Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
De rivier lag vlak bij het motel en de zwanen kwamen graag bedelen.
Soms strekten ze hun hals, alsof ze iets probeerden te horen.
Maar even later stortten ze zich weer op wat de gasten hen toegooiden.
Ik vroeg me altijd af wat ze hadden gehoord.
Wat doe jij zo vroeg thuis?
Het was maar stilletjes in het motel.
Heb je je boterham opgegeten?
Pa heeft gebeld. Ma wil graag dat we 's komen eten.
- Ricky, je hebt geen vetrolletjes. - Weet ik wel.
- Hoi, Leila. - Hoi, Millie.
Het is hier zo vochtig. Ik stap 's op.
- Ze vroegen waar 't zwembad was. - Dit is geen vijfsterrenhotel.
- En het stinkt hier ook. - Dat komt door de rivier.
Rick zegt dat het in m'n haar hangt.
- Gaat alles wel goed? - Ja, waarom misschien?
- Is Rick ziek? - Nee.
- Eet hij wel genoeg? - Niet echt.
Ik schrok nogal toen ik hem zag, wat een verschil.
Tot morgen.
- Niet doen. - Waarom niet?
Er zitten bloedzuigers.
- Bedankt. - Graag gedaan, hoor.
Graag gedaan, roodkopje.
- In welke kamer logeer je? - Ik woon in de buurt.
- En jij? - Ik werk aan de receptie.
Wat leuk.
Ze zijn nu helemaal uitgehongerd.
Nog eventjes en ze vliegen allemaal samen weg.
- Tot ziens dan maar. - Ja, dag.
De kamer naast de ijsmachine, kamer รฉรฉn.
Bedankt, lieverd.
Was het een lange rit?
- U voelt zich een beetje alleen? - Precies.
Ik zou er graag wel iemand bij hebben, in m'n kamer.
Uw kamer kost zestig dollar, en nog 's zestig voor wat gezelschap.
- Wat zal ik doen? - Dat beslis je zelf maar.
- Hoe was het op het werk? - Gewoontjes.
- Waren er veel gasten? - Nee, bijna geen.
Heb je honger?
Nee, ik wil gaan slapen.
- Heb jij al gegeten? - Ja, een slaatje.
Smith, Gary.
- Hoeveel nachten? - Eentje, om te beginnen.
Gary Jensen. Was je je naam vergeten?
Ik had cash moeten betalen.
Ik wist niet meer of ik m'n echte naam had gegeven.
Achterbaks kereltje, He?
- Je hebt me betrapt. - Inderdaad.
Ik zal het je even uitleggen.
Ze hebben me over een meisje hier verteld.
- Ben jij dat toevallig? - Misschien wel.
- Ook een biertje? - Nee, ik moet nog werken.
Je mag wel iedereen komen pijpen, maar bier drinken mag niet?
Zo zou je het kunnen stellen.
Twintig, veertig... Zestig dollar, alsjeblieft.
- Je houdt niet van me. - Toch wel.
- Maar flirt zo niet met m'n broer. - Nee.
Ik mag dat toch wel zeggen?
Ik weet dat je boos bent, maar ik hou van je. Echt waar.
Werk jij hier?
Waar is Gary Jensen?
Kamer tien.
Wat ben jij een schattig ding.
- En zo blijf ik bezig. - Als je dat maar weet.
Lieverd?
Slaap je al, schat?
De vogeltjes komen eraan.
De vogeltjes komen eraan.
Ja, Mr. Jensen?
Ik kom me verontschuldigen. Sorry dat ik je heb geslagen.
- Het deed geeneens pijn. - Ik voel me er toch rot over.
Dat is niet nodig.
Je bent een knappe vrouw, maar je moet voorzichtig zijn.
Het is gevaarlijk als er nog meer gekken zoals ik zijn.
Waarom sloeg je dan?
Lieverd, dat weet ik helemaal niet.
Echt niet.
Ik ben gewoon rot vanbinnen.
Rot vanbinnen?
Heb je die vrouw gezien? Die vrouw die me zocht?
Ik negeer de moeder van m'n eigen kind.
Waarom doe ik dat, en waarom blijft ze bij me?
- Ik zou het niet weten. - Nee, dat geloof ik.
Ik wou alleen even zeggen dat het me enorm spijt.
Een mooie meid als jij had ik nooit mogen slaan.
Dat wou ik even kwijt.
Het was een heel intiem moment voor jou.
- Ik heb nog van alles te doen. - Tuurlijk.
Tuurlijk.
Ik hoop dat ik het niet nog erger maak.
Dit is voor jou, een cadeautje.
Bedankt.
Eindelijk 's naar waarde geschat.
Vind je het erg als ik er kom bijzitten?
Ja, leuk.
Mooi weer vandaag. ha'!?
Je ziet er zo bedroefd uit. Komt dat door mij?
- Nee, hoor. - Ja, toch wel.
- Dat weet jij ook. - Luister 's.
Als je geen pijn voelt, kunnen ze je ook geen pijn doen.
Ik wou eigenlijk vragen of je het nog 's wou proberen.
Als je nog wilt, na wat ik je heb aangedaan.
Wacht nou's.
- Ik wil even alleen met je zijn. - Alleen?
En deze keer loopt het niet mis.
Zeg maar hoeveel je ervoor wilt.
Tweehonderd dollar.
Dat is goed. Dat vind ik fijn van je.
Krijgen de vogels niks vandaag?
Zwanen kunnen niet zingen. Jij wel?
- Niet echt, nee. - Ik ook niet.
Mam zingt in een koor, ze repeteert twee keer per week.
Waar is jouw ma?
Onder de grond.
Haar foto's liggen nu onder de rozenstruik.
Zo vergeet ik nooit hoe mooi ze was.
Die man daarnet, is dat je vriend?
Nee, dat is een van de gasten.
Ik ben getrouwd.
Als ik groot ben, kies ik een motelkamer
en dan laat ik m'n vriendjes betalen.
Rustig maar, schat. Rustig nou.
Nee, lieverd.
Laat mij het werk maar doen.
Wat ben je lief en knap.
Wat ben je toch een schatje.
Wat heb ik toch?
Ik moet je iets opbiechten.
Soms voel ik dat gemene trekje opkomen,
dat slechte gevoel.
Ik weet dat dat de schuld van mijn vader is.
En een deel van mij
is helemaal zoals mijn vader.
Voor ik het weet, ben ik weer slecht bezig.
Leila, waar ben je? Bel me eens terug, Rick.
Kamer acht wil graag's met je stoeien.
Dat kost je dan honderd dollar. En je moet nog even wachten.
Waar zat je nou?
Een sigaretje te roken bij de rivier.
- Daar heb ik gekeken. - Ik ben nergens anders geweest.
- Stond je daar al lang? - Tien minuutjes.
Ik moest toch met pap naar de stad...
Ik wou even dag komen zeggen.
Sorry voor die ruzie van gisteren.
Ach, dat geeft niet. Bedankt voor het lunchpakket.
Er is net een gast binnengekomen, ik bel nog wel 's terug.
- Ma en pa verwachten ons morgen. - Ja, dat is goed. Dag.
Hoe vaak doe jij dat eigenlijk?
- Hoe vaak, vroeg ik? - Dat gaat jou niks aan.
Hij leent het ons wel, hij heeft geld genoeg.
Dat kan ik aan m'n broer niet vragen.
We redden 't nog wel even. Ik moet deze keer maar tien dagen weg.
- Waar ga je heen? - Repeteren.
De kamer kost 60 dollar. Plus nog 's 60 voor wat gezelschap.
Dat is goed.
Graag een kamer apart?
Mag ik ze eerst 's zien?
Het is daar.
Wat is er gebeurd?
Kom, ga maar zitten.
Gaat het wel?
Gaat het nog?
Wie was het?
Kijk's naar mij. Toe nou.
Welke eikel heeft dit gedaan?
Ik zal hem heus niks doen, maar...
Ik moet het weten.
De laatste bungalow, kamer 25.
Bedankt, lieverd.
Ga je maar even opfrissen. Zie ik je straks nog?
- Tot maandag. - Ja, dag.
Er heeft een kerel naar je gevraagd.
- Wie dan? - Hij had een wit bestelbusje.
En hij was niet de eerste.
Jazeker.
Mijn lieve schat.
Die eikel blijft wel weg, ik heb het hem's duidelijk gemaakt.
Jij bent een godin.
Zeg's waar ie je heeft aangeraakt, dan kus ik het weer goed.
- Ik moet weg. - Blijf vannacht bij mij.
In mijn armen.
- Dat gaat niet. - Ik weet het, je moet naar huis.
- Morgen om twee uur? - Morgen werk ik niet.
Toch wel, hoor. Morgen ben je helemaal van mij.
Helemaal van mij.
Helemaal van mij.
- Waar heb jij gezeten? - De repetitie.
Niet waar, ik ben gaan kijken. Er was helemaal geen repetitie.
Ik heb geld. Ik ben geld bij je broer gaan halen.
En dan ben ik nog even iets blijven drinken.
Moest ik dan weggaan zodra ik het geld had?
Ik maakte me zorgen om je, ik wist niet waar je was.
Dat is lief van je.
Waar bleef je? Millie zei dat je al weg was.
- Er was nog een feestje. - In het motel?
Je moest maar's een andere baan zoeken, met normale uren.
Ik wil een normaal leven, zo gaat het niet meer.
Ik weet het, het spijt me.
- Ik moet vandaag werken. - Ma en pa verwachten ons.
Ik ga pas om twee uur, Millie moet weg.
- aar een feestje voor de baby. - Al goed.
- Ik heb je pa z'n huis even bekeken. - Ze wil niet verkopen.
Nu nog niet, nee. Maar misschien wil ze dat later wel.
Het moet natuurlijk wel worden opgeknapt.
De soufflรฉ is klaar. Momentje, lieverd.
Je zou's moeten langsgaan, de buren maken zich vast zorgen.
- Jullie hebben toch trek, hoop ik? - Het zal snel moeten gaan.
Leila moet nog werken.
Tuurlijk, dat is geen probleem.
Wat een leuke uitstap, He?
Wat zie je er weer sletterig uit.
Grapje. Dat was maar om te lachen.
Moet je's voelen. Je ziet er sexy uit.
Jij geeft iedereen een stijve. Ik wil je.
Was ik dat?
Wie kan jou weerstaan? Ze proberen het niet eens.
Of wel?
Of wel, vroeg ik.
Wel?
- Wel? - Wat moet ik daarop zeggen?
Ik wacht.
Niet echt, nee.
Wil je het nog een paar keer doen? Dat doe je toch graag?
Dat weet ik wel, en daar hoef je je niet voor te schamen.
Wel? Of moet ik meteen terugrijden?
Ik hou van jou.
Je weet toch dat ik van je hou. Dat weet je toch?
Ja, toch?
Doe niet zo mal.
- Hier is het goed. - Wat denk jij, prinses?
Het is hier mooi.
Kijk's naar me.
Toe nou.
Ik ben gemeen tegen je geweest, He?
Ik was boos omdat je vannacht toch weer naar je man bent gegaan.
- Wou je me dan bij je? - Ik wou je voor mij alleen.
Ik wil dat je me vertrouwt, maar ik weet hoe stom dat klinkt.
Waarom zou je me vertrouwen? Je kent me toch helemaal niet.
Leila, ik heb echt het gevoel dat ik jou alzo lang ken.
Kun je het me vergeven?
Ik kan de hele dag naar je kijken.
Schattig stelletje.
- Die zijn straks toch weg. - Wat?
Opeens vliegen die weg, en je weet nooit wanneer precies.
Vertel eens wat over jezelf.
Er valt niks te vertellen. Ik ben hier geboren en ik woon hier nog.
En je ouders?
Pap heeft vorig jaar een hartaanval gehad.
- Wat naar. - Mam is al heel lang dood.
Ik heb nog vage herinneringen.
We moesten maar 's voortrijden.
We zijn er. Gaan we even iets drinken?
- Dag, schatje. - Laat me met rust.
Al eens whisky geproefd?
Ik denk het wel, ja.
- Al's in een striptent geweest? - Ja, hoor.
Jij hebt echt alles al gedaan.
Met wie kom je hier dan? Met je man?
Het was maar รฉรฉn keertje, ik zat nog op school.
Een stoute meid, ik wist het.
Niks verrast jou nog, He?
Niet echt, nee.
Snel nog een whisky halen.
Doe ze nog eens vol.
Dag, lieverd. Met papa. Roep je mama even?
Wat nu weer?
Dag, schatje. Ja, ik hou ook van jou.
Kom maar snel naar huis.
- Waarom doe je zo lief tegen hem? - Omdat hij m'n man is.
Daarom.
Je was me toch weer een hete brok.
Dat windt me zo op. Al die mannen geilen op jou.
Maar je bent van mij.
Dat is m'n vrouw.
Ik stap wel op.
Nog even geduld, en we zijn samen gelukkig.
Ben je weer bij Bill?
Bij iemand anders?
Heb je trek, prinses?
Je oom vraagt je wat.
Heb je me wel gehoord?
Kijk's naar me.
- Zeg, juffrouwtje. - Laat maar.
Niks van.
Verontschuldig je maar.
Hoor je me niet?
Antwoord dan toch.
Zeg dan wat.
Zo is het wel genoeg.
- ustig maar. - Ze wil niet luisteren.
Ja, ik weet het.
Ze wil niet luisteren.
Wat is er toch? Je draait helemaal door.
M'n leven is een puinhoop.
Je huilt constant en dan sluit je je op.
- Wil je een lift? - Bedankt.
Wil jij nooit 's weglopen?
Ik wil niks anders, maar toch doe ik het niet.
- Blijf maar hier. - Wat er ook gebeurt?
Wil je een cadeautje?
Ja, leuk. Bedankt.
- Er nam niemand op bij je thuis. - Ik moest nog gaan tanken.
Kom je morgen dan een uurtje vroeger?
- Ik heb de nachtshift. - Tuurlijk.
Het spijt me echt.
Dan ga ik maar's naar huis.
Is het daar niet wat fris voor? De zomer is voorbij.
Heb je geen trui mee?
Ik wil me nergens mee bemoeien...
Maar de mensen roddelen al over jou.
Ik kan het niet meer laten.
- Dag, m'n schatje. - Ik sta hier helemaal alleen.
- Leuk. - Kun je even komen?
Waar ben je mee bezig? Wil je dat voor mij doen?
Ja, dus.
Vergeet dat baantje toch.
- Kan ik zomaar weggaan? - Wat maakt het ook uit?
Je ontslag krijg je toch.
We moeten wel wat meer geld hebben.
Ik heb 2.300 dollar in m'n handtas.
En hoeveel zit er in de geldla?
- Weet ik niet. - Vast wel genoeg.
We beginnen een nieuw leven.
Ik ga snel inpakken. Afspraak over tien minuten.
- En mijn auto dan? - Je hebt mij nu toch?
Doodgelukkig. Ja, doodgelukkig.
Wij worden samen doodgelukkig, schatje.
- Hou toch je bek. - Het was zo niet bedoeld.
Hoe kun je zoiets doen? Ik dacht dat je van me hield.
- Je bent gewoon een vuile hoer. - Hou op.
Ik doe het met de vrouw van m'n broer
en daar moet ik voor liegen en bedriegen.
- En nu heb je nog een vriendje? - Het is nog niet zo lang.
- Waarom toch? - Voor het geld.
Ik heb toch geld? Je wou hem neuken, geef toe.
Ja, ik heb hem geneukt, en het was zalig.
Jij smerig kreng.
Je had me maar niet moeten bedriegen.
Ik hou van je.
En ik zal altijd van je houden.
Slaap je?
We zijn er. Hier woon ik.
Hoi, Rob. Dit is Leila, mijn schatje.
Hallo, Leila.
Ach, hij heeft weer iets geroken.
Een konijn of een hert of zo.
Hier kun je even rusten.
Ik moet even weg, daarna eten we wel wat.
Mag ik?
Van Gary mocht het, maar als je het liever niet hebt...
Toch, kom maar.
Gary heeft volk mee. Ga maar snel naar je kamer.
Ik snap het al. - Wat bedoel je?
Schiet 's wat op. Daarna ben ik aan de beurt, hoor.
Draai je om.
Doe je ogen open.
Ben jij weer zo'n gekkin, misschien?
- Doe je zin er maar mee. - Wat hebben we hier, zeg?
- Doodgeneukt. - Ze doet d'r ogen niet open.
Ik zal'r eens wakker kloppen.
Doe je mond open.
Dat kan ze toch nog.
- Die slet doet d'r ogen niet open. - Ik krijg ze wel open, kom.
- Laat het haar maar's goed voelen. - Stomme trut.
Goeiemorgen.
- Wat spook jij hier uit? - Doe dat licht uit.
Doe dat licht uit, verdomme.
Liefste Leila, je zult me je vast niet meer herinneren.
Ik heb het net gehoord van je vader, je zult hem wel missen.
Die avond in het motel, dat was Gary z'n idee.
Hij is altijd op zoek naar hoertjes om voor hem te werken.
Wist je dat?
Ik ben nu vrij, ik ben een nieuw leven begonnen.
Als je me nodig hebt, bel me dan gerust. We zijn toch familie.
Liefs, oom Andy.
- Wat doe je nou? - Dat heeft ze zelf gedaan.
Kras toch op, verdomme.
Wat is er gebeurd? Verdomme.
We moeten Gary bellen.
Nog even volhouden. Hier, dit houdt 't bloeden wel wat tegen.
Je moet hier weg.
Toe maar, meid. Sta nou recht. Doe je kleren snel aan.
Ja, goed zo.
Trek dit maar snel aan.
Dan krijg je het zo wel warm. Ja, flink.
- Het komt wel weer goed. - Wat spook je daar allemaal uit?
Sta snel op.
- Rob, laat ons binnen. - Moeten we deur inbeuken?
Ik doe je wat, eikel.
Ze komen eraan, Leila. Vertrek maar snel.
Toe maar, maak dat je wegkomt.
Ga naar de rivier.
Volg de rivier tot aan het dorp. Schiet nou op.
Sneller.
Ben je daar nog?
Waar ben je?
Hij heeft een pistool. Dan moet je knielen en schiet hij je dood.
Dan stopt hij je in de koffer en steekt hij je auto in brand.
Hier ben je.
Ik kon je toch niet laten verdwalen?
Vooruit maar.
Blijf maar op je knieรซn zitten.
Haal de hond.
We hebben overal gezocht. Al het geld is gestolen.
Wat is er toch?
Je bloedt.
Niet kijken, Millie.
Er is daar niks te zien.
Kom maar snel uit dat water.
Steun maar op mij.
We gaan naar huis.
De zwanen kwamen terug en legden hun eieren.
Ik ben nog naar de kleintjes in het water gaan kijken.
Af en toe strekten ze hun hals en luisterden ze naar de lokroep.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.