Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
ANNO 1993
Hetzelfde, alstublieft.
Dan komt ze zeker. - Dat weet ik niet.
Zuid-Amerika kan niet slecht zijn.
Iemand op 't werk zei dat het cool was.
Wees gerust, ik ga geen hoer worden.
Hier of elders verandert toch niets voor ons.
Wat? - Niets.
Ik weet 't, ik zie er niet uit.
Ik stink. Ik ben hierheen gelopen.
Op de middelbare school was ik echt knap. Geloof je mij?
Ik dacht dat ik lelijk was.
Met alles wat ze over mij zeiden, voelde ik me slecht.
De school was 'n hel met die idioten.
Ze behandelden mij als 'n schurftige hond en zo voelde ik me.
Ik was mooi.
De weinige jongens die ik kende, wilden zich prostitueren.
Hoer worden was hun droom. Voor vrouwen.
Ik ben geen hoer geworden.
Wat heb je?
Niets.
Neem je me mee naar huis? - Nee.
Toch wel. Ik ken je.
Waar staat de auto van je moeder?
Daar, in de wijk Odéon.
Zeker weten? We komen van daar.
Nee?
Je bent 'n sukkel.
Het schiet me wel te binnen...
Jij wou mij vergezellen.
Ik zal beter opletten.
Je mag ook weggaan.
Ga naar huis.
Rot op.
Rot op! Ben je graag bij mij of bespioneer je mij?
Gewoon omdat ik je liefheb. - Stop daarmee.
Het klinkt walgelijk uit jouw mond.
Hoe dan ook,
we ontmoetten elkaar vijf jaar geleden.
En zoals jij zegt, zien we elkaar al drie jaar af en toe.
Als ik nu moest kiezen, zou jij de man van m'n leven kunnen zijn.
Jij hebt mij niet nodig, zoals ik jou. Maar dat stoort me niet.
Misschien bevalt dat onevenwicht mij.
Ik zie je liever gelukkig, zelfs ver van mij.
Jij hebt mij geleerd wat goedheid is.
"Goedheid"? Verdomme, Jacques!
Ja, goedheid!
Ik ben goed als ik bij jou ben.
Bij anderen ben ik gemeen. 't Is sterker dan mezelf.
Oké...
Ik laat je.
Ik wacht op je telefoontje.
Kom, ik geef je 'n lift.
Kom.
Helemaal alleen? - Natuurlijk.
Anders had ik je gewaarschuwd.
Was hij teleurstellend?
Helemaal niet. Het was een leuke avond.
Hij is bij vrienden. Hij kan later nog komen.
Dat doet hij niet, maar dat geeft niet.
Ligt Loulou in bed? - Hij lag er voor 9 uur in en sliep direct.
Houdt hij eigenlijk van jou? - Je bent gek.
Als je je 't niet afvraagt,
wacht je op mannen die niet eens je naam kennen.
Jean-Marie kent 'm. - Maar de rest misschien niet.
Las hij een van je romans?
Nee, en dat is een geluk.
Natuurlijk.
Roken we nog iets?
Ik ga naar boven. Ik moet dit artikel nog schrijven.
Waarover gaat 't? - Een gesprek met 'n actrice...
Wie? - Wie kan het wat schelen?
Géraldine Pailhas.
Ik ben dol op haar. Lees voor.
Heroïne roken, oké, maar van hasj val ik in slaap.
Dat heb ik niet. - Ik heb nog.
Heb jij aluminiumfolie? - Ja.
Wacht...
De schuldeisers zitten achter me aan.
Ik moet werk vinden en zeer snel.
Mijn krant zal je niet willen helpen.
Niet zoals jij hen laatst afscheepte.
Ik wil niet werken voor snobs.
Ik zoek geen denkwerk.
Secretariaatswerk of zo.
Receptionist.
Receptionist is goed.
Maar niet makkelijk te vinden.
Bij de krant werken receptionistes.
Eentje werkt nu freelance.
Ik denk dat ze nu op de dienst Bedrijven zit.
Voor welk loon?
6.000 frank. Minimumloon.
Dat is redelijk.
Waarom ga je met Jean-Marie uit eten als je blut bent?
Zelfs arm blijf ik boven mijn stand leven.
Komt je vader volgende week niet naar Parijs?
Ja. Klootzak.
Zelfs al vult hij mijn put, ik kan mij nog steeds
geen deftige bank veroorloven.
35 jaar en ik ben veroordeeld tot Ikea.
Ik kan niets beters kopen.
Zou 't beter zijn met 'n mooie bank?
Je begrijpt wat ik bedoel.
Niet altijd.
Is 't de schuld van je vader dat je nog van hem afhankelijk bent?
Ik vraag 't me af.
Dat bedoelde ik niet als 'n aanval.
Ik zou er niet op durven wedden...
Maar je hebt gelijk. Het zijn mijn zaken niet.
Dit is Jacques Tondelli. Laat 'n boodschap achter.
Ik alweer.
't Is al laat, maar ik had gehoopt dat jij zou bellen.
Ik probeerde 't al om 21.00 uur.
Ik had je willen spreken, maar je hebt 't druk.
Of je bent op stap.
Pech.
Ik ben er slecht aan toe, Jacques.
't Is het einde...
't Is klote om 't te zeggen.
Maar mijn benen hebben 't begeven.
Ik loop als 'n oude man.
Ik deed m'n naaldhakken weg. Het is dus hopeloos.
Hoe dan ook,
ik ga niet janken op je apparaat.
Ik moet je om 'n gunst vragen.
Morgen word ik opgenomen in 't ziekenhuis. Een paar dagen, zeggen ze.
Maar daarna...
weet ik niet waar ik naartoe moet.
Thierry wil me niet meer zien.
Ik blijf 't verknoeien.
Teruggaan naar m'n ouders in Clermont...
Dat zie ik niet zitten. Ik wil daar niet sterven.
Je had me voorgesteld af en toe bij jou te komen logeren.
Behalve als 't stoort.
Dat zou ik begrijpen.
Ik ben beschaamd het jou te vragen.
Ik kan Thierry niets meer vragen.
Ik praat te veel.
Kusjes.
Ik hoop tot morgen.
Het was Marco, maar dat wist je wel.
Het zou een grote vergissing zijn.
Ik weet het.
Wat doe jij daar? - Ik moest plassen.
Je plast niet om één uur 's ochtends.
Ga snel terug naar je kamer.
Ik ga m'n artikel afmaken.
Bel 'm niet. - Ik weet 't.
Ik zou willen dat je hier slaapt vannacht. - Geen sprake van, mevrouw.
Waarom niet? - Jij hebt geen enkele roman.
HET KATTENBOEK
Momentje.
"Hoe leeft u samen met uw kat?"
Ben je gek geworden?
Je had me pijn kunnen doen.
Laat me met rust. - Het spijt me.
In dat geval blijf ik liever hier.
Ik ben niet van plan hier te blijven.
"De Goden hebben dorst". Verdomme!
Ik meen 't, Arthur.
Ik wil de nacht doorbrengen met jou.
Maar ik wil 'm met mezelf doorbrengen.
Je bent 'n loser. - Misschien.
Kan je opschieten? De anderen zijn er al.
Vooruit, haast je!
Het andere oog. Je lijkt wel 'n eenogige panda.
Mag ik naar jouw intenties polsen?
Die van mij zijn duidelijk. - Ik heb jou niets gevraagd.
Een paar kusjes... - Ik heb jou niets gevraagd!
De paar kusjes bij dageraad volstaan niet.
Zijn we verliefd of niet?
Oké, goed.
We zijn niet verliefd, en dus moeten we ook niet tongzoenen.
Kan ik ergens een kwitantie tekenen?
Niet dat spelletje... - Wat?
Gaat meneer slaan? - Dat zou ik kunnen doen.
We blijven hier vanavond.
Misschien de rest van ons leven, liefje.
Geef me die sleutels.
Hoe oud ben je? - Voorzichtig...
Hebbes. - Klaar?
Waar was je? We hebben je overal gezocht.
Ik was verdwaald.
Ik kuste een Amandine vanavond. Het was de eerste keer.
Waar zullen we binnen 10 jaar zijn?
Ik zal geschiedenis geven aan een technische school.
En jij? Geen idee.
We zullen niets worden.
Ik warmde de cassoulet op. - Geweldig.
Wat is dat?
Pierre, ik maak 'n ommetje.
Maak je geen zorgen.
Bedankt. - Sleutels aan het bord, alstublieft.
Is de kamer naar wens?
Ja, dank u.
Het theater is op 100 meter.
Ze werken aan de techniek. Ze zeiden dat u tot daar kon komen.
Zoals gepland. Vooruit.
Eerlijk, het hotel is op 't randje aanvaardbaar.
Ik kom helemaal naar hier en jullie stoppen mij daarin.
Is 't de kamer? - Natuurlijk!
Ik zal niet kunnen slapen op die stortplaats.
Daar stuurt 't theater de auteurs altijd naartoe.
Auteurs?
Daar zou u Vinaver of Yasmina Reza nooit laten logeren.
U zit er voor niets tussen.
Ik kom hier niet voor m'n plezier.
Ik word uitgenodigd, maar ik heb ook werk te doen.
En mijn kamer stinkt naar bleekwater.
Het is hier, niet? - De ingang is daar.
Wacht. Ik ga door 't lint als ik direct binnenga.
Kan ik niet binnenglippen?
Ja.
Laat u mij binnen?
En u kan hen zeggen...
wat u maar wil.
Kijk naar de film.
Schuif op.
Is hij goed?
Ja, een beetje...
Het lijkt een prentenboek.
Dan gaat u beter weg.
Dat overwoog ik tot u binnenkwam.
Blijft u door mij? - Ja.
Het leven houdt meer verrassingen in dan 'n film.
Vooral deze.
Zegt u zoiets tegen onbekenden?
Ik sprak voor mijn beurt.
Het leven is stommer dan films.
Ja, films twijfelen altijd aan hun eigen stomme verhaal.
Ze hebben ongelijk.
Hoe oud bent u?
22.
En wie bent u?
Ik lees graag.
Ach zo.
Allereerst
haat ik uw generatie omdat ze knapper zijn dan wij waren.
Met vleierij komt u nergens.
Nee, ik meen 't.
Ik neem 't jullie kwalijk.
Maar misschien valt u tegen in 't daglicht.
Gaan we weg?
Nee, u blijft.
't Is een goede film. U bent gek als u dat niet ziet.
Maar als u zin heeft,
rond 23.00 uur,
en als u niets beters te doen heeft,
kom dan naar het theater, en dan zien we elkaar weer.
Je gaat niet mee naar het restaurant?
Ik moet nog 'n uur of twee werken.
Waaraan? - Steeds dezelfde roman.
Ontbijten we morgen samen?
Schatjes, Jacques gaat weg.
Geef me 'n kus.
Tot binnenkort. - Dag.
Proficiat. - Blijf je echt niet?
Ga weg. Uit m'n ogen.
Smakelijk.
Voor het hotel moet u naar de avenue Janvier...
Ik moet gewoon de geur van bleekwater volgen.
Het hotel is netjes. - Goedenavond.
Helemaal alleen? Niet bij de rest?
Nee, ik ben moe.
Hoe voel jij je?
Het gaat, geen klachten.
Wist je dat ik geelzucht heb gehad?
Eigenlijk hepatitis. Zeer ernstig.
Waar is je hotel? - Die kant op.
Ik ging naar huis voor m'n verjaardag.
Ik had koorts, maar ik moest me goed voelen.
Om me moed te geven, dronk ik als 'n tempelier.
Champagne, witte wijn, rode...
Ik propte me vol met oesters, vol-au-vent, kaas, baba's met rum...
Mama was in de wolken. Ik sprak niet over politiek
en at m'n eten op. Het perfecte feestvarken.
Die nacht kotste ik alles weer uit.
Ik viel flauw in de badkamer en sneed m'n elleboog.
Hechtingen op de spoed.
En de diagnose: hepatitis.
Ik moest de nacht daar doorbrengen. Een nachtmerrie.
Ik lag in een zaal met daklozen, 'n kind in 'n stalen long...
Het was de hel en toen dacht ik aan jou. Ik zei tegen mezelf:
"Net zoals Jacques boet ik voor m'n fouten."
Ik kreeg 'n preek over m'n gewicht.
Bij jou is dat 't aantal partners.
Het was onmenselijk.
Alleen jij kan zoiets begrijpen.
Ben je genezen? - Ja, 't is voorbij.
Het was negen weken geleden.
Dat denk ik toch...
Nee, eigenlijk is 't langer geleden.
Het was drie maanden geleden.
M'n slechte lever kan me nog last bezorgen.
Een baba met rum en hop, naar de spoed.
Jij met je aids kan alles nog eten.
We zijn er, dit is mijn hotel.
Je ziet er nochtans goed uit.
Ik moet je opbiechten dat ik ermee stop.
Ik deed mee aan de casting, maar ik kom niet terug.
Weet de rest het al?
Vergeet de rest. Ik wou 't jou persoonlijk zeggen.
Ben je boos? - Nee.
Toch wel, ik weet 't zeker. Je bent zo beleefd.
De beleefde M. Aids.
Of we kunnen allemaal je rug op.
Nee, dat niet, de pot op of...
Doe ik vervelend? Ik ben weg.
Dag.
Rust goed uit. En schrijf 'n nieuw stuk voor mij.
Dat zal ik doen. - Iets dramatisch.
Oké? Verzorg je.
Neem je me mee naar boven? - Nee.
Dat ga ik u niet opdringen.
Mag ik?
We kunnen naar mijn flat.
M'n kamergenoot zal nog niet terug zijn.
Oké, ik volg u.
't Is redelijk ver.
Ik heb alle tijd.
Ik loop nog goed, gezien mijn toestand.
Welkom. - Erg mooi.
Niet overdrijven.
Deze kant.
Verdomme!
Wat? - Stil.
Ze kwamen terug om eten te maken.
Wie zijn het?
Geen idee. Pierre, mijn kamergenoot en...
Ik krijg je niet ongezien m'n kamer in.
Oké.
Zien we ervan af?
Nee. Wil jij dat?
Zou u niet liever bij uw vrienden zijn?
Ik zie ze elke dag.
Ik heb 'n auto.
Waarvoor?
Elk weekend ga ik naar m'n moeder, aan zee.
Gaan we daarnaartoe?
Nee, we kunnen ergens anders naartoe.
Een ritje en wat betasten op 'n parkeerplaats?
Nee. We kunnen naar Mont Saint-Michel.
We zijn er in anderhalf uur.
't Is nog vroeg. We vertrekken,
we praten, we luisteren naar muziek,
slapen in de auto...
en bij dageraad kijken we naar de zonsopgang in elkaars armen.
Meent u dat?
Hou je niet van Mont Saint-Michel?
Geen idee. Ik was er nog nooit.
Maar de zon er zien opgaan
in de armen van 'n Bretoense student
is misschien iets te sentimenteel voor mij.
Dan heb je geen zin in mij?
Toch wel, u vergist zich.
Blijf je zo formeel doen?
Misschien.
Ik ben niet van dezelfde leeftijd en ik moet waakzaam blijven.
U bent brutaal.
Kom hier.
Niet roken in mijn kamer.
Wat doe je als werk?
Ik dacht dat u dat wist, meneer.
Je kan heel wat in 'n theater.
U zei dat u graag las.
En dan?
Niets.
Wat doe je om de kost te verdienen?
Ik steven af op m'n ondergang.
Nee, echt. - Echt.
Eigenlijk ben ik een schrijver.
Mijn naam is Jacques Tondelli.
Echt?
Ik heb over jou gehoord, maar ik heb nooit iets gelezen.
En ik dacht 'n fan ontmoet te hebben.
Je kan je soms vergissen.
Ik lees meestal overleden schrijvers.
Dan moet u niet lang meer wachten.
Ben jij Jacques Tondelli?
Ja.
Dat is grappig.
Niet echt. We moeten bestellen.
Twee broodjes met frietjes en...
Een biertje?
Ja. - Twee, graag.
Dank u.
Ik ben...
een jongen die naar Parijs verhuisde...
vanuit Meurthe-et-Moselle.
Ik ben 'n jongen die bereid was te slapen met iedereen
die z'n carrière kon helpen.
Maar dat waren er niet veel.
Ik ben 'n jongen die vaak 's nachts ging stappen...
Een jongen die niet bemind werd door z'n ouders,
z'n zus noch z'n broer.
Ik ben nu geen jongen meer, maar 'n man die zich nog steeds 'n jongen waant.
Een man die 'n pneumocystose overleefd heeft.
Een man die weet waarom hij bang is voor endoscopieën.
Een man die denkt dat er niemand nieuw in z'n leven komt
en daar niet over klaagt.
Maar die man denkt
dat hij na de oorlog terugkeert
voor 'n ander leven na dit leven,
waar hij dezelfde zal zijn, maar met nog meer charme
en waarin hij 's nachts meer vastberaden door de straten zal lopen.
Hoe zit 't met u?
Ik ben te jong om me te herinneren wat ik ben.
U respecteert de regels niet,
M. Arthur.
Ik ben 'n jongen van 15 die op 'n zaterdag om 5 uur gewekt werd
in zijn internaat
en naar 'n woonwijk werd gebracht
60 km verderop.
Hij voelde zich volledig verloren
tot hij een twintigtal auto's zag staan voor z'n ouderlijk huis.
Wat was er gebeurd?
M'n vader was net omgekomen
op de weg tussen Rostrenen en Carhaix.
Ik keerde terug naar de school in Carhaix.
Ik nam die weg van school naar huis drie jaar lang.
Drie jaar lang hoopte ik
dat mijn vader uit 'n greppel zou kruipen, zou zwaaien...
en me mee zou nemen.
Maar nee.
Hij bleef dood.
13de arrondissement?
Dat is in 't noorden?
Nee.
Ik deel 'n antwoordapparaat, wees elliptisch.
Elliptisch, dat kan ik.
Oké...
Oké, oké, oké.
Geen laatste...
Niets dus? - Niets.
Ga naar huis.
Ik ben nog niet moe.
Ik moet morgen vroeg opstaan.
Je gaat me nooit bellen zeker?
Ik denk 't wel.
Vooruit, wegwezen.
Ga je me ook schrijven?
Ik ga nu naar binnen.
Ik hang hier nog even rond, voor het geval je je bedenkt.
Mijn kamer is amper groot genoeg voor mij.
Ik kan mij erg klein maken.
Dat geloof ik graag.
Welterusten. - Welterusten. 't Is al laat.
Welterusten. Ginder.
Ik ben weg.
Loulou, ik vroeg je 'n half uurtje rust. Dat moet toch lukken.
Ik ben 't. Ik vergat m'n pillen.
Kom erin.
't Is geen list om je lul te zien.
Ik kijk niet.
Idioot. Weet je 't zeker? Ik zag ze niet.
Die zijn van mij.
Kijk. Is 't die doos niet?
Daarboven?
Wat 'n stomme trut.
Wacht... - Nee, laat maar.
Verdomme...
Stoort 't als ik je badmat inpik? - Nee.
Vraag ik Loulou je ontbijt hier te brengen?
Ik nam al geen bad meer sinds de herfst. - Echt?
Ja. - Kom hier.
Nee, ik zit hier goed.
Vuil, op je badmat.
Kom hier, zeg ik. - Nee!
Kom op!
Niet doen! Niet trekken! - Schiet op!
Kom op.
Dat doet pijn.
Ziezo.
Loulou, sluit je de deur, alsjeblieft?
Ik wil je leven makkelijker maken.
Dat is 'n lastige taak.
Vooral voor jou.
Hoe bedoel je?
Het is niet jouw specialiteit.
Jij bent beter in het ingewikkeld maken.
Denk je dat? - Ja.
Maar je bent wel lief.
Je bent gewoon een "complex iemand".
Bedoel je dat ik onze relatie bemoeilijkte?
Jij hebt lef. - Ik zeg niets.
Ik stel me dat soort vragen al lang niet meer.
"Onze relatie bemoeilijken..."
Je beseft 't misschien niet,
en zonder je te willen kwetsen, maar je hebt me lelijk toegetakeld.
Is dat grappig?
Je was sterk.
Dat ben je eigenlijk nog steeds.
Wat maakte ik moeilijker?
Vanwaar komt die manie om steeds te praten?
Waarom wil je steeds praten?
Toen we samen waren, vond je me onwaardig om aan te spreken.
Deed je 't toch, dan trok je 'n gezicht.
Je maakte indruk op mij. - Nee.
Je vond mij altijd al 'n trut.
En je had gelijk.
Een beetje...
Je wou niet praten, neuken volstond.
Ik was stapelgek.
Stijf, bedoel je.
Kom op.
Straks zijn we allebei stijf.
Geniet ervan. - Stop!
't Is te laat om jong te sterven.
Onze planning is klote.
Heb je al nagedacht over hoe je 't wil?
Heb je 't opgeschreven?
Nee.
Ik ga 't nog doen. - Natuurlijk.
Zorg dat ze mij niet begraven in Clermont.
Als je 't niet opschrijft, beslissen zij.
Ideaal zou zijn dat ze 't niet weten.
Als je in 'n ziekenhuis sterft, hebben we geen keuze.
Dan vertrekken we eerder.
Voor 't laatste ziekenhuis.
We mogen de boot niet missen.
Je hebt wat je nodig hebt?
En jij? - Ja.
Gebruik 't niet voor ik 't neem.
Dat zien we nog wel.
Op dat vlak hoef ik geen gentleman te zijn.
Jij hebt Loulou. Voor hem moet je volhouden.
Dit badkuipgesprek was leuk...
Ik weet zeker dat je zal doorbijten.
Je zal genezen.
De eerste Franse eikel die dacht te sterven,
maar het niet deed.
Zal de natie mij bedanken?
Ik denk 't niet.
Ze willen dat we stilletjes gaan.
Het zal niet veranderen als we blijven leven.
Ik heb het koud. - Ik zal je besprenkelen.
Nee. - Het zal je verwarmen.
Dit is gezellig. - Ik heb het koud.
't Is leuk. - Nee, dat is 't niet. Ik heb het koud.
Kom op.
Dit wordt 'n hel. - Wacht.
Ik zet je rustig recht.
Houd je vast aan de rand.
Ik kan 't alleen. - Nee, laat je doen.
Mijn God...
Ik ga er als eerste uit.
Nog koffie? - Een beetje.
Je zei dat jullie niet verliefd waren.
Dat zijn we ook niet.
Ik wel, een beetje.
Ben je verliefd op hem? - Ja.
Maar jij niet? - Nee.
Ik heb overal pijn. Ik wil niet meer verliefd zijn.
Op niemand.
Ik wil gewoon m'n ogen sluiten en rust vinden.
Ik begrijp 't niet.
Je zei dat je hier kwam wonen als vriend.
Inderdaad. En zo is 't ook. - Leugenaar.
Luister niet naar 'm.
Hij kan niet toegeven dat hij ons nodig heeft.
Waarom ben je niet verliefd op papa? - Waarom?
Ik ben verliefd, maar niet op je papa.
Ik ben verliefd op Thierry.
Je hebt hem al gezien, hè?
Hij is cool. - Ja, dat is hij.
Ik ga terug naar hem en dan heb jij je kamer.
Wie zegt dat hij jou terug wil?
Hij heeft 't me zelf gezegd.
Ik laat jullie met rust.
Wanneer ging je 't mij zeggen?
Wat?
Dat moet ik niet, ik zeg 't nu.
Binnen 'n paar dagen ben ik weg.
Je hoeft niet te wachten.
Hij kan je vandaag oppikken. 't Is zondag.
Hij is er dit weekend niet.
Ach zo, dit is hier dus 'n hotel.
Wij geven jou te eten, we wassen je, leggen jou in bed. Is het zo?
Heb ik je niet genoeg bedankt?
De pot op met je bedankingen. Die hoef ik niet.
Ik ben in de woonkamer. - Oké.
Ik wil respect.
Ja, respect.
Je had 't mij kunnen zeggen. Heb jij hem gebeld?
Ja, hij kwam langs. - Hier?
Hij bracht me schone kleren.
Die vent was hier in mijn huis?
Loulou!
Kom. - Ik ben hier.
We gaan toch bij je mama eten.
Is je boekentas klaar?
Al je spullen?
Je blijft ook bij haar slapen.
Wij zien elkaar dinsdag en donderdag.
Ik neem m'n boek voor wetenschappen...
Ik hoef je lessenrooster niet te kennen.
Schiet op, we vertrekken direct.
Rustig.
Haast je.
Ik denk niet dat we elkaar nog terugzien.
Je bent een geweldig kind.
Je wordt... - Stop daarmee, alsjeblieft.
Kom.
Dag.
Dag, Eugénie.
Loulou, we zijn al te laat.
Houd deze voor me vast.
Dank je.
Nemen we hem mee? - 't Is jouw auto.
Dag.
Ik ga naar Rennes. - Stap in.
Kijk of er plaats is in de koffer.
"Stap in..."
Zet mij af voor de padvinder uitstapt, oké?
Beloofd.
Jullie braken mijn record: minder dan 5 minuten.
Sorry, we konden niet sneller.
Waar woon je? - De campus van Villejean.
Pech...
Ik ben Stéphane. En jullie?
Arthur. - Nadine.
Anastasia.
Wat studeer je?
Psychologie. Bloemschikken en waarzeggerij.
Farmacie.
En jij, Arthur?
't Is zo lang geleden dat ik naar de les ging dat ik 't vergeten ben.
Ben je het opscheppen nog niet beu?
Kom je uit Loudéac? - Ja.
Ik werk in 't zomerkamp.
Het avonturenkamp in Binic?
Ging je er heen als kind?
M'n zus was er begeleidster 10 jaar geleden.
Françoise Cloarec.
Dat was voor mijn tijd. Ik ben de directeur.
Ben je daar niet te jong voor?
Je moet 21 zijn.
't Is mijn tweede jaar.
't Is vast boeiend, werken met kinderen.
Ja, 't is boeiend.
't Is ludiek.
Heb je m'n ogen nodig? - Wat?
Let maar niet op mij. - Wat?
Ik zie je bezig. - Ik heb niets gedaan.
Ik ben niet achterlijk.
Wil je 'n handdoek? - Nee, 't is oké.
Ik ga me opfrissen.
Blijf liggen.
Mag ik opnemen? - Ga je gang.
't Is vreemd je te horen.
Stoor ik? - Ik had alle hoop opgegeven.
Ik had het druk.
Kreeg je mijn postkaarten?
Ja, dank je. Sorry dat ik niet antwoordde.
Er is iemand. Kan ik terugbellen?
Wie is het? - Iemand die ik net ontmoette.
En al besprongen? - Misschien...
Denk je dat je verliefd bent? - Dat zou kunnen.
Jij bent ultrasentimenteel.
Ik weet met wie ik te doen heb. Kan ik terugbellen?
Hoe ziet hij eruit?
Blond.
Een "Maxim's"?
Toch geen "Wrong Blond"?
Ik begrijp er niets van.
Ken je 't verschil niet tussen een "Maxim's" en een "Wrong Blond",
een "Whitman" of een "Vondelpark"?
Echt? - Echt.
Wat lees jij dat je zo weinig weet?
Zal ik 't uitleggen of moet je naar je ongedefinieerde blonde kerel?
Je hebt vijf minuten.
Oké, jouw blonde jongen zal geen "Maxim's" zijn.
Iemand die op 't eerste zicht ideaal lijkt,
die verwelkomd wordt zonder voorafgaande controle.
"Probeer Maxim's," zei Isherwood, die hield van dergelijke illusies.
Ik ben jong, weet je nog?
Waarom gaan jong en illusie niet samen? Hoe dan ook...
Je wil evenmin Ginsbergs definitie van een "Whitman".
Hij dacht terug aan zijn minnaars en ging terug naar hun vroegere relaties,
en hij kon hen linken aan Walt Whitmans minnaar.
Ken je Walt Whitman? - Nee. Dit is vernederend.
Ik moet uw bibliotheek vullen, poesje. Walt Whitman,
de eerste grote Amerikaanse dichter.
Iemand zoals Rimbaud in Frankrijk.
Nee. Een "Rimbaud" is geen "Whitman".
Heb je even?
Ben je er nog?
Een "Whitman" is wijdverspreid.
Je hebt al snel door dat hij met iedereen heeft geslapen.
Een wijdverspreide homoseksuele orgie, die teruggaat naar Adam en Eva.
Schrijf je alles op? - Ja, echt.
Idioot.
Nu, een zeldzamer specimen,
die mijn voorkeur heeft, toegegeven, het "Vondelpark".
Genoemd naar voorbeelden die ik ontmoette in het Amsterdamse park.
Neem je me er ooit mee naartoe? - Concentreer je, alsjeblieft.
Lijkt hij op een overlevende uit de jaren 70,
een Scandinavisch type?
Hij is blond met 'n leuk kontje.
Blondheid volstaat niet.
Het "Vondelpark" is geen modepop.
Hij heeft een lichtjes corrupt, onverstoorbaar voorkomen.
Een verward kantje.
Hij is eerder 'n gewone Bretoen dan 'n oppervlakkige Scandinaviër.
Dan is het een "Wrong Blond",
volgens Audens definitie van Chester Kallmann in 1939.
Ik doe alsof je Auden kent.
Natuurlijk ken ik 'm.
Auden was bij z'n aankomst in Amerika verzot geraakt op 'n blonde,
ene Walter Miller.
Miller werkte voor 'n literair tijdschrift samen met 'n andere blonde, Chester.
Chester contacteerde Auden voor 'n interview.
Auden gaf hem 'n afspraak in de hoop dat hij zou komen
met de begeerde Miller.
Toen de blonde Chester alleen kwam,
ging Auden, teleurgesteld,
naar Isherwood in de kamer ernaast,
ze waren kamergenoten,
en fluisterde:
"Het is de verkeerde blonde."
En zoals 'n goede biograaf zou zeggen:
Chester zou voor Auden de enige mogelijke blonde worden.
Ik snap 't.
"Maxim's", een droombeeld. "Whitman", de man die 't met iedereen doet.
"Vondel", niet voor anderen, ideaal voor jou. - Precies.
En de "Wrong Blond", een donderslag bij heldere hemel.
Dat is 't in grote lijnen, jongeman.
Wat ben ik voor jou?
Duidelijk een "Whitman".
Een slet?
Het doet pijn dat je dat denkt.
Wat moet ik anders denken?
Je kent me amper.
Bewijs me dat ik me in u vergis.
Ik moet je laten.
Nee, zet je nutteloze blonde aan de deur en bel me.
Dag, Jacques. Ik hoop dat je je redt.
Slecht nieuws?
Nogal.
Zal ik weggaan?
Wat wil je? - Stoor ik?
Kan 't wachten?
't Is dringend. Ben je niet alleen?
Daar lijkt 't op.
Ken ik hem?
Ik ga de deur dichtdoen. - Wacht.
Kan ik je auto lenen?
Nu? - Ja.
Wacht hier.
Goedenavond.
Goedenavond.
Ik ben 'n vriend van Mathieu.
Ik wist niet dat hij Mathieu heette?
Hij staat om de hoek.
Er zit niet veel benzine meer in. Ga je ver?
Redelijk ver. Ik trek m'n plan.
Redelijk ver? Zet 'm niet mijlenver weg. Ik heb 'm nodig.
Ik ga naar het verre Westen. Ik ben niet direct terug.
Er liggen spullen in. - Ga ze dan mee halen.
Als ik zo van je afraak...
Ik leen je niet graag m'n auto, dat is duidelijk.
Hoe ver westwaarts ga je?
Je kan je zorgen maken als ik oostwaarts ga,
maar het westen stopt bij de oceaan.
Ben je gek?
Kom op. Ik ga m'n vreemde Bretoen bezoeken.
Wacht even.
Dat is me wel wat.
Waar komt je bink vandaan? Hij zag er erg gespierd uit.
Je verveelt je niet.
Ken je hem al lang?
Dat hangt af van mijn portefeuille. Hij is 'n hoer.
Echt? - Dat weet je best.
Ik met 'n kerel zoals hij? Ik betaal voor z'n spieren.
Heb je de info die je wilde?
Ik zweer dat ik dacht dat hij jouw danser was.
Hij danst niet. - Oké. Let goed op.
Ik let goed op en ik moet jouw advies niet.
Ga jij me iets over preventie bijbrengen? Bewaar dat voor je Bretoense nicht.
Hoe moet ik weten dat jij neukt op zondagavond?
Ga nu maar. Laat me met rust.
Ga je niet mee met mij? Je bent gekleed om naar zee te gaan.
Zwemmen staat niet op 't menu.
De benzine... - Ik zie je graag.
Van honden aaien krijg je vlooien. - Geef me 'n knuffel.
Knuffelen we nu al? - Je hebt er behoefte aan.
Jij bent gek.
Beangstigend hoe jij de laatste tijd communiceert.
Minachtend stuk stront.
Begrepen? Pang pang, konijn!
Wat is er aan de hand?
Jullie zijn dood! Pang pang, konijn!
Jullie zijn dood!
Wat zijn dat? Kogels!
Ze wijken af, naar rechts en links.
Pang pang, konijn!
De dichtstbijzijnde konijnen worden geraakt!
Het is een ramp! Wat gebeurt er?
De strategie werkt niet meer! Pang pang!
Jullie zijn dood!
Bij volle maan roept de Grote Tovenaar de papa's van de konijnen bijeen!
En de mama's!
En de baby's!
Ik ben onderweg naar m'n neven.
Tof, maar ik ben bezig. Eerst bedtijd, dan vergaderen...
Voortmaken! - Ik kan op je wachten.
We zijn zelden klaar voor middernacht.
Krijg ik 'n kus van jou? - Nee.
Slaap lekker.
Uit de eerstehulppost.
Het slaapzakkencentrum voor bedplassers.
Ze worden dagelijks gewassen,
maar er kan nog een geur van kinderpipi inzitten.
Je bent walgelijk.
En ik stal wat cider. Geïnteresseerd? - Ja.
En? - Wat?
Je bent hier niet om over pedagogie te praten.
We zijn nog bevriend.
Vrienden bezoeken elkaar.
Ik ben voor beleefdheidsbezoekjes. Gezondheid.
Mijn koninklijk optrekje gezien?
Toen je uiteindelijk met me praatte,
zei je dat je ook interesse had voor jongens.
Dus vroeg ik me af...
Toen wij samen waren, toen ik dacht dat we dat waren,
heb je... Luister. Ik probeer te praten.
Was je toen actief geïnteresseerd
of was 't toen gewoon 'n idee?
Moeten we daarover praten? - Ja, ik denk 't.
Goed.
Ik heb je bedrogen met 'n paar jongens.
Je zal niet akkoord zijn, maar aangezien het jongens waren,
was het niet echt bedriegen.
In orde...
En voor mij, was je toen ook al homo?
Ja. Ik bedrieg al 'n tijdje mensen met jongens.
Sorry als ik bekrompen overkom...
Waarom uitgaan met mensen zoals ik als je vrijt met mensen zoals zij?
Omdat ik tot voor kort alleen verliefd werd op meisjes.
Tot je padvinder?
Niet op Stéphane. Ik heb niet met hem geslapen.
Arthur... - Je beeldt je dingen in.
Ik vrij niet met elke homo. Ik ben geen geilaard.
Wie is de "tot voor kort"?
We hebben goed gepraat.
Zullen we ons bezatten en tongzoenen?
Ik wil niet tongzoenen.
Maar de geestdrift van je zwakke hart boeit mij.
Het zou helpen als je je hart uitstort bij 'n derde,
of niet? Dat was 'n eindeloze gedachte.
Kom op.
Ik heb 'n Parijzenaar ontmoet.
We ontmoetten elkaar in Rennes.
Hij is 'n schrijver.
Sinds die ene keer hebben we contact via brieven en de telefoon.
Hij geeft niet om mij,
maar ik kan hem van gedachten doen veranderen.
Hoe heet hij? - Jacques.
Is hij even oud als onze ouders?
De pot op.
Ja, hij is 10 of 15 jaar ouder dan ik.
Hij bespringt jou?
Verdomme, daar antwoord ik niet op.
Eerlijk,
me inbeelden dat je zoiets doet met 'n man...
dat is een beproeving voor mij.
Waarom het je inbeelden?
Beeldde je je Pierre of Fabrice in die het doen?
Bespaar me je onzin.
Ik herinner me ons samen.
Al goed, maar wat kan ik daarop zeggen?
Geniet ervan.
Ik heb 't tegen m'n ouders gezegd. - Wat? Klote, waarom?
Geen idee. Ik voelde me slecht.
Ik moest met iemand praten. Maar 't is oké.
't Is niet oké. Je ouders...
Moest je het zeggen? - Ja.
Ze gaan het op meelijwekkende wijze tegen m'n moeder zeggen.
"Mevrouw Prigent, we weten 't van uw zoon."
Ben je dom of wat?
Achteraf had ik er spijt van.
Ze kunnen hun mond houden. - Dat hoop ik.
Verdomme, wat is die herrie?
Ze maken 't hele kamp nog wakker. Blijf hier.
Ik ben zo terug. - Het spijt me.
"M. de Directeur,
Dring niet aan, ik ga niet naar het verre Westen binnenkort.
U liegt. Ik weet dat 't er meermaals per dag regent
en dat de jongelui misvormd zijn door de pannenkoeken en de karnemelk.
Als u mij mist, kom dan naar Parijs.
Ooit moet u uw land verlaten en uw geluk hier beproeven.
Daar wordt u geen filmmaker.
U zou de Bretoense Pagnol zijn
(wat eigenlijk niet slecht is).
Keer terug naar uw modelboten maar, aangezien u 't zo lief vraagt,
mijn twee handen staan tot uw beschikking,
evenals mijn tong en mijn staart.
Parijse kussen op uw lichtgezouten huid. Jacques."
Zijn jullie blij nu?
Vind je het grappig?
Estelle ook?
Er is avondeten en avondeten.
Jullie toestand brengt de veiligheid van de kinderen
onder jullie hoede in gevaar.
Kunnen jullie geen grenzen stellen?
En denk aan de buren.
En nu iedereen rustig.
Begrepen?
Is de planning klaar voor morgen?
Waarom wilde je niet blijven?
Die kerel was uit op ruzie.
Was hij jouw type niet? Ik wed dat hij goed uitgerust was.
Jacques, ga terug. Ik ga naar de hoeren kijken.
Heb je scrupules voor mij?
Dat zou verkeerd zijn.
Ik ben 't zat de grote broer te spelen.
Ik heb zin in 'n bruut.
Reken je op mij? - Ik heb geen verwachtingen.
Zal ik jou slaan? - Waarom niet?
Oké...
Ben je al uitgeteld? - Nee, ik kom.
Een schrijver moet mensen gelukkig maken.
Eerder dan wat? - Altijd te klagen.
Dat doe ik niet. - Schei uit.
Sinds wanneer lees je mijn werk?
Hier en daar.
Het boeit me niet echt.
Gerecupereerd?
Ja.
Mag ik je nog eens slaan? - Niet op dezelfde plek.
Ogen naar beneden.
Ogen naar beneden!
Dit spel bevalt me.
Ik kan wraak nemen voor wat je mij laat doen.
Echt?
Wat ga je doen?
Je weet dat de mensen van je houden.
Stop daarmee.
Ik zou je nooit pijn kunnen doen.
Pak aan, een geschenk.
Als je me nodig hebt, verbrand jezelf en ik kom.
Niet overdrijven. De magie zal niet altijd werken.
Dat is 'n duivels geschenk.
We deden er goed aan weg te gaan. - Ik rook deze op.
Goedenavond.
Ik moet Mathieu dringend bellen.
Iets met Loulou? - Ik weet 't niet.
Vraag of je mag bellen.
Mag ik uw telefoon gebruiken? - Ja.
Dank u.
Nummer één.
Alstublieft.
Vertel. Is er iets met Loulou?
Waar is hij?
Heb je hem gezien?
Nee... Mijn trein is morgen om 18 uur.
Oké. Dag.
Marco is dood.
Kom hier voor 'n knuffel.
Ik ga 'n ommetje maken.
Is iedereen er?
Martin! - Aanwezig.
Angelo!
Magdalena!
Jullie wachten tot hij vertrekt? - Natuurlijk.
En jij schrijft elke dag. En was je elke dag.
En verander elke dag van vriendin. - Afgesproken.
Dag, jongen.
Louis! - Dat ben jij.
Louis Tondelli! - Hij komt eraan...
Louane!
Waarom ga je niet mee naar Dijon?
Ik ga naar de ouders van Mathieu in Normandië.
We vertrekken deze namiddag.
Voor het weekend? - Ja.
Weet je 't zeker?
Ik wed dat je twee weekjes alleen in Parijs zal zijn,
kwestie van blijvend depressief te zijn. - 't Is mijn leven.
Ja.
Schrijf je momenteel? - Ja en nee.
Waarover? - Nog steeds de brandstichter van Belfort.
Maak er geen held van.
Ik maak er 'n stomme flikker van, en dat is geen moordenaar.
Zijn dwaasheid doodde 15 mensen.
Bent u vrij? - Ja.
Moet ik over mijn leven schrijven? - Nee.
Zie je wel. - Oké, ik zal zwijgen.
Verdorie... Het fototoestel van Loulou.
Geef hier. - Waarom?
Ik doe het voor hem op de bus. - Weet je 't zeker?
Ja. - Tof, want ik heb geen tijd meer.
Oké. U mag vertrekken. - Zeg gedag aan Mathieu en zijn ouders.
Oké. En geniet van je Dijonerie.
Breng de camera naar de post. - Ja, doe ik.
Ik ben M. Cairo. Ik had een afspraak om 11 uur.
Wij hebben niet op u gewacht.
Het spijt me.
Gaat u zitten. Ik kijk of u tussendoor kan.
Druk uw rug ertegen.
Niet bewegen.
Armen een beetje zijwaarts.
Adem inhouden en niet bewegen.
M. Tondelli? - Hier.
Mijn excuses. Dag. Deze kant op, alstublieft.
Naar links? - Nee, hier.
Kijk naar m'n oor.
Kijk hier.
Dus... U heeft 'n vervelend virus.
Het cytomegalovirus.
Dat veroorzaakt koorts.
Zelfs zonder het oogonderzoek, moet u zo snel mogelijk opgenomen worden
voor 'n reeks testen:
biopsie, endoscopie, colonoscopie onder volledige narcose.
Ik wil ook uw longcapaciteit controleren.
Het zal heftig zijn, maar snel.
Een paar dagen.
En daarna zien we verder.
Ik kan u vandaag opnemen. - Nee, vandaag niet.
We mogen niet treuzelen.
Ik geef u 'n week.
Een week dan.
Daarna zet ik u op twee infusen per dag gedurende twee weken.
Goed.
En... wat met...
mijn maagpijn?
Ik denk dat de angst meespeelt.
Vindt u dat u zwakker wordt?
Laten we zeggen...
dat ik vol...
zelfmoorddroefenis zit.
Ik zal u iets voorschrijven.
Pillen die u helpen slapen,
bovenop de pijnstillers.
U gelooft 't misschien niet, maar het gaat redelijk goed met u.
Het gewichtsverlies is niet zorgwekkend,
uw T4's zijn laag, maar uw lichaam is sterk.
Het is 'n bondgenoot.
Ik ben het.
Sorry. - Arthur?
Ik ben Mathieu, een vriend van Jacques. Kom binnen.
Jacques is er niet. Hier zijn de sleutels.
Hij zegt dat je morgenavond niet kunt komen logeren.
Zijn zus komt onverwachts.
Je moet een oplossing zoeken.
Weet je waar naartoe?
Nee. Ik moet erover nadenken.
Je kan blijven tot 15 uur morgen.
De grote sleutel is van de voordeur. De kleine van de flat.
Dat is alles.
Vergeet de sleutels niet achter te laten. Zijn zus heeft ook een set.
Zie ik hem niet? - Nee, hij is een week weg.
Zet je tas neer.
Doe of je thuis bent.
Een fles... - Chouchen.
Het is zoals mede, niet?
Ik kan niet te lang blijven.
Zal het gaan?
Ken je Parijs?
Ik ben hier voor het eerst alleen.
Fijn. Plannen?
Het Centre Georges Pompidou en een ACT UP-meeting...
vanavond.
Perfect.
Rechter- en linkeroever.
In Parijs moet je om de drie uur de Seine oversteken.
Oké...
Ik moet werken. Ik heb al vertraging.
Kan ik Jacques bereiken? - Nee.
Maar hij zal wel eens bellen. Neem op.
Fijn je ontmoet te hebben, Arthur. - Bedankt.
Ik ben weg.
Klaar.
Hoe was hij?
Fysiek? - Nee.
Was hij achterdochtig? Ontgoocheld?
Hoe kon hij dat niet zijn?
En fysiek?
Ik dacht dat hij knapper was.
Ja...
Weet hij waar naar toe morgenavond?
Hij vindt wel iets.
Wat gaat hij vandaag doen?
Hij gaat naar het Centre Georges Pompidou,
en dan naar een ACT UP-meeting.
ACT UP? Kent hij daar mensen?
Geen idee.
Voor een Bretoense flikker in Parijs
is een ACT UP-meeting even opwindend als de catacomben.
Hij mag niet naar de ACT UP-meeting.
Laat hem gaan. Wil je voor hem zorgen?
Nee, maar ik wil niet dat hij gekwetst wordt.
Gekwetst bij ACT UP?
Ik word moe van jou, Jacques.
Ik vind het klote.
Ga ook naar ACT UP en stop met navelstaren.
Er zijn heel veel mensen ziek en zij vechten. Maar jij...
Verdomme, je doet me balen.
Ik ben tot 20 uur bij de krant.
Aangezien je nu hier woont, kan je eten maken voor vanavond.
Iets lekkers.
Vis met currysaus. - Vergeet het.
Doe moeite.
Als ik geen curry ruik, kan je elders gaan slapen.
Geen Centre Pompidou?
Wat doe je hier?
Ik weet het, ik dring me op.
Het is niet het moment.
Wil je alleen zijn? Of heb je afgesproken met iemand?
Ik ben in Parijs voor jou.
Ik ben je gevolgd van bij mij thuis.
Ik heb gelogen. Zoals je ziet, ben ik niet ver weg van Parijs.
Ik ben bij Mathieu, mijn buurman.
Oké...
Het idee van twee nachten met jou in mijn flat
leek me te zwaar om dragen.
Ik was blij dat je het voorstelde, maar...
Wat wil je dat ik zeg?
Ik werd er neerslachtig van.
Ik kan geen relatie meer aan,
dromend van een leven dat niet komt, of van een liefdesaffaire...
Het ligt buiten mijn bereik.
Ik wil niet eindigen als een dromer.
Ik heb principes en ze halen altijd de bovenhand.
Ik waarschuwde je dat ik niets te bieden had.
Ik kan niet samen zijn met iemand.
Ik weet gewoon hoe ik alleen moet zijn.
En het is een slecht moment.
Ik krijg twee infusen per dag
en morgen brengen ze een katheter aan in mijn borstkas.
Het is dom, maar dat ding in mijn borstkas
geeft me het gevoel dat ik me nooit meer kan uitkleden bij een man.
Ik dacht ermee in het reine te zijn. Ik dacht nooit meer opgewonden te raken.
Ik zou gewoon lezen.
Eindigen als lezer?
Precies.
En dan kwam jij met je spullen
en het had moeten zijn zoals ik dacht, maar het is niet gelukt.
Nee...
Ik hoorde je vertrekken deze middag.
Ja? - Al zingend.
Waarom ben jij zo iemand die zingend op straat loopt?
Kan je niet het meer stilzwijgende, verlegen type zijn?
En dan merkte ik je op...
Op de hoek, aan het eten.
En ik vond je
heel geschikt.
Op dat terras in de zon,
aan het eten met een sigaret in je vrouwelijke hand
die door je haar ging...
En ik dacht...
Ik schaam mij er niet voor. Ik dacht: "Hij is mijn laatste Vondel."
Wacht niet op mij, Arthur.
Vraag je niet af hoe jij me weer tot leven kan wekken.
Maar ik zou graag hebben dat je bij mij komt slapen.
In orde. Daar gaan we dan. Vanaf 't begin.
Klaar? - Opnieuw?
We kunnen ook praten?
Kom op. - Ik ben de choreografie beu.
Kom op.
Kom. - Daar gaan we.
Dit laten we voorbijgaan. - Ik laat 't passeren.
Ik heb graag dat je telt.
Eén, twee, drie, vier...
We zijn te vroeg begonnen.
We zijn niet begonnen, maar wel slecht.
't Is niet slecht.
Als de leraar 't lied al niet kent...
De doos. - Het poeder.
Geef me je hand. Deze.
Ik sta vooraan.
Niet te geloven. Jij opnieuw vooraan.
Dat lachje...
En nu...
Het tangogedeelte.
Nu achteruit.
Voorwaarts... Zijwaarts...
Ik vergat de twist.
We zijn dronken.
Kom hier, jij.
Promenade...
Niet zo.
Kom hier, jij.
In de ogen kijken.
En nu...
Sigaret.
Daar gaan we. - Twee.
Goed zo.
Terug achter mij. Je bent 'n lastpost.
Het roken duurt meestal langer.
Neem 't over, ik heb er genoeg van.
Kom op, Arthur. Concentreer je.
Niet mokken. - Concentreren. Drie, vier...
Ik heb nooit begrepen waarom
zoveel mensen over hun jeugd praten
na het vrijen.
Ze klagen en janken
omdat ze als volwassenen vinden
dat hun jeugd niet was wat ze hadden gewild.
Het was helemaal niet onschuldig.
Het zijn trouwens dezelfde die klagen
dat je met hun lichaam vrijt, niet met hun ziel.
Ik walg van hun zelfgenoegzaamheid.
Arthur, stop met drinken.
't Is vloeibare honing.
Ik heb suiker nodig. Ik ben nog niet volgroeid, heren.
Je kan de drinkers van Chouchen onderscheiden
door de manier waarop ze na 'n tijdje tegen de grond gaan.
Ze vallen kaarsrecht neer. In één keer.
Het moet leuk zijn.
Ik ben nog niet zover.
Ik ben nog soepel.
Rustig.
Een squaw in het bos.
Wees voorzichtig!
Kijk uit voor m'n tafel.
Wie spreekt er met jou over hun misbruikte jeugd?
Iedereen. 't Is alsof ze mij
hun lullige jeugd verwijten.
't Is altijd hetzelfde. Ze vrijen erop los
en daarna zoeken ze 'n verklaring,
een leuke aangename reden.
Ze vrijen, maar nooit uit vrije wil.
Het zijn altijd de anderen die hun kwetsbaarheid uitbuiten
of hun broosheid als resultaat van het misbruik in hun jeugd.
Sommige flikkers zijn er erg goed in.
Verdomme.
Wees trots en gelukkig dat je lichaam juicht.
Seks is niet minder nobel dan gevoelens, zo simpel is 't.
En vergeet je kindertijd.
Als homo's eerlijk zijn, geven ze toe dat ze niets verliezen door te vrijen.
Vrijen is iets winnen, nooit iets verliezen.
Je stelt je minder sentimenteel op dan je bent.
Ik ben sentimenteel.
Ultrasentimenteel, zoals je ooit zei.
De blik van anderen maakt me bang.
Hoe kunnen ze mij aantrekkelijk vinden?
Maar...
Zodra we dichterbij komen en elkaar aanraken,
begrijp ik niet waarom ze niet verliefd worden.
Ik houd m'n mond. Ik sta niet te roepen:
"Heb je 't kind gezien dat in mij slaapt?"
Ik ben blij dat m'n leven versnelt
wanneer 'n kerel me aankijkt, maar...
ik zou hem nooit lastig vallen
met herinneringen aan bevroren kloten op de speelplaats.
Ik weet niet zeker of ik je nog kan volgen.
Ik ben dronken en ik brabbel.
Dat komt van het werkwoord brabbelen. "Met elkaar vermengen".
Bretoenen kunnen idioten zijn.
Of niet, Parijzenaars?
Zoals wij idioot kunnen doen, zijn er geen.
Zijn boodschap lijkt me erg duidelijk.
Ik had 't niet over jou, jij huilt niet als je vrijt.
Ik bedoelde het in 't algemeen.
Ik mag ook in 't algemeen praten, niet?
Ik heb 'n opinie over homo's.
Een goed onderbouwde. - Echt?
Ten eerste zijn 't allemaal huilebalken.
Leeftijdsgenoten vinden vrijen op 'n toilet ranzig. Weg met hen.
't Is niet beschamend,
't is een kans op avontuur,
gegrepen in 't voorbijgaan, zonder enig idee wat er gaat gebeuren
en daardoor voel je je daarna levendiger.
Het zal mij 'n zorg zijn als je pis ruikt.
Kom op, de stank is niets vergeleken bij de kick die je krijgt.
Homo's die toiletten mijden zijn zij die nooit lezen.
Literatuur is niet aan hen besteed.
Mijn grote ideeën.
Vinden jullie ze niet goed?
Jullie lijken wel gebakken vissen.
Mijn engeltje...
Geen algemene ideeën voor jou.
Alleen bijzondere.
Vanavond heb ik jou niets bijzonders te zeggen.
Of juist heel veel.
Ik wil je zeggen dat ik hier ben en...
Je hoeft niet te doen alsof je al dood bent, en verberg je eenzaamheid niet.
Ik heb altijd alles gewild,
maar ik kan ook heel blij zijn met weinig.
Jullie kunnen beter naar huis.
Ik word misselijk van jullie ontboezemingen.
Slapen we niet hier?
Zeer zeker niet.
Wanneer moet je in 't ziekenhuis zijn?
Om 8 uur 's morgens.
Zal ik 'n taxi bestellen op kosten van de krant?
Zeer attent van je, m'n dierbare vriend.
Bedankt, maar ik neem m'n scooter.
Ik wil samen met jullie slapen.
Zelfs al vrijen we niet.
Trek je pyjama aan, jongeman.
Arthur, je moet slapen...
Mag ik je niet pakken in 't bijzijn van je vriend?
Ik laat jullie.
Nee. - Ja.
Nee...
Oké, ik doe de doos open.
Ik doe ze dicht. Korte tango.
Sigaret...
Ik duw de sigaret uit.
BESMETTELIJKE ZIEKTES
Jacques?
Dag.
Zoekt u Jacques?
Ja. - Ik ben Isabelle.
Dit is Loulou.
Hij kan elk moment terugkomen van de radiologie.
Mag ik samen met jullie wachten? - Natuurlijk.
Hoe heet u?
Arthur. Een Bretoense vriend. Ik ben 'n paar dagen in Parijs.
Heeft u al over ons gehoord?
Nee.
Jacques deelt z'n leven op.
Loulou is zijn zoon. Ik ben de moeder van zijn zoon.
Ik ben z'n vrouw niet, gewoon 'n vriendin. De moeder van z'n zoon.
Ben jij de zoon van Jacques?
Ik wil niet.
't Is oké, schat. Papa zal blij zijn jou te zien.
Ik wil 'm hier niet zien. Mag ik buiten wachten?
Doe nu niet lastig.
Loulou!
Ik kan op uw zoon letten en later terugkomen.
Dat is vriendelijk. Bedankt.
Kunt u mijn tas meenemen?
Is Loulou jouw echte naam?
't Is Louis, maar iedereen zegt Loulou.
Wat verkies jij? - Ik verkies Louis.
Heb je hen dat al gezegd? - Nee, maar Loulou stoort me niet.
Ik ben Arthur.
Ik weet 't, dat zei je al. Zoals Rimbaud.
Ken jij Rimbaud al?
We leerden 'n gedicht van hem op school. - "De Slaper in het Dal"?
Ik weet de titel niet meer.
"Om vier uur op een zomerse morgen
De slaap van de liefde sluimert verder..."
Dat leerde ik niet op jouw leeftijd.
Was je bij ons thuis?
Bij je vader, ja.
Sliep je in mijn bed?
Ik heb jouw kamer niet gezien.
De volgende keer laat ik het je zien. 't Is de grootste kamer.
Wanneer ben je bij je vader?
Normaal gezien om de andere dag.
Jullie zien elkaar de hele tijd.
Zie je die vrouw daar met de doos?
Er zitten poesjes in.
Geeft ze de poesjes weg?
Ik denk dat ze voor 'n patiënt zijn,
maar ze laten er haar niet mee naar binnen.
Of misschien...
verkoopt ze ze om mee te experimenteren.
Je bent gestoord.
Je zoon en je vriend houden katjes vast.
Ik voel 'n ramp aankomen.
Ik neem geen katje mee naar huis.
Jacques!
Verdomme...
Excuseer!
Dag, papa.
Zeg dat niet. - Goed geslapen?
Wat heb je gedaan vandaag?
Hier en daar geweest.
Je hebt koorts. Bretoenen hebben daar een kuur voor.
Echt?
Er moet iemand naakt naast de patiënt gaan liggen.
Hij moet de hele nacht blijven, anders werkt het niet.
En de vrijwilliger moet afkomstig zijn van drie generaties Bretoenen.
Je hebt geluk, ik ben zo iemand.
Ik denk niet dat het mogelijk zal zijn.
Ik denk van wel.
Er komt niemand bij tot morgen en ik vroeg het aan de hoofdverpleger Patrick,
die zei: "Geen probleem, blijf bij uw vriend, jongen."
Dat is mijn lied.
Luister.
Ja...
Ken je het?
Je bent niet echt ziek.
Genoeg. We gaan slapen.
Ik ben het vergeten. Het belangrijkste.
Anders gaat je koorts niet weg.
Goed.
We zouden een fijn leven hebben.
Wat stelt dit voor?
Het is lang geleden dat we hier iets dronken.
De vorige keer heeft de politie ons betrapt.
Ik draag een jurk.
Snel, en stop met klagen. Klim over de muur.
Ik kan langs daar. - Nee, stop daarmee.
Wie zijn verjaardag is het?
Van niemand, maar ik heb nieuws.
Maar eerst een cadeau.
Kom op, vertel het.
Ik verhuis naar Parijs. Mama en oma betalen de huur, een jaar lang.
Een jaar om te slagen. - Ricard!
Slagen in wat?
Werken, schrijven, een film maken...
Hij gaat naar Parijs om fortuin te maken.
Fortuin... Ik zeg het,
je moet altijd achterdochtig blijven, of het nu slecht of goed gaat.
Heb je het nodige talent? - Word niet gemeen.
Niet vanavond. - Wist jij het?
Hij heeft zijn huur opgezegd.
Ik wist het niet.
Wat denken jullie?
Ik ga je missen.
We zullen je uiteraard missen.
Binnen twee maanden kom je als een geslagen hond terug.
Parijs is ons ding niet.
Voor mij is het Parijs of niets.
Je zal gekwetst worden.
Nee, ik zal goed opletten. Maak je geen zorgen.
Het leven is hard daar.
Het is niet zoals in Rwanda.
Ik beloof dat ik goed zal opletten.
Neem me niet in de maling.
Je bent wreed.
Wees eerlijk, je laat ons achter.
"Wreedheid...
is niet een mens die een ander mens pijn doet,
verminkt of martelt,
zijn ledematen of zijn hoofd afhakt,
of hem aan het wenen brengt.
De echte, vreselijke wreedheid
is die van een mens die een ander uitsluit,
hem onderbreekt zoals puntjes in een zin
of die van hem wegkijkt,
een vergissing van hem maakt bij het kijken,
een inschattingsfout,
een vergissing zoals een brief
die verfrommeld wordt na het begin,
na het schrijven van de datum."
Koltès.
Het ontroert me dat je de boeken leest die ik je geef.
Voel je de ongerustheid toenemen?
Ik voel de vochtigheid.
Misschien bereik ik niets omdat ik er niemand ken.
Maar ik ga er ook naartoe voor iemand.
Wie?
Een zekere Jacques waarop ik verliefd ben.
Ik ken weinig mannen die Jacques heten,
maar ze waren allemaal deftig.
Zeg je niets, Fabrice?
Waarom moet ik iets zeggen?
De anderen wisten het al.
Wel...
ik vind het al speciaal
dat je verliefd kan worden op een man. Ik ben onder de indruk.
Persoonlijk zou ik het niet kunnen.
En ik voel me heel bedroefd.
En ik denk dat ik wat jaloers ben op Jacques
en iedereen die jou zal liefhebben in Parijs, en wij moeten je missen.
Kom hier, schatje.
Stop daarmee.
Is er geen muziek? Een stevig stukje.
Het is zover, de zomer is voorbij.
Ozone of Cactus? - Nee, niet de Cactus.
Ik toonde mijn tieten aan de barman.
Waarom zijn we er nooit bij als je zo vrijgevig bent?
Het is te laat voor de Ozone. De Contrescarpe?
Ik kom direct.
De Contrescarpe. - Tot later.
Ga weg!
We houden ook van jou.
Waar wil je dat? - Op tafel.
Ziezo.
Is dat alles? - Wat ik wil dat je hebt.
Dat is je telefoon.
Ik ga hem uitschakelen.
Jacques, ik ben het.
Ik wilde je uitnodigen vanavond.
Ik heb goed nieuws voor jou.
In jouw toestand heb je goed nieuws nodig.
Ik blijf in de buurt van deze telefooncel.
Je kan me bellen op het nummer 99 68 40 35.
Kusjes, oude liefde van mij.
Ik zal je met plezier neuken.
Je moet weten...
Ik begon met dit dagboek na mijn eindexamens.
20 jaar neemt niet veel plaats in.
Ik schreef regelmatig. Niet elke dag, maar...
Ik merkte dat ik vaak op zondag schreef.
Maar ik kon geen schrijver worden.
Maar je bent het.
Trouwens...
de "e" op mijn schrijfmachine is defect.
Ik gebruikte een "3" op de laatste bladzijden.
Ik heb alles nagekeken.
Alle namen die overblijven mogen vermeld worden.
Gebruik je de echte naam van Loulou?
Nee.
Ik noem hem "L".
Ik hoop dat hij ooit trots kan zijn op zijn vader.
Dat is stom.
Niemand moet trots zijn op zijn vader.
Ik hoop dat hij het me ooit kan vergeven.
Ik heb het goed gedaan met hem, niet?
Ik bedoel...
Wij hebben het goed gedaan.
Isabelle en ik waren een goed team.
Oké, Mathieu, vriend, ik ga.
Heb je mijn sleutels?
Blijf nog wat. - Nee.
We zullen emotioneel worden en je zal me vastbinden.
Ik heb me hierop voorbereid. Ik dacht wel dat het zo zou eindigen.
Morgenvroeg
moet je niet alleen beneden komen.
Bel de brandweer en zij kunnen de deur openbreken.
Ik zal er zijn. Wees gerust.
Ik ben niet ongerust.
Ik ben heel moe.
Wees niet boos. - Ik oordeel niet.
Ik weet dat je dat niet doet.
De anderen...
Te beginnen met mijn ouders.
Mijn verdomde uitgever.
De pot op met hen.
Ik hoop dat het hard aankomt. - Word niet boos.
Ik weet het.
Maar mijn afkeer verbergen is te moeilijk geworden voor mij.
Je leeft intenser dan je denkt.
Wat is er gebeurd met je danser?
Hij was er gisteravond.
En?
Hij is heel mooi.
Te perfect. En daardoor raakte ik niet opgewonden.
Ik keek gewoon. Ik raakte hem nauwelijks aan. Aandoenlijk.
Beloof me...
dat je zal leren te leven, vriend.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.