All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 20 - Maigret et le port des brumes.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Hij is nog moeilijker te identificeren dan 'n lijk.

Welke taal je ook spreekt, hij glimlacht alleen maar.

Ik vraag me af of hij wel weet dat we 't tegen hem hebben.

Geen identiteitspapieren.

Zaten er geen vlekken op z'n kleren?

Wat stof in z'n zakken en modder aan z'n zolen.

- Dat is een spoor. - Was 't maar waar.

We hebben geen idee wie hij is en wat hij hier doet.

En het litteken?

Dat moet ongeveer 'n maand oud zijn. Het is van 'n kogel.

Mooi verzorgd, zeggen de artsen. Maar hij kan ander letsel hebben.

- Zegt hij daarom niks? - Waarschijnlijk.

- We tasten dus in 't duister. - Zeg dat wel.

Als we 'n foto in de krant zetten, wordt hij vast wel herkend.

Natuurlijk wordt hij herkend.

De vraag is of iemand hem wil herkennen.

Vindt u hem veranderd?

Vooral dat haar. Op de foto heeft hij ander haar.

Het voornaamste is dat u 'm herkende.

Juffrouw Legrand.

Zegt u maar Julie.

- Je bent al acht jaar bij hem in dienst. - Bijna acht jaar.

- Hoe oud was je toen je bij hem kwam? - Net zestien.

Begrijpt hij echt niets van wat we zeggen?

Als dat wel zo is, verbergt hij 't goed.

Zal hij altijd zo blijven?

Volgens mij komt z'n geheugen weer terug zodra hij thuis is.

Dan kan hij vertellen wat er met hem is gebeurd.

Dat maakt 't wel zo eenvoudig.

Hij herkent het huis.

Doe de deur maar open.

Vertel maar precies wat er is gebeurd.

Ik heb alles al verteld.

- Het was dus zes weken geleden? - Vijf.

Maandag zou 't zes weken zijn geweest.

Je merkte die avond dus niks bijzonders.

Hij dronk z'n kruidenthee en ging naar bed.

Nee, hij had die avond dienst als havenmeester.

Dat hangt af van de getijden. Die avond moest hij naar de haven.

Hij ging dus weg. Wat heb jij toen gedaan?

Ik ben gaan slapen.

- En lukte dat? - Jawel.

- Heb je hem daarna niet meer gezien? - Tot vandaag.

En toen je de volgende dag opstond?

Toen bleek dat zijn bed onbeslapen was.

Gebeurde dat vaker? Dat hij ergens anders sliep?

Alleen voor z'n werk.

- Sliep hij anders altijd thuis? - Ja.

Alleen?

Zeg op, Julie. Alleen?

Ontving hij geen vriendinnen?

- Kwam er nooit iemand op bezoek? - Niemand.

Wat heb je gedaan, al die tijd dat hij er niet was?

Ik heb gewacht.

Dacht je dat hij zou terugkomen?

Nee, we dachten dat hij in 't water was gevallen.

In de haven? Een man die nooit drinkt?

Er was die avond dikke mist.

Later dachten ze dat hij misschien wel was vertrokken.

- Waarheen? - Dat begrepen we juist niet.

Maar u komt daar wel achter, h�?

U komt erachter, h�?

U laat hem toch niet vallen, zoals de anderen?

Die vonden 't normaal dat hij verdween. Maar zoiets is niet normaal.

En terugkomen als een soort geest ook niet.

Bent u de havenmeester?

Dat is 'n groot woord.

Ik ben hier eerder 'n soort verkeersagent.

- En wie bent u? - Commissaris Maigret van de recherche.

- Hebt u meneer Joris teruggebracht? - Kent u hem?

Ik ben z'n vervanger, weet u.

Als hij er is, ben ik er niet en andersom.

Dat beperkt 't contact.

- Mag u hem niet? - Jawel, maar we zijn erg verschillend.

Hij is 'n heer. Een echte zeeman.

Kapitein Yves Joris. Breton in hart en nieren. Eersteklas.

Niet zo'n halve landrot als ik.

- U hebt toch ook gevaren? - 12 jaar kustvaart. De tramlijn.

Nantes-Bordeaux, heen en terug. Dan blijf ik net zo lief in de haven.

Welke schepen zijn er uitgevaren in de nacht dat Joris verdween?

- Dat was op 23 maart. - Inderdaad.

De volgende dag moest ik invallen.

Mag ik naar 't caf�?

Hebt u 'n lijst?

Ja, in 't kantoor van de kapitein.

- Misschien is hij niet uitgevaren. - Maar hij is ook niet gaan zwemmen.

- Noteren jullie de uren? - Ze varen alleen bij hoog tij.

- Hoog tij duurt 'n hele tijd. - Dat valt wel mee.

Hoe staat 't nu met het tij?

Dit was de laatste die uitvoer.

Gaat u mee wat drinken?

Dit is de commissaris uit Parijs.

Gaat u zitten, commissaris.

Hebt u meneer Joris teruggebracht?

Dat klopt.

Is 't waar dat ie z'n verstand kwijt is?

Inderdaad. Hij praat niet meer.

Hetzelfde, graag.

Z'n dienstmeisje herkende z'n foto in de krant.

Die hebben we ook gezien.

Dat kan best, maar zij is gekomen.

Logisch. Zij heeft er belang bij.

- Komt Julie Legrand uit het dorp? - Nee, uit Port-en-Bessin.

Haar vader is daar zogenaamd visser.

Als hij net zo veel viste als dat hij dronk, zou de zee leeg zijn.

Hoe zit 't volgens jullie met Julie en kapitein Joris?

- Hebben ze 'n verhouding? - Zo goed kennen we ze niet.

- Hij komt hier toch wel eens? - Natuurlijk, dat hoort erbij.

Dan drinkt hij wat. En hij is altijd heel beleefd.

Maar na ��n glas stapt hij op.

Hij gaat niet om met Jan en alleman.

Julie trouwens ook niet meer, het verwaande nest.

Dat komt van niks, maar dat voelt zich heel wat.

Zegt u dat om haar broer?

Ik heb 't over Julie's broer.

Jullie weten toch dat ze 'n broer heeft? Een zeeman, nog wel.

Hij vaart op 'n coaster die hier regelmatig aanlegt.

Louis Legrand van de Saint-Michel. Die kennen jullie toch?

Wij noemen hem Grote Louis.

Daarom wisten we 't niet meteen.

We zien hem alleen als de Saint-Michel de haven aandoet.

En dan komt hij nog niet eens van boord.

- Zoekt hij z'n zus niet op? - Nee, Joris mag hem niet.

Waarom niet?

Omdat hij zes jaar in de bajes heeft gezeten?

U neemt ons in de maling, h�?

- U bent goed ge�nformeerd. - Dat hoort bij m'n vak.

Het is boven.

Het nummer staat op de kamerdeur.

- Wat is dat voor 'n geluid? - Dat is de misthoorn.

- Gaat dat de hele nacht zo door? - Zolang er mist is. Het went wel.

Meneer de commissaris.

Meneer de commissaris. U moet meteen komen.

Nog twee minuten respijt. Hoogstens drie.

De laatste stuiptrekkingen. De blik is al dof.

Hij kan niet meer ademen. Hij snakt naar lucht.

Het is afgelopen.

Kom maar dichterbij. Merkt u niets bijzonders op?

Strychnine. Dat zie je zelfs zonder lijkschouwing.

Die komt er natuurlijk wel, maar ik weet het zo al.

Wat zei ik? Strychnine. Hij werd waarschijnlijk met dorst wakker.

- Heb jij de karaf met water gevuld? - Ja. Gisteravond.

Hij heeft... Hij had graag water naast z'n bed staan.

Heb je niets gehoord?

Toch zal hij wel geroepen hebben. Dat is altijd zo.

Vooral aan 't begin is de pijn vreselijk.

- Hij praatte niet meer. - Hoe bedoel je?

Ooit gezien?

Een testament.

Heb je dit echt nooit eerder gezien?

Je erft alles.

Ik wist niet dat hij zo rijk was.

Hij was niet rijk.

Tien jaar geleden erfde hij 'n boerderij. Die heeft hij verkocht.

- Er is verder geen familie? - Die zijn allemaal dood.

- Arresteert u haar? - Waarom? Ze loopt heus niet weg.

Ze zou niet ver komen.

Bovendien woont ze nu in haar eigen huis.

Ik kan geen overlijdensakte afgeven.

Dat vraagt ook niemand.

Hij is vergiftigd. We gaan 't onderzoek niet be�indigen voor 't begonnen is.

We doen 'n lijkschouwing en de hele heisa.

Commissaris Maigret? Ik ben Eug�ne Grandmaison, de burgemeester.

Gisteren was ik te laat om u te begroeten, vanochtend was ik op jacht.

- Jaagt u ook? - In Parijs krijg ik zelden de kans.

Wij jagen hier vooral op eenden. Heel opwindend.

Ik kom van 't vlakke land.

Van patrijzen- en konijnenjacht weet ik weinig af.

Maar de eendenjacht is het proberen waard.

Het gaat zo snel, dat je meteen raak moet schieten.

Ze heeft hem vergiftigd, h�?

Hij is inderdaad vergiftigd.

Heeft u 't dienstmeisje nog niet gearresteerd?

- Toch hoorde ik van de dokter... - Wat?

Ik ben niet van de politie, maar ik weet niet wie 't anders kan zijn.

En zij heeft een motief.

Ze erft toch van hem?

Zou zij 't de eerste keer dan ook zijn geweest?

Voor hij werd vergiftigd, heeft iemand kapitein Joris proberen te vermoorden.

O ja. Dat stond in de krant.

Kunt u zich voorstellen dat zij op die arme man geschoten zou hebben?

Ik ken haar nauwelijks, maar 't lijkt weinig waarschijnlijk.

Een medeplichtige, misschien?

Waarom zou ze hem dan in Parijs zijn komen halen?

Daar had ik niet bij stilgestaan.

Als de moord maar wordt opgehelderd.

Poging tot moord is toch iets anders, nietwaar?

Ik moet er zeker heen?

U bent hier de hoogste vertegenwoordiger van 't gezag.

Dan ga ik me verkleden. En m'n vrouw waarschuwen.

Wacht u even op me?

Een vreemde figuur. Heel gesloten.

- Kende u hem goed? - Niet echt.

- Hij heeft voor me gevaren. - Hoe bedoelt u?

Wij zijn 'n redersfamilie.

Eigenlijk heeft hij z'n hele carri�re bij ons gemaakt.

Voor hij havenmeester werd, heeft hij 28 jaar gevaren.

Hij werkte dus al voor m'n vader. Een prima kracht.

Julie. Waar zit ze toch?

Is er koffie?

- Hebt u kinderen, burgemeester? - E�n.

Een zoon? Ook een jager?

Nog niet, maar dat komt wel. Hij is pas elf.

Hij zit trouwens op kostschool, bij de paters Maristen.

Wilt u naar de salon gaan voor de koffie?

Geef hier, Julie. Hier met dat papier.

Pas op. Iemand heeft 't slecht voor met je baas. Louis.

- Dat is zeker je broer? - Z'n naam staat eronder.

Wanneer heeft hij dit afgegeven?

Gisteren, natuurlijk. Toen je bij mij in Parijs was.

- Had ik 't maar eerder gevonden. - Wat had je dan gedaan?

- Dan had ik 'm beschermd. - Tegen wie?

- Wie hadden 't slecht met hem voor? - Het is allemaal mijn schuld.

Arm kind.

Wat een aanstellerij.

Het valt me nog mee dat ze niet over de grond rolde.

Joris behandelde haar te netjes. Ze heeft verbeelding gekregen.

- Gelooft u dat ze z'n ma�tresse was? - Weet ik veel? Best mogelijk.

Ze was wel de enige die z'n foto herkende.

- Iedereen heeft Joris herkend. - Maar zij reageerde.

Niemand had zin om dat hele eind naar Parijs te reizen.

- Dat had zij ook kunnen zeggen. - Ze woonde bij hem in.

Ze moest wel van zich laten horen. Al was 't maar om van hem af te komen.

Eerst denkt ze dat hij dood is. Hij verdwijnt.

Misschien gooit ze hem in de haven. Samen met haar broer.

U weet toch dat hij heeft gezeten, h�?

Ze gooien hem in de haven, maar ze hebben pech. Hij komt terug.

Hoe komt hij dan terug?

Misschien wordt ie opgevist door 'n schip.

Intussen ontdekt ze 't testament.

Nu moet ze hem wel vermoorden. Volgt u me?

Ik ben natuurlijk niet van de politie.

Maar ik weet hoe de mensen hier zijn.

Ik weet hoe ze in elkaar zitten.

Ze stemmen niet voor niets op me.

Ik heb 't register bij me.

U had 't goed geraden. Op 23 maart is de Saint-Michel hier geweest.

Kijk 's aan. Ik had 't goed geraden.

Nu Joris dood is, doet dat er niet zo veel meer toe.

- Mag ik naar 't caf�? - Ja.

Heeft iemand Julie's broer hier nog na 23 maart gezien?

Z'n boot is hier niet meer geweest, dus hij ook niet.

- Hij was hier gisteren. - Echt?

Niemand heeft hem gezien.

Niemand heeft gezien wie gif in 't water van Joris deed. Toch is ie dood.

Ik krijg 'n beetje genoeg van uw leugens.

Ik lieg niet.

Ik weet dat Grote Louis w�l van boord gaat.

Daar hebt u dus over gelogen.

Verzwijgt u nog meer?

Op 23 maart kwam de Saint-Michel op 't eind van hoogwater langs.

Hij kon nog makkelijk door de sluis.

Maar het werd wel erg laat om uit te varen.

In de vaargeul staat 't water dan al zo laag, dat je de bodem zowat raakt.

Dat risico neem je alleen als je haast hebt.

Had de Saint-Michel dan zo'n haast?

Blijkbaar wel. Maar toen ze door de sluis waren, bleven ze wachten.

- Daar snap ik niks van. - Ik ook niet.

Ze komen straks. Dan kunt u 't vragen.

- Hallo, Delcourt. - Hallo, Lannec.

Hallo, Grote Louis.

- Alles goed hier? - Ja. Jullie zijn vroeg.

We hebben flink doorgevaren. Hij had weer eens haast.

- Is Joris terug? - Terug en weer vertrokken.

- Hoe bedoel je? - Hij is dood.

Vergiftigd. De eerste nacht dat hij weer thuis was.

De commissaris uit Parijs zoekt de zaak uit.

Kapitein Lannec? Ik wil u 'n paar vragen stellen.

Aan u ook.

U bent toch Louis Legrand, de broer van Julie?

U hoeft m'n bajesverleden niet op te rakelen, hoor.

Dit is dus de hele bemanning.

Maar drie mannen voor zo'n groot schip.

Dat is meer dan genoeg. En Grote Louis telt voor twee.

Het viel dan gisteren zeker niet mee, zonder Grote Louis.

Hoe hebben jullie dat gered?

Jij was gisteren aan land.

Of beweer je dat dat niet zo is?

Als u 't zegt, zal 't wel zo zijn.

Je liet je zus weten dat kapitein Joris in gevaar was.

- Had ik gelijk of niet? - Hoe wist je dat?

Het zat er dik in, na die kogel.

Varen jullie 't kanaal maar op. Ik blijf aan wal.

- Ga je naar je zus? - Ik kijk wel uit.

Ik kan niet tegen al dat gegrien.

Om vracht te laden in de haven, hebben we hem niet nodig.

En?

Weet u al waarom Lannec die nacht uitvoer?

Nee. Hij zei dat het z'n volste recht was.

- Grote Louis is aan wal. - Ik zag hem lopen.

- Waar zit hij als hij niet bij z'n zus is? - Op 'n ouwe schuit.

Sommige zeelui kunnen gewoon niet aan wal slapen.

Achterin dat dok, daar.

Waarom laat u me niet met rust?

Volgens mij is daar nog iemand.

Kom maar kijken, als u 't zo graag wilt weten.

Wat doet die sloep daar, verdomme?

Wel godallemachtig. Waar komt dat ding vandaan?

Welke idioot laat z'n sloep nou in het dok dobberen?

Neem 'n bootshaak en leg hem vast.

- De Saint-Michel? Dat verbaast me. - Kan gebeuren.

- Niks voor hen om zo slordig te zijn. - Voor niemand.

Ik heb hem.

Met dit weer hoort 'n sloep op 't dek en niet achter 't schip.

Ze doen maar.

- Misschien heeft iemand 'm gebruikt? - Waarvoor?

- Om voor de sluis aan wal te gaan. - Onzin.

- Aangenaam type. - Een goede zeeman.

Slaapt er nog iemand anders dan Grote Louis op die ouwe schuit?

- Kan iedereen erop? - Vrijheid, blijheid.

Maar alleen Grote Louis heeft er zin in.

- Kan ik even bellen? - Ga uw gang.

Goedenavond, met Maigret.

Kunt u de recherche in Parijs aanvragen?

Nee, er is haast bij.

Met Maigret. Geef me Lucas even door.

Lucas? Ik heb versterking nodig.

Aan boord van de Saint-Michel zit 'n man verstopt.

In m'n eentje kan ik niet alles in 't oog houden.

Nee, niet gezien. Maar ik weet het zeker.

Hij wacht tot 't donker is. Anders valt hij teveel op.

Hij komt uit de betere klasse, denk ik.

Ik hou de schuit in de gaten waarop hij zich verbergt.

Dat kan 'n lange nacht worden.

Ja, dat weet ik wel.

Maar niet twee nachten achter elkaar.

Als je niet kunt komen, stuur dan iemand anders.

Het kan me niet schelen wie. Als hij maar snel komt.

- U hebt wel trek, h�? - Ik ben de enige niet.

Grote Louis heeft daarnet ook flink wat ingeslagen. Of niet soms?

Maar misschien was dat niet voor hem alleen.

- Zouden ze met hun twee�n zijn? - Geen idee.

Waar zou zij naartoe gaan?

Julie Legrand, die ken je toch wel?

Waar zou ze heen gaan?

Nee. Daar mag u niet aankomen.

Je gaat toch niet vechten, h�?

Heilige Maria van de zee, zorg dat 't plan van Louis lukt...

en dat we op 20 maart gelukkig zijn.

Drie dagen later verdween kapitein Joris.

Was dat jullie plan?

Jullie zijn allemaal ��n pot nat.

Rechters, politiemensen.

Voor 'n stommiteit op je 20ste boet je je hele leven.

M'n broer is veroordeeld en gestraft. Maar dat is niet genoeg.

Wat voor plan hadden jullie?

U gelooft me toch niet.

Ik zou niet gewild hebben dat Louis meneer Joris kwaad deed.

Wat was jullie plan?

Louis was 'n rijke man tegengekomen. In Engeland of zoiets.

Hij wilde 'n jacht kopen. Louis sprak er met z'n baas over.

Die wilde de Saint-Michel eigenlijk al lang verkopen.

- Was je broer tussenpersoon? - Hij zou 'n premie krijgen.

En na de verkoop zou hij aan boord mogen blijven.

Hij kent het schip en is een goede zeeman.

Wie is de koper? Een Fransman? Een buitenlander?

Dat weet ik niet.

U gelooft me niet, h�?

- Denkt u dat ik tegen u lieg? - Dat denk ik niet, Julie.

Leg dit maar weer terug.

Het is nu toch te laat.

Het is nooit te laat.

Grote Louis.

- Wat sta je me aan te kijken? - Hij is er niet.

U ziet toch dat de sloep aan de kade ligt?

Heb je hem zien vertrekken?

- Ja. En de sloep ligt aangemeerd. - Maar heb je hem gezien?

- Ik zag hem van boord gaan. - Alleen? Was er iemand bij hem?

Wie moest er bij hem zijn? Alleen Grote Louis komt op die schuit.

Dag, commissaris.

- Wat doe jij hier? - Ik kom u helpen.

- Lucas kon niemand anders vinden. - Maar jij kan niks.

Je komt nooit achter je bureau vandaan.

Door m'n astma, maar het gaat steeds beter.

Ik wil iemand die me helpt, niet iemand die ik alles moet leren.

Ik zal m'n best doen.

Ben je op de hoogte van de zaak?

Daar zal Lucas nog van horen. Kom, we gaan 'n biertje drinken.

- Ik drink nooit alcohol. - Dan neem je kruidenthee.

- Ze liegen dus allemaal. - Sommigen houden alleen hun mond.

En Julie? Het meisje dat hem heeft herkend?

Die liegt inderdaad niet.

Zij zegt wat ze weet, maar ze weet niks.

- Was Grote Louis 'm maar niet gesmeerd. - Grote Louis?

- Heb je eigenlijk wel geluisterd? - Jawel.

Louis Legrand. De broer, de zeeman. Snap je?

Jawel. Ik wist alleen niet dat hij Grote Louis heette.

Als ik 't niet had verteld, weet je het nu.

Ik weet misschien wel waar Grote Louis is.

Vanuit de taxi zagen we 'n matroos.

De chauffeur zei nog:

'Kijk, Grote Louis gaat op bezoek bij de burgemeester'.

Dat accent mag je weglaten, hoor.

Goed, dan ga ik naar de burgemeester. Hou jij die schuit in de gaten.

Goedendag, commissaris.

Bent u gewond? Een ongeluk gehad?

Ik ben van de trap gevallen en gemeen terechtgekomen.

Komt u voor 't onderzoek?

Van de trap gevallen? Wat 'n schrik zal dat zijn geweest.

Vooral voor mevrouw Grandmaison.

Wat heeft m'n vrouw hiermee te maken?

Ze zal wel geschrokken zijn, toen u van de trap viel.

Niemand heeft me zien vallen. Ik was alleen.

M'n vrouw is namelijk in Parijs.

En m'n zoon is op kostschool. Ik ben alleen in huis.

Zo te horen zit er weinig schot in de zaak.

Het dienstmeisje is nog op vrije voeten en u wandelt met haar over 't strand.

Dus mevrouw Grandmaison is in Parijs.

Daar brengen we een deel van het jaar door.

We gaan regelmatig naar ons appartement.

Ik krijg klachten. Nou ja, geen echte klachten.

Maar m'n burgers vragen zich af wat u uitvoert.

Daar kan ik inkomen.

U bent bont en blauw.

- Hoe bent u precies gevallen? - Gewoon. Op de grond.

Het lijkt meer of u 'n flinke opstopper hebt gekregen.

Hoorde u dat? Ik hoorde toch echt wat.

Vlak achter de deur.

Grote Louis, wat 'n verrassing. Kom binnen.

Wat jammer dat je er nu pas bent.

Anders had je hem kunnen opvangen.

- Wat doe je hier trouwens? - Ik heb hem laten komen.

Ik ben zelf ook met 'n onderzoek begonnen.

Geen bezwaar dat ik het mijne voortzet?

Ik heb namelijk nog een paar vraagjes voor Louis Legrand.

Ik wil ook het een en ander van hem weten.

Ik hoop dat ik de resultaten van uw onderzoek nog te horen krijg.

Wat doe je daar? Je moest de schuit in 't oog houden.

Die man is aan wal gegaan. Hij valt inderdaad op.

Een heer van de paardenrennen. Alleen de verrekijker ontbreekt.

- Waar is hij? - Ik ben hem achterna gegaan.

Hij weet niet dat ik hem tot hier ben gevolgd.

Hij heeft zich achter 't huis verstopt. Alsof hij op iemand wacht.

Hij is verdwenen.

Zou hij naar binnen zijn?

Pardon. Ik ben m'n pijp vergeten.

De meneer van de politie is z'n pijp vergeten.

- Breng ons wat te drinken. - Ja, als hij z'n pijp terug heeft.

Als ik uw pijp niet in de salon vind...

vindt u hem niet op plekken waar u niet bent geweest, commissaris.

Dan ligt hij zeker ergens anders.

Is hij binnen, baas?

Die drie verlichte ramen zijn van de salon.

- Je kunt vast naar binnen kijken. - Wel 'n beetje hoog, h�?

Klim op de muur.

U moet me helpen, baas. Alleen lukt 't niet.

Wat zie je?

Niets. Alleen 'n hoek van de kamer.

Schuif dan 'n eindje op.

Over de muur.

En?

- Wat voeren ze uit? - Raar, hoor. Ze zitten te dammen.

Te dammen?

Die man die ik heb gevolgd, is er niet bij.

Of hij zit in de dooie hoek.

De zeebonk wint met dammen.

- Hij maakt de burgemeester in. - Dat zal me 'n zorg zijn.

- Hoe zag die andere er precies uit? - Echt sjiek.

Hoezo sjiek? Met diamanten in z'n oren?

Nee, maar je zag dat hij geld heeft.

Hij droeg 'n licht pak. Niet bang om zich vuil te maken.

Een jaar of 35, 40. Donker haar.

En waar is hij nu?

Heeft hij te maken met de man die we hebben gevonden?

De man die vermoord is?

Kijken, geen vragen stellen.

- Hoort u dat, baas? - Wat dan?

De telefoon gaat. Dat is daarbinnen.

De burgemeester neemt op. Nee, Grote Louis geeft 'm een mep.

Dat moet onze man zijn.

Aan de telefoon. Dat sjieke type.

Hou alles in de gaten, ik ben zo terug.

Goedenavond, kapitein.

Dag, juffrouw. Commissaris Maigret van de recherche.

Bent u 't weer? U werkt zeker dag en nacht.

U hebt net iemand doorverbonden met meneer Grandmaison, de burgemeester.

Waar kwam dat gesprek vandaan? Van het stationsbuffet?

Blijf aan de lijn. Niet ophangen.

- Hoe ver is 't eerste station? - Minstens twaalf kilometer.

Via de conservenfabriek is 't korter.

- Langer, bedoel je. - Ik rij 't elke dag.

Ik rij 't ook elke dag.

- Een half uurtje met de fiets? - Zoiets, ja.

Bent u daar nog, juffrouw?

Wilt u me met het commissariaat doorverbinden?

Ga eens kijken of er geen fiets weg is.

Met het commissariaat? De inspecteur van wacht, graag.

Een jaar of 35, 40. Bemiddeld. Donker. Lang van stuk.

Voor 't laatst gesignaleerd in 'n lichtgekleurd pak.

Ga na of hij bij 't stationsbuffet nog meer mensen heeft gebeld.

Als hij de trein heeft genomen, laat dan alle stations waarschuwen.

We moeten hem te pakken krijgen.

Heb je alles goed opgeschreven?

Zodra je meer weet, bel je me in het caf� aan de haven.

Als er telefoon voor me komt, ben ik verderop in de straat te vinden.

- Bij 't huis van de burgemeester? - Precies.

M'n fiets is ervandoor.

Daar was ik al bang voor. Hij komt wel weer terug.

- Wanneer? - Morgen.

Hoe kom ik vanavond dan thuis?

- Zo zal je niet veel zien. - Ik schrik me dood.

- Je sliep, h�? - Nee.

Zij vallen straks nog in slaap. Ze dammen niet meer.

De huishoudster is naar bed. Ik zag 't licht boven.

- En zij hebben 't op 'n zuipen gezet. - Allebei?

Vooral Grote Louis. Die lust 'm wel.

Probeert de burgemeester hem dronken te voeren?

Verdomd, baas. Nu u 't zegt.

Daar komt iemand aanlopen.

Dat zal wel voor mij zijn. Ik ben zo terug.

Hij is aan het loket geweest.

Hij wilde naar Parijs, maar er ging geen trein.

Hij kon ook nergens een huurauto vinden.

Toen heeft hij 'n tweedehands sportwagen gekocht. Een gele.

We hebben hem net gemist bij de garage.

Hij liet wel een fiets achter. Plus een schadevergoeding voor de eigenaar.

- Heb je het nummer van die auto? - Ja, commissaris.

- Laat alle wegen naar Parijs afzetten. - Is al gebeurd.

- Arresteer hem dan. - Op welke grond?

Diefstal van een fiets.

Hebt u nieuws over m'n fiets, commissaris?

Die krijg je morgen terug. Met wat geld.

- Je kan vannacht 'n kamer nemen. - Ik ben daar gek. Dat geld hou ik liever.

- Hoe bent u binnengekomen? - Schrok je?

De deur stond open. Wat maak je daar?

Chocola met veel suiker, heel voedzaam.

Koken doe ik toch niet in m'n eentje. Ook 'n kop?

Hoe dacht meneer Joris over de burgemeester?

- Hij heeft vroeger voor hem gevaren. - Dat weet ik. Meer niet?

Ze gingen wel eens samen op jacht. Als de burgemeester niemand anders vond.

Dan vroeg hij meneer Joris mee.

- Denkt u dat ik moeilijkheden krijg? - Hoezo?

Met de erfenis.

Ik heb 'n brief van de notaris. Het is veel meer dan ik dacht.

Meneer Joris hield goed verborgen hoe rijk hij was.

Waarom zou je moeilijkheden krijgen?

Ik heb inderdaad niks gedaan.

Je broer toch ook niet?

Louis drinkt te veel, maar dat is ook alles.

Meneer Joris zei altijd dat hij daarmee moest uitkijken.

Hoe gaat 't tussen de burgemeester en je broer?

- Niet zo best? - Hebt u erover gehoord?

Er zijn problemen geweest met de burgemeester.

Hij vond dat Louis 's nachts te veel herrie maakte.

Niemand mag de burgemeester. Zelfs als reder is hij niet geliefd.

Hij betaalt zelfs beter dan de rest, maar hij wordt gehaat.

Niet alleen door Louis.

Je vergist je. Je broer en de burgemeester zijn de beste vrienden.

Ze dammen zelfs samen.

Ga niet te ver van huis, Julie.

Ik kan je nog nodig hebben.

- Is er nog voor me gebeld? - Jawel.

- Wat was de boodschap? - Ze hebben niks gezegd.

Moet ik niet terugbellen?

Hier, een broodje.

- Hoe wist u dat ik zo'n trek heb? - Ik had zelf ook trek.

- Wat doen ze daarbinnen? - Ze zijn al half in slaap.

Blijf kijken terwijl je eet.

Wil je weten hoe 't ermee staat?

Die man van jou is aangehouden.

Jij moet hem formeel identificeren.

Het is een buitenlander. Een Noor.

Hij heeft de Franse nationaliteit en heet Raymond Martineau.

Toch gaat hij zich beklagen bij zijn ambassade.

Kijk nou toch, baas. Hij geeft hem 'n pak slaag.

- Wat? - Grote Louis slaat de burgemeester.

Kom naar beneden. Vooruit, springen.

Zet je schrap tegen de muur.

Je hebt gelijk. Hij geeft hem ervan langs.

- Wat doen we, baas? - Kom mee.

Heb je je blikopener bij je?

Hoe bent u binnengekomen? Dit is huisvredebreuk.

- Die man sloeg u. - Wat weet u daarvan?

Of sloeg je hem soms niet?

We hadden 'n meningsverschil dat alleen ons aangaat.

Luister goed, Verduret.

Iemand als meneer laat zich niet zomaar mishandelen...

als hij niets te verbergen heeft.

Dit neem ik niet.

Kijk eens aan. Ga open doen.

Iedereen kent meneer Martineau uit Noorwegen wel.

Ik ken hier in elk geval niemand.

U bent zeker van de politie? Kunt u me vertellen wat dit voorstelt?

Dus niemand weet van iets.

Meneer de burgemeester laat zich rustig aftuigen.

Zonder enig commentaar.

Meneer Martineau is 'n onbekende en kent ook niemand.

Zelfs Grote Louis niet, met wie hij toch de nacht heeft doorgebracht...

op 'n aftandse schuit.

Hij kwam hier heel toevallig langs.

Voor hij de benen probeerde te nemen naar Parijs.

Waarom trouwens Parijs, meneer Martineau?

- Moet ik daar antwoord op geven? - Dat zou ik wel op prijs stellen.

Ik ben nu eenmaal dol op Parijs.

In vergelijking met Parijs is Noorwegen nogal saai.

U wilt dus niets zeggen. En jullie ook niet.

Ik kom er toch wel achter, hoor.

En dan krijgen jullie 't echt met me aan de stok.

Varen uw schepen veel op Noorwegen, burgemeester?

Niet zo veel meer als vroeger, maar 't komt voor.

Bedoelt u de tijd dat kapitein Joris nog voor u werkte?

Joris voer inderdaad op Noorwegen.

Ontmoette hij daar 'n zekere Martineau?

Weet Grote Louis het misschien?

Jij sloeg de burgemeester vanmiddag...

om iets aan de weet te komen voor Martineau.

Wat was dat?

- En waarom dient u geen klacht in? - Dat doe ik zeker. Tegen u.

Ik laat alles verder over aan m'n ambassade.

In dat geval verzoek ik u om u beschikbaar te houden voor de justitie.

Kan ik u even onder vier ogen spreken, baas?

Hou ze goed in de gaten.

- U hebt toch geen poot om op te staan? - Wat moet ik anders doen?

- Vroeg of laat praat er wel een. - En zo niet?

Dat is het risico.

U heeft tot nader order huisarrest. Een agent zal u bewaken.

Dit machtsmisbruik zal u duur te staan komen.

Meneer Martineau neemt 'n kamer boven 't caf�...

waar hij wordt bewaakt door inspecteur Verduret.

Ik geloof dat dit nog van u is.

Jij komt met mij mee, Grote Louis.

Waar bleef je nou, Grote Louis?

We moeten weg. Over twee uur is 't laagwater.

Wacht maar aan bord. Eerst heb ik hem nodig.

Ga aan boord. U vat nog kou.

Vreemd om hier met ons drie�n in 't huis van 'n dode te zijn.

Ik probeer me voor te stellen hoe hij was.

Een zeeman die z'n eigen gang ging.

Toen hij niet meer kon varen, bleef hij in de haven wonen.

Zodat hij de zee kon blijven horen.

Hij zei niet veel, maar hij had 'n hart.

Jou heeft hij 'n paar keer behoorlijk uitgescholden, h�?

Dat deed hij omdat hij je mocht.

En je zus mocht hij ook heel graag.

Nu is hij gestorven. Het was geen mooie dood.

Sinds hij gemeen werd vermoord...

heeft hij ineens geen vrienden meer.

Ik ben de enige die 't voor hem opneemt.

Omdat ik zijn moordenaar niet vrijuit wil laten gaan.

Maar ik krijg alleen leugens te horen.

Ik heb alles gezegd wat ik weet.

Dat is waar, Julie. Het probleem is dat je niets weet.

Je broer weet iets. Maar die wil niets zeggen.

Luister toch. Help de commissaris nou.

Zie je wel?

Weet je hoe we in mijn vak zo'n zwijgzaam type als jij noemen?

Een verdachte.

En jij bent zelfs 'n ideale verdachte.

Nu kapitein Joris dood is, strijkt je zus de erfenis op.

Laat dat uit je hoofd.

Arresteer hem niet.

Kom mee en hou op met die onzin.

Zeg toch wat je weet, anders ga je de gevangenis is.

Zeg dat je niks hebt gedaan. Ik weet dat 't zo is.

Doe niet zo idioot.

Ik weet toch dat u gewapend bent? Wilt u me aanhouden?

Ik heb de tijd. Eerst gaan we aan boord van de Saint-Michel.

Jullie varen vannacht niet uit. We gaan praten.

- Is die andere ook aan boord? - C�lestin? Ja.

Die moet er ook bij zijn. Ik wil jullie alle drie spreken.

Ga zitten. Jij ook.

Zeg dat ie moet gaan zitten. U bent toch de kapitein, Lannec?

Zo staat 't tenminste op de rol.

Waar is de rol eigenlijk? Mag ik hem zien?

Kijk eens aan. De verrassingen zijn de wereld nog niet uit.

Kapitein: Joseph Lannec.

Matroos: C�lestin Godet. Eigenaar-reder: Louis Legrand.

Dus jij bent de nieuwe eigenaar.

Sinds kort. Sinds 20 maart.

Drie dagen voor de verdwijning van meneer Joris. Vreemd, h�?

- Heeft ie daar vaker last van? - Hij verstaat alleen Bretons.

Ik wed dat meneer Martineau de boot heeft gekocht, en dat jij 'n stroman bent.

Wat wil hij in ruil?

Wat deden jullie drie�n hier...

op de dag dat meneer Joris verdween?

Sukkel. Je hebt geen cent, maar wel 'n boot die miljoenen waard is.

En dat voor 'n ex-gedetineerde.

- Wat is dat voor lawaai? - Het zal de wind wel zijn.

- Ik ga kijken. - Geen geintjes, h�?

Het is mijn boot toch?

Niks aan de hand.

Ga kijken, C�lestin.

Ik dacht dat hij alleen Bretons verstond.

Ik hoor hem met iemand praten.

- Heb je hem goed vastgebonden? - Met zeemansknopen.

- Wat nu? - We laten hem achter.

- We moeten wel opschieten. - Ze mogen hem morgen pas vinden.

Wacht, ik waarschuw de politie.

Ik snap er geen woord van.

- Waar wacht je op? - Op de politie.

- Ik ben politiecommissaris. - Dat kan iedereen wel beweren.

Maak me los.

Kijk, de Saint-Michel is vastgelopen.

Zeker weer te laat uitgevaren. Te weinig water in de vaargeul.

Wil je me nu losmaken?

Ziet u nou? Ze wilden niet op 't tij wachten.

- Waar zijn ze? - Er is niemand meer aan boord.

- Ik moet de burgemeester waarschuwen. - Die is vast al op de hoogte.

Welnee, die ligt nog in bed. Of hij is op jacht.

Vandaag niet, neem dat maar van me aan.

- U bent kwaad, h�? - Welnee, Verduret.

Knopen leggen heeft ie zeker bij de padvinders geleerd.

Met uw ervaring was mij zoiets niet gebeurd.

Ga nu maar vlug naar 't postkantoor.

De burgemeester krijgt geen telefoon meer door.

- En als hij zelf wil bellen? - Niks doorgeven, nummers noteren.

Daarna stuur je 'n opsporingsbericht uit voor Lannec...

Grote Louis, C�lestin en Martineau.

Wat moet u nu weer van me? Laat me toch, ik heb hoofdpijn.

- Meneer Martineau is ervandoor. - Bravo.

Hij is met Louis Legrand mee op de Saint-Michel.

Laat ie maar gauw teruggaan naar z'n land.

Jammer genoeg voor hem is de Saint-Michel vastgelopen.

Toch is hij nu waarschijnlijk de grens al over.

- Wat denkt u ervan? - Wat moet ik ervan denken?

Zou hij 't land uit zijn?

Zo niet, dan moet hij hier nog iets te doen hebben.

Maar wat?

Hebt u de burgemeester gezien? Hij moet komen.

Alleen hij kan toestemming geven om te slepen.

Hij, of de eigenaar. Maar we moeten slepen voor 't tij.

Laat maar slepen. Dat moet toch? Ik neem de verantwoording.

U vertegenwoordigt de overheid. Slepen.

Baas.

- Heeft ie gebeld? - Naar 'n school, 60 kilometer van hier.

- Een school? - Een kostschool. Bij de paters.

Ik had aan alles gedacht, behalve daaraan.

Fran�ois Grandmaison is inderdaad leerling bij ons.

Ja, hij is elf jaar.

De zoon van de reder, ja.

Mevrouw Grandmaison heeft haar zoon vanochtend opgehaald.

- Denk je dat hij komt, mam? - Natuurlijk.

Maar hij weet niet waar we zijn.

Op deze plek spraken we vroeger altijd af.

- Is dat lang geleden? - Ja.

Jij was nog niet eens geboren.

- Misschien is hij 't vergeten. - Nee hoor.

Kijk, politie.

U bent gearresteerd, meneer Martineau.

Hij is m'n vader.

Dat weet ik, al heeft 't even geduurd voor ik het snapte.

Bent u H�l�ne Grandmaison, de vrouw van de burgemeester?

U hebt uw zoon van school gehaald.

- Wilde u vluchten met meneer? - U bent me gevolgd.

Zo hebt u hem kunnen vinden.

Komt 't door mij dat u hem nu arresteert?

U werkt zeker in opdracht van m'n man?

Die wil natuurlijk dat u Raymond arresteert.

Maar mij krijgt u niet terug naar huis.

Dat moet u zelf weten.

Als u ons tegenhoudt, weet u wat er gaat gebeuren.

Wettelijk is Fran�ois zijn zoon, dus moet ik terug.

Wilt u dat? Wordt u daarvoor betaald?

Ik begrijp dat u boos bent om de streek die we u hebben geleverd.

Wees er maar niet trots op.

Mijn enige misdaad is dat ik van mijn zoon en van deze vrouw houd.

U kent m'n man niet. Hij is slimmer dan u denkt.

Hij weet altijd z'n zin door te drijven.

Denkt hij dat Fran�ois van hem is?

Nee, hij heeft het altijd geweten.

Toch trouwde hij met haar. Hij stal m'n zoon en m'n vrouw.

En nu wilt u ze terug.

Waarom zo lang gewacht?

We zagen elkaar pas twee jaar geleden terug.

Ik dacht dat Fran�ois de zoon van Grandmaison was.

Dat H�l�ne me had bedrogen.

Volgens de advocaat die we namen, is de wet tegen ons.

En dat bent u waarschijnlijk ook.

Ik onderzoek alleen de moord op kapitein Joris.

De rest interesseert me niet.

Laat ons dan gaan. Wij hebben Joris niet vermoord.

Maar u weet wie 't heeft gedaan.

Als u niets wilt zeggen, mij best.

Ik zou maar naar uw echtgenoot gaan.

Behalve als u nog iets te zeggen hebt.

Kom, Fran�ois.

Raymond kwam in 't geheim naar Frankrijk. We zagen elkaar weer.

We moesten ons verbergen, vanwege Fran�ois.

We wisten dat m'n man Fran�ois nooit zou laten gaan.

Zo ontstond 't plan van de Saint-Michel.

We zouden 's nachts vertrekken.

In Noorwegen zouden we alles officieel in orde maken.

Het liep mis.

Grandmaison betrapte ons.

Hij werd gek van woede en schoot. De kogel raakte Joris.

Ik heb hem in Noorwegen laten verzorgen.

Hier kon ik niet meer komen Dus bracht ik hem naar Parijs.

De politie zou wel zorgen dat hij terecht kwam, dacht ik.

Ik weet het niet.

Hij behandelde hem als z'n eigen zoon.

Ik denk dat hij op zijn manier wel van hem hield.

Ik had geen idee dat Grandmaison met Joris zou afrekenen.

Weet ik veel?

Hij was misschien bang dat hij zou praten.

Er zijn geen kinderen bijgekomen.

Dat wilde ik niet, dus zorgde ik dat 't niet gebeurde.

Het klinkt afschuwelijk, maar volgens mij...

was hij beledigd dat 'n ex-werknemer zich tegen hem keerde.

Dat ik wegging, kon hem niets schelen.

Maar hij wilde Fran�ois houden.

Daarom moest hij naar kostschool. Zo scheidde hij ons van elkaar.

Ik moest en zou 't adres van die school hebben.

Ik wist dat Grandmaison bang was voor geweld en dat Grote Louis 'm haatte.

Dus vroeg ik of hij wat druk wilde uitoefenen.

Nee, ik had geen medelijden.

Hij was tenslotte 'n moordenaar.

Hoe heeft hij u na de geboorte 't land uit weten te krijgen?

Ik was 20 en zat diep in de schulden.

Hij zou alles openbaar maken als ik niet meteen vertrok.

Nu heb ik geld verdiend en kan ik alles terugbetalen.

Het doet er niet meer toe. Alles is nu van uw zoon.

Het huis, de rederij en de rest.

Hebt u weer 'n probleem met de overlijdensakte?

Het was 'n ongelukje bij 't schoonmaken van z'n geweer.

U bent van de politie.

Toch 'n best schip. Ik kan er zo weer mee uitvaren.

Goed idee. Dan raak je 'n beetje in het vergeetboek.

Bent u nog kwaad om gisteravond?

Ik was 't al bijna vergeten. Hou je mond dus maar liever.

Laat ze maar lopen.

- Om hoe laat vaar je uit? - Dat moet u de kapitein vragen.

Als alles nog heel is, kunnen we over twee uur op zee zitten.

Bedankt, commissaris.

Moest hij daarom dood?

Is hij daarom vermoord?

Ja, hij wilde Martineau helpen.

Die kwam hij in Noorwegen toevallig tegen.

Ze raakten aan de praat en de kapitein begreep alles.

Hij ging naar H�l�ne Grandmaison en werkte 't hele plan uit.

Waarom?

Misschien omdat hij de mensen graag gelukkig zag.

Maar vooral omdat hij de burgemeester niet mocht.

Blijf je in 't huis wonen?

Nee, ik verkoop 't. Zonder hem voel ik me hier doodongelukkig.

Weet u, tussen meneer Joris en mij...

is er nooit iets gebeurd.

Nooit.

Daar waren we te verlegen voor.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.