Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
INTRODUCTIE VAN HET GEBOEFTE
Dit is het verhaal van een misdaad, precies zoals die gebeurde.
Vanaf het begin, in het rustige dorpje Neustadt.
Emil Tischbein, jong, slim en nietsvermoedend...
...heeft een kaartje voor de vroege bus naar Berlijn.
Een vakantie en een missie.
Deze man is een boef.
August Grundeis. Alias 'De Mol'.
Met een strafblad zo lang als je arm. Hij is voortvluchtig.
Hilde Tischbein herhaalt nog een keer de instructies...
...die haar zoon al zo vaak heeft gehoord.
Hij luistert nauwelijks.
Wie wordt gezocht, leert voorzichtig te zijn. Oplettend en onopvallend.
Hij leert om al het contact met de wet te vermijden.
Hilda Tischbein wacht op 't juiste moment om haar zoon een envelop te geven.
Geld voor zijn oma.
Zo vallen de stukjes op hun plek. Het patroon voor een misdaad is gelegd.
De gebeurtenissen begeven zich nu rap richting een onvermijdelijke climax.
Snoepje?
Nee, bedankt.
De volgende hoek, graag.
Laat me uitstappen, alstublieft.
Wat doe jij nou?
Jongetje, kom terug.
Wind je niet op. Je bent hier onbekend, hè?
Misschien.
Vind je dat niet grappig? -Nee.
Jammer voor jou, een lach is veel waard.
Honger? Heb je werk nodig? Geen geld op zak?
Gustav Fleischmann Arbeidsbemiddeling.
Dat ben ik. Ik regel wel wat.
Ik heb geen trek, zoek geen werk en heb geld. Ik ben bezig, dag.
Gustav Fleischmann, gids. Rondleidingen van hoge kwaliteit voor een lage prijs.
Zoek niet verder, ik ken Berlijn op m'n duimpje.
Ik maak een lijst van bezienswaardigheden.
En ik gaf jou een mep als ik niet bezig was.
Meneer?
Pardon.
Een man in dat café heeft mijn geld gestolen.
Een man in dat café heeft mijn geld gestolen.
Jij bent de jongen die verkeerslichten negeert.
Hij heeft het geld dat ik naar oma ging brengen. Vierhonderd mark.
Zag je de man je geld afpakken? -Niet precies, maar...
Misschien ben je je geld verloren. Dat is mogelijk.
Jongetjes verliezen dingen. -Het zat vastgespeld in mijn jas.
Als u hem niet snel arresteert, ontkomt hij.
Er is een politiebureau aan Spandauer Damm. Meld de diefstal bij de balie.
Dan ontkomt hij. -Ik kan hem niet oppakken zonder bewijs.
Dat snap je wel. En dit is de spits.
Momentje, graag.
Mag ik me voorstellen? Gustav Fleischmann en partners.
Die agent is te druk met het verkeer. Je hebt een privédetective nodig.
Gelukkig ben ik er. Wij knappen vuile zaakjes op.
We vonden de kat van Frau Buckermeister toen iedereen het had opgegeven.
Het was een zware klus.
Stop. Wacht even.
Waarom zo'n haast? Dat was een lastige klus.
Die kat had z'n hoofd gestoten en was in de war.
Is dat hem? Wat een rotstreek.
Vertel me precies wat er gebeurd is. -Ik kwam naar Berlijn...
Terwijl Emil Tischbein zijn verhaal vertelt...
...raakt hij verder verstrikt in een web van misdaad.
Ergens in dit café zit de rest van het geboefte.
Kijk hem nou.
Hij doet alsof alle politie in Berlijn achter hem aan zit.
Dat is zo.
Het bevalt me niks. Hij heeft niets te zoeken bij zo'n grote klus.
Kun je het een project noemen, Muller? In plaats van klus.
Sigaar, alsjeblieft.
Laten we hem dumpen. -Er is een probleempje.
Je vindt niet snel mannen met zijn vaardigheid. Hij is de beste in z'n vak.
Hij ziet er niet uit als de beste. En iedereen kan graven. Zelfs ik.
Het gaat niet om iemand die graaft. Hij moet een tunnel maken.
Vuur, alsjeblieft.
Noem 't hoe je wilt. Lui genoeg die zich achter de muur vandaan uitgegraven hebben.
Amateurs met geluk. Wil je de tunnels gebruiken die ze hebben achtergelaten?
De tunnel die hij heeft gemaakt, is een meesterwerk.
Hij wordt dagelijks gebruikt, al maandenlang.
Er gaat een fortuin aan zwarte markt koopwaar doorheen.
Hij lijkt net een rat.
Een mol, Muller. Hij lijkt op een mol. Zo noemen ze hem.
Geef me een pen.
Ik vind het maar niets. -Ja, Muller.
Ik vind het helemaal niets. -Ik hoorde je wel.
Mogen we de rekening?
En wilt u deze krant aan de man in het geruite pak geven?
Hij zit daar.
Geen zorgen, Muller. De Mol zorgt niet voor problemen.
Ik heb alles uitgedacht.
ALLEEN DE VOORDEUR GEBRUIKEN
HOTEL KREID # 202 18.00 uur
Ik volgde hem, ik wist niks beters. Zo kom ik hier.
Hij betaalt zijn rekening. -Met mijn geld.
Ik neem je zaak aan voor 20 mark. Vijftien dan.
Ik heb maar 40 mark voor m'n hele reis.
Wil je 't toch terug? Straks verhongert je arme peetmoeder.
Grootmoeder. -Goed, speciaal vakantietarief.
Tien mark, plus onkosten.
Je krijgt veel voor weinig.
Daar komt de zakkenroller.
Goed dan. -Mooi. Kom op.
Ik let op hem. Pak jij dat biljet. Geef de ober er één uit je zak.
Jouw geld zat toch vastgespeld in je jas? Dan herken je het dus aan de gaatjes.
Oké, vooruit.
Wacht even. Wat als ik jou kwijtraak? -Niet doen.
Pardon.
Gelukt. -Het was het belangrijkste deel.
Ja, het is bewijs.
Dat niet, boerenjongen, dit. Een geheime bijeenkomst...
...maar de naam van het hotel is weg. -Kunnen we niet gewoon...
Waar is hij? Ik dacht dat jij op hem zou letten.
Eerst heb ik de man, maar geen bewijs. Nu heb ik bewijs, maar raak jij de man kwijt.
Doe rustig. -Doe 't zelf. Het is niet jouw 400 mark.
Wil je dat ik de zaak neem? Ik geef je je 10 mark terug, plus vijf van mezelf.
Dat is beter. Kom op.
Waarheen? -De rest halen.
Weer terug? Ben je niet naar de politie gegaan, zoals ik zei?
Hij heeft een privédetective op de zaak gezet.
BERLIJN TOERISTENEXPRES
Ik hoop dat Emil interessant nieuws heeft voor m'n column.
Een column voor elke editie van de schoolkrant valt niet mee.
Je hebt niks meer te melden. Als je niks meer weet...
...moet je het anders brengen, of grappig. Dat valt ook niet mee.
Is dit de bus uit Neustadt?
Waarvandaan? -Neustadt.
Berlijn Toeristenexpres... -Dat weet ik.
Als het die is, komt ie uit Neustadt. -Dit moet een fout zijn.
Fout? Wat voor fout? -Waar is mijn kleinzoon?
Ik weet niets over kleinzonen. Alleen over bussen.
Daar heb je het al. Bel je vader.
Wacht even, oma. Dat zal niet helpen.
Hij is te jong. -Het helpt toch niet.
Ik wist dat er iets zou gebeuren. -We weten niet of er iets gebeurd is.
Emil zit niet in de bus, daar is de bus en Emil is er niet.
De dienstregeling. Hij komt om 8 uur... -Ik zei Eva dat hij te jong is.
Verkeerd gelezen? Een acht lijkt op een drie en uw ogen zijn niet best.
De jouwe ook niet op mijn leeftijd.
We gaan naar huis. Ik blijf eten en om acht uur zijn we hier.
Het regent ook. We gaan naar huis, oké?
Ik kan uw typemachine gebruiken voor m'n column. Toe oma, alstublieft?
Waar moet dat heen? -Opzij.
Jongeheer Reinhardt, waar gaat u heen?
Wacht.
Neem je koffer mee.
Waar gaan we nu heen? -Het hoofdkwartier.
Ik draag dat wel. -Bedankt.
Is dit het hoofdkwartier? -Natuurlijk niet.
Als het hoofdkwartier hier is, waarom... -Geheimhouding.
We houden ons hoofdkwartier liever geheim.
Hoi, Gustav. Wat is er? -Iets groots.
Veilig?
Ga zitten.
Goed, we beginnen. Heeft iedereen z'n penning?
Mooi. Nu... -Wacht. Waar is jouw penning?
Ik had 'm toen ik me aankleedde. Dit is mijn vest niet, maar het jouwe.
Het is dan jouw vest, maar mijn penning. -Wat? Daar speld ik mijn penning altijd.
Oké, jongens. -Nietes.
Laat toch. Dit is onze cliënt, Emil Tischbein. Nieuw uit Neustadt.
Ik ben Hermann. -Ik ben Hans. Dit is m'n broertje Rudolf.
Het scheelt tien minuten. -Elf.
Ik ben Reinhardt Bertram Hohenfeld.
Aangenaam. -We noemen hem de Professor.
Hij praat veel.
Omdat ik kwesties zorgvuldig overweeg...
...en niet impulsief handel. -Zie je?
Ik heet Dienstag. -Hoi.
Wat is er met je been? -Gevallen bij onze laatste zaak.
Emil zit in een moeilijk parket en wij moeten helpen. Hij is beroofd.
Vierhonderd mark. -Dat is een hoop geld.
Dat is een aanzienlijk bedrag. -Het gaat als volgt. Ik...
Kom, vertel eens iets.
Het was toch veilig? -Dat is mijn zus maar.
Ze belt. -Zoals gewoonlijk.
Luister, als dit het hoofdkwartier is... -Geen zorgen, ik regel het wel.
We weten wie de dader is.
Dan pakken we het geld terug. -Dan zijn wij ook dieven.
Als iemand me besteelt en ik pak het terug ben ik geen dief.
Jawel. Het is een morele kwestie.
Nee, dat is het niet. -Kom op.
Echt niet.
Ik ben geen dief, dat weet je. Wat is dit?
Hou op. -Je beschuldigt de verkeerde.
Moet ik over de zaak vertellen of niet?
Ten eerste moeten we die boef vinden. -Weet je...
Ik weet niet of het verstandig is om deze zaak aan te nemen. Dit is niet mis.
Het wordt geen vuurgevecht.
We zoeken hem en leveren hem af bij de politie.
Ja, maar er zijn verzachtende omstan... -Je hoeft niet mee.
Waarom verzacht je je omstandigheden niet tot je het hele verhaal hebt gehoord?
Emil, beschrijf de zakkenroller. Hermann tekent hem.
Hij is heel goed. -Heb je papier?
Kom, Emil. -Hij is lastig te beschrijven.
Waar kan ik deze neerleggen? -Geef maar.
Kijk eens? We hebben al één aanwijzing.
Hij wilde 'm vernietigen, maar ik was hem voor.
Het belangrijkste ontbreekt: de naam van het hotel.
Dat maakt de zaak zo interessant.
Vermoedelijk gaat de man om zes uur naar een hotel voor een afspraak.
Het is nu 16.30 uur, dus...
Ik was nog niet klaar. Als je de telefoon aanraakt, breek ik je arm.
We zagen de boef bij de Gedächtniskirche lopen.
We beginnen met hotels daar. Anders had hij 'n taxi genomen.
Dienstag, blijf bij de telefoon.
Professor, maak een lijst met hotels. Emil blijft hier en als jullie...
Meld het als jullie de boef hebben gezien. -Boef? Welke boef?
Jongetjes.
Doe iets aan haar. -Komt voor elkaar.
Ik moet oma bellen...
Stuur een bericht, dat kun je kort houden. Dan is ze niet zo bezorgd.
Hermann, bezorg het voor hem. -Nee, toch.
Elke taak is belangrijk. Laat niemand weten waar het vandaan kwam.
Professor, regel de rantsoenen. Worstjes, kaas, crackers.
Hoe gaat het met de schets? Goed gedaan. -Wat een kop.
Net een knaagdier. -Dat is hem.
Hij draagt een geruit pak met een zilveren ketting en hij wiebelt met z'n oren.
Wat bijzonder. -Houd dat in gedachten. Vooruit.
Wacht even, Hermann, bijna klaar.
Gustav, wacht. Mag ik een detective zijn?
Natuurlijk niet, jij bent de cliënt. Oké, we gaan.
Hans, jij gaat... -Ik ben Rudolf.
Naar het Hilton aan de Budapester Strasse. Rudolf, naar de metro.
Professor, naar de... -Het adres staat achterop.
Doe voorzichtig.
Dit moet jullie grootste zaak ooit zijn. -Ik ben bijna blij dat je beroofd bent.
Soms draaien ze urenlang platen voor elkaar.
We moeten het nu regelen.
Die, ja. Zeker weten.
Wacht even.
Wat wil je? -Heinrich is er.
Heinrich? Waar? -Aan de voordeur.
Gunther...
...het is mijn moeder. Ik moet gaan. Ik spreek je later. Dag.
Kom op.
Heinrich is haar nieuwe vriendje. Gunther haar oude.
Ze weten het nog niet van elkaar.
Dienstag. Kleine etter.
Nu kunnen we alleen wachten.
Je krijgt nog één kans en dan doe ik iets vreselijks.
Toe, Dienstag, laat me nou binnen.
Attentie, alle eenheden in sectie 14.
Zoek een man van middelbare leeftijd die alleen reist.
Wees uiterst voorzichtig, hij is gewapend en wanhopig.
GEÏLLUSTREERDE KLASSIEKERS JANE EYRE
PONY'S STAL DOOR PONY HEIMBOLD
Ik weet niet waar hij is. -Mogen we binnenkomen?
Dat mag niet. -Dan wachten we in de hal.
Nee, ik wil niet met jullie praten. Ik weet al wat je wilt...
...en ik wil het niet horen. Ga, laat me met rust.
Misschien weet je het, misschien niet. Maar je geliefde Wolfgang...
...zit tot over zijn oren in overvallen, chantage en vanavond...
Wie is daar? Zeg het of ik gil.
Ik zoek Frau Heimbold.
Waarvoor? -Ik heb een bericht.
Wat voor bericht?
Het is privé.
Is dit nummer 15, Rosenheimer Strasse? -Dat klopt.
Maar Frau Heimbold is bezig. Van wie is het?
Het is van... Het is belangrijk.
Ik ben haar kleindochter, geef maar.
Moet ik gaan gillen? -Zeg dat niet steeds.
Waarom mag ik het mijn oma niet geven? -Ik denk niet dat mijn vriend dat wil.
En waarom stuurt jouw vriend mysterieuze berichten naar mijn oma?
Jouw oma? -Ja, mijn oma.
Ze kan ook iemand anders z'n oma zijn. -Hij is dus in Berlijn.
Nee. Ik bedoel, wie? -Emil.
Geen idee wat je bedoelt. -Hij zit in de problemen, hè?
Ik zei niets over Emil. -Wie ben jij eigenlijk?
Waarom heeft hij je gestuurd en kwam hij zelf niet?
Omdat hij dat niet kan.
Je hebt hem ontvoerd. Je komt losgeld eisen.
Help. Politie.
Hij is ontvoerd. -Nee. Hij is niet ontvoerd.
Arme Emil. -Hij moet naar een man vanwege geld.
Laat maar, geef dit aan Frau Heimbold. Ik moet gaan.
Wacht, als Emil in de problemen zit... -Ik ken geen Emil.
'Lieve oma, geen zorgen, alles is goed.
Ik kom zodra het kan, maar ik heb het heel druk. Liefs, Emil.'
Oma, ik ga weg. Ik kreeg een tip voor een artikel.
Parkeer de auto en kom naar de kamer.
Kijk waar je...
Ik word gek van het wachten.
Dienstag, kijk uit.
Hallo.
Oké. -Wie is dat? Hebben ze hem?
Check.
Wat is er gebeurd? -Gustav, Hotel Kreid. Hij wil dat je komt.
Aan de Enge Strasse, rechts en volg de straat.
Weer naar rechts en door tot je 't ziet.. -Dank je wel.
Voor alles.
Hallo?
Een moment, alsjeblieft.
Ik zal je leren.
Pas op. -Kijk toch uit.
Jij. -Je bericht is afgeleverd. Iets gebeurd?
Hotel Kreid. Gustav wacht.
Spring erop.
Dat is hem. -Bellen we de politie?
Nog niet. -Maar je zei...
Ik denk dat we iets groters op het spoor zijn.
Met de Baron werken is een grote eer. Die kans had ik nooit verwacht.
Hoelang zal de klus duren? -Moeilijk te zeggen.
Hoe bedoel je?
Muller, toe. Een beetje respect voor Herr Grundeis' professionele integriteit.
Ik neem aan dat er veel variabelen spelen? Bodemtoestand, problemen met stutten?
Vooral onder die straat. -Dat moet je bekijken.
Wat stel je voor?
Het gemiddelde gewicht van voertuigen over die straat?
Het gemiddelde gewicht? -Trucks, bussen, Amerikaanse wagens...
...en trams.
Wat trams en trucks van de meubelopslag in de buurt.
Het is niet ver als we hier beginnen, bij de oude ruïne. De kelder...
...en de tunnel die ons op 20 meter brengt. Jouw tunnel onder de muur...
...was bijna 90 meter. -Vijfennegentig.
Hoelang deed je erover?
Drieënveertig dagen. -Drieënveertig dagen?
Wat heb je gebruikt, een theelepel?
Nee, een soeplepel. Ongeveer zo groot.
Een prachtig staaltje werk.
Bedankt. -En deze klus?
We hebben maar twee dagen. -De feestdag, weet je.
We willen niet in die kluis zijn als de bank open is.
Je kunt nu beginnen.
Sorry, Muller is erg ongeduldig. Maar er is wel tijdsdruk.
Muller, sigaar.
Alsjeblieft.
Kun je vanavond beginnen? Heel fijn, dat is mooi.
Muller, vuur.
Alles wat je nodig hebt, is er. Het wacht op de hand van de meester.
Wat doen jullie hier? -Daar is hij.
Waar? -Daar...
Hij was daar. -Kijk.
Waar? -Hier.
Wat? -Mijn badge.
Hij zat in mijn zak. -Daar is hij.
Vooruit.
Hou afstand en houd je stil, anders vlucht hij.
Gustav. Emil.
Het hoofdkwartier stuurt me. -Heb je de rantsoenen? Geef maar.
Nee, jij eet alles op. -Nietes.
Hou je stil.
Ik heb per ongeluk mijn kauwgum doorgeslikt.
Moet je kijken.
Waar gaat hij heen? -Geen idee.
BANK VAN BERLIJN
Wat doet hij hier?
Hoogst ongebruikelijk. -Inderdaad.
Ik wist dat er meer speelde. -Ik wil gewoon mijn geld.
Het gaat als volgt... -Kijk.
Emil Tischbein, wat voer jij uit? -Pony.
Hoe heb je me gevonden? -Ik ben je boodschapper gevolgd.
Goed gedaan. Wie is zij, Emil?
Gustav Fleischmann, ik stel je voor: mijn nicht, Brunhilde Heimbold.
Mijn vrienden noemen me Pony. -Dump haar.
Wat zei oma over het briefje? -Ze heeft het niet gezien.
Was ze bezorgd dat ik niet in de bus zat? -Ik zei dat je met de bus van 8 uur komt.
Wat gebeurt hier? -Het gaat je niet aan.
Als er een goed verhaal in zit wel. -Schrijf je een boek?
Nee, ik ben journalist.
Emil, serieus... -Luister.
Ga terug naar oma, ik leg 't later uit. -Echt niet.
Moet ik 't doen? -Probeer maar.
Ik ga direct naar oma en vertel haar over het geld.
Ze is jouw probleem. Kom.
Goed, maar beloof dat je niet in de weg loopt.
Sorry dat ik het zeg, maar ik hoef helemaal niets te beloven.
Goed, mannen. Luister goed. Hermann...
...de hoek aan de achterkant. Hans, de andere kant.
Rudolf, de voorkant. Ik sta bij de voordeur.
Houd elkaar in het zicht en wees stil. Als de boef vlucht, schreeuw je.
Professor, haal de politie.
Succes.
Ga naar huis, voor oma ongerust wordt.
En een interview met de crimineel missen? Nee, bedankt.
Je kunt hier niet blijven.
Herinner hem eraan dat ik alles kan verpesten als ik dat wil.
Ze is mijn nicht en ik ben de cliënt. -Oké. Maar houd haar uit het zicht.
Ik kan het niet helpen.
Gustav, hou hem stil. -Ik doe mijn best.
Hou op. Stop met dat geluid.
Het is dat deels vervallen gebouw daar.
Heb je hier bewijs van? -Onweerlegbaar.
Wat? -Onfeilbaar bewijs.
Is hij daar nog? -Ja. De boel is omsingeld.
Van wie is het geld gestolen? -Van mij.
Wat zou hij hier doen? -Dat is de vraag.
Het is heel vreemd en zeer verdacht.
Hij kan zich overal verstoppen.
Als hij wil. -Waar kwam jij vandaan?
Eerste wacht tussen Hans en Gustav.
Oké.
Het is een feestdag en dan halen jongens geintjes uit, zo weet ik.
Dat is niet eerlijk. Dat u hem niet kunt vinden, betekent niet dat ie er niet is.
Elke feestdag weer. We halen een grap uit met agent Stucke.
Dat is 'n eitje als je lef hebt.
Doe het dan.
Jij durft toch niet.
Luister goed. Agent Stucke heeft het gehad met grappen.
Ga maar liever naar huis, naar bed.
Het is laat en deze oude ruïnes zijn gevaarlijk.
Volgende keer is mijn geduld op.
Ik heb honger. -Ik ook.
Gelukkig eten wij thuis niet vroeg.
Vanavond stoofvlees, het lekkerste dat mijn moeder maakt.
Ik moet echt gaan. De butler zit vast te wachten tot ik ons schaakspel afmaak.
Wij moeten om acht uur bij de bus zijn. -Nee, ik ga niet. Wat moet ik zeggen?
'Dag, oma. Sorry, maar ik ben je 400 mark kwijt. Je moet het maar zonder doen.'
Maar je bent beroofd. -Nou ent?
Dat is niet jouw schuld.
Nou en? Ik ga pas naar oma als ik het geld heb.
Dat gaat niet. -Ik blijf bij Emil.
Ga naar huis, maar kom morgen om acht uur terug.
Bedoel je dat je de hele nacht blijft?
Hoe vinden we die boef anders? -Waarom zou hij terugkomen?
Een crimineel keert altijd terug naar de plaats delict.
Dat is misleidend. De misdaad is niet... -Professor, heb je een beter idee?
Als hij niet komt, zijn we hem kwijt. -Nou, als je het mij vraagt...
Nee, maar regel het nu maar met Emils familie.
Zeg tegen je vader dat je oma gebeld werd uit Neustadt.
Emil komt morgen pas. -Waarom?
Hij werd ziek of de bus zat vol. Kun je zelf niets bedenken?
Jawel... -Dan zeg je je oma dat je vader gebeld is.
Vrouwen. -Als dit plan niet werkt...
Denk daar maar niet aan. We geven niet op.
Nu moeten we doen wat we moeten doen. Vooruit.
Succes, Emil. -Succes, Gustav.
Tot ziens, Emil. -Acht uur.
Dag, Gustav. Succes. -Dag, Gustav.
Als je mij jouw adres geeft, kan ik dit aan je vader vertellen.
Hij krijgt vandaag loon, dus hij is pas laat thuis.
En het maakt hem niet uit wat ik doe. -Nou, goedenavond.
Wat valt er te zien? -Niks.
Helemaal niks.
Succes, Emil. -Bedankt.
Ik ben blij dat je deze zaak niet wilde opgeven.
Ik bedoel...
...bedankt.
Tien mark is genoeg dank.
We houden om de beurt de wacht.
Dit wordt een zware nacht.
Blijf laag.
Ik heb die twee eerder gezien. -Ja, in de hotelkamer.
Rustig.
Ik was vergeten hoe fris de ochtendlucht is.
En hoe stil het is. -Die rat slaapt vast nog.
Het is een mooie tijd voor onze zaken. Iedereen zit binnen.
Geen bemoeizuchtige vragen, geen priemende ogen.
Traditioneel worden misdaden 's nachts gepleegd. Weg met die oude ideeën.
Snel, ze ontkomen. -Ga maar, ik ga achterom.
Wat doe je? -Ochtendgymnastiek, wat denk je? Snel.
Als hij zo goed is, waarom duurt het dan zo lang?
Wat heeft hij de hele nacht gedaan?
Hij lacht ons vast uit.
Laten we toch de bank binnenlopen...
...een wapen trekken en het geld meenemen, zoals altijd.
Stop met mopperen of je mag in de auto wachten.
Deze kaviaar is heerlijk. Absolument parfait.
Citroenschijfje, alsjeblieft.
De wijn, Muller, de wijn.
De smaak van kaviaar mag nooit blijven hangen. Dan wordt hij muf.
Welk jaar is dit? -Negenenvijftig, zoals je zei.
Hij is zuur geworden.
Het komt door het spul. -Het wat?
Kruit, buskruit.
Niet mee schudden. -Pas wat beter op.
De wijn.
Verrukkelijk bouquet.
Hoorde je ook iets? -Getoeter op straat.
Hebben we eerder straatgeluid gehoord? -Er rijdt vast geen auto door 't gebouw.
Erg grappig.
Emil.
Ik hoorde ook een stem.
Bedek mijn kaviaar.
Heb je iets gevonden? -Nog niet.
We verspillen onze tijd.
Ik ga kijken waar Grundeis blijft.
Altijd zo ongeduldig.
Door je ongeduld beland je weer in de cel.
Emil. Waar ben je?
Gustav regelt vast een ontbijtje. -Waar is Emil dan?
Ik weet het niet. -Daar is hij. Daarboven.
Gustav. Wat doe je daar? -Wat zei je?
Ik weet niet waar hij is.
Weet je het niet? -Dat zei ik.
We doorzochten elk een deel, ik heb hem niet meer gezien.
Die kerels uit het hotel kwamen en verdwenen weer.
Daarna verdween Emil. Dat is alles.
Mooi stelletje detectives. We verliezen onze man, en onze cliënt.
Ik wil niet meer spelen.
Goed.
Ik begin nerveus te worden.
Ik zie het. -Wat doen we aan hem?
Maak je geen zorgen. Ik neem de verantwoordelijkheid voor onze jonge gast.
Ik was niets van plan.
Ik was verkende de boel. -Een slachtoffer van omstandigheden.
Helaas, dat zijn wij allemaal, slachtoffers van omstandigheden.
Het helpt niet om hier onze hoofden schudden als oude vrouwtjes.
Ook dat nog.
Hoi, hoe is 't gegaan? Ik dacht nog aan jullie toen het begon te regenen.
En de familie slikte je verhaal. Waar is Emil?
Weten we niet. We zijn hem kwijt. -Kwijt? Is dit een grapje?
Zie je iemand lachen?
Vier mensen zijn verdwenen in dit gebouw, binnen de afgelopen 14 uur.
Kom, actie. Rudolf en Hans, verspreiden en deze puinhoop doorzoeken...
...van voor naar achteren. Kijk onder elke steen.
Hermann en Professor, met mij mee. -Ik ga naar de politie.
Ze luisteren niet. Dringt dat niet door? -Er is geen alternatief.
Ga je gang, ik ben het zat. Doe wat je wilt.
Ga maar. Hermann, kom mee.
Speel je nog steeds detective? Emil is misschien gewond of in gevaar.
Doe je nog steeds alsof dit 'n film is? -Wie vroeg jou wat?
Jij vraagt nooit een mening. Je denkt dat je alles weet.
Maar nu ben je echt niet slim. Kom, de politie luistert naar mijn vader.
Geweldig. Dat is net wat Emil wil. Daarom huurde hij ons in.
Zodat we verraden dat hij is bestolen. -Ik weet niet wat Emil wil.
En jij ook niet. Niet meer.
Doe maar. En succes, dat heb je nodig. Aangezien jij de grootste schuldige bent.
Als jij niet had gelogen, zou Emil hier niet zijn verdwaald.
Het was jouw leugen. -Ik heb hem niet verteld.
Ik wilde helpen. -Leg dat maar uit aan je vader.
Laat je niet bang maken.
Wil je een klap op je smoel? -Dat zou zeker iets bewijzen.
Dat je weet dat je fout zit en geen oplossing hebt.
Het is niet makkelijk om de politie te vertellen...
...hoe we Emil zijn kwijtgeraakt. Maar wat als we niet gaan?
Wat als de avond valt en we hem nog niet hebben? Houden we dat nog voor ons?
Vroeg of laat moeten we het vertellen. En wat zullen ze dan van ons denken?
En wat gebeurt er intussen met Emil?
Ik wil niet dit nog erger wordt dan 't is. Ik ga nu naar de politie.
En jullie mogen mee als jullie willen...
...of jullie blijven hier. Het maakt niet uit.
Wanneer ben je daar klaar? Over 43 dagen?
Schreeuw maar iets harder. Dan horen ze je ook in het politiebureau.
Zei je iets? -Daar ben je. Waar is mijn 400 mark?
Grundeis?
Waar heeft hij het over?
In de bus naar Neustadt heeft hij mij bestolen.
Jij riskeert een project van een miljoen voor zakgeld?
Er was een tijd die veel gelukkiger was.
Toen ik me niet hoefde te associëren met zakkenrollers.
Ik zei toch dat we een grote fout maakten. -Of tuig.
Stomme, gluiperige dief.
Ik breek je doormidden. -Muller.
Kom terug, rat. -Grijp hem.
Ik zal je leren om zo'n klus te verpesten. -Muller, beheers je.
Laat het aan mij over.
Wat doet hij daar eigenlijk? -Kleine jongen...
...je had nooit moeten komen.
Mocht het iemand interesseren, ik ben bij de kluis.
Zeg dat dan, sukkel. -Ik kreeg de kans niet.
Kom. -En de jongen?
Jij neemt hem mee.
Kom op.
Jij... -Muller.
Pak mijn enkels.
Langzaam. Trekken.
Je trekt mijn benen eraf. Help me.
Dit doet me denken aan een zomer in Monte Carlo, 1937.
Help me omhoog. Er was een gravin...
...ik ben haar naam kwijt, maar ze was belangrijk.
Grundeis, zaklamp.
Ze had geweldige entertainment.
Ik zal haar gekostumeerde bal nooit vergeten.
Goed zo. Naar binnen.
Iedereen moest zich verkleden als beroemde criminelen.
Ik ging als Leon Duval, de juwelendief.
Mijn zakken zaten vol met nepjuwelen. Simpel, maar creatief.
Iedereen vond het een leuk idee.
Het was het hoogseizoen van de Riviera. Bedienden waren moeilijk te vinden.
Drie van mijn mannen bevonden zich onder het personeel.
Voor het einde van de avond zaten mijn zakken vol echte juwelen.
De nepjuwelen waren omgewisseld.
Dat was een memorabele avond.
Hij met zijn charmante ideeën. Ik zal hem er een paar geven.
Met dat ene feestje bekostigde ik het hele seizoen. En dat zegt echt wel iets.
Ooit schrijf ik een boek.
Oké, Muller, schiet op. -Ik kom zo snel als ik kan.
Kijk uit.
Ja, het was een mooi leven.
Muller, vuur.
Steek je eigen sigaar maar aan als het zo'n mooi leven is.
Je weet dat ik geen lucifers heb.
Wie is er vermist? -Emil Tischbein. Onze cliënt.
Kijk... -Zo komen we nergens.
Een van ons vertelt het. Nu... -Kijk nou, onze groep detectives.
Ken je ze, Stucke?
Ja. Gisteravond moest ik een oude ruïne voor ze doorzoeken bij de Lindenstrasse.
Ze hadden er een gevaarlijke crimineel gevangen.
Dat zei ik niet. Een dief, zei ik. -Weet je wat?
We kijken of hij op de lijst met criminelen staat.
Het helpt als we weten wie we moeten zoeken.
Verdeel het, dat gaat sneller.
Het is dik.
Vijfenveertig centimeter of meer. Er is niet veel versterking.
Het is waarschijnlijk staal.
Dat ziet er gevaarlijk uit. -Dat is 't ook.
Maar het moest snel... -Ik snap het.
Ga zo snel als je kunt. Ik wil niet levend begraven worden.
Hier krijg je wel nachtmerries van. -Dat vond ik ook.
Ik wist niet dat er zo veel boeven waren.
Ik moet het maar doen.
Mijn vader bellen.
Hoelang nog?
Eén minuut.
Het is te smal.
Ik heb het verkeerd ingeschat. -Dat zie ik.
Ik word dus omgeven door onbekwaamheid. -Met dynamiet lukt het wel.
Nee. De klok slaat pas over een uur. -Niemand van ons kan daardoor.
Niemand?
De jongen. -Natuurlijk.
En nu, mijn jonge vriend, wil ik dat je iets voor me doet.
Kruip door dat gat en geef me al het geld dat je kunt vinden. Het zal veel zijn.
Wat als ik...
...nee zeg? -Dat zou ik niet doen.
Ik wil geen boef lijken.
Je merkt wel dat boeven er net zo uitzien als de rest. Maak hem los.
Iets zegt me dat we weer een grote fout maken.
Mijn been.
Dat is genoeg. Grundeis, geef hem een zetje.
Hij kan zelf niet bij de opening.
Goed, jongen. Vooruit. Je begint me te vervelen.
Ik doe het niet.
Laten we beginnen met die zakken daar. Degenen die hangen.
Sleep ze nu naar mij toe.
Alsjeblieft.
Handen weg.
Daar staat hij. -Waar? Laat eens zien.
Daar. -Hij stal Emils geld, dat is hem.
Grundeis? -De Mol? Hij had Berlijn toch verlaten?
Hij is een maand geleden in München gezien.
Ik heb er nog een.
Daar is die lange kerel. Uit Hotel Kreid.
Werken Bruno en Grundeis samen?
Hier staat de laatste. -Dat is die andere.
Werner von Breugel. -De Baron. Jullie gaan te ver.
Onmogelijk.
Wacht even.
Von Breugel is dood. -Dood?
Goed, jullie kunnen maar beter gaan.
Laten we maar teruggaan. -We hebben geprobeerd het juiste te doen.
Misschien heeft Gustav hem al gevonden. -Ja, misschien wel.
Als Von Breugel dood is, waarom staat hij er dan nog in?
We weten het niet zeker. Hij verdween 20 jaar geleden.
Als de Baron nog leeft, gaat hij niet om met boefjes als Grundeis en Muller.
Ik kan niet meer vinden. -Kijk in iedere hoek, er moet meer zijn.
Laat maar, dat is genoeg.
Kom op, Muller, we gaan.
Het wordt hier benauwd. -Geef die mand.
Grundeis help de jongen naar buiten.
Pardon, ik wil graag mijn vader bellen. -Geen spelletjes meer.
Hallo, met brigadier Schiller.
Wat? Probeer te kalmeren, ik kan u amper verstaan.
Met wie spreek ik?
Heimbold. Hoe spel je dat?
H-i-m... -H-e-i-m-b-o-l-d.
Ja, dat heb ik. Wat hoor ik over een vermiste jongen?
Uw neefje? En hoe heet hij, Herr Heimbold?
Wat? -Emil Tischbein.
Dat klopt.
Dat zei hij. -Het is mijn vader.
Wat zei u, Herr Heimbold? Een explosie?
Op Lindenstrasse? -Dat is het oude gebouw.
We zijn al met de zaak bezig. Ga met de patrouillewagen, Stucke.
Een van mijn mannen gaat. Uw dochter en wat vrienden waren hier...
Een moment, Herr Heimbold.
Probeer hem te kalmeren. Het is niet goed als een man zo overstuur is.
Hallo, papa?
Papa, ben je daar?
Hallo, papa? Kun je me horen?
Hallo?
Maak dat gat dicht. -Wat?
Daarom was je niet bezorgd over de Mol.
Volgens mijn berekeningen, als de klok slaat...
...is de wereld voor altijd verlost van de Mol.
Wat doen jullie?
Laat me eruit.
Graven. Als je hier ooit uit wilt komen, moet je graven.
Wat een geweldige ochtend. Ik heb genoten.
Het probleem met moderne misdadigers is dat ze geen fantasie hebben.
Misschien overwinter ik dit jaar wel in Rome. Houd mijn wandelstok vast.
Ik ga kijken wat er met Emil is gebeurd. Laat ze niet ontsnappen.
Sigaar.
Die boeven.
Die bedrieglijke, moordende boeven. -Hoor wie het zegt.
Ze mogen hun auto niet bereiken.
Je vergat weer de handrem.
VERBODEN TE PARKEREN
Waar is de tweeling? -Geen idee. Kom op.
Emil, waar ben je?
Sneller.
Help. -Emil.
Ben jij dat, Gustav? -Wacht even.
Dynamiet. -Het zit vast.
Snel, haal ons eruit.
Maak het uit. -Oké, ik ga al.
Ik heb hier alleen een probleempje. -Schiet op.
Jij blijft hier.
Ik moet naar Emil. -Geen discussie.
Help ons hieruit. Het water komt eraan.
We zullen verdrinken. -Help. Gustav.
Help. Haal ons hier weg. -Het is koud.
Alsjeblieft.
Koud. -Help.
Man, wat een knal. -Ben je in orde?
Ik denk 't wel.
Gustav, help. Alsjeblieft.
Wie ben jij? -Dat is Emil.
Wie ben jij dan?
Gustav Fleischmann en Partners. -Privédetectives?
Tot uw dienst. Daar is jullie boef, mannen.
Wat gebeurt hier?
Zij hebben een mand met geld en om de paar straten geven ze 't weg.
Kom op, jongens. Ze delen geld uit. Kom op. Snel.
Wat doen ze? Wat willen ze?
Niet op letten. Het is vast een spel. Blijf lopen.
Kom mee. Geen tijd om met kinderen te spelen.
Zie je? Kom op, er is nog meer.
Toe, Baron. Uw publiek mag weten hoe u eruitziet.
Een gulle lach, Muller. -Alstublieft, Baron, één foto.
Bedankt. Nog eentje. -Brigadier, wilt u dat nog eens doen?
Ik ken een leuke cel in Beieren met uitzicht op de Alpen.
Oké, we gaan. -Perfecte plek om mijn boek te schrijven.
Dat wil ik regelen met de commissaris. -Doorlopen.
De jeugd heeft het goed gedaan. Dichtbij elkaar, allemaal.
Hier, jongens. Laat die badges eens zien.
Vasthouden. -Laat jullie badges zien.
Niet lachen. -Kijk naar mij.
De beloning is zo hoog dat je niet weet wat je ermee moet.
Wat ga je ermee doen?
Ik vind dat jij en de detectives een beloning verdienen.
Er was een vast bedrag afgesproken. -Nooit gehoord van een bonus?
Ik heb je gewaarschuwd. -Ja, Muller.
Heeft u een vuurtje, inspecteur? -Brigadier.
Tot ziens, Emil. -Dag, Emil.
Hé, Gustav.
Bedenk wel dat het artikel op mijn naam komt.
Tot ziens.
Kom mee, jongens.
De commissaris zei dat ik jullie thuis moest brengen. Instappen, jongens.
Wacht op mij. -Kom op.
Schuif eens op. -Waar is Gustav?
Ik moet iets anders doen. -Kom op.
Kom nou, Gustav.
GIDS
Frau Tischbein, Herr Tischbein, klaar voor de rondleiding?
Ik laat het ongekende Berlijn zien. Dit staat niet in reisbrochures.
Mooi? Reken maar. Spannend? Zeker weten. En het is gratis. Kom maar mee.
Emil Tischbein zal deze vakantie in Berlijn niet snel vergeten.
En anderen zullen er ook over praten, want die dag regende het geld.
Maar een detective heeft geen tijd voor herinneringen.
Frau Buckermeisters kat zal snel weer vermist zijn...
...en de wereld zit vol geboefte.
EINDE
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.