Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Bemba
Bihari
Breton
Cambodian
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Corsican
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hmong
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Malagasy
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
"God is het licht voor de wereld" Johannes, 9:5
"Een licht met een licht. God zal door dit licht leiden wie hem behaagt" Koran, 24:35
Augustus 1994
Je bieper is onuitstaanbaar.
Ik heb nog drie leveringen. M'n ma vermoordt me. Ik moet gaan.
Houd op! Heb je geen leveringen?
Houd op!
Zeep ik je in?
Doe dat omlaag. - 't Is goed.
En m'n voeten?
Wees blij dat ik je billen doe.
Verwacht je iemand?
Wie is 't? - Geen idee.
Ja?
Ja?
Ophélie! - Wat doe jij hier?
Is Toni hier? - Nee.
Ik zag z'n brommer. - Wat doe jij hier?
Ik reed voorbij. Ik zag Toni's brommer.
Gaat 't? - Alles oké, en jij?
Kom.
Toni!
Het was Toni. - Ja.
Alles oké? - Ja, en jij?
Kom even mee naar binnen.
Je liet me schrikken.
Hoezo? - Wat doe je hier?
Wat doe je hier?
Ik maakte een ritje en nu reed ik naar huis.
Ik wist niet dat je terug was.
Ik kwam gisteren aan. - Oké... cool.
Dit is 't huis van m'n tante. - Van je tante?
Van Elena? - Ja.
Ik wist dat ze hier ergens woonde.
Is ze niet thuis? - Nee.
Ze ligt in het ziekenhuis. - Verdomme.
Wat heeft ze? - Cirrose.
Ze ligt al drie maanden in 't ziekenhuis.
M'n moeder en ik bezoeken haar elke dag.
't Is ernstig, maar zo is 't leven.
Wil je iets drinken?
Graag, maakt niet uit wat. - Bier. Dat is 't enige dat ik heb.
Ik ben blij je te zien, maar je liet me schrikken.
Waarom? - Omdat...
Omdat...
Ik denk dat je 't begrepen hebt.
Kijk, ik beef.
Dank je. - Graag gedaan.
Wil je iets eten? - Nee, dank je.
Kijk hoe ik beef. Mijn benen...
Je hebt je ouders al gezien? Alles oké?
Wat is er? - Waarom verander je van onderwerp?
Geen idee, de stress.
Waarom ging Toni ervandoor?
Had hij nog 'n levering?
Ik denk 't wel.
Ik dacht dat je met Clément ging. Ik heb dat gehoord.
Ja. - Ja, wat?
Ik ga met Clément. - Ach zo.
Waar is hij? - Op 't vliegdekschip Charles de Gaulle,
hij houdt de lucht in de gaten.
Laten we 't over iets anders hebben.
Hoe gaat 't op de boerderij, met je ouders? - Alles oké.
Jij bent gestopt met geneeskunde.
Aan het begin van 't semester. - Waarom?
Het beviel me niet meer. Het was niet meer wat ik wou.
Door wat?
De onderwerpen veranderden in 't tweede jaar.
Ik weet niet of ik dat m'n hele leven wil doen.
Wat doe je nu?
Ik ben hier... op vakantie.
Ik hoorde dat je nog schrijft. - Ik heb 'n scenario klaar.
Ik stuurde 't naar 'n paar producenten in Parijs.
Je wacht op reacties? - Zoals gewoonlijk.
Veel wachten! Klinkt cool.
Hoelang blijf je? - Geen idee, 'n maand of twee.
Misschien drie. Hangt af van de reacties.
Of ik terug moet naar Parijs, of niet.
Alles oké met je broers en je zussen?
Je weet dat m'n zus gaat scheiden.
Ze woont weer thuis.
Weldra wordt de voogdij voor haar zoon geregeld.
Momenteel is 't geen lolletje. - Dat begrijp ik.
Zo is 't nu eenmaal.
En je broers? - Die maken 't goed.
Weet je nog dat Martin examen aflegde voor politieman?
Hij was geslaagd. - Cool.
Alexis weet nog niet wat hij wil worden.
Parachutist of politieman.
Ik weet 't niet meer...
Ze zijn met orde en discipline bezig.
Zoals jij, orde en discipline.
Dat heb je goed gezien.
Ik weet niet of ik hun zus ben.
Wil je er?
Van jullie boerderij? - Natuurlijk.
Wat? - Niets.
Zeg op.
Clément zou beter iets anders in de gaten houden.
Erg grappig.
Koop je me om met aardbeien? - Helemaal niet.
Hoelang ga je al om met Toni?
Wat? - Hoelang ga je al om met Toni?
Het begon vier jaar geleden.
Ik zeg "begon" want...
't is niet alsof we vier jaar samen zijn.
We gaan al vier jaar om met elkaar.
Oké.
Vier jaar.
Dus...
er is niet niets.
Maar 't is niet...
Ik weet 't niet.
Ging je niet trouwen? - Ja... Dat gaan we.
Het gaat nog door? - Ik denk 't wel.
Ja, 't gaat nog door.
't Is ingewikkeld.
Dat begrijp ik.
Je houdt dit voor jezelf.
Ik weet niet of je 't met Toni bespreekt...
Nee, hij heeft me nooit iets gezegd.
Hij heeft me nooit iets gezegd.
En jij ook niet.
Ik weet 't.
Maak je nog steeds foto's?
Ik wil weer beginnen.
Dat zal wel... Ik niet. Dat is voorbij.
Het was vervelend. - Jij poseerde
terwijl je de indruk gaf je ongemakkelijk te voelen.
Helemaal niet.
Nu. - Ik poseer niet.
Ga 'n beetje achteruit.
Ik maakte 'n grapje.
Dat is goed.
Herinner je je de foto's die we maakten? - En of.
Je liet ze mij nooit zien.
M'n moeder ruimde m'n kamer op en liet ze op m'n bureau liggen.
Het is tijd om ze mij te laten zien.
Zal ik thuis op je bureau gaan kijken?
Ik zou komen, maar...
We zullen andere maken.
Ja?
Wanneer je wat meer ervaring hebt.
Als ik weer vier uur moet poseren voor één foto...
Je hebt ervan genoten, zeker weten. - Heel veel.
Het was echt leuk. Nee, 't was cool.
Maar goed...
Deze keer zal 't sneller gaan. Ik ben beter geworden.
Neem je foto's in Parijs?
Ik nam er veel. Ik heb 't druk, maar ik nam er al veel.
Cool.
Laat je ze aan mij zien?
Als je wil, maar dat wil je duidelijk niet. - Toch wel!
Heb je een vriendin daar?
Heb je een vriendin in Parijs? Nam je al foto's van haar?
Nee. - Geen foto's of geen vriendin?
Geen van beide. - Ik zie je lachen.
Wie denk je dat ik ben?
Ik ken 'n paar meisjes in 't restaurant...
Collega's. Meer niet?
Meer niet. Niets officieels.
Gewoon officieus.
Een beetje zoals jij.
Laat het, oké?
Je bent veranderd. - Echt?
Je bent gegroeid. - Onzin!
Echt waar.
Denk je? - Je bent bijna knap.
Ik neem dat als 'n compliment.
Help je mij? - Maak ik jou nerveus?
Je mag 't zeggen. - Ik beef nog, denk ik.
Niet bewegen.
Klaar?
We gaan.
Wacht... Ik ga eerst.
't Is goed. Kom maar.
Mag ik? - Ja.
Je bent met de fiets?
't Is hier echt mooi. Ik moet m'n toestel meebrengen.
Ik heb een nieuw gekocht. - 't Is de moeite waard.
Fiets je in Parijs ook? - Nee.
Daar heb ik geen fiets.
Ik neem de metro.
En de metro... en de metro...
En de metro en de metro?
Woon je in de metro? - Zoiets ja.
Je had niet mogen weggaan. - Ja, maar...
Is 't daar niet leuk om te wonen?
Kijk om je heen!
Dat is waar.
Wanneer je 't gewend bent, gaat 't vervelen.
Dit verveelt nooit.
Uit gewoonte gaat alles vervelen. Ik wil graag naar Parijs gaan.
Als ik terugga, ga je mee en leid ik je rond.
Echt?
Een standbeeld op de Place de la Nation herinnert me aan jou.
Waarom? - Dat zal je wel zien.
Zeg me waarom. - Je zal het zien.
Draai je om. Onopvallend...
Echt.
We zijn 't eens? - Ja.
Dag.
Excuseer, stoort 't als we erbij komen?
Gewoonlijk zitten wij daar. - Echt?
Dat is echt onze plaats.
Zitten de mensen vaak op jullie plaats?
't Is niet echt onze plaats,
maar gewoonlijk komen we hier zitten.
Kom... Dit is mijn neef Amin.
En jullie heten? - Ik ben Charlotte.
Schattig, ze praten tegelijkertijd.
En jij? - Céline.
Hij is Tony... Mijn neef. - Dat ben ik.
Wonen jullie in de buurt?
Nee, we komen uit Nice. En jullie?
Ja, we wonen in de buurt.
Zijn jullie op vakantie? - Ja.
Blijven jullie lang? - Twee weken.
Ongeveer.
Huren jullie iets?
We logeren bij m'n oma. - Je oma.
Ja.
Waarom lach je? - Ik weet 't niet.
Jij maakt me aan het lachen.
Wat doen jullie?
Ik beheer een aantal zaken.
Zaken? - Restaurants.
Want "zaken beheren" klinkt wat raar.
Twee restaurants hier, twee in Tunesië.
Echt? Meen je dat? Waar in Tunesië?
In Hammamet.
Ken je die stad? - Hammamet niet. Tunesië, wel.
Ben je er al eens geweest? - Twee jaar geleden met m'n ouders.
Waar ging je naartoe? - Sousse, Tunis en Djerba.
We gaan misschien binnenkort. - Ik hoop 't.
Hammamet? - Ja, we gaan naar m'n vader.
Woont hij daar? - Ja, hij beheert de restaurants.
Terwijl jij die hier beheert.
Die van hier en van daar. - Je beheert 4 restaurants.
Je bent... - Ik ben de manager.
Ik begrijp 't. Mijn excuses.
Wat doe jij? - Ik zit op de handelsschool.
Dansschool. - Dat is fijn.
M'n neef is naar Parijs verhuisd. - Ik doe geneeskunde.
En hij schrijft scenario's. Sciencefiction.
Het laatste was sciencefiction. - Waar gaat 't over?
Wil je 't ons niet vertellen? - 't Is iets...
dat in de toekomst op de aarde gebeurt.
In 2020, 2022, zoiets.
De mensen wonen samen met robots die lijken op mensen.
Er is 'n liefdesverhaal over 'n man en 'n robotvrouw.
Een knappe robotvrouw. - Schattig.
Hou je van films?
Ja, heel erg. - Er komen sterren naar 't restaurant.
Echt?
Dan is 't bekend. - Zeker.
Het heet Hammamet Sun.
Ken je 't?
Hammamet Sun. - Ik ken 't.
Echt? - Ik was er met m'n oma vorig jaar.
Is het er lekker? - 't Was lekker.
Heb je goed gegeten? - Ja.
Heb je je geamuseerd? - Enorm.
Heb je sterren gezien? - Er is mij niemand opgevallen.
Soms komt Jessica Paterson uit Flames of Passion.
Zij en haar man wonen in de buurt.
Aldo Maccione komt ook.
Kennen jullie Aldo Maccione niet?
Wie? - Aldo Maccione.
La classe?
Je kent 'm niet? - Wie is hij?
Een zeer bekend acteur. - Ik ken 'm niet.
Je kent La classe niet?
Is dat 'n film? - Nee, een manier van lopen.
Hij doet 't in al z'n films. - La classe?
Hij vond 'n manier van lopen uit? - Een pasje.
Vooruit, laat zien.
Wil je 't zien? - Ja, laat zien.
Geef ons 'n demonstratie. Misschien kennen we 't.
Hij begint zo...
en doet 'n paar stappen.
Met 'n sprongetje?
Dat sprongetje zegt me iets.
Aldo la classe.
Zo. Kijk, zelfs achterwaarts.
Nooit gezien?
Jullie kennen 't niet?
Al in 't water geweest? - Ja.
Hoe is 't water? - Heerlijk.
Kom, we gaan zwemmen. - Oké.
Kom je? - Ik ga me insmeren.
Ik kom zo.
Nu al? - Ze houden al handjes vast.
Ze zien er gelukkig uit.
Ik hoop 't.
Wil je wat?
Wil je danslerares worden? - Nee, danseres.
Danseres, oké...
Met 'n orkest? In 'n gezelschap?
Cabaret en in 'n dansgezelschap.
Kom naar Parijs. Daar stikt 't ervan. - Juist.
De beste cabarets zijn toch in Parijs? Het staat er om bekend.
Ik ken Parijs niet goed. - Ik zou je kunnen rondleiden.
Oké? Let op, zoiets vergeet ik niet.
Ik hoop 't.
Ben je nog nooit in Parijs geweest? - Een paar keer.
Ik bezocht musea. - Er zijn mooie musea.
Het Louvre, Musée d'Orsay. Heel wat interessante musea.
Parijs is mooi. Ongewoon. Je kan er mooie foto's maken.
Ben je ook fotograaf? - Ik neem foto's. Ik vind dat leuk.
Ik fotografeerde nog nooit 'n danseres. - Echt?
Wat denk je? - Foto's nemen van mij?
Ik ben niet fotogeniek. - Echt?
Maar je danst goed? - 'n Foto geeft geen dansbeweging weer.
Dat weet je niet.
Een foto zegt veel. 't Is geen momentopname,
vooral bij dans.
Met 'n houding, 'n beweging kan je veel doen.
Oké dan.
Ja? - Natuurlijk.
Als je me rondleidt in Parijs. - Graag.
Geven en nemen.
Waar zijn die twee?
Zie jij ze? - Nee.
Daar zijn ze.
Charlotte laat er geen gras over groeien.
Het ligt aan haar. - Ook aan je neef.
Geen sprake van, zo is zij niet.
Maar ze is er gevoelig voor. - Dat is waar.
Gaan we ook, voor ze domme dingen doen?
Niet dat wij iets zullen veranderen. - Dat is zeker.
Ik heb wat geluk nodig.
Hé, mannen!
Oompje.
Hoe gaat 't met m'n neefje?
Aimé!
Jij bent altijd in goed gezelschap.
Dag, meisjes.
Ik zal jullie voorstellen... Charlotte.
Oom Kamel. - Céline.
Aimé, aangename kennismaking.
Hij is 'n vriend van de familie.
Jullie zijn niet van hier.
We gaan eten.
Gaan jullie couscous eten?
De couscous is nog niet klaar. - Ik breng hen naar het restaurant.
Drink eerst iets en ga daarna eten.
We kunnen samen eten. - We zien elkaar daar.
Maar de couscous is nog niet klaar.
We zien elkaar daar. - Kom binnen of ik kom buiten.
Je hoeft niet buiten te komen. - Ik hoef niet? Ik kom.
Mijn oom is een speciaal geval.
Ik heb geen schurft. Kom binnen iets drinken.
Kom op. - Een rosé.
Ik moet jullie twee niet.
Zij wil wel.
Kijk, ik ben 'n dief, maar ik steel alleen harten.
Ben jij verlegen? - Helemaal niet.
Schenk je iets in voor m'n vrienden?
Wat zal 't zijn? - Niets, ik hoef niets.
Een niets met 'n beetje munt.
Een gin-fizz voor haar en 'n rosé voor mij.
En een niets met wat munt.
Alles oké? - Ze lijken 't goed te vinden.
Sète bevalt hen blijkbaar.
We zagen elkaar op het strand.
Jullie zijn hier met twee lieve jongens.
De allerbesten.
Ze zijn vurig!
Hij zei dat jullie knap zijn.
Precies. Doe niet zo mal.
Gaat 't, Céline? - Ja, hoor.
Mag ik even kijken?
Wat? - Ik ken iemand
die je zal willen schilderen.
Wie? - Zijn vader.
Een echte artiest.
Mijn vader schildert. - Zij ook.
Dat heb je mij niet gezegd.
Ze zal zich vermaken.
Jullie gaan naar Hammamet?
Vertelde hij jullie over Hammamet? Prachtig.
Breng alleen 'n tandenborstel mee. De rest is er.
In orde.
Zwembad, geweldige villa. Op en top vakantie.
Chicha, muntthee. - Precies.
Ik vertelde haar over m'n vader. Ze zal 't niet geloven.
Geloof me, ze zal 't wel geloven.
Nee, ze zal 't niet geloven.
Waar is je glas?
Dit is voor jou.
En waar is dat van mij?
Jij kan straks drinken.
Gaan de zaken goed?
Zeer goed. Ik ben trots op jou.
Je bent een goede manager.
Hij beheert alle restaurants.
Ja, hij heeft 't ons verteld. - De baas.
Ik leid de bar ook.
Als jij de toekomst niet bent, wie wel?
Hij is 'n artiest, hoor.
Sprak hij over z'n plannen? - Dat deed hij.
Stevig, niet? Hij is de trots van de familie.
Nam hij al foto's van jou?
Je moet 't hem vragen.
Gaan jullie couscous eten?
Ben je geïnteresseerd in 'n couscous met m'n neven en mij?
Ze heeft 't niet begrepen. - Daarom antwoord ik liever niet.
Scarface nooit gezien?
Dat kan niet.
Ze is zo schattig.
Tot straks, oompje? - Tot straks.
We komen misschien nog. - We zijn daar.
Dag, Charlotte.
Chez Maryse.
Céline, jij hebt mijn hart gestolen. Ik zweer 't.
Smakelijk, meisjes.
Krijg ik er nog één?
Geweldige kont. - Ik ben verliefd. Praat zo niet over haar.
Goedenavond, dames en heren.
Dit is 'n typisch Tunesisch decor.
Kamelen...
De haven van Hammamet, 13de eeuw.
In 't echt is 't nog mooier, met een zonsondergang.
Bij zonsondergang word je omvergeblazen.
Jullie komen kijken.
Het klinkt geweldig. - Je zal het zien.
Waarom lach je?
Goedenavond, dames.
Alles oké?
Aangenaam kennis te maken.
Komen jullie eten?
Op 't terras? - Buiten, hier is 't te druk.
Dat is mijn moeder.
Ze is knap.
U bent knap.
Sprak ik te luid?
Mama!
Dit is Charlotte, 'n vriendin.
M'n moeder Hatika, m'n zus Lamia.
We gaan buiten zitten.
Dat is de acteur waarover ik 't had.
En naast hem, kijk goed.
Geen familietrekje?
Je vader? - Inderdaad.
Hij maakte 'n film in Hammamet en kwam bij ons thuis.
Zo zie je hoe hij eruit zal zien. - Precies.
Mijn broer is knap, niet? - Ja.
Heeft hij Maccione al geïmiteerd?
Hij deed het. 't Is verplicht.
Isabelle Adjani. Duidelijk.
Dat is Jessica Paterson, uit de serie.
Haar man, Jack, de producer. Onze burgemeester.
Je broer...
Hij heeft alles uit de kast gehaald.
Nu is 't een Chinees restaurant.
Geen Chinees, maar Vietnamees. Totaal verschillend.
Hij wil je imponeren.
Ik ben verloren!
Tante, mag ik hen de keuken laten zien? Snel.
Een blik achter de schermen.
Zulke knappe meisjes neem je niet mee in de keuken.
't Is ook 'n kwestie van hygiëne.
Zie je?
M'n oom, de man van tante.
De vader van Amin.
Inderdaad.
De neef van m'n moeder. Het duurde lang voor ik 't begreep.
Bedienen we jullie buiten?
Je kan kiezen tussen Tunesisch en Aziatisch.
Alles oké, jongelui? - Zit daar niemand?
Ze is voor jullie. - Cool, perfect.
Geweldig. We gaan daar zitten.
Perfect.
Kunnen we de menu's inkijken?
Toni, kan je even komen?
Eventjes.
Rustig.
Hij is samen met twee mooie meisjes.
Ze zijn knap, niet? - Ja, erg knap.
Tijd voor 'n preek, Toni. - Waarom zo'n lang gezicht?
Waar zat je de hele dag?
Bij Amin. - Je zou werken.
Je gaat te ver. - We komen eten. 't Is 'n restaurant.
We hebben hen net ontmoet.
Je komt pochend binnen...
Hou jij van blondines? Dat wist ik niet.
Je hebt mij verraden.
Morgen zal ik er zijn om 7.30 uur.
Toni, je had moeten bellen. We konden niet leveren.
Amin is er. - We hebben moeten schipperen.
Laat ons iets weten. - Morgenvroeg om 7.30 uur.
Laat ons niet in de steek.
Goedenavond.
Is alles in orde? - Ja, alles oké.
Jullie lijken wel verloren. - Helemaal niet.
Wat doen jullie? - We lezen 't menu.
Excuseer.
Uitstekend. Kom bij ons zitten.
We zijn hier met Amin en Toni. - Toni is mijn neef.
Blijf daar niet alleen staan.
Ik stel jullie voor aan Melinda...
en Thomas.
Hoe heet jij? - Céline.
Ik ben Charlotte.
Ik heb mij niet voorgesteld. - Ook waar.
Joe...
Jullie komen hier niet vandaan? - Nee, uit Nice.
We laten hen even alleen en...
We houden hen gezelschap.
Wat ben je van plan?
Wat doe jij hier?
Ben je niet thuis? - Nooit.
Alles kits?
Wees voorzichtig. Kijk uit. Deze hier is tuig.
Stop, we zijn familie.
Helemaal niet. Ik vertrouw je niet.
Iets drinken?
Waar? - Daar.
Chez Maryse. Muziek, dansen, drinken.
Eten kunnen jullie nadien.
Gaan we dansen? - Dans jij graag?
Céline, wil jij hier blijven?
Céline wil met mij dansen.
We gaan dansen. Daarna zien we wel.
Daar? - Aan de overkant.
Dans je graag? - Ik ben dol op dansen.
We hebben iets gemeenschappelijks. - Waarom?
Ik dans graag. Ik dans niet goed, maar doe 't graag.
Laat me zien hoe goed je bent.
We zien het wel. - Wat wil je drinken?
Hoe gaat 't?
Rustig. En met jou?
Ga je hier je danstalenten laten zien?
Stel je mij niet voor? - Ik had je niet gezien.
Céline, Ophélie.
Gaan we dansen?
Hoe gaat 't? - Goed, en met jou?
Ophélie is een jeugdvriendin.
Ik haal de drankjes.
Ik ben geen danseres, maar ik doe wat ik wil.
Kom, Charlotte.
Gaan we iets drinken?
Wil jij iets? - Nee, 't is oké.
Wat ga je drinken?
Leuke plek. - Ja, 't is cool.
Neem je iets voor mij?
Ken je dat?
Mag ik haar wegkapen?
Laat me zien wat je kan.
Nee, probeer me niet na te doen.
't Is meer...
De heupen. - Vrouwen gebruiken hun heupen.
Wij ook, maar... 't Is als 'n vliegtuig dat opstijgt.
Je bent gestopt met geneeskunde?
Ja. - Waarom? Geneeskunde is goed.
Wisselen?
Gaat 't?
Coole vrienden!
Je verbrandde me met je sigaret. - Gestraft!
Hij gaat je vriendinnetje afpakken.
Je mag m'n vriendin niet afpakken.
Dat was ik ook niet van plan.
Dank je, je bent 'n topkerel.
Ik wist dat je goed kon dansen.
Ik heb dorst. We gaan iets drinken. - Ik ook.
Amuseer je je? - Zeker.
Op de intense dans...
"Wijs is hij die 't hart bewaarde van in z'n jeugd."
Wil je gaan zitten?
Ik heb 't warm. - Ik kan 't me voorstellen.
Ik heb 't warm, maar 't was fijn.
't Is leuk om zo te dansen.
Je was in goed gezelschap. - Dat is waar.
Het was een mooi spektakel. - Echt?
Jij hebt ook gedanst. - Een beetje.
Een beetje? - Niet zo goed als jij.
Nee, niet zoveel.
En ook niet zo goed. - Nee, dat is niet waar.
Ik wist het.
Dat je zo goed danst.
Ik dans niet goed. Ik vermaak me.
En ik? Dans ik goed?
't Was goed. Je danst goed.
Je zet anderen aan tot dansen. - Echt?
Hoe moet ik dat interpreteren? - Geen idee.
Ik dans slecht,
maar zet anderen aan om goed te dansen?
Sorry. Zo bedoelde ik 't niet.
Probeer je hieruit te redden. Snel! Ik heb niets gehoord.
Vergeet het. Je danst erg goed.
Wil je 'n sigaret?
Het is warm hier.
Ja, ik heb 't ook warm.
Heb je 'n vriend in Nice?
Waarom niet?
Zijn ze blind in Nice? - Dat is 't niet.
Het ligt aan mij, punt.
Als schoonheid 'n misdrijf is, krijg jij levenslang.
Omdat je supermooi bent.
Is dat een plaatselijke grap?
Nee, 't is mijn grap. Niemand pakt die van me af.
Daar twijfel ik niet aan.
Hoe dan ook, ik meen 't. - Je bent lief.
Is 't niet wederzijds? Geef mij 'n compli... Grapje.
Ik plaag je.
Niets te zeggen? - Waarover?
Ik weet 't niet. Je staart me aan.
Ik weet 't niet.
Breng ik jou in de war? - Ja, maar 't is oké.
Jij haalt mij helemaal onderuit.
Ik heb 't warm.
Maar 't komt niet door de warmte.
Door wat dan? - Jouw aanwezigheid.
Er staat 'n zonnestraal voor mij. - Echt?
Ik kan rustig bruinen.
Wil je 'n frisse neus halen?
Ja.
Na jou. - Dank je, dat is lief.
De hoffelijkheid. Waar ga je naartoe?
We gaan naar 't restaurant, niet? - Het restaurant?
De Hammamet. - Die kant...
De Hammamet is daar.
De bar waar ik je heb ontmoet.
De beste pizzeria van Sète.
Aan de overkant, de videoclub.
Wil je 'n film zien? - Nee, dank je.
Daar heb je 'n mooi zicht op de haven.
En recht voor je...
Mijn lippen.
Het vijandige leger gooide lachgas
op onze dappere en moedige soldaten.
Als je de hele dag naar tv wil kijken, was je beter in Parijs gebleven.
Wat stelt dat voor?
Films, altijd maar films. - Het is bijna klaar.
Zet 'm uit, kijk er later naar.
Kijk 's avonds naar films.
Kom, schat. - Ik zal 'm uitzetten.
Hier, schat.
Je ziet er bleekjes uit.
Je straf voor in 't donker te zitten.
Amuseer je vandaag. - Ik ga naar buiten.
Loop in de zon, ga naar 't strand.
Amuseer je.
Eet je niet met mij?
Ik heb geen tijd. Ik moet gaan werken.
Hatika...
zal nu al boos zijn.
Zag je hoe ze was in 't restaurant?
Ze stond te zeuren achter de bar.
Met die afkeurende frons. Ze lacht nooit naar de klanten.
Ik weet niet wat er scheelt, ik begrijp haar niet.
Ik snap haar niet. Eerst kwam 't door de scheiding.
Ze wachtte er ongeduldig op.
Nu dat je oom alle papieren heeft getekend,
en haar alles heeft gegeven, klaagt ze nog.
Ik begrijp de vrouwen niet meer.
Alsof 't mijn schuld is
dat je oom haar voortdurend bedroog.
't Is mijn schuld niet.
Ik kan alles niet vertellen. Het is niet dat ze niets wist.
Ze kent hem al van toen ze kinderen waren.
Ik heb medelijden met Toni.
Zag je hoe hij deed? Z'n moeder die de hele tijd roept.
Ze reageert het af op hem, maar ze heeft 'n probleem met m'n broer.
Hij moet 't bekopen.
't Is de schuld van z'n ouders.
Zie je hoe ouders hun kinderen in de war kunnen brengen?
Dat is Toni ten voeten uit.
En je weet hoe ik het voor je oom opneem,
maar hij draagt een deel van de schuld.
Hij zit de hele tijd in de zon.
Hij is het hele jaar door bruin.
Ik bel over Toni en hij heeft het voortdurend over massages.
"Stuur hem. Er zijn vrouwen, massages...
lekkere dingen om te eten. Hij kan zich amuseren."
Dat is 't enige waaraan hij denkt.
Hoe wil je dat hij stabiel is?
Daarom heeft hij geen vaste relatie.
Maar nu, met Ophélie...
is het goed. Hij houdt vol.
Onzin. - Waarom?
Hij heeft niets met Ophélie.
Jij vertelt onzin. Natuurlijk heeft hij iets.
Hij zou 't mij verteld hebben.
Vertrouw me.
Hij en Ophélie zijn 'n stel. Een goed stel!
Ze is met Clément. - Clément... Hij is weg.
Wanneer hij hier is, is ze bij hem. Wanneer hij weg is...
Geloof me.
Ik weet wat ik zeg. Als ik 't zeg, is 't zo.
Maar Toni is 't probleem niet.
Zolang z'n ouders zich zo gedragen, zal hij altijd onrustig blijven.
Hoe zit 't met jou? Je vader werkt. Ik werk. Ik doe alles.
Waarom zit je in 't donker? Heb je ook 'n probleem?
Nee, ik ga naar buiten. - Vermaak je.
Je bent niet gekomen om...
Laat de somberheid in Parijs. Oké, schat?
Ik wil dat jij je vermaakt.
En de mooie blondine?
Ze is erg mooi en grappig. Jullie kunnen je samen vermaken.
Erg grappig.
Ze zei: "Waar is m'n schatje?"
Doe niet moeilijk. Anders vindt ze 'n andere.
Oké?
Ga je je vermaken? Kruip niet weer in je kamer.
Beloofd? - Ik ga foto's nemen.
Natuurlijk, neem foto's. Maar blijf buiten.
In de zon. - Ik zal naar 't strand gaan.
Zorg voor een kleurtje.
Gebruind ben je heel mooi.
Ik ga weg. Nog 'n slokje...
Laat alles staan. Bedek het gewoon, oké?
Je zegt niets over hoe ik eruit zie. - Perfect.
Perfect...
Zeg dat tegen de meisjes.
Kusjes.
Fijne dag. Kom niet naar 't restaurant.
Ik wil je buiten zien. Veel plezier.
Vertel me alles vanavond.
Meen je dit?
Dat is fijn, toch?
Ik wou je iets vertellen.
Wat?
Doe maar, niemand luistert.
Het gaat over Toni.
De mensen stellen mij vreemde vragen.
Je nicht en ik zaten hier daarstraks.
Tien minuten heeft ze me aangestaard.
Met zo'n achterdochtige blik.
Ze zei: "Wat is er? Je doet raar. Je lijkt droevig."
Weet je wat ze daarna zei?
"Nog nieuws van Clément?"
Ik zei: "Ja. Ik kreeg 'n brief drie dagen geleden."
Ze vroeg: "Maakt hij 't goed?"
Ik zei: "Ja, alles is oké."
En dan: "Heb je al geantwoord?"
"Nog niet, maar ik ga het doen."
"Je hebt hem nog niet geantwoord?"
Ik weet niet waar ze op uit is.
Ik zei: "Nog niet."
Ze vroeg me wanneer hij terugkomt.
Ik zeg dat de datum nooit vaststaat. Het kan altijd verlengd worden.
Hij komt zelden vroeger thuis.
Dan zei ze: "Er is 'n traditie voor 't huwelijk.
Je moet 'n zonde begaan."
Ik zei: "Een zonde? Welke traditie? Hoe bedoel je?"
Ik begreep 't niet. "Wat bedoel je met 'n zonde?"
Ze keek me aan: "Een zonde begaan."
"Dat is nieuw voor mij." "En," zei ze, "ga je de traditie volgen?"
Ik zei: "Nee, ik ben op vakantie. Ik ben met andere dingen bezig."
Ze zei: "Oké."
Ze bleef me uitdagen. Ik snapte 't niet.
Ze werkte op m'n zenuwen.
Zeg 't recht in m'n gezicht. Ze wou dat ik me versprak.
Ze insinueerde dingen. - Precies.
"Zou je je geheimen met mij delen? Je bent m'n beste vriendin."
Ik zei haar: "Wat wil je?"
Ze keek me aan met 'n aanstellerig lachje.
"Ik zoek de waarheid."
Ik antwoordde: "Geen commentaar."
Toen stond ze op
en zei: "Als je iets te zeggen hebt, bel me."
Ze ging weg, maar keek steeds achterom.
Ze weet niets.
Maar je weet hoe ze is.
Toni is al 'n week met die griet. Ik zeg niets.
Des te beter. - Inderdaad.
Ontspan je. Niemand komt erachter.
Niemand komt erachter...
't Is beter dat niemand erachter komt.
Het herinnert mij aan wat Clément zei voor hij wegging.
Wat?
Je herinnert je de laatste keer niet? - Wat zei hij?
Iedereen was er. Hij was dronken door de whisky.
Weet je 't niet meer? - Wat zei hij?
Waarom lach je? - Ik herinner me Toni's gezicht.
Hij werd bleek. - Wat heeft hij gezegd?
Net voor hij naar de Golf vertrok.
In 1990, eind augustus, net voor hij vertrok.
We zaten aan de bar. Hij was dronken.
Hij onderbrak ons.
Hij zei: "Mijn toekomstige vrouw...
jullie gaan je samen amuseren, geen probleem. Zij amuseert zich met jullie, geen probleem."
Een stilte. Ik zag Toni bleek worden.
Toen zei hij: "Maar als iemand haar aanraakt,
snijd ik z'n ballen af en laat ik ze hem opeten!"
Vergeet het... - Ik zie nog steeds die blik.
Dat verwondert me niet, maar dat is nog niet het ergste.
Hij vertrok en kwam terug, maar hij was totaal veranderd.
Hij is nu nog erger geworden.
Met alles wat hij heeft gezien, wat hij heeft gedaan,
de doden die hij zag in Mali, Kosovo, Rwanda, tijdens zijn missies,
misschien is hij gek geworden. Wat doet hij als hij erachter komt?
Jij moet emigreren. Ik maak geen grapje.
Ik ben de enige die hij vertrouwt.
Hij mag je graag omdat je studeert
en je bent respectvol. Meer niet.
Als hij erachter komt dat je 't wist van Toni...
Vergeet 't. Dan ontploft alles.
Maak je niet druk.
Eigenlijk... - Wat?
Eigenlijk... - Wat bedoel je met "eigenlijk"?
Je hebt m'n ogen geopend. Ik heb 'n bom in m'n handen.
Dat is waar.
Je hebt 'n bom en je zal er samen mee ontploffen.
Ik kan er veel voor krijgen. - Je bent gek. Wat kan je krijgen?
Ga je mij chanteren? - Het was nog niet bij me opgekomen.
Je gaat niets zeggen. Ben je gek?
Nooit.
Je moet ermee sterven. 't Is de enige manier.
Wat wil je voor je stilzwijgen? - Geen idee.
Wil je geld?
Geld is m'n ding niet. Ik vind wel iets beters.
Ik laat jou erover nadenken, oké?
Maak je geen zorgen. Ik vind wel iets.
Je kan alles krijgen wat je wil.
Bijna alles.
Zeg dat niet.
Grapje.
Ik zal Toni wat laten zweten.
Hij zal je alles geven, ik zweer 't.
Hij zou zelfs z'n vrouw en z'n kinderen geven.
Wat heb je? - Niets.
En jij?
In 't begin belde hij me de hele tijd,
hij vroeg me mee uit eten.
Hij was erg lief, zeer romantisch.
Dat had je me al verteld.
Maar de laatste drie dagen...
Wat?
Ik bel 'm. Hij belt nooit terug.
Zogezegd omdat zijn batterij leeg is.
Laatst wachtte ik op hem...
We zouden naar 't strand gaan. Ik heb twee uur gewacht.
Hij is gekomen en deed alsof alles normaal was.
Echt? En wat was zijn excuus?
Wat zei hij? Hij zei...
"Ik had problemen met m'n tante, met de restaurants."
Dat flikte hij me al drie, vier keer.
Echt? Ik wist niet dat 't zo vaak was.
Maar toch...
Het kan waar zijn. Hij heeft altijd 'n excuus.
Misschien is 't waar.
Misschien ben ik achterdochtig en gaat alles goed.
Als je samen bent met iemand, kan je niet 24 uur per dag samen zijn.
Dan... is er geen probleem.
Het betekent dat we elkaar vertrouwen
en dat we echt samen zijn.
Zelfs wanneer ik op 'm wacht, zodra we samen zijn
gaat alles supergoed.
Zelfs al is hij te laat.
Maar toch...
't Is normaal. Hij heeft z'n restaurant.
't Is normaal dat hij zoveel te doen heeft.
Eigenlijk is ze jaloers. Terwijl ze niets weet.
Denkt ze dat ik haar vriendje wil afpakken?
Zelfs als hij niet in de buurt is, doet ze zo.
Ze kijkt me aan en ik denk: "Wat wil je van mij?"
Ik beeld 't me niet in.
En er zijn honderden vragen. Ik zag ze samen praten.
En ze keken me aan. M'n vader vermoordt me.
Opschieten! - Gezien hoe laat 't is!
Pak ze!
Verzamel ze, Galaxy.
Naar rechts. Rechts.
Verzamel ze!
Neem mijn tas, alsjeblieft.
Galaxy, naar links! - Arob, kom hier.
Is dit 'n uur om thuis te komen? - We gingen bij Amin langs.
De dag dat je moeder je tante bezoekt in 't ziekenhuis!
Hij wou foto's nemen.
Dat is echt niet lief van je.
Hoe is 't met haar? - Altijd hetzelfde.
Je staat er niet alleen voor. Je zus is er, en je nicht.
Arob, hier.
Zorg je dat de geiten naar binnen gaan?
Natuurlijk, papa.
Je gaat te ver.
Je gaat te ver. - Hoezo?
Schiet op!
Arob, kom naar mij.
Naar rechts, naar rechts!
Verzamel ze!
Jij ook, kleintje.
Galaxy, naar rechts!
Ga jij afsluiten? - Doe jij maar.
Alles oké met jou?
Je zal 't moeten horen vanavond...
Ik weet 't. Hij wacht op mij. Ik wist 't.
Zal ik de flessen klaarmaken?
De flessen zijn klaar. - Ik weet 't.
Zag je hoelang 't duurde om ze binnen te krijgen?
Te laat. Te warm. Dit kan niet.
Ik ga naar de kaasmakerij. - Hoe gaat 't met Elena?
Hoe doet Elena 't?
Niet goed. Helemaal niet goed.
Ik ga de flesjes geven, ik leg eerst m'n spullen weg.
Niet treuzelen. - Ik ben zo terug.
We praten straks verder? - Oké.
Wil je je handdoek niet laten drogen?
Ik begrijp dat als je in 'n groep terechtkomt je je wilt doen gelden.
Maar niet zo.
Ze werkt op m'n zenuwen.
En ik ben vriendelijk.
Door onvriendelijk te doen, maak je geen vrienden.
Hij is zelfs haar vriendje niet.
Zij is voor hem 'n avontuurtje.
Zet jij de speen erop?
Was 't leuk op 't strand? - Erg leuk.
We hebben goed gelachen. - Des te beter.
Bedankt. - Tot straks.
Heb jij nummer 55? - Dat is 'm.
Zijn jullie klaar? - Nog eentje.
Klaar?
Heb je ons nog nodig?
Hij vertelde me veel over haar. Hij geeft niet om haar.
Zij laat hem trouwens niet met rust.
Hij vraagt niet om te komen. Wat kan 't hem schelen.
Meestal neemt hij hen een keer mee en dan is 't afgelopen.
Zij blijft rondhangen omdat haar vriendin erbij is.
Ik zou niet willen dat hij dat over mij vertelt.
Wil je 't weten? - Zeg op.
Hij zei dat ze kil is.
Ze is kil of ze komt te snel klaar.
Hoe het ook zij, het is niet goed.
Dat zei hij. Ik zou 't niet leuk vinden.
Dat betekent dat hij er niet om geeft. Hij houdt niet van haar.
Zij slikt 't. Weet je wat ik denk?
Ze denkt vast dat ik jaloers ben,
maar zij is jaloers op mij, zeker weten.
Waarom zou ik jaloers zijn? - Ze moet toch niet jaloers zijn.
Jaloers op mij?
Ze heeft alle redenen van de wereld.
Ze denkt vast dat ik Toni wil afsnoepen.
Ze weet niet dat hij al van mij is.
Het kan me niet schelen. Ik ben niet jaloers.
Toni en ik hebben 't besproken. Zo gaat 't.
Ik doe wat ik wil en hij ook.
Ik zeg niets, hij zegt niets.
Haar houding bevalt me niet.
Wanneer je in 'n groep belandt, schiet je met kwaad kijken niet op.
We zijn niet gelijkgezind.
Rustig aan.
Vind jij haar mooi?
Ik bedoel: zou jij met haar kunnen vrijen?
Jullie hoeven niet te trouwen.
Zelfs geen vluggertje. Ze is 'n slechte wip.
Je vindt dat leuk.
Ik was in de wolken toen hij 't vertelde.
Ik vroeg geen details. Het was voldoende.
Ik wilde het horen.
Heeft de kleine witte gegeten?
Ja, hij eet als eerste.
Nummer 78.
Haar vriendin.
Ik ben dol op haar.
Wij amuseren ons. Zie je?
Ik begrijp niet waarom ze bevriend is met Charlotte.
Ze zijn compleet verschillend.
Céline is cool. Zij is vriendelijk.
Charlotte is altijd een rivale. Voortdurend.
Zei Toni jou dat hij verliefd is op haar?
Hij zei me dat ze gewoon 'n dekmantel is.
Nooit. - Niets?
Dan geeft hij niet om haar.
Nooit?
Nee, nooit.
Zou je 't mij zeggen?
Zweer 't. - Ik zweer 't.
't Is iets tussen jullie.
Het kan me niet schelen mocht hij jou iets over haar zeggen.
Zelfs dronken heeft hij niets gezegd.
En dat gebeurt vaak.
Maar hij was niet dronken toen hij me dat vertelde.
Hij zei: "Ze is 'n dekmantel.
Als zij 't niet was, was 't iemand anders geweest.
Je weet maar nooit.
Ik kom vaak goederen afhalen. De mensen stellen vragen..."
Ik zei: "Niemand vraagt zich wat af.
Niemand vermoedt iets. Je moet niet overdrijven.
Ik snap 't! Je neemt haar genoeg mee."
Dat heb ik niet gezegd. Hij zou denken dat ik jaloers ben.
Ik ben niet jaloers. - Echt niet?
Nee, echt niet. Het kan me niet schelen.
Hij doet wat hij wil.
Excuseer, ik zoek Toni.
Toni is er niet.
Het spijt me.
Ga hiernaast kijken.
Ik zoek Toni.
Toni? Hij doet 'n levering,
denk ik. Délinda?
Weet jij waar Toni is? - Nee. Hij is hier niet.
Dag, meisjes. Hoe gaat 't?
Dat is lang geleden. Willen jullie iets eten?
Helemaal niet. - We zijn op zoek naar Toni.
Gaan jullie vanavond niet met 'm uit?
Ja, inderdaad.
Spraken jullie hier af?
Dat dacht ik al. Hij zei: "Ik ben weg. Ik ga me klaar maken."
Hij moest eigenlijk werken, maar hij zei dat hij ging dansen.
Dat is ook zo. - Hebben jullie geluk dat jullie gaan dansen.
Jij ziet er niet goed uit. - Het gaat.
Weet je 't zeker?
Heeft Toni iets gedaan? - Nee, 't is oké.
Ik maak 'm af.
Vertel 't mij, ik werk al dubbel voor hem
zodat hij met jullie kan uitgaan.
Is 't oké tussen jou en Amin? Alles gaat goed?
Mijn zoon heeft een goede smaak.
Jij bent zo mooi.
Jullie zijn allebei knap.
Die jongens hebben geluk. Fijne avond nog.
Amin is hier. Hij speelt pool.
Oké, geweldig. - Ik wou niet dat Amin kwam helpen.
Een jaar bedienen in Parijs...
Zo is 't wel genoeg.
Heeft hij 't jou verteld? - Iets.
Nu moet hij genieten. Amuseer jullie met hem.
Ik vergezel jullie. Jullie willen niets drinken of eten?
Nee, dat is erg lief.
Echt?
Jullie moeten op je lijn letten.
Tot straks misschien. - Ik hoop 't.
Wat doen jullie hier?
Céline, niet?
Jij bent knap, schat.
Alles oké? Wat ben je mooi!
Blijf zoals je bent.
Charlotte! Jij ziet er altijd triest uit.
Helemaal niet.
Huil je? - Helemaal niet.
Echt? - Natuurlijk.
Je liegt.
Ze gaat zo huilen. Kom hier.
Alles is oké. - Kom hier.
Ik heb medelijden met haar! Momo!
Wat scheelt er? - 't Is oké.
Echt? - Ik zweer 't.
Jij hebt medelijden met iedereen.
Schaam jij je niet?
Wees meer zoals Céline. Kijk, zij doet mee.
Ga zitten. - Nee, 't is oké.
Ga zitten, liefje.
Momo! - Nee, man...
Geef haar 'n glas. - Geef haar 'n glas.
Céline weet van wanten. - Dit kan niet waar zijn.
Wat is hier aan de hand?
Ben je gek? Waarom zit zij op je schoot?
Laat haar met rust. - Om het even wat. Sta recht.
Zorg voor Charlotte. - En jij zegt niets?
Charlotte, kom hier.
Nu overdrijf je. Ze is 20.
Zij is 't vriendinnetje van Amin. Sta op, liefje.
Natuurlijk weet ik wie ze is. Zij is Céline.
Laat haar los. Hij is dronken. Let niet op hem.
Ik ben dronken. - Inderdaad.
We hadden 't over jou. - Niet over haar.
Zij is 'n schatje. Waarom zat ze op jouw schoot?
Ga zitten. Houd je kalm.
Hij is dronken. Let niet op hem.
Gaat het? Je vriendin voelt zich niet goed.
Ik weet zeker dat Toni iets heeft gedaan. - Nee, het is oké.
Als ik vanavond met jullie meega, zal ik met 'm afrekenen.
Wat is er nu weer?
Niets. Ik ga zitten.
Ik ga mee met jullie. Ik vertrouw 'm niet.
Stop daarmee, Kamel.
Dag, jongelui!
Is mijn zoon hier? Amin!
Ik zie jou niet meer.
Alles oké? Wat ben je mooi!
Kom hier, schatje.
Ik weet niet wat Toni haar heeft aangedaan.
Ze zegt dat alles oké is, maar kijk naar haar.
Kom voor haar op. - Maak je geen zorgen, mama.
Lach naar mij, liefje.
Tot later.
Waar is je vriendin? Waar is ze?
Niet te geloven!
Hou je niet van kinderen? - Nope.
Dit is onaanvaardbaar.
Je maakt je neef te schande.
Ga naar binnen!
Ga pool spelen! - Geen respect!
We wachten op jou om loempia's te maken.
Ik kan niet alles doen. Jij helpt me niet.
Waarom zitten jullie hier, te drinken en te eten?
Wacht, Délinda.
Ik stuur Kamel wel. Kamel, ga Momo helpen.
Ik meen 't, zij is mijn ware liefde.
Jij bent altijd verliefd als je dronken bent.
Amin? Ga terug bij de jongeren.
Ze wil het.
Wat wil ze?
Een knuffel. - Dat zal wel.
Zag je al die knappe jongens?
Dat zijn kinderen. Ervaring!
Dat geloof ik. Want zij zat op jouw schoot...
We zijn knap. - Ze springt op iedereen.
Helemaal niet. Ze valt op schoonheid.
Hij loog over alles.
Reden te meer om niet verdrietig te zijn.
Hij heeft mij belachelijk gemaakt. - Rustig.
Het kan me niet schelen dat hij geen manager is of ouder is dan hij zegt.
Maar zeggen dat hij van me houdt... Waarom?
Hem kan 't niet schelen, maar ik werd verliefd op hem.
Ik word verliefd op hem... Maar nu weet ik alles.
Ik weet alles.
Met Ophélie, met iedereen, nu weet ik 't!
Waarom?
Stop met huilen, Charlotte, alsjeblieft. Je moet met 'm praten.
Als 't enkel voor de seks was, had hij 't moeten zeggen.
Hij hoefde geen vakantieplannen te maken, of te zeggen dat hij van me houdt,
dat ik de vrouw van z'n leven ben.
Ik ben ook met vakantie. Ik wil mij ook vermaken.
Moet je mij nu zien. - Ik weet 't, maar...
Ik weet niet wat er gezegd is, maar laat niet op je kop zitten...
Zeg bij jezelf dat je daarvoor niet gekomen bent
en zelfs al neemt 't tijd, je moet dit te boven komen.
Niemand verdient dit.
Iedereen vindt je leuk, zelfs m'n moeder.
Nee, ze hebben medelijden met mij.
Ze hebben medelijden omdat zij vanaf het begin
op de hoogte waren.
Kijk me aan, alsjeblieft. Kalmeer, probeer...
We gaan iets drinken. Probeer 't te vergeten.
Probeer je vanavond te ontspannen. Morgen zal 't beter gaan.
Laat het je niet meer raken.
Het komt goed.
Lach eens.
Kom op.
Hoe zeg je "ik hou van jou" in 't Arabisch?
"Ik hou van jou"?
"Ik hou van jou." We maken 't iets ingewikkelder.
"Ik ben waanzinnig verliefd".
Hoe zeg je dat?
Nee? Zo is 't. Ik zweer 't.
Nee, 't is... - Wat is 't dan?
Wat betekent dat? - "Ik hou van jou."
Ik weet 't zeker.
Wie weet 't beter dan jij?
Ik.
Ik!
Ik weet 't zeker. Ik hoor 't in mijn hoofd.
Vertrouw me!
Ik weet 't zeker.
We vragen 't aan de familie.
Ik zeg het en we zien wel of je het gelooft.
Ik wil 't geloven.
Ik ben zeker van m'n stuk.
Ben je zeker? - Ik ben zeker van m'n stuk.
Ik weet dat 't dat niet is.
We vragen 't.
We gaan 'n weddenschap aan. - Dag, meisjes.
Mijn neefje! - Hoe gaat 't?
Dag, Charlotte. Hoe gaat 't?
Alles oké?
Geweldig.
Hoe gaat 't?
Jullie zijn zo opgedirkt. - Klaar om te feesten?
Kijk naar jou. - Helemaal klaar.
Laten we eens kijken.
Ze draagt hetzelfde topje als jij. - Niet hetzelfde.
Met zwart onderaan? Ze draagt hetzelfde als jij.
Nee, dat is haar beha.
En achteraan? Heb jij 'n blote rug?
Nee, die zit gekruist. Die van mij lijken bandjes.
Die van jou is 'n topje.
Heb jij Toni gezien, Ophélie?
Heb je hem gezien?
Ik zag 'm langslopen.
Waar? Waar ging hij langs?
Ze is dronken. - Wat heeft ze gezegd?
Waar ging hij langs?
We gaan ons amuseren vanavond.
Hij liep voorbij. Snel.
Een vraag! - Stel ze.
We gingen 'n weddenschap aan. Wat is "ik hou van jou" in 't Arabisch?
Is dat 'n strikvraag? - Niets zeggen.
Wat? Wat heb je gezegd?
Dat is 't toch? - Heb je 't gehoord?
Dat is 't toch? - Ik weet 't niet.
Ja, dat is 't. Geen twijfel mogelijk.
Zijn ze niet allebei correct?
Dat heb ik gehoord. - Jij lijkt zeker van je stuk.
De twee zijn mogelijk. - Wat is 't verschil?
We vragen 't aan 'n derde partij die...
neutraal is.
Hoe zeg je 't?
Zie je nu? - Zij zegt 't alsof ze zeker is.
Dat is normaal.
Dat is het. Ik zei 't toch.
Ze zijn allebei juist.
Het is het ene of het andere. Allebei kan niet.
We vragen 't...
Nog 'n derde partij?
Een tweede derde partij.
Dat bestaat niet. - De tigste partij.
Wil je iets drinken? - Champagne?
Of rum. - Wij drinken rum.
Ik weet niet waarom.
Hij is lekker.
Champagne of rum?
Champagne.
Tante is daar.
Daar is ze!
Tantetje! - De knapste van allemaal.
Je hebt 't te druk met jezelf te bekijken.
Ben je je tante vergeten? - Nietes, ik heb je echt gemist.
Ja, dat zal wel. Is alles oké? - Absoluut.
Zo knap.
Fernando. - Amin.
Zo leuk jou te zien.
Het haar staat je wel. - 't Is gegroeid, hé.
Gaat 't? - Geweldig.
Je houdt niet meer van mij. - Waarom zeg je dat?
Als kind wou hij met mij trouwen. Nu niet meer.
Was jij verliefd op je tante?
Wie niet?
Momentje.
Kom eens.
Hoe gaat 't, meisjes? Knap.
Jij bent de mooiste.
Charlotte, tante Camelia. - Aangenaam.
Fernando.
Wat 'n mooi stel.
Wat 'n schattig koppel.
Lach eens.
En Parijs? Vertel. - Oké.
Zoals ik al zei aan de telefoon.
Ik ben blij hier te zijn. 't Is gegaan zoals 't moest.
Was het er niet te koud?
Ik ben blij de zon te zien, de kleuren. - De zee...
In Parijs is alles zwart-wit.
Verveelde je je niet? - Ik had er geen tijd voor.
Het werk in 't restaurant...
Zei ze niet dat ik scenario's schrijf?
Dat heeft ze verteld. Heb je Belmondo ontmoet?
Nooit.
We wonen niet in dezelfde buurt.
Ooit zal je hem ontmoeten. - Ik hoop 't.
Het zou geweldig zijn mocht ik hem beroepsmatig ontmoeten.
Vraag 'm een handtekening. - Doe ik.
Zeg 'm: "Hier, voor Fernando." Ik zou m'n hele leven gratis voor 'm werken.
Hoe gaat 't met jullie? Vakantie? Mama zei dat jullie in Tunesië waren.
Het was super.
Was 't jouw eerste keer? - Ik was nooit eerder in Afrika.
Hebben jullie rondgereisd?
We gingen in Tunis langs bij de familie.
We waren bij Toni's vader.
Hij maakt 't goed, is gelukkig. Ik ben blij.
Hij heeft ons goed ontvangen.
Hij heeft de hele dag mensen bij hem.
Ze koken voor hem, werken in de tuin,
het zwembad... Allemaal meisjes... jonge meisjes.
Hij verkiest jonge meisjes, zoals z'n zoon.
Met dikke billen. - Daarom wil oom Kamel erheen.
Zoals altijd ondeugend. - Oom?
Ondeugend en 'n leugenaar, zoals Toni.
De appel valt niet ver van de boom.
Dat kan je niet ontkennen.
Zo vader, zo zoon.
Er gebeurt altijd iets.
Kreeg je de afdruk die ik stuurde?
Het schilderij? - 't Is verbazingwekkend.
Toen ik hem in het museum zag, moest ik hem opsturen.
Ik heb hem jou nog niet laten zien.
Wanneer je 't restaurant binnengaat, links,
hangt er 'n schilderij, het portret van 'n vrouw.
Van Renoir. Hij schilderde 't...
een eeuw geleden. De vrouw heeft tantes gezicht.
Zo vreemd.
Ik kreeg kippenvel toen ik ernaar keek.
Ik ook. Ik was geblokkeerd.
Ik was 'n ster in 'n vorig leven. Ik inspireerde 'n groot schilder.
Dat vind je leuk, hè? Je bent nog niet veranderd.
Ik ben mooi. - De mooiste.
Dat hoop ik. - Mooier dan 't schilderij.
Dat zal wel!
We gaan iets drinken in plaats van hier als dwazen te staan.
Je bent vermagerd. Als kind was je 'n dikkerdje.
Hij was zo dik dat hij niet kon stappen.
Waarom zeg je dat? Luister niet.
Je hebt je leuke wangetjes niet meer.
Je moeder gaf je twee jaar de borst.
Hoe maakt het toekomstige bruidspaar het?
Hoe gaat 't?
Je bent al dronken. Waar ga je eindigen?
Heb je gedronken?
Ik, drinken? Nooit.
Nooit?
Wat is dat? - Wil je wat champagne?
Hoe ver staan de plannen?
We zijn er bijna. Oom zou ons helpen.
Hij wil het daar doen, maar wij planden 't hier.
In Tunesië? Prachtig!
Maar wij willen 't hier. - Het huwelijk?
Wat is de andere optie? - We reserveerden hier al.
Wat? Mag ik het gesprek volgen?
Waarom doen jullie beiden niet?
We willen niet profiteren.
We gaan toosten. - Op vanavond!
Op het weerzien!
Niemand kijkt me in de ogen!
Ik heb 'n vraag.
Nee, nee, zwijg!
Jij ook. Je kon daarstraks niet antwoorden.
Zeg op. - "Ik hou van jou" in 't Arabisch.
In 't Tunesisch?
Daar heb je 't.
Ja, dat is 't.
Het belangrijkste is lief te hebben.
Is 't voor iemand in 't bijzonder?
Ik heb dat nooit gezegd. - Ze bloost.
Jij bent vaak bij Arabieren.
Ik groeide op met Arabieren.
Camelia, zelfs zij wist 't.
Hoe gaat 't? - Goed, en met jou?
Mijn ogen spreken voor zich.
Wat drink jij? - Whisky.
Whisky? En jij?
Je bent heel mooi.
Ik geef er ook een aan Sarah.
Iets meer, alsjeblieft.
Sarah, jouw glas champagne.
Waar is de knapste serveerster?
Hoe gaat 't, Amin?
Kan ik je spreken? - Wat scheelt er?
Onder vier ogen.
Wat is er nu weer? - Tante Camelia, hoe gaat 't?
Ja, kom op...
Ik leen 'm twee minuutjes. Niet langer.
Ik kom zo. - Waar ga je naartoe?
Geen idee. Ik kom zo.
Waar hebben jullie elkaar ontmoet?
Amin. - Op 't strand.
Schattig. Heeft hij jou versierd?
Hij heeft jou versierd.
Nee, dat deed hij niet. We praatten gewoon.
Wat 'n deugniet. Hij is groot geworden.
Het is vreemd.
Ik speel graag met je haar, sorry.
Ik wil je gezicht zien.
Oké. Doe maar.
Is het goed?
Niet doen. - Waarom niet?
Ik val ervan in slaap. - Toch niet.
Waarom doe je dat?
Ik doe 't graag.
Doe wat je wil met haar. Op jouw leeftijd
had ik graag 'n vriend gehad die me zo'n tips had gegeven.
Stop.
Mathilde, kom.
Ga je met ons mee iets drinken vanavond?
Zo leer je Carmen kennen.
Met wie rijd je mee?
Ze zijn aan 't overleggen.
Ga met ons mee. Er is nog plaats.
We zien wel met de rest.
Carmen wil op jouw schoot zitten.
Grapje. Er is genoeg plaats.
Het wordt leuk. - Je bent welkom.
Dat is lief.
Ze is 'n lieve meid.
Hoe gaat 't?
Jullie zijn terug. Ik begreep jullie niet gisteren.
Ze vindt je leuk. Praat met haar.
Charlotte was op zoek naar jou.
Waar is ze? - Ik ga zo naar haar.
Gaat 't? - Maak je geen zorgen. Excuseer.
Toni?
Kan ik je even spreken?
Alles oké? - Ja. Kan ik je even spreken?
Ik haal iets om te drinken. Wat drink jij? - Champagne.
Een whisky, zoals gewoonlijk.
Wil jij nog 'n glas? - Nee, dank je.
Zeker? - Neem je glas en kom mee.
Is er iets?
Is er iets? - Alles is oké.
Momentje.
Ga je mee vanavond? Het wordt leuk.
Wat is er?
Toni, kom wat praten. - Ik kom.
Waar was je? Hadden wij geen afspraakje?
Ik kon niet. De auto van m'n maat was defect.
Ik moest 'm helpen bij het vervangen van z'n wiel.
Waarom maak je dan 'n afspraak?
Ik wilde je zien.
Heb je 'n sigaret?
Ik heb er een. Wil je ze?
Nee, dank je... 't Is oké.
Geen sigaret? - Kom hier.
Ik kom zo. Heb je vuur?
Geef me 'n vuurtje.
Hoe gaat 't, tante?
Je moet iets bevestigen.
Ik kom. Zal ik je voorstellen?
Anita. Nee, Carmen! Anita, Carmen.
Mathilde.
Waarom doe je dit?
Ik wil je voorstellen. - Waarom?
Wat scheelt er?
Denk je dat ik blind ben?
Er is niets. Ik amuseer me. Het zijn vrienden.
Hoelang ga je zo door? Doe dat niet.
Je lijkt van streek.
Dat is normaal. - Ontspan je.
We gaan ons amuseren. - Jij amuseert je iets te veel.
Echt?
Je kan je nooit genoeg amuseren. - Jij doet maar.
Raak me niet meer aan.
Moet je dat allemaal over Toni zeggen? - Waarom?
Zij is zijn vriendin. - Zijn vriendin?
Ja, zijn vriendin. - Verdomme.
Toen ik zei dat jullie 'n leuk koppel waren, zei je ja.
De afgelopen drie dagen stuurt hij haar van 't kastje naar de muur.
Ik wou haar opvrolijken.
Hij is ouder dan zij.
Zij zijn geen mooi koppel. Ze is beter bij jou.
Hoe gaat 't, maatje?
Hoe gaat 't met jou? - Jij bent al dronken.
Waar is mijn schatje?
Klote. Verstop mij!
Wat is er? - Verstop me!
Hoe gaat 't, schat?
Jij bent echt ziek, zo liegen tegen iedereen.
Lachen, vermaak je. - Stop daarmee.
Je hoeft zo niet verder te doen. Ik ben 't zat.
Lach! Dan ben je het mooist.
Stop daarmee. - Jij bent de mooiste van allemaal.
Waarom doe je zo?
Boos ben je niet zo mooi. - Jij maakt mij boos.
Laten we gaan dansen. Maryse! Waar is Maryse?
Sarah, speel 'n salsa.
We dansen 'n beetje, om op te warmen.
Kan je niet wat praten? Waarom verander je van onderwerp?
Ik praat toch. - Dat doe je niet.
Je lacht niet. Je lijkt ongelukkig. We amuseren ons toch.
Door jou ben ik ongelukkig. - Waarom?
Waarom? - Ik wil me met jou vermaken.
Als je je wil vermaken, zeg je deze onzin niet.
Zeg niet...
Ik heb je gezegd dat ik je leuk vind. Ik ben dol op jou.
Jij bent de liefde van m'n leven.
Je houdt ook van haar, en van haar.
Jij bent de vrouw van m'n leven.
We gaan ons amuseren vanavond.
Ga alsjeblieft mee.
Kijk.
Toni verliest geen tijd.
Kom, kom.
Carmen, laat me Spanje zien.
Ik ben dol op je billen.
De mooiste billen van de wereld.
Vooruit! Kom we gaan naar de disco!
Rijd jij?
Jij mag niet rijden.
Geen sprake van. Ben je gek?
Laat me.
We stappen in de auto.
Helm op. - Doe niet alsof je voor me zorgt.
Ik zie je daar. Neem je ze per kilo?
Waarom maak je zo'n scène?
Neem hem mee.
Niet te geloven!
Wacht!
Waar ga je naartoe? - Naar de disco!
Ga je met hen mee dansen?
Zeg 't tegen je moeder. - Waarom al die herrie?
Ik heb niets gezegd.
Gaat hij ook mee?
't Is mijn auto, ik doe wat ik wil.
Maar jij rijdt niet!
Mama, ik rijd.
We hebben 'n auto nodig, dus nemen we die van hem.
Wat is er toch met deze familie?
Ik heb alles onder controle.
Stop met praten. Stap in. Of anders blijf je hier.
Kamel, help haar op de motorfiets.
Kom hier. - Ik kom er wel op.
Stap in de wagen. Niet doen!
Help!
Door jou komen we nog te laat.
Je liet iedereen m'n kont zien. - Niemand heeft dat gezien.
Oom, instappen!
Start de motor.
Ik kom.
Voorzichtig. M'n jongste zus is als m'n dochter. Let op.
Genoeg geluld. Stap in.
Zorg goed voor haar. Rijd langzaam.
Kamel, stap in.
We zien jullie daar. - Traag rijden, Amin.
Rustig aan.
Doe de deur dicht.
Mooi lachen.
Veel plezier!
Vooruit! We willen rustig praten.
Onder vrouwen.
Momo, de pasta is geweldig.
Precies genoeg gekruid.
Lekker. - Niet slecht.
Heb je je goed geamuseerd gisteravond?
Het was geweldig. - Jullie waren dronken toen jullie weggingen.
Zwijg. - Schaam je.
Hij zit vol onzin. - Hij plaagt mij.
Heeft hij 't bont gemaakt?
Altijd omringd door meisjes. Alle meisjes.
Hoe is 't met Charlotte? Die zag er niet goed uit.
Ze heeft veel gedronken. - Ze zocht naar Toni.
Ze was geweldig. Ze amuseerde zich goed. - Is Toni gekomen?
Hij is niet gekomen. Helemaal niet.
Hij is samen met ons vertrokken. Dat heb je gezien...
Ik heb niet met 'm kunnen praten. - Hij is verdwenen.
Hij maakte grapjes in de auto, lachte...
en toen was hij weg. Zoals gewoonlijk.
Ik wou 'm ervan langs geven toen ze vertrokken.
Het was niet het gepaste moment, maar ik laat 'm niet los.
Toen ik Charlotte in die toestand zag...
Charlotte is gewoon 'n alibi voor hen.
Hoe bedoel je? - Je weet wel wat ik bedoel.
Is het bevestigd? - Ik denk 't wel.
Ophélie is echt...
Ik heb Ophélie door.
Zij stelt 'm voor aan andere meisjes. Zo raar.
Bij Toni is 't duidelijk.
Charlotte is zoals Christelle, Murielle, Sandrine... Hetzelfde type.
Een slachtoffer van je zoon.
Altijd dezelfde naïeve meisjes...
Hij is 'n mooiprater. Zoals z'n vader. Vraag 't haar.
Ze zijn gewoon 'n dekmantel
voor 't overspel dat zij pleegt.
Overspel... Clément is ver weg.
Maar zodra hij terug is, zullen ze trouwen.
Vertel iets over mijn zoontje.
Hoe was Amin? Het zal 'm goed gedaan hebben.
Hij zag er gelukkig uit. Hij was bang dat ik zou meegaan.
"Ik ben moe, ik blijf thuis." Maar ik wou wel meegaan.
Heeft hij zich geamuseerd? - Heel erg.
Hij was toch niet dronken? - Hij is cool.
Hij is een rustig, braaf kind.
Hij werd wel versierd. - Natuurlijk, hij is knap.
Raad eens waar ze vandaan komt. - Ik ken zijn type niet.
In Parijs heb je van alles. - Parijs is kosmopolitisch.
Een mooie Russin.
Een Russin? - Een popje.
Een Russisch popje. Niet te veel make-up?
Nee, heel natuurlijk. De enige die gewoon deed tegen mij.
Mooie groene ogen. Een beetje zoals die van jou.
Dat worden mooie kleinkinderen. - Gave huid, geen oneffenheden.
Een goede smaak, zoals z'n vader. - Zij versierde hem.
Zij versierde hem. - Echt? Dat is geen verrassing.
Zij vroeg hem om te dansen, trakteerde hem op een drankje.
Heb jij je gedragen? - Altijd. Fernando was er.
Er was een kerel die op me viel. Fernando zag het niet.
Ophélie! - Daar is ze.
Hoe gaat 't, schat? Kom gedag zeggen.
Deugniet.
Neem wat fruit.
Hoe gaat 't? - Je schoondochter.
Ik vergeet altijd te vragen naar je tante.
Hoe gaat 't met Elena? - Niet zo goed.
Geneest de cirrose niet?
Die kan niet genezen.
't Is al even geleden dat ik haar bezocht.
Ik hoop dat je haar zegt dat ik naar haar informeerde.
We zouden haar moeten bezoeken. - Maak tijd. 't Is niet goed.
Gaat 't beter sinds gisteravond? - Ja, en met jou?
Jullie sleurden me mee.
Jullie kunnen geen geheim bewaren. - Meer zeggen we niet.
Help je mee bij de oogst?
Ik help m'n vader niet. Hij doet 't alleen.
Help je hem niet? De olijven rijpten erg vroeg.
Door de hittegolf. Daarom moeten we zo vroeg beginnen.
Niet alleen de jongens en de meisjes zijn... - Ontregeld.
Door de hitte gaat iedereen door 't lint.
Zelfs de olijfbomen. Ze laten hun olijven te vroeg vallen.
We zullen goede olijfolie hebben.
Dat is waar. - Wat verberg je? Zeg op!
Zo'n verleidster! - Dat is normaal, ze was altijd al knap.
Wanneer we met haar naar 't park gingen... Met Toni ook!
Hij zorgde zo goed voor haar. Clément ook.
Allebei. - Toni noemde haar "liefje".
Zij zat altijd achter Toni aan. Zij wou hem altijd 'n hand geven.
Jawel, toen je klein was wel. Smaken kunnen veranderen, zoals die van jou.
Je bent geëindigd met 'n blonde.
Hoe gaat het met hem? - Het gaat goed met hem.
Heb je nog nieuws? Ik mag 't hopen.
Ik zie 'm nooit wanneer hij er is. Wil hij mij niet zien?
Als hij terugkeert, is het genieten. - Om te rusten.
Je schrijft naar hem. Hij vertelt jou wat hij doet...
Een beetje, maar niet veel.
Durft hij mij niet te vertellen wat hij doet?
Nee, hij is niet... - Voelt hij zich niet op z'n gemak?
Wil je wat druiven?
Neem maar.
Misschien voelt hij zich niet goed over z'n job.
Ik bedoel, hij zit op de Charles de Gaulle.
't Is niet zijn schuld dat hij daar zit. - Hij kiest z'n missies niet.
Jij mist hem niet echt. Je leeft je leven. Je hebt gelijk.
Het zal er best lastig zijn. - 't Is geen dansgelegenheid.
Geen dansgelegenheid.
Het zijn belangrijke missies. Het verbaast me dat hij daar is.
Ja, ik bedoel...
Hij groeide op met onze kinderen,
met jou... - Zo zie je maar.
Ik had nooit gedacht dat Clément zou eindigen
in de Golf, om de lucht en de zee te controleren...
Iemand moet het geld binnenbrengen.
Soms moet je keuzes maken in het leven.
't Is zijn schuld niet,
het doet mij iets te weten dat hij daar zit.
En... jullie gaan bijna trouwen?
Ben je gelukkig? - Ja.
Goed.
Waarom willen jullie allemaal trouwen?
Omdat jij niet getrouwd bent... - En ik voel me goed.
Dat weet ik niet.
Omdat hij 't jou nooit vroeg.
Jawel, elke zomer in 't maanlicht.
Je hebt nooit ingestemd? - Nu vraagt hij 't niet meer.
Als 't is om direct daarna te scheiden...
In 't leven ben je nooit zeker. - Precies!
Nog 'n reden om 't contract niet te tekenen.
Het betekent niet dat 't voor altijd is.
We zijn van niemand.
Als je zo redeneert, kennen we 't vervolg al.
Je hebt gelijk.
Als je zegt: "We kunnen trouwen,
maar je moet niet getrouwd blijven." Nee, 't huwelijk is voor altijd.
De ene is gescheiden, de andere is nooit getrouwd.
Ik stel voor dat je leert uit onze ervaring.
We spreken elkaar nog over een paar jaar.
't Is waar: zij is gescheiden en ik ben niet getrouwd.
Niemand is trouw, getrouwd of niet.
Alleen al denken aan iemand anders en je bent ontrouw.
Je kan van mening veranderen en aarzelen. Dan ben je niet ontrouw.
Je kan met iemand zijn en onzeker zijn.
Dat is nog geen ontrouw. Dat betekent niets.
We zijn allemaal gezien.
Waarom zeg je zoiets?
Jij geeft 't direct op, dat is nog erger.
Ik ga trouwen, maar daarna...
als ik morgen 'n andere ontmoet...
Jij bent niet getrouwd en 't is jou ook overkomen?
Daarom wil ik niet trouwen.
Als het mij moest overkomen, spaar ik tenminste de gerechtskosten.
Voor wanneer is 't? - 23 oktober.
Stel 't uit. Dan doen we 't samen met Camélia.
Doe 't in Hammamet. - De knapste!
Lukt 't hier met die drie?
Schaam jij je niet? Je staat hier met 'n pint.
Drink jij? - 't Is mijn eerste.
Ik hoop 't. - Papa gaf het mij.
Gorbatsjov!
We hebben 't er later over.
Laat haar hier bij ons.
Waarom neem je haar mee? - Ze kwam voor ons, niet voor jullie.
Ze was oké. Geen klachten. Zij kwam jou niet halen.
Moet je hem zien.
Mijn zoon leert snel.
Zoals ik 't zie, is ze manipulatief.
Manipulatief.
Ze is 'n slecht mens, punt. - Dat is zeker.
Ze is knap.
Ze is te mooi, maar de engelachtigen zijn de ergsten.
Haar vader, haar ouders, willen dat ze trouwt.
Zij wil trouwen, ze moest geen 8 jaar bij hem blijven.
Toni is niet het type dat trouwt. Ik weet 't.
Jij denkt dat hij ooit zal trouwen. Vergeet het! Geen sprake van.
Toni is zoals ik.
Geen huwelijk, geen contract... Hij heeft gelijk.
Wat wil je dat ik zeg? Ik kan hem geen gelijk geven
want ik moet doen alsof...
Om jou ook gunstig te stemmen. Maar in wezen heeft hij gelijk, hij is vrij.
Laat ze praten. Lach ermee.
Kijk ze niet aan!
Wanneer ze zegt "Je past bij Toni", speel je 't spel mee.
Dat deed ik. Ik zei dat ik met Clément ben.
Ze weten het.
Maak je geen zorgen.
Laten we 't over jou hebben.
Waarom zeg je niet wat er gisteravond is gebeurd?
Tegen mij kan je 't zeggen. - Wat?
Wat je deed. Ging je met haar mee naar huis of niet?
Je hebt me toch gezien. - Je ging met haar mee en toen?
We verlieten de disco, liepen op 't strand...
Ik liep met haar mee naar haar hotel.
En toen? Niets?
Echt? - Stop daarmee.
Waarom loop je weg? Blijf staan. Kijk in m'n ogen. Zeg op.
We hebben gepraat, punt. Ik kon haar niet alleen laten gaan.
Hoe heet ze? - Anastasia.
Wat is dat voor 'n naam?
Is dat Russisch?
Wat doet ze? - Ze studeert letterkunde.
Jij was geïnteresseerd in wat ze zei?
Ze doen niets dan praten... maar ze weten niets.
Heb je je geamuseerd? - Ze is leuk...
"Leuk". - We praatten over boeken, films...
Je ontmoet iemand in 'n disco en je praat over boeken en films...
Jij weet 't best. - Ik hoef je niet om te kopen.
Ach zo? - Tuurlijk. Je zegt gewoon niets.
Nee, kom hier.
Het gaat je iets kosten... - Wat kan ik voor je doen?
Vertel.
Geld dient tot niets. - Te gemakkelijk.
Te gemakkelijk. En 't zou veel geld zijn.
Dat is te gemakkelijk.
Je bent me twee levens verschuldigd... dat van jou en dat van Toni.
En dat van jou. - Je bent me drie levens verschuldigd.
Wat wil je?
Ik dacht...
Ik luister. - We kunnen weer foto's maken.
Zeker?
Alleen foto's?
Je bent niet veeleisend.
Zoals drie jaar geleden? We kunnen een voor en een na doen?
Die kunnen we later doen. Ik probeer...
Ik ging naar tentoonstellingen en ik werk...
aan 'n onderwerp dat ik nooit eerder fotografeerde.
Ik wil wat naaktfoto's maken.
Dat weet ik niet.
Wil je dat? - Nee, droom maar verder.
Kies iemand anders. - Het stelt niet veel voor.
Je bent me veel meer verschuldigd.
Naaktfoto's? Meen je dat?
Nee, dat kan ik niet.
Waarom niet? - Onmogelijk.
Ik deed al veel met fotografie, maar dat nog nooit.
Met mij gaat dat niet.
Ik kan niet tegen m'n ouders zeggen: "Ik maak naaktfoto's met Amin."
Dat hoeft ook niet. 't Is iets tussen ons.
Het biedt mij de kans iets nieuws te proberen, iets...
inspirerends, en voor jou is het...
Wat levert het mij op? - 't Is leuk.
De foto's zullen je schoonheid uitvergroten. Je zal 't leuk vinden.
Dat zal wel. Jij zal 't leuk vinden.
Jij ook. - Ik zie 't belang er niet van.
Later zal je blij zijn zo'n foto's te hebben.
Zoals ik al zei: je bent veranderd, in de goede zin.
Het zou leuk zijn dat te vereeuwigen. - Ik hoef mezelf niet te zien.
Je zal 't leuk vinden.
We zouden 't bij 't meertje doen, in 't vroege zonlicht.
Zoals nu eigenlijk?
Beeld je me nu naakt in? Stop ermee.
Hoe gaat dat?
Ik toon 't je wel. Het zijn natuurlijke poses...
Dag. - Ze liet me schrikken.
Wat doen jullie? - Gewoon praten.
Waarover? Mij? - Een debriefing van gisteravond.
Wat geeft dat? - Het was cool.
Jij was geil.
Geil? - Echt wel.
Hoe bedoel je? - Weet je 't niet meer?
Wat?
Nee, ik hield jullie in de gaten.
Ik hield jullie in de gaten.
Wat heb je opgemerkt? - Jullie praatten zonder mij erbij.
Zonder jou of over jou?
Ik ben niet gemachtigd... - Nog niet.
Die krijg je van mij op latere datum.
Maar nu niet.
Je mag over mij praten.
Je bent jaloers. - Nee, ben ik niet.
Ben je jaloers op hem omdat hij met me praat of op mij?
We weten 't niet.
Er bestaat geen antwoord.
Als biseksueel ben je jaloers op ons allebei.
Precies, je snapt 't.
Je snapt 't.
Stop!
Niet allebei!
Houd deze vast terwijl ik de andere knoop.
Maak haar knoop opnieuw.
Wat als ik 'm loslaat? - Maak geen misbruik.
Waag 't niet.
Kijk hoe...
hij knopen maakt.
Rustig. - Niet vrijpostig worden.
Ga liggen. Je bent dronken. - We gaan.
Laat het. - Stop daarmee.
Heb je me niet genoeg gezien?
Ik zag je helemaal niet.
Ze is echt jaloers. Omdat ik met 'n man praat?
Je mag doen wat je wil. - Ons liefdesverhaal is uit.
Het is nog niet begonnen.
Jij begon er gisteravond mee.
Zij heeft heel veel melk.
Heb jij Lise verteld over oma bij 't eten?
Moet je horen.
Oma deed het weer. - Wat nu weer?
Ze is 'n echte kletskous.
Onze nieuwe stagiair is zwart. - Ik heb 'm nog niet gezien.
We zaten aan tafel met papa, 's avonds.
Rebecca, Sarah en ik lachten ons bijna dood.
Oma vroeg 'm waar hij vandaan kwam.
Hij zei dat hij uit Parijs kwam.
Ze vroeg 'm: "Van waar in Parijs?"
Hij zei: "Uit de buitenwijken."
Ze vroeg door: "Weet je zeker dat je uit Parijs komt?"
Wou ze zijn identiteitskaart?
Ze vroeg: "Waar komen je ouders vandaan?"
Hij zei: "Mijn ouders zijn ook Fransen."
Ze zei: "Wonen ze al lang in Frankrijk?"
Hij zei: "Zo'n 30 jaar."
Ze zei: "Hoe zijn ze hier geraakt, per boot?"
"Dan ben jij op de boot geboren."
Wij konden 't niet meer aanhoren en zij bleef maar doorgaan.
Eens ze zich ergens in vastbijt...
Hij kreeg een vuurdoop van oma. - Welkom op de boerderij.
Wat 'n welkom.
Wat 'n cliché.
Ik had medelijden met 'm.
Laten we ze eruit? - Ja.
Controleer dat ze gegeten hebben.
Ik denk dat 't oké is.
Vooruit, schatje.
Houd haar in de gaten.
Te laat.
Nee. - Ja.
Wanneer heeft ze gelammerd?
Zo pas. Net nadat ik jou gebeld heb.
't Is niet waar.
Echt? - Het werk is gedaan.
Ze zijn er niet. Ze staan in 'n andere omheining.
Tot ze... Sluit je af?
Wanneer zal ze lammeren?
Dat weet ik niet. 't Is geen exacte wetenschap.
Kom, meiden.
Laat ze erin.
Dag!
Vooruit, kleintje.
Ga je foto's nemen? - Ja, van 'n geboorte.
Waarom? - Sorry dat ik stoor.
Om 'n scenario te illustreren.
Ach zo. Waar gaat 't over? - Een lam.
Je moet hem niet versieren. - Onzin.
Over vandaag...
En versieren? Ze bloost.
Krijgen Lise en ik een paar uur vrij om naar 't strand te gaan?
Vandaag? - Als je ons niet nodig hebt.
Maak het hier schoon en kom terug tegen 15 uur om de kudde uit te laten.
Ze gaat op 't strand de versiertoer op en je zegt niets.
Ga jij ook?
Vandaag niet.
Ik betwijfel 't. En jij?
Dit is 't. En jij?
Niets? - Ik wacht.
Heb jij deze gedaan?
Ze kunnen naar buiten.
Wat doe je? - Ik wacht op de geboorte.
Dat kan uren duren. Misschien moet je hier blijven slapen.
Kom op, meid.
Ik laat jullie afronden. - Geen probleem.
Tot straks. Fijne namiddag.
Vergeet niet 't opnieuw aan te zetten. - Wij ruimen op. Maak je geen zorgen.
Veel succes.
Ze is verliefd op jou.
Toen ik jou vanmorgen belde voor 't lammeren,
zat zij niet in de melkploeg.
Ik belde jou op en zij kwam.
Ze wist 't. Ze praat voortdurend over jou.
Ze komt in m'n kamer: "Waar is Amin? Wat doet hij?
Is hij nog steeds zo knap?"
Van zodra je binnenkwam, voor ik dag kon zeggen...
Oké, we hebben jou gezien.
Vraag haar voor de naaktfoto's. Ze zal direct akkoord gaan.
Ze zal het zelf voorstellen: "Fotografeer me naakt!"
Zo schattig. Maar je hebt haar dag verpest.
In 't bijzijn van iedereen vroeg ze om naar 't strand te gaan.
Je hebt niets gezegd.
Ze wachtte tot jij ging zeggen: "Zal ik met je meegaan?"
Denk je dat? - Natuurlijk. Dat weet ik.
Waarom vraagt ze 't anders met jou erbij?
Ze vroeg 't mij opzettelijk wanneer jij erbij was.
Ze wou dat jij 't wist.
Net Nadège en ik toen we klein waren. Ik zweer 't.
We vochten om als eerste op je deur te kloppen,
om je ouders 't meeste te charmeren
en zo de toekomstige schoondochter te worden.
Maar 't is een geheim. Niet doorvertellen.
Intussen zijn we ouder geworden. Nu kan ik 't je zeggen.
Nadège en ik waren ongelofelijk competitief.
Die met 'n blauw teken zullen weldra...
lammeren.
Wanneer? - Dat weet ik niet.
Dikke buiken betekenen bijna klaar.
Kijk,
haar vulva is gedilateerd, haar uier is gezwollen.
Kijk naar haar.
Ze kreeg er eentje.
Wanneer? - Geen idee. Ik zag 't net.
Het staat recht. - De eerste keer.
Nu gaat het proberen te drinken.
Wil je iets om op te zitten? Een stoel...
Ik ga daar staan.
Ik ga ze gadeslaan.
En ik zal wachten. - Ik kan je...
een baal stro geven. Wil je dit?
Kom op! Opzij, dikkerdjes!
Dank je.
Net 'n stoel. - Perfect.
Van hier zie ik ze goed.
Als je het beter wil zien, moet je je op deze hoogte zetten.
Hurk. Ga zitten.
Kijk naar hen.
Als je goed kijkt, zie je de gedilateerde vulva's.
Je ziet ook de weeën, let goed op.
Zijn weeën 't laatste signaal? - Ja, de weeën.
Hoe zie je dat? - Dan is het werken begonnen.
Onder de ribben... daar.
Ze krijgt weeën, ze drukt, het wordt hol.
Dan zie je 't hier.
Ik denk dat zij ook gaat beginnen.
Ze heeft...
Zij verloor misschien haar slijmprop. Er is 'n beetje bloed.
Geen echt bloed. 't Is doorschijnend, kleverig.
Welke is het?
Houd deze in de gaten.
Ik laat je.
Als je hier nog zit wanneer ik terugkom om 23.00 uur,
is er niets gebeurd.
Tot straks.
Als je mooie foto's hebt, zal ik misschien naakt voor jou poseren.
Echt?
Misschien.
Het hangt ervan af. We zien nog.
Ik zei haar dat je 'n boerderij hebt en...
Je moet m'n hele leven niet vertellen.
Amin is er. - Wat?
Amin is er. - Waar is hij?
Aan de bar.
Ik ga naar 'm toe.
Ik hou van jou. - Niet doen.
Ik hou van alle goede dingen:
alcohol, meiden, mannen,
vakantie...
Oom, drink je iets?
Een kleintje.
Mensen, drink op. - Een shot.
We hoeven geen siroop.
Nog eentje.
Proost!
Ze wil met jou dansen.
Waar was je? - Ik zat thuis.
Thuis?
Heb je foto's genomen? - Ja, ik heb foto's gemaakt.
Deed je honing op je...?
Wat doe jij om ze aan te trekken?
Wil je mij fotograferen? Ik ben een model.
Kus haar...
Op de mond.
Echt.
Wat is er?
Wil je hen dwingen?
Wil je haar niet fotograferen? - We hebben 't erover gehad.
Ze is heel mooi.
Heel erg mooi.
Wil je 'n shot?
Wil je 'n shot?
Nee, dank je. En jij? Wat wil jij?
Tequila.
Zij heeft iets besteld. Doe het ook.
Help me naar beneden.
Tijd om naar huis te gaan.
We waren fantastisch vanavond.
We waren te gek.
Twee tegen één, maar ik heb gewonnen.
Er is 'n scheidsrechter.
Ik zwijg als 'n graf.
Wat 'n ramp.
Jullie zijn allemaal dronken.
Ik ben niet dronken.
Ik zweer 't.
Tante gaat vallen.
Hij liet me niet met rust. Ik ben het beu.
Hij liet mij niet met rust. - Wie?
Wie denk je?
We hebben gepraat.
Hij verklaarde me zijn liefde omdat hij dronken is.
Ik zei: "Geef het toe, morgenvroeg."
Hij zei: "Ik zal het doen."
Hij zei: "Ik hou van jou. Ik zeg 't tegen Clément."
Ik zei: "Doe maar. We praten later nog."
We zien wel.
Ik ben 't zat.
Heb je genoeg foto's voor je boek?
Ja, wat 'n belevenis.
Het waren er zelfs twee.
Cool. Dan heb je gewacht.
De tweede had ik niet verwacht.
Dat is normaal. Zoiets weet je niet vooraf.
Was 't al donker?
Ze ging alleen in 'n hoek zitten.
Ik zei dat ze zich vaak afzonderen.
Als je eentje ziet weggaan...
Dit drink ik niet op.
Je bent dronken.
Ik wil wat water.
Dans jij niet? - Jawel.
Ja, ik zie hoe jij danst.
Ik ga dansen.
Laat je die aan je meisje zien?
Hoe heet ze?
Jessica.
Wat drink je? - Niets, en jij?
Wat is er?
Afblijven.
Niemand kijkt. - Er zijn veel mensen.
Céline staat achter je.
Amin heeft ons in de gaten. We worden nog betrapt.
Er is niemand.
Amin stelt veel vragen. Doe alsof.
Goedenavond.
Kijk wie we daar hebben!
Alles oké?
Wat wil je?
Ik begrijp 't niet. Wat is er?
Waarom die vreemde tongbewegingen?
Zal ik jullie alleen laten?
Nee, waarom?
Leuk avondje, niet?
Dans je niet? - Dat zie je toch.
Wat 'n danseres!
Mag ik even pauzeren?
Wat is er?
Beveiliging, alstublieft!
Iemand valt me lastig.
Ik stop. - Ik maak 'n grapje.
Waarom verleid je haar niet?
Waarom verleid je haar niet?
Dat heb ik gedaan.
Niemand kijkt.
Niemand kijkt naar jou.
Je kan haar kussen. - Jij kan mij kussen.
Jij ook. - Nee, jij.
Als je van me houdt, doe jij 't.
We doen 'n triootje vanavond.
Ze is geil. - Dat verdien jij niet.
Ga maar alleen.
Ik weet zeker dat ze 't wil.
Schaam je!
Ze kent geen schaamte.
De vrijheid!
De liefde!
Jij danst goed.
Pak het Spaanse meisje. - Kus me.
We zullen met haar vrijen.
Echt? Vanavond?
Wil je weggaan? Geen zin meer met mij te dansen?
Dat heb ik niet gezegd.
Verlegen? Heb je 'n vriendin?
Weet je dat niet?
Wie is je vriendin? - Ik heb er geen.
Ik heb er geen. - Echt?
Weet je 't zeker?
Ze staat recht voor je.
Wat heeft ze? - Hoe ga jij thuis komen?
Wat heeft ze?
Ik zie Céline.
Wat bezielt jou?
Hij is als een broer.
Giet ik of niet?
Een echte broer!
Stop!
Dag! Leuk jou weer te zien.
Wat doe je hier? Wil je iets drinken?
Nee, dank je. Ik zoek Ana.
Ik heb haar al 'n tijdje niet gezien.
Hadden jullie afgesproken?
Zal ik je helpen zoeken? - Ik heb hulp nodig.
Anastasia?
Ana? Ik ben niet alleen. Ben je daar?
Alsjeblieft.
Ze is er niet.
Sorry voor de rommel. We zijn slordig.
Het hoort bij het beroep, denk ik.
Misschien is ze buiten.
Ze is niet in het zwembad, ik was er en...
zij was er niet.
Misschien op 't strand, ik weet 't niet.
Oké, ik ben weg.
Ik kijk naar je en ik begrijp waarom
ze jou leuk vindt. Je hebt...
iets...
met je diepliggende ogen.
We kunnen aan 't zwembad gaan kijken...
Charlotte?
Hoe gaat 't? - Ik wist niet zeker of jij 't was.
Alles oké? - Ja, en met jou?
Ik ben blij jou te zien. - Ik ook. Wat doe je?
Ik wandel rond. Ik heb foto's genomen van de zonsondergang.
En jij?
Niets, ik heb gezwommen en relax wat.
Ben je alleen?
Nog nieuws?
Niet veel.
Alle dagen lijken op elkaar. Ik doe niet veel.
Hoe gaat 't met jou?
Goed. Ik geniet van m'n vakantie.
Wat doe je zoal? - Strand, vakantie...
Veel foto's...
Echt?
't Is hier mooi. Erg mooi.
Ben je niet samen met je vriendin?
Ik ben weggegaan uit het huis van haar oma.
We praatten al niet meer.
We zaten elke avond thuis, samen met Toni en Joe.
Ik was het zat hen altijd te zien.
Ik ben weggegaan.
Misschien is het beter.
Nu heb ik mijn eigen flat. Het is er leuk.
Klein, maar leuk.
Ik heb een klein terras. Ik vind het leuk.
Geniet ervan.
Er blijven nog drie of vier dagen over.
Ga je weg?
Ik ga naar mijn ouders in Athene.
We blijven daar 10 dagen.
Ben je er al geweest?
Nee, het is mijn eerste keer.
Het lijkt er mooi te zijn. - Ja.
Ik praat er allang over.
Ik ben heel blij.
Hoe gaat het met jouw ouders?
Nog steeds in het restaurant.
Gaat het goed? - Ja.
Goed. - Kom langs voor je weggaat.
Ik was het van plan. Ik moet me verontschuldigen bij je moeder.
Dat is niet nodig. - Toch wel.
Ik was in het restaurant.
Ze had het druk en toch zorgde ze voor mij. Dat was lief.
Ik wil dat ze dat weet.
Woon je daar ergens? - Vijf minuten hiervandaan.
Hoe ga jij lopen? - Ik ga met je mee.
Dat is lief.
Ik heb boodschappen gedaan. Kom je bij mij eten?
Waarom niet?
Vooruit. - Als je het zo lief vraagt.
Vergelijk me niet met je moeder. Het zal niet zo lekker zijn.
Maar ik red me wel. Ik zal iets lekkers maken.
Ik heb vertrouwen.
Wat wil je eten? - Kies maar.
Is pasta oké? - Perfect.
Fijn. Hoe wil je hem?
Met verse tomaten, basilicum en knoflook. Dat is lekker.
Ik heb dat allemaal. - Ik hou van eenvoudige dingen.
Het zal wel even duren. Ik hoop dat je geen haast hebt.
Ik heb alle tijd van de wereld.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.