All language subtitles for Le Maitre d ecole

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Coluche in:

De schoolmeester

Nederlandse ondertitels: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2020

Kan de muziek stiller, we horen elkaar niet.

Ik zit met een probleem over een broek.

Maat 36 is geen maat 37.

Nog stiller!

- Wat is er? - Een groter maat.

Een momentje. Gaan we deze eens proberen?

Doe maar je vest uit. Dat zal je perfect staan.

Zie je? Je staat er voorbeeldig mee.

Kijk eens hier, dit is super. Je ziet eruit als een echte jager, veel plezier.

Je kunt gaan afrekenen. Vergeet je vest niet!

Graag gedaan. En hoe staat het hier?

- Dat is wel mooi. - Ik ga toch voor zwart gaan.

Ja, dat is perfect.

Gaat het een beetje met jou? Smeerlapje!

- Wat krijgen we nou? - Hij heeft die botten gestolen!

Dat is nog geen reden om erop te kloppen!

- Jij betaalt die botten niet! - Zever toch niet over die botten.

- Ben je niet content? - Nee!

Je kunt gaan, je bent ontslagen!

Je bent verkoper, jij kan mevrouw verder helpen.

Geef mijn vest maar, ik bol het hier af. Ik zie je deze avond.

- Kom jongen. - En de botten?

Zet het maar op mijn rekening, schoft!

Smeerlap!

Het is "meneer de smeerlap"!

Je moet niet zo snel drinken, ze nemen je het niet af.

- Wil je een servetje? - Nee, dank je wel.

Alles oké? Hoe komt het dat je niet op school bent?

Is er geen school?

Kijk naar mij, je brost? Je mag het eerlijk zeggen, mij maakt het niet uit.

- In welke klas zit je? - Het negende.

- Het negende... Kan je lezen? - Niet alles.

Hoezo, niet alles? Ofwel kan je lezen ofwel niet hé.

Wat kan je dan lezen? Strips bijvoorbeeld?

- Ja. - We zullen eens zien wat je kan.

We zullen zeker geen last hebben van vliegen. Wat heb je zoal van boeken.

Dat ziet er wel goed uit.

Kijk, lees dit even.

Schuif op.

Hierzo. De grote letters.

- En leven... - Is dat "leven"?

- Wat is dat? - En jij... - Ja.

- Zou weten. - Zou weten...

- Qué. - Que.

- Le plus bravé. - Het is "brave", er is geen accent.

- Het is... - César, het is enkel César.

Zie je wel dat je het kan. Het is nog gemakkelijker dan botten stelen.

- Waarom ga je niet naar school? - Ik vind het niet leuk.

Hoezo? School is toch leuk, je hebt toch je vrienden?

- Ik hou niet van mijn leerkracht. - Waarom niet?

- Omdat ze niet van me houdt. - Dat klinkt niet goed.

Ging jij naar school toen je klein was?

- Wil je nog een diabolo? - Nee, ik ga deze eerst opdrinken.

Drink maar op.

- Kijk eens. - Bedankt.

- Wat ga je nu doen? - Ik zal wel terugkeren.

Zeg, gaan we nog steeds trouwen in augustus?

Ja, als je dat wil. Je zal wel met een werkloze trouwen.

- Maar je zal het wel vinden. - Werk?

Iedereen zoekt werk.

Gérard, mijn vader heeft nog gevraagd om bij hem te komen werken. Accepteer toch.

- In de vismijnen? - Ja.

Nee hoor.

Ik ben toch geen visfileerder? Ik eet zelfs nooit geen vis.

We zouden wel altijd eten hebben.

- Wat zou ik kunnen doen Charlotte? - Je zult het wel vinden.

Ik kan niets. Maar nu weet ik het. Maar natuurlijk.

- Wat dan? - Ik heb mijn middelbaar diploma.

En ik heb één jaar recht gestudeerd. Ik kan toch als leerkracht beginnen?

- Ja, dat is goed. - Ik geef mijn kandidatuur op.

- Dat is goed. - Ik hou van kinderen, ik zal het opsturen.

Ze zoeken toch leerkrachten... Wat denk je ervan?

- Goed. - Zeer goed.

- Dit is mijnheer Barbier. - Kom binnen.

Ga toch zitten.

- Heb je de lijst ingevuld? - Ja.

Je hebt een middelbaar diploma, één jaar hogere studies.

- Welke studies? - Ik heb recht gedaan.

- En je bent ermee gestopt? - Ja, ik wilde beginnen werken.

We zullen dit even bekijken.

Je hebt maar 1 behaald voor Frans en u scoorde ook middelmatig op geschiedenis.

- En u wilt leerkracht worden? - Klopt.

En heb je een idee wat de organisatie is bij het leerjaar?

- Nee, dat weet ik niet. - Ik met u waarschuwen...

als je pas begint, de grootste organisatie van het land.

Dat je in een organisatie werkt die nogal weinig middelen heeft.

Ze verkoopt niets, ze geeft enkel vakantie, maar dat wordt slecht betaald.

Je moet niet verwachten dat je er rijk van zal worden.

Zelfs voor een leerkracht in het lager is het Peru niet.

Ah neen, dus...

Als je leerkracht wilt worden moet je tijd hebben.

Heel veel geduld, het is zoals in het leger. Je moet uit de rij durven komen.

- Goed, waarom wil je leerkracht worden? - Het zal me wel bevallen.

Heb je al gewerkt met kinderen, ben je monitor geweest?

Nee, dat niet, maar ik hou wel van kinderen.

Zeker de 10-12 jarigen, ze ontdekken zichzelf.

Je zal tevreden moeten zijn met wat je krijgt.

Ja, uiteraard.

Heb je nog vragen voor mij?

Ja, heb je geen handleiding hoe je een klas moet organiseren?

Geen handleiding. Je zult wel ondersteuning krijgen.

Je zal ook tips kunnen vragen aan je collega's.

- Al doende leert men. - Uiteraard.

Meneer? meneer? meneer? Iedereen recht!

Iedereen opstaan. Ga maar zitten.

We gaan ons opwarmen, neem jullie schriftjes.

Ibrahim, ik heb het gezien, je schrijft op die van je buur.

Zeg niet "neen", ik heb het zelf gezien. Je

hebt het gewoon overgenomen, ik heb het gezien.

En? Je moet thuis huiswerk maken. Jullie wonen met 12 in één kamer?

Ja, dan moet je het maar overschrijven, je hebt gelijk.

- Goeie dag meneer. - Goeie dag.

- Ben je de vervanger? - Ja.

- Ik ben de directeur van deze school. - Goeie dag meneer de directeur.

- Mijn excuses voor mijn opwarming. - Ik heb het gezien.

- Je bent hier erg vroeg. - Ik wilde niet te laat komen.

07.30 uur. U heeft nog één uur. Ik ga uw kamer laten zien.

Goed, ik heb mijn notities terug gevonden van school.

Ik weet niet of je deze nog nodig zal hebben, de tijden veranderen.

Ik kan het me al voorstellen, ik doe mijn boekentas dicht.

Het is niet zover hoor. Het is geen grote kamer maar wel comfortabel.

Met wat we krijgen van het ministerie, dat is alles wat ik gevonden heb.

Ik drink 's winters altijd rum. Als de zomer er komt doe ik ermee voort.

We zetten voort, de gewoonte, je kent het wel.

Ik dacht dat ik nog een kamer had, maar die heb ik niet.

- Ik zet je in de tuin. - Goed.

Er is wel wat lawaai, maar je wordt het wel gewoon.

Na een dag les te geven zal je wel doodop zijn.

- Ik zal wel oordopjes insteken. - Dat zal niet nodig zijn.

Eet je geroosterd brood op.

Ga jij het gedeelte doen van de kantine zoals mevrouw LeBorgne deed.

Je zal de kinderen in het oog houden in en buiten de kantine en terwijl ze eten.

Om hen in het oog te houden krijg je 50 francs, en

als je na de schooltijd werkt krijg je hetzelfde.

Je zal er blij mee zijn op het einde van de maand.

Daar heb je mevrouw Lajoie.

Mevrouw Lajoie, dit is meneer Barbier die mevrouw LeBorgne komt vervangen.

- Aangenaam. - Aangenaam.

- Wil u hem even helpen? - Natuurlijk.

Hoe gaat het deze morgen?

Het gaat niet, ik heb pijn aan mijn schedel.

- Wat scheel er? - Van alles.

Je gaat ons toch niet weer in de steek laten?

Dat weet ik niet, ik heb pijn aan mijn schedel. 's Morgens

heb ik pijn aan mijn schedel, als ik op sta, als ik ga slapen.

Mijn schedel!

Van wie is deze bal? Geef mij die bal! Geef hier!

Geef die bal hier, geef die bal!

Ik neem deze bal in beslag.

Jullie worden gewaarschuwd, geen balspel meer op de speelplaats.

De eerste die nog een bal meebrengt kan zich aan een sanctie verwachten.

Van wie is deze bal?

- Wel, ik heb gevraagd van wie deze bal is. - Het is van mijn broer.

Van je broer en je zus, ga naar mijn bureau. We zullen even praten.

Ga naar mijn bureau! En de anderen speel maar verder.

Ga maar terug spelen, zeer rustig.

Kom, jij ook.

- Haal een verband. - Ik ga langs de apotheek.

Ja.

Een bal is gevaarlijk.

Dat is Meignant, dat is de vertegenwoordiger van de vakbond.

Hij is vandaag weer iets van plan.

Goeie morgen meneer Meignant, dit is meneer Barbier die mevrouw LeBorgne vervangt.

- Aangenaam, zeer goed. - Heb je vandaag nog nieuws?

Vandaag niet. Het is bijna tijd. Meneer de directeur, meneer Barbier.

Ik ben niet tegen staken hoor. Wie moet het dan uitleggen tegen de ouders?

- Dat weet ik niet. - De directeur, hé!

- Uiteraard. - Uiteraard.

Het rinkelt, het is terug school.

- Een beetje stiller. - Kom we gaan naar je klas.

Je begint met de appel, de namen vind je in het schriftje van mevrouw LeBorgne.

- Alles komt wel goed. - Met wat begin ik dan?

- Je hebt je niet voorbereid? - Ze hebben ook niets gezegd.

Je hebt een soort handleiding nodig, vraag het aan mevrouw Lajoie.

Vraag haar hulp maar, ze zal u wel helpen.

Je zal ook iedere dag fiches nodig hebben voor elk vak.

- Goed. - Het is niet ingewikkeld.

- Hoe doe ik het vandaag dan? - Gewoon improviseren, hé.

Ik spring wel eens binnen, veel geluk.

Wees vastberaden!

Sorry voor het wachten. Ga maar naar binnen.

Aansluiten alstublieft!

Ik vervang mevrouw LeBorgne...

jullie leerkracht, ik hoop dat het mij bevalt.

De directeur heeft me een paar tips gegeven.

Ik kan jullie waarschuwen dat ik vastberaden ben.

Dus, het heeft geen zin om de boel op stelten te zetten.

- Dwing me niet om op een dode te schieten. - Wie is er dood?

- Niemand is dood, het is een gezegde. - Wat is een gezegde, meneer?

Wat is een gezegde... ik zal het uitleggen.

Het is een vaste uitdrukking waarin de woorden een figuurlijke betekenis...

hebben. Een gezegde bevat geen werkwoord en vormt geen echte zin.

Bijvoorbeeld: "dwing me niet om op een dode te

schieten" wil zeggen: "dwing me niet om te berispen".

Dat is dus een gezegde.

Als we braaf zijn krijgen we dan een gezegde?

- Willen jullie nog gezegden? - Gezegden zijn toch uitdrukkingen?

De uitdrukkingen zijn abstract. Begrijp je?

Wat is abstract, meneer?

Abstract is het tegenoverstelde van concreet.

Ik ga een voorbeeld geven, als ik je een kaakslag geef dat is concreet.

Als ik afkom met een gezegde is dat abstract. Je kan het niet aanraken.

Het is een symbool. Versta je?

- Wat is daar aan de hand? - Ik heb hem een slag gegeven.

- Je hebt toch gezegd dat het concreet is? - Heb je hem een slag gegeven?

- Ja. - Ben je gek geworden?

Doet het pijn? Ween niet jongen.

Je bent een grote, pas goed op jij, ik kan ook uit de hoek komen.

Meneer, meneer, wat is uw naam?

Ja, dat is juist ik ga me even voorstellen.

Ik heet Gérard Barbier, ik ga het even noteren op het bord.

Meneer, je schrijft dat niet zo.

Wordt dit geschreven met twee "p's"?

Apelle wordt geschreven met 2 p's, ben je zeker?

- Ja. - Dat is correct.

Er zijn blijkbaar niet enkel idioten in deze klas.

Ik heb opzettelijk een fout gemaakt om te zien of jullie het hadden gezien.

- Hoe heet jij? - Nicolas Vagnier.

Nicolas, dat is zeer goed, je kan zitten.

Een ander voorbeeld, een opfriscursus in de academie.

Ik ga ermee akkoord.

Op de dag van vandaag is het lesgeven anders.

Nu geef je geen les meer maar je ontwaakt de kinderen.

Voor mij goed, we moeten ze helpen op een

manier dat ze op zichzelf kunnen ontplooien.

Maar, ik zeg "neen", zelfs de vakbond zegt "neen".

Niet op een vrije manier, de vakbond is er tegen en ik sluit mij erbij aan.

- En de kinderen? - Ze blijven thuis.

De academie moet kiezen, ofwel geven we les ofwel blijven ze thuis.

Het ontwaken van een kind, wat een zever.

Ik wil wel, maar als een kind vrijheid heeft zal

het nooit de les krijgen die ze nodig heeft.

Als ik ervoor ga dan is dat niet voor het geld.

De directeur heeft gezegd dat ik bij u terecht kan voor voor de dagindeling.

Kom eens langs bij mij thuis, ik leg het je wel uit, het is gemakkelijk.

Je kan ook hulp vragen aan educatieve instructeur.

- Is hij goed? - Dat is zijn job.

Stop, stop!

Zijn jullie gek worden, wat is er hier gebeurd?

Zijn jullie niet goed?

- Wat heb jij gedaan? Ik heb je wel gezien! - Ik heb niets gedaan.

Is het misschien ik die puree gesmeten heb? Ik heb je het zien doen.

- Ik ben niet begonnen. - Je handen boven je hoofd.

In de plaats van te eten sta je in de hoek.

- Ben je blij? Wat denk je? - Ik vertel het wel tegen mijn vader.

Ja en dan? Wie je vader misschien?

Mijn vader is de burgemeester, je zult er van lusten.

De burgemeester? Ga maar zitten, ga eten.

Ze amuseren zich.

Staar niet zo naar mij, ik ga je huiswerk niet doen. Moet je een geklutst ei hebben?

Kan je plots niet meer praten ofzo?

- Wat scheelt er? - Ze zit al twee uur te staren.

Ik zal even kijken, het zal wel lukken.

Ik weet niet meer wat ik moet doen met haar.

En, wat doe je papa in het dagelijks leven?

- Dus, zeg het maar, wat doe je papa? - Ik heb geen papa.

Dus, je hebt geen papa, wat doe je mama?

- Zij bakt geklutste eieren. - Gebakken eieren.

- En wat heb je daarvoor nodig? - eieren kloppen.

Zie je wel dat je het weet. Schrijf het dan maar op.

Mijn mama bakt geklutste eieren.

- Wie is er voor de doodstraf? - Ik meneer.

- Jij bent voor. - Ja.

Vertel ons waarom.

Voor ze hen doodmaken moeten ze eerst gebroken armen en benen toedienen.

Ah zo, je vader zei dat, en jij hebt ermee akkoord?

- Ja. - Goed, ga maar zitten.

Een eerlijk antwoord.

Wie nog, Jackson?

Ik vind dat ze eerst zoutwater moeten drinken.

Zoutwater? Jij zou ze laten doodgaan met zoutwater.

- Zeer sympathiek. - Dat is niet eerlijk.

Jij vind het niet kunnen, jij bent tegen de doodstraf?

Als ze dood zijn kunnen ze toch niet herbeginnen.

Ja, natuurlijk.

- Max? - Mijn vader zei...

dat we ze in stukken moeten snijden.

De ene dag een been, de andere been een week later...

en dan een week later een arm tot aan het hoofd.

Ja vader zou het hoofd als laatste houden? Ja dat is nogal iets.

- En wat doe je vader van job? - Hij is slager.

We zullen zijn "zizi" afsnijden en in zijn mond stoppen.

En natuurlijk, zeer grappig.

Wie is tegen de doodstraf?

- Ik meneer. - En waarom?

Als je iemand hebt neergeknald heeft het geen zin om de moordenaar ook te doden.

Als ze hem heel zijn leven in de gevangenis steken dan kan hij daar nadenken.

Ja, ik ben ook van die mening.

Dus, degene die... ik heb nog niets gezegd en je steekt je hand op.

Degene die voor de doodstraf zijn, steek maar je hand op.

Voor... En nu wie is er tegen?

Jij hebt je hand niet opgestoken, ben je voor of tegen?

Dat hangt er vanaf want sommigen doden ook kinderen.

Ja oké, maar ben je voor of tegen?

Ik ben tegen, maar het hangt er vanaf, sommige momenten ben ik er voor.

Ja, uiteraard. Soms ben je er voor en soms er tegen.

Ik begrijp het.

- Goeie dag. - Goeie dag, kom maar binnen.

Ik eet je heus niet op.

- Ik stoor je toch niet? - Helemaal niet, ik verwachtte je.

- Sorry voor die mesthoop. - Maakt niet uit.

- Goesting in thee? - Ja, bedankt.

- Abrikoos of karamel? - Je bedoelt de thee?

Ja, je hebt nog nooit abrikoos of karamel thee gedronken?

- Neen. - Het is lekker.

Het zijn afrodisiaca. Je zult wel zien.

- Abrikoos of karamel? - Karamel.

Het is mijn favoriet. Ondertussen iets lekkers om te eten.

Je kan er niet dik van worden. Het stoort toch niet die Afrikaanse muziek?

Ik hoor het graag, ik heb twee jaar samengeleefd met een zwarte.

- Wat verwacht je van mij? - Ik heb er niets mee te maken.

Het opstellen zal niet moeilijk zijn. Geef mij eerst een zoen.

- Op de mond? - Ik ben niet mooi genoeg, zeker?

- Nee, ik bedoel ja, dat is niet de vraag. - Wat is dan wel de vraag?

- Geef mij een zoen. - Maar waarom ik?

- Omdat ik er zin in heb. - Maar, dan laat je de deur open.

Geef mij toch een zoen dan leg ik het wel uit hoe je een dagindeling maakt.

Ik kan er niet meer tegen!

Zwarte humor.

Dus, zwart...

Het ziet er zwart uit.

Hij neemt zijn scheermes.

En...

Kijken ze in de spiegel...

Hij maakt enkele ademhalingsbewegingen.

Komma.

Waar zit je al, toon eens.

Hij maakt... doe maar... enkele ademhalingsbewegingen.

Komma.

Die verplicht zijn...

Die verplicht... zijn...

Wat een verhaal.

- En jij schrijft niet? - Ik heb geen balpen.

Waar is je balpen?

Waar is je balpen, ik vraag iets antwoord eens.

Hij ligt bij mijn moeder met al mijn gerief.

Het ligt bij je moeder met je gerief?

En waarom heb je je gerief daar laten liggen?

Mijn vader en moeder zijn gescheiden.

Leg alles mooi weg. Jullie mogen in stilte naar buiten gaan.

Maak geen ruzie op de speelplaats ik kijk toe!

- Mogen we voetballen? - Dat moet je vragen aan de directeur.

- Mogen we politie & bandiet spelen? - Ja, zonder ruzie te maken.

- Jij blijft hier. - Ik heb niets misdaan.

Ik zal je niet straffen. Wat is er allemaal aan de hand?

Zeg het eens, waarom heeft je vader je meegenomen?

- Ze zijn gescheiden. - Dat zijn dingen die gebeuren.

Ik haat de scheiding, mijn vader zegt dat ik bij hem moet

komen wonen en mijn moeder zegt dat ik moet bij haar wonen.

Ik wil dat niet, ik wil bij beiden blijven.

Je zal om de week je moeder en je vader zien, maar niet op hetzelfde moment.

- Ik wil dat niet, ik ga vluchten. - Zeg zo 'n dingen niet.

Ga nu maar buiten gaan spelen, alles komt wel goed.

Stop daarmee, wat is er hier allemaal aan de hand?

Wat stelt dat voor? Hé? Kom hier met die bal!

Geef die bal hier, geef hier!

Geef hier, van wie is deze bal?

Van wie is deze bal? We hebben gezegd dat er geen voetbal mocht gespeeld worden.

Is deze bal van niemand? Ik ga de directeur halen. Van wie is deze bal?

Ik tel tot drie en ik haal de directeur erbij. Eén, niemand?

Twee, twee en half, is deze bal van iemand? Drie

Geen nood, ik heb alles gezien.

- Zo, zijn jullie tevreden? - Smeerlap.

10 minuten lang zullen jullie de "Musée Grévin" uitvoeren.

Komaan, iedereen tilt één been omhoog!

Handen op jullie hoofden!

Niemand beweegt!

De eerste die beweegt stuur ik van school.

Zo, laat ze tien minuten zo staan. De eerste die beweegt stuur je naar mij.

Geef dat maar aan de rechtmatige eigenaar.

Kom na de schooltijd naar mij, we moeten praten.

De "Musée Grévin", dat verstaan ze.

Barbier, het zijn wilde beesten. We kunnen ze niet vrij laten.

Anders doen ze onnozel. Je mag ze niet uit het oog verliezen.

- Ik was maar vijf minuten afwezig. - Zelfs niet om naar toilet te gaan.

Als je naar toilet moet dan moeten ze de "Musée Grévin" uitvoeren.

Wat deed je op dat moment?

Ik sprak met een leerling omdat zijn ouders aan het scheiden zijn.

Dat zijn toch uw zaken niet? We hebben een sociaal assistent.

Ik zal u iets zeggen, Barbier, je moet opletten van de kleine Vagnier.

Ja, het is de zoon van de burgemeester. Hij zegt alles

aan zijn vader. Op de oudervergadering zal je het merken.

Het is het oog van Moscow dat kind. Hij is gevaarlijk.

- Ja, juist daarom, het is zijn bal. - Wat?

Hij heeft zichzelf aangegeven, hij zei: "de bal is van mij".

En wat heb je hem dan gezegd?

Hij schrijft 100 keer: "ik mag mijn bal niet meenemen naar school" als straf.

Goede god, we zitten in nesten.

Nicolas, het was zeer verstandig om eerlijk toe te geven dat het jouw bal was.

De directeur wil niet dat kinderen ballen meebrengen naar school.

Uw vrienden kunnen er niet mee om.

Stop maar met die straf. En hier is een andere bal voor jou.

- Ik wil hem niet. - Waarom niet?

- Die is niet van mij! - Deze is zelfs nog beter.

Ja dat weet ik, die heb je afgenomen van MaBoule.

MaBoule weet goed genoeg dat hij geen voetbal mag meebrengen naar school.

- Ik toch ook niet? - Voor jou gelden er andere wetten.

Je doet het goed op school en je speelt goed met de bal.

Mocht iedere leerling zoals jij zijn... Hier neem toch aan.

Ik wil die niet. Mijn vader zal wel een nieuwe kopen.

- Ik betaal het wel. - Mijn vader gaat er één kopen.

Zoals je zelf wil, ga nu maar naar huis. Je ouders zullen ongerust zijn.

- Ik ben nog niet klaar met mijn straf. - Laat die straf maar, ga naar huis.

Ik wil het afmaken, het is niet omdat mijn vader

burgemeester is dat ik anders behandeld moet worden.

- De stommeling en eigenwijs. - Hij ziet er toch niet zo uit.

- Je had hem niet moeten straffen. - Ik heb zijn bal toch niet kapot gemaakt?

Mocht je niet afwezig geweest zijn dan was dit allemaal niet gebeurd.

Je bent hier om op de kinderen te letten, niet te bemiddelen in scheidingen.

We zijn echt goed begonnen. Ik wist het dat het mij zou overvallen.

Ik had mijn horoscoop moeten volgen, ik had moeten plat liggen.

- Tot morgen. - Ja, tot morgen.

Verdorie!

- Ik wil je wel afzetten. - Ik ga wel te voet.

Dat maakt niets uit, ik moet dezelfde richting uit.

Stap in.

Je kan me tutoyeren als je wil.

Je vraagt hen om een locomotief te tekenen.

Na twee minuten beginnen ze onnozel te doen.

Moet ik ook alle wagons mee tekenen? Ja, natuurlijk, met rook enz.

Je denkt dat je dan rustig zit maar

dan start er één "tuut tuut", de rest volgt.

En als het een koe is die de tekening maakt?

- Meuh-meuh? - Wij zijn stront.

Wij leven op het randje, wij proberen de beste te zijn en dan is iedereen tevreden.

Als ik 3/4 van mijn klas onnozel zie doen, het is een moeilijke situatie.

Wie zou het opgesteld hebben dat naar school gaan een verplichting is?

4 jaar en dan zijn ze werkloos.

Ze zijn al van kleins af aan arm, dat is een gewoonte.

Het enige wat je kan doen is van ze houden.

Ik hou van ze maar andersom niet. Ik ben het gewoon beu.

Sommige dagen wil ik afhaken of zelfs zelfmoord plegen.

- Waar wacht je nog op? - Om zelfmoord te plegen?

- Maar neen, om ontslag te geven. - Wat moet ik anders doen?

Postbode, zie je mij al met zakken sleuren naar

boven om een aangetekende zending te bezorgen.

- Dan pleeg ik liever zelfmoord. - Je maakt een grapje.

Absoluut niet. Er zijn nachten dat ik denk om uit het venster te springen.

Pas maar op dat er geen wonden vallen.

- Kom je naast mij zitten? - Ik moet nu gaan.

- Ga je nu al weg? - Ik heb thuis nog werk te doen.

Ik wil het wel voor jou doen.

Als jij het heel de tijd doet dan kan ik zelf er niet uit leren.

Verlaat me niet.

Nu begint het terug, mijn hoofdpijn.

- Het is niets, dat gaat terug voorbij. - Ik ben het beu om alleen te zijn.

Altijd dezelfde problemen, er is sfeer en geroep.

Ik word er gek van, die tam-tam in mijn hoofd.

Dat is Afrika.

Je gaat echt, hé? Ja, natuurlijk...

Je moet enkel nog tekenen, op het einde van de

maand gaat het lidgeld er automatisch vanaf.

- Welke kleur heeft je vakbond? - Een soort socialistische vakbond.

Het heeft niets met politiek te zien.

Het is geen politiek maar eerder socialistisch?

Omdat er veel socialisten zijn. Teken je het?

- Ik moet eerst naar het toilet. - Goed.

- Alles goed met jou? - Ja.

Vandaag gaan we beginnen aan de vervoegingen.

"Ik ga wandelen", wie kan deze zin in de toekomst plaatsen?

- Jackson. - Ik was aan het wandelen.

Nee, dat is het verleden. De zin in de toekomst luidt: "ik zal gewandeld hebben".

Heel goed Nicolas, zeer goed.

Dat was de toekomst.

En nu ééntje voor de liefhebbers, nog moeilijker: "ik zie vissers die vissen".

Kan iemand dat plaatsen in de toekomst?

- Ik meneer, ik zag vissers die vissen. - Dat is het niet.

- Ik zou vissers zien vissen. - Dat klopt volledig.

Proficiat.

- Ik ben geen jongen, ik ben een meisje! - Hebben jullie nooit een meisje gezien...

- die op een jongen lijkt? - Jawel, janetten.

Vertel ons eens wat janet zijn?

- Een janet is een man die anders is. - Een man die anders is.

Dat is een interessant onderwerp. Je kent er precies veel van.

En waarom is een janet een man die anders is?

- Het is een janet. - Karige informatie, je mag zitten.

- Hoe weet men dat je janet bent? - Hoe weet je dat?

Eerst en vooral scheld je ze niet uit. We zeggen homoseksueel.

- Hoe schrijf je dat woord? - Ik zal het schrijven op het bord.

Homoseksueel. Hoe weet je dat je homoseksueel bent.

Jullie zijn eerst en vooral te jong dus je kunt dat niet weten.

Maar als je als 18-jarige jongen nog met poppen

speelt dan moet je even goed nadenken.

Hetzelfde met meisjes, want er zijn ook meisjes homoseksueel.

Ze zijn vrouwelijk en spelen graag zoals jongens.

Ik speel graag zoals jongens en ik ben niet homoseksueel.

- Je weet dat toch niet? - Ik zou er van walgen.

Maar dat is het niet. Het is geen ziekte, het is hormonaal.

Wat is een hormoon?

"Een hormoon"...

Een hormoon...

Hormonen zijn stofjes die je lichaam zelf aanmaakt.

- Hoe schrijf je dat? - Hormoon?

De kippen zijn janetten die eten hormonen.

Gaan jullie maar zitten. Ik ben de pedagogische assistent.

Ga maar verder met de les, ik ben hier niet, ik zet mij vanachter in de klas.

Goed.

We gaan verder. Waar waren we gebleven?

Bij de hormonen.

We hebben goed gelachen met de kippen en de hormonen. Zoals ik

uitgelegd heb, de beste kippen zij niet de kippen met hormonen.

De beste kippen worden gevoed met maïs.

Het vlees is het beste.

- Thierry hoe schrijf je chair? - "c-h-e-r-e".

Neen, dat schrijf je als de kip duur is.

Het wordt "c-h-a-i-r" geschreven. Ik zal het even opschrijven.

Ik zal dit even verwijderen.

Chair, dat is het. Goed, we doen verder met de les.

Mentale berekening. Dus...

35+17 vermenigvuldigd met 3.

Iemand een idee?

- 156 meneer. - Heel goed.

Nu iets anders, 26+12 vermenigvuldigd met 4.

- 152, meneer. - Proficiat.

- Wat verstop je daar? - Ik verstop helemaal niets.

Ik heb het wel gezien, geef maar je rekenmachine.

- Daarom rekende hij zo snel. - Heel slim.

Dit wordt in beslag genomen. Ik dacht ook al...

Zet je vanachter in de klas ik zal het u tonen hoe het moet.

Haal jullie schriftje uit en noteer.

Op een bevolking van 252 inwoners, elke...

persoon heeft minstens één van de volgende twee tijdschriften gelezen...

"Paris Match" of "Elle".

200 personen lezen gemiddeld "Paris Match"...

120 personen lezen gemiddeld "Elle".

- Ik versta er niets van. - Ik ook niet.

Hoeveel personen lezen de twee tijdschriften?

En jullie maken een schema om uitkomst uit te leggen.

Kunnen we "Paris Match" niet vervangen door "Jour de France"?

Natuurlijk, als dat je helpt.

Je hebt het gemerkt, een leerling heeft gevraagd om

"Paris Match" te vervangen door "Jour de France".

Een klein meisje had evengoed kunnen vragen om "Elle" door "Marie Claire" te vervangen.

Ik verwachtte al deze vraag.

Je hebt een soort van ervaring nodig om

te reageren. Dat is juist het interessantste.

We hebben echt een leuke job van de wereld. Om hun voor te bereiden op hun toekomst.

Het is de toekomst van onze maatschappij waarmee we bezig zijn.

Hoe meer we de kinderen wakker schudden, hoe socialer onze samenleving zal zijn.

Het is opwindend.

- Vind je niet? - Ja, natuurlijk.

- Je bent precies niet overtuigd. - Jawel, toch wel, wilt u nog spaghetti?

Dank u wel.

Als leerkracht hebben we een zware verantwoordelijkheid.

Je moet dat helder bekijken meneer Barbier.

Als later blijkt dat je eigen...

kinderen smeerlappen zijn dan heb je dat aan je eigen te danken.

Uiteraard.

Ik heb hem recht tegen zijn raap gegooid.

Daar heb je Lajoie.

- Is er nog spaghetti? - We hebben er zelfs over gehouden.

- Is het nog warm? - Als je het direct eet wel.

Stop jullie maar, stop ermee!

- Smakelijk eten. Het is spaghetti. - Als je ze snel opeet is het nog warm.

Ik zal die tomaat nadien opeten. Ik heb net de

vakbond aan de lijn gehad, je hebt nog niet getekend.

- Nog niet. - Waar wacht je nog op?

- Ik ben aan het nadenken. - Waarop?

Je moet je aansluiten bij de vakbond zoals iedereen.

Hij heeft een punt, je moet je echt lid maken.

Een vakbond heeft geen politieke ambitie.

In het leger wordt je beter behandeld.

Je het maar eens vergelijken.

Zo gezegd is de school minder belangrijk dan het legerdienst.

En, als een soldaat iets mispeuterd heeft vliegt

hij in de gevangenis, iedereen vind dat normaal.

Als je een leerling straf geeft dan komen de ouders direct klagen.

Op de dag van vandaag zijn we onderbetaald en hebben we ook geen gezag meer.

Brillenmadam is vertrokken.

De toenemende depressie bij leerkracht dat kan je gewoon niet geloven.

Bij de militairen zien we dat niet.

Kennen jullie militairen die een depressie hebben?

- Het is gewoonweg walgelijk! - Je hebt gelijk, we zijn hier weg.

Meneer, mogen we naar buiten we hebben geen honger meer.

- Het eten is walgelijk! - Ga maar.

Ga jij in de kantine blijven terwijl ik buiten ga controleren.

- Eet je je dessert niet? - Nee.

- Meneer, bedankt voor uw bezoek. - Ik kom op een andere dag terug.

Vergeet niet wat ik zei. Laat hen zelf denken.

Ik zal er zeker rekening mee houden.

Stilte, iedereen! Ik hoor mezelf niet meer eten!

Ik poets de spiegel tot het glanst, ik ben er moe van.

- Het ziet er mooi... - Ze...

- Ze zo... - Zo vroeg...

Wat is dat nu weer...

- Wat kom je hier doen? - Ik ben weggelopen.

Van bij je thuis?

Mijn moeder heeft ruzie gemaakt met mijn vader, ik wil bij jou blijven.

Dat is onmogelijk, je kan niet blijven bij mij.

Toch wel, ik wil niet kiezen tussen mijn moeder en mijn vader.

Kom, we drinken iets en je kan het dan rustig uitleggen.

Camille, het is laat, nu moet je wel slapen.

- Ik denk dat ik niet moe ben. - Aan wat denk je dan?

- Waarom is mijn vader eigenlijk gendarme? - Dat is een goede vraag.

En waarom ben ik leerkracht bijvoorbeeld.

Iedereen moet een beroep kiezen in het leven.

Misschien hield je vader om politie en boef

te spelen daarmee is hij ermee verder gegaan.

- En wat wil jij doen als je groot bent? - Ik wil alvast niet trouwen.

Je hebt gelijk, dat is ook geen job. Slaap nu maar.

- En, jij, slaap jij niet? - Toch wel.

Tot morgen, schriftjes.

Morgen is het school, dus ik stel het uur in. Schuif op.

Alles oké? Slaapwel.

- Kan je het licht doven? - Mag ik morgen terug bij je slapen?

Ben je niet goed wijs? Morgen slaap je bij je moeder.

Als ze te weten komen dat je bij mij slaapt vlieg ik in de gevangenis.

- Ik zal het tegen niemand zeggen. - Ik hoop het.

Als ik het tegen niemand zeg waarom mag ik morgen niet blijven slapen?

Je kan niet komen slapen omdat het niet kan. Je gaat slapen bij je mama.

Ik slaap morgen bij mijn vrouw in Parijs.

- Hou je van haar? - Natuurlijk.

Waarom houdt mijn moeder niet van mijn vader?

Weet ik veel. In het begin heeft ze wel van

hem gehouden maar na een tijd verwaterd dat.

Ken je de reclame op televisie...

De batterijen weten niet meer voor wat ze dienen.

Je vader heeft teveel zijn batterijen gebruikt. Doof het licht en slaap.

Luister goed, ik ga nu naar school, jij kleed je aan en kom direct af.

En zeg tegen niemand waar je hebt geslapen. Zweer het me!

- Ik zweer het. - Zelfs niet tegen je moeder!

- Ik zweer het. - Kom, begin maar.

Wat is dat hier allemaal? Jackson, zing je nu ook al de blues?

- Hebben jullie geen zin in les? - Neen.

Je maakt me kwaad.

Jullie hangen mijn voeten uit, ik zal jullie nog wel krijgen.

- Je zult er wel komen. - Ja.

Je moet opstaan.

- Nu al? - Je moet naar je werk.

Oh ja, die stront trein.

Alles goed mijn liefste?

Op de dag van vandaag kunnen vrouwen alle jobs aan.

Ze kunnen niet enkel telefoniste zijn maar...

- even goed dokter. - Alles goed?

Advocaat, tandarts, één beroep is nog...

steeds verboden voor vrouwen en dat is brandweer.

Hoe komt dat eigenlijk mevrouw?

- Ik heb telefoon voor u. - Voor mij?

Ja. Sophie heb je je huiswerk gemaakt? Wat blijf je daar plakken?

- Hallo, wie is het? - Het is met Jacqueline.

- Ik zeg vaarwel. Ik ga weg. - Waar ga je heen?

- Ik ga voor altijd weg. - Heb je gedronken?

Ik kan het niet meer aanhoren die tam-tam.

Het leven is een strijd. Ik kan niet meer.

Je bent gek Jacqueline, luister, maar iedereen houdt van jou, ik ook.

Jacqueline doe geen domme dingen. Jacqueline? Verdomme.

Er is een collega die zelfmoord wil plegen, heb je een auto voor mij?

Kan je mij brengen? Het is niet ver.

- Ja ik voer je wel. - Kom snel. - Geen probleem.

Jacqueline? Ik ben het Gerard! Jacqueline, doe open!

Jacqueline! Jacqueline!

Ze ademt nog. Wat doen we? Bellen we de politie?

Nee, we brengen haar wel naar het ziekenhuis.

We bedekken haar, haal haar eruit. Doe maar.

Leg ze maar neer.

SPOED

Jullie leerkracht, mevrouw Lajoie, is ziek.

Tot ze terugkomt gaan jullie gesplitst worden, de ene helft

bij meneer Meignant en de andere helft bij meneer Barbier.

- Is het erg? - Dat weten we nog niet.

Deze helft, de linkse kolom, deze kant.

Jullie gaan bij meneer Meignant. Nu direct.

En deze kolom vervoegt zich bij meneer Barbier.

Nu.

En ik verwacht stilte.

Probeer niet te praten, zwijgen en doorstappen.

- Snel. - En ik kom controleren!

De eeuw van Louis 14. Nicolas mag het woord voeren.

- Frankrijk onder Louis 14. - Wat een sul.

Het is afgelopen hé, de klas van mevrouw Lajoie jullie laten ons doen!

Wij werken. Jullie doen jullie huiswerk en laat mijn klas met rust!

Doe maar verder.

Frankrijk onder Louis 14. Het volk van de stad en het buiten zijn ongelukkig.

De oorlogen gingen voort, de constructies, de pensioenen die

aan de rechtbank worden uitgedeeld brengen enorm veel geld op.

De belastingen worden met de dag hoger en het

gewone volk betaalde die belastingen.

- De werklooscijfers waren enorm hoog. - Heel goed, zet je maar neer.

- Ik wil verder doen. - Vertel maar.

De Fransen zijn niet tevreden, ze willen een hervorming.

De werknemers... willen dat...

de werkdag minder lang duurde.

En willen dat hun salaris omhoog gaat.

De boeren... vragen...

- dat de koning... - de rechten...

- terugtrekken. - de rechten van de koning...

Terugtrekken ofwel volledig vernietigen.

En dat de belastingen kunnen gespreid worden.

- De bourgeois... - Willen...

- willen... - dat de koning...

...geen absolute macht meer zou hebben.

En dat de staatsuitgaven niet meer...

- strikt... - strikt gecontroleerd worden.

Niet slecht. Ga maar zitten.

Wie kan mij vertellen wat de Fransen hebben gedaan omdat waar te maken?

- De revolutie, meneer. - De revolutie, goed zo.

- In welk jaar? - 1789.

- In 1789, kan je mij zeggen op welke dag? - Dat weet ik niet.

Wie weet de dag van de revolutie?

Richard!

- Op 14 juli 1789. - Heel goed, ga maar zitten.

Daarom vieren we op 14 juli altijd feest.

Nu gaan jullie mij een antwoord geven op het volgende: wat is het

verschil tussen Frankrijk onder Louis 14 en Frankrijk van het heden.

- Van 1980. - Ik weet het, meneer.

- Nu is er geen koning meer. - Inderdaad.

- Zijn jullie ermee eens? - De koning van de onnozelaars.

Zeer grappig, goed.

Ik heb het over Frankrijk, is er een koning in Frankrijk?

- Neen. - Wat is er dan in de plaats?

- Een president. - Een president, goed.

Wat is het verschil tussen een koning en een president?

- Er is geen verschil. - Niet?

- En waarom? - Mijn vader zegt...

Wat je vader zegt, kan mij niets schelen. Ik stel de vraag aan jou,

niet aan je vader. Dus stop met alles over te nemen van je ouders.

Je moet zelf kunnen beslissen. Sta maar terug op.

Ik vraag het aan jou. Wat is het verschil tussen een koning en een president?

- Dat weet ik niet. - Wie kan het mij wel vertellen?

Een president wordt verkozen door het volk.

Absoluut. Voor zeven jaar en nadien denkt hij dat hij de koning is.

Nadat hij verkozen wordt.

Wat zijn de verschillen tussen de Fransen onder Louis 14 en de Fransen van het heden?

Als je onder Louis 14 niet werkte had je geen job.

Dus in het heden heb je wel een job als je niet werkt?

- Jackson, wat doe je vader van job? - Hij is werkloos.

Jullie moeten niet lachen, werkloos zijn is geen lachertje.

Jij wilt toch niet werkloos zijn als je groot bent?

- Nee, ik wil nu werkloos zijn. - Ah zo, en waarom?

Dan moet ik niet naar school komen.

- Het is lief dat je mij komt bezoeken. - Onder collega's is dat toch normaal?

Je hebt ons doen verschieten, weet je dat?

- Gaat het al wat beter? - Toch wel.

- Tot de volgende keer. - Je zal toch niet herbeginnen, hé?

En met de kinderen van mijn klas, vallen ze mee?

Alles in orde, ze zijn lief. Ze zijn niet allemaal even lief maar het gaat wel.

Nu we over de kinderen praten...

Ik heb iets meegebracht voor jou. Een cadeautje.

Van je eigen leerlingen. Een surprise.

- Kijk eens aan. - Dat is lief.

Mooi, hé.

- Ben ik dat? - Ik vrees van wel, ja.

Dat ben ik toch niet?

- Verzorgen ze jou goed? - Ze zorgen goed voor mij.

Kom binnen.

- Goeie avond. - Goeie avond.

- Ik heb twee yoghurtjes meegebracht. - Dank u wel Jean-Paul.

- Heb je de nacht vandaag? - Ja, mevrouw.

- Als ik bang ben mag ik je roepen? - Natuurlijk, daarom zijn we hier.

- Nog een prettige avond. - Tot later.

- Hij is charmant. - Het is een schatje.

- Heb je al gevraagd of hij tam-tam speelt? - Nog niet.

Waarom niet?

Lajoie is al drie dagen ziek. En wij vangen al drie dagen de leerlingen op.

Vandaag is het gedaan. De academie moet maar een vervanger zoeken.

De vakbond zal die kinderen naar huis terugsturen. Je moet mee doen. Als dat

zo elke keer zal zijn dat wij die kinderen moeten opvangen, waar gaan we heen?

We zitten in het midden een griepperiode, maar wij

bij de vakbond, die griep kan ons niets schelen.

Ze moeten ons maar een gratis vaccin geven. Wij roepen al maanden naar die maatregel.

Daarop willen ze dus besparen. Dat is het probleem.

En, wil je nog altijd de leerlingen van de andere klas nog steeds niet opvangen?

Ik voer enkel uit wat de vakbond mij zegt.

De vakbond zegt maximum 3 dagen en niet meer.

- De leerlingen kunnen terug naar huis. - Ik heb een vervanger gevraagd.

We zitten in het midden van een griepperiode.

Je had ons maar moeten vaccineren, wij vragen al maanden naar die vaccinatie.

Ik ben akkoord met jou, het is niet de vakbond,

niet de leerkracht die de ouders moet toespreken.

Als u het niet wil doen dan doe ik het wel.

- Dat is uw taak niet. - Ook goed.

- En jij, Barbier? - Hoezo?

- Wat beslis jij? - Ah, mijn beslissing, neen, ik...

Ik ga erover nadenken maar weet het nog niet.

U zal heel goed moeten nadenken want u bent nog niet benoemd.

- Ja, zo zit dat, en wat stel jezelf voor? - De voorzichtigheid...

Wacht gewoon af tot de donderwolk weggetrokken is.

- Goede morgen, meneer. Alles oké? - Het kan niet beter.

Ik moet vandaag een beslissing nemen en ik dit gezamenlijk beslissen met jullie.

Sinds drie dagen neem ik de helft van de klas van mevrouw Lajoie.

Vandaag heeft de vakbond van de leerkrachten gevraagd om de leerlingen van

mevrouw Lajoie naar huis te sturen omdat er geen waardige vervanger is.

Het is al goed, kalmeer je.

Wat is een vakbond?

Meneer, het is een organisatie die stakingen organiseert.

- Degene die zich met stakingen bezighoudt. - Meneer...

Als er een onderbreking is bij de elektriciteit

en gas, dan komt de vakbond langs.

Goed, wat heeft een vakbond voor nut?

- Het heeft geen nut. - Ik kan ook de onnozelaar uithangen.

Het heeft wel nut, als je slecht betaald wordt, dan komt de vakbond ertussen.

Ja, goed, maar wat is een vakbond?

Het zijn communisten.

Niet gezegd. Ik hoor je niet, stilte.

- Mensen met spandoeken komen op straat. - Ik zal het jullie uitleggen.

De vakbond is een groep van werknemers die opkomt voor

hun eigen belangen en die onderhandelen met de werkgevers

voor een minimum aan loonruimte want er bestaat geen

maximum loonruimte, dus moeten ze voor zichzelf opkomen.

Vooreerst ik verder ga met de vakbond wil ik eerst de vraag stellen

aan jullie, wie wil er naar huis en wie wil er hier blijven?

Wie dat er naar huis wil, steek je hand op.

Ik heb mij vergist, de vraag was niet voor jullie.

Ik ben niet ziek, het is mevrouw Lajoie die ziek is.

De leerlingen van mevrouw Lajoie, degene die naar huis willen, steek jullie hand op.

Goed.

Ik vind het niet kunnen dat jullie kinderen al

twee dagen rond zwerven, als ouders heb je rechten.

En ik als verantwoordelijke van de school heb ik plichten.

De schoolgroep wil dat we jullie kinderen opvangen maar

ik heb op dit moment geen enkel middel omdat te verwezenlijken.

Hoe lang zal mevrouw Lajoie nog ziek zijn?

Zij heeft een totale rust nodig.

Waarom vangt u de kinderen niet op in de klas van mevrouw Lajoie?

Ik heb al een klas met 40 leerlingen. Dat is zelfs meer dan toegelaten.

Het zijn dan nog wel de kleinste, het is dan ook geen gemakkelijke leeftijd.

En ik moet me ook bezighouden met de school draaiende te houden.

Jullie kunnen niet verwachten dat ik alles ga oplossen.

Waarom stuur je niet enkel de vreemdelingen weg?

Ik ben Portugees, mijn zoon heeft ook recht om naar school te gaan.

Het is aan het ministerie om zelf te beslissen. Ikzelf kan hier niets aan doen.

Het woord gaat nu naar meneer Meignant, de vakbondsvertegenwoordiger.

Ik heb nog geen griep. Ik kuch om mijn stem vrij te maken.

Eerst en vooral wil ik zeggen dat we ons niet zullen laten doen door het ministerie.

We zullen syndicale actie ondernemen en we gaan door tot het einde.

Op de dag van vandaag is de job van leerkracht een job als een ander.

Moet een leerkracht die zijn taken heeft dan ook het

werk van de zieke leerkracht overnemen, ik zeg neen.

De school is geen kinderopvang, wij willen onze job doen op een normale manier.

En niet belast worden met kinderen van een andere klas.

- Ieder zijn eigen klas. - Mijn school is geen stal!

Dat is allemaal goed en wel maar ik moet heel

de dag werken, waar moet mijn kind heen?

Dat is eigenlijk aan het ministerie om bij te springen,

ze weten goed genoeg dat er een griepepidemie is.

Het is de staat die werk moet willen geven aan de werklozen in Frankrijk.

Zoals gezegd zijnde, de staat wil de werklozen

behouden zoals de kerk de armen wil behouden.

Ik moet een beslissing overmaken dus wat doen we?

We zullen stemmen, we gaan over tot de stemming.

Wie steunt de syndicale actie van onze kameraden?

Bedankt, vrienden, bedankt.

- Als de ouders akkoord gaan. - Ik niet.

Ik wil dat de communistische partij voor mijn dochter zorgt.

We moeten hier niet aan politiek doen, mevrouw.

We kunnen evengoed de rechten van de

werkenden verdedigen zonder aan politiek te doen.

- Mag ik ook iets zeggen? - Natuurlijk, we luisteren.

Ik ben een beginnende leerkracht en ik doe niet aan

politiek, ik weet niet of dat de vakbond aan politiek doet.

De burgemeester heeft zijn mening gezegd,

misschien moet ik die van mij dan niet geven.

Ze hebben zelfs gezegd dat ik moet voorzichtig zijn.

Ik weet niet of dat wel een goed idee is om de kinderen te

laten spelen in de straten terwijl de ouders gaan werken.

- Je kan dat toch niet in vraag stellen? - Helemaal niet.

Julie spreken enkel maar over politiek maar

hebben niet eens nagedacht over de kinderen.

Ik wil in feite zeggen dat ik akkoord ga om de

groep van mevrouw Lajoie op te vangen.

Maar dan verwacht ik wel dat er dringend een vervanger komt.

Absoluut niet, je moet luisteren naar de tips

van de vakbond, je bent lid van een vakbond.

Ja akkoord, maar we moeten het slim spelen.

Hier, dit is voor u.

Je herinnert mij mijn vrouw.

- Wat moet ik doen met mijn leerlingen. - Ik ga wel voor ze zorgen.

- Heb je al je temperatuur genomen? - Ik kan niet alles op hetzelfde moment.

Met drie klassen, dat lukt je nooit. Het zijn wel de kleinste, die van mij.

Je moet echt geduldig zijn met de kleinste.

Ik zal wel geduldig zijn.

Komaan, ga maar liggen. Het zal wel lukken, alles komt goed.

We zullen er wel voor zorgen.

- Je moet nog lucht krijgen ook, hé. - Ja.

Goed, maak een tekening van een trein. Een grote trein, doe maar.

- Doe maar. - Een grote.

- Ja dat is het. - Met een locomotief?

Ja, natuurlijk, een trein met een locomotief, met alle wagons erbij.

Wel jongens, gaat alles naar wens? Iedereen verstaat het?

- Ja, meneer. - Ik moet een vlieg horen vliegen!

Is dat braaf zijn?

- Wat is er nu weer? Wat is er? - Hij steelt mijn potloden.

- En hij neemt mijn gom. - Je moet leren delen.

- Maar, het zijn mijn potloden. - Het is mijn gom.

Wat voor mentaliteit is dat nu weeral? Hij zal je gom

niet opeten, leen het gewoon. Voor jou is hetzelfde.

Leen gewoon jullie materiaal, wees wat minder egoïst onder jullie.

Weet je wat een egoïst is? Wie weet wat een egoïst is?

- Ik. - Wat is het?

- Het is iemand die niet op mij denkt. - Juist.

Weet je dat Frederique niet kan zwemmen en jij hebt hem geduwd!

Jij verdient een mep.

- 39,5 °C. Dat is toch onmogelijk. - Laat mij even kijken?

- Inderdaad, 39,5 °C. Heb je wel geschut? - Ja.

Ben je zeker? Goed.

Je moet het opnieuw doen.

Als je naar het bos gaat zou je ze beter kunnen in het oog houden.

Er liggen kompassen en kaarten in mijn lade, neem ze maar mee.

Je leert hen om zelfstandig te worden, je verdeelt ze in vier groepen.

De ene stuur je naar het noorden, de andere naar het zuiden,

de derde naar het oosten en de vierde naar het westen.

Je geeft ze twee uur de tijd bij het eindpunt.

Op een duidelijke plaats. Je zal dan twee uur gerust zijn.

De andere helft in het zwart. Daarmee zeggen ze dat de zon opgaat en ondergaat.

Als wij de zon krijgen dan is het op de andere helft van de wereld donker.

Verstaan jullie dat? Goed.

De eerste vier die een goed antwoord kunnen geven waar de zon

opgaat en ondergaat zijn de chef van de groep en krijgen een kompas.

- Zeg het maar, waar gaat de zon op? - De zon staat op in de keuken en...

en gaat onder in de slaapkamer van mijn ouders.

Dan krijgen ze het niet koud. In welke windrichting ligt de keuken?

- Het ligt vlak naast de eetkamer. - Jij wordt geen chef.

Er is nog plaats voor vier chefs. Wie kan me zeggen waar de zon op -en ondergaat?

Vagnier, zeg het in mijn oor zodat de anderen het niet horen.

Jij wordt chef, hier een kompas en een kaart.

Ga maar zitten, wie kan me zeggen waar de zon op -en ondergaat?

- Dat hangt af van de dagen. - De wereld draait rond.

Kan ik onderchef zijn?

- Alles in orde? - Ja.

Waarom is hij de chef? Hij weet niet eens waar de zon opkomt.

Ik weet het wel, hij komt op in het oosten en gaat onder in het westen

- Klopt, en? - Ik mag de kompas niet lenen.

- Waarom wil je je kompas niet lenen? - Omdat ik de chef ben.

Ah zo, hij is de chef dus hij geeft zijn kompas niet.

- Ewel Frederique? Wat doe je alleen? - Ik ben verdwaald.

Ben je moe? Ik draag je wel.

Kruip op mijn rug.

Meneer, ik ben de chef en ze willen niet naar mij luisteren.

"Chef" wil niets zeggen, ik zei dat zodat de grotere voor de kleintjes konden zorgen.

- Zie je wel. - Rustig jij!

- Er is geen zon meer, wat doen we? - Je hebt geen zon nodig...

je hebt toch een kompas? En daarbij het is langs daar.

Jullie hebben nog één uur over, maak geen ruzie!

- Ben ik nog steeds de chef? - Ja.

- Vertrek nu maar, snel. - De chef is een onnozelaar.

- Alles goed? Is iedereen aanwezig? - Nee, er komen er nog achter.

- Vagnier, is iedereen er van jullie groep? - Nee, er zijn er nog in het bos.

Iedereen in de autobus. Ik ga die anderen gaan zoeken.

Waar zijn jullie? Wacht op mij...

Komaan mannen, we missen nog de autobus.

- Ik ben het beu. - Ik ook.

Jackson?

Jackson?

Er is hier niemand.

Jackson?

- Ah, je bent hier? Ik zocht je overal. - Ik was verloren gelopen.

Waar was je dan? In de bossen?

Gaat het een beetje?

Stilte!

Vrienden, vrienden, op de gezondheid van deze brunette!

Wat een mooie steak, ik hoop dat ze ook zo 'n mooie kindjes kan maken.

Lang leve het getrouwd koppeltje!

Ik wens dat jullie gelukkig worden zoals vissen in een bokaal.

En dat er vele visjes mogen komen.

Voor de vreugde van m'n dochter en die van u,

neem het volgende maar. Het is enorm lekker.

Je kunt er twee of drie maken, ze zullen niet

luidruchtig zijn want die zullen van jezelf zijn.

Lang leve de bruid!

Mijn liefste schoonvader, bedankt voor je

wensen. Je levert me je dochter en je winkel.

Ik neem het visje mee maar laat de bokaal staan.

En ik hoop de we zo gelukkig worden zoals vissen.

Hoe is het met de tam-tam?

We blijven dansen.

Ik schrijf het werkwoord in de verleden tijd, en ik pas het

geschreven woord op de juiste manier, met vetgedrukte tekens aan.

Ik heb pijn, hij is beleefd, je viel van de trap.

Wat was nu weeral "voltooid verleden tijd"?

Ik ben, ik...

Charlotte wat is "voltooid verleden tijd"?

Ik heb pijn, hij is beleefd, je viel van de trap.

Het is eigenlijk: "Ik viel van de trap".

- Nee, dat is het niet hoor. - Nee, toch niet.

- Dat is de "imparfait". - "Je suis tomber".

- Nee het is "je suis"... - Ik ga nog te laat komen.

- Ik zal het wel onderweg bekijken. - Doe je koffie ook mee.

Hier. Smijt dat er maar in.

- Goeie morgen. - Alles oké?

- Goeie morgen. - Ja. - Goeie morgen.

- Alles oké? Heb je je huiswerk gemaakt? - En jij?

Hoe vervoeg ik "zijn" in de verleden tijd?

- Ik was. - Ja, dat was het.

Alles goed jongens? Alles goed?

Nederlandse ondertitels: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2020

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.