Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Nondeju.
Welja, in een plas.
Welkom, commissaris. Luitenant Picard, gendarmerie van D�le.
- Natte boel hier voor de maand juli. - Zelfs zomers heb je hier laarzen nodig.
Dat zie ik.
Moet je horen. We hebben al 22 jaar niet zoveel regen gehad.
Dag, heren.
Koffie graag, mevrouw Joubert. U ook, commissaris?
- Graag. - Emilie, koffie voor het gezelschap.
- Vlot het, luitenant? - Matig.
- Niemand kent het slachtoffer. - Hoe ziet hij eruit?
Een zwerver, zou je zeggen.
Heeft u laarzen voor meneer Maigret?
Maat 43, 44?
- 45. - Ik zal even kijken.
- M'n complimenten, Picard. - Meent u dat?
Het was een slimme zet van u om me het pistool van uw zwerver te sturen.
De 6.35.
Met dat wapen is vorige week in Parijs een andere zwerver vermoord.
- Een afrekening tussen zwervers? - Vast.
Die van hier heeft de Parijse zwerver vermoord...
...die daarna de zwerver hier vermoord heeft.
- Dat zei ik niet. - Picard, dat zei hij toch?
Maat 45, van m'n man. Hij heeft ze nooit gedragen.
- Dag, Lucien. - Voor jou, Janine.
Ik voel m'n grote teen.
- Misschien heb ik toch maat 46. - Nee maar.
Nogal chique, een zwerver die 'n moord pleegt met een 6.35.
Zelf is hij heel wat boerser om zeep gebracht.
Nogal ja. Waarschijnlijk met een snoeimes.
In z'n hals. E�n haal, maar goed raak.
Ligt hij nog in de feestzaal?
Hij zal niet snel weglopen.
Dan gaan we zo maar 's bij hem op bezoek.
- Wat moet ik hiermee? - Mevrouw Joubert maakt ze wel schoon.
Ik zal ze achter zetten.
Zorg er goed voor. Ze gaan al 20 jaar mee.
Ga naar D�le en trek het bevolkings- register van de streek na.
- Hou contact met Parijs. - Ik ga meteen.
Gaan we even kijken bij uw zwerver?
Jongens uit Courbevoie. Ze kamperen hier ieder jaar.
Mooi. De Jura moet een verademing zijn voor stadskinderen.
- E�n haal met een snoeimes, dacht u? - Zeker weten.
Weinig geweld. E�n haal en bingo.
- Het swingt in Saint-Mesmin. - Op zaterdagavond...
- ...komen de jongelui hier dansen. - Hier?
Het is de enige gelegenheid.
Z'n knapzak.
Z'n trouwring.
Weet u dat zeker?
Van wie anders?
Kijk maar even.
- Hoezo? - Of ie past.
Bouvier?
Aan welke vinger hoort een trouwring?
Aan de linker ringvinger.
Kijk of de dode 'm past.
Handig h�, ondergeschikten.
- Heeft u de tuinman opgeroepen? - Die komt naar de moestuin.
Hij past precies.
Dan had u misschien gelijk. Hij kan terug in het doosje.
- Ik heb 'm aan gelaten. - Bouvier, hij moet terug.
Ik loop niet lekker op die laarzen.
- Omdat ze nieuw zijn. - Kom, dan gaan we ze inlopen.
Ik liep om de sla heen. Recht vooruit richting boontjes.
- En dan staan daar de tomaten. - Dat zijn er niet veel.
- Nee, ze zijn ziek. Dat wordt niks meer. - Is u niets opgevallen?
Beschadigde groente, voetafdrukken, voorwerpen, een sleepspoor.
Niks. Alles was in orde. Alleen...
...was het slot geforceerd.
Dat zag ik meteen. Ik dacht nog: Zeker weten dat er gereedschap weg is.
- Klopte dat? - Alleen een snoeimes.
Ik wilde de slang uitrollen om te gaan sproeien.
En toen zag ik hem liggen, potblomme. Onder zakken.
- Hij paste net. - Van wie is de moestuin?
Van een van de zusters Sirouet. De oudste of de jongste.
Zat er bloed op de muur of het gereedschap?
Alleen een plas onder z'n hoofd, maar verder nergens.
- Had u hem nooit eerder gezien? - Nee.
- Hoe oud bent u? - 61. Hoezo?
- U bent vitaal voor uw leeftijd. - Hoe bedoelt u?
Zomaar. Een compliment.
- Waar is het geforceerde slot? - In m'n zak.
- Mag ik het? - Nee, meneer.
Ik heb 'n nieuw slot gekocht. Zonder het oude vergoedt Fernande 't nieuwe niet.
Dan geef ik het namens u aan Fernande.
- Geen geintjes, hoor. - Geen geintjes.
- Daar is m'n medewerker. - Dan ga ik naar de feestzaal terug.
- We houden elkaar op de hoogte. - Tot straks.
Ik wil alles weten, Paturel. Tot in het kleinste detail.
- Is er nog koffie, mevrouw? - Met melk?
Zonder.
Haal jij het even?
Bedankt, Louisette. Daar staat de koffie.
Ik heb een lijst met alle bewoners van de omgeving.
Mag ik m'n schoenen?
Vijftien kilometer in de omtrek. Geen boer is me ontgaan.
Roep iedereen op.
- Ik heb goed nieuws uit Parijs. - Is het er mooi weer?
Nee, het regent. Maar dat zal u niet verbazen.
Ik ben zo vrij geweest om uw mooie schoenen te poetsen.
- Wat is je nieuwtje? - Die vermoorde zwerver uit Parijs...
...heette Joseph Korda. Een Pool.
- Is dat alles? - Nee.
Hij heeft v��r de oorlog in deze streek als boerenknecht gewerkt.
Mooi zo. Ver hiervandaan?
Nogal. Pakweg honderd meter.
- Van Saint-Mesmin? - Nee, hier vandaan.
Als de een hier gewerkt heeft en de ander hier gestorven is...
Zit daar een luchtje aan.
Wie weet zijn het zelfs oude kennissen.
Waarom niet?
- Joseph Korda. - Met een K.
Waarschuw Picard.
Hopelijk gaat het niet regenen.
Ruik je dat, Picard?
- Varkens. - Nee.
Geld.
Is de baas er?
- Wat is er? - Waar is je baas?
Binnen. Louis is op het veld.
Ze wordt volgende maand 80.
Ze is doof en kan amper lopen. Maar ja, het is m'n moeder.
Micheline?
Waar blijft die fles witte wijn?
Zijn dat uw kinderen?
De jongste heet Juliette. Marie is de oudste.
- En waar is Louis? - Die ploegt de grote akker.
Gisteren regende het te hard.
Het boerenbestaan is hard. We weten wat we missen aan Auriol.
- Maar wat Coty wordt weet niemand. - Zegt die naam je nou iets?
We hebben zoveel seizoenarbeiders gehad.
1924? Was toen Millerand of Doumergue president?
Verdomme, dat hangt van de maand af. Ik zou zeggen: Doumergue. Maar ��n ding:
Het radicaal-socialisme heeft geen betere ma�s gegeven.
We komen niet over politiek praten, maar over Joseph Korda.
- Wie is dat? - Hij heeft hier voor de oorlog gewerkt.
Toen was ik nog een broekie.
Maar een polak zegt me wel iets. Tussen de wereldoorlogen...
...verbouwden we kool.
Veel kool.
Doe even uw best. K-O-R-D-A.
M'n vader noemde hem 'de polak'. Korda, ja.
Hij zei tegen m'n pa: Als ik zo'n zoon had, schoot ik mezelf overhoop.
- Dat staat u nog helder voor de geest. - Hij was vaak bezopen.
Hij kon pimpelen als een Pool, zoals dat heet.
Had hij hier vrienden?
Niet dat ik weet. Hij woonde in Parijs. Daar had m'n vader 'm vandaan.
- Kwam uw vader in Parijs? - Twee keer per jaar.
E�n keer voor de veemarkt en ��n keer vergezeld. Waar of niet?
Ja, moeder.
Naar de veemarkt in z'n eentje en de andere keer mocht ik mee.
- Wilt u iets, oma? - Want na de veemarkt...
...ging je opa naar de hoeren.
Ze was misschien doof, maar niet blind.
Hebben jullie niks te doen? Laat je handen wapperen.
Maar dat kon mij niet schelen. Het geld was van mij.
Zo kan ie wel weer, moeder. Kijk of je Louis ziet terugkomen.
De paar woorden die doven wel opvangen, zijn nooit de goeie.
Bent u wel eens met Korda naar Parijs geweest?
E�n keer. Ik heb 'm met de auto thuis- gebracht. Wat heeft Joseph gedaan?
Heeft u het lijk in de feestzaal gezien?
- Ja, net als iedereen hier. - Zegt die man u niets?
Nee. Korda is het niet.
Dat weet ik. Die is in Parijs overleden, onder een brug.
- Twee doden? - Ja. Stuur Louis naar me toe.
- Waarheen? - Naar m'n kantoor.
- Bij mevrouw Joubert. - Toe maar.
Stuur Louis meteen naar Joubert.
- Wat willen ze? - In de stront roeren. Wat anders?
Ze willen Louis zien. Misschien heeft hij iets te melden.
Hou je mond.
Je praat te veel voor iemand die altijd binnen zit.
- Ik had m'n laarzen aan moeten houden. - Zeker weten.
- Boeiende familie, h�? - Dat is een eufemisme.
- Maar de worst was verrukkelijk. - Zelfgemaakt.
We gaan even langs bij onze onbekende zwerver en daarna de getuigen horen.
- Nog nieuws? - Het gaat niet hard.
Kent niemand 'm? Straks moet ie naar Gevonden Voorwerpen.
Die baard maakt het moeilijk.
- Dan moet ie geschoren worden. - Dat lijkt me ook.
Met alle respect...
Die ring viel al niet mee, maar scheren gaat te ver.
- Wie vraagt je wat? - Bel de begrafenisonderneming...
- ...en vraag of ze iemand sturen. - Om hem af te leggen?
Wassen, scheren, aankleden, kisten.
Vraag om nette kleren voor iemand van ongeveer een meter 75.
Wat voor kleren?
Dat kan ons niet schelen. En hem al helemaal niet.
Voortmaken.
En daarna?
Moet iedereen hem zonder baard nog een keer zien.
- Een herkansing? - Inderdaad, beste Picard.
Waar gaan we straks lunchen?
Bij mevrouw Joubert. Meer keus is er niet. Maar ze kookt heel aardig.
Als ze net zo goed kookt als schoenen poetst, zit dat wel goed.
Parijzenaars hebben natuurlijk keus te over.
Dat is waar, ja.
- Daarom eet men altijd in dezelfde zaak. - Echt?
De verliezer geeft een rondje.
- Is er gereedschap weg uit 't schuurtje? - Niks.
- Komt u er dagelijks? - Alleen op zondagochtend.
- M'n vrouw iedere donderdagochtend. - Heeft u geen voetafdrukken gezien?
Nee. Maar ik geloof dat ik de man zelf in de namiddag heb gezien.
- Waar? - Bij het station van Saint-Arcon.
Ik was op de fiets. Hij liep richting Saint-Mesmin, aan de rechterkant.
- Waarom heeft u dat Picard niet verteld? - Die vroeg er niet naar.
Bedankt.
Sorry, maar ik word toch niet verdacht?
Nee, u bent getuige.
- Genevi�ve Guichard. - Dat ben ik.
- Heeft u 't slachtoffer geschoren gezien? - Vijf minuten geleden.
Hij is zo nog lelijker dan eerst.
Ik ben 'n medium. Wilt u dat ik met m'n pendel...
Voorlopig niet, nee.
- Is er zaterdag in de feestzaal gedanst? - Een beetje.
- Jazz? - Bebop en swing.
- We swingen hier de pan uit. - Net als in Parijs soms.
- Hebben jullie niets gehoord? - Alleen de muziek.
- Ook niets gezien? - Nee.
Is de deur dicht als jullie aan het dansen zijn?
Soms zetten we 'm open in verband met de rook.
- Roken jullie? - Ik zelf niet.
Weten jullie ouders dat jullie hier aan de zwier zijn?
Dat klinkt niet erg overtuigend.
Vertel het maar. Wat maakt het uit?
Hij kwam binnen. Hij was smerig en leek dronken.
Hij wilde wat drinken en sigaretten pikken.
We hebben 'm eruit gegooid, maar hij kwam terug.
- Die engerd verpestte onze avond. - We hebben 'm niet hard aangepakt.
- Geslagen? - Nee, naar buiten geduwd.
We zijn geen charitatieve instelling.
- Jullie hadden 'm toch nog nooit gezien? - We wisten niet dat 't belangrijk was.
Ga maar. Maar tot nader order blijven jullie thuis.
Door dat gelieg zijn jullie geen getuigen meer, maar verdachten.
Ga maar.
- De zusters komen eraan. - Welke zusters?
De zusters Sirouet. Van het schuurtje in de moestuin.
Hou ze even vast. Ik kom zo.
- Wij kennen elkaar, h�? - Germain Fouly is m'n vader.
- Ik ben Louis. - De man die aan het ploegen was.
Heb je de dode ongeschoren gezien?
Ik ken 'm niet. Dat zweer ik u. U moet me geloven.
Dit is de rechtbank niet. Bewaar die eed maar voor later.
- Ik heb 'm nog nooit gezien. - Dan zijn we klaar.
- Ben je goed met je familie? - Waarom vraagt u dat?
Ik stel hier de vragen.
Met m'n zusjes: gaat wel.
Ik hou van m'n moeder, maar ze zegt weinig. M'n vader praat altijd.
- Maar kun je het met 'm vinden? - Hij kankert altijd. Erg vervelend.
Ik geef het meest om m'n oma. Ze wacht de hele dag als een hondje op me.
- Ze is doof, h�? - Dat hangt ervan af.
Mag ik gaan?
Maar ik heb niks gezegd.
Ik hou van m'n familie. Ook van m'n vader.
Daar twijfel ik niet aan.
- Welke is dit? - De oudste, Fernande.
- Is de moestuin van haar? - Van allebei.
- En het schuurtje? - Dat is van Fernande.
Het is ingewikkeld. Ik leg het zo wel uit.
Herkent u hem zonder baard?
Nog minder.
Hoe bedoelt u dat?
Dat hij me zelfs niet aan iemand doet denken.
- Dat is Fonsine. - De jongste.
Inderdaad. Mede-eigenaresse van de moestuin.
- Maar niet van het schuurtje. - U heeft het begrepen.
- En? - Geen flauw idee.
- Zijn het wel zussen? - Ja, maar dat is een lang verhaal.
- Ze waren al voor de oorlog gebrouilleerd. - Dat is nog eens koppig.
Het is begonnen na hun vaders dood.
Ze hebben het huis verdeeld. De een woont rechts, de ander links.
Al bijna dertig jaar praten ze niet meer. Ze schelden alleen.
- Was de erfenis de oorzaak? - Dat weet niemand meer.
Ze spreken verder ook amper iemand.
Toch moeten ze wat loslaten. Want de man lag in hun schuurtje.
- In het schuurtje van... - Van Fernande, ja.
- Maar in hun gezamenlijke moestuin. - Foto's van Korda.
- We gaan naar de boerderij. - Ondervraagt u de zussen niet?
Dat komt nog wel. Ze doen op het moment wat afstandelijk.
- Ze zitten vast te eten. - Dus is iedereen er.
We gaan ze overrompelen.
Ik ben het weer.
Mogen we binnenkomen?
Goedemiddag, allemaal. Eet smakelijk.
- Wilt u mee-eten, commissaris? - Nee, we zijn zo weer weg.
Ik heb een foto bij me.
Van de man over wie ik het had en die hier regelmatig gewerkt heeft.
Dit is 'm toch?
- Hij lijkt wel dood. - Dat klopt.
Het zou kunnen. Het kan evengoed z'n opa zijn.
- Geef maar door. - Aan wie?
- De kinderen waren nog niet geboren. - Aan uw vrouw en aan uw moeder.
M'n moeder begint te dementeren.
Ik was toen 20. Seizoenkrachten interesseerden me niet.
- Z'n gezicht zegt u toch wel iets? - Het is te lang geleden.
- Hoe is hij aan z'n eind gekomen? - Een 6.35 kogel.
Wilt u ook niets eten?
Dat is Joseph. Zie je dat, Germain?
Dat is 'm. Ligt ie te slapen?
- Zeker dronken. - Geen grapjes, oma. Ze is stokdoof.
- Maar duidelijk niet blind. - U verdenkt haar toch niet?
Ze kan al tien jaar niet meer lopen.
M'n schoondochter Micheline zag Joseph vaak in de schuur.
Hou op, ma. Anders zwaait er wat.
- Wat weet u nog meer? - Er was toen een hengst...
- Hou je mond of ik schiet uit m'n slof. - Laat haar en ga zitten.
- Ja, die hengst? - Toen Joseph weg was...
...was Germain de hengst van de omgeving.
Nietwaar, Germain?
Juliette, naar je kamer.
- Was dat alles, commissaris? - Heeft u Korda onlangs nog gezien?
Mooi niet. Het was een onbetrouwbaar sujet.
En hij hing altijd in de kroeg.
Ik zie dat uw geheugen terugkomt.
Dertig jaar is lang. En oorlogsjaren tellen bovendien dubbel.
- Komt Joseph terug? - Hij is dood.
- Heeft u hier wapens? - Een jachtgeweer voor wild zwijn.
Een 6.35 is een boevenwapen. Prima geschikt voor Korda.
Met m'n jachtgeweer had die ander geen kop meer.
Heeft niemand van u de man uit de feestzaal zonder baard herkend?
- Is er iemand in de feestzaal? - Nee, oma. Die ken je niet.
- Niemand? - Dan hadden we het gezegd.
Dat leek mij ook.
Dames en heren, smakelijke voortzetting.
Gaat de politie weg?
En Joseph dan?
U heeft de boel flink op stelten gezet.
Grote smart, stomme smart. We gaan eten voordat het regent.
- Lekker gegeten, inspecteur? - Ze kookt inderdaad goed.
- Waar wordt ie heen gebracht? - Voor de sectie.
Slet.
Hoer.
Loop naar de hel.
Ga zelf, vuile teef.
Ik bespeur onmin tussen de zusjes.
Al 30 jaar huiselijke twisten.
Ik ga er 's heen.
Let op. Als ik jullie nodig heb, fluit ik.
Iemand thuis?
Er komt nog meer.
Aanpakken. Dit maakt het getal rond.
U bent m'n getuige. De slet.
Allemachtig.
- Komt u voor de naaimachine? - Ik? Nee.
Stom van me. U was toch vanochtend in de feestzaal?
Ja, maar ik stond.
Ik knap me even op.
- Gebeurt dit vaak? - Ik vermoord haar nog eens.
Ze loopt me al zo lang voor de voeten.
Zo ging het vroeger al wanneer m'n moeder ons haar vlechtte.
'Ik wil m'n haar net als Fernande.'
Het kreng.
- U bent erg gebrouilleerd met uw zus. - Het is m'n zus niet.
- Dat zeggen ze. - Het is m'n zus niet meer.
O, ja? Sinds wanneer?
- Sinds de dood van m'n vader. - Ook haar vader, neem ik aan.
- Dat weet ik niet zo zeker als u. - Ik weet niks zeker.
Ik probeer m'n licht op te steken.
- Is hij al lang dood? - 1924, 11 september, tussen de middag.
- Wat deed uw vader? - Hij werkte bij Bureau Herverkaveling.
Hij had zelf ook grond. Het was een goed, edelmoedig mens.
Hij hield veel van mij. En ik was dol op hem.
Zij was zo jaloers als de pest.
De moestuinen liggen niet ver hier vandaan.
- Heeft u niets gehoord? - Ik slaap 's nachts.
- Die man... - Welke?
Het slachtoffer. Heeft hij u overdag niet lastiggevallen?
Wie mij lastigvalt, is nog niet jarig.
Het geweer van m'n vader.
Wees niet bang, het is nog niet geladen.
Ik ben niet bang. Niet voor mezelf.
Die moestuin was toch van u beiden?
Meneer, de moestuin is van mij. Laat daar geen misverstand over bestaan.
Dat is duidelijk. Uw zus houdt zeker niet van groente?
Vier rijen van vijf meter is genoeg voor haar. Ze kan niet eens koken.
En het schuurtje is van mij. Duidelijk?
Helemaal.
Ze kan sowieso niet veel. Behalve vroeger met de heren tekeergaan.
Vroeger, want nu is 'verlept' nog te zacht uitgedrukt.
Bent u na de moord in het schuurtje geweest?
Nogal wiedes, ik heb een nieuw slot aangebracht.
- Volgens de tuinman heeft hij dat gedaan. - Op mijn verzoek. Ik heb 't geverifieerd.
Hij vroeg of ik u het oude slot wilde geven. Hij wil z'n geld.
- Wat een vertrouwen. - Bent u geen gereedschap kwijt?
Geen idee. Dat moet u maar aan de tuinman vragen.
Bent u getrouwd?
Getrouwd geweest. Hoezo, is dat belangrijk?
- Dat weet ik niet. - Dat is het verleden.
Ik neem aan dat er geen deur rechtstreeks naar uw zus gaat?
Vroeger wel. Maar met stenen en specie kan een mens wonderen verrichten.
Tot de volgende keer.
Mocht ze over een hoer beginnen...
Heeft die hoer u gestuurd?
- Ik weet niet wie u bedoelt. - Kijk zelf maar.
Een muur dwars door het huis. Liefst had die hoer me ingemetseld.
Boven idem dito. Wilt u kijken?
En ik moet m'n huis in en uit via het raam.
En hier... Een trap om te voorkomen dat ik in de keuken slaap.
- Prachtig gedaan, h�? - Daar heb ik geen verstand van.
Die leuke Chinese muur in de tuin is ook van haar. Pa draait zich om in z'n graf.
- Waarom doet ze dat? - Vraag het haar.
Toen zij het huis erfde, wilde ze van me af.
Als er een stal was geweest, had ze me daar gedumpt.
- Waarom blijft u? - Het is ook mijn huis.
Maar pa was ouderwets en hechtte erg aan het eerstgeboorterecht. Lulkoek.
- Maar u mocht van hem wel blijven? - Ja, anders zat ik nu in D�le...
...in een piepklein flatje.
Hoe noemt ze mij? Het varken? De slet?
Doet u aan zwarte magie?
Ik hou niet van koken.
- Bent u getrouwd? - Verloofd geweest. Maar niet lang.
- Botsende karakters. - Zo kun je het noemen.
Heeft u de nacht van de moord niets gehoord, niets gemerkt?
Er wordt iedere nacht sla gepikt. Ik heb niet meer of minder gehoord dan anders.
- Wilt u iets drinken? - Ik heb geen tijd.
Maar een volgende keer graag.
Pas maar op. De volgende keer ben ik misschien niet in de stemming.
We zien wel.
- Ze begint weer te smijten. - U gooide net zelf met afval.
Die ik vorige week van haar had gekregen.
Fijn, familie. Ik neem de voordeur om geen douche te krijgen.
De Parijse zwerver haalt nog steeds de voorpagina. Hij zou nu al 'n spion zijn.
- Zijn de twee zusjes getrouwd geweest? - Fernande wel.
Nee, Fonsine. Fernande heeft alles ge�rfd.
- Fonsine of Fernande? - Alles goed, commissaris?
Uit de kunst. Wie is er getrouwd geweest?
Fernande, met Antonin. Even maar.
En zes.
- Komen ze hier wel eens? - Af en toe. Maar nooit samen.
Maar ze zijn niet erg spraakzaam.
- Herinnert u zich Fernandes huwelijk? - Nou en of. Een prachtschandaal.
Pardon?
Ze hebben ruzie vanwege die man, Antonin Br�card.
Hij was met Fonsine verloofd en is na pa z'n dood met Fernande getrouwd.
Allemachtig.
- Die durfde. - Vanwege de erfenis.
- Heeft hij die erdoor gejaagd? - Sterker nog. Ineens was ie spoorloos.
Toen hebben de zusjes het huis in twee�n geknipt.
- Wat hebben ze gedaan? - Niks. Ze zijn niet erg mededeelzaam.
Net als de kat. Die hoor je ook amper.
Ze hebben dat arme beest ook laten 'knippen'.
Achter zoveel haat moet wel een geheim schuilgaan.
- Wat vindt u ervan? - Steviger, minder fruitig.
- De lievelingsbrandewijn van m'n man. - Dan heeft ie smaak.
- Rattengif. - Hoeveel?
Een klein pakje.
- Last van ongedierte? - Nou en of.
- Pakt de kat ze niet? - Die van haar of die van mij?
Veertig franc.
Dank je wel.
- Wist iedereen van die erfenis? - Nou en of.
De oudste kreeg het huis en de jongste de schatkistbiljetten. Dom van hun pa.
Picard... Momentje.
En Antonin hebben ze gedeeld?
Mondje dicht. Dat is geheim.
- Ik heb nieuws. - Wat dan?
- De jongelui hebben bekend. - Wat?
Ze hebben gisteren met het slachtoffer gevochten.
Bouvier bewaakt zeven man in de feestzaal.
Ik kom mee.
Bel met Parijs en vraag of ze Antonin Br�card natrekken.
Koopt Fonsine wel vaker rattengif?
Nooit.
Wat houdt een pak slaag in?
- Zeg jij het maar. - Waarom ik?
Geen spelletjes. Anders zal ik jullie geheugen opfrissen.
- Jij mag het zeggen. - We houden hier regelmatig feestjes.
Op zaterdagavond, ja. Jazz, swing, bebop.
De deur staat open voor de rook. De zwerver arriveert. En dan?
We hadden gepimpeld. Het was tegen twaalven. Hij wilde sigaretten pikken.
- Maar we hebben weinig geld. - En hij bleef zeuren.
- Toen hebben we 'm geslagen. - Wie?
Wij allemaal.
- Alle zeven? - De meisjes niet.
- Ik ook niet. - We hadden afgesproken...
- Wat? - U doet me pijn.
Dat iedereen hetzelfde zou zeggen? Je bent hier niet op school.
Er is een dode gevallen.
Als jullie niet de cel in willen, moet jullie je meer herinneren.
Tot in de details.
Duidelijk?
We hadden meer gedronken dan normaal.
Hij ook.
Hij heeft hier nog wat gedronken.
Hij kreeg een sigaret van Georges, maar wilde niet weg.
Hij schold ons uit. Paul en Dominique hebben hem toen een klap gegeven.
- Hij viel. Dat is onze schuld niet. - Dat bepaal ik wel. En toen?
- Daarna liep hij mank. - Heb jij 'm geslagen?
Hooguit ��n mep.
Met je vuist zeker?
- Louis zou hem wegbrengen. - Louis wie?
Louis Fouly. Die wilde toch al weg vanwege H�l�ne.
- Wat heb ik ermee te maken? - Jij wilde niks met Louis.
Dat is toch geen misdaad? Ik val op echte kerels.
- Waar heeft ie hem heen gebracht? - Geen idee. Die vent was aangeslagen.
Misschien hadden we harder geslagen dan gepland.
- Gepland? - Gedacht.
Jij had toch niet geslagen?
Ik weet het niet meer. Wij zijn doorgegaan met feesten.
- Wij kunnen er niks aan doen. - Ik wel? Jullie blijven hier.
- Hier? - Ja.
Maak maar een dansje als jullie je vervelen.
Bouvier, hou ze in de gaten.
- We gaan zeker naar Fouly? - Onverwijld.
Tijdens een wandelingetje kunnen we alles laten bezinken.
De brandewijn, de moestuin, de zusters, de jongelui...
Bent u kwaad?
Dat is over als Louis geen onzin vertelt.
Alles is mogelijk. Dat is het mooie van het leven.
Sneu, je komt van ver en je wordt in een moestuintje om zeep gebracht.
- Bij D�le nog wel. - Kwam hij van ver?
- Zeker weten. - Ik heb ook gereisd.
Naar La R�union, de Franse Antillen en twee keer naar Guyana.
En ik ben in de Verenigde Staten geweest.
Geweldig.
Ik was bijna getrouwd geweest.
Maar ik wilde niet gebonden zijn.
- En u? - Ik heb vaak zin om ermee te kappen.
Met wie?
Met wat.
Maar m'n vrouw is zo slim om nooit met het werk te concurreren.
- Heel knap. - Zeg dat wel.
Concurrentie heeft de gezusters Sirouet genekt.
Ik dacht net aan de echtgenoot.
Misschien hebben Br�card en onze zwerver elkaar hier ooit ontmoet.
- Dat zou puur toeval zijn. - Het toeval bestaat.
Het pistool uit Parijs hier in de moestuin vinden is ook toeval.
Plus het feit dat ik op deze zaak gezet ben.
En is het toeval dat wij een voorkeur hebben voor zee, zon en strand?
Zeker wel. Wij zijn allen vlinders. We vliegen naar het licht.
Wat u zegt. Daar zit die dikke libel achter haar raampje.
- Wat drentelt die gendarme daar? - Hij zoekt Louis.
- Wat moeten jullie van Louis? - Niks bijzonders.
Een inlichtinkje. Trouwens...
U hoort heel goed.
Pardon?
Wat heeft Louis zaterdag gedaan?
Net als de rest. Een beetje rommelen en rotzooien.
- Hoe bedoelt u? - Hij is jong. Z'n zusjes zijn jongensgek.
M'n zoon is een regelrechte houwdegen.
M'n schoondochter is een slappe dweil.
Maar vroeger, toen Joseph er was...
...toen zat er nog leven in.
Vooral van onderen.
Nu u toch op hem zinspeelt, wilt u misschien iets meer over Korda vertellen.
Ja, hoor.
Ze hebben Louis gevonden.
Het is een lui varken, maar ik mag hem graag. Hij maakt me aan het lachen.
Maar Korda?
Woont u in de stad? U ziet erg bleek.
In Parijs word je niet makkelijk bruin.
Je krijgt geen kleur van de zon, maar van wijn.
- Mooi. Maar Korda? - We hebben geen tijd meer.
- Een andere keer. - Nee, nu.
Kom maar eens terug.
Louis, de dienders willen weten wat je zaterdag uitgespookt hebt.
Niks, oma. Ik heb alles wat ik weet al verteld. Dat zweer ik.
Ik wil precies weten wat er gebeurd is tussen de feestzaal en de boerderij.
Kom op, jongen. Laat je niet op je kop zitten.
- Ik ben lopend naar huis gegaan. - Alleen?
U weet kennelijk al van niet.
Hij heeft die zuiplap weggebracht.
- Heeft ie geen lintje verdiend? - Niet noodzakelijkerwijs.
- Waar heb je 'm heen gebracht? - Naar een tuinhuisje.
Mevrouw Fouly, ik ondervraag uw kleinzoon.
Ik heb 'm bij een schuurtje achtergelaten waar hij wilde slapen.
Dat was het.
- Heb je hem ingestopt? - Welnee.
- Wie heeft het slot geforceerd? - Hij. Ik weet het niet.
- Hij of iemand anders? - Ik weet het niet meer.
- Ik was moe. Ik ben naar huis gegaan. - We gaan het samen reconstrueren.
Nu.
- Wat nu weer? - Germain, trek eens 'n fles open.
- Nu niet. Louis, aan het werk. - Ik neem hem even mee.
- We zitten in de puree. - Dat dacht het slachtoffer vast ook.
Kom op.
Ik heb iets met Joseph gehad, v��r m'n schoondochter.
Niet gek, die Polen.
- Wat zei die ouwe? - Niks. Het verleden speelt op.
Ik weet het weer: Hij heeft het geforceerd.
Waarom wilde hij naar dat schuurtje?
- Geen idee. Hij moest en zou erheen. - En toen de deur open was?
Is hij op de zakken als een blok in slaap gevallen.
En jij?
- Ik geloof dat ik naar huis gegaan ben. - Neem je broertje in de maling.
Dat niemand zich nog iets herinnert van 1924, daar kan ik in komen.
Maar eergisteren... Pijnig je grijze cellen maar 's goed.
Ik heb in z'n knapzak gekeken.
- Maar er zaten geen papieren in. - Wel een ijzeren doosje.
- Heb je er geld uit gehaald? - Geen geld.
Wat dan?
Een postzegel.
- Wat voor eentje? - Een mooie, grote.
Met prachtige kleuren. Uit Madagascar. Met R�publique Fran�aise erop.
Bravo. Ik ben zelf in 1950 bijna naar Tananarive gegaan.
- Waar zat die postzegel? - Op een envelop zonder adres.
- Waar is die postzegel? - Aan oma gegeven. We sparen stiekem.
Stiekem?
Van pa mag ik alleen nuttige dingen doen.
- Zat er niks in de envelop? - Nee.
Dan gaan we die zegel samen bekijken.
- Nu? - Ogenblikkelijk.
Hier is ie.
- En de envelop? - Dat weet ik niet meer.
Weggegooid. Er zat niks in.
U pakt me toch niet op voor een postzegel?
Toch wel.
- Dat ziet er slecht uit, Louis. - Waarom?
Jij hebt 'm als laatste in leven gezien.
- Ik heb 'm pittend achtergelaten. - Getuigen?
Dat ziet er niet best uit.
We gaan naar de feestzaal.
Gefeliciteerd, sloerie.
- Wat heb je gedaan? - Wat kan jou dat bommen?
- Had je maar mee moeten gaan. - Zie je wel: Ik heb het gedaan.
Gelukkig hoeven we niet bij iedere blunder met je naar bed.
Neem het maar op voor je zus.
Ga allemaal zitten.
Weet dat jullie heel dom gedaan hebben.
- We hebben gewoon lol gemaakt. - Dat noem ik geen lol maken.
Je slaat een dronken man niet. Je laat 'm niet half buiten westen vertrekken.
En Louis had niet mogen meegaan.
Wisten wij veel dat het zo zou aflopen.
- Louis heeft niks misdaan. - Hoe weet jij dat?
We kennen 'm.
Wisten jullie dat hij postzegels verzamelt?
Wisten jullie dat?
Dus zo goed kennen jullie hem niet.
Postzegels verzamelen is toch geen misdaad?
Alles kan tot misdaad leiden.
Zelfs een postzegel.
Brand bij Fonsine. Er is heel veel rook.
Kom mee.
Opschieten, jongens.
Niets werkt. Alles is kaduuk.
Pak dan ook een emmer, sufferd.
- Wat is er gebeurd? - Die slet van een zus van me weer.
Ze heeft m'n schuurtje in lichterlaaie gezet.
- Het wordt al geblust. - Arresteer haar dan.
Ik krijg een punthoofd van jullie. Ga zo door en er blijft niks over.
Ik ben bang.
Kom op met die emmers.
- En? - Nu eens geruzie, dan weer gefluister.
Je komt als geroepen.
- Nieuws? - Niks. Rustiger dan bij de zussen.
Monter ze maar eens op. Tegen jou willen ze vast wel praten.
Na twee uur telefoneren heb ik wat ontspanning nodig.
- Ik doe de deur maar dicht. - Sla niet te hard.
Na de jongelui: de oudjes. Zeg tegen Picard dat ik naar de winkel ben.
Dat is Fonsine en dat Fernande.
Nee, het is net andersom.
Ziet u die handen op die schouders?
Er stond een man tussen hen in.
Misschien hun vader. Maar dat gaat ons niks aan.
- Het zijn jonge handen. - In 1925 was hun vader al dood.
Laat de doden toch met rust.
- Waar is die foto gemaakt? - In de feestzaal van Feuillard sur...
- ...Canche. - Welnee.
Welnee, je ziet toch dat dat het station is.
Hier zie je de klok.
Het is de tuin van Duvernois. Jouw klok is een zonnewijzer.
- Duvernois? - Ja, de notaris.
- Waar vind ik die? - Op het kerkhof.
Nog een dode die gewekt gaat worden.
Slaap rustig verder. Kennelijk wilt u niemand wakker maken.
- En? - Volgens mij hebben ze alles opgebiecht.
- Zorg dat ze allemaal thuiskomen. - Louis ook?
Nee, hij niet. Hem neem ik zelf onder m'n hoede.
- Hoe reageerde hij? - Warrig.
- Volgens mij verbergt hij wel iets. - Waar denk je aan?
Dronkemansruzie. Gebruikelijk op het platteland.
Nee, wraak is 'n gerecht dat koud wordt gegeten. Vooral in Saint-Mesmin.
Opstaan.
Luister goed.
Je gaat naar huis en daar ga je die envelop zoeken.
Morgenochtend wil ik 'm hebben.
Dan hoeven we niet je hele familie op te pakken...
...voor verduistering van bewijsmateriaal.
- En als ik 'm niet vind? - Dat is een ramp.
Voor jou en voor iedereen.
Je oma incluis.
Wat hebt u met 'm gedaan? Hij lijkt wel gedrogeerd.
Arme jongen. Hij houdt het niet lang meer vol.
- Mooi. Je hebt 'm gevonden. - Ik heb niks gedaan.
Schijn 's bij.
Kom 's hier met die lamp. Saint-Mesmin...
...Dublin...
...Panama...
...Dakar, Tananarive.
- Mooi reisje. - Ik heb niks gedaan.
- Nee, jij komt niet verder dan de moestuin. - Ik heb 'm niet vermoord.
Dit is een mooi motief.
Ik heb het niet gedaan.
Schijn 's bij.
Paturel vergezelt je voor je veiligheid naar de feestzaal.
Kom op.
- Gaat u naar de zusters? - Inderdaad.
- Ik heb die brand niet gesticht. - De lieve Heer zeker.
- Als die bestond, was Fonsine al bij Hem. - Verdient ze dat?
- Dan zou ik van haar af zijn. - Weet u dat u de cel riskeert?
Waarvoor, commissaris?
Bovendien, als zij in vlammen opgaat, gaat u mee.
Maar zij fikt eerst. De heetste plekken in de hel zijn voor hoeren.
Ik moet m'n luiken sluiten.
Waarom haat u haar zo? Het zou andersom moeten zijn.
U was met 'm getrouwd, zij verloofd.
Van wie weet u dat?
- Vox populi. - Allemaal flauwekul.
Weet u nog wat er in deze ring gegraveerd staat?
Een A en een F.
De F van Fonsine �n van Fernande.
Handig, h�?
Ik heb haar verloofde afgepikt, maar zij m'n man.
- Kunt u dat toelichten? - Ik vergeet het liever. Hij is weggegaan.
- Waarheen? - De wijde wereld in.
- Lang geleden, h�? - 28 jaar.
- En waarom is hij weggegaan? - Dat moet u maar aan die snol vragen.
U heeft toch wel een vaag vermoeden?
Als een vrouw een avontuurtje heeft, wordt ze 'lichtzinnig' genoemd.
Een man in dezelfde situatie wordt 'temperamentvol' genoemd.
Nooit opgevallen?
- Heeft Br�card nog iets laten horen? - Niet aan mij. Ik moet naar buiten.
Heeft u foto's van uw man?
Ik heb alles verscheurd. Uit het oog, uit het hart.
En deze foto...
- ...voelt u daar iets bij? - Nee.
Helemaal niets.
Wie is daar?
Alweer?
Kom binnen.
Ik steek niet alle spelden terug. Ik wil niemand ongeluk brengen.
U geneert zich niet. Hebt u nog meer in uw zakken?
Wie stond er op het ontbrekende stukje?
Ik herken onze koppen amper, laat staan die van een geest.
Denk 's goed na.
Herinneringen zijn teer, h�?
Ach ja, die onovertroffen Br�card.
'Ik verloof me met de een en trouw met de ander.' Grappig, h�?
Hangt ervan af. Wat vond uw vader ervan?
Niet veel. Doden zeggen zo weinig.
Uw verloofde werd dus op een ongelegen moment verliefd op uw zus?
Hij werd verliefd op haar erfenis. Op haar poen, niet op haar tieten.
U had toch schatkistbiljetten?
Waarom martelt u me zo? U weet alles.
Martelen is sterk uitgedrukt. Dit is m'n vak.
Ik wil weten waarom een zwerver in uw schuurtje overleden is.
Puur pech. E�n ding: M'n verloofde verveelde zich stierlijk met m'n zus.
Je hoort hier alles. Zelfs verveling.
Heeft u hem nooit meer gezien?
Hij is 'm gesmeerd met die biljetten. Nee dus.
Tactvolle man.
Fernande had vast verklapt waar ze lagen.
Denkt u dat?
Vraag 't haar maar. Weet u wat ze nu doet?
Ze snijdt hart voor Felix. De snol.
Hoe vaak komt u nog terug?
Vreemd, dat u zich niet herkende met uw zus en uw aanstaande.
Ik ben alles vergeten.
Net als Fonsine. Eindelijk een overeenkomst.
- Wat heeft u? - Pardon, ik voel me niet goed.
Mag ik gaan zitten?
Het is niks, ik ben erg moe.
Fernande, ik heb goed en slecht nieuws.
We weten wie de onbekende man is.
Het slechte nieuws is: U bent weduwe.
Dat wist u al, h�?
Had u hem nooit meer gezien?
Herkende u hem echt niet in de feestzaal?
Pas toen hij geschoren was.
Dan hebt u dus gelogen.
Uw man komt terug en gaat bij geen van u beiden langs?
Ik geloof u niet.
U heeft hem wel gezien.
Hij had gedronken. Hij wilde het goedmaken.
25 jaar nadat ie verdwenen was. Ik heb 'm gauw de deur uitgezet.
Ik geloofde hem toen hij werk van me maakte toen ik jong was.
Ik geloofde in de liefde.
Ik heb m'n zus bedrogen omdat ik dacht dat hij m'n grote liefde was. Snapt u?
- Hij heeft alles verpest. - Maar niet voor hem zelf.
Hij is naar een zonnig eiland vertrokken, met de schatkistbiljetten.
- Dat d�cht iedereen in die tijd. - Hoe bedoelt u?
Een andere boef was hem te slim af.
- Wie? - Een seizoenarbeider van Fouly.
Joseph Korda.
Kent u die?
Het is z'n dood geworden. Bijna dertig jaar na dato.
- Dat is nog eens hardnekkige wrok. - Misdaad loont dus niet.
Daar ben ik van overtuigd.
Kom maar even tot uzelf. Ik neem morgen contact op.
Zo, poes...
Wat denk jij ervan?
Je hebt heel wat gezien. Wie heeft Antonin vermoord?
Fonsine of Fernande?
Of misschien Louis.
Aan jou heb ik niet veel.
Het regent weer. Niet te geloven.
- Wilt u uw laarzen, meneer Maigret? - Het zit erop voor vandaag.
Sta je weer bij een plas geparkeerd?
Fernande heeft een infarct gehad.
- Welke is Fernande? - Serieus?
Een hartaanval.
- Wat doe ik? - Niets.
Uw laarzen.
- Hoe maakt ze het? - Ze is er slecht aan toe.
- Vergif? - Welnee. Waarom?
- Zomaar. Moet ze naar het ziekenhuis? - Levensgevaarlijk met haar bloeddruk.
- Hoe komt dat? - Slijtage, een hevige emotie. Wie weet.
Mag ik haar spreken?
Ik zie het somber in.
Het is belangrijk.
Komt u maar.
Hoort u mij, mevrouw Br�card?
U kunt haar beter laten rusten.
Kom maar.
- Mag ik? - Heel voorzichtig.
Ik weet het, van Antonin.
Ik luister.
Ze heeft gelogen.
Hij is bij haar geweest. Nog een tweede keer.
Ze was kwaad.
Ze heeft hem weer de deur gewezen.
Ze wist waar hij zat: in het schuurtje.
Ze is erheen gegaan.
Hij was...
...dronken.
Toen heeft ze hem...
Vermoord?
Om alles wat hij aangericht heeft.
Alle ellende.
Daarna is ze naar huis gegaan.
- Waar heeft ze het snoeimes gelaten? - Dat weet ik niet meer.
Dat heeft Fonsine u vast verteld.
Ik heb het niet over Fonsine.
Over wie dan?
Fonsine is onschuldig.
Ze is veel te zwak, veel te teer.
Ik heb het gedaan.
- Hoe gaat het met haar? - Interesseert dat u?
- Wat zei de dokter? - Ze zweeft op het randje.
- Dat doet ze haar leven lang al. - Maar nu is het helaas ernstig.
- Hebt u met haar te doen? - U niet?
- Wilt u koffie? - Graag.
- U heeft gejokt over Antonin. - Hou toch op.
Hij is 25 jaar terug vertrokken en nu is ie dood. We hebben last genoeg gehad.
- Hoe weet u dat hij dood is? - Dat wordt gefluisterd.
Maar u wist het al eerder.
Probeer me er niet in te luizen, anders doe ik rattengif in uw koffie.
- Waarom zei u niet dat u 'm herkende? - Ik wilde hem geen dienst bewijzen.
- Maar hij is vermoord. - Eigen schuld, dikke bult.
Fernande heeft me verteld wie Antonin vermoord heeft.
Die sloerie zal wel gezegd hebben dat ik het gedaan heb.
Ze terroriseert me al 30 jaar. Wat een rotding, die koffiepot.
Ze zegt dat zij Antonin vermoord heeft.
- Heeft u die avond niets gehoord? - Jawel.
Denk eens goed na.
Ze was razend.
Hij had weer gelogen, zoals altijd.
Midden in de nacht liep ze naar het schuurtje...
...waar hij lag te slapen. Daar heeft ze hem vermoord met een snoeimes.
Daarna...
...ging ze als in trance weer naar huis.
Het is zover. Ik heb het gedaan.
Ik heb 'm vermoord.
Daarna is ze naar bed gegaan. En ze heeft vast geen spijt.
Dat zou me niet verbazen.
- Mij wel. - Ze haatte hem.
U niet?
Je moet wel erg kwaad zijn om iemand met een snoeimes te vermoorden.
U vertelt het beeldend.
Het is afgelopen.
Dus Fernande heeft Antonin vermoord?
Ja. Tenminste, dat heeft ze verklaard.
- Mazzel dat ze heeft kunnen praten. - Mazzel voor wie?
Maar wat doe ik nou met Louis?
Wilt u hem aanklagen?
Een handvol dollars, verduistering van bewijsmateriaal...
Veel papierwerk voor een akkefietje.
Je man dertig jaar na dato vermoorden... Haat kan hardnekkig zijn.
Toch heeft de liefde weer het laatste woord gehad.
Wat bedoelt u?
Niets.
Vertaling: NOB
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.