Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ik kan deze nacht onmogelijk slapen.
Herinneringen die ik dacht kwijt te zijn, spoken door m'n hoofd.
De regen bonzend op het raam...
...de geur van natte grond in de lucht...
...bliksem die de nacht kleurt...
...in de hoge bossen van Sichuan.
Alles, al deze sensaties brengen me terug naar m'n jeugd.
Tragisch genoeg...
...stierven m'n ouders een jaar eerder, toen een brand onze boerderij verwoestte.
Ik was een wees, helemaal alleen, amper 12 jaar.
Lao Chen, een bamboeplanter, nam me in huis.
Misschien uit medelijden, misschien omdat hij een goedkope arbeidskracht nodig had.
Het was alles dat ik had.
Dat jaar was de winter lang.
De lente probeerde haar strijd tegen de sneeuwdeken nog te winnen.
Lao Chen was net begonnen met planten in het dal.
Toen ontdekte hij iets wat onze levens zou veranderen.
Het was een moederpanda met haar tweelingjongen.
Destijds wisten we weinig van deze geweldige dieren.
Maar deze toevallige ontmoeting zou ons een belangrijke les leren.
Niet alleen over panda's, maar ook over onszelf.
Ik heb je direct gewaarschuwd.
Hopelijk ben ik op tijd. -Geen zorgen.
Bedankt, vriend.
Lu Yang, maak het eten klaar.
Jullie stadsmensen zijn zo'n plek niet gewend, hè?
Lu, waarom sta je daar nog?
Xiao Feng, kom hier maar zitten.
Lu, is het al klaar?
Ons eten is simpel, maar we komen net rond.
Maar net.
Maar net.
Je zei 16.
Je krijgt nu de helft en de rest als hij gevangen is.
Is het klaar? Opschieten.
Hier.
Hier. -Is dat je zoon?
Nee. -Wie is hij dan?
Lang verhaal. Ik vertel het je nog wel, oké?
Het is tragisch.
Twee jongen? Een tweeling?
Moederpanda's kunnen nauwelijks voor twee jongen zorgen.
Ze brengt ze in gevaar.
Wat bedoel je? -We vermoeden dat ze een jong verstoot.
Daarom moeten wij hem vangen.
Laten we ons klaarmaken. -Geen zorgen.
Ik ben een prima spoorvolger. Ze ontkomen niet.
Mooi. Ik reken op je.
Wat zei ik? -Ongelooflijk.
Wat doen we? Eropaf?
Afwachten tot er één wegloopt bij de rest.
Kijk, er loopt een jong weg.
Hij gaat richting het meer. Dat moeten we hebben.
Wat doet hij? Een vogel. Hij volgt hem. Brave vogel.
Opschieten.
Onze kans. Mama let niet op. -Wacht. De moeder is te dichtbij.
Aan de andere kant is een klif. Dan zit hij in de val. Dat willen we.
Gaan, ik dek je. Kom.
Ze heeft ons opgemerkt. Opschieten.
Rennen.
Blijf, nee.
Dahu.
Dahu. Rustig.
Kom op. Blijf daar wachten...
Kijk uit.
Wat doe je?
Lao Chen. Hij is gevallen. Ik zie hem niet.
Hoe is dat gebeurd? -Hij is misschien dood.
Dood of levend, we vinden hem. Kom mee.
We gaan te ver omlaag. -Vertrouw me. De stroming is sterk. Kom.
Dan is het een wonder als hij nog leeft.
Ik zie hem niet. -Misschien verderop. Opschieten.
Hij leeft nog.
Zeker? -Aan de overkant.
Het gaat regenen. We moeten een oversteek vinden.
Hier kunnen we oversteken. Dahu, Erhu, gaan.
Xiao Feng, gaat het? Laat me je helpen. Jullie stadsmensen zijn onhandig.
Ga. Ik red me wel. -Met regen verliezen de honden het spoor.
We weten niet of hij nog leeft. -Jawel. Honden sporen geen dode dieren op.
Dit gaat lelijk worden. -Wat?
Het onweer. Het wordt stevig.
Een speld in een hooiberg. En het wordt donker.
Heeft hij iets?
Hij is dichtbij. -Laten we het hopen.
Opschieten.
Als we hem niet snel vinden, vinden we hem nooit.
Het regent te hard. We zien niets.
We moeten het jong vinden. We kunnen niet zomaar teruggaan.
Het is onmogelijk.
Bedankt.
Droog je kleren bij het vuur.
Probeer op te warmen.
Niet te geloven. We hadden hem bijna.
Komt goed. We gaan morgen meteen terug.
Waarom staar je zo?
Ik praat tegen je, jongen. Waarom zeg je niets?
Ben je doof? -Lu Yang, ga bij het eten kijken.
Is hij doof? Die jongen.
Natuurlijk niet. -Praat hij niet?
Hij heeft niets gezegd sinds z'n ouders omkwamen bij een brand.
Ik nam hem in huis. Hij moest eten, en ik had hulp nodig op de boerderij.
Hoe kan dat jong overleven?
Het is een wild dier. Die zijn veel sterker dan stadsmensen.
Sorry. -Het gaat wel.
Stil. Waarom blaf je? Kom.
Lu Yang, waarom ben je nu al terug?
Je mand. Waar is hij?
Wat is er?
Waar zijn de houtblokken? Ga je wassen.
Xiao Feng. -Ja?
We beginnen vanaf het eindpunt van gisteren.
Het heeft geregend. Ruiken de honden het nog?
Ik hoop het.
Ruiken ze iets?
Brave jongen. Doorgaan.
Ze zijn iets op het spoor. -Inderdaad.
Hier raakten we het spoor kwijt.
Dahu, kom, gaan. -Erhu, zoek.
Gaat het goedkomen, panda? Ik wil niet dat je sterft.
Ik heb nooit vrienden gehad.
Nou, ik hoop dat we vrienden kunnen worden.
Beste vrienden.
Wees niet bang. Het is hier veilig.
Niemand kan ons vinden. Niet hier.
Je wordt beter. Dat moet, we zijn nu bevriend.
Je wordt warmer. Dat is goed, en belangrijk.
Zorg dat je slaapt. Ik moet gaan, maar kom snel terug, goed?
Lu Yang.
Wat doe je hier?
En waar is het brandhout?
Wat is dit? Je moet hem elke ochtend vullen.
Niet zomaar afdwalen, je weet wel beter. Straks pakken de wolven je. Naar huis.
Jongen, kom eens hier.
Heb je iets gezien?
Zeg het als dat zo is.
Je weet toch dat Lu niet praat? -Kijk de honden dan.
Stil. Niet blaffen. Jullie kennen Lu.
Ga terug. Laten we gaan.
Opschieten. -Je hebt hem gehoord. Naar huis.
Ik ben terug. Blijf je wel warm?
Je bent wakker. Dat is een goed teken.
Voel je je beter? Je hebt vast dorst.
Hier. Drink dit water.
Kom op, opdrinken.
Alsjeblieft.
Nee? Ben je nog slaperig?
Toen ik klein was, neuriede m'n moeder dit liedje voor me.
Soms vergeet ik zelfs hoe m'n ouders eruitzagen.
Maar ik herinner me hun stemmen.
En jij? Herinner jij je je ouders nog?
Goed, je hebt rust nodig. Ga maar slapen.
Blijf uitrusten.
Ik moet terug, zodat ze ons niet vinden. Hou jezelf warm. Ik kom snel terug.
Lu, opstaan.
Opstaan.
Je moet ontbijt maken.
Een pandajong overleeft niet lang zonder z'n moeder.
Lao Chen.
Lao Chen. -Wat?
Verloren we hier gisteren het spoor?
Ik ben slecht met kaarten. -Volgens mij was het hier.
We beginnen vanaf hier en proberen het spoor te vinden.
Het jong is wellicht door een roofdier gepakt.
Dat zouden je honden toch opmerken? -Misschien.
Zitten er andere grote dieren in de bergen?
Misschien wat luipaarden, of anders wolven...
...maar ik betwijfel het. We gaan zo, eerst de honden voeren.
Stil, stom mormel. Hou op met blaffen.
Er komt eten aan. Stil.
Panda?
Kom tevoorschijn.
Hallo?
Daar ben je. Je loopt rond.
Je voelt je vast beter. Je hebt een naam nodig.
Ik moet hem verzinnen.
Je hebt ronde poten en ogen. Ik ga je Pannenkoek noemen.
Vind je dat een leuke naam? Vanaf nu ben je Pannenkoek, oké?
Ik ben Lu Yang, maar noem me maar Lu.
Je hebt vast dorst.
Dit is water. De bamboe maakt het makkelijker om te drinken.
Probeer maar. Drink maar op. Wil je iets eten?
Kom op, dat is bamboe. Dat vinden panda's lekker.
Ik leg het hier neer. Neem wat als je honger hebt.
Ik moet ze op een dwaalspoor brengen. Ze mogen je niet vinden.
Jij blijft hier, oké? Hou je stil.
Ik kom terug, Pannenkoek.
Deze kant op, kijk. Kom.
Kom op.
Er is daar iets. -Gaan.
Kom.
Ze ruiken iets. -Ik denk het ook.
Kom mee. -Kom op, zoek.
Zou hij de rivier zijn overgestoken? -Vast meegenomen door een roofdier.
Dat doen roofdieren, hun sporen uitwissen.
Dan is het jong dood. -Dat is geen verrassing.
Zelfs een mens loopt hier gevaar. We hadden weinig kunnen doen.
Misschien moeten we terugwandelen en andere panda's zoeken.
Ja. Ik kan niet met lege handen naar huis. We hebben geen keus.
Wees niet teleurgesteld.
Je zei het zelf, zonder eten sterft hij sowieso.
We hebben deze niet gevangen, maar er zijn andere panda's.
Laten we er een paar weken naartoe gaan. Met geduld vinden we er nog een.
Lu Yang, is het eten klaar?
Je hebt gelijk. Laten we ernaartoe gaan.
Hopelijk vinden we meer panda's. We vangen er wel een.
Lu, luister. We moeten verder de heuvels in.
Jij blijft op het huis passen. Begrepen?
Kom, Erhu, we gaan. -Goed, jongen. Ben je zover?
Deze kant op. Kom.
Pannenkoek. Ik heb goed nieuws.
Wat is er? Gaat het?
Wees niet bang, het komt goed.
Sorry dat ik zo lang weg was. Goed, tijd om te spelen. Kom op.
Je hebt lang genoeg geslapen. Je hebt beweging nodig.
Je hebt niets gegeten. Waarom niet?
Je moet eten als je wil aansterken. Wacht even.
Kijk. Verse bamboe.
Eten. Toe, proef maar.
Je moet eten, anders ga je dood.
Proef maar.
Niet wegdraaien. Kom.
Als je geen bamboe wil, wat dan wel? Je moet eten.
Pannenkoek, een zoete aardappel. Ze zijn lekker. Proef maar.
Kom op, niet omdraaien. Proef maar.
Wacht, kom terug. Wil je het niet? Goed dan.
Ik ben terug. Daar ben je.
Wat doe je? Ik heb ander voedsel voor je. Wat denk je hiervan? Je vindt dit lekker.
Het is lekker. Probeer maar. Je zult er gek op zijn.
Hier, eten. Alsjeblieft. Kom op, alsjeblieft?
Het is goed voor je. De rijstepap die Lao Chen en ik hadden bewaard.
Als je groot wil worden, moet je het opeten.
Hallo, ik ga wat melk van je lenen, oké?
Niet weglopen.
Wacht. Kom hier. Ik doe je geen pijn. Kom hier. Stop.
Probeer deze melk. Kom, misschien vind je dit lekker.
Je kunt het. Drink wat.
Het was moeilijk hier aan te komen. Probeer het tenminste.
Het is lekker. Kom op, alsjeblieft. Probeer het.
Drink op.
Ik weet niet wat ik moet doen. Je verhongert vast.
Eet je liever m'n schoen? Dat wil je niet. Dat is vies. Er moet iets zijn dat je wil.
Wat zou je dan wel lekker vinden? Pandajongen drinken melk en eten bamboe.
Ik heb een idee.
Dit is m'n laatste idee. Als je niets eet, moet ik je terugbrengen naar het bos.
Ga weg. Ik maak je eten.
Alsjeblieft. Hopelijk vind je het lekker.
Je eet. Brave jongen, goed zo.
Hoera. Pannenkoek eet.
Het is me gelukt. Hoera. Pannenkoek eet.
Pannenkoek, wakker worden. Tijd voor ontbijt.
Wat doe je? Heb je lekker geslapen? Je hebt vast honger.
Ik heb nog iets voor je. Een lamp, zodat het niet zo donker wordt.
En dit.
Ik kan je niet altijd voeren. Je moet zelf leren drinken. Hier, drink op.
Wacht, hier slapen we. Daar moet je niet eten.
Hier, kom op.
Zo. Eet maar, brave jongen. Ik ga nog wat meer maken.
Eén bamboemelk-ontbijt, komt eraan.
Wees eens geduldig.
Je hebt honger, ik weet het. Je moet manieren leren.
Dat kietelt. Hou op.
Hou op. Goed, het is klaar. Hier, verse bamboemelk.
Eet maar op, het is goed voor je.
Brave jongen. Het is lekker, toch?
Vannacht blijf ik bij je, maar het bed moet iets comfortabeler worden.
Lekker?
Terwijl jij eet, speel ik muziek.
Wat is er? Ben ik zo slecht?
Luister eens.
Verstop je daar niet.
Kom op. Je daar verstoppen laat het niet beter klinken.
Kom eruit. Je kunt je niet voor mij verstoppen.
Kom eruit.
Laten we verstoppertje spelen. Vind je dat goed?
Gelukkig word je sterker. Het is hier beter dan in die stoffige hut.
Vind je niet?
Nu je beter bent, moet je leren overleven.
Je moeder is er niet, dus ik moet het je leren, goed?
Klaar om te leren? Kom mee.
Je moet eerst leren klimmen.
Goed. Kom. Klim in de boom.
Klimmen. Klim in de boom.
Je kunt het. Omhoog. Goed zo.
Je bent een panda en die klimmen in bomen. Kom op.
Ben je er klaar voor? Toe maar. Goed zo. Kom op, klimmen.
Niet opgeven. Je kunt het.
Wees moedig. Kom op. Zie je deze boom? Klimmen.
We blijven het proberen.
Niet spelen. Je moet serieus zijn.
Kijk me aan. Hou op met spelen en klim.
Kom op. Even serieus, oké?
Wil je bamboemelk?
Alleen als je klimt.
M'n been is geen boom, gekkerd.
Pannenkoek.
Waarom luister je niet? Oké, ik ga weg.
Zo moet dat. Je doet het. Goed zo, je klimt. Braaf.
Wacht, stop. Zo kan ik niet bij je.
Tijd voor meer training, dus geen geluier. Apporteer.
Pannenkoek, opletten. Ga de stok halen.
Kijk hier. Wil je nog bamboemelk?
Ga maar halen. Daar, stop.
Luister nou eens. Hou op met spelen.
Kom op, Pannenkoek. Je luistert niet.
Pannenkoek. Kom hier, jongen. Kom op.
Brave jongen. Hier. Pannenkoek. Kom op, toe nou.
Dat doet pijn. M'n buik, help.
Je geeft toch om me.
Ik ben terug.
Hallo, heb je me gemist?
Ik jou wel.
Lao Chen komt snel terug. Ik moet voorzichtig zijn.
Ik moet m'n sporen uitwissen. Ze mogen je niet vinden, dus stil zijn.
Pannenkoek, ik heb nog nooit een vriend gehad.
Je bent alles wat ik heb.
Je bent m'n beste vriend.
Ik zag je moeder vandaag.
Misschien zoekt ze je.
Lu Yang, waarom zit de deur niet op slot? -Ik ben doodop.
Ongelooflijk. -Wat?
Laat maar.
Je bent terug.
Waar is de jongen? -Geen zorgen.
Rust wat uit.
Nog één ding.
Ik was het bijna vergeten, morgen vertrek ik.
Hier. Dit is voor jou.
We hebben het jong niet gevangen...
...maar je hebt veel voor me gedaan. -Graag gedaan.
Jammer dat we hem niet hebben gevangen. Het was bijna gelukt.
Xiao Feng.
Ik weet waar het jong is.
Blijf bij me. Ze verstoppen zich hier.
Lu.
Eindelijk heb ik je.
Heel goed gedaan, Lu.
Wees niet bang. Weet je hoeveel mensen een panda willen vangen?
Niet te geloven dat het jou lukte. Geweldig gedaan.
Laten we het vieren met eten.
Lu is een held. Niet te geloven. Ongelooflijk.
Vroeger zagen we panda's alleen op foto's. Dit is de eerste keer dat ik de foto neem.
Goed zo. Dat is mooi.
Hij is prachtig.
Hier.
Eet dit op. Niet alleen ruiken.
Wil je dit opeten?
Ik ben terug. -Hallo.
Met verse bamboe voor de panda.
Genoeg voor je reis.
Lao Chen, kun je helpen?
Hij eet de hele ochtend al niet. -Misschien mist hij z'n mama.
Ik zag z'n moeder en broertje bij de rivier.
Ik denk dat zij het was. -Zoekt ze hem nog?
Verrast dat je? -Het zou raar zijn.
Iedereen bij het instituut zegt dat een moeder voor maar één jong kan zorgen.
Dus dat zeggen wetenschappers erover?
Dat hebben ze altijd gezegd.
Goed, kleintje. Neem een hap. Eet maar op. Je bent onze eerste vangst.
Perfect voor het instituut. Zo leren we hoe we jullie kunnen beschermen.
Help me. Eet. Je moet gezond blijven voor de reis.
Kun je iets voor me doen? Hoe liet je hem eten?
Luister. Dit jong betekent veel voor ons. Nu moet ik hem voeren. Hij is jong.
Zonder eten en water overleeft hij niet lang.
Hou op met kappen en luister. Dit jong is belangrijk.
Hoe liet je hem eten?
Gaat het met hem? Hij zegt niets. -Zo is Lu Yang altijd.
Trouwens, als je morgen vertrekt...
Ja? -Nou...
...zou je in de stad kunnen vragen of ik nog meer dieren voor iemand kan vangen?
We praten binnen.
Kom naar binnen. -Wacht even...
Hier. -De panda...
Heel even.
Ga zitten. Laat je voet rusten. Ik denk dat ik onderzoekers kan helpen.
Geen zorgen.
Als ik de panda meeneem, komen er meer mensen.
Iedereen zal weten wat je hebt gedaan.
Wetenschappers zullen je opzoeken zodra ze het jong zien.
Je krijgt het druk. Dat wil je, toch? -Ja, hoor.
Maar nu ben ik bezorgd dat de panda niets eet.
De bamboe is vers, maar hij eet niets. Wat als hij ziek wordt?
Proost. Hier, neem wat vlees. Gefeliciteerd. Eten maar.
Geweldig.
Hoe ving hij het jong?
Ik ben de prof, jij weet van de bergen, maar hij ving hem eerder dan wij.
En het ergste? Hij kon ons niet bereiken, omdat we in de bergen zaten.
Het leek half China wel, met m'n zere voet. Je bleef maar lopen en lopen...
Hier. -Nee.
Eentje nog. Om het te vieren. -Eén dan.
Zo is het genoeg. Waar ben je mee bezig?
Je bent te zwaar, het is lastig dragen. Even pauzeren.
Lao Chen.
Wat is er? -Kijk.
Luister. Je krijgt geen cent als ik dat jong niet krijg.
We moeten sneller zijn.
Anders halen ze ons in.
Je moeder kan je beschermen, ik niet.
Je moet haar vinden.
Kom. We moeten snel zijn.
Ze hebben een grote voorsprong.
Waar gaat hij heen? -Geen idee.
Ik weet niet wat Lu Yang bezielt. -Opschieten.
Hij is pas net bij me.
Hij zorgde nooit voor problemen. Ik weet niet wat hij heeft.
Wacht hier.
Pannenkoek, kom eruit. Dat is je thuis, daar.
Lao Chen zag je moeder, toch? Kom. Je moeder wacht op je.
Vooruit. Gaan.
Deze kant op. Opschieten.
Kom op. Wees niet bang.
Kom, Pannenkoek. Ik help je oversteken.
Pannenkoek, luister. Je moet bij me weg.
Gaan. Je moet hier weg. Anders vangen ze je.
Hou op met spelen en ga. Ga weg, niet spelen.
Lao Chen.
Het spoor loopt dood.
Slim joch, hè?
Pannenkoek, opschieten. Vluchten. Luister, je moet gaan.
Ga weg.
Ga gewoon weg. -Hij gaat naar z'n moeder.
Hoe wist hij waar het was? -Hij hoorde ons praten.
Zoek je moeder.
Het is geen verrassing. -Vlucht. Ze zal voor je zorgen. Gaan.
Kijk daar.
Ga naar je moeder, nu.
Pannenkoek.
Vergeet me niet.
We moeten opschieten als je het jong wil.
Natuurlijk wil ik dat.
Maar niet zo.
Misschien moet hij naar z'n moeder. Zij kan het beste voor hem zorgen.
Deze is niet voor ons. Ooit vinden we er een die echt hulp nodig heeft.
Lu heeft gelijk.
Hij heeft gelijk.
Je praat weer.
Het is goed.
Dit was juist.
Lu, je moet gedag zeggen.
Het was tegelijkertijd de slechtste, en de beste dag van m'n leven.
Ik verloor m'n beste vriend, maar vond een vader.
De seizoenen gingen voorbij en het leven ging door.
Tegenspoed maakte me sterk. Gelukkige tijden maakten me dankbaar.
Maar hij was altijd in mijn gedachten.
De eerste maanden miste ik hem verschrikkelijk.
Iets aan dat zachte ronde gezicht kreeg ik niet uit m'n hoofd.
Ik wilde zorgen dat hij veilig was. En toen, op een dag...
Pannenkoek. Jij bent het. Hoe gaat het? Ik heb je gemist.
Ik redde zijn leven en hij veranderde het mijne.
Deze speciale vriendschap tussen een jongen en een pandajong...
...gaf me hoop en passie, een reden om te leven.
Ik werd de man die ik vandaag ben...
...omdat ik liefde kreeg van een kleine panda.
Vanaf die dag ging ik hard studeren.
Ik wilde deze geweldige dieren alleen nog maar helpen.
In de jaren 80 werd het eerste panda-fokcentrum opgericht in Wolong.
Gelegen in het hart van het gebied waar panda's vrij rondlopen.
Kijk nou.
Al honderden jaren wordt de natuurlijke leefomgeving van panda's aangetast.
Panda's worden met uitsterven bedreigd.
Het Wolong-reservaat speelde, en speelt nog steeds...
...een sleutelrol in het herstel van wilde panda's.
Op dit moment is de populatie gegroeid naar zo'n 1600 panda's.
We blijven ons inzetten voor de bescherming van deze dieren...
...zodat ze gelukkig en veilig kunnen leven.
Pannenkoek, je moeder roept je. Je moet gaan.
Anders wordt ze bezorgd. Ga maar, brave jongen.
Ga maar, je moet terug.
Gaan. Ik ga jou ook missen.
Goed zo.
Brave jongen.
OP 12 MEI 2008 VERANDERDE EEN ZWARE AARDBEVING
DE BERGEN EN BOSSEN VAN SICHUAN, DE LEEFOMGEVING VAN PANDA'S.
HET OPNEMEN VAN DEZE FILM WERD VERSTOORD DOOR DE AARDBEVING.
DE PANDAMOEDER IN ONZE FILM WAS EEN VAN DE VELE SLACHTOFFERS.
WIJ DRAGEN DEZE FILM OP AAN SICHUAN EN HAAR PRACHTIGE, MOEDIGE MENSEN,
HET WOLONG-NATUURRESERVAAT EN DE PANDA'S DAAR,
ALSMEDE IEDEREEN DIE HEEFT GEHOLPEN MET DE WEDEROPBOUW VAN HET GEBIED.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.