All language subtitles for Trois.Couleurs.Rouge.1994.Criterion.720p.BluRay.x264-CtrlHD

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian Download
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Kom hier.

Dit is nummer 3200486. Laat uw telefoonnummer achter...

dan bel ik u terug.

Valentine? Ben je thuis?

Ben je er? Nee, dus. Ik bel vanmiddag nog wel.

Dag, Michel. Ik zat te ontbijten.

Daarnet was je in gesprek. Ben je alleen?

Helemaal alleen?

M'n agentschap heeft net gebeld voor foto's.

De fotosessie gaat door. Sinds wanneer ben je terug?

Ik heb gisteren al gebeld, maar je was er niet.

In Polen is de auto gestolen. Papieren, geld, bagage, alles.

Nee, zeg. En toen?

We mochten ergens logeren en de ambassade heeft geholpen.

Michel. - Ja?

Ik voelde me gisteravond zo alleen.

Wat heb je toen gedaan?

Ik heb de hele nacht met je jack geslapen.

Ik wilde zo graag bij je zijn. - Dat kan nu niet, Valentine.

Weet ik. Wat voor weer is het daar?

Typisch Engels. Het giet. - Hier heeft het ook geregend.

Nu schijnt de zon. Het is lente.

Waar was je toen ik belde? - Naar die film waar je het over had.

Mooi, h�? - Ja, prachtig.

Ik bel je vanavond nog. - Vanaf zeven uur ben ik thuis.

Ik denk aan je. - Ik ook aan jou.

Kusje.

Uw Persoonlijke Weerbericht, goedendag.

Alles kwijt?

Doe dat ding weg.

Neem je trui.

Hang hem om je nek.

Ook de mouw. - Zo?

Laat me nu je profiel zien.

Niet lachen.

Treurig kijken. Denk maar aan iets afschuwelijks.

Treurig. Ja, precies. Zo wil ik het.

Draaien, zes, zeven, op de barre.

Twee, drie, vier en strek.

Zes, zeven, acht, pli�.

Drie, vier, achterover...

zes, zeven, strekken.

Kin helemaal naar achteren, tot in de vingertoppen.

Duw die kin weg, strek die vingers.

Strek de hand en de hals. De tenen ontspannen.

Fijne dag.

Ik ben bijna gevallen.

Algemeen strafrecht...

Neem me niet kwalijk. De deur was open.

Ik ben bang dat ik uw hond heb overreden.

Rita, een herdershond.

Dat kan. Ze is gisteren verdwenen.

Ze ligt op de achterbank. Ze leeft. Ik weet niet wat ik moet doen.

Zal ik haar naar een dierenarts brengen?

Als dat u het beste lijkt.

Zou u ook zo reageren als ik uw dochter had overreden?

Ik heb geen dochter.

Ga weg.

En laat de deur open.

Alles is in orde. De wond is gehecht, de rest zijn kneuzingen.

Ze moet rusten, ze is zwanger.

Neemt u haar mee of laat u haar hier?

Ik neem haar mee. - We brengen haar naar de auto.

Marc.

Ben je alleen? - Nee.

Zeg maar iets tegen hem.

Hoorde je dat? Ik heb een hond.

Die heb ik gisteren overreden.

Sorry, Michel. - Dat was niet leuk.

Ik wist wel dat je een grapje maakte.

Weet je nog hoe we elkaar hebben ontmoet?

Maar goed dat ik in de pauze naar buiten ging.

Breng die hond terug, Valentine. - Haar baas wil haar niet.

Wie is haar baas?

Een alarm. Misschien is het het mijne wel.

Ja, het is mijn auto.

Blijf je even aan de lijn? - Ik heb haast.

Uit de weg, jij.

Iedereen vindt deze de beste.

Ze stralen allemaal frisse levenskracht uit.

Welke vind jij het mooist?

Ik vind deze goed. - Dezelfde keus als ik.

Acht bij twintig meter.

De mensen zullen je herkennen.

Welke mensen?

Aan wie denk je?

Niet aan jou.

Dat is een slecht voorteken.

Ik denk dat ik wel weet waarom ik ineens win.

U bent al thuis. De postbode heeft me geld gegeven voor u.

Van wie kan dat zijn? - Geen idee.

Is dat uw broer niet?

Of iemand die op hem lijkt.

Niet best. Lezen uw ouders die krant ook?

Dat weet ik niet. Dank u wel.

Hallo. Kan ik Marie spreken?

Met Valentine. Zie jij Marc nog? - Ja, vanavond.

Hij moet me absoluut bellen.

Je mag een beetje los rennen.

Maar niet weglopen, hoor. Beloof je dat?

Neem me niet kwalijk. M'n hond is weggelopen.

Roep haar maar. Ze is van u.

Is dit van u? - Voor de dierenarts.

Hoe wist u m'n adres? - Heel simpel.

U hebt zich vergist.

Het consult heeft 130 francs gekost.

U hebt me 600 gestuurd.

Ik ga de rest halen.

En Rita?

Het is een heel intelligente hond. Neem haar maar.

Wilt u haar dan niet? - Ik wil niets.

Hou dan op met ademhalen. - Goed idee.

Haalt u geen adem meer?

Meneer.

Als je niet komt, is het uit. - Het is zondag.

Gisteren kon je wel bij me komen.

Ik kan nu niet met u praten. We gaan aan tafel.

Ik wil niet dat je 'u' zegt. Spreek me aan zoals gisteren.

Noem me Pierre, of Pierrot, of lieveling.

Noem me je lieveling. - Ik ga naar een andere kamer.

Nu ben ik alleen, Pierre. - Ik ook, maar ver van jou.

Je moet komen. Ik hou het niet uit in m'n eentje.

We zien elkaar morgen toch?

Ik mis je ook. Begrijp het nou. - Ik wil het niet begrijpen.

Je staat naakt voor de spiegel, maar je denkt aan een ander.

Ik wil je kussen. Ik buig voorover en raak je aan met m'n lippen.

Wat doet u?

Ik spioneer.

Ik luister de telefoontjes van m'n buren af.

U hebt iets gemist, het was heel interessant.

Dit vindt u blijkbaar niet leuk. - Ik vind het walgelijk.

En het is nog verboden ook.

Uw 30 francs.

Wacht even, juffrouw.

U bent overtuigd van uw gelijk, h�?

Waarom doet u dan niets? - Wat dan?

Mag ik het litteken op je buik niet meer aanraken?

Ga die man maar vertellen dat hij wordt afgeluisterd.

U mag erbij zeggen dat ik het ben. - Dat zal ik doen.

Het is dat huis.

Ik kom voor meneer. - Mijn man is aan de telefoon.

Even het gas uitzetten.

Komt u maar binnen.

Gaat u zitten, hij komt er zo aan.

Niet met de telefoon spelen, Caroline. Papa is in gesprek.

Ik denk dat ik me in het adres heb vergist.

Dit is nummer 22. - Dan ben ik inderdaad verkeerd.

Goedemiddag.

Ik bel je straks nog.

Dit hebt u laten liggen.

En? Hebt u het hem verteld? - Nee.

Wilt u niets drinken? - Nee, dat wil ik niet.

Ik ben alleen teruggekomen om u iets te vragen.

Doe dat alstublieft niet meer.

Ik heb nooit anders gedaan.

Was u dan bij de politie?

Erger. Rechter.

Rechter? - De eerste die u in het echt ziet?

Wilt u ook eens?

Het maakt een leuk geluid.

Eerlijk gezegd weet ik niet of ik wel aan de goede kant stond.

Van hieruit kan ik min of meer beoordelen waar de waarheid ligt.

Ik overzie het beter dan in de rechtszaal.

Iedereen heeft recht op geheimen. - Natuurlijk.

Waarom hebt u die man toch niet verteld dat ik hem afluister?

Omdat u die aardige, brave vrouw van hem hebt gezien?

Kon u het niet vanwege dat dochtertje van wie hij houdt?

Had u wroeging of bent u alleen bang om te kwetsen?

Misschien allebei.

Ik zal u eens wat zeggen.

Of ik hem afluister of niet, of u het hem vertelt of niet...

vroeg of laat springt hij toch uit het raam.

Of z'n vrouw komt erachter.

Iemand zal het hun dochtertje vertellen en dan breekt de hel los.

En wat kunnen we ertegen doen?

Hebt u daar geen antwoord op?

Doet het u ergens aan denken? Waaraan dan? Zeg het maar.

Een jongen die ik ken. - En wat was daarmee?

Heeft hij ontdekt dat z'n moeder een hoer was?

Hij kwam erachter dat hij niet de zoon van z'n vader was.

Hij was vijftien.

Het dochtertje van die man...

Zij weet het ook.

Blijf nog even.

Waarom?

Om het mooie licht.

Hallo, Uw Persoonlijke Weerbericht. - Ik had gebeld voor Turijn.

Ja! Tot Chamonix is er geen probleem.

Daarna kan het 's middags sneeuwen.

En na de tunnel... Momentje.

Zo weet ik wat voor weer het is in heel Europa.

Tot Turijn zijn de wegen vrij. Vertrekt u maar vroeg.

Bedankt. Geweldig idee, deze service.

Hallo, Uw Persoonlijke Weerbericht.

Heb je nog wat kunnen slapen? - Een beetje.

Misschien gaat het makkelijker door te telefoon:

Het was echt fantastisch.

We hebben nog nooit zo lekker en zo lang gevree�n.

Ik heb iets van je geleerd, Karin. En jij van mij.

Toen ik wakker werd, lag je nog te slapen als een kind.

Ik ben ouder dan jij. - Een jaar.

Twee jaar. - Ok� dan.

Maar toen ik naar je keek, werd ik ineens bang.

Hoe gaat dit aflopen? - Voel je je niet goed vandaag?

Is het dat examen? - Ik ben bang dat ik tegenval.

Zullen we gaan bowlen? - Ik heb net m'n boeken gepakt.

Misschien heb je wel gelijk. Gooi maar een munt op.

Munt is bowlen, kop is strafrecht.

Munt. We gaan bowlen.

Nog even studeren, dan bel ik. - Of ik bel jou.

Bel jij maar. Als ik even weg ben, ben ik sigaretten halen.

Hebt u niet geluisterd?

Jammer. Het was romantisch.

Ik heb het begin gehoord. Ze houden van elkaar.

Dat wel.

Hij heeft de juiste persoon nog niet gevonden.

Hoe weet u dat?

Ik observeer ze soms van achter m'n raam.

Vindt u me een smeerlap? - Ja.

Kom kijken.

Die heeft een Japans toestel dat op een andere golflengte werkt.

Ik kan hem niet op de radio krijgen. Jammer.

Volgens mij zit hij achter de helft van alle hero�nesmokkel in Gen�ve.

Hij is niet te pakken.

Hij houdt zich altijd buiten schot.

Trekt hij u aan? - Heel erg.

Zal ik hem bellen? - Nee. Hebt u z'n nummer dan?

Ze zouden u moeten afmaken.

Wat heb ik gedaan?

Dit is z'n telefoonnummer.

Voor het geval u hem nog eens op z'n nummer wilt zetten.

Om tien uur ben ik naar bed gegaan, maar ik kon niet slapen.

Dit is minder interessant.

Ik bleef maar woelen. Ik had zo'n pijn. Ik voel het nog.

Ik heb geen boodschappen gedaan. - Wat naar, mama.

Ik heb zelfs geen stokbrood meer. - Jawel, in de vriezer.

Die zijn op. - Schei uit.

Je eet geen zeven stokbroden in vier dagen.

Ga boodschappen voor haar doen, dan voelt u zich vast beter.

Misschien voelt zij zich dan beter.

Waarom hebt u Rita van de straat geraapt?

Ik had haar overreden. Ze was gewond, ze bloedde.

Anders had u zich schuldig gevoeld.

Dan had u vast gedroomd van een teefje met een verbrijzelde kop.

Voor wie hebt u het dus eigenlijk gedaan?

Die oude dame heeft geen boodschappen nodig, ze is voorzien.

Ze wil haar dochter zien, maar die wil niet komen.

Die is al vijf keer opgedraafd voor een zogenaamde hartaanval.

Als ze doodgaat, zal ik haar dochter moeten waarschuwen.

Die gelooft haar niet meer.

U vergist zich. - In welk opzicht?

In alle opzichten.

U hebt het helemaal mis.

De mensen zijn niet slecht. Dat is niet zo.

Toch wel.

Misschien zijn ze soms te zwak.

Die jongen die de zoon van z'n vader niet was, was dat uw vriend?

M'n broer. - Hoe oud is hij?

Zestien. - Spuit hij al lang?

Hoe weet u dat? - Dat was niet moeilijk te raden.

Met u kan je alleen maar medelijden hebben.

Ik weet niet of u het weet, maar de hond krijgt kleintjes.

Met Valentine. - Dag schat.

Hoe gaat het, mama? Is Marc er? - Ja, met z'n lieve vriendin.

Marie. - Ja, we kijken gezellig televisie.

Jammer dat ik er niet bij ben. - Het is net als vroeger.

Je hebt een fijne broer, h�? - Mag ik hem even?

Hij komt er aan. - Bel me. Kusje.

Hallo, Valentine. - Fijn dat je daar bent.

Voor jou doe ik alles. We gaan morgen meteen weer weg.

Heeft mama de krant gezien? - Nee, maar ze zou toch niets merken.

Je kunt inderdaad maar beter naar huis gaan.

Bel me, Michel. Bel me alsjeblieft.

Heb je de foto gezien. - De foto? Ben jij het, Jacques?

Ja. Hij is fantastisch. Heb je hem nog niet gezien?

Ik heb zo'n drukke dag gehad. - Kom gezellig bij ons.

Ja. Mooie bal.

Goedenavond. Iemand heeft een grap uitgehaald, ik kan niet naar binnen.

Vast die vervelende Turkse kinderen.

Hoe dan ook, iemand heeft kauwgum in het slot geduwd.

Pincet.

Met mij. - Michel.

Ik heb je net gebeld, maar je nam niet op.

Er zat kauwgum in m'n slot, ik kon niet naar binnen.

Kauwgum? - Ja.

Zeker door die kauwgumreclame die ik heb gedaan.

Ik zei toch dat je dat niet moest doen? Ze gebruiken je.

Sorry. Stond je antwoordapparaat niet aan?

Ik wil alleen maar rust hebben.

Ik wil een rustig leven. - Dan heb je pech met mij.

Heb je iemand anders ontmoet? - Nee, ik wacht op jou.

Waarom nam je daarnet niet op? - Omdat ik niet naar binnen kon.

Ik snap het.

Hoe gaat het met je? - Ik ga volgende week naar Hongarije.

Wat doe je? - Ik ga naar bed.

Goed idee. Vooral doen.

Ben je daar nog?

Ben je daar nog, Michel?

Daar begint het weer.

Slaap je al? - Nee, nog niet.

Ga dan in bed liggen. Lig je erin?

Ik kleedde me uit voor de douche.

Krijg je geen hulp?

Ben je daar nog? - Nee. Welterusten.

Ik wist dat je zou slagen. Hartstikke goed.

Hebben ze die vraag gesteld uit het boek dat je had laten vallen?

Vind je hem niet mooi? - Jawel, heel mooi.

Welk vonnis ga ik hiermee ondertekenen?

Paul Imbert.

Bent u ook een gedupeerde?

Civiele procedure.

De bewoners van de gemeente Pinchat tegen Joseph Kern.

Ik wil graag nummer 432. Van den Budenmayer.

Spreek je dat zo uit? - Inderdaad.

Deze?

Ik heb net de laatste verkocht.

Vanmiddag krijg ik nieuwe. Ik kan hem apart leggen.

Van wie is die krant? - Neem hem maar.

Gepensioneerde rechter speelde luistervink...

Dag, meneer. Ik ben gekomen...

Ik heb de krant gelezen. Ik heb niets gezegd.

Ook niet tegen de politie. - Dat weet ik.

Ik weet wie het is. - Wie dan?

Ikzelf.

U hebt het me zelf gevraagd.

Wilt u niet binnen komen? Dan zal ik u iets laten zien.

E�n, twee, drie, vier, vijf, zes... Zeven?

Zeven.

Lust u een glaasje perenbrandewijn?

Ik heb hem al zo lang in de kast staan.

Op mijn gezondheid.

Waarom hebt u dat gedaan?

Mezelf aangeven? - Ja.

Ik wilde weten hoe u zou reageren als u de krant las.

Dacht u dat ik zou komen?

Na ons laatste gesprek dacht ik van wel.

Waarom?

Verwachtte u iets van me? - Ja.

Toen u laatst wegging, had u het over medelijden.

Volgens mij walgde u van me.

Wilt u even komen zitten?

Wilt u even naar me lachen?

Toen u laatst weg bent gegaan, hebt u gehuild.

Ik heb mijn radio uitgezet.

Ik ben aan m'n bureau gaan zitten.

Er zat geen inkt meer in m'n oude vulpen.

Met potlood heb ik toen brieven aan de buren en de politie geschreven.

Ik heb ze meteen gepost, terwijl u rustig lag te slapen.

Ik sliep niet. Ik was aan het bowlen.

Weet u dat gesprek tussen die jongen en dat meisje nog?

Ja, dat weet ik nog.

Die gingen die avond ook bowlen. Misschien hebt u ze wel ontmoet.

Wie weet.

U zag niets in die twee.

Ze gaan uit elkaar, ik had gelijk.

Het lijkt wel of u dat leuk vindt.

Is dat uw werk?

Ja of nee?

Doordat ik mezelf heb aangegeven...

heeft zij een andere man ontmoet.

Goedendag, dames en heren.

Ik heb m'n broer gevraagd om te gaan. Hij is drie dagen gebleven.

Over een week ga ik een tijd naar Engeland.

Ik laat mama en hem in de steek. Hij takelt steeds verder af.

Eigenlijk zou ik niet moeten gaan. - Jawel. Dat is uw lot.

U kunt het leven van uw broer niet overnemen.

Ik hou van hem.

Kon ik maar iets doen. - Dat kunt u, door te zijn.

Hoe bedoelt u?

Gewoon, zijn.

Houdt u van vliegen? - Nee.

Neem dan de ferry. - Dat heb ik nog nooit gedaan.

Het is goedkoper en gezonder. - Dat is een goed idee.

Lekker? - Ja.

Ik ben vandaag jarig. - Dat wist ik niet.

Vijfendertig jaar geleden, ook rond vijf uur 's middags...

heb ik een zeeman vrijgesproken.

Een van m'n eerste zware zaken. Ik had persoonlijke problemen.

Sinds kort besef ik dat ik me vergist had.

Hij was schuldig.

Ik heb geen reservelamp in huis.

Wat is er van hem geworden?

Dat heb ik uitgezocht.

Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.

Sinds kort ook een kleinzoon. Hij leidt een rustig leven.

U hebt het dus goed gedaan.

Heel goed zelfs.

Beseft u dat dan niet?

U hebt hem gered.

Goed dan.

Maar hoeveel anderen had ik kunnen vrijspreken, schuldig of niet?

Beschikken over leugen en waarheid zie ik achteraf...

als zeer aanmatigend.

Een vorm van ijdelheid?

Mag ik nog een beetje?

Op uw gezondheid.

Als ik terecht moest staan...

zou ik dan nog zo'n rechter treffen als u?

Onschuldige mensen worden niet voor de rechtbank gesleept.

Ziet u? Daar gaat de zesde ruit al.

Terwijl op de nieuwe golflengte afluisteren niet eens meer kan.

Waar is de bezem? - In de keukenkast. Links achterin.

Leg de steen maar op de piano.

Bent u niet bang?

Ik vraag me af wat ik in hun plaats zou doen.

Hetzelfde. - Zou u met stenen gooien?

Als ik in hun plaats was? Natuurlijk.

In de positie van degenen die ik heb veroordeeld...

zou ik ook stelen, moorden en liegen. Natuurlijk.

Alleen zat ik niet in hun vel, maar in het mijne.

Houdt u van iemand?

Hebt u van iemand gehouden?

Gisteren heb ik...

van u gedroomd.

U was veertig, of vijftig.

En u was gelukkig.

Komen uw dromen wel eens uit?

Ik had in geen jaren meer iets moois gedroomd.

Jij blijft hier.

Ik heb een kaartje voor de ferry. Ik kom woensdag aan in Engeland.

's Ochtends om half acht.

Waarom neem je de boot? - Dan kan ik bij m'n moeder langs.

Dan sta ik om uiterlijk half negen aan de kade.

Ik verheug me er enorm op.

Michel, hou je van me? - Ik geloof van wel.

Hou je van me, of geloof je van wel? - Dat is hetzelfde.

De accu.

Auguste.

Uw Persoonlijke Weerbericht. - Ik probeer u al een paar dagen.

Ik ben ziek geweest.

Wat voor weer wordt het op het Kanaal?

Prachtig. Zon, een briesje, 's ochtends fris.

Waarom lacht u? - Ik ga er zelf heen. Nog verder ook.

Voor uw werk? - Voor m'n plezier. Op een jacht.

Mooi boottochtje. - Zegt u dat wel.

Gaat u dicht? - Dat zal wel moeten.

Jammer, het was een goed idee.

Niet lachen. Nog een keer: Jullie moeten ernstig kijken.

Wilt u een uitnodiging sturen naar dit adres?

Voor een persoon?

Alles in orde?

Veel plezier.

Heeft iemand reinigingsmelk?

Die rare man. Ik heb hem voortdurend in de gaten gehouden.

U bent dus gekomen.

Wist u dat ik u had uitgenodigd? - Dat hoopte ik.

Hebt u naar me uitgekeken? - Op elk moment van de show.

Ik ga morgen weg. We moeten afscheid nemen.

Tot ziens.

Ik wil zo graag dat u vertelt wat u precies hebt gedroomd.

U was vijftig en u was gelukkig.

Kwam er in die droom nog iemand anders voor?

Inderdaad.

Wie?

U werd wakker en lachte naar iemand die naast u lag. Wie weet ik niet.

Gaat dat gebeuren? Over twintig of vijfentwintig jaar?

Wat weet u nog meer?

Wie bent u? - Een gepensioneerde rechter.

Ik heb het gevoel dat ik iets belangrijks beleef.

Dat vind ik eng.

Zo beter?

Vroeger kwam ik vaak in dit theater.

Waar zat u dan meestal? - Precies waar ik vandaag zat.

Daarom kon u me niet zien.

Op een dag gebeurde er iets in de pauze.

Ineens knapte de elastieken band om m'n boeken.

Een dik boekwerk viel helemaal naar beneden.

Het kwam daar ergens terecht.

Ik zat net voor een examen. Ik rende naar beneden.

Ik las een paar zinnen waar het boek toevallig open lag.

En die vraag kreeg ik op m'n examen.

Goed dat u de deur uit bent gegaan.

Ik heb zelfs de accu opgeladen. Die was leeg.

Onweer.

Die koffie is niet geweldig.

Ik vroeg me af waarom u me over die zeeman heeft verteld.

Weet u waarom?

Omdat...

er iets veel belangrijker was dat u niet wilde zeggen.

Over de vrouw die u hebt liefgehad.

Die heeft u bedrogen.

Ze heeft u bedrogen en u hebt nooit begrepen waarom.

En u bent lang van haar blijven houden.

Hoe weet u dat allemaal?

Het was niet moeilijk te raden.

Wat voor iemand was het?

Ze zat twee jaar hoger op de universiteit.

Ze was blond.

Fijntjes. Stralend. Met een lange hals.

Ze droeg lichte kleuren. In haar huis stonden lichte meubels.

In de hal hing een spiegel in een witte lijst.

In die spiegel zag ik op een avond...

haar witte benen, gespreid...

met een man ertussen.

Waarom is het zo gegaan? Weet u waarom?

Die man, hij heette Hugo H�lbling...

kon haar geven wat ze wilde.

Ze zijn vertrokken.

Ik ben ze gevolgd.

Ik heb Frankrijk doorkruist en ben het Kanaal overgestoken.

Het was vernederend.

Tot de dag dat ze is overleden, door een ongeluk.

Sindsdien is er geen vrouw meer in m'n leven geweest.

Inderdaad. Ik geloof er niet meer in.

Of misschien komt het doordat...

ik u nog niet had ontmoet.

Het verhaal is nog niet uit.

Niet lang geleden werd me een moeilijke zaak toevertrouwd.

De naam op het dossier was Hugo H�lbling.

Die man. - Ja, hij was teruggekomen.

Ik sluit het gebouw af.

Hebt u geen vrouw met emmers gezien?

Er staat water in de garderobe. Zeg maar tegen haar dat ik boven ben.

U had die zaak moeten weigeren. - Dat wilde ik niet.

Daarvoor wilde ik hem wel vermoorden.

Ik zou het gedaan hebben als dat iets had opgelost.

Toen mocht ik mijn vonnis over hem vellen.

Hij had een loods gebouwd die was ingestort.

Er waren doden gevallen.

Ik heb hem veroordeeld.

Het vonnis was juridisch onderbouwd.

Daarna heb ik vervroegd pensioen aangevraagd.

Hebt u haar niet gezien?

Altijd onvindbaar, dat mens.

Milana.

Daar zit je. Geef mij die zware emmers maar.

U houdt wel van perenbrandewijn, h�?

Ik wil u nog iets vragen.

Ik ga een week of drie op reis.

Daarna kom ik u opzoeken.

Ik wil graag een van de puppies.

Komt de modeshow op televisie? - Dat denk ik wel.

Dan moet ik een tv kopen. - Ik heb er nog een staan.

M'n broer Marc brengt hem wel. - Die wil ik graag leren kennen.

Tot een volgende keer, dan. - Tot ziens.

Hebt u uw ticket?

Waar moet ik zijn? - Op dit dek. Deze gang door.

Waar vind ik F 38? - Dat is het dek hierboven.

De zware storm die het Kanaal teistert, bemoeilijkt de reddingswerkzaamheden.

Diverse vissersboten worden nog vermist...

en ook een jacht met twee mensen erop.

De oorzaak van de ramp is nog steeds onbekend.

De veerboot had 1435 passagiers aan boord.

Honderden lichamen zijn inmiddels geborgen...

maar veel passagiers worden nog vermist.

Een politieboot die snel ter plekke was, heeft zeven personen uit het water gered.

Onder hen de weduwe van een Frans componist, Julie Vignon.

De Brit Stephan Killian, barman.

De Poolse politicus Karol Karol.

De Fran�aise Dominique Vidal.

De Fransman Olivier Benoit.

Bij de overlevenden zijn ook twee Zwitsers:

De jurist Auguste Bruner...

en een fotomodel en studente uit Gen�ve: Valentine Dussaut.

Resynced by Julio Cesar& Goffini

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.