All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 34 - Maigret et la croqueuse de diamants.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Laat u maar. We gaan wel lopen.

De bagage moet naar het schipperscaf�.

Hebt u zich voorgesteld?

Spraakzaam zijn ze niet. Dat belooft wat.

Wat een plek om dood te gaan.

- Nog even, en we hadden haar gepakt. - Met de juwelen uit de Rue Vignon.

Maar wat kwam ze hier doen?

- Welkom, commissaris. - Hallo. Inspecteur Lachenal.

- Hoe lang wachten ze al? - Sinds het lijk is gevonden.

Volgens Interpol werd het slachtoffer door u gezocht.

De sluis is dicht, niemand mag weg.

Ze mogen alleen hun paarden laten lopen.

We hebben het lijk niet aangeraakt. Laten we maar snel kijken.

Logisch dat ze zoveel mannen strikte.

Gegroet, commissaris. Ik ben de arts van de S�curit�.

Dit is grondig aangepakt. De dader had er zin in.

- Waarin? - Om te doden.

Hij is bepaald niet zachtzinnig te werk gegaan.

- Haar nekwervels zijn gebroken. - Hoe bedoelt u dat?

Als hij zachter had geknepen was ze ook dood geweest.

Zo te zien is ze niet beroofd.

- Maar de juwelen zijn er niet. - Het ziet er niet uit als een roofmoord.

Het lijkt eerder op een moord uit hartstocht.

Bokser. H�, bokser.

- Is hij er? - Ga maar.

Zorg dat we niet tot kerst vastzitten.

Commissaris, hoe lang moeten we nog aan wal blijven?

- Stellen we ons niet voor? - Iedereen kent u.

- Ik praat namens mezelf en namens hen. - Wie bent u dan wel?

- Ik ben de bokser, althans dat was ik. - Je bent nog goed in vorm.

We moeten aan het werk, onze ruimen zijn vol. Laat ons niet te lang wachten.

Als je wilt dat het snel gaat, moet je hem z'n gang laten gaan.

Als u iets nodig hebt, sta ik tot uw beschikking. U weet waar ik zit.

- En als hij u lastigvalt... - Nee, dat zal niet gebeuren.

Wat mag het zijn?

- Een pilsje. - Twee.

Wat is er hier in de omgeving, behalve uw caf� en het kanaal?

Niets. Geen hotels, geen toerisme.

- Niets voor meiden zoals zij. - Wat voor meiden?

Moet ik u soms uw vak leren? Die meid was een...

M'n dochter.

- Blijf daar niet staan, Huguette. - Wat was ze dan?

Een hoer.

- Hebt u gebruik van haar gemaakt? - Nee, eerlijk niet.

Ik heb haar vanmorgen voor het eerst gezien en toen was ze dood.

Toch hebt u meteen uw conclusies over haar getrokken.

- Waar kwam dat heldere idee vandaan? - Geen idee, haar kleding.

Wij kleden ons hier niet zo, met zo'n tas, zo chic, en met zulke schoenen.

Wij halen het niet in ons hoofd om op hakken over het jaagpad te lopen.

Dan verzwik je je enkels. Ja toch?

Met hakken zo'n pad over, dat wil ik weleens zien.

En waar is dat goed voor? Het heeft geen zin om hier koket te zijn.

Eerlijk, we leven hier in alle rust. Zoiets is hier nog nooit gebeurd.

Het is vast haar eigen schuld dat ze dood is.

Degene die hier schuld aan heeft, is vooral de dader.

Is het hier 's nachts stil?

Is er de nacht van de moord geen motor te horen geweest? Niets?

Ze moet hier op de ��n of andere manier gekomen zijn.

Een paard zou ik desnoods niet gehoord hebben.

Een paard. Juist, dat is het.

Ze zag er echt uit als een amazone, met laarzen, een cap en een zweep.

Ze is in elk geval niet uit Brussel komen lopen.

Ze leek wel een engel die uit de hemel is neergedaald.

Een diamantenroofster bedoel je, ge�indigd in een stal in Waals-Brabant.

- We beginnen de dag met 'n opkikkertje. - Als u dat wilt.

Het schipperscaf�. Dat ziet er aardig uit.

- Ik wil iets drinken. Heb jij dorst? - Niet echt.

- Hebt u champagne? - Ja, die heb ik.

Mooi. Twee glazen.

Commissaris Maigret, recherche. Mag ik u iets vragen?

Waar was u vannacht?

Op het water.

En verder?

- Dat is niet van belang. - Voor mij wel.

- Waarom dan wel? - Er is vannacht een misdrijf gepleegd.

Zoals we al zeiden: Vannacht waren we een eind verderop, op het water.

We hadden vannacht een feestje.

Paul, breng jij een bezoekje aan de boot van deze heren.

- Met welk recht? - Laat maar, Willy.

Goed, ik ga.

Ziet u die mensen? Hun schepen zijn vol beladen. Er wordt op ze gewacht.

En op u?

- Dat treft. - Helemaal niet.

Niemand laat mij tegen m'n wil wachten.

- Maar als we u kunnen helpen... - Dat is precies wat ik van u verwacht.

Vertelt u om te beginnen maar of u deze vrouw bent tegengekomen...

toen u op het water was.

Maar dat is m'n vrouw.

- Uw vrouw? - Mijn vrouw, ja.

- Hoe lang al? - Sinds ons huwelijk.

Sinds een maand.

We gaan naar haar toe.

Herkent u haar?

U ook?

Dat is haar.

Gloria, zei ik tegen mezelf, je moet weg uit deze schuit, zoek het hogerop.

- Nu helemaal, wat dacht je. - Hoezo nu?

Nu je vertelt dat Marie dood is.

- Kon je goed met haar opschieten? - Nee, daar gaat het niet om.

Ze was de enige die niet steeds dronk, die niet achterlijk was.

- Zij wilde ook rijk worden, net als ik. - Heeft ze je dat verteld?

Dat soort dingen voel je aan. Wil je m'n haar even omhooghouden?

De kolonel is in India geweest. Hij ziet de hele wereld zo.

Daarom woont hij op een boot. Telkens als hij ergens blijft...

is hij teleurgesteld. Hij voelt dat het anders is.

- Wat is er dan anders? - De gehoorzaamheid.

Daar loopt iedereen in de pas, hier niet. Dacht je dat Marie naar hem luisterde?

Helemaal niet. Ze was zo vrij als een vogeltje.

Ik heb nooit begrepen waarom ze op dit stomme ding bleef hangen.

Op deze rotboot. Waarom ze aan Willy bleef hangen.

Die rotzak, die bloedzuiger. Laat maar los.

Hij liet haar niet met rust.

Niet verder vertellen, maar je zou denken dat 't haar man was. En toch...

- Wat, Gloria? - Die ouwe was dol op haar, stapelgek.

's Avonds als hij dronken was, elke avond dus...

zat hij naar haar te kijken. Meer niet.

Hij lebberde liever haar op dan z'n gin.

- En jij? Wie is er gek op jou? - Dat gaat je niets aan.

Ik ga met de heren mee.

Naam, voornaam, titels?

Sir Walter Lampson, kolonel in ruste uit het Britse leger in India.

- En meneer? - Een vriend van mij. Willy Marco.

Ik ben van Grieks-Hongaarse afkomst.

- Wat is uw beroep? - Nogmaals, hij is een vriend van me.

- Mooi beroep. En het meisje op het dek? - Gloria? Dat is ook een vriendin.

- U hebt een hele entourage. - Reizen is aantrekkelijk.

- En wat is daar? - De hutten.

Uw laatste vrouw... Er zullen er vast wel meer zijn geweest.

- Dat is uitsluitend mijn zaak. - Voorlopig wel.

Hebt u Marie op reis leren kennen?

Ik heb haar niet in het zuiden leren kennen, maar hier in Frankrijk.

Niet aankomen.

- Wie heeft het gedaan? Weet u dat? - Nee, dat weten we niet.

- Met een touw? - Hiermee.

Wanneer hebt u Marie voor het laatst gezien?

Twee dagen geleden. Ze verdween 's avonds en kwam niet meer terug.

- Was u niet ongerust? - Hoezo? Ze deed waar ze zin in had.

En verdween ze wel vaker op zo'n manier?

Soms wel.

- Zit je vaker op het dek? - Als de zon schijnt, ga ik naar buiten.

- Dan ben je vast van alles op de hoogte. - Hoezo dat?

Omdat je de hele tijd buiten bent, en de hele tijd binnen.

Je ziet alles wat er gebeurt.

Als je soms denkt dat ik weet wie Marie heeft vermoord, vergis je je.

Het is hier geen poppenkast. Vooruit, ophoepelen.

- En wie is uw matroos? - Wie, Vladimir?

Een voormalige cadet uit de Russische marine.

- Geen personeel? - Vladimir zorgt overal voor.

- Commissaris, wat zoekt u? - Dat weet u best.

Wat voor feestje was het, de nacht dat Marie verdween?

Een mooie avond.

- U begrijpt er toch niets van. - Ik zal m'n best doen.

Een nacht die nooit voorbij gaat, de dag die niet komt. De tijd staat stil.

Een feest op onze gebruikelijke manier. Muziek op het dek, champagne, gasten.

Schippers?

Leden van de jachtclub.

Mensen uit gegoede kringen zijn graag aan boord van de Southern Cross.

- Maar Marie was er dus niet bij. - Hoe weet u dat?

Als u het goed vindt, ben ik degene die de vragen stelt.

Nee, ze was er toen niet bij maar ze schitterde als een ster.

U wilt best omgaan met mensen uit een ander milieu.

Sir Walter Lampson bekommert zich nooit om de afkomst van z'n vrouwen.

- En u? - Hoezo?

- Hongaars-Grieks, en verder? - Dat heb ik al gezegd.

Ik heb het niet verstaan.

- Ik zorg voor de kolonel. - Kost hem dat veel geld?

- Dat moet u hem vragen. - Kost dat veel?

- Niet zoveel. - Dat zal blijken.

- Wat zal blijken? - Ik wil weten wat mensen verdienen.

En vooral hoe ze hun geld verdienen.

U viert feest. Marie is er niet bij en ze komt niet terug.

En u vaart weg zonder op haar te wachten.

Op het kanaal kun je niet verdwalen. Ze kon bij elke sluis aan boord komen.

- Ja, maar deze keer wacht u op haar. - Hoe bedoelt u?

Zolang Marie me niet vertelt hoe haar moordenaar heet, blijft u aan wal.

Hoe zit het precies tussen jou en de kolonel, Willy en Vladimir?

Wie ik ben? Niemand. Een meisje waar je gebruik van maakt.

- Wie maakt er dan gebruik van je? - Iedereen.

We praten straks verder.

Sir Lampson blijft niet lang aan wal. Daar kan hij niet tegen, hij moet weg.

- Hij zat nu eenmaal... - In het leger.

- U hebt niets gevonden op de boot. - Is Marie hier soms niet geweest?

- Deze jurk moet ze nu aan. - Ze is dood.

Deze jurk, zei ik. Vooruit, schiet op.

Kunt u zorgen dat ze dit aan krijgt in het mortuarium?

Wat is er?

De kolonel wil Marie laten begraven met een bepaalde jurk.

Zonder juwelen? Wordt ze zonder juwelen begraven?

- Waarom moet een dode juwelen om? - Dat komt vaker voor.

De Indi�rs doen dat. Ja, uit India, waar de kolonel vroeger altijd kwam.

Maar misschien heeft de kolonel Marie nooit juwelen gegeven.

- Nee, dat heeft hij nooit gedaan. - U ook niet?

Maakt u een grapje? Hoezo? Het was mijn vrouw niet.

Help ze eens een handje.

- Heren. - Willen jullie soms opslag?

Nee, het beetje dat we hebben willen we houden.

De rijken gaan zoals altijd voor, om hun vakantie niet te verpesten.

Wij varen niet voor de lol. Onze vrouwen liggen niet te zonnebaden.

Die smeren jullie geen stroop om de mond, h�?

M'n ruim is vol. Er liggen waren op me te wachten.

Ik wil hier niet langer blijven, tenzij ik word ondervraagd.

Dat komt goed uit, dat is precies wat ik u wilde vragen. Bij u aan boord?

De eerste die daar ligt.

- Hebt u last van de eenzaamheid? - Niet met de carri�re die ik heb gehad.

- Aan m'n herinneringen heb ik genoeg. - Waaraan?

60 gevechten, 45 gewonnen, de helft knock-outs.

Toch ben je geen wereldkampioen geworden.

Dankzij uw carri�re en herinneringen valt de eenzaamheid wel mee.

- Maar hoe pakt u dit allemaal aan? - Met goeie armen en een goeie kop.

Als je met kampioenen hebt getraind ben je een schip de baas.

Uw vrouwen zijn van papier. Dat zal niet meevallen met uw temperament.

Een schip kun je niet omhelzen, zelfs niet met armen als die van u.

- Hebt u nog weleens zin om te vechten? - Soms wel, ja.

- En wie krijgt daar dan mee te maken? - Dat hangt ervan af.

- Waar hangt dat van af? - Van wie ik voor me heb.

Wie was dat de laatste keer?

- Dat zijn mijn zaken, commissaris. - Dat valt nog te bezien.

- Kent u de mensen van de Providence? - We kennen elkaar allemaal.

Wat voor contact hebben jullie?

Wou u weten of we die meid samen hebben vermoord?

U zou een goeie agent zijn.

Ga jij maar verder.

Goed, aan de slag dus.

- Wat deed je de nacht van de moord? - Toen lag ik te slapen.

- Was er iemand bij je? - Wat?

Iemand die kan getuigen dat je die vreemde nacht lag te slapen.

- Zo ja, dan zou ik ze de mond snoeren. - Waarom?

Van mijn nachten blijft iedereen af. Die zijn van mij, ik doe wat ik wil.

- Net als sommige anderen. - Wie dan?

Die lui van dat jacht. Maar mij beletten jullie m'n brood te verdienen.

De nacht van de moord sliep je dus. En de dag daarvoor?

Toen haalde ik een spits in om hier vooraan te liggen.

Ter informatie: dat is een aak zonder motor of eigen paarden.

Ze huren een voerman met paarden in om ze te slepen.

De commissaris heeft ervaring, ik niet.

Hij heeft geduld, ik niet zo. Ik ben een groentje.

Maar zo goed als jij kunt varen, zo goed ken ik de wet.

Die blik van jou lijkt sterk op het beledigen van een ambtenaar in functie.

M'n blik?

Zolang het daarbij blijft, inspecteur...

We moeten hier weg.

Die types vinden altijd wat, zelfs als er niets te vinden valt.

Nou en?

U kent mensen die het onderzoek kunnen laten stopzetten.

- Maigret opereert niet in z'n eigen land. - Hij opereert waar hij wil.

Door te vluchten kun je niet aan hem ontsnappen.

Ik ben nooit gevlucht. Niet in India en niet in de Eerste Wereldoorlog.

Voor de dood ben ik nooit gevlucht.

Commissaris Maigret.

Weet ik, we hebben u in het caf� gezien. Er wordt veel over u gepraat.

Wij zijn niet zoals de rest, wij begrijpen het wel.

- Wat begrijpt u dan? - Dat u ons hier vasthoudt.

Zo'n misdrijf aan zo'n stil kanaal. Zo'n mooie vrouw.

Ze noemen me de Hollandse. Dat zijn m'n twee mannen, Henri en Jean.

- Twee mannen? - Henri is m'n man, Jean is de voerman.

Wij hebben zelf paarden aan boord.

Ons hoeven ze dus geen motor aan te smeren.

Henri, m'n man. En Jean.

We kennen elkaar. We hebben al gedag gezegd.

Zal ik u iets vertellen? M'n man spreekt alleen Vlaams.

En Jean is onze 'beer'.

Heeft iemand iets vreemds gezien of gehoord de nacht van de moord?

Zo ja, zou Jean het gezien hebben. Hij staat altijd om drie uur op.

Jean, vannacht om drie uur. Helemaal niets?

- Niets, commissaris. - Kan hij niet praten?

- Ik zei het toch? Het is net een beer. - Mag ik zien waar hij slaapt?

Verdenkt u Jean?

Ik verdenk iedereen die handen heeft en die hier de nacht van de moord was.

- Is dat z'n slaapplek? - Ja, die heeft hij zelf gekozen.

We wilden de kajuit delen maar daar wou hij niets van weten.

- Hij maalt alleen maar om z'n beesten. - En vrouwen?

- Hoe bedoelt u? - Maalt hij daar ook om?

- Gaat dat u iets aan? - De mannen zijn eenzaam op het water.

- Die van mij niet. - Nee, uw man niet.

Hij heeft net gegeten, of hij is alweer bij ze.

- Wat zegt hij allemaal tegen ze? - Geen idee.

Vast grove taal, maar dan lief bedoeld. Hij kent alleen maar zulke taal.

Stop. Niet wegvaren.

- Waar gaat dat naartoe, heren? - Wij gaan elke avond uit.

We varen naar de stad. Daar is het altijd feest.

- In de stad is het feest, denk erom. - U blijft hier.

Waar dacht u dat we heen zouden roeien? Naar de Ganges soms?

Kolonel Lampson probeert nooit aan z'n lot te ontsnappen.

Ook niet in WO l. En in India vluchtte hij niet eens voor een Bengaalse tijger.

- Ik wil zeker weten dat u niks meeneemt. - Wat zouden we moeten meenemen?

- Dat weet u net zo goed als ik. - Dit.

Dat niet. Maar we vinden het wel, al moet ik uw boot in mootjes hakken.

Vooruit Willy, we gaan.

Ik heb zo'n idee dat er iets broeit.

- Nee, hun leider is er niet. - De bokskampioen?

De beste aanwijzingen zijn op plekken waar je niet meer zoekt.

Mag ik naar de plek waar niks lag?

- Naar de stal? - Precies.

- Nog een laatste slokje? Van het huis. - Een klein beetje dan.

En zet u dat alstublieft op de rekening.

Uw kamer is klaar, met schoon wasgoed en alles.

Tuurlijk is het wasgoed schoon.

Het is goed zo. Ga maar naar bed, Huguette.

Waarom?

- Hoezo 'waarom'? - Waarom ik?

- Waarom niet? - En als ik niet wil?

Vladimir, help eens even.

Dat is geen goeie verstopplek.

Ik zou oppassen voor mollen, wormen en wat daar nog meer rondwoelt.

Of kunnen de spullen die u verstopt daar tegen?

Vooruit, geef hier.

Aha.

Juist, ja.

- Hopelijk zit alles erin. - Het meeste wel.

Dat zullen we nog wel zien. Hoe hebt u dit in handen gekregen?

- U hebt de juwelen, dus u bent klaar. - Dat bepaal ik zelf wel.

En u vergeet een kleinigheidje. Hier is een vrouw om vermoord.

- Marie is niet om de juwelen vermoord. - Waarom dan wel?

Dat weet ik niet, commissaris, echt niet.

Ziet u nou? M'n onderzoek gaat verder.

We beginnen bij het begin, en het begin is Marie.

Ik heb haar leren kennen in Deauville.

De kolonel speelde in het casino, z'n passie.

Aan de bar raakte ik aan de praat met Marie. Ze was mooi.

Dat weet ik. Hebt u haar ontmoet voordat ze de kolonel kende?

- Ik heb ze aan elkaar voorgesteld. - Viel u niet op haar?

Ik viel niet in de smaak bij zo'n mooie rijke vrouw.

Ze hield zich schuil en zocht een man. Niet zomaar een.

Eentje die haar een nieuwe identiteit gaf.

Ze liet de juwelen zien. Ze wist dat u achter haar aan zat.

Ik was inderdaad vlakbij.

Ze zei niet hoe ze eraan kwam. Ik hielp haar.

Waarom?

- Ik hield van haar. - En ook van de juwelen.

U hield ook van de juwelen.

U had ze voor haar moeten verhandelen. Voor wat, hoort wat.

U kwam met een echtgenoot, zij met juwelen. U schoot er allebei mee op.

Haar moord was een buitenkansje.

- Zo kreeg u de juwelen in handen. - Nietwaar. Ik wou ze in 't water gooien.

- Wilde u dat? - Ik kon het niet.

Zo'n fortuin. Dat doe je niet.

Dat geldt voor alles wat u vanaf het begin met Marie hebt bekonkeld.

Ik was tot alles in staat omdat ik gek op haar was.

We storen ze, of ze storen ons. Komt u mee.

De trap op.

U stelde Marie dus voor aan de kolonel.

Hij viel op haar, al ging hij op in de drank en India.

Ik werkte al jaren voor hem en kende z'n smaak.

De kolonel werd meteen smoorverliefd op Marie.

Zo'n vrouw had hij nog nooit gezien, niet in India en niet ergens anders.

- De kolonel wist niets van de juwelen. - Nee.

- En wist hij van Marie en u? - Een jacht is niet zo groot.

Deed u het in het jacht?

Als de kolonel te dronken was om uit z'n stoel of z'n kooi te komen.

Nooit geweten dat het leven zo bruisend kan zijn op zo'n bootje.

- Maakt u geen grapjes. - Dat doe ik ook niet.

- Hield Marie van u? - Dat hebt u toch wel begrepen?

- Ik hoor liever dan dat ik begrijp. - Ze hield niet van me.

Ze was afhankelijk van me en dus mocht ik soms.

Hebt u daar nooit over gepraat met de kolonel?

Hij ging niet naar bed met Marie. Het was genoeg dat ze er was.

Ik heb nog nooit iemand gezien zoals hij. Hij hield zielsveel van haar.

Nu is ze dood, en sindsdien kan de kolonel me wel schieten.

Vooral omdat ik haar minnaar was, alsof hij dat niet wist.

Hij drinkt nog meer en heeft me haast vermoord.

En dan dat onderzoek van uw brutale inspecteur.

Sir Lampson wou weten waarom dat was. Dat vroeg hij mij, met z'n vuisten.

- Denkt u dat ik de juwelen heb gestolen? - Ik weet wie dat heeft gedaan.

En u wist waar ze lagen.

- We staan quitte. - O, ja?

U hebt Marie niet vermoord.

Maar kunt u me vertellen hoe ze van het jacht naar de sluis is gekomen?

Met de sloep van de Southern Cross.

- Wie roeide er? - Ik.

Met wie had ze afgesproken?

- Als ik dat eens wist. - Wat dan?

Dan was ik niet naar het jacht teruggegaan.

De kolonel kon geen vrouwen houden, maar Marie mocht niet bij hem weg.

Ik zal u een dienst bewijzen.

Het verbod om te vertrekken geldt niet meer voor u.

Gaat u maar een luchtje scheppen en geeft u door waar u bent.

Waar moet ik heen?

Dat weet ik niet. Hebt u geen familie of vrienden? Geen geld?

Ik had Marie.

En de juwelen.

Kun je niet slapen?

Dat komt goed uit. Ik ook niet.

- Waarom heb je zo'n dorst? - Ik heb geroddeld, en flink ook.

Over wie? Over mij?

Ik heb de commissaris gewekt om over jou te praten.

Ik heb gezegd dat je verwend was en dat je wilde dat Marie verdween.

Ik heb niet gezegd dat jij haar hebt vermoord.

Alleen dat het jacht en de kolonel nu voor jou zijn, Miss Gloria Lampson.

- Vuile rotzak. - Zo noem je jezelf toch?

Je hebt geen naam. Je bent net als ik.

- Zullen we samen trouwen? - Stik toch.

Binnen.

De juwelen uit de Rue Vignon.

Een broche.

Een hanger.

Een collier.

- Maak een lijst. Er ontbreken wat ringen. - Waar hebt u ze gevonden?

Willy werd zenuwachtig van je. Hij heeft ze me in de schoot geworpen.

Een inbraak in de Rue Vignon. Het loopt slecht af, er wordt een agent gedood.

De inbreker is gewond, maar het lukt hem te ontsnappen.

Hij komt terug bij z'n vrouw, Marie Dupin.

Hij sterft in haar armen.

Marie gaat er voor onze komst vandoor, met de juwelen uiteraard.

- En toen? - Wacht nou, dat vertel ik zo.

Dankzij Willy, die haar minnaar wordt, vindt ze een nieuwe echtgenoot...

een Engelse aristocraat van middelbare leeftijd, Walter Lampson.

Sir Walter Lampson.

Marie is dood, we hebben de juwelen. Wat doen we hier nog?

Wil je niet weten waarom Marie is vermoord en wie het heeft gedaan?

Meneer de commissaris.

Ze proberen iemand uit het water te halen bij de Southern Cross.

Iedereen gaat hier op dezelfde manier de pijp uit.

Of ik nu tactvol ben of niet: Deze man is gewurgd, net als de eerste pati�nte.

De dader is even bruut te werk gegaan. Man of vrouw, dat maakt geen verschil.

Hij breekt ze hun nek.

Komt u eens, kolonel.

- Wat voor rol liet u Willy spelen? - Hij steunde me.

Daarom was hij bij me in dienst.

Je kon hem alles naar z'n hoofd slingeren, hij morde nooit.

Ik heb geen trouwere dienaar gehad na India.

- Uw leven houdt niet op met India. - M'n leven houdt op met Marie.

Zij was het begin en het einde.

Lang heb ik niet geleefd, nietwaar?

We deden het allebei, de een bij de ander.

Zij zei stop, ik zei stop, of juist niet.

Dat is verwarrend. Hoe moet ik dat uitleggen?

Zoals u wilt.

Marie... Willy...

Voor die moorden mag u me opsluiten, als u daar zin in hebt.

De gevangenis ken ik goed. Interesseert dat u?

Juridische antecedenten altijd.

U kunt het archief van de Wehrmacht bekijken. Daar komt u m'n naam tegen.

In de Tweede Wereldoorlog heb ik niet in India gevochten, maar hier. Te land.

Het heeft alleen niet lang geduurd.

Ik begon in de lucht aan een parachute en eindigde in een gat in de vesting.

- En sindsdien... - Nee, daarom.

Daarom heb ik me laten pakken.

Ik kon niet springen zolang ik de druk niet had opgevoerd.

Lafheid, commissaris. Lafheid.

De oorzaak van alle stommiteiten in m'n leven.

Marie ook?

Zelfs Marie.

Op haar na, was ik de enige die het recht had haar aan te raken. Alleen ik.

U moet daar iets aan doen.

Twee doden. We achtervolgen een vrouw wegens een inbraak, en nu dit.

- Waar is hij gevonden? - Daar.

Tussen de Southern Cross en de Robinson.

Hij kan verderop in het water gevallen zijn, en toen hierheen gedreven zijn.

Moordenaars laten lijken nu eenmaal niet voor hun eigen deur liggen.

Het wordt er niet beter op.

U moet ons laten gaan voordat we er allemaal aan gaan.

Als er iemand aan gaat, bent u het vast niet.

Het is niet aan het andere eind van de wereld gebeurd, maar hier.

Heeft Willy zich niet verzet?

Dat moet wel. Je laat je niet zomaar wurgen.

Behalve als de vijand veel sterker is dan jij.

De kolonel en Willy hadden die middag ruzie, maar meer ook niet.

Dat is Willy niet fataal geworden. Iets ernstigers wel.

Het is gebeurd toen hij bij mij was geweest.

Willy is hier met de dader gaan praten en dat is fout afgelopen.

Of Willy vluchtte voor de dader en die heeft hem hier gepakt.

- Wilt u iets drinken? Whisky, gin? - Nee, dank u.

Vertelt u eens, was Willy lid van de Franse jachtclub?

Ik ben lid van de Franse jachtclub en van de Royal Yacht Club in Engeland.

- Waar is 't colbert dat u gisteren droeg? - Vladimir, het colbert.

- U had geen ruzie, maar een vechtpartij. - Ik spreek slecht Frans.

Als dat zo uitkomt.

Waar vond die ruzie plaats?

Toen uw inspecteur zo goed was om Willy en mij weg te laten varen...

hebben we een eindje verderop aangelegd.

- Dat was 's avonds. - Mij best.

- Bent u 's nachts teruggegaan? - Om te vechten?

Nee, een heer vecht nooit 's nachts.

De nacht is goed voor gespuis en voor smerissen.

Smerissen vechten ook niet 's nachts, behalve als het nodig is.

Bijvoorbeeld om te voorkomen dat er arme drommels worden opgedregd.

- Waarom pakken we hem niet op? - Heb je bewijzen tegen hem?

Ja, hoor. Als �k aanwijzingen vind, tellen ze niet mee.

Hij is heel agressief.

De dader is oersterk. De kolonel ook, dat wisten we meteen.

Hij niet alleen.

U was vannacht niet aan boord van de Robinson.

Als ik de dader was, hield ik m'n mond. Als ik het had gezien ook.

- Weet u waarom? - Ik denk het wel.

Ik zeg het toch. Omdat ik walg van juten, ik kan ze niet luchten.

Ik vraag het voor de laatste keer.

Waar was u vannacht?

Bij mij, commissaris.

Vandaag zijn we samen, en morgen en de rest van ons leven ook.

Ik ga weg uit dit gat, dit rotcaf�, de sluis. Altijd hetzelfde, m'n leven lang.

We gaan trouwen.

Hebt u haar dat wijsgemaakt?

Het is u gelukt om ons wijs te maken dat u bokser was. Ik geloofde het ook.

Een echte bokser was 20 kilo aangekomen als hij was gestopt.

Hij had vetrollen gehad in plaats van buikspieren.

Hij ramde niet meer op zo'n zak. Hij had genoeg gebeukt en ge�ncasseerd.

Ik heb uw papieren bekeken, maar geen licenties gevonden.

65 gevechten, daar doe je ongeveer zes jaar over.

Zes licenties van de boksfederatie, een per jaar.

Zeg niet dat u ze allemaal kwijt bent.

Ik hoef niet op papier te bewijzen dat ik kan vechten.

Het geeft niet dat je geen echte bokser bent. Iedereen is bang voor je.

Wat telt is dat je me hier weghaalt.

- Dat je me meeneemt, heel ver weg. - We zien wel.

Ik ben jullie spuugzat. Jullie aanblik, de boot, de drank, de stank.

Gloria, straks doe je jezelf nog pijn. En de kolonel ook.

Zij? Mij pijn doen? Ik zie haar niet eens.

Ik heb niet eens gemerkt dat ze aan boord was. Is ze aan boord?

Jullie zijn ziek.

Al gaan jullie op je knie�n, ik kom niet terug. Het is afgelopen.

Wil je soms geld?

Geef haar wat geld, Vladimir.

De meisjes die bij me komen hebben nooit geld.

Dus geef je ze wat ze nodig hebben, voor de taxi, het hotel. Alles, Vladimir.

Stelletje smeerlappen.

Dit heeft hij opgediept. Hij is een betere speurneus dan jij.

Kan niet. Ik heb vannacht ongeveer elk strootje bekeken.

Dan hebben ze het daarna neergelegd.

Er is mot op het jacht. Gloria is zich aan het aankleden.

Straks herkennen we haar niet.

Je laat je inpakken door haar gelonk. Bekommer je maar om Vladimir.

Politie.

Volg die taxi.

Is deze toevallig van u?

- Bedankt. - Geen dank. Had u 'm verloren?

Hij was in het water gevallen toen ik de schroef wou schoonmaken.

Wat moet je hier anders, begrijpt u?

Hij viel in het water. En toen?

Toen is hij op de stroom naar de Providence gedreven.

Die aardige Hollandse heeft 'm opgevist en met haar eigen was meegewassen.

De laatste keer dat ik keek, hing hij daar op het dek te drogen.

- Wie is daar? - Commissaris Maigret.

Ik word nog liever vermoord dan uitgehoord.

Ik heb genoeg van dit leven.

Van de gestoorden waar ik mee om moet gaan om te overleven.

En waar je gestoorden hebt, heb je de politie.

En daar is de politie, in volle glorie.

- Inspecteur Maigret. - Commissaris.

U kunt beter vragen stellen aan mensen met antwoorden.

Dat durft u niet, h�? Het is een kolonel, Sir Lampson. Mooie 'Sir'.

Ik hoef maar de helft te vertellen van wat ik weet.

Ik mag blij zijn dat hij me niet heeft laten doden door z'n handlanger.

Een Sir zorgt wel dat hij nergens voor opdraait.

Onderscheiden in WO II nog wel.

Ik zeg niets. Ik word niet goed van de politie en van de Engelsen.

Er vallen nog meer doden. Terwijl u hier bent, zit hij te drinken.

Hoe meer hij drinkt, hoe erger hij wordt.

Straks hebt u spijt dat u hier bent gekomen om mij uit te horen.

Want in plaats van twee, zijn het er dan drie. En dan kunt u wel inpakken.

Leg eens uit: Waarom zou de kolonel Marie gedood hebben?

Doet u dit expres, of zo?

Ze hield niet van hem. Het was een lichtekooi.

- Moord je als iemand niet van je houdt? - Wel als kolonel uit het Indiase leger.

Hij werd z'n leven lang gehoorzaamd. En als dan een vrouw gewoon...

- Wilde ze niets van hem weten? - Hij kon niks meer. Hij wilde liefde.

Ware liefde, 'tot de dood ons scheidt'.

Dat zou je niet zeggen, als je hem zo ziet.

Het hangt ervan af hoe je kijkt.

Mag ik? Het is hier warmer dan aan het kanaal.

Toen Willy bij u was geweest, begon hij te drinken. Dat deed hij nooit.

Fouten had hij genoeg, maar hij dronk niet.

Hij wachtte op een ander leven, zei hij. Een nieuw leven.

Ik mocht hem ook graag.

En toen kregen we ruzie. Hij was degene die begon.

Hij zei dat hij me had aangegeven. Dat ik Marie had gedood. Het liep mis.

Ik wilde inderdaad Gloria Lampson worden, logisch.

Marie had m'n plaats ingepikt.

Zij had je plaats ingepikt en jij hebt je gewroken op de kolonel.

Als je bewijs tegen hem had gehad, had je me dat gegeven.

- Nu haal je hem zomaar neer. - Waarom zegt u dat?

Je weet iets, Gloria. Je hebt iemand gezien, en het was niet de kolonel.

Je hebt iets angstaanjagends gezien.

De moord op Willy.

Je gaf nog liever alles op. Het jacht, de kolonel, het geld.

Heb je altijd geleefd in zo'n bizar milieu?

- In de marge. - Ja.

Een milieu waarin je vooral niet moest vertellen wat je had gezien.

Vooruit, Gloria.

Dan help je mee om iemand te verjagen die angst inboezemt.

Iemand die mensen pijn doet.

Een moordenaar.

Ik heb Willy kwaad achtergelaten op het dek en ben de kajuit in gegaan.

Vladimir sliep. Sir Lampson ook.

- En toen... - Ja?

Er bewoog iets op de Providence. Ik ging kijken omdat het zo laat was.

- Hoe laat was dat, Gloria? - Ongeveer drie uur 's nachts.

Ga verder.

Iemand haalde iets van de waslijn op het dek. Een man.

Willy had het ook gezien. Hij ging hem achterna.

Naar de stal van het caf�.

U weer. Uw inspecteur heeft al genoeg gezanikt over dat petje.

Een petje. Over bewijs gesproken. Wanneer mogen we hier weg?

Wat mankeert u? U had tot nu toe het meeste geduld.

Weet u nog? 'Wij zijn niet als de rest. Wij begrijpen u.'

Waarom hebt u opeens zo'n haast?

Bent u op zoek naar Jean? Waarom zoekt u hem? Laat hem met rust.

Om drie uur is het tijd voor u.

U bent vannacht opgestaan, zoals altijd. Maar nu zonder uw paarden.

- M'n paarden? - Uw paarden, ja.

Wat deed u op het dek van de Providence?

- Niks. Ik, op het dek? - Vannacht om drie uur.

- Wat hebt u met dat petje gedaan? - Dat petje?

Ik heb dat petje gepakt.

Het was van mij. Ik had 'm opgevist, gewassen en laten drogen.

Ik mocht hem best de stal in gooien. Ja, dat heb ik gedaan.

De daders zitten op het jacht. Iedereen weet dat, behalve u.

Wij hebben hier niets mee te maken, laat staan Jean.

Dit een zaak van deftige lui, niet van gewone mensen.

Je ziet het, ze maken elkaar af.

Meneer de kampioen, het is uit voor vandaag.

Je gaat netjes aan boord met je herinneringen.

Makkelijk praten met die blaffer. Je voelt je heel wat, rotsmeris.

Wat moet je beginnen zonder wapen? Haal je dan je oom erbij?

Jullie komen uit dezelfde familie.

Hij heeft idee�n, hij kan redeneren. En jij, wat kan jij?

- Wou je vechten? Kom maar op. - Willen jullie een scheidsrechter?

Help.

Help.

Jean.

U hebt uw zin. Door u is hij in het water gesprongen.

Ik heb het gezien. Hij sprong erin.

U hebt die simpele ziel tot wanhoop gedreven.

Moet je dat lijf zien. Een beer van een vent.

Wat een botten. Is hij gesprongen?

Tussen wal en schip, toen de sluis openging.

- Het juiste moment. - Voor hem wel.

Letsel aan de borst, gebroken ribben. Hij is bekneld geraakt.

- Hij moet naar het ziekenhuis. - Over het jaagpad? Grapje zeker.

We houden hem vandaag hier. E�n verkeerde beweging en...

- Komt hij weer bij? - Het is een wonder dat hij nog leeft.

- Mag ik? - Uiteraard.

- Het legioen? - De bajes in Cayenne. Kijk.

Z'n gevangenennummer.

- Mag ik hem zien? - Liever niet. Hij is uitgeput.

- Maar met mij ligt het anders. - Hoezo?

We hebben zoveel gereisd. Toe, dokter.

Hij is uitgeput. Dringt u niet aan.

Cayenne, ja. Ja, dat weet de commissaris zeker.

Als je weet wie het is, bel je dan?

Dat is best. Goed, bedankt. Tot straks.

Met Lachenal, zeg het maar. Ja, wacht even.

Goed, zeg het maar.

Student?

Wat studeerde hij?

D'Archambaud. Doe rustig aan.

Goed. Prima, dank je wel. Tot kijk.

Hij heet geen Jean, maar Roger D'Archambaud.

Hij studeerde vroeger medicijnen. Dat werd hem noodlottig.

Hij hield van een vrouw. Wie is nooit bekend geworden.

Daarover zweeg hij als het graf. Voor haar heeft hij gemoord.

Ze was heel hebberig. Dat is alles wat we over haar weten.

Hij was arm, maar wel de erfgenaam van een rijke tante.

Toen ze niet snel genoeg doodging hielp hij haar, met arsenicum.

Hij zat 15 jaar vast, kwam vrij wegens goed gedrag en is toen verdwenen.

Toen zag hij de vrouw van wie hij altijd was blijven houden, Marie Dupin.

Hij kwam haar puur toevallig tegen op het kanaal.

Je leeft nog.

Ik zal je verzorgen, dat zul je zien. Ik zal je goed verzorgen.

We gaan weg. Ik zal de paarden over het jaagpad voeren.

Ikzelf, terwijl jij beter wordt.

Zo mag het leven niet eindigen.

Omdat je in je jeugd iets fout hebt gedaan.

Wat is de jeugd? Die is zo ver weg, zo ver weg voor ons.

We hebben ons leven met elkaar gedeeld en we zullen samen sterven.

Jean toch.

Ben je dan zo wanhopig geweest?

Waarom heb je niets gezegd? Dacht je dat ik je zou aangeven?

Er is niets aan de hand.

Je hebt nooit iemand vergiftigd. Dat was in een ander leven.

De bajes was in een ander leven.

Het leven, dat is je stal, dat zijn je paarden.

Kijk, ze staan op je te wachten.

Ziet u, hij is in z'n hoekje gekropen.

Wist u dat hij gevangen had gezeten?

Daar hebt u niets over gezegd.

We hoeven daar niet over te praten. En ook niet over z'n capaciteiten.

Dat hij u behandelde?

Hij behandelde m'n man en mij beter dan een arts.

Hij had een opleiding gehad. Dat wilde hij vergeten, meer niet.

Hij was te bescheiden. En dat komt er nou van.

Geef antwoord, Jean.

Knipper met je oogleden als je niet anders kunt.

Je kwam Marie toevallig tegen, terwijl je alles had gedaan om haar te vergeten...

tijdens de jaren dat je gevangen zat, en toen hier.

Op de Providence.

Je kwam haar tegen toen een luxejacht hetzelfde kanaal afvoer als jij.

Ze was totaal niet veranderd.

Mooi. Alle genoegens had ze binnen handbereik.

Ze dansten op het dek van het jacht.

Al je pijn kwam in ��n klap boven.

Toen je haar vroeg om een liefdesnacht, ��n enkele nacht...

om al die slapeloze nachten in de bajes en bij de paarden uit te wissen...

toen kon ze niet weigeren.

Nietwaar, Jean?

Je wilde de liefde met haar bedrijven. Voor het eerst in twintig jaar...

met de vrouw, de enige vrouw van wie je ooit hebt gehouden.

Maar ze weigerde. Ze weigerde en ze verzette zich, en dat deed pijn.

Zo'n pijn dat je haar hebt laten boeten.

Toen werd je bang, want je had hier een nieuw leven opgebouwd.

Je wilde de verdenking afschuiven op de lui van het jacht.

Willy verraste je toen je naar de stal ging met het petje van Vladimir.

Toen moest je hem ook uit de weg ruimen.

- Mag hij hier blijven liggen? - Moet hij sterven in een stal?

Daar hebben ze hem ook laten leven.

Ja, ik heb dit nodig. Marie... Willy...

Nu zal ik ze geen van beiden ooit meer zien.

Straks kijk ik om me heen.

Haar kan ik niet meer beminnen, met hem kan ik niet meer ruzi�n.

Maar ik zal heel vaak aan ze denken.

Dat houdt ze levend, nietwaar?

Dat houdt ze levend, tot ik zelf ook heen ga.

Maar voor het zover is...

Weet u, commissaris, Marie was...

Als een ster.

U bent een heer.

Commissaris, het is gebeurd.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.