Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
de kleur van winter
Leg het maar op m'n bureau.
Prima, bedankt. Dag.
Wat is er, schat? Waarom kijk je zo sip?
Zeg nou iets, lieverd.
Laat haar maar. Niks aan de hand.
Niks aan de hand? Moet je haar nou zien.
Als je zo aandringt, wordt het alleen maar erger.
Ik wil gewoon weten wat er is.
Doe niet zo gek. Daar kan ze niet tegen.
Ik maak me zorgen om m'n dochter. Is dat zo gek?
Zie je nou. Je vat alles verkeerd op.
Alsof jij het allemaal zo goed weet.
Het kan je allemaal niks schelen.
Dat is het nu juist.
Je begrijpt er niks van.
Je gaat alles uit de weg. -Geef ik soms niet om m'n dochter?
Deze omgeving maakt het alleen maar erger. Heb ik gelijk?
Moet ze dan alles alleen doen?
Helemaal niet. Het is gewoon één grote puinhoop.
Prima. Dan bemoei ik me er niet meer mee.
Jij mag ook weleens iets zeggen.
Ik bedoel...
Jij weet ook wat er aan de hand is. Maar je bent altijd de deur uit.
Zodra je terug bent, ga je weer weg.
Wil je ook? -Nee, mam. Bedankt.
Ik had laatst met de moeder van Matías afgesproken.
Welke Matías? -Je vriend van school.
O, ja.
Wat zei hij? -Niks. Het gaat goed met hem.
Hij heeft het naar z'n zin op de universiteit.
Hij heeft ook al een baan.
Jullie zouden eens moeten afspreken. -Misschien.
Jullie waren zulke goede vrienden.
We hebben het nu zo druk dat we elkaar nauwelijks spreken.
Ik weet het niet.
Bel hem een keer op.
Matías ziet er goed uit. Een knappe vent.
Was je vroeger niet verliefd op hem? -We waren toen 14, mam.
Je moet er hard op drukken.
Nog eens, maar dan met je ogen dicht.
Ga je op stap?
Ja. Als ik m'n fiets tenminste kan repareren.
Zal ik je even helpen?
Graag.
Eerst moet dit ding eraf. Even losmaken.
Juist.
Nu deze nog. Hij is bijna los.
Perfect.
Heb je je pil genomen?
Wat?
Heb je je pil genomen? -Ja, vanmorgen.
Waarom ben je dan zo?
Hij komt niet echt over als een...
Homo?
Hij is geen homo. -Hij is hartstikke gay.
Volgens haar is niemand homo. -We zijn intiem geweest.
Hoe bedoel je? -We hebben gezoend.
Nu snap ik het.
Hij is echt geen homo. -We geloven je wel.
Die ene jongen over wie ik het laatst had...
Fabricio. -Wacht even.
Weet je nog met wie Martín iets had?
Sofía. -Ik kwam haar laatst tegen.
Met Martín? -Alleen.
Laten we het niet over Martín hebben. Dat is al lang voorbij.
Ik zeg het alleen maar. Ze zag er slecht uit.
Nee, ze is mooi.
Jullie komen vast weer bij elkaar. -Hij heeft geen andere keus.
Wat heb je gedaan? -Ik was met de jongens bij Lucas.
Ken je Lucas nog? -Nee.
Hoe gaat het met je? -Goed, hoor.
Lang geleden alweer. -Zeg dat wel.
Ik haal even wat. Wil je ook iets? -Nee, dank je.
Pardon.
Waar was jij ineens? Ik dacht je bij Mati was.
Ik was op de wc. -Er is toch niks gebeurd?
Nee. Ik wilde gewoon even naar buiten.
Is er iets met Mati gebeurd? -We hebben gedanst.
Maar met jou alles goed? -Ja, hoor.
Echt waar? -Hij heeft gewoon een grote mond.
Gaat hij nog met Juan om?
Waarom vraag je naar Juan?
Weet ik veel. Gewoon.
Ga je mee? -Oké.
Kom op. -Dan gaan we.
Die kant op?
Kom op.
Ik wilde niet naar buiten, Gabriel.
Was je dan van plan om jezelf thuis op te sluiten?
Je weet dat dat niet goed voor je is.
Gisteren kwam ik die jongen van school tegen.
Heb je hem gegroet? -Echt niet.
Wat heb je te verliezen? -Ik kan niet zomaar op hem afstappen.
Zeg gewoon hallo. -Dat durf ik niet.
Wat ben je toch een rare jongen.
Weet je wie ik ook tegenkwam?
Nou? -Olivia.
Je kent haar toch wel?
Ze ging vroeger altijd met m'n broer om.
Ze was laatst in de kroeg. Zag je haar?
Nee. -Ze is vrij klein.
Donkere huid.
Aziatisch.
Je kent haar wel.
Ze zei dat er morgen een feest is.
We gaan er toch wel naartoe?
En de psychiater? -Ze vindt dat ik in therapie moet.
Maar ik weet het nog niet. -Dat is toch goed?
Ik kan toch ook met een vriend praten?
Een neutrale blik, weet je wel...
Misschien. Maar dan moet ik onder ogen komen...
waar de problemen zijn begonnen. Het begin van alles.
Probeer het gewoon.
Je hebt niets te verliezen.
En jij? -Met mij gaat alles prima.
Zeker weten? -Ja, hoor.
Mafkees.
En je medicijnen?
Ik word er duizelig van. Helemaal wazig.
Ik word er slaperig van. Een heel raar gevoel.
Doe je er niks aan? -Zoals?
Een eindje joggen.
Ik heb nergens zin in. Het nare gevoel gaat wel weg...
maar ik word er heel lusteloos van.
Ik weet niet wat erger is.
En je wordt er verstrooid van.
Ik had laatst een idee.
Misschien kunnen we kamperen. -Ja, lijkt me leuk.
Gezellig. Met de meiden.
Wanneer?
Komend weekend zou kunnen. -Dan hebben we dat feest.
Dat is waar ook.
Je stelt me toch niet teleur?
We gaan sowieso. -Wie vragen we?
Mary, Flor en Luz.
Verder niemand. -En wij.
Maar niet ineens terugkrabbelen, hè.
Nee, ik ga wel. Laten we gaan.
Zeker weten? -Ja.
Je lacht. -Omdat je zo maf bent.
Is hij het? -Wie?
Die jongen over wie je me hebt verteld.
Ja?
Zal ik dit naar hem gooien?
Toe nou. -Nee.
Ik vraag me af of het wel goed is om haar alleen te laten.
Ze moet wel. Ze moet zich op haar studie richten.
Dank je.
Ze wil niet naar de psycholoog.
Ze luistert totaal niet naar me.
De problemen stapelen zich op...
maar er zijn geen oplossingen.
Je moet haar niet onder druk zetten. Geef haar de ruimte.
Als we ons ermee bemoeien, wordt het alleen maar erger.
Precies op tijd, Luz.
Twee drankjes. -Kom op.
Daar gaan we. Een, twee...
Nu moet je zonder te haperen vijf munteenheden noemen...
binnen vijf seconden. Ze gaan nu in.
Dollar, peso, euro...
Ze weet niks meer. -Drinken, drinken.
Vijf slokken per munteenheid. Die arme meid.
Klaar.
Florencia... -Ik?
Drie slokken. -Vertel op.
Eerst drinken. -Moet ik eerst drinken?
Let op, anders doet ze net alsof. -Een, twee, drie.
Nu gaan we 'Ik Heb Nog Nooit...' spelen.
Prima. -Bedenk maar iets.
Ik heb nog nooit... Ik weet het al.
Ik heb nooit met de ex van een vriendin gezoend.
Drinken, drinken.
Nog eentje. -Ik heb nog nooit...
Ik heb nog nooit gezoend met iemand van hetzelfde geslacht.
Je liegt.
Je hebt mij gezoend toen je stomdronken was.
Dat telt niet. Dat was vriendschappelijk.
Laat het de volgende keer dan even weten.
Wat een rotspel. Laten we iets anders doen.
Hoezo?
Er zijn toch wel betere vragen?
Stel jij dan een vraag.
Wat is er, Marianita? Word je er nerveus van?
Waarom zou ik nerveus zijn? -Je hoeft niet boos te worden.
Wat is er? -Ze wordt altijd boos.
Je kunt niet tegen alcohol. -Ik kan niet tegen jou.
Rustig maar. Niemand probeert je op te winden.
Zullen we gaan? -Nee, we blijven nog iets langer.
Geintje. We gaan zo. -Wel een gek verhaal van jullie.
Stelletje idioten. -Wacht even.
Dag, schat.
Alles goed? -Doe hem de groeten.
Ga je ernaartoe?
Dan zien we je daar.
Je krijgt de groeten van de meiden.
Is goed. Tot dan, kus.
Hou je die gympen aan?
Waarom niet?
Ik zou voor gek lopen, maar jij kunt het hebben.
Je bent een plaatje.
Oli heeft naar je gevraagd.
Die meid die je bij de ingang groette?
Ze is mooi, hè.
Ze is wel een beetje raar.
Raar?
Ze heeft een aparte stijl. Heb je haar vrienden gezien?
Niks mis mee, hoor.
Ik vind haar stijl wel mooi.
Maar ze heeft dus naar je gevraagd. -Wie?
Olivia. Over wie zou ik het anders hebben?
Ze vindt je interessant en wil je ontmoeten.
Gaan we?
Oli. -Dag, jongens.
Alles goed? -Ja, hoor. Met jou ook?
Dit is Lucía.
Alles goed? -Zeker.
Heb je een sigaret voor me? -Tuurlijk.
Bedankt. -Geen dank.
Ze volgt de filmopleiding.
Ja, het is heel leuk.
Ik ga even naar de meiden toe. -Prima, ga je gang.
De filmopleiding, dus. -Ja, maar niet hier.
Wil je ook? -Ik mag geen alcohol.
Waarom niet? -Ik heb last van paniekaanvallen.
Het valt wel mee. Maak je geen zorgen.
Daar had ik vroeger ook last van.
Echt waar? Wat was de oorzaak?
Weet ik niet. Van alles. -Maakt niet uit.
Wat studeer je? -Ik wil naar de kunstacademie.
Schilder je? -Ja, daar ben ik dol op.
Je kunt m'n werk op internet vinden.
Kijk maar een keer. -Doe ik.
Ben je hier met vrienden? -Altijd met dezelfde mensen. En jij?
Ik ook. Gabi ken je al.
Ik ging vroeger altijd met z'n broer en z'n vrienden om.
Jij...
Nee, laat maar. -Zeg nou.
Laat maar. Hou je van deze muziek?
Ja, hoor. Ik luister overal naar.
Als ze bachata draaien, gaan we dansen. Geintje.
Ik haal even een glas water.
Hoe is het? -Goed. En met jou?
Wat een toeval. -Toeval bestaat niet.
Jeetje...
Zat je er al lang? Ik zag je niet.
Zag je me niet? -Nee.
Ik liep voorbij en zag je zitten. Waarom ben je alleen?
Weet ik niet. Jij bent toch ook alleen?
Ja. Was je boodschappen aan het doen?
Nee, ik hang gewoon een beetje rond. En jij?
Ik moest potloden kopen. Nu ga ik naar huis.
Woon je in de buurt? -Een paar straten verderop.
Schrijf je? -Af en toe.
Hoe gaat het met schilderen? -Goed.
Goed? -Ik ben even gestopt.
Ik heb van alles aan m'n hoofd.
Kunstenaars hebben altijd van alles aan hun hoofd.
Dat is waar. Geldt dat ook voor jou?
Ik zit aan de medicijnen, als dat je vraag beantwoordt.
Als cineast ben je voortdurend elders met je gedachten.
Cineast? -Dat is toch je beroep?
Als dat is wat ik doe, dan ben ik dat inderdaad.
Een regisseur die nog niet bekend is.
Zo mag ik het horen.
Voor mij is de essentie van een ware kunstenaar...
dat ze alles in twijfel trekken.
Als je niet aan jezelf en de wereld om je heen twijfelt...
dan kun je niet creëren.
Of zeg ik nu iets raars? -Helemaal niet.
Het is fris.
Daar hou ik eigenlijk wel van. -Ik hou van de regen.
Je zult nog wel even moeten wachten op de regen.
Ik moet er weer vandoor, Lucía. Tot ziens.
Zag je die jongen die Juli ten dans vroeg?
Z'n vader bezit grond in het buitenland.
Die jongen die vroeger iets met Juan's zus had?
Als hij grond bezit in het buitenland zou hij hier niet wonen.
Hier is het makkelijker. -Hoezo?
In een kleine stad kent iedereen elkaar.
Het zijn altijd dezelfde mensen. -Vrij saai.
Ik vind het wel fijn. -Jij bent ook gauw tevreden.
Ik? Echt niet.
Ik heb het niet over materiële zaken. -Wat dan?
Wie zal het zeggen. Lekker sapje.
Ik heb het nog niet geproefd. Mag ik een stukje brood?
Een klein stukje dan.
Als je meer wilt, moet je het maar zeggen.
Hallo. Alles goed? -Ja, hoor. Wat doe jij hier?
Je zei dat je hier was. Ik kwam even langs.
Geen probleem. -Kom je erbij zitten?
Nee, ik blijf maar even. Ik heb iets voor je.
Wat dan? -Een cadeautje.
Maar... -Toe maar.
Hoe was het gister? -Heel leuk.
Laten we een keer met z'n allen afspreken.
Leuk. Ik ga weer. -Tot ziens.
Dag.
De kater was vreselijk. -Wat is er gebeurd?
Hij heeft in Mario's auto gekotst.
Nee, midden op straat. -Het was een ramp.
Ik werd er misselijk van. -Je was zelf ook ladderzat.
Voor één keer in je leven. -Eén keer maar.
Je had nog nooit zoveel gezopen. We laten haar nooit meer drinken.
We gaan er een Bijbel over schrijven.
Hier hebben we het al over gehad.
De Bijbel van Flor.
Kan ik je even spreken?
Ik wilde je even vertellen...
Ik ben niet...
Ik ben niet lesbisch.
Waarom vertel je me dit?
Omdat jij...
Omdat ik wat? Ik val ook niet op vrouwen.
Maar... -Je hebt het verkeerd begrepen.
Is dit vanwege het cadeau?
Dat doe ik altijd.
Maar als je het vervelend vindt, hou ik er wel mee op.
Ik ben hier met m'n vriendje.
Alles in orde? -Ja.
Ja? Mooi.
Ik ben hier ook met iemand.
Fijn.
Knetterstoned. Ik werd er bang van.
Ik zou ter plekke dood neer vallen.
Oli staat daar. -Weet ik.
Ga je niet naar haar toe?
Moet ik vragen of ze hier komt? -Nee, dat wil ik niet.
Is er iets mis? -Nee.
Eigenlijk wel.
Ik voel me niet lekker. Ik ga naar huis.
Zal ik met je meegaan?
Nee. Ik wil graag alleen zijn.
Wat is er?
Andres.
Kom eens hier. Mag ik je voorstellen aan Lucía.
Alles goed?
Zijn jullie een stelletje? -Soms.
Dat had ik toch gezegd?
Eigenlijk heb ik niks met haar.
Zij heeft iets met mij.
Hoe heette de jongen met die baard van het feest ook alweer?
Vond je die baard wel leuk? -Nee, joh. Hij was juist irritant.
Ik weet niet hoe hij heet, maar hij leek me inderdaad irritant.
Waar zit je mee?
Weet ik niet.
Wat is er? -Als je ergens mee zit, zeg het dan.
Je ging laatst zomaar weg. -Ik verzwijg heus niks.
Ik begrijp het niet. -Ze wil het gewoon niet zeggen.
Er is niks, Gabriel.
Ik snap er niks van.
Die sigaretten worden nog eens je dood.
Wat ben je weer leuk.
Heeft het iets met haar te maken? -Met wie?
Ja, met wie? -Dat weet je best.
Wat heb ik met haar te maken?
Ik heb geen zin om te praten. -Wacht eens...
Je... -Wat is er met mij?
Wat is er aan de hand? -Niks.
Je bent gewoon in de war. -Waarover?
Laat me gewoon met rust. Ik ben het zat.
Mag ik een sigaret? -Alsjeblieft.
Hoi, Shanka. -Hoe gaat het met je?
Fantastisch. En met jou? -Alles goed?
Ja, hoor. -Ik verbrand mezelf.
Wat zijn jullie van plan? -Niks. We zijn maar alleen.
We wisten niet waar we heen moesten. -Dan ga je toch met ons mee?
Echt? Is Oli er nog? -Op de wc. Zullen we haar halen?
Gaan we?
Dag, Oli. Wat ben je aan het doen?
Niks. Ik ga naar m'n vrienden toe. -We gaan met jullie mee. Is dat goed?
Tuurlijk. -Geen probleem?
Natuurlijk niet.
Kom eens hier. -Ik kom zo.
Nee, nu.
Schiet op.
Wat deed je met die jongen? -We waren gewoon aan het kletsen.
Heb je gedronken? -Ja, voordat ik wegging.
Je stinkt naar alcohol. Wil je met hem naar huis?
Waar heb je het over?
Je bent wel erg makkelijk.
Wat mankeert jou? Moet je zien hoe je bent gekleed.
Kom je, Oli?
Ik ben met haar in gesprek.
Doe dan eens wat vriendelijker.
Wie is dat?
Oli, laten we gaan.
Je bent een trut.
Gaat het?
Je ruikt naar alcohol.
Gaan we even naar buiten toe?
Ik dacht dat je niet uitging. Maar ik had je wel verwacht.
Ik dacht dat je er niet was toen ik je vrienden zag.
Leuke gympen.
Dank je wel. Ik draag ze heel vaak.
Je ziet er leuk uit vandaag. -Dank je wel.
Jij ook.
Wil je daar even zitten? -Dat is goed.
Heb je nog paniekaanvallen?
Soms gaat het mis, maar dat duurt maar even.
En met jou?
Gaat wel, denk ik. -Ja?
Ik heb je werk gezien. Erg mooi.
Is dat al je werk? -Nee.
Ik laat je de rest nog wel een keer zien.
Het schilderij van dat lezende meisje vind ik het mooist.
Met die rare achtergrond.
Betekent het iets? -Ja, maar dat vertel ik liever niet.
Geeft niet. Dacht ik al. -Je mag 'm wel hebben als je wilt.
Hebben? Je bent niet wijs. Je moet ze verkopen.
Het maakt mij niet uit.
Dag, Gabi. Wat is er? Niks. Ik zit buiten. En jij?
Ja, misschien kom ik even langs.
Doe niet zo flauw. Oké, tot ziens.
Moet je weg? -Nee.
Zullen we een eindje lopen?
Wil je ook? -Nee, bedankt.
Wil je echt niet een klein stukje?
Zo erg is het toch niet? -Ik hou er niet van. Ik eet dat niet.
Hallo.
Heeft hij je gezien? -Natuurlijk.
Kun jij me zien?
Soms heb ik er gewoon geen vertrouwen in.
Dat alles goed komt, weet je wel?
Of ze wel van me blijven houden.
Het is natuurlijk wel leuk om telkens nieuwe mensen te ontmoeten.
Daar word je sterker van.
Maar het houdt je ook tegen.
Dan neem je geen risico's.
Omdat je uiteindelijk toch gekwetst wordt.
Je ontmoet zoveel mensen. Als je maar weet wat je aan ze hebt.
Uiteindelijk kom je je zielsverwant wel tegen.
Tot die tijd moet je gewoon geduld hebben met de mensen om je heen.
Ken je Demian?
Nee?
Luister maar.
Ik dacht dat iedereen een missie had.
Eentje die je niet kunt kiezen en niet in de hand hebt.
De mens heeft geen enkele andere taak...
dan naar zichzelf op zoek te gaan...
en altijd voorwaarts te gaan, zonder zorgen over het einddoel.
Het gaat om je eigen lot en dat je daar volledig naar leeft.
Hebben ze allemaal een betekenis? -Allemaal.
Mag het iets zachter?
Ik moet jullie iets vertellen.
Iets dat ik al heel lang verborgen heb gehouden.
En ik wil niet...
Ik wil niet dat jullie teleurgesteld zijn.
Of denken dat ik een ander mens ben...
door alles wat er met me gebeurt.
Ik heb nooit iets gezegd omdat ik bang was.
Bang voor alles wat er kan gebeuren wanneer ik zou zeggen...
wat er met me aan de hand is.
Ik wil niet dat jullie anders naar me kijken.
Het is iets wat al heel lang speelt.
Vanaf toen ik klein was.
Ik wil het jullie vertellen zodat ik niet meer hoef te liegen.
En niets meer hoef te verbergen.
Wat ik jullie wil vertellen...
Ik val op vrouwen en ik wil niet dat jullie...
rare dingen over mij gaan denken.
Ik wil gewoon dat jullie me steunen...
en weten dat ik nog altijd dezelfde persoon ben.
Ik wil dat jullie gelukkig zijn.
En ik wil gewoon mezelf kunnen zijn en iemand vinden...
die goed voor me is.
Ik hoop dat jullie niet teleurgesteld zijn in mij.
Want ik hou van jullie, jullie zijn m'n familie.
Ben je hier ooit geweest? -Nee.
Hoe vind je het? -Prachtig.
Bedankt. Dit had ik echt nodig.
Is het al zo lang geleden? -Zeg dat wel.
We kunnen het verleden zien.
Hoe bedoel je? -De sterren zijn het verleden.
Afhankelijk van de afstand.
Dan zien we iets wat al gebeurd is.
Net als een bioscoopscherm.
Net als de toekomst?
Zou je je verleden willen veranderen?
Nee. En jij?
Ik heb het gevoel dat m'n leven nu pas is begonnen.
En niet 21 jaar geleden.
Althans, zo zie ik het graag.
Je moet geen spijt hebben. Want door alles wat er is gebeurd...
ben je geworden wie je bent. Anders hadden we elkaar niet ontmoet.
Dus zou je je verleden willen veranderen?
Kom nou.
Ik zag een foto waarop je een muts draagt. Stond je leuk.
Dank je.
Even zien...
Wat is dit? -Dit staat je heel goed.
Waarom niet? -Dat is niks voor mij.
Even kijken.
Tien dingen... -Wat voor dingen?
Tien dingen waar je blij van wordt.
Zoals de geur van regen.
Zoals...
Zoals de zon die 's ochtends door het raam schijnt?
Zoals het licht door de bomen.
Dag, meid. Pas goed op jezelf.
Zoals de wind in je gezicht.
Zoals een oprechte blik.
Zoals muziek op een grijze dag.
Zoals een onverwachte knuffel.
Zoals de geur van een bloem.
Zoals een jeugdherinnering.
de kleur van winter
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.