All language subtitles for Maciste gladiatore di Sparta,1965.HD-KANIMAMBO

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian Download
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak Download
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Nu hebben we er wel genoeg van, h�?

Hij deed me denken aan iemand die ik niet mag...

...maar ik kan me zijn naam niet herinneren. Het is zo lang geleden.

Het volk wacht op een beslissing, Caesar.

Is hij donker of blond? -Zwart haar.

In dat geval... -Ik geloof dat hij blond is.

Heel goed, jongeman. Ga maar verder.

Die heeft het gered.

Maar die andere is gek. Ik laat ze straks allebei onthoofden.

Reken maar.

De keizer is heel blij met jullie zege, maar nu een andere uitdaging.

Een nieuwe krachtproef. De winnaars krijgen 1000 goudstukken...

...en twee bunders land.

Jullie zijn moe en jullie tegenstander is fit...

...maar daarom zijn jullie ook met zijn vieren.

Wie is jullie tegenstander? Maciste uit Sparta.

Het publiek is uitzinnig. Als hij wint, is hij net zo geliefd als u, Caesar.

Ik geloof niet dat hij veel kans maakt. -Ik hoop oprecht dat Maciste wint.

Hij is sterk, trouw en een goede vriend van u, Caesar.

En hoe kan een gladiator net zo geliefd zijn als een keizer?

Olympia heeft gelijk. Wat een domme opmerking, Sifatius.

Liefde maakt blind, Caesar.

En afgunst maakt nog blinder.

Gegroet, dappere strijders.

Ik verwacht jullie straks allemaal in mijn paleis om de zege te vieren.

Laat de tafels van het eten doorbuigen, en vergeet de mooie vrouwen niet.

Dat was een goed idee, Sifatius. Laat het gevecht beginnen.

Bij Jupiter, dat is pas een gladiator. Wat een vent, die Spartaan.

Er is voor mij niets mooiers op de wereld dan eten.

Het lijkt of ik de hals van een giraf en de maag van een olifant heb.

Op uw gezondheid, Caesar.

Wanneer kan ik je alleen spreken? -Blijf je me lastigvallen?

Ja, want ik heb je lief. -Dat mag alleen de keizer zeggen.

Je zult van me houden. Ik schenk je alles watje begeert.

Rijkdom alleen is niet genoeg. -Ik heb heel veel macht. Pas op.

Dat maakt nog minder indruk op me.

Waarom kijk je me niet aan, zoon van Mars?

Niet omdat ik je niet mooi vind. -Wat een lief compliment.

Jouw mannelijkheid en mijn schoonheid begeren elkaar.

Ik maak je graag complimenten.

Ik wacht op je in mijn huis. -Wanneer?

Wanneer je maar wilt. -Dan hoef je niet lang te wachten.

Op de gezondheid en eer van de keizer.

Laten we drinken op de gezondheid van de gladiator uit Sparta.

Ongeslagen in elke arena en oorlog.

Sifatius drinkt niet mee. Hem bevalt het blijkbaar niet.

Vergeef me dat ik mijn gevoelens zo vaak toon.

Hoor je dat? Het hoofd van de keizerlijke wacht mag je niet.

Dat is dan jammer. -Dat is een passend antwoord.

Je moet toegeven, Sifatius, dat je plan Maciste uit te schakelen mislukt is.

Ik bewonder de moed van Maciste oprecht.

Maar hij heeft ook veel geluk. -Ja, en ik hoop dat dat zo blijft.

Wil je niet proberen of het geluk hem vanavond in steek laat, Sifatius?

Graag, Caesar. -En jij, mijn vriend?

Als het geen bevel is, ga ik liever slapen.

Het is een bevel. Ik heb te veel gegeten. Ik heb verstrooiing nodig.

Welk wapen kies je? -Dat maakt me niet uit.

Kies je wapen maar, Sifatius. Laat ons zien hoe moedig je bent.

Ik heb al gekozen. Ik wil slechts een eerlijke kans tegen hem hebben.

Hij beheerst alle technieken goed. -Je praat te veel, Sifatius.

Kies een wapen en begin. Genoeg gepraat.

Ik ben klaar. -Wat is dat nou?

We zullen geblinddoekt vechten. Dan heeft geen van ons het voordeel.

Wat een goed idee. Dat zal me vast goeddoen.

Echt een geweldig idee. Kom allemaal. Kom kijken.

Dat was een goede slaaf, Sifatius. Je moet wel beter richten.

Pas op, Maciste. Hij kan je zien.

Dat dacht ik wel. -Hou meteen op. Meteen ophouden.

Maciste is onoverwinnelijk en Sifatius een sluwe vos.

Maar ze zijn me allebei veel waard. Laten we gaan slapen.

Waarom achtervolgen jullie dat meisje? -Gaatje niets aan.

Laat haar met rust.

Ik weet niet hoe ik je moet bedanken. Je hebt mijn leven gered.

Ik dank God dat hij je stuurde.

Hebben zij geen hulp nodig? -Maar zij achtervolgden je.

Ons geloof gebiedt dat we onze vijanden liefhebben.

Wat bedoel je? -Ik ben christen. Ze jagen ons op.

Ze willen ons allemaal oppakken. Mijn ouders, mij en mijn broertje.

Waar zijn die nu? -Ze verschuilen zich in de bergen.

Hoe heet je? Dan zal ik voor je bidden. -Ik heet Maciste.

Veel geluk, Maciste. En bedankt. -Ik wil je nog eens ontmoeten.

Ik heet Sylvia en ik wil jou ook graag nog eens zien.

Wij christenen worden door de keizer vervolgd.

Maar we moeten onze vijanden toch liefhebben?

Wat is er? Ben je van gedachten veranderd?

Nee, Olympia.

Wat is er dan? -Niets.

Je hoeft niet te liegen. Ik weet alles van de liefde.

Eerst verlangde je naar me en nu wil je me weer verlaten.

Wat is er gebeurd? -Ja, er is onderweg iets gebeurd.

Een andere vrouw? -Ja.

Veel knapper dan ik? -Nee, dat is het niet. Ik zweer het.

Ik zag haar maar even. In het bos.

Sindsdien denk ik aan haar. Ik weet dat het raar klinkt.

Vergeef je me, Olympia?

Heb je haar lief? Ga dan naar haar toe. Ga dan.

Ik wil je nieuwe geluk niet in de weg staan.

Waarom moet u huilen, vrouwe?

Omdat ik hem liefheb. -Maar er zijn honderden jongemannen.

Maar ik heb hem lief. -Een man die uw liefde afwijst?

U moet hem als een hond behandelen. -Dan zie ik hem nooit meer terug.

Als ik hem als een vriend behandel, dan komt hij misschien ooit...

Wat leuk je te zien, Maciste. -Verwachtte je me?

Ik wist dat ik je weer zou zien. Kom binnen.

Dit zijn mijn ouders en dit is mijn broertje Marco.

We zijn je dankbaar, mijn zoon. -Wil je niet gaan zitten?

Ga zitten, Maciste.

Je bent zo groot als je staat. -Het is maar een eenvoudig maal.

Heeft hij de soldaten gedood? -Laten we bidden dat ze nog leven.

Hij had geen kwaad in de zin. Hij wilde alleen je zuster helpen.

Wat ben je toch stil, Maciste. -Wat kijk je ons toch aan?

Waarom zijn jullie christenen? -Omdat we in de ware God geloven.

Welke God? -Er is er maar ��n.

En geeft Hij jullie werkelijk kracht tegen onderdrukking en dood?

Dat is waar. Wij geloven dat er een leven na de dood is.

Men vertelt leugens over ons. Bizarre rituelen, het offeren van zuigelingen.

Dat we Rome willen afbranden.

Wie zegt dat dan? Ik geloof er niets van.

Waarom verdedigen jullie je niet? Jullie moeten van je afbijten.

Maar dat doen we ook. -Binnenkort verlaten we dit huis...

...en verschansen ons in de catacomben van Appia.

Hebben jullie ook wapens en een leider? -Ja, onze bisschop Marcello.

Onze wapens zijn onze gebeden. -Gebeden?

Denk je dat die jullie beschermen? -Ons geloof berust op liefde.

We hebben een lange weg te gaan. De soldaten kunnen terugkomen.

We kunnen beter snel weggaan.

Vaarwel, Maciste. Moge God je beschermen.

Ik heb je lief, Sylvia. Als je geloof op liefde berust, kun je me niet afwijzen.

Ik wijs je ook niet af.

Wacht op me. Ik kom gauw naar je toe.

Ik heb bevel je te arresteren. -Waarom?

Je hebt een soldaat gedood en een andere verwond.

Het was zelfverdediging. -Dat maakt niet uit.

Orders van de keizer en het doet me genoegen zijn bevel uit te voeren.

Ze had hulp nodig en de soldaten vielen me meteen aan.

Ik moest me wel verweren.

Dat zeg jij, maar de soldaat vertelt een heel ander verhaal.

Het spijt me, maar wie zich tegen het gezag keert, moet gestraft worden.

Dat jij het bent, maakt niet uit.

Ik wil alleen maar gerechtigheid. -De wet zegt datje moet sterven.

Dat is waar, maar een keizer weet ook wanneer hij grootmoedig moet zijn.

Vanavond zul je in de arena op de proef worden gesteld. De goden beslissen.

Als je wint ben je natuurlijk onschuldig. -Ik ben er klaar voor.

Als je wist watje te wachten staat, zou je niet zo zelfverzekerd zijn.

Kijk, hij is ongewapend. -Z'n tegenstander moet enorm sterk zijn.

Sterk? Kijk dan.

Wat jammer. Het is al voorbij. -Zover is het nog niet, Caesar.

Het is wat, h�? Dat beest heeft eens iemand gedood zonder het te merken.

Mijn grote gladiator. Ben ik te hard voor je geweest?

Vraag dat maar aan die gorilla. -Prachtig. Kom naast me zitten.

Nu krijg je je beloning. Wat mag hij uitkiezen, Appio Sicula?

Het was een zware beproeving. De goden waren je welgezind.

Je hebt recht op een beloning. Wat je maar wilt.

Hoor je? Watje maar wilt. Je was geweldig in de arena.

Wil je mijn villa hebben, tien slavinnen, of 100.000 goudstukken?

Je kunt ook om de terechtstelling van een vijand vragen.

Ja, dat kan ook. -Wat wil je?

De dood van een mens? -Natuurlijk.

Ik maak van de gelegenheid gebruik, Caesar. Ik verlang slechts een leven.

Het leven van de christen. -Dat is merkwaardig. Hou je van haar?

Nee, maar ik wil een onschuldig meisje redden. Ze is geen vijand van Rome.

Heb je nog iets van haar gehoord? -Nee.

Goed, ik schenk je het leven van die christenvrouw.

Misschien is ze een goede slavin. -Dat denk ik wel.

Je kunt gaan. Vergeet niet dat er morgenavond een banket is.

Ik rammel.

En de Heer zegende het brood...

...brak het...

...en zei: Neem dit en eet. Dit is mijn lichaam.

Vervolgens...

Vervolgens nam Hij de wijn en zei:

Zie, dit is mijn bloed. Drinkt er allen van.

Als u dat doet, zal ik altijd bij u zijn.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Omkeren. We zijn er voorbij. Het moet hier ergens zijn.

Kom hier, broeders. Ik ben bereid jullie vragen te beantwoorden.

Ik heb er niet veel van begrepen, maar ik wil jullie wel helpen...

...als jij me je liefde schenkt. -Die schonk God je al.

Pardon. Wat een spieren. Sterker dan boomstammen.

Ik heb al veel over je gehoord. Je zou bijna net zo sterk zijn als ik.

Mijn neef Dalmaso. -Arm en eenzaam.

Een persoonlijke vijand van de keizer. Het vette zwijn.

Maar Dalmaso... -Is hij dan soms mager?

Heeft hij echt een heel speenvarken opgegeten?

Ja, ik was erbij. -Dan heeft hij z'n broer opgevreten.

Alsof de aarde ze heeft opgeslokt.

Twijfel niet aan Zijn macht. De Heer is met hen die Hem liefhebben.

Denk aan de verrader Chilonides, die duizenden van ons heeft omgebracht...

...en zich later heeft bekeerd.

Tigelino liet zijn tong uitrukken, voordat hij levend werd verbrand.

En Chilonides kuste de handen van zijn folteraars.

Ik heb Chilonides gekend. -Alles door de kracht van het gebed.

Allemaal staan blijven.

Tegen de muur. Vooruit.

Wie ben jij? -Marcello. Ik ben de bisschop.

Jullie zijn vijanden van Rome en verraders van het keizerrijk.

Wij zijn geen vijanden en verraders, maar we gaan vrijwillig met u mee.

Mij is bevolen jou en het meisje te laten gaan.

Hij heeft ons verraden. -Hij heeft ze hierheen gebracht.

Dat is niet waar. Ik heb de keizer gevraagd, Sylvia.

Hij kan over m'n lijk beschikken niet over m'n ziel.

Wat bedoel je? Blijf toch hier. -Nee. Vaarwel.

Die idioot van een kok heeft m'n lamsbout laten verbranden.

Wat verschrikkelijk. -Ze moeten hem onthoofden.

Inderdaad. Hak z'n hoofd af.

Waar is Maciste? Waarom is hij er niet?

Hier is hij. -Daar is hij.

Mogen de goden u beschermen, Caesar. -Het verheugt me je te zien, vriend.

Ik wil weten of het waar is wat ik gehoord heb van mijn centurion.

Het is waar, keizer. -Dat spijt me.

Maar ik heb woord gehouden.

Je mag onder mijn slavinnen een ander meisje uitzoeken. Goed?

Dank u, maar ik wil uw goedheid niet misbruiken.

Zitje nog over haar in?

Nee, maar ik moet toegeven dat ik bijna verliefd op haar was.

Ben je nu van gedachten veranderd?

Nu wel. Ze vereren een wel heel merkwaardige god.

Ze vieren vreemde feesten en geloven in een leven na de dood.

Dat gekke meisje wilde me ervan overtuigen...

...dat ik mijn vijand de andere wang moet toekeren.

Ik hoef haar niet meer te zien. -Je zult haar weer zien. Heel gauw.

Ik hoop het niet, Sifatius. Ik heb liever Olympia, als de keizer het toestaat.

Ik sta het graag toe

Je zult je christen in de arena zien. Naakt, voor de wilde beesten.

Ik zal er zeker bij zijn.

Word wakker.

Haast jullie. Kom.

Volg me.

De Heer zij geloofd. Ik wist datje ons zou helpen.

Je moeder moet je met ijzer hebben gevoed.

Sestilio is er niet. Hij en Marcello zitten in een andere kerker.

We zullen hen ook bevrijden en dan nemen we een schip naar Iberia.

Consul Marcus is een vriend van de christenen.

Nu verstoppen we ons in de grotten. -Ik wist dat we op je konden rekenen.

Ja, een heerlijke lucht. -Dat doetje goed.

Wat een prachtige avond.

Appio, hoe gaat het met de bouwwerken in Ostia?

Die zijn bijna voltooid. -De schoonheid in eigen persoon.

Schoonheid moet buigen voor grootheid. -Hoor je dat? Mooi en intelligent.

Neem dit kippenbotje als teken van mijn erkentelijkheid.

Ik moet u spreken, keizer. Het is een dringende zaak.

Wat nu weer? Welk hoofd moet er nu weer af?

Je wordt met de dag knapper, Olympia.

Het is mijn plicht het rijk en uw persoon te beschermen.

Mijn persoon? -Is met het lot van Rome verbonden.

En wie bedreigt Rome? -De christenen.

Ze zijn gevaarlijk en lappen het gezag aan hun laars.

Pak ze dan op in plaats van hier te staan praten.

Dat heeft geen zin als Maciste ze steeds bevrijdt...

...omdat hij van dat meisje houdt.

Iedereen weet hoe een vrouw een man het hoofd op hol kan brengen.

Hij is een verrader. Hij heeft de gevangenen bevrijd.

Je moet wel bewijzen hebben, Sifatius.

Wie anders kan zulke tralies breken?

Dat is bewijs genoeg. -Ja, dat vrees ik ook.

Ik ben blij dat mijn trouw nu wordt beloond, Caesar.

Zal ik hem oppakken? -Hij kan ook gevlucht zijn.

Ik zal hem vinden. Al moet ik het hele rijk afzoeken.

Mag ik ook iets zeggen?

Waarom het hele rijk afzoeken, terwijl Maciste in mijn huis is?

Hij is vast bereid u te ontvangen.

Kort voor zonsondergang kwam hij bij me en hij is de hele nacht gebleven.

En zo net zat hij nog in bad.

Als hij bij Olympia was, kon hij de christenen niet bevrijden.

Is het waar watje zegt? -Waarom zou ik liegen?

Waarom zou ze tegen ons beiden liegen?

Wat heb je nu te zeggen, Sifatius?

Ik ben ervan overtuigd dat Maciste me net zo trouw is als jullie.

Het wordt koud. We gaan naar binnen. Wil je bevriezen?

Ik wil je bedanken.

Ik ben blij dat ik je heb kunnen helpen.

Je hebt me beschermd. Hoe kan ik het je ooit vergoeden?

Met al je schoonheid en je moed schenk je me je liefde.

Geheel belangeloos, omdat... -Omdat je een ander toebehoort.

Het is dat christenmeisje dat je hebt bevrijd.

Ik hoop dat alles goed komt. Maar zorg dat je altijd een alibi hebt.

Nu is het goed gegaan, maar het was veel te riskant.

Alleen omdat jij van een christenmeisje houdt. En omdat ik jou liefheb.

Een alibi. Je hebt gelijk.

Wakker worden, oudje.

Op jullie gezondheid, tortelduifjes.

Op uw gezondheid, Caesar.

Caesar, wanneer gaan we weer naar de arena?

Wie spreekt daar? -Ik.

Bruto Sebazio, wat een man. Zijn vader sloeg een opstand neer in Iberia.

Hij heeft gelijk.

Binnenkort komt er een spektakel dat jullie nog nooit hebben gezien.

Sifatius? -Ja, Caesar?

Hebben we genoeg christenen voor die arme hongerige leeuwen?

Meer dan twintig in Porta Capena.

Dat is mooi. Over een paar dagen gooien we ze in de arena.

Hou vast. Roep vlug de wachtofficier.

Ik zou niet in zijn schoenen willen staan

Ben jij hier verantwoordelijk -Oh, een centurion.

Voer onmiddellijk je orders uit, of moetje kop eraf?

Welke orders? -De christenen moeten naar de arena.

Om deze tijd? Ik heb geen bevel gekregen.

De keizer wenst het schouwspel bij maanlicht te kunnen zien.

Er is toch al iemand hier geweest? -Nee, bij alle goden.

De goden kunnen je niet meer helpen.

Laat alle christenen eruit halen en span de beste paarden in.

Met escorte naar de arena. Vooruit, snel.

Natuurlijk. Meteen. H�, jij daar. Breng de wagen.

Het lukt.

Waar ben je?

Hier ben ik.

Als er maar niets misgaat. -Maak je maar geen zorgen om mij.

Ze komen.

Weet je zeker dat het ze allemaal zijn? Ik waarschuw je. Allemaal.

Het zijn ze allemaal.

E�n is er achtergebleven. Maar hij is ziek en oud.

Wat maakt dat uit voor de leeuwen? Ga hem halen. Snel.

Vergeet niet dat de keizer al op ons wacht.

Dat was de laatste.

Dalmaso, op de wagen.

Neem me niet kwalijk, Sifatius. Er is iets ergs gebeurd.

Alle christenen zijn gevlucht. -Dat is niet waar. Dat is onmogelijk.

Een onbekende centurion beval de christenen naar de arena te brengen.

Daarna hebben ze de officier neergeslagen en zijn ze gevlucht.

Dat kan niet waar zijn. -De officier zal het bevestigen.

Stil, straks hoort de keizer het. -De keizer heeft het gehoord.

Is er dan geen gevangenis meer waar ze niet kunnen uitbreken, idioot?

Ik zweer bij Jupiter dat ik hem zijn kop zal afhakken.

Maar wel snel, anders gaat jouw kop eraf.

Was hij het?

Deze dan?

Breng hem weg.

Allemaal weg. Ik kan jullie gezichten niet meer zien.

Wat is dat? -Bemoei je er niet mee.

Een soldaat kan sneuvelen, maar dit is niet nodig. Nietwaar, Caesar?

Dat is waar.

Het is niet nodig dat een van mijn mannen zo mishandeld wordt. Inderdaad.

Maar een verrader moet boeten.

Dat kan toch niet, Caesar. Ik bewonder zijn moed.

Hij had zijn straf kunnen ontlopen door een centurion te beschuldigen.

Hij weigert te liegen om zijn leven te redden.

De echte schuldige is hij die zei een bevel van de keizer uit te voeren.

Hij moet gestraft worden.

Je hebt weer gelijk. Maar hoe vinden we hem?

Ik zal hem vinden en levend hier brengen.

Goed zo. Als mijn soldaten het niet kunnen, dan zal hij het wel doen.

En iedereen zal zien wat een idioot jij bent.

Laten we gaan.

De keizer kan lang wachten voordat ik de man breng die jullie heeft bevrijd.

Waarom heb je het beloofd? Ik zie het nut niet.

Het heeft wel nut. Nu zal Sifatius niet meer denken dat ik de dader ben.

Laten we over iets anders praten. Over ons. Ik heb je lief.

Kom mee, Marco. Hier zijn geen champignons.

Ik heb met je vader en de rest over mijn plan naar Iberia te gaan gesproken.

En wat zeiden ze? Waren ze ervoor of ertegen?

Zonder Marcello verlaten ze Rome niet. -Waar is Marcello?

Hij zit in een kerker in de arena. Hem daar bevrijden is onmogelijk.

Wat wil je doen? -Afwachten en oppassen.

En dan, Caesar, nog een half glas wijn voordat je het gaat braden.

Driekwart glas. -Nee, Caesar, dan bederf je het.

En dan de beste wijn uit Albani�. -Wordt het dan niet te pittig?

Nee, dat zweer ik u.

Misschien heb je gelijk. En wat is het hoofdgerecht?

In de gans bevindt zich een fazant en in de fazant, zit weer een duif...

...en daarin een spreeuw gevuld met...

Prachtig, prachtig. Dat is geweldig.

Na zo'n maaltijd mag je je chefkok van het hele rijk noemen. Je kunt gaan.

De gladiatoren die in Sparta in opstand kwamen zijn er. Hoe straffen we ze?

Waarom moet ik dat altijd beslissen? Laat ze maar in de arena sterven.

Heb je verder nog nieuws? -De verrader is nog niet gevonden.

Geef hem nog wat tijd. -Hij vindt hem toch nooit, Caesar.

Ik weet zeker dat hij hem niet vindt, omdat hij het zelf is geweest.

Pas op je woorden. Ik ben op Maciste gesteld.

Maar toch erger ik me aan zijn populariteit, zijn moed en zijn trots.

Ik zweer je dat hij zal sterven als jij kan bewijzen dat hij het heeft gedaan.

Maar als het louter afgunst van jou is, dan moet jij boeten.

Er bevindt zich nu nog maar ��n christen in onze kerkers.

Ene Marcello. Hij is hun bisschop.

Ik heb het gerucht verspreid dat hij overmorgen gefolterd wordt.

Dus je hebt een val opgezet? -Een dubbele val, Caesar.

Verstop de paarden daarachter.

Heb je Macistes bad laten vollopen? -Bent u zeker dat hij komt?

Misschien, misschien ook niet.

Hij komt beslist niet voor zonsopgang. Hij moest nog iets doen.

U neemt wel veel risico. -Ja, maar ik hou meer van hem dan ooit.

Laat me alleen.

Pas op. Achter je.

Maciste... -Tirteo?

Wat doe jij hier? -Weet je niet wat er is gebeurd?

We zijn in opstand gekomen en toen er is centurion gedood.

Hij had het verdiend. We zijn ter dood veroordeeld.

Ik zal jullie bevrijden. Help me.

Dat lukt niet. Het hek is te zwaar.

Daar komt hij.

De goden zij gedankt.

Dank je. Je hebt ons van de dood gered.

Wat doe je hier? -Een vriend bevrijden.

Als je hulp nodig hebt, kun je op ons rekenen.

Dat is mooi. Ik zoek een christen. Een zieke oude man.

Hij heet Marcello. -Dat is die man die gefolterd is.

We hoorden daar geschreeuw vandaan komen. Daar is de martelkamer.

Dat moet hem zijn.

Blijf hier. Als er iemand komt, laat je hem niet door.

Als ik roep, komen jullie me helpen. Later zal ik alles uitleggen.

Jullie bewaken die uitgang en jullie halen de dode wachten weg.

Marcello.

Water. Geef me water.

Ik zal je bevrijden. -Wie je ook bent, moge God je zegenen.

Daarachter. Daar moet hij zijn.

Daar is hij. Hierheen.

Tirteo, hierheen.

Tirteo, sluit de deur.

Maciste, help me.

Wie zijn jullie? Waar gaan we heen?

Geen angst. Ik breng je naar je vrienden.

Maar ik ken je. Maciste, de gladiator. Silvia heeft over je gesproken.

Ben je bekeerd? -Nee, maar ik ben jullie vriend.

Kom, we moeten hier weg.

Breng deze mannen naar de grotten.

Jij kent de weg, Marcello. De christenen zijn daar.

Ik kom later. -Ik ga voorop.

Gegroet, Olympia, en dank je voor je hulp.

Bedankt datje op me hebt gewacht. Maar ik heb je hulp niet meer nodig.

Geen valse alibi's meer, omdat ik besloten heb...

Olympia?

Wie heeft dat gedaan?

Het spel is uit, Maciste. Ik neem je gevangen.

Waarom heb je haar gedood, Sifatius? -Omdat ze je handlangster was.

Ze heeft me geholpen onschuldigen te redden.

Onschuldig? In hoeverre heb je je met die moordenaars ingelaten?

Het zijn geen moordenaars. Ze doden niemand.

Hun God leert hen lief te hebben en te vergeven.

Jullie hebben het gehoord. Hij is een christen. Grijp hem.

Wil je me soms ombrengen met die medicijnen, kwakzalver?

Het smaakt vies, maar het helpt wel

Heeft u iets verkeerds gegeten? -Jij moet toch de kok bewaken?

De voorproevers mankeren niets. -Misschien hebt u kou gevat.

U wilde me spreken, Caesar? -Natuurlijk.

Denk je dat ik je laat komen, omdat ik niet meer kan slapen?

Alleen mijn officieren kunnen het zich permitteren in de zon rond te hangen.

Misschien slaap ik daarom wel niet. -Die gladiatoren zijn niet belangrijk.

Hun leider is een dwaas. -Waarom pak je ze dan niet?

En die anderen zijn zeker ook dwaas? -Alle wegen zijn afgezet.

Mijn soldaten doorzoeken alles. Ontkomen is onmogelijk.

Je hebt nog twee dagen om Maciste en zijn bende te grijpen.

Als je ze dan nog niet hebt, hou ik je persoonlijk verantwoordelijk. Verdwijn.

We kunnen hier niet langer blijven. Willen jullie met mij meegaan?

Natuurlijk. leder van ons is bereid zich voor de anderen op te offeren.

We gaan over land naar de haven van Ostia.

Daar wacht iemand die ons naar Iberia brengt.

Consul Marcus is een goed mens.

We blijven daar tot we in Rome niet meer worden vervolgd.

Mijn mannen en ik zullen met jullie naar Iberia varen.

De soldaten. We zijn omsingeld.

Ik wil iets doen, vechten als Maciste.

Ik bad God om een ingeving. -En?

Ik heb jullie gewaarschuwd. -Goed zo. Ga terug naar je post.

Zijn we hier veilig? -Ja, hier zoeken ze ons nooit.

We zullen moeten wachten tot de soldaten weg zijn.

Ik let op de kinderen, Maciste.

Die christenen zijn gevaarlijk. Nu zoeken de soldaten ons ook.

Waarom zouden we voor hen ons leven wagen? Laten we de bergen in trekken.

Daar kunnen we leven van overvallen. Ik zweer jullie dat we rijk worden.

Hou toch op, struikrover. -Laat die christenen aan hun lot over.

Als de soldaten ze eenmaal hebben, denken ze niet meer aan ons.

Hou toch je kop, Efialte. -Alleen jij wordt hier wijzer van.

Maar wat hebben wij aan die Sylvia?

Ik wist wel dat hij een verrader was.

Hij werd pas in Rome opgebracht. En jullie laten hem zomaar begaan?

Je beschuldigt ons vals. -We hoorden hem alleen aan.

We hadden hem het zwijgen opgelegd. -Geeft niet. Nu weten we wat er loos is.

Sifatius heeft u alles verteld.

Als u mij het leven schenkt, zweer ik u...

...dat ik Maciste, de gladiatoren en de christenen aan u uitlever.

Je weet wat je moet doen. -Morgen krijgt u hun hoofden.

Niet Maciste. Die wil ik levend hebben. Ik wil hem zien sterven.

In de arena kan ik er het beste van genieten. Dat wordt een leuke avond.

Ik ga een huis voor ons twee�n bouwen en ik ga het land bewerken.

Maar eerst gaan we trouwen. Niets zal ons geluk meer in de weg staan.

Daar verheug ik me op.

Kom mee.

Waar zouden ze zijn, Tirteo? Maciste?

Hier zijn we.

Wat is er aan de hand? -Efialte is plotseling verdwenen.

Dan moeten we de grotten vanavond nog verlaten. Kom mee.

Ik heb in het noorden alles verkend. Niemand te zien.

Ik heb maar ��n patrouille gezien. -Mooi. Dan vertrekken we vannacht.

We dragen geen fakkels en we vermijden de grote wegen.

Tirteo, jullie verdelen je in twee groepen.

Marcello, jij vergezelt de vrouwen.

Nee, ik ga als laatste. Een herder volgt altijd z'n kudde.

Wat je wilt. Maar haast je, want we moeten er voor zonsopgang zijn.

Dank je wel, mijn broeder.

Je hebt je kracht en je grootmoedigheid in dienst gesteld...

...van hen die door de keizer worden vervolgd. Ongeacht je geloof.

God zal je belonen.

Dit is de laatste keer dat we samen zijn.

In naam van allen vraag ik je ons nog eenmaal te zegenen.

Ga ze maar halen.

God heeft je een nobel man geschonken. Heb hem eeuwig lief.

Altijd, lieve moeder. Zo lang we leven.

Dat zijn mijn orders. Wees paraat.

Maciste, ik wil met jou mee. Als er iets gebeurt, kan ik je beschermen.

Je weet dat ik het meen, Maciste.

Ik ben niet bang om te vechten, maar wel om te sterven. Vreselijk bang.

Angst voor de duisternis. Ik weet niet. -Je bent vast niet de enige.

Ik voel me al beter.

Als alle mensen in Gods huis verenigd zijn...

...en de ware Heer erkennen en God liefhebben...

...dan zal Hij ons vergeven. In alle eeuwigheid, amen.

Pak je bundel op Het is tijd om te gaan.

Vooruit, voorwaarts.

Verrader.

Nee, vervloekte honden.

Maciste, kijk uit.

Nu is alles voorbij.

Nu hoef ik niet meer bang te zijn, Maciste.

Het is niet meer donker, het is licht.

Een prachtig licht.

Geloof je dat ik in de hemel kom?

Maciste leeft nog. Zoek hem.

Volg me. -Waar is oom Dalmaso?

Pas op.

Het is glad. Wees voorzichtig.

Langzaam.

Deze weg leidt naar de vrijheid. -Ik ga naar het huis van mijn broer.

Wacht daar op me.

Ik kom echt.

Oppassen. Snel.

Snel, anders zijn we verloren.

Daar is hij. Boven.

Dood hem niet. Sifatius wil hem levend hebben.

Maciste van Sparta, gladiator van Rome, je bent ter dood veroordeeld.

Op bevel van de keizer wordt het vonnis morgen...

...voor het volk van Rome en de keizer voltrokken.

Wat is er? Zeg toch iets.

Je bent ter dood veroordeeld. Waarom groetje niet?

Waar zijn je manieren? Groet Caesar.

Het brengt ongeluk als een ter dood veroordeelde de keizer niet groet.

Vooral voor de veroordeelde.

Vooruit, verrader. Groet Caesar.

Moge God je vergeven. -Mij vergeven?

De keizer? Een god die erbarmen heeft met mij?

Is hij krankzinnig geworden?

Laat hij dan zeggen welke god hij bedoelt.

Christenhond, de paarden zullen je door de arena slepen tot je het leven laat.

God van de liefde, wilt U mijn gebed verhoren...

...en mij kracht geven?

Klaar? Maak de paarden los.

Hou hem tegen. Sluit de poort.

Appio, kennelijk kun je op de God van de christenen rekenen.

We moeten meer over Hem te weten komen.

Ik heb honger.

Maciste, de keizer schenkt je gratie.

Daar ligt Sifatius. Neem hem mee.

Kijk eens wie daar komt. Maciste.

Kijk.

Zijn jullie mij vergeten?

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.