Afrikaans
Akan
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
In de naam van God, de Genadige, de Barmhartige...
...van Mohammed, de boodschapper van God, aan de keizer van Byzantium.
Gegroet zij hij die een rechtschapen pad volgt.
Luistert u naar de goddelijke oproep.
Ik ben de boodschapper van God aan het volk.
Accepteer de islam voor uw redding.
Hij heeft het over een profeet in Arabi�. - Ging het ook zo bij Johannes de Doper?
Uit de woestijn? Riep hij over redding?
Voor de patriarch van Alexandri�.
Keizer van Perzi�, Mohammed brengt u de oproep van God.
Accepteer de islam voor uw redding.
Omarm de islam.
Je komt hier uit de woestijn, stinkend naar kameel en geit...
...om te vertellen voorwie ik moet knielen.
Mohammed, boodschapper van God?
Waar haalt hij het recht vandaan? - God stuurde Mohammed naar de mens.
Onderzoekers van de islam - waaronder de universiteit van Cairo...
...hebben verklaard dat deze film accuraat en waarheidsgetrouw is.
De makers eren de islamitische traditie die de belichaming van de profeet...
...als een belediging ziet voor de vroomheid van deze boodschap.
Daarom wordt de persoon Mohammed niet getoond.
Zeshonderd jaar na Christus, toen de Donkere Middeleeuwen aanbraken...
...en de oude beschavingen instortten, werd Mohammed geboren in Mekka.
Mekka was toen een rijke handelsstad, geregeerd door handelaren.
Hun rijkdom werd aangevuld door een uniek voorrecht: De goden woonden er.
Elk jaar, ten tijde van de grote markt...
...brachten de woestijnpriesters hun godenbeelden naar de Ka'aba.
Wat ooit de heilige tombe van Abraham was...
...was een huis van afgoderij geworden.
Er huisden niet minder dan 360 verschillende goden.
Mekka, in 610 na Christus.
Heeft u al gehoord hoeveel het er zijn?
Dit jaar zijn de goden goud waard.
Als je de goden en winst samenbrengt, zit je zelf goed.
En meer goden om in de Ka'aba te zetten.
De karavaan uit Syri�.
Ze hebben hard gelopen. - Ze hebben vast dorst.
Zet vijf extra mannen in bij de bronnen.
Hoeveel schapen zal ik laten slachten? - Geef ze er honderd.
Mekka moet haar naam hoog houden.
En tien lammen voor de leiders.
Brood en water krijgen de po�ten in Hakims huis...
...waar gedichten elke avond worden afgeslacht.
En het brood is er nog dunner dan het water.
Maak plaats, po�zieliefhebbers, voor Bu-sofyan.
Welwillend en rijk.
Beschermheer van de schone kunsten.
Als Bu-sofyan een dichter uitnodigt...
...gaan vreugde en liefde hand in hand.
Waar wijn en taart aanwezig zijn, wordt er volop gedicht.
Alle festiviteiten en liederen beginnen als Bu-sofyan de dichter uitnodigt.
Van de zijdewormen in China, mevrouw.
Een genot om aan te raken, en zoals mevrouw ziet...
...betoverend om naar te kijken.
Ja, zeven banen. - Twintig dinar.
Voor Bu-sofyans vrouw?
Vijftien.
Mooi. De goden van de Ka'aba hebben behoeftes voor hun onderhoud.
Wie is die man die daar stond en in mijn ziel keek?
Breng me hier vandaan.
Waarom moest Mohammed komen? Je moet hem tegenhouden, hij is jouw neef.
Misschien verandert hij nog. - Hij is al veertig jaar.
Het is onnatuurlijk. Met zijn rijke vrouw kan hij zich alles veroorloven.
Maar hij kiest ervoor in een grot te wonen. Het is onnatuurlijk.
Voor 'n man die de toorn riskeert van de god die over onze gezondheid waakt...
...of van de god van onze voorspoed...
...of van de god van onze families en stammen...
...en Huba die onze karavanen start en ons lot voorspelt.
De goden uitdagen op deze plek is gevaarlijk.
Onredelijk. - Opstandig. Godlasterlijk.
Ja. Ik ben bang dat Mohammed zichzelf zal kwetsen.
Ik ben altijd verdrietig na afloop van de markt.
Misschien maak ik de volgende niet mee.
Aboe Talib.
Rustig aan, Zayd. - Is Mohammed al van de berg af?
Hij zit er al drie dagen.
We hebben hem niet gezien.
Chadidja hoopte dat hij hier zou zijn.
Dan zit hij er nog.
Drie dagen.
Ik maak me zorgen om hem op die berg...
...want ik weet niet wat het betekent.
De mens ziet de wereld te goed vanaf een berg.
Mohammed, lees.
In naam van God die de mens cre�erde uit een druppel bloed...
...die de mens dingen leert die hij niet weet:
Lees.
Hij beeft nog steeds onder de deken.
Maar hij heeft gesproken.
Zayd, wat is er met m'n neef gebeurd op de berg?
Hij was alleen, in de grot.
Opeens verscheen er een engel.
De engel zei: Lees.
Mohammed antwoordde: Ik kan niet lezen.
De engel droeg hem opnieuw op: Lees...
...in naam van God, die de mens cre�erde uit een druppel bloed...
...en die de mens dingen leert die hij niet weet: Lees.
Wie weet of het wel Gabri�I was?
Misschien was het een droom.
Toen Mohammed van de berg af kwam, zag hij Gabri�I duidelijk.
In de gedaante van een mens stond hij daar.
Waar hij ook keek, hoe hij z'n hoofd ook wendde, steeds zag hij hem.
En Gabri�I zei opnieuw:
Ik ben Gabri�I.
En jij, Mohammed, bent de boodschapper van God.
Aan wie heeft hij dit verteld?
Z'n vrouw, en Ali...
...en z'n vriend Aboe Bakr. - En aan jou.
Ik ben z'n geadopteerde zoon.
Pas op tegen wie je dit vertelt.
Vertel hem dat z'n oom, die hem als kind beschermde, hem nu ook beschermt.
Tenslotte...
...zeggen ze dat Mozes' God ook tegen hem sprak onder de brandende struik.
Als jij je neef niet tegenhoudt, doen wij het. Hij splijt de stad.
Hij stookt kinderen tegen hun ouders op.
De jongeren luisteren naar hem. Hij trekt ze aan.
Arabieren gehoorzamen hun vaders. Onze kinderen zijn niet onze leraren.
Hoe kunnen we accepteren dat de man die we gisteren zagen...
...vandaag de profeet van een god is?
Doden kunnen weer tot leven komen, zegt hij.
Want Hij die de mens cre�erde, kan de mens tot leven wekken, zegt hij.
De goden zullen misschien een andere stad uitkiezen.
Vertel hem dat we hem macht zullen geven, een goede positie...
...de sleutel van de Ka'aba. En geld, zoveel hij wil.
Zeg dat we hem alles geven wat hij wil.
Mohammed, spaar jezelf. En mij.
Belast een oude man niet meer dan hij kan verdragen.
In je jeugd lag je in mijn armen.
Ik wil niet dat je gekwetst wordt.
Als je dit weigert, zullen ze je kwetsen.
Hij zei het volgende:
Al legden ze de zon en de maan in m'n handen...
...dan nog zou ik m'n boodschap niet verwerpen, die van God komt.
Na m'n dood moet je 't zelf weten. Maar nu moet je me gehoorzamen.
Waarom kwets je je vader?
Als ik overdag altijd dronken was en 's avonds altijd gokte...
...had je er geen moeite mee. - Dan zag ik je als m'n broer.
Jullie zijn allemaal mijn kinderen.
Ik heb je alles gegeven, maar het is kennelijk niet genoeg.
Mohammed geeft me meer. Hij zal de wereld meer geven.
Stuur hem weg, vader.
Het gaat niet alleen om Waleed. Je kwelt onze vader.
Wacht, Hudayfa.
Hoe kunnen ze zeggen dat het verzonnen is? Het is niet nieuw.
In Mekka is het wel nieuw. - God heeft het al eerder gezegd.
Tegen Noach, Mozes, Jezus. Tegen alle profeten.
Maar de mensen veranderden het, vergaten het.
Nu zegt God het opnieuw tegen Mohammed, en nu is het weer nieuw.
Wie is dat? - Jaafar.
Wat heb je bij je? - Het woord van God.
Als de zon ten val wordt gebracht, en de sterren vallen...
...als de bergen verdwijnen, en zwangere kamelen worden achtergelaten...
...als de wilde beesten samendrommen...
...als de zee�n stijgen, als de zielen worden gesorteerd...
...als het meisje dat levend wordt begraven...
...vraagt waarvoor ze werd gedood...
...als de boeken worden geopend...
...als de lucht wordt weggerukt...
...dan zal elke ziel weten wat hij gedaan heeft.
Was jij erbij, Jaafar, toen God hem deze woorden gaf?
De dageraad breekt aan.
Ammar, ga jij maar eerst.
Daarna jij, Jaafar.
Ammar.
Je moeder heeft de hele nacht liggen piekeren.
Waar was je? Was je weer bij Mohammed?
Wat gaat er nu gebeuren?
Vergeef hem. Ik heb het gedaan.
Die god hielp ons ons hele leven. - Maar hij is gevallen.
Hij kon zichzelf niet eens helpen. - Waar heb jij naar geluisterd?
De echte God kun je niet zien. Hij is niet van klei gemaakt.
Ammar, we zien de goden elke dag in de Ka'abar.
Ik maak me zorgen om je.
Je luistert naar mensen die je zullen kwetsen.
Ik luister naar Mohammed.
Mohammed is inderdaad gul. Hij geeft en hij deelt.
Hij glimlacht naar iedereen.
Maar hij verspreidt gevaarlijke idee�n.
Dat niemand mag verhongeren?
Dat de rijken de armen niet mogen afzetten?
Dat je de zwakkeren niet mag onderdrukken, is dat gevaarlijk?
Dat meisjes moeten kunnen kiezen met wie ze trouwen?
Vannacht zei Hij nog dat pasgeboren meisjes niet moeten worden begraven.
Ik heb altijd geluk gehad met je moeder.
Maar je weet dat wij elkaar bijna niet ontmoet hadden.
Jij was bijna niet geboren.
Ik zou ook begraven worden, net als m'n twee zussen.
Maar m'n vader kon het niet doen.
Hij kon het de derde keer niet doen.
Toen het tweede meisje...
Toen m'n vader haar met zand bedekte...
...greep ze z'n vinger, zoals baby's dat doen.
Hij zei later tegen m'n moeder...
...dat het een minuut duurde...
...voordat haar greep verzwakte...
...en hij z'n hand durfde weg te nemen.
Toen ik geboren werd...
...rende m'n vader 't huis uit en schreeuwde dat hij 't niet meer kon doen.
Somaya, zo is het gebruik.
Het is verkeerd.
De goden die dat soort dingen toestaan, zijn geen goden.
Ik had beloofd om bij Mohammed te gaan bidden.
Ja, hij is een goed mens.
Ja, ga maar.
Twee mannen volgen hem.
Mohammed kan schrijven noch lezen. - Maar hij kan spreken.
Wat zei je daar? Kan hij spreken?
Dat kan jij ook. Zeg op, jongeman.
Wat zegt Mohammed?
Het zijn Gods woorden.
Van welke god? Wat voorwoorden?
Een pratende god?
Jouw Mohammed praat alleen tegen zichzelf.
Als God z'n boodschap aan Mohammed onthult, vertelt hij het door.
Dat is de Koran. - Mohammed is hongerig. Hij droomt.
Hij verstopt zich onder een deken, met gesloten ogen.
Z'n ogen zijn dicht, maar z'n hart is open.
Jij daar, schop die bijdehante man. - Dat heeft geen zin.
Beseft Mohammed niet dat we ons geld verdienen door de goden te huisvesten?
De Ka'aba is van ons. Elk jaar komen de stammen naar Mekka om te handelen.
Als wij 300 goden vervangen door slechts ��n...
...die onzichtbaar is en die overal zit, hier in mijn huis...
...in Jeruzalem, op de maan.
Hoe moet het dan met Mekka?
We vereren de goden, en verdienen aan ze.
God is niet te koop. - Nog even en je krijgt de zweep.
Ammar, wees nou verstandig, jongen.
Ik heb een vraag.
Mohammed leert je dat een slaaf gelijk is aan z'n meester.
Is zwarte Bilal, die ik heb gekocht, gelijk aan mij?
Ja. Mohammed zegt...
...dat voor God alle mensen even gelijk zijn als de tanden van een kam.
Dat is voor slaven en bedelaars een leuk idee. Het geeft ze pretenties.
Bilal.
Leer deze man het verschil tussen een meester en een slaaf.
Pak die zweep.
Gesel zijn gezicht om z'n mond een lesje te leren.
Gesel hem dan. - Vooruit.
Snijd hem.
Gesel hem.
Doe het dan, Bilal.
Gehoorzaam ze of ze maken je dood.
Zie je wat ze teweegbrengen? Ze hebben onze slaven aangestoken.
Als je menselijk genoeg bent om goden te hebben...
...dan zijn dat de goden van je eigenaar. - Ik heb je menselijkheid gekocht.
Je wordt terechtgewezen.
E�n God...
Er is maar ��n God.
Wie is er nu sterker? Je meester of die ene God van jou?
E�n God.
Er is maar ��n God.
Breng de steen.
Verpletter hem.
Breek hem.
Ben je klaar met hem? - Er is maar ��n God.
Je zou zweren dat deze slaaf ijlt.
Heer Umaya.
Aboe Bakr betaalt 100 dinar voor deze slaaf.
Wacht even. We verkopen geen slaven tijdens hun straf.
Het aanbod is aan heer Umaya.
Tweehonderd. - Als de prijs van slaven omhoog gaat...
...moeten we straks onszelf baden.
Neem hem maar. Ik heb niets meer aan hem. Doe maarwat je wilt met hem.
We maken onszelf bekend.
God heeft Mohammed opgedragen de islam bekend te maken.
Doe de ramen open. Laat de wereld het horen.
We komen uit de duisternis. Luister naar het woord van God.
Luister naar de boodschapper van God.
Er zijn geen andere goden naast God en Mohammed is Zijn boodschapper.
Er zijn geen andere goden naast God en Mohammed is Zijn boodschapper.
We komen tevoorschijn. Sluit je aan bij onze mars naar de Ka'aba.
God is de grootste.
Er is niemand naast God. We komen tevoorschijn.
Sluit je aan bij onze mars naar de Ka'aba.
Mohammed en zijn rebellie, genaamd de islam, komen eraan...
...om onze goden te bevuilen en onze religie te onttronen.
Laat ze niet bij de Ka'aba komen. Hou ze tegen. Verdedig jullie goden.
Er is naast God geen andere god en Mohammed is Zijn boodschapper.
Er is naast God geen andere god, en Mohammed is Zijn boodschapper.
Er is naast God geen andere god en Mohammed is Zijn boodschapper.
Bescherm de profeet.
Bewakers.
Dit is godslastering, idioten.
Blijf daar.
Nu moeten we ze breken. Het zijn er maar dertig.
Nee. We hebben genoeg gedaan.
Als we meer doen, krijgen ze mededogen.
God is groot. - Terugtrekken.
In naam van God, de Genadige, de Barmhartige.
Al wie het geloof verwerpt...
...ik aanbid niet degenen... - Laat hem niet naar binnen gaan.
Valse profeet. Maak hem af. - Bescherm de profeet.
Boodschapper van God, terug in de hoek.
Hamza.
Je bent dapper. Hij is de dapperste man van de woestijn.
Als hij ongewapende mannen ziet. - Mohammed is een leugenaar.
Leugenaar? Je laat hem niet praten.
Waar is de leugen of de waarheid, als er nog niets is gezegd?
Mohammed is een oplichter.
Sta op. Sla me terug, als je dat durft.
Ik steun de religie van m'n neef. Ik zeg wat hij zegt.
Wie de moed heeft om te vechten, mag met mij vechten.
Mohammed, als ik 's nachts in de woestijn op jacht ben...
...weet ik dat God niet in een huis woont.
Wie had gedacht dat uitgerekend Hamza...
...die wijn drinkt en op leeuwen jaagt, Mohammed zou bijstaan?
Hoe meerwe hem aanvallen, hoe meer ze hem steunen.
Waar vindt hij z'n woorden? - Dat weet ik niet.
Hoe kan een ongeletterde man de berg op gaan...
...en drie dagen later vol po�zie weer terugkomen?
Was het dat maar.
Hij zegt dat het God is.
Hoe vechten we tegen iemand wiens kracht we niet begrijpen?
Mohammed belooft de hemel, bomen in de lucht. Daar heeft men wel oren naar.
Dan moeten we zorgen dat mensen niet meer willen luisteren.
We beginnen met de zwakkeren.
Jaafar.
Toon genade. - Rek haar op.
Laat haar alsjeblieft gaan.
Wie is je god? Geef antwoord. Zeg het.
Zeg dat Huba je god is. Zeg het.
Er is maar ��n God.
Mohammed is de boodschapper van God.
Je vader en moeder zijn de eerste martelaren van de islam.
Ze komen geheid in het paradijs.
Hoeveel willen jullie lijden?
De profeet zei dat we hier weg moeten.
Als jullie blijven, zullen ze jullie ��n voor ��n doden.
Mohammed zegt dat Abessini� een christelijke koning heeft.
Daar wordt niemand onrecht aangedaan.
Jullie moeten nu vertrekken. Vandaag nog.
Ruiters.
Ere zij God. Laten we gaan.
We vonden hun sporen en we volgden ze. Maar ze verdwenen.
Ze waren daar, in de woestijn, onder de aasgieren...
...en je liet ze ontsnappen. - Ze verdwenen gewoon.
Alleen de zwakkeren zijn weg. - Ze zullen ons zwartmaken.
We zijn eerlijke handelaren. Een schandaal is slecht voor ons.
Abessini�.
Amr, jij bent een vriend van de koning.
Kun je die vriendschap gebruiken?
Ik denk dat ik ze terug kan halen. Ja.
Sta op, Amr.
We zullen je alles geven wat je maar wilt.
Leeuw van Juda, ik...
Ik weet niet waar ik moet beginnen.
Je hebt onze vriendschap. Begin daar maar mee.
Er zijn slaven bij ons weggelopen en naar uw koninkrijk gevlucht.
Slaven gaan terug. Dat zou u ongetwijfeld ook voor ons doen.
Er zijn echter ook vrije mannen onder hen. Rebellen.
Rebellen?
Waarom heb ik daar niets over gehoord?
Ze zijn opstandig in religieus opzicht.
Ooit waren alle religies opstanden.
De lichamen van slaven zijn aan ons toevertrouwd.
Maar Jezus Christus is onze Herder, de zielen van mannen zijn Zijn schapen.
Dit zijn Arabieren die de religie van hun vaders verrieden.
Ze zijn aanhangers van een gek die ze een profeet noemen.
Ik kan zielen niet gevangen nemen zonder ze aan te horen.
Mooi, ze buigen niet. Dat zal ze de das omdoen.
Buigen jullie niet voor je profeet?
Mohammed is een mens. We knielen alleen voor God.
Waar zijn Mohammeds wonderen?
Als hij een profeet was, zou hij wonderen verrichten.
Dat is waar.
God gaf Zijn profeet die gave, zodat wij ze kunnen herkennen.
Het wonder van Mohammed is de Heilige Koran.
Een boek, geschreven door een ongeletterde, toegeschreven aan God.
De keizer heeft wel genoeg gehoord. - En denk aan Pinksteren.
Toen God vuur boven de hoofden van de apostelen verspreidde...
...zodat zij alle talen konden spreken, die zij niet kenden.
Gebeuren er nu nog zulke wonderen?
Ik heb genoeg gehoord. Jullie verdediging was slecht.
Toen wij in Mekka werden vervolgd, stuurde Mohammed ons hierheen.
Omdat u een rechtschapen koning bent.
Wat ze vervolging noemen, was een terechte straf.
Waarom stuurde je profeet je naar mij? - Omdat u in Gods boek gelooft.
Hij stuurde ons, omdat God ons via u beschermt.
Met hem praten is als water halen uit een fata morgana.
Maar ik moet nu naar ze luisteren, vriend.
Ga door.
Jarenlang vereerden wij hout en steen. Beeltenissen die wij gemaakt hebben.
We wisten niets van God.
We hadden weinig aardse en geen hemelse wetten.
De rijken verwaarloosden de armen. Ons mededogen...
...waarmee we onze broeders helpen...
...noemen zij het verstoren van de samenleving.
Naar deze onmenselijkheid is een man gekomen...
...die God gekozen heeft. Daar geloven wij in.
Je bent te emotioneel. Verman je.
Ik spreek over de boodschapper van God.
Mohammed leert ons ��n God te vereren, de waarheid te spreken...
...van onze buren te houden en medeleven te tonen.
Een glimlach is al genoeg.
Om vrouwen te beschermen tegen misbruik, om wezen op te vangen...
...en om ons niet in te laten met houten goden.
Ik kan deze godslastering niet langer aanhoren.
We zijn een oude beschaving.
Lemand die onze goden hout en steen noemt, is onwetend.
We vereren niet de vorm van het beeld, maar de geest die erin zit.
Ik ben het met je eens dat afgoderij niet altijd begrepen wordt.
Dank u.
Laat hem nu over de vrouwen praten.
God heeft de vrouw geschapen als partner van de man.
Ze is anders, maarwel gelijk.
We kopen ze, voeden ze, kopen hun kleren, gebruiken ze...
...en doen ze weerweg. Vrouwen gelijk aan ons?
God cre�erde de mens uit ��n man en ��n vrouw.
Amr, respecteer dat elke vrouw een schoot heeft waaruit jij bent geboren.
Waarom hebben jullie 300 goden geen stem? Waarom praat alleen deze God?
God heeft al eerdertot ons gesproken. Door Abraham, Noach en Jezus.
Waarom zou Hij nu niet via Mohammed praten?
Wie heeft je die namen verteld? - Ze staan in de Koran.
Ik kende Mohammed toen hij als wees schapen hoedde.
Christus was een timmerman.
Wat Christus zegt, en wat jullie Mohammed zegt...
...is als twee lichtbundels uit dezelfde lamp.
Ze verloochenen Christus.
Ze zeggen dat u drie goden vereert: De vader, de zoon en de Heilige Geest.
Wat zegt u over Christus? - Dat God geen zoon heeft.
Christus is niet de zoon van God. - Vertel me over Christus.
We zeggen wat onze profeet ons vertelde.
God heeft z'n Heilige Geest in de baarmoeder van Maria geworpen.
Zij heeft Christus gebaard, de apostel van God.
Wat zegt jullie wonder, de Koran, over de geboorte van Jezus Christus?
Mag ik de woorden opzeggen?
Kom dichterbij.
In de naam van God, de Genadige, de Barmhartige...
...vertel het verhaal van Maria.
Hoe ze zich terugtrok van haarfamilie naar het oosten.
Hoe We haar onze engel, Gabri�l, stuurden, die zei:
Ik kom van jouw God om de geboorte van de Heilige Zoon te verkondigen.
Ze zei: Hoe kan ik, Maria, een zoon krijgen, als ik nog maagd ben?
Gabri�I antwoordde:
Jouw Heer zegt dat het zal gebeuren.
We stellen hem aan als een teken voor de mens, een barmhartige daad.
Het is iets wat voorbeschikt is.
Het verschil tussen ons en jou...
...is maar zo klein als deze lijn.
Nog voor geen berg goud zal ik ze uitleveren.
Jullie mogen in vrede leven in Abessini�, zo lang als jullie willen.
Moge God jullie zegenen, als jullie terugkeren.
Onverdraaglijk. Mohammed verstoort zelfs onze buitenlandse betrekkingen.
Goed dan. Dan maken we hem tot een buitenlander.
Aboe Talib beschermt hem.
Goed dan. Dan gooien we zowel de oom als het neefje eruit.
Allemaal tegelijk gooien we z'n familie eruit.
We zullen ze verbannen.
Geen enkele koopman mag met ze handelen, hun land wordt ingenomen...
...niemand mag ze in huis nemen, geen vrouw mag met ze trouwen.
Totdat ze hun geloof opgeven.
Dit waren de ergste jaren van Mohammeds leven.
Drie jaar lang leden ze aan de honger, dorst en wreedheid van de woestijn.
Maar het jaar van rouwen moest nog komen.
Toen Chadidja stierf, met wie Mohammed 24 jaar getrouwd was.
Toen Aboe Talib, z'n oude beschermer, stierf.
Met z'n laatste adem probeerde hij Mekka met Mohammed te verzoenen.
Hij vroeg nooit om meer...
...dan ��n woord.
E�n...
E�n God.
Als dat het enige was, was er geen probleem.
Het woord dat hij wil, zou alle goden onttronen.
Je was bang...
...te bang zelfs om naar hem te luisteren.
Toen z'n oom stierf, verloor Mohammed alle bescherming.
Hij was niet veilig meer in Mekka.
Met Zayd, z'n geadopteerde zoon, ging hij naar het bergstadje, Taif.
Hij vroeg of hij daar mocht prediken.
De kinderen van Taif werden gestuurd om hem weg te stenigen.
Wat doen jullie?
Laat hem met rust. Ga weg.
Mohammed noemde dit de bitterste dag van z'n leven.
Als een wonder, toen z'n missie leek te zijn gefaald...
...veranderde zijn situatie.
'N Afvaardiging van de zelfvernietigende stad Medina ontmoette hem 's nachts.
Ze vroegen hem om tussen de partijen te gaan staan...
...om te bemiddelen bij hun constante ruzies en burgeroorlogen.
Mohammed stemde ermee in, mits ze beloofden de enige God te vereren.
Wacht.
Als wij deze eed afleggen, verbannen wij onszelf uit Arabi�.
Oorlog zal volgen op deze eed.
Onze broeders worden onze vijand. We moeten onze goden verbranden.
Dat is wat de eed inhoudt.
Als wij hem afleggen, is er geen terugkeer mogelijk.
Mohammed is de boodschapper van God, zoals de joden voorspelden.
Als iemand z'n twijfels heeft, ga dan nu weg.
Als je niet twijfelt, volg je mijn voorbeeld.
Ik zweer trouw aan de enige God...
...en aan jou, Mohammed, de boodschapper van God.
Hij is ��n van ons, en wij zijn ��n van Hem.
Laat hem z'n volgelingen, onze broeders...
...bij ons brengen in Medina.
Deze reis veranderde de wereld. De hidjra, of vlucht naar Medina.
Het waren zeventig mensen, in kleine groepjes...
...die 400 kilometer door de woestijn liepen.
Maar de gevolgen waren zo diepgaand, het effect was zo blijvend...
...dat de moslims hun jaartelling hier in lieten gaan.
Dit was het moment waarop de islam z'n toekomst vond.
Mohammed bleef zelf in Mekka, in groot gevaar...
...totdat al z'n volgelingen veilig waren vertrokken.
Mohammed is een natie geworden, met een stad. Hij is 'n verbond aangegaan.
En jij, de koning van Medina, raakte je koninkrijk kwijt terwijl je sliep.
Maak je liever druk om jezelf.
Elke keer dat je iets wilt verhandelen in Syri� moet je langs hem in Medina.
Hij bedreigt jullie handel.
Wat ben jij van plan? - Ik ga wachten.
Hoe lang? - Totdat jij hem hebt afgezet.
Om je manier van leven te redden. - En in de tussentijd?
Zal ik me bij hem voegen, uiteraard.
Dacht hij dat ik m'n geboorterecht zou afstaan?
Dat doe ik zeker niet.
Medina is een bekering wel waard. - Schijnheiligheid.
Een gezonde schijnheiligheid.
Koning Salool die z'n gezicht vijf keer per dag over de vloer wrijft.
Ik geloof er niets van. - Misschien is dat niet nodig.
We gaan doen wat we al eerder hadden moeten doen. Mohammed doden.
Kom eens kijken. Oefening baart kunst, zeggen ze.
Zeven jonge mannen, elk uit een ander gezin. M'n eigen zoon is erbij.
Ze zullen hem doodsteken, allemaal tegelijk.
Als de verantwoordelijkheid wordt gedeeld, wie is er dan schuldig?
Mijn idee.
Ik weet niet of ik het ermee eens ben. Mohammeds lichaam bevat te veel.
Z'n geest, z'n woorden.
Maar het is een vindingrijke oplossing. - En een definitieve.
Ali, z'n neef, die voor hem moest sterven.
Tegen wie nemen we het op?
Ze kunnen nooit ver zijn. De paden worden bewaakt.
Hij moet door de woestijn gaan.
Ik geef honderd kamelen aan de man die Mohammed terugbrengt...
...of z'n hoofd.
Kijk uit naar drie mensen: Mohammed...
...Aboe Bakr en Uriqat z'n bedoeienen gids.
Wat is er? - Dit zijn geen grazende kamelen.
Ze hebben dadels op. Ze komen uit de stad.
Waarom zijn jullie hier? Medina is naar 't noorden.
Zij maken de sporen, ik niet.
Nomaden die naar 't westen gaan?
Ik versta m'n kunst. - Je schijnt zelfs vogels te kunnen vinden.
We gaan met hen mee.
Misschien zit hij in die grot.
Als je eruit komt, brengen we je levend naar Mekka.
Mohammed, kom eruit.
Hij kan er niet zijn. Dit web is nog heel. - En duiven zouden er geen nest bouwen.
We hadden ze niet moeten volgen. - Laten we gaan.
We kunnen ze nog te snel af zijn.
Een paar draadjes van 'n spinnenweb voorkwamen Mohammeds moord.
Maar hij zou niet worden vermoord.
De bedoeienen gids begeleidde hem en z'n metgezel op hun vlucht.
Door onherbergzame delen van de woestijn en de hitte van de zomer.
Bij Medina wachtten zijn volgelingen op zijn komst...
...hoewel ze zich zorgen maakten om zijn tocht.
Zie je al iets? - Nee, niets.
Hij zei dat hij maar een mens is. Geen mens kan overleven in die hitte.
Daar. Ik zie ze.
Verstop je. Misschien moet ik je vrijlaten, bij wijze van gebaar.
Welkom in de stad Medina. Uw stad, boodschapper van God.
U kunt bij mij logeren, boodschapper. Ik heb het mooiste huis.
Laat mij uw gastheer zijn. - Logeer bij mij.
Alstublieft. Hoe kan de profeet kiezen tussen zoveel hartelijke mensen?
Waar God zijn kameel laat stilstaan, zal hij z'n huis bouwen.
Is iedereen het ermee eens? We laten z'n kameel vrij...
...en waar die gaat zitten, komt het huis van de profeet.
Slimme man. Als een kameel kiest, is niemand beledigd.
Hier komt het huis van de profeet.
En onze eerste ontmoetingsplaats. Een bidhuis.
De eerste moskee van de islam komt hier.
Wat doet de profeet? Met bakstenen sjouwen?
Geef dat maar aan mij.
U doet te veel. Gaat u alstublieft zitten.
Wij doen het wel.
Kijk, hij is nog meer gaan halen.
Werken is aanbidden, zegt hij. - Hij is 53 jaar.
Hou oud ben jij?
Er ontbreekt nog iets.
Een bel om de mensen te roepen? - Christenen gebruiken een bel.
Of een hoorn, net als de joden.
Een trommel.
Een trommel is te bloederig. - En een menselijke stem?
Zoals in Omar ibn al-Chattabs visioen. - Wil de profeet dat?
Hij bedoelt jou, Bilal.
Ik? - Je hebt een goede stem. Gebruik 'm.
Klim daarop.
God is de grootste.
God is de grootste.
I verklaar dat er geen andere goden zijn dan God.
Ik verklaar dat er geen andere goden zijn dan God.
Ik getuig dat Mohammed Gods boodschapper is.
Ik getuig dat Mohammed Gods boodschapper is.
Haast u naar het gebed.
Haast u naar het welslagen.
God is de grootste.
Er is geen andere god dan God.
Broeders.
Vandaag zal een man uit Medina een man uit Mekka omhelzen.
Ieder zal de helft delen.
Steek je armen uit. Omhels je buurman.
Als broeders.
Ik ben het zat om slaven te moeten kussen. Lees dit.
Profeten moeten zich met 't hiernamaals bezighouden.
Hoe gaat het met m'n zoon? - Hij bidt als een paard.
Brand je je eraan?
Het moet verscheurd worden, anders brandt alles af.
Hij maakt wetten als een koning.
Hij zegt dat trouw aan de islam, belangrijker is dan trouw aan je stam.
Wat? Alle moslims zijn familie van elkaar.
Laat je niet misleiden. Daarvoor moet hij de aard van de stammen wijzigen.
Het gevaar zit 'm hierin. Gelijkheid.
Je buurman is gelijk aan jezelf. - Die gek meent het.
Joden en christenen hebben dezelfde rechten als moslims.
De joden die zich bij ons aansluiten, worden beschermd.
Vrouwen hebben erfrecht. - Rechten.
Straks krijgt een kameel nog rechten. - Je mag ze niet overbelasten.
Hij hervormt een stad. Mijn stad.
Laat hem doodvallen.
Hij heeft ons onze zonen afgenomen, onze toekomst.
Zijn rechten...
...zijn onze onrechten.
Niet langer.
Dit keer pakken we meer dan dat schorem.
We pakken alle waardevolle spullen die ze nog in Mekka hebben.
Hun tapijten, hun huizen, hun zilverwerk.
Daarmee vullen we onze karavaan naar Damascus aan.
Vrienden, luister eens.
Ik heb nieuws uit Mekka.
Alles wat jullie hadden, is weg. De dieven.
Aboe Bakrs winkels, het huis van de profeet: Verkocht.
Elk kopje, elk stukje stof, elke lap die jullie hadden, is te koop.
Jullie hebben niets meer.
Vechten jullie niet voor je bezit? - Wie heeft het over vechten?
Wat moeten jullie anders, Hamza?
Als de profeet het zegt dan vechten we.
Nu zegt hij: Vrede. - Precies.
Jullie zijn 'n vredelievend volk.
Jullie zijn zo verrekt verdraagzaam.
Ga weer aan het werk.
We moeten onszelf verdedigen.
U bent de boodschapper van God, maartoch spotten ze met ons...
...en ze beroven ons. Wij doen niets.
We stellen niets voor als het om oorlog gaat.
Zij worden geleid door hebzucht...
...wij door God, en u.
Ik weet dat u het zwaard verafschuwt.
Maarwe moeten tegen ze vechten.
Ze hebben onze bezittingen gestolen.
Ze brengen ze langs onze neus naar Damascus.
Ik zeg, bij God, laten we ze terughalen.
Ik word een beetje emotioneel.
Dat komt door het gedreun in m'n hoofd.
Alstublieft...
...vecht tegen ze.
Maar kijk naar de zon.
Het is nog geen tijd om te bidden.
Dit is pas door God aan Zijn boodschapper onthuld:
Vecht, maar vecht op de manier van God, tegen hen die tegen jou vechten.
Verdrijf ze uit de plekken waar ze jullie verdreven.
Vervolging is erger dan een bloedbad.
Vecht tegen ze, totdat de vervolging afgelopen is, en religie voor God is.
Maar als zij stoppen, laat de oorlog dan ophouden.
Want God houdt niet van degenen die een oorlog ontketenen.
Vecht dus op de manier van God, tegen hen die tegen jullie vechten.
God is groot. - God is groot.
Dit zijn de regels die de profeet jullie oplegt.
Jullie mogen geen vrouw, kind of oudere iets aandoen.
Dat geldt ook voor gehandicapten.
Dat geldt ook voor landarbeiders.
Jullie mogen geen bomen omhakken.
Vecht alleen tegen degenen die jullie verstootten.
Degenen die jullie rechten en jullie bezittingen hebben afgenomen.
Nu op naar de bronnen van Bedr.
Nieuws uit Medina.
Bewapen uzelf.
Bewapen uzelf.
Verdedig uw bronnen.
Mohammed wil de karavaan aanvallen.
Hoeveel mannen? - Driehonderd, en twee paarden.
We zetten 100 paarden in. Kamelen? - 70.
We zetten 170 kamelen in.
En twintig kamelen met wijn. We maken er een feest van.
Deze oorlog wil ik graag vechten. - We kunnen niet verliezen.
Rij naar Bu-sofyans karavaan en zeg dat hij naar Bedr gaat.
Morgen ontmoeten we hem bij de bronnen van Bedr.
De bronnen van Bedr, hier.
Mohammeds mars, hier.
Mijn karavaan, hier.
Op ��n dag rijden.
We moeten ze bij de bronnen ontmoeten.
Het bevalt me niet.
Ik heb te veel uit Mekka bij me om risico's te nemen.
Doof het vuur en belaad de kamelen.
We gaan naar het westen, weg van de bronnen.
Weg? Dat kun je niet maken.
Je moet ze bij Bedr ontmoeten. We kunnen ze makkelijk verpletteren.
Als ik vannacht doorga, ben ik morgen buiten Mohammeds bereik.
Waar is je eergevoel, Bu-sofyan?
Eergevoel? Op de ruggen van mijn kamelen.
Natuurlijk ga ik vluchten.
Mohammed heeft de bronnen bezet.
Hij ligt precies in onze marslinie.
Hij is gek.
Bu-sofyan heeft z'n kamp opgebroken. Hij gaat naar het westen.
De karavaan is veilig.
We hoeven niet te vechten. - Niet vechten?
Doorte vechten beginnen we bloedvetes tussen broeders.
Tussen vaders en zoons, bedoel je.
Je eigen zoon is erbij. Hij had gegeseld moeten worden.
Mekka is groter dan jouw gezin.
Waleed is je echte zoon. - We moeten vechten.
We staan in het heden. Laat de toekomst voor zichzelf opkomen.
Otba is geen lafaard.
Morgen maken we ze af. We gaan vechten.
Zijn jullie klaar?
In het gelid. Vechtposities.
Iedereen naar z'n eigen positie.
Ga terug naar jullie colonnes.
Mohammed heeft de bronnen opgevuld.
Nu moeten we vechten voor hun water. - Goed. We vechten wel.
Broeders, wij hebben de bronnen.
We staan hier in naam van God en Zijn boodschapper. We wachten.
Stuur jullie kampioenen naar ons.
Wie zijn jullie? We verwachten onze gelijken.
Kom terug.
Mijn broer, Shaiba...
...mijn zoon, Waleed...
...en ikzelf.
Jij niet.
Ubada en ik...
...en Ali.
Zijn wij jullie gelijken?
Er is maar ��n God en Mohammed is Zijn boodschapper.
Boogschutters, naar voren.
Boogschutters...
Wachten.
Schieten.
Schieten.
Schieten.
Boogschutters.
Boogschutters terug.
Ze hergroeperen zich.
Naar voren.
Terug.
Naar voren.
Umaya.
Umaya. - Bilal.
Tot de overwinning.
De profeet heeft jullie gezien. Bind de gevangenen niet vast.
Dat hadden ze bij ons ook gedaan. - Maak ze los.
Ik zei: Maak ze los.
Geef ze water.
En deel je eten met ze. Geef ze evenveel als jezelf.
Als ze lopen, moeten jullie naast ze lopen.
Elke gevangene die tien moslims kan leren lezen, wordt vrijgelaten.
Waarom gaan ze niet weg? - Omdat ze mij er de schuld van geven.
Ik had erbij moeten zijn, en moeten verdrinken. Ik heb de karavaan gered.
Waarom zingen jullie naar mij?
Waarom zingen jullie de naam van m'n vader en m'n broer?
Dachten jullie dat ik het zou vergeten?
Mohammed. Ali. Hamza.
Met mijn nagels, Hamza...
...ga ik je een lesje leren.
Met mijn nagels.
Moordenaar, geweldpleger...
...slachter, moordlustig beest.
Jij hebt m'n vader afgeslacht, Hamza.
Ik zal op de leeuwenjager jagen.
Ik zal van Hamza m'n vluchtende leeuw maken...
...m'n prooi.
En als je dood bent, Hamza, zal ik je hart eruit snijden.
Ik zal je bloed proeven. Ik zal je in stukken hakken.
Ik verbied dit geweeklaag. Dit kan zo niet.
We zullen doen wat nodig is.
We zullen onze medestanders oproepen. We gaan een nieuw leger vormen.
Dit keer zullen we ons goed voorbereiden.
Hamza.
Komt het door de pest?
Wat is dit voor vreemd stadje hier?
Je zou je zakken hier kunnen vullen.
Geen enkele koopman let op z'n winkel.
God let op deze winkels.
Waar komt u vandaan? - Jemen.
Bent u in Mekka gestopt?
Het ligt op de weg. - Dat is geen antwoord.
Bent u er gestopt?
Lang genoeg om m'n kamelen te laten rusten.
Kamelen rusten beter in Mekka dan waar ook terwereld.
Wat wordt er gezegd in de woestijn?
Het is slecht nieuws voor u.
Ze verzamelen zich. Elke jongeman met een zwaard is op weg naar Mekka.
Onze kracht ligt hier. - Onderschat ze niet.
Ze rapen hun moed bijeen.
In Mekka klinkt er in elk huis muziek.
De Abessinische slaaf, Wahshi, is goed. Hij is gemeen. Let op.
Ik zal je bevrijden en je je gewicht in zilver geven...
...en dat van je hart in zijde...
...voor ��n zo'n worp.
Dus ze zijn gekomen.
We zullen zo weten met hoeveel.
Het is een groot leger. Drieduizend mannen, honderden paarden.
We hebben ze bij Bedr verslagen. - Een jaar geleden.
Ze komen nu wraak nemen.
Ga thuis jullie zwaarden halen.
Soldaten van Mekka.
Bloed moet gewroken worden.
Wreek de doden van Bedr.
Daar, Hamza. Zie je hem?
Hij is jouw fortuin.
Ubada.
Die ruiters aan de zijkant.
Die staan op een rare plek. - Zij horen bij Khalid.
Ik heb vaak aan die jongeman gedacht.
De profeet wil weten of u die ruiters gezien had.
Het zint me niet. - Hij laat 50 boogschutters op ze letten.
Wat er ook gebeurt, de boogschutters moeten ze tegenhouden.
Zayd, zeg tegen de profeet dat we klaarstaan.
Wat denk je ervan, Hamza?
Ze hebben meer mannen dan wij...
...dus het lijkt me een eerlijk gevecht.
Wij zien hen en zij zien ons.
Ik ben nooit bang geweest voor iets wat ik kan zien.
Huba zij ge�erd.
Als Mohammed het teken geeft...
...gaan wij naar ze toe.
Wapens gereed houden.
We marcheren...
...nu.
Aanvallen.
Boogschutters.
Schieten.
Voorwaarts.
Ze hebben Hamza gedood. We pakken ze.
Jij, pak aan. Vecht terug.
Waar gaan jullie heen? Vecht dan.
Dit is onze overwinning. Ze rennen weg.
We gaan erachteraan. - Blijf staan.
Kom terug naar jullie posities.
Het is gedaan. Ons centrum is weg. We hebben verloren, Khalid.
Nog niet.
Waar is de profeet? - Hij is dood. Ik zag hem neergaan.
Hij leeft nog. Hij vecht.
Terug. Terug naar de berg.
Wacht.
We leken verslagen. Jij hebt ons gered, Khalid.
We hebben pas gewonnen als Mohammed dood is.
Hij zit tussen die rotsen. - We zijn klaar.
We hebben Bedr gewroken.
We kunnen de islam de kop indrukken. - Er zijn fanatici bij hem.
De berg geeft ze een voordeel, het risico is te groot.
Mohammed, luister.
Een dag voor een dag. De dag van Oehoed voor de dag van Bedr.
Onze doden zijn gewroken door jullie doden.
Onze doden zijn nu in het paradijs.
Jullie doden zijn in het hellevuur.
Hoor je me, Hamza?
Weet je dat ik bij je ben? Ik, Hind.
Herinner je je nog iets?
Weet je nog dat je m'n vader en broer doodde?
Nu ben jij zelf ook dood.
M'n hart is licht. Hoor je me, Hamza? Licht.
Maar ik ben nog niet klaar met je. De dood is te weinig.
Wahshi. Snijd hem open.
Snijd hem.
Ze verloren de slag. En wat doen ze? Ze gaan thuis nog harder graven.
Ze zijn gek. - Inderdaad. Het is onbegrijpelijk.
Ze zijn zelfs blij dat ze verloren hebben.
Ze zeggen dat God ze heeft laten verliezen. Om ze op de proef te stellen.
Ze vechten voor de hemel. Ze zullen krijgen wat ze willen.
Ze willen Mekka. - Dat krijgen ze ook.
Als de sterren overdag gaan schijnen. - Onderschat ze niet.
Dat heb ik ook moeten leren.
Mekka is meer dan hun thuis, vriend.
Dat is waar God tegen de mens sprak.
Mekka is als een heimwee van de ziel voor ze.
Ze gaan dit jaar als pelgrims.
Ongewapend.
Bu-sofyan zal ze afslachten in de woestijn.
Als je in God gelooft, zoals zij...
...is het mogelijk dat dat niet gebeurt.
Maar ik ben het met je eens. Dat zal wel gebeuren.
Blijf staan. Laat je niet uitdagen. Dat willen ze. Blijf staan.
Vrede. Dat wens ik je.
De profeet zegt: Al wie van God houdt, moet z'n eed aan Hem vernieuwen.
Ze hebben 'n ander gestuurd.
Dat is Suheil. Misschien komen we tot een akkoord.
Mohammed, jij hebt voorwaarden gekregen voor een wapenstilstand...
...tussen jou en Mekka.
Heb je er al mee ingestemd?
Wat is dit? 'In naam van God, de Genadige.'
Wie is deze nieuwe God, die ze genadig noemen?
Die ken ik niet. Streep door.
En hier kan ik het niet mee eens zijn. 'Mohammed, de boodschapper van God.'
Als ik jou zag als de boodschapper van God, had ik niet tegen je gevochten.
Maak ervan: Mohammed, de zoon van Abdullah...
...stemt in met Suheil, de zoon van Amr. Dat berust op feiten.
Zoals ik het begrijp.
Mooi, dat is beter.
Nu zijn we het eens.
Jullie gaan niet door met je pelgrimstocht.
Jullie moeten omkeren naar huis. - Mekka is ons thuis.
Echter...
...volgend jaar mogen jullie je tocht houden.
Slechts voor drie dagen. Erin en eruit.
We zijn het ook eens met de wapenstilstand. Voor tien jaar.
Gedurende die tijd...
...zullen jullie geen stam aanvallen of een karavaan belagen...
...of een individu die bij ons hoort. En omgekeerd.
Als jullie ��n van ons verwonden, eindigt de wapenstilstand.
En omgekeerd.
Is dat duidelijk?
Tien jaar. Tien jaar lang vrede.
We hebben die tijd nodig. We zullen die tijd gebruiken.
Deze brieven, van de boodschapper van God, aan de wereldheersers...
...vragen de wereld de islam te omarmen.
Aan Heraklios, de keizer van Byzantium.
Kisra, de keizer van Perzi�...
...en aan de patriarch van Alexandri�.
God zij met jullie.
God is groot.
De islam kent geen verschillende rassen.
Een Arabier is niet beter dan een buitenlander...
...een blanke is niet beter dan een zwarte man.
Ze zijn allemaal gelijk voor God.
Tenzij je hetzelfde wilt voor je buur als voor jezelf, ben je niet gelovig.
Een man die met een volle buik gaat slapen, terwijl z'n buur honger heeft...
...is geen moslim.
De inkt van een geletterde is heiliger dan het bloed van een martelaar.
Een man die leest wordt door God als knap beschouwd.
Dus leer lezen. En als je dat geleerd hebt, leer het een ander.
De joden met hun Bijbel, de christenen met hun Testament...
...moeten jullie respect krijgen, want hun boeken komen ook van God.
Jullie moeten Mohammed niet zien als meer dan een man.
Hij was eens hout aan het sprokkelen.
Laat mij maar, zei ik. Waarom, zei hij.
U bent de profeet van God. U hoeft toch niet te sprokkelen.
Hij keek me aan en mompelde:
God houdt niet van mannen die zich verheven voelen boven anderen.
Ik leunde achterover en keek.
Ineens stopte hij. Hij ging rechtop staan, en kwam naar me toe.
Ja, ik ben de profeet van God, zei hij.
Maar zelfs ik weet niet wat er met me zal gebeuren.
Amr, kom je mij weer meenemen?
Ik kom je vragen om mij mee te nemen.
Ik ben getuige dat er maar ��n God is.
En dat Mohammed Zijn boodschapper is.
Moge God me vergeven dat ik tegen jullie vocht.
De islam vergeet alles wat ervoor kwam.
Het spijt me dat ik ben gekomen met...
Hier zijn m'n sieraden.
Wat ze waard zijn...
...geef ik aan de armen.
En mag ik dit aanbieden... - Ja.
Jij was het felste zwaard tegen de islam.
Nu, bij Gods wil...
...zal ik het opgeheven zwaard van God zijn.
Voor God is alles makkelijk.
Hij kan de doden doen herrijzen, en van een verlies, winst maken.
Twee jaar terug dachten we verslagen te zijn door dat verdrag. Maar nu...
...boeken we overwinningen in de harten van mannen.
Wat is dat?
Bu-sofyan komt eraan.
Waarom word ik zo beledigd?
Ik ben Bu-sofyan.
Ik verwacht respect. We zijn niet in oorlog. We hebben 'n verdrag.
Ik wil Mohammed spreken. Waar is hij?
In de moskee.
We hebben het verdrag niet geschonden. Ik bevestig het verdrag.
Ik spreek namens Mekka.
Mohammed, waarom wend je je van me af? Ga niet weg.
Mohammed, ga niet weg.
Bandieten hebben het verdrag geschonden.
Het was donker die nacht. Ik kom getuigen dat het donker was.
Barra, het gaat om jouw stad.
Hudayfa, jij bent mijn familie. Neem het voor me op. Jullie moeten luisteren.
Ik ben Mekka. Ik ben de leider van Mekka.
Waarom word ik zo beledigd?
Omdat je geen beloftes nakomt, en geen verdragen eert.
Ik heb iets onverwachts gehoord: Bu-sofyan die om genade vraagt.
Ik ben verslagen in de strijd en nu is hij me te slim af.
Dat een herder mij te slim af was. - Je zag z'n religie uit 'n druppel groeien.
Die druppel zat in m'n oog.
Ik zag niets.
Vertel Mekka dat de goden dood zijn. Je verzetten tegen God heeft geen zin.
Rijd snel, want elke man hier zit je op de hielen.
Jij hebt het verdrag geschonden.
Voor de nacht zijn we met tienduizend man. Mannen uit elke stam.
Nu kunnen we tegen ze vechten. - We sluiten de straten af.
Het heeft geen zin. Ze zijn met duizenden. Elk uur komen er meer bij.
Lafaard. - Hind, ga naar huis.
Ben jij de leider van Mekka? Kijk naar jezelf. Je bent gebroken.
Ze hebben je ingeslikt en uitgespuugd.
Zijn m'n vader en man gestorven zodat m'n man kon vluchten?
Ga jij maar naar huis. - We kunnen ons niet verzetten.
Mekka is ingenomen.
We gaan hier de nacht doorbrengen.
Ik zie Mekka. Zelfs voorbij de bergen.
Zoveel vuren. Ze zijn niet te tellen.
Het is heel mooi.
Toen we ze uit Mekka verdreven, wist ik niet dat ze Mekka meenamen.
Je kunt het brood ruiken dat ze bakken. - Ze willen niet gaan plunderen.
Dat hoop ik, tenminste.
Ze willen geen bloed aan hun eigen muren. Daar kan ik mee onderhandelen.
Breng me bij hem. - Geef je ons de stad?
Je biedt me geen brood aan.
Ik begrijp het. Misschien willen jullie me nog doden.
Zeg wat je te zeggen hebt.
Ik zag jullie vuurtjes.
En de mannen eromheen.
Ik weet welke kracht je je mannen geeft.
We kunnen ons niet langer verzetten.
Als je het eens bent... - Durf je hier te komen met voorwaarden?
Wordt het geen tijd dat je erkent wie Mohammed is?
Ik heb nog twijfels. - Als we je doodden, had je geen twijfels.
Religie kent geen dwang. Een man kan er jaren over doen, of slechts minuten.
Het is God die de tijd bepaalt.
Heb dus respect voor z'n twijfels.
Jij zwarte slaaf.
Jij bent de beste school.
Ik ben maar wat God me gegeven heeft.
Als de goden die ik vereerde iets voorstelden...
...hadden ze me geholpen.
Ik verklaar...
...zonder dwang...
...dat er ��n God is.
En u bent de boodschapper van God.
Laat me nu gaan.
Ze komen eraan. Ze komen van drie kanten.
Verberg jullie.
Ga naar binnen.
Sluit de deur.
Jullie deuren worden niet ingetrapt, niets wordt geplunderd of ingenomen.
Iedereen achter gesloten deuren is veilig.
Iedereen in Bu-sofyans huis is veilig.
Iedereen bij de Ka'aba is veilig.
Hij is tenminste trouw aan z'n woord. Ze hebben geen deuren ingetrapt.
Hij bestormt harten, geen muren.
Het is een permanente overwinning.
Ik zie ertegenop om naar buiten te gaan.
We moeten onze opwachting maken, Hind.
Waren wij verkeerd bezig?
Onze manier van leven was verkeerd, ja.
We zaten vast in onze eigen fouten.
Onze goden waren te min voor ons.
Nu is hij daar. Hij gaat de Ka'aba binnen.
In de naam van God, de Genadige, de Barmhartige.
God gaf dit huis aan Abraham, als een heilige plek.
Aanbid geen andere god dan Hij en reinig Zijn huis.
De ware God is hier, vernietig de valse goden.
Zo geschiedde het. Mohammed nam geen wraak, en duldde geen wraak.
Hij riep Mekka uit tot heilige stad.
Niemand mag bloed vergieten, een boom omhakken...
...of een levend wezen doden in Mekka.
Al snel bekeerde heel Arabi� zich. Niet alleen tot de nieuwe religie...
...maartot de nieuwe wetten en gebruiken in de islam.
De profeet maakte mee dat z'n werk werd afgemaakt.
Maar nu begon hij de aanwezigheid van de Dood te voelen.
Er bleef nog ��n grote daad over voor de profeet, het bezegelen.
Hij riep iedereen tot zich en sprak z'n laatste boodschap uit...
...van overgave aan God en menselijkheid aan de mens.
Luister goed, mensheid. Ik zal wellicht niet lang meer bij jullie zijn.
Geef de zwakkeren hetzelfde als wat je zelf eet...
...en kleed ze zoals jij je kleedt.
Je zult je God ontmoeten en je zult rekenschap moeten afleggen voor Hem.
Laat de aanwezigen de afwezigen waarschuwen.
Jullie stammen allemaal af van Adam.
Hij die de hoogste achting heeft voor God, is de beste onder jullie.
Denk goed na over wat ik gezegd heb.
Laat een einde komen aan jullie vetes.
Jullie moeten weten dat elke moslim de broeder is van de ander.
Alle moslims zijn broeders van elkaar.
Onder moslims zijn geen rassen en geen stammen.
Pak nooit iets van je broeder, tenzij het je wordt gegeven.
Onderdruk niet, en laat je niet onderdrukken.
Mijn volk, ik ben slechts een man.
Wellicht zal de Engel des Doods me weldra bezoeken.
De Dood zal me weghalen.
Ik heb jullie een boek nagelaten, onthuld door God: De Koran.
Dat is licht en leiding.
Nu herhaalde hij de laatste onthulling van de Koran:
Het zegel en de afsluiting.
Niet de woorden van Mohammed, maar van God.
Vandaag heb Ik jullie religie vervolmaakt en Mijn gunst aan jullie afgemaakt.
Ik heb de islam uitgekozen als jullie religie.
Op 8 juni 632, in zijn 36ste levensjaar, stierf Mohammed.
Veel van z'n volgelingen konden het niet geloven: Hoe kan zo'n man sterven?
Maar Aboe Bakr, de vriend van de profeet, stond op in de moskee:
'AIs iemand Mohammed aanbidt, moet hij weten dat Mohammed dood is...
...maar hij die God aanbidt, moet weten dat God leeft...
...en niet kan sterven.'
Ze begroeven Mohammed naast z'n moskee, in Medina.
Maar de religie die hij predikte vond een plek in de harten van de mensen.
Het duurde voort. Het verspreidde zich.
Ze komen nog steeds naar Mekka, de mensen.
De mensen van de islam, gekleed in witte pelgrimskleren.
Allemaal gelijk voor God, allemaal verenigd op deze plek.
Elke individuele ziel, samengebracht in een gemeenschap van verering.
E�n God.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.