staat het met de alibi's? - Ze hebben er allemaal wel een.

De minister was bij een premi�re. Dat stond in de krant en z'n vrouw was erbij.

Dokter Roux, Caucasson en Boitel waren daar ook, met hun vrouw.

- Dat zijn er vier. - De rest was op de wielerbaan.

Daar was de verkiezing van Miss Leder.

- Wat heeft fietsen met leer te maken? - Het zadel? Je moet reclame maken.

Volgens Mme Chabut zou de lijst nog veel langer kunnen zijn.

Goed, we gaan helemaal opnieuw beginnen.

- We gaan brieven zoeken en uitpluizen. - Welke brieven dan?

Die Chabut gekregen heeft, natuurlijk.

Van vrienden, van vijanden. Weet ik veel.

Van bedrogen echtgenoten. Dat kan nog leuk worden.

- Heeft Caucasson hem geschreven? - Om hem te chanteren.

Het staat er netter, maar de bedoeling is duidelijk.

Waarom heb ik daar niet aan gedacht? En jullie hebben ook niks gezegd.

- Maar waar zijn die brieven dan? - In een kluis, lijkt me.

Maar niet gaan bellen. Morgen gaan we naar z'n huis, zonder te waarschuwen.

Schiet maar op.

Met wie spreek ik?

Hij was een schoft.

Een smeerlap.

Waarom schrijven de kranten dat niet?

Hebt u hem goed gekend?

Hij maakte mensen zwart, kapot. Weet u hoe hij vrouwen behandelde?

Niemand zal om hem treuren. Z'n moordenaar verdient een medaille.

Wilt u niet hierheen komen?

- Ben je niet iets vergeten? - Schiet op nou.

Toen ze die schaar pakte, werd ik bang en heb ik haar geslagen.

Ik weet niet hoe vaak. Ik wilde dat ze die schaar losliet.

Ik was mezelf niet.

De schaar viel en toen ben jij de pook gaan pakken.

- Toen was je weer bij. - Ik heb die pook niet gebruikt.

Wie dan wel? De mepspoken?

- Mevrouw slaapt nog. - Ga haar wekken.

- Wat is er aan de hand? - Ik wil de kluis van uw man zien.

- Die hebt u toch zeker wel? - Ja, achter z'n portret, dat schilderij.

Kom.

Hebt u de sleutel?

Deze vond ik in een van de zakken van de kleding die hij woensdag droeg.

- De combinatie weet ik niet. - Hebt u enig idee?

- Uw verjaardag, uw trouwdag? - Dat is veel te sentimenteel.

U wilt me toch niet vertellen dat u niet geprobeerd hebt de kluis te openen.

- Toen u de schilderijen omwisselde. - Nee, dat wilde ik na de uitvaart doen.

Goed, uitstekend.

Bel maar een slotenmaker, Lorenzi.

10, 70, 90.

- Is hij al lang leeg? - Ik weet niet wat u zoekt.

Z'n priv�correspondentie. Gaat u zich aankleden. U gaat mee.

- Gaat u me aanhouden, of aanklagen? - Wegens het achterhouden van bewijs.

Maar eerst gaan we naar Bercy. Ik heb u nodig als erfgename.

Contanten, chequeboekjes, facturen, postzegels, verder niets.

Waar heeft hij z'n priv�papieren gelaten? In het bijzonder z'n brieven.

Hij stopte z'n brieven in z'n zak of verscheurde ze.

Wie had er een sleutel?

De opzichter, M Lepr�tre, de kelderknecht, en ik. Verder niemand.

Ik weet niet eens of de baas er een had.

De boekhouder die hier eerst werkte, heeft een sleutel gehouden.

Dat heb ik M Chabut gemeld, maar ze hebben alleen de combinatie veranderd.

Is hij ontslagen?

Om welke reden?

Hoelang is dat geleden?

Ik was erbij toen hij hem ontsloeg. Dat had ik liever niet gezien.

Ren� kwam uit Noblets kantoor en riep de boekhouder bij zich.

Had Noblet ontdekt dat er een probleem met de boekhouding was?

En toen?

Toen de boekhouder er was...

zei Ren� tegen hem:

'Ga daar in het licht zitten. Ik wil mensen goed kunnen zien.

Hoe gaat het met u?'

De boekhouder was heel verlegen. Hij voelde zich ongemakkelijk.

Hij zei dat het goed met hem ging.

Ren� vroeg hoe het met z'n vrouw ging. Of ze haar werk leuk vond.

Kende hij haar? Hij kon zich toch niet verdiepen in al z'n werknemers?

Hij wist nog dat ze in een herenmodezaak werkte.

De boekhouder zei dat ze er niet meer werkte. Ren� zei dat dat jammer was.

Want u bent ontslagen en krijgt geen attest mee. U krijgt nooit meer werk.

Hoe vatte hij dat op?

Die arme man zat op het randje van z'n stoel.

Hij was zo bang dat hij niet meer wist wat hij moest.

Ik dacht dat hij zou gaan huilen.

- Had hij hier toen al lang gewerkt? - 15 jaar.

Had hij veel gestolen?

3845 franc in 3 jaar. Maandelijks kleine bedragen.

Hij was totaal weerloos. Ren� had volkomen lak aan hem.

Hij zat vol minachting.

Hij noemde hem een deerniswekkend figuur.

Dat waren zijn woorden.

En toen...

Ja?

Ren� zei dat hij moest opstaan. Ik had bijna gegild.

De boekhouder gehoorzaamde en Ren� ging naar hem toe.

Dit is omdat u me belazerd hebt, stuk vuil dat u bent.

Maar wat nog erger is: U bent een stomkop.

Rustig maar.

Neem me kwalijk. Dat kwam er in het vuur van het verhaal zomaar uit.

U had al begrepen dat Ren� hem een klap verkocht heeft.

En toen? Is die boekhouder toen weggegaan?

Wat had hij anders moeten doen?

Waarom zegt u z'n naam niet? U zegt steeds 'de boekhouder'.

Gilbert Pigou.

Dat is de man die ik u en uw vriendinnen laatst heb laten zien.

Bedankt voor het vertrouwen.

Hebt u de vrouw van Pigou al eens gezien?

Ze was een maand geleden hier. Ik had niet verwacht dat ze zo innemend was.

Pigou is zo ontzettend... ik weet het niet. Saai.

Heeft Chabut haar ontvangen?

Hij was in z'n kantoor. Ze wilde weten of haar man hier nog werkte.

Had hij haar dan niet verteld dat hij was ontslagen?

Hij was elke morgen gewoon van huis gegaan.

Drie maanden lang heeft hij gewoon z'n salaris afgestaan.

Op een dag kwam hij niet meer terug. Hij was toen al een maand verdwenen.

Hoe ging het tussen Mme Pigou en Chabut?

Hij nam haar van boven tot onder op en zei tegen haar:

Uw man is een gemene dief.

Ik weet niet hoe hij die drie maanden aan geld is gekomen.

Ren� haalde z'n portefeuille uit z'n zak.

Ik moest ze alleen laten.

Ik vermoedde wel wat er ging gebeuren.

Ik ben een luchtje gaan scheppen.

Een half uur later zag ik haar weggaan.

Toen zag ze er zo uit.

- Wie is daar? - Ik zoek Liliane Pigou.

Een ogenblikje.

- Wat verkoopt u? - Niets, ik ben commissaris Maigret.

Let u niet op de janboel. Ik was niet lekker en lag te rusten.

- Gaat het over m'n man? - Ja en nee.

- Hebt u iets van hem gehoord? - Helemaal niets.

Gaat u zitten.

Wanneer is hij precies vertrokken?

Twee maanden geleden, op de dag dat hij z'n salaris zou afdragen.

Bent u al lang getrouwd?

Acht jaar.

Hij kwam toevallig de winkel binnen waar ik werkte, om een das te kopen.

Hij deed lang over z'n keuze, omdat hij onder de indruk was.

Toen ik 's avonds wegging, is hij me achterna gelopen.

Hij is me wel vier, vijf keer nagelopen voor hij me durfde aan te spreken.

Dat is wel iets voor hem.

- Was u verliefd op hem? - Bestaat dat? Ik geloof daar niet zo in.

Hij was aardig, maar hij maakte zich nooit druk.

Ik wilde trouwen, dus hij kwam van pas.

Was u niet bezorgd toen hij wegbleef? Hij zou toch niet vreemdgaan.

Nee, helemaal niet. Ik heb naar z'n werk gebeld.

Iemand zei dat hij hem al een tijd niet gezien had. Toen belde ik de politie.

- Weet u niet waar hij is? - Nee, ik hoopte dat u me kon helpen.

Hebt u echt geen idee waar hij zich zou kunnen verschuilen?

Ik weet het niet.

Hij heeft geen vrienden in Parijs.

Maar hoe heeft hij het dan volgehouden...

- om u geld te geven? Had u spaargeld? - We zitten in de schulden.

De koelkast is nog niet eens afbetaald.

Maar ze kunnen hem zo meenemen. Er zit toch niks in.

- Hebt u telefoon? - Dat wel, maar ik ben afgesloten.

Dat is jammer.

Heeft uw man een fiets?

- Daar zie ik hem echt niet op rijden. - Ik wel.

Weet u waarom hij is ontslagen?

Ik geloof dat hij met de boeken had geknoeid.

- Had hij een minnares? - Nee.

De laatste drie jaar had hij elke maand 50 franc gepakt, voor u.

- Dat was dus z'n salarisverhoging. - Precies.

- En met Kerst... - Die 500 franc kerstgratificatie.

Wat een stomkop. Daar is hij goed mee opgeschoten.

Ik hoop dat hij ander werk heeft gevonden.

Dat zou me verbazen.

Hoezo?

- Ik heb hem op straat zien lopen. - Hoe zag hij er uit?

Als een vermoeid man die die nacht niet in een bed heeft geslapen.

Maar waarom zoekt u hem? Z'n baas zou hem niet aanklagen.

- Is hij van gedachten veranderd? - Nee, Ren� Chabut is vermoord.

Afgelopen woensdag, voor een bordeel.

Heeft uw man een pistool?

Ja, die had z'n neef hem gegeven toen hij in militaire dienst zat.

Maar hij heeft nooit geschoten.

Ligt het misschien nog hier?

Nee, hij heeft het vast meegenomen.

Volgens mij zaten er geen patronen bij.

Zou hij z'n baas hebben kunnen vermoorden?

- Chabut was heel grof geweest. - Dat verbaast me niets.

Heeft Ren� Chabut u geld gegeven?

- Waarom vraagt u dat? - Ik kan me indenken wat er gebeurd is.

- Dan hebt u veel verbeeldingskracht. - Ik weet hoe hij met vrouwen omgaat.

Bedoelt u dat hij alle vrouwen op dezelfde manier behandelt?

- Heeft hij 'n nieuwe afspraak gemaakt? - Hij heeft m'n nummer opgeschreven.

- Maar heeft hij u niet meer gebeld? - Misschien wel.

Maar de telefoon gaat niet alleen voor hem over. Tenzij hij kan toveren.

- U hebt nog niets gezegd over dat geld. - Hij heeft me 1000 franc gegeven.

- Hoe redt u het sindsdien? - Ik doe wat ik kan.

Ik reageer op advertenties, maar dat heeft nog niets opgeleverd.

- Bedankt voor de ontvangst. - Houdt u me wel op de hoogte?

Als hij iemand heeft vermoord, kan ik vast van hem scheiden.

Dat zal wel. Tot ziens.

We gaan ons ergens anders op richten.

Laat die alibi's en brieven maar zitten.

Jullie weten dat iemand bijzondere interesse heeft voor deze zaak.

Hij is intelligent. Hij weet altijd waar ik heen ga.

Ik kom hem overal tegen, maar hij glipt me steeds door de vingers.

Sinds vanmiddag weet ik wie hij is en wat z'n verhaal is.

Hij heet Gilbert Pigou en hij is de oude boekhouder van de wijnverkoper.

Ik ben er erg op gebrand hem te pakken te krijgen.

Hij wil weten hoe het onderzoek verloopt.

We gaan alle plekken zoeken waar hij zou kunnen opduiken.

Maar pas op: Ik heb geen enkel bewijs dat hij z'n baas vermoord heeft.

Hij is gewapend, maar ik verwacht niet dat hij zal schieten.

Schrijf het adres van z'n vrouw op, Bornic.

Rue Froidevaux 57, in het 14e district.

Neem twee man mee en stel je verdekt op voor haar deur.

Feret, jij gaat met je mannen naar de woning van Chabut.

Ik heb iemand nodig op het hoofdbureau.

Lorenzi, jij neemt ook twee man mee die elkaar aflossen.

Pigou heeft me vaak voor het hoofdbureau gezien en me zelfs gebeld.

- Zal ik naar de pakhuizen gaan? - Ja, neem ook twee man mee.

Ik wil niet dat hij nog een keer ontsnapt.

- En een ploeg bij u voor de deur? - Je hebt gelijk.

Dat doe jij, Torrente.

Dit is z'n signalement: Nogal klein, 1.70 meter hoogstens...

rond gezicht, gekleed in een versleten regenjas en met een dito hoed.

Hij rookt sigaretten. Hij is roodharig en draagt een bril.

Ik blijf hier om alle informatie te co�rdineren.

Nog ��n ding: Wat er ook gebeurt, ik wil niet dat jullie op hem schieten.

- En als hij als eerste schiet? - Ik zei: Wat er ook gebeurt.

Hij schiet toch niet. Ik wil hem levend en in goede staat oppakken.

Met Simoni. We hebben een spoor van Pigou.

Twee weken geleden had hij 'n kamer in de Rue de la Grande Truanderie.

- Bij een huisjesmelker? - Ja, hij laadde 's nacht vrachtwagens uit.

Ga door met zoeken.

Ze vragen zich hier af waarom we geen razzia houden.

Je hebt toch wel gezegd dat ze discreet te werk moeten gaan?

Bel me maar terug.

Het is wel heel ingewikkeld.

Je was bang dat ze je de ogen zou uitprikken.

Je wilde je verdedigen en toen dacht je aan de pook.

Toen zag ik de pook.

- Dat was dus noodweer. - Ja. Ik weet het niet.

- Had je de pook van huis meegenomen? - Nee, hij stond naast de schoorsteen.

- Toen je 'm haalde, vocht je met je oma. - Je bent alomtegenwoordig.

Had je de deur opengelaten voor die vriend van je?

- Welke vriend? - Die hiernaast zit.

- Ren� Grangier, je slechte geweten. - Die was er niet bij.

Die zal het wel met je eens zijn.

Ben je bang voor hem? Heeft hij alles bekokstoofd?

- Dan heb jij je oma niets aangedaan. - Hij heeft er niks mee te maken.

Dat gaan we hem dan maar vragen.

Is hij het?

- Kent u hem? - Ja, hem kennen we heel goed.

Hij gebruikt niet. Hij dealt en laat anderen creperen.

- Was je bij Stiernet? - Ik wist niet dat hij een oma had.

Natuurlijk niet, ze gebruikt geen drugs.

Regel maar een confrontatie, maar zorg dat ze niet slaags raken.

Lachenal zou het best vinden als dat zou gebeuren.

Commissaris.

- Ik heb 'm. Hij zit in de val. - Verlies hem niet uit het oog.

- Heeft hij je gezien? - Nee. Ik bel u nog terug.

Ze bloedde en je wilde haar niet laten lijden. Toen heb je haar afgemaakt.

- Dat zei je toch. Stiernet? - Ik maak je kapot.

Maak je handen toch niet aan hem vuil.

Waar is hij? Voor m'n huis?

Laat hem maar komen. Hij komt zeker naar boven.

Gaat hij naar binnen? Blijf waar je bent.

Word er geklopt? Niet opendoen. Hij gaat wel weer weg.

Maak je maar geen zorgen. Ga maar weer naar bed en slapen.

Hij zoekt me. Het gaat nu snel.

Zie je hem? Ik zal Lorenzi bellen.

Ik heb het begrepen. Kleine man in een regenjas.

- Heeft Lorenzi u gewaarschuwd? - Laten we hem zomaar door?

Iedereen moet hem met rust laten. Ga daar weg, u schrikt hem af.

- Hij is beneden. - Wat doet hij?

Hij aarzelt. Nu is hij binnen. Hij gaat naar boven.

Blijf daar. Hij vindt het wel.

Ik had u al verwacht.

Gaat u zitten, M Pigou.

Hebt u het niet koud?

Het is 's nachts niet warm. Het is vooral die wind.

Trek uw regenjas maar uit.

Kijk.

Daar krijgt u het weer warm van. Ga toch zitten.

Zet uw hoed maar af. Hij is doorweekt.

Bent u bij m'n vrouw geweest? Ik ben u gevolgd.

- Gaat het niet slecht met haar? - Ik geloof het niet.

Waar leeft ze van?

Ze is bij Chabut geweest. Die heeft haar 1000 franc gegeven.

Nog een dreun.

Was dat nooit eerder gebeurd, toen u nog bij elkaar was?

Jawel. Ik heb een keer gezien dat ze aan de arm van een man liep.

Toen ik ernaar vroeg, verweet ze me van alles.

Ik had haar niet het leven gegeven dat ze had verwacht.

Zij was jong, en ik kwam elke dag moe thuis uit m'n werk.

's Avonds draaide ik me altijd meteen om.

Ze moest me altijd meeslepen naar de bioscoop.

Zelfs in bed was ze teleurgesteld. Enzovoort.

Ik ben met de boeken gaan sjoemelen.

Was u niet bang dat ze u zouden betrappen?

Ik zat lekker rustig in m'n hoekje en begon in m'n eigen leugens te geloven.

- En toen, die dag in juni... - Moest u bij Chabut komen.

Ik was nog nooit geslagen, zelfs als kind niet.

Ik ben stokstijf blijven staan.

Had hij de politie maar gebeld.

- Wat hebt u daarna gedaan? - Gelopen, gedronken.

Ik was doorgedraaid.

Hoe bent u erin geslaagd dat geld te krijgen in de maanden daarna?

Ik had de sleutel van de kluis nog. Zondags deed ik een greep in de kas.

Ik durfde niets tegen m'n vrouw te zeggen. Ik hoopte werk te vinden.

Maar zonder attest ging dat inderdaad niet.

- Haatte u hem? - Ja.

Als er geen geld meer was, zou Liliane bij me weggaan.

- Vond u dat nog belangrijk? - Ik geloof van wel.

Ik was heel verliefd op haar.

Nu weet ik het niet meer. Ze is een vreemde voor me geworden.

En u bent Ren� Chabut blijven achtervolgen.

Was u gewapend?

Voor als ik zelfmoord wilde plegen.

- Bent u in de verleiding gekomen? - Enkele malen, vooral 's avonds.

Maar ik was bang. Ik ben altijd bang geweest voor de schoten en de pijn.

Chabut had gelijk. Ik ben een lafaard.

Mag ik even?

Het is goed, Lorenzi. Je kunt de anderen waarschuwen.

Kom maar naar boven, ja.

U weet dat ik uw verhaal tegen u kan gebruiken.

- U zult een advocaat nodig hebben. - Ik ken geen advocaten.

- Ik zal u een paar namen geven. - Dank u wel.

- Op uw gezondheid. - Proost.

Cognac zal ik voorlopig niet drinken. Ik krijg vast een hoge straf.

Dat weet ik niet.

- Wanneer bent u op het idee gekomen? - Nooit, en voortdurend.

Ik zei steeds: 'Ik vermoord hem'. Maar dat betekende niets.

Maar als ik hem zag met dat mooie leventje van hem...

En ik was bang voor razzia's of het ziekenhuis.

Er moest iets gebeuren. Ik heb geschoten zonder te richten.

Ik wilde op de politie wachten, maar ik was bang voor de klappen.

M'n inspecteurs zijn niet zo grof. Ze slaan niet.

Laat hem eerst een paar uur slapen.

Bedankt voor de cognac, en voor alles.

Wilt u ons maar volgen?

Is het gelukt? Hebben ze bekend?

Ik wist meteen dat hij niet alleen was.

Je ziet dat het loont om rustig te blijven.

Hebt u die Vin des Moines al geproefd? Hoe zou hij smaken?

Heel middelmatig. Ik heb in het pakhuis geproefd. Geef mij maar beaujolais.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.