Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
MEDITATIES JEZUS UIT NAZARETH
AKTE I, DE PROFETIE
DE STEM VAN EEN, DIE ROEPT IN DE WOESTIJN
DE LANGE TOCHT, EEN TIJD VAN WONDEREN
PAUZE
AKTE II, EEN NIEUW GEBOD
HET UUR IS AANGEBROKEN, DE GEEST ZEGEVIERT
In den beginne was het Woord
en het Woord was bij God,
en het Woord was God.
Ik ben Hij.
Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn door het Woord geworden
en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
In het Woord was leven
en het leven was het licht der mensen;
en het licht schijnt in de duisternis
en de duisternis heeft het niet begrepen.
Het verhaal der verhalen.
U hebt vragen gesteld over een kind.
Dat klopt, Uwe Hoogheid. We zijn van ver gekomen om hem te zoeken.
Hoe weet u dat u het kind dat koning zal worden, in mijn rijk zult vinden?
We zagen zijn rijzende ster, en die ster is onze gids geweest.
Hebt u een ster gevolgd,
van Azi� tot aan de evenaar?
Aben, ken jij dat koningskind naar wie ze op zoek zijn?
De profeten spreken van een Messias.
Waar zou die Messias geboren worden?
De profeet Hosea wees Egypte aan.
Jesaja had het over Nazareth. - Dat was 700 jaar geleden.
Volgens mij wees de profeet Micha Bethlehem aan.
Ik herinner het me.
'Uit u, Bethlehem,
zal een leidsman voortkomen die mijn voIk Isra�I weiden zal. '
Ik kom uit Idumea, niet uit Judea.
De priesters in Judea bespotten me in hun tempel.
De tempel die ik heb gebouwd.
Ze beschuldigen me van goddeloosheid. Zeg jij het maar, Antipas.
De priesters zijn jaloers op m'n vader.
Hij heeft meer vertrouwen in de profeten.
Iedereen weet dat ik een vroom man ben.
Wijzen, als jullie dit kind vinden,
hoe weten jullie dan zeker dat hij het is?
We vertrouwen op de sterren.
Jullie kunnen dus alleen aan de ster zien of het waar is.
Kan een kind zich 'n imposantere woordvoerder wensen?
Het is koud buiten. Uwe Hoogheid heeft rust nodig.
Als Herodes het ons niet kwalijk neemt, vertrekken we nu.
Ga maar.
Als jullie het kind vinden, laat het me dan weten.
Dan kan ik hem ook eerbied betonen.
Ga achter ze aan en hou me op de hoogte.
Hij zal groot zijn
en Zoon van de Allerhoogsten genoemd worden,
en de Here God zal hem de troon van zijn vader David geven,
en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Wie bent u?
Wij zijn van ver gekomen voor uw kind.
Hoe gaat u hem noemen?
Jezus.
Jezus zal zijn naam zijn.
Ik breng u goud,
voor de soevereiniteit van onze koning.
En wierook,
voor het aanbidden van God.
En mirre, om te bewaren tot het einde der tijden.
De oude koning.
We vertrekken meteen.
Haal het kind hier weg. Maak je uit de voeten.
De sterren hebben voorspeld dat ik ooit koning zou worden.
En ik ben koning.
Als de profeten gelijk hebben, zijn het niet de sterren, maar God...
Waar is God?
Of het kind van God,
anders dan in onze ergste fantasie�n?
Het kind van de fantasie is het kind dat ik vrees.
En, m'n zoon, tegen de tijd dat jij zult heersen,
�Is je zult heersen, denk daar dan aan.
Sire.
We zijn ze gevolgd. Ze gingen naar Bethlehem.
Uw profetie is uitgekomen.
Er zijn zoveel profetie�n geweest door de jaren heen. Sla op deze geen acht.
Of zoek er een die geschikter is.
Ik weet het nog wel.
'Een stem is te Bethlehem gehoord,
geween en veel geklaag. '
'Een stem is te Rama gehoord. ' Bethlehem...
'Geween en veel geklaag:
Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten,
omdat zij er niet meer zijn. '
Laat die profetie uitkomen.
Ga naar Bethlehem en dood dat kind.
Alle pasgeboren jongetjes in Bethlehem moeten ter dood gebracht worden.
Zorg dat er geen een de dans ontspringt.
Wou je nog wat vragen?
Ga dan.
Sire,
ze zijn allemaal dood.
'Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en men noemt hem Wonderbare Raadsman,
Eeuwige Vader,
Vredevorst. '
Koning Herodes is dood.
Koning Herodes is eindelijk dood.
Die reizigers hadden het in Jeruzalem vernomen.
Herodes is dood.
Naar huis.
Nazareth.
Herodes is dood. Dood aan de nieuwe koning. Lang leve Isra�I.
Het dichtstbijzijnde Romeinse legioen? - Drie dagen lopen, in Syri�.
Stuur een bode naar de Romeinse commandant.
Zeg hem...
Zeg hem dat de adelaar van Rome gehekeld is en ontheiligd,
door een stel oproerkraaiers uit Jeruzalem.
Zend ons de Verlosser, de Messias.
Zend ons de Beloofde.
Dit gebeurt er met iedereen die de vrede van Rome in gevaar brengt.
Geloofd zij de Here, roep ik uit:
Want van mijn vijanden ben ik verlost.
Hij richte uw voIk met gerechtigheid,
uw ellendigen met recht.
Moge voor het voIk de bergen vrede dragen,
en de heuvelen...
Gegroet, in naam van Augustus Caesar.
Het zal Caesar niet betreuren dat hij dit voor Herodes' zoon heeft gedaan.
Wat is dat?
In tijden van nood bidden de mensen om de komst van een verlosser.
Je vader kon ze in toom houden.
Jij hebt gefaald. Ik kom je vertellen dat wij de macht grijpen.
Caesar staat garant voor dit rijk.
Van nu af aan zal een Romeins legioen Judea regeren.
Bent u de hogepriester? - Zoals u ziet.
Shemiah, in het gewaad van de hogepriester.
Dat gewaad blijft hier in m'n hoofdkwartier,
en wie ons het hoofd biedt, mag het niet dragen.
Hoor toch, o God, mijn smeking, sla acht op mijn gebed.
Van het einde des lands roep ik tot U, omdat mijn hart bezwijkt;
leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn.
U bent mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.
Ik verwacht de Here, mijn ziel verwacht
en ik hoop op zijn woord.
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten,
verre zijnde van mijn verlossing.
Mijn God, ik roep des daags, en U antwoordt niet,
en des nachts en ik kom niet tot stilte.
Op U hebben onze vaderen vertrouwd, en U deed hen ontkomen;
tot U hebben zij geroepen en zij werden gered,
op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.
Bij U, Here, schuil ik, laat mij nimmer beschaamd worden.
Doe mij ontkomen door uw gerechtigheid.
Doe mij recht en voer mijn rechtsgeding tegen een voIk zonder godsvrucht;
doe mij ontkomen aan de man van bedrog en onrecht.
Want U bent de God mijner toevlucht.
Morgen brengt een escorte je naar het paleis van je vader.
De Jordaan en Galilea zullen je tetrarchie zijn.
Zend uw licht en uw waarheid,
opdat die mij leiden.
Zend ons de Messias, de Beloofde,
de Zoon van David.
Wie is die Messias om wie ze vragen?
Iemand die nooit zal komen.
Alle voIken zullen u gelukkig prijzen,
Zijn naam zij voor altoos.
Zend ons de Verlosser, de Beloofde, de Messias.
Het heeft geen zin. Als hij zou komen, was hij er nu wel.
Toon berouw.
Ik wil barmhartigheid,
en geen offerande.
Kennis van God,
geen brandoffers.
Toon berouw.
Kom naderbij,
en luister naar de stem van een die roept in de woestijn:
EIk dal worde verhoogd,
en elke berg en heuvel worde geslecht,
en het oneffene worde tot een vlakte.
En al het levende zal de heerlijkheid des Heren zien.
Bereidt in de woestijn de weg des Heren,
effent in de wildernis een baan voor onze God.
Zie,
ik zend mijn bode,
die de weg bereiden zal.
De aarde hore
en haar volheid,
de wereld en al wat daaruit ontspruit.
Toon berouw.
Kom naderbij,
en luister naar de stem van een die roept in de woestijn.
Toon berouw.
De verbolgenheid van de Heer is over alle voIken.
Toon berouw.
Hij komt die u zal dopen met vuur en met de heilige Geest.
Zijn komst staat vast van oudsher, voor altoos en immer.
Hij zal ons gebied betreden.
Groter dan ieder van ons.
Ik ben niet waardig Hem zijn schoenen na te dragen.
Wie bent u?
Ik ken u niet,
en toch ken ik u.
Doop me, Johannes.
Wat is uw naam?
Jezus.
Waar geboren?
In Bethlehem.
Bent u het niet die mij moet dopen?
Waarom vraagt u dat?
In de bijbel staat geschreven:
'Uit u, Bethlehem, zal een leidsman voortkomen,
die mijn voIk Isra�I weiden zal. '
'Zijn komst staat vast van oudsher, voor altoos en immer. '
U bent het.
U bent degene op wie we hebben gewacht.
De wereld wacht op u. Ze slaapt en wacht tot ze gewekt wordt.
Ik zal terugkeren.
Heft uw hoofden omhoog,
poorten,
opdat de Koning der ere inga.
Klim op een hoge berg.
Verhef uw stem met kracht.
Verhef ze.
Alle voIken zijn samen vergaderd.
Zeg tot hen: 'Zie, hier is uw God. '
De Here zal komen met kracht
en zijn arm zal heerschappij oefenen.
Vraag voor u een teken van de Here, uw God,
diep in het dodenrijk,
of boven in de hoge.
Dat was zeker een hele klim?
Kom maar binnen.
Sommigen vinden dat het hele leven zo zwaar moet zijn.
Een makkelijk leven is een zondig leven.
Dat denken ze.
Dat is niet zo.
Je moet het je zo makkelijk mogelijk maken.
En dat is niet zo ingewikkeld,
als je weet hoe je macht en roem moet vergaren.
Alstublieft. U zult wel honger hebben.
Neem maar. - Ik ben aan het vasten.
Een man moet goed op krachten blijven.
Wilt u echt niet een beetje?
Zou u over al die landen willen heersen?
Al die macht en roem willen vergaren?
Ik kan u deze koninkrijken geven.
Als u mij aanbidt, zal alles van u zijn.
'U zult de Here, uw God aanbidden,
en Hem alleen dienen. '
Er staat geschreven:
'Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u,
om u te behoeden. '
'Op de handen zullen zij u dragen,
opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. '
Indien U Gods Zoon bent,
werp Uzelf dan naar beneden.
'U zult de Here, uw God, niet verzoeken. '
Als U Gods Zoon bent,
zeg dan dat deze stenen broden worden.
Er staat geschreven: 'Niet alleen van brood zal de mens leven,
maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat.
Te dien dage,
zal de woestijn een gaarde worden.
De ogen der blinden zullen van de duisternis verlost zijn.
Ootmoedigen zullen meer vreugde hebben in de Heer,
en de armsten onder de mensen zullen juichen.
Want niet voorgoed blijft de arme vergeten.
Niet voor immer gaat de hoop der ootmoedigen teloor.
Sta op, word verlicht,
want uw licht komt,
en de heerlijkheid des Heren gaat over u op.
Alle stammen der aarde
zullen de Zoon des mensen zien komen op de woIken des hemels,
met grote macht en heerlijkheid.
Johannes de Doper.
Wij moeten u tegenhouden, in naam van de sanhedrin.
Dit is geen ketterij.
Dit is het woord van God.
U zou hier berouw moeten tonen. - Pas op.
Zij doen Caesars bloedige werk.
Het is genoeg geweest. - U hebt hier niks te zoeken.
U beledigt de zondaars die berouw komen tonen.
Dit is verraad, en het zal doorgegeven worden.
Geef het goed door.
U zit in onze heilige tempel en u veroordeelt de Romeinen,
maar u dient ze ook.
Stelletje hypocrieten.
Dit is onze herder. De man die...
De mijnen zullen me kennen. Als ze me volgen, ken ik hen ook.
Ik ga terug naar Galilea.
Herder?
Ik ben Judas Iskariot.
Jezus, uit Nazareth.
Rabbi?
Rabbi, ik kom uit Galilea.
We zijn vissers bij het meer.
Ik ben Andreas.
M'n broer, Petrus. En dit is...
Johannes. - We willen met u mee reizen.
Kom met me mee.
Ik zal jullie vissers van mensen maken.
Opzij.
Werk niet om de spijs die vergaat,
maar om de spijs, die blijft,
tot in het eeuwige leven.
Dat is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt,
en aan de wereld het leven geeft.
Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.
Weest niet bezorgd over uw leven, over wat u zult eten,
of over uw lichaam, waarmee u het zult kleden.
Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Kijk naar de raven.
Ze zaaien niet en maaien niet,
en brengen niet bijeen in schuren,
en toch voedt God die.
Zijn jullie niet meer waard dan de vogels?
Wie van u,
kan door bezorgd te zijn, ��n minuut aan z'n leven toevoegen?
Als zoiets al niet lukt,
wat maakt u zich dan zorgen om andere behoeften?
Kleingelovigen.
Zeg niet: 'Wat zullen we eten of drinken? '
Naar die dingen gaat het zoeken der heidenen uit.
Uw hemelse Vader weet, dat u dit alles behoeft.
Zoek eerst zijn koninkrijk,
en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
Zeg ons, wanneer komt het Koninkrijk Gods?
Het Koninkrijk Gods is hier,
bij u.
M'n jas is gestolen.
Is dat alles, Petrus?
Hoe bedoelt u? Het was m'n enige jas.
Wat is de waarde van iets wat een dief kan stelen?
Ga die dief achterna. Geef hem je mantel ook.
En geef hem wat je hem verder maar kunt geven,
want hij is arm van geest en in nood.
Als iedereen dat doet, grijpen de dieven de macht.
Dieven en moordenaars bewandelen de duisternis.
Wees hun licht, niet hun rechter.
Ik zeg alleen dat iemand m'n jas heeft gestolen.
Ik vind dat zoiets niet deugt.
Ik zeg alleen maar,
dat u beoordeeld wordt, zoals u over anderen oordeelt.
Met de maat waarmee u meet, zult u gemeten worden.
Het was de beste jas die ik had.
Zit niet in over uw jas.
Let op de leli�n van het veld, hoe zij groeien.
Ze arbeiden niet en spinnen niet.
Zelfs Salomo was niet zo bekleed, in al z'n heerlijkheid.
Hoe moet ik me beschermen tegen de kou?
We beginnen in Galilea.
Ik zag hem gisteravond. Hij liep vlak achter ons.
Waarom achtervolg je ons?
Ik hoorde wat hij gisteravond zei.
Het beviel me wel.
Als hij nog iets gaat zeggen, wil ik het horen.
Kom.
Loop met me mee.
Zijn de dingen die u vertelt voor ons bedoeld, of voor iedereen?
Hoe heet je? - Jakobus. Kleine Jakobus.
Zo noemen ze me, omdat ik de jongste ben.
Hoe heet u? - Jezus.
Een mooie naam.
Dank je wel.
Heer Kajafas, nieuws van de oevers van de Jordaan.
Johannes de Doper heeft gezegd: 'Laat de machten beven. '
Wat is dat voor een man? - Hij predikt de revolutie.
Tegen Rome? - Alle machthebbers.
Er zal er een opstaan, groter dan ik.
Wat?
De Messias zal naar de stad Gods komen.
Pilatus ontbiedt de hogepriester.
Wat betreft het? - Dat zal hij u zelf vertellen.
Wat een indrukwekkende vesting.
Zij die machtig was onder de voIken zit eenzaam neder.
Ze strekt haar hand uit.
Niemand is er, die haar troost.
Ooit zullen wij naar binnen gaan.
O Jeruzalem, Jeruzalem,
dat de profeten doodt,
en stenigt, wie tot u gezonden zijn,
hoe vaak heb Ik uw kinderen willen vergaderen.
U zult Mij niet meer zien totdat u zegt:
'Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren. '
Het zijn pelgrims.
Ze zullen wel honger hebben.
Vrienden.
Jullie zijn hier welkom, om uit te rusten en te eten.
Heil, Pilatus.
Rome zal het niet toestaan.
Ik zal het niet toestaan.
Wat bezielt jullie?
Die man bij de Jordaan, Johannes de Doper.
Waarom moedigen de mensen hem aan?
Het is het land van Herodes.
Hebt u er met hem over gesproken? - Nee.
Waarom niet?
We wilden u om toestemming vragen. - Die geef ik.
Wacht. Er is nog iets.
Ik geef niets om je bijgeloof of om je god.
Ik moet hier de orde bewaren en dat zal ik ook doen.
Ik wil niks meer horen over die oproerkraaier,
of over dat soort lieden.
WeIk gebod is het eerste van alle?
Hoor, Isra�I, de Here, onze God, de Heer is ��n.
U zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en geheel uw ziel,
uit geheel uw verstand en geheel uw kracht.
Het tweede is dit:
U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Een groter gebod dan deze bestaat niet.
U hebt de waarheid gesproken.
Om de naaste lief te hebben als zichzelf,
is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.
Ik wou dat iedereen de wijsheid ervan inzag.
Dat komt nog wel. Of niet soms?
Je bent dicht bij het Koninkrijk Gods, Lazarus.
Zou ik ook met u mee kunnen gaan?
U bent rijk.
Dat is zo.
Ziet u rijkdom als een misdaad? - Helemaal niet.
Maar het kan een last worden.
Want wat zou het een mens baten, als hij de hele wereld won,
maar schade leed aan zijn ziel?
Bedoelt u dat een rijk man geen ziel kan hebben?
Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald,
dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
M'n broer gaat naar de hemel. Hij is een goed man.
Heb ik dat ontkend? Ik zei dat hij rijk was.
Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Niemand kan twee heren dienen. U kunt niet God dienen en de mammon.
Ik geef m'n geld aan God. Een derde van m'n loon.
Ik ken een weduwe die twee koperstukjes gaf.
Wat zijn twee koperstukjes nou?
Het was haar hele bezit.
Maar ik hou van God.
Zou u uw hele bezit opgeven en met me meegaan?
Wie zou zoiets kunnen?
U kunt hier de nacht doorbrengen.
We hebben genoeg ruimte en genoeg eten.
Lazarus, ik zal u niet vergeten.
Blijf toch.
We zijn u dankbaar.
Ik maak me zorgen om hem. - Waarom, Maria?
Hij is te goed.
Deze bodes komen uit Jeruzalem met berichten over een fanatieke prediker,
een doper, die grote menigtes opstookt aan de oever van de Jordaan.
Waarom komen jullie hier? - Hij staat ze dag na dag op te ruien.
Denken jullie soms dat ik de tijd heb
om een gek te verjagen die schreeuwt over hel en verdoemenis?
Mag ik het vermoeden uitspreken, dat u niet inziet
hoe aanstekelijk die preken kunnen werken?
Bedrieger.
Alle profeten zijn bedriegers.
Er komen grote groepen mensen uit Judea en Galilea luisteren
naar z'n beloftes van een betere wereld.
Mooi zo. Een betere wereld zou ons van pas komen.
Het liefst een zonder Romeinen.
Hij heeft het over de komst van Christus.
Wat zei je daar?
Christus, Majesteit. Een Messias.
Ik wil die doper spreken.
Was er maar een andere ingang.
Zijn niet alle poorten hetzelfde?
Er is maar ��n poort waar m'n broer bij staat.
Is je broer een bedelaar? - Was het maar zo.
Hij int de belastingen. God helpe me.
Hij neemt geld van z'n eigen voIk aan voor de Romeinen.
Van z'n eigen voIk.
Daar is hij.
De familie praat niet meer met hem.
Hou je van hem?
Hij deugt niet. Hij zuipt, scheldt en gokt en hij int de belastingen.
Hou je van hem, Jakobus? - Ja.
Doe net of u hem niet ziet staan.
Als we stilstaan, zegt hij iets ordinairs.
Hoe heet hij? - Mattheus.
Broeder Jakobus.
Wat doe jij in Capernaum? Zoek je een vrouw?
Hebt u iets aan te geven? - Alleen mezelf en m'n Vader.
Waar is uw vader?
In m'n hart.
Waarom verbergt u hem voor me?
Ik verberg hem niet. Wie de Zoon ziet, ziet de Vader.
Heeft hij iets aan te geven? - Ja.
Zijn liefde voor jou.
Daar kan ik moeilijk belasting over innen.
Kom met mij mee, Mattheus.
Wilt u m'n geld nog?
Dat was een grote vergissing.
De dag des Heren komt,
meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn,
om de aarde tot een woestenij te maken.
De Heer zal aan de wereld het kwaad bezoeken,
en aan de goddelozen hun ongerechtigheid.
Als we een zondaar herkennen,
moeten we hem met afschuw bejegenen en hem verjagen.
De rechtvaardige onderkent wie hem kwaad wil doen,
maar de weg der goddelozen doet hem dwalen.
Wie bent u?
Jezus, uit Nazareth.
Wat wilt u zeggen?
In de bijbel staat geschreven:
'Ik wil barmhartigheid, en geen offerande. '
Ik zou u zeggen,
berisp uw broeder de zondaar,
maar als hij berouw toont, vergeef hem dan.
Wat denkt u dat u dit deugdelijke voIk vertelt?
Ik vertel ze: Wat u wilt dat u de mensen doen, doet u hun evenzo.
Onze God is een god van verlossing, niet van wraak.
Alleen geloof leidt tot de verlossing.
En alleen liefde leidt tot hoop.
Klopt en u zal opengedaan worden.
Bidt en u zal gegeven worden.
Hebt vertrouwen en u zal genezen worden.
Gelooft, en u zal tot in de eeuwigheid leven.
Wandel met de heerlijkheid van de Heer in uw hart.
Waarom spreekt u over wandelen terwijl wij kreupel zijn?
In Gods ogen is niemand kreupel,
alleen in z'n ziel.
Dat kunt u makkelijk zeggen.
Ik kan niet lopen.
Sta op en u zult lopen.
Zit u me belachelijk te maken? Ik kan echt niet lopen.
U hebt het niet geprobeerd, omdat uw geloof zwakker is dan uw benen.
Ik aanbid God en ik vertrouw op Hem.
Sta op,
en loop.
Ik loop.
Kijk dan. Ik loop.
U, Jezus de Nazoree�r,
u hebt gezorgd dat ik kan lopen.
Uw geloof heeft u genezen.
Er zijn velen die niet kunnen lopen.
En nog meer die het wel kunnen, maar niet doen.
Ik loop.
Doper.
U moet mee naar koning Herodes.
U moet mee naar God, heiden.
Gaat u rustig met ons mee?
Ik ga helemaal niet mee.
Toon berouw.
Majesteit, die man is een beest.
Ik heb veel over u gehoord, doper.
En ik veel over u. Alleen maar slechte dingen.
Toon berouw. - Breng hem hier.
Weet u tegen wie u het hebt?
Ik ben uw koning. - Ik heb geen koning,
anders dan de Heer.
Waar heerst die? - Over alles wat geweest is,
en wat er ooit zal zijn. - Hoe kan ik hem ontmoeten?
Als u in de rij gaat staan voor u naar de hel gaat.
Christus is gekomen.
Waar kan ik die Christus vinden?
Als hij al bestaat. - Hij vindt u.
Geef antwoord op m'n vraag. - U vindt uw antwoord in de hel.
De hel bestaat niet.
U zult in de rij staan bij de zondaars.
Het is wartaal. - Ik zie uw koningin.
De echtgenote van uw broer.
Een overspelige. - Dat wordt je dood.
Je zult branden in de hel. - Neem hem mee.
U ruikt de rook in uw bed. - Geen gratie voor u.
En u krijgt ook geen gratie.
Geen gratie voor u, Herodes.
Koning Herodes.
Ik heb medelijden met u.
Ik kom van de oevers van de Jordaan.
De doper is opgepakt door Herodes.
Komt u daarom 's nachts langs?
Ik ben gedoopt door Johannes de Doper.
Ik ben Simon.
Er is geen groter man geweest dan Johannes.
We hebben veel werk voor de boeg.
Je bent welkom, Simon.
Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn,
en Ik zal u rust geven.
Neem mijn juk op u en leer van Mij,
want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
en u zult rust vinden voor uw zielen.
Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
Ik ben Thaddeus. Mogen wij meereizen?
Ik ben Thomas. - Kom met me mee.
Ik ben het brood des levens.
Wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren.
Wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Wat is er aan de hand?
Het is die prediker uit Nazareth.
Iedereen komt bijeen en roept om Jezus de Nazoree�r.
Zag u hem die kreupele genezen? - Met eigen ogen.
Weten we zeker dat die man echt kreupel was?
Ik ken hem en ik had hem nog nooit zien lopen.
Belachelijk. Een verhaaltje voor het slapengaan.
Tovenarij.
Sorak,
jij gaat in Galilea uitzoeken wat er aan de hand is.
Natuurlijk.
Maar volgens mij gelooft alleen een kind zo'n verhaal.
Sorak, ik reis met je mee naar Capernaum.
Ik ben altijd dol geweest op verhaaltjes.
Ik ga met je mee, Nicodemus.
Er zit een kern van waarheid in eIk verhaaltje.
Ik ben de goede herder, en ik ken de mijne en de mijne kennen Mij.
Ze zullen naar mijn stem horen,
en het zal ��n kudde worden en ��n herder.
Wie is hij?
Jezus de Nazoree�r.
Ze zeggen dat de Nazoree�r een kreupele liet lopen
en hij schijnt nog indrukwekkendere dingen gedaan te hebben.
Ik heb vernomen dat hij een leger aan het oprichten is.
Een leger? Is dat waar? - Zo kun je het niet noemen.
Hij heeft niet meer dan tien of twaalf man bij zich.
Er komen wel duizenden mensen op hem af.
Breng die doper hier. Ik wil hem spreken.
Is dit wezen uw gevangene, of houdt hij u gevangen?
Hoe bevalt u uw verblijf, doper?
Het zou er eenzaam zijn zonder de Heer.
U zit dus niet alleen in uw cel.
Nee, God troost me.
Hij steunt me.
U spreekt wartaal.
Ik bid voor uw ziel. - Dat kun je vergeten.
Pas als u zich haar herinnert.
Op uw knie�n. Vraag God of Hij u uw zonden vergeeft.
Stuur de vrouw van uw broer terug.
Goed.
Breng me ter dood, Herodes. Die macht hebt u.
Breng me ter dood,
zodat ik kan leven.
Voordat u ons verlaat,
moet ik toch vragen wat u daarmee bedoelt.
M'n lichaam is niets waard.
U kunt ermee doen wat u wilt.
Maar m'n ziel zal nooit vergaan, en u kunt er niet bij komen.
Wat kunt u me vertellen over Jezus uit Nazareth?
Hij is die ene.
Jezus roept de zielen van de mensen bijeen,
zoals een herder z'n kudde.
Zelfs op dit moment, in uw eigen rijk,
is zich een enorm leger aan het vormen.
Hoort u dat, Majesteit? Een leger. Het is waar.
Ik heb een antwoord op m'n vraag.
Het gaat die rebel uit Galilea dus om m'n rijk.
Breng hem terug.
Laat hem ter dood brengen,
dan is die last van uw schouders.
Kun je me dat beloven?
Als iemand in mijn voetstappen wil treden,
moet hij zichzelf verloochenen.
Hij neme zijn kruis op en volge Mij.
Ik verzeker u,
wanneer u het Koninkrijk Gods niet leert kennen als kind,
zult u het niet binnengaan.
Laat de kinderen geworden en verhinder ze niet tot mij te komen,
want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen.
Meester.
Ga terug naar Capernaum.
Hoe heet u? - Jakobus.
Hebt u zover gereisd voor mij? - Ja,
en ik smeek het u.
We smachten naar uw woorden. Kom terug en verzadig ons.
Die Nazoree�r is vrij populair, zoals u ziet.
Bedoelt u dat al deze mensen op hem zijn afgekomen?
Er komen elke dag weer mensen bij.
Halleluja.
Zie daar, de Messias.
Heil, Zoon van David.
Waarom behandelt u deze vrouw zo?
Waar heeft ze dat aan verdiend?
Ze is betrapt op overspel.
Is dat waar?
Uw oordeel is correct. Ze is overspelig geweest.
Volgens de wet moet ze gestenigd worden.
Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar.
Wie bent u?
Maria uit Magdala.
Niemand zal u nu veroordelen.
Ik ook niet.
Ga heen,
en zondig niet meer.
Hoe kan hij een zondige vrouw vergeven?
Genees mij. - Raak me aan.
Genade. - Ik wil hem aanraken.
Wees genadig, Heer.
Genees me.
Ik ben genezen.
Uw geloof heeft u genezen.
U.
U bent onze Messias.
Heil de koning.
Ik ga Jeruzalem op de hoogte brengen.
Sire. Een bode uit Capernaum.
Hij heeft nieuws over de Nazoree�r.
Nieuws over wie?
Over Jezus. - Die Galilee�r.
In Capernaum noemen ze die timmerman hun koning.
Niemand heeft ooit zoveel teweeggebracht, Majesteit.
Ik kan die berichten niet geloven.
Hij wordt aanbeden. Ze werpen zich voor hem op hun knie�n.
Ze noemen hem koning in uw koninkrijk.
Ik heb het met eigen ogen gezien.
Een ziek kind raakte hem aan en het was genezen.
Een leproos.
Hebt u dat gezien?
Hij liep de stad uit en werd door een menigte gevolgd.
Ik weet genoeg.
Laat me alleen.
Mag ik u tot haast manen? - Je mag zeggen wat je wilt.
Laat me nu alleen.
Ze kregen honger.
Hij kon al die duizenden voeden met een paar broden en vissen.
Doper?
Herodes.
De man die jij Christus noemt,
wordt door anderen koning genoemd.
Ze zullen de mensenzoon vele dingen noemen,
en zijn naam aanbidden.
Ik zal hem gevangennemen en hem wacht hetzelfde lot als jou.
Hij zal alles wat u tegen hem in zult zetten, weerstaan,
machtige koning,
want zijn komst is voorspeld.
Hij is geboren in Bethlehem. - Dan kan het niet.
Mijn vader heeft gezorgd dat de profetie�n niet uit konden komen.
Het kind dat hij wou vermoorden is naar Egypte gebracht.
Hij is nog in leven.
Je liegt.
Luister naar hem die uw rijk bewandelt.
Luister goed naar wat hij zegt.
Want uw zwaarden kunnen niets tegen hem uitrichten.
Ik wil het er niet meer over hebben.
Ik kom afscheid nemen.
Afscheid?
Waarom gebruikt u zo'n vriendelijk woord?
Ik heb je nooit gemogen, doper,
maar het lukt me ook niet om je te haten.
Ik had dit niet zo in gedachten.
U gaat me bevrijden.
Ik ga je ter dood brengen. - En bevrijden.
Ik hoop het.
Toon berouw.
Toon berouw.
Neem versterking mee en arresteer de Nazoree�r.
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil,
want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u,
wanneer men u smaadt en vervolgt,
en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde be�rven.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
U bent het zout der aarde.
U bent het licht der wereld.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen,
opdat zij uw goede werken zien,
en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
Op deze wijze zult u bidden:
Onze Vader,
die in de hemel zijt...
En verder?
Twee bodes uit Capernaum kwamen met dit bericht.
Het begon met een oproer en nu is het een opstand.
Ene Jezus is verantwoordelijk.
Hij heeft een groot gevolg en ze noemen hem koning.
Eerst had hij een kreupele genezen, toen had hij water in wijn veranderd.
Nu schijnt hij 5000 man gevoed te hebben,
en niemand weet waar het eten vandaan kwam.
Straks noemen ze hem nog de Messias.
En daar blijft het niet bij.
Hij heeft op water gelopen.
Uit m'n ogen.
Zeg eens, wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is?
Sommigen zeggen een soort Johannes de Doper, anderen een van de profeten.
Waar houdt u het op, Judas?
U bent een groot leider.
De beste leraar die er bestaat.
En u, Thomas?
U bent Jezus de Nazoree�r. Meer weet ik niet.
U bent de Messias.
De Christus.
De Zoon van de levende God.
Zalig bent u, Petrus,
want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard,
maar mijn Vader die in de hemelen is.
U bent Petrus,
en op u zal Ik mijn gemeente bouwen.
Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk.
Wat u op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen.
Wat u op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.
Farizee�n, Meester.
Vrede zij met u.
U moet weg uit Galilea. Herodes wil u om laten brengen.
Vertel die vos maar,
dat alles wat de profeten geschreven hebben, uit zal komen.
Vandaag en morgen zal ik onderweg zijn.
Op de derde dag zal ik m'n doel bereiken.
Een profeet kan nergens anders omkomen dan in Jeruzalem.
Hij mag onze waarschuwing niet negeren.
We gaan naar Nazareth, naar z'n eigen voIk.
Daar is hij. Hij is thuisgekomen.
Het is de timmerman.
Hij is het.
Waarom is hij hier teruggekomen?
Om tekenen en wonderen te laten zien?
Geef ons een teken.
U bent de zoon van Maria en Jozef.
We weten best wie u bent.
We weten dat u een kreupele liet lopen in Capernaum. Doe dat hier ook.
Hij heeft de waarheid gesproken en ze hebben geluisterd.
Ik zal jullie dit vertellen:
Een profeet wordt in z'n eigen omgeving niet herkend.
Waar moeten we op wachten?
Als u de Messias bent, zeg dat dan.
Ik zeg u,
dat de profetie is uitgekomen.
De geest van de Heer is op Mij.
Hij heeft Mij gezalfd, om aan armen het evangelie te brengen.
Om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht.
Om te verkondigen het aangename jaar van de Heer.
Dat is blasfemie.
Laten we de oude Aram erbij halen.
Breng Aram hier. - Ja, we gaan hem halen.
Zorg dat hij weer kan zien. Genees hem.
Aram,
ik ben Jezus.
De zoon van Jozef, die ons lang geleden ontvallen is,
en van Maria.
Ik kan me je nog herinneren als kind.
Wat aardig dat je nog aan me denkt.
Schiet eens op.
We willen die tovenarij zien.
Zorg dat hij weer kan zien.
Als u geen bedrieger bent, zorg dan voor een wonder.
Er staat geschreven:
'U zult de Here, uw God, niet verzoeken. '
Beweert u, een sterveling, dat u God bent?
U hebt oren, maar hoort niet.
Ik zeg dat het blasfemie is.
Stenig hem.
Als ik me niet gedraag zoals m'n Vader, geloof me dan niet.
Maar als ik me wel zo gedraag, leg u dan neer bij de bewijzen,
en weet dat de Vader in mij is,
zoals Ik in de Vader.
Hoe kunt u dat tegen ons zeggen? We kennen u.
Stenig hem.
M'n vriend.
Ik kom u waarschuwen. Ze zitten achter u aan.
M'n broer is ziek.
Ik weet niet hoe hij deze reis heeft kunnen maken.
Martha en ik wilden zonder hem komen,
maar we konden hem niet tegenhouden.
Ik moest het u vertellen.
Ze pakken u op en nemen u mee naar de stad. De soldaten zijn onderweg.
U en uw vrienden moeten hier weg.
We brengen hem naar de Jordaan, daar is het veilig.
Andreas and Nathana�I begeleiden jullie naar huis.
Ik weet dat jij het bent, Jezus.
Ik ken je nog van vroeger.
Wat ben je gegroeid.
Toen je nog klein was, wilde je voortdurend van alles weten.
Heer.
Lazarus is ziek, hij is stervende.
Ze smeken u om meteen te komen.
Die ziekte is niet gekomen voor de dood van Lazarus,
maar ter ere van God.
Meester,
zijn de mensen net als de kringen in het water?
Drijven ze weg en verdwijnen ze dan?
Daar stond Johannes de Doper ook.
Als hij bad, gaf me dat een fijn gevoel.
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome,
uw wil geschiede...
uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
Leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uwer is het Koninkrijk,
en de kracht en de heerlijkheid,
in de eeuwigheid.
Amen.
Petrus? - Wat is er?
We zijn zo snel mogelijk gekomen. - Lazarus is ons ontvallen.
Lazarus is gestorven in Bethani�.
U hebt vele mensen genezen,
maar u hebt uw vriend niet geholpen.
Ik ben blij dat ik er niet bij was, Nathana�I.
Omdat jij nu kunt geloven.
Laten we naar Bethani� gaan.
Waarom nu, als Lazarus al dood is?
Waarom? Waarom moet u naar hem toe?
Voor het werk van mijn Vader.
Komt u de doden begraven?
Of komt u de rouwenden eten geven?
U hebt een lepralijder genezen.
U hebt een kreupele laten lopen.
Was het te veel gevraagd om m'n broer in leven te houden?
Waarom komt u nu, nu hij dood is,
en niet toen hij nog in leven was? Toen hij u nodig had?
Waarom?
Uw broer zal weer opstaan. - Ja, ik weet dat hij zal opstaan.
Bij de opstanding op de jongste dag.
Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in Mij gelooft,
zal leven, ook al is hij gestorven.
En een ieder die leeft en in Mij gelooft,
zal in eeuwigheid niet sterven.
Gelooft u dat, Martha?
Gelooft u dat, Maria?
Als u hier was geweest,
zou Lazarus niet gestorven zijn.
Wie is als U, onder de goden, Heer?
Heerlijk in heiligheid,
vreselijk in roemrijke daden,
wonderbaar in uw doen?
Er is niemand die uit uw hand kan redden.
U verwondt en U geneest.
U doodt en U maakt levend.
Kom van de vier windstreken, o geest,
en blaas in deze gedode, zodat hij herleve.
Kom naar buiten.
Wat is er gebeurd? - Zag je het?
Jezus uit Nazareth. Ik heb het met eigen ogen gezien. Lazarus was dood.
Hij leeft.
De Messias is gekomen.
De Messias is gekomen.
Er was er een dood en nu leeft hij weer.
Ik was kreupel en nu kan ik lopen.
Ik was blind en nu kan ik zien.
Wie heeft daarvoor gezorgd?
Die man die zich Jezus noemt.
PAUZE
Het gerucht gaat
dat er in Bethani� iemand uit de dood is opgestaan.
En wie heeft dit wonder verricht? - De Galilee�r.
Looft de Heer
Want Hij is goed
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
Looft de God der goden
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
Hij alleen
Die grote wonderen doet
Die met verstand
De hemel schiep
Die de aarde op de wateren uitbreidde
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
Die de grote lichten maakte
De zon tot heerschappij over de dag
De maan en de sterren tot heerschappij over de nacht
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
Waar heb je die olie vandaan?
Ik vroeg je waar je die olie vandaan had.
Dit is kostbare zalf. Mag ze die zomaar verspillen?
Laat haar met rust.
Wist je dat we dit hadden kunnen verkopen voor 300 schellingen?
Dit is verspilling als er zoveel armen zijn.
Geeft u zoveel om de armen, Judas?
Zijn wij niet arm?
U spreekt over de armen.
U hebt de armen altijd bij u.
Misgun me dit beetje olie niet,
want Mij hebt u niet altijd.
Looft de Heer
Want Hij is goed
Ze bereidt me voor op mijn begrafenis.
Looft de God der goden
Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid
Hosanna.
We moeten hem arresteren. - Op een feestdag?
Horen jullie dat?
Ze noemen hem koning en Messias.
Op pad. Neem versterking mee.
Ik voel me vereerd.
'Mijn huis zal een bedehuis heten, ' zegt de Heer.
Maar u maakt het tot een rovershol.
Er staat geschreven:
'Ik wil barmhartigheid,
en geen offerande. '
'Kennis van God,
geen brandoffers. '
'Aan het bloed van stieren, schapen en bokken heb ik geen welgevallen. '
Je kunt geen plaats kopen in het huis van de Heer.
U hebt een rovershol van mijn Vaders huis gemaakt. Rovers.
Wegwezen.
U hebt deze heilige grond ontheiligd.
Meent niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden.
Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
De schriftgeleerden en de Farizee�n,
wat zij u ook zeggen, doe dat.
Maar neem hun werken niet als voorbeeld,
want ze zeggen het wel, maar doen het niet.
Al hun werken doen ze om in het oog te lopen bij de mensen,
want ze maken hun gebedsriemen breed.
Ze willen 'vader' en 'leraar' genoemd worden.
Ik zeg u nu,
er is maar ��n leraar en maar ��n Vader.
Uw Vader die in de hemelen is.
Ze zeggen dat de Messias is gekomen. De Gezalfde. Christus.
Pilatus wil weten hoe u dit oproer de kop gaat indrukken.
De man wordt gearresteerd.
Ze nemen hem in bescherming.
U hebt ook problemen met Jeruzalem.
Het is een onhandelbaar voIk. - Niet voor mij.
Het loopt uit de hand. De menigte keert zich tegen ons.
Zorg dat de orde hersteld wordt.
Sluit de poorten en handhaaf de openbare orde.
Geef koning Herodes extra bewakers.
Het zou vervelend zijn als onze voorname gast iets overkwam.
Breng de Nazoree�r hier.
Hij zegt dat we van onze vijanden moeten houden.
Ik ben gekomen om de wereld te behouden.
Ik ben als een licht in de wereld gekomen,
zodat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis zal blijven.
Als iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart,
Ik oordeel hem niet,
want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om haar te behouden.
Wandel, terwijl u het licht hebt.
Zolang u het licht hebt,
moet u in het licht geloven,
zodat u kinderen des lichts moogt zijn.
Geloof, hoop en liefde,
deze drie,
maar de meeste van deze is de liefde.
En denk eraan,
waar velen zich verzamelen in mijn naam,
daar zal Ik zijn.
De Heer is mijn herder, Mij ontbreekt niets;
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;
Hij voert mij aan rustige wateren;
Hij verkwikt mijn ziel.
Hij leidt mij in rechte sporen om zijns naams wil.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad,
want U bent bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
Heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen.
Die rein is van handen en zuiver van hart,
die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert...
We bidden alleen maar.
Ga opzij.
Ga opzij.
...die uw aanschijn zoeken; dat is Jakob.
Heft, poorten, uw hoofden omhoog,
en verheft u, aloude ingangen,
opdat de Koning de ere inga.
Aanvallen.
Wie is toch de Koning der ere?
De Heer, sterk en geweldig.
De Heer, geweldig in de strijd.
Wie is daar? - Ik ben het.
Waarom zeg je: 'Ik ben het'?
Ik was het toch, Petrus?
De Romeinen patrouilleren op straat.
Waar is de Meester? - Die komt mee met de anderen.
Wie ben jij?
Mijn naam is Judas.
Ik ben een vriend van Jezus uit Nazareth.
Heer Kajafas, we hebben bezoek.
Hij heet Judas.
Hij is een vriend van de Nazoree�r.
Hoe lang bent u met hem bevriend geweest?
Ik ben drie jaar lang bevriend geweest met Jezus.
Is de vriendschap nu voorbij?
Ik ben nog steeds zijn vriend,
denk ik.
Waarom bent u hier gekomen?
Ik wil hem aan u overleveren,
als u belooft dat hem niets overkomt.
Als u hem wilt verra...
hem wilt overleveren,
wat maakt het u dan uit hoe het hem zal vergaan?
Jezus
is de oprechtste,
aardigste man die ik ooit heb gekend.
Ik heb hem alleen maar goede daden zien verrichten.
Het is zo'n zachtaardige man.
Oude mensen aanbidden hem.
Kinderen vereren hem.
Ik hou van hem.
Goed.
We zullen hem proberen te beschermen.
Waar kunnen we hem vinden?
U vindt hem niet. - We sturen de bewakers naar hem toe.
Ik zal u vanavond naar hem toe brengen.
Ik moet erbij zijn.
Het zou laf zijn als ik hem niet in de ogen kijk, als ik hem neersteek.
We zullen op u wachten.
Vader,
het uur is aangebroken.
U, die zo lang bij mij zijt geweest,
die alles opgaven om mij te volgen,
om die dorre paden met mij te bewandelen.
U bent ondanks alles mijn vrienden gebleven.
En Ik heb van u gehouden.
Maar ik zeg u,
de hand van hem die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
Ik ben het niet. - Ik ook niet.
Meester, om wie gaat het?
Wie gaat u verraden?
Een die vanavond brood met Mij eet.
Ik toch niet?
Nog een korte tijd ben Ik bij u.
Waar Ik heenga, kunt u niet komen.
Waarom kan ik U nu niet volgen?
U kunt Mij later volgen.
Ik zou voor U sterven.
Is dat zo, Petrus? Zou u voor Mij sterven?
Ja, zeker.
De haan zal niet kraaien, voor u Mij driemaal verloochend hebt.
Zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U niet verloochenen.
In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.
Anders zou Ik het u gezegd hebben.
Want Ik ga heen om u plaats te bereiden.
Spreek niet in spreuken. Hoe moeten we weten waar U heengaat?
Ik ben de weg
en de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Neemt het, eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt;
doe dit tot mijn nagedachtenis.
Drinkt hieruit.
Want dit is het bloed van mijn verbond,
dat voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer ik lijd.
Ik zal niet van de vrucht van de wijnstok drinken,
tot op die dag, dat Ik haar nieuw zal drinken, in het Koninkrijk Gods.
Een nieuw gebod geef Ik u,
dat u eIkander liefhebt;
gelijk Ik u liefgehad heb.
Wat u doen wilt, doe het met spoed.
Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt.
Ik ga naar Gethsemane om te bidden.
Daar kunnen ze u vinden.
Waarom moet u gaan?
Een graankorrel, Andreas,
is maar een graankorrel.
Maar als je haar in de aarde stopt en zij sterft,
brengt zij veel vrucht voort.
Dan leven er velen.
Hoor je dat?
Ik hoor niks.
Dat bedoel ik. Het mooiste geluid dat er is.
Waar velen zich verzamelen in mijn naam, daar zal Ik zijn.
Judas Iskariot, ga zitten.
Houd uw hand op.
Houd de wacht.
Vader,
verlos Mij uit dit uur.
Mijn Vader,
als het mogelijk is,
laat deze beker Mij voorbijgaan.
Hiertoe ben Ik in de wereld gekomen.
Ik ben in de wereld gekomen naar uw wil.
Zo wil ik de wereld ook verlaten.
Mijn Vader,
als deze beker niet kan voorbijgaan,
tenzij dan dat Ik die drinke,
uw wil geschiede.
Dertig. - Ik wil het geld niet.
Geef het dan aan de armen.
Het uur is aangebroken.
Slaapt u?
Kon u niet ��n uur bij mij waken?
De geest is gewillig,
maar het vlees is zwak.
Steek uw zwaard terug.
Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.
Mijn hele leven
heb Ik in het licht gewandeld en in het licht gesproken.
Waarom overvalt u Mij als een dief in de nacht?
Hij heet Jezus. Hij komt uit Nazareth, uit Galilea.
Hij wordt hierbij beschuldigd van opru�ng,
tovenarij en blasfemie.
U hebt zoveel misdaden begaan, dat ik niet weet waar ik moet beginnen.
Maar voor ik begin,
wilt u een verklaring afleggen voor deze eerzame mannen?
Dan komen we ter zake. - Breng de eerste getuige naar voren.
Kent u deze man, Jezus uit Nazareth? - Ja.
Heeft hij tovenarij bij u bedreven?
Ik weet niets van tovenarij.
Ik weet alleen dat ik blind was, en nu kan ik weer zien.
Hoe heeft hij ervoor gezorgd dat u weer kunt zien?
Als u wist waar hij vandaan kwam, hoefde u dat niet te vragen.
We weten dat hij uit Galilea komt.
Wilt u de vraag beantwoorden?
Ik ben m'n hele leven blind geweest.
Jezus heeft gezorgd dat ik kan zien.
Dat is alles wat ik weet.
U suggereert dat wij niet weten waar hij vandaan komt.
Moeten we aannemen dat u gelooft,
dat God hem gestuurd heeft?
Als God niet in hem is,
had hij mij niet kunnen genezen.
Misschien is Satan in hem gevaren,
en is hij het die u genezen heeft.
Waarom?
Waarom zou Satan het me gunnen, na zoveel jaren in de duisternis,
om het goede en de schoonheid van Gods wereld te zien?
Neem hem mee.
U bent toch bevriend met de Nazoree�r?
Met wie? - Met Jezus.
De man die hier vastgehouden wordt.
Nee. Die ken ik niet.
U komt uit Galilea. - Moet ik dan alle Galiee�rs kennen?
U wordt niet alleen beschuldigd van opru�ng en tovenarij,
maar van een nog gruwelijkere misdaad.
U wordt beschuldigd van blasfemie.
Wilt u ons hier tenminste een antwoord op geven?
Ontkent u dat u zich aan blasfemie hebt schuldig gemaakt?
Vraag dat aan hen die mij gehoord hebben. Zij weten wat ik gezegd heb.
Die mensen zal ik zeker ondervragen.
Velen zullen in uw nadeel spreken. - Waar bent u mee bezig?
Nicodemus, fijn dat u er bent.
Hebt u mij en de andere leden van de sanhedrin daarom niet gewaarschuwd?
We hadden geen tijd om iedereen op de hoogte te brengen.
Ik zie de heer Sorak, uit Emma�s.
De heer Annas, die verder weg woont dan ik.
U had geen tijd voor uw vriend Nicodemus, die in Jeruzalem woont,
op een steenworp afstand?
Is m'n vriend Jozef van Arimathea aanwezig?
Nee. Dat dacht ik al.
Er zijn veel leden afwezig. - Ja, daar hebt u gelijk in.
Mijn medestanders zijn afwezig, maar de uwe zijn er wel.
Deze man staat terecht wegens blasfemie. Gaat u zitten.
Ik ga niet zitten.
Zijn we Romeinen, nu we geen acht slaan op gerechtigheid?
Berechten we onschuldigen in het geheim en in het holst van de nacht?
U overtreedt hiermee de wet, heer Kajafas.
Deze man is schuldig aan blasfemie.
Jezus uit Nazareth, ik smeek u
bij God, bij de Almachtige, vertel ons of u de Christus bent, de Zoon van God.
Bent u de Christus?
Bent u de Zoon van God?
Ja.
Blasfemie.
Wilt u dit bevelschrift ondertekenen?
Voor welke misdaad moet ik 's nachts gestoord worden?
Hij is schuldig bevonden aan opru�ng, tovenarij,
blasfemie en openlijke rebellie.
Beweert u dat u de Zoon van God bent?
Van welke god?
Van Mars?
Hercules? Jupiter?
Van welke god bent u de zoon?
De Here, onze God is ��n.
E�n? Voor iedereen?
Voor Rome?
Alle voIken zullen tot hem komen.
Hij houdt evenveel van u als van anderen.
Waarom ken ik hem dan niet?
U hebt hem niet gezocht.
Ik ga u vragen -
en voor u antwoordt,
moet u bedenken dat ik de macht heb om u vrij te laten,
of om u te laten kruisigen -
of u de zoon van uw god bent, de koning.
Waar is uw koninkrijk als Rome het niet kent?
Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.
Wat doet u hier dan?
Ik ben in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen,
een ieder die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.
De waarheid?
Wat is waarheid?
Ik vind geen schuld in Hem.
Galilea hoort bij Herodes' rijk, dus laat hem dit maar oplossen.
Majesteit.
Dus u bent Jezus uit Nazareth.
U had ook Johannes de Doper kunnen zijn,
opgestaan uit de dood.
Ik heb gehoord dat u wonderen verricht.
Dat u allerlei wonderlijke dingen doet,
waar we met ons gezonde verstand niet bij kunnen.
Ik geloof niet dat u tot zoiets in staat bent.
Laat eens zo'n wonder zien.
Bedrieger.
U kunt het niet, maar ik kan het wel.
Wist u dat ik, 'de Vos',
maar ��n vinger hoef op te heffen,
als ik wil dat er iemand onthoofd wordt?
Nu bent u koning, zoals het bij uw geboorte was voorspeld.
'Uit u, Bethlehem,
zal een leidsman voortkomen
die mijn voIk Isra�I weiden zal. '
Had Pilatus hem gestuurd? - Hij wilde uw onderdaan niet doden.
Dat is gelogen. Pilatus verleent me geen gunst.
Neem hem weer mee.
Want zo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft,
opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga,
maar eeuwig leven hebbe.
U bent bevriend met die Galilee�r. - Nee, ik ken hem niet.
Heil, Pilatus.
Zie de man.
Kruisig hem.
Laat hem vrij.
Als uw stadhouder,
vertegenwoordig ik de verantwoordelijkheid van Rome.
Ik moet deze gevangene volgens de wetten van Rome berechten.
Deze man staat voor ons als iemand die het recht naar zijn hand zet.
Daarom zal het hof hem geselen en kastijden.
Laat hem vrij. - Kruisig hem.
Ik wil u herinneren
aan de gulle Romeinse traditie,
dat er gratie wordt verleend
aan ��n gevangene van uw keuze, als de Pascha is aangebroken.
Daarom zal ik iemand vrijlaten,
om te gaan en staan waar hij wil. De gevangene die u aanwijst.
Barabbas.
Barabbas, die beschuldigd wordt van moord?
Moet ik hem vrijlaten? - Laat Barabbas vrij.
Laat hem vrij.
Wat moet ik met deze man doen? - Kruisig hem.
Laat hem vrij.
Het is een goed mens. - Hij wandelt in Gods licht.
Dat is verraad. Die man is een verrader,
en dat bent u vast ook, als u hem zo graag mag. Kruisig hem.
Red hem.
Hebt u niets ten antwoord na al die beschuldigingen?
Hebt u niets te zeggen dat voor u pleit?
Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.
Godslasteraar.
Wie beweert dat hij een koning is, tart Caesar.
We hebben geen koning, alleen Caesar.
Kruisig hem.
Laat hem vrij.
We hebben geen koning, alleen Caesar.
Dan moet het zo zijn:
Leid de gevangene naar het kruis.
Gegeseld door Pontius Pilatus, gekruisigd, gestorven en begraven.
Ween niet over Mij,
maar ween over uzelf en over uw kinderen.
Want er komen dagen, waarop men zeggen zal:
'Zalig de onvruchtbaren, en de schoot die niet heeft gebaard. '
Dan zal men zeggen tot de bergen:
'Val op ons, '
en tot de heuvelen: 'Bedek ons. '
Want als zij dit doen aan het groene hout,
wat zal met het dorre geschieden?
Vader, vergeef het hun,
want zij weten niet wat zij doen.
Moeder.
Zie, uw zoon.
Zie, uw moeder.
Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen.
Als U de Zoon van God bent, red dan Uzelf.
Red ons. - Wij verdienen onze straf.
Voor ons is het terecht,
maar deze man heeft niets onbehoorlijks gedaan.
Gedenk me, als U in uw Koninkrijk komt.
Ik zeg u,
heden
zult u met Mij in het paradijs zijn.
Mijn God.
Mijn God,
waarom hebt U mij verlaten?
Mij dorst.
Het is volbracht.
Vader,
in uw handen
beveel Ik mijn geest.
Waarlijk, dit was een Zoon Gods.
Jezus heeft het pad van de profetie�n bewandeld. Daarom...
Ik heb er alleen maar last van gehad.
Daarom willen we dat u het graf laat bewaken.
Moet ik het graf van een dode laten bewaken?
Als z'n lichaam gestolen wordt, zeggen ze dat de profetie is uitgekomen.
Dat de Messias is opgestaan.
Wie van u is Jozef van Arimathea? - Dat ben ik.
Is dit uw graf? - Ja.
Is de Nazoree�r hier begraven? - Uw commandant weet ervan.
Ik heb er de hele nacht over nagedacht. Die profetie...
Hou op over die profetie. Ik heb er nu wel genoeg over gehoord.
Als Hij gedood wordt,
zal Hij na drie dagen opgewekt worden.
Waar ga je naartoe? - Naar het graf, Thomas.
Waarom?
Hij is weg.
Wat zoekt u de levende bij de doden?
Hij is opgewekt.
Hij is opgewekt.
Het lichaam is 's nachts verdwenen.
Weet u het zeker? - Het graf is leeg.
En de soldaten? - Ze hebben niets gezien.
Sliepen ze? - Ze zweren van niet.
Natuurlijk, anders zouden ze de doodstraf krijgen.
Ongelooflijk.
Over een week is iedereen het vergeten.
Ik vraag het me af.
Gaat heen, verkondigt het evangelie aan de hele schepping.
Zorg dat u elkander liefhebt,
en het Koninkrijk Gods vindt,
en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
Maak u niet bezorgd tegen de dag van morgen,
want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben;
Elke dag
heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Ik ben met u al de dagen
tot aan de voleinding der wereld.
Ripped by: the Unseen www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.