Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Het leven van een fatsoenlijke man
Nederlandse ondertitels door: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2021
Michel Simon, wil je voor ons 2 rollen vertolken in deze film?
- Met veel plezier. - Dan hebben we een dubbele bewondering.
Hallo?
U zal de vrouw van Michel Simon vertolken zijn in deze film.
Zou u u kunnen vrijmaken morgenmiddag? Ik kijk er alvast naar uit.
Pauline Carton, u zal om 14.00 uur op de set
staan met een zwarte jurk en een wollen jas.
- Hebt u nog iets nodig? - Ja, uw talent.
Lana Marconi, in deze film speelt u een dame van plezier.
- We kunnen dat veronderstellen. - Laten we dan beginnen.
- Wat stelt dat voor? - Wat is ermee?
Ze zijn niet te eten omdat ze verbrand zijn en ik moet ze ook nog betalen.
U bent niet alleen een slechte kokkin maar ook een oneerlijke vrouw.
Het is niet omdat ik rijk ben dat we geld moeten verkwanselen.
Ik weet heel goed wat ze achter mijn rug zeggen. Wanneer jullie
het over mij hebben... weet ik precies wat jullie denken.
Met het fortuin die ik heb... het fortuin die ik
heb is dankzij mijn toedoen, ik heb ervoor gewerkt.
Ik heb het verdient, zonder daarvoor dank u te moeten zeggen aan iemand.
Ik ben een eerlijke man!
Toen ik 20 jaar was en moest ik zoiets niet proberen, aangebrande erwten serveren.
Waarom denk je dat ik 5 mensen in dienst heb
en 2 auto's? Denk daar maar eens over na.
Roken aan tafel, waar denk je dat je bent.
Ik vind het spijtig dat je het niet gehoord hebt wat ik zei tegen Marie.
- Toch wel, we hoorden je roepen tot hier. - Ik hoop dat ze het begrepen hebben.
Evelyn, laat de drank maar komen.
Meneer Albert Ménard-Lacoste, industrieel en met een enorm fortuin.
En een man met een erelegioen, was inderdaad de beste werkgever.
Het kon niet ontkend worden.
De negatieve eigenschap bestaande uit: zich niet misdragen,
die eigenschap in zijn ogen zag hij zelf als een aangename man in de omgang.
Als je hem bestudeerd zie je precies dat hij lijkt op Joseph de Maistre,
dat kwam weliswaar direct bij mij op. Ik zal u uitleggen waarom.
Ik weet niet wat een schurkenleven is, ik was geen schurk.
Ik was gewoon een fatsoenlijke man.
Wij excuseren ons vanwege de technische problemen die we momenteel ondervinden.
Meneer Albert Ménard-Lacoste heeft het genoegen en realiseert
enkel voor zichzelf de zwarte gedachten die door zijn hoofd gaan.
Zijn zoon, die hij aanzag als een dwaas.
Zijn dochter, geboren als een eend, haatte hij.
Het dienstmeisje, omdat ze jong en mooi
is, zag hij in zijn verbeelding bijna bloot.
Later op de avond, wanneer zijn vrouw aan het slapen was in de slaapkamer...
Hij keek heel lang naar haar, heel lang... tot hij haar dood zag.
Op een dag kwam het volgend bericht...
- Wat is er? - Het is voor...
Het betreft de meneer die enorm lijkt op u, die een
brief heeft gegeven en die nu een antwoord wil weten.
Zeg hem dat ik nog geen tijd heb gehad, ik zal hem morgen een brief schrijven.
- Hij zal er niet mee eens zijn. - En waarom niet?
Hij wil u zo snel mogelijk ontmoeten dus hij wil direct een antwoord.
Hij zal zich er niet bij neerleggen.
De mensen maken mij het tegenwoordig nogal moeilijk.
Goed dan, laat hem maar binnen.
Zeg maar tegen mijn vrouw en kinderen dat ik
bezig ben en dat ik niet wil onderbroken worden.
Herken je mij nog? Of liever gezegd, herken je jezelf?
Uiteraard, hoe kan ik mezelf niet herkennen op een foto?
- Dag Albert. - Dag Alain.
Kunnen we elkaar een hand geven? Eigenlijk vind ik
het maar niets, we konden elkaar nooit uitstaan.
We hebben elkaar al 30 jaar niet meer gezien en de ontvangst is hier maar niets.
Ik vind het totaal niet leuk om tegenover je te staan. Mag ik niet gaan zitten?
We moeten er een einde aan maken.
- Heb je mijn brief gelezen? - Ja.
- Is het nu mogelijk? - Helaas, niet.
Kan je mij geen werk geven in je bedrijf?
- Gewoon omdat we op elkaar lijken? - Niet enkel dat.
Je hebt toch duidelijk begrepen dat ik geen rotte cent meer heb?
Kan je een goed woordje doen bij iemand anders dan?
Ik kan dat wel, maar heb geen zin.
Iemand aanbevelen kan heel slecht aflopen.
- Wat is trouwens je beroep? - Ik heb alles al gedaan.
Dit zijn geen referenties.
Is verdrinken een optie?
Je hebt echt een onrespectvolle blik en een grillige lach.
En dan spreek ik nog niet over de toon waarop je mij aanspreekt.
- Je haat mij! - Absoluut niet.
- Heb je medelijden met mij? - Ja.
Ik vind het maar niets dat anderen je problemen moeten oplossen.
Niemand hoeft iets te doen voor jou, mijn beste vriend.
Je bent hier enkel voor eigen belang.
- Sinds wanneer ben je in Parijs? - Sinds 6 dagen.
Ik verblijf momenteel in een hotel naast het Noordstation.
In mijn brief staat trouwens het adres van het hotel.
Je hebt mijn brief in de open haard gedropt, hé?
- Heb je het in de open haard gesmeten? - Neen.
Je bent een leugenaar!
Ben je een verzamelaar van foto's geworden?
Je hebt mijn brief toch goed verstopt.
- Je komt dus uit Canada? - Dat klopt.
- Wat heb je daar gedaan? - Ik zat in de gevangenis.
Ik zat er voor landloperij.
Als je geen eten hebt of slaapplaats dat noemt men nu zo.
In alle beschaafde landen.
Je kijkt zo naar mijn kostuum, vind je het mooi?
Het was een cadeau van een vreemdeling op de boot.
In één van de zakken zat nog eens 4 dollars die hij zo gezegd had vergeten.
Er zijn toch rare mensen, hé? En helaas was het mijn eigen broer niet.
Zeer onprettig omdat te zeggen, maar je
sprak wel de waarheid, hij was je broer niet.
Gelukkig voor hem.
- Ben je getrouwd? - Nee, ik had een maîtresse...
...maar ze heeft mij verlaten.
Zelfs met zo 'n mooi kostuum kan ik je secretaresse niet zijn.
- Is het door je vrouw? - Dat ook.
- Ze weet toch dat je nog een broer hebt? - Neen.
Je was plots verdwenen, dus, ik dacht dat het beste was om
niet over jou te praten en trouwens dat zijn haar zaken niet.
- Je bent beschaamd. - Dat kan je zo stellen.
Een groots man zoals ik moet toch zo iemand zoals jij proberen te verbergen.
Een arme broer. Dus je vrouw weet niet dat je nog een tweelingbroer hebt?
Ze weet wel dat ons moeder een tweeling heeft gekregen.
- Dat er één is overleden is? - Klopt.
Dat is goed gevonden, je hebt me niet alleen niet geholpen maar ook gedood.
Je bent mijn broer, hoe oud was ik toen ik overleden was?
- Toen je 18 was. - Dat is jong.
Eigenlijk was je heel snel van mij af. Nu begrijp
ik ook waarom je mij niet kan in dienst nemen.
Noch mij aanbevelen. Goed...
- Geef mij eens 1000 Franc. - 1000 Franc?
Je kunt het toch niet weigeren? Wat is 1000 Franc voor jou?
- Dat is hetzelfde zoals bij jou. - Ik kan 6 dagen daarmee mijn plan trekken.
Met 1000 Franc kan ik één week roken.
Waarom moet ik één week boeten omdat jij er een soepje hebt van gemaakt?
Je geeft mij 3000 Franc? 1000 vraag ik, 1000 om
te zwijgen en 1000 om niet meer terug te komen.
Het is ver gekomen, zo verschillend van elkaar. Het
is beangstigend en uiteindelijk ben ik je broer.
Zoals je het zelf zegt, ik ben je broer maar sta er niet altijd voor jou.
- Ik heb ook mijn problemen, mijn gezin. - En jezelf.
Ja, inderdaad. Je denkt toch niet van deze wereld weg te gaan voor mij?
- Ik dacht dat je de familie... - Natuurlijk, de familie...
- Het is toch iets, een familie? - Ja natuurlijk...
Als je ze nodig hebt en misbruikt. Een familie
is voor mij mijn gezin die je zelf gekozen hebt.
Mijn vrouw en kinderen. Ik heb mijn vrouw zelf
gekozen en de kinderen kwamen vanzelf.
Maar, de vader, de moeder, de broers en zussen, neven
en nichten... en de rest, dat heb ik niet zelf gekozen.
Stel je voor dat je kinderen zo denken over jou.
Daar ben ik vrij zeker van. Zij zullen ook zo
denken wanneer ze zelf kinderen hebben.
- Dus jij denkt zo over mij? - Ja, natuurlijk.
Ik zou je nooit gekozen hebben als broer. Denk maar
niet dat ik je gekozen zou hebben, in geen enkel geval.
Gingen we elkaar ontmoet hebben mocht je mijn broer niet geweest zijn?
Waarschijnlijk niet, je moet eerlijk zijn tegenover jezelf.
Jij in je positie en ik in de mijne, mocht je mijn broer niet
geweest zijn was de kans ook klein dat je kwam aanbellen.
Maar neen. Mocht ik de keuze gehad hebben om
een broer te kiezen dat was zeker jij niet.
Ik zie het aan je blik, je vindt mij waarschijnlijk een monster
en misschien ben ik dat ook maar ik bezie dat helemaal anders.
Ik moet het toch wel duidelijk zeggen, weinig mensen zouden dat eerlijk toegeven.
Ik ben een groot eerlijk man, kan ik dat zeggen.
De eerlijke man heeft sommige zaken op orde te stellen, hij heeft een voorbeeldfunctie.
Uiteindelijk heeft hij het recht en neemt hij duidelijke
beslissingen, niet dat het zo plezant is om die altijd uit te voeren.
Sommige dagen heb ik het lastig om van mijn hart een steen te maken.
En als ik mij laat gaan dan geef ik geld aan armoezaaiers.
- Je moet je laten gaan. - Ja , uiteraard.
Ik moet ze aanmoedigen om niets te doen.
Geld geven aan een sukkelaar is geld geven aan een alcoholieker.
- Je houdt van je geld. - Ik ben gewoon een voorbeeld.
Iedereen houdt van mijn geld en jij als eerste. Jij weet niet wat dat is rijk zijn.
- Is het verschrikkelijk? - Ja, soms.
Waarschijnlijk ook omdat je beslist hebt om een heer te zijn.
Jij denkt dat je de slimste bent op dit moment.
Weet je wel wat dat is een fatsoenlijk iemand zijn?
Ik zal het je uitleggen, dan weet je het.
Ik zal je een verhaal vertellen van 35 jaar geleden.
Waarbij heel mijn leven als fatsoenlijk man is opgebouwd. 35 jaar
geleden heb ik een keuze gemaakt en ik ben daar altijd bij gebleven.
Ik was toen 20 jaar, mijn werkgever gaf mij een biljetten van
in totaal 1000 Franc. die ik aan meneer Delannoy moest geven.
Hij legde de biljetten op mijn bureau en voegde eraan toe: "tel maar na".
Hij vertrekt en ik tel het bedrag, er was zelfs 10000 Franc
teveel. In die tijd was dat heel veel geld.
- Dat is een mooi bedrag. - Ja, natuurlijk...
Dat was een groot bedrag, maar ik had zelf geld nodig.
Ik moest nog aan iemand 6000 Franc terugbetalen en daar
kwam ook nog bij dat ik nog een reistas moest kopen.
Wel, de som die mijn handen verbranden... die
som heb ik terug gegeven aan mijn werkgever.
Je durft niets meer te zeggen?
Nee, maar niet op de manier hoe jij denkt.
Wat ik wonderlijk vind is niet wat je terug gaf maar het waarom ervan.
Ik bedoel daarmee dat je in feite die 10 000 Franc helemaal niet hebt gestolen.
En dus is het daarom dat je sinds 35 jaar geleden iedereen vies bekijkt.
- Ik hou je niet langer op. - Ik jou wel.
- Vaarwel. - Ik zal je niet begeleiden naar de deur.
Je bent te fatsoenlijk om beleefd te zijn.
Hij zal niet antwoorden.
Ja?
Je zit zo in het donkere?
Mag ik vragen wie die persoon was die je daarnet hebt ontvangen?
- Neen. - Waarom niet?
- Omdat het... - Familiezaken zijn?
- Waarom familiezaken? - Ik zei dat zomaar.
Wat bedoel je dan met zomaar?
Je zegt nooit iets over je bezoeken.
In het vervolg laat ik het je weten zodat het een gewoonte wordt.
- Je hebt echt een humeur. - Ik ben absoluut niet goed gehumeurd.
De problemen die er zijn, dat stijgt naar mijn hoofd.
Ik zie niet in waarom ik dan goed gehumeurd moet zijn.
Kan je alstublieft mijn druppels klaarmaken?
En kom mij halen om 20.00 uur, er zal tegen
dan wel iets interessants zijn op de televisie.
Ik ga mij even omkleden.
Menu kip, 220 Franc.
Wel? in de vaart springen?
- Het eten van mevrouw is klaar, meneer. - Neen.
Maar toch wel, meneer.
Zeg niet: "het eten van mevrouw is klaar". Als ik
alleen ben zeg je: "het eten van meneer is klaar".
Dat zou aangenamer zijn voor mij.
- Vergeet je druppels niet, ben je gehaast? - Toch wel ja.
Waarom ga je niet op bezoek bij de dokter?
Omdat het je persoonlijke dokter is. Een koppel moeten verschillende dokters hebben.
Gaan jullie beiden maar eerst.
Was dat je broer die je daarnet hebt ontvangen?
Je weet toch heel goed dat mijn broer overleden is, dat is 35 jaar geleden.
- Misschien was hij toch niet dood. - Alstublieft, ga maar.
Ik heb al gezegd dat de kaarsen enkel op zondag mogen branden.
- Heb je een potlood voor mij, Pierre? - Ja, mama.
Oh, een familiemaaltijd, als het niet lekker was dan waren jullie bedroefd.
De stilte van de dood, aanvullend op het geluid
van het bestek en het geslurp van de soep.
- Nog een beetje soep meneer? - Geen soep meer, het volgende.
- Ik ga u een stuk kip geven. - Waarom?
- Zomaar, uit vriendelijkheid. - Bedankt.
Ik wil een bevestiging dat het je broer niet was.
Wat denk jij wel van mij?
- Wat voor kip is dat nu weer? - Het is een kip.
Het zijn meer beenderen dan wat anders. De helft mag er al van in de vuilbak.
Allemaal geld verspilling. Terwijl er mensen zijn die geen eten krijgen.
Wat een kip, ik heb nog nooit zo 'n goeie kip gegeten.
Jij raadde het al, wees daar blij om.
Het was dus toch je broer, de man die al 35 jaar overleden is, en een zwerver is.
- Waarom een zwerver? - Het komt van Emile.
- Hij is helemaal geen zwerver. - Oké, maar laat mij een vraag stellen...
- wat wil je met hem aanvangen? - Ik zal het niet uitleggen.
Niemand moet zeggen wat ik moet doen.
Mocht je Emile niet hebben uitgehoord dan
wist je ook niet dat het mijn broer was.
Dan zouden we ook dit gesprek niet hebben, het gesprek die ik niet wou.
Ik ben niet getrouwd met jouw familie en andersom ook niet.
Dus in principe heeft mijn familie geen zaken met mijn huwelijk.
De kinderen hebben het door, wat moet ik tegen ze zeggen?
Zeg maar de waarheid, anders krijgt de butler een
kruisverhoor. Dat ze hem en mij maar met rust laten.
- Welterusten. - Welterusten.
- En? - Het was inderdaad zijn broer.
Ik mocht het zeggen tegen jullie maar jullie mogen er niet over praten.
Ik zag hem daarnet, het is frappant hoe hij lijkt op papa.
Het is leuk om zo 'n oom te hebben. Heeft hij iets geëist?
Absoluut niet.
En? Spring je in het water?
Kom binnen.
- Ben je ziek? - Neen.
Ik had je vandaag nog niet gezien, het is 17.00 uur, ik was een beetje ongerust.
- U moet niet ongerust zijn, toch bedankt. - U heeft nog niet gegeten.
- Dat klopt. - Hier, twee eieren.
Let op, ze zijn vers, u moet ze onmiddellijk opeten.
U bent vriendelijk.
Mensen zouden raar staan kijken als je dat zegt. Blijkbaar ben ik een hele boze.
- Dat zou misschien wel kunnen. - De ene dag is de andere niet.
- Zo is dat. Heb je nog iets nodig? - Jawel.
Ik heb een lepeltje nodig voor de eieren.
- Alstublieft. - Bedankt.
Het was zeer moeilijk om zich te concentreren
op iets anders dan op zijn broer.
Zeer vreemd.
- Richting Opéra. - Goed meneer.
Zo stoffig allemaal.
Aangekomen op de Place Vendôme vroeg Albert aan zijn
chauffeur om door te rijden naar Boulevard de Magenta.
Ik ben over een kwartiertje terug, wacht maar daar op mij.
Goed, meneer.
- Naar waar? - Naar rue Paul Blin.
- Kunt u op mij wachten, alstublieft? - Hoe lang? - Een kwartiertje.
- Meneer Alain. - Kamer 12.
- Op het eerste? - Er zijn geen meerdere verdiepingen.
U bent zijn broer, dat zie je zo.
Gisterenavond ging het enorm slecht met hem.
Ik zou eventueel een dokter voorstellen, hij
verblijft in het hotel en is wel goed in zijn job.
- Kamer 18, dankjewel. - Graag gedaan.
- Albert? - Meneer is even weg,
daarom profiteer ik ervan om wat af te stoffen.
- Eindelijk, weet je waar hij heen is? - Nee, mevrouw.
Binnen.
- Wie is daar? - Albert.
- Wat heb je? - Het is niet besmettelijk.
Het is mijn hart.
Ik kan eventjes niet opstaan want als ik dat heb moet ik blijven zitten.
Ga maar zitten.
- Ben je al naar de dokter geweest? - In Montréal.
- Het is zes maanden geleden. - Moet ik er één halen?
Ik zal wel overlijden zonder een dokter. Heb jij toevallig iets aan je hart?
Vorig jaar, een paar waarschuwingen. Dat is
ook niet eigenaardig want wij zijn tweelingen.
Ja, blijkbaar wel.
Kom je nu ook al op bezoek? Wat breng je naar hier?
Ben je nieuwsgierig? Hé?
Wij hadden nogal wat gezegd tegen elkaar gisteren. Het is allemaal niet zo mooi.
- Wil je iets drinken? - Nee, bedankt.
Ik wil weten waarom je tot hier bent gekomen.
Ik heb nog veel nagedacht over jou, gisterenavond.
- Ik heb ook aan je gedacht. - Daar ben ik zeker van.
Ik heb enorm slecht geslapen, in een flits heb ik je leven gezien.
- 30 jaar lang. - En jij zit daarmee?
- Moet ik mij zorgen maken? - In ieder geval...
Het is precies een roman, een plezante, ja,
een doordrijver, een polar, zanger...
Ik was op een gegeven moment zelfs genezer. Ik genas ook mensen.
Ik was zelfs adviseur in Ottawa.
Ik droeg zelfs een soutane in Québec.
Je kunt je niet voorstellen hoe leuk het was.
De mensen verdienen het ook.
Iemand anders zijn dan dat je bent. Het is meer dan interessant om zo te zijn.
Wij tweeën zouden dit zelfs kunnen doen, een gigantisch wending creëren.
- Maar helaas sta je er niet voor open. - Zie maar wat jij hebt mee gemaakt.
Ik heb me totaal niet verveeld. Ik heb van niets spijt.
- En jij, amuseer je je? - Neen.
Jij zou het zelfs geloven moesten de rollen worden omgedraaid.
- Wat heb je? - Ik heb mijn leeftijd bereikt.
Het is teveel voor één man.
Vertel me eens snel wat je opmerkingen zijn.
Ik zal het kort houden. Laat een baard groeien en neem een andere naam aan.
En ik geef je iets extra.
Ga naar de Provence daar wacht je een job en blijf niet in Parijs.
- In de Provence? - Ik teken onmiddellijk je contract.
Ik ga je zelfs zes maanden op voorhand uitbetalen.
Je hebt me vermoord op mijn 18de verjaardag.
En vandaag begraaf je mij.
Het zal wel in je eigen voordeel zijn.
Wat heb je? Alain? Alain?
- Is meneer nog niet teruggekomen? - Nog niet, mevrouw.
Ik weiger niet om je te helpen maar binnen
enkele ogenblikken heb ik mijn eerste patiënten.
- Wat heeft hij precies? - Hij heeft hartzeer.
Hij had enorm veel pijn en werd bleek. Hij is overleden.
- Waar is hij? - Daar.
Het is een embolie, dat dacht ik al. In Parijs noemen ze dat een hartaanval.
- Is dat je tweelingbroer? - Ja.
Jij, jij bent gewaarschuwd.
- Bedankt, dokter, hoeveel moet ik u? - Alstublieft, laat dat maar.
- Heb je al eens in zijn agenda gekeken? - Natuurlijk.
Ik zie nergens iets speciaals staan.
Mocht hij een afspraak hebben gehad dan had hij dat in zijn agenda geschreven.
- Ik kan het zetten in de kamer. - Daar heb je Pierre.
Wat doen jullie beiden daar?
- Je vader is nog steeds niet terug. - Ja, en dan?
- We eten nooit voor acht uur. - Om 19.00 is hij altijd thuis.
- Wil je iets moeder? - Ja, ik wil iets weten.
- Heeft u mij geroepen, mevrouw? - Hoe laat kwam jij toe?
Tien minuten geleden, mevrouw.
- Je was dus even weg? - Ik was even naar de boekenwinkel.
En dat 's avonds? Bedankt.
Zover zijn we dus gekomen. Allemaal de schuld van jullie vader.
- Je hebt het verkeerd voor. - Ik heb zijn gezicht wel gezien.
- Evelyn is daarnet met mij weg geweest. - Ah goed, hoezo "ah goed"?
Dat heb jij gezegd mama.
Hij is nooit goed gezind maar ik moet toch
toegeven dat hij gisterenavond depressief leek.
Kan je je niet inhouden als het over je vader gaat?
Hij zag er aangeslagen aan, dat klopt. Dat
is pas begonnen na het bezoek die hij kreeg.
We kunnen hem beter opwachten in de woonkamer. Als
hij ons ziet in zijn bureau zal er wat zwaaien.
Misschien heb je wel gelijk.
Ik zou in het kantoor gebleven zijn voor de telefoon.
Hallo? Nee, hij is nog steeds niet thuis. Met wie heb ik de eer?
Met René, meneer Pierre. Ik heb hem afgezet en daar heeft hij een
taxi genomen en hij zei dat hij binnen 30 minuten terug zou zijn.
Het is nu precies één uur later, daarmee dat ik u
bel, ik dacht dat hij rechtstreeks naar huis zou gaan.
Ik zit er niet over in maar het is wel raar.
- Moet ik naar jullie toekomen? - Nee, binnen halfuurtje bel je mij terug.
- Wat gebeurt er? - Niets, moeder.
- Wie had je aan de lijn? - Het was een vriend.
- Was het je vader niet? - Nee, absoluut niet.
- Pierre, jij weet meer. - Nee, mama.
- Ga je zijn vrouw verwittigen? - Ja.
- Je had het beter direct gedaan. - Ik had haar telefoonnummer niet.
Ik neem wel op!
Hallo?
- Dood? - Ja, dit is nu tien minuten geleden.
- Aan wat is hij overleden? - De dokter zegt door een hartaanval.
Hij was er zeker van. Ja, mevrouw.
Ik ben zijn tweelingbroer.
Jij komt aan niets, ik ga een andere dokter sturen. Geef mij eens je adres.
En nu is ze weduwe.
Pierre? Juliette?
- Jullie vader is overleden. - Moeder...
- Ik voel me niet goed. - Maar moeder...
Dit is voor mij niet duidelijk, bel naar de
commissaris en direct daarna naar onze huisarts.
Ik voel me duizelig.
Jij voelde je gisterenavond niet goed en je broer is nu overleden.
Dat klopt, het is verschrikkelijk.
Kom maar binnen.
- Moet ik nog lang op je wachten? - Het is de schuld van mijn broer.
- Hij is net overleden. - Waren jullie tweelingen?
- Het klopt. - En uw broer is overleden?
Dat ziet er niet goed uit voor jou, als de
ene vertrekt dan volgt kort nadien de andere.
Je zal toch moeten blijven wachten, als het nodig is ben je getuige.
Uw broer, dat was jij niet, nu herinner ik mij terug.
Uw broer werd afgezet in een andere straat.
En direct daarna stapte hij in mijn taxi.
Goed, bedankt.
Het is geen goede reclame voor mijn motel.
- Het is voor niemand leuk, mevrouw. - Welke toon slaat hij tegen mij aan?
Hij zal wel een mooie erfenis krijgen, ik haat zo 'n mensen.
Dan heb ik het nog niet gehad over het eieren
incident. Ik bracht hem twee verse eieren.
Ik bedoel zo vers als ze maar konden zijn.
Jij gaat niet mee, jij blijft thuis. Neem jij de telefoon maar op.
- Vergeet je de dokter niet op te halen? - Kom Pierre.
3000 Franc van gisteren, waarschijnlijk ging hij gaan eten.
Misschien had je beter zijn persoonlijke dokter gecontacteerd.
Hij heeft geen persoonlijke dokter, hij is nooit ziek. Dusja.
Binnen!
- Commissaris Vincent. - Alain Ménard-Lacoste.
Ik ben zijn broer.
- Ongelooflijk. - We waren tweelingen.
- Wanneer is hij overleden? - Eén uur geleden.
Goed, was jij erbij toen hij stierf?
Ja, natuurlijk.
Heb jij zijn hemd opengemaakt en zijn stropdas losgemaakt?
Ik heb hem geholpen, ja.
Mag ik uw papieren even zien?
U bent een reiziger.
- U bent hier nog niet zolang. - Zo 'n goede week.
Dus, uw broer kwam bij u langs? Terwijl hij op bezoek
was heeft hij iets gekregen en is uiteindelijk overleden?
- Ja. - De mevrouw van het hotel zegt iets anders.
- Het nochtans de waarheid. - De waarheid komt wel boven.
- De waarheid schuilt niet. - Dat is een ander verhaal.
- Dokter Ogier. - Commissaris Vincent.
Alain Ménard-Lacoste, zijn broer.
Mevrouw, mag ik de eerste vaststellingen uitvoeren?
Die vergelijking is onvoorstelbaar.
Wat zijn de vaststellingen, dokter?
Op het eerste zicht is het geen verdacht overlijden.
Het is een embolie, in onze contreien beter gekend als een hartinfarct.
Mevrouw, u zou in de broekzakken van uw echtgenoot moeten kijken.
Het is noodzakelijk voor het onderzoek.
Pierre, neem jij het even over, ik kan niet meer.
We moeten dit doen om dingen uit te sluiten.
- Een sigarettenhouder. - Een sigarettenhouder.
- Een aansteker. - Een aansteker.
- Een zakdoek. - Een zakdoek.
- Een pen. - Een pen.
- Een bos sleutels. - Een bos sleutels.
- Een portemonnee. - Een portemonnee.
- Een brief. - Een brief.
- Is die voor mij? - Neen.
Mag ik?
Dit is mijn testament, enkel openen bij de notaris.
- Meneer, herken je deze brief? - Neen.
- Heeft hij deze niet getoond? - Nee, meneer.
Tijdens jullie gesprek kwam het niet ter sprake?
- Neen. - Meneer, je moet ter beschikking blijven van het gerecht.
- Wat wil je hiermee zeggen? - Je moet in Parijs blijven.
Wie denk je dat ik ben? Mijn broer is net overleden.
- Pierre, ik wil dit even bekijken. - Oké, moeder.
Mevrouw, u mag geen enkel object verdoezelen.
Dat ging ik niet doen meneer de commissaris.
Zakdoek, aansteker, sigarettenhouder, pen, portemonnee en een bos sleutels.
Het is in orde, mevrouw. Kom je even mee.
Wat moet ik nu doen?
U moet terug naar huis gaan, uw zoon zal hier blijven tot we het lijk wegbrengen.
Ik zal het nodige doen om het lichaam naar de lijkschouwer te brengen.
Goed.
Meneer, u bent getuige dat wij de objecten bijhouden van uw vader.
De objecten gaan in een gesloten omslag en ik zal deze neerleggen.
Onze job zit erop.
Ik kan bevestigen dat uw vader niet geleden heeft.
Niemand heeft iets gevraagd aan mij, dus ik zeg het u nu.
Terug thuis zocht de vrouw van Albert de cijfercode
van de brandkoffer waarvan ze geen sleutel had.
Eén uur later vertrok het lijk naar het mortuarium,
waar een lijkschouwing zou plaatsvinden.
Terwijl de lijkschouwing bezig was zocht de vrouw van Albert verder.
Terwijl Albert in de spullen aan het snuffelen is van zijn broer.
Een dossier, het contract, 10 kilo goud, één zak, twee zakken...
Drie zakken gevuld met stukken van 20 dollars, een klein zilveren kistje.
Op slot. Albert zal enkele liefdesbrieven terugvinden.
Als je aan liefdesbrieven denkt, denk je
automatisch ook aan afscheidsbrieven.
Maar er waren meer liefdesbrieven dan afscheidsbrieven.
Het open koffertje bevatte een ver verleden liefdesverhaal...
het telde wel drie bladzijden en ging onder andere over geld...
die verpletterd werd door 4 kg goud.
- Hij was zeer geliefd. - Wat was hij rijk.
's Nachts ging Albert gaan wandelen, hij ging gelijk waar eten. En dat gelijk waar
was een klein restaurantje waar zijn broer daags daarvoor heel goed gegeten had.
Dat is echt heel sympathiek van u, ik was niet zeker dat je terug zou komen.
Ik heb een kalfsnier opzij gezet voor u. Gisteren zag
je er nogal belabberd uit, vandaag zie je er beter uit.
Zet je maar op je plaats, meneer.
Ik wil dat dit je plaats wordt. Maak je maar
geen zorgen om de prijs, die is schappelijk.
Op hetzelfde moment zaten Madeleine en haar
kinderen aan tafel te praten over het verleden.
Het is vreemd om een lege stoel te hebben aan tafel.
Albert kwam terug thuis, bij Alain. Hij wou wel
ergens anders logeren maar dat zou te riskant zijn.
Hij moest zich ter beschikking houden van het gerecht
en waarschijnlijk werd hij in het oog gehouden.
Hij kwam gelukkig vrolijk thuis, hij zal nooit het leven leiden zoals zijn broer.
Het laken was vuil, alles was vuil en alles was duister.
Sorry omdat ik te laat ben, je kan niet alles verwachten van zo 'n job.
Ik was bij een Hollander, die kon maar niet stoppen.
Dus dat wil zeggen dat ik niet kan blijven, om 21.00 uur heb ik een andere afspraak.
Ja hoor. Ik ken hem al wel geteld 9 jaar.
Hij handelde in het zwart met de nazi's tijdens
de bezetting en vandaag is hij verkozene.
Grappig toch? Om terug te komen op mijn Hollander...
Hier schatje, vijftienduizend Franc. Komaan, geen gezever.
Wat is vijftienduizend nu? Sommige dagen heb
ik zelfs 40 briefjes als het geen 50 zijn.
Met je mooi gezichtje, ik zit niet in de miserie.
We hebben maar één keer geslapen met elkaar en
ik vond het leuk, ik weet zelf ook niet waarom.
Je lijkt niet op iemand die jouw leeftijd heeft, je bent vele jonger.
Dat is het voordeel van veel reizen.
Wat heb je vandaag? Je ziet er slechter uit
dan eergisteren, je voelt je precies niet goed.
- Heb je je broer gezien? - Mijn broer?
Je hebt het maandag nog gezegd tegen mij, heb je hem gezien?
- Jawel. - Is het niet goed verlopen?
- Toch wel. - Ga je hem nog zien?
- Nee. - Waarom niet?
- Hij is overleden. - Is hij overleden?
- Ja. - Mijn liefste, ik versta nu waarom je zo triest bent.
Heb je verdriet? Uiteraard zal je verdriet hebben.
- Het was toch een smeerlap. - Het is niet wat je denkt...
Je hebt het mij zelf verteld, schatje. Kom, we zwijgen erover.
- Heeft hij iets nagelaten voor jou? - Dat weet ik nog niet, dat kan.
Ik ben mijn sigaretten vergeten, heb jij toevallig een sigaret voor mij?
De sigaretten zitten in één van mijn vestzakken.
De lucifers liggen op tafel.
- Zeg eens, ik wil je een vraag stellen. - Ik luister naar je, schatje.
Ik wilde het de vorige keer al vragen. Hoe kan een vrouw, met je talenten...
Ik verwachte de vraag al. Dat is de vraag die iedereen stelt.
Waarom doet een vrouw met veel talenten zo 'n job?
Waarom kan ik mij onderscheiden? Omdat ik groot en een kleine neusje heb.
De neus doet alles. Daarom zie je vaak vrouwen waarvan ze de neus hebben ingekort.
De onderscheiden vrouw zal je iets vertellen...
Toen ik pas begon had het mij veel schade aangericht.
Als ik de job wil blijven doen dan moet ik steeds een sigaret opsteken.
Zonder de sigaretten...
...kan ik het niet verder doen.
Ik weet het, het kost mij veel geld en ik ga er niet ver mee komen...
Daarom noemen mijn vrienden mij "de gravin".
- Dan heb ik een volgende vraag. - Ik luister.
Stel je voor dat mijn broer iets fatsoenlijks heeft nagelaten.
- Je moet de realiteit voor ogen zien. - Het is toch mogelijk...
- Oké dan, we stellen het ons voor... - Zou je... het leuk vinden?
- Om bij mij te blijven. - Voor altijd?
- Waarom niet? - Ik vrees dat ik dat niet kan.
Ze hebben het mij al meermaals gevraagd, zelfs mannen die mij tutoyeren.
Om eerlijk te zijn zou het niet eerlijk zijn om dit aanbod aan te nemen.
Je moet dat begrijpen, mijn zaken zijn goed georganiseerd.
- Georganiseerd? - Ja, schat.
Ik leef in een gebouw samen met andere vrouwen met
dezelfde job, weet je nog... waar je me gevonden hebt.
En daarbij ieder heeft zijn eigen goed leven.
Talle le flamand Rose, omdat ze vrij veel op één been staat.
"les drodons" dat is de gezette, "la puce" de kleinste, la glantinesse,
poile de carôt en ik dan de gravin, dus geen concurrentie en geen gezever.
Niemand kan ons vervangen en wij hebben nogal
vrijheid. Samen zijn met een man, nooit.
- Het is zelden dat ik "neen" zeg. - Zeg je vaak neen?
Het is nu éénmaal zo, denk er maar niet teveel aan, schatje.
Ik wil 2 goeie uren bij je blijven om de 6 dagen... of zelfs meer.
Als ik maar af en toe naast je mag komen liggen, na mijn job.
Voor het plezier, dan vertellen we mooie verhalen zoals de voorbije dagen.
- Mooie verhalen? - Je reizen, je liefdesverhalen...
En dan de ware verhalen.
Is het al zo laat? Ik moet ervandoor. Kusjes.
- Heb je toevallig mijn armband gezien? - Neen.
Hier, neem deze maar.
- Een vrouwenhorloge? - Voor vrouwen? Zotteke.
Het komt van een zwarte man, hij was schoon.
- De dokter is hier, mevrouw. - Dat hij maar binnen komt.
- Goeiedag, dokter. - Dag mevrouw.
- Goedendag. - Zet u maar neer.
Ik heb de resultaten van het lichaamsonderzoek.
Alhoewel het een droevige situatie is zou ik graag hebben dat u deze bevestigd.
Zeg me gewoon kort wat erin staat.
Het is aan een natuurlijke dood gestorven. Er kan geen
misverstand zijn, hij is overleden aan een natuurlijke dood.
Wat wil je nu dat ik zeg dokter, zijn plotse
heengaan vind ik zeer eigenaardig.
Ja, natuurlijk, ik leef met u mee mevrouw en had ook mijn bedenkingen.
Hij zat in een vuil verlaten kamer, zijn chauffeur die
hem opwachtte en hij die niet terug kwam, dan heb ik
het nog niet over zijn broer, wat een rare individu
is dat? Zijn overlijden is en blijft zeer eigenaardig.
Maar goed, je hebt het bewijs gebracht, dus wij kunnen daar niets meer tegen inbrengen.
Alles staat er mooi in, het kan niet erger worden.
Je moet toch toegeven, hoe zijn broer deed was wansmakelijk.
Maar neen mevrouw, u denkt dat, u beeld zich dat in.
Hij lijkt sterk op zijn broer, je denkt
gewoon: "waarom mijn man en niet zijn broer".
Je hebt het niet moeilijk met zijn attitude maar met zijn aanwezigheid.
En wees eens eerlijk, hoe zou hij dan gereageerd kunnen hebben?
Ik vond zijn manier van doen enorm goed. Zeer
discreet, wat had hij anders moeten doen?
- Hij heeft gelijk. - Ja, misschien.
Nu ja, we moeten hem niet meer zien dus ook niet meer over nadenken.
Je zal hem waarschijnlijk wel terug zien, bij de begrafenis van uw man.
Als hij discreet is dan mag ik hopen dat hij niet aanwezig zal zijn.
Ik ga mij hier niet mee bemoeien, het gaat mij ook niet aan.
- Ik zal mij hierbij terugtrekken. - Denk je echt dat hij aanwezig zal zijn?
Misschien moeten we hem uitnodigen, moeder.
Verplicht? Dat is nogal iets, zijn wij verplicht omdat te doen?
U moet het zo niet zien, het is uw zwager, u moet neutraal reageren.
Het is toch normaal dat hij ook aanwezig zou zijn op de begrafenis.
Op het eerste zicht, waarom zou u daar niet bij neerleggen?
- De commissaris vraagt naar u, mevrouw. - Laat hem maar binnen.
Dokter, blijf maar bij mij, ik heb nood aan mensen rondom mij.
Goeiedag mevrouw, meneer, dokter.
Gezien het einde van de autopsie op uw man, geef ik graag dit document.
En ik breng u ook de objecten terug die uw man bij zich had.
De enveloppe waar de objecten insteken is nog niet open geweest.
Ik wil hierbij ook mijn medeleven betuigen, mevrouw.
- Gecondoleerd, mevrouw. - Dank u wel commissaris.
Ik zou u aanraden om de blauwe brief die in de
enveloppe steekt enkel open te maken bij de notaris.
U moet weten dat het zijn testament is en dat de notaris verplicht erbij moet zijn.
- Volg de aanwijzingen op, mevrouw. - Waar ligt zijn ander testament?
- Bij de notaris. - Nog een reden te meer, mevrouw.
- Mevrouw, meneer, dokter. - Tot ziens meneer de commissaris.
- Tot binnenkort, mevrouw. - Bedankt, dokter.
- Pierre, kan je de dokter begeleiden. - Ja, moeder.
Tot ziens, dokter.
We moeten een afspraak maken met de notaris. Wil jij dat doen?
Direct, moeder.
- Wat nieuws? - Ze hebben de jurken geleverd.
- Moet ik ze op uw bed leggen? - Nee, leg ze maar op die van meneer.
Maar mevrouw, er ligt op het bed van meneer...
- Wat ligt er op het bed? - Meneer zelf.
Dat is waar ook.
U bent vriendelijk om uw tijd erin te steken.
Dat is geen probleem. Mevrouw Moulin had
mijn diensten toch nodig, dus ik kwam dit brengen.
Het is graag gedaan.
Had je liever geen speld gehad om uw kravat
beter aan vast te maken, het is ook vele eleganter.
Ik wil helemaal niet elegant zijn.
- U heeft mooie ogen, juffrouw. - Dank u wel, meneer.
- Bent u deze avond vrij? - Nee, meneer.
- U krijgt van mij... - Nee meneer, u moet mij 300 Francs.
Waarschijnlijk ging zij wel uit eten met Alain.
De notaris verwacht ons morgen om 14.00 uur.
Dat is prima.
Ik waarschuw je dat hij de broer van papa erbij wil.
- Voor welke reden? - Dat is de wet.
Zeg gewoon dat je zijn adres niet weet.
- Ik heb hem zojuist gegeven. - Wat? Dat had je eerst moeten overleggen.
Ik wil vanaf nu dat jullie mij eerst inlichten. Ik ben hier nu de baas.
Zorg maar dat jullie het herinneren. Binnen.
- Wat is er? - Ze komen de kist leveren.
- Wat bedoel je? - Ze komen meneer in een kist leggen.
Het is waar ook, Pierre kan jij hen begeleiden, ik kan het niet.
Goed, moeder.
- Ben je zeker dat die van jou is? - Het zijn dezelfde.
Denk je? Schuif eens op.
Het ziet er somber uit maar het is toch mooi.
Het kan ermee door.
- Wat is er? - We moeten hier langs...
Via de trap ging het niet.
De kist is mooi.
Wat een kalmte, ze zullen mij op dit moment in een kist leggen.
Arme Alain.
- Wil je hem een laatste keer zien? - Wie?
- Ons vader natuurlijk. - Ja, natuurlijk.
Moeder, mag het personeel een laatste groet brengen?
Ja, met plezier.
Opgemaakt te Parijs op 19 februari 1947,
getekend Albert Henri Julien Ménard-Lacoste.
Prima!
Laten we even kijken wat hij geschreven heeft.
- Is dat echt nodig? - Het is meer dan nodig, mevrouw.
- Het testament is toch formeel? - We moeten het nader bekijken.
- Denkt u dat... - Ik denk niets, mevrouw.
Dit is de laatste wens van uw man, we mogen dit niet negeren.
Ook goed.
Vandaag, 20 november 1952, in gezonde
toestand wens ik het volgende te verklaren.
Ik wil alle vermeldingen en verklaringen
annuleren die in mijn vorige testament stonden.
Hoezo?
Het gaat over het testament die afgeleverd werd
bij notaris Denizot in februari-maart 1947.
Bij deze vernietig de volgende zinnen in dit testament:
Ten eerste wil ik dat Alain Ménard-Lacoste het roer overneemt van mijn bedrijf.
Hij krijgt hiervoor een bonus van 3 miljoen Francs, direct te storten.
Aan mijn dochter een dotatie van 4 miljoen en een
maandelijkse uitkering van 80 000 Francs voor mijn zoon.
Op één voorwaarde: dat hij plaatsvervangende directeur wordt van
al mijn bedrijven en dat hij zijn job volwaardig en correct doet.
En dat mijn werknemers allemaal een som van elks 100 000 Francs krijgt
En dat de grafzerken van mijn ouders goed onderhouden blijven worden.
Opgemaakt op: 20 november 1952 te Parijs.
Getekend: Albert Henri Julien Ménard-Lacoste.
- Dat is toch onmogelijk? - Het staat hier duidelijk op, mevrouw.
- Ben je zeker dat het zijn geschrift is? - Maar natuurlijk, mevrouw.
Vergelijk deze twee brieven maar. Het is
trouwens op hetzelfde bladpapier geschreven.
Het is onbegrijpelijk, het is iets heel eigenaardigs aan heel dat verhaal.
Dit plotselinge overlijden... en zijn broer die ineens
opduikt terwijl ze elkaar al 30 jaar niet hebben gezien.
Deze brief brengt heel veel tegenstrijdigheden
met zich mee in tegenstelling tot de vorige brief.
En ineens is zijn broer het belangrijkst in heel dat verhaal.
Vind jij dat dan normaal?
Wat bedoel je met raar en niet normaal? Ik voel mij serieus geviseerd
door uw woorden, ik zou graag hebben dat u zich nader verklaart.
Dat het overlijden van uw man een enorme slag is, dat geloof ik al te best.
Maar aan de andere kant is het niet echt verwonderlijk.
Hij had het allemaal mooi voorzien, hij wist dat zijn gezond niet goed was.
Hij wou het waarschijnlijk goedmaken met zijn broer.
Misschien was hij er zeker van dat ik het best paste in het profiel van CEO.
Aan de andere kant zie ik dat de autopsie die
gedaan werd op uw man uw hersenen heeft aangetast.
Dat zal het wel zijn.
En wat u zegt over raar en niet normaal, dan
gaat dat over de laatste brief van uw man.
- Ja. - Goed.
En u vraagt of het echt van zijn hand is, dan
denkt u waarschijnlijk dat ik het geschreven heb?
Ik kan het mij al voorstellen, ik zou graag eens uw handschrift willen bekijken.
Om te vergelijken met die van mijn man, want het erg
uitzonderlijk uiterlijk van jullie beiden kan het tot daar leiden.
Zelfs mocht ik toegeven, zal u nog altijd blijven beweren dat die brief vals is.
U zou mij nog zelf kunnen betichten van valsheid in geschriften.
We hebben wel wat beters doen, mevrouw.
Heeft u de objecten teruggekregen die in de zakken zaten van uw man?
Ja.
Kan u zoon achter de portemonnee gaan van uw man?
Dat is niet nodig want ik heb het bij mij.
Prima, kan u het boven halen?
Bedankt. Kan u nu even voelen in het zakje die in de portemonnee zit?
Er steekt een brief in.
Dat is de brief die hij gekregen heeft vorige dinsdag, van mij.
Vergelijk nu maar die ene brief met de andere van uw man.
U zult merken dat ze verschillend zijn.
Het was mij een genoegen mevrouw, meester.
Tot ziens neef en nicht.
Het was zeer sereen, als dat gezegd mag worden.
- Mevrouw zal blij zijn. - Blij is het woord niet...
Ik ben gewoon tevreden, ik heb gedaan wat ik moest doen.
Ik hoop dat mijn man het gezien heeft, het heeft veel moeite gekost.
Ik hoop dat hij onder de indruk was.
Dat was toch voldoende, niet? Er waren al teveel mensen.
Het zou niets uitmaken, hier neem mijn mantel.
- Leg ik het op tafel, mevrouw? - Voor wie?
- Weet ik niet. - Ja, leg het daar dan maar.
- Trouwens, er waren niet veel aanwezigen. - De helft.
- De helft van wat? - Van de genodigden.
Mevrouw Dorset had beter een andere rok aangedaan.
Heb je de hoed gezien van mevrouw Rinoza?
Je kon er niet naast kijken.
Je had Henriette moeten zien, weet je hoeveel
keer zij poeder heeft gebruikt tijdens de mis?
- Nee. - Acht keer.
Waarom heb je Alain naar voor gevraagd terwijl
we in een stoet naar de mis waren gegaan?
Hij hield zich toch goed op de achtergrond.
Jij drong zelfs aan om op de eerste rij te komen staan.
- Waarom heb je dat gedaan? - Voor ons eigen belang, jongen.
Ik ga nu zelfs nog verder gaan, ik waarschuw jullie maar.
Aangezien dat jullie vader hem alle krediet heeft
gegeven, omdat hij nu in al onze bedrijven de CEO is...
dus ik heb beslist om hem het kantoor te geven van jullie vader.
Wat "oh"? In de plaats van mij te steunen.
Denken jullie even goed na. Uiteindelijk is het jullie nonkel...
Hij zal een paar uur 's morgens en een paar uur 's namiddags
in het kantoor verblijven, wij hebben er geen last van.
We zullen zelfs niet verplicht worden om hem te
zien. Maar hij zal wel weten dat we er nog zijn.
Zijn manier van doen tijdens de begrafenis lijkt me wel oké, ik heb er vertrouwen in.
Het zou dom zijn om hem tegen te werken en als vijand te
zien, want dat zal in de toekomst nog zijn vruchten werpen.
Als we dat niet doen dan zal het nog tegen ons kunnen keren.
En als je het mis hebt, moeder? Als zijn
aanwezigheid voor ons een hinder vormt, wat dan?
Dan kan ik nog altijd ons voorstel herzien.
Kan u mijn komst melden bij mevrouw.
De broer van meneer is aangekomen en ik moest u dat laten weten.
Bedankt.
Ik kom direct terug.
Is het daarom dat ze haar mooi slaapkleed aan had?
- Goede morgen meneer. - Goede dag mevrouw.
Zoals afgesproken zal ik dit kantoor gebruiken
om het werk verder te doen van mijn broer.
Je wordt bedankt. U moet mij begrijpen toen ik Albert
verloor had ik niet zo mogen uithalen naar jou.
Ik hoop dat u het begrijpt. Ik wil dat u zich goed voelt hier.
Kunnen we dit voorval vergeten?
Ik wil u uitleggen hoe Albert juist werkte.
Alles wat betreft de suikerfabrieken Lyon en Bordeaux ligt in deze secretaire.
- Prima. - Voor de rest sta ik tot je dienst.
Waar ik kan zal ik u helpen.
Ik heb de chefs van de fabrieken bevolen naar hier te komen.
- Dat zullen zij wel zijn. - Ik laat u dan.
Bedankt voor de hulp, mevrouw.
Heren: Bertier, Verlonbrez en Duverdon.
Laat ze maar binnen.
Ik heb eigenlijk niets negatiefs te zeggen, een goed voorkomen.
- Een beetje kil maar correct. - Ik hoop één ding...
Dat hij hier geen voet binnen zet, noch in deze salon noch in de woonkamer.
- Daar is geen sprake van. - Zoveel te beter.
Ik wil dat er op dit ogenblik niets verandert.
We zullen wel op het moment zelf handelen.
En ik kan jullie zeggen dat jullie gehoord zullen worden.
Ik vond de attitude tegenover jullie van mijn broer, ongepast.
En dat wil ik niet over nemen.
Niettegenstaande dat hij negatieve relaties had met jullie wil ik het testament wel
volgen, dat wil zeggen dat alle werknemers
een dubbele salaris krijgen voor deze maand.
Ik wil bij deze ook dat iedereen een positieve gedachte heeft over hem.
Ik wil hier en nu mijn dank betuigen van hem en van mij.
Je moet toch toegeven hoe hij tegenover zijn werknemers staat, het is fantastisch.
Je hebt gelijk, van wie heb je het vernomen?
Van meneer Verlonbrez. Tiens...
Hij is net aangekomen.
Zouden we hem niet uitnodigen om een tas koffie te komen drinken in het salon?
Het begint al...
Kan u meneer Verlonbrez binnen laten komen in mijn kantoor om 14.00 uur?
Goed meneer.
Binnen.
Nonkel, mama vraagt of je een tas koffie meedrinkt met ons.
Met plezier.
- U heeft mij geroepen, mevrouw? - Serveer cognac en misschien ook likeur...
Goed mevrouw.
- Goede morgen - Goedendag mevrouw.
- Hoeveel klontjes suiker? - Geen suiker.
- Nooit geen suiker? - Nooit.
Albert nam altijd drie klontjes in zijn koffie.
Drie? Hij hield waarschijnlijk van sport?
- Oh, neen. - Niet?
Neen.
- Was hij zuinig? - Ja, nogal.
Het is een deugd.
- Jullie waren toch vrij, of niet? - Je moet niet overdrijven.
Hij overdrijft niet, moeder. Herinner je speciale jas niet meer?
Hoeveel maanden moest je daarop wachten?
En uw skipak, dat was een drama.
Heel curieus, ik dacht dat hij veel uitgaf.
Helemaal niet, moest hij kunnen gaf hij niets uit.
Dat is jammer.
In het huis hier was het van hetzelfde, ik
vraag al zes maanden een nieuwe stofzuiger...
- Emile, alstublieft. - Mijn excuses, mevrouw.
Hij had geen gat in zijn hand, dat kunnen we rechtvaardigen.
Hij had een onberispelijk gedrag in het leven.
De meneer die ging komen is aangekomen ik liet hem binnen in uw kantoor.
Bedankt. Ik kom direct terug, mijn excuses.
Wat is je indruk van hem?
Ik vind hem wel sympathiek, ik moet dat wel toegeven.
Hij heeft een zachtere aanpak dan onze vader.
En jij, wat is je indruk?
Ik zou zelfs nog verder gaan, ik hou liever van hem dan mijn eigen vader.
Ik wil niet zeggen dat ik hem even graag heb...
Hij heeft iets zachters.
Ja, maar wel anders dan meneer. Wat vind jij ervan?
Ik zal het wel weten te zeggen als ik hem ontmoet in de hal.
Wat ik beslis mag niet geweten worden.
Tot ik het zeg, uiteraard.
Met dit voorstel ga ik een uitspraak maken binnen 48 uur.
Goed meneer de directeur.
Meneer.
- Is meneer alleen in de kamer? - Ja, juffrouw.
Binnen.
Binnen.
Mama vraagt of u morgenavond bij ons blijft eten.
- Helaas is morgenavond onmogelijk. - Overmorgen dan?
Dat is in orde.
- U bent dus nooit getrouwd geweest? - Nee mevrouw, nooit.
Laat die "mevrouw" maar, zeg maar "Madeleine"
dan kan ik "Alain" zeggen tegen u.
Oké dan.
Ik ben er toch wel van aangedaan om u te zien zitten op zijn plaats.
- Dus, je bent nooit getrouwd geweest. - Nee, nooit.
Ik hou teveel van het leven. Ik hou van mijn vrijheid.
Je mag alle verhalen vertellen, ik ben curieus.
Ik heb een uitbundig leven geleid, ik kan dat hier niet allemaal zeggen.
Een gemakkelijk leven, zelfstandig leven een vrijheid.
Ik had nauwelijks zorgen.
En ik respecteerde ook niet het bourgondisch
leven die jullie vader leidde.
Vergeleken met mijn leven, was het leven van mijn broer
vele beter georganiseerd, luxueuzer, comfortabeler...
Als ik de familiale atmosfeer opsnuif, dan word ik er ontroerd van.
- Heel diep. - U zult het leren kennen.
Het atmosfeer, Alain. Albert heeft het zo gewild.
Het zij zo.
- Weet je wat ik denk? - Zeg het nou maar.
Hij heeft er al dik spijt van. Hij zei er wel kwaad over
van zijn levensstijl maar in zijn ogen zag ik iets anders.
- Logen, is dat in orde? - Inderdaad.
Zijn ogen logen over zijn woorden.
Waar hij spijt van heeft is dat hij de
levensstijl van Alain zelf niet had ondervonden.
Mag ik uw arm, Alain.
- Wat vind je van de familiale atmosfeer? - Zeer leuk.
Kom je naast mij zitten?
Er is teveel licht, als je het licht wilt doven.
De televisie is zeer interessant.
Door een technisch defect onderbreken we deze uitzending.
- Nee, dank u wel. - Rookt u niet?
- Nooit. - Zoveel te beter.
Ik hield niet van het rook uit Albert's mond.
Dank u wel.
U bent een charmante man, Alain.
Ik hou van het leven die je hebt gehad.
- Ja. - Ik kan het mij al voorstellen.
Dat zou toch je herinnering niet verraden, neen, je zou deze niet verraden.
Zeg maar niets, laat mij uitspreken.
Nee, we zijn alleen.
Ik vind dat we te ver gaan.
Als we zo een paar miljoenen kunnen recupereren.
Alain, Alain, ik ben gek op jou!
Ze kon toch zeker twee à drie dagen nog wachten.
Het nauw contact met Madeleine was plots zeer onaangenaam.
Hij had alles voorzien maar dat niet.
Na zoveel jaar afwezigheid bij zijn vrouw, om dan
opnieuw in bed te kruipen met zijn eigen vrouw...
...werd voor hem de hel.
Hallo? Nee, het is zijn dochter. Met wie heb ik het genoegen?
Goede avond dokter. Goed, ik zal haar doorgeven.
Binnen!
- Waarom klop je nu aan, schatje? - De dokter wil u spreken.
- Nu onmiddellijk. - Staat u het mij toe?
Dag dokter, ja, ik luister naar u.
Mijn excuses dat ik u zo laat opbel,
ik zit al vier dagen met iets die me dwars ligt...
Een vraag die ik enkel maar aan u kan stellen, het is nogal vreemd.
Heeft u man toevallig een operatie gehad en dit een paar jaren geleden?
Jawel, Albert is geopereerd en dat is 3 jaar geleden.
Dinsdag is er op het lijk niets gevonden van snijwonden van een operatie.
Waarom hebben jullie dat niet eerder gezegd? Wat een schande!
Waarom zouden we een resterende snijwonde door een operatie melden aan jullie?
Dus, het is onze vader die hier aanwezig is!
Dokter, het is iets afschuwelijks.
Nederlandse ondertitels door: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2021
Et plus que les autres, il y a soi-même...
...sur qui on ne peut guère compter...
...et l'on finit par récolter...
...toutes les sottises que l'on sème...
...mais Bien qu'on soit son pire ennemi...
...dégoûté de soi et de son lot...
...on ne peut pas passer sa vie...
...à s'foutre à l'eau.
En voor de rest walgde van de mentaliteit van zijn eigen en van anderen en jaloers op
zijn eigen broer, ging hij zijn eigen weg en
we hebben er nooit niets meer over gehoord.
EINDE ...à s'foutre à l'eau.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.