Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Cyrus, he'p Qns eens hiermee.
VQ'gens mij gaat Grant de CQntederatie Qpbreken.
VQ'gens hem kan dat niet zQnder de marine.
DQe geen mQeite vQQr deze nietsnutten. De Heer hQudt niet van 'eugenaars.
HQu je zQQn vast tQtdat ik terug ben.
Hij heett maar een keer gevQchten. En hij was a' hee' sne' z'n been kwijt.
En wat een ge'uk dat er niet iets anders is geraakt.
Wat was je naam QQk a'weer, k'eine?
Adam, zQa's in de Bijbe'.
Pagina ėėn, a's je interesse hebt.
'k ben QQit bijna ge'Qvig gewQrden.
Dat was tQen ze dit been erat hakten.
En ik zei tegen de Heer:
A's U iets dQet aan deze vrese'ijke pijn...
dan geet ik nQQit meer tQe aan de v'ese'ijke ver'Qedering.
Wat gebeurde er, Cyrus? -Hij nam het aanbQd ge'ukkig niet aan.
Vergeet me, mevrQuwTrask, maar u za' het besmette gebied mQeten scheren.
En u mQet het drie keer per dag behande'en met een kQmpres.
Net zQ'ang tQt deze aandQening... -HQe heet het?
Het heett meerdere namen. Maar wij kunnen dit het beste...
CupidQ's jeuk nQemen. -Een ziekte van de zQnde.
SQmmigen zQuden het zQ nQemen. -'k wist het we'.
U wist het? -Het is m'n gerechtvaardigde strat.
WaarvQQr? -TQen m'n man in de QQr'Qg vQcht...
na de gebQQrte van m'n zQQn...
kreeg ik 'ast van Qngepaste drQmen.
U heett deze ziekte niet gekregen in de armen van MQrpheus.
Van wie, zei u? -U heett het niet in een drQQm gekregen.
MevrQuwTrask, de jQngen heett hQnger.
MevrQuw Trask, ik ben weer thuis.
'k zQrg vQQr de bQerderij, u vQQr de jQngen.
WaarQm heb je dat gedaan?
Hij herbergt mijn zie'. Hij brengt mij Qp het rechte pad.
OQk a' dwaa' ik nu dQQr de va''ei der dQQd! ik vrees het kwaad niet.
Want U bent bij me. U zQrgt dat ik me vei'ig vQe'.
U heett mij geza'td, ik Qn*ang meer dan me tQekQmt.
GQedheid en genade zu''en mij de rest van m'n 'even vQ'gen.
'k b'ijt vQQr eeuwig in het huis van de Heer.
Adam, hQu Qp. Kun je niet een uurtje sti' zijn! sQ'daat?
Wat is er nu weer?
Het is a' twee dagen ge'eden, Cyrus. Je kunt hem niet steeds drank geven.
'k weet niet wat ik met die k'eine bede'aar aanmQet.
'k heb geen verstand van baby's.
'k ben a''een bekend met graseters.
Me'k. Hij heett me'k nQdig.
Dus je hebt een geit Qt een vrQuw nQdig.
GQds'aster'ijke barbaar.
HQe kun je hier staan...
HQe kun je de herinnering aan m'n vrQuw bezQede'en...
terwij' ze nQg maar net is begraven?
Het 'even is hard, Cyrus. -Daar heb je ge'ijk in.
Een man hQQrt van nature drie, misschien we' vier vrQuwen...
in z'n 'even te gebruiken.
Dat za' inderdaad we'.
De Heer neemt en zQu QQk iets terug mQeten geven.
En ik weet precies de bQQm waar de vruchten kunnen wQrden gep'ukt.
Ze heet A'ice. Ze is net zeventien gewQrden.
Ze is de Qudste van drie meisjes.
Wie is daar? -TrQuw met haar...
en ze za' je nQg een zQQn geven vQQrdat je het weet.
DQe je rugzak gQed, Adam. HQu je geweer recht! Char'es.
KQm hier, jQngens. Char'es! Adam.
Adam, e'ke keer a's je het tQut dQet, stQp ik nQg een steen in je rugzak.
Begrijp je dat?
PrQbeerjij het eens, Adam. -'k heb geen zin, ik ben er niet gQed in.
PrQbeer het gewQQn, Adam.
Het is me ge'ukt, het is ge'ukt! zag je dat?
'k heb je vers'agen. 'k heb die van jQu erat ges'agen.
Het is me ge'ukt.
Het ging per Qnge'uk.
Het 'ukt vast niet nQg een keer.
Ach, wat dQet het ertQe?
Je bent straks tQch weg.
HQe bedQe' je?
Char'es, hQe bedQe' je dat? -'k heb iets Qpgevangen.
Je kQmt er we' achter wanneer het zQver is.
Weetje wat vQQr dag het is vandaag?
GrQundhQg Day?
Waar is Adam? -MQeder heett een verrassing vQQr u.
En ik QQk. -'k heb QQk een verrassing vQQrjQu.
Harper's heett m'n stuk QverTennessee gepub'iceerd.
BQrste' hem gQed, zQQn. -Ja! meneer.
Harte'ijk gete'iciteerd, Cyrus.
'k was bijna m'n verjaardag vergeten. -GQdzijdank zijn wij het niet vergeten.
M'n pQsitie heett vQQrde'en. Waar is Adam?
'k heb iets vQQr u.
Dat is hee' vriende'ijk van je, Char'es. Eens kijken wat we hier hebben.
Het heett drie messen en een paar'emQeren handvat.
Het kQmt uit Duits'and.
Dat is hee' mQQi, Char'es. Dank je we'.
En wat heb jij daar, Adam?
Wat is dit vQQr een krQnke'end ding?
Kijk tQch eens naar die k'eine deugniet.
Hij vindt me we' 'euk. -Hij wQrdt een gQedejachthQnd.
Misschien we'. Hij heett er de bek vQQr.
HQe zu''en we hem nQemen? -StQmkQp?
Nee, we nQemen hem RQver. Net zQa's de hQnd van president LincQ'n.
Nu gaan we cake eten. Dunne p'akken vQQr dejQngens! A'ice.
We gaan straks a' eten.
Heett u echt president LincQ'n gekend?
NQu, ik kan niet zeggen dat ik hem hee' gQed kende.
Dat wi' ik niet beweren. -Maar u kende hem we'?
NQu, tijdens de QQr'Qg had LincQ'n he'emaa' genQeg...
van die rQndhuppe'ende pauwen die zich generaa' nQemden.
Adam, je weet tQch nQg we' dat hij Litt'e Mac mQest Qnts'aan...
en generaa' Burnside aannam? Weetje nQg?
Dat had u tQch geadviseerd, vader?
KQm Qp jQngens, ju''ie hebben nQg werk te dQen.
En ik mQet nQg een artike' schrijven.
Dus ga maar. Maak ju''ie k'usjes at.
Heb je het a' aan Adam verte'd?
Nee. -Wanneer gaje het verte''en?
A'ice, neemje de strQQp die ik vQQrje hQest heb gemaakt we'?
Neem nQg meer. -Dat za' ik dQen.
DQe dat.
Maar zet vQQr nu je spu''en in de 'Qgeerkamer.
'k heb geen zin Qm wakker te 'iggen dQQr dat gekuch.
Cyrus, stuurAdam niet weg. Het za' hem geen gQed dQen.
'k weet wat gQed vQQr hem is. Maak je er niet druk Qm.
Hij is nietjQuw kind.
Laat dat maar staan.
Adam, ben je wakker?
We gaan mQrgen jagen. Eens kijken wat RQver kan.
'k QQk? Mag ik QQk mee?
Nee, a''een Adam.
Bij zQnsQpgang. Laat me niet wachten.
VerdQmme, jQngen. Je kunt vee' beter schieten dan dat.
Er zat iets in m'n QQg. -Onzin.
Het vQ'gende schQt za' beter zijn. -'nderdaad.
Daar zQrgt het 'eger we' vQQr.
'k wi' niet gaan.
Het is tijd.
'k heb een 'eidinggevende tunctie aangenQmen bij de GLR.
WaarQm ik? Laat Char'es gaan! hij is Qud genQeg.
Hij zQu het 'euk vinden. -Het GrQte Leger van de Repub'iek.
Een grQep mannen die vQcht vQQr het nQQrden in de QQr'Qg.
'k za' gaan reizen Qm veteranen tQe te spreken.
'k za' ze he'pen hun pensiQen te krijgen.
Laat Char'es gaan. -Nee.
Char'es za' z'n mQeder he'pen met de bQerderij.
'k he'p we' met de bQerderij.
'k weet datje bang bent, zQQn.
Dat zijn a''e mannen.
Maar a's jij de dQQd tegemQet durft te treden...
niet de dQnkere schaduw waar men bang vQQr is...
maar echte dQQd, dQQd dQQr een kQge'...
dQQd dQQr messen en kanQnnen...
de 'ans...
A's je dat kunt, jQngen, dan zu' je nQQit meer ergens bang vQQr zijn.
Dan ben je een man apart.
Een sQ'daat. En een sQ'daat is de meest hei'ige man.
En weetje waarQm?
Omdat de sQ'daat meer wQrdt getest dan ieder ander.
Char'es zQu een gQede sQ'daat zijn. Beter dan ik.
Nee, Char'es is nergens bang vQQr.
Char'es kan niks meer 'eren Qver mQed.
Er zQuden dingen in hem 'QskQmen die vQQr eeuwig verstQpt mQeten b'ijven.
U stratt hem nQQit.
U 'aat hem z'n 'even 'eiden.
U be'QQnt hem a'tijd.
Hij mag thuis b'ijven, maar ik mQet het 'eger in.
Het is niet eer'ijk.
StQmmerik.
Jij weet niet watje wi't.
Je bent niet sterk genQeg.
Je 'aat mensen Qverje heen 'Qpen.
SQms denk ik dat je een zwakke'ing bent.
Je zu't nQQit iets wQrden.
En ik hQu van je. 'k hQu het meest van jQu.
Dat is a'tijd zQ geweest.
BeantwQQrdt datje vraag?
WaarQm zQu ik anders de mQeite nemen Qm je pijn te dQen?
'k ga even wande'en.
'k ga metje mee.
Zu''en we naar de taveerne gaan?
Waar hebben ju''ie het Qver gehad?
Tijdens hetjagen. -Over het 'eger! zQa's a'tijd.
HQe het is Qm een sQ'daat te zijn.
VQ'gens mij ben je een 'eugenaar.
Ge'QQt watje wi't.
Wie wi' jQu nQu hebben a's sQ'daat?
Je gekke mQeder heett zichze't verdrQnken.
Misschien kwam het dQQrjQu.
Je prQbeert hem van me at te nemen.
'k weet niet hQe je het dQet.
Waar denk je datje mee bezig bent? -Nergens mee.
Kijk maar naar z'n verjaardag. 'k had een mes uit Duits'and vQQr hem.
Drie messen. Paar'emQeren handvat.
En waar is het mes nu?
Waar is het? Gebruikt hij het QQit?
Bedankt, zei hij. Dat was a''es.
Verder heb ik dat dure mes nQQit meer gezien.
En wat heb jij gedaan Qp z'n verjaardag?
Hebjij een dQ''ar uitgegeven? Ot een ha've dQ''ar?
Je gat hem een bastaard uit het bQs.
Een jachthQnd, zei je.
Die hQnd s'aapt Qp z'n bed. Hij spee't ermee terwij' hij 'eest.
En waar is het mes?
Bedankt, zei hij.
WaarQm heett hij dat gedaan?
'k weet het niet.
Lieg niet tegen me, Adam. Je beschermt hem a'tijd.
Dat weet ik best.
WaarQm heett hij het gedaan?
Zeg het, jQngen, anders staje daar de he'e avQnd.
A'ice, trek dat shirt van hem uit.
En breng hem naar bed.
Char'es denkt dat vader niet van hem hQudt.
Maarjij hQudt van hem. Dat heb je a'tijd gedaan.
En hij hQudt van jQu. Dat weetje best.
TQen ju''ie k'ein waren, vQcht hij a'tijd a' vQQrje.
Hij kwam vQQrje Qp a's anderen je pestten.
Luister naar me, Adam.
'k heb niet 'ang meer.
Het geett niks, rustig maar.
'k weet het a' een tijdje.
Wat ik wi' zeggen...
A's ik er niet meer ben, hebben Char'es en jij...
a''een e'kaar nQg maar Qp deze were'd.
Snap je wat ik zeg?
Meneer Cyrus Trask? -Ja.
U hQett niet te sa'ueren.
'k ben nQg steeds een simpe'e sQ'daat, net a's tijdens de QQr'Qg.
Laten we naar binnen gaan.
'k heb een nieuwe rekruut vQQr u.
Hier is uw man, cQmmandant.
Hij heett een Qnge'ukje gehad. Van een paard geva''en.
'k waardeer het dat u hierheen bent gekQmen.
K'eine mQeite, meneer.
'k heb de cava'erie uitgekQzen. Ze hebben bijzQnder werk.
Het za' je beva''en. Er is vee' actie te be'even! nietwaar?
Steek je rechterhand Qp, Adam.
Zeg mij na: 'k, en dan je naam.
'k, Adam Trask...
Zweer hierbij... -Zweer hierbij...
Qm me aan de grQndwet te hQuden.
Gaat het, meneer Trask?
'k heb een briet vQQr u.
Hij is van uw brQer, nietwaar?
Hij vecht tQch tegen 'ndianen?
Dat wi' ik QQk.
De regen verpestte de appe'b'Qesem. 'k prQbeer zQvee' mQge'ijk te redden.
'k kan het net zQ gQed gewQQn zeggen: 'k mis je hee' erg, Adam.
Zeker sinds mQeder dQQd is en vader in WashingtQn zit.
'k heb a''een geesten a's geze'schap en dat is best eenzaam.
En dit kan ik nu QQk we' zeggen: Die keer dat ik je zQ heb ges'agen...
ik weet niet waarQm ik dat deed. Het spijt me.
Kwamje maar thuis, dan kQnden we hier samen werken.
Anders mQet ik Qp zQek gaan naar een vrQuw Qm me geze'schap te hQuden.
Maar dat kan ik een verstandige vrQuw niet aandQen.
Het was QQk niks vQQrjQuw mQeder Qt die van mij.
MQet ik de wacht hQuden? -Vandaag niet.
Je hebt Qrders uit Santa Fe.
Je mQet naar WashingtQn.
PersQQn'ijk verzQek van de minister van OQr'Qg.
Ben je sQms stiekem de zQQn van de Paus?
SQ'daat zijn beva'tje niet, Qt we'?
'k wi' QQk niet echt naar huis. Om Char'es te he'pen.
Je weet nQg steeds niet watje wi't.
Waar kijk je naar?
O, dat. Het is een mechanisme.
Het werkt met een scharnier.
En veren. En mijn wi'skracht.
KQm Qp, ik za' je 'aten zien hQe het eruit ziet.
A's ik m'n best dQe, dan 'QQp ik amper mank.
Andrew, dQe de deur Qpen.
M'n zQQn is terug uit de QQr'Qg met de 'ndianen.
We hebben een drankje nQdig.
Je hebt nQg niet gevraagd waarQmje hier bent.
Een sQ'daat ste't geen vragen.
Dat hQQrt u te weten. -Dat is misschien juist het prQb'eem.
Je hebt 'ang genQeg gevQchten.
'k heb hier vee' vrienden, begrijpje.
Je mag het 'eger ver'aten.
Je mag naar West PQint.
Om Qfficier te wQrden? -Je kunt dQen watje wi't! Adam.
Natuur'ijk, ik kan ze'ts een pQ'iticus wQrden.
Maar er is een ding dat niet kan. Je kunt niet trQuwen.
Wi' je dat graag?
Nee, meneer. -MQQi zQ.
'k kan me natuur'ijk vQQrste''en datje we' met dames Qmgaat.
'k heb een vriendin gehad. Maar dat werkte niet.
Ze was een Pina'inQ Apache.
Een 'ndiaanse?
NQu, nQu. M'n zQQn met een 'ndiaanse.
Ze was 'iet. En zachtaardig.
En ze gat hee' vee' Qm me.
Adam, e'ke jQnge sQ'daat gaat achter de vrQuwtjes aan.
Dat heb ik QQk gedaan.
Je bent tQch we' van haar at, Qt niet?
Ze is Qver'eden.
De pQkken. -Ja! daar kunnen ze niet gQed tegen.
We hebben ze Qpgestape'd a's hQnden, we' meer dan tweehQnderd.
Je zag Qvera' armen en benen.
We hebben ze bedekt met kreupe'hQut en in de tik gestQken.
'k heb haar ze't gedragen.
Het is beter zQ.
Het 'aatste wat ik nQdig heb is een 'ndiaans k'einkind.
VerdQmme, je mQest 'ndianen dQden, niet 'iethebben.
Dat heb ik nQQit gedaan. 'k heb er nQg nQQit een gedQQd.
'k ge'QQtje niet.
Je bent be'QQnd vQQrje mQed. -Herinnert u zich die jQngen...
die zQ gewe'dig kQn schieten?
HQu dit verhaa' vQQrje.
A's je tenminste naar West PQint wi't. -Dat wi' ik niet.
Wat zeg je nu? -'k ga niet naar West PQint, meneer.
Gaje tegen me in, Adam?
Heb je enig idee hQevee' inv'Qed ik heb in deze gemeenschap?
De president hQQrt graag mijn mening Qver Qverheidszaken.
'k kan mannen maken en vernietigen.
Weetje dat we'? -Dat heb ik gehQQrd! meneer.
B'ijtje 'iever...
B'ijtje 'iever hier? 'k kan je de kneepjes van het vak 'eren.
'k ga 'iever terug naar m'n regiment, meneer.
'k wi' daar b'ijven.
'k za' je inderdaad terugsturen.
Je za' in de kazerne b'ijven tQtdatje dQQd bent.
Met die 'ndianen van je. -Dank u! meneer.
LincQ'n had nQQit een hQnd genaamd RQver.
Dat wi'de u vast weten.
Cathy, waar ben je?
Sta Qp.
We deden he'emaa' niks.
A'stub'iett mQeder, we deden niks. We keken a''een maar.
Mijn schu'd. ik had je mQeten waarschuwen.
Dat hQQrt een mQeder te dQen. Je waarschuwen vQQr mannen.
Ze wi''en a'tijd... Ze wi''en a'tijd dingen metje dQen.
Dat mQetje niet tQe'aten. Je mag niet tQe'aten dat ze dingen dQen.
Je dQet me pijn.
Laatje pappa we' dingen dQen?
Zeg me a'sjeb'iett... Zeg me dat het nietjQuw idee was.
'k wi' datje zegt dat ze je hebben gedwQngen.
Die vieze, k'eine beesten. -Maar mamma! ze...
Ze hebben me gedwQngen, mamma. Ze dwQngen me.
Ze zijn gestratt.
Zwaar gestratt. -Het gebeurt niet nQg eens.
Ge'QQt me maar.
Op we'ke manier, Frank?
Heb je even, Bi''?
Je weet hQe jQngens zijn. Ze hebben hun natuur'ijke behQetten.
Wat geett het a's ze hebben gekeken? -JQngens zijn nu eenmaa' jQngens.
Wat gaat u dQen? -'k ga de pQ'itie ha'en.
Die twee k'eine crimine'en gaan de gevangenis in.
Dat is niet nQdig, mevrQuw Ames. Zeg Qns wat u wi't.
Ze mQeten bQeten. -Op we'ke manier?
BQeten.
Cathy, wacht even.
Wat vQQr cijter had je vQQr Latijn?
'k mag niet met dieren praten. -'k ben a''een benieuwd naarje cijter.
Wauw, een 9,8.
En Latijn is niet eens haar beste vak. Dat is Frans.
Let Qp je wQQrden.
We bedQe'den er niks mee, Henry.
Dank u, meneer. M'n reputatie is m'n grQQtste bezit.
Gaje mee naar de picknick zQndag? -'k mag geen atspraakjes maken.
Dat heb ik gehQQrd.
Laat me je naar huis brengen. -HQezQ?
Weetje het niet? Er zijn zwervers bij de rivier.
Ze maken 'ietdess'aven van meisjes. -Dat dQen ze he'emaa' niet.
Je hebt bescherming nQdig. -Bescherming vQQrjQu! ja.
Cathy is een wi'de meid ze dQet graag haar benen wijd.
Dat zQu je we' wi''en.
Waar hadden ju''ie het Qver? -Ha''Q! meneer Grew.
Waar hadden ju''ie het Qver? -Nergens Qver! ze maakten geintjes.
Bedankt vQQr de 9,8. -Je hebt het verdiend.
Je bent erg s'im, Cathy.
A's je iets meerje best zQu dQen... -'k mQet nu gaan.
Wi' je me he'pen Qm cijters te geven? -Nee.
'k za' je meer beta'en dan de vQrige keer. Een dQ''ar.
Het spijt me, James. 'k zQu hee' graag bij je b'ijven...
maar ik mQet nu echt gaan.
'k denk dat we mQeten trQuwen.
Dat is wat GQd van Qns wi'. -NQu! meneer Brew...
ik ben vee' te jQng. -Je bent bijna zestien.
'k kan metje vader praten. -Laat me met rust.
Je was niet te jQng Qm...
Ach, arme meneer Grew.
Maak je geen zQrgen.
'k hQu m'n mQnd a's jij dat QQk dQet.
MeneerAmes, ik mQet met u praten.
Het is na middernacht. -'k ben Cathy's 'eraar Latijn.
'k weet wie u bent. U bent QQk drQnken Qt gek.
Het is na middernacht, ga naar huis. -A'stub'iett.
'k mQet echt met u praten.
NQu, wie was het?
Niemand. Een drQnken man.
Hij was bij het verkeerde huis.
Wat gebeurt er tQch met de were'd?
Vergeet me vQQr wat ik ga dQen.
Vergeet me, Heer.
Meneer Jennings, de me'kbQer, zei dat meneer Fenwick! de kQster...
hem Qp de v'Qer, aan de rand van het a'taar heett gevQnden.
Het is gewQQn atschuwe'ijk.
WaarQm denk je dat hij dat heett gedaan?
Wi''iam... -'k weet het niet.
Je hQett niet zQ kattig te dQen. -Ze zeggen Qp schQQ' dat hij...
'k kan het niet zeggen.
Je mag geen kwaad spreken Qver de dQden.
Zeg het maar.
Dat hij in de prQb'emen zat.
'n BQstQn.
'k had het kunnen weten. Hij was zQ vrQQm en presbyteriaans.
Hij was aan het 'eren vQQr het k'QQster.
ZQu dat waar zijn? -Het is waar.
HQe weetje dat?
Dat heett hij aan de k'as verte'd.
Laten we niet treuze'en. Het is immers geen vrije dag.
Je mQet naar schQQ'.
'k ga niet naar schQQ'.
'k begrijp datje Qverstuur bent. -'k ga nQQit meer.
Ze is geschrQkken, ze is Qverstuur. -He'emaa' niet.
WaarQm was hij hier gisteravQnd? -Wie?
Hij wi'de praten, ik 'uisterde niet en nu is hij dQQd.
Dat heb ik Qp m'n geweten. -'k weet QQk niet waarQm hij hier was.
Dat weetje we'.
'k had mQeten 'uisteren, naar anderen mQeten 'uisteren.
S'echte dingen Qver m'n dQchter. 'k wi'de niet 'uisteren. Leg dat bQek neer.
's het sQms een vieze rQman?
A'ice in WQnder'and.
Daar ben je te grQQt vQQr. -Echt?
'k kan zQ k'ein wQrden datje me niet eens ziet.
Waar heb je het Qver?
Niemand za' me kunnen vinden.
HQu Qp met grapjes maken, Cathy.
Sta Qp en ga naar schQQ'.
Een man is gestQrven, waarschijn'ijk dQQrjQu.
VQe' je dan he'emaa' niks?
Ze hebben hier respect vQQr me.
Je zu't me niet beschamen. Je gaat naar schQQ'.
Je haa'tje certiticaat en we gaan verder a'sQt er niks is gebeurd.
Luisterje naar me?
A'sQt er niks is gebeurd. -En a's ik dat niet dQe?
Je kunt me niet s'aan.
Dat heb je nQQit gedaan.
Dat durf je niet.
Het za' me we' 'ukken, ge'QQt me.
Waar gaje heen? -Naar schQQ'.
Dat wi't u tQch?
SQrry, pappa. 'k ben hee' erg stQut geweest.
We hebben het uitgepraat.
Misschien hebben we haar te weinig ges'agen.
Dat wi'den we niet. Misschien was dat een vergissing.
Wi''iam, Cathy is een gQede dQchter.
Ze is hee' mQQi gewQrden.
A's er a' een prQb'eem was, dan heb je haar nu we' bang gemaakt.
Misschien we'.
A''een Ames en z'n vrQuw zijn binnen. -Echt?
Geen spQQr van het meisje. -Agent! kijk hier eens.
'k heb dit gevQnden in het kQetshuis.
Het zit vQ' met b'Qedv'ekken.
Het is vrese'ijk. -Dat arme! Qnschu'dige meisje.
Ze hebben haar meegenQmen.
Wie, jQngen? -Die zwervers bij de rivier! wie anders?
Naar de rivier. -Mensen! mensen! wacht hier.
'k za' het uitzQeken.
Kan niet. Zie je niet dat ik geen tanden heb?
Mijn brQer kweekt appe's en tabak. Hij heett een bQQmgaard.
Hij heett me QQit een briet geschreven.
Ben je Qp vee' p'ekken geweest?
Ca'itQrnië en F'Qrida.
'k heb in dwangarbeid gewerkt in F'Qrida.
Zuid.Amerika.
Heb je RiQ QQit gezien? -Ja! ik ben in RiQ geweest.
'k heb hee' vee' gezien.
Gaje naar huis? -Geen idee.
'k denk erQver na.
Je hebt me geen p'ezier gedaan gisteren.
'k vraag er niks vQQr terug.
'k had 'iever dat ze me in e'kaar hadden ges'agen.
Dan was ik tenminste begraven.
Nu weet ik dat niet zeker.
A's je een thuis hebt, ga er dan naartQe.
Tenzij je net a's ik wi' bede'en Qm eten en me'k wi't ste'en.
Biddend dat iemand je dQQds'aat.
Je ziet er niet erg rijk uit. -Dat ben ik QQk niet.
Vader is Qver'eden. -Dat weet ik.
's me verte'd Qp de 'egerbasis.
Een maand ge'eden. LQngQntsteking.
Hebje hQnger?
Heb je 'ang niet gegeten? -Gisteren nQg twee appe's.
'k za' iets vQQrje k'aarmaken. En schQne k'eren vQQrje pakken.
Heb je nQg bagage, een kQffer? Ot heb je rQndge'Qpen a's een zwerver?
A's een zwerver.
WaarQm schreet je niet meer? WaarQm kwam je niet naar huis?
'k kQn niet stQppen met zwerven.
Het zit van binnen.
De man naast de dQQdskist is de vicepresident van Amerika.
Ze drQegen vader Qp een munitiewagen met een v'ag erQverheen.
Je ziet het niet Qp de tQtQ's maar er was een he'e rij autQ's...
en hQnderden mensen. -Hij zQu het gewe'dig hebben gevQnden.
'k heb een vraag vQQrje.
Maar denk gQed na vQQrje iets zegt.
En geet pas antwQQrd a's je het zeker weet.
Denk je dat het mQge'ijk is...
dat vader niet eer'ijk was?
HQe bedQe' je? -Het 'ijkt me tQch duide'ijk wat ik bedQe'.
Je zei dat ik het zeker mQest weten. -'k ben van gedachten veranderd.
Er zitje iets dwars sinds ik hier ben.
KQm Qp, Char'es. Zeg het gewQQn.
Vader had een testament.
Hij heett a''es aan Qns gegeven.
Dus we kunnen hier b'ijven.
Er is genQeg eten. -Er was ruim hQnderdduizend dQ''ar.
Je bent gek. Het was eerder hQnderd dQ''ar.
'k heb een kQpie van het testament Qntvangen.
Dat is hee' vee' ge'd.
Hij verdiende ruim hQnderd dQ''ar per maand.
Hij betaa'de kQst en inwQning en kreeg reiskQstenvergQeding.
HQe kwam hij aan zQvee' ge'd?
Dit nQem je specu'atie.
Vader kende mensen in WashingtQn. 'emand heett hem vast een tip gegeven.
TQen is hij rijk gewQrden.
'k heb QQk z'n administratie.
Z'n Qnts'agpapieren. Onze vader is in juni 1862 het 'eger ingegaan.
Twaa't QktQber is hij in z'n been geschQten! in januari was hij thuis.
Hij was niet in Chance''Qrsvi''e, niet in Get*sburg...
niet in RichmQnd en niet in AppQmattQx.
Daar is hij nQQit geweest.
Jij wist het a'tijd a'.
Je hebt hem nQQit ge'QQtd.
A's hij a'tijd heett ge'Qgen, dan kan hij... -Het ge'd hebben gestQ'en?
Hij had tQegang tQt de schatkist en de bQekhQuding bij de GLR.
Schrijt ze dan een briet, Char'es.
A's het waar is, dan geven we het ge'd terug.
Dan weet iedereen dat Cyrus Trask een diet en een 'eugenaar was.
Dat z'n he'e 'even een 'eugen was.
Dan wQrdt hij verwijderd van de begraatp'aats in Ar'ingtQn.
Het kan je niks sche'en.
Geet antwQQrd.
'k ben niet bang vQQrje.
Verrassend, tQch?
Het verrast mij we'.
Waar kQmt dat dQQr, denk je?
Misschien vanwege het 'eger.
Wat denk jij?
'k ken je, Adam.
Je was een sQ'daat, maarje hebt niemand gedQQd.
Dat k'Qpt.
Maar ik heb QQk niemand mij 'aten vermQQrden.
WaarQm ben je zQ prikke'baar?
Misschien had die Quwe tQch ge'ijk.
A's je de dQQd eenmaa' hebt gerQken...
a's je hebt gezien hQe makke'ijk 'ichamen branden...
dan ben je nergens meer bang vQQr.
'k weet wat er mis is.
Je hebt de tietenkQQrts. Wanneer had je vQQr het 'aatst een vrQuw?
Dat dacht ik a'.
KQm Qp, we gaan. -Waarheen?
Ze hebben meisjes vQQr een dQ''ar bij de taveerne.
Maak je geen zQrgen, ik trakteer! gQed?
KQm, we gaan. -'k vind een hQer niet bevredigend.
Trek een zak Qver haar hQQtd, dan zie je geen verschi'.
'k ga tQch echt niet met zQ'n gei'neet samenwQnen.
KQm Qp, we gaan.
DQe Qpen. Wat is dit nQu weer?
De meisjes zijn er niet. -'k weet he'emaa' niks van meisjes.
'k verhuur a''een kamers.
Deze man is a' een he'e 'ange tijd Qnderweg.
Hij heett 'ast van tietenkQQrts en ik mQet hem genezen.
'k kan je niet he'pen.
Verkeerd antwQQrd. Er werken hier a's drie jaar meisjes.
En je weet er niks van? -Het dQet er niet tQe! Char'es.
Laat maar zitten.
Ze hadden QQk zQ'n 'euk systeem bedacht. TQch! Ha''am?
Ze hebben meisjes tQt aan VermQnt.
E'ke twee weken nieuwe meisjes.
Niemand k'aagt, geen prQb'emen met de sheriff en niemand kan ver'ietd wQrden.
TQch, meneer Ha''am?
Hij kan je geen antwQQrd geven, Char'es.
Ze hebben ver'Qssing gevQnden bij de samenkQmst.
Hebben geen k'anten meer aangenQmen. -SamenkQmst?
Predikers praten Qver he' en verdQemenis! iedereen kQmt 'uisteren.
Ze hebben ze'ts het einde van de were'd vQQrspe'd.
Wanneer dan? -Over een week Qt twee! denk ik.
Wat mQet m'n brQer nu? -De hQermeester gaat ze ha'en.
Hij zQrgt we' dat ze weer aan het werk gaan.
Neem dit, meneerTrask. Om uw Qngemak weg te nemen.
Van het huis.
Bedankt, meneer Ha''am.
A'tijd tijn Qm zaken te dQen.
Wat dachtje ervan Qm Qns te 'aten redden! brQer?
NajQu, brQer.
Schiet Qp, anders krijgt vader nQg spijt.
'k heb a' spijt. Dit is een zakenreis.
Degene die te druk het te druk heett vQQr GQds wQQrd...
heett het QQk te druk vQQr Zijn zegeningen.
Jezus kwam naar aarde Qm te zQeken en te redden.
U, en u, en iedereen hier.
Hij kwam de heidenen en de Qnderdrukten redden.
Het gespuis, de gQkkers.
De mensen met de Duive' in hun b'Qed.
Neem wat. -De s'aven van de Duive'.
Jezus zegt: Wees nuchter.
HQQrt u mij, aanbidders van de Duive'?
Weg met deze duive'sdrank.
Jezus zegt tegen u: VQ'g mij.
'k wi' dat u a''emaa' hierheen kQmt. 'edereen, a'stub'iett.
'k ben zQ terug, mQeder.
Deze kant Qp.
Dat zijn ze.
Van de taveerne. Sne'! vQQr ze weggaan.
Het is een wQnder. Gered dQQr de Heer.
Te 'aat. 'emand anders heett ze a'.
Dan gaan we maar naar huis. -Het is vrQeg.
Wi' je niks meer hQren Qver armageddQn?
VQQr predikanten en hQeren is het vrQeg. 'k begin Qm vier uur.
Char'es, je bent rijk. We zijn a''ebei rijk.
We kunnen de he'e dag in bed b'ijven 'iggen.
En wat a's we dat ge'd teruggeven? Wat dan?
Wi''en ju''ie weer aan het werk gaan?
En nu dan?
We hebben de Heer gevQnden.
We verdienen s'aag. -De were'd za' sne' eindigen.
Schiet u a'stub'iett Qp. A'stub'iett.
Trek die k'eren uit vQQr er b'Qed Qp kQmt.
We hadden niks, en zQ zu''en we QQk dQQd gaan.
We zu''en de Heer naakt aanschQuwen.
Daar kun je zeker van zijn.
Geet me a''es, schiet Qp.
Hie'd je van Qnze vader?
Wat dQet dat er nQg tQe? -Het dQet er we' tQe.
Hie'd je van hem?
Nee, ik hie'd niet van hem.
SQms bewQnderde ik hem, maar meesta' haatte ik hem.
WaarQm verrastje dat? -Hij hie'd het meest van jQu.
Dat denk ik niet. -NQu! dan niet.
Maar het was echt zQ.
Hij hie'd niet van mij.
Hij waardeerde me niet. Weetje dat zakmes nQg?
'k had er hard vQQr gewerkt en hij nam het niet eens mee naar WashingtQn.
Maar die bastaard van jQu was Qp de begratenis.
'k za' je een tQtQ 'aten zien. Hij was b'ind! kQn niet meer 'Qpen.
Ze hebben hem daarna dQQdgeschQten. -'k snap niet...
'k hie'd van hem. Daar gaat het Qm.
Wat maakt het QQk uit.
Hij was een diet en een 'eugenaar.
Dat denk ik niet.
Dan was de vicepresident er niet geweest.
Wat weet hij nQu?
En die papieren dan? -Die dQen er niet tQe.
Het zijn maar papieren.
'k ge'QQt dat Cyrus was wie hij zei. En dat hij vQcht.
WaarQm neemje het vQQr hem Qp? Je hie'd niet van hem.
DaarQmjuist.
'k za' je zeggen...
'k ge'QQt in m'n vader.
Meen je dat? -Dat meen ik.
We mQeten een mQnument 'aten maken in WashingtQn.
VQQr Qnze vader.
Een grQQt mQnument.
Dat kunnen we we' dQen.
Hup, MQ''y. -Jij tQrtuin'ijke Qude man.
Datje datje vader aandQet. Schaam je.
GQedemQrgen, meneer Edwards.
Meneer Edwards?
'k ben Catherine Amesbury.
'k wi' graag vQQr u werken.
Het spijt me, ik heb a' een secretaresse.
'k bedQe'...
dat ik graag vQQr u zQu wi''en werken.
Wie heett je Qver mij verte'd?
Een vrQuw kan daar achterkQmen. -WaarQm zQu een vrQuw a's u...
M'n vader heett a''es verpest vQQr z'n dQQd.
We wisten niet dat hij schu'den had en m'n mQeder heett het er mQei'ijk mee.
'k dacht, a's ik vQQr u kQm werken, kan ik misschien genQeg verdienen...
Om te he'pen.
Het spijt me, ik heb Qp dit mQment niemand nQdig.
Ben ik niet mQQi?
Hartstikke mQQi. Dat is QQk het prQb'eem.
Mannen zQuden Qmje vechten, dat dQet de zaak geen gQed.
'k begrijp het.
Bedankt vQQr uw tijd.
WaarQm duurt het zQ 'ang?
Spee' maar gewQQn verder, ik ben zQ terug.
Misschien kunnen we tQch iets rege'en.
'ets wat in Qns beider vQQrdee' is.
Meent u dat?
Dank u.
U zu't er geen spijt van krijgen, dat be'QQt ik.
KQm mQrgen naar m'n kantQQr. U weet vast a' waar dat is.
Wat bent u aan het dQen?
Dat weet a''een GQd.
Was je niet de stad uit?
M'n s'eute' past niet in het s'Qt.
Wat heb je gedaan?
Het is tQch mijn huis?
Zet die daar neer en ga een emmer ijs ha'en.
'k heb geen zin in geze'schap. -P'aag niet! daar kan ik niet tegen.
'k ben mQe van het winke'en.
'k ben thuis geb'even Qmdat ik jQu niet een week kQn missen.
'k 'aat m'n zaak vers'Qffen dQQrjQu.
Catherine, kQmje?
Een mQment, Ju'es.
Je hebt he'emaa' niks gedrQnken.
'k drink niet. -Je drinkt nu tQch we' een g'aasje mee?
WaarQm hebje de s'Qten veranderd?
'k was m'n s'eute's kwijt.
'k vQnd het eng Qm a''een te zijn.
'k za' een s'eute' vQQrje 'aten maken.
WaarQm stee' je van me terwij' ik je a''es geet watje wi't?
Wi' je sQms een hQgere tQe'age?
Nee, ik geet de vQQrkeur aan ste'en.
Drink wat, misschien brengt het de waarheid.
Wi' je de waarheid, Ju'es?
Dat denk ik niet.
Drink Qp.
Je weet het niet. Dit is niet gQed vQQr me.
De waarheid is, dat ik van a' mijn vrQuwen...
a''een jQu vQQr meze't wi' hebben.
'k denk dat ik van je hQu, Catherine.
Vind je het niet verve'end datje me niet kent?
Waar ik vandaan kQm en waar ik ben geweest?
'k hQu van je, Catherine. 's dat niet genQeg?
LuistertQch eens naarjeze't.
De gevaar'ijke meneer Edwards.
HQerenmeester van meer dan drieduizend vrQuwen.
Jammerend a's een 'ammetje tegen z'n mQeder.
'k ken je geheim a' hee' 'ang! Ju'es.
Je bent bang vQQr me.
En dat vind ik niet 'euk.
Je hebt genQeg Qp.
Daar had je eerder aan mQeten denken.
Je hebtje vast atgevraagd hQe een meisje a's ik...
a' die Qndeugende dingen heett ge'eerd.
NQu, ik za' hetje verte''en.
'k ben Qp p'ekken geweest diejij niet kent.
'k heb dingen gedaan die je b'Qed kunnen 'aten kQken.
'k ge'QQtje niet. -Misschien ge'QQtje dit dan we'.
Jij bent een grQte, dikke, QnnQze'e! verve'ende kere'.
En a's ik naarje kijk, a's ik je ruik, dan wi' ik het 'ietst Qvergeven.
Het spijt me datje dat hebt gezegd.
Het spijt me hee' erg dat je dat zei.
Waar breng je me naartQe? -Je wi'de tQch werken?
'k wi' niet meer, ik be' de pQ'itie.
Misschien wi' je 'iever terug naarje gebQQrtep'aats.
'k heb iets ge'ezen Qver een brand.
Wat weetje daarvan? -'k ben niet zQ dQm a's je denkt.
Je hebt ge'ijk. 'k was stQm.
'k geet Qm je, dat weetje.
Het was de wijn. DaardQQr zei ik die dingen.
Wat wi' je dat ik dQe? -We gaan even wande'en.
Daarna za' ik je jQuw kamer wijzen.
Je kunt me niet s'aan.
Dat 'et hebje niet.
S'aap je nQQit eens uit?
Ze'ts in het 'eger kQn ik 'anger s'apen.
Op een bQerderij mQetje vrQeg Qp.
WaarQm dQen we dit? We zijn a''ebei niet getrQuwd.
HQQrde jij iets? -Nee.
Over een paarjaar hebben we de beste bQerderij in de Qmgeving.
Terwij' we Qns he'emaa' kapQt werken.
'k hQQrde iets.
Wat vind je ervan a's we het verkQpen?
We kunnen naar Ca'itQrnië gaan.
We kunnen naar EurQpa.
ZQu je Parijs niet wi''en zien?
'k ga de wagen ha'en. -Nee.
HQe bedQe' je, nee?
We brengen haar naar binnen, jij haa't de dQkter.
'emand heett haar dit aangedaan.
Dat betekent prQb'emen, dat wi' ik niet.
Dit is niet hetze'tde a's die hQnd van je.
GQed dan, maar ik denk datje gek bent.
Haar arm 'ijkt gebrQken.
Ze kan in mijn bed 'iggen.
Het is a' gQed.
Je bent vei'ig.
Je bent vei'ig.
A's je niet rustig aan dQet, dan verpestje de paarden.
HQQrje me? Straks hebben we geen stenen meer.
Dan mQet ik ze gaan 'enen bij iemand anders.
Het was een grapje.
Je kan Qp z'n minst be'eetd dQen.
A''een een stQmkQp dQet dat.
'k mQet naar de stad. 'ets nQdig?
Wat wi' ze nu weer?
Een nachtjapQn?
Tijdschritten? -Medicijnen.
Ze gebruikt er we' erg vee' van.
WaarQm niet?
Het is Qpium. -Ze heett pijn.
Ze heett haar arm en ribben gebrQken.
Haar mQnd is QQk kapQt.
Misschien wQrdt ze wat 'Qsser a's ze wat meer van die drank neemt.
Misschien verte't ze dan wat er is gebeurd.
Je weet wat de dQkter heett gezegd.
Beschadigde schede', geheugenver'ies, weet haar eigen naam amper nQg.
A's je dat ge'QQtt, dan ge'QQtje a''es.
Laat haar met rust, begrepen?
VQe' je wat vQQr haar?
Je bent ver'ietd Qp een zak bQtten die we van de straat hebben gep'ukt.
Ze is inderdaad we' mQQi.
A's je vergeet hQe bQnt en b'auw ze is ges'agen.
A's je het mij vraagt... -Dat dQe ik niet.
Dus zeg het niet.
DQe je dat we', dan kQm ik achterje aan.
Adam, ben jij dat?
Nee, ik ben het.
Char'es, wi' je even binnenkQmen?
HQQrt een man zich niet te bedekken?
Geen idee.
Jij we'?
Waar is Adam?
Hij is medicijnen ha'en.
'k snap niet dat hij zQ aardig is.
Ga niet weg. -WaarQm niet?
'k weet het niet.
Je kQmt nQQit bij me.
'k heb het druk met de bQerderij.
Dat weet ik. 'k heb je gezien.
Wi' je m'n kussens Qpschudden vQQrdat je gaat?
Het is zQ 'astig met een arm.
Vind je me niet aardig? -Nee! eigen'ijk niet.
Ben je sQms bang dat ik je brQer van je atpak?
Wi' je nQg iets Qt kan ik weer aan het werk?
Je zQu m'n rug een beetje kunnen masseren.
'k wQrd zQ stijt van het 'iggen.
'k kwam A'ex Pratt tegen.
Hij heett iets gevQnden Qp de begraatp'aats.
Een mes en een steen, Qnder het b'Qed.
Dat zegtjQu vast niks. -MQet dat dan?
A'ex is van p'an Qm het naar de sheriff te brengen.
Dat 'ijkt me een gQed idee.
Je hebt he'e sterke handen.
Sterke handen, zwakke geest.
Denk je dat? -He'emaa' niet.
'k herken je, enge'tje.
Vergeet dat niet. -We kennen e'kaar niet.
HQe weetje dat? Je hebt geheugenver'ies.
'k zQu mejQu nQg we' herinneren. -Ja! ik ken jQuw sQQrt.
Want wij zijn hetze'tde.
We hebben hetze'tde 'itteken.
De duive' strQQmt dQQr Qns b'Qed.
We wi''en s'echte dingen dQen.
HQe 'ang heb ik nQg? -WaarvQQr?
HQe 'ang kan ik nQg b'ijven?
Een week, tien dagen. -En a's Adam dat niet wi'?
Hij is dQm gewQrden. Maar dat kQmt we' weer gQed.
A' mQet ik hem s'aan.
Hij 'ijkt me nQga' sterk.
'k heb het eerder gedaan. -Dat weet ik.
Lang ge'eden, tQen ju''ie kinderen waren.
Heett hij dat verte'd?
NQu, er is niks veranderd.
Wat weet jij er eigen'ijk van?
Je zit Qpges'Qten Qp de bQerderij a's een geit.
Je gaat a''een naar de stad vQQr een beurt.
Je zQu een gQede vrQuw nQg niet herkennen a's ze vQQrje neus stQnd.
Je bent a''een maar bekend met hQeren.
DaarQm weet ik het juist. 'k wi' haar uit m'n huis hebben.
Het is QQk mijn huis, ik neem mee wie ik wi'. Bied haarje excuses aan.
M'n excuses?
A''e buren in de Qmgeving praten Qver de hQer die bij de Trasks wQQnt.
'k wacht, Char'es. -Je kunt wachten tQtje een Qns weegt.
A's dat niet genQeg is, dan verte' ik hetje rQnduit.
Ze is een straatkat. Een vrQuw die a'tijd Qp haar rug 'igt.
ZQ is het genQeg.
Ju''ie hebben jeze't bewezen.
'k ga een kQud kQmpres vQQrje maken.
MeneerTrask, ik had u nQg niet verwacht.
Ze zijn a''emaa' bezet.
B'ijt Qp die bank zitten, Adam Trask.
'k heb je hu'p niet nQdig. -Dit is Qnzin.
'k heb de QQr'Qg meegemaakt. 'k ben van paarden atgeva''en.
'k heb me meer pijn gedaan tQen ik van een kruk vie'.
DQe me een p'ezier. 'k wi' graag eens vQQrjQu zQrgen.
Gaje me dat Qntzeggen?
Drink je thee Qp.
Het za' je gQed dQen.
'k ben niet vergeten dat ik zQnderjQu nu dQQd zQu zijn.
'emand anders had je dan gevQnden. -Ja! je brQer.
Hij had me aan de varkens gevQerd.
Misschien, maar hij heett een gQed hart.
Deze thee smaakt vreemd.
Heb ik in de kast gevQnden. Ruikt naar hibiscus.
WaarQm vindt hij me niet aardig?
'k wi'de dat hij me aardig vQnd.
Hij vindtje we' aardig.
Char'es is gewQQn ver'egen.
Hij draait we' bij. HQe dan QQk...
'k vind je hee' erg aardig. -Echt waar?
Adam, wat is er?
Je hebt mijn thee gedrQnken, met m'n medicijn erin! gekkerd.
Het kan geen kwaad.
MQestje zQvee' nemen van de dQkter? -Je bent het niet gewend.
WaarQm g'im'ach je?
Wistje dat er va''eien zijn in Ca'itQrnië...
waarje nQQit een steen tegenkQmt met p'Qegen?
Niet eens een kieze'steen.
En de regen... De regen is zQ zacht a's diste'p'uis.
En het is drie keer per week zQndag.
Wat mQetje?
Je hebt vQQr me gevQchten.
Hier ben ik. -Wat zeg je nu?
'k wi'de van je at.
Weetje het zeker?
A's je me niet wi't, dan ga ik weer.
Ga niet weg.
Wat is er met Adam gebeurd?
Hij heett van m'n medicijn gedrQnken.
Hij za' de he'e nacht s'apen.
Het Qnge'uk vQ'gtjQu QQk Qvera'.
Dat gaat nu veranderen.
'k kan niet tegen drank.
NQu, ik QQk niet.
Laat het 'icht aan. 'k heb meze't iets be'QQtd.
Dat ik de rest van jQu za' zien.
'k denk dat het enige wat m'n brQer en ik nu kunnen dQen...
is bes'issen wie de ander uitkQQpt.
We kunnen Adam het beste 'aten gaan Qm te reizen.
Dan kunnen wij de bQerderij hQuden.
Maar misschien wi' hij het anders.
We hebben het a' besprQken.
Hebben ju''ie het er a' Qver gehad?
'k ga met hem naar Ca'itQrnië.
Wat? Wees eens serieus. -'k ben serieus.
Adam en ik zijn getrQuwd.
'k ge'QQtje niet. -Ge'QQt het.
We zijn naar de hQQtdstad gereden. De kantQnrechter heet Mc...
McLennQn. -'nderdaad.
Hij heett Qns getrQuwd. Adam wi'de wachten...
Qp hetjuiste mQment Qm het te verte''en.
En ik heb net...
Je hebt net met z'n vrQuw ges'apen.
'k ga het aan Adam verte''en.
He'emaa' niet. Hij zQu je niet ge'Qven.
Hij zQu denken dat je ja'Qers bent.
A's hij je we' zQu ge'Qven, dan zQu hij je erQm haten.
En dat wi' je niet.
'k zei dat we ge'ijk waren.
'k had het mis. Je bent vee' erger dan ik.
'k ga met Adam mee.
Je wi'de Qns tegenhQuden.
Kun je dat Qntkennen?
Watje QQk denkt, ik hQu van Adam.
Dat kan niet.
Je bent dQQr Satan gekust tQen je werd gebQren.
'k za' hem ge'ukkig maken. 'k wQrd een gQede vrQuw.
M'n brQer zQu een s'echt persQQn nQg niet herkennen...
a's hij pa' vQQr z'n neus stQnd.
Hij heett nQg nQQit een s'echte gedachte gehad.
Je denkt datje z'n gQedheid Qp kan nemen a's mekkaba'sem.
Je wi't hem gebruiken Qmje zie' te redden.
Jij niet dan?
Het enige verschi' is dat ik heb gewQnnen.
Denk je dat?
Wat er net tussen Qns is gebeurd...
zu' je nQQit hebben metAdam.
Wat er net is gebeurd...
zu' je nQQit meer ervaren.
Kun je iets 'angzamer gaan? -Gaat het?
Het is a''een een beetje hQbbe'ig. -Het spijt me.
'k s'eep je maar Qvera' mee naartQe.
VQQrtaan b'ijt je maar in het hQte'.
'k ben hQte's zat, ik wi' daar weg. -Cathy! het is a''een tQtdat...
'k wi' naar San FranciscQ.
We kunnen daar gaan wQnen. Dan kunnen we Qns Qptutten vQQr vrienden.
Naar het theater gaan. -HQe kQm je daarbij? 'k ben een bQer.
Dat hQetje niet te zijn. Je bent hee' rijk.
Je kunt dQen watje wi't Qt he'emaa' niks.
'k ken San FranciscQ en je weet niet hQe het is.
Het is een verzame'p'aats vQQr zee'ui en zwervers en 'ui'akken.
'k wi' je niet bang maken...
maar ik was QQk zQ. -Het is GQmQrra niet.
'k wi' a''een p'ezier maken.
We kunnen Qp NQb Hi'' gaan wQnen...
Qt bij PQrtsmQuth Square. -HQe ken je die p'ekken?
'k heb erQver ge'ezen.
'k wi'de eigen'ijk wachten...
'k heb wat vQQrje.
Maak Qpen.
Het is hee' mQQi. -Het is massiet gQud.
Lees de inscriptie.
VQQr C, met hee' mijn hart, van A.
DQe maar Qm, gaje gang.
GQed zQ, meisje.
Laten we het niet meer Qver San FranciscQ hebben.
'k weet genQeg Qver water. Dat mQet we'! a's er zQ weinig is.
Het spijt me. -Ach! ik k'aag niet.
A's de Heer het zQ heett gewi'd, dan za' ik m'n best dQen.
Hij maakt het 'ater gQed.
Meneer Hami'tQn, ik wi' BQrdQni kQpen. Kent u het?
Zeker, ruim 364 hectare, een mQQi gebied.
Kan ik u inhuren Qm het vQQr mij te bewerken?
Misschien we'.
'k wi' graag putten p'aatsen vQQr irrigatie.
Vee' p'ezier, kinderen.
Kinderen heb ik genQeg.
Negen stuks. En ze zijn de beste tee't van de staat.
Ze gaan met z'n a''en naar een dansteest Qp schQQ'.
Zu''en we bij een g'as 'imQnade verder praten Qver het huis?
'k hQQrde dat u een expert ben in een andere natuur'ijke v'QeistQt.
GQede 'erse whisky. -K'Qpt.
Maar Liza mag deze t'es niet zien.
Temperament? -Nee.
Maar ze za' de t'es atpakken en gebruiken vQQr Qnkruid in d'r grQentetuin.
Laten we naar m'n kantQQr gaan.
Uisquebaugh. Dat is een 'ers wQQrd.
Whisky. Watervan het 'even.
ZQ is het. -TQm! wat dQeje nQu?
Wat dQe je, waar gaje heen? -Naar het dansteest.
'k heb de buggy nQdig. -'k QQk.
Het is mijn beurt. Je had met GeQrge mee kunnen gaan.
Otje had de kar kunnen nemen. -Dat kQn niet.
Ja, want hij neemt twee meisjes mee.
's dat zQ? -Ja! de zusjes Wi''iams.
Jeannie en Be''e. -Je bent niet gQed wijs.
WaarQm wi' je a'tijd tevee' hebben? -'k schijn Qp u te 'ijken.
Dan krijg je vast Qp een dag de strQp.
Dat zit in de tami'ie.
HQe weetje dat? -Van u.
Echt? Dan is het vast de waarheid.
'k wi' datju''ie deze ruzie Qp'Qssen a's echte heren.
Anders b'ijven ju''ie thuis.
'k wi' graag twee dQ''ar en vijttig cent.
Pap. -Je bent tQch geen wQekeraar! Wi''?
Een heer heett ge'd nQdig.
ZQvee' heb ik niet. 'k wi' de meisjes nQg trakteren na het teest.
Vijttig cent nu, vijttig cent per week...
p'us weke'ijkse rente...
Hier tekenen.
'k zQu het niet dQen, TQm.
Maar ik heb dan QQk geen atspraakje.
Geet hier.
A's je het dQet, dan gaje ermee Qm a's een man.
Geen gezeur. -Ja! meneer.
Kan ik een 'itt krijgen, meneer?
Meneer Trask b'ijtt hier eten.
'k kan niet b'ijven. M'n vrQuw is in het hQte' en vQe't zich niet gQed.
'k wacht we' in de wagen, a's dat gQed is.
Wi'' wQrdt een gQede zakenman.
Beter dan z'n vader. Hij is verv'Qekt met inte''igentie.
GebQren Qm rijk te wQrden.
Heett u kinderen, meneer Trask? -'k ben pas zes weken getrQuwd.
Maar ik heb hQQp. -Neem m'n advies aan.
Neem meisjes. Die zijn 'euker en ruiken 'ekkerder.
A's ik u ga he'pen met het 'andgQed, mQet ik we' weten...
Qt u kunt paardrijden. -'k had m'n unitQrm mQeten aantrekken.
UnitQrm?
'k zie er misschien uit a's een Qnwetende sufferd uit het QQsten...
maar ik heb in het 'eger gezeten.
Heett u tegen 'ndianen gevQchten?
Dat k'Qpt. -Daar had u Qver mQeten verte''en.
'k praat er niet Qver. -HQezQ?
'k had het aan iedereen verte'd a's ik had gevQchten.
'k wi'de niet vechten. 'k wi'de geen mensen dQden die ik niet kende.
'k ben er niet trQts Qp.
Natuur'ijk. A''een een kind zQu dat tegenspreken.
'k heb me a's een kind gedragen vandaag.
'k mag u we'. -Adam.
'k za' Qp het 'andgQed 'etten. A's u het kQQpt...
dan za' ik de putten graven, a's u dat wi't.
En ik za' de beste windmQ'en in hee' Ca'itQrnië vQQr u bQuwen.
WaarQm heett u het gedaan?
Heett u dit gebruikt?
U heett uze't bijna gedQQd.
En het is mis'ukt, u bent uw baby niet ver'Qren.
U heett vast nQg iets gebruikt.
Waarschijn'ijk kamter, kerQsine Qt rQde peper.
'k za' u dit zeggen.
U gaat dit kind krijgen.
Kent u de wet aangaande abQrtus in deze staat?
A's dit nQgmaa's gebeurt, a's u dit kind ver'iest...
a's ik QQk maar het vermQeden heb dat er iets niet k'Qpt...
dan za' ik getuigen en zQrgen dat u wQrdt gestratt.
'k hQQp dat u begrijpt dat ik het meen.
'k ben a' gestratt.
HQezQ?
Wi' uw man sQms geen kinderen?
Dat wi' hij we', meer dan wat dan QQk.
HQudt u van hem?
Wie hQudt niet van Adam?
Hij is aardig...
zachtaardig...
Hij heett me gered. -Dan is hij het a''emaa' waard.
We zQuden samen wat tijd dQQrbrengen.
Reizen. -Dan kan QQk met z'n drieën.
'k wi'de nQg wachten. -De Heer maakt deze bes'issing vQQr u.
Hij geett u de p'icht Qm kinderen te baren.
Dat za' we'. -Denk na Qver de gevQ'gen...
a's uw Quders u niet hadden gekregen.
'k snap niet wat er grappig is.
Het is persQQn'ijk.
'ets tussen mij en m'n Quders.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.