All language subtitles for phd-momo.sd

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Dank u, meneer.

Ik heb niets nodig.

Wat heeft dit te betekenen?

André!

Ik stond op jou te wachten bij de desserts.

Ik heb je desserts met chocolade.

Goed.

Eet je Chocapic?

Waarom nam je ze dan? - Dat deed ik niet.

Hoe bedoel je? - Een kerel gooide de doos in de kar.

Kraam geen onzin uit. - Ik zweer het.

Waarom deed hij dat? - Ik weet het niet.

Het was vast reclame... - Ik denk 't niet.

Droeg hij een T-shirt of pet van Chocapic?

Nee, hij was gewoon gekleed.

Ik lust zelfs geen Chocapic.

Het zal een promotie geweest zijn.

De kerel komt op me af en gooit ze in m'n kar.

Alles om hun rotzooi te verkopen.

Ik zet ze terug. We hebben niet de hele avond.

Neem brioches voor morgenvroeg. - Brioches...

Ik versta niet wat u zegt.

Wat?

Ik weet niet wie Momo is.

Luister, meneer, het spijt me zeer, ik versta uw taal niet.

Momo? Ik ken geen Momo.

Vraag 't aan de ingang.

Wilt u geld?

Het spijt me. Ik versta geen woord van wat u zegt.

Luister, nu moet ik echt gaan. Laat m'n kar los.

Laat m'n kar los, alstublieft.

Laat los!

Wat wilt u, verdomme?

Laat ze los!

Verdomde idioot! Idioot!

Gaat het, meneer? - Ja, 't is oké.

Weet u 't zeker? - Ja. Ik ben oké.

Waar zijn de boodschappen?

Wat heb je ermee gedaan? - Die kerel... Hij kwam terug.

De Chocapic-man? - Hij pakte de kar.

Waarom deed hij dat?

Ik weet 't niet. Hij is compleet gek!

Welke kant ging hij op? - Die kant.

Hij leek erg gespannen, let op.

Wat zei hij precies? - Geen idee. Je verstaat er niets van.

Is hij geen Fransman? - Ik weet 't niet.

Hij brabbelde in 'n koetertaaltje. Hij zei: "Momo!"

Momo? - Ja. Hij bleef 't herhalen.

't Is misschien de naam van de arme man.

Wat scheelt er?

Je beeft. - Hij had 'n mes kunnen trekken.

Kalmeer.

Er staat overal eten. Waarom neemt hij dat van ons?

Je bent zo gevoelig. - Hij was echt boos, hoor.

Wie is die kerel? - Ik ben er. Het komt goed.

Ik heb 't warm. - Adem, adem.

Diep ademhalen.

Adem in. Adem uit.

Wat is m'n hartslag? Ik zit zeker boven de 100.

Ik ben hier.

Een vest en een jeans, niet?

Een blauwe jeans.

Als hij er nog is, vinden we hem.

Hij staat niet bij de versafdeling.

Hij staat niet bij de wasmiddelen.

De kassa's... ook niet. Ik vind 'm niet.

Hij zal de winkel al verlaten hebben.

Een winkelkar verdwijnt niet zomaar. - Laurence...

Onze boodschappen werden gestolen.

Ze werden niet echt gestolen. - Excuseer?

U had ze nog niet betaald,

dus heeft hij ze niet echt gestolen.

Hij pakte ons wel de 2 uur af die we in uw winkel verloren.

Meneer kan er niets aan doen.

Vind jij 't normaal dat we moeten herbeginnen?

Geweldig!

Excuseer, ze is personeelsdirectrice. Ze beseft niet wanneer ze grof is.

Die kerel had gelijk, andermans boodschappen stelen gaat sneller.

Je ziet twee idioten met 'n kar en je pikt ze.

Eet hij hetzelfde als wij?

Hij doet zijn spullen erbij, zijn Chocapic en zo,

en hij is klaar.

Waarom maken ze ze zo vast?

Wat is er? - Het zit vast.

Momentje.

Hier. Probeer 't hiermee.

Het geeft niet. - Ik ben 't beu bestolen te worden.

Stop met roepen, ik heb er niets mee te maken.

Het spijt me. Ik wil hier niet langer blijven.

We zijn weg.

Dat meen je niet!

Niet te geloven!

Stop met dat lawaai!

Doe 'm stoppen, verdomme!

Laat het...

Kom. - Idioot.

Bende mafkezen.

Nu maait hij al 's nachts!

Negeer hen.

Het is alsof we naast 'n luchthaven wonen.

Wat is dit? - Wat?

We kregen 'n levering.

Zo lijkt 't wel.

Hoe hebben ze ons gevonden?

Weet ik veel.

Vonden ze onze winkelkar?

Waarschijnlijk.

Hoe zijn ze binnen geraakt?

Wat doe je?

Ik bel de winkel. Zij moeten 't weten.

't Is een ingesproken boodschap.

Het was die rare kwast.

Die zot heeft dit gebracht.

Waarom zou hij?

Hij heeft ons vast beroofd.

Laat 't niet waar zijn.

Hij heeft m'n trein niet aangeraakt.

Er is iemand in de badkamer. - Wat?

De badkamerdeur is op slot. Luister.

Ik hoor water.

Wat? - Ik hoor water.

Het water loopt. - Dat is de douche.

Waarom neemt hij 'n douche? - Om zich te wassen.

Oké, maar waarom hier? - Dat weet ik niet.

Wat doe je?

Ik kijk in z'n spullen om te zien of hij 'n wapen heeft.

Stel je niet aan. Een man die doucht is geen moordenaar.

Denk je?

Denk even na.

Moordenaars wassen zich erna, niet ervoor.

Als hij buitenkomt, sla ik op...

Het water loopt niet meer...

Wat wil hij?

Wat wil hij? - Ik weet 't niet.

Wat is dat? - Het treinticket dat in z'n zak stak.

Hij heet Prioux. - Wat?

Jullie hebben dezelfde naam.

"Naam van de reiziger..." Klote! Ik zie niets meer.

Is hij familie van jou? - Nee. Ik ken die kerel niet.

Waarom hebben jullie dezelfde naam? - Ik weet 't niet.

Hij komt naar beneden.

Hij is in de keuken. Wat doet hij?

Hij zoekt iets.

Nee. Hij zet de boodschappen weg.

Waarom doet die sukkel dat?

Verdomme, hij zag mij. Bel de politie.

Bel de oproerpolitie.

Stop daarmee. Ik heb m'n gsm niet.

Wat doe je? Wat ga je doen?

Wat heeft hij gezegd? - Geen idee.

Hij is geen inbreker. - Dat weten we niet, schat.

Excuseer?

Hij noemt mij mama.

Het gaat. Ja, ik ben oké.

Hij zei: "Papa, hoe gaat het?"

Goed, goed.

Wij ook. We zijn ook blij jou te ontmoeten.

Is het niet, André?

Ja, natuurlijk. We zijn in de wolken.

Welke taal spreekt hij?

Hij is doof, denk ik. Hij praat zoals een dove.

Versta je wat hij zei? - Niet alles.

Ik versta er geen woord van.

Wat heeft hij gezegd? - Ik weet 't niet.

Ik weet 't niet. Wat?

Waarom zei je daarstraks meneer in de supermarkt?

Dat?

Omdat je een meneer bent.

Noem me paté? - Noem me Patrick.

Oké dan, Patrick.

Zullen we een kop koffie drinken?

We drinken koffie. Kom.

Natuurlijk, natuurlijk.

Ja, inderdaad. Dat is zeker.

Wat heeft hij gezegd?

Als hij niet was weggegaan, had hij jou vermoord.

Je deed er goed aan weg te gaan.

Hij probeerde het te vergeten, maar het was moeilijk.

Wij? Zijn wij 't vergeten? - Natuurlijk. Wij zijn alles vergeten.

Je gaat je vrouw halen?

Wat zegt hij?

Hij wil ons aan z'n vrouw voorstellen. - Waar is ze?

Bij de kathedraal. - Wat doet ze daar?

Ze bewondert het zicht. - Op dit uur?

Vergeet je tasje niet!

Wat is dit?

Excuseer?

Ik heb 't niet verstaan.

De auto?

Binnen 'n uur?

Daarna gaan we eten.

Kijk wat ik in z'n tas vond.

Dat zijn wij.

Ja, op reis in Marokko. - Marokko?

Ja, in Marokko. We hadden toch 'n kreupele kameel.

Waar haalt hij die foto? - Weet ik veel.

Kijk wat er op de achterkant staat.

Papa en mama

Wat is dat?

Ik heb 'm jouw auto geleend. - Wat? Wat?

Stop! Stop!

Waarom heb je hem mijn auto geleend?

Ik weet 't niet. - Wat?

Hij heeft mij ontroerd.

Jij bent helemaal gestoord.

Je ziet dat hij onschuldig is. Hij lijkt wel 'n straathond.

Je geeft 'n hond een been, geen Audi A8!

Wie bel je? - De politie. Ze moeten 'm oppakken.

Wacht, ik weet zeker dat hij terugkomt.

Gaf hij 'n borgstelling?

Waarom behandel je mij als 'n idiote?

Zijn naam is Prioux, hij heeft onze foto... Wil je niet weten wie hij is?

Alstublieft, hallo...

Vertrouw me, in plaats van de politie te bellen.

Waarom trommel je 't leger niet op?

Stop daarmee, ik telefoneer! Ik ben aan de t...

In orde. Nummer 35, rue du...

Het is ontzettend. Kan je niet stoppen met je getreiter?

En op dit uur!

Wat scheelt er? Met wie belde je?

Wie denk je? Enig nieuws van je dove gek?

Natuurlijk!

Wat is dat?

Ik breng ze terug naar de winkel. - Waarom?

We hebben alles in 't dubbel.

Wie kan 't wat schelen? - We betaalden maar voor de helft.

Wil je mijn auto lenen? - Nee, dank je. Ik belde 'n taxi.

Hij vluchtte weg met uw auto? - Ja, inderdaad.

Waarom gaf uw vrouw hem de sleutel?

Ik weet 't niet.

Waarom wil u een klacht indienen?

Diefstal.

Als zij hem de auto leende,

was het geen diefstal, maar 'n uitlening.

Ik dien klacht in voor een uitlening.

Een uitlening?

Een frauduleuze uitlening. Het is niet moeilijk om te begrijpen.

M'n auto werd gestolen, ik wil een klacht indienen.

Tegen uw vrouw?

Nee, die kerel.

Maar 't was geen diefstal. - Hij ging ervandoor met mijn auto.

Waarom gaf ze hem de sleutel? - Ik weet 't niet!

Heeft hij uw vrouw bedreigd?

Wie? - De man onder de douche.

Ja, natuurlijk, absoluut. - Hoe heeft hij haar bedreigd?

Hoe moet ik dat weten?

Wanneer 'n razende zot je uitkaffert, voel je je bedreigd.

Je moet geen wetenschap hebben gestudeerd. - Rustig, meneer.

Hoe kan ik?

Een idioot steelt m'n boodschappen, pakt m'n auto,

valt m'n vrouw aan en ik kan 't niet aangeven. Klote!

Blijf zitten, meneer. - Hoezo? Met m'n handen in de lucht?

Let op, u beledigt 'n agent!

Welke belediging? Ik ben beledigend?

Mijn Audi A8 niet willen uitlenen aan een dakloze is beledigend?

Ik droom! - Waar gaat u naartoe, meneer?

Ik ga 'n fiets huren, oké?

U gaat mij toch niet verhinderen te fietsen! Bedankt voor uw hulp!

Alstublieft.

Dank u.

Ik voel me al beter.

Het spijt me. - De dokter is onderweg.

Dat hoeft niet, het gaat.

Dat is de man die uw man aanviel.

Hij heeft betaald nadat u wegging.

Hij heeft betaald.

Ja. Kassa 5. 172 euro.

Daarna ging hij ervandoor met uw boodschappen.

Hij gaf ze ons terug. - Echt?

Ja. Hij liet ze achter in onze keuken.

Dan kent u hem?

Vreemd, hij lijkt op u.

MEUBELEN PRIOUX

Hier, breng hem terug. Ik heb 't te druk.

Dag, Stephanie. - Dag, meneer.

Zoek de verzekeringspolis van de Audi en breng 'm mij.

Ja?

Ik kom naar beneden.

Schat?

Hij betaalde onze boodschappen.

Echt?

Kijk.

Lijken we op elkaar?

Hij heeft de kop van 'n psychopaat.

Waarom heeft hij ze betaald?

Ik weet 't niet.

Wat heb je? Gaat 't niet?

Misschien is hij onze zoon. - Wat?

Misschien kregen we 'm toen we jong waren en vergaten we 't.

Een baby krijgen is niet iets wat je vergeet.

Ik kan de veren voelen. - Excuseer? De wat?

Probeer die uit schuim. 't Is hoogkwalitatief Duits schuim.

Er zijn vrouwen die bevallen zonder het te beseffen.

Wat zeg je nu? - De kranten staan er vol van.

Ja, maar die vrouwen

wonen op afgelegen boerderijen op het platteland.

Dat heeft niets met ons te maken.

Een zottin stak haar kinderen in de vriezer.

En dat deden wij niet. Je wordt gek, schat.

Wat scheelt er? Die kerel is 'n oplichter.

Hij veinst dat hij doof is en zo raakt hij binnen bij de mensen om ze te beroven.

Wat haal je je in je hoofd?

Sorry, ik ben vast moe.

Da's normaal, je deed geen oog dicht vannacht.

Als hij jouw zoon is, is hij nu wel ontdooid.

Risotto met champignons.

Spaghetti al pesto.

Hij is een achtergelaten kind. - Excuseer me, juffrouw.

Kunnen we wat parmezaan krijgen?

Of misschien is hij jouw zoon.

Dat zou er nog aan ontbreken.

Laat u gaan.

Dank u.

Nee, dank u.

Het komt vaak voor.

Mannen die geheime liefdeskinderen hebben.

Sommigen weten zelfs niet dat ze 'n onwettig kind hebben.

Waarover heb je het?

Vrouwen voeden hun kind alleen op. En dan gaat 't op zoek naar z'n vader.

Natuurlijk, natuurlijk.

Een beetje.

Dit is overheerlijk. - Heb je me ooit bedrogen?

Heb je me ooit bedrogen?

Nee. - Ik zou 't begrijpen, André.

Per slot van rekening verkoop je matrassen. Ooit wordt het je te veel, niet?

Je mag best 'n hoertje pakken.

Wat bezielt je?

't Is geen misdaad, André, maar...

ik zou willen dat je 't me zegt. - Ik heb geen minnares!

Goed.

Is alles naar wens? - Ja, perfect.

Zij is tot alles bereid. - Wat?

Ze doet steeds...

Wat?

Wat doet ze?

Je hebt nooit 'n affaire gehad?

Je hebt nooit seks gehad met iemand anders dan met mij?

Nee! - Denk je dat ik dat slik?

Zweer dat je me trouw bleef. - Begin niet opnieuw.

Zweer 't op je moeders hoofd.

Laat haar hierbuiten. En rijd trager.

Zweer 't op je moeders hoofd.

Ze is 95. Laat haar met rust!

Laurence, kraam geen onzin uit!

Zweer 't gewoon, oké?

Kom op!

Ik weet 't niet meer.

We gaan crashen! Vertraag, alsjeblieft!

En? - Ik ben vergeten wat ik 40 jaar geleden deed.

En 30 jaar geleden?

Weet je nog wie je toen neukte?

Wat maakt 't uit?

Oké, misschien had ik 'n avontuurtje.

En ik weet 't niet zeker. Wat maakt 't uit?

Liefje... - Raak me niet aan.

Ga terug naar je hoer.

Ze bestaat niet. Of toch niet meer.

Is ze dood?

Waarschijnlijk.

Hoe kon je mij bedriegen? - Ik heb je niet bedrogen, liefste.

Hoe zou je 't dan noemen?

Het was een avontuurtje...

Wat heb ik nu weer gezegd?

Wie was je minnares?

Een vastgoedmakelaarster. Nu tevreden?

Ga jij om met vastgoedmakelaarsters?

Ik was op zoek naar 'n winkelruimte.

Ga door.

Ik was 20, zij was 40.

Ik was in de war.

Wat gebeurde er?

Ze toonde mij 'n paar plaatsen.

Zij vond de winkel.

Iets zeer ruim. Het lag niet voor de hand.

En daarna?

Ze was zeer professioneel.

Door haar liet de verkoper zijn vraagprijs zakken.

Daarna liet zij haar slipje zakken...

Heel geestig.

Hoe heet ze?

Niet hier!

Besef je dat je misschien 'n zoon hebt? Een zoon!

Hoe heet ze? - Dat herinner ik me niet meer,

het was onder Giscard!

Als je mij maar één keer bedroog, moet je haar naam nog weten.

Jacqueline.

Jacqueline en hoe nog? - Paparopoulos.

Is ze Griekse? - Ja, waarschijnlijk.

Geen wonder dat je zoon geen Frans spreekt.

Wat doe je? - Ik bel haar.

Wie? - Je sloerie.

Hoe schrijf je haar naam?

Die vrouw is vast al dood. - Hoe schrijf je haar naam?

Zoals je 'm uitspreekt.

Papa zoals papa, ro is ro, en poulos zoals een poulos.

Woont ze in de buurt? - Hoe moet ik dat weten?

Jacqueline Paparopoulos,

8, avenue du Débarquement, 59230 Saint Amand.

Saint Amand! En of ze dood is!

Wat nu? - We gaan je slet 'n bezoekje brengen.

Nee, alsjeblieft.

Excuseer, ik was vergeten dat ze de moeder van je kind kan zijn.

Ik sliep maar één keer met haar. - Eén keer volstaat.

Dit is belachelijk.

Wat gaan we daar doen?

Wil je niet weten dat jij de vader bent?

Het was niet bepaald gisteren.

Jacqueline Paparopoulos, 7de verdieping, rechts.

We hebben de slet.

Hier is het. Rep je.

Laurence, dit is belachelijk.

Bent u Jacqueline Paparopoulos? - Ja.

Ik ben de vrouw van André.

Excuseer? - André, de papa.

Paparopoulos? - Nee, gewoon de papa!

De Franse papa.

Je vriendin heeft Alzheimer.

Laat ons weggaan. - Zeg jij iets tegen haar.

Sta daar niet als 'n kalf.

Wat wilt u? - Ik ben 't, André.

André Prioux. - Wie?

De beddenwinkel.

Mijn God, André. Dat is lang geleden.

Kom binnen, liefje.

En of ze dood is!

Willen jullie koekjes?

Nee, dank u. - Toch wel!

André is dol op koekjes, of niet, André?

Je Griekse is 'n taaie.

Kijk eens aan. Hoe kon je?

Ze was 40 jaar jonger.

Alleen al denken aan jou en haar...

Heeft u kinderen? - Wat?

Heeft u kinderen? - Ja, twee jongens.

We zijn er. Hoe heten ze?

De oudste is Nikos.

Hoe oud is Nikos?

Hij stierf drie jaar geleden. - Dat is 'm dan niet.

Hoe heet uw andere zoon?

Pathos.

Wat is Patrick in 't Grieks?

Pathos? - Hij was bij ons vanmorgen.

Is hij uit de gevangenis?

Uit de gevangenis? - Ik zei dat hij 'n dief was!

Hij is 'n monster, zeg ik u! Kijk wat hij me aandeed.

Waarom deed hij dat? - Mijn verlovingsring.

Heeft u 'n foto van Pathos?

Hij snijdt vingers af. - Omdat hij geen vader had.

Z'n eigen moeder martelen.

Is dat Pathos?

Dat is Patrick niet.

Kinderen... Ze houden van u en daarna vermoorden ze u.

Wat heeft ze?

Wat doe je daar?

Het spijt me, het spijt me echt.

Uit welke buik hij ook kwam, ik hou van die jongen. Begrijp je dat?

Stop ermee, Laurence! Dat ettertje beroofde ons.

Pathos is 'n dief, Patrick niet. - Genoeg, genoeg!

Wil je je liefde niet delen?

Doorgeven wat we zijn, wat we denken?

Maar het huis, de winkel, je trein...

Wat heeft 't voor zin als je 't niet kan doorgeven?

Waar heb je 't over?

We hebben zo geprobeerd voor 'n kind. Herinner je je al die vruchteloze nachten.

Nu klopt er iemand aan de deur. Laat 'm binnen, André.

Laat 'm binnen. Laat 'm binnen, hoor je mij?

Wie binnenlaten?

Hij ging ervandoor. Er staat niemand aan je deur. Je bent alleen!

Door jou is hij weggegaan. Jij bleef 'm pesten.

Je bent compleet geschift!

Wat doe je?

Rustig maar, Laurence.

Rustig.

Als je Patrick bij me weghoudt, maak ik mezelf kapot.

Is dat duidelijk?

Laat dat. Je gaat je nog verwonden.

Pak me m'n zoon niet af, André. Pak 'm niet af.

Pak 'm niet van me af, André.

Pak 'm niet af.

Waar is ze?

Ze slaapt. Bedankt voor 't komen.

Ligt ze boven? - Ja, ik gaf haar 'n pilletje.

Ze stelt 't erg goed.

Ja, maar er is iets niet in orde.

We laten haar rusten.

Hebben jullie twee tv's?

Zo kijken we allebei naar wat we willen.

Dat is handig. - Ze houdt niet van autoprogramma's.

Is hij een Marokkaan?

Nee, ik denk 't niet.

Je hebt hem nooit eerder gezien? - Nee, ik zweer 't.

Hoe wordt iemand zo snel zot?

't Is geen krankzinnigheid. Ze zit in 'n ontkenningsfase.

Ontkenning?

Eerder 'n omgekeerde ontkenning.

Het moederschap is iets delicaats.

Jij kan nog kinderen krijgen, maar zij rouwt om haar verlies.

Hallucineerde ze ooit al of vertoonde ze irrationeel gedrag?

Nee, ze was altijd erg rationeel. Ik begrijp 't niet.

Denken jullie nog aan adopteren? - Daar stopten we jaren geleden mee.

Dit gebruikte ze dus?

Is ze een doe-het-zelver? - Nee.

Waar wil je naartoe? - Ik weet 't niet.

Ik ben radioloog, geen psychiater.

Maar ik weet dat 't een schreeuw om hulp is.

Wat moet ik doen? - Maak haar niet van streek.

Wees toegeeflijk.

Wat bedoel je daarmee?

Probeer niet met haar te discussiëren. Dat is zinloos.

Wees toegeeflijk. Ze zal 't zelf snel inzien.

Ik bel als 't erger wordt? - Maak je geen zorgen.

Doe wat ik zeg en 't komt goed.

Maar ik krijg er de kriebels van.

En verstop je gereedschap.

Ik hoorde je niet komen.

Alles oké? - Ja.

Wat wil je eten vanavond? - Wat je maar wil.

We kunnen Patricks quiche opwarmen.

Patricks quiche? Geweldig idee.

De federatie koos de golfclub van La Demangère...

Ik ga slapen.

Het is vijf uur. - Ja, maar ik ben moe.

Ik begrijp 't.

Hij is terug!

Liefje!

Ik ben zo blij.

André! Kom naar beneden. Kom!

Dat geeft niet, schat. Je bent er nu.

Alles is in orde.

Wat doe je?

Kom, André. Zeg gedag aan Patrick.

Dag.

Omhels elkaar, schuchtere sloebers.

Graag gedaan. Er zitten geen krassen op?

Waar is je vrouw?

Ze laat de hond uit? - Ze hebben een hond?

Stop! Stop! Wat bezielt hem?

Rustig, jongen, rustig. - Hij is niet stout!

Stop! Rustig!

Heeft hij dorst?

Kom naar de keuken. Ik zal 'm wat water geven.

Kom.

Is daar iemand? - Ja.

Bent u de vader? - Als u wilt.

Dag. - Dag. Ik ben André.

Sarah.

U heeft 'n mooie hond, Sarah.

Ik zou 't niet weten.

Excuseer? - Ik zou 't niet weten.

Ja, natuurlijk. Het spijt me. Uiteraard.

Wat doen jullie? - We komen.

Kom. - Nee, niet doen...

Excuseer? - Ik wil niet geholpen worden.

Wel, richt u misschien op mijn stem?

Gewoon rechtdoor. Deze kant op.

Hier is een trap. - Oké. Ik voel 'm.

Hoort u mijn voeten? Rechtdoor.

U doet 't goed.

Opgelet, opgelet. Naar links. Dat is mijn auto.

Goed zo. 't Is niets.

Hoe heet je vrouw?

Ze...

Ze lijkt erg aardig.

Dat zijn mijn voeten. Kom maar.

Deze kant, deze kant. Kijk uit! Rechts, rechts...

Nee! Ik bedoelde mijn rechts.

Excuseer, dat was de windgong. Deze kant op.

Kom.

Iets naar uw linkerkant. Nee, uw rechterkant. Ik weet 't niet meer.

Nu rechtdoor. We zijn binnen. Dat is de deur.

U doet 't goed. Vooruit, vooruit.

Stop, stop. Ik doe de deur dicht.

Hierzo. We zijn in 't salon. Hier, hier, hier.

Dat zijn m'n voeten. - Sorry, mijn excuses.

Excuseer, sorry.

U lijkt op hem.

Op wie? - Uw zoon.

Dat wist ik niet. - Mag ik kijken?

U heeft 'n ruitvormig gezicht. - Ja, dat kan.

Dat van Patrick is ook ruitvormig.

U bent 'n lieve man. - Als u dat zegt.

Maken jullie kennis? - Zeg dat wel, ja.

Deze lieve hond is geen doetje, hè?

Hoe heet hij? - Schnell.

Dat is... origineel.

Zal ik uw mantel aannemen?

Zal ik u helpen? - Nee, ik wil niet geholpen worden.

Dat wil ze niet.

Mijn God!

Ik krijg 'n kleinzoon.

Jij krijgt 'n kleinzoon. - Hoe meer gekken...

Wanneer bent u uitgerekend?

Binnen 'n maand. - Dat is morgen.

Waar gaat u bevallen?

In Mulhouse. - Dat is zo ver van hier.

Woont uw familie daar? - Nee. M'n ouders zijn dood.

Het spijt me.

Wat zei hij? - Ze zijn in Syrië gestorven.

Zijn jullie Syriërs?

Nee. Ze stierven 15 jaar geleden bij een duikongeluk.

Des te beter... Nou ja.

Waarom trekken jullie niet in bij ons?

De baby komt eraan, ze kunnen hulp gebruiken.

Ja, maar er zijn veel trappen. Het kan gevaarlijk zijn...

voor Sarah. - Ze zullen het hier beter hebben.

Nee, niet dus, want er is ook nog 't zwembad.

En dan? - En dan? Ik bedoel...

haar ouders zijn verdronken.

Kan dat mormel naar buiten?

Wat gebeurt er?

Mijn God! - Haal dat mormel weg!

Dag, Jean-François.

Waar is hij? - Hij sloot zichzelf op in 't toilet.

Ik wil je voorstellen aan m'n zoon.

Dag, Patrick. - En Sarah, m'n schoondochter.

Aangenaam.

Het spijt me, normaal is hij erg rustig.

't Is normaal dat hij nerveus is.

't Is voor hem ook allemaal nieuw.

Weet je wat we doen?

We wachten tot André gekalmeerd is

en dan neem ik jullie mee uit eten.

Geweldig idee. Ik zorg voor André.

Oké? - Oké.

Kom eruit, André. - Nee.

De hond is onder controle. - Het kan me niet schelen.

Je kan daar niet blijven.

Ze is helemaal gek. - Ja, en jij zou voor haar moeten zorgen.

Ik wil hen niet meer zien.

Deed je wat ik gezegd heb? Was je toegeeflijk?

Ik deed niets anders! Het verdomde mormel beet me bijna.

Rustig. Morgen bel ik 'n psychiater. Maar nu moet je eruit komen.

Geen sprake van!

Klote!

Klote, klote...

Dit is overheerlijk.

En het is vers.

Op jouw gezondheid, schat.

Wil je een wulk? - Nee.

Laat me u helpen. - Sarah wil niet geholpen worden.

Inderdaad.

Vond u de kathedraal mooi? - Ja, heel erg.

Ik hou van monumenten.

Ja, 't was een mooi uitzicht.

Wat doet u, Sarah? - Ik werk bij het Erfgoed.

Interessant. Architectuur is 'n mooi beroep.

Ik ben receptioniste.

Dat is ook mooi.

Nee. Dat is mijn glas.

Ik zal u uw glas geven.

Wil je echt geen wulk? - Nee.

Zeg eens, Patrick,

hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

Excuseer? - Op een datingsite.

Een datingsite voor gehandicapten?

Nee, een pornosite.

't Is belangrijk raakvlakken te hebben.

Absoluut.

Jullie gaan trouwen in Mulhouse?

Dat is geweldig. André!

Dat is fantastisch. - Ja, geweldig.

Mulhouse! Weet je? - Niet echt.

Dichtbij Basel.

Ken ik ook niet. - 't Is een mooie streek.

't Is schitterend.

Zeg eens, Patrick, waarom verhuisde je naar Mulhouse?

Excuseer? - Op z'n vierde ging hij naar 'n pleeggezin.

Ach zo.

Waarom?

Dat ligt achter ons.

Wat zei hij?

Clafoutis?

Weet u nog wat u hem hebt aangedaan? - Ik?

U was beschaamd dat hij doof was. - Nou...

Kinderen opvoeden is ingewikkeld.

Niemand zal je nog pijn doen, schat.

Het spijt me, maar ik begrijp er niets van.

Hij wil dat je z'n vader bent.

Ik wil je vader best zijn...

als je je kalmeert. Ga zitten.

André, neem hem in je armen.

Ja, ja, zeker. Sorry.

Kijk, het is papa.

Ik hou ook van jou.

We worden een fijne familie.

Een echt speciale familie...

Ik zal u helpen. - Dank u.

Houd me vast.

Goedenavond, Patrick.

Goedenacht, Jean-François. - Goedenacht, Sarah.

Goedenacht, Jean-François. - Goedenacht, Laurence.

Ik weet zeker dat ze doen alsof.

Jij moet rusten.

Wat deed ze in de kathedraal?

Blinden genieten niet van het uitzicht.

Er bestaan faciliteiten voor gehandicapten.

Welke faciliteiten? Bewonderde ze het uitzicht in braille?

Zag je Laurence bezig?

Ik vraag me af of ze ooit weer normaal wordt.

Als jij beter gaat zorgen voor je zoon zal het lukken.

Waar heb je 't over? - Weet je, André,

mensen die onvergeeflijke dingen doen,

lijden vaak geheugenverlies.

Jij toch niet!

Jij niet, verdomme!

Alles vergeten is 'n manier om jezelf te beschermen.

Je zoon is erg vertederend.

Laurence!

Klaar? Persen, persen, persen!

Nogmaals... Persen, persen, persen!

Het was een nachtmerrie.

Ik haal een glas water.

Het was moeilijk. Hij was lelijk!

Waar zijn ze?

Patrick slaapt nog. Sarah speelt met Schnell, kijk.

Wil je een koffie?

Ja.

Je hebt slecht geslapen. - Ik deed geen oog dicht.

Ze maakten heel wat kabaal.

Ik heb niets gehoord. - Ze neukten de hele nacht.

Ik dacht dat er wegenwerken waren, zo luid was 't.

Hij hoort zichzelf niet.

Oké, maar zij wel. Zij is blind, maar ze hoort toch.

Zij kan 't hem zeggen. Holbewoners waren discreter.

Beeld je hun huwelijk in, als ze met 200 zijn.

Ik zeg 't je nu,

het wordt een groot boeltje.

Geen huwelijk, maar 'n freakshow.

Je zoon ontmoeten valt je zwaar, hè?

Ik vergeet altijd dat ze niets ziet.

Sarah! Ik ben er. Ik kom eraan.

Wat doe je?

Ik zoek 'n poepzakje voor Schnell.

Waar ga je naartoe? - Naar de dierenarts.

Die agressiviteit is niet normaal.

Ze moesten dat beest opsluiten.

Op z'n minst. - Tot straks.

Ik zou 'm zelfs een spuitje geven.

Wat is dit?

Ik ga kleren wassen. Heb je vuile was?

Ja, natuurlijk, ik ook...

Nee, ik heb slecht geslapen. Er was wat lawaai.

Lawaai! Er was lawaai vannacht!

Heb je 't niet gehoord? Schoffie.

Ik zei koffie. Wil je een kopje?

Komt eraan.

Graag gedaan, onderkruiper.

Nee, suiker. Ik zei suiker.

Met suiker wordt je koffie zoet. Wil je suiker?

Ik wel. Ik zal me er beter door voelen.

DIERENARTS

Hij geeft kusjes.

Wat doet hij?

Hij kust me en geeft me knuffels.

Hij vindt u echt leuk. Stop met Laurence lastig te vallen.

't Is oké. Hij is familie.

Ik begrijp niet waarom hij André zo haat.

Misschien is hij dol. - Of hij wordt oud.

André? - Nee, de hond.

Schnell! - Ja.

Kom.

Opgepast. Langs daar.

Mijn paspoort.

Ik ga niet weg. Ik toon het graag.

Waarom? 't Is mijn hobby. Ik hou van documenten.

Paspoorten, identiteitskaarten,

geboorteakten, zelfs formulieren voor belastingen op onroerend goed.

Inderdaad, ik verzamel ze. Mag ik jouw paspoort zien?

Heb jij geen paspoort?

Wat doen jullie dan als jullie op reis gaan?

Zij verkiest dwergen?

Bergen. Ja, die zijn ook leuk.

Je hebt toch identiteitspapieren?

Een persoonsbewijs. Ik ben er dol op. Mag ik 't zien?

Wat zeg je?

In de handtas van Sarah.

We wachten tot ze thuiskomt. Ik heb niets anders te doen, onderkruiper.

M'n man heeft anders geen last met dieren.

Hoelang heeft u 'm al?

Vijf jaar. Hij was nog nooit zo agressief.

Waar is hij geboren?

Ik haalde hem uit 'n hondenasiel. Zij zeiden niets.

Schnell. Is hij Duits?

Ik weet 't niet.

Een Duitse Duitse herder.

Ik denk dat hij 't begrepen heeft.

Weet u 't zeker? - Ja.

Om hem te kalmeren, spreekt u zijn taal.

Dat is dan 80 euro.

Even kijken of je echt doof bent.

't Is een... een geschenk, een huwelijkscadeau.

Geen dank.

Je gaat je bijna installeren, dus help ik jou.

Twee goede pannen.

Wacht. Het is oké. Er is niemand.

Is Mulhouse dicht bij Duitsland? - Naast Duitstalig Zwitserland.

Dat verklaart veel.

Wanneer vertrekken jullie? - Deze namiddag.

Ach zo?

We verliezen elkaar niet uit 't oog. - Niet de minste kans.

Mijn excuses, het spijt me.

Hij beweegt...

de baby.

Dat is buitengewoon.

Langs hier.

Ruikt het hier naar look?

Rook! Ik ruik het ook.

Ja, 't is een klapper.

Omdat 't ochtend is. 't Is een leuke manier van ontwaken.

Wat was die luide klap? Wat is er gebeurd?

Jij stak een klapper aan? - Jazeker.

Ik amuseerde mij met m'n zoon.

Weg met dat mormel!

Wat heeft hij? Is hij ziek? - Nee. Hij spreekt Duits.

Duits?

Raus, mormel!

Waarom wil je je persoonsbewijs?

Over welke verzameling gaat 't?

Dat is... 'n geheim.

Ons geheimpje.

Ik kan 't niet vinden. - Laat mij kijken, jij ziet niets.

Wat bezielt je?

Mijn tas! - Hier, pak aan!

Stop daarmee. Wat is hier gaande?

Verdomme, de idioot!

Wat 'n idioot!

Hij heet niet Prioux!

Heet hij niet Prioux? - Jawel, maar met een T.

En dan? - Onze familienaam eindigt op een X.

Dat is maar een letter.

Maar een letter? Het is niet dezelfde familienaam.

Kijk wat ik zeg. Jouw familienaam eindigt op een T.

En onze familienaam eindigt op een X. We zijn niet van dezelfde familie.

Wat is er met die vlinders?

Je heet niet Prioux!

Laat Patrick met rust!

Ik ben zo'n idioot!

Zijn ouders zijn meneer en mevrouw Priout, de buren.

Die mafkezen die vechten met stokken.

Uw buren hebben dezelfde naam?

Priout met een T. Vroeger kregen we hun post,

nu krijgen we hun kinderen.

En onze foto... hoe kwam hij in jouw bezit?

Waar haalde je de foto van Marokko?

Wat zegt hij? - Hij vond 'm boven

en schreef er "papa en mama" op. - Waarom deed je dat?

Om 'n herinnering aan papa en mama te hebben.

Ik ga 'm wurgen.

Wat is 't probleem? Je echte ouders wonen hiernaast!

Ik ben je papa niet, ik ben je buurman.

Ja, ik hou ook van jou, maar hiernaast.

Ze is je moeder niet. Ik blijf 't je zeggen!

Hij verstaat niets.

Laurence!

Ze is je moeder niet!

Maak dat jullie weg zijn! Ik heb er genoeg van.

't Is voorbij, schat,

de nachtmerrie is gedaan. Ze gaan weg.

Laat 'm bij me, André. Neem 'm niet van me af, alsjeblieft.

Het komt goed, schat.

Het was een misverstand. We zijn geen familie.

We kunnen 'm niet laten gaan.

Maar hij is de zoon van de buren.

Ze sloegen hem.

We kunnen z'n leven niet verwoesten omwille van 'n spellingsfout.

Hij heeft genoeg geleden, niet?

't Is triest. - Nee, André...

't is niet triest, 't is oneerlijk.

Hij is hiernaast. Onrecht kan tenietgedaan worden.

Kijk. Kijk naar deze boom.

Hij groeit in onze tuin.

Wie kan 't wat schelen waar z'n wortels zitten.

Hij groeit hier, dus is hij van ons.

Wij zijn mensen, André.

We zijn sterker dan de natuur.

Ik ben hier! Schat, ik ben hier.

Mijn...

Hij is onderweg! - Naar 't ziekenhuis.

De sleutels, de sleutels.

't Is oké, Sarah, we vertrekken.

Sarah, ademen.

Rustig.

Waar blijft hij toch?

Sneller, André! - Ik doe wat ik kan.

Wat? - Haar water is gebroken.

Sneller, verdomme! - Wat denk je dat ik doe?

Ik kan niet sneller!

Ik versta 'm niet! Vertaal.

Ik heb hem niet begrepen.

Iedereen rustig!

Ik wil naar huis, naar Mulhouse.

Ik ga.

We komen.

Deze kant, deze kant.

Het komt goed.

Je tas.

Excuseer, weet u hoe laat 't is?

Excuseer.

Zijn jullie de ouders?

Ja.

Volg mij.

Wij zijn het.

En...

Alles in orde? - Ja.

Hoe heet hij?

Bernard?

Hij is 'n schatje.

Ja, dat wil ik graag.

Voorzichtig.

Hij is prachtig.

Een echte Bernard.

Wat zei hij?

Hij wil z'n moeder bellen en haar 't nieuws melden.

Maar je moeder is hier.

Zij is je moeder. Ze houdt van jou.

Ik wil je moeder zijn, Patrick.

Kom hier, schat.

AAN ALLE MOMO'S

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.