All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 24 - Maigret a peur.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Onderzoek naar criminaliteit en de toename daarvan...

vereist onderzoek naar gedrag, werk- loosheid, en de gevolgen daarvan.

Een samenleving die te sterk berust op economische competitie...

veroorzaakt een asociale mentaliteit die anti-sociaal kan worden.

We moeten toegeven, beste collega's, dat een crimineel iemand is...

- Ze hebben u dus laten komen. - Pardon?

Ik dacht al dat ze u zouden inschakelen.

- Ik kan u niet volgen. - Ik heb u meteen herkend.

Uw foto staat vaak in de krant. Vernoux de Courson.

- Aangenaam. - Heeft m'n vriend Chabot u gebeld?

- Julien Chabot, bedoelt u? - De rechter-commissaris, ja.

- Of gaat u toevallig naar Fontenay? - Inderdaad.

- Gaat u niet naar Julien Chabot? - Ja, maar...

- Merkwaardig. - Hoezo dat?

Merkwaardig dat u juist komt nu er een vreemde misdaad is gepleegd.

Chabot is een studiekameraad. Ik ga gewoon bij hem op bezoek.

Ik ben benieuwd of u het raadsel zult oplossen.

Of het nu toeval is of niet, Chabot boft dat u er bent.

Aangenaam kennis met u te maken. Ik hoop dat we elkaar weerzien.

Komt u morgen mee met Chabot. Op zaterdag bridgen we altijd bij mij.

MAIGRET IS BANG

Dag commissaris. Lomel van de pers. Mag ik?

Ik ben gebeld vanuit het station. Komt u voor de zaak Courson?

Die rotzakken hebben niets gezegd. F�ron niet, en de rechter ook niet.

- Ik ben hier niet voor een zaak. - Tuurlijk.

- Pardon? - U bent hier niet officieel, maar toch.

Wat bedoelt u daarmee?

- Laat u me rustig eten, meneer... - Lomel.

Hallo, F�ron. Dit is de commissaris van politie.

Sorry, ik wist van niets. Anders had ik u opgehaald van het station.

Dat geeft niets. Ik ben hier niet beroepshalve.

- Ik kom m'n vriend Chabot opzoeken. - Hebt u de krant niet gelezen?

- Weet u echt nergens van? - Nee, ik was op een congres in Lyon.

- Geeft u commentaar? - Helemaal niet.

- Een paar woorden maar. - Helemaal niets.

We laten u rustig verder eten. Sorry dat we u gestoord hebben.

- Weet u waar de rechter woont? - Avenue Jean Jaur�s 22.

- Ik was vanmiddag op het station. - Ik had de trein gemist.

- Waar is je bagage? - In Hotel de France.

Belachelijk, je bent onze gast. Je hebt toch nog niet gegeten?

Dat zal m'n moeder niet leuk vinden.

Wat fijn dat je er bent.

- Drink jij niet? - Amper. Wijn met water bij het eten.

- Een sigaar? - Nee, dank je. Nog steeds m'n pijp.

Dat is waar ook. Ik was het vergeten. Ik rook al 15 jaar niet meer.

- Wat ben je verstandig geworden. - Je ziet er patent uit.

Fijn je weer te zien. Je had het al zo vaak beloofd.

Je ziet het, ik ben er.

Ik heb onderweg trouwens een vriend van je ontmoet.

- In de trein, ene Vernoux de... - De Courson.

- Een man van in de zestig. - Ben je op de hoogte?

Vaag, ik ben hier net.

Er kwam al een fotograaf bij me langs met de politiecommissaris.

Dan weet heel Fontenay nu dat je hier bent.

Vind je dat vervelend? Het lijkt er anders wel op.

Het leven valt niet mee in dit stadje, maar met twee moorden na elkaar...

- Robert, de zwager van Vernoux. - Van de trein?

Hij is vier dagen terug vermoord en eergisteren een oude vrouw.

- Is er een verband? - Er is hetzelfde wapen gebruikt.

Een ijzeren staaf of zoiets als een Engelse sleutel.

- Waren de slachtoffers familie? - Nee. De oude dame woonde alleen.

Hallo, Jules. Ik dacht dat je vanavond niet meer zou komen.

- Er is een kamer voor je klaargemaakt. - Hij logeert in het hotel.

- Geen sprake van, je bent geen last. - Ik kan beter in het hotel logeren.

De pers zit al achter me aan. Morgen staan ze hier voor de deur.

Gezien de situatie zeggen ze dan dat ik hier ben op verzoek van uw zoon.

- Dat zeggen ze toch wel. - Dat spreek ik tegen.

Misschien heeft hij gelijk.

Dit is geen doorsnee-onderzoek. Robert de Courson, het slachtoffer...

was een notabele, verwant met de vooraanstaandste families.

Z'n zwager Hubert, die je in de trein hebt gezien, is ook een belangrijk man.

Na de moord gingen er geruchten.

Toen de weduwe Gibon was vermoord, werd het geroddel wat minder.

Maar twee moorden achter elkaar, dat is veel voor zo'n plaatsje.

De mensen worden bang.

- Ze denken dat het om een gek gaat. - Is er iets gestolen?

Nee. Beide slachtoffers hebben de dader argeloos binnengelaten.

- Vingerafdrukken? - Nee.

Als het een gestoorde is, slaat hij misschien weer toe.

- Heb je enig idee? - Nee. Ik maak me zorgen.

- Is 't lastig voor je werk dat ik er ben? - Niet per se.

Vernoux en de commissaris denken dat jij me te hulp hebt geroepen.

- Ik mag m'n vrienden toch wel zien? - Het lijkt me beter dat ik morgen ga.

Neem me niet kwalijk.

Rechter-commissaris Chabot.

Wat?

Gobillard? Waar? Rue des Trois Soeurs?

Goedenavond, ik heb u meteen gebeld vanuit het caf�.

Nog een, meneer Maigret. Dichter bij het lijk graag.

- Wie heeft hem gevonden? - Dr Vernoux.

Ik zag hem op straat liggen. Toen ik hem onderzocht, was hij al dood.

Ik heb de politie gebeld in het caf�. Jussieux, waar ben je?

- Komt u maar. - We hadden gebridged in het caf�.

Dokter Jussieux. Een vriend van mij, commissaris Maigret.

Hetzelfde als bij de twee anderen: een harde slag op het hoofd.

Ook hij is van voren aangevallen en hij heeft zich niet verdedigd.

- Was hij dronken? - Zoals altijd.

- Hebben ze u erbij gehaald? - Nee, ik ben hier bij toeval.

- Dat komt goed uit. - Dit is Chabiron, mobiele brigade.

- We kennen elkaar. - Ik ben bij de commissaris begonnen.

Een goeie vent. Hij ging wekelijks rond om konijnenbont op te halen.

's Avonds ging hij de kroeg in om z'n geld uit te geven.

- Vechtpartij? Getrouwd? - Nee, hij woonde alleen in een krot.

- Wat denkt u ervan? - Helemaal niets.

Drie moorden, dat is veel voor zo'n klein gat.

- Wat gaan we doen? - Hij mag naar het lijkenhuis.

De officier van justitie is niet bereikbaar.

- Heb je nog iets gezien of gehoord? - Ik liep snel, ik viel haast over hem.

- Is je vader thuis? - Ja, hij is net terug uit Lyon.

- Gaat u zich er nu mee bemoeien? - Beslist niet.

- Echt niet? - Nee.

Bent u niet nieuwsgierig? Denkt u ook dat het een gek is geweest?

Ik doe m'n best, maar ik krijg die mensen niet aan het praten.

Kom je nog even mee?

- Mag ik meelopen, of stoort dat je? - Welnee.

Dokter Vernoux is de zoon van Hubert, uit de trein.

Hij is arts, maar praktiseert niet. Hij doet vooral onderzoek.

- Heel bescheiden. - De psychiatrie fascineert hem.

- Hij gaat wekelijks naar een kliniek. - Heeft een gek die moorden gepleegd?

- Dat is best mogelijk. - Zijn er veel gestoorden in Fontenay?

Die heb je overal. Helaas ontdek je dat pas op crisismomenten.

- Kan het een vrouw zijn geweest? - Waarom niet?

Jullie hebben mankracht genoeg.

Laat ze door de stad patrouilleren. Dat stelt het publiek gerust.

Ik doe wat ik kan. We hebben hier niet zulke middelen als in Parijs.

De politie is geen zware misdrijven gewend.

Nog drie jaar voor ik met pensioen ga. Leuk hoor, zo'n zaak.

- De mensen zien er gespannen uit. - Je bent er net en je snapt het al.

Dat kan niet anders. E�n moord gaat nog, vooral de eerste.

Robert was een verstokte vrijgezel die men amper kende.

Om hem zouden de mensen geen drukte maken.

Maar daarna de weduwe Gibon en nu Gobillard.

- Ik verwacht reacties. - Die zijn er al.

Denk je?

De nieuwsgierigen bleven op afstand. Ze leken me vijandig.

- Zo erg is het misschien niet, maar... - Zijn de mensen hier links?

- Dat is het probleem niet. - De familie Vernoux is niet geliefd.

Hebben ze dat gezegd?

Ik zal proberen het je uit te leggen, maar simpel is het niet.

De adel had het hier lang voor het zeggen.

Kasteelheren onder elkaar, een gesloten samenleving.

Dat is overal zo.

Ze zijn nu verarmd. Anderen hebben hun plaats ingenomen.

- Zoals Hubert Vernoux. - Precies.

Hij heeft allure, nietwaar? Een echte heer. Raad eens wat z'n vader was.

Veehandelaar, 'n bruut, altijd dronken. Gestorven aan een delirium tremens.

Voor z'n dood is hij in grond en boerderijen gaan handelen.

- Hubert is hem opgevolgd. - Hij is dus makelaar.

- Ja, dat kun je zo zeggen. - Is z'n echtgenote van adel?

Niet echt. De familie Courson heette eerst Lagrange. Schroothandelaren.

De naam Courson kregen ze toen ze het kasteel kochten.

Door het huwelijk met Vernoux kregen de Coursons rijke schoonfamilie.

Ze hadden ��n kasteel, met een hypotheek.

En het huis in de Rue Rabelais, het mooiste van de stad.

- Doet Hubert nog in onroerend goed? - Hij zorgt voor de hele familie.

Lucille, z'n schoonzuster. Z'n zoon Alain, de arts.

- Is Alain getrouwd? - Met een juffrouw Cadeuil, van adel.

Ze wonen allemaal in de Rue Rabelais.

Je zag wat Vernoux voor allures heeft. Een karikatuur van een edelman.

Z'n vrouw en schoonzus zijn nog erger en ze vormen samen een clan.

- Zo'n clan gaat niet met iedereen om. - Inderdaad.

De Vernoux, Coursons en hun vrienden vormen een aparte kliek in de stad.

In mijn positie moet ik wel met ze omgaan. Eigenlijk vallen ze wel mee.

Hubert heeft zorgen. Hij was rijk, maar grond brengt niets meer op.

Hij onderhoudt de hele familie. Alain, z'n zoon, ken ik beter.

Je kunt het maar beter weten.

Hij is bang dat z'n familie ontaard is. Z'n grootvader stierf aan een delirium.

Basile, een doodgezwegen oom, pleegde zelfmoord op z'n 17 e.

Daarom is Alain geobsedeerd door de psychiatrie. Hij is op z'n hoede.

- Weten de mensen dat? - In kleine stadjes wordt geroddeld.

Er gaan altijd praatjes over mensen die anders leven.

Ook na de eerste moord?

Ja, de mensen dachten dat Hubert niet met Courson kon opschieten.

- Zagen ze elkaar nooit? - Wel, ze woonden tegenover elkaar.

Courson was geru�neerd. Hubert onderhield hem.

Voor Courson was dat onverdraaglijk.

Hij kwam nooit bij de Vernoux, maar hield ze openlijk in de gaten.

- Was Hubert daar kwaad over? - Hij bleef hem wel een toelage geven.

Ze wisselden weleens venijnigheden uit op straat.

Maar om nu te zeggen dat Hubert hem in een vlaag van woede zou afmaken...

Is dat in je opgekomen?

Beroepshalve kom ik niet om die hypothese heen.

Heb je hem ondervraagd?

Er was niet genoeg bewijs om hem te verdenken.

- Hoe laat is de eerste moord gepleegd? - Net als deze keer, rond 22.00 uur.

- Wat doen de Vernoux zoal? - Ze gaan allemaal hun eigen gang.

- Slaapt Vernoux bij z'n vrouw? - Zij slaapt boven en hij beneden.

- Hebben ze personeel? - Een echtpaar, al 25 jaar.

En twee dienstmeisjes die beneden wonen.

- Is het huis groot? - Het lijkt wel een kasteel.

- Is er een achterdeur? - Ja, in een doodlopende steeg.

- Iedereen kan er ongemerkt in en uit. - Waarschijnlijk wel.

- Heb je dat niet nagetrokken? - Als ik dat doe...

denkt de hele stad dat Hubert of z'n zoon schuldig is.

- Z'n zoon? - Een werkloze psychiater.

Dat is genoeg. Hij drinkt niet, zit niet achter de vrouwen aan.

- Ze mogen hem niet, ze vinden hem... - Neem je het voor hem op?

Nee, ik wil me niet laten opjutten. Ik probeer rechtvaardig te zijn.

Ik heb ook aan een familiekwestie gedacht.

Er is niets gestolen en Courson heeft zich niet verzet. Dat is zorgwekkend.

- Heb je ze door de politie laten volgen? - Dit is Parijs niet.

- Iedereen kent onze vier agenten. - En de mobiele brigade?

Die vallen ogenblikkelijk op. Het is hier altijd stil op straat.

Hoe wil je iemand stiekem laten volgen?

Sorry dat ik me zo opwind.

Ik wil graag dat je m'n positie begrijpt.

Voorlopig zijn de Vernoux onschuldig. De tweede moord bewijst dat.

Vernoux had geen motief voor die moord. Hij kende de weduwe niet.

- Wie was zij? - Een vroedvrouw, invalide, alleen.

En Gobillard was een goedmoedige dronkenlap die iedereen kende.

Ze kwamen uit verschillende milieus en zijn op dezelfde manier vermoord.

- Waar ging dokter Vernoux heen? - Hij zei dat hij naar een vriend ging.

- Heeft hij z'n naam genoemd? - Dat hoefde niet.

Hij ging naar een ex-studiegenoot verderop. Een vrijgezel.

Ik snap dat hij 's avonds alleen op straat liep.

- De zaak boeit hem nog meer dan mij. - O, ja?

Hij had het pas nog over erfelijke afwijkingen. Hij maakt zich zorgen.

Kwam hij toen spontaan langs? Als hij Gobillard niet had gevonden...

had hij dan de hele nacht de dader lopen zoeken?

Hij is beter in staat een gek te herkennen dan onze brave agenten.

Hij is beter gekwalificeerd dan wij.

Binnen.

Ik heb de krant voor u meegebracht.

U mag de croissants weer meenemen en me een grote pot koffie brengen.

Commissaris Maigret bemoeit zich met misdaad in Fontenay

Dag, meneer Maigret. Er is een brief voor u.

Laat u niet van de wijs brengen door lieden uit hoge kringen.

U krijgt hem wel te pakken.

Werd er geroddeld na de moord?

Ja, de mensen dachten dat Hubert niet met Courson kon opschieten.

- Zagen ze elkaar nooit? - Wel, ze woonden tegenover elkaar.

Courson was geru�neerd. Hubert onder- hield hem. Dat was onverdraaglijk.

Hij kwam niet bij de Vernoux, maar hield ze openlijk in de gaten.

Ik hoop dat ik u als eerste mag interviewen.

Bent u boos? Ik wist dat u deze zaak zou doen. Daar liep ik op vooruit.

- Laat dat voortaan. - En rechter Chabot? Snapt u nou...

Je kent de dokter. Hij kwam spontaan langs. Sorry voor gisteravond.

Ga zitten.

Alain vertelt interessante dingen over gestoorde criminelen.

Ik zeg niet dat een gek die moorden heeft gepleegd, maar zo ja...

- Dat komt op hetzelfde neer. - Niet helemaal.

Alles wijst op het werk van een gestoorde.

Het gebrek aan een motief, in alle gevallen dezelfde aanpak.

Vertel de commissaris wat je net zei.

Ik ben maar een amateur. Dit is een algemene theorie.

Men denkt dat gestoorden zich gestoord gedragen.

Verward, onlogisch, lukraak. Maar vaak geldt het tegenovergestelde.

Gekken hebben hun eigen logica, die lastig te ontdekken valt.

- Dat probeer ik nu al dagen. - Vanaf de eerste moord?

De tweede moord bevestigt m'n indrukken en m'n hypothese.

Ik denk dat dit het werk van een gek is.

- Sommige aspecten wijzen daarop. - Zoals?

Hij valt bijvoorbeeld frontaal aan.

Een moordenaar die niet gepakt wil worden, gaat heel anders te werk.

Maar hij wil niet gepakt worden, want hij laat geen sporen na.

Hij had ook van achteren kunnen aanvallen. Dat is minder riskant.

Hij had het op zwakke mensen gemunt. De bejaarde weduwe was invalide.

En Gobillard was stomdronken toen hij werd vermoord.

Wie weet is dat een teken.

We moeten de logica in het gedrag van de moordenaar opsporen.

- Dan komen we dicht bij ons doel. - Was u daarom gisteravond buiten?

Ja, eerlijk gezegd loop ik sinds de eerste moord op straat...

om voorbijgangers te observeren. Het is maar een klein stadje.

De moordenaar verbergt zich waarschijnlijk niet.

Hij loopt op straat, net als iedereen. Misschien zit hij nu wel in het caf�.

Zou u hem herkennen als u hem zag?

- Ik denk van wel. - Alain kan ons helpen. Hij zei...

- U hebt bezoek, sorry. - Is het dringend?

Ik heb hier iemand om te ondervragen. Het is de moeite waard.

Dan laat ik jullie alleen.

- Komt u verder, niet bang zijn. - Ik ben niet bang.

- Chalut is leraar op de jongensschool. - Gaat u zitten.

Hij woont vlak bij de plek waar Gobillard is vermoord.

Onder hem is een kantoorruimte. Vertel maar, Chalut.

Gisteravond hoorde ik lawaai buiten, een soort gestamp.

- Hoe laat was dat? - Om tien uur.

En toen?

En toen hoorde ik voetstappen in de richting van de Rue de la R�publique.

- Snelle, van iemand die vlucht? - Nee, normale.

- Van een man? - Beslist.

En wat gebeurde er daarna?

Er kwam een groepje mensen uit de Rue de la R�publique. Ze bleven staan.

Ze riepen 'dokter' en 'commissaris'. Toen ben ik uit het raam gaan kijken.

Na het gestamp klonk er een geluid alsof er iemand op straat neerviel.

- Ja toch, Chalut? - Precies.

Daarna liep iemand naar de Rue de la Republique, waar het caf� is.

Om 22.10 uur kwam dokter Vernoux daar binnen. Daar zijn getuigen van.

Hij liep direct naar de telefooncel en kwam even later naar buiten.

Hij zag dokter Jussieux zitten en fluisterde hem iets toe.

Hij zei dat er 'n misdrijf was gepleegd. Toen stormde iedereen naar buiten.

Dokter Vernoux zei dat het lichaam nog warm was toen hij het aantrof.

En dat hij toen naar het caf� ging om de politie te bellen.

Dan hadden er twee keer voetstappen moeten klinken.

Die van de dader, en die van dokter Vernoux. Dat had Chalut moeten horen.

Chalut is eerlijk, een gerespecteerd leraar. Hij zuigt niets uit z'n duim.

- Bent u getrouwd? - Ja, meneer.

- Kinderen? - Nee.

- Was uw vrouw gisteravond bij u? - Ze lag naast me in bed.

Sliep ze?

- Gingen jullie samen naar bed? - Altijd.

- Hoe laat? - Om half tien.

- Zo vroeg? - We staan om zes uur op.

Waarom?

We hebben als burgers de vrijheid om op te staan wanneer we willen.

U ging dus om half tien naar bed.

- We lagen nog tien minuten te kletsen. - En toen vielen jullie in slaap.

- M'n vrouw viel toen in slaap. - En u?

Nee, ik kom moeilijk in slaap.

Dus toen u buiten die geluiden hoorde, was u wakker.

U had helemaal niet geslapen, u was klaarwakker.

Wakker genoeg om lawaai te horen en iemand die op straat neerviel.

Het regende. U moet boven de regen op het dak hebben gehoord.

- Dat ben je gewend, daar let je niet op. - En het water in de regenpijp?

Dat hoor je.

Straatgeluid wordt dus vervormd door andere geluiden.

Water dat door een regenpijp stroomt, klinkt anders...

dan gestamp of iemand die op straat neervalt.

- Bent u niet gaan kijken? - Nee.

- Waarom niet? - We wonen vlak bij Caf� de la Poste.

- Ik volg u niet. - Er komen vaak dronkenlappen langs...

- die op straat ruzie lopen te maken. - En blijven die staan?

U had dus de indruk dat er buiten minstens twee mensen waren.

E�n man liep naar de Rue de la R�publique.

- Ja toch? - Dat neem ik aan.

Bij een misdrijf zijn er minstens twee mensen, de dader en het slachtoffer.

Er waren dus twee mensen vlak bij uw huis toen u die geluiden hoorde.

- En u hoorde er maar ��n weggaan. - Ja, dat heb ik al gezegd.

Hoe laat hoorde u ze aankomen?

Kwamen ze samen aanlopen? Uit de straat of vanaf het plein?

- Ik heb ze niet horen aankomen. - Dacht u toen niet...

dat ze al een tijdje in de regen stonden en dat de ��n de ander wilde doden?

- Is dat alles wat u kunt verzinnen? - Ik begrijp u niet.

U kunt 't niet hebben dat uw clan wordt aangevallen. Dit houdt geen steek.

Ik hoor niet per se iedereen op straat lopen. Daar let ik niet op.

Laat me uitpraten, verdoezelt u de zaak niet.

V��r het lawaai boeide het me niet wat er op straat gebeurde.

Daarna was ik ge�ntrigeerd.

Nadat u iemand hebt horen vallen, is er niemand anders langsgekomen.

Ik heb niemand anders gehoord dan het groepje dat uit het caf� kwam.

Beseft u welk gewicht uw verklaring heeft?

Ik geef antwoord op jullie vragen.

Was u zich van tevoren niet bewust van de betekenis van uw verklaring?

- Ik kende die van Dr Vernoux niet. - Hoe komt u daarbij?

- Hij kwam net uw kamer uit. - Hij was hier niet voor een verklaring.

- Ik wist niet wat hij u heeft verteld. - Ik heb hem op de hoogte gesteld.

U bent nu zeker in uw nopjes. U mag de familie Vernoux niet.

Niet echt. En hun vrienden ook niet.

- U spaart ze niet in uw speeches. - Niet altijd.

- Heb je zijn vrouw ondervraagd? - Ze onderschrijft z'n verklaring.

Ze gingen om half tien naar bed, lagen even te praten en toen viel ze in slaap.

Ze werd wakker toen haar man niet meer naast haar lag, om 22.15 uur.

- Hij stond toen voor het raam. - Ze zijn niet naar buiten gegaan.

- Wou u niet weten wat er was gebeurd? - Ik heb het raam opengedaan.

Iemand zei dat Gobillard was vermoord.

- Kent u dokter Vernoux persoonlijk? - Ik kom hem weleens tegen.

- Hebt u een afkeer van hem? - Daar heb ik al antwoord op gegeven.

Bent u weleens veroordeeld?

Wel vaak opgepakt bij politieke demonstraties.

Na een nacht in de cel laten ze me dan weer vrij.

- Blijft u bij uw verklaring? - Ja, al bevalt dat u niet.

- Het gaat niet om mij. - Wel om uw vrienden.

U weet zeker wat u gisteren gehoord hebt.

Zeker genoeg om iemand naar de gevangenis of het schavot te sturen.

De dader heeft de weduwe en die arme Gobillard vermoord.

En Robert de Courson.

- Goed, we gaan met uw vrouw praten. - Ze spreekt me niet tegen.

Lijdt u aan slapeloosheid?

- Wat insinueert u? - U zei net dat u moeilijk inslaapt.

- U ging naar bed en lag nog wakker. - Ik slaap al jaren slecht.

- Neemt u daar iets tegen? - Slaaptabletten.

- Hebt u die gisteravond ook geslikt? - Twee stuks voor ik naar bed ging.

- Waarom hebt u dat niet verteld? - Dat is toch geen misdaad?

U vroeg er niet naar. Wilt u weten wat m'n vrouw slikt?

Dus ondanks die pillen sliep u nog niet?

Je went eraan, ze hebben steeds minder effect. Ik slaap na een half uur.

Misschien was u ingedommeld toen u die geluiden hoorde.

- Dan had ik niets gehoord. - Misschien lag u te sluimeren.

- Waar lag u aan te denken? - Dat weet ik niet meer.

Kunt u zweren dat u niet half in slaap was?

Denkt u goed na. Meineed is een ernstig delict.

Ik sliep niet.

De slaappillen begonnen dus al te werken, maar u sliep nog niet.

Kunt u misschien ingedommeld zijn nadat u iemand hoorde weglopen?

U bent niet opgestaan, hebt uw vrouw niet gewekt, was niet ongerust.

Wat u ons verteld hebt, komt onwerkelijk over.

Pas toen dat groepje aankwam, werd u wakker door hun geschreeuw.

Ik had het kunnen weten.

Jullie zijn allemaal hetzelfde.

- Bedankt voor daarnet. - Geen dank.

Mondje dicht tegen m'n moeder.

Ik laat jullie alleen.

- Had ik hem moeten arresteren? - Dokter Vernoux?

Daar zie ik geen reden toe.

- Chalut maakte een oprechte indruk. - Daar ben ik van overtuigd.

- Je denkt dus dat hij niet liegt. - Nee, maar hij kan wel ingedut zijn.

En ik wantrouw verklaringen van mensen die iets vanuit hun bed horen.

Vooral als ze aan slapeloosheid lijden en steeds kort slapen.

Hoe dan ook, als dokter Vernoux de dader is...

is het beter om hem nog te laten lopen. Er is nu geen enkel bewijs tegen hem.

Als je hem arresteert, geef je sommigen hun zin. Die gaan dan demonstreren.

En als ze eenmaal moord en brand schreeuwen, krijg je ze niet meer stil.

- Dat zeg je om me gerust te stellen. - Helemaal niet.

Bij dit soort zaken wijzen mensen al snel, te snel, een dader aan.

Hoe kiezen ze die uit? Dat is een mysterieus en griezelig verschijnsel.

Vanaf het begin waren de mensen tegen de clan van Vernoux.

- Vader of zoon, dat doet er niet toe. - Dat klopt.

- Nu is alleen de zoon het doelwit. - Als hij de moordenaar is.

- Laat hem in de gaten houden. - Daar kan hij aan ontkomen.

Dat is niet slim. Hij loopt het risico om op straat te worden toegetakeld.

Ja, daar heb je gelijk in. Ik ben echt blij dat je er bent.

Eerst was ik ge�rriteerd. Ik voelde me bekeken, beoordeeld.

Als een schooljongen voor z'n examen.

In de provincie voel je je minder dan iemand uit Parijs.

- Helemaal vergeleken met iemand als jij. - Wat zeg je daar nu allemaal.

In Parijs moeten we ook rekening houden met bepaalde situaties.

- En omzichtig met mensen omgaan. - Toch bedankt.

Ik ga straks de getuigen verhoren die Chabiron opspoort. Wil je mee?

- Pak Chaluts vrouw niet te hard aan. - Je vindt ze sympathiek.

'Zoek uit wat de dokter uitspookt met juffrouw Sabati.'

- Ken ik die? - Louise Sabati? Nee.

- Ik ben benieuwd wie dat is. - Ik kan commissaris F�ron bellen.

- Dr Vernoux is toch geen rokkenjager? - Voor zover ik weet niet.

Wil je die vrouw spreken?

Pardon, ik ben op zoek naar juffrouw Sabati.

- Louise? - Ik denk het wel.

- De derde deur. - Dank u wel.

- Juffrouw Sabati? - Wat wilt u?

- Met u praten namens dokter Vernoux. - Heeft hij een boodschap voor me?

Niet bang zijn, ik ben een vriend. Ik wil alleen even met u praten.

Heeft Alain u gestuurd?

- Weet hij dat u hier bent? - Nee, maar wees niet bang.

- Bent u van de politie? - Ja en nee.

- Wat is er? Waar is Alain? - Waarschijnlijk thuis.

Weet u dat zeker? Wat heeft hij over mij verteld?

- Bent u allang z'n minnares? - Hoe weet u dat?

- Bent u net opgestaan? - Dat gaat u niets aan.

Gaat u zitten.

- Weet u zeker dat hij niet komt? - Bent u bang?

- Hij is jaloers. - Hij houdt van u.

Ik geloof van wel. Ik weet dat ik niet veel waard ben.

Wilt u echt niet gaan zitten?

- Wie bent u? - Commissaris Maigret, recherche.

O, bent u dat. Heeft hij over mij verteld?

Nee, maar ik ben vanavond uitgenodigd bij z'n vader.

- Weet u dat hij problemen kan krijgen? - Hoezo?

- Men denkt dat hij een moordenaar is. - Onzin. Waarom zou hij zoiets doen?

Zoek uit wat de dokter uitspookt met juffrouw Sabati.

Vast die trut van boven. Die weet het. Het is een rotstreek, uit wraak.

Gaat u zitten.

Hebt u allang iets met hem?

Acht maanden en tien dagen.

Ik werkte in Caf� de la Poste. Daar ken ik hem van.

Hij kwam soms 's middags en ging altijd bij het raam zitten.

Iedereen groette hem, maar hij praatte met niemand.

Na een tijdje merkte ik dat hij steeds naar me keek.

Wilt u weten hoe het is gegaan?

Alain is niet zoals u denkt. Uiteindelijk kwam hij ook 's avonds.

Hij bleef een keer tot sluitingstijd maar ik had een afspraakje.

Met een wijnhandelaar.

We deden het op een bankje, op het plein.

Snapt u wel?

Het duurde nooit lang.

Toen ik die avond wegging...

hoorde ik voetstappen achter me. Ik draaide me om, het was de dokter.

Ik was bang en vroeg wat hij wou, maar hij bleef zwijgend voor me staan.

Even later mompelde hij: Waarom heb je dat gedaan?

Ik begon te lachen, maar toen zei hij: Dat doet me pijn, want ik hou van je.

Dat had hij nooit tegen me durven zeggen. En toen moest ik huilen.

- Is hij met u meegegaan? - Nee, pas een week later.

Hij kwam naar het caf� en hield me in de gaten. Hij was jaloers.

Zelfs als ik bedankte voor een fooi. Altijd. Ik mag niet naar buiten.

- Slaat hij u? - Dat mag hij.

- Gebeurt dat vaak? - Haast elke keer.

Elke keer.

Bedriegt u hem?

Eerst wel, ik wist niet dat hij zo van me hield, dat hij anders was.

Ik ben op m'n veertiende begonnen.

Toen hij dat hoorde, kon hij me wel vermoorden. Hij was in alle staten.

Hij bleef 'n uur zwijgend op bed liggen, met gebalde vuisten. Griezelig.

Bent u toen weer begonnen?

Een paar keer. Maar nu is het afgelopen.

- Komt hij vaak? - Haast elke avond.

U hebt gisteravond op hem gewacht, maar hij kwam niet.

- Geeft niet, ik zit toch binnen. - Zit u hier de hele dag opgesloten?

- Nee, ik heb toch opengedaan? - Heeft hij u nooit willen opsluiten?

Eerst wel. Dat heeft hij een week lang geprobeerd.

- Geeft hij u geld? - Als hij heeft wel.

- Hij is toch rijk? - Dat denken ze.

Hij moet z'n vader elke week om zakgeld vragen.

- Hij zou toch ook kunnen werken? - Dat moet hij weten. Zijn probleem.

- Is dat alles wat u eet? - Ik eet wat ik kan.

Z'n vader geeft hem soms weken geen geld.

Je denkt dat ze rijk zijn, maar het is een fa�ade waar niks achter zit.

Ze maken ruzie om geld. Winkeliers moeten er maanden op wachten.

- Z'n vrouw is toch rijk? - Dan was ze niet met hem getrouwd.

Ze dacht dat hij geld had, maar nu maakt ze hem het leven zuur.

- U mag denken wat u wil. - Ik denk dat u van hem houdt.

Ja, en de rest kan de pot op. Ik heb gezien wat er in de krant staat.

Hij wordt verdacht. Buiten staan ze hard te praten, zodat ik het hoor.

Wat zeggen ze dan allemaal?

'Als je een gek zoekt, hoef je niet lang te zoeken.'

Misschien hebben ze jullie ruzies gehoord.

Omdat hij van me houdt en jaloers is, is hij nog niet gek. Denkt u dat ook?

Zeg dan gewoon dat u denkt dat hij gek is.

Voorlopig heb ik geen redenen om dat te denken.

En zeker niet omdat hij van u houdt. U moet u niet onnodig kleineren.

- Ik beloof dat ik de dader zal vinden. - Weet u zeker dat hij het niet is?

- Ik kom nog een keer langs. - U geeft geen antwoord.

Ik kom terug.

Beloftes...

Er broeit iets. F�ron heeft gebeld: er is een burgerwacht ingesteld.

Je kunt ze niet tegenhouden.

Ik zei toch dat we elkaar weer zouden zien?

Meneer Maigret met onze vriend.

M'n familie komt zo. Ik snap niet waar ze blijven.

Ars�ne, vraag of mevrouw klaar is. Roep Lucille, de dokter en z'n vrouw.

- Komen De Vergenne en Aumale ook? - Helaas niet, beste Julien.

De notaris heeft griep en De Vergenne is bij z'n schoonouders.

Neem iets te drinken. Ik ben zo terug.

- Met z'n hoevelen bridgen jullie? - Meestal maar met z'n vieren.

- Buiten de familie dan. - Zitten ze normaal al in de salon?

- Zijn jullie alleen? - Je vader is naar boven.

- Ik zag hem. Zijn de dames nog boven? - Ik denk dat hij ze is gaan halen.

Er komt vanavond verder niemand meer.

Hebben jullie het gezien? Ze houden het huis in de gaten.

- Ze staan ook in de steeg. Mooi. - Hoezo dat?

Als er nog een moord wordt gepleegd, kunnen ze ons niet beschuldigen.

- Denkt u dat er weer wordt gemoord? - Een gek houdt niet zomaar op.

Commissaris Maigret van de recherche.

Dag, Julien.

M'n schoonzuster komt zo beneden.

Vanwege een stroomstoring hebben we laat gegeten.

De hele stad zat vast zonder stroom. Wilt u een sigaar, commissaris?

- Komt je vrouw niet beneden? - Ze zit zeker bij de kinderen.

- Speelt u bridge? - Helaas, maar ik kijk graag toe.

Hoe moeten we dan spelen? Isabelle, jij en ik. Alain?

- Vanavond niet. - Je vrouw dan. Kijk 's of ze klaar is.

Gaan we beginnen? Waarom moest ik dan beneden komen?

- Alain haalt z'n vrouw. - Die komt niet.

- Waarom? - Last van haar zenuwen.

De kinderen waren stomvervelend. De gouvernante is weggelopen.

Dan is het aan Alain. Zo gaat dat in grote families.

Leder heeft zo z'n voorkeuren, moeilijkheden en eigenaardigheden.

Sorry, de kinderen waren vreselijk.

- En de gouvernante? - We praten straks.

- Commissaris Maigret. - Aangenaam.

Zullen we gaan spelen?

- 1 ruiten. - Pas.

- Pas. - 1 harten.

- Pas. - 2 klaveren.

Dat mag niet, Hubert. Ik heb minstens 11 punten.

Dat is elementair. Zo forceer je de boel.

- Ik had 3 schoppen moeten zeggen. - Geeft niet. Je wist niet wat ik had.

Jeanne zei '2 harten'. Je moest snijden. Zij had de hartenvrouw.

Wat heb je? Je speelt als een beginneling, je let niet op.

Na 4 klaveren ga je down terwijl we zonder troef spelen.

- Ik wachtte op jou. - Ik kon niet, ik had geen ruiten.

Jij moest vragen. Ik kon niet ruiken dat jij de ruitenaas en -heer had.

- Ik mocht best met 2 schoppen komen. - Je had geen aas, en geen ruiten.

Ik had 21 punten, 6 schoppen, heer, vrouw, boer, hartenaas en heer...

klaveraas en drie ruiten, de heer en de boer.

- Boeiend, commissaris? - Heel erg.

- We gaan wisselen. - Eerst revanche.

Ik wissel liever. Ik speel met jou, Julien.

Ik heb geluk. Zie je, Lucille? Deze beginneling gaat vooruit.

- Gaan we door? - We spelen het spel uit.

Twee van de drie gewonnen. Niet slecht.

Ik ben niet zo erbarmelijk slecht als m'n schoonzuster zegt.

Ze snapt iets niet. Als je doorhebt hoe je tegenstander denkt...

heb je al half gewonnen, ongeacht de kaarten. Maar het duurt even.

Als je grond verkoopt, moet je weten wat de koper in z'n hoofd heeft.

Toe, Hubert. We zitten hier niet om over zaken te praten.

Sorry, hoor. Vrouwen willen dat je geld verdient, maar ze willen niet weten hoe.

- Heb je gedronken? - Twee glaasjes maar.

Die zijn je naar 't hoofd gestegen.

We moesten maar eens opstappen.

Het is pas half elf. Nog ��n glaasje? De Engelsen noemen dat 'n 'nightcap'.

Dag, Julien. Tot ziens, commissaris.

- Ik loop mee. Vindt u dat vervelend? - Helemaal niet.

- Kom je mee naar binnen? - Ik ben een beetje moe.

- Tot morgen. - Dan ben ik in de rechtbank.

- Ben jij dat, Julien? - Ja, moeder.

- Mag ik meelopen naar uw hotel? - Graag.

- Wat vindt u van m'n vader? - Hij maakt geen gelukkige indruk.

- Bestaan er mensen die gelukkig zijn? - Ja, althans voor een tijdje.

- Bent u ongelukkig, meneer Vernoux? - Och...

- Toch zoekt u ook naar vreugde. - Ik begrijp u niet.

Mensen zijn nooit helemaal ongelukkig. leder klampt zich ergens aan vast...

en fabriceert of verzint een soort geluk, ondanks alles.

Dat is compensatie. Dat veroorzaakt onevenwichtigheid en neuroses.

De mensen die nu in de kroeg zitten, denken dat ze daar het geluk vinden.

- En u? - Ik?

- Zoekt u geen compensatie? - Pardon?

Bent u vanavond niet naar de volksbuurt gegaan?

Weet u daarvan?

- Hebt u haar gezien? - We hebben een hele tijd zitten praten.

- Wat heeft ze u verteld? - Alles.

Ik veroordeel u niet, maar het lijkt of u instinctief naar compensatie zoekt.

Weet u hoe uw vader compenseert?

- Geeft u geen antwoord? - Ik ken het antwoord niet.

- Heeft hij geen avontuurtjes? - Hier beslist niet. Hij is te bekend.

Houdt u van uw vader?

Ik heb medelijden met hem, maar vroeger was het erger.

M'n moeder en m'n tante zijn nu wat rustiger.

- Wilde u over uw vader praten? - Ik wou weten wat u van hem vond.

Was u niet eerder benieuwd of ik van het bestaan van Louise Sabati wist?

- Hoe bent u daar achtergekomen? - Door een anonieme brief.

- Weten Chabot en de politie ervan? - Nog niet.

Ik heb het niet over de brief gehad, en ook niet over het gesprek met Louise.

Waarom niet?

In dit stadium van het onderzoek is dat niet van belang.

Louise kan er niets aan doen.

- Hoe oud bent u, meneer Vernoux? - 46 jaar.

Hebt u na uw studie nooit geprobeerd op eigen benen te staan?

- Geeft u geen antwoord? - Ik kan u niet volgen.

Gebrek aan moed?

Bent u teruggekomen om uw vader te beschermen?

Dat is lastig te zeggen. Ik was hier eerst 'n tijdje met vakantie, en toen...

Bent u hier gebleven.

Uit lafheid?

Misschien wel.

- Maigret met de zoon van Vernoux. - Ik zag het.

- U kunt maar beter naar huis gaan. - Ja. Dank u wel.

- Waarvoor? - Zomaar.

Die vond ik daarnet. Ze hebben 'm vannacht onder de deur geschoven.

Ik wilde hem je liever zelf brengen, met al dat geroddel.

- Mag ik m'n koffie opdrinken? - Zeker, commissaris.

'Waarom wordt het personeel niet ondervraagd? '

Binnen.

De rechter belde net. Hij vraagt of u langskomt.

Hebt u het al gehoord? Het wapen is gevonden.

Sorry dat ik je op zondag laat komen. Dank je, Verdier.

Ik wilde onder vier ogen praten, maar dat kan niet. Kom je?

- Officier van justitie Martel. - Met genoegen.

- Een loden pijp. - Dit is 'm.

- Vingerafdrukken? - Nee, bloedsporen en enkele haren.

- Waar is ie gevonden? - Chabiron.

Ik heb de oude methode gevolgd en alle bewoners ondervraagd.

Ik heb overal gezocht. Hij lag vlak bij de plaats delict...

op de binnenplaats van een vee- handelaar, bij de stal, in de mest.

De dader heeft 'm over de muur gegooid.

- Is er naar vingerafdrukken gekeken? - Niets. De dader droeg handschoenen.

- En de haren? - Die bleken van Gobillard te zijn.

Dit bevestigt de verklaring van Chalut. Het wapen lag bij de plaats delict.

De dokter heeft 'm weggegooid voordat hij in het caf� ging bellen.

Als de dader gevlucht was voordat Vernoux kwam...

had hij het wapen niet weg hoeven gooien. Dit was de derde moord.

Hij had 't wapen al tweemaal gebruikt. Er lag niets in de Rue Rabelais.

Hij heeft drie keer toegeslagen met deze pijp. Hij werd niet achtervolgd.

Niemand had hem gezien. Waarom zou hij de pijp weggooien?

Maar als dokter Vernoux de dader is, was het 'n compromitterend voorwerp.

- Waarom heeft hij de politie gebeld? - Om onschuldig te lijken.

Niemand verdenkt degene die alarm slaat. En er is nog meer.

Vertel het maar, F�ron.

Gisteren wilde ik m'n mannen niet naar Louise Sabati sturen.

- Het lag toch op m'n route, dus... - Bent u erheen gegaan?

- U bleek haar al gesproken te hebben. - Zei ze dat?

Niet meteen. Ze wou de deur niet voor me opendoen.

- Hebt u haar bedreigd? - Ik zei: Dit komt je duur te staan.

Ze liet me binnen. Ik vroeg hoe ze aan die blauwe plekken kwam.

Ze wou niets zeggen. Ze moest mee naar het bureau voor 'n ondervraging.

Ze zit nu acht maanden zonder werk, dus ze heeft officieel geen inkomen.

Ze krijgt regelmatig herenbezoek, dus ze is een prostituee.

Daar heb ik haar op aangesproken. Ze snapte dat en ze werd bang.

Uiteindelijk ging ze door de knie�n en zei ze dat ze u alles had verteld.

- Hoezo alles verteld? - Over haar relatie met Vernoux.

De sc�nes die hij schopt, z'n jaloezie en ziekelijk gedrag.

Z'n woedeaanvallen. Hij slaat haar in elkaar.

- Zat ze vannacht in de cel? - Ik heb haar net vrijgelaten.

- Heeft ze een verklaring getekend? - Anders was ze niet vrij gekomen.

Ik wist nergens van.

- Wat denkt u van dit verhaal? - Dr Vernoux staat in 'n ander daglicht.

De buren bevestigen dat ze steeds ruzie hadden.

Ze wilden al een paar keer de politie bellen.

Waarom deden ze dat niet?

Wie weet vonden ze het leuk om Louise te horen gillen als ze werd geslagen.

Uit wraak op het meisje dat de hele dag niets uitvoert.

- Waar is ze nu? - Thuis.

Ik zei dat ze beschikbaar moest zijn voor de rechter.

Deze ontdekkingen brengen dokter Vernoux in een lastige positie.

Hij liep gisteren mee naar het hotel. Wat heeft hij daarna gedaan?

Hij ging naar huis. De burgerwacht heeft hem naar binnen zien gaan.

- Gaat hij zondags naar de kerk? - Nooit. De rest van de familie wel.

- Is hij vanmorgen de deur uitgegaan? - Daar weet ik niets van.

Is er genoeg bewijs tegen Alain Vernoux om hem te arresteren?

Dat is jouw pakkie-an, Chabot. Jouw verantwoordelijkheid.

De mensen zijn tegen Alain Vernoux. Ik heb 20 anonieme brieven gehad.

Ik word daarin beschuldigd van vriendjespolitiek.

De verdenkingen zijn alleen maar toegenomen.

Vernoux wordt al heel lang beschouwd als een typische, rare vent.

- De verklaring van Louise Sabati... - Is bezwarend voor hem.

Plus de vondst van het wapen en de verklaring van Chalut.

Drie moorden is veel. De mensen zijn bang en zoeken veiligheid.

Ik heb geaarzeld omdat ik nog niet voldoende aanwijzingen had.

Zoals Martel al zei, ik draag een zware verantwoordelijkheid.

Als we hem oppakken, zal Vernoux zwijgen, ook als hij schuldig is.

Is het beter om hem nu te arresteren, of om af te wachten tot...

Louise Sabati is wel opgepakt en de hele nacht vastgehouden.

Het is zondag, er is een kerkdienst. Er is nu even rust.

Maar bij de borrel, in de kroeg, gaan de mensen praten.

Ze weten dat ik heb gebridged en dat Maigret mee was.

- Dat snappen ze niet. - Wat doe je? Pak je hem op, of niet?

Ik ben bang voor ernstige incidenten. De vlam slaat zo in de pan.

Een zatlap die voor de deur gaat staan schreeuwen, een steen door het raam.

Ga je hem arresteren, of niet?

- Waar heb ik m'n hoed gelaten? - In m'n kantoor, meneer.

- Wat vindt jij ervan? - Niets.

- Wat zou jij doen in mijn plaats? - Ik sta niet in jouw schoenen.

- Is Vernoux gek? - Wat versta je daaronder?

Is hij de dader?

Wacht, ik moet met je praten. Maar eerst moet ik de knoop doorhakken.

Als ik me vergis, is het jammer.

Doe het discreet. Oproer moeten we zien te vermijden.

- Is er een auto? - Ja.

Hou me op de hoogte. Bel me anders maar bij m'n schoonouders.

- En de pers? - Ik leg straks een verklaring af.

Rij niet direct naar de Rue de Rabelais, maar via het centrum.

- Moeten we hem hier brengen? - Naar de gevangenis. Dat is veiliger.

Heb ik 't bij het verkeerde eind?

- Ik ben bang. - Waarvoor?

De gevolgen van een bepaalde aanpak.

- Eerlijk gezegd kan ik niet anders. - Dat weet ik, dat is het niet.

Wat dan wel?

Sommige politiepraktijken zijn riskant, vooral voor kwetsbare mensen.

Straks kunnen we hem ondervragen.

- Waarom heb je gisteren niks gezegd? - Over Louise Sabati?

- Om dit te vermijden. - Nu is het toch gebeurd.

Ik had niet voorzien dat F�ron ermee bezig was.

Staat de pers er nog?

Ik ben benieuwd hoe hij zal reageren.

- Met Chabot. - Met Chabiron. Vernoux is weg.

- Weet je dat zeker? - Een agent heeft hem laten gaan.

- Heb je het huis doorzocht? - Ja, helemaal.

Blijf daar. Ik bel je zo terug.

- Is Alain Vernoux weg? - Ze gingen naar de kerk. Behalve hij.

- Ik heb ze gezien. - Niemand maakte zich zorgen.

Toen m'n mannen kwamen, bleek hij niet thuis te zijn.

- Is hij gevlucht? - Er stond toch een mannetje buiten?

F�ron heeft hem ondervraagd. Hij ging vlak na de anderen weg.

- Is hij niet gevolgd? - Ik had het ze wel opgedragen.

Misschien dacht de politie dat dat op zondag niet hoefde.

Als we 'm niet pakken, denken ze dat ik hem heb laten ontsnappen.

Hij heeft geen auto. De trein gaat pas over vijf uur.

- Dan kan hij niet ver weg zijn. - Dat hoop ik maar.

Misschien zit hij bij Louise Sabati. Hij heeft haar drie dagen niet gezien.

- Wat is er met je? - Niets. Ik ben gewoon bang.

Stuur je mannen er maar naartoe.

Waar zijn ze toch mee bezig?

Ik snap er niets meer van.

- Hallo. - Met de rechter?

- Ja, wat wilt u? - Met de rechter?

Ja, met rechter Chabot. Hoort u me niet?

Chabiron reed langs met 'n lijk achterin.

- Wie heeft er een auto? - Ik, de auto van het Journaal.

Ik moest bellen van commissaris F�ron, maar ik snapte het niet.

Aan de kant.

Ik heb u laten bellen.

- Wat is er aan de hand? - Hij is dood.

Toen er niemand opendeed, heeft Chabiron de deur geforceerd.

Ik heb z'n pols gevoeld en een spiegel voor z'n mond gehouden.

En het meisje?

Ze lag op de grond alsof ze uit bed was gegleden. Ze had overgegeven.

Ze leefde nog en is naar het ziekenhuis gebracht.

- Weet je zeker dat ze nog ademde? - Ja, maar ze rochelde wel.

Daarna moest ik de buren tegen- houden en kon ik niets meer doen.

Slaappillen.

- Was ze aangekleed? - Ze had een onderjurk aan.

Zelfmoord, dat is duidelijk.

Dokter Girod. Chabiron heeft me gebeld. Dood?

- Altijd hetzelfde liedje. - En de jonge vrouw?

Die haalt het misschien wel. Laat u hem naar ons brengen.

- Wat zijn dat? - Liefdesbrieven.

Mag ik?

Wat was dat voor liefde?

Liefste, ik ben een uur geleden bij je weggegaan en mis je nu al.

Zonder jou heeft het leven geen zin.

Ik zit weer gevangen en verlang zo naar je.

Elke nacht zonder jou is verloren. Ik lijd. Had ik de moed maar.

- Brieven? - Van Alain. Ik zou ze maar bekijken.

Geef maar.

- De familie moet ingelicht worden. - Ik stuur F�ron wel.

Rue Rabelais. Licht de familie in, eerst de vader.

- Wat moet ik zeggen? - De waarheid.

- Leuke klus. - Laat niemand binnen.

Volgens mij is de zaak afgesloten.

Tenzij hij onschuldig was.

- Ik heb jullie niet binnen horen komen. - Dag, mevrouw.

- Hebben jullie al gegeten? - Nee, nog niet.

Alain Vernoux heeft zelfmoord gepleegd.

Neem me niet kwalijk, moeder, wil je ons even alleen laten?

Waarom heeft hij dat gedaan?

- Je hebt z'n brieven toch gelezen? - Maar als hij niet schuldig was...

F�ron heeft Louise gisteren verhoord en vannacht in de cel laten zitten.

- Dat deed hij op eigen houtje. - Maar toch.

- Alain ging naar Louise en begreep dat. - Dat is geen reden.

Dat volstaat. Morgen had de hele stad het geweten.

F�ron zat haar op de huid. Ze zou veroordeeld zijn voor prostitutie.

Hij heeft het onhandig aangepakt. Maar dat is geen reden voor zelfmoord.

Dat hangt van de persoon af.

- Denk je dat hij onschuldig was? - Wat denk jij?

Iedereen denk dat hij schuldig was en is nu tevreden.

- Sluit je de zaak af? - Geen idee, ik weet het niet meer.

- Weet je nog wat Alain die avond zei? - Over waanzin?

Gekken hebben hun eigen logica. Niemand hoeft dat door te hebben.

Een gek moordt niet zomaar, hij wordt geprovoceerd.

Door iets waar een normaal mens niet over valt, maar hij wel.

De eerste moord, op Robert de Courson, de zwager...

is voor mij de enige die telt, die aanwijzingen kan opleveren.

- Ga je af op alle geruchten? - Die zijn er niet voor niets.

En de publieke opinie?

Het komt voor dat de massa zich vergist.

Maar ik merk al jarenlang dat er altijd een serieuze basis is.

De massa heeft z'n instincten.

- In jouw ogen heeft Alain het gedaan. - Dat heb ik niet gezegd.

Toen Robert de Courson dood was, verdachten de mensen de Vernoux.

Er was nog geen sprake van een gek.

Robert de Courson had vermoord kunnen zijn om 'normale' redenen.

Bijvoorbeeld in een opwelling van woede.

- Ja, ongetwijfeld. - Daarna volgden de andere moorden.

Vlak na elkaar, op dezelfde manier, alsof de dader z'n stempel wilde zetten.

- Nadrukkelijk. - Die moorden zijn niet te verklaren.

- Waarom had hij zo'n haast? - Haast?

Om meteen weer toe te slaan.

Alsof hij de mensen wilde overtuigen dat een gek de stad teisterde.

- Bedoel je dat hij niet gestoord is? - Niet compleet.

Ik had dit graag met dokter Vernoux besproken. Ik weet nog dat hij zei...

Zelfs een gestoorde handelt niet per se gestoord.

Met Chabot.

Ja, mevrouw. Hij is hier.

- Ik zal hem u geven. - Je vrouw.

Alles gaat prima, en met jou? Ik bel je vanavond terug.

- Ik kan nu niet praten. - Hallo, F�ron.

- Een borrel? - Ja, graag. Hallo, commissaris.

- En, hoe is het gelopen? - De butler deed de deur open.

- Ik vroeg naar Hubert Vernoux. - Ga zitten.

Ik moest heel lang wachten. Toen hij uiteindelijk de gang uit kwam...

vroeg hij meteen of hij gevonden was. Ik vertelde dat ik slecht nieuws had.

Hij bleef staan en keek me hooghartig aan, maar z'n handen en mond trilden.

Uw zoon is dood, zei ik. Hebben jullie hem vermoord, vroeg hij.

Ik vertelde dat hij vanmorgen zelfmoord heeft gepleegd. Bij z'n minnares.

- Was hij verbaasd? - Volgens mij was hij geschokt.

Hij deed z'n mond open alsof hij nog iets wou vragen, en mompelde toen...

'Hij had dus een minnares.' Hij vroeg niet wie, of hoe het met haar ging.

Hij deed de deur open, zag alle nieuwsgierigen en journalisten...

en zei toen: Misschien laten die mensen ons nu eindelijk met rust.

Hij keek ze even aan en deed de deur toen langzaam dicht.

- En Louise Sabati? - Chabiron is bij haar in het ziekenhuis.

De artsen kunnen er nog niets van zeggen.

Mag ik nu gaan eten? Ik heb twee agenten bij de deur gezet.

- Is de menigte rustig? - Nu Alain dood is, gaat dat wel goed.

- Waar woont mevrouw Page? - Leontine? Het huis op nummer 30.

- U was de huishoudster van Courson. - Vijftien jaar. Ik heb alles al verteld.

- Tegen wie? - De politie, de pers. Ik weet niets.

- Kan ik hem zien? - Hij kan het bed niet uit.

Verlamd. Hij werkte bij het spoor en raakte klem tussen twee wagons.

Ik heb alles over u gelezen. Leontine, haal iets te drinken.

- Kent u dit? - Natuurlijk, dat is het bureau.

- Van Robert de Courson? - De leidingen waren vernieuwd.

- Die oude pijp lag op z'n bureau. - Een chaos. Ik mocht niets aanraken.

Alleen vegen, stof afnemen en de afwas doen.

- Was hij een maniak? - Dat zeg ik niet. Ik had geen klachten.

- Je kreeg al maanden niet betaald. - Door die lui van de overkant.

Als Vernoux, die kapsonesvent, hem z'n geld gegeven had...

- Wilde u die pijp niet weggooien? - Ja, maar dat mocht niet.

Dat was z'n presse-papier. Hij zei: Die komt van pas bij een inbraak.

Dat sloeg nergens op. Hij had allerlei geweren. Ze lagen overal.

Heeft z'n neef echt zelfmoord gepleegd?

- Hij was zeker de moordenaar. - Kent u de familie Vernoux?

Net als iedereen. Voor het ongeluk kwam ik ze weleens op straat tegen.

Ik heb gehoord dat ze straatarm zijn. Ze lenen van hun personeel.

De baas van Leontine kreeg geen toelage meer en kon haar niet betalen.

Eigenlijk is dit mijn zaak niet.

Meneer is niet te spreken. Ik geloof dat hij in bed ligt.

- Kijkt uw raam soms op straat uit? - Ja, m'n vrouw en ik wonen boven.

Kunt u het huis van Robert de Courson zien?

- Wat is er, Ars�ne? - De commissaris wil meneer spreken.

Wilt u m'n zwager spreken? Komt u mee, ik vervang hem wel.

- Ik wilde meneer Vernoux spreken. - Hij kan u echt niet te woord staan.

Die was net nog vol. Hij zat hier maar even.

- Komt dat vaker voor? - Bijna elke dag.

Hij slaapt nu tot een uur of zes.

We deden de flessen achter slot en grendel, maar dat hielp niet.

Hij kan beter hier drinken dan God weet waar.

- Gaat hij naar het caf�? - Wie weet. Hij kan de achterdeur uit.

Je ziet het als hij gedronken heeft, aan z'n rode ogen en z'n gebral.

- Hij eindigt net zo als z'n vader. - Ik wil hem spreken.

- Wilt u niet later terugkomen? - Nee, ik moet weer naar Parijs.

Ars�ne, breng de commissaris naar meneer.

Nu zullen we het beleven.

Ik ben het, meneer. De commissaris is hier. Hij wil u dringend spreken.

- Bent u daar? Wat wilt u? - Ik wil graag met u praten.

Gaat u zitten.

Neem me niet kwalijk.

Gaat u zitten.

- Hebt u iemand in huis gezien? - Uw schoonzuster.

- Zei ze dat ik gedronken had? - Ze liet me een drankfles zien.

Het valt niet mee, ik heb maar ��n zoon. Hebt u z'n moeder gezien?

Ze doet of ze ziek is. Uit tactiek, dan durft niemand iets te zeggen.

Haar zuster bestiert in haar plaats de huishouding, zoals ze zegt.

- Waarom wilt u me spreken? - Kwam u vaak bij uw zwager Courson?

Een keer per maand, om hem geld te brengen.

Dat weet u vast. Ik bracht hem elke maand z'n toelage.

Dan hebt u vast deze pijp op z'n bureau zien liggen.

- Ik denk van wel. - Dit is ons enige concrete bewijs.

De politie snapt nog niet hoe belangrijk het is.

Ze dachten dat de drie moorden identiek waren.

Maar de eerste is totaal anders. Toen de dader bij Courson kwam...

had hij geen wapen bij zich. Hij was niet van plan hem te vermoorden.

Er is iets gebeurd dat hem tot die daad heeft aangezet.

Provocerend gedrag van Courson, of misschien een dreigend gebaar.

De twee andere moorden zijn anders.

De weduwe en Gobillard zijn in koelen bloede gedood, met voorbedachte rade.

De dader had het wapen al vast, hij viel aan om te doden.

Bij Courson was hij ongewapend, want de pijp lag al op het bureau.

Wat denkt u ervan? Van m'n redering.

- Volgens mij is de zaak opgelost. - Ik wil het graag begrijpen.

- Als je met een gek te maken hebt... - Het ging niet om een gek.

Althans niet om een gek in de gebruikelijke betekenis.

- En dat wil zeggen? - Ik zal proberen duidelijk te zijn.

Iemand gaat 's avonds naar Courson, openlijk, zonder kwaad in de zin.

Om onbekende redenen komt hij zover dat hij hem vermoordt.

Hij laat geen sporen achter en neemt het wapen mee.

Hij wilde zich dus niet laten pakken. Hij kende Courson en kwam er vaker.

Als de politie in die richting zoekt, vinden ze de dader.

Maar als er weer wordt gemoord, met hetzelfde wapen, ergens anders...

'n ander slachtoffer, dat niets te maken heeft met de dader of Courson...

kijkt de politie niet naar de relaties van Courson.

Iedereen denkt dat er sprake is van een gek. En zo is het gegaan.

Voor de zekerheid, om de theorie te versterken...

vermoordt de dader nog iemand, op straat, de eerste de beste zuiplap.

De rechter, het O.M. en de politie trappen erin.

- Alleen u niet. - En ik niet alleen.

De publieke opinie zit er weleens naast, maar soms...

berust die op kinderlijke of vrouwelijke intu�tie.

- Ze hebben m'n zoon aangewezen. - Nee, deze familie.

Uw butler heeft dit geschreven.

'Waarom wordt het personeel niet ondervraagd? '

Hij wilde gehoord worden, maar durfde niet naar de politie te gaan.

- Hij weet niets. - Z'n kamer kijkt op straat uit.

- Hebt u hem gesproken? - Nog niet.

Volgens mij is hij kwaad omdat hij geen loon krijgt.

- Dat weet u dus ook. - Wilt u iets vertellen, meneer Vernoux?

- Hoezo? M'n zoon... - Nee, we hebben het nu over u.

Zolang u geld had, werd uw ijdelheid bevredigd. U was hier een rijk man.

Kom, dat zijn priv�aangelegenheden.

Hebt u de afgelopen jaren veel geld verloren?

Het onderzoek is nog niet rond.

Om onduidelijke redenen verliep het onderzoek niet volgens de regels.

Het is onvermijdelijk dat uw personeel wordt ondervraagd.

Uw zaken zullen worden onderzocht, uw bankafschriften worden bekeken.

Dan komt uit wat iedereen allang denkt.

U levert een wanhopige strijd om de rest van uw vermogen te redden.

Dit mooie huis is niet meer dan een fa�ade.

U bent ten einde raad, veracht door uw familie nu u niets meer verdient.

Er worden ongetwijfeld psychiaters ingeschakeld.

Ik weet niet wat ze concluderen.

Maar ik zei al dat de eerste moord niet door een gek is gepleegd.

De twee andere hadden een precies doel, vanuit een perverse redenering.

- U beweert toch niet... - Ik beweer niets. Ik heb u zien bridgen.

U houdt van winnen. U dacht dat u deze partij ook zo kon winnen.

- Ik speel geen spelletjes. - Ik wil u graag waarschuwen.

Een nieuwe slachtpartij heeft geen nut. In tegendeel.

Begrijpt u wat ik bedoel?

- Waar was je nou? - Een pilsje drinken in het caf�.

Het onderzoek gaat door. Ik ga het personeel van Vernoux ondervragen.

- En Louise Sabati? - Ze is buiten levensgevaar.

- Heeft ze nog iets gezegd? - Weinig. Ze is nog zwak.

Ze wilde sterven met haar vriend.

De mensen zouden hen het geluk nooit gunnen.

Heeft hij haar verteld over de moorden? Over z'n vader?

Je denkt dat hij het is.

Is hij gek?

- Dat zullen de psychiaters bepalen. - Wat vindt jij?

Mensen die bij hun gezonde verstand zijn, moorden niet.

- Het is maar een mening. - Die is niet erg orthodox.

Je ziet er bedrukt uit.

- Ik zit te wachten. - Waarop?

- Tot er iets gebeurt. - Vandaag?

- Ja, dat hoop ik. - Waarom?

Ik ben bij Hubert Vernoux geweest.

Wat heb je tegen hem gezegd?

Wat? Zeg nou maar op.

Hij is in z'n kamer. Vreselijk, hij slaat alles kort en klein.

- Hubert, hoor je me? Rustig nou. - Jullie kunnen m'n rug op.

Zeg maar dat die rotwijven zonder mij aan tafel kunnen. Smerige hoeren.

Willen jullie dat ik crepeer?

Donder op, hier is niks meer te halen. Ik sla alles kort en klein, schoften.

Moet ik creperen? Jullie zullen eens wat zien.

Ik heb buiten door het raam gekeken. Hij heeft een jachtmes. Doe iets.

Waar is dat raam?

Laat me met rust. Die vuile hoeren willen dat ik crepeer.

- Laat me in alle rust creperen. - Lieve help, wat een niveau.

- Kom niet dichterbij. Laat me. - Haalt u geen stommiteiten uit.

- We gaan u helpen. - Kom niet dichterbij. Laat me.

Alles ok�, het is maar een schram. Toen hij het bloed zag, viel hij flauw.

- Ik zal een verband aanleggen. - Dank je wel, Chabiron.

- Je hebt erger voorkomen. - Hij had geen zelfmoord gepleegd.

- Hoe weet je dat nou? - Hij niet.

Maar z'n zoon wel.

- Breng je me naar het station? - Uiteraard.

- Het is nu aan jou. - Ja, inderdaad. Het wordt pijnlijk.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.