Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
DE VERSCHIJNING
Geheugenkaart (Christophe)
DEEL 1: ROME
"Bewijzen mee terugbrengen."
Christophe zei dat vaak: "Ik wil bewijzen mee terugbrengen."
Beelden.
Beelden van onrechtvaardigheid,
van geweld en van de waanzin van deze wereld.
Hij is niet langer onder ons,
maar blijft in onze gedachten, dankzij de foto's die u hier ziet.
Ik denk aan zijn vriend Jacques, met wie hij al zo lang werkte.
Ze hebben samen een groot aantal conflicten belicht.
In Soedan,
in Libanon, in Joegoslavië...
Jacques was vlak bij Christophe op het moment van de ontploffing.
15 jaar samen...
Er zijn beneden vrienden van je die je willen zien.
Ik had hem niet alleen moeten laten gaan.
Hij was niet alleen.
Het was de eerste keer dat we daar niet bij elkaar waren.
Neem plaats.
Kan ik weer aan het werk?
Waarom weigert u hulp te zoeken?
Dat zou uw zelfvertrouwen goed doen.
Ik wil enkel weten of ik weer aan het werk mag.
U moet rust nemen.
Uw vrouw maakt zich zorgen omdat u niet buiten komt.
Bent u nog bang?
Hallo. Met Jacques Mayano?
Daar spreekt u mee.
De journalist van Ouest-France?
Ja, dat ben ik. Met wie spreek ik?
Ik bel namens monseigneur Vassilis, bisschop van Valence
en lid van de Congregatie voor de Geloofsleer.
Wat wilt u van me?
Hij zou u graag willen ontmoeten om een vertrouwelijke zaak te bespreken.
Hoe bedoelt u, vertrouwelijk?
Het ligt nogal gevoelig. Hij wil het u persoonlijk vertellen.
Hij vraagt u om naar Rome te komen.
Uiteraard zullen we alle kosten vergoeden.
Neem me niet kwalijk, maar waarom ik?
De monseigneur kent uw werk heel goed. Hij zal u alles zelf uitleggen.
Kunt u dat nu niet doen?
Helaas heb ik geen toestemming om dat te doen.
Monseigneur wil het zelf vertellen.
Zoals ik al zei, is het een erg vertrouwelijke zaak.
Kunt u zijn naam nog eens herhalen?
Biografie Naam: André Vassilis
Bisschop van de Katholieke Kerk
Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer
Binnen.
Kom verder.
Bedankt dat u hierheen wilde komen, meneer.
Gaat u zitten, alstublieft.
Hebben ze u wat te drinken aangeboden? - Ja.
Hier al eens eerder geweest?
Nee. Dit is de eerste keer.
Al die weelde...
Heel anders dan de man op blote voeten die armoede verkondigde, toch?
Ongetwijfeld.
Hoe is het met uw oor?
Het is oké. Het gaat beter. Dank u.
Ik weet wat uw vriend is overkomen en wil mijn deelneming betuigen.
Ik kende zijn werk goed.
Ik had hem een briefje geschreven om mijn bewondering te uiten
en hij stuurde een afdruk van een foto terug.
Daar staat hij.
Eens kijken...
We hebben hier...
een aantal artikelen van u.
Ik kende er al meerdere, die ik op internet gelezen had.
U schrijft trouwens uitstekend.
Sorry, maar waarom liet u me komen? Moet ik iets voor u schrijven?
Hebt u een religieuze opvoeding gehad?
Ik heb mijn Eerste Communie gedaan.
Bent u gelovig?
Nee.
Ik denk dat er wellicht iets is,
maar ik ben geen kerkganger.
Weet u wat een canoniek onderzoek is?
Een onderzoek voor heiligverklaring.
Het is een onderzoeksteam dat aangesteld wordt door de Kerk
om onderzoek te doen naar een specifiek voorval,
zoals een wonderbaarlijke genezing,
een verschijning of een bovennatuurlijk voorval.
Wat is een bovennatuurlijk voorval?
We hebben een aantal documenten verzameld.
Ze zullen u vast interesseren.
Kijk...
Precies twee jaar geleden
heeft een zestienjarig meisje bevestigd dat ze getuige was van een verschijning
in de buurt van Carbarat in het zuidoosten van Frankrijk.
Wat is een verschijning?
Een Mariaverschijning.
In de meeste gevallen
bedaren zulke zaken vanzelf weer dankzij de tussenkomst van een pastoor
of van een goede psychiater.
Soms breidt het zich uit en komen er pelgrims naar de plek van verschijning.
Of liever, de vermeende plek van verschijning.
En dat is precies wat er nu aan de hand is.
De autoriteiten hebben het over verstoring van de openbare orde.
Het meisje heet Anna.
Sinds haar visioenen wordt ze erg beschermd door de pastoor.
Een franciscaan die onze verzoeken negeert.
Pastoor Borrodine.
Hij weigerde een vermeende relikwie te overhandigen
die we wilden laten analyseren.
Een bebloede doek die de Maagd Maria achtergelaten zou hebben.
Ze zouden er zelfs een nieuwe kerk willen bouwen.
Kortom, de situatie wordt steeds zorgwekkender.
Het spijt me, maar dat is niets voor mij.
Geen idee hoe ik zou kunnen helpen.
U hoeft enkel veldonderzoek te doen.
Gegevens verzamelen die de verschijning bevestigen of ontkrachten.
U krijgt betaald.
En een totale onderzoeksvrijheid.
DOOPCERTIFICAAT
Dat was het.
De archieven van het Heilig Officie zijn vorig jaar verhuisd.
We gaan via de kelder. Dat is sneller.
Zou u zo vriendelijk willen zijn me uw telefoon te geven?
Hij staat uit. - Ons reglement schrijft het voor.
We zijn nu onder de binnenplaats waarop we aangekomen zijn.
Vanaf eind negentiende eeuw hebben we af en toe foto's.
En wat later ook geluids- en filmopnamen.
Hij heeft wat voorbeelden in het Frans.
Dat zijn de verschijningen die door de Kerk erkend zijn.
ARCHIEVEN
PLAATS - LAND - DATUM PERSOON - DATUM VAN ERKENNING
Voor elk voorval is er een dossier met de verhoren
van de persoon en eventuele getuigen.
Tussen 1961 en 1965 zouden vier meisjes verschijningen hebben gezien
in Garabandal in Spanje.
In enkele maanden trok de plek honderdduizenden pelgrims.
De meisjes werden ondervraagd, gefotografeerd en gefilmd.
Maar de verschijningen werden niet erkend.
Men vermoedde dat het bedrog was. De meningen zijn nog verdeeld.
Na jaren onderzoek oordeelde de bisschop van Santander
dat de bovennatuurlijke aard
van het fenomeen in Garabandal niet bewezen kon worden.
Was het dan allemaal oplichterij?
Laten we zeggen dat de Kerk niet erkend heeft wat er gebeurd is,
de bovennatuurlijke aard van de verschijningen.
Dit is een erg zeldzaam document:
een verschijning die officieel erkend is door de Kerk.
Vraag hem of ik een recent geval mag zien.
Ik versta wat u zegt.
L'Île-Bouchard in Frankrijk.
Jacqueline Aubry, een heilige.
U kunt op internet interviews met haar vinden
waarin ze tot in detail vertelt over de verschijningen.
Ik heb haar zelf eind jaren negentig ontmoet.
Ze is gestorven in 2016.
Is er onderzoek gedaan? - Meermaals.
En in 2001 stond de aartsbisschop van Tours
pelgrims toe naar de plek te komen.
De verschijningen van L'Île-Bouchard
Dan kan het dus als officieel erkend worden beschouwd?
Niet echt, maar het is wellicht een eerste stap naar erkenning.
Hier hebt u een brief die over het voorval gaat.
Niet aanraken. - Pardon.
Ze zijn erg waardevol.
"Ik zag de Heilige Maagd Maria
en een engel
en Ze glimlachte naar Jeanne.
Ik was daar met Nicole, Jeanne, Laura en Sergine,
maar Sergine heeft Haar niet gezien."
Hij kan u dossiers over genezingen in Lourdes laten zien.
69 genezingen werden officieel als wonderbaarlijk erkend.
Het meest recente geval was in 1989.
Mevrouw Danila Castelli.
Koffie, graag. - U ook?
De voorvallen waarover de bisschop het had...
Wat denkt u daarover?
Ik weet niet over welke voorvallen hij het had.
Denkt u dat er nog veel gelovigen zijn
die geloven in wonderbare verschijningen en wonderen?
De Kerk loopt liever een fenomeen mis dat waar blijkt
dan dat hij bedrog als waar bestempelt.
Zijn er in deze archieven dan verhalen die ze liever wilden vergeten?
Is dat mogelijk?
Alles is mogelijk. Alles.
Met de complimenten van monseigneur Vassilis
Een teken in de hemel
VERSCHIJNINGEN IN LOURDES
Is Maria in Medjugorje verschenen?
Bedriegers van God
Deel 2: De Boodschapper
Ik zie hem. Ik bel je nog.
Dag. Ik ben Valérie. - Jacques.
Welkom. Goede reis gehad? - Ja.
We gaan die kant op.
Hebt u al uw spullen? - Ja.
We wachten nog op een tweede parkeerplaats.
Het wordt steeds erger.
De rest is gisteren aangekomen.
Waar kan ik een auto huren? - Het is eenvoudig. Dat regelen wij wel.
Hoort u de klok? Anna luidt hem elke dag.
Het klooster is vlakbij.
We zijn er.
Hier zat een zaak die vrachtwagens verhuurde.
De gemeente heeft er een opslagruimte van gemaakt.
Jullie zouden op mij wachten.
Dit is meneer Mayano.
Welkom, ik ben eerwaarde Ezeradot.
Dokter De Villeneuve, onze psychiater.
Stéphane Mornay, theoloog.
Zou u koffie of thee lusten?
Koffie, graag.
En ten slotte eerwaarde Gallois, namens het bisdom.
Ik kijk ernaar uit met u te werken.
We hebben een non als stenograaf en Paul-Eric filmt de gesprekken.
Filmen jullie? - Als ze ermee instemt.
Beslist zij dat?
We kunnen niet de politie bellen als ze niet meewerkt.
Ziezo, hier is het.
Zit u goed in de studio die ze u gaven?
Prima. Dank u.
We hebben reportages van u gehad. Ik hoop dat we ze kunnen bespreken.
Graag.
Hier staat een koffiemachine
en beneden hebben we een compleet uitgeruste keuken.
Ik laat u uw intrek nemen.
De verschijning zou voorgevallen zijn ten noordoosten van de stad.
Alles staat op de kaart in de bijlage.
Is het een openbare plek? - Dat is het probleem.
Het wemelt dag en nacht van de pelgrims. Het is een bende.
Onze vriend Stéphane heeft zijn mening al gevormd.
Bij mijn laatste bezoek aan Medjugorje werd ik bekogeld met stenen.
Dat heb ik u verteld, dokter. Ik was er met een geschifte non.
Ze heette zuster Bara of zuster Mara.
Dat is een stadje in voormalig Joegoslavië
waar sinds de jaren 80 verschijningen zouden zijn.
We hebben allemaal al eens op die zaak gezeten.
En daarginds hebben ze kerken, hotels en snelwegen gebouwd...
Ik heb erover gelezen.
Zelfs fastfoodrestaurants.
En weten we al wie de exorcist is? - Zijn naam staat in het dossier.
Neem me niet kwalijk, maar waarom een exorcist?
Bestaan die nog? - Ja. Elk bisdom heeft er één.
Hij treedt op bij bovennatuurlijke zaken.
Nou ja, vermeende bovennatuurlijke zaken.
We moeten zeker weten dat het niet het werk van Satan is.
En dat de persoon geestelijk gezond is.
Geen zorgen, Jacques. - Ik maak me geen zorgen.
Ik heb drie vragen toegevoegd over de boodschap
van de Maagd Maria, vooral over de formulering.
Ik ga dus de vragen stellen en jullie mogen ons onderbreken.
Dat hoop ik maar.
Ze is Jeanne D'Arc niet.
Voor we afscheid namen,
gaf de monseigneur me een belangrijk document voor u.
Het gaat om de normen
voor de erkenning van vermeende verschijningen.
Ik zou willen voorstellen dat u ze voorleest.
"Volgens de normen die gepubliceerd werden in 1978
door het Heilig Officie,
dat later de Congregatie voor de Geloofsleer werd,
moet het canoniek onderzoek een oordeel vellen over, één:
de persoonlijke kwaliteiten van degene die het zag,
zijn of haar geestesgesteldheid,
zijn of haar oprechtheid en deugdelijkheid,
zijn of haar eerlijkheid en gebruikelijke gehoorzaamheid
tegenover de Kerk.
Twee: wat betreft de onthulling van de boodschap,
moet de theologische doctrine waar zijn en mag hij geen fouten bevatten.
Drie:
de commissie moet zich ervan vergewissen dat de man of vrouw vroom is,
met overvloedige en constante spirituele gevolgen,
zoals geconstateerde bekeringen of blijken van liefdadigheid."
Dat was het.
Laten we ons werk in Gods handen leggen.
DE VOORZIENIGHEID
Er zijn vannacht weer mensen aangekomen.
Ik zag ze aan de stadsrand. - Ze zitten overal.
Kijk nu. Ze worden overstelpt.
Kom mee, er is rechts een tweede ingang.
Beste broeders en zusters, Anna is bij ons.
Laten we tot de Heer bidden.
Broeders en zusters, wat heerlijk dat u hier in groten getale bent.
Anna is bij ons.
Laten we de Maagd Maria danken.
U hebt hier niets te zoeken.
Weigert u als christen mensen?
Wat is dat nu voor iets?
Ik weet wie u bent.
Laat ons met rust.
Christenen weigeren niemand. - Vertrek.
Christenen weigeren niemand.
WELKOM
De Maagd Maria had een boodschap van liefde,
want alleen de liefde kan ons redden.
Vandaag wil ik al de mensen groeten
die van ver komen en zo veel van ons verwachten.
Mensen uit landen die te lijden hebben onder oorlog en armoede.
Ik denk eveneens aan degenen die ons niet bereikt hebben.
Die onderweg achtergebleven zijn.
Die gestorven zijn.
Zij zijn ook voor eeuwig aan onze zijde.
Laat ons voor hen bidden.
Dag. Zou ik u kunnen spreken?
Ik weet waarom u hier bent.
Laten we gaan.
Hoor je me? Ik hoor je slecht...
Hallo?
Een Engelse nieuwssite heeft gebeld omdat ze een artikel willen schrijven
over gewonde oorlogsverslaggevers.
Zeg dat ik niet opneem, dat ik ziekteverlof heb.
Dat zeg ik tegen iedereen.
Hoe zijn je collega's?
Ze praten over exorcisme, verschijningen...
Voor hen is het dagelijkse kost.
En zit je daar goed?
Ja.
Heb je al karton op de ramen geplakt?
Nee. Nog niet.
Sorry, ik moet mijn vragen doornemen.
Pas goed op jezelf.
Zo.
Anna, je kunt nog van gedachten veranderen.
Ik ben er klaar voor.
Vooruit dan. We gaan.
Geen zorgen, ze kunnen je niets maken.
Bedankt, zuster.
Wat is dat?
De handen van de pelgrims die me willen aanraken.
Deze opnamen mogen in geen geval openbaar worden.
Geen zorgen. Dit alles blijft strikt vertrouwelijk.
We hebben niets te verbergen.
Ik laat u met rust.
Deze kant op.
Hier is de commissie.
Dokter De Villeneuve, psychiater. - Dag.
Stéphane Mornay, theoloog. - Dag.
Paul-Eric, zuster Sophie, onze stenotypiste.
Eerwaarde Gallois.
En Jacques Mayano, journalist. - Dag.
Deze kant op.
Ga maar zitten. - Bedankt.
Bedankt dat u inging op de uitnodiging.
Jacques zal het interview leiden.
We hebben samen over alle vragen gediscussieerd.
Ik wil u erop wijzen dat we het beste met u voor hebben.
Voor we beginnen met het verhoor,
legt u uw hand hier neer en zweert u op de Bijbel.
Ik weet niet of dat wel mag.
Geen zorgen, dat is gebruikelijk.
Ik zweer op de Bijbel.
Zou u allereerst willen vertellen wie u bent?
Ik heet Anna Ferron.
Ik werd geboren uit onbekende ouders op 20 januari 1999 in Lannion.
Ik ben novice bij klooster De Voorzienigheid.
Hebt u een religieuze opvoeding gehad?
Ik ging naar de kerk met de oma uit mijn eerste gastgezin.
Maar na haar dood ben ik gestopt.
Later moest ik naar een katholiek tehuis omdat ze me niet konden houden.
Was het geloof aanwezig in uw vroege kindertijd?
Nee. In de gastgezinnen werd er niet over gepraat.
Dacht u aan God of aan de Maagd Maria?
Had u het daarover met volwassenen?
Met pastoor Borrodine ben ik erover gaan praten.
Toen ik iets voelde.
Zou u kunnen beschrijven wat u voelde?
Het was als een...
Het was als een boodschap.
Hoe oud was u op dat moment?
Vijftien.
Wist u wat verschijningen waren?
Ik kende het verhaal van Bernadette uit Lourdes.
Zoals ieder ander.
Had u er boeken over gelezen of foto's of films gezien?
Zoals over de verschijningen in Fátima,
in Garabandal en Medjugorje?
Ik hoorde er pas later over van pelgrims en las erover op internet.
Hebt u ooit deel uitgemaakt van een satanistische cultus of zoiets?
Nee. Nog nooit.
Maar ik denk dat de Duivel bestaat.
Dat weet ik zeker. Het Kwaad.
Raadde pastoor Borrodine u aan om het klooster in te gaan?
Nee. Zo gaan die dingen niet.
Het moet van binnenuit komen.
Ik wilde zelf zusters ontmoeten om er meer over te leren.
En...
toen vond de eerste verschijning plaats.
De eerste keer was twee jaar geleden, in september.
Het had de hele dag geregend.
Ik was een eindje gaan wandelen, dat deed ik vaak.
Was u alleen? - Ja.
Het was koud buiten.
Bij de eerste berghut zag ik een schijnsel,
wat verder op de weg.
Wat wil dat zeggen, een schijnsel?
Kunt u dat beschrijven?
Ik dacht dat het de zon was die glinsterde in het water,
zoals na een storm.
Op wat voor afstand was u ongeveer?
Kunt u dat aangeven?
Geen idee.
Hier ergens.
Werd u erdoor verblind?
Keek u de andere kant op of deed u uw ogen dicht?
Het was een zacht schijnsel.
Heel zacht.
Maar zag u een gedaante?
Toen ik dichterbij kwam, zag ik een menselijke gedaante.
Dacht u dat het iemand was? Iemand die echt bestond?
Nee. Ik wist dat het iets anders was.
Wat dan?
Een vrouw.
Een heel mooie vrouw.
Met een erg eenvoudige sluier en schoudermantel.
In welke kleuren?
De jurk was wit, of vrij lichtgekleurd,
en de schoudermantel was hemelsblauw.
En toen?
Toen hoorde ik een stem.
Een kalme stem.
En was het in het Frans?
Ja.
Er werd gezegd:
"Je hoeft niet bang te zijn."
En hebt u iets geantwoord?
Ik kreeg geen woord over mijn lippen.
Wat was de exacte boodschap die ze aan u doorgaf?
Woord voor woord?
Ze zei:
"Ik hoor het geschreeuw van de wereld."
Ze vroeg me mijn naasten te helpen weer te leren wat zelfopoffering is.
Ten bate van de armen, van mensen met leed.
Ze vroeg me ook een plek voor Haar Zoon te bouwen,
een plek van gastvrijheid en gebed.
Ga verder, Anna.
Het duurde niet echt lang.
Het licht vervaagde.
En toen bleef ik alleen achter. Het was muisstil.
Ik ben naar mijn kamer in het tehuis gegaan.
Ik wilde niemand meer spreken.
Kon u het uw vrienden niet zeggen?
Dat was onmogelijk.
Ze zouden me voor gek hebben verklaard.
Later besloot ik het te bespreken met pastoor Borrodine.
En u hebt het hem gezegd? - Ja.
Hoeveel tijd later?
Een paar weken, een maand later.
En hoe reageerde hij?
Hij zei dat het godslastering was.
Hij noemde me arrogant en egocentrisch.
Hoe kwam uw omgeving erachter wat er gebeurd was?
Niemand wist er wat van.
We hebben het ruim een jaar geheim gehouden.
Pas na de tweede verschijning begonnen de mensen erover te praten.
Zuster Elisabeth, haalt u de auto? - Dag, Anna.
Toe maar.
Zuster...
Dag, meneer pastoor. - Dag.
Ik ben geen leugenaar.
PLEK VAN DE MARIAVERSCHIJNING
LIEFDE
Tien euro, graag.
DE MARIAVERSCHIJNINGEN VAN CARBARAT
DEEL 3: ANNA
Dag, met Jacques Mayano.
Ik zit bij de commissie die onderzoek doet naar Carbarat.
Ik zag dat u erover geschreven hebt.
Ik zou u willen spreken.
Belt u me terug? Dit is mijn nummer:
06-58680918.
Hartelijk dank. Jacques Mayano.
Dag.
Hoe maakt u het?
Goed. En u? - Prima.
Dit is een cadeau voor u.
Namens de hele geloofsgemeenschap van Philadelphia.
Ze zouden u in het echt willen zien in plaats van enkel online.
Ik zou ook graag met hen bidden.
Hebt u de filmpjes gezien die we op de site hebben gezet?
Ze worden door veel sites overgenomen.
Benoît doet het geluid.
Christophe is de cameraman.
Ze hebben daarginds echt veel liefde en respect voor u.
Goed.
Ik stel u de vragen in het Frans
en u antwoordt uiteraard in het Frans.
U wordt nagesynchroniseerd in meerdere talen,
want het interview komt online te staan
in een groot aantal landen.
Doe maar wat u wilt. Ik vertrouw u.
De camera loopt.
Dag, Anna.
Ik wil beginnen met een simpele vraag.
Hoe maakt u het?
Het gaat wel.
Goed. Christenen uit de hele wereld komen naar Carbarat om u te zien.
Wat betekent dat voor u?
Ik geloof niet in deze relikwie.
De stof, het bloed...
Ik heb het nooit geloofd. - Waarom niet?
De Maagd Maria was altijd een toonbeeld van liefde,
zachtaardigheid en begrip.
En bloed is een teken van geweld.
Het is totaal tegenstrijdig met de traditie van verschijningen.
Het kan nu net een nieuw teken zijn.
Nee. Dat is absoluut onmogelijk.
Al is iets nooit eerder gebeurd, het kan mogelijk zijn.
We moeten de stof laten analyseren.
Wie kan er beslag op laten leggen? - De prefect.
Als hij vindt dat er een bedreiging voor de openbare orde is,
kan hij er beslag op laten leggen
en hem aan de bisschop geven voor een analyse.
Zelfs in een klooster?
Die zijn van de staat, niet van het bisdom.
De staat mag dus beslag leggen op wat hij wil.
Denkt u dat de pelgrims het zouden toelaten?
Alles oké? - Ja.
Hier. - Bedankt.
Moeder-overste zei dat je moest rusten.
We zouden binnen plek hebben voor bijna 800 gelovigen.
Net als in Medjugorje.
Maar intussen mag ik niet eens meer de mis opdragen in mijn parochie.
Gaat de commissie u ook verhoren?
Dat heb ik al geweigerd.
Het is sowieso nutteloos.
De bisschop heeft zich agressief opgesteld tegen ons.
En nu deze commissie...
Wat kracht geeft, meneer pastoor, is aan haar ogen denken.
Anna's ogen.
Ik heb nog nooit een blik zoals die van haar gezien.
Ze is niet bij toeval uitverkoren.
U doet al veel voor ons.
We moeten de bescheidenheid en eenvoud van de boodschap trouw blijven.
Dat is de enige waarheid.
Dat snap ik, meneer pastoor.
We moeten waardig blijven.
De genade waardig die haar ten deel viel.
Dag. Ik ben Jacques Mayano. Ik had u gebeld over Anna.
Oh ja. Dag. - Dag.
Ze had in die tijd lichter haar.
Hoe oud was ze toen ze hier aankwam? - Zes. Ze was klein.
Ze werd geplaatst door de departementsraad.
En daarvoor?
Daarvoor zat ze in de kraamzorg en een weeshuis.
Hebt u veel kinderen opgevangen? - Ja.
Ze blijven een paar jaar en vertrekken dan weer.
Ze gaan naar hun gezin of een weeshuis.
Ik bewaar hun tekeningen.
Ik teken ook en zo heb ik een aandenken. Gaat u zitten.
Er zijn zelfs pelgrims die het huis willen zien.
Ze willen zien waar de kleine sliep.
Ze raken de stenen aan, de bomen...
Dit is alles wat ik voor u heb.
Hebt u administratieve documenten? Schoolrapporten of medische dossiers?
Als een kind vertrekt,
moeten we het dossier doorsturen.
En het is belangrijk om alles af te sluiten.
Dat helpt ze als ze naar een ander gezin gaan.
Anders is het afscheid na afscheid, en dat doet telkens pijn.
Ik heb gelezen dat ze geen slechte leerling was. Klopt dat?
Het interesseerde haar ook weer niet. Maar ze was braaf.
Nooit weggelopen, nooit problemen.
Een einzelgänger.
Waarom moest ze hier weg?
Mijn man stierf en ik zat hier met drie pleegkinderen.
Er waren problemen met de oudsten.
Anna was veertien.
Ze ging terug naar het weeshuis.
Mag ik foto's maken van de documenten en foto's?
Ik hoop dat dat legaal is? - Ja. Geen zorgen.
Dit was haar slaapkamer.
Nu is het mijn wasruimte.
Ze heeft hier acht jaar geslapen.
We hebben dat uit respect voor haar opgehangen.
Hoe denkt u over die verschijningen?
Toen ik haar vorig jaar zag, zwoer ze dat het waar was.
Tegen mij zou ze niet liegen.
Ze is geen leugenaar, hoor.
U moet dus besluiten of dit alles echt gebeurd is?
Opvanghuis Het sneeuwklokje
Meneer pastoor,
middels deze brief wil ik bevestigen
dat ik in wil treden in het klooster.
Ik wil mijn leven wijden aan bidden en het helpen van mensen in nood.
Ik weet nu dat een leven voor God voor me is weggelegd.
Daarom wil ik het opvanghuis verlaten
en het klooster in gaan zodra u dat mogelijk acht.
Ik kan hier niet meer blijven met de andere meisjes.
Ik ben er nu van overtuigd dat mijn toekomst elders ligt.
Ik wil een groot geheim met u delen.
Er is me iets buitengewoons overkomen.
Echt een groot geheim.
Ik weet niet met wie ik het anders kan bespreken.
Ik ben bang voor wat er kan gebeuren.
Al weet ik dat ik de hemel maar hoef te bekijken
om niet meer bang te zijn.
Help me.
Ik smeek u.
Anna.
U zei dus dat u haar zag... Waar was het?
Van dat bosje volgde ze de heuvel en verdween ze aan de andere kant.
Daarginds? - Ja. Daar.
En ze schreeuwde heel erg hard.
Een harde schreeuw.
Schreeuwde ze? Zoals iemand die erg bang was?
Ja, heel bang. - Een schreeuw die je lang bijblijft.
En was het op de dag van de verschijning?
Ja. Ze hadden het er later over.
En toen legden we de link met wat we gehoord hadden.
De dag erop?
Veel later. Toen ze erover begonnen te praten.
Zagen jullie hoe ze gekleed was?
Voor we wat zagen, was ze al ver weg.
Het ging erg snel.
En u hebt haar gezicht niet gezien? - Nee. We zagen haar van achteren.
Hoe oud zou u haar schatten? 10, 12?
Wat ouder, 14 of 15.
Een jong meisje. - Ja.
Een schelle gil. Het was echt een kind.
"Een schreeuw die je lang bijblijft."
Wat is dit voor gedoe over geschreeuw, angst en bloed?
Ze is niet goed wijs, punt uit.
Hebt u het dossier van het opvanghuis gelezen?
Ja. Dat heb ik gelezen.
Ze was pas 16, dus deden ze alsof ze stage liep bij het klooster.
Ze ging van school en toen ze achttien werd,
ging ze het klooster in en kon niemand haar stoppen.
Het was dus een vakschool of heiligheid.
Hoe dan ook, ze stemde in met alle onderzoeken.
En?
Tot nu toe heb ik geen enkele serieuze psychische stoornis opgespoord.
Ze ging van gezin naar gezin, dat moet sporen hebben achtergelaten,
angsten of zo...
We zitten nog in de beginfase.
Wat is het dan?
Een meisje dat de weg kwijt is en interessant wil doen?
Een arm kind dat niet opgewassen is tegen school, het leven en de medemens?
Wat is dit voor wereld waarin we moeten leren leven?
Wat is dit voor wereld?
Laten we ons de woorden herinneren van Zijne Heiligheid paus Franciscus:
"Wie heeft nog de moed
om zich verantwoordelijk te voelen voor andermans lijden?"
We zien onze naaste, op sterven na dood langs de weg...
Misschien denken we,
arme man, terwijl we zijn foto op internet bekijken.
Desondanks zetten we onze weg voort
en laten we hem achter.
De welvaartmaatschappij dwingt ons om aan onszelf te denken
en maakt ons ongevoelig voor het leed van anderen.
We leven wellicht in mooie bubbels, maar ze zijn onbeduidend.
Ze zijn een illusie
van het futiele,
van het kortstondige.
Een illusie die ons aanzet tot onverschilligheid richting anderen.
We zijn beland
in de mondialisering van onverschilligheid.
Maagd Maria, Moeder van God,
we danken U voor deze boodschap van barmhartigheid
die U aan ons gericht hebt.
Dag, Anna.
Ik heb op internet gezocht. Ik wist niet wie u was.
Doorlopen, Anna.
Neem me niet kwalijk.
Dag, meneer pastoor.
Dat was een erg mooie preek.
Echt.
Uw commissie zal ons schade berokkenen.
De Kerk besloot tot een onderzoek.
En u bent priester.
Ik zal voor u bidden.
Maak u geen zorgen om mij.
Ik moet ervandoor.
We gaan, Anna.
U hebt het nog niet begrepen, meneer Mayano.
Anna heeft u hierheen laten komen om ons op de proef te stellen.
Denkt u echt dat ze die macht heeft? - Ja. Dat denk ik.
Dat denk ik echt.
Waar pik ik je op?
Op dezelfde plek als de laatste keer?
Pas wel op, hoor.
T-shirts vanaf 9 euro
Alles oké? - Relaxed.
Bedankt.
Een dikke kus, lieve Anna. En ook van Paul!
Ik schrijf je snel, Meriem.
Alles oké? Bevalt het je hier? - Het is waardeloos.
Heb je die jongen nog gezien?
Wie? - Die jongen die je geslagen hebt.
Oh, die jongen...
Ik mocht niet naar het ziekenhuis van zijn familie.
Probeer hem op te zoeken om sorry te zeggen.
Dat is belangrijk.
Als jij dat wilt.
Neem me niet kwalijk.
Onbekend
U bent bij mijn eerste pleeggezin geweest.
Ik hoop dat alles goed is met ze.
Waarom schreeuwde u?
Waar was u bang voor?
Ik weet dat u niet zoals de rest bent.
We zoeken een foto voor het misboekje
dat we uitdelen op de dag van de dienst.
Ik denk dat we de foto moeten nemen
die het oprechtst, het eenvoudigst en het meest bescheiden is.
Wat vindt u ervan?
Deze hier.
U straalt echt.
Of deze hier. Met uw blik...
Erg helder. Erg puur.
Ik vind deze wel mooi.
Hier.
Van Lucie Marisco, een journalist.
Ze heeft jaren onderzoek gedaan naar Anna.
En vorig jaar, uit het niets, verliet ze de krant.
Weten we waarom? - Niet precies.
Het kwam vast door deze zaak. De redactie steunde haar niet.
Is ze katholiek?
Nee, dat is net interessant.
Hoezo? - In haar e-mail
zegt ze dat niemand echt wilde weten wat er gebeurd is.
De winkeliers, het bisdom en de pelgrims niet.
Ze legt uit waarom iedereen baat heeft bij een mysterie.
Degenen die het geloven en die het niet geloven.
De bisschop stelde ons aan.
Ja, want ze hebben nu geen keus meer.
Ze hebben geen greep meer op Borrodine.
Het bisdom vroeg zelfs om een analyse van de relikwie.
Wat konden ze nog meer doen?
Dit is alles wat ik vond over Borrodine. Missionaris in India, in Azië...
Hij deed zelfs aan liefdadigheid op de Filippijnen.
Maar niets compromitterends.
Ze noemen hem een oprechte, toegewijde dienaar van God.
Kom op, zeg.
Hij weigert de bisschop te gehoorzamen.
Dat discrediteert hem al.
Hier heeft hij volgens de politie geen enkel belang bij de verschijningen.
Geen verborgen geld of iets dergelijks voor hem, Anna of hun entourage.
En die man die de hele tijd bij hem is?
Anton Meyer.
Hij is hier al vanaf het begin.
Borrodine raakt geïsoleerd.
Hij heeft het netwerk van Meyer nodig om de bisschop onder druk te zetten.
Denken jullie dat Anna banden met hen heeft?
Heeft ze een andere keus?
DEEL 4: HET ICOON VAN O.L.V. VAN KAZAN
Dag.
Cécile.
Dat is ze. Met korter haar.
En dat ben ik.
Ongelooflijk, dat ze het toen al geheim hield.
Dit is Delphine.
Assata.
Meriem.
Maïa. Ze had iets heel ergs aan haar schildklier.
En die zwarte jongen is Joachim.
Hij ging steeds in de fout en verdween.
Had Anna in die tijd misschien een vriendje?
Nee. Nooit wat over gehoord.
Dat is ook wel logisch, als ze non wilde worden.
Hier, bekijk deze lijst.
Kunt u zeggen of alle meisjes uit die tijd op de lijst staan?
Amélie.
Amélie Cassaigne.
Ze is in Nancy gaan studeren.
Lust u wat water? - Ja, graag.
Hoe herinnert u zich Anna?
We waren niet bepaald vriendinnen.
Allereerst was ik ouder dan zij.
En ik werkte hier, dus was er uiteraard een barrière.
En Anna was sowieso afstandelijk.
Wist niemand wat er gebeurd was? - Nee.
Als ze gezegd had wat ze had gezien, was ze voor gek verklaard.
Dan zou ze "een slachtoffer" zijn geworden.
De meiden zijn erg hard tegen elkaar.
Ze zijn continu bang.
Met wie kon ze het goed vinden? - Met Meriem.
Meriem Almedia.
Aan het eind deelden ze een kamer.
Ze waren heel close.
Bijna onafscheidelijk.
Hoe ver kon dat gaan? - U zit ernaast.
Ze waren net zussen die hun ouders verloren hadden.
Begrijpt u?
Waar kan ik Meriem vinden?
Geen idee.
Ze is vertrokken en naar een gastgezin gegaan.
Vraag het de jeugdwerker. Misschien kan hij u helpen.
Wat betekende Borrodine voor u?
Hij maakte indruk met zijn reisverhalen.
En hij was erg beschermend. Zeker na het vertrek van Meriem.
Wat is er toen gebeurd?
Anna is wekenlang op haar kamer gebleven.
Het was erg zwaar voor haar.
En op een dag verliet ze het opvanghuis.
Om het klooster in te gaan? - We weten niet echt wat er gebeurd is.
Door non te worden kon ze ook de staat ontlopen,
de druk van school en zo.
Denkt u dat er meer aan de hand was tussen Borrodine en Anna?
Denkt u altijd van die dingen?
Sorry, die vraag moet gesteld worden.
Misschien verzon ze het wel voor hem. Een verliefd meisje dat zich vastklampt.
Een verliefd meisje praat niet snel over die dingen.
De krant vroeg naar je onderzoek.
Ze willen weten wat je doet. Ze zijn ongerust.
Ik wil het niet vertellen.
Nu in elk geval niet.
Ze zouden het niet begrijpen.
Is je oor oké?
Ja.
Heb je nog last gehad?
Hè?
Voel je je goed?
Ja. Waarom?
Je wilt alleen niet praten. - Natuurlijk wel.
Gabriel had toch examens?
Ik heb op internet gekeken hoe Anna eruitziet.
En?
Het is angstaanjagend.
Wat moet er worden van haar leven?
Dat weet ik niet.
Ik doe onderzoek naar de voorvallen in Carbarat.
U zat in hetzelfde opvanghuis in 2012 en 2013.
Nee, het is een canoniek onderzoek.
Een bisschop gaf me opdracht onderzoek te doen
naar alle kennissen van Anna van toen.
Ik stel u wat vragen en u vertelt me de herinneringen
die u aan Anna hebt.
Ah, u bent verhuisd.
Dat is op een half uur van uw huis.
Kent u Stéphanie Berlamont?
Oké.
Marie-Amélie Jacob?
Delphine Barjoux?
Hebt u een nummer?
Ze zou verhuisd zijn.
...11 24 52.
Waar is La Roche des Arnaux? Ik ken deze regio niet.
Maïa Lonkeu? Weet u dat zeker?
Ik kan bij u thuis of op het werk langskomen.
In Parijs?
Nee, goed...
Ik kan eventueel over een half uur bij u zijn.
Ik wil alleen wat vragen stellen. Het gaat niet lang duren.
Dat is Meriem.
En dat is haar vriendje.
En wie is dat?
Een gast die ze kende van een stichting. Een Rus.
Wat voor stichting?
Een stichting die mensen helpt.
Mensen die alleen of arm zijn.
Zelfs gevangenen.
Hoezo? Bezocht ze gevangenen? - Ja.
Maar had ze het vaak over Anna en over de verschijningen?
Nee.
Nooit.
Dat hoorden we achteraf pas.
Na het opvanghuis verloren ze elkaar dus uit het oog?
Ik heb ze nooit samen gezien.
Ze is hier nooit geweest.
Maar misschien spraken ze af. - Hoe heet die vriend?
Pavel.
En kent u zijn achternaam?
Nee. Ik weet niet eens of hij wel echt Pavel heet.
Waarom zeg je dat nu?
Geen idee.
En wat deed hij voor de kost?
Het is een oud-soldaat. Hij zwierf wat rond.
Ze liggen in de bovenste la.
Kijk. Dit is een brief die we na haar vertrek ontvingen.
Van een gevangene.
Lomio.
Hij hoorde niets van haar en was bezorgd.
Hij wilde weten waarom ze verdwenen was.
Gaspard Lumio.
Ja, precies.
Wat voor band had ze met die gevangene?
Ze ging bij hem langs om te praten.
Ze hadden het over het Evangelie en over vergeving.
Ze heeft altijd al mensen willen helpen.
Heeft ze ooit gezegd dat ze non wilde worden?
Meriem? Echt niet.
Ze wilde reizen, de wereld ontdekken.
Ze was altijd de deur uit.
En ze was verliefd.
Mag ik deze brief houden?
Lust u koffie? - Ja. Graag.
U geeft hem toch wel terug, hè?
Wat is dat?
Een cadeau van Pavel. Hij gaf het aan ons bij hun vertrek.
Zei hij hoe hij eraan kwam?
Vast gevonden als soldaat.
Hij was gebroken. Hij heeft hem gerepareerd.
Mag ik er een foto van maken? - Ja.
Hoe bedoel je, "toevallig"?
Toeval. Zulke dingen gebeuren.
Maar op dit ding stuiten, Céline,
in zo'n gat, bij toeval?
Dat is onmogelijk!
Je beeldt het je in. - Niet waar!
Ik zie het voor me. Het is concreet!
Waar ben je bang voor?
Geen flauw idee.
Dat weet ik niet.
Ik moet u spreken. Wie is Meriem?
Wat is er met haar gebeurd? - Loop door.
Wie is Meriem?
Onbekend
Heeft hij jullie verteld wat die fotograaf overkomen is?
Ik weet ervan, maar hij heeft het me niet gezegd.
Het is onplezierig als iemand geen antwoord geeft.
Hoe denkt u erover, eerwaarde?
Het geloof kent vaak vreemde wegen.
Goedenavond.
Ik mag hier niet gezien worden.
Kom maar binnen.
Lust u wat te drinken?
Ja, graag. - Een glas water?
Hang uw jas maar op.
Hier. - Bedankt.
Mag u de deur uit wanneer u maar wilt?
Ik mag u van Borrodine niet spreken.
Gehoorzaamt u niet?
De mensen hebben u gezien in de gymzaal.
U leek boos.
Meneer pastoor had het er vanmiddag over.
Wat zei hij?
Dat hij liever bidt dan luistert naar mensen die ons aanvallen.
Wie valt jullie dan aan?
Degenen die bang zijn.
En bent u bang voor Borrodine? - Nee. Hij heeft me altijd beschermd.
En dat daar? Bent u daar bang voor?
Een beetje, ja.
Maar ik heb vertrouwen.
Ik wil u helpen.
Oh ja? Me helpen?
Dit onderzoek mag u geen pijn doen.
De boodschap die Maria me gaf, is een boodschap van liefde en vrede.
Ik weet dat u een vriend nodig hebt.
Vooruit, kom maar zitten.
Vertel me over Meriem.
Ze was mijn vriendin in het opvanghuis.
Waarom is ze vertrokken?
Ze wilde zelf weg.
En wist u van haar Russische vriend Pavel?
Haar vriend? Nee.
Hoe had ik dat moeten weten?
En u? Hebt u ooit een vriendje gehad?
Ik weet dat ik maagd zal blijven.
Dat weet ik al lang.
Dat is wat mijn leven zin heeft gegeven.
Ik houd van God.
En vindt u het niet erg...
dat u nooit zult weten...
wat het is om te vrijen met een jongen of een meisje?
Lijdt u daar niet onder?
Het is mooi leed.
Heel mooi zelfs.
Er is...
een gast die zegt dat hij u heeft horen schreeuwen.
Op het pad, na de verschijningen.
Schreeuwen?
Ik heb niet geschreeuwd. Waarom zou ik?
Geen idee. Dat is wat hij zei.
Ik heb niet geschreeuwd.
Liegt hij dan ook?
Mensen kramen onzin uit over de verschijningen.
Ik heb van alles gehoord.
Ik wil enkel begrijpen waarom hij dat zei.
Waarom is Meriem ineens verdwenen?
En waarom lijkt het of u uw antwoord op elke vraag klaar heeft staan?
U bent te woedend om te aanvaarden wat ik zag.
Ik ben hier om u iets te vragen.
De commissie wil de relikwie laten analyseren.
Dat mag niet. De doek is heilig.
Dat bepaal ik niet. Ik kan niets voor u doen.
Ik smeek u, blijf eraf!
Sta op, Anna.
Ik zal u helpen. - Stop daarmee.
Alstublieft! - Sta op, Anna.
Dat kunt u niet maken. Alstublieft! - Anna, alstublieft, sta op.
Beloof het me. - Sta op.
Ik ga daar niet over.
Gaat het?
Het spijt me. Ik kom eraan.
Hoe ga je terug? - Te voet.
Het is niet ver.
Zult u volgende week naar de mis komen?
Wil je dat ik kom?
Ja. Het is belangrijk dat u erbij bent.
Dank u.
Ik weet dat de Moeder van God ons zal beschermen.
Ze heette Safia Ayad.
A, Y, A, D.
Het was in 2005.
Ik heb alleen een naam, geen gevangenis.
Gaspard Lumio.
Gaspard Lumio.
L, U, M, I, O.
Hebt u misschien een nummer waarop ik zijn advocaat kan bereiken?
Het gaat niet goed met je.
Je hebt je middageten niet op.
Wil je erover praten?
Je kunt bij me langskomen.
Ik vraag u enkel om een eenvoudige zegening.
Het zal niet lang duren. Dat garandeer ik u.
Kijk, dit zijn de cadeaus
voor de parochies die ons steunen.
Een eenvoudige zegening volstaat, maar het is belangrijk voor hen
om te weten dat u de dingen aangeraakt hebt.
Safia was 25 toen ze stierf.
Haar familie liet niets van zich horen, dus regelde ik de begrafenis.
Hier is het autopsierapport.
Ze is geboren in '82 in Djelfa, in Algerije.
Een moslim dus. - Ja.
Ze woonde bij een bandiet die haar met een kind in de steek liet.
Ze heeft afstand gedaan van het kind.
En daarna verbleef ze her en der in de regio.
Dus ze heeft in '97 of '98 een kind gekregen.
Was dat een jongen of een meisje? - Een meisje.
Een meisje van 17 of 18 zocht Lumio op in de gevangenis.
Ik heb een foto.
Kijk.
Meriem.
Meriem Almedia.
Is dat haar echte naam? - Volgens mij wel. Denk ik.
Weet u verder niets over haar? - Nee.
Alsof ze in rook is opgegaan.
Sorry, ik heb een zitting. Ik moet gaan.
Sterkte. Bel me als u... - Ja.
Is er een brief voor me? - Ja.
Hoe lang heb je al niet gegeten?
Hoe ver wil je gaan?
Ik denk elke dag aan je.
Ik wacht op je, nu en in het hiernamaals. Meriem.
Ik was bang dat u zou verdwalen.
Alles goed met u? - Ja.
Komt u hier vaak? - Als ik alleen wil zijn.
Hebt u vaak zin om alleen te zijn?
Soms.
Het is mooi zo, met de bergen, toch?
Hoort u de rivier?
Hoe lang bent u al niet thuis geweest? - Sinds ik hier ben.
En mist u uw familie niet?
Jawel, maar het is beter voor hen als ik een tijdje ver weg ben.
"Een tijdje"?
Stelt u hier de vragen vandaag?
Geen idee. Ik probeer u beter te leren kennen.
We hoeven het niet altijd over mij te hebben.
Pakt u een notitieblokje erbij?
Kent u het verhaal van de zoon van de antiquair?
Toen de antiquair stierf,
erfde de zoon zijn winkel en de gehele inboedel.
Op het bureau vond hij een envelop met "niet openen" erop.
Hij dacht dat het zijn laatste wil was, dus besloot hij hem niet te openen.
Hij vroeg zich zijn leven lang af wat erin zat.
Toen hij even oud was als zijn vader, besloot hij de envelop te openen.
En weet u wat erin zat?
Tientallen etiketjes met daarop "niet openen".
Die etiketjes plakte de vader op de doosjes die hij verkocht.
Niet gek.
Hebt u nooit uw ouders proberen te vinden?
Nee.
Ik heb hier een familie gevonden die ik zelf gekozen heb.
Doet het pijn?
Waar doet het pijn?
Aan mijn oor.
Net alsof iemand er iets in prikt.
Ik dacht dat het over was.
Geen zorgen. Het gaat wel over.
Ik zit eindelijk vol met liefde en verlangen.
Ik bied U mijn lichaam en ziel, Heer.
Mijn liefde verandert in een vlammenzee
en zal als een vlam oprijzen aan het eind van mijn leven,
en dan weet ik wat liefde is,
ten langen leste.
Wat doet u? Dat kunt u niet maken.
Afblijven.
Blijf eraf.
Voorzichtig, meneer.
U hebt hier niets te zoeken. Dit is het Huis van God!
Stop!
Stop! - Raak hem niet aan, hij is heilig!
Stop! Stop!
Stop! Raak hem niet aan!
Stop...
Hou op. Film dat niet.
Ze heeft niets op, pastoor.
Ik weet dat je de journalist van de commissie gezien hebt.
Wat is er gebeurd?
Is er iets wat ik zou moeten weten?
DEEL 5: OPENBARING
God zij geprezen! Alle internetverbindingen werken.
Dag, pastoor.
Ruim vijftien gebedsgroepen
zullen tegelijk online zijn in Amerika.
Een stuk of tien in Nederland, in Oostenrijk en uiteraard in Frankrijk.
Kijk.
Hoe gaat het vandaag met haar?
Pas toen de pelgrims in groten getale begonnen toe te stromen,
begon de Kerk interesse te krijgen in Bernadette.
De gelovigen zijn het oordeel van de Kerk altijd voor geweest.
Hier geldt hetzelfde.
De gelovigen zijn hier, aan onze zijde.
Dat weet ik.
Denkt u dat ze in staat is om te komen?
Ik denk dat die commissie een gif is.
Een beproeving.
Het Kwaad...
De geest van het Kwaad.
Het zit in ieder van ons.
Ik heb uw brief gevonden...
bij Meriems pleegouders.
Ik weet dat ze u opzocht.
Ik wil weten of u wat van haar hebt gehoord.
Weet u waar ze is?
Is Meriem de dochter van Safia?
Hoor je ons?
Je moet eten, Anna.
Hoor je wat ik zeg?
Je bent te trots.
Wellicht wist Meriem iets, maar is ze verdwenen of gedood.
We moesten een verschijning onderzoeken,
geen afschuwelijke moord.
Wat als er een link is?
Dan valt het totaal niet binnen de canonieke normen.
De canonieke normen?
De moeder van Meriem is vermoord.
En enkele jaren later zocht ze de moordenaar op.
Ze raakten bevriend en ze schreef hem over religie en vergeving.
De moordenaar! En ze was Anna's hartsvriendin.
Voor een christen is dat iets gewoons.
En ze verdween
tijdens de verschijningen. Is dat geen teken?
Een teken? Gelooft u dan in tekens?
Nee maar. - Het gaat ons niets aan.
Mij wel, want het komt niet overeen met wat gebruikelijk is voor jullie.
En vanwege jullie canonieke normen lopen we de realiteit wellicht mis.
Sorry, maar u begrijpt niets van onze missie.
Wel waar!
Ze vroegen mij voor dit onderzoek om het anders aan te pakken.
Om iets concreters te krijgen.
Oh ja, bij u gaat het om de realiteit. Die bestaat niet.
Het is een illusie. De waarheid vind je altijd elders.
En dat begrijpt u niet!
Ik moet weten of er tegen me gelogen is!
Ik moet weten of ik dat meisje kan geloven.
Ik wil feiten, bewijzen.
Neem me niet kwalijk.
Onbekend
Zult u er morgen zijn?
Ja, ik zal er zijn.
En komt u dan bij me langs?
Ja.
Hoe voel je je?
Kan ik iets voor je doen?
Het martelaarschap is een beloning, jacques.
Ik hoop dat ik het verdien om zo veel te lijden.
Bedankt.
Achteruit! Geef haar wat lucht.
Achteruit, graag.
Geef haar ruimte om adem te halen.
We nemen haar mee. Til haar mee op.
Aan de kant, graag.
Laat ons nu met rust.
Vooruit.
Aan de kant!
Beste broeders en zusters...
Het is een erg zware last
om uitverkoren te zijn door de Moeder van God
als Haar boodschapper.
De ziel is sterk, maar het lichaam zwak.
Laat ons bidden voor haar.
Haal normaal adem.
Zo ja. Haal adem.
Hoe lang hebt u al niets gegeten?
Bedankt voor alles.
Hoe gaat het?
Ik denk dat u gevaarlijk bent.
En ik dat u hol van binnen bent.
Dat zie ik aan uw ogen.
Ik mag mijn conclusie met u delen,
maar het verslag krijgt u niet, dat is vertrouwelijk.
Mijn eerste punt gaat over de analyse van de stof.
Ongetwijfeld een gescheurd laken, gezien de randen.
Het gaat om een doodgewoon hedendaags massaproduct.
Een mix van katoen en linnen.
Het is een ordinair laken dat je overal kunt kopen.
En wat het bloed betreft?
Het is van een mannelijk persoon,
maar we kunnen het niet dateren, want het is gedroogd bloed.
Hebt u DNA gevonden? - Ja.
Ja, gezien het DNA zou het gaan om een dertigjarige Europeaanse man.
En komt het overeen met DNA uit de database van de politie?
Dat moet u hen vragen. Ik heb geen toegang.
Maar wat me interessant lijkt voor uw onderzoek,
is dat de bloedgroep AB+ is.
AB+?
Waarom is dat zo interessant?
Die bloedgroep is aangetroffen op meerdere heilige relikwieën.
Hoe bedoelt u? - Men heeft
die bloedgroep aangetroffen op meerdere relikwieën.
De Lijkwade van Turijn,
de Heilige Rok van Argentueil,
en de Zweetdoek van Oviedo.
Het is dus wetenschappelijk bewezen dat die relikwieën van Christus waren?
Nee. De Kerk staat gelovigen toe ze te aanbidden,
maar garandeert niet de echtheid ervan.
Wat had u nu verwacht? Bewijs?
Bewijs waarvan?
Dan zouden we geen keus meer hebben en zou er geen mysterie meer zijn.
Geloven is een vrije, weloverwogen keuze.
Men besluit het mysterie te geloven en heeft geen bewijs nodig,
geen bloedgroep. - Er is geen mysterie. Het is onzin.
Het is één grote leugen, met massaproducten.
Het heeft niets met geloof te maken.
Hebt u Anna dan nooit geloofd?
Waarom zou ik?
Zeg me dat eens. Waarom zou ik erin geloven?
Beste broeders en zusters...
De grote zonde van de moderne wereld is wellicht
weigeren te geloven in wat onzichtbaar is.
Door te zoeken naar een banaal bewijs voor het grote mysterie
heeft de canonieke onderzoekscommissie
fout op fout gemaakt,
vergissingen begaan
en mensen vernederd.
Maar...
de Geest der Kracht zit in Anna.
We weten nu dat er een groots lot voor haar is weggelegd.
Voor haar...
is de waarheid vanzelfsprekend.
Een heiligverklaring.
Het is eenvoudig.
Deze beelden van Moeder Teresa
hebben me erg ontroerd,
zoals veel mensen.
Dat was de reden
waarom ik nu dit leven leid.
WIE ZIJN DE FRANSE PRIESTERS IN AFRIKA?
In 1981 zorgde de conclusie van het onderzoek
naar de Lijkwade van Turijn voor een doorslaggevend element.
Wat we weten, is dat het om de bloedgroep AB+ gaat.
In die tijd waren er veel mensen met die bloedgroep, zeker in die regio.
Er zijn nu nog mensen met die bloedgroep.
Ik heb zelf bloedgroep AB+.
Wat is er, Jacques?
Anton zit achter die zweetdoek.
Hij heeft het verzonnen.
Waar bent u? Wilt u dat ik naar u toe kom?
De rest weet ik niet. - U moet uitrusten.
Wat heeft ze gezien? Wat is er gebeurd met Meriem?
Waarom denkt u dat ze vermist is?
Ze zou nooit weggaan zonder wat te zeggen.
Dat heeft ze nooit gedaan.
Nooit.
We hebben geen nieuws.
Hebben jullie het ziekenhuis gebeld? - Daar is ze niet.
Zo is het zeker dat ze niets zegt.
We moeten wat doen. Ik ga erheen.
Het gaat ons niets aan. - Oh nee?
Onbekend
Bent u Jacques?
Waar is Anna?
Weet u dat?
Ik moest dit aan u geven.
NIET OPENEN
Hoort u me?
Zeg wat tegen me.
LIEFDE
Mevrouw, houd uw ogen open.
Mevrouw!
Houd uw ogen open. - De polsslag is zwak.
Bloeddruk: 70/40.
Hartslag: 130.
Ze is bij bewustzijn.
Mevrouw...
Desaturatie. - Koude ledematen.
Ik heb nog een polsslag.
De bloeddruk daalt. - Ze trekt de slang los.
Bradycardia. - Ik heb geen polsslag.
Blijf wakker, mevrouw.
Achteruit.
Klaar.
Drie, twee, één...
Laad op tot 300 joule.
Laden...
Opgeladen.
Ik had haar nodig.
Heeft hij u die doek gegeven?
Het was maar een symbool.
Wie is die gast?
Een charlatan?
Iemand die de weg kwijt is.
Ik ben ook de weg kwijtgeraakt.
Ze heeft dus gelogen?
Dat beslis ik niet.
Maar u weet het?
Nog niet.
Deel 6: Meriem
Monseigneur,
hier zijn de bevindingen van het onderzoek
waaraan u me liet meewerken.
Het bevat de verhoren, getuigenissen en rapporten
van de specialisten met wie ik onderzoek deed
naar de vermeende verschijningen.
Het is nu aan u om een conclusie te trekken.
Ik denk aan haar, aan degenen die haar liefhadden,
aan degenen die in het wonder willen geloven.
Ik denk aan wat ze voor mij betekende.
Voor ons.
Ze nam haar geheim mee in het graf.
Ik ga nu terug naar huis,
terug naar mijn gezin, mijn dagelijks leven en mijn werk.
Bedankt dat u me deze taak toevertrouwde.
Hij riep onvermoede vragen bij me op.
Ik ken niet alle antwoorden.
Ik denk aan het verhaal over die engel
die een jonge maagd kwam zeggen dat ze zwanger was van de Zoon van God.
Ik denk aan mijn vriend, die ook dood is,
aan die fotograaf die altijd zichtbare bewijzen zocht,
beelden van de waarheid...
Welke waarheid?
Welke beelden?
De waarheid kan altijd elders zijn.
Hoe kunnen we geloven in wat we niet zien?
Ik had al zo veel dingen op aarde gezien,
maar met Anna ontdekte ik een wereld die ik niet kende.
Ik weet nu dat zielen hun eigen wereld hebben.
En van die wereld wist ik niets.
Ik verblijf, monseigneur,
met de meeste hoogachting,
Jacques Mayano.
Dag.
Kan ik u helpen?
Ik wil u spreken over Anna.
Ze heeft me de brieven gegeven.
Anna heeft niets gezien.
U was het.
U was degene die schreeuwde.
Ik schreeuwde omdat ik bang was.
Ik weet niet...
Het was te veel voor me.
Niemand zou me geloofd hebben.
Ik wilde weg,
een kind krijgen.
Er niet in verstrikt raken.
Dus offerde Anna zich op.
Ze deed het om me te redden,
zodat ik zou kunnen leven.
Ze was mijn vriendin.
Gelooft u me?
Dat weet ik niet.
Ik was erbij toen uw vriend de foto nam.
Die met het meisje.
Ik herinner me hem.
Ik heb hem gesproken.
Hij was niet bang.
Weet je nog waar de kerk is? - Het is geen kerk.
Het is een klooster.
Ze hebben het verwoest.
Het is ver weg.
U moet de grens over.
Dat is gevaarlijk.
Ik zie wel.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.