Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ooit, in een koud en troosteloos land
begon het spel om het lot van de mensheid.
Zijn vrouw overleefde het niet en hij vervloekte de goden.
Het was het werk van één man met bovennatuurlijke krachten...
die het lot van de wereld moet veranderen. Er woedden wrede oorlogen.
Hinadora liet zijn wrede instrument los
en God was getuige van de bevrijding van zijn verbannen wezens.
Hij besefte de gevolgen van zijn daden en zag onschuldigen lijden.
En in een laatste wanhoopsdaad probeerde hij zijn werk te vernietigen.
Zonder resultaat. Zo werd de poort naar de hel gesmeed.
Vader.
Ik vervloek je.
WOESTIJN VAN MAURITANIË 600 VOOR CHRISTUS
Neem het maar.
FRANKRIJK 1560
Als je die amulet gewoon gegeven had, zouden ze nu nog leven.
Maar je wou oorlog.
Nu ben je verantwoordelijk voor de dood van duizenden onschuldigen.
Ik hoop dat je dat beseft.
Neem het dan maar Als het dat is wat je wilt.
Eindelijk. Is je leven meer waard dan solidariteit tegenover je God?
Judas.
Breng het maar naar Moses.
MAROKKAANSE WOESTIJN HEDEN
De deur kan alleen langs binnen open, Selma.
Op de röntgenfoto's zie je duidelijk
dat het openingsmechanisme binnenin zit.
Die deur moet toch van buiten af open kunnen, Marcus.
Iemand heeft het ruim 5000 jaar geleden afgesloten.
- Hoe is dat mogelijk? - Ik weet het niet.
- Wat is dat? De handleiding? - Weet ik niet.
Het lijkt me meer een gecodeerde boodschap.
Het is in elk geval een spectaculaire ontdekking.
Kom mee.
KANSAS TWEE DAGEN LATER
Wat dat niet een beetje theatraal?
Dat is mijn mening over de situatie.
Daar kan ik niks aan veranderen. Wat denk jij?
Is dat mijn beste kant?
Maar dat doet er niet toe. Zullen we maar ter zake komen?
Dat voelt wel goed, hè?
Nee, nee.
- Je vergeet je manieren. - Excuseer, hoor.
- Ik ben alleen geïnteresseerd in... - Zal wel.
Mag ik dan nu, alsjeblieft, het perkament?
- Bedankt. - Graag gedaan.
Zoiets heb ik nog nooit gezien.
Is het echt gemaakt van de huid van een mens?
Wat is dit voor spelletje?
Je kunt er toch niks mee aanvangen.
Het is een speciale code, geschreven in een taal
die al 3000 jaar niet meer werd gesproken, geschreven of vertaald.
Noch jij, noch een computer kan die code ooit ontcijferen.
- Dat perkament is nutteloos voor jou. - Tja.
Dan zul jij dat voor mij moeten doen.
Jij bent de beroemde kryptograaf.
- Dat had ik al verwacht. - Ach zo?
Dan zal ik je verwachtingen overtreffen
als je mijn heiligdom niet geeft. Waar is het perkament?
Hier en het zal ook hier blijven.
Wist je dat dit een van de oudste kerken hier is?
- Gebouwd in... - Dat interesseert me toch niet.
Ik wil mijn perkament.
Ik wou gewoon je gezicht zien als je je zin niet krijgt.
Het is misschien mijn intuïtie, maar ik heb het gevoel dat ik je ken.
Dat ik je ken en je al een eeuwigheid haat.
Dacht je nu echt dat ik niet ben voorbereid
op mogelijke problemen?
Dat had je je eigen broer niet mogen aandoen.
Laat me los.
Geschifte lul.
Kom maar mee.
Folter dit domme wicht tot ze haar lichaamsvocht niet mee kan ophouden.
Laat je wapen vallen.
Nee.
De tijd is gekomen om onze fouten te erkennen...
- en onze schulden af te lossen. - Een geest zei dat je zou komen.
Ik verblijf tussen werelden. Straks keer ik terug...
naar mijn aardse bestaan om een van de sleutels te vernietigen.
Alleen zo kan ik verhinderen dat ik God verraad.
- Dat zal je niet lukken. - Als ik in de astraalwereld aankom...
zal ik de herinneringen aan mijn aardse bestaan wissen.
Daarom richt ik mij nu tot jou.
Zoek Luise en Elias.
Zij zullen onze gidsen zijn.
Wie zijn Elias en Luise? En waar kan ik hen vinden?
Je vindt hen in Karakash.
Ga nu maar.
Je hebt nog een lange reis voor de boeg.
Heb jij het ook gezien?
Ik weet dat je het hebt gezien. Wil je er niet over praten?
Ik heb alleen een vrouw gezien, heel wazig.
En ik voelde een stekende pijn in mijn hoofd.
Misschien waren het demonen die onze gedachten binnen wilden dringen.
Nee, het was geen demon. Iemand wilde iets met ons delen.
Dat is onzin. We kunnen niks veranderen.
We hebben fouten gemaakt en we moeten de gevolgen ervan dragen.
Ik ben op zoek naar een man.
Breng me iets te drinken.
Dit is de ondergrondse stad. De wereld van de duistere rassen.
En wat wacht ons daar?
Een vreselijke stank en duizenden duistere rassen.
Dat klinkt veelbelovend.
Vroeger was het hier een paradijs.
Met overal bloemen en een heerlijke geur.
We moeten dicht bij elkaar blijven.
We maken niet veel kans om dit te overleven.
We moeten snel reageren. Het is hier heel gevaarlijk.
Het komt uit elke hoek en verstopt zich achter elke bocht.
De wezens zijn blind, maar ze kunnen heel goed horen.
Ik wil geen woord meer horen.
Je hebt jezelf bewezen in de strijd.
Hoeveel van die helse wezens wachten ons nog op?
We reizen van de bergen langs de zwarte woestijn.
Langs de dode zee tot de ijsbergen. Daar is geen leven.
In de bergen kunnen we koppensnellers tegenkomen.
- Daarna wordt het gevaarlijk. - Het kwaad komt van Kalmea.
Ik voel het. Wat wacht ons daar als we het tot zo ver overleven?
Zodra we voelden dat het kwaad van hier kwam,
zijn we naar Kalmea vertrokken. Er was daar onbeschrijflijk lijden.
Het einde van de mensheid. De doden verscheurden de levenden.
- Wanneer waren jullie daar? - Acht maanden geleden.
Het kwaad heeft zich sindsdien verspreid en vermenigvuldigd.
Maar we maken een kans en moeten vechten.
Ja, maar we zijn een gazelle die het moet opnemen tegen een leeuw.
We moeten elk apart op zoek gaan naar Selma. De tijd dringt.
Afspraak over twee dagen in Nonverluna. Vermijd het woud.
De koppensnellers zoeken bescherming tussen de bomen.
Kom je er een tegen, hak dan zijn armen af.
Zonder mensenhoofd op een van hun klauwen, zien ze amper.
- Dan zijn ze traag. - En als ze wel hoofden hebben?
- Dan zul je moeten vechten. - Wees voorzichtig.
ENGELAND 1434
Het is Gods wil dat William terugkeert naar zijn Vader.
- Geef hem de eeuwige vrede. - Je bent flauwgevallen, mama.
- Wat is er gebeurd? - Vader is dood.
En nu verbranden we zijn lichaam tot stof en as.
- We hebben honger. Is er iets te eten? - Vers brood en warme soep.
Snijd de groenten, John. De soep moet op tijd klaar zijn.
Wat wil je? Wie ben jij?
- Maak dat je wegkomt. - Ik ben Collin.
Ik doe je geen kwaad. Ik ben op de vlucht voor het kwaad.
We willen geen problemen. Ga weg.
Dat zal ik doen ook.
Maar ze komen en ze zullen alles op hun pad verbranden.
- Waar heb je het over? - Jullie huis ligt op hun pad.
Je moet nu meteen vertrekken.
- Wat is dat? - Bescherm dit met jullie leven.
We kunnen het verkopen en een nieuw leven opbouwen.
- Een beter leven. - Nee.
Je moet het naar Kalmea brengen.
De stad van de doden.
Daar moet je het vernietigen. Dat is alles wat ik weet.
Ga nu maar voor het te laat is.
Ik zal er goed voor zorgen.
Ga maar zitten. We hebben gasten.
We moeten werken.
- Wat is er? - Het is te laat.
Luister dan toch.
De soep is bijna klaar als jullie honger hebben.
Houd je eten maar.
Geef me dat en dan geef ik je een snelle dood.
Mijn meester zal je dankbaar zijn.
Brand dit huis tot op de grond af.
- Ik ben David. - Selma.
Ik weet wie jij bent.
Wat zijn dat toch voor dingen?
Koppensnellers. Ze kijken en denken met mensenhoofden.
We moeten hier zo snel mogelijk weg.
Wacht. Waar ben ik?
Wat gebeurt hier toch?
Je bent dood, Selma. Je bent gestorven in je eerste leven.
In 2009 ben je gestorven in je laatste aardse leven.
Wat zeg jij nu? Dat is pas over honderd jaar en ik leef nog.
Ik leer je je andere levens herinneren en verandering te brengen.
Je herinnert je de mislukking met de amulet wel.
We bevinden ons nu in de astraalwereld.
Ik ben gestorven in 600 voor Christus.
Wat? De astraalwereld? Wat zeg jij nu?
Dat is de geestenwereld. In de aardse wereld is iets gebeurd
en het astraal vlak verandert stilaan in de hel. Wat je hier ziet,
is het resultaat van negatieve menselijke gedachten en emoties.
Koppensnellers, duistere rassen en andere kwade wezens.
- Allemaal inwoners van Kalmea. - Kalmea?
De stad van de doden.
Die man met die amulet gisteren had het ook over die stad.
Ja, hij sprak over die stad. Maar dat was gisteren niet.
Dat was 575 jaar geleden.
Waarom herstelt God het evenwicht niet zelf, David?
De mens geeft God de schuld van alles wat fout loopt:
aardbevingen, orkanen, overstromingen.
Dat is allemaal God die ingrijpt.
Het goede woont in ons hart, net als het kwaad.
We zijn zelf verantwoordelijk voor wat er met ons en de wereld gebeurt.
Geef me je hand.
Doe je ogen dicht en concentreer je op je leven in 2009.
Hoe kan ik me een leven voorstellen dat ik pas over honderden jaren heb?
Je hebt net dat leven verlaten. Concentreer je nu toch.
Er is een muur en een deur.
Een kerk en een man met wit haar.
Hij bedreigt me.
Een perkament. Een perkament met vreemde tekens op.
Wie is die man met dat witte haar?
Hij heet Gabriel Moses. Velen noemen hem de duivel.
Hij is onsterfelijk dankzij drie amuletten van de Samarianen.
Dat was een geheim genootschap uit 1000 voor Christus.
De eersten die het perkament ontcijferden en de poort openden.
- Wat is dat? - De poort van Hinadora.
Je hebt de deur naar de hel ontdekt.
Er is een legende die al 5000 jaar wordt verteld.
Hinadora was de wijste man op aarde.
Hij was smid en hij zou de poort naar de hel hebben gemaakt.
De poort bestond deels uit staal en deels uit magie.
Toen hij door de poort keek en zag wat hij had gemaakt, wou hij ze sluiten.
Hij maakte een mechanisme dat de deur van binnenuit afsluit.
Niet lang daarna overleed zijn vrouw, van wie hij zoveel hield.
Hij voelde zich verdoemd door God.
Hij besloot om het lot van de wereld in handen van de mensen te geven.
Hij schreef de sleutel om de deur te openen op een geheim perkament.
Jij hebt het perkament en de poort gevonden.
De cirkel is rond. Kom, we gaan.
De weg naar de stad van de doden is lang en zwaar.
Als we gefaald hebben en ons voor God moeten schamen
en de cirkel rond is...
Wat is er dan gebeurd met de Samarianen die de amuletten hebben gemaakt?
Ze sloten een pact met de duivel en hebben God verraden.
Ze dienen Gabriel Moses.
Ze zijn voor eeuwig verdoemd.
We moeten hier rusten. Straks wordt het donker.
In de bergen zijn de nachten bitterkoud.
- Wie zijn dat? - De Maren, een vreedzaam volk.
Ze zijn gastvrij, maar Moses is naar ons op zoek.
Hoe dichter bij zijn rijk, hoe meer verraders we tegenkomen.
Hoe weet hij dat we hier zijn?
Heb je hem zelf verteld toen je naar je eerste leven terugkeerde.
- Dan moest je zeker iets veranderen. - Maar we waren toch dood?
Het astraal vlak verandert in de hel. Waarom hier en nu?
Waarom niet in zijn eigen tijd?
Ja, we zijn dood, maar we zitten ergens tussen een astraal vlak.
De tijd heeft hier geen invloed.
Of we nu in de 15de of de 21ste eeuw zijn. Tijd bestaat hier niet.
Dat is een aardse regel.
Moses heeft de poort naar de hel op aarde geopend.
De enigen die nu komen, zijn moordenaars, bedriegers, verkrachters.
Het ergste wat je je kunt bedenken.
Het laagste bovenaardse vlak breidt zich snel uit
in het reine en het complete.
Moses weet dat we hier zijn omdat hij de legende kent.
Er komt een dag dat de schuldige zielen redding zoeken
en zich verzetten tegen het kwaad. Wij zijn die schuldige zielen.
- Jullie reizen naar de stad der doden. - Kopt.
Wees op je hoede.
Zijn speurders zijn naar jullie op zoek.
Ze reizen in grote groepen.
Dat weten we. Toch bedankt.
Ik ken de voorspelling.
God zij met u.
Mijn vrouw wacht al lang om u iets bijzonderste kunnen geven.
Moge het u geluk brengen. Ik heb mijn zoon beloofd dat jullie zullen slagen.
Dit is de steen van het licht.
Draag hem altijd op je hart.
Je zult het heilige licht zien en vrede vinden.
Dit is de steen der wijsheid.
Als een herder zal hij je leiden en zijn kudde beschermen.
Hij zal je naar het juiste pad leiden.
Dit is de steen der vergiffenis.
Draag hem mee en misschien vind je hemelse vergiffenis.
Je fouten zullen worden vergeven.
Moge de poort naar het rijk Gods voor je opengaan.
En dit is de steen der moed.
Moge die door je moed schijnen en je onoverwinnelijk maken.
Vrees de dood niet meer Vecht voor God.
Zijn zegeningen zijn onvoorstelbaar.
- Goedenacht. - Goedenacht, meneer.
We hebben een probleem.
Iemand heeft ons verraden.
Het is jouw schuld niet. Ga nu.
Voer je opdracht uit.
Opdat we elkaar terug mogen zien in een betere wereld.
Wees voorzichtig, het is gevaarlijk. Hier wonen de gratiën.
- Wat zijn dat? - Wezens die recht uit de hel komen.
Ze zien eruit als een kruising tussen ratten en mensen.
Het zijn nachtdieren, maar soms als de lucht donker is
en stormachtig, gaan ze op zoek naar voedsel.
Het is ons gelukt.
- Ja, het is je gelukt. - Ons allemaal.
Ik kan niet meer verder Beloof me dat je zult slagen.
Die poort moet dicht, daar moet je je leven voor geven.
- Zullen we doen. - Als ik in een hoger astraal vlak zit,
- weet ik dat ik het me is gelukt. - Hoe zag het hier vroeger uit?
De bomen in de wei waren van het diepste groen.
De bloemen bloeiden met onbeschrijflijke pracht.
Er waren paleizen van parels en gouden marmer.
Majestueuze architectuur.
Het was warm en werd verwarmd door liefde.
Het was het paradijs.
Jullie kenden elkaar al lang, hè?
Ja, heel lang.
Hij was als een broer Alles wat ik kan, heb ik van hem geleerd.
We redden het wel. We moeten die verdomde poort gaan sluiten.
We moeten vertrekken en hier een eind aan maken.
Zolang de poort open is, reist z'n ziel door het donker zonder redding.
Hoe ver is het nog naar de stad van de doden, Luise?
Twee dagen. Denk je dat het makkelijk zal zijn?
- Dat we daar binnen stappen en... - We zijn een vriend en krijger kwijt.
Maar nu moeten we dubbel zo sterk zijn.
De redding van de mensheid ligt in onze handen.
We moeten vechten voor Elias.
Kom.
Het is begonnen.
- Wat doen we nu? - We gaan naar de stad van de doden
en vechten. We hebben één kans op een miljard,
maar die kans wil ik grijpen.
Voor het laatste restje hoop, het laatste vonkje goddelijk licht.
Als ik moet sterven, sterf ik al vechtend.
We zullen sterven, maar hier is toch niks meer om voor te leven.
- We hakken ze in de pan. - Gewoon alles aanvallen, hè?
Ik herinner me dit.
Zo moet het er hebben uitgezien na mijn dood in 2009.
Ik voel hun pijn, hun ziekte, hun wanhoop.
Help.
- Wat moeten we doen? - Gewoon schieten.
Pak dat geweer en schiet.
Oprapen en schieten. Jij met dat machinegeweer.
Schieten.
WIE IN GOD GELOOFT HEEFT HET EEUWIGE LEVEN
Ik zie dat je bijna bij de deur bent.
Maar waar is de vierde? Kon hij niet komen?
Ja, ik ben nu sterfelijk.
Je kunt me geen groter plezier doen dan mijn leven te nemen
en me te herenigen met mijn heer
Selma, toch.
Je ambitie is groot, maar je kunt niet terugdraaien wat al is gebeurd.
Ik kom niks terugdraaien, ik kom hen tegenhouden.
Die is goed.
Zo zal geschieden.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.