Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Papa... mama... de huishoudster en ik... Collectie: Louis de Funès
Nederlandse ondertitels door: BuStEl www.frenchmoviesubs.eu - 2019-2021
Over de jaren heen woonden we in Montmartre aan de top van een...
...berg, in een rustige wijk, zonder enig verhaal en drama.
Zonder roddels.
Soms kwamen er ook muzikanten op hun viool spelen.
Iedereen kon door het raam kijken. Eerst en vooral mevrouw Petit, de conciërge.
Daarnaast een vrijgezel...
...dan terug een andere...
Op de volgende verdieping mijnheer Forges, hij profiteert van de buitenlucht.
Op het derde maakt mevrouw Ranier haar tapijt mooi.
Op het vierde slaat mijnheer Kalommel zijn vrouw.
Een ouder koppel die nooit hun ramen open zetten...
...de arme stakkers. Ze aten zo weinig dat ze bang waren om weg te waaien.
Op het vijfde hebben we papa...
mama... de huishoudster... en ik.
Iedereen ging aan het raam zitten. Om geld te smijten naar de muzikant...
...dan konden we niet doen. Het was te hoog.
Tenzij onopzettelijk.
Zo ging het bij ons ieder jaar hetzelfde...
Iedere morgen als het alarm afging, papa...
Opstaan!
Het is nogal een jongen... - Ik heb hem gehoord.
In je slaap.
Ah, eindelijk. - Nadien kwam de gymnastiek.
Jongen, ik hoor u niet gymnastieken.
Niet te snel, niet te snel.
In de keuken legde Marie-Louise kaarten...
...naar het zoeken naar een gepaste man.
Ondertussen verdwaalde ze in de tedere muziek.
Deze oude sokken zijn droog zoals de ouderwetse aartshertogin zou willen.
In zijn jeugd faalde mijn vader met zijn uitspraak...
...sindsdien oefende hij zijn uitspraak. Zoals ze in de oudheid spraken.
De oudheid... mijn vader zei altijd...
Stel je jezelf in de plaats van Demosthenes.
Demosthenes scheerde zich niet.
Op de radio was steeds te horen...
Een onweer die in het noorden ter hoogte van Perpignan losbarst...
Mama zei: - De wolken zijn mooi.
En papa zei antwoordde:
Je hebt gelijk, ik zal een paraplu meenemen.
En dan kwam het correcte uur.
Het is nu... 08.05 uur...
Voor de laatste nieuwtjes las papa altijd de krant.
Uiteraard...
Dag moeder. - Je vader heeft een rot humeur.
Papa. - Goeie morgen.
Ik zou ze in de gevangenis willen droppen. - Je hebt volledig gelijk.
We hebben dezelfde mening? - We hebben het over dezelfde.
Neem maar af.
Mama zei dat we ons zelf mochten bedienen, eigenlijk was zij die ons bediende.
Ze voorzag ook alles...
En toen zei ze...
Robert hou je recht.
Boven mij... een portret van mijn broer die op 4 jarige leeftijd is overleden.
Voor mijn ouders was hij een voorbeeld voor mij.
Helaas had ik zijn capaciteiten niet.
Uw broer moest geen suiker hebben. - Het is tijd.
Schiet op!
Drie uur kruisvragen.
En?
Mijn vader was leraar natuurwetenschappen in een school voor meisjes.
Gevestigd in de Sanctiestraat.
Het instituut is feitelijk een... christelijke school.
Ik volgde mijn vader niet op.
Ik ging een volledige andere weg.
Een interessante weg.
Ik werkte bij een advocaat als stagiair.
Want ik had rechten gestudeerd.
Ik kuste dan ook de mooiste meisjes.
De mannen van huis zat mijn moeder aan haar bureau...
Marie-Louise hoorde haar stilletjes praten.
"Ze had een provocerende aanpak..."
"Ze wilde absoluut mee..."
"Zij had al lang teken gedaan naar de conducteur van de autocar."
Mijn moeder had zich gespecialiseerd in de Engelse taal.
Ze probeerde Shakespeare en Dickens te vertalen in eigen romans.
Ieder jaar gingen we met Allerheiligen naar de begraafplaats.
Op 11 november is het wapenstilstand. Mijn vader gaat naar een herdenkingsbijeenkomst.
Dat was voor hem vriendschap.
Eind december zijn er feestdagen.
Ze belden steeds aan.
Marie-Louise ging steeds opendoen.
Prettig eindejaar... - En gelukkig nieuwjaar.
Een kleinigheid voor de wezen...
De jaarlijkse kalender van de post. Kies er één, een gelukkig nieuwjaar.
Een kleinigheid voor kinderen van onze school.
De Marquise van Sévigné.
Vanwege de hertog...
Dit kwam van een rokersvereniging, hij kreeg dit als eindejaarsgeschenk.
Mijn vader rookt niet. - Waar gaan we dat zetten?
Het was geen 24 december zoals alle andere...
Marie-Louise ging ons verlaten.
Ze had de liefde van haar leven ontmoet.
Ze had er een ander gedacht over, over de liefde.
Het is voor mij ook nieuwjaar.
Waar zaten we?
Ouderdom onder de ogen. - Ja, onder de ogen...
...uw brief... en nog veel meer...
Niet hier. - In de hals.
Nu niet, deze avond. - Waarom deze avond?
We ontwaken samen. - Ik ben volledig wakker.
Je kan niet weigeren, kijk maar. - Wat is dat?
Een maretak bal.
Germaine, je wordt verwacht bij de baas.
Ooit komt dat niet goed.
Je weet goed genoeg dat de baas geïnteresseerd is in Germaine.
Hij is niet de enige.
Mag ik even?
We zullen samen gaan eten, ik heb is gereserveerd.
Ik ga je ook een cadeautje geven.
Je houdt toch van kousen? - Ik weet niet hoe ik je moet bedanken.
Je weet het heel goed.
Mijn excuses. Het dossier van Chabondet.
Bedankt. - Het is dringend.
Later. - En vertrouwelijk.
Hallo? De afdeling.
Laat mij even alleen, jij ook Germaine.
Hallo, ja, dat ben ik.
Perfect hoor. - Wat met ik anders zeggen?
Zeg gewoon "neen". - Jij hebt me dit geleerd.
Ben je kwaad?
Lach eens...
Hallo? Hallo?
Hallo? Hallo?
Kom even mee Robert.
U wilde praten over het dossier van Chabondet?
Ja meneer. - Ik open het dossier van Robert.
Volgens uw rapport zou ik het dossier Chabondet niet mogen pleiten?
De kinderen worden weg gehaald. - "De kinderen worden weg gehaald".
De vader is een goeie klant. - Hij is een ploert.
In zo 'n zaken mag je niet sentimenteel zijn.
Wat de sentimentaliteit betreft... je kunt daar geen lessen voor volgen.
Wat de procedure betreft...
...heb ik noch de tijd noch de wens om u daarover te informeren.
Ik zet u zonder werk. - ontslaat u mij?
Het zal voor u het beste zijn.
Het leven is zwaar. - Die van u en niet die van mij.
Binnen. - Het leven is iets plezant.
Anarchist. - Optimist, ik zal het bewijzen.
Een cadeau van de kerstman voor u mevrouw Mariette.
Extra fijn, taille 2 en een geschenk van de baas.
Geef hem een zoen, het zal hem goed doen.
Een paar uur nadien zag het leven er somberder uit.
Het was 15 000 franc per maand dus zullen we iets verzinnen.
Wat zal ik thuis zeggen?
Vandaag is het uw geluksdag. - Zoals je zelf zegt.
Dat brengt ongeluk. - Dat zal wel zijn.
Mag ik een vuurtje? - Ja.
Gelukkig zijn we niet bijgelovig. - Inderdaad.
Verdikke toch.
En nu ook nog een zwarte kat. - Deze is van mij meneer.
Hoezo, die is van jou? - Hij is gevlucht op straat.
Hij is gevlucht? - Ja.
En je bent erachter gegaan. - Ja.
En ik ben verloren gelopen.
En je bent verloren gelopen. Niet bang zijn, want je bent nu bij mij.
Waar woon je? - Weet ik niet.
En je mama? - Weet ik niet.
Dat weet je dus ook niet, alles komt wel goed.
Is dit meisje van u? - Nee.
Nee? Toch bedankt.
Dames, heren, is dit meisje van jullie? - Helemaal niet.
En deze boot ook niet? - Is ze van jou?
Onnozelaar.
Weet u toevallig van wie het kindje is? - Nee, meneer.
Nee? Ik zet je even neer, kom met mij mee.
Hier neem aan, hoeveel moet ik u?
Sylvie, wat doe je daar nu?
U ziet het toch, ze eet een taart. - Van wie mocht je dat?
Van mij.
Wie vroeg je om deze taart te geven? - Ze was alleen op straat met haar kat.
Als je ze wil afnemen, voor mij geen probleem. Let maar beter op haar.
Neem me niet kwalijk, ik was zo bezorgd.
Ik moest boodschappen doen en liet ze achter bij de conciërge.
- We wonen hierover. - Ah, ja ik ook.
Sta me toe jullie te vergezellen. Bedankt.
Hier woonde ze dan, in hetzelfde huis waar ik woon.
Mevrouw Rummy verhuurde een klein kamertje voor een klein
prijsje maar zonder water en zonder gas, noch verwarming.
We hebben elkaar nog nooit eerder ontmoet.
- U woont via de gewone trap. - Ja.
Ik woon via de diensttrap op het zesde verdiep.
Wij wonen op het vijfde en er is geen lift.
- Heb je haar terug gevonden? - Ja, dankzij meneer.
Meneer Robert, ik was er helemaal niet goed van, gelukkig was u er.
Ik moet er nu van door.
- Goed, tot weerziens. - Tot ziens.
- Tot ziens, ik heet Sylvie. - Jij heet Sylvie?
Het was mij een genoegen, ik hoop dat ik u niet
terug moet redden om jullie nog eens te zien.
- Tot ziens. - Tot ziens.
- Zeg eens... - Wat?
- Tot weerziens. - Goede avond.
Het was al laat, papa en mama hadden al lang gedaan met eten.
Het was zeker de moment niet om te zeggen tegen mijn vader dat ik geen werk meer heb.
Robert, wat krijgen we nu? Is dat alles wat je eet? Is er iets?
- Ik zal wel later verder eten. - Dat is alles wat je te vertellen hebt?
- Wat moet ik zeggen? - Jullie zijn allebei dezelfde.
Gelukkig ben ik er nog.
- De slager had het over jou. - De slager?
Ja, ze wou hem binnen doen ten tijde van de bezetting.
- Ze kent jou en ze vind je bescheiden. - Dat mag.
Ze zou graag hebben dat je Latijnse lessen geeft aan haar zoon.
- Dat komt goed uit. - Je hebt geen tijd.
- Dat is niet waar, ze betaalt toch goed? - Heb je geld nodig?
- Nee. - Ik vraag me af of hij wel tijd heeft.
Met zijn stage bij de advocaat, zijn doctoraat dat hij moet voorbereiden.
- Ik zal dubbel zo hard werken. - Dat zal wel, vanavond ga je uit zeker?
Het is wel oudejaarsavond.
Luister maar eens.
Het zijn de buren van het zesde die aan het feesten zijn.
De conciërge sprak me daarnet aan.
Ze verhuurt een appartement aan de nooduitgang
op het zesde verdiep, aan een jonge
vrouw met een kindje met weinig geld. Het appartement heeft geen gas en chauffage.
- Dit is schandalig. - Als ik eraan denk word ik zot.
- Hij heeft een goed hart. - Zeg het hem maar niet teveel.
Ik heb kerstaccessoires nodig om de kerstboom te decoreren.
- Waarom heb jij dat nodig? - Het is voor bij een vriend.
- Het ligt allemaal in een mand. - Welke sleutel is het?
Het is deze, ik ga wel eventjes mee met jou, maar jawel.
Het is daarboven veel te koud je zal nog ziek worden.
- Het is kamer 13. - Dat brengt geluk.
Het zesde verdiep.
Dus we maken ons klaar en breken... Excuseer ik dacht dat u iemand anders was.
Excuseer, het is niet warm hé.
Excuseer.
- Het riekt hier lekker, wat maak je? - Vis, Gaston is achter de oesters.
Zeg, wie is deze man?
- Ik zoek kamer 13. - Hoogst waarschijnlijk naast kamer 12.
Bedankt voor de informatie, tot ziens.
Wie is deze man?
De kerstman.
Sylvie, wat doe je daar, je zult nog een verkoudheid krijgen.
Ik ben het weer. U denkt nu waarschijnlijk dat ik het ervoor doe.
Ik heb morgen een eindejaarsfeestje bij vrienden dus ik kwam wat accessoires halen.
- Ze heeft me waarschijnlijk gehoord. - We wonen hier vlak naast.
Ik was bij een buur dus ik liet de deur op een kier voor haar.
Ze riep niet maar ze kwam naar me toe. En nu dat jullie hier toch zijn.
We zullen eens kijken, kijk een beertje.
Hij heeft enkel nog maar één oortje maar hij kan ons zeker en vast horen.
Een ster, hier je mag deze hebben. Kijk eens aan, een botje.
- Er is er maar één, maar dat geeft niet. - En ineens verandert het landschap.
En daar gaat ze met grotere laarzen, nog steeds vergezeld van de zandman.
Deze heb je vastgemaakt, dan ben je zeker dat ze niet wegloopt.
- Ja. - Ik heb gehoord dat je student bent.
Hoe weet je dat? Ik was student, ik bereide Engels voor.
- Op dit moment? - Ik ben ermee gestopt.
- Waarom? - Het is een hele historie.
- Vertel het toch maar. - Het komt door mijn zus.
Ik heb een foto van mijn broer, maar ja, dat is iets anders.
- En het is zij die... - Zij heeft me opgevoed.
Mijn ouders zijn overleden tijdens een bombardement tijdens de oorlog.
Ze heeft een jongen leren kennen maar toen kwam de kleine
en plots was hij verdwenen. Niet door een bombardement.
Mijn zus stierf in het kraambed, wat moest ik doen met de kleine?
- Ik voed haar nu op. - Het is fantastisch.
Niet echt, als je dat leest in een boek vind je dat zeker dom.
Maar, het is wel de waarheid.
Dat zijn dus mijn studies, kortom een huismoeder.
- En jij? - Ik was geen goede student.
Het zou wel gekund hebben. Maar op de dag van vandaag heb ik het zwaar.
Zwaar?
Ik was stagiair bij een advocaat maar ik mocht vertrekken.
- Waarom dan? - Meningsverschillen.
- En wat zal je nu doen? - Ik zal les geven.
Ik zou dit ook willen doen, mocht ik het vinden.
- Ik zal wel zoeken voor jou. - Echt waar? - Ja.
Excuseer omdat ik jullie stoor, ik heb je
even nodig, kamer 8 moet klaargemaakt worden.
Ik kom direct, de kamer is van onze buur, het zijn lieve mensen.
- Ze slaapt. Ik ga de deur open laten. - Anders blijf ik bij haar, anders...
- Wat voor een man is dat eigenlijk? - Weet ik veel.
- Mag hij mee eten? - Met wat misschien? Ik heb honger.
- Hoe is hij? - Hij is wel oké.
- Goedendag. Versterking. - Goede avond.
- Hoe was je naam ook alweer? - Robert Langlois.
- De buur van het vijfde verdiep. - Goeie avond. - Goede avond.
- Zijn het je ouders die de kamer huren? - Nee.
Al goed, ik heb het liever zo. Ik ben Gaston.
- Ik werk hierover. - Hij is advocaat.
Had je daar een job dan wist je wat te doen.
Ze verdedigen enkel mensen met geld.
- Niet allemaal. - Ik wou je uitnodigen...
- maar het is nogal weinig. - Je wordt ergens anders verwacht.
Hoe bedoel je?
Je kwam toch enkel kerstversiering halen?
- Juist, ja. - Het zal voor een andere keer zijn. - Ik hoop voor snel dan...
Ik hoop het ook.
Ondertussen kan je ééntje mee drinken.
Dank u wel.
- Op uw gezondheid. - Op die van u.
- Een zalig kerstfeest. - Voor u ook.
Dat duurde nogal, heb je het niet gevonden?
Jawel.
- Met wat ben je bezig? - Ik maak het kerstdiner klaar.
- Het riekt alleszins lekker. - Dat kan ik geloven.
- Moet ik je helpen? - Nee, help je vader maar.
- Goed. - Wacht even...
In de eetkamer heb ik een cadeautje verstopt voor je vader.
Wat zou je moeder het liefste hebben, de kleine bootjes of een kerkje?
Kies maar zelf.
Ik neem wel glazen.
- Wat is dat? - Wil je dat met rust laten...
- ...een verrassing voor je moeder. - Het is klaar. - Geef maar aan mij.
- Maar neen. - Ik hou mij er wel mee bezig.
Kan die jongen nooit zijn kledij weg hangen?
Laat het liggen, het is een cadeau.
- Wat doe je nu? Je dekt voor 3? - Mag ik mee vieren?
Dat is lief, het is lang geleden dat dit samen vierden.
Wat is het?
De volgende ochtend had ik veel zin om haar nog eens te zien.
Het was de eerste week van het jaar, het was
een goed moment om een boeket bloemen te geven.
- Moeder... deze zijn voor jou. - Hoe lief.
Het is niet verstandig, tijdens de feestdagen zijn enorm duur.
Het doet je toch plezier?
- Ewel, wat doe je? - Niets, ik wou even...
- Ik moet naar de dokter. - Waarom?
Ik dacht dat ik die al gekregen had van jou.
- Maar, neen. - Maar, jawel.
- Waar ga je heen? - Ik ga even een woordenboek halen.
- Moet je thee? - Nee.
- Neem je je jas? - Ja, het is koud boven.
- Zoekt u iemand? Ze is vertrokken. - Vertrokken?
- Voor altijd? - Nee, ze is naar het platteland.
Samen met de kleine en de kat voor de feestdagen, moet ik iets doorgeven?
Nee, bedankt.
- Mooie bloemen. - Hoezo bloemen?
Mocht ik weten van wie die zijn, dan zou ik...
Hij had het recht om slechtgezind te zijn, achter
zijn uren schreef hij brieven als bijverdienste.
Papa was op hetzelfde moment ook brieven aan het schrijven.
Hij schreef wensen naar collega's... en ik naar neven en een nonkel.
"Mijn beste wensen voor het nieuwe jaar mevrouw de directeur".
In de keuken schreef de nieuwe huishoudster ook naar haar familie.
Ik ga hier niet lang blijven.
- Mijn beste wensen. - Een gelukkig en gezond nieuwjaar.
Zijn jullie nog niet klaar? Het is nogal een zwijnenstal.
- Die postzegels plakken niet. - Of het plakt teveel.
Ik slik ze gewoon in.
Plak verder. Hier een brief van een zekere Sylvie.
Misschien is het wel een kaart van Catherine.
- Goed nieuws? - Ja, goed nieuws.
Maken jullie even voort anders komen we nog te laat.
Wat een weer. Voor deze keer zou ik wel de postzegelmachine willen hebben.
Nog altijd niet aan de laatste brieven bezig? Het duurt nogal lang met jullie.
Het was een tijd om elkaar eens goed te kussen.
In deze kleine kamer was heel de familie aanwezig.
De nichtjes waren allemaal groot geworden.
Geef Catherine een kus, zei tante Sophie.
Catherine... Hoh, toch gaf ik ze een kus... omdat ze een mooie voornaam heeft.
Mama gaf mijn nonkel de rookservice die mijn vader had gekregen.
- Een rookservice, bedankt. - Hij gaf een natte kus.
Mijn moeder nam een postzegel, een enveloppe.
Deze kan je nog posten.
Ik kreeg van mijn nonkel een briefje.
- Hier. - Ik kreeg een preek.
Een kleinigheid, je zal de familie een eer aandoen.
- Hoe staat het met jou? - Wel...
Waar ik stond? Ik ging naar mijn nieuwe job.
De slager en zijn zoon had een belangrijke rol gespeeld in mijn leven.
Meneer Robert, kom straks eens langs ik heb iets weggelegd voor jou.
- Dat moet u toch niet doen, mevrouw. - Met plezier gedaan.
Het is een zeer vriendelijke maar haar echtgenote stond
in de winkel met een groot keukenmes te staren naar mij.
Hun zoon was een brave jongen, hij at veel snoepgoed en kende geen Latijn.
Domino, Dominus, dominici.
Het is goed, je moet maar denken aan "babaus".
- Babanus? - Ja, babaus.
In het meervoud: babai, baba au rhum, baba Isse, baba Isse.
- Baba au rhum? - Dat is het.
- Ik ben er met thee. - Nu al?
Hij mag zich niet vermoeien, Augustin ga naar je kamer, laat ons alleen.
Augstin!
Ik wil niet dat hij zoals mijn man wordt, altijd maar vermoeid.
Meen je dat nu?
- Als je maar wist waar ik naar verlang. - Hij maakt echt vorderingen.
- Uw zoon. - Bent u tevreden?
- Ik zou niet anders willen. - U bent zeer vriendelijk.
- Dit is normaal. - Een mooie schilderij.
Als ik u een plezier mee kan doen, ga maar zitten.
- Ja, ik wil u iets vragen. - Alles wat je maar wil.
Augstin zou een bijscholing moeten volgen van Engels.
- Ah. - Op de dag van vandaag...
- ...in de winkels. - Kan u hem dat geven?
- Niet voldoende maar ik ken wel iemand. - Een andere jonge man?
Het is een jonge vrouw. Zeer capabel.
- Is ze mooi, die jonge vrouw? - Daar heb ik nog niet opgelet.
Zeer klassevol gekleed, ze zou een goeie juffrouw zijn voor uw zoon.
Je bent precies een model, het staat je prima.
Die schoenen gaan niet samen.
Wil je deze even passen? Dat zijn de enige die ik nog heb.
Je bent vriendelijk.
- En dat allemaal om indruk te maken. - Ja.
- Het is om Robert te doen, hé? - Mocht hij echt interesse hebben...
Ik ben op een avond hem tegengekomen in de gang met een boeket bloemen.
- Je zoon is veranderd. - Ja, hij spreekt precies met engelen.
Hij zou zich beter bezighouden met zijn grondwettelijk recht.
- Hoe gaat het met u? - Goedemorgen.
- Goedemorgen. - Hij zal wel verliefd zijn.
Ik heb het tegen mijn beste vriend Léon gezegd.
Liefde is zoals geesten, je praat er altijd over maar je ziet ze niet.
- Ik heb ze gezien. - En zij? - Ik hoop het.
Je hebt het goed zitten, zijn je ouder op de hoogte?
- Ben je gek, neen. - Waarom verzwijg je dat?
Ik zit in een moeilijke situatie. Let op, er is daar iemand.
- Goeie dag. - Goeie dag, meneer.
- Doe maar rustig verder. - Dat doen we.
- We zoeken vragen. - Geef een voorbeeld.
- Over het huwelijk. - Regel 319.
- Persoonlijke relaties tussen echtgenoten. - Léon, weet je hoe ik je noem?
- Léon Alibi, ik zou het niet mogen zeggen. - Hoezo, meneer?
Al jaren, elke keer dat Robert uitgaat of iets dom doet dan
ben jij in de geburen, je alibi is waarschijnlijk Robert.
- Meneer ik verzeker u... - Geef jij soms advies aan je vader?
- Ik? Ja. - Uiteraard, je zegt "dag" en "salut".
We hebben doofstomme zonen, we weten niet met wat ze bezig zijn.
- Ze hebben misschien bang van u. - Robert, bang van mij, komaan.
- Je loopt weg door mij? - Nee, meneer.
- Hij heeft een afspraak. - Ik vraag jou niets.
- Maar jawel, je wil toch dat ik iets zeg. - Tot ziens, meneer.
Tot ziens, Alibi.
- Een charmante jongen Léon, een goed hart. - Waarschijnlijk teveel.
Hij heeft een top meisje ontmoet. Studente
zonder geld en een kleine die ze onderhoudt.
- Wil hij trouwen? - Hij denkt eraan.
- Hij is te naïef. - En waarom?
Ze heeft gezegd dat het kind, haar nicht is.
Hij wil er toch mee trouwen.
Hij zal zijn leven naar de vaantjes helpen, ook zo zijn carrière.
Mag ik verder werken?
Zeg eens... kom eens naar hier...
- Hoe vind je je moeder? - Zoals gewoonlijk.
Nee, nee, ze is dezelfde niet meer, ze spreekt steeds tegen haar zelf.
- Luister maar... - Tof dat je aan mij denkt...
- Ze hoest. - Maar nee, kom maar mee.
- Ze hoest, dat is alles. - Ze verstopt iets voor mij.
Wat doen jullie daar, viswijven.
De dag dat ik Catherine ging voorstellen, had de
beenhouwster haar zinnen op iets anders gezet.
En met zinnen bedoel ik dan haar hoofd, ze heeft teveel vlees op.
- Verveel je je niet teveel? - Ik wacht al een halfuur op je zoon.
Het is mijn fout, ik heb hem gevraagd of hij weg wou gaan.
Ik wilde even met u alleen praten maar ik was even bezig in de winkel.
- Het werk gaat voor. - Hier drink maar een portootje.
Ik heb mijn Latijns woordenboek laten vallen.
Ik heb een verrassing voor jou. Ik ga Latijn leren.
- Het is niet mogelijk. - Het is leuk om te leren.
Ik wil u hierbij helpen, je zal het wel druk
hebben met de moeders van uw leerlingen.
Bij jonge leerkrachten is dat gekend.
De moeders van mijn leerlingen, dat zijn goden.
Ik weet wat je bedoelt.
Je verwachtte mij, maar ik kon niet.
We hebben je nodig in de winkel, er is volk.
- Uw man is niet tevreden. - Dat is niet mijn man.
- Hij zoekt mij. - Kom je nog?
- Dominus vas discum. - Es cum peres discum.
Ik ging weg vluchten van dit huis, maar ik zag...
Catherine stond beneden te wachten, ik deed het venster open en ik riep ze naar boven.
Catherine! Ik liet haar binnen in het appartement waar
de slagerin de serenades zong voor haar geliefden.
De radio stond zachtjes en de porto stond er.
Wachtend om opgedronken te worden.
De zee onder invloed van een storm.
Dat is de allernieuwste Westminster.
En dat zijn de vogeltjes, ze hebben pijn aan hun keel.
- Ocharme, Catherine wacht buiten. - Ik zal een teken geven dat ze mag komen.
Dat was een liefdesverhaal die verschillend is, dan die je gewoon bent.
Ze keek me vragend aan.
Bijna helemaal naar beneden.
- Ze zegt tegen mij... - Ik denk dat ik gelukkig zou zijn met jou.
Misleid dit vertrouwen niet!
Als je dat wil.
Mijn zoon heeft geen les meer nodig.
U hebt gelijk, die lessen zijn inderdaad niet meer nodig.
Diezelfde avond kwam ik vroeger thuis dan gewoonlijk.
Wil je bij mij komen zitten, mijn liefste.
Luister goed naar mij... Mocht mama het zeker weten dan was je vader terug.
- Je hebt mij laten verschieten. - Wat is dat allemaal?
Kijk zo niet, kom binnen.
- Ik ga op de planken staan. - Op de planken?
Ik repeteer voor een theaterstuk ik zal er spelen met mijn vriendin Madeleine.
- Je kent Madeleine toch? - Madeleine? Ahja die ene daar...
Ja. Zij wou vroeger het conservatorium doen, ik eigenlijk
ook. Ze is getrouwd met een industrieel en ik je vader.
We nemen de draad terug op, haar man vindt het trouwens
ook plezant om haar in een theaterstuk te zien.
- Het zijn naïeve rollen... hoorndragers. - Een hoorndrager?
Voor de verandering. Zie je, je hebt een moeder als actrice.
- Ben je ziek? - Nee, jij bent ziek, arme jongen.
Ik vertolk de rol van Marguerite Gauthier, "la dame aux camélias".
- Je kent het toch? - Jawel.
Goed, dan vertrek ik maar. Maar dan moet ik dood vallen.
Je moet dan een dode spelen? Uiteraard heb je papa niet op de hoogte gebracht.
Zeg jij alles wat jij doet, dan? Ik doe hier niets verkeerds
mee. Hij zou toch zeggen dat het zijn carrière schade toebrengt.
Dus hij verwacht dat ik een topper zou zijn en een
medaille zou krijgen. Gelukkig heb ik mij ingeschreven.
Ja, het is goed dat je bent ingeschreven. Op het zesde
verdiep van het appartement vlot de communicatie beter.
- Hoor jij dat? - Neen.
Wat lees je daar? "De dame met de camelia's".
Je zou beter naar de dokter gaan. Ik zou willen weten wie daar heel de tijd klopt.
- Wat is dat nu weer? - Dat is de nieuwe huishoudster.
Dit was al de derde keer sinds het vertrek van de vorige huishoudster.
Ze kwam uit het tafereel in Ferrières, zo blijkt.
- U liet verschieten. Ik deed er niet om. - Je moet maar een beetje beter opletten.
En op hetzelfde moment...
- Ik ben er niet goed van. - Hij trok zich omhoog en...
We zullen wel andere kopen.
Het was het einde van de maand dus papa begon met tellen,
wie papa nog niet zag tellen dan had men nog niets gezien.
Voor zijn neus stonden er 12 blikkendozen, hij zag ze aan als het leger.
Ieder blik had zijn eigen etiket: gas,
elektriciteit, eten en drinken, vakantie Enzo verder.
Elke doos had een kleine nota en bankbiljetten
en elke maand maakte vader de balans op.
Tegenwoordig slaat alles op, ieder jaar kan ik geen geld in de pot voor
ons vakantiehuisje steken maar ik weet niet of we die ooit zullen kunnen bouwen.
Brand er licht in de voorkamer?
- Ik denk het. - Je denkt het...
- Heb je een stuk van 100 Francs bij je? - Een muntstuk?
Geef het aan mij. Ga het venster maar open zetten.
Ga nou dat venster open maken.
Zie je wat je doet als je de lichten niet dooft.
- 340 Francs heb ik niet verwacht. - En jij moet mij nog 100 Francs.
- Wat spelen jullie? - Het rad van fortuin.
- Je kucht nogal. - Je hoest is mooi.
Je moet niet met je gezondheid spelen. De doos van de
gezondheidszorg is nog vol maar profiteer er niet van.
Ik wil weten waar het geld aan uitgegeven wordt van het eten en het drinken.
Deze is gemakkelijk, ik zal het je morgen laten zien.
De volgende ochtend was een zondagochtend.
Daar is je vader.
Ik heb maar een kwartier om te eten.
Er was toen een tussentijdse verkiezing en natuurlijk was papa ook van de partij.
Wat is dat hier allemaal?
Je wou toch weten waar het geld naartoe ging?
- En wat is dat? - Een mooi tussentijdse woonkamervest.
Paulette, breng je het eten? Meneer is gehaast.
Papa was aan het mopperen omdat mijn moeder en ik er niet
over eens waren over de kandidaten van de verkiezingen.
En de huishoudster was zelfs niet ingeschreven.
Ze had wel om verhoging gevraagd.
794 Francs voor een gebraad.
Dan moet je maar stemmen opdat het leven goedkoper wordt.
Het kan hen allemaal niet schelen, deze morgen kwamen er maar 29 om te stemmen.
Daarbij jullie zijn ook niet komen stemmen!
- Ik wil uw kandidaat niet. - Ik ook niet, maar hij waarschijnlijk wel.
Jij profiteert ervan om later op te staan de
toekomst is voor degene die vroeg opstaan.
- De arbeidsklasse dus. - Je doet me lachen.
Jullie gaan toch weer niet beginnen? Kom, we zullen beginnen eten, kom.
Heeft gestemd.
- Nummer 540. - Mevrouw Simonne d'Angel.
Heeft gestemd.
In het stembureau praatten mama en papa voor de eerste keer over Catherine.
- Excuseer. - U mag eerst.
Sommige mensen zeggen goedendag en anderen helemaal niet.
Maak u herkenbaar.
Meneer Henri Ogué.
Heeft gestemd.
- Dag jongeman, alles oké? - Dag meneer, alles prima.
- Nummer 324. - Meneer Robert Langlois.
Heeft gestemd.
- U staat niet op de lijst. - Klopt, ik ben 2 maanden ingeschreven...
in het bevolkingsregister. Ze hebben mij dit papiertje gegeven.
Het is legaal. We wonen trouwens in hetzelfde gebouw.
- Ah, dat wist ik zelfs niet. - Mevrouw Catherine Liseray.
Heeft gestemd.
Wat een charmante dame.
Goedendag.
- Nummer 539. - Mevrouw Gabrielle Langlois.
- Aangenaam. - U wilt mijn leeftijd weten.
- U ziet er jong uit. - Zeer vriendelijk.
Het houdt mij niet tegen om op iemand anders te stemmen.
Heeft gestemd.
De kandidaat van papa had diezelfde avond 14 stemmen behaald.
Die van mij 175 en de kandidaat van mama 121.
Jullie zien er niet blij uit. Robert, zet je recht.
Ik zou eens willen wie dat is.
- Ik wil dat ook wel eens weten. - Ga je uit?
- Ik ga naar Léon. - Ja, Léon Alibi.
Het is een slecht voorbeeld die jongen. Hoe zit het met zijn vriendin?
Hij gaat met haar trouwen.
- Via welke weg ga je? - Via de nooduitgang.
Dan kan ik de vuilzakken naar beneden brengen.
Het is goed om een geheim te hebben. Helaas kan je het geheim niet lang bewaren.
Op die avond kwam mijn vriend Léon langs met zijn lief.
Ik kom met hem naar beneden binnen de twee minuten.
- Dag meneer. - Kom je voor Robert? - Ja.
- Ik kom eens kijken wat hij doet. - Dat is heel verstandig. Kom binnen.
Ga maar naar de woonkamer.
Ga maar naar binnen.
Zet u maar neer.
Zet je maar neer.
Deze avond is Robert niet vrij. Hij is samen gaan werken met jou.
Ah ja, nu weet ik het alweer, ik was het totaal vergeten.
- Je hebt op alles gedacht. - Ja.
- En jij gaat trouwen? - Heeft Robert erover verteld?
- Dat hoor je toch? - Wat denk je ervan?
- Je gaat een stommiteit begaan. - Ik?
Ze is misschien charmant maar om nu te gaan trouwen...
- Ik trouwen met Alice, maar neen... - Wat heeft Robert dan tegen ons gezegd?
Heeft Robert gezegd dat ik met Alice ga trouwen?
- Dat gaat er wel over. - Uw zoon liegt tegen ons en zijn vriend.
Meneer, uw zoon werkt heel hard en hij zal wel een reden hebben.
Dat zal wel zijn dat hij werkt.
Hij geeft bijles nu dat hij niet meer bij die advocaat werkt.
Wat zeg jij nu? Hij werkt niet meer bij die advocaat?
Het is al 04.00 uur 's morgens...
Ik dacht dat hij er was.
- Je zult kou lijden. - Dat zal mij niet tegenhouden.
Een verwijzing naar Demosthenes.
Ik heb er genoeg van, ik ga slapen.
- Jij hebt de moed om te slapen? - De moed niet maar wel de slaap.
Het is toch iets de jeugd van tegenwoordig. Een jonge man valt een verzamelaar aan...
Moorden aan alle kanten.
Bekijk dat eens, een jongen van 25 jaar zo oud als Robert steelt auto's.
Je hebt het al vier keren gelezen.
- Hoor eens. - Ja, dat zal hem wel zijn.
En weeral via de nooduitgang. Wat denkt hij, dat ik het niet hoor?
Je moet kalm blijven.
Sta maar op je tenen, jonge man, je komt er wel.
Robert! Laat mij met los!
Robert! Robert!
Hij wist direct dat het geen waar was.
Geef mij die stok daar. Geef mij die stok!
Geef het snel...
Willen jullie hulp?
De volgende ochtend zei niemand iets, papa had een verkoudheid.
Het brandde in zijn mond.
Met als resultaat dat er papiertjes onder deuren gestoken werden.
Het leven moet je ernstig nemen.
Ik ben niet slim, mijn zoon niet slim... Is het wel mijn zoon?
- Maar natuurlijk. - Heb jij nog iets te zeggen?
Neen.
Wat wil je doen?
Slapen.
In de keuken nam de nieuwe huishoudster al ontslag.
Ik ben ermee weg, mevrouw. Het is hier veel te ernstig, ik ben gewoon
om wat pret te hebben. Hiervoor werkte ik voor een komische acteur.
2 jaar nadien kwamen de blikkendozen terug op de tafel, zoals ieder jaar.
Papa maakte een dertiende doos open en nam een pastille.
En begon...
Ik kan in onvoorziene omstandigheden
mijn rol spelen, plezier is er niet één van.
Vakantie jammer voor de gezondheid en het vakantiehuis zullen we zeker nooit hebben.
- Luister, ik ga een laatste poging wagen. - Doe dat toch niet...
Laat mij met rust! Ik ga je vergunning in orde
maken en je zal je inschrijven op de bureau.
En je zal je hier installeren.
We zullen wel nog eens zien of je nog in staat bent om iets te doen.
Je zal een groots advocaat worden, je hebt charme, je
bent een acteur en je hebt het allemaal dankzij mij.
Je moet je vader verstaan.
Kijk naar hem, precies een jonge man.
Het is 30 jaar geleden dat ik je vader heb ontmoet
in Parijs, we zwaaien nog steeds naar elkaar.
Het was in 1920 dat we elkaar ontmoeten. Hij
was een overwinnaar en ik was direct verliefd.
Ik heb hem Parijs leren kennen. Ik wist wel
dat hij van mij hield maar hij was verlegen.
We zijn naar de Arc de Triomphe, Notre Dame, naar de tour Saint Jacques gegaan.
Allemaal voor niets, hij heeft beslist toen hij op de Eiffeltoren geweest was.
We hebben een mooi uitzicht op Parijs, het is
precies of je goud ziet blinken in de verte.
Hij heeft mij dit allemaal gegeven.
Hij had een vriend in het gemeentebestuur, hij dacht dat hij een belangrijk
postje ging krijgen in een middelbare school, maar je kent je vader.
Tja, vandaag zijn enkel de blikkendozen belangrijk voor hem.
Waarom vertel ik dat nu?
De allereerste dag van de opening van mijn...
...kantoor, poetste de huishoudster mijn naamplaatje.
Zeer zeer zachtjes...
Mijn bureau... alles staat goed. Een laatste repetitie.
Meneer, u heeft voor u een raadsman... en een vriend...
- Het is een vrouw. - Waarom ook niet?
Geen vest, geen hoed... het is voor een echtscheiding.
Oké, laat maar binnen.
- Wat krijgen we nou... - Dag meester.
Nee, niet daar.
- Ik wou je verrassen. - Ja, al een eerste klant.
Het is een jonge dame, het schijnt dat het om een echtscheiding gaat.
Je zult je klanten toch nooit zo ontvangen?
Ik moet er nu vandoor. Ik heb een nieuwe klant.
- Prima! - Tot deze avond.
Ik zal erover praten met president Lamotte en we gaan bekijken
of er een mogelijkheid voor de regel van 12 juli 1884...
- Een echtscheiding? - Het tegenovergestelde.
- Wat was het dan? - Ik heb zwijgplicht, mama.
Een nieuwe klant.
Kom, kom, snel, snel.
- Ik wil de advocaat spreken. - Is het wel interessant genoeg?
Hou uw manieren.
Ik ben een boek aan het lezen die de baas heeft vertaald.
Er komt een klant over de vloer bij een advocaat en opeens...
- Een meneer volledig in het zwart. - Het zal wel voor successierechten zijn.
Ik wil alleen praten met mijn advocaat.
Meneer, voor u treft u een raadsman en een vriend.
- Proficiat confrater. - Excuseer?
Ik ben meester Pilat, ik ben lid van de raad.
Leuk u te ontvangen.
Zoals u wellicht weet, doet de raad van de orde nog een
klein onderzoekje naar de faciliteiten van nieuwe confraters.
Wat is dit hier? Oh, een bureel toilet. Naast de kamer waar u werkt?
Dat kan ik u niet aanbevelen, en dat daar...
- Dat kan echt niet. - Dat is een zachte zitplaats.
Een zitplaats, maar neen, dat is je bed. Dat is volledig
tegen de regels, geen bed, geen zachte zitplaatsen.
En laten we maar zwijgen over het onthaal, uw secretaresse is nogal vrij curieus.
Excuseer om te storen, ik ben de moeder.
- Ik zei juist tegen mijn jonge confrater. - Ja, ik heb het gehoord.
- Heel eigenaardig. - Waar moet hij dan slapen?
- Waar hij maar wil, mevrouw. - Zijn intenties zijn toch goed?
Maar sommige klanten niet.
Ik heb een idee, waarom slaap je niet op het zesde? Kamer 13. Wat denkt u ervan?
Mevrouw, voor mij maakt het niet uit.
Het was een volksverhuis, natuurlijk moest papa een plan maken, zo simpel was het.
Het is simpel, we zullen je bed moeten verhuizen naar het zesde. En in de
plaats daarvan komt de kast van je moeder die zal dienen als archiefkast.
- Wat doen jullie met mijn groenten? - De aardappelen zijn het bed van Robert.
- En het ui is je kast. - En de radijzen?
- De radijzen zijn wij. - Zeer interessant.
Mijn kamer zal multifunctioneel gebruikt kunnen worden.
Pas maar op voor mijn kast want ik ben er aan gehecht.
Jaja, wees maar gerust.
De kast was eigenlijk niet sterk genoeg.
We wisten niet hoe we die konden verhuizen.
- Papa had een gezegde... - De ene kant is zwakker dan de andere.
- We gaan de deur demonteren. - Rustig... rustig...
Stop, wil je ermee ophouden!
- Kijk daar eens, kijk daar eens... - Ohja, excuseer.
Je moet leren opletten! Ja ja, ga maar daar, papa...
Ik zal hem proberen te heffen.
- Heb ik je pijn gedaan? - Natuurlijk!
We zullen het gewoon anders proberen.
- We zullen die zo proberen te heffen. - Heel voorzichtig, voorzichtig.
- Wat ben je nu aan het doen? - Ik duw. - Maar neen.
- Je moet niet duwen. - Laat maar komen.
- Rustig. - Zo is dat.
Ze bellen aan.
Onze buur, meneer Calomel, kwam eens kijken.
- Dag meneer Calomel. - Ik kwam even kijken naar dat geluid.
Ah, jullie verhuizen. Ik ga jullie helpen, ik ken er
alles van, ik zal jullie helpen. Het zal heel snel gaan.
Er zijn mensen die voor zo 'n klein karweitje een verhuisfirma vragen.
- We zullen het zelf wel oplossen. - Absoluut.
- Ah, meneer, alles goed? - Alles oké.
Dat zal een makkie worden, dus de kast naar daar en het bed naar ginder.
Het is andersom, het bed naar daar en de kast naar ginder.
Ja, goed, dus... het bed... naar daar... en het kast naar daar...
Excuseer mij. Je hebt nog geen voorbereidingen gedaan.
We hadden geen tijd, we hadden iets anders aan ons hoofd.
Dat maakt niets uit.
Wacht hoor... Zo is dat, en nu...
- Ga je aan de kant. - Papa, ga eens aan de kant.
- Dat zal gaan. - Ben je zeker? - Ja, natuurlijk, zie maar.
- We kunnen er zelfs met meerdere erdoor. - Kijk dat eens aan, kijk maar.
Goed, jonge man, jij gaat hier staan en laat de deur open.
- U meneer... - Langlois.
U plaatst zich het best hier.
Goed, luister goed, ik kom met de kast, ik duw hem naar hier.
Als de kast langs u komt... jij staat aan de
kant, jij helpt mij de kast vooruit te duwen.
En u aan de andere kant hetzelfde principe. Goed, wacht eens, goed.
Daar gaan we.
Ik wacht rustig af en papa aan de overkant.
- Hij is er, hij is er! - Calomel duwt...
Opgepast, op mijn tel. Nu!
En het kon er niet langs.
- Ga je nog helpen? - Het zit vast.
Ik heb er geen grip op. Ik kan er niet aan.
Wacht, ik ben aan het nadenken. Ik moet eerst nadenken, momentje.
- Zeg toch eens iets! - We kunnen hier niet zo blijven staan.
- Wat is hij aan het doen? - Hij zegt dat hij moet nadenken.
Nadenken? Hij moet het wel snel doen want wij hebben nog werk te doen.
Zeg toch eens iets! Het kan jou niets schelen jij
kan een boekje lezen, maar ik kan hier niets doen.
- Ik ben er, ik heb het gevonden. - Wat is hij aan het doen?
- Hij is gekomen met een zaag. - Wat gaat hij ermee doen?
- Ik zal jullie helpen, het zal snel gaan. - Het is een kast van mijn vrouw!
Ze zal het zeker niet zien.
Wacht, ik zie je in de binnenkant.
Wat zijn jullie aan het doen?
- Waar ben je misschien? - Hier!
- Waar is dat dan? - Ewel, hier.
- Ik zie u niet. - Ik ben hier.
- Waar dan? - Hier.
- Maar waar is hier? - Ik ben hier!
Waar?
Ah, daar ben je.
Wat gebeurt hier allemaal?
We zijn vrij.
- Kom maar tevoorschijn, meneer... - Langlois.
Ja, meneer Langlois. Excuseer.
Je had mij moeten verwittigen dan ging ik een paar dagen op verlof.
- Jullie vrouwen verstaan er niets van. - Voor het bed zal het makkelijker gaan.
Jonge man, toon mij de weg.
- Mijn mooie kast. - We gaven niet op.
- Laat ons maar doen, het zal snel gaan. - Oké, dan.
- De deur is dicht gegaan. - Dat zal wel lukken.
- We heffen hem op. - En heffen die handel.
- Het kom er tegen. - Dat lukt niet.
Zet hem maar terug neer.
In de hoogte, in de hoogte, snel, komaan, snel.
- Het lukt nog steeds niet. - Ongelooflijk.
We draaien hem gewoon om.
Nu zal het snel gaan. Zie je wel, nu gaat het van zelf.
Nu lukt het wel.
Ik sta nu op de eerste trede.
- Hou je goed vast. - Doe maar verder.
Wacht.
Ik wilde hen helpen met het schilderen.
Zo geraakte ik op de zesde verdieping, kamer 13 en mocht eigenlijk niet klagen.
Van bovenaf ontdekte ik Parijs maar ook een nieuwe universum.
Een volledig nieuwe wereld die leeft, geen zorgen over huisvesting of loon.
Gaston en zijn vrouw die ik eerder al had ontmoet daags voor kerstmis.
De printermedewerker die 's nachts werkt.
De ambtenaar met de enveloppen en zijn drie kinderen.
Een verlegen Noord-Afrikaanse autowasser.
Een vrouw die op elk moment uit haar appartement kan
gezet worden, hij werkt voor de Franse spoorwegen.
Colette een typiste.
En Denise, luide kreet van de markt.
En na de volwassenen, de kleine mensjes. Die naar school gingen.
Maar er was... er was absoluut ook nog Catherine.
Onze beide kamers lagen naast elkaar en kon met dezelfde sleutel geopend worden.
Ze is er natuurlijk weer niet.
Meneer de rechter, heren van de jury...
De beklaagde die hier voor u zit...
De heer zonder schoonheid... wat plezant.
Verdedigd door mijn tegenstander en voormalige leermeester...
- Doe deze jurk uit. - Ik ging juist hetzelfde zeggen.
- Doe je ogen dicht. - Is het goed zo?
Ja, prima. Geef je andere hand. Niet kijken hé...
- Je kijkt toch niet, hé? - Neen.
- Robert, ik heb dat niet gevraagd. - Ik weet het, maar ik wil het wel.
- Enkel als jij wil. - En je vader dan?
Deze avond zal ik alles opbiechten.
- Helaas was papa slecht gezind. - Alles loopt fout.
- Zeg papa... - Daar ben je eindelijk, je moet werken.
- Mijn verklaring? - Ja, voor de belastingen.
En daar zaten wij beiden, aan het werk zoals gewoonlijk.
Gezinssituatie, gehuwd: neen.
Weduwnaar: neen.
Gescheiden: neen.
Alleenstaande... Ik moet je nog iets zeggen.
Ik vind de single belasting schandalig, dus
heb ik besloten om deze niet meer te betalen.
Ik heb een meisje leren kennen, ze werkt als lerares, ze heeft uiteraard niet
veel geld maar onze relatie zit goed dus we zullen zo snel mogelijk trouwen.
Het zal me helpen om dit werk te doen en te slagen als advocaat, wat denk jij?
- 57593. - Wat?
Hoezo "wat"... dat moet ik dit jaar betalen aan de belastingen, is het niet voldoende?
Oh, toch wel.
- Wat wilde je nu juist zeggen? - Laat het maar.
Ondertussen staat mijn beslissing vast, ik vertrek naar Afrika.
- Wat ga je daar doen? - Missionaris.
- En ik? - Jij ook, missionaris.
Je problemen zullen niet veranderen als je ginder verblijft.
Je zou een klantenbestand moeten aanmaken.
Jij denkt dat het zo makkelijk is?
Op dit verdiep zou je toch een mooie naam kunnen krijgen.
- Die mensen moeten mij niet betalen. - Ondertussen heb ik wel een ideetje.
- Voel je je wel goed? - Wil je het weten of niet?
Wat stel je voor?
Als ik mij nu laat aanwerven als huishoudster bij je ouders,
vele studenten doen dat om hun studies te kunnen betalen.
- Volledig van de pot gerukt. - Niet echt.
- Er is geen sprake van. - Goed, goed...
- Robert, je maakt toch visitekaartjes? - Ja.
- Geef mij er een stuk of 50. - Zoveel?
Heel goed, dit is er maar één, geef mij nog 50 visitekaartjes.
- Wat ga je ermee doen? - Ik ga je klanten bezorgen.
Daags nadien hield Léon zijn belofte.
Ik moet ervan door, gasten, als jullie ergens iets zien, dat wil zeggen: een
incident, een vechtpartij, een discussie... dan geven jullie zo 'n visitekaartje.
Ik zal er nog verder uitdelen op het zesde, tot later.
En mijn vrienden verspreiden de visitekaartjes in Parijs.
- Uw koekop zegt niets. - Moet hij soms "mama" zeggen?
Wie denk je wel wie je bent?
- Je speelt vals. - Nee, meneer.
- Jawel, meneer. - Nee, meneer.
- Ik heb het met mijn eigen ogen gezien. - Neem me niet kwalijk.
- 58. - Jij stapt niet op, meneer. - Waarom zou ik niet opstappen?
In het geniep heb je dat briefje opgeraapt.
- Wat wil je daarmee zeggen? - Ik heb de oplossing voor jullie beiden.
Nu is het wel genoeg geweest. Het duurt al lang genoeg.
Denk je dat ik het niet beu ben misschien? Je geeft geen enkel aandacht meer aan mij.
- De volgende ochtend. - Robert, je vader heeft haast.
Ik heb een nieuwe huishoudster gevonden.
- Je moet haar behandelen zoals een ander. - Je mag het eten opdienen, we zijn er.
Het voorgerecht.
Ik zal u even voorstellen. Catherine was het, niet? Dit is mijn man.
- We kennen elkaar toch? - Ja.
In het stembureau, weet u nog?
Ze is student, ze gaat haar licentie Engels behalen
en voorlopig komt ze als huishoudster bij ons werken.
Dit is mijn zoon. Ze woont in dezelfde blok op het zesde.
- Dit is niet mogelijk. Ik wil wijn. - Ja, meneer.
Je moet wel vriendelijker zijn, is ze niet charmant?
Ze woont op het zesde en jij hebt haar nog nooit opgemerkt.
Je hebt een arbeidersvrouw van het Quartier Latin nodig.
- Waar ga je heen? - Ik ga een aspirine innemen.
Catherine is een pareltje.
Mama valt op haar... Papa valt op haar...
Het ruikt hier wel lekker.
Wat gaan we eten?
Dit is Bourgondisch rundervlees.
- De intellectuelen in de keuken. - Ik heb je keukenhandschoenen meegebracht.
Ik zou niet willen dat je je handen moet bezeren.
- Welke boek heb je daar? - Edouard de Pomiane.
De goede voedselcode.
Dat is teveel, concentreer je maar op je studies.
Studeer maar mijn kleine, studeren.
Catherine zag de weerkaatsing van haar zelf op de achterkant van een kookpot.
Het plan van Catherine wierp zijn vruchten af.
Yaser que jurassique crétacé en in de tertiaire periode et à Celles à Vigo sun.
- Yat-sen pliocène. - Zo is dat.
Zoals papa zei: "hoe meer dat dit meisje studeert hoe charmanter dat ze wordt".
Ze veroverde ook mijn moeder.
Hoe verklaar je het volgende: "met de marinade shadow".
- Een zeeman laten roeien. - Een man zeeziek maken.
- Bedankt Catherine. - Ik controleerde de veroveringen.
- Ga je niet uit? - Neen.
- Dat had ik niet verwacht. - Ja, ik moet werken.
Maar, Catherine moet ook werken, de examens naderen.
Dus mama deed de strijk en ik maakte de groenten mooi.
- Zeg mama, deze is precies niet goed. - Papa. - Je moet zuinig zijn!
En in de woonkamer werkte Catherine.
Op een avond na het avondeten toonde mama de familiealbum aan Catherine.
Kijk hier, in zijn badje.
Dat is zijn nicht: Romorantin.
Dat zijn de grootouders... Dat is Robert toen hij 10 jaar was.
Dat is ook Robert. En daar waren we op verlof.
En dat is meneer Martel, hij had mij in der tijd verleid.
- Heeft meneer Martel je verleidt? - Absoluut.
Mocht ik met hem getrouwd zijn geweest dan had ik een mooie quote gehad.
Dan was ik op dit moment weduwe. En dat ben jij als soldaat.
Kijk hier eens naar, hoe mooi ik was.
En dat is op onze trouw. Het regende heel de dag. Iedereen had een paraplu bij zich.
En ons huwelijksreis naar Fontainebleau, herinner je je nog?
Het werd bijna lente.
Mama was aan haar lente-opruiming bezig, alle zomer kledij begon ze te
sorteren en verzorgde voor Catherine een komedie op haar eigen manier.
Dat is een witte broek van Robert. Hij is nog
steeds zeer mooi maar ze zal het niet mooi vinden.
- Hoezo "zij"? - Ewel, Claudine.
- Claudine? - Zijn verloofde.
Ze is wel vriendelijk maar voor mij te snob. Ze kennen
elkaar al lang, ze hebben zelfs met elkaar gewerkt.
Ze heeft een mooie stem.
Ze is mooi, zeer beleefd en ze heeft enorm veel geld.
- Wat scheelt er? - Niets.
- Wanneer zouden ze trouwen? - Voor 14 juli.
Ik had liever een meisje gezien zoals jij.
Maar ja, mannen zijn mannen. Hij is stapelverliefd.
- Wat scheelt er nu? - Mijn excuses.
- Je houdt van hem! - Ja.
- Is hij verliefd op jou? - Nee want hij houdt van Claudine.
Ik moet je iets bekennen, er is geen Claudine, nooit geweest.
Ik wilde de waarheid horen uit je eigen mond.
Ik ben een slechte actrice.
Nee, ik wil mijn excuses aanbieden.
Robert wou trouwens dus ben ik hier als huishoudster
begonnen om jullie goedkeuring te krijgen.
- En de goedkeuring van meneer. - Voor mij is het in orde.
Ik denk wel dat mijn man het wel zal accepteren.
Goede morgen!
Goede morgen Catherine. Dit is een cadeautje voor Pasen.
De eieren, de kip en de kuikentjes, wees voorzichtig.
Wat heb je daar op je jas hangen? Draai je eens om.
- Een aprilgrap en geen chocolade. - Mocht ik weten wie het was dan...
Hou maar snel op. Het is maar een grap. Gelukkig heb je nog een andere kip mee.
Ik weet niet wat ik heb, ik voel me zo jong en zo vrijgevig, het zal wel
de lente zijn die daarvoor zorgt. Ik zie er al naar uit om samen te vieren.
Mama had gelijk, Catherine lag op de bovenste plank bij ons vader.
Papa was onherkenbaar.
De witte maan schijnt in het bos op elke tak, een stem komt onder de rij vandaan...
O, geliefde.
Hij had de gedichten van Verlaine op zijn nachtkastje liggen.
En hij kocht bloemen.
- Goede morgen mijn geliefde. - Dat is een tijd geleden, wat lief van je.
Nu heb je een zuiver geweten.
Je had beter ook bloemen meegebracht voor Catherine, ze houdt van bloemen.
- Dat heb ik ook gedaan. - Waar wacht je nog op?
Een man is dom.
Papa had een geheim, maar mama had evengoed een geheim.
De amateurvoorstelling van "La dame aux camélias" naderde.
In de kamer waar het plaats zou vinden waren ze al hard
aan het werk om de stoelen en de verlichting te plaatsen.
De gebruikelijke tapijten moesten ze oprollen.
En de dames schreven de uitnodigingen.
De post is gearriveerd.
- Dit is wel plezant. - Wat?
Ze nodigen ons uit voor en voorstelling bij hen thuis.
- Bij hen thuis? - Ja, "La dame aux camélias".
- Ik heb liever de dame van bij Maxime. - Ja, uiteraard.
- Enkel en alleen gespeeld door amateurs. - Dat zal wel.
Toen ik vroeger een voorstelling bijwoonde, toen zei ik: "voor wie de slangen waren op
hun hoofd die een sissende geluid aan het
maken was", dan lachte iedereen met mijn grap.
Ja, natuurlijk, maar er zijn ook amateurs met talent. Zeker en
vast de vrouwen hebben talent, als je ze ziet zal je verbaasd zijn.
"La dame aux camélias", zeg je...
Om eerlijk te zijn, het interesseert mij niet.
- Wil je het niet gaan zien? - Ik ben er zeker van.
Ik ben trouwens niet vrij want ik heb een afspraak
in de Sorbonne om een toespraak te houden.
Over exotische bloemen. Bijvoorbeeld over
de Japanse Camellia uit de familie Theaceae.
En mocht ik eraan meedoen, zou je dan ook niet komen?
Je gaat je toch niet belachelijk maken in het bijzijn van het publiek?
En op de unief zouden jonge dames mij behandelen als meneer media.
- Toch maar niet. - Goed, dan...
Als het zo zit zal ik wel alleen gaan.
Dan kom ik ook wel heel laat thuis.
Robert kan toch met je meegaan? Hij komt
praktisch niet meer buiten, het zal hem goed doen.
De dag was aangebroken, mama en ik gingen naar
het theaterstuk en papa naar zijn conferentie...
Je jas.
Op het allerlaatste moment een migraine. Maar echt een serieuze migraine.
Wat scheelt er? Heb je mijn handschoenen niet gezien?
- Ik heb zeer aan mijn hoofd. - Mama was opgewonden en had geen migraine.
Wat denk je van mijn rode lippenstift? Als je je beter voelt kom ons dan vervoegen.
Ga nou maar, jullie komen nog te laat.
Het was precies of hij wilde ons snel weg.
Ocharme papa, hij was nu alleen met zijn migraine.
En uiteraard Catherine.
Catherine had kamille thee voor hem klaargemaakt, dat heeft een geweldige
invloed gehad op hem. Wonder boven wonder was de hoofdpijn plots verdwenen.
Het gaat al vele beter, het zal wel de lente zijn.
Ja, we hebben ons allemaal onderworpen aan de grote cycli van de natuur.
De lente, "de prachtige vernieuwing" die de dichters zongen.
De optredens op de planken, het stuifmeel die de roosjes tellen.
Een editeerbare wet waartegen onze rede en ons moreel in opstand komen, maar
die ze zullen accepteren omdat er een uur is waarop het noodlot eraan komt.
Ja, het wordt laat, nu dat je geen pijn meer hebt
aan je hoofd kan je toch naar je conferentie?
Nee, ik ga niet. Ga even zitten.
Je hebt wel gemerkt dat ik nogal raar doe de
laatste tijd. Tussen verdriet en vrolijkheid.
- Het is uw lever. - Uw aanwezigheid heeft iedereen verandert.
- Ik heb mijn best gedaan om te werken. - Ik bedoel de ziel van het huis.
- Ik wil dat u mij begrijpt. - Ik wil ook dat u het begrijpt.
- En dat u mij helpt. - Met mijn volledige kracht, Catherine.
Je vrouw en u zijn mijn echte familie geworden.
Ja, natuurlijk.
Ik kan tegen u praten zoals mijn eigen vader, toch?
- Ja. - U kent eigenlijk al heel mijn levensverhaal.
- Behalve één ding. - Een ding?
- Ik ben verliefd. - Verliefd?
Op een jonge man.
Een jonge man...
Wat is er dan met die jonge man? Is hij dan niet verliefd?
- Toch wel. - Waarom heb je mij dan nodig?
Zo simpel is het niet. Hij woont nog in bij zijn ouders en hij maakt zijn studies af.
- En we hebben geen geld. - Dus, een lang verhaal.
Ik moet ook nog zorgen voor mijn nichtje Sylvie.
- Jullie zijn toch sympathiek. - Het geld ontbreekt.
Denk je dat een dotatie geluk zal brengen?
- Nee, zijn ouders zijn zeer streng. - Omdat ze niet ingelicht zijn.
- Het klopt. - Waarom zeg je het dan nog niet?
Ik kom er wel nog op terug, stelt u zich voor in mijn plaats...
En die augurk heeft het fatsoen niet om met u te trouwen?
- Hoe heet hij? - Ik zal het u zeggen.
- Het is Robert. - Ja, het is Robert.
Hoe wist je dat? Wat is er nu weer?
Ik moest even bellen van mama, het theaterstuk is een triomf.
Wat moet ik met die info?
Het zal je wel interesseren, mama vertolkt Marguerite Gauthier.
- Wat? - Ik zeg het toch, mama vertolkt Gauthier.
Het eerste deel is juist voorbij en het is fenomenaal,
iedereen applaudisseert, je moet echt komen.
- Kom nu af. - Wat is dat allemaal?
Wist jij ervan?
Ja, maar mevrouw durfde het niet te zeggen tegen u.
Uw vrouw is zo charmant, zo levendig, zo jong.
Ja, dat is waar.
Het is waarschijnlijk geweldig om een grote liefde te bezitten en van elkaar
houden, en om voor altijd van elkaar te blijven houden in tederheid en vriendschap.
- Ja. - Ga nou maar, je zal haar er een plezier mee doen.
Marguerite Gauthier.
Het voelt goed aan na zo 'n lange tijd met haar samen te zijn.
Ja, we zijn gelukkig.
We hebben inderdaad geliefden die origineel zijn, maar niet voor ons zoals ze zeggen.
Wij zijn de eersten in hun eigenwaarde.
Maar de laatste in hun achting.
Wij hebben vrienden die we kunnen raad geven...
- Het is haar man. - Wat zeg je?
- Het is haar man... - Van wie?
De man van Gabrielle Langlois.
Je mag het tegen niemand zeggen, ik heb een man ontmoet.
Hij heeft iets speciaals.
Hij gaat misschien wel dood door mijn indrukken.
Deze man heb ik bij de hertog ontmoet, ouderdom geldt niet voor mij.
Mijn ziel heeft andere verplichtingen, we hebben ons ontmoet...
Jij jonge knaap, gelukkig...
Ik was compleet gek geworden, ik heb een volledige toekomst gebouwd met je liefde.
Ik droomde van de zuiverheidscampagne, ik herinnerde zo mijn jeugd...
Wij hebben allemaal een mooie jeugd gehad.
Het was vragen naar het onmogelijke, een woord uit uw mond bewees het mij.
Je wilde alles weten.
- Je weet alles. - Je weet alles.
Wil je dat ik breek met jou?
Als het geluk naar ons komt, dan kunnen we ons toch redden.
Nee Marguerite, neen.
Mijn droom zal uitkomen.
- Ik beloof het je. - Laten we niet denken.
Laten we niet nadenken, we zijn jong, we houden van elkaar.
- Laten we wandelen. - Laten we wandelen.
We weten allebei dat de woorden veel te gewelddadig zijn.
- Herinner mij, wie ik ben en hoe ik ben. - Je bent een engel.
- En ik hou van je. - Oh, nee.
- Mevrouw? - Wat is er?
Er is een brief toegekomen.
Dat had ik niet verwacht. Van wie komt het?
- Van de graaf. - Moet ik antwoorden?
- Ja, mevrouw. - Ik geef geen antwoord.
En nu lassen we een pauze in om de acteurs wat ademruimte te
geven en de toeschouwers kunnen aanschuiven aan het buffet.
- Het was min of meer goed. - Ik ben iets kwijt.
Mijn felicitaties meneer, uw vrouw was schitterend.
U wordt rood, meneer.
Wat jammer dat je zoontje de triomf van zijn moeder niet kon bijwonen.
Een kleine jongen?
Mevrouw Langlois vertelde me eerder, tijdens de
repetities dat ze een zoon had op de middelbare school.
Mag ik alstublieft ook aanschuiven aan het buffet?
Bedankt meneer.
Wil je je vrouw zien?
Mevrouw, ik heb echt genoten van uw voorstelling.
Bedankt.
Ik kwam eerst met kritiek... maar ik ben er helemaal van aangedaan.
Ik zeg gewoon niets.
Niets! Niets...
- Excuseer meneer. - Niets.
Kom toch binnen.
Kom binnen, excuseert u ons even.
- En? - Wat moet ik nog zeggen?
Je hebt het laatste nog niet gezien, wanneer ik doodga.
Je moet niet bang zijn, ik zal vallen.
- Wat scheelt er toch met jou? - De migraine komt terug.
Zet je toch neer. Ik moet nu even een ander kleedje aan doen.
Het is lief dat je toch bent gekomen.
- Catherine heeft me overhaald. - Het is een goed meisje.
- Ik heb een lang gesprek gehad met haar. - Over wat?
Over haar, haar leven...
Ze heeft me alles verteld.
Dat is toch prachtig. Kan je me even helpen?
- Wat bedoel je met "prachtig". - Je weet nu toch alles?
- Ja. - Ik heb het liever zo.
- Ben je akkoord gegaan? - Akkoord?
- Voor hun huwelijk. - Hun huwelijk?
- Het huwelijk van wie? - Wie denk je?
- Het huwelijk van Robert? - Natuurlijk van Robert.
- Nogmaals mijn felicitaties. - De vuile teef.
- Met de huishoudster. - Mijn complimenten.
- Ja, excuseert u ons even. - Ze zijn aan het repeteren.
- Aan het repeteren? - Maar ja, repeteren.
- Jij wist er dus van. - Ik had het wel gedacht, ja.
Het is een grote dag voor u! Geef mij een kus, als het niet teveel gevraagd is.
Je zal wel blij zijn. Ga terug op jullie plaats want de pauze is zo gedaan.
- Ik ben ermee weg. - Fernand, jij doet mij dat niet aan!
- Wat heeft hij? - Migraine.
Ik ga even iets halen voor jou.
Jullie drieën lachen mij gewoon uit en dat achter mijn rug!
En zij wist dat je in "La dame aux camélias" ging spelen...
en jij die alles tegen mij had stilgezwegen over Robert.
Ik stond er zoals een idioot.
Ze heeft mij voorgelogen, ze heeft misbruik gemaakt van mijn goedheid.
Huishoudhandschoenen had ik gekocht voor haar.
- En bloemen... - Ja, dat klopt.
- En dat ik er klaar voor was... - Jij was klaar voor alles!
Wat insinueer je?
- Hier ben je dan. - Ik had drinken genomen aan het buffet...
- Gaat het niet? - Jullie zouden jullie moeten schamen!
- Uw moeder is een avonturierster. - Het begint.
Voor u begint het en voor mij is het gedaan.
Hij houdt er niet van?
De volgende ochtend was het muisstil.
Papa heeft in de zetel geslapen, hij had boeken
gelezen en een groot deel van de nacht geschreven.
In moeders kamer, hing in het centrum van de kamer, de kleding van Marguerite
Gauthier en in een vaas een groot boeket bloemen van de avond daarvoor.
- Mama zette het ontbijt klaar. - Ik heb het al driemaal opgewarmd.
Papa antwoordde niet, hij stond daar te piekeren over de gebeurtenissen.
En je koffie?
Een broodje?
- Je bent verkouden? - Ik vertolk Marguerite Gauthier niet.
Je bent een koppigaard!
- Hij is juist vertrokken. - Ja ik weet het, ik heb de deur gehoord.
- Heb je honger? - Neen.
Je moet hem niet kwalijk nemen, hij draagt het gezag hoog in het vaandel.
Hij laat zich kennen, want de enige die hier gemeen is, is hij wel.
Hij is het zeker wel.
Neen.
- Ga je weg? - Ja.
- Is ze kwaad? - Nee, ze is even naar de platteland.
Ze is naar haar nicht.
Zeg haar dat ze charmant is en dat alles wel terug in orde komt.
- Ja. - We zullen wel zien, hé?
- Wie is dat nu weer? Een klant? - Ik heb er toch al genoeg.
Ik kan toch zo niet opendoen? En het salon ligt niet op orde.
- Ik zal wel gaan opendoen. - Voor ons is het toch duidelijk?
We hebben een nieuwe huishoudster nodig.
- Oh, meester, onverwachts. - Je komt op een ongelegen moment.
- Ik kom niet als klant maar als vriendin. - Ik heb enorm veel haast.
U kan het mij waarschijnlijk nog niet vergeven maar ik
heb een lamsbout meegebracht voor de sluwe vos die u bent.
U bent bedankt maar het is het moment niet want ik moet weg.
Je moet niet wenen mama, ik breng je een lekkere lamsbout.
Het is niet voor jou waarvoor ik ween, het is door uw vader.
Hij heeft een brief geschreven en hij heeft die hier zo open en bloot laten liggen.
- Een brief? - Ja.
Het is aan mij gericht. Ik wil mij excuseren want ik heb je leven verwoest.
Ik was zo vaak onbegrijpelijk autoritair tegenover iedereen, gehard door mijn
beroep als politieagent wil ik de orde
bewaren en herstellen en de daders straffen.
Ik wil mijn spijt betuigen dat ik je niet heb geloofd in
verband met je theatercarrière en de successen die je boekte.
Zie je hoe lief hij is.
Een kleine burgerlijk meisje uit de middenklasse, een eenvoudige moeder van
een gezin en ik die op het punt sta om Robert zijn geluk in de weg te staan.
En verder?
En verder? Hij heeft niet verder geschreven.
Hij zal er niet mee verder doen, ik ga hem gaan opzoeken.
- Ik zal wel met hem praten. - Robert?
- Ja? - Zeg hem dat er lamsbout is.
Hij is daar dol op.
In het instituut, in de nieuw vleugel.
- Waar kan ik meneer Langlois vinden? - We komen er juist van.
- Hij heeft ons buiten gestuurd. - Waarom?
- Bij gebrek aan terughoudendheid. - Wat hebben jullie gedaan?
Ik stond van achter in de klas en ik rolde knikkers naar voor.
En jij?
Ik was aan het neuriën.
Je hoort hem van hieruit.
- Ik dacht dat hij gezag had? - Voor ons geldt dat niet.
- Ik zie hem graag kwaad worden. - Ga op je eigen plaats zitten.
- Doen jullie dat bij iedere leerkracht? - Niet voor de ogen van de examinator.
- Proficiat. - Kom je Monique?
Wat wil je eigenlijk vertellen aan meneer Langlois?
Goeie dingen.
Wie had dat kunnen vermoeden van ons vader?
Veroordeeld! Het zijn niet enkel de beien die ons honing gaan geven.
Hou jullie mond!
Ik kan jullie niet verstaan als ik met mijn rug naar jullie toe sta.
Labo van meneer Langlois. Verboden toegang.
Ga jij maar terug naar je plaats.
Juffrouw, kom jij maar naar voor.
- Geef mij een hand. - Schrijf het maar op.
- Het lukt me niet. - Meneer, we kunnen niets aflezen.
- Het is het krijt. - Nee, meneer.
Nee meneer, het is niet het krijt.
Meneer, ze zei dat het krijt niet is.
- We zeggen zoiets niet, meneer. - Juffrouw, kan je een
- beetje deftig zitten! - Ik heb het te heet.
- Meneer, ik heb zeer aan mijn hoofd. - Ze heeft zeer aan haar hoofd, meneer.
- Meneer, ze heeft zeer aan haar hoofd. - Het schrijft nog steeds niet.
Ga maar terug naar je plaats.
Willen jullie dat ik vertrek? Willen jullie dat?
Zeg het maar, ik verwittig alvast mevrouw de directeur.
goeie dag.
Ik kom jullie geen lesgeven en ik ben door niemand gestuurd.
Dat is enkel mijn beweegreden, dag Adolf.
Heel goed gevonden die sabotage van het krijt.
Ik weet die truck ook, jullie sabotage werd gedaan met azijn.
Dat neuriën van jullie, ook goed gevonden.
Ik vind het toch wel vrij laf omdat het anoniem is en dan die knikkers...
Het is een oude truck maar het heeft wel zijn effect.
Onze leerkrachten hebben ook afgezien met ons.
We hebben hem gedood, gedood!
Hij overleed toen hij les gaf. Het heeft ons
gegrepen toen we hem zo lagen liggen op de grond.
Helemaal wit. Jaren gingen voorbij maar het beeld blijft nog steeds bij.
Ik kan het al aflezen van jullie gezichten, wat
zit hij daar allemaal te zeggen... Dat is mijn job.
Ik heb tot hiertoe enkel alcoholisten verdedigd en parkeerboetes aangevochten.
Ik heb nog nooit gepleit voor een overleden
leerkracht, het is hier precies wel een rechtbank.
Jullie zijn de jury, een enorme grote jury.
Die buste daar de president en hier onze Adolf de advocaat generaal.
En dat hier is de beschuldigde.
Jullie hebben hem zo gemaakt.
Om heel eerlijk te zijn, ik ben er niet gerust op. Één vrouw gaat nog maar 30?
De ene wat mooier dan de andere...
Maar de mooiste vrouw van de wereld weet niet wat zij kan geven.
Jullie gaan jullie hart geven aan de beschuldigde.
Ja jullie hart, want jullie hebben een hart.
De man die jullie belachelijk maken dat is jullie vader, ja jullie vader.
Na één jaar zijn jullie toch allen familie geworden.
Een verwarde familie.
Die niet altijd akkoord gaat, dus, het is jullie vader.
En plots was het ook mijn vader. Stel je voor: jong...
Zoals de jongen waar je aan denkt.
Zoals een vrouw, zoals jullie gaan worden.
En kinderen, die jullie zullen krijgen.
En hoop die jullie hebben.
Dus, de eigenaardigheden, de woede, de zwakheden...
Demosthenes.
Jullie zullen ervan houden.
En verlegen, gevoelig...
Natuurlijk moeten we het niet laten uitschijnen.
Je moet het nooit tonen hoe je je voelt aan je kinderen.
Maar jullie, jullie kunnen dat wel doen.
Dus, doodt hem niet, geef hem liefde.
Jullie zullen wel op de dag van vandaag denken dat ik een gek ben.
Als je morgen vader Langlois ziet, ik ben er zeker van dat het jullie vriend wordt.
Het is tijd.
Ga maar naar huis.
Weet je papa... mama heeft gezegd dat er lamsbout is om te eten.
Maar ik moest nog één persoon veroveren.
Naar mijn mening was dit het belangrijkste voor het einde van dit verhaal.
Een zeer belangrijk persoon...
- Herinner je de kerstman nog? - Ja.
Natuurlijk, daar zijn mijn ouders.
De ouders van de kerstman.
Nederlandse ondertitels door: BuStEl www.frenchmoviesubs.eu - 2019-2021
EINDE
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.