Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
het goddeloze Rome
37-41 na Christus
Wat wint de mens als hij alles bezit, maar z'n ziel verliest. Marcus 8:36
Darling Drusilla...
Ik bestond vanaf het begin der tijden en zal immer blijven bestaan.
Hoewel ik de vorm heb aangenomen van Caligula...
ben ik tegelijkertijd iedereen en niemand. En dus... ben ik een god.
Hoe is 't om 't met Marcellus te doen ? - Wat bedoel je ?
Hij is zo enorm dik. Walgelijk gewoon.
Hij is niet dik. Hooguit gezet.
En klein geschapen.
Wat weet jij daar nou van ?
Ik heb hem in het badhuis gezien.
Arme, arme Drusilla.
Ellendeling dat je bent.
Ik heb 'n boodschap voor de prins. - Daar komt Macro.
Wachtwoord ? - Gerechtigheid.
Prins ?
Vergeef me dat ik u stoor. De keizer wenst u te spreken.
Wat wil hij ? - U nog een keer zien. Hij is al 77.
Dat hij 't eeuwige leven mag hebben.
Hoe is 't met Ennia ?
M'n vrouw kijkt met smart uit naar jullie weerzien, prins.
Wacht buiten op me.
Wat heeft dit allemaal te betekenen ? - Wees voorzichtig, laarsjes.
Bid tot Isis voor me. - Ik reis je zo snel mogelijk achterna.
Ik kom hier niet graag terug, Macro.
Hij voert iets in z'n schild.
U hebt niks te vrezen. Ik voer het gezag over de pretorianen.
Van Tiberius valt altijd iets te vrezen.
Pas op voor Nerva. Het schijnt dat hij gedachten kan lezen.
Nerva. Waarde vriend.
Tien jaar woont de keizer al hier. Dat is lang.
Ik wou dat hij terugging naar Rome, waar hij hoort.
Hoe is het met de keizer ? - Hij wordt oud, net zoals ik.
Hoe is z'n humeur, bedoel ik ? - Zoals het weer.
Het weer is prachtig vandaag. - Veranderlijk.
Ik hoorde dat 7 collega-senatoren de doodstraf hebben gekregen...
wegens verraad. - Negen, om precies te zijn.
Vijf hebben vals gespeeld door zelfmoord te plegen.
Dat was niet sportief van ze. Wat jij, Nerva ?
Het waren prima mannen.
Waarom bevond de keizer ze dan schuldig aan verraad ?
U weet wat krom is recht te praten.
Caligula.
Lieve grootvader. - Doe je dans, jongen.
Mijn dans ?
Die je voor het leger deed toen je mascotte werd. Vooruit, laarsjes.
Ik ben 'm vergeten, heer. - Toe, dans voor me. Doe me 'n plezier.
Dansen.
M'n kleine visjes. Visjes.
Vooruit, visjes. Het water in. Allemaal, vooruit.
Genoeg.
Het water uit, visjes. Zo is het genoeg geweest.
Caligula ? Waarom zeg je zulke gemene dingen over me in Rome ?
Je bidt voor m'n dood, hoor ik. - Dat doe ik nooit.
Nooit ? - Ik zweer het u, Caesar.
Je zegt dus nooit zulke dingen. Ook niet in het openbaar ?
Nooit, heer. - Onthoud een ding goed.
Namelijk dat ik je heb laten leven.
Tot nu toe, tenminste.
Mijn visjes houden van me. Ze zijn nog zo onschuldig.
Ik bescherm hun onschuld.
Dat is wel 't minste wat ik kan doen in deze verdorven wereld.
Wegwezen.
Nerva kijkt ons kwaad aan.
Help me deze barbaar te veranderen in een Romeinse Caesar, Nerva.
Er waren drie Romeinse Caesars. Julius, Augustus en u zelf.
Wie moet hij zijn ? - De beste.
Dat was uw vader, Augustus. - Hij beledigt me openlijk, Caligula.
Nerva, vriend. Pas op voor Macro als ik er niet meer ben.
Ik weet het. Hij kan me niet uitstaan.
Omdat je wijs bent. En omdat je goed bent.
Dus als ik er straks niet meer ben, wees dan op je hoede voor Macro.
Ik heb al voorzorgsmaatregelen genomen.
En wat houden die in ?
De hemel sta Rome bij als ik er straks niet meer ben.
Ik ben oud. - Ja, maar u hebt het eeuwige leven.
Al m'n familie is dood. Op jou, Gemellus...
en die oom Claudius van je, na.
De rest werd getroffen door het lot.
En het lot bepaalt ons, laarsjes. Niet een of andere god.
U bent een god, heer.
Ik niet. Zelfs niet na m'n dood.
Maar Julius Caesar en Augustus Caesar zijn wel goden.
Dat verkiest het volk te geloven, ja. Dergelijke mythes zijn bruikbaar.
Laarsjes, moet je jezelf nou eens zien. - Ja, Caesar ?
Ik koester een adder in de boezem van Rome.
Oom.
Caligula, denk je dat deze jongen gedronken heeft ?
Ik vermoed van wel, Caesar. - Ik ook. Macro.
Breng hem meer wijn. En verspil niets.
Verwijder je veters.
Hoe denken de Romeinen over mij ? - Ze hebben u nodig en missen u.
Ik heb praktisch m'n hele leven aan ze gegeven.
Ik heb gevochten.
Ik heb alles gegeven.
Zijn ze niet prachtig ? - Zeker, heer.
De saters komen uit Illyria.
Deze nimf komt uit... Waar kom je vandaan ?
Brittannie, heer. - Brittannie.
Sprekende beelden ? - Zeker.
Ze doen veel meer dan spreken alleen. Reken maar.
Heb je liever nimfen dan saters ? - Ik hou van allebei.
Je hebt ze allebei nodig. Om gezond te blijven.
Rome is een republiek en jij en ik zijn gewone burgers.
Met meer overtuiging.
Zo, ja.
Dat is m'n beste hengst.
Dien je land, Caligula. Ook al zijn de bewoners verdorven schoften.
Maar ze zijn dol op u, heer.
Ze zijn bang voor me.
Dat is veel gunstiger.
Ik had geen keuze, begrijp je wel. Absoluut geen keuze.
Geen keuze ? - Ik wou een buitenambtelijk leven.
Ik heb nooit keizer willen worden. Maar ik moest wel.
Als iemand anders keizer geworden was, hadden ze me vermoord.
Net als jij vermoord zult worden.
Hoezo...
Hoezo, grootvader ? - Het is dat je m'n opvolger bent.
Toen Rome nog een stad was en wij nog stedelingen...
en we elkaar allemaal kenden...
waren de Romeinen zuinig, goed, gehoorzaam en waardig.
Mijn onderdanen zijn niet meer wat ze geweest zijn.
Ze hunkeren naar macht en geld en begeren de vrouw van hun naaste.
Inderdaad, in feite ben ik een ware moralist.
Een echte Cato.
Maar het lot besliste voor mij. Het besliste dat ik zwijnen moest hoeden.
Denk je dat hij genoeg wijn heeft gehad ?
Volgens mij wel, heer. - Volgens mij ook.
'Nu is hij gelukkig.' Een citaat van Homerus.
Niet dat je dat weet, met jouw scholing.
Maar je weet genoeg om zwijnen te hoeden.
De senaat stuurt u deze documenten ter ondertekening.
De nieuwe lijst van de ruiter-orde.
Ik, Tiberius Caesar, beveel dit aan namens de senaat en 't Romeinse volk.
Belastingen voor klein-Azie en Gallië.
Ik, Tiberius, beveel dit aan namens de senaat en 't Romeinse volk.
Senator schuldig aan verraad.
Iedere senator acht zichzelf een keizer en is daarmee schuldig aan verraad.
In gedachte of daad. De senaat is de natuurlijke vijand van de keizer.
Onthoud dat goed. Verraders. Kijk ze nou.
Verraders.
Ze boden aan om al m'n wetten bij voorbaat goed te keuren.
Wat als ik nou gek word, vroeg ik ze.
Geen antwoord. Het zijn gewoonweg slaven, Germanicus.
Ik ben Germanicus niet, maar z'n zoon Caligula.
En je bent bevriend met Macro. - Hij dient enkel u, heer.
Je bent ook bevriend met z'n vrouw. Is ze lief in bed ?
Dat moet u Macro vragen, heer. Ze lijkt erg lief.
En je zus, Drusilla ? - M'n zus is m'n zus, heer.
Ik weet alles wat er gebeurt, gezegd wordt...
en gedacht wordt.
De ondergaande zon en de opkomende...
Gemellus. Lieve jongen.
Te jong om me te verraden. Misschien toch niet.
Geef je oude opa eens 'n zoen. M'n laatste kleinzoon.
Ik ben ook uw kleinzoon. - Maar jij bent geadopteerd.
Dit is m'n laatste echte bloedverwant.
Arme jongen. Wat moet er van jou worden ?
Hij is als een broer voor me.
In deze familie vermoordt een broer een broer...
die z'n vader en zoon vermoord heeft. Het lot.
Drink, Caligula.
Na jou, lieve broer.
Arme jongen.
Als ik er niet meer ben, zal Caligula je vermoorden.
En dan zal iemand op zijn beurt Caligula weer vermoorden.
Tenzij hij voor mij de dood vindt.
Je ziet er nogal beroerd uit.
Ik, Caligula Caesar...
beveel dit aan namens de senaat en het Romeinse volk.
Hij gaat me vermoorden.
Er kan je niks gebeuren. Je bent bij mij.
Hij gaat ons vermoorden. Net zoals hij onze vader, onze moeder...
en broers vermoord heeft.
Ik ben niet van plan om te sterven.
Natuurlijk niet. Je bent z'n opvolger.
Er is verder niemand anders. - O, jawel.
Gemellus.
En Claudius.
Gemellus is te jong, Claudius is niet wijs en Tiberius is oud.
Jij wordt keizer. Heel binnenkort.
En dan word jij m'n koningin. - Je kunt niet met je zus trouwen.
In Egypte wel. - Maar dit is Rome.
En jij bent al vergeven.
Ik weet het. Aan Ennia.
Het is maar een vogel.
Prins ? - Wat is er ?
M'n vrouw.
Ennia.
Je bent nu een man, Caligula. Wat ga je doen ?
Je moet meester zijn over je eigen lot.
Neem het in je beide handen.
Stelletje idioten. Waarom hebben jullie hem laten begaan ?
Bind z'n polsen af. Vooruit.
Verlaat me nou niet. Je bent m'n enige vriend.
M'n leven heeft lang genoeg geduurd. Ik haat het.
Wegwezen. Allebei.
Alleen door je eigen dood te kiezen, kan je het lot een hak zetten.
Het lot heeft beslist dat Macro me zal doden na jouw overlijden.
Ik laat 'm oppakken en executeren. - Onmogelijk. Hij heeft de macht.
Zelfs als Macro dood zou zijn...
dan nog wil ik niet verder leven met dit reptiel als m'n heerser.
Zul je m'n vriend respecteren, reptiel ? - Dat heb ik altijd gedaan.
Hoor je dat ? - Tiberius, ooit was je een wijs man.
Bespot me niet. Ik ben oud. - Maar nu ben je een monster.
Je hebt je familie vermoord, je vrienden. De notabelen van Rome.
Dat is verraad. - Nee, de waarheid.
Ik was en ben nog steeds omringd door vijanden.
Vijanden binnen m'n familie, in de senaat...
Je bent wreed. - Nee, eerlijk.
Oude mannen kunnen soms de toekomst zien.
Aan het kwaad in het verleden...
en aan het kwaad in de toekomst...
wens ik nu te ontsnappen.
Dus dit waren je voorzorgsmaatregelen, Nerva.
Hoe voelt het om te sterven ? - Warm. Geen pijn.
Ik drijf gewoon weg.
Zie je haar ? - Wie ?
De godin, Isis. - Jij gelooft dus in...
Zie je haar ?
Weet je het zeker ?
Je bent bijna dood. Hoe is dat ? Wat voel je nu ?
Niks. - Leugenaar.
Je ziet haar, dat weet ik gewoon. Hoe ziet ze eruit ?
Er gebeurt niks.
Alleen maar...
slapen.
Leugenaar.
Tiberius kan Nerva's dood niet aan. Hij ligt nu zelf op sterven.
Als hij sterft, is dat niet best. - Je was dol op die rotzak.
Dat neem je terug.
Prins ? De arts, Charicles.
Hoe is het met de keizer ? Hoe lang heeft hij nog ?
Niet lang meer, maar met de juiste zorg heeft hij nog een jaar.
Er gaat iemand sterven, dat ruik ik. Maar wie ?
Maak je geen zorgen. Hij kan niks beginnen zonder mij.
Dat dachten deze arme zielen ook. En wat is er van hen geworden ?
Nee, Macro. Hij voert iets in z'n schild.
Binnenkort ben jij keizer.
Zweer je dat ? - Ik...
Dat zweer ik.
Wegwezen. Jullie allemaal.
Tiberius.
Caligula.
Heer ?
Geef me m'n ring.
Daar heb je de moed niet voor.
Prins ? - Daar heb je de moed niet voor.
Gegroet, Caesar.
Gegroet, Caesar. - Ik laat iedereen bijeenkomen.
Zodat we 't kunnen aankondigen.
Gemellus.
Gegroet, Caesar.
We staan er nu alleen voor, Gemellus.
We moeten lief zijn voor elkaar.
Rust zacht, Tiberius Caesar.
Gegroet, Caligula Caesar.
Net als in de droom.
Het is maar een masker. Jij bent nu keizer.
Keizer van Rome. Heerser over de wereld.
Heerser over de wereld.
Deze droom bevalt me wel.
Op aandringen van de senaat en het Romeinse volk...
accepteer ik in alle nederigheid...
het hoogste ambt binnen onze machtige republiek.
Onze machtige republiek.
Waar is de ui ? Geef me de ui.
Toen onze geliefde Tiberius stierf... - Gooi 'm de rivier in, die Tiberius.
Tiberius. Tiran.
Vandaag breekt een nieuw tijdperk aan.
Ik verleen generaal pardon.
Stilte.
Stilte. De keizer is nog niet uitgesproken.
Als m'n medeconsul hebben de senaat en het Romeinse volk...
wijselijk gekozen voor m'n welgeleerde oom Claudius.
Kom maar naast me zitten, Claudius.
Caesar Caligula. - Ga maar zitten.
Ik bedoel, consul.
Als m'n zoon en opvolger adopteer ik hierbij prins Gemellus.
Kom maar naar voren. - Gegroet, Gemellus.
Vanaf vandaag zal iedere eed de volgende zin bevatten:
Ik zal het leven van mijzelf en dat van m'n kinderen...
niet hoger achten dan dat van de keizer...
en van z'n zuster Drusilla.
Gegroet, Drusilla.
We moeten hem in de gaten houden.
Claudius ? - Nee, Gemellus.
Zag je ze kijken toen ik zei dat ze ook op jouw leven moesten zweren ?
Ze waren ontsteld.
Ik hoop het maar. - Is het wel verstandig ?
Ik kan nu...
alles doen wat ik wil.
Met wie dan ook.
Als je maar niet met mij begint.
Met wie dan wel ?
Verdwijn. Vooruit.
Wie ?
Waarom begin je niet bij Macro ?
Voor hij je net zo in z'n greep heeft als Tiberius.
Prachtig schouwspel, Macro. Werkelijk prachtig.
Haal Gemellus voor me. - Wat ? Hier ?
Ja, hier. Nu.
Charicles ? Kom hier eens staan.
De garde moet meer betaald krijgen. - Onmogelijk.
Alles is mogelijk, Longinus. Maak het onmogelijke mogelijk.
Maar hoe, Caesar ? Het tekort... - Hoeveel bezit ik ?
Zoveel als u nodig heeft. - Mooi zo.
Macro, kan je even daar gaan staan ?
Longinus, jij staat hier.
Ik wil dat je deze heren goed bestudeert.
Neem je tijd, en vertel me...
wie onze geliefde Tiberius vermoord heeft.
Wie heeft Tiberius vermoord ?
Dat heeft hij gedaan. Macro.
Moordenaar.
Arresteer hem.
Ter ere van de aanstelling van jullie nieuwe commandant Chaerea...
krijgen jullie 10 goudstukken de man extra.
Chaerea, arresteer Macro. - Mannen, arresteer hem.
Waag het niet.
Vergeef me, Caesar.
Twee senatoren wensen uw oordeel met betrekking tot 'n geschil over land.
Laat ze maar binnenkomen.
Ik wil overal over meepraten. Zelfs over de lengte van de toga.
Kom verder.
Ik doe hierbij m'n beklag over... - Geef me de documenten.
Schuldig. - Dank u.
U moet mij niet bedanken. Gerechtigheid moet onpartijdig zijn.
Nietwaar, Chaerea ?
Zeker, Caesar. - U mag gaan.
Ennia.
Je ziet er beeldschoon uit.
Bevordert het de haargroei ?
We trouwen zodra ik gescheiden ben.
Laten we verhuizen. - Waarheen ?
Alexandrië, bijvoorbeeld.
Naar Egypte ?
Wat vind je ervan ? - Ik wil niet weg uit Rome.
Weg van de senaat.
Ik ben Rome. Waar ik ben, is Rome.
Daar is ook de senaat en het Romeinse volk.
Wat ben je toch grappig.
Longinus. - Vergeef ons, Caesar.
Is het geregeld ? - Hij is ter dood veroordeeld.
De commissie.
Chaerea, hierbij benoem ik je tot commandant van de keizerlijke garde.
En Macro dan ? Wat is er gebeurd ? Waar is hij ?
Hij is gearresteerd wegens verraad.
Dat is onmogelijk. Caesar, hij aanbidt je. Hij heeft je groot gemaakt.
Dat heb ik zelf gedaan.
Ik kan het niet geloven. Wat heeft hij misdaan ?
Ik moest m'n lot in eigen handen nemen.
Garde.
Verban haar, Chaerea. - Maar ik hou van je.
Naar Gallië. - Ik hou van je.
Hoe kan je, Caligula ? Hij was je vriend. Hij had alles voor je over.
Stuur me niet weg.
Ik hou van je.
Nu hoeft ze tenminste niet te scheiden.
Jij moet nog wel een geschikte vrouw zoeken.
Ik trouw met jou. - Dat gaat niet. We zijn geen Egytenaren.
Dat weet ik. Wij zijn veel mooier.
Rome is Egypte niet. En sta jezelf niet zo te bewonderen.
Laten we naar Egypte gaan. - Gekkie, toch.
Caesar is niet gek. - Daar lijkt het wel op.
Caesar kan niet gek zijn.
Laarsjes. Ze gooien je in de Tiber als je de regering verplaatst.
Je trouwt dus met een respectabele dame uit de gegoede burgerij.
Niks ervan. - Jawel. Er moet een opvolger komen.
Die me zal vermoorden als hij volwassen is.
Vanavond komen de priesteressen van Isis bijeen.
Wil je dat ik met een van hen trouw ? - Ja.
Wat zal ik eens aandoen ?
Wanneer treden ze voor Caesar op ? - Wellusteling.
Als ik een vrouw moet kiezen, wil ik wel zien wat ik krijg.
Logisch, toch ?
Die ziet er interessant uit. - Livia ?
Ze is al vergeven aan Proculus, een van je officieren.
Dan stuur ik 'm naar Spanje. - Ze is maagd.
Niet jouw type.
Dat wordt mijn vrouw. - Toch niet Caesonia ?
Je bent onmogelijk. - Ze doet het met iedereen in Rome.
Des te beter.
Caesonia is gescheiden. En ze heeft altijd schulden.
Ik wil haar. - Maar toch niet als vrouw ?
Stuur haar naar me toe. - Nee, laarsjes. Dit sta ik niet toe.
Het zou niet verstandig zijn.
Het is de wil van de senaat en het Romeinse volk.
De rol van priesteres ligt je goed, Caesar.
En die van offerlam ligt jou goed, Caesonia.
Ik heb tegen Caesonia gezegd dat ik met haar trouw.
Niet doen. - Als ze me 'n zoon schenkt.
Hoe weet je dat het kind van jou is ? - Geen zorgen. Ze wordt goed bewaakt.
Dan kan je er zeker van zijn dat de bewaker de vader is.
Het zijn allemaal gecastreerde homoseksuelen.
Konden we heel Rome maar in een keer de nek omdraaien.
Is dat die officier waarmee Livia gaat trouwen ?
Ja. Proculus.
Longinus, zie je die jonge officier ? Proculus ?
Caligula Caesar, keizer van Rome. Gegroet.
En de dames Drusilla en Caesonia.
En de dames Drusilla en Caesonia. Gegroet.
Zijn we aan de late kant ? Onze excuses.
Was de ceremonie mooi ? De voortekenen gunstig ?
Uitstekend.
Meekomen.
Hoe vriendelijk van u om te komen.
Je bent een Romeinse held.
Ik zal nu mijn speciale, keizerlijke zege...
aan deze heugelijke verbintenis geven.
Waar bevindt zich het heilige huwelijksbed ?
Kijk eens aan, de keuken. Dan moet het hier maar.
Tot zo meteen. - Laarsjes ?
Ik dacht dat je niet van maagden hield. - Ik heb er nog nooit een gekend.
Dat is toch zo, Caesonia ?
En dan nu Caesar's huwelijkscadeau.
Wat een verrukkelijke bruid.
Trek die japon uit.
Uitstekend.
Is ze werkelijk maagd, Proculus ? - Ja, Caesar.
Zoiets weet je nooit zeker.
Open je ogen, Livia.
Je boft maar dat je je maagdelijkheid verliest...
aan een directe afstammeling van de godin Venus.
Ik, Caligula Caesar, verleen hierbij m'n goedkeuring...
Open je ogen, Proculus.
namens de senaat... Open ze.
namens de senaat en het Romeinse volk.
Ze was inderdaad maagd.
En jij ?
Nou ? Ben je ook nog maagd ?
Nee, Caesar. - Daar zal Isis niet zo blij mee zijn.
Vooruit, trek je kleren uit.
Uitstekend.
Je dikke haardos bevalt me wel.
Ik smeek u, doe dit niet. - Op je knieën
Volgens mij heb je gelogen.
Jij bent ook maagd.
Ik, Caligula Caesar...
verleen m'n goedkeuring namens de senaat...
Open je ogen, Livia.
en het Romeinse volk.
Jullie zien dat ik mezelf heb uitgeput om m'n zegen te geven.
M'n gelukswensen aan jullie beiden.
Gemellus.
Jupiter houdt van me.
Drusilla.
Hij wil me vermoorden. - Wie, laarsjes ?
Gemellus. Ik zag hem. Hij rende weg. Hij wil me dood hebben.
Ziezo, laarsjes.
Het komt allemaal goed.
Groet, Caesar. - Gegroet, Caesar.
Groet Caesars prachtige paard, Incitartus.
Groet de hooggeboren Incitartus. - Gegroet, Incitartus.
Daar zit Gemmelus. Hou 'm goed in de gaten.
Mag ik even je aandacht, beste oom.
Ik heb je advies nodig.
Moet ik mezelf tot koning van Rome uitroepen ?
Maar we zijn een republiek, toch ? - Goed dan.
Dan word ik koning van de republiek. - U bent machtiger dan menig koning.
Ik ben een god. Dat word ik in ieder geval na m'n dood.
Gemellus. Probeer deze murene eens.
Wat ruik ik toch ? - Wat bedoelt u ?
Wat heb je genomen ? - Een medicijn tegen de koorts.
Heb je 'm dat medicijn gegeven ? Ja of nee ?
Nee.
Beweer je soms dat ik een gifmenger ben ? - Ik zou niet durven, Caesar.
Je nam 'n tegengif voor je vertrok. Dus verdenk je me van vergiftiging.
Dat is toch logisch, of niet ?
Chaerea.
Pak Gemmelus op wegens verraad. - Neem hem mee, mannen.
Alsof er een tegengif tegen Caesar bestaat.
Waarom ben je zo met hem begaan, Drusilla ?
Ik ben juist begaan met jou.
Hij vormt een bedreiging voor me.
Niet waar. Hij is niet eens je opvolger.
Caesonia draagt nu je kind.
Gemellus zal sterven. - Amateur.
Amateur ?
En ze waren niet eens vergiftigd.
Heel overtuigend. - Dank je.
Wat ga je met haar doen ? Wat ze zei, was verraad.
Ik bepaal wat verraad is, niet jij.
Dans.
Dans ?
En je zoon dan ? - Toon Incitartus je nieuwe dans.
M'n zoon zal samen met je dansen.
Muziek.
Je bent prachtig.
Drusilla. Prachtig.
We zijn alleen. Alleen, Drusilla.
Hij gaat me vermoorden.
Hij gaat me vermoorden.
De koorts zal nu wel snel zakken.
En als dat niet gebeurt ?
Drusilla. Drusilla, hij gaat me vermoorden.
Ik hou van je, Drusilla.
Waar is m'n zus ? - Ze komt er aan.
Ik ben bij je, laarsjes.
Ik lig op sterven. - Welnee.
Ik moet m'n testament laten opmaken. - Niet praten. Slapen.
Longinus. Haal Longinus voor me.
Leg m'n paard in z'n eigen bed.
Het is een monster. - Toch mag hij niet sterven.
Waarom niet ? - Omdat er anders onrust komt.
De kans is groot dat hij toch wel doodgaat.
Longinus ?
U wou me spreken, Caesar ?
M'n testament.
Aan m'n geliefde Drusilla...
Iaat ik hierbij het Romeinse Rijk na.
Zij zal de naam keizerin Augusta dragen.
M'n laarsjes.
Hij slaapt.
Nee, hij is wakker.
Waarom is er zoveel nijd tussen ons ?
Waarom hebben we altijd ruzie ? - Je kunt er niks aan doen.
We zullen nooit meer ruzie maken. - O, jawel.
Laat me niet sterven.
U mag hem niet aanraken. De koorts is besmettelijk.
Slaap nu maar. Je bent veilig. Drusilla is bij je.
Ik offer mezelf op...
als ik daarmee voorkom dat Jupiter ons onze geliefde keizer ontneemt.
Jupiter neemt je aanbod aan. Executeer hem.
De koorts zakt.
Hoor je dat, laarsjes ? Je gaat het redden.
Volgens Drusilla heb ik m'n werk verwaarloosd.
Uw handtekening en zegel zijn gewenst, heer.
Ik, Caligula Caesar, beveel dit aan namens de senaat en het Romeinse volk.
Ik, Caligula Caesar, beveel dit aan namens de senaat en...
het Romeinse volk.
Romeinse Volk. Caesar, Caesar. Onzin, onzin, onzin.
Ik, Caligula Caesar, beveel dit aan namens de senaat en het Romeinse volk.
Geen wonder dat het leven zo saai is.
Misschien dat Proculus wat leven in de brouwerij brengt.
Proculus.
Z'n vrouw verwacht haar eerste kind.
Het is alleen onbekend wie de vader is. Hij of God.
Caesar, ik smeek u. Wat heb ik misdaan ? Waarom ben ik hier ?
Voor verraad. - Ik ben u altijd trouw geweest.
Dat is het 'm juist. Je bent eerlijk en dus ben je een slecht Romein.
En dus ben je een verrader. Logisch, toch ?
Nu zul je sterven. Net als Gemellus.
Net als iedereen die Rome heeft verraden.
Ga langzaam te werk. Heel langzaam.
Ik wil dat hij de dood voelt. Dat hij de dood ruikt.
Hoe voelt dat nou, Proculus ?
Zie je de grote godin, Isis ? Wat zegt ze ?
Reptiel. Noteer dit maar eens.
Langzaam, zei ik. Idioot.
Hij boft maar dat hij zo makkelijk aan mij ontkomen is.
Longinus. Reptiel.
Snij deze af en stuur ze naar Livia. Als aandenken aan hun liefde.
Snij ze af, zei Caesar.
De rest stuur je naar Livia.
Laat het doek vallen.
Het hoofdje is zojuist tevoorschijn gekomen.
Leeft hij ? - Ja, Caesar.
Heren, ik zal nu met Caesonia trouwen.
De moeder van mijn zoon, Caligula Germanicus.
Caligula, Caesonia. - De ring. Geef me de ring.
Je bent nu echtgenote, moeder en keizerin van Rome.
Het is een meisje.
Het is een meisje. - Welnee.
Heb je niet gehoord wat Caesar zei ? - Ik wel, maar je dochter niet.
Ik had moeten wachten. - Er zullen meer kinderen komen.
Longinus ? - Caesar ?
Een maand lang gratis spelen en een goudstuk voor elke burger...
ter ere van de geboorte van m'n zoon.
Mijn zoon. Julia Drusilla.
Het is de koorts.
Ik ben bij je. Ik ben het, laarsjes.
Ik ben het. Laarsjes.
Doe iets. - Ik doe wat ik kan. Ik zweer het.
De koorts moet er eerst uit komen.
Heilige Isis, redt haar.
Neem mij maar.
Caesar smeekt het u, almachtige godin.
Opgehoepeld. Vooruit.
Almachtige moeder.
Ik smeekte je haar in leven te laten.
Caesar smeekte je om haar leven.
Wij, Caius Caesar Caligula...
kondigen een maand van rouw af wegens de dood van onze geliefde Drusilla.
Gedurende deze maand wordt lachen, baden, eten met ouders of kinderen...
en vrijen, bestraft met de doodstraf. Dit is de wil van de senaat en het volk.
Het keizerrijk zit zonder keizer.
Caligula is op de vlucht geslagen.
Mester herstelt de keizerlijke macht.
De Slaven van Rome.
Het volk.
Het leger.
Het volkstribunaal.
De senaat.
En tot slot de ultieme heerser: de keizer.
Gegroet. - En ik ben...
Drusilla. Z'n zuster.
Laten we nog eenmaal de liefde bedrijven, broer van me.
Nog zo'n dronkaard.
Heb je nog iets over hem gehoord ?
Volgens sommige berichten zit hij in Egypte.
En volgens andere berichten ?
Er gaan geruchten dat hij in Griekenland, Perzië...
Carthago of Gallië zit.
Waar denk jij dat hij zit ?
Hij kan overal zitten.
Hij is hier, in Rome. Hij stelt ons op de proef.
Opgehoepeld.
Ik bestond vanaf het begin der tijden en zal immer blijven bestaan.
Hoewel ik de vorm heb aangenomen van Caligula, ben ik iedereen en niemand.
En dus ben ik...
god.
Ik wacht het unanieme besluit van de senaat af, Claudius.
Iedereen die voor is, zegt 'ja'.
Nu is hij ook nog eens 'n god.
De officiële periode van rouw is hierbij afgesloten.
Hij is gek.
Veel plezier.
Maar wees voorzichtig.
Nu gaat de lol beginnen.
Zullen zij er ook lol in hebben ? - Geen idee. Zullen we het vragen ?
Longinus ?
Kijk eens aan. Longinus, m'n financieel expert.
We hebben een vraagje voor je. Wie zijn de rijkste mannen van Rome ?
Wie ? Antwoord: de pooiers.
Vraag twee.
Wie zijn de grootste en geilste sletten van Rome ?
Wie ?
Antwoord: de vrouwen van de senatoren.
Vandaar dit keizerlijke bordeel.
Een logische manier om 't begrotingstekort op te lossen.
We hebben ons best gedaan u de mooiste vrouwen van het rijk te bieden.
Vijf goudstukken.
Slechts vijf goudstukken voor twintig minuten.
Dat is een koopje.
Kijk ze nou. Zijn ze niet prachtig ?
Voortreffelijk.
De geilste dames van het rijk zijn hier bijeen...
om voor slechts vijf goudstukken hun vaderlandse plicht te vervullen.
Geef gul, opdat zij u zullen herinneren.
Kom aan boord het keizerlijke bordeel.
En maak uw keuze uit al dit vrouwelijk schoon.
Slechts vijf goudstukken voor twintig minuten.
Een koopje, omdat de meeste vrouwen eerbiedwaardige getrouwde dames zijn.
Vrouwen van senatoren. Hoeren met een smetteloze reputatie.
Voor jou geldt een speciaal tarief.
De vrouwen van onze senatoren zijn niet alleen mooi...
net als hun mannen zijn ze onverzadigbaar.
En de prijs is slechts vijf goudstukken.
Neem de vrouwen van degenen die het voor het zeggen hebben.
Mishandel ze. Breng ze in verwarring. Doe wat u wilt met ze.
Ze zijn volledig de uwe voor slechts vijf goudstukken.
Haar op de tepels.
Senator Marcellus ? Uw vrouw schrikt onze klanten nog af.
Walnoten willen wel eens helpen.
Jij daar. Niet zo zuinig. Hoe meer je betaalt, hoe meer ze zullen genieten.
Geniet van de vaardigheden die deze vrouwen zich eigen maakten...
terwijl hun mannen zaten te slapen in de senaat.
Slechts vijf goudstukken. Vijf.
Vrouwen van senatoren. Hoeren met een smetteloze reputatie.
Hij prostitueert onze vrouwen en dochters.
Hij vernedert de senaat. - Daarom is hij zo geliefd.
Longinus, wat kijk je chagrijnig. Doe eens wat vrolijker.
Wat heb je het liefst ? - Alles en niets, Caesar.
Je kunt niet beide krijgen voor dezelfde prijs.
Hij treitert je. - Niet alleen mij.
Hij is geschift. Hij weet niet waar hij mee bezig is.
Hij weet precies waar hij mee bezig is.
Laat hem maar begaan. Misschien... - Hij wordt onze ondergang.
We hebben ook een paar onverbiddelijke dames.
U mag ze straffen of u laten straffen.
Voor vijf goudstukken mag het allebei. Slechts vijf goudstukken.
Hou nou toch eens op met dat stiekeme gedoe.
Chaerea, ik heb gehoord dat je op kleine jongetjes valt. Klopt dat ?
Nee, Caesar. Ik val op grote jongens.
Mijn soldaten. - Zijn ze er klaar voor ?
Uitstekend.
We varen naar Brittannie.
We zijn maar een paar uur marcheren van Rome vandaan.
Wat is hij nu weer voor idioots van plan ?
Mars voorspelt een grootse overwinning.
Chaerea ? - Caesar.
Zijn we klaar voor de invasie ? - Ja, Caesar.
Alleen... - Wat ?
Waar ligt Brittannie ? - Waar ?
Daar.
Natuurlijk, heer. Daar. Maar...
Er is geen vijand.
Er staan wel papyrusplanten.
Papyrusplanten, goddelijke Caesar ? - Ja. Doe niet zo stom, Chaerea.
Beveel 't leger die papyrusplanten aan te vallen.
Iets moet immers als bewijs voor de overwinning dienen.
Doodt ze.
Terwijl jullie veilig in Rome zaten...
heeft jullie geliefde keizer z'n leven geriskeerd om het rijk te vergroten.
De senaat schijnt niet te geloven dat ik in Brittannie geweest ben.
Ik ben wel in Brittannie geweest. Deze papyrusplanten bewijzen het.
Gegroet, Caligula Caesar.
Gegroet, Caligula de veroveraar. - Gegroet.
Opgepast, hij is vanavond in een vreemde stemming.
Caligula ? Ze haten je nu hartgrondig. - Laat ze maar.
Als ze maar bang voor me zijn. - Het zijn vooraanstaande mannen.
Zo pikken alles van me. Geschift, dat zijn ze.
Ik weet niet hoe ik ze nog meer kan treiteren.
En dan nu de schatten die zijn buitgemaakt tijdens deze tocht.
Vis.
Gerookte haring en zalm.
Oesters en prachtige roze parels.
Uit de blauwe zeeën en zilveren rivieren van Brittanië.
Wild uit de groene wouden...
en de spiegelende meren van Brittanië.
Lafaards. Stelletje schapen.
Kruip. Kruip dan.
Ik haat ze.
Zegt de almachtige Caesar.
Vanwege 't begrotingstekort zal beslag worden gelegd op alle bezittingen...
van al degenen die Rome hebben bedrogen.
Lees de lijst maar voor, Longinus.
Senator Galba, senator Aponius...
senator Marcellus, senator Antonius, senator Casius...
Ze hebben me in de steek gelaten, Chaerea. Arresteer ze.
Mannen, arresteer ze.
Almachtige Caesar zegt: ga door met eten.
Eten.
We moeten snel toeslaan.
Hou Chaerea in de gaten. - Waarom ?
De voortekenen zijn slecht. Wees voorzichtig.
Volgens mij wil hij me vermoorden.
Wat is er zo grappig, Caesar ? - Zomaar, een gedachte.
Mag ik vragen wat voor gedachte ?
Is het waar dat jullie een complot smeden ?
Nou, dat is... Er schijnt sprake te zijn van een geheim complot...
Een complot is altijd geheim, nietwaar Claudius ?
Dat weet zelfs een halvegare zoals jij. - De helft van mij weet dat, Caesar.
De situatie loopt uit de hand. Hij lapt alles aan z'n laars.
De senaat heeft niks meer te zeggen. - Niemand meer.
Hij is een tiran. - Er is maar een oplossing.
Caligula's dood. - Die is niet onwaarschijnlijk.
Je moet slapen.
Ik zal me er maar bij neerleggen dat ik het eeuwige leven heb.
Ik hoop van wel.
Ik word kaal.
Welnee.
Je kunt niet met de waarheid overweg. - De waarheid ?
Dat kan ik zeker wel. Maar kan jij dat ook ?
Ik heb slaap nodig.
En ik heb jou nodig.
Ben je zover ?
Zeg wat je te zeggen hebt, zuster Isis.
Lang heb ik rondgedwaald in deze wereld...
0p zoek naar jou, broeder Osiris.
Ik ben vermoord en in stukken gesneden.
Jij hebt mij weer tot een geheel gemaakt.
Jij bracht het leven in mij terug met een kus.
Daar gaat ons bloed.
Het maakt niet uit. Het is maar een voorstelling.
Het lukt me maar niet. - Niet zo.
Hallo, lieverd.
Ben je braaf geweest ?
Staan mijn kleren haar niet beeldig ? Ze heeft m'n laarsjes aan.
Wachtwoord ?
Scrotum. - Het zij zo.
Leef.
Gegroet, Claudius Caesar.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.