All language subtitles for Holland_ The Living Delta.Dutch

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

De beek, de rivier, de zee...

...gesmolten sneeuw, de mist...

...de druppels van een regenbui...

...het is het water dat dit land heeft gevormd.

Het komt van bergtoppen, duizenden kilometers ver.

En van bronnen dichterbij.

Door talloze beken en riviertjes, kanalen en sloten, stroomt het water...

...en verenigt zich met de zee.

Het is zacht en weldadig, mild en heilzaam...

...maar ook sterk en meedogenloos.

Het stroomt door de aderen van alles wat leeft.

Water is altijd in beweging.

Het verdampt, het wordt weer vloeibaar.

Het zinkt diep in de grond en komt weer boven.

Het volgt een onverstoorbaar ritme, in een eindeloze kringloop.

Water is de adem van de aarde.

Er zijn veel ritmes.

Snelle en trage:

De hartslag, een ademtocht, het knipperen van een oog.

Het ritme van dag en nacht, van eb en vloed.

De cadans van de wisseling van de jaargetijden.

En het eindeloze ritme van opeenvolgende klimaten.

Soms verdwijnt het land onder metershoog ijs of onpeilbaar diep water.

Soms is het een woestijn, of een tropisch bos.

Zo'n 8000 jaar geleden is hier een moeras, en komen de mensen.

Al miljoenen jaren wonen hier de arend...

...de haas...

...de bever...

...het pimpernelblauwtje...

...en het stekelbaarsje.

En al die tijd zingt het water het lied van de delta.

Op een heldere lentedag...

...baant een school stekelbaarzen zich een weg door de zacht golvende zee.

Het voorjaar stuurt hen van hun woonplaats in de Noordzee...

...naar de Zeeuwse kust.

Ze moeten landinwaarts, naar zoet water...

...naar een poel, een sloot, een kleine beek.

Ze zullen elke uitdaging aangaan...

...want ze zijn onderweg om zich voort te planten.

Het is een lange, uitputtende tocht, en onderweg dreigt overal gevaar.

Niet iedereen houdt van stekelbaars...

...maar er zijn toch zoveel liefhebbers dat de reis een afvalrace is...

...die alleen maar gewonnen kan worden met een beetje mazzel.

Vlak voor de kust leven zeepaardjes en naaktslakken...

...de juwelen van de zee.

De sterke stroom eist alles van hun conditie.

Niets zal de stekelbaarsjes weerhouden de reis te maken...

...want ze moeten gehoorzamen aan hun instinct.

Ze weten dat ze hier ergens moeten zijn, maar ze kunnen de weg niet vinden.

Het lijkt wel of de rivier is afgesloten.

Overal zijn ondoordringbare obstakels opgetrokken.

Door een kleine opening in de sluisdeur stroomt zoet water.

De stekelbaarsjes ruiken dat onmiddellijk.

De stroming is er sterk en vraagt het uiterste van ze.

Deze haalt het niet...

...en hij is niet de enige.

Miljoenen jaren vonden stekelbaarzen moeiteloos de weg...

...naar hun geboortegrond.

Met hun natuurlijke vijanden hebben ze leren leven.

Maar de barrières die de mensen hebben opgetrokken, zijn vaak onneembaar.

Die zijn het antwoord op de watersnoodramp:

Een verschrikkelijke samenloop van maan, getijden, wind en water.

De wind jaagt het water op.

Het beukt op de dijken, uur na uur...

...zonder een moment aan kracht te verliezen.

Totdat de dijken breken.

In verscheidene plaatsen in het westen van het land...

...is een noodtoestand ontstaan door abnormaal hoge waterstanden.

Hoezeer Dordrecht en omgeving ook van het water te lijden hadden...

Bijna 2000 mensen en ontelbare dieren verdrinken bij deze grote watersnood.

Bij Kapellen in West-Brabant...

...stonden de militairen voor een praktisch onuitvoerbare taak.

Volgens berichten van een kwartier geleden is de toestand kritiek.

De bewoners zitten op de bovenverdiepingen van hun huizen.

Maar de mensen geven zich niet gewonnen. Ze zijn woedend.

Ze verklaren het water tot hun eeuwige vijand.

Ze besluiten het water voor eens en voor altijd hun wil op te leggen.

Hoe begrijpelijk die woede ook is...

...we hadden iets kunnen leren van de bever, die hier al zo lang woont.

De dammen die de bever bouwt zijn sterk, maar geven het water de ruimte.

Bevers zijn trouw.

Man en vrouw blijven hun leven lang bij elkaar.

Op 't land zijn ze wat log, dus zijn ze het grootste deel van de dag in het water.

Om hun vacht te beschermen en te onderhouden...

...gebruiken ze een soort was, die uit een klier tussen hun achterpoten komt...

...en die haartje voor haartje met grote zorg wordt aangebracht.

Het resultaat is verbluffend.

De bever is een overlever.

Hij leeft hier al duizenden generaties lang.

In die tijd heeft hij de Delta totaal zien veranderen.

Een miljoen jaar geleden is onze delta een subtropisch paradijs.

Nijlpaarden en bosolifanten wonen er naast de bever en de arend.

Het ritme van het klimaat is traag en verstild.

Eindeloos heersen bittere kou en tropische hitte.

In de dertiende ijstijd stuwt het landijs puin en zand op...

...tot wat nu de Utrechtse Heuvelrug en Grebbeberg heet.

Als het ijs weer smelt, bloeit langs de nieuwe oevers het leven uitbundig op.

Nog één keer dwingt een ijstijd het water terug.

De delta is een koude, droge vlakte, waar de mammoet heerst.

Tienduizend jaar later verdwijnt de halve delta onder de zeespiegel.

Daarna voeren de zee en drie rivieren zand en klei aan...

...en beginnen zich venen en moerassen te vormen.

Voor het eerst is er iets zichtbaar dat lijkt op ons land.

Elk jaar, al die miljoenen jaren lang...

...is er het ritme van de seizoenen en begint alles steeds opnieuw.

Overal worden paren gevormd.

En iedereen gaat aan de slag om kinderen te verwekken.

De vrouwen kiezen altijd voor de mooiste en de sterkste mannen.

Zo verzekeren zij zich van een gezond nageslacht.

Ook de zeearend moet zijn uiterste best doen om zijn vrouwtje te bekoren.

Overal in de delta wordt de liefde met overgave bedreven.

De snoeken lijken te dansen voordat ze paren.

Alleen de stekelbaarzen hebben nog een lange weg te gaan...

...voordat ze zich met de voortplanting kunnen bezighouden.

Niemand is welkom in de kuil van de snoekbaars...

...ook kleine stekelbaarsjes niet.

Dat de snoekbaars onvriendelijk is, is wel te begrijpen.

Want in de kuil liggen miljoenen eitjes.

Het vrouwtje is al vertrokken en hij moet de eitjes beschermen.

Door te waaieren met zijn vinnen...

...voorziet hij ze van vers, zuurstofrijk water.

De stekelbaarzen hebben de afslag gevonden die naar hun poel leidt.

Onderweg ontmoeten ze de beekprik. Die bouwt energiek aan zijn paaiplaats.

En dat doet hij al veel langer dan de stekelbaars...

...want de beekprik is de oudste vis op aarde.

De beek wordt steeds smaller, steeds ondieper.

De stekelbaarzen voelen dat het nu niet meer ver kan zijn.

Dat geeft nieuwe energie.

Het enige wat volwassen beekprikken nog kunnen, is kleine prikjes maken.

Hun paring betekent tegelijkertijd hun dood.

De daad is meteen hun laatste.

Eindelijk vertraagt de stroom.

De stekelbaarsjes komen in een poel...

...die met veel zorg is aangelegd door een beverfamilie.

Ze zijn eindelijk aangekomen.

De reis van meer dan honderd kilometer was zwaar.

Maar de stekelbaarsjes zijn nog niet klaar.

Ze moeten nog een partner vinden.

Nog nooit waren de mannetjes zo mooi.

Ze mogen niet rusten. Want om een vrouwtje te kunnen verleiden...

...moeten ze haar het allermooiste plekje bieden.

En daar willen die mannetjes best voor knokken.

Eindelijk heeft ie een goeie plek gevonden. Hij begint meteen te graven.

Stroomopwaarts valt veel regen en in de bergen smelt de sneeuw.

De rivieren worden steeds breder en sterker.

Ze hebben ruimte nodig.

Elk jaar weer treden ze buiten hun oevers.

De dieren weten dat en zoeken een veilig heenkomen...

...maar de mensen laten zich niet zo makkelijk verjagen.

Steeds weer binden ze de strijd aan met het stijgende water.

Ze bouwen dijken en pompen het water weg met molens en gemalen.

Het water maakt de bodem vruchtbaar, maar de polders moeten droog.

Als er één dier is dat zich de polder tot zijn thuis heeft gemaakt...

...dan is dat de haas.

Hij leeft in het weiland.

Hij heeft geen hol of nest nodig om in te schuilen.

Hij maakt een eenvoudig leger door wat gras te pletten.

Het is het taaiste dier van de delta.

De dag verdrijft de nachtvorst.

De lucht vult zich met allerlei verleidelijke geuren.

De haas heeft alleen maar vijanden.

Om zich te beschermen, vertrouwt hij op zijn gevoelige zintuigen...

...en op zijn sprint.

Ook handig bij het vinden van 'n partner.

Maar daar moet eerst nog om gebokst worden.

Een stel rammelaars, mannetjeshazen...

...heeft het oog laten vallen op hetzelfde vrouwtje.

Daar komt gedoe van.

De winnaar wordt rijkelijk beloond.

Het felle licht van de zon...

...wekt de bewoner van dit holletje uit zijn winterslaap.

De ringslang ruikt met de uiteinden van zijn tong.

Die wijzen hem ook de weg naar de bron van die heerlijke geur:

Een ringslangvrouwtje.

Er is helaas een groot mannenoverschot.

Als hij het vrouwtje eenmaal gevonden heeft...

...blijken een heleboel heren hem al voor te zijn.

Het dikke vrouwtje laat zich graag bewonderen door haar verleiders.

Uiteindelijk maakt zij zelf uit wie haar mag bevruchten.

In een drassige weide, die nu langzaam opdroogt...

...zoekt een pasgeboren vlinder de weg omhoog naar de zon.

Ze pompt haar vleugels op om ze vliegklaar te maken.

Als ze warm en droog zijn, kan ze haar leefgebied verkennen.

Zij is een pimpernelblauwtje...

...en ze is zeldzaam, net zoals de bloemen die ze bezoekt.

Hongerig storten de jonge vlinders zich op de bloemen.

Ze eten zich in één keer vol met nectar.

Ze hebben haast: er is weinig tijd en er is veel te doen.

Alleen vrouwen die nog maagd zijn, komen in aanmerking voor bevruchting.

Dat maakt de zoektocht voor de mannen niet makkelijker.

Maar het is wel de moeite waard, want als hij een vrouw heeft gevonden...

...duurt de eenmalige paring maar liefst anderhalf uur.

Daarna gaan de mannen op zoek naar een nieuw avontuurtje.

Voor de vrouw begint het nu pas.

Ze heeft een paar dagen om wel honderd eitjes te leggen.

Dat gaat niet zomaar.

Zij legt de eieren...

...in de samengestelde bloemen van de grote pimpernel...

...en alleen daar.

Er mag maar één eitje in één pimpernel gelegd worden.

En: de knop mag niet te ver in bloei zijn.

Eén voor één gaat ze de bloemknoppen af...

...en ruikt met haar antennes of ze bezet zijn.

Als de pimpernel nog vrij is, zet ze een eitje in het hart van de knop.

Honderd vrije pimpernellen heeft ze nodig...

...en ze zal niet rusten voordat ze al haar eitjes...

...een veilig onderkomen heeft bezorgd.

Na een weekje hard werken zijn alle eitjes onderdak.

Het pimpernelvrouwtje is klaar. Ze is moe, ze is oud.

Er zijn niet veel van dit soort drassige weitjes meer.

Het pimpernelblauwtje en de grote pimpernel...

...zijn een zeldzaam duo geworden.

Ooit waren dit soort weitjes algemeen in onze Delta.

Maar door de eeuwige strijd tegen het water...

...en de voortdurende bemaling, zijn ze schaars geworden.

Dit is het domein van de zeearend.

Maar zijn nest lijkt verlaten.

Het is feest nu de eieren zijn uitgekomen...

...en twee prachtige kuikens de wereld in kijken.

Zij weten dat zij hier heer en meester zullen zijn.

De kraaien dagen de arenden uit...

...dus maakt de arend even heel duidelijk dat hij hier toch echt de baas is.

De ouders delen de zorg voor de twee krachtige jongen.

Dat betekent voor de komende maanden:

Aan de lopende band eten aanslepen.

Voor de futen gaat het echte werk nu ook beginnen.

Ze zijn zojuist de trotse ouders geworden van hun eerste jong.

Het fuutje verbaast zich over de dingen die uit zijn lijf steken.

Wie weet zijn die wel lekker...

...De jonge reigers hebben enorme trek en maken dat luidkeels duidelijk.

De lepelaars doen niet voor ze onder, ze zijn net zo hebberig.

Het vermoeden van het futenjong dat dit wel eens eetbaar zou kunnen zijn...

...was juist. Zijn eerste maal bestaat uit veertjes.

Iedereen in de futenfamilie eet veertjes en veren.

Vissen gaan in hun geheel naar binnen...

...en de veren beschermen de maag tegen de graten.

De resten worden als ballen uitgebraakt.

Het kuiken vindt het een prima plan, en begint vast aan zijn moeder te kluiven.

Midden op de dag wordt het donker...

...en storten de wolken hun regen uit over het drassige land.

Net als het water en de klei horen regen, wind...

...mist en wolken bij dit land.

Het onregelmatige ritme van het weer ververst en voedt onze delta.

Zo helpt ze haar veerkrachtig en vruchtbaar te blijven.

Als het weer opknapt, nemen de bevers vrijaf...

...want vandaag wordt de liefde gevierd.

Bevers blijven altijd samen, maar voor ze jongen gaan verwekken...

...moet die eeuwige band worden vernieuwd.

Ze houden van het ritueel en ze nemen er dan ook de tijd voor.

Bevers zijn echte waterdieren...

...dus bedrijven ze de liefde niet op de wal, maar in het water.

Hoog op de Grebbeberg kruipt een ringslangetje uit het ei.

Hij is niet groter dan een flinke regenworm.

Zijn tong wijst hem de weg naar het water, tientallen meters lager.

Een kleine ringslang eet graag kikkervisjes.

En kikkers eten graag pasgeboren ringslangetjes.

De kikker heeft even wat anders aan zijn kop...

...dus kan de ringslang zich tegoed doen aan de kikkervisjes.

De tong van de ringslang ruikt en proeft, en wijst de weg.

En zijn kaken zijn rekbaar...

...om flinke prooien in hun geheel naar binnen te kunnen werken.

De spruiten van de zeearend groeien als kool...

...met alle gevolgen van dien...

De ouders moeten hard werken om hun kroost tevreden te houden.

Het voedsel is niet aan te slepen.

Het zijn geen moeilijke eters.

Vogels, vissen, zo nu en dan een klein haasje...

...dood of levend, het maakt niet uit.

Wie zich het makkelijkst laat vangen, is de klos.

De fuutjes zijn kieskeuriger. Die willen alleen verse vis.

De meerkoet is druk met de opvoeding van haar pasgeboren kind.

Ze ziet 'n kuifeend haar gebied naderen en dat stoort haar.

De meerkoet duldt geen indringers. De kuifeend moet weg, en wel nu.

In de dierenwereld is niemand feller dan een moeder die haar kinderen verdedigt.

De jongen kennen dit gekrakeel.

Ze hebben er vertrouwen in dat hen niets zal overkomen.

Het finalegevecht.

De meerkoet lijkt aan de winnende hand, ze houdt de kuifeend onder water.

Totdat... de koet zelf lijkt te verdrinken.

En net zo plotseling als het begonnen is, keert de rust weer.

Terwijl de zon ondergaat, maken de kemphanen nog een beetje ruzie...

...en zoeken de andere watervogels een maaltje bij elkaar.

Ze hebben elk hun eigen techniek...

...en jagen daarmee op een net iets andere prooi.

Voor de spreeuwen is de ondergaande zon het sein om zich te verzamelen.

Voor ze gaan slapen, gaan ze nog even een potje stuntvliegen...

...met zijn dertigduizenden tegelijk.

Het wordt donker in het moerasbos.

Dieren zoeken hun holen, nesten en legers op.

Tegelijkertijd worden andere dieren wakker.

Die hebben besloten dat ze in dit dichtbevolkte land...

...het beste 's nachts actief kunnen zijn.

De paringsroep van de boomkikker...

...overheerst alle andere nachtelijke geluiden.

Voor de rat levert dit ondergelopen bos een onverwachte lekkernij op.

Een mossel. Maar hoe krijg je die open?

De bunzing heeft het ook naar zijn zin in dit natte gebied.

Net als de das.

Zij voeden zich graag met de andere bewoners van het bos.

En dat allemaal dankzij de bever, de architect van het gebied.

De beverfamilie bouwde in een paar generaties een dam van 85 meter lang.

Het opgestuwde water zette een paar hectare blank.

Zo bouwen ze hun eigen paradijs, want die hele plas is hun thuis.

Elke nacht zijn de bevers bezig met het onderhoud van hun dam.

Niets wordt aan het toeval overgelaten.

Elke zwakke plek wordt onmiddellijk versterkt.

Het zijn ongelofelijke doordouwers.

Ze werken niet snel maar wel heel grondig.

Hun werklust is ongeëvenaard.

Ze slepen, knagen, bouwen en metselen zes uur aan een stuk.

Pas als de dag aanbreekt, gaan de bevers rusten.

Het hoogzwangere bevervrouwtje gaat er eens lekker voor liggen.

De jongen in haar buik denken daar heel anders over.

In de Biesbosch komen de rivieren samen met de getijden...

...en regeren wind en water.

Na een verwoestende watersnood gaf de mens zich hier gewonnen.

De bever weet allang dat de wilg uitstekend bouwmateriaal levert.

De mens maakte een plantage van dit door de rivieren heroverde gebied.

De wilgen vormden zo de basis voor een grote industrie en voorspoed.

Lang was de zeearend door jacht en boomkap uit ons land verdwenen.

Toen de mensen uit de wilgenplantages vertrokken, zag de zeearend zijn kans.

De wilgen zijn uitgegroeid tot een omvangrijk moerasbos:

De perfecte plek om zijn jongen groot te brengen.

Nu is hij weer de koning van de delta.

Nu de zeearend hier weer jaagt, verandert alles.

Zijn prooien voelen de dreiging en passen hun gedrag aan.

Ze verbergen hun jongen nu nog beter en grazen minder in het open veld.

Omdat ze daardoor ander voedsel eten, verandert ook het landschap.

Het gras wordt hoger en jonge zaailingen hebben meer kans.

Zo kan een koppel zeearenden een heel leefgebied veranderen.

En dat terwijl 't voeden van hun kuikens, hun enige drijfveer is.

Op het nest is het feest als de ouders een vette paling thuis brengen.

Overal in de polder en de uiterwaarden, in de poeltjes en de sloten...

...krioelt het van het leven.

Weidevogels en hazen hebben eenvoudige nesten, gewoon op de grond.

Met zoveel dreiging in de lucht is dat niet altijd een verstandige keuze.

De kiekendief heeft zijn naam te danken aan het stelen van kleine haasjes...

...en andermans kuikens.

Hoe jong het haasje, de grutto of de kievit ook is, ze weten:

Zodra er gevaar dreigt, zit je doodstil.

En als gevaar toch te dichtbij komt, dan trekken de ouders de aandacht...

...en bieden zij zichzelf desnoods aan als prooi.

Probeer maar eens een rennende haas te vangen.

Want dit is waar ze voor zijn gebouwd. Zij zijn de snelste landdieren van Europa.

De cheeta van de polder.

De hele dag zijn de jonge haasjes alleen en zitten ze stil.

Hun ouders blijven uit de buurt, opdat de kleintjes minder opvallen.

's Nachts is de luchtmacht minder actief...

...dus mogen ze, zodra het donker wordt, eindelijk spelen.

Maar een moeder kan nooit relaxen.

Nou heeft die vage haas van verderop het weer aangelegd met haar kleintje.

Dat staat moeders helemaal niet aan.

Het haasje rept zich naar het leger, zijn eigen veilige, platgedrukte stukje gras.

Om de waterwerken in topconditie te houden...

...hebben de bevers besloten dat deze boom om moet.

Drie nachten lang werken ze er aan.

De tanden van de bever zijn keihard.

In het oranje glazuur zit ijzer.

Met elke hap worden de beitels opnieuw geslepen.

Hoe komt 't toch dat de lekkerste hapjes altijd het hoogst hangen.

Voor de schaft is alleen het beste goed genoeg.

Een boom omknagen is geen sinecure.

Het luistert nauw en dat is nou precies wat de bever doet.

Hij hoort of de boom op omvallen staat.

Hij knaagt aan de achterkant nog wat weg...

...om te zorgen dat de boom precies daar valt, waar hij hem hebben wil.

Iedereen profiteert van de omgeknaagde boom.

Hij biedt bescherming en voedsel aan andere dieren.

Zo zorgt de bever voor een explosie van nieuw leven in zijn poel.

De mannetjes stekelbaarzen moeten nodig aan het werk...

...de vrouwtjes zijn veeleisend.

Ze willen een fraai nest dat goede bescherming biedt aan hun eitjes.

De mannetjes verzamelen takjes en algen.

Ze graven een kuiltje met hun mond en stampen de algen aan.

Terwijl het vrouwtje van hun dromen, vol met eitjes, wacht.

Om het nest stevig te maken...

...plakt hij de algen aan elkaar, met 'n soort lijm die hij zelf produceert.

En hij stampt en plakt en stampt nog een keer.

Het vrouwtje irriteert hem.

Ze wil maar niet snappen dat hij nu even geen aandacht voor haar heeft...

...en dus jaagt hij haar weg.

Als het nest stevig genoeg is, maakt het mannetje er een tunnel in.

Daarin zal het vrouwtje haar eieren leggen...

...tenminste, als ze het goed genoeg vindt.

Eindelijk nodigt hij haar uit om het nest te keuren.

Hij laat de ingang zien, door op zijn kant te gaan liggen.

Zodra ze binnen is, duwt hij op haar staart.

Waardoor ze haar eitjes gaat leggen.

Onmiddellijk bevrucht het mannetje ze, en jaagt het vrouwtje weg.

Als er nog een vrouwtje vol eieren langs komt...

...zal het mannetje ook haar zijn fraaie nest aanbieden.

En dat doet hij soms wel vier keer achter elkaar.

Een dikke week lang, zit het mannetje op het nest.

Hij waaiert voortdurend vers, zuurstofrijk water over de eitjes.

Hij verwaarloost zichzelf.

Als de eitjes uitkomen en zijn taak erop zit, is hij hongerig en doodop.

Jonge snoeken eten alles wat beweegt.

Ze eten de hele dag door. Het zijn onverzadigbare eetmachines.

Deze veelvraat heeft het voorntje nog niet op...

...of hij laat zijn oog al vallen op een jonge stekelbaars.

Het driedoornige stekelbaarsje heet niet voor niets zo.

Maar dat weet die snoek kennelijk nog niet.

Hij is gewoon een beetje dom...

...want de stekelbaars heeft ook stekels aan zijn flanken.

En deze ook al.

Nu heeft het snoekje het geleerd:

De stekelbaars gaat voor altijd van het menu.

De vuilnisophaaldienst van de delta is inmiddels aangekomen.

Het is de rivierkreeft.

Hij hoort hier eigenlijk niet, maar hij heeft het hier prima naar zijn zin.

En hij smaakt blijkbaar nog lekker ook.

Daar komen de lepelaars.

Alsof er luid is omgeroepen: 'Het kreeftenseizoen is begonnen.'

Net als de haas heeft ook de ooievaar het vlakke landschap ontdekt...

...dat door de mens is gemaakt.

In de polders en de uiterwaarden vindt hij een rijk gevarieerd menu:

Haasjes, kikkers, slangen...

...insecten en vis.

De scherpe kantjes van de stekelbaars zijn geen probleem voor de ooievaar.

Het is vandaag snoeiheet.

De ooievaar geeft haar jong een koele douche.

Het haasje is al flink gegroeid.

Hij heeft vele gevaren overleefd. Maar steeds dreigen er weer nieuwe.

Het haasje weet alleen dat hij heel stil moet zitten.

Maar die strategie is nu juist gevaarlijk.

Het ene gevaar is nog niet geweken of er dreigt een nieuw.

Een ooievaar is op zoek naar eten voor zijn kuiken.

Hij verzamelt de resten van wat achterbleef na het maaien.

Het haasje maakt zich zo klein mogelijk.

Hij zou het liefst onzichtbaar worden.

Eindelijk heeft moeder haas door dat haar jong in gevaar is.

Maar de ooievaar heeft helemaal geen interesse.

Er ligt hier zo veel voor het grijpen, dat een levend haasje veel te veel gedoe is.

Mensen hebben niet alleen de polder gemaakt, maar ook dit landschap.

Ooit gebruikte men dit land voor de landbouw...

...en bleek de grond een ideale brandstof, voor een land met 'n groeiende bevolking.

Eeuwenlang is het veen hier uitgebaggerd...

...gedroogd en als turf opgestookt.

Zo ontstonden nieuwe meren en is een heel nieuw leefgebied ontstaan...

...voor de ringslang en talloze andere waterdieren en planten.

De jonge futen beginnen aan hun ontdekkingsreis.

Ze zijn nu groot genoeg om samen met hun ouders verder van het nest te gaan.

De arenden zijn bijna volgroeid.

Van vleugeltip tot vleugeltip zijn ze een kleine twee meter breed.

Het nest is onderhand te klein geworden voor het gezin.

Het jonge vrouwtje vindt het benauwd en is al twee weken aan het oefenen.

Drie maanden zijn ze nu en het is tijd om te leren vliegen.

Ook al zit kleine broer in de weg.

In het begin is vliegen vooral...

...vallen.

En daar zit je dan.

Broerlief zit de capriolen van zijn zus wat zorgelijk te bekijken.

Hij peinst er niet over om het nest te verlaten.

Pa en ma komen zo met verse vis.

En ja hoor, daar is een verse lading paling...

...alleen voor broer.

Dat is een domper. Voor het eerst uit huis en dan meteen geen eten.

Als je het niet gewend bent, krijg je van zo'n tak stijve klauwen.

Ze wil terug naar huis, maar dat is hogerop en dus zal ze moeten vliegen.

Maar hoe? Het is doodeng om de tak los te laten...

...terwijl ze voelt dat ze wel een soort van vliegt...

Het is gelukt. Ze heeft de slag te pakken.

Maar meteen is er een nieuw probleem.

Ze weet nog niet hoe zwaar ze is.

Eindelijk, de eerste die het houdt.

Evenwicht bewaren moet ze ook nog leren.

En dan is er ook nog een pottenkijker.

De jonge arend gaat nu voor haar eerste lange vlucht.

Met landing.

Op het nest.

Het avontuur van zijn zus, inspireert de broer.

De pasgeboren bevers krijgen zwemles.

Ze voelen zich meteen op hun gemak in het water.

Met al dat jonge grut in die kleine burcht...

...vindt de drie jaar oude zoon van het paar dat het tijd is om te vertrekken.

Vroeg in de ochtend, begint de jonge bever aan zijn grote tocht.

Hij weet niet waar die zal eindigen.

Een bever die zelf 'n gezin gaat stichten, moet op zoek naar een eigen leefgebied.

Daarvoor moet hij vele kilometers reizen.

De jonge bever zwemt stroomopwaarts.

Overal langs de Maas ziet of ruikt hij tekenen van bewoning.

Na zeven dagen zwemmen, vindt hij in een stroompje een plek die hem bevalt.

Die nacht begint hij te werken aan zijn eerste eigen dam.

Een ratje wil wel eens weten wat die nieuwe snuiter aan het doen is.

Maar het water stijgt en begint sneller te stromen.

Dat is meteen de eerste test voor de nieuwe dam.

De hele nacht blijft het water stijgen.

Als het water weer zakt, staat het bouwwerk nog fier overeind...

...en kan de jonge bever aan zijn burcht beginnen.

Hij heeft zijn plek gevonden, voorlopig blijft hij hier.

Stekelbaarsjes pakken hun voortplanting groots aan.

De nieuwe gezinsleden zijn met zijn honderden...

...en nog geen halve centimeter lang.

De vader heeft zijn handen vol aan de bewaking van zijn school.

Het harde werken heeft de stekelbaars verzwakt.

Hij is alleen maar met zijn kinderen bezig.

Hij komt nauwelijks aan eten en rusten toe.

Hij is doodmoe.

Zijn taak is vervuld en zijn leven is volbracht.

Dat is het moment waarop de rivierkreeft heeft gewacht.

Hoe hard het ook lijkt, in de natuur wordt niets verspild.

Over zes maanden beginnen de jonge stekelbaarzen...

...aan hun grote reis.

Naar zee, tot ze terug moeten om te paaien.

Ons vlakke land lijkt natter dan het is.

De polders van de delta zijn gek genoeg heel droog.

Het land is alleen te gebruiken als het water voortdurend wordt weggemalen.

Dat is een specialiteit van de Nederlanders.

Die droge polders zijn een probleem voor het pimpernelblauwtje...

...dat hier al zo vele jaren woont.

Zij heeft drassig hooiland nodig en dat is schaars.

Hier kan een twee millimeter lang rupsje uitgroeien tot een prachtige vlinder.

Als ze genoeg gegeten heeft van de pimpernelbloem...

...gaat ze op pad, op zoek naar nieuw voedsel.

Ze daalt af van haar veilige plekje in de bloem, een groot gevaar tegemoet.

Want de benedenburen zijn heethoofden.

De moeras-steekmieren vallen alles aan, zelfs als het groter is dan zij.

Je zou dus denken dat de rups het mierennest zal mijden.

Maar het rupsje wil niet eens langs het nest, het wil er in.

Om te kunnen groeien is het rupsje vier keer verveld...

...en nu zou zij net zo moeten ruiken als de larve van de steekmier.

De vraag is alleen of dat ook echt zo is.

Om aandacht te trekken maakt ze een geluidje alsof ze zelf een mier is...

...maar ze wordt genegeerd.

Eén mier herkent de geur.

Maar er klopt iets niet. Ze wil steken.

Hoewel? Dit ding ruikt niet alleen naar mier, het klinkt ook zo.

Ze besluit dat de rups een mieren-larve is...

...en sleept die mee naar haar nest.

Als dank voor de lift, scheidt de rups een lekkere zoete stof af.

Niet dat alles nu pais en vree is.

De rups moet er af en toe op uit om mierenlarven te eten...

...en dan wordt haar camouflage steeds weer op de proef gesteld.

Tien maanden lang houdt ze huis in het mierennest.

Honderden larven heeft ze stiekem opgegeten.

En dan, eindelijk, zoekt ze 'n plekje hoog in het nest om zich te verpoppen.

Na vier weken breekt het gevaarlijkste moment van haar leven aan.

De vlinder moet eruit.

Ze heeft nu geen vermomming meer.

De mier is haar grootste vijand geworden.

Heel vroeg in de morgen breekt de pop open.

De pasgeboren vlinder moet opschieten, want de mieren zijn nog niet actief.

Alleen nu kan ze ontsnappen.

Ze zoekt de warmte van de vroege zon.

Pompt haar vleugels op en laat ze uitharden.

Haar lichaam zit al vol eitjes, wat haar bijzonder kwetsbaar maakt.

De mannen zitten al op haar te wachten. Ze moeten zo snel mogelijk aan het werk.

Zij moet honderd eitjes leggen in honderd grote pimpernelbloemen...

...voor honderd nieuwe pimpernelblauwtjes.

Een paar honderd jaar heeft de zeearend de delta gemeden...

...maar nu is hij terug.

De grote veranderingen...

...begonnen met de eerste voetafdrukken van de mensen in de klei.

Ze verjoegen de zeearend en de bever.

In een paar duizend jaar veranderde de mens...

...wat in miljoenen jaren was gevormd.

Maar wat voor de mens een lange tijd is...

...is voor de natuur slechts 'n enkele maat in het lied van de delta.

Nu er stukken land worden teruggegeven aan de natuur...

...begint het landschap weer te lijken op hoe het lang geleden was.

Want de mens begint te begrijpen dat het ook anders kan.

Hij ziet het water niet langer als zijn vijand.

Na zes maanden in de beverpoel...

...horen de jonge stekelbaarsjes de roep van de zee.

Samen trekken ze stroomafwaarts.

Eindelijk ruiken ze het zilte water. Nog heel even.

De stroming van de rivier helpt de hele school door de sluis naar buiten.

De arenden verlaten het ouderlijk nest.

Het zal nog jaren duren voor ze een eigen gezin stichten.

Nu genieten ze van hun vrijheid en ze verkennen alle uithoeken van de delta.

De mens heeft het water bedwongen en het land gevormd zoals hij wilde.

Hij beseft nu dat hij is als de arend, de bever, de haas...

...het stekelbaarsje en het pimpernelblauwtje:

Een kwetsbaar wezen dat niet zonder de ander kan.

Dit is ons land, onze delta.

Achtduizend jaar ons thuis en miljoenen jaren oud.

Een eind naar het noorden vindt 'n jonge arend voor onze kust, nieuw land...

...gevormd door een samenspel van mens, wind en water.

We raken eindelijk vertrouwd met de ritmes van de natuur...

...waarin alles steeds in beweging is, steeds anders wordt.

Zoals het altijd ging, en zoals het altijd zal gaan.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.