Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Jasper is dood.
Ik had nooit mogen terugkomen.
Maurice is met zijn kleinzoon gaan zeilen tijdens code oranje.
Jasper is overboord geslagen en achteraf heeft hij...
Opa. Opa.
In de auto.
Mag ik een bakje met centen?
Jean?
Waarom doet iedereen zo raar?
Niemand ziet mij en niemand luistert naar mij.
Ik heb hem nog niet verteld dat hij dood is.
Ik heb hem wijsgemaakt dat zijn moeder ziek is
en dat hij daarom bij mij mag blijven.
Erik, stop ermee.
Ik wil een geval van agressie melden.
Je zet mijn carrière niet op het spel voor een uit de hand gelopen feestje.
Opa en Jasper zijn dood
en het enige waarmee ik inzit, is die stomme Geoffrey.
Mijn eigen zus, Joachim.
Brittje, kom.
Dat zouden we niet doen.
Het is beter dat je hier even niet komt.
Waar was je vrijdag 12 juni, 's nachts? - Op een feestje bij Alice.
Jasper?
Dat was dan een serieus feestje. Hypnotica, angstremmers,
spierontspanners en hoestsiroop met codeïne.
Wat is dat?
Jasper...
Vorige week vrijdag...
…Is er iets gebeurd, iets heel ergs.
Je hebt een ongeluk gehad, samen met opa.
En wij zijn toen allebei gestorven.
Dat kan toch niet? Wij zijn toch niet dood?
Jawel. We leven niet meer. We zijn dood.
Net zoals je papa.
Mama zegt dat papa in de hemel is.
Als mama dat zegt, dan zal dat wel zo zijn, zeker?
Waarom zijn wij daar dan niet?
Weet je wat een geest is?
Ja, die bestaan niet en die kan je niet zien.
Misschien zijn wij wel een soort van geesten.
Kan niemand ons dan zien?
Tja, ik zie jou en jij ziet mij,
maar er zijn heel veel mensen die ons niet zien, omdat we dood zijn.
Kan een geest ziek worden?
Waarom vraag je dat?
Ik wil nu naar mama.
Jasper, je mama denkt dat je dood bent.
Ik wil haar zien.
Komaan, opa. Misschien kan ze mij ook zien.
Hallo?
Hallo?
Jasper, ga terug naar je bed.
Godverdomme.
Hé, hé, hé.
Hé, rustig aan. Oké?
Het zou kunnen dat je mama een beetje raar doet.
Je weet dat ze heel verdrietig is.
En je weet ook wat ik je verteld heb over dat dood zijn?
Ik wil naar mama. - Jasper. Jasper.
Jasper. Jasper.
Jasper.
Mama. Ik ben terug.
Pa? Loop jij hier nu nog altijd rond?
Mama.
Mama.
Maar man toch, wat wil je van me? Wat wil je van me?
Nee, stop ermee, pa. Stop ermee. - Alsjeblieft, luister even.
Luister gewoon even. Alsjeblieft.
Ik wil dat je weggaat.
Het Klinkt misschien raar, maar ik kan Jasper nog zien.
Dat je godverdomme zijn naam nog durft uit te spreken.
Je hebt Jasper vermoord. Ik wil je niet meer zien.
Dat was iemand anders. Niet ik.
Brit... - Mama.
Ik ben hier, mama. - Boven.
Kijk. - Het open raam.
Mama.
Kijk gewoon even. Hij ziet ons.
Doe het niet voor mij, maar voor Jasper.
Wat?
Nee.
Wil je nu vertrekken?
Ja.
Mama. - Jasper.
Mama, ik ben terug. - Stop.
Stop, stop, stop. Stop ermee, stop.
Het gaat niet. - Maar mama...
Het gaat niet. Het gaat niet.
Oké?
Kom. Mama kan je niet zien.
Kom. Mama kan je niet zien.
Ik wil naar mama.
Jasper.
Hé, Jasper. Wakker worden.
We zijn er.
Opa? Waarom zegt mama eigenlijk dat jij mij dood hebt gemaakt?
Ze zeggen dat jij overboord bent geslagen van de Beau Séjour.
En dat dat mijn schuld was.
En je mama gelooft dat ook.
Maar ik heb dat niet gedaan.
Maar als het geen zeilongeluk was, wat dan wel?
Ik denk dat iemand het misschien niet zo goed met ons voorhad, jongen.
En wij gaan samen uitzoeken wie.
Ҫa va?
Hij slaapt.
We waren vandaag bij Britt. Zij kan hem ook niet zien.
Ja. Hij is vooral heel verward.
En? Wat zei Alice?
Ze was er niet, maar ik heb mezelf binnengelaten. Dit moet je zien.
Die beelden stonden op haar Messenger.
Jasper?
Dat moet een paar uur voor zijn dood zijn.
Zie je? Dat is dat bootje dat ik gevonden heb
bij het kampvuur op het strand. Hier.
En wie is dat meisje?
Yasmine Amani. Zij was bij Alice toen Jasper verdween.
Woont met de centen van haar pa op een chic appartement
en is nog altijd officieel schoolverlater.
Wat betekent dat? - Dat ze nog nooit gewerkt heeft.
Denk je dat zij er iets mee te maken heeft?
Dat weet ik niet. Wat ik hier zie, is dat ze zo weg is als iets,
dat ze wellicht bij dat kampvuur was en dat ze geen kindervriend is.
Zijn we er?
Ja. We zijn er.
Jij bewaakt het paard, oké?
Maar het is geen paard, het is een auto.
Jasper, we moeten iemand ondervragen
die misschien iets te maken heeft met je ongeval.
Ja, ik kom.
Ik moet nu echt gaan.
Oké. Alleen als ik op school met mijn maten mag gaan spelen.
Misschien kunnen zij mij wel zien.
Kijk. Ik ga nu.
En als ik straks terug ben, gaan we naar je school.
Maar jij blijft hier zitten. Beloofd? - Oké, beloofd.
Alice?
Ik ken u.
Ik ken u ook.
Ik wil u graag nog een paar vragen stellen over de nacht van 12 juni.
Dat heeft u toen al gedaan. Ik heb daar niks aan toe te voegen.
En jij, Alice?
Heb jij daar iets aan toe te voegen? - Het is belangrijk.
Voor mij is het goed.
Wat wilt u weten?
Koffie. Koffie zou smaken.
Hoe komt het dat jij papa kan zien?
Dat weten we niet.
Ik zou graag nog een paar dingen kortsluiten, als dat goed is voor jou.
12 juni,
de nacht waarop Jasper verdwenen is en je vader stierf op de Beau Séjour,
was er een kampvuur op het strand.
Jij was daar toevallig niet bij?
Nee, ik heb de hele nacht gebabysit.
Je bent niet buiten geweest?
Nee.
Wij denken dat Jasper daar lag, aan dat kampvuur.
Dus als jij erbij was, moet je het zeggen. Oké?
Ik was de hele nacht op mijn appartement.
Dat is van Jasper.
Ik heb dat gevonden waar dat kampvuur was.
Alice, alsjeblieft.
Ik heb hier een filmpje waarop je kunt zien
hoe je goede vriendin dat bootje van hem afpakt.
Hoe komen jullie hieraan?
Bedankt.
Melk en suiker, alsjeblieft.
Leuk feestje precies.
Waarom lieg je tegen mij?
Ik lieg niet. - Je liegt wel.
Ik zie dat je liegt.
Was Jasper op dat strand?
Heb je je vader daar zien rondlopen die nacht?
Ik lieg niet.
Hier.
Pak maar.
Ik ben oké.
Ik zie dat je wat gestrest bent. Chocolade helpt.
Dat gaat je deugd doen.
Lekker?
Dat zat in Jasper zijn broekzak toen we hem gevonden hebben.
Vinnie...
Waarom lieg je tegen mij? Wat verzwijg je, Alice?
Ga weg, of ik bel de politie. - Ik ben de politie.
De echte politie. - Kom.
Vinnie.
Alleen jij kan ons helpen. - Ga weg.
Dat van die Chokotoff was niet echt. Sorry.
Wil je er nog? Hier.
Serieus. Een Chokotoff? Wat nemen we volgende keer mee? Frangipanes?
Zwijg maar. Je had haar beter haar zondag gegeven.
Wat bedoel je daar nu mee?
Wil je weten wat er met jullie is gebeurd?
Of kom je liever de vader uithangen die je nooit bent geweest?
En nu? Wat gaan we doen?
Zeg het maar, hè. Want ik weet het niet meer.
Dat dacht ik al.
Heb jij wel geheugenverlies?
Of lieg je los in mijn gezicht over wat er die avond is gebeurd?
Waarom zou ik dat doen?
Het zou niet de eerste keer zijn.
Binnen.
Esther.
Ik wil een informatieverslag indienen.
Alweer? - Ja.
Wat is er gebeurd?
Enkele collega's wilden me overtuigen om mijn vorige klacht in te trekken.
Ze hebben me gisterenavond uit mijn bed getild,
me op het dek gegooid, en…
…nadat ze hebben aangepakt, is Erik bij mij gebleven.
Hij heeft me bedreigd.
Hij heeft me betast.
Hij heeft zijn hand in mijn broek gestoken.
Ga even zitten.
Ben je al bij de verpleger geweest? - Nee.
Heb je er al met iemand over gepraat?
Esther...
Moet dit officieel?
Weet je zeker dat je die klacht nog wilt indienen?
De gevolgen voor Erik zullen niet te overzien zijn. En Britt is net bevallen.
Hij heeft wel zijn vuile vingers in mij gestoken, pa.
Het is belangrijk dat we geen overhaaste beslissingen nemen,
in ieders belang. - Van wie?
Hè?
Van je zus, van Erik, van de hele familie.
Britt gooit hem buiten. - Dit gaat niet over Britt.
Ik zou er nog even over nadenken.
Erik, papa is hier.
Erik. - Hey.
Vinnie.
Kan ik je even spreken? - Natuurlijk.
Ja, ik ga even pipi doen.
Tot zo, hè.
Esther heeft alles verteld.
Dat was maar om te lachen. - Maar om te lachen?
Ze heeft weer een klacht ingediend. Als het is gebeurd zoals Esther zegt...
Ze was me aan het uitdagen. Je weet hoe dat gaat.
Nee, ik weet niet hoe dat gaat.
Je gaat het uitleggen aan Esther.
Is dat afgesproken? - Oké.
En die klacht?
Kan je... We zitten met een baby, en…
Die examens en zo die eraan komen.
Er is geen klacht meer.
Merci.
Staan mijn schoenen hier nog? O, daar zijn ze.
Amai. Wat zat er in die fles?
White spirit?
Kom. Ik breng je naar huis.
Amai.
Merci. - Oké.
Beter dan de tram.
Hier, je sleutels. - Ja.
Voorzichtig, hè. - Ja.
Allee.
Wat doe jij nu?
Kom, weg.
Godverdomme.
Zatte aap.
Kom, ik zal je mijn klas laten zien.
Dat is de klas van meester Ramses. Hier zitten de grotere kinderen.
En...
En dit is mijn klas.
...om ons doosje te vullen, om zo het bruggetje te maken over tien.
Ga maar. - Als we de rekensom opnieuw doen...
Zal ik hier niet even wachten of zo? - Zie je nog andere opa's?
…plus twee, dat is twaalf.
Ga maar. - We bekijken het nog eens samen.
Het is niet twaalf. Denk aan het doosje.
Hier hebben we het doosje.
Elf... - Hé, Victor. Ik ben een geest.
Jij kan mij niet zien en ik jou wel. Cool, hè?
Veertien plus drie, dat is gelijk aan...
Lucie? - Zeventien.
Ja, zeventien.
Hoeveel is acht plus zes?
Iemand?
Veertien.
Lou?
Twaalf?
Nee, dat is niet twaalf.
We gaan hier een doosje van tien maken.
We schrijven hier tien, dus hier hebben we twee over.
Dit splitsen we. - Maar ik wist het wel, juf.
Twee plus zes, twee plus vier.
En samen is dat veertien.
Hoeveel is negen plus zeven?
Jasper.
Kom.
Ada? - Veertien.
Veertien. Heel goed, Ada.
Opa?
Weet je zeker dat je hier wilt zijn?
Mag ik even alleen zijn?
Ik wacht hier wat verderop, oké? - Ja.
Wat is er zo grappig?
Lola, laat het zitten. Dat ging niet over jou.
Zeker?
Ik heb die slons wel zien kijken.
Zijn jullie een koppel? - Dat zijn jouw zaken niet.
Nee, Lola. Gewoon... We zullen wel zien. Laat het los.
Gewoon wat?
Een beetje zoals wij dus.
Voor je me bedroog met die hoer.
Wie heeft ooit gezegd dat wij een koppel waren?
Hou dat dan ook maar.
Merci.
Ik ging me door jou laten ontmaagden.
Had ik dat geweten...
What the fuck?
Geoffrey... - O, fuck.
Laat me met rust. Fuck.
Zo, op slot. Nu kan er niks meer gebeuren.
Kom.
Alice.
Ik was wel bij dat kampvuur.
Kom.
Ik weet het. Ik had nooit mogen meegaan,
maar iedereen ging en ik wou niet alleen achterblijven.
Als ik niet zo stom was geweest
om mee te gaan naar dat fucking kampvuur,
dan had Jasper misschien nog geleefd.
Op die beelden ligt er iemand op de grond naast dat vuur.
Wie is dat?
Was dat Jasper?
O, het was leuk.
We waren wat aan het dansen en onnozel aan het doen rond dat vuur.
We hadden allemaal veel te veel gepakt.
Ik weet zelfs niet wat. Ik kan dat niet onthouden.
Simon en Geoffrey regelen dat.
En ineens...
En ineens stort Geoffrey in.
Hé, Geoff...
Hé.
We hadden te veel gepakt.
Hij is echt niet goed. - En gezopen.
Fuck, hij is niet goed.
We waren in paniek.
Sta op. - Hé
Pak die spullen. Die shit moet weg.
Hé, help. Iemand.
Shit, Geoff. - Fuck.
Pak die spullen.
We hebben hem naar Sint-Jan gebracht.
Fuck. - Kom, kom, kom.
En toen je thuiskwam...
Waar was Jasper?
Lag hij nog in zijn bed of was hij al weg?
Ik was zo moe.
Ik ben gewoon in slaap gevallen.
Je bent niet gaan kijken?
Hé. - Hé.
Hebben ze al iets gezegd?
Dat ze een daad van agressie gepleegd zou hebben. Meer niet.
Kom, we gaan naar binnen.
Binnen. - Hoe is het nu met Geoffrey?
Hij wordt verzorgd in het ziekenhuis.
Wij hebben besloten, na grondig overleg,
om Lola de rest van de week te schorsen.
Geschorst? Maar ze heeft toch examens?
Ja, dan moet ze die maar overdoen na de vakantie.
Kijk, ik vind het heel erg voor Geoffrey
en Lola zal zich uitgebreid moeten excuseren, maar...
Zeker.
Ze heeft nog maar net haar neefje begraven
en vorige week haar grootvader.
Ik heb alle begrip voor haar situatie, maar...
Mevrouw, sorry dat ik u onderbreek,
maar het is echt belangrijk dat Lola nu haar examens doet,
zodat ze die periode kan afsluiten
en dat ze dan een beetje tot rust kan komen.
Ze is gewoon ontzettend verdrietig en dat is daar wellicht een uiting van.
Ik zal het opnieuw voorleggen. - Bedankt.
Ik zal de ouders van Geoffrey bellen. - Oké. Heb jij Lola al gehoord?
Nee, ze heeft nog niks laten weten. - Oké.
Zien we elkaar straks? - Ja.
Niet te lang werken, hè. Dat is slecht voor je hart.
Erwin, yo.
Hé. - Helaba.
Heb je nog veel werk?
Normaal gezien niet. Ik moet nog even iets checken.
Heb je al gegeten? Anders boek ik een restaurant voor over een uurtje.
Ja, dat zou de max zijn.
Tot straks. - Tot subiet, baby.
Allee, kom. Bel nog een keer.
Dat heeft geen zin. Ik bel al de hele tijd. Ze neemt niet op.
Is het Lola?
Nee, het is iemand van het werk. Ik moet even bellen.
Verdomme, Britt. Ben je helemaal op je kop gevallen?
Waar staat je auto?
Drie straten verderop. Niemand heeft me gezien.
Pak me gewoon even vast. - Dat gaat niet, schat.
Vorige week kon je niet van me afblijven.
Wil je me niet meer nu mijn kind dood is?
Britt, sorry. Dat is niet eerlijk.
We hebben beloofd dat we ermee zouden stoppen.
Wat doe ik hier eigenlijk nog?
Er is toch niemand meer om voor te zorgen.
Ik voel niks meer.
Ik voel niks meer. - Schat...
Kom hier.
Kom, ga naar huis.
Is ze daar? - Wie?
Wie denk je?
Nee.
Sorry, Esther.
Ik begin echt wel ongerust te worden.
Ja, ze is daar.
Wel?
Hé, juffrouw.
Zitten.
Ga zitten.
Waar heb je gezeten?
Wat voor een ongelooflijk dom idee was dat eigenlijk?
Die jongen is blijkbaar heel erg verbrand.
Als het aan de directrice lag, was je geschorst.
Je hebt veel geluk dat we het goed hebben uitgelegd.
Zijn ouders gaan een klacht indienen.
Hoe is het met hem? - Ja, hoe is het met hem...
Het is afwachten of die wonden genezen, hè.
Mag ik hem bezoeken?
Denk je nu zelf dat dat een goed idee is?
Maar meisje, waarom doe je dat nu? - Ja, waarom, papa?
Omdat het een klootzak is. - Maar ja, dat is een goed idee.
Omdat het een klootzak is, hete soep in zijn gezicht gooien.
Als ik het in zijn broek had gegoten,
had hij het wel gesnapt. - Wat had hij gesnapt?
Ja, maar...
Mag ik nu gewoon naar mijn kamer? - Ga maar.
Kom. Je gsm.
Twee weken geen smartphone.
Denk maar eens na over wat je gedaan hebt.
Geef hem dan zelf af, hè. - Wablief?
Je bent niet veel beter dan Geoffrey. - Dimmen, hè.
Hij is een vuile bedrieger. - Dimmen.
Zeg dan aan mama wat je daarnet in de tuin zat te doen met tante Brit.
Zeg het haar, hè.
Allee, jong.
Ja... Sorry, maar het is echt niet wat je denkt.
Het is echt niet wat je denkt.
Goeienavond. - Vodka.
Doe maar dubbel. Zonder ijs.
Alsjeblieft.
Nog eens hetzelfde.
Gin-tonic.
Hé. - Hallo.
Wij hebben elkaar hier nog nooit gezien, hè?
Ik denk het niet, nee. Ik kom hier wel vaak, maar...
O, ja? - Ja.
Dan ligt het aan mij, zeker?
Waarschijnlijk.
Ik heb veel zin om vanavond eens goed te neuken.
Ik heb een vrouw. Sorry.
Is dat je madam?
Heeft ze te lang onder de zonnebank gelegen?
O, zalig. Merci.
Kennen wij elkaar?
Of wij elkaar kennen?
Ik denk het niet.
Maar je ventje ken ik wel vanbinnen en vanbuiten.
Hè? - Maar...
Hé, stop. Stop.
Daarnet zei hij toch iets anders.
Maar enfin.
Fuck.
Hé, hé.
Ik denk dat jij naar huis moet.
Fuck.
Laat me los.
Laat me los.
Hé.
Los.
En hou je nu koest, meisje.
Allee.
Verdomme.
Hé. Hé.
Misschien was het geen goed idee om naar dat kerkhof te gaan.
Gaat het een beetje?
Zal ik een muziekje opzetten?
Opa...
Ik ben blij dat jij hier nog bent.
Opa?
Opa. Opa.
Word eens wakker, opa.
Opa.
Komaan.
Opa.
Opa.
Opa.
Opa.
Opa.
Opa.
Word wakker.
Opa.
Opa.
Opa.
Wakker worden.
Opa.
Opa.
Er is iets dat je me niet zegt.
Ik kom er wel achter.
Ik heb je gisteren gezien in onze tuin.
Jij en papa.
Jasper.
Wat is dat? - Je vuile was. Ik ben geen hotel.
Nicholas.
Ik geloof niet dat hij verdronken is op zee.
Kan je dat bewijzen?
Nog niet.
Hij is wel dood, hè. - Ik los het op.
Ik zal het oplossen, oké?
Mama.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.