Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Maak je een beetje voort?
Weer een hak naar de maan.
Met Italiaanse schoenen zou dat niet gebeuren. Wacht, Oscar.
Hier is het, op de eerste.
Goed, pluis jij de jaren '50 en '51 na.
Ik doe de rest.
Je bent niet leuk.
Ik heb me nog niet omgekleed en ik ben doodop.
Het dossier leer en huiden. In de open haard ermee.
Laat maar. Descharneaux is er.
Recherche. Een oproep voor Oscar Laget.
- Persoonlijk te overhandigen. - Hij is er niet.
Niet voor drieën. Nooit voor drieën.
Dan komen we terug.
- Bent u er? - Wie was dat?
De recherche.
Het is maar een formaliteit. Ik ga er wel langs.
Mag ik meester Crouzet van u?
Oscar Laget.
Goed, dank u. Ik wacht.
Weet je, ik heb de indruk dit alles al eens mee te hebben gemaakt.
Alles lijkt op elkaar, maar niets is hetzelfde, liefje.
Je medicijn.
Wat trek je een lang gezicht.
Leven is vermoeiend, hè?
Met jou leven zeker.
Er zijn compensaties.
Dat is zo. Maar je kleine Sylvie wordt ouder...
al doe je of je dat niet merkt. En dan krijg je andere behoeften.
We zijn er weer: geld. - We zijn er nooit geweest, Oscar.
Ja, goedemorgen, beste vriend. Nee, geen dank.
Het gaat nog steeds over die oproep.
Die banklui kan ik nog wel aan, bij wijze van spreken...
maar de recherche... Dat zie ik echt niet zitten.
Zeg eens eerlijk: Ziet men mij aan voor een misdadiger?
Kleeft er bloed aan m'n handen?
Het verslag voor de procuratiehouders is conform.
Conform wat?
Goed, ik ga lunchen.
Als je gelovig bent, is dit het moment om voor me te bidden.
Ik lijk zo zoetjes aan wel een kloosterling.
Ik ben om twee uur terug. De strijd begint om drie uur.
Is er niemand? Kan ik gaan?
Vraag het gewoon.
- Pardon, waar zijn de toiletten? - Achter in de gang rechts.
Madeleine Le Goff.
Dit is al de derde keer. Weet u nog?
Een vrouw als u vergeet men niet.
Ik zal daar wachten.
En dit keer zal ik hem spreken, daar kunt u van op aan.
Ik moet even die dame van Téléavia gaan bellen. Ik ben zo terug.
- Vijf voor drie. Staat hij gelijk? - Volmaakt gelijk.
- Wij gaan natuurlijk voor. - Vindt u dat vanzelfsprekend?
- En, is Mr Laget er dit keer? - Nog niet.
U meent het. Sommige mensen maken er een beroep van er nooit te zijn.
Mr Laget, in het niets verdwenen.
Hij heeft mazzel...
want dit keer was ik van plan hem op z'n gezicht te timmeren.
Mocht hij, o wonder, om drie uur komen, tot hoe laat blijft hij dan?
Ik kan u geen tijdschema geven.
- Tot vijf uur, tot zeven uur? - Nooit later.
Ik kom terug.
Slik eerst een kalmerend middel.
Ze was er niet.
Sinds de dood van Stalin kunnen ze het niet meer bijhouden.
Het is nogal frisjes, vind je niet?
Je meent het. En die banklui zitten lekker warm in hun kantoor.
Aha, ik geloof dat hij terug is.
Komt hij niet door die deur?
Dat kwam van boven.
Wat is er gebeurd?
Weest u zo vriendelijk weer te gaan zitten. Niemand mag weg.
Waarom heeft hij dat gedaan?
Soms stapelen de problemen zich op en kun je het niet meer aan.
Maar hij was gewend aan problemen.
Hij schepte er zelfs genoegen in.
- Was het hier zo warm? - Het was al open. Zal ik het sluiten?
De beroemde Laget?
Zwendel, fraude, detentie, ontslagen van rechtsvervolging en nu zelfmoord.
Naar het schijnt.
- Hoe laat heeft hij... - Precies om drie uur.
- Heel nauwkeurig. - Ik was er bij.
Als jij twee kaartjes voor Veracruz had, zou je dan zelfmoord plegen?
Dat ligt eraan. Je weet het maar nooit.
- Ik zou niet bij Maxime's reserveren. - Misschien om die cheque te vieren.
- Ja, dat is veel voor een grafsteen. - Of een familiegraf.
- Heb je de getuigen vastgehouden? - Ja, in een kantoor hiernaast.
Zijn de rechter en de gerechtelijk geneeskundige gewaarschuwd?
- En de commissaris hier? - Ja, allemaal.
- Waar gaat dit heen? - Ik heb nog niet gekeken.
Paul.
- Ken je haar? - Nee, nooit gezien.
Ze slaapt vast.
Ze is mooi.
Arme schat.
Waarom zoiets stoms doen?
Hij was zo blij met die reis.
Kan ik me voorstellen. De zon heelt je zorgen.
Welke zorgen? Daarmee zou hij alles regelen.
Oscar was geen man om zo zelfmoord te plegen.
Uit angst of uit trots.
Hij hield te veel van het leven.
Hij zorgde goed voor z'n hart.
Hij was geen kwaaie kerel.
Eerder een lieverd.
Een lieverd met veel vijanden.
Dat is zeker waar.
Een lieverd, die degenen die het niet verdienden niet spaarde.
Degenen die hij heeft geruïneerd, waren beslist geen koorknapen.
Jullie zouden vanavond bij Maxime's eten.
Dat had hij me twee maanden geleden beloofd. Voor m'n verjaardag.
Hij zou nooit deze dag uitkiezen... En ook geen andere.
Dat wilde ik even zeggen.
Je denkt dat je iemand kent, omdat je met hem samenleeft. En dan...
Zoek het uit.
We komen er wel achter.
- Wat moet ik nu doen? - Huilen of slapen.
Was dat niet erg bot?
Moet u ons hier als wilde dieren opsluiten?
Het enige gevaarlijke dier hier was hij.
Welnu, wat gaan we doen?
Mij bevalt het ontbrekende kruitspoor niet.
Ik hoop dat de autopsie me gelijk geeft. Dan is het geen zelfmoord.
In principe.
Ik heb een voorstel, edelachtbare. Laat ons de mensen hier ondervragen.
Niet op het bureau.
Akkoord, maar niet te lang. Wie houdt zich ermee bezig?
- Ik, als jij geen bezwaar hebt. - Nee, we komen om in het werk.
Wie eerst?
Ik had wel wat tranen verwacht.
- Vertel eens... - Wat?
Alles. Uw leven. Uw man. Jullie moeilijkheden.
Het is vast moeilijk om met een koorddanser te leven.
Vanwege z'n zaken? Het geld?
De faillissementen, de tegenvallers.
Waar hebt u hem ontmoet?
Ik was danseres bij een dansgroep.
Op een cruiseschip op de Bosporus.
We waren de 'speciale attractie'. Ik was achttien.
Als ster was ik hem vast ontgaan.
Maar ik was de derde van links.
Dankzij jou danst een man als ik met z'n ogen, zei hij.
- Dat was mooi gezegd. - En lief.
Ik ben met hem meegegaan. Overal heen. Naar veel landen.
De ene avond in Las Vegas, de andere in een krot in de Bronx.
Hoogte- en dieptepunten. Meer dieptepunten.
- Geen toeristische reisjes. - Was hij u trouw?
Gevoelsmatig wel. Fysiek, dat is een ander verhaal.
- Had hij veel maîtresses? - Absoluut.
Deed dat u zo weinig?
- De eerste keer deed het pijn. - En daarna?
Het ergerde me behoorlijk.
U noemde z'n vijanden. De mensen die hij ruïneerde.
Maar had hij ook mensen in z'n naaste kring die hem haatten?
Hij veranderde voortdurend van naaste kring. Bij elke zaak, in elk land.
Hier was z'n naaste kring Léon Descharneaux.
- Ze kenden elkaar uit de oorlog. - 40-45?
Nee, die van 14-18. Kun je nagaan.
In Frankrijk vertegenwoordigde Descharneaux mijn man.
Dat deed die arme man opleven.
Is hij getrouwd, die arme man?
- Hebt u kinderen? - Kinderen? Nee.
Maar hij had een zoon.
Hij kwam zelden. In die vijf jaar misschien drie keer.
Hij leek sprekend op z'n vader. Maar hij was geen sjoemelaar.
Ik moet u helaas vragen hier tot mijn beschikking te blijven.
Was dat Laget die hier in gestrekte houding langskwam?
- Dan heeft het geen zin te wachten. - Niet op hem. Wel op de commissaris.
- Mag ik u verzoeken, Mr... - Feldman.
Mr Feldman, mag ik u vragen waarom u vandaag hier bent?
Vandaag, gisteren, eergisteren.
Gisteren en eergisteren was hij er niet. Vandaag is hij niet meer.
Tja, het noodlot...
Waarom wilde u hem spreken?
Het ging over een woning.
U kent die woningen die leegstaan...
vanwege overhaast vertrek en langdurige afwezigheid.
- Bent u joods, Mr Feldman? - Inderdaad, ja.
Een toerist die gedwongen op reis ging naar 'n fataal vakantieoord.
Maar ik ben teruggekomen.
En toen was mijn woning bewoond.
Ik probeer hem al jaren terug te krijgen van Laget, de eigenaar.
Ik kan me voorstellen dat u hem persoonlijk wilde spreken.
Maar was u niet bang voor een gewelddadige reactie?
Ik heb mijn deel aan geweld gehad.
Vindt u het erg om nog even hier te blijven?
Ik had er een dag voor uitgetrokken.
Excuseert u mij, heeft Laget zelfmoord gepleegd of wat?
Dat 'of wat' probeer ik nu juist op te helderen, Mr Feldman.
Als hij zelfmoord heeft gepleegd, was dat vast uit gewetenswroeging.
Zelfs dat soort mensen kan daar onder gebukt gaan.
Hij is innemend.
Ik ken dat soort innemendheid. Heel gevaarlijk.
Odile en Michel Rivière.
- Wat is uw beroep? - We willen een zaak beginnen.
- Een zaak waarin? - Televisies.
- Leg eens nader uit. - Een winkel.
In tv's en alles wat met tv te maken heeft.
- Kortom, in elektronica. - Nee, specifiek in tv's.
Denkt u niet dat tv maar 'n bevlieging is?
- Wil jij er dan geen hebben? - Jawel.
Nou dan.
Waarom wilde u Mr Laget spreken?
Hij zou een maatschap oprichten. Wij hadden ons geld voorgeschoten.
Hij zou er ook geld insteken en als bemiddelaar optreden.
- In Nederland en België. - Maar dat heeft hij niet gedaan.
Hij heeft ons geld wel gebruikt, maar voor iets anders.
En nu kwam u uw geld terugeisen?
- Ik kwam hem vermoorden. - Zeg niet zulke domme dingen.
Het bewijs.
Iemand was u voor.
- Werd hij vermoord? - Niet hiermee, in elk geval.
Bent u al die tijd bij elkaar geweest?
- Hier, bedoelt u? - Ja.
- Ik ben even weggeweest om te bellen. - En u?
Ik ben naar de wc geweest.
Hoe dan ook, dat was vóór het schot. Ik was erbij, dus...
En betrouwbaarder dan een inspecteur kan niemand zijn..
Precies, hij was erbij toen dat schot klonk.
Dus waarom moet ik hier blijven?
Rustig aan, Mme Le Goff.
U heette toch Madeleine?
- En waar handelt u nu in? - In de nacht.
Ik heb een nachtclub in de Rue Fontaine. Hij heet 'LaFontaine'.
- Zoals de schrijver? - Inderdaad.
Maar de fabels die ze daar vertellen...
zijn anders dan die jij op school leerde.
Wat wilde u van Laget?
Hij heeft bemiddeld toen de maatschap de club kocht.
Een groep handelspartners. Italianen.
Ze waren ontevreden over bepaalde zaken. Ik wou Laget waarschuwen.
Maar z'n klauwen reikten ver. Ik had hem moeten wantrouwen.
U kon hem niet meer waarschuwen.
En nu? Moet ik wortel schieten of kan ik gaan?
Nee, u blijft hier. Als getuige.
Zolang het nodig is.
Dank u, Mme Le Goff.
- Kent u haar? - Van lang geleden.
Van voor de oorlog, in '38.
Ze was boekhoudster in een bordeel.
Afblijven. Dat is niet van u, dat was van hem.
We mochten niets aanraken. Staat u boven de wet?
Ze zijn van mij. Hij was bang dat ik ze verloor.
Daarom stopte hij ze in die la.
- Nee, u hebt hem genoeg geld gekost. - Ophouden. Nu.
Ga uw gang. Beschuldig me maar van van alles, zoals gewoonlijk.
Ik ben z'n zwarte schaap. Hij beschermde Oscar.
Voordat zij kwam, ging alles in elk geval beter.
Berg dit even op.
Paul, breng Mme Laget naar het kantoor van haar man.
In Frankrijk waren er vijf ondernemingen.
Een bouwonderneming, de SKO, een vastgoedonderneming, de SAIM...
een financieringsmaatschappij en mijn twee bedrijven.
Althans, ik was de zaakvoerder. Ik deed het daar kalmpjes aan.
Des te beter voor u, want de rest is een vreemde mikmak.
Vreesde hij voor z'n leven?
Nee. Als iets fout ging, verdween hij.
En dan, hoepla, was hij weer terug.
Wat voor relatie had u met Laget?
Ik was zijn rechterhand en hij de mijne.
U kende elkaar uit de oorlog?
Die van 14-18, want 40-45 was geen oorlog, eerder een achtervolging.
In 14-18 was de hiërarchie andersom.
Ik was kapitein bij het XVIe artilleriecorps, hij vaandrig.
We hebben die vier jaar samen doorgebracht. Dat smeedt een band.
Later hebben we elkaar weer gevonden.
Vriendschap is als onzichtbare inkt. Je ziet het niet, maar het is er wel.
Kortom, de oorlog kent goede kanten.
En kwade, net als de vrede. Niet meer, niet minder.
Wat Laget betreft eerder ietsje minder.
Hij wist overal mee weg te komen. Vrijwillige faillissementen.
Talloze zwendelarijen. Duizelingwekkende verdwijningen.
Hij was er een meester in.
Mijn kracht lag meer aan de buitenkant.
Een patrouille leiden...
door onderhout en prikkeldraad, in de schemering...
daar was ik een kei in.
Zoals hij hierin, min of meer.
- Hebben jullie dit in '40 opgezet? - Nee, weet u wat ze me gelapt hebben?
Ik moest in Rosny sur Seine voor de postduiven gaan zorgen.
Wist u dat hij naar Mexico zou gaan?
Ja, ik moest de kantoren na de komst van de deurwaarder sluiten.
Die komt de elektriciteit en de telefoon afsluiten.
Mr Descharneaux, denkt u dat het moord was of zelfmoord?
Zelfmoord. We waren allemaal in de hal toen het schot klonk.
- Behalve Mme Laget. - Dat is waar.
Maar toen we de kamer binnenkwamen, was ze er niet en de deur was dicht.
Je kunt dat sletje niet van alles de schuld geven.
- De sleutel van de personeelsingang? - Die hebben ik, zij en z'n zoon.
Laget deed iedere dag een middagdutje.
Hij sliep dan in z'n fauteuil.
Nou ja, als hij tenminste echt sliep.
- Iets gevonden? - Alleen stof.
Grappig. In Turkije ben ik nooit geweest. Is het daar mooi?
Ach, alle dansvloeren zijn hetzelfde.
Alexandrië, Reno, Knocke-le-Zoute.
Canada. Daar had ik graag naartoe gewild.
Maar daar ben ik nooit geweest.
Als kind droomde ik van de bereden politie.
Die hoeden en die rode jassen. Zou u ook goed staan, rood.
- Door hem veranderde uw leven vast. - Nogal, ja.
En het leeftijdsverschil?
Daar heb ik nooit bij stil gestaan. Ik ben niet dol op jonge mensen.
Ook niet als ze een rood jasje dragen?
Bedankt, Descharneaux. We komen er op terug.
Weet u, je zou het niet zeggen, maar ik ga hem vreselijk missen.
Vier jaar samen vechten schept een band. De gebreken en de rest...
vallen je op den duur steeds minder op.
Hou deze binnen handbereik.
Verder niets dan namen en cijfers, vooral cijfers...
en ook nog doorgehaald.
Dat bekijken we later wel.
Wat vinden jullie van de oude Descharneaux?
- Niet de ideale opa. - Een beetje seniel.
En als hij nu de moordenaar is?
Waarom zegt u dat?
Iedereen die bij ons in de hal zat, is onschuldig.
Dan heeft hij zelfmoord gepleegd.
Dit is echt een hersenbreker.
Jullie zitten alle zeven in de hal. Laget doet z'n middagdutje.
Z'n vrouw slaapt als een kind op haar veldbed.
De personeelsingang zit op slot.
Binnen twee minuten na het schot komen jullie het kantoor binnen.
Kan iemand zo snel vertrekken en de deur weer afsluiten?
Die kleine had de tijd om weer te gaan liggen.
Wacht even.
Jij bewaakt het huis.
Paul, jij gaat alle verdiepingen af.
Vraag of men iemand heeft zien rennen of de hof op zien gaan.
Zo niet, dan vraag je het ook hier tegenover.
- Wij kennen elkaar al. - Waarvan?
Hiervan. Mag ik binnenkomen?
- Hebt u een kalmerend middel genomen? - Sarbacane in de tweede rit. Top.
Ik was altijd al dol op combinaties. Ik heb het niet over lingerie, hoor.
Ik heb al die hokjes ingevuld. Het is m'n beroep geworden.
- Voetballen uw paarden? - Nee, ik speel ook mee in de toto.
- Mag dat van de wet? - Ach, wat is de wet?
Na een oorlog moet die in ere hersteld worden en dat duurt even.
Hebt u vanmiddag om drie uur een schot gehoord?
Nee. Om drie uur zijn de paardenrennen.
Waarom was u bij Laget?
Hij onderhield me min of meer. Hij raadde me aan tipgever te worden.
- Ik zou er zelf niet op zijn gekomen. - Gokte hij?
Op grote schaal.
- Was hij u geld schuldig? - Heel veel.
Ik hoorde wel wat, maar dacht niet aan een schot. Het is hier rustig.
Het klonk vlakbij. Alles weergalmt door de binnenhof.
Aan de noordelijke kant nog erger.
- Hebt u door het raam gekeken? - Ja, de kinderen waren buiten.
- U zag niemand naar buiten komen? - Nee.
- Ben jij van de politie? - Ja, hoe raad je dat zo?
- Omdat je er zo niet uitziet. - Dat is met opzet.
Dat dacht ik ook al.
Waarom heeft de inspecteur m'n mes afgepakt?
Omdat u veel te nerveus bent voor zo'n speeltje.
- Waar is Descharneaux? - In z'n kamer.
Woont hij hier?
Woont u hier?
Meestal wel.
Ik heb een huisje bij Maisons-Alfort.
Maar ik kan niet aan dat zandsteen wennen. Net ontbijtkoek.
Ik hou niet van zoet, zelfs niet in de architectuur.
En dan, ik moest er zijn voor Laget. Elk uur van de dag.
Behalve als hij z'n dutje deed.
Dat was het enige wat vastlag. Om twee uur.
Weet u zeker dat hij er toen was?
- Hebt u hem gezien? Gehoord? - Nee, maar dat weet ik.
Een legertent ter ere van 14-18.
Niet ter ere van. Daarvoor is er te veel geleden en gestorven.
De oorlog had maar één verdienste en een fikse.
Hij gaf mannen hun ware individuele waarde terug.
Hun gezag en hun moed.
Om wat mee te doen? De volgende oorlog voorbereiden?
- Het is hier koud. - Zoals in de loopgraven.
En als herinnering daaraan laat u een raam openstaan voor uw cliënten?
Toen ik kwam, stond er een raam open in de andere kamer.
Dat zet ik weleens open voor wat frisse lucht.
Ingewikkeld allemaal.
Wat gaat er nu gebeuren?
U bedoelt: nu? - Nu, morgen, later.
Nu houd ik u hier tot de avond of nog wat langer.
En later, dat hangt van u af.
Ik weet niet meer wat ik met mezelf aan moet in m'n eentje.
Casta, ik stuur Lucciani naar je toe.
Voor inlichtingen over zekere personen.
Vooral over de zoon van Laget. Die moet je vinden.
Wie? De directeur? Nee, zeg, ik ben er niet.
Hoe leg je aan zo'n hoge ome uit...
dat het een genoegen is om een licht te werpen op een dergelijk mysterie?
Een beetje op z'n Engels, net als Agatha Christie.
- Mooi, dat blauw. - Een kinderkamer. Een jongen.
- Hoe laat bent u begonnen? - Om acht uur.
- Hebt u vanmiddag geen schot gehoord? - Een schot? Nee.
- Fluit u de hele dag? - Ja, vind ik leuk.
Mooi, dat roze.
- Een kinderkamer. - Voor een meisje.
De bevalling is over een maand. En het is een tweeling.
Niet gek. Hebt u ook geen schot gehoord?
Ik zet m'n radio hard aan, dan hoor ik hem niet fluiten.
Ik heb het schot gehoord.
Moest jij niet naar school?
- Op woensdag ga ik pas om half vier. - Hoe kom je daaraan?
- Die heb ik gevonden. - Wanneer?
- Zonet. - Mag ik hem lenen?
Je krijgt hem terug.
- En? - Ik heb een broodje voor Lucciani.
Die is naar de recherche.
Sommigen hebben het gehoord, anderen niet.
Maar het kan ze gewoon niks schelen.
We zijn in de stad. Daar is het lawaaierig.
- Waar heb je dat gevonden? - In de binnenhof.
Dit past niet bij het wapen van Laget. Is dat bij ballistiek?
Nee, aangezien het zelfmoord was.
Volgens de gerechtelijk geneeskundige...
waren er geen kruitsporen op de handen van Laget.
Niets te zien.
- Er is hier heel wat mee geschoten. - Heel wat? Misschien twee keer.
Men hoorde maar één schot.
Misschien is het andere schot elders gelost.
Er is geen andere dode gevallen.
- Geef me je wapen. - M'n wapen?
Kom eens kijken.
Zie je dat openstaande raam daar?
Goed. Kom mee.
En de patroonhuls? Ik heb beloofd hem terug te geven.
Wat deden jullie na het schot?
Ik ben opgestaan en zij ook.
Ik niet. Ik was bang.
Ik ben z'n kantoor in gerend, met uw inspecteur.
Ik deed m'n ogen dicht.
Ik dank u.
Mr Descharneaux, de deur.
Zat je je huiswerk te maken? Goed zo.
Ik geef je dit voor je stukje metaal. Een goede ruil.
Bent u ook van de politie?
Aan u is dat veel beter te zien.
- Wie was dat op die brancard? - De bewoner van de eerste.
- Welke? De oude of de jonge? - De kale.
Hoezo? Kent u hem?
Alleen van gezicht. Ik ken alleen de begane grond.
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7...
15, 16, 17, 18, 19...
24, 25, 26, 27, 28, 29, 30.
Weer een schot.
De commissaris.
Stel u gerust, dat was een test.
Leek de knal die u net hoorde op het schot van drie uur?
- Precies. - Absoluut.
Exact hetzelfde.
Ik ben nog niet klaar.
Ik ga nog een tweede proef nemen.
Mr Descharneaux, wilt u tot 20 tellen?
Welnu, welk van de twee schoten leek het meest op dat van drie uur?
Het is niet hetzelfde wapen.
Dat klopt. Mr Feldman?
Voor mij lijken alle schoten, alle knallen...
en alle ontploffingen op elkaar.
In het echt en in m'n nachtmerries.
Dat tweede schot klonk veel doffer. Het eerste was scherper.
Luister niet naar hem. M'n man weet niks van vuurwapens af.
Het eerste resoneerde.
Het tweede klonk mat, bijna gedempt.
Bedankt voor uw medewerking.
Er komen geen schoten meer. In principe.
- Waar hebt u dat schot gelost? - In de schoorsteen.
- Hebt u het gehoord? - Wat?
Ik snap het. Ik zie u zo.
Hoezo? Heb ik iets verkeerds gedaan?
- Is het vuren gestaakt? - Ja. De bestorming volgt later.
Wanneer mogen we naar bed?
Van dat mes heb ik niks gezegd.
- Maar nu gaan jullie echt te ver. - Handen thuis.
Rustig, Michel.
Verroer u niet. Er vallen zo klappen.
Wat gebeurt hier?
Ik heb veel van jullie geëist, maar blijf redelijk.
Dit leek me een betere plek om jullie te ondervragen dan het politiebureau.
- Kan ik u spreken, commissaris? - Natuurlijk. Ik kom zo.
Als u iets nodig hebt, vraag het dan aan Lachenal. Daar is hij voor.
Zo mag ik het horen.
Als u wilt, mag u hier roken.
U wilde me iets zeggen, Mr Descharneaux?
U gelooft niet meer dat het zelfmoord was.
Dat klopt.
Dan bent u er nog niet.
Er lopen potentiële moordenaars rond.
- Hij was niet erg geliefd, weet u. - Hij had z'n vrouw, u...
en misschien z'n zoon.
Ik steunde hem. Nuanceverschil.
Omdat we een verleden hadden. Een moeilijk verleden.
Eerlijk gezegd, heb ik hem toen niet altijd ontzien.
Toen was ik de baas. Zo lagen de zaken.
En daarna werden de rollen omgedraaid.
En was ik aan de beurt. Ergernissen, stemmingswisselingen. Regelmatig.
Niet al te ernstig.
Ik was een slaaf, maar met mijn instemming.
Zoals in sommige huishoudens.
Ik verdroeg in een andere vorm wat ik hem destijds had doen ondergaan.
Het verschil is dat ik het deed voor een goede zaak.
Zijn zaken waren heel wat twijfelachtiger.
Nou ja, hij was m'n baas. Hij was trouwens best gul.
Kortom, het was z'n goed recht.
Zo u wilt.
Houdt u iedereen vannacht hier?
Dus als u nog meer veldbedden hebt, graag.
Luister, we zijn met z'n achten.
Nee, liever kip of koud vlees.
Varkens- of kalfsvlees, wat er maar is. Als het maar koud is.
Dat moet je hem zelf maar vragen.
Hij zegt niet veel, maar denkt na. En hij verkneutert zich.
Goed, Lucciani, om half negen. Tot dan.
We moeten nieuwe roze verf aanmaken.
- Hij is bijna op. - Doen we morgen.
- Ze zijn er nog steeds. - Maar wij smeren 'm.
Mr Feldman, mag ik u even spreken?
U mag van mij naar huis, Mr Feldman.
Ik vraag u alleen om vandaag en morgen tot onze beschikking te staan.
Heb ik dat privilege aan m'n hoge leeftijd te danken?
Ik kan me versissen, maar ik zie u niet met een wapen.
U vergist zich niet.
Als het u niet ontrieft, blijf ik liever.
- U bent een opofferende geest. - Dat heb ik wel geleerd.
En bovendien wil ik het weten.
Goed, dan eten we gezamenlijk.
Klasse. Hij heeft vast heel wat meegemaakt.
Wat denk jij van dit alles?
Ik denk dat het schot dat u buiten loste...
correspondeerde met het schot van vanmiddag.
Wil je het raam even dichtdoen?
Waarom stond dat raam open, ondanks de kou?
Omdat het schot zo beter hoorbaar was.
Beter hoorbaar? Hoezo?
Dat schot was nep. Het moest gehoord worden.
- Maar waarom? - Het pinde de moord op drie uur vast.
- Toen jullie in de hal waren. - Wanneer was het dan?
Eerder. Toen Laget z'n dutje deed.
Die knal van drie uur pleitte iedereen vrij, jou inbegrepen.
Maar eerder die dag waren ze er nog niet.
Nee, wacht even. Neem nou om te beginnen Descharneaux.
Tijdens het dutje van Laget was hij ook in het pand.
In z'n wijkplaats, dat heeft hij me verzekerd.
- Dan had hij dat schot moeten horen. - Dat hoeft niet per se.
En Sylvie lag op haar veldbed te slapen.
- Ze had niks gehoord. - Dat zegt ze, ja.
En elk van die dames en heren had vóór drie uur kunnen komen.
- Toen was alles afgesloten. - Aan een sleutel is te komen.
De moordenaar schiet Laget van dichtbij dood...
vertrekt weer, doet de deur weer op slot...
en komt om drie uur terug.
Wie loste dan het schot van drie uur?
Daar leg je de vinger op de wonde.
Er moet een handlanger zijn.
De aardappelen zijn geen 'rattes' uit Touquet. Waar moet dit heen?
Ook aan de militair gedacht?
Pak wat stoelen.
De 'La Fontaine' gaat om negen uur open.
Ik kan echt niet blijven eten.
Begeleid Mme naar haar werk en blijf bij haar.
Je brengt haar terug als ze haar zaak heeft afgesloten.
- De tafel is gedekt, Mme Laget. - Ik heb inderdaad honger.
Heb je aan Descharneaux gedacht?
Wie heeft de sleutel van de personeelsingang?
Jullie. Hij heeft de mijne gepikt.
- En Descharneaux? - Hij zeker.
Oscars zoon vast ook.
Hebt u iemand een kopie gegeven?
Kwam u hier weleens alleen slapen?
Dat lag er aan.
Maar ik heb niemand een kopie gegeven.
Van Oscar weet ik 't niet. Er kunnen dames zijn die er een hebben.
Jullie maakten beurtelings gebruik van de kamer?
Hebt u op dit moment een minnaar?
Ik was voor Oscar niet z'n gedroomde vrouw, maar ik was aan hem gehecht.
Eet uw bord leeg en ga slapen.
Al die slapeloze nachten.
- Pas op met die dossiers. - Ze zijn nog bruikbaar, hoor.
Of dat nodig is, weet ik niet, maar beduimel ze niet.
Wilt u zo koffie?
Mag de deur open? Ik wil me opknappen.
- Ga uw gang, maar laat de deur open. - Bedankt voor uw vertrouwen.
Is daar iemand?
Wat is er? Jullie kijken of jullie een geest zien.
Dat is niet ver bezijden de waarheid.
Mag ik vragen wie u bent?
Dat is Stéphane, de zoon van Mr Laget.
Ik ben technisch tekenaar.
Daar is vraag naar. De kijk erop is veranderd.
Ik doe lichtreclames, affiches, slagzinnen.
Ik bedenk modellen en maak prototypen.
In de streek waar ik woon, herontwerp ik toneelzalen.
Nooit bioscoopzalen, die zijn vaak te volks.
Ik zou om acht uur bij Maxime's zijn, maar ik was te vroeg.
Ik heb gewacht. Het ene glas champagne na het andere...
plus de gehuurde smoking. Dat kostte aardig wat.
- Maar ik heb het betaald. - Heel normaal.
Ten slotte werd ik ongerust en ben bij hem langsgegaan.
Maar toen was het al gebeurd.
Ik heb nog wat gedronken.
Toen heb ik besloten om hierheen te gaan. Lopend.
- Hoe is het gebeurd? - Dat wil ik ook graag weten.
Als het geen zelfmoord is, is het moord.
Denkt u dat een van de aanwezigen de dader is?
Vermoedelijk.
Of iemand die later arriveerde. Zoals u.
Ik nam m'n vader niets kwalijk. Niet echt. We zagen elkaar niet vaak.
Als kind was ik in de kost bij iemand in Fontainebleau.
In feite mochten we elkaar wel, maar we begrepen elkaar niet.
We hadden andere normen en waarden.
Ik kon het niet laten hem ten strengste te veroordelen.
Maar hem vermoorden...
Haar heb ik maar drie keer ontmoet. Drie keer te vaak.
De danseres van de Bosporus.
Makkelijk te versieren en leeghoofdig.
Wat dat betreft heb ik hem nooit begrepen.
- Misschien als u ouder bent. - U hoeft niet verder te zoeken.
Naar de schuldige, bedoel ik.
Ik had begrepen...
- Stoor ik? - Nee, kom binnen.
- Descharneaux wil u spreken. - Ik ga zo naar hem toe.
Mag ik even naar m'n jonge schoonmoeder?
Om haar te zeggen wat u mij net zei?
Nee, maar er moeten dingen worden geregeld.
We moeten althans de schijn ophouden.
Dat klinkt redelijk.
Is de schijn ophouden voor u belangrijk?
Dat is min of meer m'n beroep.
Ik dank u. Paul, zorg jij voor Mr Laget?
- Waar is ze? - In het kleine kantoortje.
Verdenkt hij mij?
En alle anderen. U had het kunnen doen.
Gaat hij ons de hele nacht hier vasthouden?
Er is vast wel iemand die ten slotte doorslaat.
Alleraardigst.
Goedenavond, edelachtbare.
Dat is te sterk uitgedrukt.
Om acht uur is de zaak rond. Of ik blaas de aftocht.
Het gaat inderdaad niet volgens het boekje, maar aan de andere kant...
is het zo minder hard. Dat leek mij althans.
En zeker comfortabeler dan op het bureau.
Ik kan ze moeilijk allemaal opsluiten.
Ja, ze slapen.
Ja, om acht uur. Dat beloof ik u plechtig.
Goedenacht, edelachtbare.
- Waar zijn onze tortelduifjes? - Ik heb ze mijn bed gegeven.
Ik wou even zeggen dat vader en zoon gebrouilleerd waren.
Laget wilde dat ze samen zouden werken, maar de zoon smeerde 'm.
Stéphane is meer een eerlijk type.
Maar hij kwam wel soms geld loskloppen bij z'n vader.
Jij. Dat ontbrak er nog maar aan.
Ik was bij Maxime's.
Dus jij was ook uitgenodigd?
Ja, hij had me uitgenodigd. Ik ben wel z'n zoon.
- Wilde hij je gedag zeggen? - Waarschijnlijk.
Nou, tot ziens dan. Afgehandeld.
We zullen elkaar nooit meer zien.
- Wie verdenken ze? - Iedereen, zelfs mij.
Natuurlijk. En niet voor niets.
Je bent eigenlijk een rotzak.
Maar desondanks kun je niet tippen aan je vader.
En ga nu weg.
- Waar is de commissaris? - In z'n kantoor.
Want nu is het zijn kantoor.
U hebt het toch niet aan de stok gekregen met haar?
- Het is een intrigante. - In staat tot moord?
Ja, maar waarvoor? Hij had geen geld meer.
- Uit jaloezie? - Ze pleegden allebei overspel.
Overspel met wederzijdse goedkeuring. Dat is modern, komt uit de VS.
Wat is dit eigenlijk?
Iedereen slaapt en de moordenaar kan vluchten.
Wacht u tot de waarheid uit de lucht komt vallen?
Tot iedereen nerveus wordt, net als u nu.
En mensen die nerveus worden, gaan kletsen.
Deze moordenaar beschikt over een duivelse vaardigheid.
Maar of hij op den duur bestand is tegen de mentale druk?
Ik hoop dat u geluk hebt. Morgen is er weer een dag.
Wat lijkt hij toch op z'n vader.
- Als u even wilt slapen, los ik u af. - Nee, dank je.
Maar je kunt Mme Maigret even bellen.
Gelooft u in de aanpak van uw commissaris?
Denkt u dat ze zo door zullen slaan?
Die jonggehuwden op m'n veldbed liggen te spinnen als katten.
Het is veel erger dan het lijkt.
Het is alsof je aan de vooravond van een aanval in een loopgraaf ligt.
Daarginds vroeg je je af wie er zou sterven, hier wie er heeft gedood.
Wat een janboel.
- De personeelsingang. - Boven?
Ik wou even naar huis.
Een bad nemen, m'n haar wassen. Ik was teruggekomen.
Fris en in topvorm. En ik was de laan uitgestuurd. Goed idee.
U ziet er zo goed genoeg uit. Loop voor me uit.
U had gelijk, commissaris. Ze beginnen door te slaan.
- Wie? - Sylvie Laget wilde 'm smeren.
- In haar eentje? - Ja.
De rest lijkt te slapen.
Het kan zijn dat iedereen die sleutel heeft.
Ik zou alles geven voor een kop koffie.
Wat u ook zegt, toch is het niet te vergelijken.
In 40-45 vonden ze de V1 en de V2 uit.
En de atoombom. Veel briljanter.
In 14-18 had je Dikke Bertha en gifgas.
En in leper voor het eerst vliegtuigen. Ook briljant.
Is het niet onverstandig om dit hier te bewaren?
- Deze is niet van 14-18. - Hij is van een stafofficier...
uit 40-45.
- Hebt u ook niet geslapen? - Nee, dat kon ik niet.
Ik bewonder uw kalmte.
U was vast een goede leider in oorlogstijd.
Als je die hebt meegemaakt, ben je je verdere leven de kalmte zelf.
Ik haal nog een kop.
Ik hoef u niet te zeggen dat nog 'n vluchtpoging zinloos is.
Daar is geen kans op.
Ik probeer alles altijd één keer. Mislukt het, dan geef ik het op.
Wat gaat u nu doen?
Gelukkig heb ik m'n benen.
Om te dansen.
U vindt vast snel werk.
Als wij het niet zijn, wie dan wel?
- Feldman die met een wapen zwaait? - En Descharneaux was z'n toeverlaat.
En tevens een dekmantel voor z'n smerige streken.
Hij had geen enkele reden om z'n bestaansmiddel te doden.
- Dan heb je haar nog. En hem. - Over wie heb je het?
- De mooie weduwe en de schoonzoon. - Waarom zouden zij hem doden?
U liet me schrikken. Wat doet u hier?
Ik zocht de toiletten. Ik ben verdwaald.
Beneden in de gang rechts. Bij de buitendeur.
Weet u, u moet niet te veel verdriet hebben.
U bent jong en mooi. U verdient wat beters dan hem.
Ik heb dit in beslag genomen van onze soldaat.
Laat eens zien.
Kan ik de baas spreken?
Slapen jullie ook al niet?
De directeur ging woedend naar huis.
Als waakhond van justitie kent hij zichzelf elke dag een medaille toe.
- Hij eist dat u hem terugbelt. - Daar heb ik geen tijd voor.
Waar wachten jullie op?
Op iemand die doorslaat.
Die koffie heeft me verkwikt.
- Waar is de patroonhuls? - In de la.
- En Mme Laget? - Vast weer in slaap gevallen.
Mooi zo. Ga haar maar halen, Casta.
Goed, het is gistermiddag, drie uur.
U wacht allen op Laget.
Dezelfde situatie. Hetzelfde ongeduld.
Dezelfde sombere gedachten.
U zult opnieuw een schot horen.
Ik wil u vragen exact zo te reageren als de eerste keer.
Ik geloof dat allen naar het kantoor renden.
Dan gaan we nu weer doen. Jullie beiden ook.
En jullie dienen ook de anderen in de gaten te houden.
Kom, we gaan.
Wat doet hij nou?
Hij is dood.
Ik weet zeker dat hij dood is. Maar ze hadden hem meegenomen.
Ik heb het gezien, ik weet het. U hebt het zelf ook gezien.
Vertel eens, Descharneaux. Was hij op slag dood?
Wat dacht u? Een kogel door het hart.
Juist, ja.
- Ik zie geen bloed. Er was wel bloed. - Weet u het zeker?
Hij is het niet.
Hij is het niet. U levert ons een streek.
- Om ons te laten doorslaan. - U bent de enige die doorslaat.
Bedankt, Mr Laget. U mag zich weer ontspannen.
Jullie waren erbij.
- Jullie hoorden het schot ook. - Dit schot wel, maar niet het eerste.
- Hebt u een geluiddemper? - Je kunt ergens doorheen schieten.
Een zak aarde, zoals de zakken bij de loopgraven.
Of je neemt een kussen, gevuld met kapok.
Zoals dit hier.
Of dat.
Nietwaar, Mr Descharneaux?
Het was in elk geval een mooi einde. Van de slaap in de dood.
Beter dan sterven achter de tralies. Nu was hij vrij. Een mooie dood.
Beter kun je je niet wensen.
U bent een echte weldoener.
Ja, spot u maar. Hij verdiende iets ergers. Iets veel ergers.
In 1917 wilde hij deserteren, de lafaard.
Ik heb hem de kogel bespaard. Maar hij zou er ooit voor boeten.
- Dat 'ooit' was gisteren. - Zwijg, Descharneaux.
U hebt Laget vermoord om al die jaren van vernedering uit te wissen.
U hebt die mooie jaren van de oorlog nooit kunnen vergeten.
U deelde toen de lakens uit en Laget had maar te gehoorzamen.
Daar hebt u vier jaar lang van genoten.
U hebt hem kunnen manipuleren.
Uit naam van het vaderland en de vlag en wat al niet meer.
Wat een genot.
En na z'n laffe daad was hij helemaal aan uw willekeur overgeleverd.
Ik begrijp best dat de terugkeer van de vrede voor u een kruisweg was.
De vaandrig stelde u voor hem te helpen met zijn gesjoemel...
en u, z'n voormalige meerdere, moest ja zeggen om te overleven.
U, in uw eigen ogen de belichaming van striktheid en eerlijkheid.
- Wie heeft er om drie uur geschoten? - Vrienden van me.
Ik zei dat het een grap was.
Ik gaf ze wat geld. Vandaag de dag moet je overal voor betalen.
Zelfs voor een grap.
Ik heb wel leukere grappen gekend.
- Ik wil de namen van die grapjassen. - Ik heb het lang verdragen.
U zult me niet geloven, maar ik kreeg een woedeaanval.
Een woedeaanval die duurde van november '18 tot gistermiddag.
U weet niet half hoe opgelucht ik nu ben.
Ik weet het.
Lucciani, zorg voor Mr Descharneaux.
Paul, maak Mme Laget wakker. We gaan hier weg.
We hebben u nog nodig voor uw getuigenissen.
- We begeleiden u naar huis. - Ach, wat aardig.
Stap dus maar in.
- Is de bestelauto er niet? - Komt er aan.
Wat doet u met de kaartjes voor Veracruz?
Wilt u er nog steeds heen? In uw eentje?
Ik ben nooit lang alleen gebleven, weet u.
U krijgt ze na het onderzoek terug.
Je zei dat er niemand buiten was toen er werd geschoten.
Nee, ook de conciërge en z'n zoontje niet.
Waar stond die grapjas dan toen hij schoot? Bij een open raam?
- Waar vond die kleine de huls? - Daarginds, op de grond.
Kom mee, Descharneaux.
- Hoe laat arriveren de schilders? - Tussen half acht en acht uur.
- Wanneer gaven ze u de revolver terug? - Was het de Lüger?
Je wacht ze op met Descharneaux en zet ze in de bestelauto.
We klagen ze aan wegens medeplichtigheid.
- Wat zullen ze lachen. - Ze hebben niks gedaan.
Zeg dat maar tegen de rechter.
Maar spreek dan wel de waarheid over hen en uzelf.
Voor hen was het een grap.
Ik neem een taxi. Hou die lui in de gaten.
Wat doe je, Jules? Je moet naar school.
Ik heet ook Jules.
Is je school ver weg?
Niet echt dichtbij.
- Wil je meerijden in m'n taxi? - Een echte taxi?
Echter kan niet.
Ik ga, mama.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.