Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
- Zigeunerliefde -
Vertaald door: Manuel Scala (BuStEl) voor frenchmoviesubs.eu
[2019]
Aangepast en verbeterd door Manuel Scala (BuStEl) www.frenchmoviesubs.eu - 2020
Goeie dag, is de baas er? - Neen.
Ik moet hem spreken. - Kan ik iets doorgeven?
Nee, het is persoonlijk. - Ga hem opzoeken op z'n werk.
Ik zal hem hier opwachten.
Als ik aandring... ...mijn beste...
...neen... Mijn beste... Als ik aandring, mijn beste.
...dat u opnieuw leest...
...met vriendelijke groet...
...nee... met beste groeten...
...het boek "de postbode" van castellodarie...
Ja? - Een oproep voor u.
Ik neem geen gesprek noch iemand in ontvangst.
Luister even. - Ja meneer.
Stuur mij maar mevrouw Rose Blanchet Dumoulin.
Waar waren we gebleven... bij de postbode...
Een laureaat zou de prijs van de grote beer krijgen...
...het zou aantrekkelijk zijn voor het grote publiek.
Voor het grote publiek, en stop.
Mevrouw, verwachten we nog iemand? - Nee meneer.
Maak het maar open.
Mevrouw Rose Blanchet Dumoulin, heb je een akkoord bereikt met het restaurant?
Ja meneer, ze waren akkoord met de prijs...
...ze verwachten wel veel fotografen. Voor de promotie.
Mevrouw Rose, heb je een foto van de postbode tussen zijn familie?
Vergeet het niet.
Ja? - Gaston ik moet je dringend spreken.
Nee, ik ben in gesprek. - Het is dringend.
Het is geweldig nieuws. - Ik hoor het wel thuis.
Mevrouw Rose Blanchet Dumoulin...
...weet je toevallig of Quanard de kandidatuur...
...zal voordragen van de overvaller?
Nee, u weet het niet. We hernemen...
Beste Quanard... mijn beste Quanard.
Gaston, Gaston, Gaston...
...dit prachtig nieuws over onze zoon wil je horen.
Wat heeft hij nu weer gedaan? - Niets.
Ik kom net van bij mevrouw Vandor.
Haar man heeft zich vrijwillig aangemeld bij het leger.
Hij weet niet waaraan hij begint.
Nu ga je ons laten. - Het is niet alles!
Théo wil zijn dochter Paula voorstellen. - Diegene die loenst?
Het zijn toffe kinderen. - We zullen er thuis over verder praten.
Ik ben hier om te werken.
Ik dacht dat je blij zou zijn met dit nieuws.
Ik ben gevleid maar nu laat je ons verder werken.
Gaston, het is toch de moment op hen te ontmoeten?
Henriette, onze zoon is de meest hatelijke persoon ter wereld.
Trouwens, waar zit hij ergens? - Op school, zoals gewoonlijk.
Nee, hij zit bij een meisje, zoals gewoonlijk!
Ofwel in een kelder te drummen zoals een zot.
Dat is waar, hij is nogal muzikaal aangelegd uw kleine Théo.
Wat vind je daarvan? - Ja.
Beluister dit even. Speel verder.
Misschien, maar het is te duur voor mij. - We kunnen toch afspraken maken?
Ik ben direct terug.
Gita? Gita? Wat heeft ze toch?
Gita?
Wat heb je toch? Ben je boos? - Laat mij met rust.
Luister... - Laat los!
We geven hem aan de helft. - Akkoord.
Dan geven we gewoon die andere? - We wisselen.
Pas op, hij is er.
We geven hem voor de helft.
Als je hem neemt is het de helft cash. - Wat scheelt er toch met haar?
Laat het toch vallen. Neem je het nu aan of niet?
Bruno heeft er heel de winter op gespeeld.
Wat heeft ze toch? - Vraag het aan Bruno.
Ik vraag het mij af. - Maak je niet zo druk, een probleempje.
Is het echt waar? Met wie? - Ze zal dat zeker niet aan je neus hangen.
Wil je de drum of niet? - Ik weet het niet meer.
25 en we zwijgen erover. - Laat het maar.
Begrijp jij er iets van? - Nee, helemaal niet.
Vergeet het gewoon. - Hij wou het toch zo graag?
Waarom kijk je mij zo aan? Heb je nog nooit iemand harmonica zien spelen?
Nooit in een salon. De geïnviteerde zijn meestal beleefd.
Wat is daar nu zo vreemd aan?
Blijf een beetje beleefd alstublieft. - Je bent een slavin van uw vakbond.
Je bent altijd een slavin van iemand.
Mijn grootvader was de slaaf van de vrijheid.
Als er een protest uitbrak was hij er steeds bij.
En wat voor slaaf ben jij?
Ik ben een vrij man.
Ben je dan zo vrij? - Uiteraard niet rijk!
Ik ben rijk op mijn eigen manier. Je moet je erover zetten zei mijn grootvader.
Was je grootvader beroemd? - Tijdens zijn proces wel, ja.
Hoe heette hij? - Zijn naam ga je toch niets zeggen.
Wat maakt dat jou uit dat pépé aan dwangarbeid moest doen?
Hoezo? Was hij een moordenaar? - Neen.
Valsemunterij. - Ah.
Je bent dus muzikant?
Een muzikant en slaaf van zijn noten. Ik improviseer.
Ik kan goed drummen.
Je kan ook weggaan. - Het is...
Ben je bang dat ik dingen steel? - Ik ben hier niet alleen...
Laat mij met rust. - We zullen anders alles in scène zetten.
Zie je hoe gemakkelijk het is?
Je bent nogal sterk.
En soepel.
Ik wilde acrobaat worden. - Geef mij een demonstratie.
In deze kleren, wat als de baas binnenkomt?
Jammer ik doe ook aan acrobatie. - Waarom heb je dat daarnet niet gezegd?
Ik doe nog veel andere dingen zoals alle leden van de Pittuiti's.
Wat is dat voor iets?
Dat is de naam van onze stam. - Ben je een vreemdeling?
Mevrouw? - Ja, Audette?
Er is een meneer die met uw vader wil praten.
Ik zal even kijken.
Hoi. - Goeie dag meneer.
Ik ben juffrouw Védrines. Audette zei me net dat je met mijn vader wilde praten.
Wie is Audette? - De meid.
Audette is geen naam, wat is uw voornaam?
Giselle, is mijn naam goed? - Ik heet Bruno.
Mijn vader komt laat thuis vandaag.
Jij wilt mij hier weg, hé?
Ga jij nog naar school op je leeftijd? - Dat heet de universiteit!
Is het wat leuk? - Het is interessant.
Wat ga je ermee bereiken? - In een laboratorium.
En voor wat te doen? - Onderzoeken.
En als je het beu bent? - Het is vrij afwisselend.
Grappig.
Ik moet nu verder studeren. - Doe zoals je zelf thuis bent...
...ik ga op m'n harmonica spelen. Als ik het beu ben vertrek ik.
Wat leesboekjes, maar misschien kan je niet lezen.
Toch wel, ik kan lezen, schrijven en tellen.
Maar geen interesse in. - Heel goed voor een mensaap.
Waar bevind zich de keuken? - Daar.
Heb je honger? - Ik wil de meid zien.
Van intellectuelen daar word ik moe van.
En van mensapen word ik depressief van!
Audette? Audette?
Giselle? Giselle?
Ben je er?
Giselle, ik heb groot nieuws.
Wat een dag, ik ben vrij moe.
Het is uiteindelijk gelukt, je kan nooit rekenen op je vader.
Wat is er gelukt, mama? - Paula , Théo, het huwelijk.
Is dat dan positief? - Begin nu niet, hé.
Stel mij niet teleur! - Natuurlijk niet, lieve mama.
Waar ga je heen? - Studeren.
Waarom geef je geen compliment over mijn haar?
Audette? Audette?
Kijk eens.
Zie je. - Het is fantastisch.
Wat doet u hier? Wat doe je?
Ik toon iets aan Audette.
Bent u mevrouw Védrines? - Ja.
Is uw man hier? - Nee, waarvoor?
Hij wil meneer zien. - Hou je mond, Audette.
Komt hij binnenkort thuis want ik krijg er honger van.
Bent u uitgenodigd? - Ik moet terug naar Montreuil om te eten.
Ah, goed. Goed.
Het is een gevaarlijke zot. Giselle?
Giselle?
Weet je wat ik gevonden heb in de keuken? - Een mensaap.
Ben je dan niet bang? - Hij is niet gevaarlijk.
"Niet gevaarlijk" zeg je...
Een man die op zijn handen loopt en die hier wil blijven eten.
Ik heb nog veel werk.
Hetzelfde verhaal zoals je vader... Jullie zijn duidelijk vader en dochter.
Werk, niets anders dan werk.
En affectie, ik kreeg geen affectie!
Je hebt zelfs niets gezegd over mijn kapsel.
Je ziet er voorbeeldig uit, het sta je enorm goed.
Je zegt dat gewoon om mij te plezieren.
Je bent toch niet hetzelfde zoals je vader.
Wat zou die mensaap van Gaston willen?
Opnieuw, maar deze keer op de tafel. - Waarvoor?
Voor uw conditie. - Ah, goed.
Toe doe maar.
Doe maar.
één, twee, drie en vier. En één, twee, drie en vier.
En nu met je benen.
Eén, twee, drie en vier. - Amai.
Goed inademen. Drie en vier.
Geef nu alles wat je kan. Twee, drie en vier.
Théo, eindelijk ben je er schat. - Wat nieuws?
Je huwelijk met Paula. - Uiteraard.
Wie is dat die speelt? - Een mensaap die op je vader wacht.
Het is waarschijnlijk Bruno. - Ken je hem?
Ga je nu eindelijk je voorbereiden op je huwelijk!
Giselle? - Wat is er?
Ik ben erbij. - Giselle? Théo?
Doe open voor je moeder! Ik hou van jullie...
Giselle? Théo?
Gaston, de kinderen hebben geen respect meer voor hun moeder.
Théo. - Wat heeft hij nu weer gedaan?
Niets. - Laat mij met rust, ik moet werken.
Gaston, ik ben maar een arme vrouw.
Er is een acrobaat in de keuken, hij wil je spreken.
Een acrobaat? - Ja, hij speelt ook muziek.
Het is wel goed. - Het is hier een zottenkot, Théo...
...die acrobaat is dat een vriend van jou? - Ja en neen.
Ik wil met je praten papa. - Het is geen waar.
Maar jawel.
Goed, ga naar mijn bureau.
En ik? - Jij blijft hier.
Gaston... - Kom toch maar mee!
Ik zal je laten doen. - Ga naar binnen.
Wij luisteren. - Zeg maar, Théo.
Ik word vader. - Wat?
Dat is toch niet waar?
Wanneer zal je vader worden? - Ze is 2 maanden zwanger.
Maar wie? - Mevrouw de Santies.
Is mevrouw Santies zwanger?
Henriette, iedereen weet het ondertussen al.
De Vandoble's weten het zelfs al. - Zelfs Poulinc.
Zelfs Poulinc weet het... - Ik voel me plots niet goed.
Ik waarschuw je, ik voel me niet goed. - Hou vol.
Papa, het is mevrouw de Santies niet. - Het is toch Paula niet?
Nee, het is Paula niet. - Wie is het dan wel?
Je kent haar niet, het is een jong meisje.
Een minderjarige? - Ja.
Het wordt er beter op. - Een jong meisje uit onze wereld?
Maar... - Waarschijnlijk arm.
Ze heeft geen geld. - Ze is lelijk?
Nee, natuurlijk niet, ze woont bij haar ouders.
Wat is hun job?
Waar wonen ze? - In Montreuil.
Montreuil? Zoals de acrobaat. - Klopt.
Vertel maar verder, ik ben zeer benieuwd.
Het stelt niets voor, haar broer speelt drum.
En de broer met de drum is de acrobaat van de keuken?
Hij is hier toch niet om de boel op stelten te zetten?
Maar natuurlijk, heeft ze geen gelijk Théo?
Ik ben bang van wel. - Je hebt je belofte gehouden...
...een lastpak die enkel problemen naar hier brengt.
Het spijt me. - Onnozelaar!
Gaston, je moet toch niet zo doen? - Wat hebben we aan deze nietsnut?
Het was toch een mooie baby? - Wat een onnozelaar.
Ik kan er niets aan doen. - Genoeg.
Je zei dat haar ouders in Montreuil woonde?
Ja, op dit ogenblik. Ze leven allemaal in een caravan.
Het zijn Roma zigeuners? Gaston, ik voel me niet goed.
Jij blijft hier. - Gaston, waar ga je?
Ik wil dit zo snel mogelijk afhandelen. - Misschien moet ik erbij zijn...
Nee, jij blijft bij uw onnozelaar van een zoon.
Théo, hoe kan je dit nu doen? - Het stelt niets voor.
U wilde mij spreken.
Meneer Védrines? - Ja.
Ik kreeg honger dus ik eet.
Wat is er? - Wil je mij volgen naar mijn bureau.
We zitten hier toch goed? - Ook goed.
Audette ga even naar de woonkamer.
Ik zou graag een glas water krijgen.
Geen wijn, ik heb gevraagd water.
Bedankt.
Je bent dus acrobaat? - Klopt.
En jij bent uitgever? - Ja.
Ik werk samen met mijn broers. - Heb je nog meerdere broers?
Ja, ik heb er vier. Maar niet van dezelfde moeder.
En ook niet van dezelfde vader. Het is een mengeling.
Heb je dan ook een zus? - Ben je geïnteresseerd?
Ja.
Een groentje is altijd leuk maar het is uitstel van executie.
Uitstel van executie? - Maar ja.
Toen ik in de plaaster ben terecht gekomen dan kon ik niet meer drummen.
Toen verbleef ik op het platteland.
Dus kwam ik op het idee om te schrijven.
Alles wat door mijn hoofd speelde.
Het is interessant. - Natuurlijk.
Voor u maar niet voor mij.
Als het op papier staat dan lees ik het niet meer.
Eigenlijk ben je hier voor zaken? - Ja en neen.
Jullie geven een premie van 500 000 franc aan onbekende schrijvers, klopt dat?
Ja. - Ik kom voor het geld.
Je hebt dus geld nodig. - Niet ik, wel mijn zus.
Maar natuurlijk, 500 000 franc zou alles goedmaken.
Dat is een oplossing.
Als je het geld krijgt, dan zouden jullie tevreden zijn.
Natuurlijk. Wanneer zou ik het geld krijgen?
Binnen hier en 8 dagen.
In ieder geval, zeg tegen uw zus dat ze zich niet ongerust moet maken.
Zelfs als een collega een andere schrijver kiezen.
Ik vraag geen aalmoes. - Dat had ik al door.
Volg mij maar. - Ik ga wel deze kant op.
Geef mij toch je adres. - Waarvoor?
Om u op de hoogte te houden.
In ieder geval je blijft op de hoogte via de kranten.
Ik lees nooit een krant maar ik kom terug langs.
Théo zegt dat het al opgelost is. - Is het waar?
Maar natuurlijk, geef hem de prijs.
Het geld komt van je werk en wij betalen er niets voor.
Droom je Gaston? We zullen nu iets eten.
Kom Théo.
Ik heb dat nooit gedacht van jou. - Je zou je moeten schamen.
Het probleem is een slechte opvoeding. - Trek je het niet aan.
Wie? - Het kind.
Dat is het niet.
Het is echt een schande. - Een onbekende vader.
Onbekend, van wie? Ze houdt van hem, ze houdt niet van hem.
Het is vele erger dan we denken.
De nieuwe aanwinst heeft ons verlaten.
Hij werkte in een fabriek. In een fabriek? Ze is gek geworden.
Hoor je dat, de volledige gemeenschap is er tegen.
Dat kan mij niets schelen. Ik zal wel een kans krijgen.
De factuur voor de gas en de elektriciteit bijvoorbeeld.
Het is triestig.
Als je volwassen bent zal je het wel weten.
We verblijven hier veel te lang. Normaal waren we hier al lang weg.
Goeie dag. - Mijn wolfje.
Hier pépé, je ticket geperforeerd. Je bent nog steeds handig.
Hij is tevreden.
Je hebt terug vals geld gemaakt binnenkort zit je weer vast.
Wat wil je dat we anders doen? Het is beter dan echt geld.
20 jaar in de bak? - Ga weg.
We hebben haar verloren. Ze is stapelverliefd.
Laat haar toch doen. - Binnenkort komt er een baby.
Voor de baby, daar zorg ik wel voor. - Het is toch geen waar, zeker?
En? En? - Gorzepeau Arcel.
De postbode met epilepsie uit Castel lot d'harit?
Je geeft toch geen prijs aan zo iemand.
Voor welk boek? - "Le pauvre pied".
De arme voeten... - Het is prima boek.
Hoeveel stemmingen heeft Bruno?
Snel... snel... je weet het dus niet?
Het interesseert je niet. Het staat er niet op hé. Hoeveel stemmen?
De mensaap is terug. - Is Audette er niet?
Ze is boodschappen gaan doen. Wil je haar opwachten?
Dat is van Bach. - Ken je het?
Je bent verbaast hé.
Je hebt echt talent. Muzikant, schrijver, acrobaat.
Op de universiteit leren ze zo 'n dingen niet, zeker?
Een forel onder een rots.
Ze staan beter zonder bril.
Niet voor intellectuelen dus...
Kijk, dat is de Provence. - Ken je die regio?
Natuurlijk, met de caravans komen we overal.
Er zijn daar onbewoonbare dorpen. Daar zou ik willen wonen.
Helemaal alleen? - Mevrouw? Mevrouw?
Meneer Bruno. - Hij kwam je bezoeken.
Is het niet, Bruno?
Kom je donderdag voor de lessen? - Goed.
Hoe was je examen? - Ik ben erdoor.
Proficiat. - Bedankt, Audette.
Je hebt een examen gedaan en jij zegt niets?
Dat is voor jou toch niet interessant? Zo iemand zoals ik.
Toch wel.
Ja, nu zal je tenminste niets meer doen.
Toch wel, ik ga studeren voor het volgende. - Je bent echt gek.
Zo ben je rustig.
Mevrouw maak direct een cheque van 500 000 francs.
Er werd al één uitgeschreven. - Dat weet ik, van mijn rekening.
Je gaat het geld nu ophalen en kom direct terug.
Waar zijn de caravans?
Daarginds, bedankt.
Ik zoek meneer Pittuiti. - Daar achter die caravan.
Bedankt.
Meneer Pittuiti alstublieft. - Toon eens uw hand.
Wat? - Geef mij uw hand.
U bent een grote heer. Ik heb goed nieuws voor u.
Er zal een baby geboren worden.
De postbode zal u slecht nieuws brengen.
U zal een som geld moeten neerleggen.
Neem aan. - Nee, dank u.
Dat begint goed. Meneer Pittuiti? - Langs daar.
Mijnheer? Ik zoek meneer Pittuiti. - Daarginds.
Meneer Pittuiti, alstublieft. - Ik weet niet over wat u het heeft.
Excuseer.
Meneer... Meneer Pittuiti. - Dat is hiernaast, komaan.
Wat is dat daar allemaal, een beetje rustig. Weg jullie, weg.
Ga terug naar je stoel, pépé. - Ik wil hem helpen.
Ga maar.
Hij verstaat er niets van, mijn excuses meneer.
Wat kan ik voor u betekenen, meneer?
Ik wil meneer Pittuiti spreken. - Oh, Pit!
Het is voor jou. Ga maar.
Hij is toch niet gevaarlijk? - De dieren zijn niet gevaarlijk...
...de mensen zijn gevaarlijk.
Een rare typ.
Meneer Pittuiti.
Meneer Pittuiti? Aimée of Aidmée?
Eigenlijk... - Voor wie is het nu?
Geen interesse, ga jij ergens anders fluiten.
Kom maar mee.
Zet je hier maar neer.
Het glijdt.
Je kop!
Zeg maar. - Jij hebt toch een dochter.
Zita, ja. Ze heeft nogal wat problemen op dit moment.
Een baby is op komst, ze gaat het alleen opvoeden.
Ik ben uiteraard een Pittuiti.
Ik ben er kapot van.
Is het van u, misschien? - Neen.
Gelukkig. Wat wil je van me?
Uw zoon heeft de prijs niet gewonnen...
...ik breng hem, ik bedoel ik breng u...
...het bedrag van 500 000 francs.
500 000 francs?
En waarvoor? - Voor uw dochter.
Ja maar waarvoor? - Ter compensatie, om het goed te maken.
Wat? Mijn dochter krijgt 500 000 francs omdat mijn zoon niet gewonnen heeft?
Meneer Pittuiti, we zijn volwassen.
Uw zoon heeft duidelijke taal gesproken als hij de prijs zou winnen...
...en zeker het geld... van deze prijs...
...om alle problemen van de familie Pittuiti ermee op te lossen.
De eer van de Pittuiti's? - Is uw dochter zwanger of niet?
Ja, wat heeft de eer daarmee te maken? Heb jij er iets van begrepen?
Ja, dat is de vader van de baby. - Smeerlap!
Het is niet van mij maar van mijn zoon. - Uw zoon?
Wisten jullie het niet? - Zita wilde er niets over kwijt.
Ze heeft het gezegd tegen haar broer en die kwam bij mij thuis.
Bruno is zo niet. Hier zie. Het is nog het vals geld van pépé.
Wat stel je dan voor? Dat Théo trouwt met uw dochter?
Niets van. - Uw zoon, de man van Zita?
Het is al goed.
Geen onbekenden bij de familie Pittuiti's!
Mijn excuses... Goed.
Zita? Waar is ze gebleven.
Heb je tegen Bruno gezegd dat de vader zijn zoon is?
Nee, ik heb het tegen niemand gezegd. - Is het nu waar?
Je hebt een zoon van een rijke.
Dat is proper. Je hebt de ergste soort uitgekozen.
De zoon van papa. Wat een stuk pretentie!
Jij deed het voor het geld, hé? - Dat is niet waar.
En wat is dat dan? - Dat is van een bisschop.
Ik verschiet van niets meer. Je hebt echt een onnozelaar uitgekozen.
Je hebt ons goed in de maling genomen!
En... Hoe kon je het doen?
Jij hebt altijd gezegd dat ik mocht kiezen.
Maar, zie je hem eigenlijk graag?
Zelfs dat niet.
Het is geen kind van de liefde die je draagt.
Een kind per toeval.
Weet je wie hier geweest is? Uw uitgever.
Védrines? - Weet je waarom hij hier is geweest?
Nee.
Het is zijn zoon die Zita zwanger heeft gemaakt.
Théo? Heeft hij haar verkracht? - Zelfs dat niet.
Ik zal hem wat aandoen. - Bruno, ik wil het vertellen.
De vader heeft geld gebracht. - Bruno, kom hier.
Heb je de vader van Théo proberen te chanteren?
Nooit van mijn leven.
De smeerlappen, zeg.
Zou ik even polsen? - Dat zou je kunnen.
Ik ga. - Laat het vallen, we gaan hier weg.
Dat zal ons goed doen. Pépé, la choute we vertrekken.
Ik heb het eten in de frigo gestoken, ze kan eten wanneer ze wil.
Ik ben het beu om alleen te eten.
Het is toch waar? Mama gaat met een vriendin eten, Théo met een meisje...
...en papa met een collega.
Waarom zou ik niet uit eten gaan? - Ja, dat kan je doen.
Audette, ik neem je mee. - Naar Montreuil?
Natuurlijk naar Montreuil. Waarom niet?
Het is toch niet verboden? - Het is wel ver weg.
We gaan met de auto. - Oké, zoals u wil.
Het zou me een plezier doen. Dan kan ik uw acrobaat toestanden bewonderen.
Ze zijn weg. - Hij zou toch verwittigen.
We zullen het vragen in de bistro. - Ik ga ernaar toe.
Wacht maar in de auto. - Nee, ik kom wel mee.
Goed.
We zoeken de Pittuiti's. - Stilte mannen.
Zeg het maar. - De Pittuiti's.
Ze zijn ervandoor. - Waarom?
Ze gingen gaan vissen.
Ze staan nu achter die racebaan. - De racebaan?
Ja, ik wist het dankzij pépé. - Alvast bedankt.
Het is vrij ver, mevrouw. - Geen probleem, Audette.
Ik wil wel mee gaan. - Blijf Paulo.
Je hebt gelijk, ik ga wel mee.
Wij hebben nogal moeite gedaan om u te vinden.
Gelukkig heeft mevrouw mij gevoerd. - Dag Bruno.
Dag. - Het was echt een hele rit.
Kom mee, ze zijn er allemaal.
Dit is mevrouw Védrines, de dochter van mijn baas.
Ik veronderstel meneer Pittuiti? Aangenaam u te leren kennen.
Dat is dan gebeurt.
Ik ken al genoeg Védrines! Doe je kleren maar aan, we gaan eraan beginnen.
Niet echt een goeie verwelkoming.
Je dacht toch niet dat we jou met open armen gingen ontvangen.
Wat zit die rond onze zoon te draaien? - Denk je? Ah.
Kom hier jij.
Pépé, wat doe je hier? - Hier.
Dit is mijn grootvader.
Wat is er?
Doe dat goed jongen.
Wat zei hij tegen jou? - Oh, niets speciaals.
Hij zegt altijd onnozelheden.
Wat is er?
Jij bent mij er ééntje.
Bruno, kom eens hier.
Pépé heeft een idee. We moeten altijd naar de ouderen luisteren.
Wat vind je van dat meisje? - Hoe bedoel je?
Ze is toch mooi en je vindt haar tof.
Waarom... waarom maak je geen kind met haar?
Zegt pépé dat?
Dan staan we gelijk met hen.
Dat kan een idee zijn, ja. - Uit wraak, toch?
Het zal niet simpel zijn.
Pépé heeft hard gewerkt aan zijn valse munten en je broers...
Ik heb niet gezegd dat ik niet wil. - Het is voor de eer van onze familie.
Hij wil dat je tweelingen maakt. Doe wat je moet doen.
Ga maar snel een kind maken.
Pas op.
Hij kent je nog niet. - Is hij gevaarlijk?
Nee, maar lok het niet uit.
Ik ga jullie laten. - Ga je nu al weg?
Is het zo dringend? - Nee.
Ik deed alles wat ik wou doen.
Als ik deze avond thuis kom zal ik niet verder kunnen studeren.
Door je bezoek bij ons?
Ik wil je laten zien dat je slecht bezig bent.
Je schrijft enorm goed. Je moet verder schrijven.
Enkel als ik er zin in heb. - Zelfs met tegenzin.
Het werk, uw talent is kwestie van discipline.
Ik ben klaar.
Komaan, aan het werk.
Ontspan je benen. - Oké.
Trekken, trekken... zo is het goed.
Het is toch niet slecht?
Je spreekt als een oude dame. "Je moet", "werk", "discipline"...
Ik wil je helpen, Bruno.
Probeer maar Giselle.
Probeer!
Uw vader is sympathiek. - Die van u niet.
Jij haat iedereen! - Ik?
Je hebt de oorlog verklaard aan zijn bedrijf.
Zijn bedrijf kan mij wat. - Het is toch wat ik zeg?
Het kan je allemaal niets schelen. - Neen.
Er zijn heel wat dingen die mij wel interesseren.
Bijvoorbeeld, vorige zondag ben ik in bos gegaan om champignons te plukken.
Strakker.
Nu zonder handen.
Het is echt niet slecht.
Ik word moe. - Neem een pauze.
Heel goed.
Je moet eens op een avond komen. - Tijdens de nacht samen met jou?
Ben je bang? - Bang van wat?
Zijn er vieze beestjes in het bos? - Neen.
Bang van mij, bang dat ik je zal misbruiken.
Jij bent daar toe in staat, ja.
Ik kan mij verdedigen, weet je? - Ik ben sterker dan jij.
Ik kan wel roepen. - Dat maakt je dus bang?
Idioot. - Ben je nog bang?
Onnozelaar.
Je hebt mooie benen. - Wat krijgen we nu?
Ben je ook bang van complimenten? - Ik haat het.
Je vindt betere cijfers geweldig, zeker? Wat een lachwekkend meisje ben jij.
Je wilt mooi zijn maar je haat complimenten.
Dat mag toch? - Jawel.
Vandaag draag je je bril niet. - Ik doe ze nu aan.
Giselle, denk je nooit aan de liefde? - Ik moet nu gaan.
Blijf nog even.
Ik zal je terug zien wanneer je minder aandringt.
Wij vertrekken morgen al.
Naar waar? - Op de weg.
Lang? - Waarschijnlijk.
Kom je terug? - Ik ben het niet zeker.
Het is beter zo. Mijn vader verbied mij om je nog te zien.
Ja, gehoorzaam je vader en vermijd slechte contacten.
Je bent niet eens gevaarlijk. - Is dat zo?
Dat kan vele soepeler.
Het is gedaan.
Zo is dat, heel goed.
Trekken, trekken.
Niet slecht.
Ik kan echt niet meer.
Morgen zal ik stijf zijn. - Dat is de bedoeling.
Denk je dat ik er ga komen? - Natuurlijk.
Ik zal iemand contacteren die er veel vanaf weet.
Van harte bedankt.
Kom er nu maar van.
Gymnastiek doet goed.
Heel soepel.
Waar is mevrouw, ze zit zolang weg?
Er is niets aan de hand, Bruno is bij haar.
Laat mij toch los.
Laat los.
Laat mij toch los!
Ik ben echt ongerust. - Stop daar nu eens mee.
Jij moet het duidelijk niet uitleggen bij meneer!
Kom, drink iets. - Ja.
Bedankt, bedankt.
Stop eens met schieten, er zijn hier huizen!
Subiet krijgen wij nog problemen door hem. Stop het!
Ieder jaar is hetzelfde liedje.
Hij is oud geworden en wil zijn eigen gedacht.
Je gaat toch niet de hele reis zo 'n gezicht trekken?
Je hebt er precies spijt van.
Het was niet echt een goed idee van de pépé, hé.
Van die andere was het toch ook niet echt een goed idee.
Niet daarop richten, pépé. - Ben je nou helemaal gek geworden?
We hernemen alles: de bovenste kamer, de leegstaande kamers...
...degene boven de garage, het is geen drama.
Nu dat ik eraan denk Gaston, ik moet hier alles organiseren.
Alles. Théo, wanneer ga je op reis? - Hoezo?
Tijdens de vakantie? - Dat is binnen twee maanden.
Théo je houdt iets voor mij verborgen.
Je bent veel te stil. - Wat heeft hij nu weer gedaan?
Niets, het is mama... - Neen.
Je gaat niet op reis, je zult met mij samen werken zodat ik op hem kan letten.
Met wie was je gisterennamiddag op die Vespa?
Ik? - Ja, jij. In de Jacobstraat.
Ik was toevallig ook in dezelfde straat.
Met wie? - Dat maakt toch niets uit?
De dochter van de rechter. - Natuurlijk.
Dat is toch prima. Gaston, ze komt uit een warm nest. Giselle?
Giselle, ik spreek je aan. - Ja
Ik ga niet op reis. - Gaston heb je dat gehoord?
Heb je dat gehoord, Gaston?
Wat scheelt er? - Niets.
Ben je zeker? - Ik ben vrij moe.
Daarmee zou vakantie goed voor je doen.
Als ik ga zal het alleen zijn.
Zoals je zelf wil.
Wij kunnen je vertrouwen, uw broer is een andere zaak!
Het werd tijd. - Je zegt het.
Nu nog de olie en het is klaar. - Oké.
Wat schrijf je daar? - Dat zou je niet interesseren.
Denk je dat ik dom ben? - Nee, maar het verhaal ken je al.
Bruno, weet je waar pépé is?
Het is al goed, daar heb je hem. Pépé?
Ben je niet goed wijs? Wat gaan we daarmee doen?
Het is veel te groot. Breng dat beest terug.
Ik zeg juist dat het te groot is. Luister je wel, pépé?
Je zult het wel nog zien.
Pépé? Komaan. - Hij komt.
Hij gaat naar het kleine toilet. Hij heeft het recht toch?
Stap nou in.
Jammer, te laat.
Wat steekt Bruno toch uit.
Pollo, heb je Bruno gezien? - Stil.
Hij zal wel ergens zitten schrijven.
Bijten ze? - Ja.
Nog geen beetje. - Heb je iets gehoord van Bruno?
Ik wil die niet meer zien.
Ga je richting Parijs? - Stap maar in.
Beetje snel.
Binnen.
Mevrouw, Bruno is terug. - Hoe weet je dat?
Ik weet het... Het leven kan toch mooi zijn.
Dat is het bewijs.
Later mevrouw Rose Blanchet Dumoulin.
Mooi.
Daar ben je.
Ik wist niet waar je was. - En dan? Laat mij werken.
Werken? Dat noem jij werken? Op zo 'n schriftje?
Ben je je familie vergeten? - Je zou het toch niet verstaan.
Ik versta enorm veel, je laat ons vallen. Wat zie jij toch in zo 'n mensen?
Genoeg Micka! - Daar heb je je werkgever.
Dag verloren zoon. Veel succes ermee.
Ik heb heel wat gedaan om u te vinden.
Zet je maar neer. - Het zit zo...
...mijn dochter heeft je manuscript gegeven.
Ik heb het niet voor jou geschreven.
Dat kan een goed boek worden, ik zou het uitgeven.
Jonge heer, luister even. Je hebt persoonlijkheidsgevoel.
Er zijn hier en daar nog correcties nodig.
Het is nog niet af... - Het is je dochter haar leven.
Dan ben ik akkoord. - Ik ga ook iets drinken.
Deze?
Kelly Clark zal ik kopen.
Jij zou je volledige winst in deze kleren steken.
Dat is toch niet verloren? - Natuurlijk niet, eerst een T-shirt.
Als ik jou zou laten doen ben ik de perfecte man.
Je zegt het. Kom mee Bruno.
Zeven en zeven is veertien. Dat is dan nog twee weken, plus...
Negen.
Dat is twee maand en half, dat is niet slecht.
Twee maand en half. - Kijk eens naar die mooie konijnen.
Wat een mooie konijn heeft pépé gevangen.
Luister je? - Jawel, bravo pépé.
En dan? Niets speciaals.
Luister even naar mij.
Ik heb het even berekend.
We zullen actie moeten ondernemen met die familie Védrines.
Wat heb je juist berekend? - Dat is jouw zaak niet.
Uw plan? - Ja.
Het is eigenlijk een idee van pépé.
Giselle, gaan we naar huis? Ik ben het beu om hier rond te lopen.
We moeten nog veel aankopen doen, Bruno.
En mijn vader verwacht je om 11.00 uur.
Je wilt hier echt niet weg hé?
Dat is eigenaardig.
Ik wil deze boek kopen. - Bruno.
Ik koop het voor jou. - Bedankt.
Dan zal ik over het platteland dromen. - Goed.
Stap je uit? - Ja.
Denk je dat alles goed komt? - Ik zal proberen.
Blijf jij maar in de auto. - En je vader?
Mijn vader blaft maar bijt niet. - Doe het snel, als je wil.
Wat kom je hier zo vroeg doen? - Ik heb zorgen.
Wat scheelt er dan? - Je zal het toch nooit verstaan.
Probeer het maar. - Ik heb mijn bromfiets moeten verkopen.
Hoezo? - ik kon niet anders.
Théo kom eens hier, leg het even uit.
Mijn grote jongen, je bent een lieve jongen, een moeder kan je altijd vergeven.
Dat valt te bezien.
Toch wel, mocht het zijn dat ze jou chanteren...
...dan spring ik graag in de bres voor jou.
Welke chantage? - Dat verhaal met die zwangere vrouw.
Was het dan toch waar? - Ja.
Het was maar één keer. - Alstublieft, Théo.
Je spreekt tegen je moeder. - Natuurlijk, mama.
Je behandelt mij als grootmoeder.
Je krijgt van mij geen cent, en ik zal het ook zeggen tegen je vader.
Het is nogal iets.
Wat steekt hij toch uit, ik ben ermee weg.
Audette?
Wat is dat voor iets? - Het dient voor de sport.
Voor de sport?
Ik ga jullie verlaten, Marius heeft mij aangenomen.
Marius? Wie is Marius? - De koning van de sport.
Dat is toch zot? Is dat niet gevaarlijk? - Er is niets aan, gewoon stilstaan.
Het is eigenlijk dankzij zijn vrouw, ze verwachten een kindje.
Een kind? Slechte ervaring mee.
Audette? - Ja?
Kan je mij geld lenen? - Niets van.
Je vraagt teveel.
Mevrouw is een andere zaak, zij geeft het altijd terug.
Maar...
Het is eigenlijk voor haar. - Wat zeg je nou?
Het zal niet lukken, hoor!
Audette, ik ga je een geheim vertellen. - Geen interesse in.
Ik ga uit deze avond en ik zal mevrouw Giselle zien.
Wat? - Ja.
Het zal het "Tremblay" verhaal zijn. - Welke "Tremblay"?
Heeft ze dan niets gezegd tegen jou? - Maar neen.
Je bent hier niet door mevrouw! - Audette, wat is er dan gebeurd?
Er is niets speciaals gebeurd. - Niets?
Er is dus niets gebeurd in de "Tremblay"?
Neen. - Goed.
Giselle?
Giselle?
Wat is er gebeurd in de "Tremblay"? - Het is het moment niet.
Het gaat u niets aan.
We mogen fier zijn op jou m'n lieve zus.
Laat mij met rust, ga weg.
Natuurlijk.
Mevrouw, doe snel open.
Ziezo, Bruno kom maar binnen.
Je bent op tijd en dat siert je.
Als je op tijd komt dat is een vorm van respect en beleefdheid.
Draai je eens om, laat eens zien.
Heel goed, het is zelfs stijlvoller.
Zit er maar niet mee in.
Dat is uw contract.
Teken maar daar.
Je leest het of niet, het maakt niet uit.
En daar.
Goed, morgen kom je langs op 18 uur voor een persconferentie.
Het is niet dat ik niet wil, maar ik haat voor clown spelen.
Laat mij dan maar doen, ik ga je naar de top brengen.
Neem maar wat u wenst. Doe zoals u thuis bent.
Mevrouw Corat dit is mijn nicht.
Aangenaam. - De televisie.
Mevrouw Jacqueline Corat. Jacqueline Corat.
Meneer Védrines? - Ja.
Hoe heb je Bruno leren kennen? Is het per toeval?
Wel... - Hoe voelde je je toen je zijn tekst las?
Zijn origine misschien? Je weet toch dat hij uit een zigeuner familie komt?
Waar is de superster?
Mevrouw Rose Blanchet, waar is onze superster?
Ze weet het niet... Een klein ogenblikje.
Waar is Bruno? - Dat weet ik niet, excuseer mij.
Nicole, ik ging bijna het geld krijgen.
Door de schuld van je vader hebben we het niet gekregen.
Théo, heb je Bruno gezien? - Geen zin in zigeuner verhalen hoor.
Nicole, luister goed...
Ik wist niet dat je hier was. - Ik was het beu.
Papa vraagt naar jou. - Ik ben zijn knechtje niet.
Kom mee. Ik ga je steunen. - Geef mij moed, Giselle.
Het klein verlaten huisje, denk je dat we er ooit zullen geraken?
Ja, Bruno. Binnenkort.
Ken je hem? - Ja.
Bruno is eigenlijk een vriend van mijn zoon. Eigenlijk is Théo de ontdekker.
Théo, waar ben je schat? - Wat heeft hij nu weeral gedaan?
Niets, we zullen ergens anders praten.
Daar is Théo, kom... kom... kom...
Mijn schatje...
Je mag hem vragen stellen, hij zal erop antwoorden.
Ben je echt geboren in de Goelag? - Natuurlijk.
Je bent dus een echte zigeuner. - Mijn moeder niet.
Mijn vader is een anarchist en mijn grootvader heeft 20 jaar gezeten.
Dat is goed voor onze verkoop.
Uw jas meneer.
Ja, akkoord. Doe eens wat ik zeg.
De grootvader heeft 20 jaar gevangenschap gekregen.
En de moeder is een Armeense.
Wat een verrassing. Hoe zijn jullie gekomen?
Is Bruno aanwezig? - Dit is allemaal voor hem.
Kom, ik ga het uitleggen.
Vertel maar, Audette.
Wat dan? - Alles.
En dat meisje. - Ze krijgen een baby.
Goed, en verder?
Wisten jullie ervan? - Pépé laat nog wat over voor de anderen.
Laat hem maar eten. En de ouders, weten zij ervan?
Ze weten van niets. - We gaan het aankondigen.
Wat zullen jullie doen? - Meneer Védrines...
...ik kan u met veel vreugde vertellen dat we nu op dezelfde ladder staan.
Uw dochter... - Stop.
De ouders van Bruno zijn in onze keuken.
Wat zei je?
Pépé, pépé, dat doe je toch niet?
Leg dat onmiddellijk terug. Kom, ga hier weg.
Wat denk jij ervan? - Audette?
Excuseer. - Is dit de zoon meneer Védrines?
Audette, help me. - We gaan u geen kwaad doen.
Is dat "het" die mijn dochter heeft zwanger gemaakt?
Wat heb jij allemaal gedaan? - Laat mij met rust, ik wilde gewoon geld.
Dit is echt heel erg, er komt niets anders uit zijn mond.
Hoepel jij maar op...
Pépé, dit is niet correct.
Kalm aan, we zullen dit in vijf minuten oplossen.
Wat gaan jullie doen?
Mijn beste vrienden. Dat is dus de familie van Bruno.
Dit zijn de Pittuiti's.
Daar is mijn echtgenoot. Ik laat jullie even...
Meneer Pittuiti, wat een leuke verrassing. - Ik heb een verrassing.
Ik heb iets te vertellen.
Alle journalisten zijn hier voor dit nieuws. Ik laat jullie even.
Bent u de vader van de romanschrijver?
Ik heb vier zonen: een accordeonist, twee bij het circus en deze...
Is het waar dat kinderen stelen om te eten? - Wat is dat nu voor een vraag?
Het zal eerder meneer Védrines zijn die onze Bruno heeft gestolen.
Wat zegt hij? - Ik begrijp het niet.
Misschien is het Spaans. - Por favor...
Degene die in de gevangenis zat was die oude man daar, zeker?
Hij is niet zo oud. Hij is jong van geest.
Toen hij jong was had hij vier vrouwen om zich heen.
Het is iemand de pépé.
Heb jij er iets van verstaan. - Helemaal niet.
En jij? - Niets.
U bent echt verliefd.
Compleet. - Het is interessant, ga verder.
Dat zal u 1000 franc kosten, mevrouw. - Natuurlijk.
Mag ik voor alstublieft? - Ieder op zijn beurt.
Wat is er nu weer? - De president is aangekomen.
Ja, en? - Hij wil je persoonlijk spreken.
Hoezo?
Waarschijnlijk over de trouw van onze twee kinderen.
Ik ga even polshoogte nemen.
Théo, de president is juist aangekomen. - Ik wil niet.
Kom je nu? - Ja.
Vader, dat is fantastisch. - Het is genoeg geweest.
Kom mee.
Meneer Pittuiti? Bent u de grootvader van Bruno?
U bent zeer herkenbaar.
U heeft waarschijnlijk de boeken gelezen van uw kleinzoon.
Kan u vertellen vanaf welke leeftijd hij schrijver wilde worden?
Dus, schrijver. - Het is even goed als acrobaat.
Zo 'n dikke nek. - Hier, neem af.
Heb je wel gedacht aan je vrijheid? - Ik ben nog steeds vrij.
Nee, je werkt voor hem, je bent volledig niet vrij.
Jullie zijn de gendarmes. - Excuseer, we hebben respect.
Ik bescherm je enkel. Ongelooflijk.
Dag meneer Pittuiti, neemt u deze? - Ik eet zoiets niet.
Ik zal het hier neerzetten. - Wees aardig voor Giselle.
Bemoei je met je eigen.
Weet je nog onze laatste ontmoeting? - Ja.
Zet u neer.
Dat is waarom ik hier nu ben. - Hoe bedoel je?
Je ziet Bruno wel heel veel. - Nogal ja.
Ben je verlieft op hem? - Dat komt nogal nors over.
Dat is op mijn manier.
Hij is ook verliefd op jou.
Met zijn ideeën om schrijver te worden...
Hij heeft zelfs een contract ondertekend.
Dan gaat hij hier blijven.
Je houdt niet niet voor mogelijk. - Is dat dan de eerste keer?
Ik hou er echt niet van.
Wat vind je van je zoon?
Verandert!
En jij vraagt aan mij waarom ik hier ben?
En je weet het niet. - Neen.
Hij komt je halen om bij hem te werken.
Je bent zelf in je valstrik getrapt.
Jij wilde dat. - Ik?
Ik zal het goed nieuws brengen aan haar ouders.
Geen sluwe bedreigingen. Ik waarschuw je maar.
Waarom volgt ze jou niet? - Hij heeft het niet gevraagd.
Ja natuurlijk niet, zij wil hier blijven bij haar ouders.
Giselle, Giselle...
Je vader zoekt altijd achter iets. Hij heeft het meisje zwanger gemaakt.
Wat is dat hier voor een circus?
Didier?
Een andere vraag, wat zijn de goeie of slechte kwaliteiten?
Ik dacht het al, zoals alle grootvaders, enkel goeie kwaliteiten.
Bedankt meneer Pittuiti. Ik haal Bruno even.
Ik kon haar geen kwaad doen.
Ik zou het mij echt beklagen.
Ze was totaal over haar toeren, ik wist niet meer wat ik moest doen.
Ze is toen weggelopen. - En daarna was jij weg.
Ja.
Ik dacht teveel aan haar.
Je hebt haar terug gezien, je excuses aangeboden...
Je houdt van haar, zij van jou.
En je ruilt je leven in.
Ben je nu boos? - Nee, helemaal niet.
Een beetje verontwaardigd.
Ik zal wel weer vertrekken...
...je zult er niet zijn om de auto te besturen.
Als je binnen 8 dagen je zoon niet naar het leger stuurt dan dien ik klacht in.
Ik herhaal, mijn dochter is 17 jaar. Ze is minderjarig.
Artikel 356 van het wetboek, kies zelf maar.
Nog een prettige avond, ik ken de weg.
Théo, hij zal doodgaan. - Laat mij met rust.
Hij zal wel moeten.
Ik zocht je overal, stop er maar mee. Subiet ben je ziek.
Kom mee... Wat is dat? Ledig nu je zakken.
Nee, we zijn weg.
Ze wachten ons op in de keuken.
We wachtten op je. Ik laat weten dat we samen weg zijn.
Naar waar gaan jullie? - Naar de buiten, een verlaten streek.
En waar is dit dorp dan gelegen? - Giselle heeft het gevonden.
In de bergen, we zullen wonen waar alles ver vandaag is.
Zal ze zich daar goed voelen, denk je? - Ze zal een echte Pittuiti's zijn.
Bruno toch. - Het zal wel goed komen.
Kom mee.
Bruno? - Ja?
Je hebt gelijk. Een echte Pittuiti neemt geen wraak.
Maar eerder liefde.
Meneer Pittuiti, meneer Pittuiti...
...we zouden u graag interviewen en ons te woord staan voor de camera.
...en vertalen wat pépé heeft gezegd tegen ons.
Geen enkel probleem, laten we dit doen.
Bedankt. - Alles wat u wilt.
Heel goed.
We staan hier in het huis van meneer Védrines.
De grote Parijse uitgever in verband met de uitgave van Bruno Pittuiti.
U heeft ondertussen mevrouw Pittuiti leren kennen...
Noem mij maar la choute.
La choute, de moeder van Bruno en aan de andere kant zijn vader...
...meneer Pittuiti en zijn grootvader.
Meneer Védrines kom naast ons staan.
Maak je toch geen zorgen. - Enkele woorden meneer Védrines.
Ik ben zeer tevreden om een job te geven aan jong talent.
En de vader te feliciteren. - Ja, en ik...
...ik zeg tegen u... uw zoon heeft ook talent.
Kijk Bruno.
Uw familie.
Nu al?
Ze hebben geen tijd verloren.
Kijk daar eens, Giselle.
Dat is toch onmogelijk, uw familie.
Maar ja, Bruno.
De auto rijdt nog altijd.
Vertaald door: Manuel Scala (BuStEl) voor frenchmoviesubs.eu
december 2019
- E - I - N - D - E -
Aangepast en verbeterd door Manuel Scala (BuStEl) www.frenchmoviesubs.eu - 2020
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.